Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2653(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0382/2017

Ingediende teksten :

B8-0382/2017

Debatten :

PV 31/05/2017 - 19
CRE 31/05/2017 - 19

Stemmingen :

PV 01/06/2017 - 7.13
CRE 01/06/2017 - 7.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0244

Aangenomen teksten
PDF 165kWORD 47k
Donderdag 1 juni 2017 - Brussel Definitieve uitgave
VN-conferentie op hoog niveau ter ondersteuning van de verwezenlijking van duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 (VN-Oceaanconferentie)
P8_TA(2017)0244B8-0382/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 1 juni 2017 over de VN-conferentie op hoog niveau ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van SDG 14 (VN-Oceaanconferentie) (2017/2653(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid en de doelstellingen daarvan(1),

–  gezien de volgende VN-conferentie op hoog niveau ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van SDG 14 (VN-Oceaanconferentie), die van 5 t/m 9 juni 2017 zal plaatsvinden op het hoofdkantoor van de VN,

–  gezien de vierde conferentie op hoog niveau "Our ocean", die de Europese Unie op 5 en 6 oktober 2017 organiseert in Malta,

–  gezien de ministeriële conferentie over visserij in het Middellandse Zeegebied die op 30 maart 2017 werd gehouden in Malta,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van 10 november 2016 van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, getiteld "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen" (JOIN(2016)0049),

–  gezien de vraag met verzoek om mondeling antwoord aan de Commissie over de VN-conferentie op hoog niveau ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van SDG 14 (VN-Oceaanconferentie) (O-000031/2017 – B8‑0311/2017),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de oceanen en zeeën essentieel zijn voor ons leven, ons welzijn en onze toekomst; overwegende dat de huidige snelle teloorgang van de gezondheid van de oceanen – als gevolg van de verwarming en verzuring van de oceanen, koraalverbleking, de toenemende druk op de visbestanden en de steeds grotere hoeveelheden zwerfvuil op zee – ons erop attent maakt dat de tijd gekomen is om actie te ondernemen en het benodigde leiderschap in stelling te brengen voor de bescherming van onze oceanen;

B.  overwegende dat commissaris Vella heeft opgeroepen tot meer actie en toewijding van de kant van de EU om onze zeeën en oceanen te beschermen;

C.  overwegende dat de bedreigingen voor ecosystemen en visgronden als gevolg van activiteiten die verband houden met blauwe groei, zoals diepzeemijnbouw, aardolieprospectie en getijden- en golfslagenergie, alsook de risico's die deze activiteiten met zich meebrengen, onduidelijk en grensoverschrijdend zijn en van invloed zijn op traditionele visserijgebieden;

D.  overwegende dat de toegang van kleinschalige en ambachtelijke vissers tot markten en hulpbronnen een prioriteit van de VN-Agenda 2030 is; overwegende dat vissers zeggenschap moeten krijgen in alle besluitvormingsfasen van het visserijbeleid;

E.  overwegende dat meer dan 90 % van de werknemers in de visserijsector, waarvan ongeveer de helft uit vrouwen bestaat, werkzaam is in de ambachtelijke visserij, en dat circa 50 % van de wereldwijde visvangst voor rekening komt van de ambachtelijke visserij; overwegende dat de ambachtelijke visserij, zoals in de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor duurzame kleinschalige visserij in de context van voedselzekerheid en de uitroeiing van armoede staat, een waardevolle bron van dierlijke eiwitten is voor miljarden mensen wereldwijd en vaak ondersteuning biedt aan lokale economieën in kustgemeenschappen;

1.  is ingenomen met het initiatief voor de VN-conferentie op hoog niveau waarmee de aandacht wordt gevestigd op de noodzaak om op mondiaal niveau op te treden en zo de ongunstige gevolgen van menselijke activiteiten voor de oceanen terug te dringen;

2.  stelt vast dat ondanks de mondiale toezegging om overbevissing uiterlijk in 2015 te beteugelen, die in 2002 werd gedaan op de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling in Johannesburg, 31,4 % van de visbestanden op de wereld nog steeds lijdt onder overbevissing; wijst erop dat overbevissing een ernstige bedreiging vormt, niet alleen voor hele mariene ecosystemen maar ook voor voedselzekerheid en de economische en sociale duurzaamheid van kustgemeenschappen overal ter wereld;

3.  vindt het zorgelijk dat de verzuring van de oceanen als gevolg van hogere koolstofdioxideniveaus uiterst negatieve effecten met zich meebrengt voor veel mariene organismen; benadrukt dat er doeltreffende aanpassingsmaatregelen en sectoroverschrijdende maatregelen ter beperking van deze effecten moeten worden genomen om weerstand te kunnen bieden aan de verzuring van oceanen en de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering, zowel voor de oceanen als voor de ecosystemen langs de kust;

4.  benadrukt de noodzaak van een ecosysteemgerichte voorzorgsbenadering, als verankerd in de Verdragen en het gemeenschappelijk visserijbeleid, die moet worden gehanteerd in het mondiale visserijbeheer, om de geëxploiteerde visbestanden te herstellen en te handhaven boven het niveau waarop de maximale duurzame vangst kan worden geproduceerd;

5.  roept ertoe op om bij besluiten over visserijsubsidies rekening te houden met de specifieke kenmerken van de ambachtelijke en kleinschalige visserij, het lokale karakter ervan en de cruciale rol ervan bij het waarborgen van de voedselsoevereiniteit en het economische en sociale voortbestaan van kustgemeenschappen;

6.  spoort landen aan hun verantwoordelijkheden te nemen als resp. vlaggen-, kust-, haven- of marktstaat:

   vlaggenstaat – volledige uitvoering van de internationale en nationale beheersmaatregelen om erop toe te zien dat vaartuigen die onder hun vlag varen zich aan de regels houden;
   kuststaat – toezicht op duurzame visserij in wateren die onder hun rechtsbevoegdheid vallen en controle op de toegang tot die wateren om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te voorkomen;
   havenstaat – ratificatie en volledige tenuitvoerlegging van de overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen van de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie);
   marktstaat – het nemen van maatregelen om de bestrijding van IOO-visserij en het handels- en marktbeleid beter op elkaar af te stemmen;

7.  benadrukt dat ten minste 10 % van de kust- en mariene gebieden behouden moet blijven, in overeenstemming met duurzame-ontwikkelingsdoelstelling (SDG) 14.5 van de VN;

8.  benadrukt het belang van SDG 14.7 van de VN voor meer economische voordelen voor kleine eilandstaten in ontwikkeling en minder ontwikkelde landen, als gevolg van het duurzame gebruik van mariene hulpbronnen, onder meer via het duurzame beheer van visserij, aquacultuur en toerisme;

9.  pleit voor duurzamer visserijbeheer, onder andere door middel van de tenuitvoerlegging van wetenschappelijk onderbouwde beheersmaatregelen;

10.  pleit voor nauwere regionale samenwerking tussen alle staten op het vlak van visserijbeheer voor een duurzame en gelijkwaardige exploitatie van migrerende soorten, vooral wat betreft wetenschappelijke evaluaties van visbestanden, monitoring van, en toezicht en controle op visserijactiviteiten waarom werd verzocht in de VN-overeenkomst inzake visbestanden van 1995 en de drie toetsingsconferenties van 2006, 2010 en 2016; is van mening dat alle commercieel geëxploiteerde soorten moeten vallen onder het beheer van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) met meer bevoegdheden om managementbesluiten en sancties efficiënt te handhaven;

11.  verzoekt de Commissie en de Raad de beginselen en doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid verder te bevorderen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en het secretariaat van het UNFCCC, met het verzoek de resolutie ook toe te zenden aan alle partijen die geen lid zijn van de EU.

(1) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

Juridische mededeling - Privacybeleid