Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0823(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0035/2017

Ingediende teksten :

A8-0035/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2017 - 8.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0023

Aangenomen teksten
PDF 248kWORD 42k
Dinsdag 14 februari 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten sluit *
P8_TA(2017)0023A8-0035/2017

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 februari 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten (15778/2016 – C8-0007/2017 – 2016/0823(CNS))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van de Raad (15778/2016),

–  gezien artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en artikel 9 van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0007/2017),

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(1), en met name artikel 26, lid 1, onder a), op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0007/2017),

–  gezien Besluit 2009/934/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsregels voor de betrekkingen van Europol met partners, inclusief de uitwisseling van persoonsgegevens en gerubriceerde informatie(2), met name de artikelen 5 en 6,

–  gezien Besluit 2009/935/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten(3), zoals gewijzigd bij Besluit 2014/269/EU van de Raad,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie en de eerste minister van Denemarken van 15 december 2016, waarin niet alleen de operationele behoeften worden benadrukt, maar ook het feit dat de geplande overeenkomst tussen Europol en Denemarken uitzonderlijk van aard is en een overgangskaraker heeft,

–  gezien voornoemde verklaring, waarin wordt benadrukt dat de geplande regeling alleen in werking kan treden onder de volgende voorwaarden: voortgezet lidmaatschap van Denemarken van de Unie en van de Schengenzone, de verplichting van Denemarken om Richtlijn (EU) 2016/680(4) betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens vóór 1 mei 2017 volledig om te zetten in de Deense wetgeving, instemming van Denemarken wat betreft de erkenning van de rechtsmacht van het Europees Hof van Justitie, en de bevoegdheid van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

–  gezien Protocol nr. 22 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de uitkomst van het Deense referendum van 3 december 2015 in relatie tot Protocol nr. 22 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 78, onder c, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0035/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  verzoekt de Raad om in de toekomstige regeling tussen Europol en Denemarken een vervaldatum op te nemen van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding ervan, zodat gewaarborgd wordt dat de regeling een overgangskaraker heeft met het oog op volwaardig lidmaatschap of sluiting van een internationale overeenkomst in overeenstemming met artikel 218 VWEU;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan Europol.

(1) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(2) PB L 325 van 11.12.2009, blz. 6.
(3) PB L 325 van 11.12.2009, blz. 12.
(4) Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

Juridische mededeling - Privacybeleid