Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2705(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1042/2016

Ingediende teksten :

B8-1042/2016

Debatten :

PV 03/10/2016 - 15
CRE 03/10/2016 - 15

Stemmingen :

PV 05/10/2016 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0375

Aangenomen teksten
PDF 202kWORD 50k
Woensdag 5 oktober 2016 - Straatsburg
Mondiale doelstellingen en EU-toezeggingen op het gebied van voeding en voedselzekerheid in de wereld
P8_TA(2016)0375B8-1042/2016

Resolutie van het Europees Parlement van 5 oktober 2016 over de volgende stappen ter verwezenlijking van de mondiale doelstellingen en EU-toezeggingen op het gebied van voeding en voedselzekerheid in de wereld (2016/2705(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 en in het bijzonder artikel 25, dat het recht op voeding erkent als onderdeel van het recht op een behoorlijke levensstandaard,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, en in het bijzonder artikel 11, dat "het recht [...] op een behoorlijke levensstandaard" erkent, "daarbij inbegrepen toereikende voeding" , evenals "het fundamentele recht [...] gevrijwaard te zijn van honger",

–  gezien het in 2008 aangenomen facultatief protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, dat het recht op voeding op internationaal niveau afdwingbaar maakt,

–  gezien de verklaring van Rome betreffende mondiale voedselzekerheid op de door de VN-organisatie voor voedsel en landbouw (FAO) in 1996 georganiseerde wereldvoedseltop,

–  gezien de richtsnoeren betreffende het recht op voedsel, die in 2004 door de FAO zijn aangenomen, en die staten een leidraad bieden met betrekking tot de vraag hoe aan de verplichtingen inzake het recht op voedsel moet worden voldaan,

–  gezien de in 2011 gepubliceerde studie van de FAO over voedselverlies en voedselverspilling wereldwijd, die exacte informatie bevat over de hoeveelheid voedsel die jaarlijks verloren gaat en verspild wordt,

–  gezien de in Rome gehouden tweede internationale conferentie over voeding van 19 tot 21 november 2014 en de slotdocumenten daarvan, te weten de verklaring van Rome betreffende voeding en het actiekader voor voedselzekerheid en voeding in aanslepende crises,

–  gezien het in 2009 door de G8 gelanceerde voedselzekerheidsinitiatief van L'Aquila,

–  gezien de Scaling Up Nutrition (SUN)-beweging, die beoogt de capaciteiten en bereidwilligheid van internationale belanghebbenden te gebruiken ter ondersteuning van door nationale regeringen geleide initiatieven en prioriteiten om ondervoeding aan te pakken,

–  gezien resolutie 65.6 over een uitgebreid implementatieplan inzake voeding voor moeders, zuigelingen en kleine kinderen, die in 2012 door de Algemene Vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHA) werd aangenomen,

–  gezien de tijdens Rio+20 gelanceerde Zero Hunger Challenge van de secretaris-generaal van de VN, waarin regeringen, het maatschappelijk middenveld, geloofsgemeenschappen, de particuliere sector en onderzoeksinstellingen ertoe worden opgeroepen zich te verenigen om een einde te maken aan de honger en de ergste vormen van ondervoeding uit te bannen,

–  gezien resolutie A/RES/70/259 van de Algemene Vergadering van de VN van 1 april 2016 met als titel "Het VN-decennium voor actie inzake voeding (2016-2025)", dat moet aanzetten tot krachtigere maatregelen om een einde te maken aan honger en ondervoeding in de wereld, en dat alle mensen ter wereld, ongeacht wie zij zijn of waar zij wonen, toegang tot moet bieden tot gezondere, duurzamere voeding,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015 met als titel "Onze wereld transformeren: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling",

–  gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals, SDG's) en de onderlinge verbondenheid en verwevenheid ervan, in het bijzonder SDG 1 (armoede in al haar vormen overal uitbannen), SDG 2 (honger uitbannen, voedselveiligheid tot stand brengen, de voeding verbeteren en duurzame landbouw bevorderen) en SDG 12 (duurzame consumptie- en productiepatronen verzekeren),

–  gezien het partnerschap van Busan voor doeltreffende ontwikkelingssamenwerking van 1 december 2011(1), en in het bijzonder punt 32, waarin staat dat "de centrale rol van de particuliere sector bij het stimuleren van innovatie, het creëren van welvaart, inkomen en werkgelegenheid, en het mobiliseren van binnenlandse middelen moet worden erkend om armoede te helpen bestrijden" (SDG 1),

–  gezien artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin is bepaald dat het externe optreden van de EU moet bijdragen aan doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling, mensenrechten en gelijkheid van mannen en vrouwen,

–  gezien artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin wordt bepaald dat de Unie in het beleid dat zij uitvoert en dat gevolgen kan hebben voor de ontwikkelingslanden rekening moet houden met de doelen van ontwikkelingssamenwerking,

–  gezien het Voedselbijstandsverdrag, dat op 13 november 2013 door de Europese Unie werd geratificeerd,

–  gezien het Global Nutrition for Growth Compact dat op de Nutrition for Growth-top in Londen op 8 juni 2013 werd bekrachtigd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2012 getiteld "De EU-aanpak inzake weerbaarheid: lessen uit de voedselzekerheidscrises" (COM(2012)0586),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 12 maart 2013 met als titel "Betere voeding voor moeders en kinderen in het kader van de buitenlandse hulp: een Europees beleidskader" (COM(2013)0141) en de conclusies van de Raad van 28 mei 2013 over voedsel- en voedingszekerheid in de buitenlandse hulp,

–  gezien het in 2014 door de Commissie aangenomen actieplan voor voeding – uiterlijk in 2025 7 miljoen minder kinderen van onder de vijf met een ontwikkelingsachterstand (SWD(2014)0234),

–  gezien het eerste voortgangsverslag over het actieplan voor voeding van de Commissie,

–  gezien het aan het Europees Parlement en de Raad gerichte verslag van de Commissie van 2 december 2014 met als titel "Tenuitvoerlegging van de beleidstoezeggingen van de EU inzake voedsel- en voedingszekerheid: eerste tweejaarlijkse verslag" (COM(2014)0712),

–  gezien de in maart 2016 gepubliceerde gezamenlijke mondiale evaluatie van de EU, de FAO en het Wereldvoedselprogramma (WFP) met als titel "Global analysis of food and nutrition security situation in food crisis hotspots",

–  gezien de vrijwillige richtsnoeren inzake het verantwoorde beheer van grondbezit, visserij en bosbouw in de context van nationale voedselzekerheid van het Comité voor Voedselzekerheid van 11 mei 2012,

–  gezien het actiekader voor voedselzekerheid en voeding in aanslepende crises(2),

–  gezien zijn resolutie van 7 juni 2016 over de nieuwe alliantie voor voedselzekerheid en voeding(3),

–  gezien zijn resolutie van 27 september 2011 betreffende een EU-beleidskader voor steun aan ontwikkelingslanden bij de aanpak van voedselzekerheidsproblemen(4),

–  gezien zijn resolutie van 27 november 2014 over ondervoeding bij kinderen in ontwikkelingslanden(5),

–  gezien zijn resolutie van 30 april 2015 over de expo 2015 in Milaan: Voedsel voor de planeet, energie voor het leven(6),

–  gezien het "Milan Urban Food Policy Pact" van 15 oktober 2015(7), dat is gepromoot door de gemeente Milaan, ondertekend door 113 steden uit de hele wereld en overhandigd aan de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon, en dat de centrale rol aantoont van steden bij de opstelling van beleidsmaatregelen inzake voedsel,

–  gezien de vraag aan de Commissie over de volgende stappen ter verwezenlijking van de mondiale doelstellingen en EU-toezeggingen op het gebied van voeding en voedselzekerheid in de wereld (O-000099/2016 – B8-0717/2016),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat SDG 2 en de daarmee samenhangende streefcijfers zijn bedoeld om uiterlijk in 2030 een einde te maken aan honger en ondervoeding, met name door kansen te creëren voor kleine boeren en hun productiviteit op te voeren en te komen tot duurzame en klimaatbestendige landbouw- en voedingssystemen die een wereldbevolking van naar verwachting 8,5 miljard mensen in 2030 van voedsel kunnen voorzien en tegelijkertijd de biodiversiteit, het milieu en de belangen en het welzijn van kleine boeren beschermen;

B.  overwegende dat kleine boeren via hun investeringen en productie de belangrijkste speler in de particuliere sector zijn op het gebied van landbouw, voedselzekerheid en voeding;

C.  overwegende dat het mensenrecht op voedsel slechts volledig kan worden bereikt wanneer armoede en ongelijkheid drastisch worden verminderd, gelijkheid wordt verzekerd en de bestendigheid tegen schokken wordt vergroot, in het bijzonder door op rechten gebaseerde sociale vangnetten in te voeren en de volledige participatie van kwetsbare groepen te garanderen en de toegang tot en het zeggenschap over land en het beheer van hulpbronnen en productiemiddelen voor kleine boeren en nomadische gemeenschappen te waarborgen;

D.  overwegende dat de industriële landbouwproductie tot hogere broeikasgasemissies en een toename van monocultuur heeft geleid, en daarmee ook tot een aanzienlijk verlies van biodiversiteit in de landbouw en een snellere erosie van de bodem, terwijl familielandbouwbedrijven en kleine boeren hebben bewezen dat zij gediversifieerde producten kunnen leveren en de voedselproductie duurzamer kunnen maken met behulp van agro-ecologische praktijken;

E.  overwegende dat weliswaar voortgang is geboekt bij het terugdringen van ondervoeding, maar dat deze voortgang te traag en te ongelijkmatig is; tevens overwegende dat 795 miljoen mensen momenteel niet voldoende voedsel hebben om een waardig, actief leven te leiden; overwegende dat één op de drie personen op een of andere manier ondervoed is;

F.  overwegende dat de Algemene Vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2012 haar goedkeuring heeft gehecht aan zes globale voedingsdoelstellingen, met name het aantal kinderen onder de vijf jaar met een groeiachterstand met 40 % terugdringen, bloedarmoede bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd met 50 % terugdringen, het aantal kinderen met een laag geboortegewicht met 30 % verminderen, een toename van overgewicht bij kinderen voorkomen, het aantal baby's dat gedurende de eerste zes levensmaanden uitsluitend borstvoeding krijgt, doen toenemen met minstens 50 % en het aantal kinderen met acute ondervoeding tot minder dan 5 % verminderen;

G.  overwegende dat borstvoeding de natuurlijkste en beste voedselbron is voor zuigelingen en kleine kinderen, met name in ontwikkelingslanden, maar dat vanwege gebrekkige praktijkkennis en culturele barrières nog steeds onvoldoende baby's borstvoeding krijgen;

H.  overwegende dat de EU op de Nutrition for Growth-top in 2013 heeft beloofd het aantal personen met groeiachterstand tegen 2025 met minstens 7 miljoen te verminderen en hiervoor 3,5 miljard EUR heeft toegezegd voor de periode 2014-2020;

I.  overwegende dat onvoldoende voedselinname tijdens de eerste 1 000 dagen van het leven van een kind cruciale gezondheids-, sociale en economische gevolgen heeft en overwegende dat een op de zes kinderen ter wereld ondergewicht heeft, 41 miljoen kinderen onder de vijf overgewicht heeft of zwaarlijvig is, en dat ondervoeding de oorzaak is van 45 % van de sterfgevallen van kinderen onder de vijf jaar, wat betekent dat er elk jaar nodeloos ongeveer 3 miljoen jonge levens verloren gaan; overwegende dat ongeveer 161 miljoen kinderen in de wereld aan chronische ondervoeding lijden;

J.  overwegende dat vrouwen vaak kwetsbaarder zijn voor ondervoeding, hetgeen verschillende ernstige gevolgen kan hebben en bijvoorbeeld hun productiviteit en hun vermogen om in het levensonderhoud van hun gezin te voorzien kan ondermijnen, waarmee een intergenerationele vicieuze cirkel van ondervoeding in stand wordt gehouden;

K.  overwegende dat de wereldbevolking in 2030 naar verwachting uit 8,5 miljard mensen zal bestaan;

L.  overwegende dat effectieve maatregelen om landroof in ontwikkelingslanden te bestrijden, onder meer via concrete mogelijkheden om de zekerheid van landbezit te waarborgen, van essentieel belang zijn om de wereldwijde doelstellingen te halen en de EU-verbintenissen inzake voeding en voedselzekerheid in de wereld;

M.  overwegende dat ondervoeding en een slecht voedingspatroon veruit de belangrijkste voor de mondiale ziektelast verantwoordelijke risicofactoren zijn;

N.  overwegende dat om ondervoeding te bestrijden een duurzaam landbouwbeleid moet worden uitgewerkt waarin prioriteit wordt gegeven aan gewasdiversificatie, teneinde voedzame levensmiddelen te kunnen leveren en voedingspatronen te kunnen diversifiëren; overwegende dat zeggenschap over, eigendom van en betaalbaarheid van zaaigoed in dat verband van essentieel belang is om de weerbaarheid van kleine boeren en familielandbouwbedrijven in het kader van voedselzekerheid te waarborgen;

O.  overwegende dat voorziening in het recht op voedsel onder meer afhankelijk is van de toegang tot land en andere productiemiddelen;

P.  overwegende dat handelsinvesteringsovereenkomsten een nadelig effect kunnen hebben op de voedselzekerheid en kunnen leiden tot ondervoeding, indien door verpachting of verkoop van vruchtbare grond aan particuliere investeerders de plaatselijke bevolking de toegang wordt ontnomen tot de productiebronnen die onmisbaar zijn voor hun voortbestaan, of grote hoeveelheden voedsel worden geëxporteerd en op internationale markten worden verkocht, waardoor het exporterende gastland sterker afhankelijk wordt van -en kwetsbaarder wordt voor- schommelingen van de grondstoffenprijzen op de internationale markten;

Q.  overwegende dat de productie van biobrandstof het wereldwijde voedingssysteem vanuit een nieuwe hoek onder druk zet, doordat ze mee concurreert om land en water;

R.  overwegende dat de onduurzame productie van vlees de voedselzekerheid nadelig beïnvloedt; overwegende dat een derde van alle granen ter wereld wordt gebruikt als diervoeder, terwijl de uitbreiding van weiden en voedergewassen een belangrijke oorzaak van ontbossing vormt, in het bijzonder in Zuid-Amerika(8);

S.  overwegende dat 240 miljoen mensen in 45 lagelonenlanden en/of door conflicten getroffen landen voedsel- of waternood ondervinden en 80 miljoen mensen door een voedselcrisis worden getroffen, onder wie 41,7 miljoen ten gevolge van de El Niño van 2016, de sterkste sinds decennia;

T.  overwegende dat volgens Unicef dagelijks 2 000 kinderen jonger dan vijf jaar reeds sterven aan ziektes die worden veroorzaakt door waterverontreiniging en dat de helft van de ziekenhuisbedden in de wereld wordt bezet door mensen die lijden aan ziektes die het gevolg zijn van kwalitatief slecht drinkwater;

U.  overwegende dat 70% van de wereldbevolking in 2050 in steden zal wonen en dat voeding tegen die tijd meer dan ooit een gecombineerde internationale en lokale aanpak zal vereisen;

V.  overwegende dat voedingszekerheid een cruciale voorwaarde is voor duurzame en inclusieve groei, aangezien de economische gevolgen van ondervoeding een verlies van ongeveer 10 % van het bbp per jaar kunnen veroorzaken, en overwegende dat elke dollar die wordt besteed aan voedingsinterventies op een hoger plan ("scaling up nutrition") een rendement van 16 dollar oplevert;

W.  overwegende dat de voedselsoevereiniteit van landen bedreigd wordt door de privatisering van zaaigoed via IER-clausules en door ggo's;

1.  bevestigt nogmaals het belang van werkelijk gecoördineerde en versnelde acties van mondiale, nationale en lokale overheids- en niet-overheids- en particuliere actoren, bijvoorbeeld via wetenschappelijke en industriële onderzoeksorganen, en van donoren, om ondervoeding aan te pakken en zo te voldoen aan de Agenda 2030 en SDG 2, namelijk het uitbannen van honger, te halen; dringt er bij de internationale gemeenschap, de EU en de ontwikkelingslanden op aan om hun voedingsstrategieën niet louter te baseren op de calorie-inname en het voorschrijven van geneesmiddelen (zoals voedingssupplementen), maar om in plaats daarvan de onderliggende oorzaken van honger en ondervoeding aan te pakken, waarbij de nadruk dient te liggen op het verband tussen landbouw, voeding en gezondheid;

2.  stelt vast dat kinderen in ontwikkelingslanden die borstvoeding krijgen 15 maal minder vaak aan longontsteking en 11 maal minder aan diarree sterven dan kinderen die geen borstvoeding krijgen;

3.  verzoekt de Commissie, de Raad, de lidstaten en de internationale gemeenschap, alsook de regeringen van ontwikkelingslanden, onmiddellijk financiële langetermijninvesteringen voor voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw ter beschikking te stellen en de voedsel- en voedingszekerheid te verhogen door middel van verbeterde governance en verantwoordingsplicht, systemisch en op rechten gebaseerd en gendergevoelig beleid dat enerzijds verband houdt met voedsel en voeding, duurzame landbouw, gebruik van en toegang tot natuurlijke hulpbronnen, water, sanitaire voorzieningen en hygiëne en anderzijds met de invoering en uitbreiding van inclusieve op rechten gebaseerde sociale vangnetten, in het bijzonder voor de kwetsbaarste en meest kansarme groepen;

4.  wijst erop dat de systemische problemen die aan de basis liggen van slechte voeding in al zijn vormen moeten worden aangepakt; merkt tot zijn bezorgdheid op dat de bevordering van exportgerichte landbouw in het verleden ten koste ging van familielandbouwbedrijven die voedselgewassen produceerden voor de plaatselijke bevolking; is van mening dat nieuwe investeringen in de plaatselijke voedselproductie, met bijzondere aandacht voor kleinschalige voedselproducenten en agro-ecologische praktijken, een essentiële voorwaarde vormen voor het welslagen van voedingsstrategieën; acht het net zo essentieel om een stelsel voor sociale bescherming op te zetten om ervoor te zorgen dat iedereen altijd toegang heeft tot voedzaam eten;

5.  merkt met bezorgdheid op dat een derde van de wereldwijde voedselproductie – ongeveer 1,3 miljard ton – wordt verspild; merkt op dat de grootste verspilling plaatsvindt in Noord-Amerika en Oceanië, waar bijna 300 kg voedsel per persoon wordt verspild; merkt op dat in de EU jaarlijks in totaal 88 miljoen ton voedselafval wordt geproduceerd, terwijl wereldwijd 842 miljoen mensen, oftewel 12 % van de wereldbevolking, honger lijden; benadrukt dat alle voedselsystemen moeten worden aangepast om te verhinderen dat voedsel verloren gaat of wordt verspild;

6.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om bij hun activiteiten aandacht te schenken aan de samenhang van het ontwikkelingsbeleid en om bijgevolg rekening te houden met de gevolgen van hun handels-, landbouw-, energie- en ander beleid voor de wereldwijde voedselzekerheid;

7.  betreurt ten zeerste de landroof door buitenlandse investeerders, die vooral plaatselijke kleinschalige landbouwers treft en die leidt tot voedselonzekerheid en armoede op lokaal, regionaal en nationaal niveau;

8.  verzoekt de internationale gemeenschap en de EU om met andere landen samen te werken en zo contextspecifieke, haalbare en robuuste nationale streefdoelen uit te werken die stroken met de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, teneinde groeiachterstand en ondervoeding te beperken; verzoekt de Commissie en de EU-delegaties om gecoördineerde, door het betrokken land geleide voedings- en voedselzekerheidsstrategieën en -benaderingen te bevorderen en partnerlanden aan te moedigen om het toezicht op en de verantwoording voor deze strategieën en benaderingen te verbeteren;

9.  roept de EU en de internationale gemeenschap op wereldwijd een "recht op borstvoeding" te promoten en dit thema ook in campagnes ter bevordering van de gezondheid van moeder en kind meer te benadrukken;

10.  verzoekt de lidstaten en de EU-instellingen er alles aan te doen om het Europese publiek bewuster te maken van het aanhoudende wereldwijde probleem van ondervoeding, dat met name kinderen en vrouwen treft;

11.  onderstreept dat lokale voedselproductie prioriteit moet krijgen bij acties tegen ondervoeding en benadrukt hoe belangrijk het is om kleine boeren en boerinnen als voedselproducenten te ondersteunen; verzoekt de EU om ontwikkelingslanden en kleine landbouwers te ondersteunen bij de ontwikkeling van en toegang tot lokale markten, lokale waardeketens en lokale faciliteiten voor voedselverwerking, zulks in combinatie met op ondersteuning van deze inspanningen gericht handelsbeleid als onderdeel van haar mondiale voedingsstrategie;

12.  wijst erop dat, in een context van door monocultuur gekenmerkte conventionele landbouw, de overgang van een gediversifieerde gewasproductie naar een vereenvoudigde productie op basis van graan in veel ontwikkelingslanden heeft geleid tot ondervoeding door een gebrek aan vitaminen en mineralen; roept de EU op om zich, overeenkomstig de aanbevelingen van de speciale rapporteur van de VN voor het recht op voedsel, in te zetten voor een fundamentele verschuiving naar agro-ecologie als een manier voor landen om zichzelf te voeden en de voeding te verbeteren en tegelijk de uitdagingen op het gebied van klimaatverandering en armoede aan te pakken; verzoekt de EU en de regeringen van ontwikkelingslanden met name om genetische gewasdiversiteit te ondersteunen, bijvoorbeeld door plaatselijke uitwisselingssystemen voor zaaigoed op te zetten, regelgeving inzake zaaigoed uit te werken die strookt met het Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en te investeren in een brede waaier van voedzame, plaatselijke seizoensgewassen, in overeenstemming met de culturele waarden;

13.  wijst erop dat landroof ten gevolge van grootschalige landaankopen in ontwikkelingslanden een nieuwe bedreiging vormt voor de voedselveiligheid en de voeding; verzoekt de Commissie om concrete maatregelen tegen landroof te nemen en een actieplan uit te werken om landroof tegen te gaan en een effectieve tenuitvoerlegging van de FAO-richtsnoeren inzake landbezit te verzekeren;

14.  dringt er bij de EU op aan om, in overeenstemming met het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid, overheidsstimulansen voor de productie van biobrandstoffen op basis van gewassen weg te nemen;

15.  benadrukt dat in feite nog steeds te weinig wordt geïnvesteerd in voeding en dat specifiek op voeding gerichte interventies in 2014 slechts 0,57 % van de mondiale officiële ontwikkelingshulp kregen, waardoor aan slechts 1,4 % van de totale behoeften werd voldaan;

16.  verwacht dat de Commissie haar belofte nakomt om 3,5 miljard EUR te investeren om het aantal personen met groeiachterstand tegen 2025 met minstens 7 miljoen te verminderen; wijst erop dat van de toegezegde 3,5 miljard EUR slechts 400 miljoen EUR zijn gewijd aan de ondersteuning van specifiek op voeding gerichte interventies, terwijl de overige 3,1 miljard EUR zijn voorzien voor voedingsgevoelige interventies, die gericht zijn op verbonden kwesties zoals landbouw, voedselzekerheid, gender, water, sanitaire voorzieningen, hygiëne en onderwijs, maar niet noodzakelijk de onmiddellijke oorzaken van ondervoeding bij kinderen rechtstreeks aanpakken;

17.  benadrukt dat groeiachterstand, gemeten als een kind dat te klein is voor zijn leeftijd, waarbij onvoldoende voeding en herhaalde infecties tijdens de eerste 1 000 dagen van zijn leven een normale groei en ontwikkeling verhinderen, een van de belangrijkste belemmeringen van menselijke ontwikkeling is;

18.  vraagt de Commissie en de Raad om ervoor te zorgen dat de EU politiek leiderschap toont en op mondiaal en regionaal niveau een nieuwe impuls geeft om duidelijke en ambitieuze internationaal overeengekomen voedingsdoelstellingen te bereiken; dringt er bij de EU-delegaties en de Commissie op aan in samenwerking met partnerlanden gecoördineerde, door het betrokken land geleide voedings- en voedselzekerheidsstrategieën te bevorderen en tegelijkertijd de globale voedingsdoelstellingen in alle relevante ontwikkelingsprogramma's en landenstrategieën te integreren;

19.  verzoekt de EU om duurzame voedselproductiesystemen te verzekeren en veerkrachtige landbouwpraktijken in te voeren die de productiviteit en de productie verhogen, teneinde handelsverstoringen op de wereldwijde landbouwmarkten te voorkomen in overeenstemming met het mandaat van de Doha-ontwikkelingsronde en de zwaarst getroffen landen in de wereldwijde handelsmarkt te integreren om voedselonzekerheid aan te pakken;

20.  is van mening dat bij de herziening van het financieel kader van de Unie rekening moet worden gehouden met het feit dat voedselveiligheid en voedselzekerheid de komende jaren een uitdaging zullen vormen, vanwege de toenemende druk op de beschikbare hulpbronnen; wijst erop dat dit kan worden aangegrepen om ondervoeding te bestrijden, zowel in derde landen als in de lidstaten;

21.  erkent dat naast groeiachterstand ook andere uitingen van ondervoeding, zoals acute ondervoeding (laag gewicht ten opzichte van de grootte) en tekort aan vitaminen en mineralen door duurzaam landbouwbeleid en gezondheidszorg moeten worden aangepakt; wijst erop dat acute ondervoeding in Zuid-Azië, met bijna 15 % van de bevolking die erdoor wordt getroffen, zo ernstig is dat het een kritiek probleem voor de volksgezondheid dreigt te worden;

22.  benadrukt dat humanitaire hulp om het probleem van acute ondervoeding aan te pakken gepaard moet gaan met strategieën van de Commissie die humanitaire en ontwikkelingsinterventies verbinden; dringt er bij de Commissie op aan een bijdrage van ontwikkelingsprogramma's aan een recent gespecificeerde belofte en doelstelling vast te leggen om acute ondervoeding bij kinderen onder de vijf jaar onmiddellijk en effectief aan te pakken;

23.  onderstreept hoe belangrijk het is programma's voor voedingsvoorlichting ingang te doen vinden op scholen en in lokale gemeenschappen;

24.  vraagt de Commissie een duidelijk beleidskader op te stellen om, in overeenstemming met de nationale, regionale en internationale verbintenissen, meer steun te verlenen aan nationale sociale vangnetten die in een aantal landen hebben bewezen van cruciaal belang te zijn om de weerbaarheid te verhogen en ondervoeding te verminderen;

25.  benadrukt dat het geven van borstvoeding, de natuurlijkste en beste voedselbron voor pasgeborenen en jonge kinderen, gestimuleerd moet worden, door vrouwen daadwerkelijk te steunen en een goede voedselvoorziening en goede arbeidsomstandigheden voor vrouwen te waarborgen en te voorzien in sociale netwerken en gezinsondersteuning en ervoor te zorgen dat vrouwen recht hebben op betaald moederschapsverlof;

26.  benadrukt dat naar schatting een bijkomende investering van 7 miljard USD per jaar nodig is om de globale doelstellingen op het vlak van groeiachterstand, bloedarmoede bij vrouwen en borstvoeding te halen, waarbij dergelijke investering zou leiden tot het redden van het leven van 3,7 miljoen kinderen, minstens 65 miljoen kinderen met groeiachterstand minder en 265 miljoen vrouwen met bloedarmoede minder dan in 2015;

27.  vraagt de Commissie meer leiderschap te tonen op het vlak van voedsel- en voedingszekerheid door haar beloften op een hoger niveau te tillen door middel van een bijkomende toezegging van 1 miljard EUR voor specifiek op voeding gerichte interventies teneinde de voedingsdoelstellingen van de Algemene Vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie en de SDG's te halen, door een duidelijke strategie uit te werken waarin is vastgelegd hoe zij deze doelstellingen denkt toe te passen en te integreren in haar plannen en haar beleid en door een duidelijk stappenplan te verstrekken voor de toewijzing van de toegezegde fondsen voor de periode 2016-2020;

28.  verzoekt de Commissie en de donoren van Scaling-up Nutrition (SUN) om regelmatig verslag uit te brengen over de vorderingen ten aanzien van de verbintenissen in het kader van voeding voor groei, op basis van een gemeenschappelijke methodologische aanpak voor het traceren van middelen, zoals in 2013 in Lusaka werd overeengekomen door het SUN-netwerk;

29.  wijst erop dat al het EU-beleid moet stroken met het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid; verzoekt daarom om binnen het handels- en ontwikkelingsbeleid van de EU de politieke en economische beleidsruimte van ontwikkelingslanden te eerbiedigen zodat zij de nodige beleidsmaatregelen kunnen treffen ter bevordering van duurzame ontwikkeling en een waardig leven voor hun bevolking, onder meer via voedselsoevereiniteit, waarbij het recht van plaatselijke voedselproducenten op zeggenschap over hun eigen land, zaaigoed en water wordt geëerbiedigd en privatisering van natuurlijke hulpbronnen niet is toegestaan;

30.  vraagt dat specifieke indicatoren voor de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan worden ontwikkeld, met inbegrip van indicatoren voor het traceren van voedingsgevoelige en specifiek op voeding gerichte uitgaven door de basisvoedingscode van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand (DAC) van de OESO te herdefiniëren en een DAC-teken voor voedingsgevoelige interventies te ontwikkelen; dringt er in dat verband op aan om strikte toezichts- en verantwoordingsmaatregelen vast te stellen teneinde de transparantie te verzekeren en de vorderingen effectief te kunnen volgen;

31.  verzoekt de Commissie om kleine boeren te ondersteunen zodat zij meer veerkrachtige en productieve landbouwpraktijken (die klimaatvriendelijk en agro-ecologisch verantwoord moeten zijn) kunnen uitproberen en toepassen die de achteruitgang van het milieu helpen tegengaan en de betrouwbaarheid en geschiktheid van bestaansmiddelen uit de landbouw helpen verbeteren, hetgeen noodzakelijk is voor een grotere voedselzekerheid en betere voeding;

32.  benadrukt dat het recht op water een aanvulling vormt op het recht op voedsel en dat de resolutie van de VN van 2010 nog niet heeft geleid tot ingrijpende maatregelen om het mensenrecht op water te waarborgen;

33.  wijst op het belang van samenwerking met landbouwers op het gebied van betaalbare, aan plaatselijke omstandigheden aangepaste, verbeterde soorten gewassen, en op het belang van ontwikkeling van een veerkrachtige en flexibele productiecapaciteit voor zaaigoed, die in binnenlandse handen is, autonoom is en voor haar voortbestaan niet afhankelijk is van externe financiering;

34.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om bij de nakoming van hun verplichtingen op het gebied van voeding en voedselzekerheid in de wereld geen steun te verlenen aan genetisch gemodificeerde gewassen;

35.  vraagt de Commissie en andere donoren het verzamelen van voedingsgevoelige uitgesplitste en alomvattende gegevens te verbeteren zodat maatregelen voortaan beter kunnen worden gericht;

36.  wijst op de noodzaak van een holistische aanpak van ondervoeding, met maatregelen die diverse sectoren van de economie en de samenleving bestrijken; onderstreept daarom het belang van partnerschappen met meerdere belanghebbenden en de essentiële rol die de particuliere sector kan spelen om de voedselzekerheid te verbeteren en specifiek op voeding gerichte interventies naar een hoger niveau te tillen, in het bijzonder door te innoveren en te investeren in duurzame landbouw en de sociale, economische en milieupraktijken in de landbouw- en voedselsystemen te verbeteren;

37.  verzoekt de Commissie om bij de uitbanning van ondervoeding een voortrekkersrol te blijven spelen onder de donoren, door meer inspanningen te leveren om haar verbintenissen na te komen en zich uit te spreken voor een moment waarop de vorderingen ten aanzien van de verbintenissen van Nutrition for Growth van 2013 kunnen worden getoetst en aanvullende toezeggingen kunnen worden gedaan om de financieringskloof op het gebied van voeding te dichten;

38.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de Afrikaanse Unie, de FAO en de Wereldgezondheidsorganisatie.

(1) http://www.oecd.org/development/effectiveness/49650173.pdf
(2) FAO (2015) actiekader voor voedselzekerheid en voeding in aanslepende crises.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0247.
(4) PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 75.
(5) PB C 289 van 9.8.2016, blz. 71.
(6) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 88.
(7) http://www.foodpolicymilano.org/wp-content/uploads/2015/10/Milan-Urban-Food-Policy-Pact-EN.pdf
(8) Bronnen: Verslag van de speciale rapporteur van de VN inzake het recht op voedsel, Olivier de Schutter, 24 januari 2014, http://www.srfood.org/images/stories/pdf/officialreports/20140310_finalreport_en.pdf

Juridische mededeling - Privacybeleid