Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2654(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0331/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0227

Aangenomen teksten
PDF 188kWORD 51k
Donderdag 18 mei 2017 - Straatsburg
EU-strategie inzake Syrië
P8_TA(2017)0227RC-B8-0331/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 18 mei 2017 over de EU-strategie voor Syrië (2017/2654(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2017 getiteld "Elementen voor een EU-strategie voor Syrië" (JOIN(2017)0011) en de conclusies van de Raad over Syrië van 3 april 2017, die samen de nieuwe EU-strategie voor Syrië vormen,

–  gezien de verklaring van de covoorzitters van de conferentie over steun voor de toekomst van Syrië en de regio van 5 april 2017,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 30 december 2016 over de aankondiging van het staken van de vijandelijkheden in Syrië en van 23 maart 2017 over Syrië, en de verklaring van de VV/HV namens de EU van 9 december 2016 over de situatie in Aleppo,

–  gezien de verklaringen van de VV/HV van 6 april 2017 over de vermeende chemische aanval in Idlib, Syrië, en van 7 april 2017 over de Amerikaanse aanval in Syrië,

–  gezien de besluiten van de Raad over de beperkende EU-maatregelen tegen de verantwoordelijken voor de gewelddadige repressie in Syrië, met inbegrip van de besluiten van 14 november 2016 en 20 maart 2017,

–  gezien de rapporten over Syrië van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie, zoals opgericht door de Mensenrechtenraad van de VN (UNHCR), en de UNHCR-resoluties over de Arabische Republiek Syrië,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Da'esh en het Al-Nusra Front, en de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad over het conflict in de Arabische Republiek Syrië, met name resoluties 2218 (2013), 2139 (2014), 2165 (2014), 2191 (2014), 2199 (2015), 2254 (2015), 2258 (2015), 2268 (2016), 2328 (2016), 2332 (2016), en 2336 (2016),

–  gezien resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad van 31 oktober 2000 over vrouwen, vrede en veiligheid,

–  gezien resolutie A/71/L.48 van de Algemene Vergadering van de VN van 19 december 2016 tot instelling van een internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme ter ondersteuning van het onderzoek naar en de vervolging van de personen die, uit hoofde van internationale wetgeving, verantwoordelijk zijn voor de ernstigste misdrijven die sinds maart 2011 in de Arabische Republiek Syrië zijn gepleegd,

–  gezien het communiqué van Genève van 2012,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties en alle VN-verdragen waarbij Syrië partij is,

–  gezien het Statuut van Rome en de oprichtingsdocumenten van het Internationaal Gerechtshof,

–  gezien de gelegenheidstribunalen, waaronder het ICTY, ICTR en STL,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de oorlog in Syrië is uitgegroeid tot een van de ergste wereldwijde humanitaire crises sinds de Tweede Wereldoorlog en dat de rampzalige gevolgen ervan voor de Syrische bevolking blijven voortduren; overwegende dat tientallen burgers, waaronder kinderen, in deze wrede burgeroorlog tot doelwit zijn gemaakt en dat er voorlopig geen einde komt aan hun lijden, en dat meer dan 400 000 mensen om het leven zijn gekomen sinds het begin van het conflict in Syrië in 2011; overwegende dat 13,5 miljoen mensen in Syrië, bijna driekwart van de resterende bevolking, dringend behoefte heeft aan noodhulp, zoals medische bijstand en voedselhulp, water en onderdak; overwegende dat 6,3 miljoen mensen ontheemd zijn in eigen land, 4,7 miljoen mensen in moeilijk bereikbare en belegerde gebieden wonen en 5 miljoen mensen als vluchtelingen in buurlanden en de omliggende regio wonen; overwegende dat de crisis in Syrië steeds meer een destabiliserende invloed heeft op de omliggende regio;

B.  overwegende dat de EU, samen met de lidstaten, sinds het uitbreken van de oorlog in 2011 collectief meer dan 9,4 miljard EUR bijeen heeft gebracht tot januari 2017, in reactie op de Syrische crisis, zowel in Syrië zelf als in de regio, wat haar de belangrijkste donor maakt; overwegende dat de EU ook aanzienlijke steun aan de buurlanden heeft gegeven voor de opvang van vluchtelingen;

C.  overwegende dat tijdens het Syrische conflict onder meer de volgende schendingen zijn begaan: gerichte én willekeurige aanvallen op burgers, wederrechtelijk doden, foltering en mishandeling, gedwongen verdwijningen, massale en willekeurige arrestaties, collectieve straffen, aanvallen op medisch personeel en het ontzeggen van voedsel en water; overwegende dat het regime-Assad naar verluidt verantwoordelijk is voor executies door ophanging, foltering en wederrechtelijk doden op massale schaal in zijn gevangenissen; overwegende dat de Syrische regering er weloverwogen voor heeft gezorgd dat burgers verstoken zijn van essentiële goederen en diensten, waaronder voedsel, water en medische hulp; overwegende dat de aanvallen, alsook uithongering van burgers door middel van de belegering van bewoonde gebieden als oorlogstactiek, een duidelijke schending vormen van het internationaal humanitair recht; overwegende dat deze misdrijven tot nog toe onbestraft zijn gebleven;

D.  overwegende dat ISIS/Da'esh en andere jihadistische groeperingen zich schuldig hebben gemaakt aan gruweldaden, brutale executies en onuitgesproken seksueel geweld, ontvoeringen, folteringen, gedwongen bekeringen en slavernij van vrouwen en meisjes; overwegende dat kinderen worden aangeworven en gebruikt in terroristische aanslagen; overwegende dat er ernstige bezorgdheid bestaat over het welzijn van de bevolking in de door ISIS/Da'esh gecontroleerde gebieden en over het feit dat zij tijdens de bevrijdingscampagne mogelijkerwijs als menselijk schild zal worden ingezet; overwegende dat deze misdaden kunnen neerkomen op oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide;

E.  overwegende dat het staakt-het-vuren dat van kracht werd op 30 december 2016 niet wordt nageleefd, gezien de verscheidene gemelde schendingen in heel Syrië en zware incidenten, zoals de chemische aanval in Khan Sheikhoun, die vermoedelijk het werk is van het regime, en de bomaanval op bussen waarin mensen werden geëvacueerd uit de belegerde steden Foah en Kefraya naar door de regering gecontroleerde gebieden; overwegende dat tientallen mensen, waaronder kinderen, zijn vermoord en velen meer gewond zijn geraakt;

F.  overwegende dat uit diverse onderzoeken naar voren is gekomen dat de strijdkrachten van Assad chemische agentia gebruiken om burgers om te brengen en letsel toe te brengen, hetgeen in strijd is met een overeenkomst uit 2013 met het oog op de vernietiging ervan; overwegende dat de recentste op burgers gerichte chemische massa-aanval op 4 april 2017 heeft plaatsgevonden in Khan Sheikhoun in de provincie Idlib, waarbij ten minste zeventig burgers om het leven kwamen, onder hen veel kinderen, en honderden mensen gewond raakten; overwegend dat Rusland op 12 april 2017 zijn veto heeft uitgesproken over een resolutie van de VN-Veiligheidsraad waarmee het vermeende gebruik van verboden chemische wapens in Syrië zou zijn veroordeeld en waarin de Syrische regering zou zijn verzocht medewerking te verlenen aan een onderzoek naar het incident; overwegende dat de VS de EU hebben meegedeeld dat het Syrische regime volgens hun beoordeling chemische wapens heeft gebruikt en dat zij naar aanleiding daarvan een aanval op de luchtmachtbasis Al-Shayrat hebben uitgevoerd, met de bedoeling om de verspreiding en het gebruik van chemische wapens te voorkomen en te ontmoedigen;

G.  overwegende dat de EU in maart 2017 vier hooggeplaatste Syrische militairen aan de sanctielijst heeft toegevoegd vanwege hun rol bij het gebruik van chemische wapens tegen de burgerbevolking, in overeenstemming met het EU-beleid ter bestrijding van de proliferatie en het gebruik van chemische wapens;

H.  overwegende dat de voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker, in zijn State of the Union van september 2016 heeft gezegd dat er een EU-strategie voor Syrië moet komen; overwegende dat het Europees Parlement de VV/HV, Federica Mogherini, er in oktober toe heeft opgeroepen ervoor te zorgen dat een nieuwe strategie voor Syrië gericht is op de bevordering van een politieke regeling in Syrië, onder meer bestaande uit toezichts- en handhavingsinstrumenten om toezeggingen die zijn gedaan in het kader van de Internationale Steungroep voor Syrië (ISSG) beter te doen naleven;

I.  overwegende dat de EU-strategie voor Syrië ten doel heeft te schetsen hoe de EU in een beter zichtbare en doeltreffendere rol kan bijdragen aan een duurzame politieke oplossing in Syrië binnen het bestaande op VN-niveau overeengekomen kader, en ondersteuning kan bieden aan wederopbouw na het akkoord zodra er een geloofwaardige transitie is ingezet; overwegende dat in deze strategie zes prioriteiten worden geïdentificeerd, te weten: beëindigen van de oorlog door een echte politieke transitie, bevorderen van een betekenisvolle en alomvattende transitie, tegemoet komen aan de humanitaire behoeften van de meest kwetsbare Syriërs, bevorderen van democratie en mensenrechten, bevorderen dat de plegers van oorlogsmisdrijven ter verantwoording worden geroepen, en bijdragen tot de veerkracht van de Syrische bevolking en de Syrische samenleving;

J.  overwegende dat de EU op 5 april 2017 covoorzitter was van een conferentie over steun voor de toekomst van Syrië en de regio, waaraan werd deelgenomen door de vertegenwoordigers van meer dan zeventig landen en internationale organisaties, evenals het internationaal en Syrisch maatschappelijk middenveld; overwegende dat op de conferentie in Brussel overeenstemming is bereikt over een holistische benadering voor de crisis in Syrië, met bijkomende financiële middelen om iets te doen aan de humanitaire toestand ten belope van 3,47 miljard EUR voor de periode 2018-2020, waarvan 3,1 miljard EUR afkomstig is van de EU, de grootste donor in deze crisis; overwegende dat bepaalde internationale financiële instellingen en donoren bovendien hebben aangekondigd circa 27,9 miljard EUR aan leningen te zullen verstrekken; overwegende dat de kosten voor de wederopbouw van Syrië naar schatting 200 miljard USD zullen bedragen;

K.  overwegende dat de EU de inspanningen van Turkije, Libanon en Turkije – de buurlanden van Syrië die het grootste aantal vluchtelingen opvangen – erkent en ondersteunt;

L.  overwegende dat Rusland, Turkije en Iran op 4 mei 2017 in Astana (Kazachstan) een akkoord hebben ondertekend over de totstandbrenging van vier de-escalatiezones; overwegende dat de drie partijen bij dit akkoord als garant fungeren voor het verlengbare staakt-het-vuren van zes maanden, waaronder middels gewapende waarnemers ter plekke; overwegende dat dit akkoord oproept tot beëindiging van alle vliegbewegingen door het regime-Assad boven de zones in kwestie, en tot onbelemmerde toegang voor humanitaire organisaties tot de delen van het land die in handen zijn van de rebellen; overwegende dat een nieuwe ronde van gesprekken onder leiding van de VN deze week in Genève van start gaat, en een volgende ronde van door Rusland geleide gesprekken voor medio juli in Kazachstan gepland staat;

M.  overwegende dat de EU meermaals heeft verklaard dat er geen sprake kan zijn van een militaire oplossing voor het conflict in Syrië en dat alleen een door Syriërs geleide, inclusieve transitie een einde kan stellen aan het onaanvaardbare lijden van de Syrische bevolking; overwegende dat het weliswaar voor zich spreekt dat de wederopbouw pas van start kan gaan nadat er een politiek akkoord is bereikt, maar dat er niettemin zo snel mogelijk moet worden begonnen met verzoeningspogingen, met steun van de EU en met het oog op het veiligstellen van langdurige stabiliteit; overwegende dat het in dit verband van cruciaal belang is de waarheid vast te stellen, verantwoordingsplicht en overgangsjustitie na te streven en te pleiten voor amnestie;

1.  is verheugd over de EU-strategie voor Syrië, met inbegrip van de strategische doelen van de EU inzake Syrië en de EU-doelstellingen voor Syrië, en over de resultaten van de conferentie in Brussel in het kader waarvan meerjarige toezeggingen zijn gedaan; spoort alle deelnemers en internationale donoren aan hun toezeggingen volledig na te komen en ook in de toekomst steun te blijven bieden;

2.  veroordeelt eens te meer en in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door alle partijen in het conflict, met name de troepen van het regime-Assad, gesteund door zijn bondgenoten Rusland en Iran, alsook door niet-statelijke gewapende groeperingen, in het bijzonder ISIS/Da'esh en Jabhat Fateh al-Sham; benadrukt zijn standpunt dat al degenen die verantwoordelijk zijn voor inbreuken op het internationaal recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten ter verantwoording moeten worden geroepen; spoort alle staten aan het beginsel van universele jurisdictie toe te passen om af te rekenen met straffeloosheid en is verheugd over maatregelen die enkele EU-lidstaten met het oog hierop hebben genomen, met inbegrip van het recente besluit van het Hooggerechtshof van Spanje om een strafrechtelijke klacht te behandelen die tegen negen Syrische ambtenaren van inlichtingendiensten werd ingediend wegens foltering en schendingen van de mensenrechten; herhaalt zijn verzoek aan de EU en haar lidstaten om, in nauwe samenwerking met gelijkgestemde landen, te onderzoeken of er, in afwachting van een succesvolle verwijzing naar het Internationaal strafhof, een tribunaal voor oorlogsmisdaden in Syrië kan worden ingesteld; benadrukt dat degenen die misdaden tegen religieuze en etnische minderheden en andere groepen begaan eveneens voor de rechter moeten worden gebracht; is er onverminderd van overtuigd dat er geen sprake zal zijn van effectieve conflictoplossing, noch van duurzame vrede in Syrië indien de plegers van misdaden niet ter verantwoording worden geroepen;

3.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de afschuwelijke luchtaanval met chemische wapens die op 4 april 2017 werd uitgevoerd op de stad Khan Sheikhoun in de provincie Idlib, waarbij ten minste 70 burgerslachtoffers vielen, onder hen kinderen en hulpverleners, en tal van slachtoffers symptomen van gasvergiftiging vertoonden; merkt op dat de door de onderzoeksmissie van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) uitgevoerde voorlopige beoordeling erop wijst dat de bewering dat er chemische wapens zouden zijn gebruikt, geloofwaardig is; benadrukt dat Syrië verplicht is gevolg te geven aan de aanbevelingen van de onderzoeksmissie van de OPCW en van het gezamenlijk onderzoeksmechanisme van de OPCW en de Verenigde Naties, door het recht te erkennen om elke locatie zonder uitzondering te inspecteren en hiertoe onmiddellijke en ongehinderde toegang te geven; benadrukt dat degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke aanvallen, voor het gerecht ter verantwoording zullen worden geroepen; betreurt het feit dat Rusland herhaaldelijk zijn veto heeft uitgesproken in de VN-Veiligheidsraad, onder meer over een resolutie van de VN-Veiligheidsraad waarin de meest recente chemische aanval wordt veroordeeld en wordt opgeroepen tot instelling van een internationaal onderzoek;

4.  is ingenomen met de instelling van een internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme ter ondersteuning van het onderzoek naar en de vervolging van de personen die, uit hoofde van internationale wetgeving, verantwoordelijk zijn voor de ernstigste misdrijven die sinds maart 2011 in de Arabische Republiek Syrië zijn gepleegd; betreurt dat het nog altijd ontbreekt aan volledige financiering voor dit mechanisme; vraagt alle lidstaten om de toezeggingen na te komen waartoe zij zich in dit verband hebben verbonden;

5.  blijft zich inzetten voor de eenheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en onafhankelijkheid van Syrië en steunt een krachtige "Whole of Syria"-aanpak en een democratische toekomst voor de Syrische bevolking; benadrukt dat een door Syriërs geleid politiek proces met vrije en eerlijke verkiezingen als einddoel, onder begeleiding en toezicht van de Verenigde Naties en georganiseerd op basis van een nieuwe grondwet, de enige manier is om vrede te brengen in het land; wijst alle partijen er nogmaals op dat een inclusieve nationale wapenstilstand en een vreedzame, voor alle partijen aanvaardbare oplossing voor de Syrische crisis onder auspiciën van de VN kan worden bereikt, en met ondersteuning, zoals uiteengezet in de verklaring van Genève van 2012 en in resolutie 2254 (2015) van de VN-Veiligheidsraad, van de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Syrië, Staffan de Mistura, en van belangrijke internationale en regionale actoren;

6.  neemt kennis van het recente memorandum over de totstandbrenging van de-escalatiezones in Syrië en schaart zich achter de intentie om het staakt-het-vuren te versterken, een einde te maken aan de vluchten van de luchtmacht van het regime boven de de-escalatiegebieden en voorwaarden te scheppen voor humanitaire toegang, medische bijstand, de terugkeer van ontheemde burgers naar hun huizen en het herstel van beschadigde infrastructuur; wijst echter op de bezorgdheid van de oppositie dat de overeenkomst tot gevolg kan hebben dat er invloedssferen ontstaan en Syrië wordt opgedeeld; verzoekt alle partijen de overeenkomsten van Astana uit te voeren en de drie garanten erop toe te zien dat het staakt-het-vuren wordt geëerbiedigd; wijst erop hoe belangrijk het is elke dubbelzinnigheid weg te nemen met betrekking tot groeperingen die niet onder het staakt-het-vuren vallen en doet een oproep aan alle partijen, met inbegrip van Turkije, om te waarborgen dat het memorandum het niet makkelijker maakt bondgenoten van de gematigde oppositie of strijdkrachten die meestrijden met de internationale coalitie tegen ISIS/Da'esh onder vuur te nemen; onderstreept dat internationaal toezicht op de uitvoering moet worden gewaarborgd en is voorstander van een grote rol voor de VN;

7.  spoort de Russische Federatie en de Islamitische Republiek Iran aan hun invloed op het Syrische regime aan te wenden voor het aanvaarden en actief nastreven van een redelijk compromis dat een einde zal maken aan de burgeroorlog en het pad zal effenen voor een inclusieve en echte transitie; verzoekt de EU en haar lidstaten steun te blijven geven aan de gematigde oppositie, op zoek te gaan naar geradicaliseerde elementen en deze te isoleren, en aan te sturen op verzoening; spoort de leden van het Hoog Onderhandelingscomité aan zich te blijven inzetten voor de gesprekken onder auspiciën van de VN in Genève;

8.  is er sterk van overtuigd dat de EU zich actiever moet inzetten en haar aanzienlijke financiële bijdrage die wordt vrijgemaakt na afloop van het conflict als hefboom moet gebruiken om een rol van betekenis te spelen in de onderhandelingsinspanningen binnen het bestaande op VN-niveau overeengekomen kader en de politieke transitie te waarborgen, waarbij ze een apart beleid ontwikkelt dat gericht is op toenadering tussen de partijen en waarbij de inspanningen worden opgevoerd op domeinen waarin de Unie een toegevoegde waarde kan hebben; steunt de niet-aflatende inspanningen van de VV/HV om de belangrijkste spelers in de regio de hand te reiken met het oog op politieke transitie en op verzoening en wederopbouw na afloop van het conflict; spoort de VV/HV ertoe aan te beginnen met de uitwerking van een concreet plan voor de betrokkenheid van de EU bij de wederopbouw van Syrië en te streven naar inclusieve, gezamenlijke inspanningen met belangrijke internationale organisaties en financiële instellingen, alsook met regionale en lokale actoren; wijst echter op het belang van de eigen inbreng van de Syrische bevolking in het wederopbouwproces na afloop van het conflict;

9.  onderstreept het cruciale belang van de werkzaamheden van ngo's en plaatselijke en internationale organisaties uit het maatschappelijk middenveld op het gebied van het documenteren van schendingen van de mensenrechten en het verzamelen van bewijsmateriaal van oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en andere misdrijven, met inbegrip van de vernietiging van cultureel erfgoed; vraagt de EU en haar lidstaten verdere en volledige steun te verlenen aan deze actoren; roept de EU en haar lidstaten op voldoende financiële middelen toe te kennen aan organisaties die werken aan openbronnenonderzoek en zich bezighouden met de verzameling van digitaal bewijsmateriaal van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, teneinde de verantwoordingsplicht te waarborgen en de daders voor de rechter te brengen;

10.  juicht het toe dat in de EU-strategie voor Syrië bijzondere aandacht wordt toegekend aan vergroting van de veerkracht van de Syrische bevolking en de Syrische samenleving; vraagt de EU en de lidstaten hun inspanningen gericht op het opbouwen van de capaciteiten van de bevolking en het maatschappelijk middenveld van Syrië te verdubbelen, onder andere met en door actoren die zich inzetten voor de mensenrechten, gelijkheid (met inbegrip van gelijkheid van vrouwen en mannen en de rechten van minderheden), democratie en zelfbeschikking, indien mogelijk in Syrië, alsook voor de Syrische vluchtelingen die in de regio of in Europa in ballingschap leven; benadrukt dat deze capaciteitsopbouw de Syriërs moet helpen om de transitie in goede banen te leiden (op gebieden zoals mediaregelgeving, decentralisatie, gemeentebesturen en de opstelling van een grondwet), waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de behoeften en de rol van vrouwen;

11.  toont zich tevreden dat de rol van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van vrouwenorganisaties, werd erkend als een centraal onderdeel van een duurzame oplossing; wijst erop dat de EU zich in overeenstemming met de globale aanpak van de uitvoering door de EU van de resoluties 1325 (2000) en 1820 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betreffende vrouwen, vrede en veiligheid moet inzetten voor de bevordering en facilitering van passende betrokkenheid of raadpleging van het maatschappelijk middenveld en vrouwen in het vredesproces; staat erop dat de mensenrechten van vrouwen aan bod komen in de nieuwe grondwet van Syrië;

12.  bevestigt weliswaar zijn steun voor de inspanningen van de wereldwijde coalitie tegen ISIS/Da'esh, maar is van mening dat in de EU-strategie tevens aandacht had moeten worden besteed aan een evaluatie van factoren die verband houden met de strijd tegen ISIS/Da'esh en andere terroristische organisaties die door de VN als dusdanig zijn aangemerkt, met nadrukkelijke vermelding van de politieke en sociaal-economische grondoorzaken die de verspreiding van terrorisme hebben bevorderd en met een overzicht van concrete maatregelen om deze aan te pakken; is bovendien van oordeel dat er methoden hadden moeten worden uitgewerkt om een bijdrage te leveren aan de instandhouding van het multi-etnische, multireligieuze en multiconfessionele karakter van de Syrische samenleving;

13.  beklemtoont het belang van het beschermen van de etnische en religieuze minderheden in Syrië, en is van oordeel dat elk politiek proces inclusief moet zijn en gericht op het herstel van Syrië tot een multiconfessionele en tolerante staat;

14.  brengt in herinnering dat het nemen van vertrouwenwekkende maatregelen in een vroeg stadium, waaronder volledig ongehinderde humanitaire toegang in heel Syrië, elementaire publieke voorzieningen (elektriciteit, water, gezondheidszorg), beëindiging van alle stadsbelegeringen en vrijlating van gevangenen en gijzelaars, van cruciaal belang is; is verheugd over de overeenkomst die de Syrische regering en rebellengroepen hebben bereikt met betrekking tot de evacuatie van vier belegerde steden; spoort alle partijen ertoe aan de aanneming van een alomvattende overeenkomst inzake vertrouwenwekkende maatregelen te steunen en te bevorderen;

15.  stelt met spijt vast dat het land door de verwoestende burgeroorlog tientallen jaren achterop is geraakt in termen van sociale en economische ontwikkeling, dat miljoenen mensen hierdoor noodgedwongen zijn terechtgekomen in werkloosheid en armoede en dat het conflict heeft geleid tot een aanzienlijke vernieling van gezondheids- en onderwijsvoorzieningen en tot een grootschalige ontheemding van Syriërs en een braindrain; wijst er daarom op hoe belangrijk het is de niet-humanitaire hulp die gericht is op het vergroten van de veerkracht van mensen in Syrië op te voeren en de economie te herstarten; vraagt de EU-lidstaten daarnaast harder te werken aan een betere lastenverdeling door de mensen die de oorlogsgebieden in Syrië ontvluchten toe te staan bescherming te zoeken in andere dan de directe buurlanden van Syrië, onder meer middels hervestiging en humanitaire toelatingsregelingen; is echter van oordeel dat geschoolde Syrische vluchtelingen, zodra het conflict voorbij is, moeten worden gestimuleerd om terug te keren en bij te dragen aan de wederopbouw;

16.  is ingenomen met de nieuwe partnerschapsprioriteiten die de EU met Jordanië en Libanon is overeengekomen, en is verheugd over de versoepeling van de EU-oorsprongsregels voor export uit Jordanië; stelt tot zijn spijt vast dat grote aantallen vluchtelingen in Jordanië, Libanon en Turkije nog altijd in precaire sociale en economische omstandigheden leven en dikwijls geen (legaal) werk kunnen vinden; vraagt de VV/HV er bij de autoriteiten van Jordanië en Libanon op aan te dringen om ernaar toe te werken dat de resterende (informele) belemmeringen worden weggenomen, en om uitgebreidere mogelijkheden voor zelfstandig ondernemerschap te ondersteunen en met toezeggingen te komen voor de bevordering van werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren;

17.  schaart zich volledig achter de doelstelling om te zorgen voor een initiatief "geen verloren generatie kinderen" in Syrië en in de regio en dringt aan op bijkomende inspanningen voor het behalen van de doelstelling om alle vluchtelingenkinderen en kwetsbare kinderen in gastgemeenschappen een plaats te geven in kwaliteitsvol onderwijs met gelijke toegang voor meisjes en jongens; wijst erop dat de vaak informele onderwijsvormen in vluchtelingenkampen moeten worden erkend en dat de psychologische rehabilitatie van deze getraumatiseerde kinderen moet worden ondersteund;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten van de EU, de Verenigde Naties, de leden van de Internationale Steungroep voor Syrië en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict, en te zorgen voor de vertaling van deze tekst in het Arabisch.

Juridische mededeling - Privacybeleid