Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2162(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0111/2017

Ingediende teksten :

A8-0111/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.51
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0182

Aangenomen teksten
PDF 179kWORD 47k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2015: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)
P8_TA(2017)0182A8-0111/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2162(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0049/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0111/2017),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 188.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 188.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2162(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0049/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0111/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 188.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 188.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2162(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0111/2017),

A.  overwegende dat volgens de jaarrekening de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (de "Stichting") voor het begrotingsjaar 2015 20 860 000 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 0,42 % betekent ten opzichte van 2014;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015 ("het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

C.  overwegende dat het Parlement, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van de verdere versterking van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  merkt op dat de Stichting heeft getracht het aantal op haar website beschikbare belangenverklaringen en cv's te verhogen en dat zij ernaar heeft gestreefd verklaringen van alle leden van de raad van bestuur te verkrijgen, aangezien de nieuwe raad van bestuur na het eind van het mandaat van de huidige raad in november 2016 zou worden aangesteld; merkt echter op dat sommige cv's en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur nog ontbreken; verzoekt de Stichting die documenten te verkrijgen en te publiceren, zodat het nodige openbare toezicht en de nodige openbare controle op het beheer van de Autoriteit worden gewaarborgd;

2.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de opmerking in haar verslag van 2013 betreffende een alomvattende zetelovereenkomst tussen de Stichting en de gastlidstaat als "afgerond" is aangemerkt;

3.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de opmerking in haar verslag van 2014 betreffende de naleving door de Stichting van het EU-Statuut als "afgerond" is aangemerkt;

Financieel en begrotingsbeheer

4.  stelt vast dat de Stichting inspanningen levert om te zorgen voor een volledige uitvoering van het werkprogramma, wat een volledig gebruik van de begrotingsmiddelen vereist; stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,9 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 87,35 % bedroeg, een stijging van 7,55 % ten opzichte van 2014;

Vastleggingen en overdrachten

5.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, het niveau van naar 2016 overgedragen vastgelegde kredieten 2 135 164 EUR (31,2 %) bedroeg voor titel III (operationele uitgaven), tegenover 3 814 156 EUR (53,7 %) in 2014; wijst erop dat de vastgelegde kredieten van de Stichting voornamelijk zo hoog zijn vanwege de meerjarige projecten die overeenkomstig het schema werden uitgevoerd;

6.  merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel gerechtvaardigd kunnen zijn omdat de operationele programma's van het agentschap over meerdere jaren lopen, en dus niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en -tenuitvoerlegging wijzen of haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld; is ingenomen met het feit dat de Stichting, samen met de Rekenkamer, een procedure heeft vastgesteld die een transparant onderscheid tussen "geplande" en "ongeplande" overdrachten mogelijk maakt;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

7.  merkt op dat de raadgevende commissie voor aankopen en overeenkomsten van de Stichting, die advies uitbrengt over voorgestelde overeenkomsten met een waarde van ten minste 250 000 EUR, in 2015 vijf dossiers heeft bestudeerd en dat al haar adviezen positief waren; merkt bovendien op dat de raadgevende commissie een jaarlijkse verificatie achteraf van twee van de vijf in 2015 toegekende overeenkomsten heeft verricht; merkt op dat de raadgevende commissie weliswaar specifieke opmerkingen en aanbevelingen formuleerde, maar tevreden was dat de Stichting zich aan de aanbestedingsprocedures hield;

Prestaties

8.  merkt op dat de doelstelling van 80 % van het aantal geplande outputs in het werkprogramma van de Stichting niet is behaald, hoewel de Stichting haar prestatie in vergelijking met 2014 heeft verbeterd; merkt op dat de redenen dat de Stichting de doelstelling niet heeft gehaald hoofdzakelijk verband houden met de door contractanten opgelopen vertragingen en de schaarste van personele middelen; merkt verder op dat in 2016 een realistischer aantal projecten en prestaties werd gepland en uitgevoerd, aansluitend op de verlaagde middelen van de Stichting; is bezorgd dat, bij de huidige financiële vooruitzichten, de pan-Europese enquêtes van de Stichting op lange termijn niet gewaarborgd zijn en de Stichting zich niet op verdere werkzaamheden kan toeleggen, zoals werkzaamheden inzake migranten en vluchtelingen of ter bestrijding van zwartwerk, terwijl haar raad van bestuur daar duidelijk om heeft verzocht; verzoekt de Stichting en de Commissie de schaarste aan personele middelen aan te pakken en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over mogelijke oplossingen;

9.  is bezorgd dat de algemene personeelsinkrimping van 10 % medeverantwoordelijk is geweest voor de vertraging van sommige projecten van de Stichting en heeft ertoe heeft bijgedragen dat moeizame discussies met het bureau van de raad van bestuur gevoerd moesten worden met betrekking tot negatieve prioriteiten; erkent dat de Stichting erin geslaagd is zich aan de door de Commissie opgelegde beperkingen te houden, hoewel al haar posten van de personeelsformatie de voorgaande jaren gevuld waren; roept de Commissie op ervoor te zorgen dat mogelijke verdere kostenbesparende maatregelen het vermogen van de Stichting om haar mandaat uit te voeren niet hinderen; roept de begrotingsautoriteit op hier tijdens de begrotingsprocedure rekening mee te houden;

Interne controles

10.  merkt op dat de coördinator voor interne controle van de Stichting zich in overeenstemming met de in 2014 bepaalde prioriteiten heeft geconcentreerd op de verdere ontwikkeling van de drie internecontrolenormen met betrekking tot toewijzing van personeel en mobiliteit, processen en procedures, alsmede documentbeheer; merkt verder op dat twee leden van het internecontrolecomité een door het Europees Bureau voor fraudebestrijding georganiseerde vorming voor opleiders over fraudebestrijding hebben gevolgd;

Interne audit

11.  merkt op dat de dienst Interne audit (IAS) in 2015 bij de Stichting geen enkele audit heeft uitgevoerd; merkt op dat de drie openstaande aanbevelingen die afkomstig waren van de in 2013 door de IAS uitgevoerde audit over het beheer van de relaties met klanten en belanghebbenden, in 2015 zijn afgesloten;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

12.  is verheugd over het feit dat de Stichting in 2016 haar beleid inzake belangenconflicten en fraudebestrijding bij haar personeel onder de aandacht heeft gebracht door middel van specifieke training voor alle personeelsleden; merkt verder met tevredenheid op dat beoogd wordt die training als standaardonderdeel in het introductieprogramma voor nieuwe personeelsleden op te nemen;

Overige opmerkingen

13.  merkt op dat 17 personeelsleden in 2015 hebben deelgenomen aan twee buitendagen, waarvan de kosten 2 136 EUR (126 EUR per persoon) bedroegen;

14.  wijst op de doeltreffendheid van het platform voor e-tendering voor het beheren van aanbestedingsprocedures, dat de publicatie omvat van aanbestedingsdocumenten en het beheer van vragen en antwoorden met betrekking tot de specificaties en de procedure;

15.  is verheugd over de bekendmaking van het huidige programmeringsdocument voor de periode 2017-2020, waarin het beleid en de institutionele context van het programma uiteen worden gezet, het meerjarenprogramma voor de periode van vier jaar wordt beschreven en het werkprogramma voor 2017 uiteen wordt gezet;

16.  benadrukt dat de lidstaat van vestiging van de Stichting de gunstigst mogelijke voorwaarden voor de goede werking van de Stichting dient te bieden, waaronder meertalig, op Europa gericht onderwijs en passende vervoersverbindingen;

17.  merkt op dat de noodzakelijke regelingen met betrekking tot de accommodatie waarin voor de Stichting in de lidstaat van vestiging moet worden voorzien, zullen worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen de Stichting en die lidstaat;

18.  stelt vast dat de Stichting vooruitgang heeft geboekt met de uitvoering van het huidige vierjarenprogramma voor 2013-2016 in verband met onderzoek ter ondersteuning van het formuleren van sociaal en werkgelegenheidsbeleid; is verheugd over de inbreng van de Stichting in de beleidsontwikkeling door een aanhoudend groot aantal kwalitatief hoogwaardige enquêtes, studies, presentaties, evenementen en projecten, gericht op het voortdurend verbeteren van de levens- en arbeidsomstandigheden in de Unie; neemt nota van de start van het proefproject "De toekomst van de Europese verwerkende industrie" van het Europees Parlement; acht het van belang door te gaan met de nauwe samenwerking tussen de Stichting en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken van het Parlement, teneinde de constructieve en inhoudelijke discussies te continueren; vraagt de Stichting door te gaan met het streng controleren, analyseren en uitbrengen van verslag over de levens- en arbeidsomstandigheden, en deskundig advies te geven over de wijze waarop deze kunnen worden verbeterd;

19.  neemt nota van de grote impact van de Stichting, met name bij het ondersteunen van de Unie-instellingen, zoals blijkt uit de prestatie-indicatoren in het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag;

o
o   o

20.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(1) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling - Privacybeleid