Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/0148(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0003/2017

Ingediende teksten :

A8-0003/2017

Debatten :

PV 13/02/2017 - 13
CRE 13/02/2017 - 13
PV 05/02/2018 - 22
CRE 05/02/2018 - 22

Stemmingen :

PV 15/02/2017 - 7.7
CRE 15/02/2017 - 7.7
Stemverklaringen
PV 06/02/2018 - 5.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0035
P8_TA(2018)0024

Aangenomen teksten
PDF 760kWORD 101k
Woensdag 15 februari 2017 - Straatsburg
Kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen ***I
P8_TA(2017)0035A8-0003/2017

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 15 februari 2017 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen (COM(2015)0337 – C8-0190/2015 – 2015/0148(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad15 is een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie vastgesteld teneinde de emissies van broeikasgassen op een kosteneffectieve en economisch efficiënte wijze te verminderen.
(1)  Bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad15 is een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie vastgesteld teneinde de emissies van broeikasgassen op een kosteneffectieve en economisch efficiënte wijze te verminderen en de industrie in de Unie op duurzame wijze bestand te maken tegen het risico op koolstoflekkage en het wegvloeien van investeringen.
__________________
__________________
15 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
15 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  De Europese Raad van oktober 2014 heeft zich ertoe verbonden de totale broeikasgasemissies van de Unie tegen 2030 met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van 1990. Alle bedrijfstakken van de economie moeten bijdragen aan het behalen van die emissiereducties en de doelstelling zal op de meest kosteneffectieve wijze worden bereikt via de regeling van de Unie voor de handel in emissierechten (EU Emission Trading System, EU-ETS), met tegen 2030 een vermindering met 43 % ten opzichte van 2005. Dat is bevestigd in de voorgenomen nationaal vastgestelde reductieverbintenis van de Unie en haar lidstaten die op 6 maart 2015 bij het secretariaat van het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering is ingediend16.
(2)  De Europese Raad van oktober 2014 heeft zich ertoe verbonden de totale broeikasgasemissies van de Unie tegen 2030 met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van 1990. Alle bedrijfstakken van de economie moeten bijdragen aan het behalen van die emissiereducties en de doelstelling dient op de meest kosteneffectieve wijze te worden bereikt via de regeling van de Unie voor de handel in emissierechten (EU Emission Trading System, EU-ETS), met tegen 2030 een vermindering met 43 % ten opzichte van 2005. Dat is bevestigd in de voorgenomen nationaal vastgestelde reductieverbintenis van de Unie en haar lidstaten die op 6 maart 2015 bij het secretariaat van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) is ingediend. De inspanningen met betrekking tot het verminderen van emissies moeten eerlijk worden verdeeld onder de bedrijfstakken die onder de EU-ETS vallen.
__________________
16 http://www4.unfccc.int/submissions/indc/Submission%20Pages/submissions.aspx
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)   Teneinde te voldoen aan de overeengekomen toezegging om alle bedrijfstakken van de economie te doen bijdragen aan de verwezenlijking van de voor 2030 nagestreefde vermindering van de totale broeikasgasemissies van de Unie met ten minste 40 % ten opzichte van het niveau van 1990, is het van belang dat de EU-ETS, die weliswaar het primaire instrument van de Unie vormt om de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor de lange termijn te realiseren, wordt aangevuld met gelijkwaardige aanvullende acties op basis van andere rechtshandelingen en -instrumenten inzake broeikasgasemissies die afkomstig zijn van bedrijfstakken die niet onder de EU-ETS vallen.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 ter (nieuw)
(2 ter)   Uit hoofde van de overeenkomst die op 12 december 2015 in Parijs is aangenomen op de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (de "Overeenkomst van Parijs") zijn landen verplicht beleidsmaatregelen uit te werken om meer dan 180 voorgenomen nationaal vastgestelde bijdragen (INDC's) te verwezenlijken die zo'n 98 % van de wereldwijde broeikasgasemissies omvatten. De Overeenkomst van Parijs is erop gericht de stijging van de gemiddelde mondiale temperatuur ruim onder 2 °C boven het pre-industriële niveau te houden en zich verder in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Naar alle verwachting zullen vele van deze beleidsmaatregelen koolstofbeprijzing of gelijkaardige maatregelen inhouden, en daarom moet er in deze richtlijn een herzieningsclausule worden vastgesteld om de Commissie in voorkomend geval in staat te stellen een voorstel te doen voor strengere emissiereducties na de eerste inventarisering in het kader van de Overeenkomst van Parijs in 2023, alsook voor een aanpassing van de bepalingen met betrekking tot transitionele koolstoflekkage om rekening te houden met de ontwikkeling van de koolstofbeprijzingsmechanismen buiten de Unie, en voor bijkomende beleidsmaatregelen en -instrumenten om de toezeggingen van de Unie en haar lidstaten inzake de vermindering van broeikasgasemissies te versterken. De herzieningsclausule moet er tevens voor zorgen dat er binnen de zes maanden na de faciliterende dialoog in het kader van het UNFCCC in 2018 een mededeling wordt aangenomen waarin wordt beoordeeld of de wetgeving van de Unie inzake klimaatverandering aansluit bij de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 quater (nieuw)
(2 quater)   Volgens de Overeenkomst van Parijs en in overeenstemming met de verbintenissen van de medewetgevers als weergegeven in Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad1 ter moeten alle bedrijfstakken van de economie verplicht bijdragen aan de vermindering van de emissiewaarden voor koolstofdioxide (CO2). In dit verband wordt er via de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) gewerkt aan het beperken van de internationale maritieme emissies, een ontwikkeling die moet worden aangemoedigd, met als doel een duidelijk IMO-actieplan voor het nemen van klimaatbeleidsmaatregelen vast te stellen om de CO2-emissies van de scheepvaart op mondiaal niveau te verminderen. De vaststelling van duidelijke streefcijfers voor de vermindering van de internationale maritieme emissies via de IMO is zeer urgent geworden en is voor de Unie een absolute voorwaarde voor het al dan niet nemen van verdere maatregelen om de maritieme bedrijfstak in de EU-ETS op te nemen. Indien een dergelijke overeenkomst echter niet wordt bereikt tegen het einde van 2021 moet de bedrijfstak worden opgenomen in de EU-ETS en moet er een fonds worden ingesteld voor bijdragen van scheepsexploitanten en collectieve naleving met betrekking tot CO2-emissies die al onder het EU-systeem voor monitoring, rapportage en verificatie (MRV-systeem) vallen als vastgelegd in Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad1 quater (emissies die worden uitgestoten in Unie-havens en tijdens reizen van en naar deze havens). Een deel van de opbrengsten van de veiling van emissierechten aan de maritieme bedrijfstak moet worden gebruikt ter verbetering van energie-efficiëntie en ter ondersteuning van investeringen in innovatieve technologieën voor het verminderen van CO2-emissies in de maritieme bedrijfstak, met inbegrip van de korte vaart en havens.
__________________
1 bis Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 63).
1 ter Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 136).
1 quater Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).
Amendement 143
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  De Europese Raad heeft bevestigd dat een goed functionerende, hervormde EU-ETS met een instrument om de markt te stabiliseren het belangrijkste Europese instrument zal zijn om die doelstelling te bereiken, met een jaarlijkse reductiefactor van 2,2 % vanaf 2021, terwijl de kosteloze toewijzing niet afloopt, maar de bestaande maatregelen na 2020 blijven bestaan om het risico op koolstoflekkage ten gevolge van het klimaatbeleid tegen te gaan zolang er in andere grote economieën geen vergelijkbare inspanningen worden geleverd en zonder het aandeel van de te veilen rechten te verkleinen. Om de planningszekerheid wat investeringsbeslissingen betreft, te verhogen, de transparantie te vergroten en het systeem in zijn geheel eenvoudiger en gemakkelijker te begrijpen te maken, moet in de wetgeving het aandeel dat wordt geveild als een percentage worden uitgedrukt.
(3)  Een goed functionerende, hervormde EU-ETS en een verbeterd instrument om de markt te stabiliseren zullen de belangrijkste Europese instrumenten zijn om die doelstelling te bereiken, met een jaarlijkse reductiefactor van 2,2% vanaf 2021, terwijl de kosteloze toewijzing niet afloopt, maar er na 2020 maatregelen blijven bestaan om het risico op koolstoflekkage ten gevolge van het klimaatbeleid tegen te gaan zolang er in andere grote economieën geen vergelijkbare inspanningen worden geleverd. Om de planningszekerheid wat investeringsbeslissingen betreft, te verhogen, de transparantie te vergroten, het systeem in zijn geheel eenvoudiger en gemakkelijker te begrijpen te maken en de bedrijfstakken die het grootste risico op koolstoflekkage lopen te beschermen tegen de toepassing van een transsectorale correctiefactor, moet in de wetgeving het aandeel dat wordt geveild als een percentage worden uitgedrukt en moet dit percentage afnemen bij toepassing van een transsectorale correctiefactor. Deze bepalingen moeten regelmatig worden geëvalueerd aan de hand van de Overeenkomst van Parijs en moeten indien nodig dienovereenkomstig worden aangepast om te voldoen aan de klimaatverplichtingen van de Unie uit hoofde van die overeenkomst.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)   De minst ontwikkelde landen (MOL's) zijn bijzonder kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering en zijn slechts in zeer geringe mate verantwoordelijk voor de emissie van broeikasgassen. Daarom moet bijzondere prioriteit worden gegeven aan de behoeften van de MOL's door EU-ETS-rechten te gebruiken voor de financiering van klimaatactie, in het bijzonder voor de aanpassing aan de effecten van klimaatverandering via het Groene Klimaatfonds van het UNFCCC.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Het is een essentiële prioriteit van de Unie om een veerkrachtige energie-unie tot stand te brengen om haar burgers betrouwbare, duurzame, concurrerende en betaalbare energie te verstrekken. Om dat te bereiken, is een voortzetting van de ambitieuze klimaatactie nodig, met de EU-ETS als de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid, en vooruitgang op andere vlakken van de energie-unie17. De uitvoering van de in het beleidskader 2030 besloten ambitie draagt bij tot de vaststelling van een zinvolle koolstofprijs en tot het verder stimuleren van kosteneffectieve broeikasgasemissiereducties.
(4)  Het is een essentiële prioriteit van de Unie om een veerkrachtige energie-unie tot stand te brengen om haar burgers en bedrijfstakken betrouwbare, duurzame, concurrerende en betaalbare energie te verstrekken. Om dat te bereiken, is een voortzetting van de ambitieuze klimaatactie nodig, met de EU-ETS als de hoeksteen van het klimaatbeleid van de Unie, en vooruitgang op andere vlakken van de energie-unie17. Er moet rekening worden gehouden met de interactie tussen de EU-ETS en andere beleidsmaatregelen inzake klimaat en energie op Unie- en nationaal niveau die van invloed zijn op de vraag naar EU-ETS-rechten. De uitvoering van de in het beleidskader 2030 besloten ambitie en een adequate benadering van de vorderingen met betrekking tot andere aspecten van de energie-unie dragen bij tot de vaststelling van een zinvolle koolstofprijs en tot het verder stimuleren van kosteneffectieve broeikasgasemissiereducties.
__________________
__________________
17 COM(2015)0080, "Een kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering".
17 COM(2015)0080, "Een kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering".
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)   Ambitie op het gebied van energie-efficiëntie die groter is dan het door de Raad goedgekeurde streefcijfer van 27 % moet leiden tot meer kosteloze emissierechten voor bedrijfstakken waar risico op koolstoflekkage bestaat.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  Het EU-beleid is krachtens artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gebaseerd op het beginsel dat de vervuiler betaalt en op basis daarvan voorziet Richtlijn 2003/87/EG op termijn in een overgang naar volledige veiling. Zolang andere grote economieën geen vergelijkbare maatregelen inzake klimaatbeleid nemen, is het uitstellen van een volledige overgang gerechtvaardigd ter voorkoming van koolstoflekkage en is gerichte kosteloze toewijzing van rechten aan de industrie gerechtvaardigd ter vermindering van het reële risico op een stijging van de broeikasgasemissies in derde landen waar voor de industrie geen vergelijkbare koolstofbeperkingen gelden.
(5)  Het EU-beleid is krachtens artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gebaseerd op het beginsel dat de vervuiler betaalt en op basis daarvan voorziet Richtlijn 2003/87/EG op termijn in een overgang naar volledige veiling. Zolang andere grote economieën geen vergelijkbare maatregelen inzake klimaatbeleid nemen, is het tijdelijk uitstellen van een volledige veiling gerechtvaardigd ter voorkoming van koolstoflekkage en is gerichte kosteloze toewijzing van rechten aan de industrie een gerechtvaardigde uitzondering op het beginsel dat de vervuiler betaalt, op voorwaarde dat er geen sprake is van overtoewijzing, ter vermindering van het reële risico op een stijging van de broeikasgasemissies in derde landen waar voor de industrie geen vergelijkbare koolstofbeperkingen gelden. Daarom dient de toewijzing van kosteloze rechten dynamischer te verlopen, in overeenstemming met de in deze richtlijn vastgestelde drempelwaarden.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  De veiling van rechten blijft de algemene regel en kosteloze toewijzing de uitzondering. Derhalve, en zoals bevestigd door de Europese Raad, mag het aandeel van de te veilen rechten, dat in de periode 2013-2020 57 % bedroeg, niet worden verlaagd. In de effectbeoordeling van de Commissie18 worden nadere gegevens over het te veilen aandeel verstrekt en wordt gepreciseerd dat dit aandeel van 57 % bestaat uit namens de lidstaten geveilde rechten, inclusief voor nieuwkomers gereserveerde rechten die niet zijn toegewezen, rechten voor de modernisering van de elektriciteitsopwekking in bepaalde lidstaten en rechten die op een later tijdstip worden geveild aangezien zij in de bij Besluit (EU) 2015/... van het Europees Parlement en de Raad19 ingestelde marktstabiliteitsreserve zijn ondergebracht.
(6)  De veiling van rechten blijft de algemene regel en kosteloze toewijzing de uitzondering. Derhalve moet het aandeel van de te veilen rechten, dat in de periode 2021-2030 57 % moet bedragen, worden verlaagd door de transsectorale correctiefactor toe te passen ter bescherming van de bedrijfstakken die het meest zijn blootgesteld aan het risico op koolstoflekkage. In de effectbeoordeling van de Commissie worden nadere gegevens over het te veilen aandeel verstrekt en wordt gepreciseerd dat dit aandeel van 57 % bestaat uit namens de lidstaten geveilde rechten, inclusief voor nieuwkomers gereserveerde rechten die niet zijn toegewezen, rechten voor de modernisering van de elektriciteitsopwekking in bepaalde lidstaten en rechten die op een later tijdstip worden geveild aangezien zij in de bij Besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad19 ingestelde marktstabiliteitsreserve (MSR) zijn ondergebracht. Een fonds voor een rechtvaardige transitie moet worden ingesteld ter ondersteuning van regio's met een groter aandeel werknemers in van koolstof afhankelijke bedrijfstakken en een bbp per hoofd van de bevolking dat ver onder het EU-gemiddelde ligt.
__________________
18 SEC(2015)XX.
19Besluit (EU) 2015/... van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG (PB L [...] van [...], blz. [...]).
19 Besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG (PB L 264 van 9.10.2015, blz. 1).
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  Om het milieuvoordeel van de emissiereducties in de Unie te handhaven terwijl maatregelen van andere landen de industrie geen vergelijkbare stimulansen voor emissiereductie bieden, moeten nog steeds kosteloze rechten worden toegewezen aan installaties in bedrijfstakken en deeltakken die een reëel risico op koolstoflekkage lopen. De ervaring die tijdens de werking van de EU-ETS is opgedaan, bevestigt dat bedrijfstakken en deeltakken in verschillende mate zijn blootgesteld aan een risico op koolstoflekkage en dat kosteloze toewijzing koolstoflekkage heeft voorkomen. Terwijl sommige bedrijfstakken en deeltakken kunnen worden geacht een hoger risico op koolstoflekkage te lopen, kunnen andere om hun emissies te betalen een aanzienlijk deel van de kosten van de rechten in de productprijzen doorberekenen, zonder marktaandeel te verliezen, en dragen zij alleen het resterende deel van de kosten, zodat zij een laag risico op koolstoflekkage lopen. De Commissie moet de relevante bedrijfstakken vaststellen en op basis van hun handelsintensiteit en hun emissie-intensiteit differentiëren om beter te kunnen bepalen welke bedrijfstakken een reëel risico op koolstoflekkage lopen. Indien op basis van die criteria een drempel wordt overschreden die is vastgesteld door rekening te houden met de respectievelijke mogelijkheid van betrokken bedrijfstakken en deeltakken om kosten in de productprijzen door te berekenen, moet die bedrijfstak of deeltak worden geacht risico op koolstoflekkage te lopen. Andere moeten worden geacht een laag risico of geen risico op koolstoflekkage te lopen. Door rekening te houden met de mogelijkheden van bedrijfstakken en deeltakken buiten de elektriciteitsopwekking om kosten in de productprijzen door te berekenen, moeten tevens onverhoopte winsten worden beperkt.
(7)  Om het milieuvoordeel van de emissiereducties in de Unie te handhaven terwijl maatregelen van andere landen de industrie geen vergelijkbare stimulansen voor emissiereductie bieden, moeten er nog steeds tijdelijk kosteloze rechten worden toegewezen aan installaties in bedrijfstakken en deeltakken die een reëel risico op koolstoflekkage lopen. De ervaring die tijdens de werking van de EU-ETS is opgedaan, bevestigt dat bedrijfstakken en deeltakken in verschillende mate zijn blootgesteld aan een risico op koolstoflekkage en dat kosteloze toewijzing koolstoflekkage heeft voorkomen. Terwijl sommige bedrijfstakken en deeltakken kunnen worden geacht een hoger risico op koolstoflekkage te lopen, kunnen andere om hun emissies te betalen een aanzienlijk deel van de kosten van de rechten in de productprijzen doorberekenen, zonder marktaandeel te verliezen, en dragen zij alleen het resterende deel van de kosten, zodat zij een laag risico op koolstoflekkage lopen. De Commissie moet de relevante bedrijfstakken vaststellen en op basis van hun handelsintensiteit en hun emissie-intensiteit differentiëren om beter te kunnen bepalen welke bedrijfstakken een reëel risico op koolstoflekkage lopen. Indien op basis van die criteria een drempel wordt overschreden die is vastgesteld door rekening te houden met de respectievelijke mogelijkheid van betrokken bedrijfstakken en deeltakken om kosten in de productprijzen door te berekenen, moet die bedrijfstak of deeltak worden geacht risico op koolstoflekkage te lopen. Andere moeten worden geacht een laag risico of geen risico op koolstoflekkage te lopen. Door rekening te houden met de mogelijkheden van bedrijfstakken en deeltakken buiten de elektriciteitsopwekking om kosten in de productprijzen door te berekenen, moeten tevens onverhoopte winsten worden beperkt. Het risico op koolstoflekkage in bedrijfstakken en deeltakken waarvoor kosteloze toewijzing wordt berekend op basis van de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas moet ook worden beoordeeld, in acht genomen dat deze producten in zowel chemische fabrieken als raffinaderijen worden geproduceerd.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)  Om rekening te houden met de technologische vooruitgang in de betrokken bedrijfstakken en de waarden van de benchmarks voor kosteloze toewijzingen aan installaties, vastgesteld aan de hand van gegevens van de jaren 2007-2008, aan de relevante periode van toewijzing aan te passen, moeten die waarden in overeenstemming met de waargenomen gemiddelde vooruitgang worden geactualiseerd. Omwille van de voorspelbaarheid moet dat gebeuren door toepassing van een factor die de beste beoordeling van de vooruitgang in de verschillende bedrijfstakken vertegenwoordigt en rekening houdt met solide, objectieve en geverifieerde gegevens van de installaties, zodat de bedrijfstakken met een aanzienlijk van die factor afwijkende mate van vooruitgang een benchmarkwaarde hebben die dichter bij hun werkelijke mate van vooruitgang ligt. Indien uit de gegevens een verschil ten aanzien van de reductiefactor blijkt dat over de relevante periode jaarlijks meer dan 0,5% hoger of lager ligt dan de waarde van 2007-2008, moet de betrokken benchmarkwaarde ten belope van dat percentage worden aangepast. Om gelijke concurrentievoorwaarden voor de productie van aromaten, waterstof en syngas in raffinaderijen en chemische fabrieken te waarborgen, moeten de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas afgestemd blijven op de benchmarks voor raffinaderijen.
(8)  Om rekening te houden met de technologische vooruitgang in de betrokken bedrijfstakken en de waarden van de benchmarks voor kosteloze toewijzingen aan installaties, vastgesteld aan de hand van gegevens van de jaren 2007 en 2008, aan de relevante periode van toewijzing aan te passen, moeten die waarden in overeenstemming met de waargenomen gemiddelde vooruitgang worden geactualiseerd. Omwille van de voorspelbaarheid moet dat gebeuren door toepassing van een factor die de feitelijke beoordeling van de vooruitgang van de 10 % meest efficiënte installaties in de bedrijfstakken vertegenwoordigt en rekening houdt met solide, objectieve en geverifieerde gegevens van de installaties, zodat de bedrijfstakken met een aanzienlijk van die factor afwijkende mate van vooruitgang een benchmarkwaarde hebben die dichter bij hun werkelijke mate van vooruitgang ligt. Indien uit de gegevens een verschil ten aanzien van de reductiefactor blijkt dat over de relevante periode jaarlijks meer dan 1,75 % afwijkt van de waarde die overeenstemt met de jaren 2007 en 2008 (hetzij hoger, hetzij lager), moet de betrokken benchmarkwaarde ten belope van dat percentage worden aangepast. Indien echter uit de gegevens een vooruitgang over de relevante periode van 0,25 of minder blijkt, moet de betrokken benchmarkwaarde ten belope van dat percentage worden aangepast. Om gelijke concurrentievoorwaarden voor de productie van aromaten, waterstof en syngas in raffinaderijen en chemische fabrieken te waarborgen, moeten de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas afgestemd blijven op de benchmarks voor raffinaderijen.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  De lidstaten moeten, in overeenstemming met de staatssteunregels, voorzien in een gedeeltelijke compensatie voor bepaalde installaties in bedrijfstakken of deeltakken waarvan is vastgesteld dat zij zijn blootgesteld aan een aanzienlijk risico op koolstoflekkage door kosten in verband met in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissies. Het protocol en de bijbehorende besluiten die door de Conferentie van de partijen in Parijs zijn goedgekeurd, moeten voorzien in dynamische beschikbaarstelling van klimaatfinanciering, overdracht van technologie en capaciteitsopbouw voor in aanmerking komende partijen, met name die met de minste mogelijkheden. De publieke sector zal een belangrijke rol blijven spelen bij het mobiliseren van middelen voor klimaatfinanciering na 2020. Daarom moeten veilingopbrengsten ook worden gebruikt voor klimaatfinancieringsacties in kwetsbare derde landen, waaronder de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Welk bedrag voor klimaatfinanciering moet worden gemobiliseerd, zal tevens afhangen van het ambitieniveau en de kwaliteit van de voorgestelde voorgenomen nationaal vastgestelde bijdragen, latere investeringsplannen en nationale processen voor aanpassingsplanning. Lidstaten moeten de veilinginkomsten ook gebruiken ter bevordering van het verwerven van vaardigheden en de reallocatie van arbeid die wordt getroffen door de overgang naar andere banen in een economie die koolstofarmer wordt.
(9)  In hun streven naar gelijke concurrentievoorwaarden moeten de lidstaten via een gecentraliseerde regeling op Unieniveau voorzien in een gedeeltelijke compensatie voor bepaalde installaties in bedrijfstakken of deeltakken waarvan is vastgesteld dat zij zijn blootgesteld aan een aanzienlijk risico op koolstoflekkage door kosten in verband met in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissies. De publieke sector zal een belangrijke rol blijven spelen bij het mobiliseren van middelen voor klimaatfinanciering na 2020. Daarom moeten veilingopbrengsten ook worden gebruikt voor klimaatfinancieringsacties in kwetsbare derde landen, waaronder de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Welk bedrag voor klimaatfinanciering moet worden gemobiliseerd, zal tevens afhangen van het ambitieniveau en de kwaliteit van de voorgestelde INDC's, latere investeringsplannen en nationale processen voor aanpassingsplanning. Lidstaten moeten ook aandacht besteden aan de sociale aspecten van het koolstofarmer maken van hun economie en de veilinginkomsten gebruiken ter bevordering van het verwerven van vaardigheden en de reallocatie van arbeid die wordt getroffen door de overgang naar andere banen in een economie die koolstofarmer wordt. Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn de via de gecentraliseerde regeling op Unieniveau ontvangen compensatie aan te vullen. Deze financiële maatregelen mogen de niveaus als bedoeld in de desbetreffende richtsnoeren voor staatssteun niet overschrijden.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  De voornaamste stimulans op lange termijn van deze richtlijn voor de CO2-afvang en -opslag, nieuwe hernieuwbare energietechnologieën en baanbrekende innovatie in koolstofarme technologieën en processen is het signaal dat deze verstuurt betreffende de koolstofprijs en dat voor CO2-emissies die permanent worden opgeslagen of vermeden, geen rechten hoeven te worden ingeleverd. Ter aanvulling van de middelen die al worden ingezet om de demonstratie van commerciële faciliteiten voor CO2-afvang en -opslag en innovatieve hernieuwbare energietechnologieën te versnellen, moeten de EU-ETS-rechten ook worden gebruikt als gegarandeerde beloning voor het inzetten van faciliteiten voor CO2-afvang en -opslag, nieuwe hernieuwbare energietechnologieën en industriële innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen in de Unie, indien CO2 in voldoende mate wordt opgeslagen of vermeden en op voorwaarde dat er een overeenkomst over kennisdeling is. Het grootste deel van die steun moet afhangen van de geverifieerde vermijding van broeikasgasemissies, terwijl bepaalde steun kan worden verleend indien vooraf bepaalde mijlpalen worden bereikt, rekening houdend met de ingezette technologie. Het maximale percentage van de projectkosten dat kan worden ondersteund, kan verschillen naargelang de categorie van het project.
(10)  De voornaamste stimulans op lange termijn van deze richtlijn voor CO2-afvang en -opslag (CCS) en CO2-afvang en -gebruik (CCU), nieuwe hernieuwbare energietechnologieën en baanbrekende innovatie in koolstofarme technologieën en processen is het signaal dat deze verstuurt betreffende de koolstofprijs en dat voor CO2-emissies die permanent worden opgeslagen of vermeden, geen rechten hoeven te worden ingeleverd. Ter aanvulling van de middelen die al worden ingezet om de demonstratie van commerciële faciliteiten voor CCS en CCU en innovatieve hernieuwbare energietechnologieën te versnellen, moeten de EU-ETS-rechten ook worden gebruikt als gegarandeerde beloning voor het inzetten van faciliteiten voor CCS en CCU, nieuwe hernieuwbare energietechnologieën en industriële innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen in de Unie, indien CO2 in voldoende mate wordt opgeslagen of vermeden en op voorwaarde dat er een overeenkomst over kennisdeling is. Het grootste deel van die steun moet afhangen van de geverifieerde vermijding van broeikasgasemissies, terwijl bepaalde steun kan worden verleend indien vooraf bepaalde mijlpalen worden bereikt, rekening houdend met de ingezette technologie. Het maximale percentage van de projectkosten dat kan worden ondersteund, kan verschillen naargelang de categorie van het project.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
(11)  Een moderniseringsfonds moet worden ingesteld met 2 % van de totale EU-ETS-rechten en geveild overeenkomstig de regels en modaliteiten voor veilingen die op het bij Verordening (EU) nr. 1031/2010 vastgestelde gemeenschappelijke veilingplatform plaatsvinden. Lidstaten waarvan in 2013 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, moeten in aanmerking komen voor financiering uit het moderniseringsfonds en mogen tot 2030 afwijken van het beginsel van volledige veiling voor elektriciteitsopwekking door gebruik te maken van de mogelijkheid van kosteloze toewijzing om reële investeringen die hun energiesector moderniseren op een transparante manier te bevorderen en tegelijkertijd verstoringen van de interne energiemarkt te vermijden. De regels voor het beheer van het moderniseringsfonds moeten voorzien in een samenhangend, alomvattend en transparant kader om de efficiëntst mogelijke uitvoering te garanderen en moeten rekening houden met de behoefte aan een eenvoudige toegang voor alle deelnemers. De werking van de beheersstructuur moet zijn afgestemd op het doel om een passend gebruik van de financiële middelen te waarborgen. De beheersstructuur moet bestaan uit een investeringsraad en een beheerscomité en in het besluitvormingsproces moet naar behoren rekening worden gehouden met de deskundigheid van de EIB, tenzij steun wordt verleend aan kleine projecten met leningen van een nationale stimuleringsbank of met subsidies via een nationaal programma dat de doelstellingen van het moderniseringsfonds deelt. Investeringen die uit het fonds worden gefinancierd, moeten door de lidstaten worden voorgesteld. Om ervoor te zorgen dat de investeringsbehoeften in minder kapitaalkrachtige lidstaten adequaat worden aangepakt, zal bij de verdeling van de financiële middelen in gelijke mate rekening worden gehouden met criteria op het gebied van geverifieerde emissies en bbp. De financiële steun uit het moderniseringsfonds kan in verschillende vormen worden verleend.
(11)  Een moderniseringsfonds moet worden ingesteld met 2 % van de totale EU-ETS-rechten en geveild overeenkomstig de regels en modaliteiten voor veilingen die op het bij Verordening (EU) nr. 1031/2010 vastgestelde gemeenschappelijke veilingplatform plaatsvinden. Lidstaten waarvan in 2013 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, moeten in aanmerking komen voor financiering uit het moderniseringsfonds. Lidstaten waarvan in 2014 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen in EUR minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, moeten tot 2030 de mogelijkheid krijgen af te wijken van het beginsel van volledige veiling voor elektriciteitsopwekking door gebruik te maken van de mogelijkheid van kosteloze toewijzing om reële investeringen die hun energiesector moderniseren en diversifiëren op een transparante manier en in overeenstemming met de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor 2030 en 2050 te bevorderen, en tegelijkertijd verstoringen van de interne energiemarkt te vermijden. De regels voor het beheer van het moderniseringsfonds moeten voorzien in een samenhangend, alomvattend en transparant kader om de efficiëntst mogelijke uitvoering te garanderen en moeten rekening houden met de behoefte aan een eenvoudige toegang voor alle deelnemers. Deze regels moeten transparant en evenwichtig zijn en zijn afgestemd op het doel om een passend gebruik van de financiële middelen te waarborgen. De beheersstructuur moet bestaan uit een investeringsraad, een adviesraad en een beheerscomité. In het besluitvormingsproces moet naar behoren rekening worden gehouden met de deskundigheid van de EIB, tenzij steun wordt verleend aan kleine projecten met leningen van een nationale stimuleringsbank of met subsidies via een nationaal programma dat de doelstellingen van het moderniseringsfonds deelt. Investeringen die uit het fonds worden gefinancierd, moeten door de lidstaten worden voorgesteld en elke financiering uit het fonds moet voldoen aan specifieke subsidiabiliteitscriteria. Om ervoor te zorgen dat de investeringsbehoeften in minder kapitaalkrachtige lidstaten adequaat worden aangepakt, zal bij de verdeling van de financiële middelen in gelijke mate rekening worden gehouden met criteria op het gebied van geverifieerde emissies en bbp. De financiële steun uit het moderniseringsfonds kan in verschillende vormen worden verleend.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  De Europese Raad heeft bevestigd dat de modaliteiten, inclusief de transparantie, van de optionele kosteloze toewijzing om de energiesector in bepaalde lidstaten te moderniseren, moeten worden verbeterd. Investeringen met een waarde van 10 miljoen EUR of meer moeten door de betrokken lidstaat via een concurrerend biedingsproces worden geselecteerd op basis van duidelijke en transparante regels, zodat de kosteloze toewijzing wordt gebruikt ter bevordering van reële investeringen om de energiesector in overeenstemming met de doelstellingen in het kader van de energie-unie te moderniseren. Investeringen met een waarde van minder dan 10 miljoen EUR moeten ook in aanmerking komen voor financiering uit de kosteloze toewijzing. De betrokken lidstaat moet dergelijke investeringen op basis van duidelijke en transparante criteria selecteren. Er moet een openbare raadpleging over de resultaten van dat selectieproces plaatsvinden. In het stadium van de selectie van investeringsprojecten en van de uitvoering ervan moeten de burgers naar behoren worden geïnformeerd.
(12)  De Europese Raad heeft bevestigd dat de modaliteiten, inclusief de transparantie, van de optionele kosteloze toewijzing om de energiesector in bepaalde lidstaten te moderniseren en te diversifiëren, moeten worden verbeterd. Investeringen met een waarde van 10 miljoen EUR of meer moeten door de betrokken lidstaat via een concurrerend biedingsproces worden geselecteerd op basis van duidelijke en transparante regels, zodat de kosteloze toewijzing wordt gebruikt ter bevordering van reële investeringen om de energiesector in overeenstemming met de doelstellingen in het kader van de energie-unie, waaronder de bevordering van het derde energiepakket, te moderniseren en te diversifiëren. Investeringen met een waarde van minder dan 10 miljoen EUR moeten ook in aanmerking komen voor financiering uit de kosteloze toewijzing. De betrokken lidstaat moet dergelijke investeringen op basis van duidelijke en transparante criteria selecteren. Er moet een openbare raadpleging over het selectieproces plaatsvinden en de resultaten van een dergelijk selectieproces, met inbegrip van geweigerde projecten, moeten openbaar worden gemaakt. In het stadium van de selectie van investeringsprojecten en van de uitvoering ervan moeten de burgers naar behoren worden geïnformeerd. De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om de overeenkomstige rechten gedeeltelijk of volledig over te dragen naar het moderniseringsfonds indien ze in aanmerking komen om van beide instrumenten gebruik te maken. De afwijking moet uiterlijk aan het einde van de handelsperiode in 2030 worden beëindigd.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  De financiering van EU-ETS moet samenhangen met andere financieringsprogramma's van de Unie, inclusief de Europese structuur- en investeringsfondsen, om de doeltreffendheid van de openbare uitgaven te waarborgen.
(13)  De financiering van EU-ETS moet samenhangen met andere financieringsprogramma's van de Unie, inclusief Horizon 2020, het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese structuur- en investeringsfondsen en de Klimaatstrategie van de Europese Investeringsbank (EIB), om de doeltreffendheid van de openbare uitgaven te waarborgen.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
(14)  Krachtens de bestaande bepalingen die kleine installaties van de EU-ETS uitzonderen, kunnen de installaties die zijn uitgezonderd dat blijven; het moet mogelijk worden dat lidstaten hun lijst van uitgezonderde installaties actualiseren en lidstaten die die mogelijkheid momenteel niet gebruiken, moeten dat aan het begin van elke handelsperiode kunnen doen.
(14)  De bestaande bepalingen die kleine installaties van de EU-ETS uitzonderen, moeten worden uitgebreid naar installaties die worden geëxploiteerd door kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) die minder dan 50 000 ton CO2-equivalent uitstoten in elk van de drie jaren die voorafgaan aan het jaar waarin een uitzondering wordt aangevraagd. Het moet mogelijk worden dat lidstaten hun lijst van uitgezonderde installaties actualiseren en lidstaten die die mogelijkheid momenteel niet gebruiken, moeten dat aan het begin van elke handelsperiode en halverwege deze periode kunnen doen. Ook moet het mogelijk worden dat installaties die minder dan 5 000 ton CO2-equivalent uitstoten in elk van de drie jaren die voorafgaan aan het begin van elke handelsperiode worden uitgezonderd van de EU-ETS, die om de vijf jaar wordt herbekeken. De lidstaten moeten waarborgen dat alternatieve gelijkwaardige maatregelen voor installaties die niet deelnemen geen hogere nalevingskosten tot gevolg hebben. Voor kleine emittenten die onder de EU-ETS vallen, moeten de eisen voor bewaking, rapportage en verificatie worden vereenvoudigd.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis)   Om de administratieve lasten voor bedrijven aanzienlijk te verminderen, staat het de Commissie vrij maatregelen te overwegen zoals het automatiseren van het indienen en verifiëren van verslagen inzake emissies, waarbij het potentieel van informatie- en communicatietechnologieën volledig wordt benut.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)   In de gedelegeerde handelingen als bedoeld in de artikelen 14 en 15 moeten de regels inzake bewaking, rapportage en verificatie zoveel mogelijk worden vereenvoudigd om de administratieve lasten voor exploitanten te verminderen. In de gedelegeerde handeling als bedoeld in artikel 19, lid 3, moet de toegang tot en het gebruik van het register worden verbeterd, met name voor kleine exploitanten.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 (nieuw)
-1)   In de hele richtlijn wordt de term "Gemeenschapsregeling" vervangen door "EU-ETS" en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 bis (nieuw)
-1 bis)   In de hele richtlijn wordt de term "(ge)hele Gemeenschap" vervangen door "hele Unie", waar van toepassing en met inachtneming van de toepasselijke grammaticale regels.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 ter (nieuw)
-1 ter)   In de hele richtlijn, met uitzondering van de onder de punten -1) en -1 bis) bedoelde gevallen en in artikel 26, lid 2, wordt de term "Gemeenschap" vervangen door "Unie", waar van toepassing en met inachtneming van de toepasselijke grammaticale regels.
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 quater (nieuw)
-1 quater)   In de hele richtlijn wordt de formulering "de in artikel 23, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure" vervangen door de formulering "de in artikel 30 quater, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure".
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 quinquies (nieuw)
-1 quinquies)   In artikel 3 octies, in artikel 5, lid 1, onder d), in artikel 6, lid 2, onder c, in artikel 10 bis, lid 2, tweede alinea, in artikel 14, leden 2, 3 en 4, in artikel 19, leden 1 en 4, en in artikel 29 bis, lid 4, wordt het woord "verordening" vervangen door het woord "handeling" en worden de nodige grammaticale wijzigingen aangebracht.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 septies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 – letter h
-1 septies)   Artikel 3, onder h), wordt vervangen door:
"h) "nieuwkomer":
"h) "nieuwkomer":
—  een installatie die een of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten uitvoert en waaraan na 30 juni 2011 voor de eerste maal een vergunning voor broeikasgasemissies is verleend,
—  een installatie die een of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten uitvoert en waaraan na 30 juni 2018 voor de eerste maal een vergunning voor broeikasgasemissies is verleend,
—  een installatie die een activiteit uitvoert die overeenkomstig artikel 24, lid 1 of 2, voor de eerste maal in de Gemeenschapsregeling is opgenomen, of
—  een installatie die een activiteit uitvoert die overeenkomstig artikel 24, lid 1 of 2, voor de eerste maal in de Unieregeling is opgenomen, of
—  een installatie die een of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten dan wel een activiteit die overeenkomstig artikel 24, lid 1 of 2, in de Gemeenschapsregeling is opgenomen, uitvoert en na 30 juni 2011 een aanzienlijke uitbreiding heeft ondergaan, alleen voor zover het deze uitbreiding betreft;"
—  een installatie die een of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten dan wel een activiteit die overeenkomstig artikel 24, lid 1 of 2, in de Unieregeling is opgenomen, uitvoert en na 30 juni 2018 een aanzienlijke uitbreiding heeft ondergaan, alleen voor zover het deze uitbreiding betreft;"
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 octies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 – letter u bis (nieuw)
-1 octies)   Aan artikel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:
"u bis) "kleine emittent": een installatie met lage emissies die wordt geëxploiteerd door een kleine of middelgrote onderneming1 bis en die ten minste aan één van de volgende criteria voldoet:
–  de gemiddelde jaarlijkse geverifieerde emissies van die installatie als gerapporteerd aan de desbetreffende bevoegde autoriteit tijdens de handelsperiode direct voorafgaand aan de huidige handelsperiode, met uitzondering van CO2 afkomstig uit biomassa en vóór enige aftrek van overgebracht CO2, bedragen minder dan 50 000 ton CO2-equivalent per jaar;
–  de gegevens van de gemiddelde jaarlijkse emissies als bedoeld onder het eerste streepje zijn niet beschikbaar met betrekking tot die installatie of zijn niet meer van toepassing op die installatie vanwege wijzigingen in de grenzen van de installatie of wijzigingen in de exploitatievoorwaarden van de installatie, maar de jaarlijkse emissies van de installatie voor de volgende vijf jaar, met uitzondering van CO2 afkomstig uit biomassa en vóór aftrek van overgedragen CO2, zullen naar verwachting minder dan 50 000 ton CO2-equivalent per jaar bedragen."
__________________
1 bis Als gedefinieerd in de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 nonies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 quater – lid 2
-1 nonies)   Artikel 3 quater, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Voor de in artikel 13, lid 1, bedoelde periode die ingaat op 1 januari 2013, en, indien er na de in artikel 30, lid 4, bedoelde evaluatie geen wijzigingen zijn aangebracht, voor iedere volgende periode, is de totale hoeveelheid aan vliegtuigexploitanten toe te wijzen emissierechten gelijk aan 95 % van de historische luchtvaartemissies vermenigvuldigd met het aantal jaren in de periode.
"2. Voor de in artikel 13 bedoelde periode die ingaat op 1 januari 2013, en, indien er na de in artikel 30, lid 4, bedoelde evaluatie geen wijzigingen zijn aangebracht, voor iedere volgende periode, is de totale hoeveelheid aan vliegtuigexploitanten toe te wijzen emissierechten gelijk aan 95 % van de historische luchtvaartemissies vermenigvuldigd met het aantal jaren in de periode.
De totale hoeveelheid rechten die in 2021 wordt toegewezen aan vliegtuigexploitanten moet 10 % lager liggen dan de gemiddelde toewijzing voor de periode van 1 januari 2014 t/m 31 december 2016, en daarna afnemen met hetzelfde jaarlijkse percentage als voor het totale plafond van de EU-ETS als bedoeld in artikel 10, lid 1, tweede alinea, zodat het plafond voor de luchtvaartsector uiterlijk in 2030 beter overeenstemt met het plafond voor de bedrijfstakken die onder de EU-ETS vallen.
Voor luchtvaartactiviteiten van en naar luchtvaartterreinen in landen buiten de EER kan de hoeveelheid vanaf 2021 toe te wijzen rechten worden aangepast met inachtneming van het toekomstig mondiaal marktgebaseerd mechanisme waarover in de 39e vergadering van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) overeenstemming is bereikt. Uiterlijk in 2019, na afloop van de 40e vergadering van de ICAO, dient de Commissie met betrekking tot deze activiteiten een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en de Raad.
Dit percentage kan in het kader van de algemene evaluatie van deze richtlijn worden herzien."
Dit percentage kan in het kader van de algemene evaluatie van deze richtlijn worden herzien."
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 decies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 quater – lid 4
-1 decies)   In artikel 3 quater, lid 4, wordt de laatste zin vervangen door:
Die vaststelling wordt door het in artikel 23, lid 1, bedoelde comité bestudeerd.
Die vaststelling wordt door het in artikel 30 quater, lid 1, bedoelde comité bestudeerd.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt -1 undecies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 quinquies – lid 2
-1 undecies)   Artikel 3 quinquies, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Vanaf 1 januari 2013 wordt 15 % van de rechten geveild. Dit percentage kan worden verhoogd, als onderdeel van de algehele evaluatie van deze richtlijn.
"2. Vanaf 1 januari 2021 wordt 50 % van de rechten geveild."
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 1
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 quinquies – lid 3
1)  In artikel 3 quinquies, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:
1)  Artikel 3 quinquies, lid 3, wordt vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de veiling door de lidstaten van emissierechten die niet kosteloos behoeven te worden verleend in overeenstemming met de leden 1 en 2 van dit artikel of artikel 3 septies, lid 8. Voor alle lidstaten geldt dat het aantal in elke periode te veilen emissierechten evenredig is met het aandeel van de betreffende lidstaat in de totale hoeveelheid aan de luchtvaart toegewezen emissies voor de referentiejaren, als gerapporteerd ingevolge artikel 14, lid 3, en geverifieerd ingevolge artikel 15. Voor de in artikel 3 quater, lid 1, bedoelde periode is het referentiejaar 2010; voor elke volgende in artikel 3 quater bedoelde periode is het referentiejaar het kalenderjaar dat 24 maanden voor het begin van de periode waarop de veiling betrekking heeft, afloopt."
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 quinquies – lid 4 – alinea 1
1 bis)   In artikel 3 quinquies, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:
"4. De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. De opbrengsten zouden moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Gemeenschapsregeling te dekken. De veilingopbrengsten moeten ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing."
"4. Alle opbrengsten moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Unieregeling te dekken. De veilingopbrengsten mogen ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing."
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 1 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 3 sexies – lid 1 bis (nieuw)
1 ter)   Aan artikel 3 sexies wordt het volgende lid toegevoegd:
"1 bis. Met ingang van 2021 wordt er uit hoofde van deze richtlijn uitsluitend kosteloze toewijzing van rechten verleend aan de luchtvaartsector als dit wordt bevestigd door een later besluit dat wordt aangenomen door het Europees Parlement en de Raad, aangezien in resolutie A-39/3 van de ICAO een mondiale marktgebaseerde maatregel naar voren wordt geschoven die vanaf 2021 van toepassing moet worden. In dat verband houden de medewetgevers rekening met de interactie tussen deze marktgebaseerde maatregel en de EU-ETS."
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 2 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Hoofdstuk II bis (nieuw)
2 bis)   Het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd:
"HOOFDSTUK II bis
Opneming van scheepvaart bij gebrek aan vooruitgang op internationaal niveau
Artikel 3 octies bis
Inleiding
Bij gebrek aan een vergelijkbare regeling binnen het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) worden CO2-emissies afkomstig van havens van de Unie en van reizen naar en vanuit aanloophavens van de Unie met ingang van 2021 in rekening gebracht via het systeem dit in dit hoofdstuk wordt uiteengezet en dat met ingang van 2023 operationeel moet worden.
Artikel 3 octies ter
Toepassingsgebied
Uiterlijk op 1 januari 2023 worden de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op het toewijzen en verlenen van emissierechten met betrekking tot CO2-emissies van schepen die zich bevinden binnen, aankomen in of vertrekken uit havens die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen, overeenkomstig de bepalingen als vastgesteld in Verordening (EU) 2015/757. De artikelen 12 en 16 zijn op dezelfde wijze van toepassing op maritieme activiteiten als op andere activiteiten.
Artikel 3 octies quater
Bijkomende emissierechten voor de maritieme sector
Uiterlijk op 1 augustus 2021 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling van deze richtlijn door vaststelling van de totale hoeveelheid emissierechten voor de maritieme bedrijfstak in overeenstemming met andere bedrijfstakken, de toewijzingsmethode voor emissierechten voor deze bedrijfstak via veilingen en de bijzondere bepalingen met betrekking tot de administrerende lidstaat. Wanneer de maritieme bedrijfstak wordt opgenomen in de EU-ETS wordt de totale hoeveelheid emissierechten met die hoeveelheid verhoogd.
Twintig procent van de opbrengsten uit de veiling van de in artikel 3 octies quinquies bedoelde emissierechten wordt gebruikt via het uit hoofde van dat artikel opgerichte fonds (het "Maritiem klimaatfonds") ter verbetering van energie-efficiëntie en ter ondersteuning van investeringen in innovatieve technologieën voor het verminderen van CO2-emissies in de maritieme bedrijfstak, met inbegrip van de korte vaart en havens.
Artikel 3 octies quinquies
Maritiem klimaatfonds
1.   Op Unieniveau wordt er een fonds opgericht ter compensering van maritieme emissies, ter verbetering van energie-efficiëntie en ter bevordering van investeringen in innovatieve technologieën voor het verminderen van CO2-emissies in de maritieme bedrijfstak.
2.   Scheepsexploitanten mogen op vrijwillige basis een jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage betalen aan het fonds in overeenstemming met de totale hoeveelheid emissies die zij uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 voor het voorgaande kalenderjaar hebben gerapporteerd. In afwijking van artikel 12, lid 3, levert het fonds emissierechten collectief in namens scheepsexploitanten die lid zijn van het fonds. De bijdrage per ton emissies wordt jaarlijks uiterlijk op 28 februari vastgesteld door het fonds en bedraagt niet minder dan de marktprijs voor emissierechten in het voorgaande jaar.
3.   Het fonds verwerft een hoeveelheid emissierechten die gelijk is aan de collectieve totale hoeveelheid emissies van zijn leden tijdens het voorgaande kalenderjaar en levert de rechten elk jaar uiterlijk op 30 april in bij het register dat uit hoofde van artikel 19 is ingesteld, waarna ze worden geannuleerd. De bijdragen worden openbaar gemaakt.
4.   Het fonds dient ook ter verbetering van energie-efficiëntie en ter bevordering van investeringen in innovatieve technologieën voor het verminderen van CO2-emissies in de maritieme bedrijfstak, met inbegrip van de korte vaart en havens, aan de hand van de in artikel 3 octies quater bedoelde opbrengsten. Alle door het fonds ondersteunde investeringen worden openbaar gemaakt en zijn in overeenstemming met de doelstellingen van deze richtlijn.
5.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze richtlijn vast te stellen betreffende de uitvoering van dit artikel.
Artikel 3 octies sexies
Internationale samenwerking
Indien een internationale overeenkomst wordt bereikt over mondiale maatregelen ter beperking van broeikasgasemissies van maritiem vervoer, herziet de Commissie deze richtlijn en stelt zij in voorkomend geval wijzigingen voor om de richtlijn af te stemmen op die internationale overeenkomst.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 2 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 5 – punt 1 – letter d bis (nieuw)
2 ter)   Aan artikel 5, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:
"d bis) alle CCU-technologieën die in de installatie zullen worden gebruikt om emissies te helpen verminderen".
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 2 quater (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 6 – lid 2 – letters e bis en e ter (nieuw)
2 quater)   Aan artikel 6, lid 2, worden de volgende punten toegevoegd:
"e bis) alle wettelijke verplichtingen inzake sociale verantwoordelijkheid en rapportage om voor een gelijke en doeltreffende tenuitvoerlegging van milieuvoorschriften te zorgen en te garanderen dat de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden, waaronder vertegenwoordigers van werknemers, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen, toegang hebben tot alle relevante informatie, zoals bepaald in het Verdrag van Aarhus en opgenomen in het recht van de Unie en het nationaal recht, met inbegrip van deze richtlijn;
e ter)   een verplichting om elk jaar uitgebreide informatie te publiceren over maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan en over de naleving van de richtlijnen van de Unie op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid op het werk; deze informatie moet toegankelijk zijn voor vertegenwoordigers van werknemers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit de lokale gemeenschappen in de omgeving van de installatie."
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 2 quinquies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 7
2 quinquies)   Artikel 7 wordt vervangen door:
"Artikel 7
"Artikel 7
De exploitant stelt de bevoegde autoriteit in kennis van voorgenomen wijzigingen in de aard of de werking, van voorgenomen uitbreidingen of van aanzienlijke capaciteitsvermindering van de installatie, waarvoor een aanpassing van de broeikasgasemissievergunning vereist kan zijn. Zo nodig stelt de bevoegde autoriteit de vergunning bij. Bij een verandering in de identiteit van de exploitant van de installatie past de bevoegde autoriteit de vergunning aan door vermelding van de naam en het adres van de nieuwe exploitant."
De exploitant stelt de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van voorgenomen wijzigingen in de aard of de werking, van voorgenomen uitbreidingen of van aanzienlijke capaciteitsvermindering van de installatie, waarvoor een aanpassing van de broeikasgasemissievergunning vereist kan zijn. Zo nodig stelt de bevoegde autoriteit de vergunning bij. Bij een verandering in de identiteit van de exploitant van de installatie past de bevoegde autoriteit de vergunning aan met de identiteit en contactgegevens van de nieuwe exploitant."
Amendement 142
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 9 – alinea's 2 en 3
Met ingang van 2021 bedraagt de lineaire factor 2,2 %.
Met ingang van 2021 bedraagt de lineaire factor 2,2 %, en moet deze regelmatig worden herzien met het oog op een verhoging naar 2,4 %, op zijn vroegst in 2024.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1
a)   aan lid 1 worden drie nieuwe alinea's toegevoegd:
a)   lid 1 wordt vervangen door:
"1. Met ingang van 2019 veilen dan wel annuleren de lidstaten alle emissierechten die niet overeenkomstig artikel 10 bis en 10 quater kosteloos worden toegewezen en niet in de MSR worden opgenomen."
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 2
Met ingang van 2021 bedraagt het aandeel van de door de lidstaten te veilen emissierechten 57 %.
Met ingang van 2021 bedraagt het aandeel van de door de lidstaten te veilen of geannuleerde emissierechten 57 %, en dit aandeel neemt met maximaal vijf procentpunten af gedurende de gehele periode van tien jaar, te beginnen op 1 januari 2021, overeenkomstig artikel 10 bis, lid 5. Een dergelijke aanpassing mag uitsluitend plaatsvinden in de vorm van een vermindering van rechten die worden geveild overeenkomstig lid 2, eerste alinea, onder a). Indien er geen aanpassingen zijn of indien er voor een aanpassing minder dan vijf procentpunten nodig zijn, wordt de resterende hoeveelheid rechten geannuleerd. Een dergelijke annulering mag niet meer dan 200 miljoen rechten betreffen.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 3
Tussen 2021 en 2030 wordt 2 % van de totale hoeveelheid emissierechten geveild om een fonds voor de verbetering van de energie-efficiëntie en de modernisering van de energiesystemen van bepaalde lidstaten in te stellen, zoals vastgesteld in artikel 10 quinquies van deze richtlijn ("het moderniseringsfonds").
Tussen 2021 en 2030 wordt 2 % van de totale hoeveelheid emissierechten geveild om een fonds ter verbetering van de energie-efficiëntie en modernisering van de energiesystemen van bepaalde lidstaten in te stellen, zoals vastgesteld in artikel 10 quinquies van deze richtlijn ("het moderniseringsfonds"). De in deze alinea vastgestelde hoeveelheid maakt deel uit van het aandeel te veilen rechten van 57 % als vastgesteld in de tweede alinea.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)
Daarnaast wordt 3 % van de totale hoeveelheid tussen 2021 en 2030 te verlenen emissierechten geveild om de bedrijfstakken of deeltakken te compenseren die aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten, als bepaald in artikel 10 bis, lid 6, van deze richtlijn. Twee derde van de in deze alinea vastgestelde hoeveelheid maakt deel uit van het aandeel te veilen rechten van 57 % als bedoeld in de tweede alinea.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 3 ter (nieuw)
Met ingang van 1 januari 2021 wordt ter aanvulling van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds een fonds voor een rechtvaardige transitie opgericht dat wordt gefinancierd door samenbrenging van 2 % van de veilingopbrengsten.
De opbrengsten van deze veilingen blijven op Unieniveau en worden gebruikt om regio's te ondersteunen waar een groot aandeel werknemers is tewerkgesteld in van koolstof afhankelijke sectoren en waar het bbp per hoofd van de bevolking ver onder het Uniegemiddelde ligt. Deze maatregelen worden genomen met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.
Deze voor rechtvaardige transitie bedoelde veilingopbrengsten kunnen op verschillende manieren worden aangewend, zoals:
—  voor het creëren van cellen voor herplaatsing en/of mobiliteit,
—  voor onderwijs-/opleidingsinitiatieven om werknemers om te scholen of bij te scholen,
—  voor ondersteuning bij het zoeken naar een baan,
—  voor het oprichten van bedrijven, en
—  voor toezichts- en preventieve maatregelen ter voorkoming of beperking van de negatieve gevolgen van het herstructureringsproces op de lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Aangezien de door een fonds voor een rechtvaardige transitie te financieren kernactiviteiten sterk samenhangen met de arbeidsmarkt, moeten de sociale partners actief worden betrokken bij het beheer van het fonds – naar het voorbeeld van het comité van het Europees Sociaal Fonds – en is de deelname van lokale sociale partners een eerste vereiste die moet zijn vervuld voordat projecten financiering kunnen ontvangen.
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 4
De totale resterende hoeveelheid door de lidstaten te veilen emissierechten wordt overeenkomstig lid 2 verdeeld.
De totale resterende hoeveelheid door de lidstaten te veilen emissierechten wordt, na aftrek van de hoeveelheid rechten als bedoeld in artikel 10 bis, lid 8, eerste alinea, overeenkomstig lid 2 verdeeld.
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 1 – alinea 4 bis (nieuw)
Op 1 januari 2021 worden 800 miljoen in het MSR ondergebrachte rechten geannuleerd.
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter b – punt ii
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 2 – letter b
b)  10 % van de totale hoeveelheid te veilen emissierechten die met het oog op solidariteit en groei binnen de Gemeenschap over bepaalde lidstaten wordt verdeeld, zodat de hoeveelheid emissierechten die deze lidstaten krachtens punt a) veilen, met de in bijlage II bis vermelde percentages wordt verhoogd.
b)  10 % van de totale hoeveelheid te veilen emissierechten die met het oog op solidariteit en groei binnen de Gemeenschap over bepaalde lidstaten wordt verdeeld, zodat de hoeveelheid emissierechten die deze lidstaten krachtens punt a) veilen, met de in bijlage II bis vermelde percentages wordt verhoogd. Voor lidstaten die in aanmerking komen voor het moderniseringsfonds als vastgesteld in artikel 10 quinquies geldt dat hun aandeel rechten als bepaald in bijlage II bis wordt overgedragen naar hun aandeel in het moderniseringsfonds.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – inleidende formule
b bis)   in lid 3 wordt het inleidende deel vervangen door:
"3. De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. Ten minste 50 % van de opbrengsten uit de in lid 2 bedoelde veiling van emissierechten, met inbegrip van alle opbrengsten uit de in lid 2, onder b) en c), bedoelde veilingen, of het financiële waarde-equivalent van deze inkomsten, zou moeten worden gebruikt voor één of meerdere van de onderstaande doelstellingen:"
"3. De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. De totale opbrengsten uit de in lid 2 bedoelde veiling van emissierechten of het financiële waarde-equivalent van deze inkomsten worden voor 100 % gebruikt voor één of meerdere van de onderstaande doelstellingen:"
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – letter b
b ter)   in lid 3 wordt punt b) vervangen door:
"b) de ontwikkeling van duurzame energie om te voldoen aan de toezegging van de Gemeenschap om tegen 2020 20 % duurzame energie te gebruiken, alsook de ontwikkeling van andere technologieën die bijdragen tot de overgang naar een veilige en duurzame, koolstofarme economie, en om te voldoen aan de toezegging van de Gemeenschap om de energie-efficiëntie tegen 2020 met 20 % op te voeren;"
"b) de ontwikkeling van duurzame energie om te voldoen aan de toezegging van de Unie inzake duurzame energie tegen 2030, alsook de ontwikkeling van andere technologieën die bijdragen tot de overgang naar een veilige en duurzame, koolstofarme economie, en om te voldoen aan de toezegging van de Unie om de energie-efficiëntie tegen 2030 op te voeren tot de niveaus waartoe is besloten in de toepasselijke wetgevingshandelingen;"
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter b quater (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – letter f
b quater)   in lid 3 wordt punt f) vervangen door:
"f) het aanmoedigen van het overschakelen op vervoersvormen met een lage emissie en op vormen van openbaar vervoer;"
"f) het aanmoedigen van het overschakelen op vervoersvormen met een lage emissie en op vormen van openbaar vervoer en – zolang CO2-kosten niet op een vergelijkbare manier worden weergegeven voor andere vormen van oppervlaktevervoer – het ondersteunen van geëlektrificeerde vervoersvormen zoals de spoorwegen of andere geëlektrificeerde vormen van oppervlaktevervoer, rekening houdend met hun indirecte EU-ETS-kosten;"
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter b quinquies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – letter h
b quinquies)   in lid 3 wordt punt h) vervangen door:
"h) maatregelen die tot doel hebben de energie-efficiëntie en isolatie te verbeteren of financiële steun te verlenen voor de aanpak van maatschappelijke aspecten in huishoudens met een laag en gemiddeld inkomen;"
"h) maatregelen die tot doel hebben energie-efficiëntie, systemen voor stadsverwarming en isolatie te verbeteren of financiële steun te verlenen voor de aanpak van maatschappelijke aspecten in huishoudens met een laag en gemiddeld inkomen;"
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter c
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – letter j
j)  de financiering van maatregelen ten gunste van bedrijfstakken of deeltakken die als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten, aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld, op voorwaarde dat deze maatregelen aan de in artikel 10 bis, lid 6, vastgestelde voorwaarden voldoen;
j)  de financiering van maatregelen ten gunste van bedrijfstakken of deeltakken die als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten, aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld, op voorwaarde dat niet meer dan 20 % van de opbrengsten hiervoor worden gebruikt en dat deze maatregelen aan de in artikel 10 bis, lid 6, vastgestelde voorwaarden voldoen;
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter c
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – letter l
l)  de bevordering van het verwerven van vaardigheden en de reallocatie van arbeid die wordt getroffen door de overgang naar andere banen in een economie die koolstofarmer wordt, en dat in nauwe samenspraak met de sociale partners.
l)  het aanpakken van de sociale gevolgen van het koolstofarm maken van hun economieën en de bevordering van het verwerven van vaardigheden en de reallocatie van arbeid die wordt getroffen door de overgang naar andere banen, en dat in nauwe samenspraak met de sociale partners.
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter c bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)
c bis)   in lid 3 wordt de volgende alinea ingevoegd:
"Deze informatie wordt aangeleverd in een standaardformaat dat door de Commissie is uitgewerkt, met inbegrip van informatie over het gebruik van veilingopbrengsten voor de verschillende categorieën en de additionaliteit van het gebruik van de middelen. De Commissie maakt deze informatie openbaar op haar website."
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter c ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 3 – alinea 2
c ter)   lid 3, tweede alinea, wordt vervangen door:
"De lidstaten voldoen aan het in dit lid bepaalde indien zij een fiscaal of financieel steunbeleid hebben en uitvoeren, waaronder met name in ontwikkelingslanden, of nationale reguleringsmaatregelen uitvoeren die financiële steunverlening in de hand werken, dat is opgezet om de in de eerste alinea vermelde doelstellingen te verwezenlijken en dat een waarde heeft die gelijk is aan ten minste 50 % van de opbrengsten uit de in lid 2 bedoelde veilingen van emissierechten, met inbegrip van alle opbrengsten uit de in lid 2, onder b) en c), bedoelde veilingen."
"De lidstaten voldoen aan het in dit lid bepaalde indien zij een fiscaal of financieel steunbeleid hebben en uitvoeren, waaronder met name in ontwikkelingslanden, of nationale reguleringsmaatregelen uitvoeren die bijkomende financiële steunverlening in de hand werken, dat is opgezet om de in de eerste alinea vermelde doelstellingen te verwezenlijken en dat een waarde heeft die gelijk is aan 100 % van de opbrengsten uit de in lid 2 bedoelde veilingen van emissierechten en hebben deze beleidsmaatregelen gerapporteerd in een standaardformaat dat door de Commissie ter beschikking is gesteld."
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter d
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 4 – alinea's 1, 2 en 3
d)  in lid 4 wordt de derde alinea vervangen door:
d)  in lid 4 worden de eerste, de tweede en de derde alinea vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"4. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van veilingen om ervoor te zorgen dat deze op een open, transparante, geharmoniseerde en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. Te dien einde moet dit proces voorspelbaar zijn, met name met betrekking tot het tijdstip en de opeenvolging van veilingen en de geraamde hoeveelheden emissierechten die aangeboden worden. Wanneer uit een beoordeling blijkt dat er met betrekking tot afzonderlijke bedrijfstakken geen significante gevolgen te verwachten zijn voor bedrijfstakken of deeltakken die zijn blootgesteld aan een significant risico op koolstoflekkage, kan de Commissie, teneinde de ordelijke werking van de markt te waarborgen, onder uitzonderlijke omstandigheden het tijdschema wijzigen voor de in artikel 13, lid 1, bedoelde periode die op 1 januari 2013 aanvangt. De Commissie voert niet meer dan één zulke wijziging door voor een maximumaantal van 900 miljoen emissierechten.
De veilingen worden zodanig opgezet dat:
a)   de exploitanten, en met name eventuele kmo’s die onder de EU-ETS vallen, volledige, eerlijke en gelijke toegang krijgen;
b)   alle deelnemers op hetzelfde tijdstip toegang hebben tot dezelfde informatie en dat deelnemers het verloop van de veiling niet ondermijnen;
c)   de organisatie van en deelname aan veilingen kosteneffectief is en dat onnodige administratieve kosten worden vermeden; en
d)   kleine emittenten toegang krijgen tot emissierechten."
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter d bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 4 – alinea 4 bis (nieuw)
d bis)   in lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:
"De lidstaten rapporteren het aantal door nationale maatregelen gesloten elektriciteitsopwekkingscentrales op hun grondgebied om de twee jaar aan de Commissie. De Commissie berekent het aantal emissierechten dat overeenstemt met die sluitingen en stelt de lidstaten op de hoogte. De lidstaten mogen een overeenkomstige hoeveelheid rechten uit de totale hoeveelheid die in overeenstemming met lid 2 is verdeeld, annuleren."
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 4 – letter d ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 – lid 5
d ter)   lid 5 wordt vervangen door:
"5. De Commissie houdt toezicht op de werking van de Europese koolstofmarkt. Elk jaar dient zij een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de werking van de koolstofmarkt, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de veilingen, liquiditeit en verhandelde hoeveelheden. Indien nodig, zorgen de lidstaten ervoor dat alle relevante informatie ten minste twee maanden voor de goedkeuring van het verslag door de Commissie, aan deze laatste wordt doorgegeven."
"5. De Commissie houdt toezicht op de werking van de EU-ETS. Elk jaar dient zij een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de werking ervan, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de veilingen, liquiditeit en verhandelde hoeveelheden. In het verslag moet ook aandacht worden besteed aan de interactie tussen de EU-ETS en andere beleidsmaatregelen van de Unie inzake klimaat en energie, onder meer aan de manier waarop deze beleidsmaatregelen het evenwicht tussen aanbod en vraag in de EU-ETS beïnvloeden en aan de vraag of ze stroken met de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor 2030 en 2050. In het verslag wordt tevens rekening gehouden met het risico op koolstoflekkage en de effecten op investeringen binnen de Unie. De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante informatie ten minste twee maanden voor de goedkeuring van het verslag door de Commissie, aan deze laatste wordt doorgegeven."
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 1 – alinea's 1 en 2
a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:
a)  in lid 1 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen. Die handeling voorziet ook in extra toewijzing uit de nieuwkomersreserve voor aanzienlijke productieverhogingen door dezelfde drempels en toewijzingsaanpassingen toe te passen als die welke ten aanzien van een gedeeltelijke beëindiging van de werking gelden."
"1. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter een gedelegeerde handeling vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met voor de hele Unie geldende en volledig geharmoniseerde uitvoeringsmaatregelen voor het toewijzen van de in de leden 4, 5 en 7 bedoelde emissierechten, met inbegrip van bepalingen die nodig zijn voor een geharmoniseerde toepassing van lid 19. Die handeling voorziet ook in extra toewijzing uit de nieuwkomersreserve voor aanzienlijke productieschommelingen. Met name wordt erin bepaald dat iedere toe- of afname van de productie van ten minste 10 %, uitgedrukt als voortschrijdend gemiddelde van geverifieerde productiegegevens voor de twee voorgaande jaren vergeleken met de productieactiviteit die gerapporteerd wordt overeenkomstig artikel 11, wordt aangepast met een overeenkomstige hoeveelheid emissierechten door rechten toe te voegen of te onttrekken aan de reserve als bedoeld in lid 7.
Bij de voorbereiding van de gedelegeerde handeling als bedoeld in de eerste alinea houdt de Commissie voor ogen dat de administratieve complexiteit moet worden beperkt en dat moet worden voorkomen dat het systeem wordt gemanipuleerd. Hiertoe mag de Commissie in voorkomend geval flexibel omgaan met de toepassing van de in dit lid vastgestelde drempels, indien specifieke omstandigheden dit rechtvaardigen."
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter a bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 1 – alinea 3
a bis)  in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door:
"De in de eerste alinea bedoelde maatregelen bevatten voor zover mogelijk voor de hele Gemeenschap geldende ex ante benchmarks die waarborgen dat de toewijzing gebeurt op een wijze die de reductie van broeikasgasemissies en het gebruik van energie-efficiënte technieken stimuleert door rekening te houden met de meest efficiënte technieken, vervangingsproducten, alternatieve productieprocedés, hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, energie-efficiënt hergebruik van rookgassen, het gebruik van biomassa en het afvangen en de opslag van CO2, indien de faciliteiten daarvoor beschikbaar zijn, en zetten niet aan tot een toename van de emissie. Er wordt geen kosteloze toewijzing gegeven voor elektriciteitsopwekking, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 10 quater en voor met rookgassen geproduceerde elektriciteit."
"De in de eerste alinea bedoelde maatregelen bevatten voor zover mogelijk voor de hele Unie geldende ex ante benchmarks die waarborgen dat de toewijzing gebeurt op een wijze die de reductie van broeikasgasemissies en het gebruik van energie-efficiënte technieken stimuleert door rekening te houden met de meest efficiënte technieken, vervangingsproducten, alternatieve productieprocedés, hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, energie-efficiënt hergebruik van rookgassen, het gebruik van biomassa, CCS en CCU, indien de faciliteiten daarvoor beschikbaar zijn, en zetten niet aan tot een toename van de emissie. Er wordt geen kosteloze toewijzing gegeven voor elektriciteitsopwekking, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 10 quater en voor met rookgassen geproduceerde elektriciteit."
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 – inleidende formule
De benchmarkwaarden voor kosteloze toewijzing worden aangepast om onverhoopte winsten te vermijden en rekening te houden met de technologische vooruitgang in de periode 2007-2008 en elke volgende periode waarvoor overeenkomstig artikel 11, lid 1, kosteloze toewijzingen worden vastgesteld. Die aanpassing verlaagt de benchmarkwaarden die bij de uit hoofde van artikel 10 bis goedgekeurde handeling zijn vastgesteld, met 1 % van de op basis van gegevens voor 2007-2008 vastgestelde waarde voor elk jaar tussen 2008 en het midden van de relevante periode van kosteloze toewijzing, met de volgende uitzonderingen:
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn om de herziene benchmarkwaarden voor kosteloze toewijzing te bepalen. Die handelingen zijn in overeenstemming met de uit hoofde van lid 1 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen en voldoen aan de volgende elementen:
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 – punt -i (nieuw)
-i)   voor de periode van 2021 tot en met 2025 worden de benchmarkwaarden bepaald op basis van de uit hoofde van artikel 11 ingediende informatie voor de jaren 2016-2017;
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 – punt -i bis (nieuw)
-i bis)   op grond van een vergelijking tussen de op deze informatie gebaseerde benchmarkwaarden en de benchmarkwaarde van Besluit 2011/278/EU van de Commissie bepaalt de Commissie voor elk jaar tussen 2008 en 2023 het jaarlijkse verminderingspercentage voor elke benchmark en past zij dat toe op de benchmarkwaarden die van toepassing zijn in de periode 2013-2020 om de benchmarkwaarden voor de jaren 2021-2025 te bepalen;
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 – punt i
i)   aan de hand van de overeenkomstig artikel 11 ingediende gegevens bepaalt de Commissie of de waarden voor elke benchmark die aan de hand van de beginselen in artikel 10 bis zijn berekend, jaarlijks meer dan 0,5 % van de waarde van 2007-2008 van de bovenstaande jaarlijkse vermindering afwijken. Zo ja, wordt de benchmarkwaarde met 0,5 % of 1,5 % aangepast voor elk jaar tussen 2008 en het midden van de periode waarvoor een kosteloze toewijzing plaatsvindt;
i)   indien op basis van de overeenkomstig artikel 11 ingediende gegevens blijkt dat de vooruitgang niet meer dan 0,25 % bedraagt, wordt de benchmarkwaarde met dit percentage verlaagd in de periode 2021-2025 met betrekking tot elk jaar tussen 2008 en 2023;
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 – punt ii
ii)   in afwijking hiervan worden de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas met hetzelfde percentage als de benchmarks voor raffinaderijen aangepast om de gelijke concurrentievoorwaarden voor de producenten van die producten te handhaven.
ii)   indien op basis van de overeenkomstig artikel 11 ingediende gegevens blijkt dat de vooruitgang meer dan 1,75 % bedraagt, wordt de benchmarkwaarde met dit percentage verlaagd in de periode 2021-2025 met betrekking tot elk jaar tussen 2008 en 2023.
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 4
De Commissie stelt hiertoe een uitvoeringshandeling vast overeenkomstig artikel 22 bis.
Schrappen
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 bis (nieuw)
b bis)   aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Voor de periode tussen 2026 en 2030 worden de benchmarkwaarden op dezelfde manier bepaald, op basis van de overeenkomstig artikel 11 ingediende gegevens voor de jaren 2021-2022 en met het jaarlijkse verminderingspercentage dat van toepassing is voor elk jaar tussen 2008 en 2028."
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 2 – alinea 3 ter (nieuw)
b ter)   aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:
ii)   in afwijking hiervan worden de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas met hetzelfde percentage als de benchmarks voor raffinaderijen aangepast om de gelijke concurrentievoorwaarden voor de producenten van die producten te handhaven.
"In afwijking hiervan worden de benchmarkwaarden voor aromaten, waterstof en syngas met hetzelfde percentage als de benchmarks voor raffinaderijen aangepast om de gelijke concurrentievoorwaarden voor de producenten van die producten te handhaven."
Amendement 165
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b quater (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 3
b quater)  aan lid 3 worde de volgende alinea toegevoegd:
Met inachtneming van de leden 4 en 8, en van artikel 10 quater, wordt geen kosteloze toewijzing gegeven aan elektriciteitsopwekkers, installaties voor het afvangen van CO2, pijpleidingen voor het vervoer van CO2 of CO2-opslagplaatsen.
Met inachtneming van de leden 4 en 8, en van artikel 10 quater, wordt geen kosteloze toewijzing gegeven aan elektriciteitsopwekkers, installaties voor het afvangen van CO2, pijpleidingen voor het vervoer van CO2 of CO2-opslagplaatsen. Elektriciteitsopwekkers die elektriciteit opwekken uit restgas zijn geen elektriciteitsopwekkers in de zin van artikel 2, lid 3, onder u), van deze richtlijn. Bij benchmarkberekeningen wordt rekening gehouden met het totale koolstofgehalte van de restgassen die worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit.
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter b quinquies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 4
b quinquies)   lid 4 wordt vervangen door:
"4. Er worden kosteloze toewijzingen gegeven voor stadsverwarming en voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2004/8/EG, voor een economisch aantoonbare vraag, met betrekking tot de productie van warmte of koeling. In elk jaar na 2013 wordt de totale toewijzing aan deze installaties voor de productie van de betrokken warmte aangepast met de in artikel 9 bedoelde lineaire factor."
"4. Er worden kosteloze toewijzingen gegeven voor stadsverwarming en voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2004/8/EG, voor een economisch aantoonbare vraag, met betrekking tot de productie van warmte of koeling."
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter c
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 5
Met het oog op de naleving van het in artikel 10 vastgestelde te veilen aandeel worden voor elk jaar waarin de som van de kosteloze toewijzingen het maximumniveau van het te veilen aandeel van een lidstaat niet bereikt, de resterende emissierechten gebruikt ter voorkoming of beperking van de vermindering van de kosteloze toewijzingen om het te veilen aandeel van die lidstaat in latere jaren te respecteren. Wanneer het maximumniveau echter is bereikt, worden de kosteloze toewijzingen dienovereenkomstig aangepast. Elke aanpassing wordt op een eenvormige wijze toegepast.
5.   Indien de som van de kosteloze toewijzingen in een gegeven jaar het maximumniveau niet bereikt, met inachtneming van het te veilen aandeel van de lidstaten als bepaald in artikel 10, lid 1, worden de resterende emissierechten gebruikt ter voorkoming of beperking van de vermindering van kosteloze toewijzingen in de daaropvolgende jaren. Indien het maximumniveau echter wel wordt bereikt, wordt een hoeveelheid rechten die gelijkwaardig is aan een vermindering van maximaal vijf procentpunten van het aandeel van door de lidstaten overeenkomstig artikel 10, lid 1, te veilen rechten voor de volledige tienjarige periode met ingang van 1 januari 2021 kosteloos uitgedeeld aan bedrijfstakken en deeltakken overeenkomstig artikel 10 ter. Indien deze vermindering echter onvoldoende is om te beantwoorden aan de vraag van bedrijfstakken of deeltakken overeenkomstig artikel 10 ter, worden de kosteloze toewijzingen dienovereenkomstig aangepast aan de hand van een uniforme transsectorale correctiefactor voor bedrijfstakken met een handelsintensiteit met derde landen die lager ligt dan 15 % of met een koolstofintensiteit die minder dan 7 kg CO2 per EUR bruto toegevoegde waarde bedraagt.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter d
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 6 – alinea 1
Lidstaten moeten, rekening houdend met de eventuele gevolgen voor de interne markt, financiële maatregelen vaststellen ten gunste van bedrijfstakken of deeltakken die als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten, aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld. Dergelijke financiële maatregelen ter compensatie van een deel van die kosten moeten in overeenstemming zijn met de staatssteunregels.
6.   Op het niveau van de Unie wordt een gecentraliseerde regeling vastgesteld ter compensatie van bedrijfstakken of deeltakken die als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten, aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld.
De compensatie is evenredig aan de in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten en wordt toegepast overeenkomstig de in de desbetreffende richtsnoeren voor staatssteun vastgestelde criteria, zodat zowel negatieve effecten op de interne markt als overcompensatie van gemaakte kosten worden vermeden.
Indien het beschikbare compensatiebedrag niet toereikend is om de subsidiabele indirecte kosten te dekken, wordt het beschikbare compensatiebedrag voor alle in aanmerking komende installaties op uniforme wijze verlaagd.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter een gedelegeerde handeling vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn voor doeleinden als bedoeld in dit lid door regelingen voor de instelling en werking van het fonds in te voeren.
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter d bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)
d bis)   in lid 6 wordt een nieuwe alinea ingevoegd:
"Lidstaten mogen tevens, rekening houdend met de eventuele gevolgen voor de interne markt, nationale financiële maatregelen vaststellen ten gunste van bedrijfstakken of deeltakken die als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten aan een reëel risico op koolstoflekkage zijn blootgesteld. Dergelijke financiële maatregelen ter compensatie van een deel van deze kosten moeten in overeenstemming zijn met de staatssteunregels en met artikel 10, lid 3, van deze richtlijn. Deze nationale maatregelen mogen, indien ze worden gecombineerd met de steun als bedoeld in de eerste alinea, het maximumniveau voor compensatie als bedoeld in de desbetreffende richtsnoeren voor staatssteun niet overschrijden en mogen geen nieuwe marktverstoring creëren. De bestaande plafonds met betrekking tot compensatie in de vorm van staatssteun blijven dalen gedurende de hele handelsperiode."
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter e – punt i
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 7 – alinea 1
Emissierechten uit de in artikel 10 bis, lid 5, van deze richtlijn bedoelde maximale hoeveelheid die tegen 2020 niet kosteloos zijn toegewezen, worden voor nieuwkomers en aanzienlijke productieverhogingen gereserveerd, samen met 250 miljoen rechten die overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Besluit (EU) 2015/... van het Europees Parlement en de Raad(*) in de marktstabiliteitsreserve zijn ondergebracht.
7.   Er worden 400 miljoen emissierechten gereserveerd voor nieuwkomers en aanzienlijke productieverhogingen.
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter e – punt i
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 7 – alinea 2
Vanaf 2021 worden emissierechten die als gevolg van de toepassing van de leden 19 en 20 niet aan installaties zijn toegewezen, toegevoegd aan die reserve.
Vanaf 2021 worden alle emissierechten die als gevolg van de toepassing van de leden 19 en 20 niet aan installaties zijn toegewezen, toegevoegd aan die reserve.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter f – inleidende formule
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 8
f)  in lid 8 worden de eerste, de tweede en de derde alinea vervangen door:
f)  lid 8 wordt vervangen door:
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter f – alinea 1
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 8 – alinea 1
400 miljoen emissierechten worden beschikbaar gesteld om innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen in industriële bedrijfstakken zoals bedoeld in bijlage I te ondersteunen en om het opzetten en exploiteren te helpen stimuleren van commerciële demonstratieprojecten die zich bezighouden met het milieutechnisch veilig afvangen en geologisch opslaan van CO2 en van demonstratieprojecten inzake innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie binnen het grondgebied van de Unie.
8.   600 miljoen emissierechten worden beschikbaar gesteld om investeringen in innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen in industriële bedrijfstakken zoals bedoeld in bijlage I, waaronder biogebaseerde materialen en producten ter vervanging van koolstofintensieve materialen, in de hand te werken en om het opzetten en exploiteren te helpen stimuleren van commerciële demonstratieprojecten die zich bezighouden met milieutechnisch veilige CCS en CCU en van demonstratieprojecten inzake innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie en voor energieopslag binnen het grondgebied van de Unie.
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter f
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 8 – alinea 2
De emissierechten worden beschikbaar gesteld voor innovatie op het gebied van koolstofarme industriële technologieën en processen, alsmede ter ondersteuning van demonstratieprojecten voor de ontwikkeling van een breed gamma technologieën inzake CO2-afvang en -opslag en innovatieve hernieuwbare energie die commercieel nog niet levensvatbaar zijn, op geografisch gezien evenwichtig gespreide locaties. Ter bevordering van innovatieve projecten mag tot 60 % van de relevante kosten van de projecten worden gesubsidieerd, waarvan tot 40 % niet afhankelijk hoeft te zijn van geverifieerde vermijding van broeikasgasemissies, op voorwaarde dat vooraf bepaalde mijlpalen worden bereikt, rekening houdend met de ingezette technologie.
De emissierechten worden beschikbaar gesteld voor innovatie op het gebied van koolstofarme industriële technologieën en processen, alsmede ter ondersteuning van demonstratieprojecten voor de ontwikkeling van een breed gamma innovatieve technologieën inzake hernieuwbare energie, CCS en CCU die commercieel nog niet levensvatbaar zijn. Projecten worden geselecteerd op basis van hun effect op energiesystemen of industriële processen binnen een lidstaat, een groep lidstaten of de Unie. Ter bevordering van innovatieve projecten mag tot 75 % van de relevante kosten van de projecten worden gesubsidieerd, waarvan tot 60 % niet afhankelijk hoeft te zijn van geverifieerde vermijding van broeikasgasemissies, op voorwaarde dat vooraf bepaalde mijlpalen worden bereikt, rekening houdend met de ingezette technologie. De toewijzing van rechten aan een project hangt samen met de behoeften van dat project met betrekking tot het bereiken van vooraf bepaalde mijlpalen.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter f
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 8 – alinea 3
Vóór 2021 vullen daarnaast 50 miljoen niet-toegewezen emissierechten uit de bij Besluit (EU) 2015/... ingestelde marktstabiliteitsreserve alle overige bestaande middelen in dit lid voor hierboven bedoelde projecten aan, met projecten in alle lidstaten, inclusief kleinschalige projecten. Projecten worden geselecteerd op basis van objectieve en transparante criteria.
Vóór 2021 en vanaf 2018 vullen daarnaast 50 miljoen niet-toegewezen emissierechten uit de MSR alle bestaande middelen in dit lid die zijn overgebleven als gevolg van ongebruikte opbrengsten van de NER300-veilingen van emissierechten tussen 2013 en 2020 voor in de eerste en tweede alinea bedoelde projecten aan, met projecten in alle lidstaten, inclusief kleinschalige projecten. Projecten worden geselecteerd op basis van objectieve en transparante criteria, waarbij rekening wordt gehouden met hun relevantie in verband met het koolstofvrij maken van de betrokken bedrijfstakken.
Projecten die worden ondersteund uit hoofde van deze alinea kunnen ook aanvullende steun ontvangen uit hoofde van de eerste en tweede alinea.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter f
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 8 – alinea 4
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met de te gebruiken criteria voor de selectie van projecten die in aanmerking komen voor de rechten als bedoeld in dit lid, waarbij de volgende beginselen in acht worden genomen:
i)  projecten zijn gericht op het ontwerpen en ontwikkelen van baanbrekende oplossingen en het uitvoeren van demonstratieprogramma's;
ii)  de activiteiten moeten dicht bij de markt in productiefaciliteiten plaatsvinden om aan te tonen dat baanbrekende technologieën levensvatbaar zijn voor het overwinnen van zowel technologische als niet-technologische belemmeringen;
iii)  projecten zijn gericht op het leveren van technologische oplossingen die het potentieel hebben breed te kunnen worden toegepast en kunnen een combinatie bieden van verschillende technologieën;
iv)  oplossingen en technologieën beschikken idealiter over het potentieel om binnen de bedrijfstak en mogelijk naar andere bedrijfstakken te worden overgedragen;
v)  projecten waarbij de verwachte emissiereducties aanzienlijk onder de desbetreffende benchmarkwaarde liggen, krijgen voorrang. Subsidiabele projecten zorgen ofwel voor een bijdrage aan emissiereducties die onder de in lid 2 bedoelde benchmarkwaarden liggen, of voor vooruitzichten om de kost van de overgang naar emmissiearme energieopwekking aanzienlijk te verlagen; en
vi)  CCU-projecten staan in voor een nettovermindering van emissies en een permanente opslag van CO2 gedurende hun volledige levensduur.
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 5 – letter i bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – lid 20
i bis)   lid 20 wordt vervangen door:
"20. De Commissie neemt, als onderdeel van de krachtens lid 1, vastgestelde maatregelen, bepalingen op om installaties te definiëren die gedeeltelijk of tijdelijk uit bedrijf worden genomen of die hun capaciteit aanzienlijk verminderen, alsook bepalingen om indien nodig de hoeveelheid kosteloos aan die installaties verstrekte emissierechten dienovereenkomstig aan te passen."
"20. De Commissie neemt, als onderdeel van de krachtens lid 1, vastgestelde maatregelen, bepalingen op om installaties te definiëren die gedeeltelijk of tijdelijk uit bedrijf worden genomen of die hun capaciteit aanzienlijk verminderen, alsook bepalingen om indien nodig de hoeveelheid kosteloos aan die installaties verstrekte emissierechten dienovereenkomstig aan te passen.
Deze maatregelen zorgen voor flexibiliteit voor bedrijfstakken waarin capaciteit regelmatig wordt overgedragen tussen operationele installaties binnen eenzelfde bedrijf."
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 bis – titel
Maatregelen ter ondersteuning van bepaalde energie-intensieve industrieën in geval van koolstoflekkage
Overgangsmaatregelen ter ondersteuning van bepaalde energie-intensieve industrieën in geval van koolstoflekkage
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 ter – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   Na de vaststelling van de herziening van Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad* verricht de Commissie een nieuwe beoordeling van het aandeel emissiereducties in de EU-ETS en Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad**. Bijkomende reducties door een verhoogd energie-efficiëntiestreefcijfer worden gebruikt om bedrijfstakken die een risico op koolstoflekkage of het wegvloeien van investeringen lopen, te beschermen.
____________
* Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).
** Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 136).
Amendement 144
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 ter – lid 1 ter en 1 quater (nieuw)
1 ter.   Ter uitvoering van artikel 6, lid 2, van de Overeenkomst van Parijs beoordeelt de Commissie in haar verslag, dat zal worden opgesteld overeenkomstig artikel 28 bis bis, de ontwikkeling van beleidsmaatregelen ter beperking van de klimaatverandering, inclusief op de markt gebaseerde benaderingen, in derde landen en regio's en het effect van deze beleidsmaatregelen op het concurrentievermogen van de Europese industrie.
1 quater.   Als de Commissie in haar verslag tot de conclusie komt dat er een aanzienlijk risico van koolstoflekkage blijft bestaan, komt ze in voorkomend geval met een wetgevingsvoorstel ter invoering van een koolstofgrenscorrectie, geheel in overeenstemming met de WTO-regels, op basis van een haalbaarheidsstudie waartoe opdracht moet worden gegeven bij de publicatie van deze richtlijn in het PB. Deze regeling zou in de EU-ETS ook importeurs opnemen van producten die worden geproduceerd door de overeenkomstig artikel 10 bis vastgestelde bedrijfstakken of deeltakken.
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 ter – lid 2
2.  Bedrijfstakken en deeltakken waarvan het product van de vermenigvuldiging van de intensiteit van hun handel met derde landen met hun emissie-intensiteit groter is dan 0,18 mogen in de in lid 1 bedoelde groep worden opgenomen op basis van een kwalitatieve beoordeling aan de hand van de volgende criteria:
2.  Bedrijfstakken en deeltakken waarvan het product van de vermenigvuldiging van de intensiteit van hun handel met derde landen met hun emissie-intensiteit groter is dan 0,12 mogen in de in lid 1 bedoelde groep worden opgenomen op basis van een kwalitatieve beoordeling aan de hand van de volgende criteria:
a)  de mate waarin individuele installaties in de betrokken bedrijfstak of deeltak hun emissieniveau of elektriciteitsverbruik kunnen verminderen;
a)  de mate waarin individuele installaties in de betrokken bedrijfstak of deeltak hun emissieniveau of elektriciteitsverbruik kunnen verminderen, rekening houdend met de gerelateerde toename van productiekosten;
b)  huidige en verwachte marktkenmerken;
b)  huidige en verwachte marktkenmerken;
c)  winstmarges als een potentiële indicator van beslissingen inzake langetermijninvestering of verplaatsing.
c)  winstmarges als een potentiële indicator van beslissingen inzake langetermijninvestering of verplaatsing;
c bis)   grondstoffen die op wereldwijde markten worden verhandeld tegen een gemeenschappelijke referentieprijs.
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 ter – lid 3
3.  Andere bedrijfstakken en deeltakken worden geacht in staat te zijn om een groter deel van de kost van de emissierechten in de productprijzen door te berekenen en krijgen voor de periode tot en met 2030 kosteloze emissierechten toegewezen ten belope van 30 % van de hoeveelheid die overeenkomstig de krachtens artikel 10 bis vastgestelde maatregelen is bepaald.
3.  De bedrijfstak van stadsverwarming wordt geacht in staat te zijn om een groter deel van de kost van de emissierechten in de productprijzen door te berekenen en krijgen voor de periode tot en met 2030 kosteloze emissierechten toegewezen ten belope van 30 % van de hoeveelheid die overeenkomstig de krachtens artikel 10 bis vastgestelde maatregelen is bepaald. Aan andere bedrijfstakken en deeltakken worden geen kosteloze toewijzingen verleend.
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 ter – lid 4
4.  Uiterlijk op 31 december 2019 stelt de Commissie op basis van de beschikbare gegevens van de laatste drie kalenderjaren voor de uitvoering van de voorgaande leden overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast betreffende activiteiten op viercijferniveau (NACE 4-code) met betrekking tot lid 1.
4.  Uiterlijk op 31 december 2019 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast ter aanvulling van deze richtlijn met betrekking tot lid 1 betreffende de activiteiten op viercijferniveau (NACE 4-code), of, indien gerechtvaardigd op basis van objectieve criteria die door de Commissie worden ontwikkeld, op het relevante niveau van uitsplitsing op basis van openbare en op de bedrijfstak toegespitste gegevens om de onder de EU-ETS vallende activiteiten te omvatten. De beoordeling van de handelsintensiteit gebeurt op basis van de beschikbare gegevens van de laatste vijf kalenderjaren.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 1
1.  Voor de modernisering van de energiesector kunnen lidstaten waarvan in 2013 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen in EUR minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, in afwijking van artikel 10 bis, leden 1 tot en met 5, een voorlopige kosteloze toewijzing verstrekken aan installaties voor elektriciteitsproductie.
1.  Voor de modernisering, diversifiëring en duurzame transformatie van de energiesector kunnen lidstaten waarvan in 2013 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen in EUR minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg in afwijking van artikel 10 bis, leden 1 tot en met 5, voorlopige kosteloze toewijzing verstrekken aan installaties voor elektriciteitsopwekking. Deze afwijking eindigt op 31 december 2030.
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   Lidstaten die niet in aanmerking komen uit hoofde van lid 1 maar waarvan in 2014 het bbp per hoofd van de bevolking tegen marktwisselkoersen in EUR minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, kunnen ook gebruikmaken van de afwijking als bedoeld in dat lid tot maximaal de hoeveelheid als bedoeld in lid 4, op voorwaarde dat de overeenkomstige hoeveelheid emissierechten wordt overgebracht naar het moderniseringsfonds en de opbrengsten worden gebruikt ter ondersteuning van investeringen overeenkomstig artikel 10 quinquies.
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.   Lidstaten die uit hoofde van dit artikel in aanmerking komen voor het verlenen van kosteloze toewijzingen aan installaties voor energieopwekking kunnen ervoor kiezen de overeenkomstige hoeveelheid rechten of een deel ervan over te brengen naar het moderniseringsfonds en de rechten toe te wijzen volgens de bepalingen van artikel 10 quinquies. In dat geval stellen de lidstaten de Commissie daarvan vóór de overdracht in kennis.
Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 1 – letter b
b)  waarborgen dat enkel projecten die bijdragen tot de diversificatie van de energiemix en de bevoorradingsbronnen van de lidstaat, tot de nodige herstructurering, milieutechnische opwaardering en aanpassing van de infrastructuur, tot schone technologieën en tot de modernisering van de energieproductie, -transmissie en -distributie in aanmerking komen om te bieden;
b)  waarborgen dat enkel projecten die bijdragen tot de diversificatie van de energiemix en de bevoorradingsbronnen van de lidstaat, tot de nodige herstructurering, milieutechnische opwaardering en aanpassing van de infrastructuur, tot schone technologieën (zoals technologieën op het gebied van hernieuwbare energie) of tot de modernisering van de energieproductie, stadsverwarmingsnetwerken, energie-efficiëntie, energieopslag, -transmissie en -distributie in aanmerking komen om te bieden;
Amendement 93
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 1 – letter c
c)  duidelijke, objectieve, transparante en niet-discriminerende selectiecriteria voor de rangschikking van de projecten vaststellen om te waarborgen dat projecten worden geselecteerd die:
c)  duidelijke, objectieve, transparante en niet-discriminerende selectiecriteria, die stroken met de EU-beleidsdoelstellingen voor 2050 inzake klimaat en energie, vaststellen voor de rangschikking van de projecten om te waarborgen dat projecten worden geselecteerd die:
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 1 – letter c – punt i
i)  volgens een kosten-batenanalyse een positieve nettowinst voor de emissiereductie opleveren en een vooraf bepaalde aanzienlijke mate van CO2-vermindering verwezenlijken;
i)  volgens een kosten-batenanalyse een positieve nettowinst voor de emissiereductie opleveren en een vooraf bepaalde aanzienlijke mate van CO2-vermindering verwezenlijken die in verhouding is met de omvang van de projecten. Wanneer de projecten betrekking hebben op elektriciteitsproductie mag de broeikasgasemissie per kilowattuur in de installatie geproduceerde elektriciteit in totaal niet meer dan 450 g CO2-equivalent bedragen na beëindiging van het project. Uiterlijk op 1 januari 2021 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 ter een gedelegeerde handeling vast tot wijziging van deze richtlijn door voor projecten met betrekking tot warmteproductie de maximale totale broeikasgasemissies per kilowattuur in de installatie geproduceerde warmte te bepalen die niet mag worden overschreden.
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 1 – letter c – punt ii
ii)  een aanvulling zijn, duidelijk tegemoetkomen aan vervangings- en moderniseringsbehoeften en niet beantwoorden aan een marktgestuurde groei van de vraag naar energie;
ii)  een aanvulling zijn, hoewel ze mogen worden gebruikt om te voldoen aan de desbetreffende streefdoelen als vastgesteld in het klimaat- en energiekader 2030, duidelijk tegemoetkomen aan vervangings- en moderniseringsbehoeften en niet beantwoorden aan een marktgestuurde groei van de vraag naar energie;
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 1 – letter c – punt iii bis (nieuw)
iii bis)   niet bijdragen aan nieuwe met kolen gestookte energieopwekking of de afhankelijkheid van steenkool vergroten.
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 2
Uiterlijk op 30 juni 2019 wordt door elke lidstaat die voornemens is om van de optionele kosteloze toewijzing gebruik te maken, een gedetailleerd nationaal kader waarin het concurrerende biedingsproces en de selectiecriteria worden uiteengezet, bekendgemaakt voor openbaar commentaar.
Uiterlijk op 30 juni 2019 wordt door elke lidstaat die voornemens is om van de optionele voorlopige kosteloze toewijzing voor de modernisering van de energiesector gebruik te maken, een gedetailleerd nationaal kader waarin het concurrerende biedingsproces en de selectiecriteria worden uiteengezet, bekendgemaakt voor openbaar commentaar.
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 2 – alinea 3
Indien investeringen met een waarde van minder dan 10 miljoen EUR met kosteloze toewijzingen worden ondersteund, selecteert de lidstaat projecten op basis van objectieve en transparante criteria. De resultaten van dat selectieproces worden bekendgemaakt voor openbaar commentaar. Op basis daarvan stelt de betrokken lidstaat een lijst met investeringen op en dient die uiterlijk op 30 juni 2019 in bij de Commissie.
Indien investeringen met een waarde van minder dan 10 miljoen EUR met kosteloze toewijzingen worden ondersteund, selecteert de lidstaat projecten op basis van objectieve en transparante criteria die in samenhang zijn met het behalen van de langetermijndoelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en energie. Over deze criteria wordt een openbare raadpleging gehouden, waarbij volledige transparantie en toegankelijkheid van de betreffende documenten wordt gegarandeerd, en in de criteria wordt ten volle rekening gehouden met de opmerkingen van belanghebbende partijen. De resultaten van dat selectieproces worden bekendgemaakt voor openbare raadpleging. Op basis daarvan stelt de betrokken lidstaat een lijst met investeringen op en dient die uiterlijk op 30 juni 2019 in bij de Commissie.
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 3
3.  De waarde van de voorgenomen investeringen is op zijn minst gelijk aan de waarde van de kosteloze toewijzing, rekening houdend met het feit dat prijsstijgingen als rechtstreeks gevolg hiervan moeten worden beperkt. De marktwaarde is het gemiddelde van de prijs van emissierechten op het gemeenschappelijke veilingplatform in het voorgaande kalenderjaar.
3.  De waarde van de voorgenomen investeringen is op zijn minst gelijk aan de waarde van de kosteloze toewijzing, rekening houdend met het feit dat prijsstijgingen als rechtstreeks gevolg hiervan moeten worden beperkt. De marktwaarde is het gemiddelde van de prijs van emissierechten op het gemeenschappelijke veilingplatform in het voorgaande kalenderjaar. Maximaal 75 % van de relevante kosten van een investering mag worden gesteund.
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 6
6.  De lidstaten eisen van begunstigde elektriciteitsproducenten en netwerkexploitanten dat zij uiterlijk op 28 februari van elk jaar verslag uitbrengen over de uitvoering van hun geselecteerde investeringen. De lidstaten brengen hierover verslag uit aan de Commissie en de Commissie maakt dit verslag openbaar.
6.  De lidstaten eisen van begunstigde energieproducenten en netwerkexploitanten dat zij jaarlijks uiterlijk op 31 maart van elk jaar verslag uitbrengen over de uitvoering van hun geselecteerde investeringen, onder meer over het evenwicht tussen kosteloze toewijzing en gemaakte investeringsuitgaven, de typen gesteunde investeringen en de manier waarop ze de doelen als vastgesteld in lid 2, eerste alinea, onder b), hebben bereikt. De lidstaten brengen hierover verslag uit aan de Commissie en de Commissie maakt dit verslag beschikbaar voor het publiek. De lidstaten en de Commissie zorgen voor toezicht en analyse wat potentiële arbitrage met betrekking tot de drempel van 10 miljoen EUR voor kleine projecten betreft en voorkomen ongerechtvaardigde opdeling van een investering over kleinere projecten door uit te sluiten dat meer dan één investering terechtkomt bij dezelfde begunstigde installatie.
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 6 bis (nieuw)
6 bis.   In het geval van een redelijk vermoeden van onregelmatigheden of het verzuim van een lidstaat om te rapporteren overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 kan de Commissie een onafhankelijk onderzoek instellen, indien nodig bijgestaan door een overeenkomstsluitende derde partij. De Commissie onderzoekt tevens andere mogelijke inbreuken, zoals het verzuim om het derde energiepakket ten uitvoer te leggen. De betrokken lidstaat verschaft alle informatie over investeringen en de toegang die nodig is voor het onderzoek, met inbegrip van toegang tot installaties en bouwterreinen. De Commissie publiceert een verslag over dat onderzoek.
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 6
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quater – lid 6 ter (nieuw)
6 ter.   In het geval van inbreuk op de klimaat- en energiewetgeving van de Unie, met inbegrip van het derde energiepakket, of de in dit artikel vastgestelde criteria, kan de Commissie de lidstaat verplichten af te zien van kosteloze toewijzing.
Amendement 149
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 1 – alinea 1
1.  Ter ondersteuning van investeringen in de modernisering van de energiesystemen en de verbetering van de energie-efficiëntie in lidstaten waarvan in 2013 het bbp per hoofd van de bevolking minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, wordt voor de periode 2021-2030 een fonds ingesteld en overeenkomstig artikel 10 gefinancierd.
1.  Voor het ondersteunen en aantrekken van investeringen in de modernisering van de energiesystemen, waaronder stadsverwarming, en de verbetering van de energie-efficiëntie in lidstaten waarvan in 2013, 2014 of 2015 het bbp per hoofd van de bevolking minder dan 60 % van het EU-gemiddelde bedroeg, wordt voor de periode 2021-2030 een fonds ingesteld en overeenkomstig artikel 10 gefinancierd.
Amendement 104
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 1 – alinea 2
De ondersteunde investeringen moeten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van deze richtlijn en het Europees Fonds voor strategische investeringen.
De ondersteunde investeringen voldoen aan de beginselen van transparantie, non-discriminatie, gelijke behandeling en degelijk financieel beheer en bieden de beste kosten-batenverhouding. Zij zijn in overeenstemming met de doelstellingen van deze richtlijn, de langetermijndoelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en energie en het Europees Fonds voor strategische investeringen en voldoen aan de volgende kenmerken:
i)   ze dragen bij aan energiebesparing, systemen voor hernieuwbare energie, energieopslag en de bedrijfstakken van elektriciteitsinterconnectie, -transmissie en -distributie; indien projecten betrekking hebben op elektriciteitsproductie mag de broeikasgasemissie per kilowattuur in de installatie geproduceerde elektriciteit in totaal niet meer dan 450 g CO2-equivalent bedragen na beëindiging van het project. Uiterlijk op 1 januari 2021 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 ter een gedelegeerde handeling vast tot wijziging van deze richtlijn door voor projecten met betrekking tot warmteproductie de maximale totale broeikasgasemissies per kilowattuur in de installatie geproduceerde warmte te bepalen die niet mag worden overschreden;
ii)   ze garanderen op basis van een kosten-batenanalyse een positieve nettowinst in termen van emissiereducties en verwezenlijken een vooraf bepaalde aanzienlijke mate van CO2-vermindering;
iii)   ze hebben een aanvullend karakter, hoewel ze mogen worden gebruikt om te voldoen aan de desbetreffende streefdoelen als vastgesteld in het klimaat- en energiekader 2030, ze komen duidelijk tegemoet aan vervangings- en moderniseringsbehoeften en beantwoorden niet aan een marktgestuurde groei van de vraag naar energie;
iv)   ze dragen niet bij aan nieuwe met kolen gestookte energieopwekking en vergroten evenmin de afhankelijkheid van steenkool.
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
De Commissie evalueert de vereisten die in dit lid zijn opgenomen regelmatig, rekening houdend met de klimaatstrategie van de EIB. Indien één of meer van de in dit lid vermelde vereisten op basis van technologische vooruitgang irrelevant worden, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 30 ter een gedelegeerde handeling vast tot wijziging van deze richtlijn door nieuwe of bijgewerkte vereisten uiteen te zetten.
Amendement 106
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 2
2.  Het fonds financiert ook kleinschalige investeringsprojecten in de modernisering van energiesystemen en energie-efficiëntie. De investeringsraad ontwikkelt daartoe richtsnoeren en selectiecriteria voor investeringen die specifiek zijn voor dergelijke projecten.
2.  Het fonds financiert ook kleinschalige investeringsprojecten in de modernisering van energiesystemen en energie-efficiëntie. De investeringsraad van het fonds ontwikkelt daartoe investeringsrichtsnoeren en -selectiecriteria die specifiek zijn voor dergelijke projecten, in overeenstemming met de doelstellingen van deze richtlijn en de in lid 1 vastgestelde criteria. Deze richtsnoeren en selectiecriteria worden beschikbaar gemaakt voor het publiek.
Voor de toepassing van dit lid wordt onder een kleinschalig investeringsproject verstaan een project dat wordt gefinancierd met leningen van een nationale stimuleringsbank of met subsidies die bijdragen aan de uitvoering van een nationaal programma voor de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het moderniseringsfonds, op voorwaarde dat niet meer dan 10 % van het in bijlage II ter vastgestelde aandeel van de lidstaten wordt gebruikt.
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Iedere begunstigde lidstaat die heeft besloten overeenkomstig artikel 10 quater voorlopige kosteloze toewijzing te verlenen, mag deze emissierechten overbrengen naar zijn aandeel van het moderniseringsfonds als bepaald in bijlage II ter en deze emissierechten toewijzen overeenkomstig de bepalingen van artikel 10 quinquies.
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 4 – alinea 1
4.  Het fonds wordt bestuurd door een investeringsraad en een beheerscomité die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de begunstigde lidstaten, de Commissie, de EIB en drie voor een periode van vijf jaar door de andere lidstaten verkozen vertegenwoordigers. De investeringsraad is verantwoordelijk voor de vaststelling op EU-niveau van een investeringsbeleid, passende financieringsinstrumenten en selectiecriteria voor investeringen.
4.  De begunstigde lidstaten zijn verantwoordelijk voor het bestuur van het fonds en richten gezamenlijk een investeringsraad op die is samengesteld uit één vertegenwoordiger per begunstigde lidstaat, de Commissie, de EIB en drie waarnemers van belanghebbende partijen zoals sectorfederaties, vakbonden of ngo's. De investeringsraad is verantwoordelijk voor de vaststelling van een investeringsbeleid op Unie-niveau dat strookt met de vereisten van dit artikel en in samenhang is met het beleid van de Unie.
Er wordt een adviesraad opgericht die onafhankelijk is van de investeringsraad. De adviesraad wordt samengesteld uit drie vertegenwoordigers van de begunstigde lidstaten, drie vertegenwoordigers van de niet-begunstigde lidstaten, een vertegenwoordiger van de Commissie, een vertegenwoordiger van de EIB en een vertegenwoordiger van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), die voor een periode van vijf jaar worden geselecteerd. De vertegenwoordigers van de adviesraad beschikken in hoge mate over relevante marktervaring met betrekking tot projectstructurering en projectfinanciering. De adviesraad verstrekt advies en aanbevelingen aan de investeringsraad over welke projecten in aanmerking komen voor besluiten met betrekking tot selectie, investering en financiering, en zorgt desgewenst voor andere vormen van bijstand bij de ontwikkeling van projecten.
Het beheerscomité is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van het fonds.
Er wordt een beheerscomité opgericht. Het beheerscomité is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van het fonds.
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 4 – alinea 2
De investeringsraad verkiest een vertegenwoordiger van de Commissie tot zijn voorzitter. De investeringsraad streeft ernaar besluiten bij consensus te nemen. Indien de investeringsraad niet binnen een door de voorzitter vastgestelde termijn bij consensus kan besluiten, neemt de investeringsraad een besluit bij gewone meerderheid.
De investeringsraad kiest uit zijn leden een voorzitter voor een periode van één jaar. De investeringsraad streeft ernaar besluiten bij consensus te nemen. De adviesraad neemt zijn advies aan bij gewone meerderheid.
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 4 – alinea 3
Het beheerscomité bestaat uit door de investeringsraad benoemde vertegenwoordigers. De besluiten van het beheerscomité worden bij gewone meerderheid genomen.
De investeringsraad, de adviesraad en het beheerscomité werken op een open en transparante wijze. De notulen van beide raadsvergaderingen worden openbaar gemaakt. De samenstelling van de investeringsraad en de adviesraad wordt openbaar gemaakt en de cv's en de belangenverklaringen van de leden worden beschikbaar gesteld voor het publiek en regelmatig bijgewerkt. De investeringsraad en de adviesraad gaan doorlopend na of er geen belangenconflicten zijn. De adviesraad legt tweemaal per jaar een lijst voor aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie met alle adviezen die zijn verstrekt aan projecten.
Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 4 – alinea 4
Indien de EIB aanbeveelt om een investering niet te financieren en die aanbeveling met redenen onderbouwt, wordt een besluit slechts aangenomen indien een meerderheid van twee derde van alle leden voorstemmen. De lidstaat waarin de investering plaatsvindt en de EIB hebben in dat geval geen stemrecht. De twee voorgaande zinnen zijn niet van toepassing op kleine projecten die gefinancierd zijn met leningen van een nationale stimuleringsbank of met subsidies die bijdragen tot de uitvoering van een nationaal programma met specifieke doelstellingen die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het moderniseringsfonds, op voorwaarde dat niet meer dan 10 % van het in bijlage II ter vastgestelde aandeel van de lidstaten in het kader van het programma wordt gebruikt.
Indien de EIB de adviesraad aanbeveelt om een investering niet te financieren en motiveert waarom deze niet strookt met het investeringsbeleid dat door de investeringsraad is goedgekeurd en de selectiecriteria als bedoeld in lid 1, wordt een positief advies slechts aangenomen indien een meerderheid van twee derde van alle leden voorstemmen. De lidstaat waarin de investering plaatsvindt en de EIB hebben in dat geval geen stemrecht.
Amendement 112
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 5 – inleidende formule
5.  De begunstigde lidstaten brengen jaarlijks verslag uit aan het beheerscomité over door het fonds gefinancierde investeringen. Het verslag wordt openbaar gemaakt en bevat het volgende:
5.  De begunstigde lidstaten brengen jaarlijks verslag uit aan de investeringsraad en de adviesraad over door het fonds gefinancierde investeringen. Het verslag wordt beschikbaar gemaakt voor het publiek en bevat het volgende:
Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 6
6.  Elk jaar brengt het beheerscomité bij de Commissie verslag uit over de ervaringen met de evaluatie en de selectie van investeringen. Uiterlijk op 31 december 2024 evalueert de Commissie de basis waarop projecten worden geselecteerd, en doet in voorkomend geval voorstellen aan het beheerscomité.
6.  Elk jaar brengt de adviesraad bij de Commissie verslag uit over de ervaringen met de evaluatie en de selectie van investeringen. Uiterlijk op 31 december 2024 evalueert de Commissie de basis waarop projecten worden geselecteerd, en doet in voorkomend geval voorstellen aan de investeringsraad en de adviesraad.
Amendement 114
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 7
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 10 quinquies – lid 7
7.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen om dit artikel uit te voeren.
7.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de doeltreffende werking van het moderniseringsfonds.
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 1 – punt 8 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
8 bis)   Aan artikel 11, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Met ingang van 2021 zorgen de lidstaten er ook voor dat elke exploitant tijdens elk kalenderjaar de productieactiviteit rapporteert zodat de toewijzing kan worden aangepast overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7."
Amendement 116
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 8 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)
8 ter)   Aan artikel 11 wordt het volgende lid toegevoegd:
"3 bis. In het geval van een redelijk vermoeden van onregelmatigheden of het verzuim van een lidstaat om de lijst en de informatie als bepaald in de leden 1 tot en met 3 te verstrekken, kan de Commissie een onafhankelijk onderzoek instellen, indien nodig bijgestaan door een overeenkomstsluitende derde partij. De betrokken lidstaat verschaft alle informatie en de toegang die nodig is voor het onderzoek, met inbegrip van toegang tot installaties en productiegegevens. De Commissie neemt dezelfde vertrouwelijkheid inzake commercieel gevoelige informatie in acht als de betrokken lidstaat en brengt verslag uit over dat onderzoek."
Amendement 117
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 10 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 12 – lid 3 bis
10 bis)   In artikel 12 wordt lid 3 bis vervangen door:
"3 bis. Voor emissies die worden afgevangen en vervoerd voor permanente opslag in een installatie die een vergunning heeft overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de geologische opslag van koolstofdioxide ontstaat geen verplichting om emissierechten in te leveren1.
"3 bis. Voor emissies die worden afgevangen en vervoerd voor permanente opslag in een installatie die een vergunning heeft overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de geologische opslag van koolstofdioxide, ontstaat geen verplichting om emissierechten in te leveren1, noch voor emissies waarvan is vastgesteld dat ze zijn afgevangen en/of hergebruikt in een toepassing die zorgt voor permanente koolstofvastlegging, met het oog op het afvangen en hergebruiken van CO2."
Amendement 118
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 12
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 14 – lid 1
12)  In artikel 14, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:
12)   Artikel 14, lid 1, wordt vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"1. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de bewaking en rapportage van emissies en indien van toepassing activiteitsgegevens ten gevolge van de in bijlage I vermelde activiteiten, voor de bewaking en rapportage van ton-kilometergegevens voor het doel van een toepassing zoals bedoeld in artikel 3 sexies of 3 septies, die wordt gebaseerd op de in bijlage IV vermelde beginselen voor bewaking en rapportage en waarin het aardopwarmingsvermogen van elk broeikasgas in de vereisten voor de bewaking en rapportage van emissie voor dat gas wordt gespecificeerd.".
"De Commissie past uiterlijk op 31 december 2018 de bestaande voorschriften inzake bewaking en rapportage van emissies zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie* aan, teneinde regelgevingsbelemmeringen met betrekking tot investeringen in recentere koolstofarme technologieën zoals CO2-afvang en -gebruik (CCU) weg te werken. Deze nieuwe voorschriften worden met ingang van 1 januari 2019 van kracht voor alle CCU-technologieën.
In die verordening worden ook vereenvoudigde bewakings-, rapportage- en verificatieprocedures voor kleine emittenten vastgesteld.
____________________
* Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 181 van 12.7.2012, blz. 30)."
Amendement 119
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 13
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 15 – leden 4 en 5
13)  In artikel 15 wordt de vijfde alinea vervangen door:
13)  In artikel 15 worden de leden 4 en 5 vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de verificatie van emissieverslagen op basis van de in bijlage V vermelde beginselen en voor de accreditatie van en het toezicht op verificateurs. Hierin worden de voorwaarden vastgesteld voor de accreditatie en intrekking van accreditatie, voor wederzijdse erkenning en collegiaal toezicht op accreditatie-instanties, naargelang het geval.".
Amendement 120
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 13 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 16 – lid 7
13 bis)   Artikel 16, lid 7, wordt vervangen door:
7.  Het in lid 5 bedoelde verzoek wordt door de Commissie ter kennis gebracht van de andere lidstaten via hun vertegenwoordigers in het in artikel 23, lid 1, bedoelde comité en volgens het reglement van orde van dat comité.
7.  Het in lid 5 bedoelde verzoek wordt door de Commissie ter kennis gebracht van de andere lidstaten via hun vertegenwoordigers in het in artikel 30 quater, lid 1, bedoelde comité en volgens het reglement van orde van dat comité.
Amendement 121
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 14
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 16 – lid 12
12.  Indien nodig worden de in dit artikel vermelde procedures nader geregeld. De betreffende uitvoeringshandelingen worden in overeenstemming met de in artikel 22 bis beschreven adviesprocedure vastgesteld.".
12.  Indien nodig worden de in dit artikel vermelde procedures nader geregeld. De betreffende uitvoeringshandelingen worden in overeenstemming met de in artikel 30 quater, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 122
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 15
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 19 – lid 3
15)  In artikel 19, lid 3, wordt de derde zin vervangen door:
15)  Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door:
"Die verordening bevat daarnaast bepalingen voor regels inzake de wederzijdse erkenning van emissierechten in overeenkomsten om regelingen voor de handel in emissierechten aan elkaar te koppelen. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de instelling van een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers in de vorm van elektronische gegevensbanken, die gemeenschappelijke gegevens bevatten om de verlening, het bezit, de overdracht en de annulering van emissierechten te volgen, om voor toegang van het publiek en de nodige geheimhouding te zorgen en om te waarborgen dat er geen overdrachten geschieden die met uit het Protocol van Kyoto voortvloeiende verplichtingen onverenigbaar zijn. Deze gedelegeerde handelingen bevatten tevens bepalingen betreffende het gebruik en de identificatie van CER's en ERU's voor gebruik in de EU-ETS en betreffende de bewaking van het niveau van dit gebruik. Deze handelingen bevatten daarnaast bepalingen voor regels inzake de wederzijdse erkenning van emissierechten in overeenkomsten om regelingen voor de handel in emissierechten aan elkaar te koppelen.".
Amendement 123
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 15 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 21 – lid 1
15 bis)   Artikel 21, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De lidstaten brengen bij de Commissie elk jaar verslag uit over de toepassing van deze richtlijn. In dit verslag wordt bijzondere aandacht besteed aan de regelingen voor de toewijzing van emissierechten, aan het functioneren van de registers, aan de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen inzake bewaking en rapportage, verificatie en accreditatie, en aan aangelegenheden die verband houden met de naleving van deze richtlijn, alsmede aan de fiscale behandeling van emissierechten, indien van toepassing. Het eerste verslag wordt uiterlijk 30 juni 2005 aan de Commissie toegezonden. Het verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een ontwerp dat door de Commissie is uitgewerkt volgens de procedure van artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG. De vragenlijst of het kader wordt ten minste zes maanden voor de uiterste termijn voor het inzenden van het eerste verslag aan de lidstaten toegezonden."
"1. De lidstaten brengen bij de Commissie elk jaar verslag uit over de toepassing van deze richtlijn. In dit verslag wordt bijzondere aandacht besteed aan de regelingen voor de toewijzing van emissierechten, aan financiële maatregelen uit hoofde van artikel 10 bis, lid 6, aan het functioneren van de registers, aan de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen inzake bewaking en rapportage, verificatie en accreditatie, en aan aangelegenheden die verband houden met de naleving van deze richtlijn, alsmede aan de fiscale behandeling van emissierechten, indien van toepassing. Het eerste verslag wordt uiterlijk 30 juni 2005 aan de Commissie toegezonden. Het verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een ontwerp dat door de Commissie is uitgewerkt volgens de procedure van artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG. De vragenlijst of het kader wordt ten minste zes maanden voor de uiterste termijn voor het inzenden van het eerste verslag aan de lidstaten toegezonden."
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 15 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 21 – lid 2 bis (nieuw)
15 ter)   In artikel 21 wordt het volgende lid ingevoegd:
"2 bis. In het verslag wordt, aan de hand van de gegevens die worden verstrekt via de in artikel 18 ter bedoelde samenwerking, een lijst opgenomen van exploitanten die aan de voorschriften van deze richtlijn zijn onderworpen en geen rekening in het register hebben geopend."
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 15 quater (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 21 – lid 3 bis (nieuw)
15 quater)   Aan artikel 21 wordt het volgende lid toegevoegd:
"3 bis. In het geval van een redelijk vermoeden van onregelmatigheden of het verzuim van een lidstaat om te rapporteren overeenkomstig lid 1 kan de Commissie een onafhankelijk onderzoek instellen, indien nodig bijgestaan door een overeenkomstsluitende derde partij. De lidstaat verschaft alle informatie en de toegang die nodig is voor het onderzoek, met inbegrip van toegang tot installaties. De Commissie publiceert een verslag over het onderzoek."
Amendement 126
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 16
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 22 – lid 2
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn door niet-essentiële elementen vast te stellen in de bijlagen bij deze richtlijn, met uitzondering van de bijlagen I, II bis en II ter.
Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 17
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 22 bis – titel
17)  Het volgende artikel 22 bis wordt ingevoegd:
17)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 22 bis
"Artikel 30 quater
Comitéprocedure"
Comitéprocedure"
Amendement 128
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 18
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 23 – titel
"Artikel 23
"Artikel 30 ter
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie"
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie"
Amendement 129
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 19 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 24 – lid 1 – alinea 1
Vanaf 2008 mogen de lidstaten handel in emissierechten overeenkomstig deze richtlijn toepassen op in bijlage I niet genoemde activiteiten en broeikasgassen, met inachtneming van alle relevante criteria, in het bijzonder de effecten op de interne markt, mogelijke concurrentieverstoringen, de milieu-integriteit van de Gemeenschapsregeling en de betrouwbaarheid van het geplande bewakings- en rapportagesysteem, op voorwaarde dat de opneming van dergelijke activiteiten en broeikasgassen door de Commissie wordt goedgekeurd.
Vanaf 2008 mogen de lidstaten handel in emissierechten overeenkomstig deze richtlijn toepassen op in bijlage I niet genoemde activiteiten en broeikasgassen, met inachtneming van alle relevante criteria, in het bijzonder de effecten op de interne markt, mogelijke concurrentieverstoringen, de milieu-integriteit van de EU-ETS en de betrouwbaarheid van het geplande bewakings- en rapportagesysteem, op voorwaarde dat de opneming van dergelijke activiteiten en dergelijke broeikasgassen door de Commissie wordt goedgekeurd. Een dergelijke eenzijdige opneming wordt uiterlijk 18 maanden vóór het begin van een nieuwe handelsperiode in de EU-ETS voorgesteld en goedgekeurd.
Amendement 130
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 19 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 24 – lid 1 – alinea 2
In overeenstemming met gedelegeerde handelingen waarvoor de Commissie overeenkomstig artikel 23 de bevoegdheid wordt toegekend om deze vast te stellen, heeft de opneming betrekking op activiteiten en broeikasgassen die niet in bijlage I zijn vermeld.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor goedkeuring van de opneming van de activiteiten en broeikasgassen zoals bedoeld in de eerste alinea van de regeling voor de handel in emissierechten indien deze opneming betrekking heeft op activiteiten en broeikasgassen die niet in bijlage I zijn vermeld.
Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 19 – letter b
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 24 – lid 3
b)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:
b)  lid 3 wordt vervangen door:
"De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen voor een dergelijke verordening voor de bewaking en de rapportage van emissies en activiteitsgegevens.".
"3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met gedetailleerde regelingen voor de bewaking van en rapportage over activiteiten, installaties en broeikasgassen die niet in combinatie in bijlage I voorkomen, mits deze bewaking en rapportage met voldoende nauwkeurigheid kunnen worden uitgevoerd.".
Amendement 132
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 20 – letter a
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 24 bis – lid 1 – alinea's 1 en 2
a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:
a)  in lid 1 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:
"Dergelijke maatregelen moeten samenhangen met overeenkomstig artikel 11 ter, lid 7, vastgestelde handelingen. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 een gedelegeerde handeling vast te stellen.".
"1. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 30 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met, naast de in artikel 24 bedoelde opneming, gedetailleerde regelingen voor het verlenen van emissierechten of kredieten voor door de lidstaten beheerde projecten die de emissie van broeikasgassen die niet onder de EU-ETS vallen, verlagen.".
Amendement 133
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 25 bis – lid 1
1.  Indien een derde land maatregelen vaststelt om het klimaatveranderingseffect van vluchten die vanuit dat land vertrekken en in de Gemeenschap aankomen, te verminderen, bekijkt de Commissie na overleg met dat derde land en met de lidstaten in het comité, bedoeld in artikel 23, lid 1, welke mogelijkheden er zijn om in een optimale interactie tussen de Gemeenschapsregeling en de maatregelen van dat land te voorzien.
1.  Indien een derde land maatregelen vaststelt om het klimaatveranderingseffect van vluchten die vanuit dat land vertrekken en in de Unie aankomen, te verminderen, bekijkt de Commissie na overleg met dat derde land en met de lidstaten in het comité, bedoeld in artikel 30 quater, lid 1, welke mogelijkheden er zijn om in een optimale interactie tussen de EU-ETS en de maatregelen van dat derde land te voorzien.
Indien nodig kan de Commissie wijzigingen aannemen om vluchten vanuit het betreffende derde land van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten uit te sluiten of andere wijzigingen van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten ingevolge overeenkomsten uit hoofde van de vierde alinea door te voeren. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 dergelijke wijzigingen vast te stellen.".
Indien nodig kan de Commissie een wetgevingsvoorstel bij het Europees Parlement en de Raad indienen om vluchten vanuit het betreffende derde land van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten uit te sluiten of andere wijzigingen van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten ingevolge dergelijke overeenkomsten door te voeren.
Amendement 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22 bis (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 27 – lid 1
22 bis)   Artikel 27, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De lidstaten kunnen, na overleg met de exploitant, installaties met een in elk van de drie jaren voorafgaand aan de onder a) bedoelde melding bij de bevoegde autoriteiten gerapporteerde emissies van minder dan 25 000 t CO2-equivalent en, wanneer zij verbrandingsactiviteiten verrichten, een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 35 MW hebben, emissies uit biomassa niet meegerekend, waarvoor maatregelen gelden die voor een gelijkwaardige bijdrage tot emissiereductie zullen zorgen, van de Gemeenschapsregeling uitsluiten als de betrokken lidstaat aan de volgende voorwaarden voldoet:
"1. De lidstaten kunnen, na overleg met en met instemming van de exploitant, door een kmo geëxploiteerde installaties met een in elk van de drie jaren voorafgaand aan de onder a) bedoelde melding bij de bevoegde autoriteiten gerapporteerde emissies van minder dan 50 000 ton CO2-equivalent, emissies uit biomassa niet meegerekend, waarvoor maatregelen gelden die voor een gelijkwaardige bijdrage tot emissiereductie zullen zorgen, van de EU-ETS uitsluiten als de betrokken lidstaat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a)  hij meldt al deze installaties bij de Commissie aan, waarbij de maatregelen worden vermeld die van toepassing zijn op die installatie die een gelijkwaardige bijdrage zullen leveren tot de geldende emissiereducties, voordat de lijst van installaties krachtens artikel 11, lid 1, wordt ingediend en ten laatste wanneer deze lijst bij de Commissie wordt ingediend;
a)  hij meldt al deze installaties bij de Commissie aan, waarbij de maatregelen worden vermeld die van toepassing zijn op die installatie die een gelijkwaardige bijdrage zullen leveren tot de geldende emissiereducties en waarbij wordt aangegeven hoe die maatregelen niet zullen leiden tot hogere nalevingskosten voor die installaties, voordat de lijst van installaties krachtens artikel 11, lid 1, wordt ingediend en ten laatste wanneer deze lijst bij de Commissie wordt ingediend;
b)  hij bevestigt dat er een bewakingsregeling is om te bepalen of een installatie in enig kalenderjaar 25 000 t of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend. De lidstaten kunnen vereenvoudigde maatregelen inzake bewaking, rapportage en verificatie toestaan voor installaties met een gemiddelde geverifieerde emissies van minder dan 5 000 t per jaar tussen 2008 en 2010, overeenkomstig artikel 14;
b)  hij bevestigt dat er een bewakingsregeling is om te bepalen of een installatie in enig kalenderjaar 50 000 ton of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend. De lidstaten kunnen op verzoek van een exploitant vereenvoudigde maatregelen inzake bewaking, rapportage en verificatie toestaan voor installaties met een gemiddelde geverifieerde emissies van minder dan 5 000 ton per jaar tussen 2008 en 2010, overeenkomstig artikel 14;
c)  hij bevestigt dat een installatie, indien deze in enig kalenderjaar 25 000 t of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend, of, indien de maatregelen die van toepassing zijn op die installatie die een gelijkwaardige bijdrage zullen leveren tot de geldende emissiereducties niet langer van toepassing zijn, weer in de Gemeenschapsregeling zal worden opgenomen;
c)  hij bevestigt dat een installatie, indien deze in enig kalenderjaar 50 000 ton of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend, of, indien de maatregelen die van toepassing zijn op die installatie die een gelijkwaardige bijdrage zullen leveren tot de geldende emissiereducties niet langer van toepassing zijn, weer in de EU-ETS zal worden opgenomen;
d)  hij publiceert de onder a), b) en c) bedoelde informatie, zodat het publiek opmerkingen kan maken.
d)  hij stelt de onder a), b) en c) bedoelde informatie ter beschikking van het publiek.
Ziekenhuizen kunnen ook worden uitgesloten indien zij gelijkwaardige maatregelen treffen."
Ziekenhuizen kunnen ook worden uitgesloten indien zij gelijkwaardige maatregelen treffen."
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22 ter (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 27 bis (nieuw)
22 ter)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 27 bis
Uitsluiting van kleine installaties zonder voorbehoud van gelijkwaardige maatregelen
1.   De lidstaten kunnen, na overleg met de exploitant, installaties met een in elk van de drie jaren voorafgaand aan de onder a) bedoelde melding bij de bevoegde autoriteiten gerapporteerde emissies van minder dan 5 000 ton CO2-equivalent, emissies uit biomassa niet meegerekend, van de EU-ETS uitsluiten als de betrokken lidstaat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a)   hij meldt al deze installaties bij de Commissie aan voordat de lijst van installaties krachtens artikel 11, lid 1, moet worden ingediend of ten laatste op het moment dat die lijst bij de Commissie wordt ingediend;
b)   hij bevestigt dat er een bewakingsregeling is om te bepalen of een installatie in enig kalenderjaar 5 000 ton of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend;
c)   hij bevestigt dat een installatie, indien deze in enig kalenderjaar 5 000 ton of meer CO2-equivalent uitstoot, emissies uit biomassa niet meegerekend, weer in de EU-ETS zal worden opgenomen, tenzij artikel 27 van toepassing is;
d)   hij stelt de onder a), b) en c) bedoelde informatie ter beschikking van het publiek.
2.   Wanneer een installatie krachtens lid 1, onder c), weer in de EU-ETS wordt opgenomen, worden alle overeenkomstig artikel 10 bis toegewezen emissierechten verleend met ingang van het jaar van wederopneming. Voor dergelijke installaties verleende emissierechten worden door de lidstaat waarin de installatie gelegen is, afgetrokken van de overeenkomstig artikel 10, lid 2, te veilen hoeveelheid."
Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22 quater (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 29
22 quater)  Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
"Verslag met het oog op een betere werking van de koolstofmarkt
"Verslag met het oog op een betere werking van de koolstofmarkt
Indien het de Commissie op grond van de geregelde verslagen over de koolstofmarkt als bedoeld in artikel 10, lid 6), blijkt dat de koolstofmarkt niet naar behoren werkt, legt zij een verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad. Dit verslag kan zo nodig vergezeld gaan van voorstellen met het oog op een transparantere koolstofmarkt en maatregelen voor de verbetering ervan."
Indien het de Commissie op grond van de geregelde verslagen over de koolstofmarkt als bedoeld in artikel 10, lid 5), blijkt dat de koolstofmarkt niet naar behoren werkt, legt zij een verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad. Het verslag omvat een deel over de interactie tussen de EU-ETS en andere beleidsmaatregelen inzake klimaat en energie op Unie- en nationaal niveau met betrekking tot de hoeveelheden emissiereducties, de kosteneffectiviteit van dit beleid en de invloed ervan op de vraag naar EU-ETS-rechten. Dit verslag kan zo nodig vergezeld gaan van voorstellen met het oog op een transparantere EU-ETS en waarin wordt ingegaan op het vermogen een bijdrage te leveren aan de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor 2030 en 2050 en op maatregelen voor de verbetering van de regeling, met inbegrip van maatregelen ter verantwoording van de effecten van complementair, voor de hele Unie geldend beleid inzake energie en klimaat op het evenwicht tussen vraag en aanbod van de EU-ETS."
Amendement 137
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22 quinquies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Artikel 30 bis (nieuw)
22 quinquies)   Het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 30 bis
Aanpassing na de algemene inventarisatie uit hoofde van het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs
Binnen de zes maanden na afloop van de faciliterende dialoog in het kader van het UNFCCC in 2018 publiceert de Commissie een mededeling ter beoordeling van de samenhang tussen de wetgeving van de Unie inzake klimaatverandering en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Met name wordt in de mededeling nagegaan welke rol de EU-ETS speelt bij het bereiken van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en of de regeling hiervoor geschikt is.
Binnen de zes maanden na afloop van de algemene inventarisatie in 2023 en na elke volgende algemene inventarisatie dient de Commissie een verslag in waarin wordt beoordeeld of de klimaatactie van de Unie dienovereenkomstig moet worden aangepast.
In het verslag wordt overwogen of er aanpassingen moeten worden aangebracht in de EU-ETS binnen de context van wereldwijde inspanningen om de klimaatverandering binnen de perken te houden en inspanningen van andere grote economieën. Met name wordt in het verslag beoordeeld of er strengere emissiereducties nodig zijn, of de bepalingen inzake koolstoflekkage moeten worden aangepast en of er al dan niet bijkomende beleidsmaatregelen nodig zijn om te voldoen aan de toezeggingen van de Unie en de lidstaten inzake de vermindering van broeikasgasemissies.
In het verslag wordt rekening gehouden met het risico op koolstoflekkage, het concurrentievermogen van de Europese bedrijfstakken, investeringen binnen de Unie en het industrialiseringsbeleid van de Unie.
Het verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel en in dat geval publiceert de Commissie op hetzelfde moment een volledige effectbeoordeling."
Amendement 138
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – punt 22 sexies (nieuw)
Richtlijn 2003/87/EG
Bijlage I – lid 3
22 sexies)   In bijlage I wordt punt 3 vervangen door:
"3. Wanneer het totale nominaal thermisch ingangsvermogen van een installatie wordt berekend met het oog op het nemen van een besluit inzake de opneming ervan in de Gemeenschapsregeling, worden het nominaal thermisch ingangsvermogen van alle technische eenheden die deel uitmaken van de installatie en waarin brandstoffen worden verbrand, bij elkaar opgeteld. Deze eenheden kunnen onder andere alle soorten stookketels, branders, turbines, verwarmingstoestellen, ovens, verbranders, gloeiovens, draaiovens, droogovens, drogers, motoren, brandstofcellen, chemische looping-verbrandingseenheden, fakkels en thermische of katalytische naverbranders omvatten. Eenheden met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 3 MW en eenheden die uitsluitend biomassa gebruiken, worden bij deze berekening buiten beschouwing gelaten. Tot "eenheden die uitsluitend biomassa gebruiken" behoren ook eenheden waarin alleen bij het opstarten of uitschakelen fossiele brandstoffen worden gebruikt."
"3. Wanneer het totale nominaal thermisch ingangsvermogen van een installatie wordt berekend met het oog op het nemen van een besluit inzake de opneming ervan in de EU-ETS, worden het nominaal thermisch ingangsvermogen van alle technische eenheden die deel uitmaken van de installatie en waarin brandstoffen worden verbrand, bij elkaar opgeteld. Die eenheden kunnen onder andere alle soorten stookketels, branders, turbines, verwarmingstoestellen, ovens, verbranders, gloeiovens, draaiovens, droogovens, drogers, motoren, brandstofcellen, chemische looping-verbrandingseenheden, fakkels en thermische of katalytische naverbranders omvatten. Eenheden met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 3 MW, reserve- en noodeenheden die alleen worden gebruikt om bij een stroomstoring elektriciteit voor gebruik ter plaatse op te wekken, en eenheden die uitsluitend biomassa gebruiken, worden bij deze berekening buiten beschouwing gelaten. Tot "eenheden die uitsluitend biomassa gebruiken" behoren ook eenheden waarin alleen bij het opstarten of uitschakelen fossiele brandstoffen worden gebruikt."
Amendement 139
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 bis (nieuw)
Besluit (EU) nr. 2015/1814
Artikel 1 – lid 5 – alinea's 1 bis en 1 ter (nieuw)
Artikel 1 bis
Wijzigingen van Besluit (EU) 2015/1814
Besluit (EU) 2015/1814 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1, lid 5, worden aan de eerste alinea de volgende alinea's toegevoegd:
"Bij wijze van afwijking worden tot aan de evaluatieperiode als bedoeld in artikel 3 de percentages als vermeld in deze alinea verdubbeld. In de evaluatie wordt overwogen of het opnemingspercentage wordt verdubbeld tot het marktevenwicht is hersteld.
Bovendien wordt in de evaluatie een plafond ingesteld voor de MSR en in voorkomend geval gaat de evaluatie vergezeld van een wetgevingsvoorstel.".

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0003/2017).

Juridische mededeling - Privacybeleid