Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2240(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0220/2017

Ingediende teksten :

A8-0220/2017

Debatten :

PV 04/07/2017 - 19
CRE 04/07/2017 - 19

Stemmingen :

PV 05/07/2017 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0303

Aangenomen teksten
PDF 234kWORD 66k
Woensdag 5 juli 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een Europese strategie voor internationale culturele betrekkingen
P8_TA(2017)0303A8-0220/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2017 over een Europese strategie voor internationale culturele betrekkingen (2016/2240(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 167, leden 3 en 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

‒  gezien het Unesco-Verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen,

–  gezien resolutie 2347 van 24 maart 2017 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

–  gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, met name de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen 4 en 17,

‒  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) aan het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 – "Naar een Europese strategie ten aanzien van internationale culturele betrekkingen" (JOIN(2016)0029),

‒  gezien de mededeling van de Commissie van 10 mei 2007 over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering (COM(2007)0242),

–  gezien de voorbereidende handeling voor cultuur in de externe betrekkingen van de EU en de daarin vervatte aanbevelingen(1),

–  gezien het document "Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: een sterker Europa – Een mondiale strategie van de Europese Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid", dat door de VV/HV is gepresenteerd op 28 juni 2016,

‒  gezien de resolutie van de Raad van 16 november 2007 over een Europese agenda voor cultuur(2),

‒  gezien het verslag van de Commissie over de uitvoering van de Europese agenda voor cultuur (COM(2010)0390),

‒  gezien zijn resolutie van 23 november 2016 over de strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden(3),

‒  gezien de Kaderconventie van de Raad van Europa van 2005 over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (Conventie van Faro)(4),

‒  gezien de conclusies van de Raad van 16 december 2008 over de bevordering van de culturele diversiteit en van de interculturele dialoog in de externe betrekkingen van de Unie en de lidstaten(5),

‒  gezien zijn resolutie van 12 mei 2011 over de culturele dimensies van het externe optreden van de EU(6),

‒  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over de rol van interculturele dialoog, culturele diversiteit en onderwijs bij het uitdragen van de fundamentele waarden van de EU(7),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2015 over de rol van de EU binnen de VN – hoe kunnen de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU beter worden verwezenlijkt?(8),

‒  gezien de conclusies van de Raad van 23 december 2014 over een werkplan voor cultuur 2015-2018(9),

‒  gezien het Unesco-Verdrag van 1972 inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld,

‒  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 "Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa"(10),

–  gezien resolutie CM/Res(2010)53 van de Raad van Europa over de vaststelling van een uitgebreid partieel akkoord inzake culturele routes,

‒  gezien zijn resolutie van 13 december 2016 over een coherent EU-beleid voor de culturele en creatieve sector(11),

‒  gezien de conclusies van de Raad van 24 november 2015 over cultuur in de externe betrekkingen van de EU, met de nadruk op cultuur in ontwikkelingssamenwerking(12),

‒  gezien zijn resolutie van 30 april 2015 over de vernieling van cultuurgoederen door ISIS/Da'esh(13), en met name paragraaf 3, waarin "de VV/HV wordt opgeroepen culturele diplomatie en interculturele dialoog in te zetten als een hulpmiddel om de verschillende gemeenschappen met elkaar te verzoenen en vernielde monumenten opnieuw op te bouwen",

‒  gezien zijn resolutie van 10 april 2008 over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering(14),

‒  gezien de uitkomsten van de 3502e zitting van de Raad Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport van 21 en 22 november 2016,

‒  gezien de studie "Research for CULT Committee – European Cultural Institutes Abroad"(15) voorbereid op verzoek van de Commissie cultuur en onderwijs van het Parlement,

‒  gezien de studie "Research for CULT Committee – European capitals of culture: success strategies and long-term effects"(16) voorbereid op verzoek van de Commissie cultuur en onderwijs van het Parlement,

‒  gezien de in 2015 in opdracht van de Dienst instrumenten buitenlands beleid (FPI) van de Commissie verrichte studie "Analysis of the perception of the EU and EU’s policies abroad"(17),

‒  gezien het advies van het Comité van de Regio's met betrekking tot "Naar een Europese strategie ten aanzien van internationale culturele betrekkingen",

‒  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité met betrekking tot "Naar een Europese strategie ten aanzien van internationale culturele betrekkingen",

‒  gezien het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende een Europees jaar van het cultureel erfgoed (2018) (COM(2016)0543),

‒  gezien de mededeling van de Commissie over een Europees solidariteitskorps (COM(2016)0942),

–  gezien de conclusies van de Raad van 14 december 2015 over de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid,

–  gezien het vonnis van het Internationaal Strafhof (ISH) van 27 september 2016 waarin Ahmad Al Faqi Al Mahdi schuldig is bevonden aan de verwoesting van verschillende mausolea in Timboektoe en waarin het voor de eerste keer, in overeenstemming met het Statuut van Rome, oordeelde dat de verwoesting van cultureel erfgoed kan worden gezien als een oorlogsmisdaad,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien de gezamenlijke vergaderingen van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie cultuur en onderwijs overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie cultuur en onderwijs (A8‑0220/2017),

A.  overwegende dat de EU een prominentere actor wordt in de internationale betrekkingen en op basis van artikel 167 VWEU aanvullende middelen en energie moet steken in de bevordering van haar gemeenschappelijke cultuur, gemeenschappelijk cultureel erfgoed, artistieke creaties en innovatie binnen regionale diversiteit;

B.  overwegende dat de EU een belangrijke actor in de internationale politiek is en een steeds grotere rol op het wereldtoneel speelt, onder meer door de bevordering van culturele en taalkundige diversiteit in de internationale betrekkingen;

C.  overwegende dat cultuur van intrinsieke waarde is en dat uit de ervaring van de EU blijkt dat culturele uitwisseling haar externe doelstellingen kan dienen en kan fungeren als sterke brug tussen mensen met een verschillende etnische, religieuze en maatschappelijke achtergrond, niet het minst door de interculturele en interreligieuze dialoog en het wederzijds begrip te versterken, o.a. via de activiteiten van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO); is in dit verband van mening dat cultuur een essentieel deel van de politieke dialoog met derde landen moet gaan uitmaken, en dat cultuur stelselmatig in projecten en programma's moet worden opgenomen;

D.  overwegende dat de EU voor de bevordering van intercultureel begrip gemeenschappelijke communicatiemiddelen moet uitbreiden in de vorm van daadwerkelijk Europese media, zoals Arte, Euronews en Euranet;

E.  overwegende dat cultuur en de bescherming van cultuur onlosmakelijk verbonden zijn met de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

F.  overwegende dat samenwerking op wetenschappelijk gebied een essentieel element van het buitenlands beleid vormt door bruggen te slaan tussen landen, waardoor de kwaliteit van internationaal onderzoek wordt verbeterd en het aanzien van wetenschapsdiplomatie wordt vergroot;

G.  overwegende dat de EU en haar lidstaten allerlei gemeenschappelijke culturele, taalkundige, historische en religieuze wortels hebben en dat zij er, door inspiratie te putten uit het culturele, religieuze en humanistische erfgoed van Europa, in zijn geslaagd eenheid in verscheidenheid tot stand te brengen; overwegende dat de Europese cultuur en het Europese cultureel erfgoed, zowel het materiële als het immateriële, de verscheidenheid van de Europese samenlevingen en regio's belichamen, van de meerderheden in de samenleving en evenzeer van de cultuur van minderheden;

H.  overwegende dat in de "Verklaring over de bevordering van burgerschap en de gemeenschappelijke waarden van vrijheid, tolerantie en non-discriminatie door middel van onderwijs", die in maart 2015 in Parijs is aangenomen, wordt benadrukt dat een actieve dialoog tussen culturen, wereldwijde solidariteit en wederzijds respect moeten worden gestimuleerd;

I.  overwegende dat al zolang de EU bestaat, culturele betrekkingen fundamentele drijvende krachten zijn achter sociale cohesie en duurzame economische en menselijke ontwikkeling, en daarbij wezenlijk bijdragen aan de capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld, intermenselijke contacten en de preventie van radicalisering, met het oog op de bescherming van cultureel erfgoed, de bevordering van democratiseringsprocessen en het engagement voor conflictpreventie, conflictbijlegging en veerkracht;

J.  overwegende dat culturele diplomatie culturele en taalkundige diversiteit moet bevorderen, waaronder het behoud van minderheidstalen, aangezien deze intrinsieke waarde hebben en bijdragen aan het cultureel erfgoed van Europa;

K.  overwegende dat culturele rechten eveneens deel uitmaken van de mensenrechten en dat daarom evenveel aandacht moet worden geschonken aan het recht van elke persoon op participatie in het culturele leven en deelname aan zijn of haar eigen cultuur, terwijl tegelijkertijd de grondrechten van iedereen volledig moeten worden gewaarborgd;

L.  overwegende dat in december 2014 beperkende maatregelen zijn ingevoerd om de handel in culturele voorwerpen uit Syrië tegen te gaan; overwegende dat er duidelijk behoefte is aan de instelling van een noodmechanisme voor het opsporen en voorkomen van de vernieling van cultureel erfgoed en de verwijdering van culturele objecten, o.a. in conflictgebieden en ‑landen, omdat dit in conflictsituaties kan worden gebruikt om te intimideren en te choqueren en in sommige gevallen neerkomt op "culturele zuivering";

M.  overwegende dat cultuur een algemeen goed is en dat het ontwerpen van een nieuwe consensus over ontwikkeling een reflectie moet bevatten over het terugvorderen van algemene openbare goederen, ook via cultuur;

N.  overwegende dat de EU en de afzonderlijke lidstaten meer dan de helft van de ontwikkelingssteun in de wereld verstrekken en dat dit feit meer erkenning verdient;

O.  overwegende dat cultureel erfgoed een universele nalatenschap is en de bescherming ervan derhalve een voorwaarde is voor de opbouw van vrede en veerkracht;

P.  overwegende dat de gezamenlijke mededeling "Naar een Europese strategie ten aanzien van internationale culturele betrekkingen" een kader biedt voor de internationale culturele betrekkingen van de EU; overwegende dat in de mededeling evenwel geen thematische en geografische prioriteiten, concrete doelstellingen en uitkomsten, doelgroepen, gemeenschappelijke belangen en initiatieven, financiële bepalingen, gedegen financieel beheer, lokaal en regionaal perspectief en uitdagingen, en uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld;

Q.  overwegende dat contacten tussen mensen, zoals jongerenuitwisselingen, stedenbanden en partnerschappen op professioneel gebied belangrijke middelen zijn geweest voor de bevordering van intercultureel begrip en door de EU moeten worden gestimuleerd in het kader van haar buitenlandse betrekkingen;

R.  overwegende dat mobiliteit van essentieel belang is voor de internationale culturele betrekkingen van de EU en de invoering van een regeling vereist die het verkrijgen van een visum voor reizen van en naar derde landen vergemakkelijkt voor vakmensen uit de culturele sector, onderzoekers, academici, docenten, studenten en medewerkers en voor alumninetwerken van voormalige deelnemers aan EU-programma's(18);

S.  overwegende dat er tussen de EU en de landen uit het nabuurschap een historische wisselwerking op cultureel gebied bestaat;

T.  overwegende dat samenwerking, scholing en mobiliteit van kunstenaars en in de culturele sector werkzame personen, en van hun werken, onder meer via Europese en internationale netwerken en verblijven in kunstenaarsresidenties, cruciaal zijn voor de verspreiding en uitwisseling van zowel Europese als niet-Europese culturen en kunsten en bevorderd en uitgebreid moeten worden;

U.  overwegende dat een visumbeleid voor artiesten en in de culturele sector werkzame personen essentieel is voor een succesvolle samenwerking en een vrije circulatie van werken via Europese en internationale netwerken en tevens voor programma's voor levendige kunstenaarsresidenties met betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in de verschillende landen en regio's van de wereld;

V.  overwegende dat het nuttig kan zijn om eerst de balans op te maken van de resultaten van de EU-agenda voor cultuur, zodat de strategie verder ontwikkeld en verbeterd kan worden, duidelijke en meetbare doelen die zijn afgestemd op de afzonderlijke landenspecificaties, prioriteiten en realistische uitkomsten kunnen worden gesteld, en lering kan worden getrokken uit optimale praktijken;

W.  overwegende dat de EU, als belangrijke partner van de Verenigde Naties, nauw met de Unesco dient samen te werken met het oog op de bescherming van het culturele werelderfgoed;

X.  overwegende dat coördinatie tussen de programma's en de financiële middelen van de EU de culturele dimensie van de internationale betrekkingen van de EU moet versterken om een gedeelde dialoogruimte te creëren voor intercultureel begrip en vertrouwen;

Y.  overwegende dat de initiatieven en maatregelen van de EU zichtbaarder moeten worden in derde landen, waaronder de landen die vallen onder het Europees nabuurschapsbeleid, en dat de resultaten ervan beter toebedeeld, beoordeeld en verspreid moeten worden(19);

Z.  overwegende dat het aantal producten en diensten uit de audiovisuele, culturele en creatieve sector toeneemt, alsook hun bijdrage aan het bbp en hun wereldwijde circulatie;

AA.  overwegende dat veel van de door de Raad van Europa gecertificeerde Europese culturele routes lopen door oostelijke en zuidelijke buurlanden van de EU, evenals door kandidaat-landen, en dat dit bijdraagt aan de versterking van de banden tussen de EU en haar buurlanden;

AB.  overwegende dat de inspanningen van de Unie om maatschappelijke veerkracht te stimuleren door het verdiepen van de werkzaamheden op het gebied van cultuur, onderwijs en jeugd bevorderlijk zijn voor pluralisme, co‑existentie en respect;

Doelstellingen

1.  is ingenomen met de gezamenlijke mededeling, die een overzicht biedt van alle instrumenten, maatregelen, initiatieven, programma's en projecten die worden ondersteund of uitgevoerd door de EU en haar lidstaten en die cultuur als gemeenschappelijke noemer hebben; roept op tot ontwikkeling van een effectieve EU‑strategie voor internationale culturele betrekkingen;

2.  onderkent dat de gezamenlijke mededeling tot doel heeft om de culturele samenwerking binnen de EU en met haar partnerlanden te stimuleren en een internationale orde te ondersteunen die is gebaseerd op vrede, op de bestrijding van extremisme en radicalisering met behulp van een interculturele en interreligieuze dialoog en op conflictpreventie, waarbij tegelijkertijd de democratie, de rechtsstaat, de vrijheid van meningsuiting, de artistieke vrijheid, wederzijds begrip, de mensenrechten, de culturele en taalkundige diversiteit en de fundamentele waarden geëerbiedigd worden; benadrukt voorts de belangrijke rol van culturele diplomatie, onderwijs en culturele uitwisseling bij het versterken van een gemeenschappelijke kern van universele waarden;

3.  onderkent de inspanningen van de EDEO samen met de Commissie om de externe dimensie van het wetenschaps- en onderzoeksbeleid te verbeteren, en dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling van een ambitieuze wetenschapsdiplomatie te bevorderen;

4.  verlangt dat culturele rechten als integrale fundamentele mensenrechten meer ingang vinden, en dat cultuur vanwege haar intrinsieke waarde als een vierde op zichzelf staande, transversale pijler van duurzame ontwikkeling wordt beschouwd, parallel aan de sociale, economische en ecologische dimensies die duurzame ontwikkeling heeft;

5.  is ingenomen met de benadering in de gezamenlijke mededeling, waarin drie werkterreinen worden geïdentificeerd: cultuur ondersteunen als motor voor sociale en economische ontwikkeling; cultuur en de interculturele dialoog bevorderen voor vreedzame betrekkingen tussen gemeenschappen; en de samenwerking op het gebied van cultureel erfgoed versterken;

6.  dringt erop aan artistieke vrijheid van meningsuiting te bevorderen als een waarde en streven van de Europese Unie, en daarbij de vrije dialoog en de uitwisseling van goede praktijken op internationaal niveau te bevorderen;

7.  onderstreept dat de EU veel en uiteenlopende ervaringen heeft met integratief bestuur, dat haar kracht ligt in eenheid in verscheidenheid, en dat de EU juist op dit punt meerwaarde biedt;

8.  onderkent dat de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid geëerbiedigd moeten worden op het gebied van cultuur, maar dat – ook gezien de gemeenschappelijke culturele wortels en het gemeenschappelijk cultureel erfgoed van de EU en de lidstaten en het resultaat van langdurige artistieke en culturele contacten – de ontstane gewoonte om samen te werken en te creëren heeft geleid tot een fundament van respect voor en begrip van andere culturen;

9.  benadrukt dat de EU een forum is waarbinnen alle lidstaten hun krachten bundelen om een grotere rol te spelen op het gebied van internationale culturele betrekkingen, waarbij zij de wederzijdse voordelen van samenwerking plukken;

10.  stelt voor dat elke lidstaat samen met de EU gezamenlijke acties opzet om elk jaar een ander EU-land te presenteren, bijv. door middel van tentoonstellingen en coproducties, waarbij het roulerend voorzitterschap een bijzondere rol krijgt, teneinde extra intrinsieke waarde voor de EU en de lidstaten te realiseren en de zichtbaarheid van hun acties en initiatieven in het buitenland te vergroten, onder meer via EU-delegaties met specifieke personele en financiële middelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld;

11.  de lidstaten en met name de kleinere lidstaten en hun culturele instellingen en actoren kunnen meerwaarde aan hun culturele prestaties geven door de EU te gebruiken voor het promoten en het delen ervan in het buitenland;

12.  culturele diplomatie kan fungeren als gezant van de EU en haar lidstaten;

13.  herinnert met betrekking tot het materiële en immateriële culturele erfgoed aan het belang van samenwerking tussen de lidstaten en de EU-instellingen op het gebied van toegankelijkheidsonderzoek, promotie, behoud en beheer, en bij de bestrijding van illegale handel, kunstroof en verwoesting, o.a. door middel van specifieke regionale gelden en bijstand en grensoverschrijdende politiesamenwerking, zowel binnen als buiten de EU;

14.  benadrukt de rol van onafhankelijke media bij de bevordering van culturele diversiteit en interculturele bekwaamheden en de noodzaak om deze media te versterken als bron van geloofwaardige informatie, met name in de buurlanden van de EU;

15.  is verheugd over het feit dat in de gezamenlijke mededeling de culturele en de creatieve sector worden genoemd als belangrijk element van de strategie van de EU voor internationale culturele betrekkingen; is van mening dat deze sectoren als ambassadeur van Europese waarden bijdragen tot de "soft power" van Europa, met name waar het gaat om regionale creatieve centra en culturele netwerken, en beveelt aan deze centra te identificeren en te stimuleren en hun vaardigheden verder te ontwikkelen; verzoekt de Commissie om de positie te versterken van de netwerken van culturele en creatieve agenten en actoren, met speciale aandacht voor kmo's, Europese creatieve districten en creatieve platforms, die voor multiplicatoreffecten en innovatie zorgen, ook op andere gebieden;

16.  verzoekt de Commissie en de VV/HV "culturele actoren" te beschouwen als een integraal onderdeel van de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke mededeling, en duidelijk te maken dat onder deze term o.a. moeten vallen: kunstenaars, vakmensen uit de culturele en creatieve sector, culturele instellingen, private en publieke stichtingen, universiteiten, ondernemingen in de culturele en creatieve sector;

Governance en instrumenten

17.  verzoekt de Commissie en de VV/HV om jaarlijkse en meerjarige actieplannen op dit gebied te presenteren met maatregelen, strategische, thematische en geografische prioriteiten en gemeenschappelijke doelen, en om regelmatig de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke mededeling te evalueren en hierover verslag uit te brengen aan het EP;

18.  benadrukt dat het beleid en de maatregelen van de EU waarbij derde landen betrokken zijn coherenter moeten worden; benadrukt dat gebruik moet worden gemaakt van bestaande onderzoeksresultaten, beste praktijken en andere door de EU gefinancierde initiatieven en instrumenten inzake de bescherming van het cultureel erfgoed die positief kunnen zijn voor de samenwerking met derde landen; dringt aan op een grotere synergie tussen alle betrokkenen en tussen andere door de EU gefinancierde initiatieven die gunstig kunnen zijn voor het bereiken van de doelstellingen van de strategie, teneinde een efficiënt gebruik van de middelen, geoptimaliseerde resultaten en een grotere impact van acties en initiatieven van de EU te garanderen; beveelt aan een inventarisatie door te voeren, zodat een effectieve aanpak kan worden gegarandeerd;

19.  verzoekt de Commissie nadrukkelijk om in het volgende meerjarig financieel kader te voorzien in een specifieke begrotingslijn voor de ondersteuning van de internationale culturele betrekkingen binnen de bestaande programma's en in toekomstige initiatieven, met name in de volgende generatie programma's voor cultuur en onderwijs, zodat in dat kader internationale acties op passende wijze kunnen worden ontwikkeld;

20.  stelt voor een speciaal EU-programma te ontwikkelingen en middelen uit te trekken voor internationale mobiliteit en internationale uitwisselingen, bijvoorbeeld verblijfprogramma's, met name voor jonge vakmensen uit de culturele en creatieve sector en kunstenaars;

21.  stelt in dit kader voor om alumni en eerdere begunstigden van Erasmus en andere mobiliteitsprogramma's op het gebied van onderwijs en vrijwilligerswerk te stimuleren om gebruik te maken van hun interculturele vaardigheden en bekwaamheden ten gunste van anderen en invloedrijke actoren te worden bij de ontwikkeling van partnerschappen op het gebied van culturele externe betrekkingen;

22.  verzoekt de Commissie het cultureel toerisme te ontwikkelen, bijvoorbeeld door het opstellen en uitwisselen van thematische programma's en beste praktijken om de internationale mobiliteit, de uitwisseling met burgers uit derde landen en de toegang tot cultuurgoederen te vergemakkelijken;

23.  verzoekt de Commissie en de EDEO om internationale culturele betrekkingen op horizontale wijze op te nemen in instrumenten en programma's voor internationale samenwerking en in de maatregelen in het kader van de tussentijdse evaluatie, zodat coherentie is gewaarborgd en internationale culturele betrekkingen een efficiënt instrument worden;

24.  verzoekt de Commissie de impact van de culturele dimensie in internationale betrekkingen te versterken door deze dimensie stelselmatig mee te nemen in onderhandelingen en associatieovereenkomsten; benadrukt dat de EU gedragsbeginselen moet vaststellen voor samenwerkende partners in transnationale projecten en een flexibel kader vast moet stellen om de transnationale culturele samenwerking te faciliteren door obstakels weg te nemen;

25.  verzoekt de Commissie de culturele betrekkingen met de landen van het Europees nabuurschap verder te ondersteunen door middel van programma's voor technische bijstand en capaciteitsopbouw, opleidingen, ontwikkeling van vaardigheden en kennisoverdracht – ook op het gebied van de media –, het bestuur te verbeteren en nieuwe partnerschappen op nationaal, regionaal, lokaal en grensoverschrijdend niveau te stimuleren, en tegelijkertijd ook vervolgmaatregelen voor regionale programma's in de zuidelijke en oostelijke nabuurschapslanden, met inbegrip van de Westelijke Balkan, aan te bieden;

26.  benadrukt dat de externe culturele financieringsactiviteiten van de EU om redenen van duurzaamheid moeten voortvloeien uit een sterkere betrokkenheid van lokale partners, aanpassing van programma's aan de lokale realiteit en adequate aandacht voor de periode na de projectfinanciering, waaronder de overgang naar nationale financiering of andere inkomstenmodellen;

27.  benadrukt het belang van initiatieven op het gebied van cultuur en mensenrechten, die zich moeten richten op de ondersteuning van vakmensen uit de culturele sector in landen of regio's waar hun rechten worden bedreigd; dringt erop aan dat dergelijke programma's gezamenlijk worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor democratie en het Europees nabuurschapsinstrument;

28.  benadrukt dat een actief maatschappelijk middenveld in partnerlanden aanzienlijk kan helpen bij de verspreiding van de door de EU uitgedragen waarden en dat het derhalve van essentieel belang is dat de EU bij het opbouwen van bilaterale betrekkingen de steun aan maatschappelijke organisaties in de culturele sector van partnerlanden vergroot;

29.  verzoekt de Commissie om cultuur op te nemen in alle bestaande en toekomstige bilaterale en multilaterale overeenkomsten, met een adequate begroting en met inachtneming van de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van het Unesco-Verdrag betreffende culturele diversiteit, om daarmee nog sterker het accent te leggen op het economisch potentieel dat cultureel erfgoed en de creatieve en culturele sector hebben bij de bevordering van een duurzame ontwikkeling, inclusief groei en banen, alsmede op hun effect op het maatschappelijk welzijn; stelt dat dit bijvoorbeeld kan gebeuren in het volgende onderhandelingsmandaat voor het nieuwe partnerschap met de ACS-landen na 2020; wenst dat er op dat gebied EU-indicatoren worden ontwikkeld die kunnen bijdragen aan het debat over het cultuurbeleid;

30.  benadrukt het belang van regelingen voor de mobiliteit van jongeren en de samenwerking tussen universiteiten, die zeer waardevol zijn voor het opbouwen van langdurige academische en culturele betrekkingen;

31.  verzoekt de Commissie om versterking van de internationale dimensie van Erasmus+, Creatief Europa, Europa voor de burger en Horizon 2020; herinnert in dit verband aan de cruciale rol van EU-programma's op het gebied van cultuur, onderwijs, jongeren en sport als kernelement bij de aanpak van intolerantie en vooroordelen, en bij de bevordering van het gevoel van saamhorigheid en respect voor culturele diversiteit; verzoekt de Commissie om bevordering, met name in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, van de deelname aan die programma's door de partnerlanden die het dichtst bij de Unie staan;

32.  onderkent de inspanningen van de Commissie om de rol van wetenschap, onderzoek, onderwijs en culturele samenwerking te bevorderen als "soft power"-instrument in de Europese externe betrekkingen; benadrukt dat wetenschappelijke en culturele uitwisselingen bijdragen aan capaciteitsopbouw en conflictoplossing, met name in de betrekkingen met buurlanden;

33.  verzoekt de Commissie om COSME (EU-programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen) te versterken en uit te breiden naar de strategie voor internationale culturele betrekkingen, en kmo's die in derde landen in de culturele sector werkzaam zijn te ondersteunen vanuit de thematische programma's van de EU;

34.  benadrukt de rol van het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité en de rol van regionale en lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld bij de formulering van de strategie;

35.  onderstreept dat het Parlement een actieve rol moet spelen bij het bevorderen van cultuur in het extern optreden van de EU, onder meer via zijn voorlichtingsbureaus en verbindingskantoren;

36.  verzoekt de Commissie en de EDEO om binnen elke EU-delegatie een contactpunt op te richten dat contact onderhoudt met nationale culturele instellingen, vertegenwoordigers, het plaatselijke maatschappelijk middenveld, actoren en autoriteiten in de lidstaten, in een gestructureerde dialoog die is gericht op het gezamenlijk vaststellen van gemeenschappelijke prioriteitsgebieden, de behoefte aan en methodes voor samenwerking, en daarvoor voldoende middelen uit te trekken en opleidingen te verzorgen; verzoekt de Commissie en de EDEO om de twee jaar verslag uit te brengen aan het Parlement over de stand van de tenuitvoerlegging en de behaalde resultaten;

37.  verlangt dat in de EDEO voldoende personele en financiële middelen worden toegewezen aan internationale culturele betrekkingen, zodat de EDEO binnen de verschillende, met internationale culturele betrekkingen belaste EU-diensten als katalysator kan fungeren en een leidende rol kan vervullen;

38.  pleit ervoor om internationale culturele betrekkingen een plaats te geven in onderwijs, opleiding en onderzoek teneinde de op dit gebied werkzame actoren beter toe te rusten en de culturele participatie door middel van opleiding te verbeteren, o.a. door het personeel van de EU relevante cursussen aan te bieden op het gebied van culturele competenties;

39.  verlangt dat de rol van de culturele instellingen in de lidstaten ten aanzien van de culturele invloed van de EU buiten haar grenzen wordt verduidelijkt, en wel binnen een inclusief en gedeeld Europees verhaal, via het Europese netwerk van nationale instituten voor cultuur (EUNIC) en andere netwerken, en pleit voor een integratieve en gelijke benadering van alle belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld; prijst in dit verband de werkzaamheden die tot op heden zijn uitgevoerd door de culturele instellingen van de lidstaten; moedigt verdere samenwerking in het buitenland aan, met het oog op een optimale behartiging van de belangen van de lidstaten, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan de kleinere lidstaten en lidstaten zonder culturele instituten in het buitenland en aan hun behoefte aan culturele representatie;

40.  dringt aan op een versterking van het strategische partnerschap met de Unesco bij de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke mededeling, waarbij gebruikgemaakt wordt van zijn geloofwaardigheid in Europa en het wereldwijde bereik om het effect van gezamenlijke acties met alle belanghebbenden uit de EU en daarbuiten te vergroten, en wenst dat wordt nagegaan of de Unesco kan worden betrokken bij de toekomstige werkgroepen of adviesraden om te helpen bij de tenuitvoerlegging van de mededeling;

41.  benadrukt dat de belangrijke rol van nationale culturele instellingen bij interculturele uitwisselingen opnieuw moet worden gedefinieerd, rekening houdend met het feit dat sommige instellingen een lange traditie hebben met veel contacten in derde landen, waardoor zij als solide basis kunnen dienen voor samenwerking en communicatie tussen verschillende Europese spelers; wijst verder op hun mogelijkheden om bilaterale betrekkingen tussen landen te bevorderen en te faciliteren en bij de ontwikkeling en uitvoering van een Europese strategie voor culturele diplomatie te helpen;

42.  verzoekt de Commissie en de VV/HV de ontwikkeling van het op individuele behoefte afgestemde EUVP-studieprogramma (Bezoekersprogramma Europese Unie) verder te ondersteunen als belangrijk middel voor verbetering van de dialoog en bevordering van de democratie en als permanent platform voor jonge en toekomstige leiders en opiniemakers uit derde landen en belangrijke gesprekspartners binnen Europese instellingen en maatschappelijke organisaties;

43.  is verheugd over de instelling van het platform voor culturele diplomatie, en wenst dat het platform duurzaam wordt gemaakt, met een regelmatige evaluatie van de doelstellingen, resultaten en governance; onderkent dat er veel verschillende institutionele en niet-institutionele belanghebbenden(20) actief zijn op het gebied van internationale culturele betrekkingen, en verzoekt de Commissie een gestructureerde dialoog tussen alle belanghebbenden te stimuleren, onder meer door middel van de open coördinatiemethode;

44.  verlangt dat er onverwijld een voorziening wordt ingesteld voor het voorkomen, beoordelen en wederopbouwen van erfgoed dat gevaar loopt, en voor het evalueren van verliezen, waaronder een snel inzetbaar noodmechanisme om het erfgoed in conflictgebieden te beschermen, waarbij wordt voortgebouwd op de ervaringen met het initiatief "Blauwhelmen voor cultuur" van de VN, zulks in nauwe en gestructureerde samenwerking met de Unesco en met technologische ondersteuning van het Europees programma voor aardobservatie Copernicus; verheugt zich in dit verband over de aanneming van resolutie 2347 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarin wordt bevestigd dat de vernieling van cultureel erfgoed als oorlogsmisdrijf kan worden beschouwd, en verzoekt de EU en de EDEO om samen te werken met alle partners en bij te dragen aan conflictpreventie, vredesopbouw, herstel en verzoening in alle conflictgebieden;

45.  verzoekt om coördinatie op EU-niveau in de strijd tegen de illegale handel in cultuurgoederen die zijn ontvreemd tijdens gewapende conflicten en oorlogen, en bij de teruggave van dergelijke goederen, in het besef dat een dergelijke coördinatie een cruciale rol speelt bij de pogingen om terreurgroepen van financiering af te snijden;

46.  benadrukt dat het strategische partnerschap tussen de EU en de Unesco moet worden versterkt door een duurzaam platform op te richten voor samenwerking en communicatie over gedeelde prioriteiten om zo op doeltreffende wijze gemeenschappelijke uitdagingen op het gebied van cultuur en onderwijs aan te pakken;

47.  stelt voor dat op het Europees cultuurforum en tijdens de Europese ontwikkelingsdagen speciale aandacht wordt geschonken aan de gestructureerde dialoog met het maatschappelijk middenveld en belanghebbenden over het thema internationale culturele betrekkingen van de EU;

48.  verzoekt de Commissie, uitgaande van de EU-ACS-verklaring van Brussel uit april 2009, een specifiek colloquium/forum voor culturele actoren te organiseren over cultuur en ontwikkeling, en deze bijeenkomst open te stellen voor actoren uit het nabuurschap van de EU en andere strategische partnerlanden;

49.  is van mening dat het Europees jaar van cultureel erfgoed 2018 een kans is om bij te dragen aan de promotie van cultureel erfgoed, met een geïntegreerde aanpak, als belangrijk element van de internationale dimensie van de EU, waarbij wordt voortgebouwd op de belangstelling van partnerlanden voor het erfgoed en de expertise van Europa;

50.  roept op tot een efficiënte tenuitvoerlegging van reeds bestaande wettelijke instrumenten om cultureel erfgoed, auteursrechten en de intellectuele eigendom beter te beschermen; verzoekt de Commissie het beoogde wetsvoorstel te presenteren voor de regulering van de invoer van cultuurgoederen in de EU, met name uit conflictgebieden, om daarmee de illegale handel tegen te gaan;

51.  verlangt van de EU en de lidstaten – die het Unesco-Verdrag uit 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen hebben ondertekend en geratificeerd en zich daarmee hebben verbonden aan de uitvoering ervan – dat zij gemeenschappelijke acties voor de tenuitvoerlegging van het verdrag ondersteunen;

Een mensgerichte aanpak

52.  stemt in met het voorstel in de gezamenlijke mededeling om van een van boven naar onder gerichte aanpak over te gaan op een mensgerichte aanpak (people-to-people – P2P), waarbij de nadruk wordt gelegd op processen van cocreatie en coproductie in de culturele en creatieve sector; is van mening dat cultuur alle burgers moet bereiken;

53.  stelt vast dat jongeren één van de belangrijkste doelgroepen zijn in de EU en haar partnerlanden en dat de blootstelling aan andere culturen en talen ervaringen oplevert die vaak leiden tot een levenslange affiniteit, en onderkent dat de podiumkunsten, beeldende kunst, straatkunst, muziek, film, literatuur, sociale media en digitale platformen in het algemeen de beste kanalen zijn om hen te bereiken en mee te nemen;

54.  verzoekt om de valorisatie van gezamenlijke projecten tussen de EU en derde landen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van de digitalisering van cultureel erfgoed, om zo ook de toegang tot kennis, de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten en de promotie van een nieuw soort cultuurtoerisme te faciliteren;

55.  pleit voor de integratie van de waarde en de rol van culturele inhoud, waarvan Europa een van de grootste producenten is, in het Europese beleid, en ook in de digitale omgeving om wereldwijde virtuele netwerken van burgers tot stand te brengen en zo de culturele participatie en uitwisseling te bevorderen;

56.  verzoekt om een initiatief van de EU op het gebied van connectiviteit om jongeren te ondersteunen die geografisch benadeeld zijn, zodat zij actiever kunnen deelnemen;

57.  is verheugd over de initiatieven van de Commissie om jonge culturele ondernemers met en van elkaar te laten leren, bijvoorbeeld door middel van het Med Culture-programma, of om steun te verlenen aan initiatieven gericht op opleiding in interculturele betrekkingen, zoals More Europe;

58.  pleit ervoor om verdere deelname van derde landen aan grensoverschrijdende en gezamenlijke projecten als de culturele routes van de Raad van Europa zo gemakkelijk mogelijk te maken, en hen tevens als spelers te betrekken bij de toekomstige strategie die wordt voorgesteld voor de EU-delegaties in derde landen, zodat zij voor hun werk in derde landen volop kunnen profiteren van de culturele activiteiten van de EU, zoals de Europese culturele hoofdstad en de Lux-Filmprijs; herinnert eraan dat digitale instrumenten, technologische platforms zoals Europeana en culturele netwerken een cruciale rol kunnen spelen bij het bereiken van een groter publiek en het verbreiden van optimale praktijken;

59.  verzoekt om de invoering van een cultureel visumprogramma, geënt op het bestaande wetenschappelijke visumprogramma, voor onderdanen van derde landen, kunstenaars en andere vakmensen uit de culturele sector om zo de culturele betrekkingen te bevorderen en belemmeringen voor de mobiliteit in de culturele sector weg te nemen;

60.  verzoekt de Commissie de samenwerkingsverbanden met de Raad van Europa te versterken, vooral voor programma's waarbij cultuur wordt benadrukt als een factor voor democratie, voor de interculturele dialoog en voor het culturele en audiovisuele erfgoed;

61.  stelt vast dat een grondige kennis van het gebied, de plaatselijke actoren en het maatschappelijk middenveld nodig is, zodat deze actoren gemakkelijker toegang krijgen tot programma's en financiering en gegarandeerd kan worden dat het multiplicatoreffect van hun deelname aan EU-programma's en ‑initiatieven wordt benut; adviseert om lokale actoren, waaronder lokale overheden, te raadplegen met het oog op de gemeenschappelijke ontwikkeling van programma's; roept op tot de ontwikkeling van innovatieve, op samenwerking gerichte benaderingen die berusten op reeds bestaande instrumenten en netwerken (subsidies, getrapte subsidies)(21), en verlangt dat deze een vervolg krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met het genderevenwicht;

62.  onderkent dat bij ontwikkelingsstrategieën en ‑programma's materiële en sociaal-culturele deprivatie op de voorgrond staat; dringt erop aan om meer betrokkenheid van kwetsbare gemeenschappen tot stand te brengen, o.a. in plattelandsgebieden en afgelegen gebieden, met het oog op sterkere maatschappelijke cohesie;

63.  dringt erop aan dat de activiteiten van de EU en de lidstaten op cultuurgebied internationaal zichtbaarder en beter verspreid worden, onder meer door het opstellen van gemeenschappelijke richtsnoeren(22) en het aanspreken van doelgroepen in hun lokale taal;

64.  roept op tot een paradigmaverschuiving bij de berichtgeving door de media, door meer informatie over cultuur in Europa aan te reiken en daartoe een EU-cultuurportaal en festivals in het leven te roepen en het concept van Europese Cultuurhuizen uit te werken, en daarbij structureel ook lokale media en de sociale media te betrekken en onder meer samen te werken met de EBU, Euronews en Euranet;

65.  stimuleert de EU om volop gebruik te maken van de mogelijkheden die multimedia-onderzoek biedt voor het verkrijgen van inzicht in de huidige uitdagingen en kansen in de ontwikkelingslanden, o.a. met betrekking tot zaken die verband houden met cultuur en met de beoordeling van de rol van cultuur bij ontwikkeling en internationale samenwerking;

De mondiale EU-strategie

66.  benadrukt dat cultuur in het externe beleid van de EU een belangrijke rol speelt als soft‑power-instrument, als katalysator van vredeshandhaving, stabiliteit en verzoening en als drijvende kracht achter een duurzame sociaal-economische en menselijke ontwikkeling;

67.  benadrukt dat onderwijs en cultuur een essentiële rol spelen bij het bevorderen van burgerzin en interculturele vaardigheden, evenals bij het creëren van betere sociale, menselijke en economische vooruitzichten;

68.  is ingenomen met het feit dat in de mondiale EU-strategie wordt benadrukt dat een interculturele en interreligieuze dialoog van belang is voor een beter wederzijds begrip; betreurt het evenwel dat niet wordt vermeld dat kunst en cultuur een intrinsieke waarde hebben omdat zij radicalisme en terrorisme kunnen indammen; verzoekt derhalve om verbetering van de instrumenten die specifiek zijn bedoeld voor de versterking van en de samenwerking met de culturele sector;

69.  verzoekt de Commissie de samenwerking met internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de Unesco, Interpol, de Werelddouaneorganisatie en de Internationale Raad van Musea te versterken, teneinde de bestrijding van de illegale handel in cultuurgoederen, waarmee criminele activiteiten en terroristische organisaties kunnen worden gefinancierd, te intensiveren;

70.  verzoekt de VV/HV aan culturele vraagstukken een specifieke plaats toe te kennen in de routekaart voor de tenuitvoerlegging van de mondiale EU-strategie;

71.  onderstreept dat de EU, die gegrondvest is op de waarden eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, rechtsstatelijkheid en eerbiediging van de mensenrechten, bij de vormgeving van haar extern beleid moet voortbouwen op haar ervaringen en inzichten, wat weer tot uitdrukking moet komen in de ontwikkeling van de betrekkingen met derde landen door middel van cultuur en cultureel erfgoed, waarbij in dit verband moet worden aangetekend dat dit de EU ook een kans biedt om haar culturele waarden te tonen en uit te voeren;

72.  dringt aan op gericht cultuur- en onderwijsbeleid dat belangrijke doelstellingen van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU kan ondersteunen en kan bijdragen tot het versterken van de democratie, de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten; herinnert eraan dat in 2018 de zeventigste verjaardag plaatsvindt van de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

73.  erkent dat de culturele invloed van de EU haar in staat stelt zichtbaarheid te bereiken in internationale zaken via de kanalen van haar rijk geschakeerde culturele identiteit;

74.  herinnert eraan dat onderwijs en cultuur fundamentele aanjagers zijn bij het bereiken van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen in 2030, met speciale aandacht voor stadsvernieuwing en steden in Europa en de wereld; verzoekt derhalve om benadrukking van de rol van cultuur en de bescherming en bevordering van culturele uitingen in het voorstel voor een nieuwe Europese consensus voor ontwikkeling;

75.  verlangt dat de internationale culturele betrekkingen sterker tot uitdrukking komen in de discussies over "migratie" en het vluchtelingenbeleid; dringt erop aan dat de EU, wier sterke punt eenheid in diversiteit is, een evenwichtige aanpak volgt waarbinnen culturele verschillen geëerbiedigd worden en de diaspora een cruciale rol speelt; benadrukt dat cultuur als brug moet fungeren voor wederzijds begrip, zodat mensen in betere harmonie met elkaar kunnen samenleven;

76.  erkent dat de EU ook actief is in specifieke omgevingen waarin de politieke context en de juridische kaders om te profiteren van culturele betrekkingen vijandig en repressief zijn; beseft dat de EU in derde landen vaak last heeft van de gevolgen van onnauwkeurige, partijdige en subjectieve informatie en het doelwit is van regelrechte propaganda; verzoekt in dit verband om speciale maatregelen en passende acties;

77.  verzoekt de EU en de lidstaten om de middelen voor toegang tot onderwijs en cultuur te versterken, met name voor minderjarige migranten en vluchtelingen in de EU en in derde landen; vraagt om steun voor "onderwijscorridors" voor studenten aan universiteiten in de EU (ook in samenwerking met telematische universiteiten), waarbij de taalkundige en culturele diversiteit altijd in acht moet worden genomen;

78.  verzoekt de Commissie en de EDEO om de culturele betrekkingen met de directe buurlanden van de EU te stimuleren, zodat concrete maatregelen worden genomen die stimulansen bieden voor de interculturele dialoog(23) en voor het aanpakken van kwesties als migratie, veiligheid en radicalisering waarvoor de EU zich geplaatst ziet;

79.  adviseert de EU samen te werken met alle relevante, op dit gebied actieve instellingen en lokale partners met het oog op het bereiken van haar doelen op het gebied van internationale culturele betrekkingen, zowel door middel van multilaterale samenwerking binnen internationale organisaties als via partnerschappen met belangrijke actoren ter plaatse;

80.  verzoekt de Commissie en de EDEO sterker samen te werken in het kader van het uitgebreide partiële akkoord van de Raad van Europa inzake culturele routes, een institutioneel hulpmiddel voor versterking van de culturele betrekkingen aan de basis, ook met derde landen, met het oog op de bevordering van de fundamentele waarden culturele diversiteit, interculturele dialoog en duurzame territoriale ontwikkeling van minder bekende culturele bestemmingen, met behoud van het gedeelde culturele erfgoed;

81.  moedigt de EU aan om nauw samen te werken met alle landen die haar doelen en waarden delen, en die bereid zijn zich daarvoor in te zetten; benadrukt dat dit met name belangrijk is om tot een legitieme en stabiele aanpak te komen, zodat de EU erkend wordt als "mondiale speler";

o
o   o

82.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) http://ec.europa.eu/culture/library/publications/global-cultural-citizenship_en.pdf
(2) PB C 287 van 29.11.2007, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0441.
(4) http://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/treaty/199
(5) PB C 320 van 16.12.2008, blz. 10.
(6) PB C 377E van 7.12.2012, blz. 135.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0005.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0403.
(9) PB C 463 van 23.12.2014, blz. 4.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0293.
(11) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0486.
(12) PB C 417 van 15.12.2015, blz. 41.
(13) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 55.
(14) PB C 247 E van 15.10.2009, blz. 32.
(15)  http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2016/563418/IPOL_STU(2016)563418_EN.pdf
(16) http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/etudes/join/2013/513985/IPOL-CULT_ET(2013)513985_EN.pdf
(17) http://ec.europa.eu/dgs/fpi/showcases/eu_perceptions_study_en.htm
(18) Bijvoorbeeld Erasmus, Horizon 2020 en Creatief Europa.
(19) Zo is het in 1974 door het Parlement en de Commissie ingestelde bezoekersprogramma van de Europese Unie (EUVP) een individueel studieprogramma voor veelbelovende jonge leidinggevenden en opiniemakers uit landen van buiten de Europese Unie, met als motto ″Gemeenschappelijke EU‑waarden wereldwijd sinds 1974″.
(20) Directoraten-generaal van de Commissie (met name Onderwijs en Cultuur (EAC), Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (DEVCO), Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen (NEAR), Onderzoek en Innovatie (RTD) en Communicatienetwerken, Inhoud en Technologie (CONNECT)), de EDEO, de Dienst instrumenten buitenlands beleid (FPI), EU‑delegaties, delegaties van de lidstaten, culturele instellingen van de lidstaten in het buitenland, de Raad van Europa, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, het EU‑netwerk van nationale instituten voor cultuur (EUNIC), de Internationale Raad van Musea (ICOM), het Internationaal Centrum voor de Studie tot het behoud en de restauratie van culturele goederen (ICCROM), de Unesco, internationale organisaties, organisaties van het maatschappelijk middenveld, non‑gouvernementele organisaties, plaatselijke culturele actoren, straatkunstenaars en andere platformen en netwerken.
(21) Bijvoorbeeld het door de EU gefinancierde programma Med Culture, dat tot doel heeft het cultuurbeleid en met de culturele sector verbonden praktijken te ontwikkelen en te verbeteren. Vanuit een participatieve benadering wordt samengewerkt door actoren uit het maatschappelijk middenveld, ministeries en publieke en private instellingen die werkzaam zijn op het gebied van cultuur en andere daarmee verbonden sectoren.
(22) Een suggestie is bijvoorbeeld de instelling van "ambassadeurs voor cultuur", die zich inzetten voor Europese integratie en internationale betrekkingen en deze ondersteunen (naar het voorbeeld van de ambassadeurs van goodwill van de VN). Dit kunnen kunstenaars, musici, schrijvers, enz. zijn.
(23) Bijvoorbeeld het door de EU gefinancierde project Young Arab Voice.

Juridische mededeling - Privacybeleid