Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2930(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1124/2016

Ingediende teksten :

B8-1124/2016

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0410

Aangenomen teksten
PDF 250kWORD 46k
Woensdag 26 oktober 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Besluit om geen bezwaar te maken tegen een gedelegeerde handeling: technische reguleringsnormen met betrekking tot risicolimiteringstechnieken voor bepaalde otc-derivatencontracten
P8_TA(2016)0410B8-1124/2016

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 4 oktober 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters ten aanzien van technische reguleringsnormen met betrekking tot risicolimiteringstechnieken voor niet door een centrale tegenpartij geclearde otc-derivatencontracten (C(2016)06329 – 2016/2930(DEA))

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2016)06329),

–  gezien de brief van de Commissie van 4 oktober 2016, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken van 13 oktober 2016 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters(1) (verordening Europese marktinfrastructuur - EMIR),en met name artikel 11, lid 15,

–  gezien artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(2), van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie(3), en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(4),

–  gezien de ontwerpen van technische reguleringsnormen, krachtens artikel 11, lid 15, van Verordening (EU) nr. 648/2012 op 8 maart 2016 ingediend door de Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA's – de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten),

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien er geen bezwaar werd gemaakt binnen de in artikel 105, lid 6, derde en vierde streepje, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 25 oktober 2016 verstreek,

A.  overwegende dat in de EMIR vereisten voor clearing en bilateraal risicobeheer met betrekking tot over-the-counter ("otc")-derivatencontracten, rapportagevereisten met betrekking tot derivatencontracten en uniforme vereisten voor de uitvoering van de activiteiten van centrale tegenpartijen ("CTP's") en transactieregisters worden vastgesteld;

B.  overwegende dat in artikel 11, lid 15, van de EMIR is bepaald dat de ESAs ontwerpen van technische reguleringsnormen opstellen, waarin de risicobeheerprocedures worden gespecifieerd, inclusief de niveaus en de categorie zekerheden en scheidingsregelen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 11, lid 3, van de EMIR; overwegende dat daarnaast is bepaald dat de ESAs de procedures opstellen die de tegenpartijen en de betrokken bevoegde autoriteiten moeten volgen voor het aanvragen van vrijstellingen in de zin van de leden 6 en 10 van artikel 11 van de EMIR, alsook de toepasselijke criteria als bedoeld in de leden 5 tot en met 10 van artikel 11 van de EMIR, met name ter bepaling van hetgeen moet worden beschouwd als praktische of juridische belemmeringen voor de onmiddellijke overboeking van eigen vermogen of de terugbetaling van passiva tussen de tegenpartijen;

C.  overwegende dat de Commissie op grond van artikel 11, lid 15, van de EMIR de bevoegdheid heeft om deze technische reguleringsnormen vast te stellen, afhankelijk van het juridisch karakter van de tegenpartij, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van zowel Verordening (EU) nr. 1093/2010 (de EBA-verordening) als Verordening (EU) nr. 1094/2010 (de EIOPA-verordening) en Verordening (EU) nr. 1095/2010 (de ESMA-verordening);

D.  overwegende dat het Bazels Comité voor bankentoezicht en de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (IOSCO) in september 2013 een gemeenschappelijk globaal kader hebben gepubliceerd waarin zij marginvereisten voor niet-centraal geclearde derivaten hebben vastgesteld, en dat zij dit kader in maart 2015 hebben herzien;

E.  overwegende dat de ESAs de ontwerpen van technische reguleringsnormen op 8 maart 2016 hebben ingediend;

F.  overwegende dat de Commissie de ESAs op 28 juli 2016 op de hoogte heeft gebracht van haar voornemen om de ontwerpen van technische reguleringsnormen goed te keuren, onder voorbehoud van enkele wijzigingen in overeenstemming met artikel 10, lid 1, van de EBA-, EIOPA- en ESMA-verordeningen;

G.  overwegende dat de ESAs op 8 september 2016 een formeel advies bij de Commissie hebben ingediend, in overeenstemming met artikel 10, lid 1, van de EBA-, EIOPA- en ESMA-verordeningen, alsook gewijzigde ontwerpen van reguleringsnormen;

H.  overwegende dat de Commissie de gedelegeerde verordening op 4 oktober 2016 heeft vastgesteld;

I.  overwegende dat de gedelegeerde verordening aan het einde van de aan Parlement en Raad toegekende toetsingstermijn in werking kan treden als Parlement noch Raad daartegen bezwaar heeft aangetekend, of als zowel Parlement als Raad voor het verstrijken van deze periode de Commissie hebben meegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken;

J.  overwegende dat de periode waarin op grond van artikel 13, lid 1, van de EBA-, EIOPA- en ESMA-verordeningen bezwaar kan worden aangetekend drie maanden bedraagt, vanaf de datum van kennisgeving van de ontwerpen van technische reguleringsnormen; overwegende dat deze periode dus op 4 januari 2017 verstrijkt;

K.  overwegende dat er een internationaal akkoord werd bereikt over het tijdschema voor de implementatie van de marginvereisten voor niet centraal geclearde derivaten (Bazels Comité voor bankentoezicht en IOSCO); overwegende dat de Unie de overeengekomen datum van 1 september 2016 voor de eerste fase van de implementatie heeft gemist, maar nog steeds regels kan invoeren tegen de tweede deadline van 1 maart 2017, wanneer een grote groep financiële tegenpartijen en niet-financiële groepen van start gaat met het uitwisselen van margins;

L.  overwegende dat de verklaring geen bezwaar te maken daarom best zo snel mogelijk gebeurt, teneinde de Unie in staat te stellen haar internationale beloften na te komen en de tegenpartijen voldoende tijd te geven om zich op de nieuwe vereisten voor te bereiden; overwegende dat deze aanpak de rechtszekerheid voor marktdeelnemers snel zal vergroten, zowel in de Unie als in derde landen;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.
(2) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.
(3) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

Juridische mededeling - Privacybeleid