Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2186(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0079/2017

Ingediende teksten :

A8-0079/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.32
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0163

Aangenomen teksten
PDF 189kWORD 50k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: Europese Bankautoriteit (EBA)
P8_TA(2017)0163A8-0079/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0072/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(4), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0079/2017),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 72.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 72.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0072/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(4), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0079/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 72.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 72.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2186(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0079/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Bankautoriteit (de "Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2015 volgens haar financiële staten 33 419 863 EUR bedroeg, een afname dus van 0,54 % ten opzichte van 2014, wat verklaard kan worden door het feit dat de Autoriteit pas recent werd opgericht; overwegende dat de Autoriteit wordt gefinancierd door de bijdrage van de Unie (13 367 600 EUR, dat wil zeggen 40 %) en bijdragen van de lidstaten (20 051 400 EUR, dat wil zeggen 60 %);

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2015 ("verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2015 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

C.  overwegende dat het Parlement, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  herinnert eraan dat het Parlement een drijvende kracht was achter de oprichting van een nieuw, omvattend Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS), waarvan de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) deel uitmaken, om na de financiële crisis tot een beter stelsel voor financieel toezicht te komen;

Follow-up van de kwijting voor 2014

2.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat naar aanleiding van een in het verslag van de Rekenkamer van 2012 geformuleerde opmerking met betrekking tot de onderwijsbijdrage, die in de verslagen van de Rekenkamer van 2013 en 2014 als "loopt nog" was aangemerkt, corrigerende maatregelen getroffen zijn door de Autoriteit en dat contracten zijn ondertekend met 20 van de 21 scholen waar kinderen van personeelsleden onderwijs volgen;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  stelt vast dat de beoordeling van de Rekenkamer zeer kort is uitgevallen en weinig suggesties bevat om de efficiëntie van het begrotingsbeheer door de Autoriteit te verbeteren;

4.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,34 %, oftewel een daling van 0,47 % ten opzichte van 2014, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,70 % bedroeg, oftewel een stijging van 5,76 % ten opzichte van 2014; verneemt van de Autoriteit dat het hoge uitvoeringspercentage het gevolg is van een goede begrotingsplanning en goed begrotingstoezicht alsook van het beperkte karakter van de begroting van de Autoriteit; merkt op dat enkele onderdelen van het werkprogramma van de Autoriteit moesten worden uitgesteld tot 2016 of in beperktere mate moesten worden uitgevoerd vanwege bezuinigingen op de begroting;

5.  wijst erop dat het Parlement en de Raad de financiële middelen van de Autoriteit voor 2015 met 6 % hebben verlaagd ten opzichte van het voorgaande jaar, ondanks het feit dat meer personele middelen werden toegewezen; neemt kennis van het feit dat de Autoriteit, om deze bezuinigingen te realiseren, haar werkprogramma moest beperken en op de meeste onderdelen moest bezuinigen, zoals op operationele missies en vergaderingen, operationele IT-projecten en opleiding van personeel; erkent voorts dat de euro gedurende het jaar aanzienlijk in waarde is gedaald ten opzichte van het Britse pond sterling, waardoor de Autoriteit gedwongen was een gewijzigde begroting van 1,9 miljoen EUR aan te vragen, die werd goedgekeurd in augustus 2015, teneinde haar financiële verplichtingen na te komen;

6.  benadrukt dat het bij de toewijzing van middelen belangrijk is te zorgen voor passende prioriteitstelling en efficiëntie; is in dit verband van mening dat de aanvankelijke bezuinigingen op de begroting niet doorgevoerd hadden moeten worden door de publicatie van normen en richtsnoeren te vertragen of door de deelname aan werkgroepen van het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS) te beperken; wijst erop dat eventuele verhogingen van de middelen voor de Autoriteit gepaard moeten gaan met passende prioriteitsmaatregelen; stelt voor dat er, gezien het feit dat de werklast van de Autoriteit in toenemende mate verschuift van wetgevende taken naar toezichtsconvergentie en handhaving, er een overeenkomstige toewijzing bij de begroting en het personeel van de Autoriteit moet plaatsvinden;

7.  is verheugd over het feit dat de begroting van de Autoriteit voor 2016 aanzienlijk was verbeterd, aangezien de Autoriteit, het Parlement en de Raad lessen getrokken hebben uit het proces van het voorgaande jaar, hetgeen heeft geresulteerd in een stijging van 20 % ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van 2015;

Vastleggingen en overdrachten

8.  merkt op dat de Autoriteit het totale niveau aan overdrachten van vastgelegde kredieten verder heeft verlaagd van 15,90 % in 2014 tot 9,7 % in 2015; merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de overgedragen vastgelegde kredieten voor titel II (huishoudelijke uitgaven) 1 487 794 EUR of 28 % van de totale vastleggingskredieten onder deze titel bedroegen, in vergelijking met 3 431 070 EUR of 48 % in 2014; verneemt dat deze overdrachten een onopgeloste kwestie omvatten betreffende de uitstaande btw die verschuldigd is op de compensatiebelasting van het nieuwe gebouw van de Autoriteit en een factuur inzake bedrijfstarieven afkomstig van het Britse taxatiebureau;

9.  is ingenomen met het feit dat de Autoriteit de waarde van de overdrachten naar 2016 met 40 % heeft verminderd ten opzichte van het voorgaande jaar, waarbij de totale begroting ten opzichte van het voorgaande jaar met 0,5 % omlaag ging; stelt vast dat dit de terugkeer markeert naar een normaler niveau van overdrachten aan het eind van 2015, na de hoge overdrachten van 2014 als gevolg van de verhuizing van de Autoriteit naar haar nieuwe onderkomen in december 2014;

Overschrijvingen

10.  verneemt uit de definitieve rekeningen van de Autoriteit dat zij gedurende 2015 30 begrotingsoverschrijvingen heeft uitgevoerd; stelt vast dat de in artikel 27 van het Financieel Reglement van de Autoriteit vastgelegde limiet van 10 % slechts in één geval werd overschreden; stelt met tevredenheid vast dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in het jaar 2015 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

11.  wijst erop dat het totale aantal personeelsleden van de Autoriteit is gestegen van 146 in 2014 naar 156 in 2015 en voor 45 % uit vrouwen en voor 55 % uit mannen bestond; merkt op dat het totale verloop van personeel als gevolg van ontslagneming, niet-verlenging of afloop van het contract 10,3 % bedroeg, hetgeen 2,6 % lager was dan in 2014; is verheugd over het feit dat de Autoriteit net als in voorgaande jaren een functieonderzoek uitvoerde, waaruit bleek dat 80,1 % van de functies "operationeel" was, d.w.z. direct gericht op de uitvoering van het mandaat van de Autoriteit, 12,5 % "administratie en coördinatie" omvatte en 7,4 % "neutraal" was; wijst erop dat de Autoriteit voor de directe uitvoering van haar mandaat vier keer zoveel posten heeft als voor administratieve werkzaamheden;

12.  merkt op dat de Autoriteit dient te zorgen voor geografisch en genderevenwicht en voor naleving van het beginsel van gelijke kansen, in overeenstemming met de artikelen 1 quinquies en 27 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie; merkt op dat de Autoriteit al haar vacatures op haar website heeft gepubliceerd;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

13.  stelt vast dat de Autoriteit in oktober 2014 een beleid inzake belangenconflicten heeft aangenomen en sinds 2012 over ethische richtsnoeren beschikt; verneemt dat toekomstige personeelsleden tijdens de aanwervingsprocedure mogelijke belangenconflicten moeten melden die samen met hun cv zullen worden beoordeeld; merkt op dat alle personeelsleden jaarlijks mogelijke belangenconflicten moeten melden, die door de ethisch functionaris worden beoordeeld; wijst erop dat de leden van de raad van toezicht en hun plaatsvervangers eveneens hun daadwerkelijke en mogelijke belangenconflicten moeten melden, met inbegrip van economische belangen, in het bijzonder het bezit van aandelen in financiële instellingen; wijst er voorts op dat al deze verklaringen en die van de senior bestuurders van de Autoriteit op de website worden gepubliceerd en jaarlijks worden geactualiseerd; betreurt niettemin dat de cv's van noch de leden van de raad van bestuur noch de leden van de raad van toezicht op de website van de Autoriteit zijn gepubliceerd; spoort de Autoriteit aan deze documenten zo snel mogelijk te publiceren, zodat het nodige openbare toezicht en de nodige openbare controle op haar bestuur worden gewaarborgd;

14.  constateert dat de Autoriteit een fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld die voor het eind van 2016 volledig ten uitvoer moet worden gelegd; wijst er met tevredenheid op dat de Autoriteit in 2016 een eerste frauderisicobeoordeling heeft uitgevoerd binnen alle departementen, en bovendien op haar intranet een speciale fraudebestrijdingssectie heeft gecreëerd met een contactpunt voor klokkenluiders;

15.  verneemt van de Autoriteit dat zij bij de opstelling van op grond van regelgeving vereiste verslagen inzake competentie nauw samenwerkt met alle lidstaten en dat zij deze verslagen geregeld publiceert; stelt tevreden vast dat de Autoriteit maatregelen heeft genomen om transparantie te waarborgen ten aanzien van evenementen met openbare toespraken en ten aanzien van belanghebbenden die zij ontmoet;

16.  is van mening dat de notulen van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en van de aandeelhoudersgroepen, die openbaar zijn, onmiddellijk na de vergadering gepubliceerd moeten worden, zodat er niet - zoals nu het geval is - een periode van wel drie maanden verloopt tussen een vergadering en de openbaarmaking van de notulen, en beter inzicht moeten bieden in de gevoerde discussies, de standpunten van de leden en hun stemgedrag; is van mening dat de toegankelijkheid voor de burgers van de Unie ook verbeterd kan worden door het rechtstreeks uitzenden van evenementen op internet; is bezorgd over de facto bestaande ongelijke toegang tot documenten en informatie over interne vergaderingen voor de verschillende belanghebbende partijen, waaronder het Parlement; vindt het verheugend dat de Autoriteit van alle ETA's op de meest adequate wijze zorgt voor openbaarmaking van informatie over vergaderingen van personeel met belanghebbenden; is van mening dat de Autoriteit in het kader van haar actieplan voor de komende jaren een veilig kanaal voor klokkenluiders moet creëren;

Interne audit

17.  verneemt dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) een follow-up heeft uitgevoerd ten aanzien van de beperkte herziening van het IT-projectbeheer, die aanvankelijk vier aanbevelingen bevatte; wijst er voorts op dat één als "belangrijk" aangemerkte aanbeveling al in februari 2015 officieel was afgesloten op grond van een controle aan de hand van stukken door de IAS;

18.  neemt er eveneens kennis van dat de IAS een controle heeft uitgevoerd op het gebied van personele middelen en naar aanleiding daarvan zes aanbevelingen heeft gedaan, waarvan twee werden aangemerkt als "zeer belangrijk" en vier als "belangrijk", terwijl geen kritische aanbevelingen werden gedaan; is verheugd over het feit dat de Autoriteit alle constateringen en aanbevelingen heeft overgenomen en passende actieplannen heeft ontwikkeld die geregeld door de Autoriteit worden geactualiseerd;

Prestaties

19.  merkt op dat de Autoriteit nauw samenwerkt met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) voor alle ondersteuningsfuncties om de administratieve kosten waar mogelijk te drukken, synergieën te bewerkstelligen en optimale werkwijzen te delen; ziet uit naar verdere inspanningen van de Autoriteit voor meer samenwerking met andere gedecentraliseerde agentschappen en het verder terugdringen van de overhead- en administratieve kosten;

Overige opmerkingen

20.  merkt op dat de burgers van het Verenigd Koninkrijk zich op 23 juni 2016 hebben uitgesproken vóór een vertrek uit de Unie; wijst erop dat artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat een lidstaat die besluit zich terug te trekken uit de Unie, van zijn voornemen aan de Europese Raad kennisgeeft en dat de Unie onderhandelt en een akkoord sluit met die staat over de voorwaarden voor zijn terugtrekking; verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de rekeningen en bijbehorende toelichting van de Autoriteit, die in Londen is gevestigd, werden opgesteld aan de hand van de informatie die beschikbaar was op de datum van de ondertekening van deze rekeningen, toen de uitkomst van het referendum nog niet bekend was en de formele kennisgeving van de inroeping van artikel 50 nog niet was gedaan;

21.  merkt op dat de Autoriteit naar aanleiding van de uitslag van het referendum in het VK op 23 juni 2016 effectbeoordelingen heeft opgesteld voor alle ondersteuningsgebieden, met name IT, human resources, aanbestedingen, diensten voor bedrijven en communicatie, die overeenkomstig de ontwikkelingen zullen worden geactualiseerd;

22.  is ingenomen met de gedetailleerde informatie die de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit heeft verstrekt betreffende haar lopende contractuele verplichtingen in verband met haar fysieke aanwezigheid in het VK; wijst erop dat, het huurcontract buiten beschouwing gelaten, de maximale potentiële contractuele verplichtingen of aansprakelijkheid van de Autoriteit 33,16 miljoen EUR bedragen, maar dat er geen financiële sancties zullen worden opgelegd indien de desbetreffende opzeggingstermijnen van tussen de een en drie maanden worden nageleefd; uit evenwel zijn bezorgdheid over de mogelijke risico's met betrekking tot de operationele en bedrijfscontinuïteit en de aanverwante kosten die met een besluit tot hervestiging gepaard kunnen gaan, zoals extra aanbestedingswerkzaamheden die op korte termijn moeten worden uitgevoerd indien de timing geen ruimte biedt voor een adequate overgang naar een nieuwe locatie;

23.  wijst erop dat de Autoriteit een leasecontract voor twaalf jaar heeft ondertekend dat afloopt op 8 december 2026 en dat er, onder normale contractuele voorwaarden, een verplichting bestaat de volledige huur voor de gehele periode te voldoen; verneemt niettemin dat de Autoriteit een "break-out"-clausule halverwege de contractduur heeft afgedwongen, hetgeen betekent dat zij, indien deze clausule in werking wordt gesteld, wordt ontslagen van de verplichting om de huur voor de laatste zes jaar te voldoen; merkt voorts op dat indien de "break-out"-clausule wordt geactiveerd, de Autoriteit een verplichting heeft om de helft van een incentive (een periode van 32 maanden waarin geen huur hoeft te worden betaald), die zij reeds heeft ontvangen en die is gebaseerd op de volledige twaalf jaar van het contract, terug te betalen; merkt op dat de Autoriteit bij het verlaten van het hoofdkantoor verantwoordelijk is voor het herstel daarvan in de oorspronkelijke staat, hetgeen in dit geval betekent dat de Autoriteit de kosten van het verwijderen van de door haar geplaatste kantooruitrusting moet betalen; merkt op dat het precieze bedrag afhankelijk is van schattingen van deskundigen en van verdere onderhandelingen; verzoekt de Autoriteit het bedrag, zodra dat bekend is, aan het Parlement mee te delen;

24.  verzoekt de Commissie en de Raad om te zorgen voor een transparante en democratische besluitvorming over de verplaatsing van het hoofdkantoor van de Autoriteit na de activering van artikel 50 door de regering van het Verenigd Koninkrijk;

25.  herinnert eraan dat de gemengde financieringsregeling van de Autoriteit, die sterk afhankelijk is van bijdragen van bevoegde nationale autoriteiten, ontoereikend, inflexibel en omslachtig is, en een potentiële bedreiging vormt voor haar onafhankelijkheid; dringt er daarom bij de Commissie op aan om in het voor het tweede kwartaal van 2016 geplande witboek en in een uiterlijk 2017 in te dienen wetgevingsvoorstel een andere financieringsregeling voor te stellen die gebaseerd is op een afzonderlijke begrotingslijn in de Uniebegroting en op de volledige vervanging van de bijdragen van nationale autoriteiten door vergoedingen die door marktdeelnemers betaald worden;

26.  benadrukt dat de Autoriteit ervoor moet zorgen dat alle opdrachten volledig en tijdig worden uitgevoerd, maar dat zij zich moet beperken tot de haar door het Parlement en de Raad toegekende taken; is van mening dat de Autoriteit haar mandaat ten volle dient te benutten om de evenredigheid daadwerkelijk te versterken; onderstreept dat de Autoriteit, wanneer haar de bevoegdheid wordt toegekend om level 2- en level 3-maatregelen op te stellen, bij de opstelling van deze normen in bijzondere mate moet letten op de specifieke kenmerken van de verschillende nationale markten en dat de betrokken marktdeelnemers en organisaties voor consumentenbescherming in een vroeg stadium bij het normalisatieproces en bij de opstellings- en uitvoeringsfases moeten worden betrokken;

27.  stelt met bezorgdheid vast dat de Autoriteit niet van alle prerogatieven gebruik maakt die in haar statuten zijn vastgelegd; benadrukt dat de Autoriteit moet toezien op een maximale benutting van de middelen om volledig uitvoering te geven aan haar wettelijk mandaat; stelt in dit verband vast dat een sterkere concentratie op het door het Parlement en de Raad verstrekte mandaat ertoe zou kunnen bijdragen dat de middelen efficiënter worden besteed en de doelstellingen beter worden bereikt; benadrukt dat de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken en in het bijzonder bij de opstelling van technische normen en technisch advies het Parlement en de Raad tijdig, regelmatig en uitgebreid op de hoogte moet stellen van haar werkzaamheden;

o
o   o

28.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(1) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling - Privacybeleid