Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2163(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0146/2017

Ingediende teksten :

A8-0146/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.54

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0185

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 49k
Donderdag 27 april 2017 - Brussel
Kwijting 2015: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
P8_TA(2017)0185A8-0146/2017
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0050/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0146/2017),

1.  verleent de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 203.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 203.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2017 betreffende de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten betreffende het begrotingsjaar 2015, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0050/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0146/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 203.
(2) PB C 449 van 1.12.2016, blz. 203.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2017 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015 (2016/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 van en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0146/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (hierna: "het Bureau") voor het begrotingsjaar 2015 volgens zijn jaarrekening 21 229 000 EUR bedroeg, hetgeen geen wijziging inhoudt ten opzichte van 2014; overwegende dat 98,23 % van de begroting van het Bureau wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015 betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 net als het jaar daarvoor hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 71,62 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging met 2,17 % ten opzichte van het jaar daarvoor; stelt vast dat het hoge algemene niveau van de vastgelegde kredieten aangeeft dat de vastleggingen tijdig zijn uitgevoerd;

Vastleggingen en overdrachten

2.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het niveau van de naar 2016 overgedragen vastgelegde kredieten voor Titel III (beleidsuitgaven) op 5 723 282 EUR lag (70 %), vergeleken met 5 848 956 EUR (75 %) in het voorgaande jaar; stelt vast dat uit het verslag van de Rekenkamer blijkt dat deze overdrachten voornamelijk verband hielden met de aard van de activiteiten van het Bureau, die opdrachten voor studies inhouden die zich over vele maanden, vaak tot het volgende jaar, uitstrekken;

3.  neemt ter kennis dat de uitvoeringsgraad van de van 2014 naar 2015 overgedragen kredieten in 2015 98,32 % bedroeg en dat slechts 104 366,35 EUR van het totale bedrag, hetgeen neerkomt op 1,61 %, is geannuleerd;

4.  merkt op dat overdrachten vaak geheel of gedeeltelijk gerechtvaardigd kunnen worden door het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van de jaarperiodiciteit, met name indien ze van tevoren gepland en aan de Rekenkamer doorgegeven zijn;

Overschrijvingen

5.  merkt op dat in 2015 twee begrotingsoverschrijvingen ter goedkeuring aan de raad van bestuur zijn voorgelegd en dat het totaalbedrag dat door deze overschrijvingen tussen de titels werd overgeschreven 835 734 EUR bedroeg; stelt voorts vast dat deze overschrijvingen met name verband hielden met de hertoewijzing van het overschot onder de titel "Administratieve uitgaven" aan operationele projecten of binnen beleidsuitgaven; stelt met tevredenheid vast dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2015 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

6.  stelt vast dat het aantal posten in het organisatieschema van het Bureau is teruggebracht door in 2015 twee tijdelijke functies te schrappen (een AD- en een AST-functie), in overeenstemming met de algemene beginselen in het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline(1); stelt voorts vast dat de begrotingsautoriteit in november 2015 in verband met de aanhoudende problemen op asiel-/migratiegebied twee nieuwe AD-posten heeft goedgekeurd;

Prestaties

7.  wijst erop dat het Bureau de afgelopen jaren een proces van grootschalige hervormingen heeft doorgevoerd, leidend tot een herdefiniëring van zijn planning en monitoring- en evaluatieactiviteiten, en onder meer een omvattender systeem heeft opgezet voor interne-prestatiemonitoring, alsmede een volwaardig monitoring- en evaluatiebeleid en een actieplan voor jaarlijkse monitoring en evaluatie; stelt vast dat er momenteel vijf evaluaties vooraf en vier evaluaties achteraf worden uitgevoerd en dat de resultaten hiervan in het jaarlijks activiteitenverslag van het Bureau voor 2016 zullen worden gepubliceerd;

8.  betreurt dat het mandaat van het Bureau zijn rol ter ondersteuning van de grondrechten nog steeds beperkt; benadrukt dat het Bureau de mogelijkheid moet hebben op eigen initiatief adviezen over wetgevingsvoorstellen uit te brengen en dat zijn opdracht moet worden uitgebreid tot alle gebieden van de uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermde rechten, met inbegrip van bijvoorbeeld kwesties van politiële en justitiële samenwerking;

9.  is ingenomen met de degelijke resultaten van het Bureau; stelt vast dat het 60 evenementen heeft georganiseerd in het kader waarvan het belangrijke partners en belanghebbenden bijeen heeft gebracht om over grondrechtenkwesties op verschillende thematische gebieden te discussiëren; stelt vast dat het Bureau met zijn expertise aan 240 presentaties en hoorzittingen heeft deelgenomen, en dat het zijn onderzoek in 32 rapporten en papers heeft neergeschreven; herinnert aan het feit dat het Bureau 122 adviezen heeft opgesteld in reactie op verzoeken van de lidstaten, Unie-instellingen en andere internationale organisaties; is voorts verheugd over de proactieve benadering ten opzichte van het Parlement;

Interne audit

10.  stelt met tevredenheid vast dat aan het eind van de verslagperiode uit de controles achteraf bleek dat er geen bedragen hoefden te worden teruggevorderd;

11.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) in 2015 een follow-upcontrole heeft uitgevoerd van twee activiteiten die in 2013 hebben plaatsgevonden en die betrekking hadden op personeelsmanagement en contractbeheer; merkt op dat ten gevolge hiervan alle aanbevelingen zijn afgehandeld, met uitzondering van twee, waarvan één is aangemerkt als "zeer belangrijk" en één is afgewaardeerd van "zeer belangrijk" tot "belangrijk"; stelt met tevredenheid vast dat alle aanbevelingen die de IAS vóór 2015 heeft gedaan zijn opgevolgd en afgehandeld;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

12.  merkt met betrekking tot de juridische procedures die in 2015 bij het Gerecht voor ambtenarenzaken tegen het Bureau werden behandeld op dat de uitspraak in Zaak T-107/13 P gunstig was voor het Bureau en dat het Bureau bezig is de proceskosten terug te vorderen en dat het Bureau zich in Zaak T-658/13 naar de uitspraak heeft geschikt; stelt voorts vast dat de uitspraak in gevoegde zaken F-25/14 en F-106/13 momenteel ten uitvoer wordt gelegd en dat het Bureau de verzoekende partij weer in dienst heeft genomen en, hangende het beroep, zijn proceskosten heeft betaald; stelt vast dat zaak 178/2013/LP van de Ombudsman geen verband houdt met de rechtszaken waarbij het Bureau partij was of is;

13.  merkt op dat het Bureau in aanvulling op het personeelsstatuut een praktische gids voor het personeel heeft opgesteld over de omgang met en voorkoming van belangenconflicten, met daarin uitvoerige informatie en advies over diverse onderwerpen; stelt voorts vast dat het Bureau regelmatig verplichte cursussen organiseert voor zijn personeelsleden over ethiek en integriteit, en dat het Bureau de cv's en belangenverklaringen van alle actieve leden van de raad van bestuur, het wetenschappelijk comité en het managementteam publiceert;

14.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau sinds 2012 toepassing geeft aan de richtsnoeren van de Commissie over klokkenluiders, in overeenstemming met besluit nr. 2012/04 van het dagelijks bestuur van het Bureau(2);

15.  stelt vast dat het Bureau toepassing geeft aan de Code voor correct bestuurlijk gedrag en dat de verificaties van de opgaven van financiële belangen door het management en leden van de raad van bestuur en het wetenschappelijk comité beoordeeld worden en dat de verklaringen op de website van het Bureau worden gepubliceerd, een en ander in overeenstemming met het beleid van het Bureau inzake de voorkoming en de omgang met belangenconflicten;

16.  merkt op dat het Bureau ten gevolge van de vaststelling van Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad(3) moet nadenken over de manier waarop deze richtlijn intern wordt omgezet; spoort het Bureau aan om de relevante bepalingen van de richtlijn ten uitvoer te leggen en de kwijtingsautoriteit daarover vervolgens verslag uit te brengen; stelt vast dat het Bureau momenteel naar analogie toepassing geeft aan de richtsnoeren van de Commissie over klokkenluiders, in overeenstemming met besluit nr. 2012/04 van het dagelijks bestuur van het Bureau; verzoekt het Bureau te onderzoeken of het wellicht passender is om specifieke maatregelen vast te stellen inzake de bescherming van klokkenluiders, zoals ook andere agentschappen hebben gedaan;

17.  merkt op dat het Bureau een fraudebestrijdingsstrategie heeft ontwikkeld, die de invoering van nieuwe controles omvat, waar nodig, na een risicobeoordeling ter zake; stelt voorts vast dat de strategie door de raad van bestuur van het Bureau werd vastgesteld tijdens zijn vergadering van december 2014, samen met een bijbehorend actieplan, dat in de loop van 2015 ten uitvoer is gelegd;

18.  merkt op dat het Bureau in zijn jaarverslag een hoofdstuk wil opnemen over transparantie, controleerbaarheid en integriteit;

Overige opmerkingen

19.  stelt met bezorgdheid vast dat binnen de raad van bestuur van het Bureau genderevenwicht ver te zoeken is: van de zes posities worden er vijf door personen van hetzelfde geslacht bekleed; dringt er bij het Bureau op aan dit gebrek aan evenwicht te corrigeren en de resultaten zo spoedig mogelijk kenbaar te maken aan de kwijtingsautoriteit;

20.  merkt op dat in 2015 199 personeelsleden hebben deelgenomen aan vier buitendagen, en dat de totale kosten daarvan 13 860,62 EUR bedroegen (d.w.z. 70 EUR per persoon);

21.  juicht het toe dat het Bureau zich in 2015 sterk heeft gericht op kwesties op het gebied van de grondrechten voor vluchtelingen en migranten die naar de Unie zijn gekomen, zoals met name blijkt uit het advies van het Bureau over de grondrechten in de hotspots in Griekenland en Italië; merkt met name op dat het Bureau veel meer aandacht heeft besteed aan de immigratie en integratie van migranten, visa, grenscontroles en asielprocedures;

22.  is ingenomen met het feit dat het Bureau in 2015 zijn onderzoek naar de situatie van de Roma in de Unie heeft voortgezet, en zo heeft bijgedragen aan het toezicht op de doeltreffendheid en de tekortkomingen van het integratiebeleid van de Unie en van de lidstaten; is met name ingenomen met de op onderzoek gebaseerde beleidsaanbevelingen van het Bureau met betrekking tot de succesvolle bestrijding van zigeunerhaat en de strijd voor de sociale integratie van de Roma;

23.  juicht het toe dat het Bureau zich er voor blijft inspannen zijn bevindingen op een toegankelijke manier via de sociale media voor een breed publiek openbaar te maken; hamert op het belang van het verder verspreiden van het werk van het Bureau via online-platforms;

24.  pleit voor de opneming van de voorgestelde nieuwe thematische werkterreinen politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken in het nieuwe meerjarig financieel kader, waarover momenteel wordt onderhandeld; wijst er in het bijzonder op dat politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een deel van het recht van de Unie zijn geworden en bijgevolg onder het takenpakket van het Bureau vallen.

o
o   o

25.  Verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 27 april 2017(4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).
(2) http://fra.europa.eu/sites/default/files/eb_decision_2012_04-whistleblowing_rules.pdf
(3) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0155.

Juridische mededeling - Privacybeleid