Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2223(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0175/2017

Ingediende teksten :

A8-0175/2017

Debatten :

PV 15/05/2017 - 17
CRE 15/05/2017 - 17

Stemmingen :

PV 16/05/2017 - 6.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0207

Aangenomen teksten
PDF 277kWORD 75k
Dinsdag 16 mei 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Hulpbronnenefficiëntie: minder voedselverspilling, meer voedselveiligheid
P8_TA(2017)0207A8-0175/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 16 mei 2017 over initiatief met betrekking tot hulpbronnenefficiëntie: minder voedselverspilling, meer voedselveiligheid (2016/2223(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Maak de cirkel rond – Een EU‑actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Naar een circulaire economie: Een afvalvrij programma voor Europa" (COM(2014)0398),

–  gezien zijn resolutie van 9 juli 2015 over hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie(1),

–  gezien schriftelijke verklaring 0061/2015 van 14 oktober 2015 over het doneren van niet-verkochte eetbare voedingsproducten aan goede doelen,

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2012 over het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU(2),

–  gezien zijn resolutie van 7 juni 2016 over oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 juni 2016 over voedselverlies en voedselverspilling,

–  gezien het advies van het Comité van de regio's van 15 juni 2016 inzake voedselverspilling(4),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 maart 2013 over de bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan een strategie voor preventie en beperking van voedselverlies en -verspilling(5),

–  gezien speciaal verslag nr. 34/2016 van de Rekenkamer getiteld "De bestrijding van voedselverspilling: een kans voor de EU om de hulpbronnenefficiëntie van de voedselvoorzieningsketen te verbeteren",

–  gezien de resolutie van de Milieuvergadering van de Verenigde Naties van 27 mei 2016 over preventie, beperking en hergebruik van voedselafval,

–  gezien de vergelijkende studie van het Europees Economisch en Sociaal Comité van juni 2014 over de wetgeving en praktijken van de EU-lidstaten met betrekking tot het doneren van voedsel,

–  gezien de studie van FUSIONS (Food Use for Social Innovation by Optimising Waste Prevention Strategies – voedselgebruik voor sociale innovatie dankzij de optimalisering van strategieën ter voorkoming van verspilling) getiteld "Estimates of European food waste levels" (Ramingen met betrekking tot het niveau van voedselverspilling in Europa) (2016),

–  gezien de evaluatie door FUSIONS van wetgeving en beleid van de EU met implicaties op het vlak van voedselverspilling (2015),

–  gezien het begrippenkader van FUSIONS met betrekking tot voedselverspilling (2014),

–  gezien de Food Loss and Waste Accounting and Reporting Standard (FLW-norm) die in juni 2016 is gelanceerd,

–  gezien de studie van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) getiteld "Food wastage footprint – Impacts on natural resources" (Voetafdruk inzake voedselverspilling – Gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen) (FAO 2013),

–  gezien de studie van de FAO getiteld "Global food losses and food waste" (Voedselverlies en voedselverspilling wereldwijd) (FAO 2011),

–  gezien de petitie "Stop Food Waste in Europe!" (Stop het verspillen van voedsel in Europa!),

–  gezien het tijdens de Expo 2015 in Milaan aangenomen Handvest van Milaan,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0175/2017),

A.  overwegende dat volgens schattingen van de FAO jaarlijks ongeveer 1,3 miljard ton voedsel, oftewel één derde van het totale gewicht aan voedsel dat wereldwijd wordt geproduceerd voor menselijke consumptie, verloren gaat of wordt verspild;

B.  overwegende dat voedsel een kostbaar goed is; overwegende dat het "voedselsysteem" heel wat hulpbronnen gebruikt, zoals grond, bodem, water, fosfor en energie, en dat een efficiënt en duurzaam beheer van deze hulpbronnen dan ook van het allergrootste belang is; overwegende dat voedselverspilling enorme economische en milieukosten veroorzaakt die door de FAO(6) worden geraamd op 1,7 biljoen USD per jaar op wereldschaal; overwegende dat het voorkomen en verminderen van voedselverspilling economische voordelen biedt voor huishoudens en de samenleving in haar geheel, terwijl tegelijkertijd de schade aan het milieu wordt beperkt;

C.  overwegende dat voedselverspilling niet alleen gepaard gaat met hoge sociale, economische en milieukosten, maar ook ethische gevolgen heeft; overwegende dat voedsel dat verloren gaat of wordt verspild bijdraagt aan klimaatverandering, met een mondiale koolstofvoetafdruk van ongeveer 8 % van de totale antropogene mondiale broeikasgasemissies, alsook een verspilling vormt van schaarse hulpbronnen als land, energie en water(7) gedurende de gehele levenscyclus van de betrokken producten; overwegende dat overschotten van de voedselvoorzieningsketen niet zonder meer moeten eindigen als voedselafval wanneer ze nog bruikbaar kunnen zijn voor menselijke voeding, en dat een passende wetgeving inzake voedseloverschotten ertoe kan leiden dat voedselafval een hulpbron wordt;

D.  overwegende dat uit recente studies blijkt dat er voor de productie van één kilo voedsel gemiddeld 4,5 kilo CO2 in de atmosfeer terechtkomt; overwegende dat de circa 89 megaton voedsel die in Europa wordt verspild 170 megaton CO2-equivalent per jaar veroorzaakt, waarvan 59 megaton CO2-eq./jaar in de voedingsmiddelenindustrie, 78 megaton CO2-eq./jaar in de huishoudelijke consumptie en 33 megaton CO2-eq./jaar elders; overwegende dat de productie van de 30 % voedsel die niet wordt geconsumeerd er verantwoordelijk voor is dat het gebruik van watervoorraden voor irrigatiedoeleinden met een bijkomende 50 % stijgt, en dat er voor de productie van 1 kg rundvlees tussen 5 en 10 ton water nodig is;

E.  overwegende dat verschillende studies aantonen dat een verregaande wijziging van onze eetgewoonten de meest effectieve methode is om de milieu-impact van de consumptie van voedingsmiddelen te beperken; overwegende dat het bereiken van een duurzaam systeem voor voedselproductie en -consumptie in Europa een alomvattend en geïntegreerd voedselbeleid vergt;

F.  overwegende dat volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) 795 miljoen mensen in de wereld niet genoeg voedsel hebben om een gezond en actief leven te leiden; overwegende dat slechte voeding verantwoordelijk is voor bijna de helft (45 %) – ongeveer 3,1 miljoen – van alle sterfgevallen bij kinderen onder de leeftijd van vijf jaar; overwegende dat één op de zes kinderen in de wereld onder zijn normale gewicht zit en dat één op de vier met een groeiachterstand te kampen heeft; overwegende dat de beperking van de hoeveelheid verspild voedsel daarom niet alleen een verplichting vormt uit economische en milieuoverwegingen, maar ook een morele plicht is(8);

G.  overwegende dat vandaag bijna 793 miljoen mensen in de wereld ondervoed zijn(9) en dat meer dan 700 miljoen mensen onder de armoedegrens leven(10) met een inkomen van minder dan 1,90 USD per dag; overwegende dat elke vorm van onverantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen die bestemd zijn voor de productie van voedsel en elke vorm van voedselverspilling dan ook als moreel onaanvaardbaar moeten worden beschouwd;

H.  overwegende dat minder voedselverspilling een efficiënter gebruik van grond en een beter waterbeheer zou betekenen, positieve gevolgen zou hebben voor de hele landbouwsector wereldwijd en een impuls zou geven aan de strijd tegen ondervoeding in ontwikkelingslanden;

I.  overwegende dat de EU ondertekenende partij is bij de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, die op 25 september 2015 werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties; overwegende dat duurzame-ontwikkelingsdoelstelling (SDG) 12.3 erop gericht is de wereldwijde voedselverspilling per hoofd van de bevolking op het niveau van de detailhandel en de consument uiterlijk in 2030 te halveren en voedselverlies in de productie- en toeleveringsketens te verminderen, met inbegrip van verliezen tijdens primaire productie, primair vervoer en primaire opslag; overwegende dat de wereldbevolking volgens ramingen van de VN zal toenemen van 7,3 miljard mensen vandaag tot 9,7 miljard in 2050(11); overwegende dat het terugdringen van voedselverspilling een essentiële stap vormt in het verminderen van honger in de wereld en noodzakelijk is om een steeds toenemende wereldbevolking te voeden;

J.  overwegende dat het Consumer Goods Forum (forum consumptiegoederen), dat 400 detailhandelaren, fabrikanten, dienstverleners en andere belanghebbende partijen uit 70 landen vertegenwoordigt, een openbaar besluit heeft goedgekeurd om de voedselverspilling die wordt veroorzaakt door de werkzaamheden van zijn eigen leden uiterlijk in 2025 te halveren, vijf jaar eerder dan wordt gevraagd in SDG 12.3;

K.  overwegende dat de preventie van voedselverspilling voordelen biedt in milieu-, sociaal en economisch opzicht; overwegende dat uit schattingen blijkt dat in de EU jaarlijks 88 miljoen ton voedsel wordt verspild, wat overeenstemt met 173 kg verspild voedsel per persoon, en dat de productie en verwijdering van voedselafval in de EU verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van 170 miljoen ton CO2 en 26 miljoen ton aan hulpbronnen verbruiken; overwegende dat de kosten die gepaard gaan met deze graad van voedselverspilling worden geschat op ongeveer 143 miljard EUR(12); overwegende dat volgens de FAO 800 miljoen mensen in de wereld honger lijden;

L.  overwegende dat uit gegevens van 2014 blijkt dat 55 miljoen mensen, goed voor 9,6 % van de EU-28-bevolking, niet in staat waren zich om de twee dagen een kwaliteitsvolle maaltijd te veroorloven; overwegende dat uit gegevens van 2015 blijkt dat 118,8 miljoen mensen, goed voor 23,7 % van de EU-28-bevolking, het risico lopen op armoede en sociale uitsluiting(13);

M.  overwegende dat het terugdringen van voedselverspilling de economische situatie van huishoudens kan verbeteren zonder de levensstandaard te verlagen;

N.  overwegende dat oneerlijke handelspraktijken en prijsdumping in de voedingsmiddelensector ertoe leiden dat voeding vaak onder de werkelijke waarde wordt verkocht, hetgeen op zijn beurt bijkomende verspilling veroorzaakt;

O.  overwegende dat voedsel verloren gaat en wordt verspild in alle stadia van de voedselvoorzieningsketen, bestaande uit productie, verwerking, vervoer, opslag, detailhandel, het in de handel brengen en consumptie; overwegende dat ramingen van het FUSIONS-project aangeven dat huishoudens en de verwerkingssector met respectievelijk 53 % en 19 % het meest bijdragen aan voedselverspilling binnen de EU, gevolgd door de detailhandelaren, de primaire productie en de groothandel, met een aandeel van respectievelijk 12 %, 10 % en 5 %(14); overwegende dat deze ramingen erop wijzen dat maatregelen om voedselverspilling terug te dringen in huishoudens en de verwerkingssector het meeste effect zouden sorteren; overwegende dat voedselverspilling in ontwikkelingslanden vooral optreedt als gevolg van infrastructurele en technologische beperkingen;

P.  overwegende dat de gegevens van het FUSIONS-project van verschillende bronnen afkomstig zijn waarin verschillende definities van "voedselverspilling" worden gehanteerd;

Q.  overwegende dat in het FUSIONS-project wordt opgemerkt dat er bitter weinig metingen beschikbaar zijn van voedselverspilling in de landbouw, tuinbouw, aquacultuur of visserij of andere primaireproductieactiviteiten; overwegende dat dit een goede beoordeling van de werkelijke omvang van het voedselverlies en de voedselverspilling in Europa in de weg staat;

R.  overwegende dat gerichte maatregelen, afgestemd op de marktdeelnemers en het desbetreffende stadium in de keten, geschikter zijn om voedselverspilling te bestrijden, aangezien de problemen die zich voordoen niet overal dezelfde zijn;

S.  overwegende dat in een studie in het Verenigd Koninkrijk, in 2015 verricht door het Waste and Resources Action Programme (WRAP), wordt aangegeven dat ten minste 60 % van het huishoudelijk voedselafval kan worden vermeden en had kunnen worden geconsumeerd als men er beter mee had omgesprongen(15);

T.  overwegende dat een aantal gevallen van verlies en verspilling in de primaire productie het gevolg is van de eisen die de detailhandel stelt aan de kenmerken van producten, geannuleerde bestellingen door wijzigingen in de consumentenvraag, en overproductie doordat aan de seizoensgebonden vraag moet worden voldaan; overwegende dat voedselbederf tijdens het productieproces ook een van de factoren is die het verlies van voedsel tijdens de productie in de hand werken;

U.  overwegende dat volgens de FAO in Europa 20 % van de groenten en het fruit, 20 % van de wortels en knolgewassen en 10 % van de oliehoudende zaden en peulvruchten verloren gaan in de landbouw, en nog eens 5 % van het fruit, de groenten, wortels en knolgewassen verloren gaat na de oogst(16);

V.  overwegende dat door een natuurramp beschadigde groenten en fruit, en op gezinsbedrijven vernietigde of omgeploegde groenten en fruit als gevolg van het verlies van een markt of lage prijzen, een investeringsverlies en inkomensderving voor boeren betekenen;

W.  overwegende dat marktdeelnemers in de voedselvoorzieningsketen de kosten van voedselverspilling vaak internaliseren en opnemen in de uiteindelijke consumentenprijs van het product(17);

X.  overwegende dat de Europese Rekenkamer in speciaal verslag nr. 34/2016 over de bestrijding van voedselverspilling de vraag onderzoekt "of de EU bijdraagt tot een hulpbronnenefficiënte voedselvoorzieningsketen door voedselverspilling op doeltreffende wijze te bestrijden"; overwegende dat de bevindingen van het verslag erop wijzen dat de EU voedselverspilling momenteel niet op doeltreffende wijze bestrijdt en dat de bestaande initiatieven en beleidsmaatregelen doeltreffender kunnen worden gebruikt om het probleem van voedselverspilling aan te pakken; overwegende dat in het verslag wordt gesteld dat de ambitie van de Commissie om voedselverspilling aan te pakken is afgenomen, ondanks meerdere verzoeken van het Europees Parlement en de lidstaten om iets te doen aan het probleem; overwegende dat de acties die de Commissie tot nu toe heeft ondernomen in het verslag worden omschreven als versnipperd en te weinig constant, en dat het op het niveau van de Commissie ontbreekt aan duidelijke coördinatie; overwegende dat in het verslag de volgende aanbevelingen worden geformuleerd ten aanzien van de Commissie: een actieplan voor de komende jaren opstellen, aandacht besteden aan voedselverspilling in haar toekomstige effectbeoordelingen, de verschillende EU-beleidsmaatregelen waarmee voedselverspilling kan worden aangepakt beter op elkaar afstemmen, duidelijkheid scheppen omtrent de interpretatie van de wettelijke bepalingen die voedselschenkingen mogelijk ontmoedigen en nagaan hoe de schenking van voedsel dat anders zou worden verspild kan worden vergemakkelijkt;

Y.  overwegende dat de Commissie, na investering van een aanzienlijke hoeveelheid middelen en na een zeer succesvolle openbare raadpleging in 2013, uiteindelijk heeft besloten de mededeling "Building a Sustainable European Food System" (Bouwen aan een duurzaam Europees voedselsysteem) niet te publiceren, hoewel deze reeds was afgerond en goedgekeurd door drie commissarissen (DG Milieu, DG SANCO en DG AGRI); overwegende dat in deze mededeling een aantal goede benaderingen wordt voorgesteld om het probleem van voedselverspilling aan te pakken;

Z.  overwegende dat er geen gemeenschappelijke en consistente definitie van "voedselverspilling" voorhanden is en er voorlopig evenmin een gemeenschappelijke methodologie bestaat voor het meten van voedselverspilling op Unieniveau, waardoor het moeilijk wordt verschillende datasets met elkaar te vergelijken en te meten of er bij de beperking van voedselverspilling vooruitgang wordt geboekt; overwegende dat de problemen die opduiken bij het verzamelen van volledige, betrouwbare en geharmoniseerde gegevens een extra belemmering vormen om een beeld te krijgen van de voedselverspilling in de EU; overwegende dat "voedselverspilling" voor de toepassing van deze resolutie betrekking heeft op voor menselijke consumptie bestemde voedingsmiddelen, zowel in eetbare als niet-eetbare vorm, die uit de productie- of toeleveringsketen worden gehaald om te worden weggegooid in het stadium van primaire productie, verwerking, industriële vervaardiging, vervoer, opslag of op het niveau van de detailhandel en de consument, met uitzondering van verliezen tijdens de primaire productie; overwegende dat er nog een definitie van "verliezen tijdens de primaire productie" moet worden opgesteld;

AA.  overwegende dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen verspilling van eetbaar voedsel en het weggooien van niet-eetbare delen, om misleidende conclusies en ondoeltreffende maatregelen te voorkomen; overwegende dat de focus van de reductie-inspanningen moet liggen op het vermijden van de verspilling van eetbaar voedsel;

AB.  overwegende dat het "Food Loss and Waste Protocol" (protocol inzake voedselverlies en voedselverspilling – FLW) een gezamenlijke inspanning is van verschillende belanghebbende partijen, die heeft geleid tot de ontwikkeling van een wereldwijde norm voor registratie en verslaglegging (bekend als de FLW-norm) voor het kwantificeren van voedsel en bijbehorende niet-eetbare delen die uit de voedselvoorzieningsketen worden gehaald(18);

AC.  overwegende dat we een vollediger beeld kunnen krijgen door niet alleen toezicht te houden op de hoeveelheid voedsel die wordt verspild, maar ook op de hoeveelheid overschotten en teruggewonnen voedsel, en dat dit nuttig kan zijn om op EU-niveau degelijke beleidsmaatregelen te nemen;

AD.  overwegende dat in de hiërarchie van het afvalbeheer als vastgesteld in de kaderrichtlijn afvalstoffen(19) (preventie, voorbereiding voor hergebruik, recycling, nuttige toepassing en verwijdering) geen rekening is gehouden met de specifieke kenmerken van voedselverspilling, een fenomeen dat een in hoge mate afwijkende afvalstroom vertegenwoordigt; overwegende dat er momenteel op EU-niveau geen specifieke hiërarchie voor het beheer van niet-geconsumeerd voedsel en voedselverspilling voorhanden is; overwegende dat er een hiërarchie voor voedselverspilling die rekening houdt met de volledige voedselvoorzieningsketen tot stand moet worden gebracht; overwegende dat preventie en hergebruik voor menselijke consumptie prioriteit moeten krijgen;

AE.  overwegende dat er met het juiste stimulerende beleid voor kan worden gezorgd dat voedseloverschotten kunnen worden teruggewonnen en gebruikt om mensen van voedsel te voorzien;

AF.  overwegende dat het mogelijk is voormalige voedingsmiddelen en bijproducten van de voedselvoorzieningsketen optimaal te benutten in de productie van diervoeders;

AG.  overwegende dat er in sommige gebieden van de EU nog steeds voedselafval wordt verbrand en gestort en dat dit ingaat tegen het beginsel van de circulaire economie;

AH.  overwegende dat in artikel 9, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten(20) wordt bepaald dat exploitanten van een levensmiddelenbedrijf de datum van minimale houdbaarheid ("ten minste houdbaar tot") of de uiterste consumptiedatum ("te gebruiken tot") van een levensmiddel moeten aangeven;

AI.  overwegende dat er veel misverstanden zijn over de datumaanduiding op voedingsproducten, vooral bij de consument; overwegende dat de etikettering "ten minste houdbaar tot" de datum aangeeft na afloop waarvan een levensmiddel in de regel nog steeds kan worden geconsumeerd maar niet optimaal is in termen van kwaliteit, en dat de etikettering "te gebruiken tot" de datum aangeeft na afloop waarvan een levensmiddel niet langer veilig kan worden geconsumeerd; overwegende dat nog niet de helft van de EU-burgers begrijpt wat de etikettering "ten minste houdbaar tot" en "te gebruiken tot" betekent(21); overwegende dat het gebruik van de etikettering "ten minste houdbaar tot" en "te gebruiken tot" en de wijze waarop deze wordt geïnterpreteerd, verschilt van de ene lidstaat tot de andere, en tevens kan variëren naargelang van de producent, verwerker en distributeur, ook al gaat het om hetzelfde product; overwegende dat de vervaldatum conform artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten op een duidelijk zichtbare en in duidelijk leesbare letters op producten moet voorkomen;

AJ.  overwegende dat voedselverspilling aanzienlijk kan worden beperkt door in de hele voedselvoorzieningsketen onverkochte voedingswaren te doneren, waardoor meteen ook hulp wordt geboden aan mensen die voedsel nodig hebben en die het zich niet kunnen veroorloven om bepaalde voedingsproducten of een voldoende hoeveelheid voedsel van dezelfde kwaliteit te kopen; overwegende dat supermarkten en horecabedrijven een bijzondere rol in dit proces kunnen spelen;

AK.  overwegende dat Europese fondsen, zoals het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD), voedseldonatie vergemakkelijken door onder meer middelen toe te kennen aan de opslag- en vervoersinfrastructuur voor gedoneerd voedsel; overwegende dat de lidstaten onvoldoende gebruikmaken van het FEAD;

AL.  overwegende dat er hinder wordt ondervonden om voor consumptie geschikte voedseloverschotten tot bij wie ze nodig heeft te krijgen, als gevolg van een knelpunt in de capaciteit van het distributiekanaal, of soms door een compleet gebrek aan capaciteit van dat kanaal; overwegende dat liefdadigheidsorganisaties en instellingen die maatschappelijk werk verrichten en worden onderhouden door de staat of lokale autoriteiten niet over voldoende financiële en personele middelen beschikken om te zorgen voor het vervoer en de distributie van voor consumptie geschikt voedsel dat voor liefdadigheidsdoeleinden wordt aangeboden; overwegende dat dit met name geldt voor de meest achtergestelde regio's;

AM.  overwegende dat voedselverspilling wordt beperkt en de allerarmsten worden geholpen via sociale projecten en bottom-upprogramma's, zoals voedselbanken of door liefdadigheidsorganisaties uitgebate eetgelegenheden, die op die manier bijdragen aan de totstandbrenging van een verantwoordelijke en bewuste samenleving;

AN.  overwegende dat op de interne markt veel bedrijven voedsel produceren voor meer dan één land; overwegende dat onverkochte producten van dergelijke bedrijven in sommige gevallen niet kunnen worden gedoneerd in het land van productie, omdat de etikettering in een vreemde taal is opgesteld;

AO.  overwegende dat voedseldonoren in het kader van de verordening algemene levensmiddelenwetgeving(22) worden beschouwd als "exploitanten van een levensmiddelenbedrijf" en derhalve alle EU-voedselwetgeving met betrekking tot verantwoordelijkheid, aansprakelijkheid en traceerbaarheid moeten naleven, alsook de voorschriften inzake voedselveiligheid als vastgesteld in het levensmiddelenhygiënepakket(23); overwegende dat de risico's die verbonden zijn aan de aansprakelijkheid voor gedoneerd voedsel potentiële donoren ertoe kan aanzetten voedseloverschotten weg te gooien in plaats van te doneren(24);

AP.  overwegende dat grote winkelketens en supermarkten het als gevolg van bestaande administratieve belemmeringen aanvaardbaar achten om voedsel waarvan de minimale houdbaarheidsdatum niet veraf is weg te gooien in plaats van te doneren;

AQ.  overwegende dat de Commissie momenteel werkt aan een verduidelijking van de Europese wetgeving inzake donaties;

AR.  overwegende dat verscheidene lidstaten al nationale wetgeving hebben aangenomen om voedselverspilling te beperken, waarbij met name Italië wetgeving heeft aangenomen waardoor het makkelijker wordt voedsel met het oog op maatschappelijke solidariteit te doneren en te verdelen doordat donoren niet aansprakelijk worden gesteld voor voedsel dat te goeder trouw en in de wetenschap dat het op het moment van donatie geschikt is voor consumptie wordt gedoneerd;

AS.  overwegende dat landen ook nationale vrijwillige richtsnoeren voor voedseldonaties kunnen aannemen, zoals de richtsnoeren die zijn uitgewerkt door de voedselveiligheidsautoriteiten in Finland, gericht op het terugdringen van vermijdbare voedselverspilling;

AT.  overwegende dat in Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde(25) (btw-richtlijn) wordt bepaald dat voedseldonaties belastbaar zijn en dat belastingvrijstellingen voor voedseldonaties niet zijn toegestaan; overwegende dat de Commissie de aanbeveling formuleert om de waarde van gedoneerd voedsel waarvan de minimale houdbaarheidsdatum niet veraf is of dat niet geschikt is om te verkopen voor fiscale doeleinden te omschrijven als "betrekkelijk laag, zelfs bijna nihil"(26); overwegende dat in een aantal lidstaten een impuls wordt gegeven aan het doneren van voedsel door "afstand te doen" van de verplichting om btw te betalen, maar dat er onduidelijkheid bestaat of dit conform de btw-richtlijn is; overwegende dat andere lidstaten voor gedoneerd voedsel een korting op de vennootschapsbelasting aanbieden(27);

AU.  overwegende dat het in vele lidstaten helaas duurder is om voedseloverschotten die geschikt zijn voor consumptie te doneren dan ze aan te bieden voor anaerobe vergisting, hetgeen in strijd is met het algemeen belang, gezien het aantal mensen dat in extreme armoede leeft;

AV.  overwegende dat voedselverpakkingen een belangrijke bijdrage leveren aan de vermindering van voedselverspilling en aan duurzaamheid doordat ze de bruikbaarheidsduur van producten verlengen en producten beschermen; overwegende dat voedselverpakkingen die recycleerbaar zijn en uit hernieuwbare grondstoffen zijn vervaardigd, kunnen helpen om doelstellingen inzake milieu en hulpbronnenefficiëntie te behalen;

AW.  overwegende dat actieve en intelligente voedselcontactmaterialen de kwaliteit van verpakt voedsel kunnen verbeteren en de houdbaarheidsperiode ervan kunnen verlengen, de toestand van verpakt voedsel beter kunnen bewaken en informatie kunnen geven over de versheid van voedsel;

AX.  overwegende dat de verwerking van weggegooid voedsel bijkomende middelen opslorpt;

AY.  overwegende dat de strijd tegen voedselverspilling ook economische voordelen biedt, aangezien met elke euro die wordt besteed aan de preventie van voedselverspilling 265 kg voedselafval ter waarde van 535 EUR kan worden voorkomen, lokale autoriteiten 9 EUR op afvalkosten kunnen besparen en 50 EUR kan worden bespaard op milieukosten die verband houden met broeikasgasemissies en luchtverontreiniging(28);

AZ.  overwegende dat maatregelen om voedselverspilling te verminderen op het juiste niveau moeten worden genomen; overwegende dat er bij het terugdringen van voedselverspilling een belangrijke rol is weggelegd voor lokale en regionale autoriteiten wegens hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden inzake afvalbeheer, hun capaciteit om lokale campagnes op te starten en te voeren, evenals hun direct contact en rechtstreekse samenwerking met het maatschappelijk middenveld en liefdadigheidsorganisaties, gezien het grote aandeel van deze organisaties in overheidsopdrachten en in veel gevallen hun gezag over onderwijsinstellingen;

BA.  overwegende dat de uitwisseling van goede praktijken op Europees en internationaal niveau, alsook bijstand aan ontwikkelingslanden, van groot belang is bij de bestrijding van de wereldwijde voedselverspilling;

BB.  overwegende dat het Europees Parlement sinds de tweede helft van 2013 bezig is met de tenuitvoerlegging van een alomvattend beleid dat tot doel heeft de voedselverspilling die wordt veroorzaakt door zijn cateringdiensten drastisch te verminderen; overwegende dat niet-geconsumeerd voedsel afkomstig uit overproductie regelmatig wordt gedoneerd door de belangrijkste voorzieningen van het Parlement in Brussel;

1.  benadrukt dat de hoeveelheid verspild voedsel in de Unie dringend moet worden verminderd en dat er efficiënter gebruik moet worden gemaakt van hulpbronnen in elk stadium van de voedselvoorzieningsketen, bestaande uit productie, verwerking, vervoer, opslag, detailhandel, het in de handel brengen en consumptie, hierbij rekening houdend met het feit dat voedsel in sterk geïndustrialiseerde landen voornamelijk in het stadium van verkoop en consumptie wordt verspild, terwijl de voedselverspilling in ontwikkelingslanden begint in het stadium van productie en verwerking; onderstreept in dit verband het belang van politiek leiderschap en inzet van zowel de Commissie als de lidstaten; herinnert eraan dat het Europees Parlement de Commissie herhaaldelijk heeft verzocht op te treden tegen voedselverspilling;

2.  dringt meer bepaald aan op een vermindering van de hoeveelheid verspild voedsel op het niveau van de detailhandel en de consument en op het terugdringen van voedselverliezen in de productie- en toeleveringsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;

3.  hamert er daarom op dat de communicatie tussen alle actoren in de voedselvoorzieningsketen moet worden verbeterd, met name tussen leveranciers en distributeurs, teneinde vraag en aanbod op elkaar af te stemmen;

4.  dringt aan op een gecoördineerde beleidsrespons op het niveau van de EU en de lidstaten, overeenkomstig de respectieve bevoegdheden, waarin niet alleen rekening wordt gehouden met beleidsmaatregelen inzake afval, voedselveiligheid en -informatie, maar ook met aspecten van het economisch, fiscaal en financieel beleid, het beleid inzake onderzoek en innovatie en milieu, het structuurbeleid (landbouw en visserij), het sociaal beleid en het beleid inzake onderwijs, handel, consumentenbescherming, energie en openbare aanbestedingen; dringt in dit verband aan op coördinatie tussen de EU en de lidstaten; benadrukt dat de inspanningen van de EU om voedselverspilling te verminderen, moeten worden versterkt en beter op elkaar moeten worden afgestemd; merkt op dat bedrijven die actief zijn in de voedselvoorzieningsketen voor het grootste deel kmo's zijn, die niet mogen worden belast met onredelijk veel bijkomende administratie;

5.  dringt er bij de Commissie op aan om alle diensten van de Commissie die met voedselverspilling te maken hebben hierbij te betrekken en een voortdurende en versterkte coördinatie op het niveau van de Commissie te waarborgen; verzoekt de Commissie daarom een systematische benadering te hanteren waarin aandacht wordt besteed aan alle aspecten van voedselverspilling en een uitgebreid actieplan inzake voedselverspilling op te stellen waarin de verschillende beleidsdomeinen aan bod komen en de strategie voor de komende jaren wordt uitgetekend;

6.  verzoekt de Commissie een inventaris te maken van Europese wetgeving die een doeltreffende bestrijding van voedselverspilling mogelijk in de weg staat en te onderzoeken hoe deze kan worden aangepast om de doelstelling inzake preventie van voedselverspilling te kunnen behalen;

7.  verzoekt de Commissie om bij het verrichten van effectbeoordelingen van desbetreffende nieuwe wetgevingsvoorstellen na te gaan wat hun mogelijke impact op voedselverspilling is;

8.  roept de Commissie en de lidstaten op de reeds bestaande financiële steun voor de strijd tegen voedselverspilling een blijvend karakter te geven; roept de lidstaten op de mogelijkheden die op dit gebied worden geboden door de verschillende beleidsmaatregelen en financieringsprogramma's van de Europese Unie beter te benutten;

9.  benadrukt de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten om binnen het EU-kader een op maat gesneden aanpak te ontwikkelen voor de strijd tegen voedselverspilling; is zich bewust van het belangrijke werk dat reeds is verzet in verschillende lidstaten;

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten bewustmakings- en communicatiecampagnes op touw te zetten over de wijze waarop voedselverspilling kan worden voorkomen;

11.  roept de lidstaten op maatregelen te nemen om voedselverliezen in alle stadia van de toeleveringsketen, met inbegrip van primaire productie, vervoer en opslag, terug te dringen;

12.  verzoekt de lidstaten de nodige maatregelen te treffen voor het behalen van een streefdoel voor de beperking van voedselverspilling in de Unie van 30 % uiterlijk in 2025 en van 50 % uiterlijk in 2030 ten opzichte van de referentieniveaus van 2014;

13.  verzoekt de Commissie tegen 31 december 2020 te onderzoeken of het mogelijk is om – op basis van metingen die volgens een gemeenschappelijke methodologie worden berekend – bindende streefdoelen voor de beperking van voedselverspilling in de hele Unie vast te stellen waaraan uiterlijk in 2025 en 2030 moet worden voldaan; verzoekt de Commissie een verslag op te stellen, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel;

14.  verzoekt de lidstaten de uitvoering van hun maatregelen ter vermindering van voedselverspilling te bewaken en te beoordelen door aan de hand van een gemeenschappelijke methodologie te meten hoeveel voedsel wordt verspild; dringt er bij de Commissie op een wettelijk bindende definitie van voedselverspilling te handhaven en uiterlijk op 31 december 2017 een gemeenschappelijke methodologie met minimumnormen inzake kwaliteit aan te nemen voor een uniforme meting van de hoeveelheden verspild voedsel; is van mening dat een gemeenschappelijke EU-definitie en -methodologie voor het meten van "voedselverliezen" die van toepassing is op de volledige toeleveringsketen bevorderend zou werken voor de inspanningen die de lidstaten en belanghebbende partijen leveren met betrekking tot de berekening en de beperking van voedselverspilling;

15.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de volgende definitie van "voedselverspilling" te hanteren: "voedselverspilling": voor menselijke consumptie bestemde voedingsmiddelen, zowel in eetbare als niet-eetbare vorm, die uit de productie- of toeleveringsketen worden gehaald om te worden weggegooid in het stadium van primaire productie, verwerking, industriële vervaardiging, vervoer, opslag of op het niveau van de detailhandel en de consument, met uitzondering van verliezen tijdens de primaire productie;

16.  verzoekt de Commissie in haar toekomstige beleid een duidelijk onderscheid te maken tussen voedselverspilling en voedselverlies, dat in het stadium van de primaire productie onvermijdelijk is als gevolg van gebeurtenissen waarbij sprake is van overmacht, zoals stormen;

17.  verzoekt de Commissie om voedselverliezen in de landbouwsector en andere bedrijfstakken van de primaire productie in haar berekeningen op te nemen, teneinde een aanpak te garanderen die rekening houdt met alle stadia van de toeleveringsketen; merkt evenwel op dat het kwantificeren van verliezen in het stadium van de primaire productie moeilijk kan zijn en dringt er bij de Commissie op aan beste praktijken in kaart te brengen om de lidstaten te helpen bij het verzamelen van dergelijke gegevens;

18.  verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten en alle betrokken partijen te werken aan een gemeenschappelijke definitie van het begrip "verlies" in elk stadium van de voedselvoorzieningsketen en aan een gemeenschappelijke meetmethodologie;

19.  stelt vast dat het moeilijk is om voedselverspilling en voedselverlies in het stadium van de primaire productie te becijferen als gevolg van de verscheidenheid van producten en bijbehorende processen en het gebrek aan een duidelijke definitie van voedselverspilling; roept de Commissie op beste praktijken in verband met het verzamelen van gegevens over voedselverlies en voedselverspilling op landbouwbedrijven zonder dat landbouwers met bijkomende administratieve of financiële lasten worden geconfronteerd te inventariseren en onder de lidstaten te verspreiden;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten alle belanghebbende partijen te raadplegen in verband met de statistische methodologie en andere maatregelen die moeten worden ingevoerd om voedselverspilling te voorkomen in de hele Unie en in alle sectoren;

21.  stelt vast dat er voor "voedseloverschotten" en voor het meten ervan geen gemeenschappelijke EU-definitie en -methodologie voorhanden is; wijst erop dat Italië wetgeving heeft aangenomen waarin een definitie wordt gegeven van overschotten in de voedselvoorzieningsketen en een hiërarchie wordt vastgesteld voor de terugwinning van overschotten, waarbij menselijke consumptie de eerste prioriteit krijgt; verzoekt de Commissie om na te gaan welke effecten deze wetgeving heeft op voedseldonatie en voedselverspilling in Italië en om indien nodig te overwegen soortgelijke wetgeving voor te stellen op EU-niveau;

22.  dringt aan op de toepassing van een specifieke voedselafvalhiërarchie in Richtlijn 2008/98/EG, als volgt:

   (a) preventie aan de bron;
   (b) het redden van voor consumptie geschikt voedsel, waarbij gebruik door de mens prioriteit krijgt boven verwerking tot diervoeder en verwerking tot niet voor voeding bestemde producten;
   (c) organische recycling;
   (d) energieterugwinning;
   (e) verwijdering;

23.  vestigt de aandacht op de initiatieven die deel uitmaken van het actieplan voor de circulaire economie, waaronder maatregelen voor de oprichting van een platform voor financiële steun gericht op het aantrekken van investeringen en innovatieve methoden ter vermindering van voedselverliezen, en wijst tevens op de richtsnoeren voor de lidstaten om bepaalde voedselverliezen of bijproducten uit de landbouw om te zetten in energie;

24.  benadrukt dat in energiebehoeften moet worden voorzien door gebruik te maken van afval en bijproducten die geen toepassing vinden in andere processen hogerop in de afvalhiërarchie;

25.  benadrukt dat er met het oog op een succesvolle strijd tegen voedselverspilling ook moet worden gezorgd voor een hoge graad van recycling in de herziene kaderrichtlijn afvalstoffen en voor de integratie van het beginsel van biomassacascadering in het energiebeleid van de EU;

26.  onderstreept dat er een verplichting moet komen voor de lidstaten om de Commissie jaarlijks in kennis te stellen van het totale niveau van voedselverspilling dat binnen een specifiek jaar is gegenereerd;

27.  verzoekt de lidstaten om in het kader van hun programma's voor afvalpreventie specifieke maatregelen ter preventie van voedselverspilling in te voeren; verzoekt de lidstaten met name om vrijwillige overeenkomsten tot stand te brengen en om economische en fiscale stimuli voor het doneren van voedsel en andere methoden ter beperking van voedselverspilling in het leven te roepen;

28.  is meer bepaald van mening dat de lidstaten thuiscompostering moeten aanmoedigen en organisch afval aan de bron gescheiden moeten houden, en er bovendien voor moeten zorgen dat dit afval organische recycling ondergaat, teneinde het milieu optimaal te beschermen en een output – van onder meer digestaat en compost – van hoge kwaliteit te garanderen; is van mening dat de lidstaten bovendien het storten van organisch afval moeten verbieden;

29.  wijst op het verontreinigingsrisico dat uitgaat van plastic en metaal in voedselafval dat in compost en aarde wordt verwerkt en van daaruit in drinkwater en mariene ecosystemen terecht kan komen, en dringt erop aan dat deze wijze van verontreiniging tot een minimum wordt herleid; herinnert daarnaast aan het doel van de richtlijn betreffende het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw om de verontreiniging van landbouwgronden zoveel mogelijk te beperken; maant derhalve tot voorzichtigheid wat betreft het vermengen van afvalstromen en dringt aan op passende waarborgen;

30.  benadrukt dat voedselveiligheid van het allergrootste belang is en dat de geldende normen inzake voedselveiligheid niet in het gedrang mogen komen door maatregelen ter beperking van voedselverspilling; benadrukt dat normen op het gebied van voedselveiligheid, het milieu en dierenbescherming, met name diergezondheid en dierenwelzijn, niet op de helling mogen komen te staan door de strijd tegen voedselverspilling;

31.  verzoekt de Commissie de bevoegde autoriteiten in de lidstaten aan te sporen om waar nodig maatregelen te treffen om de voedselveiligheid vanuit gezondheidsoogpunt onder controle te houden en zo het vertrouwen van burgers en consumenten te winnen in beleidsmaatregelen die bijdragen aan de beperking van voedselverspilling;

32.  herinnert eraan dat een degelijk afvalbeheer volgens de beginselen van de circulaire economie in de eerste plaats vereist dat ernaar moet worden gestreefd het ontstaan van voedselverspilling te voorkomen; onderstreept echter dat het momenteel niet mogelijk is het ontstaan van voedselverspilling tot nul te herleiden; acht het daarom noodzakelijk om op EU-niveau verplichte maatregelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat voedselafval kan worden omgevormd tot nieuwe hulpbronnen;

33.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te voorzien in economische stimulansen ter ondersteuning van de inzameling van ongebruikt voedsel, dat vervolgens kan worden herverdeeld onder liefdadigheidsinstellingen of opnieuw kan worden gebruikt voor andere secundaire doeleinden waarmee voedselverspilling wordt voorkomen, zoals het omvormen van ongebruikt voedsel tot een waardevolle hulpbron door het te gebruiken voor de productie van voeder voor vee en huisdieren;

34.  wijst erop dat er potentieel is voor een optimalisering van het gebruik van voedsel dat onvermijdbaar verloren gaat of weggegooid wordt en van bijproducten van de voedselvoorzieningsketen, met name die van dierlijke oorsprong, in toepassingen als voederproductie, recyclage van nutriënten en productie van bodemverbeteraars, en het belang daarvan voor de primaire productie;

35.  benadrukt dat doeltreffendere Europese wetgeving op het gebied van bijproducten in het kader van Richtlijn 2008/98/EG kan bijdragen aan een aanzienlijke vermindering van voedselverspilling; verzoekt de Commissie met het oog hierop steun te geven, met name via het programma Horizon 2020, aan projecten waaraan bedrijven uit de agrovoedingsindustrie deelnemen en die bedoeld zijn om synergieën tussen landbouw en industrie te bevorderen;

36.  herinnert eraan dat de Commissie uiterlijk op 31 december 2018 een verslag moet opstellen ter beoordeling van de noodzaak van transversale regelgevende maatregelen in de sector van duurzame consumptie en productie moet en een effectbeoordeling moet verrichten om vast te stellen welke wettelijke voorschriften zodanig interageren dat ze een belemmering vormen voor de ontwikkeling van synergieën tussen sectoren en het gebruik van bijproducten in de weg staan;

37.  benadrukt dat het gebruik van voorraden en voedingsmiddelen die anders zouden worden weggegooid niet wegneemt dat er behoefte is aan een goed aanbodbeheer en een verstandig beheer van de voedselvoorzieningsketen, zodat systematische, structurele overschotten worden voorkomen;

38.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te ijveren voor een opwaardering van voormalige voedingsmiddelen en bijproducten uit de volledige voedselvoorzieningsketen voor de productie van diervoeders;

39.  verzoekt de Commissie te onderzoeken of er juridische obstakels zijn die het gebruik van voormalige voedingsmiddelen voor voederproductie in de weg staan en om onderzoek op dit gebied te bevorderen, en benadrukt tegelijkertijd dat er verhoogde traceerbaarheid nodig is, alsook naleving van normen inzake bioveiligheid en de toepassing van procedés voor afvalscheiding en -behandeling die elk risico voor de voedselveiligheid tot nul herleiden;

40.  is verheugd over de recente oprichting van het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling, dat tot doel heeft een overzicht te maken van prioritaire maatregelen die op EU-niveau moeten worden genomen om voedselverlies en voedselverspilling te voorkomen en dat ervoor zorgt dat de uitwisseling van informatie tussen de betrokken marktdeelnemers vlot verloopt; benadrukt dat het met het oog hierop wenselijk zou zijn dat het Europees Parlement bij de werkzaamheden van het platform wordt betrokken; verzoekt de Commissie het Parlement een nauwkeurig overzicht te geven van de maatregelen die worden genomen en de doelstellingen en subdoelstellingen die worden nagestreefd, alsook van de vooruitgang die wordt geboekt met betrekking tot de uitwerking van een gemeenschappelijke methodologie en op het gebied van donaties; is van mening dat het platform het juiste instrument kan zijn om niet alleen te meten hoeveel er wordt verspild, maar ook cijfers te bekomen over voedseloverschotten en terugwinning; blijft er echter van overtuigd dat dit slechts een eerste stap kan zijn om het probleem van voedselverspilling aan te pakken;

41.  vraagt de Commissie dat de werkzaamheden van het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling beschikbaar worden gesteld in de 24 EU-talen;

42.  verzoekt het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling onder meer om de ontwikkeling van een gevarieerde reeks consumenteninformatiekanalen en programma's voor consumentenvoorlichting en vorming over voedingsmiddelen te ondersteunen; dringt er bij het platform op aan om samenwerking tussen lokale belanghebbende partijen op het gebied van preventie van voedselverspilling en donatie-initiatieven te faciliteren, met bijzondere aandacht voor het verminderen van de overeenkomstige transactiekosten; herhaalt hoe belangrijk het is beste praktijken uit te wisselen, kennis te bundelen en overlappingen met andere fora te vermijden, bijvoorbeeld met het EU Retail Forum on Sustainability (EU-detailhandelsforum inzake duurzaamheid), de European Food Sustainable Consumption and Production Round Table (Europese ronde tafel voor duurzame voedselconsumptie en -productie), het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen en het Consumer Goods Forum (forum consumptiegoederen);

43.  verzoekt de Commissie om binnen het kader van het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling een beoordeling te verrichten van de beste praktijken die tot dusver zijn uitgevoerd in de verschillende lidstaten, teneinde beter te kunnen bepalen welke instrumenten doeltreffend zijn om voedselverspilling te verminderen;

44.  acht het voor een maximale vermindering van de voedselverspilling noodzakelijk dat alle deelnemers aan de voedselvoorzieningsketen meewerken en dat de diverse oorzaken van voedselverspilling per sector worden aangepakt; verzoekt de Commissie derhalve een analyse van de volledige voedselvoorzieningsketen te verrichten om na te gaan in welke voedingssectoren het meest sprake is van voedselverspilling en voor welke oplossingen kan worden gekozen om voedselverspilling te voorkomen;

45.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor uitwisseling, bevordering en ondersteuning van succesvolle praktijken ter beperking van voedselverspilling en van methoden voor de instandhouding van hulpbronnen die al worden toegepast door belanghebbende partijen; spoort de lidstaten en lokale en regionale autoriteiten aan te overleggen met de desbetreffende belanghebbende partijen om te beslissen welke gerichte sectorale maatregelen moeten worden genomen in het kader van de preventie van voedselverspilling;

46.  benadrukt dat de Commissie en de lidstaten in de eerste plaats moeten overleggen met alle belangrijke belanghebbende partijen – met inbegrip van de landbouwsector – en een effectbeoordeling moeten uitvoeren van eventuele voorstellen voor de invoering van maatregelen ter voorkoming van voedselverspilling in de hele Unie;

47.  spoort de Commissie, de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten aan zich in samenwerking met alle belanghebbende partijen in te zetten voor een beter begrip, vooral bij consumenten, van de datumaanduidingen "te gebruiken tot" en "ten minste houdbaar tot", onder meer door bewustmakings- en voorlichtingscampagnes op touw te zetten en door ervoor te zorgen dat er uitgebreide en begrijpelijke productinformatie voorhanden is die makkelijk toegankelijk is; wijst erop dat het gebruik van de dubbele datumetikettering, bijvoorbeeld "te verkopen tot" en "te gebruiken tot" op hetzelfde product, een negatief effect kan hebben op beslissingen van de consument met betrekking tot het beheer van voedsel; benadrukt hoe belangrijk het is de consument beter in staat te stellen om weloverwogen beslissingen te nemen;

48.  verzoekt de Commissie om in het kader van haar lopende evaluatie met name na te gaan of: de huidige EU-wetgeving en de gangbare praktijk in een aantal lidstaten wat betreft het gebruik van de datumaanduidingen "ten minste houdbaar tot" en "te gebruiken tot" beantwoorden aan hun opzet; een herziening van de formulering "ten minste houdbaar tot" en "te gebruiken tot" moet worden overwogen om deze begrijpelijker te maken voor de consument; het eventueel gunstig zou zijn om bepaalde data te schrappen voor producten zonder risico's voor de gezondheid of het milieu en of het niet aan te raden zou zijn om hierover Europese richtsnoeren in te voeren; vraagt de Commissie een studie uit te voeren om te onderzoeken welk verband er is tussen datumaanduidingen en de preventie van voedselverspilling;

49.  is verheugd over het initiatief van enkele exploitanten van grote winkelketens waarbij regelingen worden bevorderd om de verkoopprijs van voor consumptie bestemde producten afhankelijk van de houdbaarheidsdatum aan te passen om het bewustzijn bij consumenten te vergroten en de aankoop van producten waarvan de houdbaarheidsdatum niet veraf is te stimuleren;

50.  wijst erop dat veel voedingsproducten ook de dagen na het verstrijken van de datum "ten minste houdbaar tot" hun organoleptische eigenschappen en voedingskenmerken behouden, al is het dan in beperktere mate, en geschikt blijven voor consumptie, op voorwaarde dat de beginselen inzake voedselveiligheid worden nageleefd; verzoekt de Commissie logistieke en organisatorische modellen in kaart te brengen waarmee alle soorten producten die tot heden onverkocht blijven in alle veiligheid kunnen worden teruggewonnen;

51.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te overwegen een variabele prijsstelling die gekoppeld is aan de houdbaarheid in te voeren als middel om het volume eetbare voedingsproducten dat als afval eindigt te verminderen; is van oordeel dat verspilling in de distributiefase aanzienlijk kan worden verminderd door kortingen te geven die in verhouding staan tot de resterende houdbaarheid van het product; is van mening dat deze praktijk, die nu op vrijwillige basis wordt toegepast, moet worden bevorderd en ondersteund;

52.  verzoekt de Commissie om een actualisering van de lijst van voedingsmiddelen die vrijgesteld zijn van de aanduiding "ten minste houdbaar tot", om voedselverspilling te voorkomen;

53.  is van mening dat er meer onderzoek en informatie nodig is met betrekking tot de datumaanduiding "te gebruiken tot", op maat van elk product, alsook maatregelen om de consumptie van verse en onverpakte producten te bevorderen en te stimuleren, en om verpakkingen en opslag voor lange duur te beperken;

54.  verzoekt de Commissie, de lidstaten, regionale en lokale autoriteiten en belanghebbende partijen informatie- en communicatiecampagnes uit te werken om consumenten en alle marktdeelnemers in de voedselvoorzieningsketen meer inzicht te verschaffen met betrekking tot de preventie van voedselverspilling, voedselveiligheid, de waarde van voedsel en goede praktijken in verband met de manier waarop voedsel wordt verwerkt, beheerd en geconsumeerd; benadrukt dat in deze initiatieven moet worden benadrukt dat de strijd tegen voedselverspilling niet alleen voordelen biedt in milieuopzicht, maar tevens vanuit economisch en sociaal perspectief; pleit voor de invoering en bevordering van moderne informatietechnologieën, bijvoorbeeld het gebruik van mobiele applicaties, om zo ook jongere generaties, die voornamelijk digitale media gebruiken, te bereiken; dringt erop aan dat de problematiek van voedselverspilling en honger – een ernstig probleem vandaag – naar behoren wordt aangepakt; wijst op de behoefte aan solidariteit en aan delen met mensen die dat het hardst nodig hebben;

55.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan een Europees jaar tegen voedselverspilling uit te roepen, als belangrijk initiatief om de Europese burgers te informeren en bewust te maken, en de aandacht van nationale regeringen te vestigen op dit belangrijke thema, zodat er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om de uitdagingen van de nabije toekomst het hoofd te bieden;

56.  benadrukt dat het van belang is dat kinderen over voedselverspilling leren en dat ze betrokken worden bij preventie van voedselverspilling; merkt op dat de Europese Rekenkamer in speciaal verslag nr. 34/2016 over de bestrijding van voedselverspilling onderstreept hoe belangrijk het is educatieve boodschappen te verwerken in de begeleidende maatregelen van de regelingen voor schoolmelk en schoolfruit en meldt dat erg weinig lidstaten van deze mogelijkheid hebben gebruikgemaakt; spoort de bevoegde autoriteiten in de lidstaten aan het volledige potentieel van deze regelingen aan te wenden, die bedoeld zijn om jongeren goede eetgewoonten bij te brengen en hen kansen te geven om te leren over verse voeding en productieprocessen in de landbouw;

57.  verzoekt de Commissie en de lidstaten huishoudens te motiveren om de strijd aan te gaan met voedselverspilling door te pleiten voor een wekelijkse kliekjesdag en door consumenten richtsnoeren te geven die ze kunnen volgen wanneer ze boodschappen doen en koken om zo de hoeveelheid verspild voedsel te kunnen beperken;

58.  wijst erop dat de wijze van verdeling, bewaring en verpakking goed op de eigenschappen van elk afzonderlijk product en op de behoeften van de consument moet worden afgestemd om verspilling van producten te beperken;

59.  wijst erop dat het met het oog op beperking van verspilling van belang is dat de distributie en het bewaren van voeding verloopt volgens methoden die geschikt zijn voor de kenmerken van elk afzonderlijk product;

60.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en belanghebbende partijen om consumenten beter in te lichten over de methoden voor bewaring en/of hergebruik van producten;

61.  wijst op de belangrijke rol die lokale autoriteiten en gemeentelijke instanties spelen, naast die van de detailhandel en de media, om burgers informatie en hulp te bieden over de manieren waarop voeding het best kan worden bewaard en/of gebruikt om voedselverspilling te voorkomen en terug te dringen;

62.  verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten aanbevelingen te formuleren met betrekking tot koeltemperaturen, aangezien is aangetoond dat een niet-optimale en onjuiste temperatuur voedingsmiddelen vroegtijdig ongeschikt voor consumptie maakt en leidt tot onnodige verspilling; onderstreept dat harmonisatie van de koeltemperaturen in de volledige voedselvoorzieningsketen zou leiden tot een betere bewaring van producten en een vermindering van de voedselverspilling voor producten die grensoverschrijdend worden vervoerd en verkocht;

63.  wijst erop dat de agrovoedingssector haar productie beter moet plannen om voedseloverschotten te beperken; benadrukt echter dat een minimale hoeveelheid voedseloverschotten momenteel een natuurlijk verschijnsel vormt in de hele agrovoedingsketen en dat overschotten ook afhankelijk zijn van onbeheersbare externe factoren; is om die reden van mening dat maatregelen om donaties te bevorderen een belangrijk instrument kunnen vormen om te voorkomen dat voedseloverschotten eindigen als afval;

64.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om innovatie en investeringen in verwerkingstechnologieën voor de landbouwproductie te stimuleren in een poging voedselverspilling in de voedselvoorzieningsketen terug te dringen en verliezen in de voedselproductie in gezinsbedrijven te beperken;

65.  spoort de lidstaten aan gebruik te maken van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) om voedselverspilling in de primaire productie en de verwerkende industrie te verminderen;

66.  benadrukt hoe belangrijk het is dat landbouwers zich verenigen in coöperaties of beroepsverenigingen om voedselverliezen te beperken door hun kennis op het gebied van markten te vergroten, hetgeen de mogelijkheid van efficiëntere programmering en schaalvoordelen biedt en bijdraagt aan hun vermogen om hun producten op de markt te brengen;

67.  beklemtoont het belang van samenwerking, bijvoorbeeld via producentenorganisaties of andere organen zoals brancheorganisaties en coöperaties, om meer toegang te krijgen tot financiering voor innovaties en investeringen in behandelingstechnologieën zoals compostering en anaerobe vergisting, indien van toepassing, of verdere verwerking van producten waardoor landbouwers in staat kunnen worden gesteld nieuwe producten te ontwikkelen, nieuwe markten aan te boren en nieuwe klanten te verwerven; wijst er in dit kader op dat sectorale organisatie en het gebruik van contracten resulteren in een verbeterd productiebeheer en een doeltreffender optreden tegen voedselverspilling; is van mening dat het met het oog op de naleving van het nabijheidsbeginsel van essentieel belang is dat dit op lokaal of regionaal niveau gebeurt;

68.  wijst op de voordelen van samenwerking en digitalisering, die een betere toegang tot gegevens en vraagprognoses mogelijk maken, alsook de ontwikkeling van programma's voor vroegtijdige productie voor landbouwers, zodat ze hun productie beter kunnen afstemmen op de vraag, beter kunnen coördineren met de andere sectoren van de voedselvoorzieningsketen en verspilling tot het minimum kunnen beperken; benadrukt dat de vermindering van onvermijdbare voedselverspilling een grote uitdaging blijkt, en dat een doeltreffend gebruik van voedselafval, onder meer in de bio-economie, daarom moet worden bevorderd;

69.  is van mening dat, met het oog op een betere afstemming tussen vraag en aanbod, etiketteringsvoorschriften waarmee wordt voorzien in toereikende informatie over de oorsprong van de ingrediënten en de gebruikte productie- en verwerkingsmethoden ervoor kunnen zorgen dat consumenten hun aankopen met meer kennis van zaken doen, waardoor indirect ook de productiefactoren worden beïnvloed, wat een positieve impact zal hebben op het milieu, de economie en de samenleving;

70.  verzoekt de Commissie en de lidstaten landbouwers en consumenten beter te informeren over een efficiënter beheer van energie, water en natuurlijke hulpbronnen in de hele voedselvoorzieningsketen, om de verspilling van hulpbronnen en voedsel aanzienlijk te verminderen, met als doel productiekosten en nutriëntenverspilling te beperken en binnen landbouwsystemen te zorgen voor meer innovatie en duurzaamheid;

71.  is van mening dat meer onderzoek en informatie nodig is om voedselverspilling in de primaire productie te voorkomen en verspillende praktijken in de landbouwproductie en de voedselverwerking en -distributie te vervangen door milieuvriendelijke methoden;

72.  benadrukt dat landbouwers technisch en economisch in staat moeten worden gesteld hun producten zo hulpbronnenefficiënt mogelijk te gebruiken, teneinde voedselverspilling tot het absolute minimum te beperken;

73.  is van mening dat initiatieven van landbouwers en gemeenschappen duurzame, economisch haalbare oplossingen kunnen opleveren en waarde kunnen toevoegen aan producten die anders mogelijk als afval zouden eindigen, doordat via deze initiatieven markten worden ontwikkeld voor producten die normaliter buiten de voedselvoorzieningsketen zouden worden gehouden, en benadrukt het potentieel van door landbouwers en gemeenschappen geleide projecten voor sociale innovatie zoals het nalezen van akkers en het doneren van overtollige voedingsmiddelen aan voedselhulporganisaties, zoals voedselbanken; verzoekt de Commissie en de lidstaten praktijken van deze aard te erkennen en ze te bevorderen in het kader van de tweede pijler van het GLB;

74.  beklemtoont dat er met het oog op minder voedselverspilling in de productiefase innovatieve technieken en technologieën moeten worden gebruikt om de prestaties in het veld te optimaliseren en producten die niet aan de marktnormen voldoen om te vormen tot verwerkte goederen;

75.  wijst erop dat grote hoeveelheden fruit en groenten die perfect eetbaar zijn niet op de markt komen uit esthetische overwegingen en wegens handelsnormen; merkt op dat er succesvolle initiatieven zijn die gebruikmaken van dergelijke producten en spoort belanghebbende partijen uit de sectoren van de groothandel en de detailhandel aan om deze praktijken te bevorderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om een impuls te geven aan de ontwikkeling van markten voor deze producten en om in deze context onderzoek te verrichten over het verband tussen handelsnormen en voedselverspilling;

76.  verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken om invloed uit te oefenen op de openbare normen van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN-ECE), met de bedoeling verspilling van hulpbronnen te voorkomen door preventie van voedselverspilling;

77.  is van mening dat een verhoogde samenwerking tussen producenten en gebruikmaking van producentenorganisaties noodzakelijk zijn om toegang tot de mogelijkheden van secundaire markten, andere verkooppunten en alternatieve toepassingen voor voedseloverschotten die anders weer zouden worden ondergeploegd of als afval zouden eindigen, te openen en te bevorderen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan hergebruik voor menselijke consumptie, zoals verkoop in een lagere categorie voor verwerkte voedingsmiddelen en verkoop op lokale markten;

78.  merkt op dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen producten die nog kunnen worden gebruikt voor andere doeleinden dan als voedingsmiddel, zoals verwerking tot diervoeder, bemesting van akkers, compostering of energieopwekking, en producten die als afval worden beschouwd, teneinde het hergebruik ervan niet in gevaar te brengen;

79.  merkt op dat de hoeveelheid weggegooide gewassen zou kunnen worden verlaagd als de gewassen meer in de buurt van de consument worden verkocht, zoals op producentenmarkten of in landbouwwinkels, waar de verkoopkanalen kort zijn en producten verkocht worden die lokaal geproduceerd zijn en een minimale verwerking hebben ondergaan;

80.  spoort de lidstaten en de Commissie aan lokaal geproduceerde voedingsmiddelen te bevorderen en korte voedselvoorzieningsketens en directe verkoop van agrarische producten op het landbouwbedrijf te steunen;

81.  benadrukt dat lokale en regionale producten en regelingen op het gebied van door de gemeenschap gesteunde landbouw kortere toeleveringsketens mogelijk maken, waardoor de kwaliteit van de producten wordt verhoogd en een aan het seizoen aangepaste vraag wordt bevorderd, wat aanzienlijke sociale, ecologische en economische voordelen heeft;

82.  is van mening dat korte toeleveringsketens een essentiële rol kunnen spelen bij het terugdringen van voedselverspilling en oververpakking, de vermindering van het aantal voedselkilometers, de verhoging van de voedselkwaliteit en de verbetering van de transparantie in de voedselvoorzieningsketens en zodoende bijdragen tot de economische levensvatbaarheid van plattelandsgemeenschappen;

83.  pleit voor de bevordering van seizoensgebonden groenten en fruit in alle lidstaten;

84.  dringt erop aan dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan dierenwelzijn;

85.  verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te treffen om verliezen als gevolg van slechte omstandigheden op het vlak van dierenwelzijn terug te dringen;

86.  wijst erop dat oneerlijke handelspraktijken in de toeleveringsketen tot voedselverspilling kunnen leiden; verzoekt de Commissie en de lidstaten te onderzoeken op welke wijze oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen voedselverspilling genereren en in voorkomend geval een beleidskader te ontwikkelen om deze praktijken tegen te gaan;

87.  is van mening dat de positie van landbouwers, die de zwakste schakel in de keten vormen, zal verbeteren wanneer er een oplossing wordt gevonden voor het probleem van oneerlijke handelspraktijken, en dat deze oplossing door een beperking van overproductie en van de opeenstapeling van overschotten kan helpen om niet alleen prijzen te stabiliseren en landbouwers van billijke en lonende af-boerderijprijzen te voorzien, maar ook om voedselverspilling in de hele voedselketen en voedselverliezen in gezinsbedrijven tegen te gaan; wijst erop dat een billijkere vergoeding van producenten de waarde van de producten zou verhogen en zo tot minder voedselverspilling zou leiden in de laatste schakels van de toeleveringsketen;

88.  benadrukt dat lokale en regionale autoriteiten en belanghebbende partijen een belangrijke verantwoordelijkheid dragen in het ten uitvoer leggen van programma's ter preventie en vermindering van voedselverspilling en verzoekt de Commissie en de lidstaten om hiermee rekening te houden in alle stadia van het proces;

89.  verzoekt de Commissie erkenning te geven aan de rol die door overheidsorganen die diensten van algemeen belang leveren wordt gespeeld met betrekking tot afvalbeheer en de bestrijding van voedselverspilling, alsook aan de inspanningen van ondernemingen zoals kmo's die rechtstreeks bijdragen aan de circulaire economie;

90.  dringt er bij de lidstaten op aan lokale autoriteiten, het maatschappelijk middenveld, supermarkten en andere belanghebbende partijen aan te sporen om initiatieven ter vermindering van voedselverspilling te ondersteunen en bij te dragen aan een lokale voedselstrategie, bijvoorbeeld door de consument via een mobiele applicatie in te lichten over onverkochte voedingsmiddelen, waardoor vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd;

91.  is verheugd over de oprichting van voedselvoorzieningen waar voedingsmiddelen die geschikt zijn voor consumptie kunnen worden achtergelaten voor wie voedsel nodig heeft ("foodsharing"); dringt erop aan dat de procedures voor de oprichting van deze voorzieningen worden vereenvoudigd;

92.  is van mening dat het gebrek aan, of in sommige gevallen de volledige afwezigheid van, capaciteit in de distributiekanalen de belangrijkste hinderpaal in de EU vormt voor het verstrekken van nog eetbare voedseloverschotten aan hulpbehoevenden; wijst erop dat liefdadigheidsorganisaties en instanties voor maatschappelijk werk die door de staat of een lokale overheid worden beheerd niet over voldoende materiële of personele middelen beschikken voor het vervoer en de distributie van nog eetbare voedingsmiddelen die ter beschikking worden gesteld voor liefdadigheidsdoeleinden; merkt op dat dit vooral in de meest achtergestelde gebieden het geval is;

93.  stelt vast dat de voedingsmiddelenindustrie reeds initiatieven heeft genomen om voedselverspilling te verminderen door een versterking van de samenwerking met voedselhulporganisaties, waaronder voedselbanken in heel Europa;

94.  verzoekt de Commissie ervoor te ijveren dat in de lidstaten overeenkomsten worden gesloten waarin wordt bepaald dat de detailhandel voor voedingsmiddelen onverkochte producten verdeelt onder liefdadigheidsorganisaties;

95.  roept op tot meer inzet bij alle belanghebbende partijen om ervoor te zorgen dat voedingsmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum niet veraf is eerst aan liefdadigheidsinstellingen worden geschonken; merkt evenwel op dat er nog steeds obstakels voor donaties zijn, voornamelijk van juridische aard; verzoekt de Commissie duidelijkheid te scheppen omtrent de interpretatie van de wettelijke bepalingen die donaties in de weg staan;

96.  is bezorgd dat er nog geen werk is gemaakt van de voor 2016 aangekondigde verduidelijking "van de EU-wetgeving op het gebied van afval, levensmiddelen en diervoeders om het doneren van voedsel en het gebruik van voormalige voedingsmiddelen voor diervoeder te vergemakkelijken"(29);

97.  is ingenomen met de ontwerprichtsnoeren van de EU inzake voedseldonatie als een eerste stap in de goede richting; is er echter van overtuigd dat het, gezien de talloze belemmeringen die in de EU-wetgeving vervat zitten met betrekking tot voedseldonatie, noodzakelijk is het doneren van onverkocht voedsel in de volledige voedselvoorzieningsketen verder te bevorderen door wijzigingen in de wetgeving door te voeren;

98.  verzoekt de Commissie om de modaliteiten te onderzoeken voor voedseldonatie aan goede doelen door bedrijven in het land van productie, ongeacht de taal op de verpakking van het product; wijst erop dat het doneren van deze goederen mogelijk moet worden gemaakt wanneer informatie die van cruciaal belang is voor het behoud van de voedselveiligheid, bijvoorbeeld informatie over allergenen, ter beschikking wordt gesteld van de begunstigden in de officiële talen van de betreffende lidstaten;

99.  roept de Commissie en de lidstaten op om de samenwerking tussen lokale en regionale belanghebbende partijen inzake voedseldonatie te bevorderen, door de transactiekosten te verminderen om zo de drempel voor deelname te verlagen, bijvoorbeeld door het aanbieden van modelinstrumenten die kunnen worden aangepast aan de specifieke lokale behoeften en gebruikt kunnen worden door lokale actoren om vraag en aanbod van voedseloverschotten beter op elkaar af te stemmen en om de logistiek efficiënter te organiseren;

100.  is verheugd over de oprichting van "sociale supermarkten" en van publieke en private samenwerkingsverbanden met liefdadigheidsorganisaties, om optimaal gebruik te maken van voedingsmiddelen die geschikt zijn voor consumptie, maar niet voor verkoop;

101.  dringt er bij de lidstaten op aan om te zorgen voor institutionele en financiële steun aan sociale supermarkten, omdat ze een belangrijke rol spelen als tussenpersoon bij het doneren van voedsel;

102.  merkt op dat marktdeelnemers uit de voedingsmiddelensector die voedseloverschotten doneren degelijke procedures moeten hanteren om voedselveiligheid op het vlak van hygiëne en gezondheid te garanderen, in overeenstemming met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 852/2004;

103.  onderstreept de belangrijke rol die nationale autoriteiten kunnen spelen bij het helpen van actoren om in elk stadium van de voedselvoorzieningsketen gebruik te maken van voor consumptie geschikt voedsel en voedsel waarvan de houdbaarheidsdatum bijna verstreken is, door een stimulerende in plaats van bestraffende aanpak te hanteren bij de uitvoering van wetgeving inzake voedselveiligheid;

104.  verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is "barmhartige Samaritaan"-wetgeving in te voeren en te onderzoeken welke effecten dit zou hebben; verzoekt de Commissie duidelijkheid te verschaffen over de manier waarop aansprakelijkheid met betrekking tot voedseldonatie wordt geregeld in wetgevingshandelingen als Verordening (EG) nr. 178/2002 en Richtlijn 85/374/EEG;

105.  verzoekt de Commissie een voorstel te doen voor een wijziging van de btw-richtlijn waardoor belastingvrijstellingen voor voedseldonaties expliciet zouden worden toegestaan; verzoekt de lidstaten de aanbevelingen van de Commissie te volgen en nagenoeg geen btw te heffen als een voedseldonatie plaatsvindt vlak voor de aanbevolen vervaldatum of als het voedsel niet meer kan worden verkocht;

106.  verzoekt de Commissie om Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen(30) (FEAD) aan te vullen met een uitvoeringshandeling om te bevorderen dat het FEAD wordt benut om het doneren van voedsel te vergemakkelijken via financiering van de kosten van de inzameling, het vervoer, de opslag en de distributie, alsook om het gebruik van interventievoorraden in het kader van het GLB te regelen; spoort lokale, regionale en nationale autoriteiten aan de ontwikkeling van infrastructuur voor voedseldonatie te ondersteunen in regio's en gebieden waar deze onbestaande is, niet geschikt is of te weinig capaciteit heeft;

107.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de middelen van het FEAD die in het verleden zijn uitgetrokken voor voedselbanken en liefdadigheidsinstellingen niet aan te wenden voor andere doelgroepen;

108.  wijst erop dat voedseldonaties niet kunnen worden beschouwd als een overtuigende maatregel om de kernproblemen van armoede op te lossen; benadrukt daarom dat er in dit opzicht geen onrealistische verwachtingen mogen worden gekoesterd: men kan er niet op rekenen dat voedseldonaties kunnen dienen om zowel maatschappelijke problemen te beperken als voedselverspilling te voorkomen; roept de Commissie er dan ook toe op meer vastberadenheid aan de dag te leggen in haar optreden op het gebied van armoedepreventie;

109.  verzoekt de Commissie en de lidstaten waakzaam te zijn ten aanzien van donaties en ervoor te zorgen dat deze niet worden aangewend voor de oprichting van een alternatieve markt, aangezien dit tot gevolg kan hebben dat voedseldonaties niet ten goede komen aan de hulpbehoevenden en dat ondernemers worden ontmoedigd om te doneren;

110.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om nauwgezet toe te zien op voedseldonaties, zonder kmo's en vrijwilligersorganisaties weliswaar onnodig te belasten, en ervoor te zorgen dat voedsel niet wordt weggesluisd om op alternatieve markten te worden verkocht, aangezien het voedsel dan mogelijk niet terechtkomt bij de mensen die het nodig hebben, en handelaars wellicht ontmoedigd worden om te doneren, vanwege het risico dat dit tot oneerlijke concurrentie zou kunnen leiden;

111.  roept alle actoren in de voedselvoorzieningsketen op hun gedeelde verantwoordelijkheid te nemen en de gezamenlijke verklaring inzake voedselverspilling getiteld "Every Crumb Counts" (Elke kruimel telt) en het "Retail agreement on waste" (Detailhandelakkoord inzake afval) ten uitvoer te leggen; wijst erop dat de sector van de detailhandel elke dag miljoenen consumenten bedient en zich in een unieke positie bevindt om de kennis over en het bewustzijn met betrekking tot voedselverspilling te vergroten, om aldus het maken van weloverwogen keuzen te vergemakkelijken; onderstreept dat marketingpraktijken zoals "twee voor de prijs van één" het risico verhogen dat de consument meer koopt dan hij kan gebruiken; wijst er in dit verband bovendien op dat er behoefte is aan kleinere verpakkingen voor kleinere huishoudens; is verheugd dat sommige detailhandelaren voedingsmiddelen met korte houdbaarheidsdata tegen lagere prijzen verkopen, maar is van mening dat deze praktijk op grotere schaal zou moeten worden toegepast;

112.  herhaalt dat de verspilling van eieren nog steeds een van de voornaamste problemen vormt voor detailhandelaren; verzoekt de Commissie op zoek te gaan naar manieren om de verspilling van eieren te verminderen, rekening houdend met de wetenschappelijke beoordeling van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), en vraagt de lidstaten om consumenten naar behoren te informeren over deze belangrijke kwestie;

113.  verzoekt de Commissie om een studie te verrichten over de gevolgen van hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) voor het ontstaan en de vermindering van voedselverspilling;

114.  benadrukt dat het levensonderhoud van landbouwers afhankelijk is van het onder billijke voorwaarden en voor lonende prijzen op de markt brengen van producten en dat productieverlies op het niveau van een landbouwbedrijf, waaronder productieverlies ten gevolge van extreme of ongebruikelijke met het klimaat samenhangende gebeurtenissen, schade door een natuurramp of vernietiging vanwege lage prijzen of het kwijtraken van markten, tot investeringsverlies en inkomstenderving voor landbouwers leidt; wijst er in dit kader op dat prijsschommelingen op de landbouwmarkten een invloed hebben op de productie en de inkomsten van de landbouwers en tot voedselverspilling kunnen leiden, en dat het GLB instrumenten moet aanreiken om die prijsschommelingen te beperken;

115.  benadrukt dat de Commissie tot dusver geen onderzoek heeft verricht naar de impact van de verschillende hervormingen op de omvang van de landbouwproductie en het effect daarvan op voedselverspilling en verzoekt de Commissie daarom het thema voedselverspilling te integreren in de toekomstige beleidsontwikkeling en uitvoering van het GLB;

116.  beklemtoont dat voedselverspilling in het stadium van productie ook het gevolg kan zijn van ons minder goed functionerend productieapparaat door de achteruitgang van bodemkwaliteit, biodiversiteit (minder bestuiving) en allerlei soorten natuurlijke rijkdommen, en dat met dit verschijnsel rekening moet worden gehouden bij de toekomstige ontwikkeling van de landbouw en het GLB;

117.  spoort de lidstaten aan het volledige potentieel van het Europees Visserijfonds (EVF) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) aan te wenden om voedselverspilling in de vorm van het teruggooien van vis terug te dringen en om de overlevingskansen van organismen afkomstig uit de aquacultuur te verbeteren;

118.  heeft er goede hoop op dat de aanlandingsverplichting in het GVB, die momenteel geleidelijk wordt ingevoerd, zal leiden tot meer selectieve vistuigen en vispraktijken en uiteindelijk tot gevolg zal hebben dat er minder vis wordt teruggegooid; merkt echter op dat de aanlandingsverplichting niet voor alle vis geldt en dat er daarom verdere maatregelen nodig zijn;

119.  is bezorgd over de graad van verspilling die ontstaat nadat de vis is gevangen, gezien de bederfelijke aard van vis en de vaak extreem lange reizen die de vis maakt met het oog op verwerking, vaak van Europa naar Azië en terug naar Europa voor de uiteindelijke verkoop;

120.  wijst op het belang van het begrip "watervoetafdruk" voor voedingsmiddelen en diervoeder;

121.  wijst erop dat de definitie van levensmiddelen in Verordening (EG) nr. 178/2002 ook betrekking heeft op water dat "opzettelijk tijdens de vervaardiging, de bereiding of de behandeling aan het levensmiddel wordt toegevoegd" en dat water een belangrijke strategische hulpbron is voor de hele agrovoedingsindustrie;

122.  benadrukt dat voedselverspilling, afhankelijk van de kwaliteit, het type en de hoeveelheid water die voor de productie van voedingsmiddelen is gebruikt, ook een grote verkwisting van water inhoudt;

123.  merkt op dat het belangrijk is het waterbeheer in de landbouw te verbeteren, productiesystemen voor voedingsmiddelen die slim met water omspringen te ontwikkelen en de zekerheid en veiligheid van water en voedsel te verhogen in gebieden die door de klimaatverandering het meeste gevaar lopen;

124.  benadrukt dat innoverende en milieuvriendelijke oplossingen op gebieden als het beheer van neven- en bijproducten van voedselproductie, handel in voedingsmiddelen, voedselopslag, houdbaarheid, digitale technologieën en voedselcontactmaterialen een aanzienlijk potentieel in zich dragen voor de beperking van voedselverspilling; spoort de Commissie, de lidstaten en andere belanghebbende partijen aan onderzoek op deze gebieden te ondersteunen en duurzame en doeltreffende oplossingen te bevorderen; is van mening dat diensten in het kader van de deeleconomie van belang zijn om het bewustzijn te vergroten en duurzame consumptie te bevorderen; verzoekt de Commissie innovatie te stimuleren via door de EU-begroting gefinancierde onderzoeksprojecten en -programma's, zoals het Europees innovatiepartnerschap;

125.  onderstreept de verantwoordelijkheid van alle actoren in de toeleveringsketen, met inbegrip van de producenten van verpakkingssystemen, met betrekking tot de preventie van voedselverspilling; onderstreept de positieve bijdrage die materialen en oplossingen voor het verpakken van voedsel kunnen leveren met betrekking tot het voorkomen van voedselverlies en -verspilling in elk stadium van de toeleveringsketen, bijvoorbeeld verpakkingen die voedselverlies tijdens vervoer, opslag en distributie beperken, die de kwaliteit en de hygiëne van het voedsel langer in stand houden of de houdbaarheid verlengen; benadrukt echter dat er verpakkingen moeten worden gecreëerd die geschikt zijn voor hun doel (dus niet te veel of te weinig verpakking) en beantwoorden aan de vereisten van het product en de consument, en dat rekening moet worden gehouden met het aspect van de levenscyclus van het verpakte product in zijn geheel, met inbegrip van het ontwerp en het gebruik van de verpakking; verzoekt de Commissie en de lidstaten te evalueren wat de voordelen zijn van biogebaseerde, bioafbreekbare en composteerbare voedselverpakkingen, rekening houdend met de effecten op menselijke gezondheid en voedselveiligheid en aan de hand van een levenscyclusbenadering; benadrukt dat doelstellingen inzake de vermindering van voedselverspilling in overeenstemming moeten zijn met de in Richtlijn 94/62/EG vastgestelde doelstellingen, met name de doelstelling om het verbruik van niet-recycleerbare verpakkingen en overdadige verpakkingen aanzienlijk te verminderen;

126.  spoort de Commissie en de lidstaten aan steun te bieden aan de ontwikkeling en invoering van actieve en intelligente voedselcontactmaterialen en andere innovatieve oplossingen die een positieve bijdrage leveren aan hulpbronnenefficiëntie en de circulaire economie; wijst erop dat de wetgeving inzake voedselcontactmaterialen een maximaal niveau van consumentenbescherming moet bieden voor alle verpakkingsmaterialen, met inbegrip van materialen die uit derde landen worden geïmporteerd; verzoekt de Commissie derhalve om geharmoniseerde EU-regels in te voeren inzake voedselcontactmaterialen en hierbij prioriteit te verlenen aan het opstellen van specifieke EU-maatregelen voor materialen als papier en karton, in overeenstemming met de resolutie van het Parlement van 6 oktober 2016 over de tenuitvoerlegging van de Verordening (EG) nr. 1935/2004(31) inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen;

127.  pleit ervoor het gebruik van vrijwillige gedragscodes te stimuleren in zaken die worden ontwikkeld door sectorale organisaties in de voedingsmiddelen-, catering- en hotelsector, met als doel te streven naar een optimaal gebruik van producten, alsook donaties te bevorderen aan regelingen die gericht zijn op het inzamelen van overtollig voedsel voor sociale doeleinden;

128.  verzoekt de lidstaten aan te sporen tot de ondertekening van overeenkomsten of memoranda van overeenstemming die verantwoordelijk gedrag en goede praktijken met het oog op de vermindering van voedselverspilling bevorderen, zoals het uitrusten van marktdeelnemers uit de cateringsector met herbruikbare verpakkingen van recycleerbaar materiaal om klanten de mogelijkheid te bieden resterend voedsel mee naar huis te nemen;

129.  pleit ervoor dat in de horeca in voorkomend geval lokale en regionale producten en seizoensgebonden producten worden gebruikt, teneinde de productie- en consumptieketen te verkorten en zo het aantal verwerkingsstadia te beperken, waardoor de hoeveelheid afval die in de loop van de verschillende fasen wordt gegenereerd, afneemt;

130.  benadrukt dat ontwikkelingen in de digitale sector talrijke mogelijkheden bieden om voedselverspilling te voorkomen, met name de oprichting van onlineplatformen voor het "redden van voedsel", waarop de cateringsector onverkochte porties aan gereduceerde prijzen kan aanbieden; wijst erop dat dergelijke experimenten aanzienlijke resultaten hebben opgeleverd in de lidstaten waarin ze zijn ontwikkeld;

131.  verzoekt de Commissie rekening te houden met de bijdrage van maatschappelijk verantwoorde initiatieven, zoals de "Healthy Nutritional Standard" (gezonde voedingsnorm), die tot doel heeft betere informatie over voedsel te verstrekken aan verschillende groepen consumenten met bijzondere voedingsbehoeften of -voorkeuren door middel van vrijwillige en gecoreguleerde etikettering van voeding in restaurants en de toeristische sector om voedselverspilling op dat gebied te beperken;

132.  verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken met ontwikkelingslanden om hun infrastructuur voor de voedselvoorzieningsketen te verbeteren en de graad van voedselverspilling te beperken;

133.  dringt er bij alle instellingen en organen van de Europese Unie op aan de vereiste in te voeren dat cateringgerelateerde aanbestedingen vergezeld gaan van plannen inzake het beheer en het verminderen van voedselverspilling; vraagt de quaestoren prioriteit te geven aan maatregelen om voedselverspilling in het Europees Parlement te verminderen en spoort andere Europese instellingen aan hetzelfde te doen; spoort de lidstaten en lokale en regionale autoriteiten aan om voedselverspilling in openbare instellingen te beperken;

134.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0266.
(2) PB C 227 E van 6.8.2013, blz. 25.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0250.
(4) PB C 17 van 18.1.2017, blz. 28.
(5) PB C 161 van 6.6.2013, blz. 46.
(6) FAO, "Food wastage footprint. Impacts on natural resources", Rome, 2013.
(7) FAO, 2015. Food wastage footprint & climate change.
(8) https://www.wfp.org/hunger/stats.
(9) The State of Food Insecurity in the World 2015, FAO, VN.
(10) Development Goals in an Era of Demographic Change, Global Monitoring Report 2015/2016, Wereldbank.
(11) http://www.un.org/en/development/desa/news/population/2015-report.html
(12) FUSIONS, Estimates of European food waste levels, maart 2016.
(13) Eurostat, "People at risk of poverty or social exclusion".
(14) FUSIONS, Estimates of European food waste levels, maart 2016.
(15) WRAP, 2015. "Household Food Waste in the UK", 2015.
(16) FAO (2011) "Global food losses and food waste".
(17) Speciaal verslag nr. 34/2016 van de Rekenkamer getiteld "De bestrijding van voedselverspilling: een kans voor de EU om de hulpbronnenefficiëntie van de voedselvoorzieningsketen te verbeteren", blz. 15.
(18) Food Loss and Waste Accounting and Reporting Standard, 2016.
(19) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(20) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.
(21) Flash Eurobarometer 425, Food waste and date marking (Voedselverspilling en datumaanduiding), september 2015.
(22) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).
(23) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1); Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55); Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206).
(24) Vergelijkende studie over de wetgeving en praktijken van de EU-lidstaten met betrekking tot het doneren van voedsel (2014), in opdracht van het Europees Economisch en Sociaal Comité.
(25) PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.
(26) Gecombineerd antwoord op twee schriftelijke parlementaire vragen (E-003730/13 en E-002939/13), 7 mei 2013.
(27) Vergelijkende studie over de wetgeving en praktijken van de EU-lidstaten met betrekking tot het doneren van voedsel (2014), in opdracht van het Europees Economisch en Sociaal Comité.
(28) Werkdocument van de diensten van de Commissie, samenvatting van de effectbeoordeling bij de "Impact assessment on measures addressing food waste to complete SWD(2014)0207 regarding the review of EU waste management targets" (Effectbeoordeling van maatregelen voor het tegengaan van voedselverspilling, ter aanvulling van SWD(2014)007 betreffende de evaluatie van de EU-doelstellingen voor afvalbeheer (SWD(2014)0289, 23.9.2014).
(29) Bijlage bij de mededeling van de Commissie COM(2015)0614.
(30) PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1.
(31) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0384.

Juridische mededeling - Privacybeleid