Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2167(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0116/2017

Ingediende teksten :

A8-0116/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.49

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0180

Aangenomen teksten
PDF 184kWORD 48k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel
Kwijting 2015: Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)
P8_TA(2017)0180A8-0116/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2167(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0053/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(4), en met name artikel 14,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2017),

1.  verleent de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 179.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 179.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2167(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0053/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(4), en met name artikel 14,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 179.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 179.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2167(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0116/2017),

A.  overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2015 in totaal 16 852 526 EUR bedroeg, hetgeen een afname van 2,34 % ten opzichte van 2014 betekent;

B.  overwegende dat de bijdrage van de Unie aan de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2015 in totaal 14 732 995 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 3,54 % ten opzichte van 2014 betekent,

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2015 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

D.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, naar aanleiding van twee in het verslag van de Rekenkamer van 2014 geformuleerde opmerkingen corrigerende maatregelen zijn getroffen en dat beide opmerkingen nu als "niet van toepassing" en "afgerond" zijn aangemerkt;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 97,5 %, oftewel een afname van 1,2 % ten opzichte van 2014, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,1 % bedroeg, oftewel een afname van 3,50 % ten opzichte van 2014;

3.  wijst erop dat de activiteitsgestuurde begroting van het Agentschap, waarmee in 2014 bij wijze van proef werd gestart, ten volle werd uitgevoerd in 2015 zodat het Agentschap verder vooruit kon plannen en ook meer nadruk kon leggen op samenwerking en teamwork binnen de organisatie; wijst er daarnaast op dat het Agentschap veel vooruitgang heeft geboekt met de ontwikkeling van een e-tool voor activiteitsgestuurd beheren en begroten die moest worden ingevoerd in 2016; roept het Agentschap op om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de effecten die de invoering van de e-tool zal hebben op de organisatie;

Vastleggingen en overdrachten

4.  merkt op dat de begroting die werd toegewezen voor titel II (administratieve uitgaven) tot een niveau van 97,4 % werd uitgevoerd; merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, het niveau van de vastleggingskredieten voor titel II 25,56 % bedroeg, hoofdzakelijk als gevolg van de diensten waarvoor contracten zijn afgesloten voor een periode van twee kalenderjaren, alsmede IT-diensten die eind 2015 nog niet volledig waren geleverd of gefactureerd;

5.  merkt bovendien op dat de begroting die werd toegewezen voor titel III (beleidsuitgaven) tot een niveau van 98,36 % werd uitgevoerd; verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het niveau van de vastleggingskredieten voor titel III 40,80 % bedroeg, hoofdzakelijk als gevolg van de grootschalige onderzoeksprojecten die langer dan een jaar duren, alsmede als gevolg van een vergadering van de raad van bestuur die in januari 2016 werd gehouden, maar in het laatste kwartaal van 2015 moest worden georganiseerd;

6.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel gerechtvaardigd kunnen zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de begrotingsplanning en implementatie en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name wanneer ze vooraf door het Agentschap worden gepland en aan de Rekenkamer worden meegedeeld;

Overschrijvingen

7.  merkt op dat tijdens het begrotingsjaar 2015 tien begrotingsoverschrijvingen werden verricht voor een totaalbedrag van 723 300 EUR om middelen opnieuw toe te wijzen van gebieden waar bezuinigingen werden doorgevoerd naar gebieden met te weinig middelen om de verwezenlijking van de jaardoelstellingen te garanderen; stelt met voldoening vast dat uit het jaarlijks activiteitenverslag blijkt dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2015 binnen de grenzen van de financiële voorschriften gebleven zijn;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

8.  neemt kennis van het feit dat het Agentschap in 2015 goederen en diensten uitbesteedde voor een totaalbedrag van 7 926 184 EUR; merkt bovendien op dat 16,64 % van het aanbestedingsbedrag werd toegekend via vier openbare procedures en 11,41 % via 77 onderhandelingsprocedures; neemt er nota van dat 64,73 % van het aanbestedingsbedrag werd vastgelegd via 170 specifieke overeenkomsten of bestelbonnen in het kader raamovereenkomsten en 7,22 % via dienstverleningsovereenkomsten en raamovereenkomsten van de Commissie;

9.  merkt op dat het Agentschap in 2015 aanzienlijke voortgang heeft geboekt wat betreft de invoering van het Ambtenarenstatuut 2013 waarbij de interne regels en procedures op elkaar werden afgestemd; merkt op dat een aanbestedingsproces werd gestart voor externe adviseurs om advies te geven over de structuur en werkorganisatie van het Agentschap en om opties te identificeren om de menselijke en financiële middelen te maximaliseren door de efficiëntie en doeltreffendheid te verbeteren, zodat de doelstellingen van het strategisch meerjarenprogramma 2014-2020 zo goed mogelijk kunnen worden gehaald; merkt op dat het Agentschap in 2015 zes vacatures heeft ingevuld en dat in 2016 twee aanwervingsprocedures moesten worden afgerond;

10.  wijst erop dat, door het schrappen van twee tijdelijke AST-posities in 2015, het aantal personeelsleden van het Agentschap met 5 % werd verminderd, in overeenstemming met de algemene beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline(1); merkt op dat de Commissie het Agentschap heeft aangemerkt als een "agentschap op kruissnelheid", wat een vermindering met nog eens 5 % en het schrappen van een AST-positie in 2016 inhoudt; doet een beroep op de Commissie om te garanderen dat eventuele verdere bezuinigingsmaatregelen de capaciteit van het Agentschap om zijn mandaat uit te voeren niet belemmeren;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

11.  wijst erop dat de raad van bestuur van het Agentschap een strategie voor fraudebestrijding heeft vastgesteld op basis van de richtsnoeren die werden opgesteld door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) voor de agentschappen van de Unie; stelt vast dat de doelstellingen van de strategie voor fraudebestrijding, die loopt van 2015 tot 2018, operationeel zijn gemaakt door middel van een gedetailleerd actieplan, en dat de invoering ervan wordt gevolgd door het bureau van het Agentschap; stelt met voldoening vast dat in 2015 geen zaken werden doorgestuurd naar OLAF en dat OLAF geen zaken heeft ingeleid over de activiteiten van het Agentschap op basis van andere informatiebronnen;

12.  stelt vast dat het Agentschap nog geen interne regels inzake klokkenluiders heeft ingevoerd; merkt op dat het Agentschap in afwachting is van richtsnoeren van de Commissie; verzoekt het Agentschap de nodige regels vast te stellen zodat zijn interne klokkenluidersbeleid een cultuur van transparantie en aansprakelijkheid op de werkplek bevordert, werknemers regelmatig te informeren en op te leiden over hun rechten en verplichtingen met betrekking tot dat beleid, klokkenluiders te beschermen tegen vergeldingsmaatregelen, meldingen van klokkenluiders onverwijld inhoudelijk op te volgen en anonieme interne meldingskanalen op te zetten; verzoekt het Agentschap jaarlijkse verslagen te publiceren over het aantal klokkenluiderszaken en over het gevolg dat daaraan is gegeven, en die jaarlijkse verslagen voor te leggen aan de kwijtingsautoriteit; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte stellen wanneer zijn klokkenluidersregels zijn vastgesteld en uitgevoerd;

13.  stelt met bezorgdheid vast dat het beleid van het Agentschap inzake preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie geen rekening houdt met externe personeelsleden, tijdelijk personeel en gedetacheerde nationale deskundigen; verzoekt het Agentschap zijn beleid bij te stellen en dit uit te breiden tot externe personeelsleden, tijdelijk personeel en gedetacheerde nationale deskundigen, en hierover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;

14.  stelt vast dat de website van het Agentschap in 2015 volledig werd vernieuwd en opnieuw werd gelanceerd, beschikbaar is in 25 talen en werd aangevuld met een wiki over gezondheid en veiligheid op het werk, die gedetailleerde informatie verschaft over een groot aantal onderwerpen op het vlak van veiligheid en gezondheid; stelt met voldoening vast dat, als deel van het project, het Agentschap heeft samengewerkt met het Vertaalbureau om een nieuwe functionaliteit te ontwikkelen voor het onderhoud van de website die het beheer van vertalingen aanzienlijk vergemakkelijkt en dat die functionaliteit nu ter beschikking wordt gesteld van andere agentschappen en organen;

Interne audit

15.  stelt vast dat voor het Agentschap geen "kritieke" of "zeer belangrijke" openstaande aanbevelingen zijn vastgesteld na de controles die eind 2015 werden uitgevoerd door de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS); wijst erop dat de laatste openstaande aanbeveling die als "zeer belangrijk" was aangemerkt uit de IAS-controle van 2013 inzake "verslaglegging en bouwstenen voor de betrouwbaarheid" in juni 2015 door de IAS werd afgehandeld; merkt bovendien op dat het Agentschap maatregelen heeft genomen wat betreft de laatste openstaande aanbevelingen uit de IAS-controles van 2012 en 2013 en die ter controle heeft voorgelegd aan de IAS;

Prestaties

16.  wijst erop dat het bedrijfscontinuïteitsplan van het Agentschap volledig is herzien en getest en dat de definitieve versie is goedgekeurd; merkt op dat het ICT-team van het Agentschap nu samenwerkt met het computercrisisteam voor de EU-instellingen om de IT-beveiliging te verbeteren; merkt op dat het Agentschap zijn eigen tool om softwareproblemen te registeren heeft ingevoerd waarbij de aansprakelijkheid van de leveranciers wordt verhoogd en ervoor wordt gezorgd dat de geschiedenis van een probleem makkelijker kan worden geraadpleegd;

Overige opmerkingen

17.  wijst op de rol die het Agentschap vervult bij de uitvoering van het strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het werk 2014-2020; wijst in dit verband op de waardevolle werkzaamheden van het Agentschap, alsook op de werkzaamheden van het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia en van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, in het kader van de bindende grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan carcinogene en mutagene stoffen als bedoeld in Richtlijn 2004/37/EG(2).

18.  waardeert de bijdrage van het Agentschap aan de bevordering van gezonde en veilige werkplekken in de hele Unie en daarbuiten; neemt nota van de vorderingen met de uitvoering van het strategische meerjarenprogramma, en met name het proefproject "Veiliger en gezonder werk op iedere leeftijd" en de online interactieve risicoanalyse (OiRA);

19.  vraagt het Agentschap door te gaan met het nauwgezet controleren en analyseren van en rapporteren over de gezondheids- en veiligheidsomstandigheden op het werk, en initiatieven te ontplooien om deze te verbeteren;

o
o   o

20.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).
(2) Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling - Privacybeleid