Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0084(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0270/2017

Ingediende teksten :

A8-0270/2017

Debatten :

PV 23/10/2017 - 17
CRE 23/10/2017 - 17
PV 27/03/2019 - 16
CRE 27/03/2019 - 16

Stemmingen :

PV 24/10/2017 - 5.7
CRE 24/10/2017 - 5.7
Stemverklaringen
PV 27/03/2019 - 18.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0392
P8_TA(2019)0306

Aangenomen teksten
PDF 1001kWORD 131k
Dinsdag 24 oktober 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Bemestingsproducten met CE-markering ***I
P8_TA(2017)0392A8-0270/2017

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 24 oktober 2017 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 (COM(2016)0157 – C8-0123/2016 – 2016/0084(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Titel
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van plantenvoedingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009
(Deze wijziging van "bemestingsproducten" in "plantenvoedingsproducten" is van toepassing op de gehele tekst. Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  De voorwaarden voor het aanbieden van meststoffen op de interne markt werden gedeeltelijk geharmoniseerd door Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad15, die vrijwel uitsluitend betrekking heeft op meststoffen bestaande uit gedolven of chemisch vervaardigde, anorganische materialen. Er bestaat ook een noodzaak om voor bemesting gebruik te maken van gerecycleerde of organische materialen. Om een krachtige stimulans te bieden voor het verdere gebruik van meststoffen vervaardigd uit gerecycleerde of organische materialen, moeten geharmoniseerde voorwaarden worden vastgesteld voor het op de gehele interne markt aanbieden ervan. De reikwijdte van de harmonisatie moet daarom worden uitgebreid tot gerecycleerde en organische materialen.
(1)  De voorwaarden voor het aanbieden van meststoffen op de interne markt werden gedeeltelijk geharmoniseerd door Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad15, die vrijwel uitsluitend betrekking heeft op meststoffen bestaande uit gedolven of chemisch vervaardigde, minerale materialen. Er bestaat ook een noodzaak om voor bemesting gebruik te maken van gerecycleerde of organische materialen. Om een krachtige stimulans te bieden voor het verdere gebruik van meststoffen vervaardigd uit gerecycleerde of organische materialen, moeten geharmoniseerde voorwaarden worden vastgesteld voor het op de gehele interne markt aanbieden ervan. De bevordering van het gebruik van gerecycleerde nutriënten draagt verder bij aan de ontwikkeling van de circulaire economie, maakt een hulpbronnenefficiënter gebruik van nutriënten mogelijk, en zorgt er tevens voor dat de Unie minder afhankelijk wordt van nutriënten uit derde landen. De reikwijdte van de harmonisatie moet daarom worden uitgebreid tot gerecycleerde en organische materialen.
_________________
_________________
15 Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1).
15 Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1).
(Dit amendement heeft tevens betrekking op een horizontale technische wijziging betreffende de term "anorganisch", die gewijzigd wordt in "mineraal". Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  De nutriënten in voedingsmiddelen zijn afkomstig uit de bodem; een gezonde en voedingrijke bodem resulteert in gezonde en voedingrijke gewassen en voedingsmiddelen. Landbouwers moeten over een uitgebreid gamma aan meststoffen van zowel organische als synthetische aard kunnen beschikken om hun bodem te kunnen verbeteren. Wanneer de bodem een gebrek aan bepaalde nutriënten vertoont of deze zijn uitgeput, zijn de gewassen gekenmerkt door een tekort aan nutriënten, waardoor zij mogelijk niet meer groeien of geen voedingswaarde hebben voor de mens.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Om een doeltreffend gebruik van dierlijke mest en op het eigen landbouwbedrijf verkregen compost te waarborgen, dienen landbouwers producten te gebruiken die het concept van "verantwoorde landbouw" in acht nemen, waarbij de voorkeur uitgaat naar lokale distributiekanalen en goede agronomische en milieupraktijken, en die in overeenstemming zijn met de milieuwetgeving van de Unie, zoals de nitratenrichtlijn of de kaderrichtlijn water. Het preferentiële gebruik van meststoffen die op het eigen of op naburige landbouwbedrijven zijn geproduceerd, moet worden aangemoedigd.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)  Een bemestingsproduct met CE-markering kan meer dan een van de functies hebben die zijn beschreven in de productfunctiecategorieën van deze verordening. Indien een bewering wordt gedaan over slechts één van deze functies, moet het volstaan dat het product voldoet aan de eisen van de productfunctiecategorie waarin de aangegeven functie wordt beschreven. Wordt daarentegen een bewering gedaan over meer dan een van deze functies, dan moet het desbetreffende bemestingsproduct met CE-markering worden beschouwd als een combinatie van twee of meer samenstellende bemestingsproducten, en moet worden vereist dat elk samenstellend bemestingsproduct voldoet aan de functievereisten. Er dient dan ook een specifieke productfunctiecategorie te worden ingevoerd voor dergelijke combinaties.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 ter (nieuw)
(6 ter)  Een fabrikant die gebruikmaakt van een of meer bemestingsproducten met CE-markering die reeds zijn onderworpen aan een door die fabrikant of een andere fabrikant uitgevoerde conformiteitsbeoordeling, mag zich baseren op die conformiteitsbeoordeling. Teneinde de administratieve lasten tot een minimum te beperken, moet het resulterende bemestingsproduct met CE-markering tevens worden beschouwd als een combinatie van twee of meer samenstellende bemestingsproducten, en moeten de aanvullende conformiteitseisen voor de combinatie worden beperkt tot de aspecten naar aanleiding van het mengen.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  Contaminanten in bemestingsproducten met CE-markering, zoals cadmium, zijn mogelijk een risico voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu, aangezien zij zich opstapelen in het milieu en in de voedselketen terechtkomen. Het gehalte aan contaminanten in dergelijke producten moet derhalve worden beperkt. Verder moeten onzuiverheden in van bioafval afgeleide bemestingsproducten met CE-markering, in het bijzonder polymeren, maar ook metaal en glas, worden voorkomen of beperkt voor zover dat technisch mogelijk is door middel van opsporing van dergelijke onzuiverheden in gescheiden ingezameld bioafval voor het wordt verwerkt.
(8)  Contaminanten in bemestingsproducten met CE-markering, indien deze laatste niet correct worden gebruikt, zoals cadmium, zijn mogelijk een risico voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu, aangezien zij zich opstapelen in het milieu en in de voedselketen terechtkomen. Het gehalte aan contaminanten in dergelijke producten moet derhalve worden beperkt. Verder moeten onzuiverheden in van bioafval afgeleide bemestingsproducten met CE-markering, in het bijzonder polymeren, maar ook metaal en glas, worden voorkomen of beperkt voor zover dat technisch mogelijk is door middel van opsporing van dergelijke onzuiverheden in gescheiden ingezameld bioafval voor het wordt verwerkt.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Lidstaten die reeds strengere nationale grenswaarden voor cadmium in meststoffen hebben ingevoerd, moeten de mogelijkheid krijgen die grenswaarden te behouden totdat de rest van de Unie een gelijkwaardig ambitieniveau bereikt.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 ter (nieuw)
(8 ter)   Om te bevorderen dat de fosfaatbemestingsproducten in overeenstemming zijn met de eisen van deze verordening en innovatie te stimuleren, moeten er voldoende stimulansen worden geboden voor de ontwikkeling van desbetreffende technologie, in het bijzonder technologie om cadmium te verwijderen, alsook voor het beheer van gevaarlijk afval met een hoog cadmiumgehalte, met behulp van de financiële middelen die beschikbaar zijn in het kader van Horizon 2020, LIFE-programma's, het ondersteuningsplatform voor financiering op het gebied van de circulaire economie, via de Europese Investeringsbank (EIB) en in voorkomend geval andere financieringsinstrumenten. De Commissie moet jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad over de stimulansen en de Uniefinanciering die zijn geboden voor het verwijderen van cadmium.
Amendement 395
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 quater (nieuw)
(8 quater)  Vanaf ...[datum van toepassing van deze verordening] moet de Commissie een mechanisme opzetten om de toegang te bevorderen tot financiering van onderzoek en innovatie op het gebied van technieken voor cadmiumreductie en de toepassing ervan in het productieproces in de Unie van alle fosfaatmeststoffen, en op het gebied van mogelijke alternatieven voor cadmiumreductie die economisch uitvoerbaar zijn op industriële schaal en die bovendien de verwerking van de aldus ontstane afvalstoffen mogelijk maken.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
(9)  Producten die aan alle eisen van deze verordening voldoen, moeten worden toegelaten tot het vrije verkeer op de interne markt. Wanneer een of meer bestanddelen van een bemestingsproduct met CE-markering onder Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad18 vallen, maar een punt in de productieketen bereiken waarna zij niet langer een significant risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid inhouden (het "eindpunt in de productieketen"), zou het een onnodige administratieve last zijn om de bepalingen van die verordening op het product te blijven toepassen. Dergelijke bemestingsproducten moeten derhalve van de verplichtingen van die verordening worden vrijgesteld. Verordening (EG) nr. 1069/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(9)  Bemestingsproducten met CE-markering die aan alle eisen van deze verordening voldoen, moeten worden toegelaten tot het vrije verkeer op de interne markt. Wanneer een of meer bestanddelen een afgeleid product vormen dat onder Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad18 valt, maar een punt in de productieketen hebben bereikt waarna zij niet langer een risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid inhouden (het "eindpunt in de productieketen"), zou het een onnodige administratieve last zijn om de bepalingen van die verordening op het product te blijven toepassen. Dergelijke bemestingsproducten moeten derhalve van de verplichtingen van die verordening worden vrijgesteld. Verordening (EG) nr. 1069/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
_________________
_________________
18 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
18 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Voor elk relevant bestanddeel dat dierlijke bijproducten bevat, moet het eindpunt in de productieketen worden vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 1069/2009. Wanneer een door deze verordening gereguleerd productieproces begint voor dat eindpunt is bereikt, moeten de procesvoorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en die van deze verordening cumulatief van toepassing zijn op bemestingsproducten met CE-markering. Dit betekent dat wanneer beide verordeningen dezelfde parameter reguleren, de strengste voorschriften worden toegepast.
(10)  Voor iedere bestanddelencategorie die afgeleide producten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 omvat, moet voor elk relevant bestanddeel dat dierlijke bijproducten bevat het eindpunt in de productieketen worden vastgesteld overeenkomstig de procedures van die verordening. Om voordeel te halen uit technische ontwikkelingen, meer kansen voor producenten en bedrijven te creëren en het potentieel aan te boren van een sterker gebruik van nutriënten uit dierlijke bijproducten, zoals dierlijke mest, dienen onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening verwerkingsmethoden en voorschriften inzake nuttige toepassing te worden vastgesteld voor dierlijke bijproducten waarvoor een eindpunt in de productieketen is bepaald. Wanneer het bemestingsproducten betreft die verwerkte dierlijke mest bevatten of daaruit bestaan, moeten er einde-dierlijkemestcriteria worden vastgesteld. Met het oog op de uitbreiding of toevoeging van bestanddelencategorieën, teneinde meer dierlijke bijproducten in de verordening op te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen. Wanneer een dergelijk eindpunt is bereikt voordat het bemestingsproduct met CE-markering in de handel is gebracht, maar nadat het door deze verordening gereguleerde productieproces is begonnen, moeten de procesvoorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en die van deze verordening cumulatief van toepassing zijn op bemestingsproducten met CE-markering. Dit betekent dat wanneer beide verordeningen dezelfde parameter reguleren, de strengste voorschriften worden toegepast.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)   Voor dierlijke bijproducten die reeds op grote schaal in de lidstaten worden gebruikt voor de productie van meststoffen dient het eindpunt onverwijld en uiterlijk één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening te worden vastgesteld.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
(12)  Wanneer een of meer bestanddelen van een bemestingsproduct met CE-markering onder Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen en het eindpunt in de productieketen nog niet hebben bereikt, zou het misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van dat product zou voorzien, aangezien het op de markt aanbieden van dat product onderworpen is aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009. Dergelijke producten moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.
(12)  Het op de markt aanbieden van een dierlijk bijproduct of een afgeleid product waarvoor geen eindpunt in de productieketen is vastgesteld, of waarvoor het vastgestelde eindpunt nog niet is bereikt op het moment dat het product op de markt wordt aangeboden, is onderworpen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009. Het zou derhalve misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van het product zou voorzien. Producten die dergelijke dierlijke bijproducten of afgeleide producten bevatten of eruit bestaan, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Er is vastgesteld dat er op de markt een vraag bestaat om bepaalde afvalstoffen die nuttig zijn toegepast in de zin van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad20 als bemestingsproduct te gebruiken. Om ervoor te zorgen dat het gebruik van die producten niet leidt tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid, zijn bovendien bepaalde eisen noodzakelijk voor de afvalstoffen die als input worden gebruikt in de nuttige toepassing, voor de verwerkingsprocessen en -technieken, en voor de bemestingsproducten die het resultaat zijn van de nuttige toepassing. Wat bemestingsproducten met CE-markering betreft, moeten die eisen in deze verordening worden vastgesteld. Vanaf het moment waarop aan alle eisen van deze verordening wordt voldaan, mogen die producten dus niet meer als afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG worden beschouwd.
(13)  Er is vastgesteld dat er op de markt een vraag bestaat om bepaalde afvalstoffen, zoals struviet, biochar en uit as verkregen producten, die nuttig zijn toegepast in de zin van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad20 als bemestingsproduct te gebruiken. Om ervoor te zorgen dat het gebruik van die producten niet leidt tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid, zijn bovendien bepaalde eisen noodzakelijk voor de afvalstoffen die als input worden gebruikt in de nuttige toepassing, voor de verwerkingsprocessen en -technieken, en voor de bemestingsproducten die het resultaat zijn van de nuttige toepassing. Wat bemestingsproducten met CE-markering betreft, moeten die eisen in deze verordening worden vastgesteld. Vanaf het moment waarop aan alle eisen van deze verordening wordt voldaan, mogen die producten dus niet meer als afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG worden beschouwd, en derhalve moeten producten die dergelijke nuttig toegepaste afvalstoffen bevatten of daaruit bestaan op de interne markt kunnen worden gebracht. Onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening moet op het niveau van de Unie een aanvang worden gemaakt met de wetenschappelijke analyses en de vaststelling van vereisten inzake nuttige toepassing voor dergelijke producten, teneinde juridische duidelijkheid te garanderen, voordeel te halen uit technische ontwikkelingen en de motivatie onder producenten om meer gebruik te maken van waardevolle afvalstromen verder te stimuleren. Dienovereenkomstig moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om zonder onnodige vertraging uitgebreidere of aanvullende bestanddelencategorieën te bepalen die in aanmerking komen voor gebruik in de productie van bemestingsproducten met CE-markering.
_________________
_________________
20 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
20 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  Bepaalde industriële bijproducten, nevenproducten of gerecycleerde producten afkomstig van specifieke industriële processen worden momenteel door fabrikanten gebruikt als bestanddeel van bemestingsproducten met CE-markering. Voor bestanddelen van bemestingsproducten met CE-markering moeten de eisen in verband met bestanddelencategorieën worden vastgelegd in deze verordening. Vanaf het moment waarop aan alle eisen van deze verordening wordt voldaan, mogen die producten, in voorkomend geval, niet meer als afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG worden beschouwd.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Bepaalde stoffen en mengsels, gewoonlijk aangeduid als agronomische toevoegingsmiddelen, verbeteren het afgiftepatroon van een nutriënt in een meststof. Stoffen en mengsels die op de markt worden aangeboden met de bedoeling om ze om die reden aan bemestingsproducten met CE-markering toe te voegen, moeten op verantwoordelijkheid van de fabrikant van die stoffen en mengsels voldoen aan bepaalde werkzaamheidscriteria en moeten derhalve op grond van deze verordening als bemestingsproducten met CE-markering worden beschouwd. Bovendien moeten voor bemestingsproducten met CE-markering die dergelijke stoffen of mengsels bevatten bepaalde werkzaamheids- en veiligheidscriteria gelden. Dergelijke stoffen en mengsels moeten derhalve ook als bestanddelen voor bemestingsproducten met CE-markering worden gereguleerd.
(14)  Bepaalde stoffen en mengsels, aangeduid als agronomische toevoegingsmiddelen, verbeteren het afgiftepatroon van een nutriënt in een meststof. Stoffen en mengsels die op de markt worden aangeboden met de bedoeling om ze om die reden aan bemestingsproducten met CE-markering toe te voegen, moeten op verantwoordelijkheid van de fabrikant van die stoffen en mengsels voldoen aan bepaalde werkzaamheids-, veiligheids- en milieucriteria en moeten derhalve op grond van deze verordening als bemestingsproducten met CE-markering worden beschouwd. Bovendien moeten voor bemestingsproducten met CE-markering die dergelijke stoffen of mengsels bevatten bepaalde werkzaamheids-, veiligheids- en milieucriteria gelden. Dergelijke stoffen en mengsels moeten derhalve ook als bestanddelen voor bemestingsproducten met CE-markering worden gereguleerd.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)   Indien producten die behalve uit bemestingsbestanddelen bestaan uit andere stoffen en mengsels bedoeld zijn om aan de bodem te worden toegevoegd en vrijkomen in het milieu, dienen de conformiteitscriteria van toepassing te zijn op alle materialen waaruit het product is samengesteld, in het bijzonder wanneer zij klein zijn of uiteenvallen in kleine fragmenten die in de bodem en in watersystemen verspreid worden en in de ruimere omgeving kunnen terechtkomen. Daarom moeten criteria inzake biologische afbreekbaarheid en conformiteitstests gelden in realistische in vivo omstandigheden waarin rekening wordt gehouden met verschillende afbraaksnelheden onder anaerobe omstandigheden, in aquatische habitats of onder water, in met water verzadigde omstandigheden of in bevroren grond.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  Bepaalde stoffen, mengsels en micro-organismen, gewoonlijk aangeduid als biostimulanten voor planten, zijn geen nutriënten als zodanig, maar stimuleren wel de voedingsprocessen van planten. Wanneer dergelijke producten als enige doel hebben het gebruik van nutriënten door de plant efficiënter te maken of de tolerantie voor abiotische stress of de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas te verbeteren, hebben zij in wezen meer gemeen met bemestingsproducten dan met de meeste categorieën gewasbeschermingsmiddelen. Die producten moeten derhalve in aanmerking komen voor CE-markering op grond van deze verordening en uitgesloten worden van het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad21. Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(15)  Bepaalde stoffen, mengsels en micro-organismen, aangeduid als biostimulanten voor planten, voegen geen nutriënten als zodanig toe, maar stimuleren wel de natuurlijke voedingsprocessen van planten. Wanneer dergelijke producten als enige doel hebben het gebruik van nutriënten door de plant efficiënter te maken of de tolerantie voor abiotische stress, de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas of de afbraak van organische bodembestanddelen te verbeteren, of de beschikbaarheid van nutriënten in de rizosfeer te vergroten, hebben zij in wezen meer gemeen met bemestingsproducten dan met de meeste categorieën gewasbeschermingsmiddelen. Hun werking vormt dus een aanvulling op die van meststoffen en is bedoeld om de efficiëntie van meststoffen vergroten zodat er minder nutriënten moeten worden gebruikt. Die producten moeten derhalve in aanmerking komen voor CE-markering op grond van deze verordening en uitgesloten worden van het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad21. Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
_________________
_________________
21 Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
21 Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)  Voor micro-organismen moeten de bestanddelencategorieën worden uitgebreid of aangevuld om het innovatieve potentieel van de ontwikkeling en ontdekking van nieuwe microbiële biostimulanten voor planten te garanderen en te vergroten. Om innovatie te stimuleren en rechtszekerheid te scheppen voor producenten over de eisen waaraan moet worden voldaan om micro-organismen te gebruiken als bestanddelen van bemestingsproducten met CE-markering, moeten er duidelijke geharmoniseerde methoden voor de veiligheidsbeoordeling van micro-organismen worden vastgesteld. Meteen na de inwerkingtreding van deze verordening moet worden aangevangen met de voorbereidende werkzaamheden voor het bepalen van deze veiligheidsbeoordelingsmethoden. De bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen, moet aan de Commissie worden overgedragen om zonder onnodige vertraging te bepalen aan welke eisen producenten moeten voldoen bij het aantonen van de veiligheid van micro-organismen met het oog op gebruik in bemestingsproducten met CE-markering.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Op producten met een of meer functies, waarvan er een onder Verordening (EG) nr. 1107/2009 valt, moet de controle van toepassing blijven die op die producten is afgestemd en waarin die verordening voorziet. Wanneer dergelijke producten ook de functie van bemestingsproduct hebben, zou het misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van die producten zou voorzien, aangezien het op de markt aanbieden van een gewasbeschermingsmiddel afhangt van een producttoelating die geldig is in de betrokken lidstaat. Dergelijke producten moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.
(16)  Producten met een of meer functies, waarvan er een onder Verordening (EG) nr. 1107/2009 valt, zijn gewasbeschermingsmiddelen die onder het toepassingsgebied van die verordening vallen. Op die producten moet de controle van toepassing blijven die op die producten is afgestemd en waarin die verordening voorziet. Wanneer dergelijke producten ook de functie of werking van bemestingsproduct hebben, zou het misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van die producten zou voorzien, aangezien het op de markt aanbieden van een gewasbeschermingsmiddel afhangt van een producttoelating die geldig is in de betrokken lidstaat. Dergelijke producten moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
(17)  Deze verordening mag geen beletsel vormen voor de toepassing van bestaande wetgeving van de Unie betreffende aspecten van de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu waarop deze verordening geen betrekking heeft. Deze verordening moet derhalve van toepassing zijn behoudens Richtlijn 86/278/EEG van de Raad22, Richtlijn 89/391/EEG van de Raad23, Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad24, Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad25, Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie26, Richtlijn 2000/29/EG van de Raad27, Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad28 en Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad29.
(17)  Ongeacht het type van het plantenvoedingsproduct met CE-markering mag deze verordening geen beletsel vormen voor de toepassing van bestaande wetgeving van de Unie betreffende aspecten van de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu waarop deze verordening geen betrekking heeft. Deze verordening moet derhalve van toepassing zijn behoudens Richtlijn 86/278/EEG van de Raad22, Richtlijn 89/391/EEG van de Raad23, Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad24, Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad25, Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie26, Richtlijn 2000/29/EG van de Raad27, Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad28, Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad29, Richtlijn 91/676/EEG van de Raad29 bis en Richtlijn 2000/60/EG29 ter.
_________________
_________________
22 Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw (PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6).
22 Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw (PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6).
23 Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).
23 Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).
24 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
24 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
25 Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
25 Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
26 Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
26 Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
27 Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).
27 Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).
28 Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 1).
28 Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 1).
29 Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).
29 Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).
29 bis Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1).
29 ter Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)   De traceerbaarheid van producten tot aan de bron van het organische materiaal waarbij het risico bestaat van organische verontreiniging door stoffen die afkomstig zijn uit bepaalde potentieel problematische (of als zodanig beschouwde) bronnen, moet worden gewaarborgd. Dit is noodzakelijk om het vertrouwen van de consument zeker te stellen en de schade te beperken indien zich lokaal verontreiniging voordoet. Op die manier kunnen de bedrijven in kaart worden gebracht die bemestingsproducten gebruiken met uit die bronnen afkomstig organisch materiaal. Dit moet verplicht worden gesteld voor producten die materiaal bevatten dat afkomstig is van afvalstoffen of bijproducten die niet zijn onderworpen aan een procedé om organische verontreinigende stoffen, ziekteverwekkers en genetisch materiaal te vernietigen. Doel is om niet alleen de gezondheids- en milieurisico's te beperken, maar ook om het publiek gerust te stellen en de bedenkingen van landbouwers met betrekking tot ziekteverwekkers, organische verontreinigende stoffen en genetisch materiaal weg te nemen. Om grondeigenaren te beschermen tegen onopzettelijke verontreinigingen worden de lidstaten verzocht passende aansprakelijkheidsregelingen in te stellen.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 ter (nieuw)
(17 ter)   Onbehandelde bijproducten van de veeteelt dienen niet onder deze verordening te vallen.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis)   In het kader van de circulaire economie worden bepaalde industriële bij- of nevenproducten die bij specifieke industriële processen ontstaan door fabrikanten reeds gebruikt als bestanddeel van bemestingsproducten met CE-markering. De toepasselijke eisen voor dergelijke bestanddelencategorieën dienen te worden vastgesteld in bijlage II.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
(20)  Een blend van verschillende bemestingsproducten met CE-markering, die elk met succes een beoordeling van hun conformiteit met de voor dat materiaal toepasselijke eisen hebben ondergaan, kan worden beschouwd als zijnde geschikt voor gebruik als bemestingsproduct met CE-markering, waarbij slechts aan bepaalde bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen moet worden voldaan. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, moeten dergelijke blends in een afzonderlijke categorie worden ingedeeld, waarvoor de conformiteitsbeoordeling moet worden beperkt tot de bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen.
(20)  Een combinatie van producten uit verschillende productfunctiecategorieën, die elk met succes een beoordeling van hun conformiteit met de voor dat materiaal toepasselijke eisen hebben ondergaan, kan worden beschouwd als zijnde geschikt voor gebruik als bemestingsproduct met CE-markering, waarbij slechts aan bepaalde bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen moet worden voldaan. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, moeten dergelijke combinaties in een afzonderlijke categorie worden ingedeeld, waarvoor de conformiteitsbeoordeling moet worden beperkt tot de bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen.
(Dit amendement heeft tevens betrekking op een horizontale wijziging betreffende de term "blend" (in het enkelvoud of meervoud), die gewijzigd wordt in "combinatie" (in het enkelvoud of meervoud). Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
(25)  Om het markttoezicht mogelijk te maken, moet een importeur die een bemestingsproduct met CE-markering in de handel brengt zijn of haar naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hem of haar kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct vermelden.
(25)  Om het markttoezicht mogelijk te maken, moet een importeur die een product met CE-markering in de handel brengt zijn of haar naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hem of haar kan worden opgenomen, alsook de naam van de fabrikant uit een derde land op de verpakking van het product vermelden.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
(31)  Wanneer er geen geharmoniseerde normen zijn vastgesteld of wanneer de geharmoniseerde normen niet voldoende gegevens bevatten betreffende alle elementen van de kwaliteits- en veiligheidseisen van deze verordening, kunnen uniforme voorwaarden voor de implementatie van die eisen nodig zijn. De Commissie moet derhalve de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen waarin die voorwaarden in gemeenschappelijke specificaties worden vastgesteld. Omwille van de rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat bemestingsproducten met CE-markering aan die specificaties moeten voldoen, ook al worden zij beschouwd te voldoen aan geharmoniseerde normen.
(31)  Wanneer er geen geharmoniseerde normen zijn vastgesteld of wanneer de geharmoniseerde normen niet voldoende gegevens bevatten betreffende alle elementen van de kwaliteits- en veiligheidseisen van deze verordening en wanneer er sprake is van onnodige vertraging bij de vaststelling of bijwerking van op die eisen gebaseerde normen, kunnen voorlopige maatregelen tot vaststelling van uniforme voorwaarden voor de implementatie van die eisen nodig zijn. De Commissie moet derhalve de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen waarin die voorwaarden in gemeenschappelijke specificaties worden vastgesteld. Omwille van de rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat bemestingsproducten met CE-markering aan die specificaties moeten voldoen, ook al worden zij beschouwd te voldoen aan geharmoniseerde normen.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
(47)  Bemestingsproducten met CE-markering mogen slechts in de handel worden gebracht indien zij voldoende doeltreffend zijn en geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhouden wanneer zij naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt waarvoor zij bestemd zijn alsook in gebruiksomstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien, d.w.z. een gebruik dat het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag. Derhalve moeten veiligheids- en kwaliteitseisen worden vastgesteld alsook passende controlemechanismen. Bovendien mag het beoogde gebruik van bemestingsproducten met CE-markering er niet toe leiden dat levensmiddelen of diervoeders onveilig worden.
(47)  Bemestingsproducten met CE-markering mogen slechts in de handel worden gebracht indien zij voldoende doeltreffend zijn en geen risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhouden wanneer zij naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt waarvoor zij bestemd zijn alsook in gebruiksomstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien, d.w.z. een gebruik dat het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag. Derhalve moeten veiligheids- en kwaliteitseisen worden vastgesteld alsook passende controlemechanismen. Bovendien mag het beoogde gebruik van bemestingsproducten met CE-markering er niet toe leiden dat levensmiddelen of diervoeders onveilig worden.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
(49)  Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen bemestingsproducten met CE-markering die een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden. Deze procedure moet markttoezichtautoriteiten ook in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers vroegtijdig tegen dergelijke bemestingsproducten op te treden.
(49)  Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om alle belanghebbenden, onder meer op het gebied van gezondheid en consumentenzaken, te informeren over voorgenomen maatregelen tegen bemestingsproducten met CE-markering die een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden. Deze procedure moet markttoezichtautoriteiten ook in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers vroegtijdig tegen dergelijke bemestingsproducten op te treden.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
(55)  Op het gebied van recycling van afvalstoffen wordt veelbelovende technische vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld recycling van fosfor uit zuiveringsslib en de productie van bemestingsproducten op basis van dierlijke bijproducten, zoals biochar. Wanneer de productieprocessen wetenschappelijk zijn geanalyseerd en er op Unie-niveau procesvoorschriften zijn vastgesteld, moeten producten die dergelijke materialen bevatten of eruit bestaan zonder onnodige vertraging toegang krijgen tot de interne markt. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ter bepaling van bredere of bijkomende categorieën bemestingsproducten met CE-markering of bestanddelen die in aanmerking komen om voor de productie van die producten te worden gebruikt. Voor dierlijke bijproducten mogen de bestanddelencategorieën slechts worden uitgebreid of mogen er slechts bestanddelencategorieën worden toegevoegd indien een eindpunt in de productieketen is vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 1069/2009, aangezien dierlijke bijproducten waarvoor geen eindpunt is vastgesteld in alle gevallen van het toepassingsgebied van deze verordening zijn uitgesloten.
(55)  Op het gebied van recycling van afvalstoffen wordt veelbelovende technische vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld recycling van fosfor uit zuiveringsslib, zoals struviet, de productie van bemestingsproducten op basis van dierlijke bijproducten, zoals biochar, en de nuttige toepassing van fosfor na verbranding, zoals uit as verkregen producten. Wanneer de productieprocessen wetenschappelijk zijn geanalyseerd en er op Unie-niveau procesvoorschriften zijn vastgesteld, moeten producten die dergelijke materialen bevatten of eruit bestaan zonder onnodige vertraging toegang krijgen tot de interne markt. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om te bepalen of dergelijke materialen in aanmerking komen voor gebruik in de productie. Voor producten die zijn afgeleid van dierlijke bijproducten mogen de bestanddelencategorieën slechts worden uitgebreid of mogen er slechts bestanddelencategorieën worden toegevoegd indien een eindpunt in de productieketen is vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 1069/2009.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 55 bis (nieuw)
(55 bis)  Een bemestingsproduct met CE-markering mag naast nutriëntenpolymeren ook andere polymeren bevatten, hoewel dit beperkt moet blijven tot gevallen waarin de polymeer tot doel heeft de afgifte van nutriënten te reguleren of de vochtopnamecapaciteit van het bemestingsproduct met CE-markering te verhogen. Het moet mogelijk zijn innovatieve producten die dergelijke polymeren bevatten toe te laten op de interne markt. Om de risico's voor de menselijke gezondheid, de veiligheid en het milieu van andere polymeren dan nutriëntenpolymeren tot een minimum te beperken, dienen de criteria te worden vastgelegd voor hun biologische afbreekbaarheid zodat ze langs fysische en biologische weg kunnen worden afgebroken. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de criteria voor de omzetting van koolstofpolymeren in koolstofdioxide (CO2) en een testmethode inzake biologische afbreekbaarheid te bepalen.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
(56)  Bovendien moet het mogelijk zijn om onmiddellijk te reageren op nieuwe bevindingen betreffende de voorwaarden waaronder bemestingsproducten met CE-markering voldoende doeltreffend zijn en op nieuwe risicobeoordelingen betreffende de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de eisen voor de verschillende categorieën bemestingsproducten met CE-markering te wijzigen.
(56)  Bovendien moet het mogelijk zijn om onmiddellijk te reageren op nieuwe bevindingen betreffende de voorwaarden waaronder bemestingsproducten met CE-markering voldoende doeltreffend zijn en op nieuwe risicobeoordelingen betreffende de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu, met inachtneming van beoordelingen die zijn gemaakt door of in samenwerking met autoriteiten in de lidstaten. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de eisen voor de verschillende categorieën bemestingsproducten met CE-markering te wijzigen.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 57
(57)  Bij de uitoefening van die bevoegdheden is het van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
(57)  Wanneer zij gedelegeerde handelingen vaststelt zoals bepaald in deze verordening, is het van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 59 bis (nieuw)
(59 bis)  Aangezien de Unie sterk afhankelijk is van de invoer van natuurfosfaat, heeft de Commissie dit materiaal als kritieke grondstof geclassificeerd. Derhalve moet toezicht worden gehouden op de gevolgen van deze verordening voor de toegang tot de grondstofvoorraden in het algemeen, de beschikbaarheid van natuurfosfaat in het bijzonder, en in beide gevallen voor de prijzen. Na een dergelijke beoordeling en in geval van negatieve gevolgen moet de Commissie alle maatregelen nemen die zij passend acht om deze handelsverstoringen te verhelpen.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – alinea 2 – letter a
a)  dierlijke bijproducten waarop de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van toepassing zijn,
a)  dierlijke bijproducten of afgeleide producten die overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 op de markt worden aangeboden,
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)   Richtlijn 91/676/EEG;
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2 – letter b ter (nieuw)
b ter)  Richtlijn 2000/60/EG;
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 1
1)  "bemestingsproduct": een stof die of een mengsel, micro-organisme of elk ander materiaal dat, als zodanig of gemend met een ander materiaal, wordt aangebracht of bestemd is om te worden aangebracht op planten of hun rizosfeer om de planten nutriënten te verschaffen of hun voedingsefficiëntie te verbeteren;
1)  "plantenvoedingsproduct": een stof die of een mengsel, micro-organisme of elk ander materiaal dat, als zodanig of gemengd met een ander materiaal, wordt aangebracht of bestemd is om te worden aangebracht op schimmels of hun mycosfeer of op planten in elke groeifase, met inbegrip van zaden, en/of hun rizosfeer, met het doel planten of schimmels nutriënten te verschaffen of hun fysieke of biologische groeiomstandigheden of hun algemene groeikracht, opbrengst en kwaliteit te verbeteren, onder meer door het vermogen van de plant om nutriënten op te nemen te vergroten (met uitzondering van gewasbeschermingsmiddelen die onder Verordening (EG) nr. 1107/2009 vallen);
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 3
3)  "stof": een stof in de zin van artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
3)  "stof": een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 13
13)  "technische specificatie": een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan een bemestingsproduct met CE-markering moet voldoen;
13)  "technische specificatie": een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan een bemestingsproduct met CE-markering of het productieproces ervan moet voldoen;
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1
De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering die voldoen aan deze verordening niet belemmeren.
De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering die voldoen aan deze verordening niet belemmeren met betrekking tot de aspecten en risico's die onder deze verordening vallen.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)
Deze verordening belet de lidstaten niet om betreffende het gebruik van bemestingsproducten met CE-markering voorschriften te handhaven of vast te stellen die in overeenstemming zijn met de Verdragen, met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu, mits deze bepalingen geen modificatie vereisen van bemestingsproducten met CE-markering die in overeenstemming zijn met deze verordening en op voorwaarde dat zij geen invloed hebben op de voorwaarden voor het op de markt aanbieden van die producten.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   De Commissie publiceert gelijktijdig met de publicatie van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie een document met richtsnoeren waarin zij fabrikanten en markttoezichtautoriteiten duidelijke informatie geeft over hoe het etiket eruit dient te zien, geïllustreerd met voorbeelden. In deze richtsnoeren wordt ook andere relevante informatie in de zin van deel I, punt 2, onder d), van bijlage III gespecificeerd.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 3
3.  Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering waarop die documenten betrekking hebben in de handel is gebracht.
3.  Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende vijf jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering waarop die documenten betrekking hebben in de handel is gebracht.
(Dit is een horizontaal amendement met betrekking tot de termijn voor het bewaren van alle technische documentatie. Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4 – alinea 1
Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit met deze verordening van bemestingsproducten met CE-markering die in serie worden geproduceerd, te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in de productiemethode of in de kenmerken van die bemestingsproducten en met veranderingen in de geharmoniseerde normen, in de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of in andere technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van een bemestingsproduct met CE-markering is verwezen.
Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit met deze verordening van bemestingsproducten met CE-markering die in serie worden geproduceerd, te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in de kenmerken van die bemestingsproducten en met veranderingen in de geharmoniseerde normen, in de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of in andere technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van een bemestingsproduct met CE-markering is verwezen.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4 – alinea 2
Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren fabrikanten steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.
Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren fabrikanten ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten en het milieu steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan een register bij, en houden zij de distributeurs en de markttoezichtautoriteiten op de hoogte van dergelijk toezicht.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 6
6.  Fabrikanten vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. Het postadres geeft één enkele plaats aan waar de fabrikant kan worden gecontacteerd. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.
6.  Fabrikanten vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. Het postadres geeft één enkele plaats aan waar de fabrikant kan worden gecontacteerd. Dergelijke informatie wordt gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal, als bepaald door de betrokken lidstaat, en is duidelijk, begrijpelijk en leesbaar.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 7
7.  Fabrikanten zorgen ervoor dat bemestingsproducten met CE-markering overeenkomstig bijlage III zijn voorzien van een etiket, of wanneer een bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, dat de vermeldingen op het etiket zijn opgenomen in een bij het bemestingsproduct gevoegd document dat kan worden geraadpleegd voor inspectie wanneer het product in de handel wordt gebracht. De vermeldingen op het etiket worden gesteld in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat, en zijn duidelijk en begrijpelijk.
7.  Fabrikanten zorgen ervoor dat het bemestingsproduct met CE-markering overeenkomstig bijlage III is voorzien van een etiket, of, wanneer de verpakking te klein is om alle gegevens op het etiket te vermelden of het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, dat de vereiste informatie wordt verstrekt in een bij het bemestingsproduct met CE-markering gevoegd document. De uit hoofde van bijlage III vereiste informatie wordt gesteld in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat, en is duidelijk, begrijpelijk en verstaanbaar.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 10 – inleidende formule
10.  De fabrikant dient bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming voor de volgende bemestingsproducten met CE-markering een verslag in van de in bijlage IV voorgeschreven detonatieproef:
10.  De fabrikant dient bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming een verslag in van de in bijlage IV voorgeschreven detonatieproef en waarborgt dat de volgende bemestingsproducten met CE-markering in staat zijn die test te doorstaan:
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 10 – alinea 1 – letter b
b)  bemestingsproductenblends, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 7, die een onder a) bedoelde meststof bevatten.
b)  combinaties van producten uit verschillende productfunctiecategorieën, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 7, die een onder a) bedoelde meststof bevatten.
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 10 – alinea 2
Het verslag wordt ten minste vijf dagen voor die producten in de handel worden gebracht, ingediend.
Het verslag wordt ten minste vijf werkdagen voor die producten in de handel worden gebracht, ingediend. De lijst van bevoegde autoriteiten van de lidstaten wordt door de Commissie beschikbaar gemaakt op haar website.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  Importeurs brengen alleen bemestingsproducten met CE-markering in de handel die aan de gestelde eisen voldoen.
1.  Er kunnen alleen bemestingsproducten met CE-markering die aan de gestelde eisen voldoen in de Unie worden ingevoerd en in de Unie in de handel worden gebracht.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 14 heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring en de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen van artikel 6, leden 5 en 6, heeft voldaan. Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van bijlage I, II of III, brengt hij of zij het bemestingsproduct niet in de handel alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.
2.  Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 14 heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring en de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen van artikel 6, leden 5 en 6, heeft voldaan. Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van deze verordening, brengt hij of zij het bemestingsproduct niet in de handel alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
3.  Importeurs vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.
3.  Importeurs vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam, het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen en de fabrikanten uit derde landen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
4.  Importeurs zorgen ervoor dat het bemestingsproduct met CE-markering overeenkomstig bijlage III is voorzien van een etiket in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat.
4.  Importeurs zorgen ervoor dat het bemestingsproduct met CE-markering overeenkomstig bijlage III is voorzien van een etiket, of, wanneer de verpakking te klein is om alle gegevens op het etiket te vermelden of het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, dat de vereiste informatie wordt verstrekt in een bij het bemestingsproduct met CE-markering gevoegd document. De uit hoofde van bijlage III vereiste informatie wordt gesteld in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 6
6.  Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren importeurs steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.
6.  Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren importeurs ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten en het milieu steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 8
8.  Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.
8.  Importeurs houden gedurende vijf jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt. Op verzoek stellen importeurs een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van andere betrokken marktdeelnemers.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – alinea 1
Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring en de vereiste documenten, of het overeenkomstig bijlage III van een etiket is voorzien in een taal die de eindgebruikers in de lidstaat waar het bemestingsproduct met CE-markering op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen van respectievelijk artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3, hebben voldaan.
Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het vergezeld gaat van de vereiste documenten, of het overeenkomstig bijlage III van een etiket is voorzien in een taal die de eindgebruikers in de lidstaat waar het bemestingsproduct met CE-markering op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen van respectievelijk artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3, hebben voldaan. Wanneer de verpakking te klein is om alle gegevens op het etiket te vermelden of het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, controleren distributeurs of de vereiste informatie wordt verstrekt in een bij het bemestingsproduct met CE-markering gevoegd document.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – alinea 2
Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van bijlage I, II of III, biedt hij of zij het bemestingsproduct niet aan op de markt alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.
Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van deze verordening, biedt hij of zij het bemestingsproduct niet aan op de markt alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – alinea 1
Onverminderd de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, worden bemestingsproducten met CE-markering die conform zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, geacht in overeenstemming te zijn met de in de bijlagen I, II en III beschreven eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.
Bemestingsproducten met CE-markering die conform zijn met of getest zijn overeenkomstig geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de respectieve in de bijlagen I, II en III beschreven eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen ter bepaling van gemeenschappelijke specificaties waaraan moet worden voldaan om conform te zijn met de in de bijlagen I, II en III beschreven eisen die door die specificaties of delen daarvan worden bestreken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Indien een eis in bijlage I, II of III niet wordt bestreken door geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en de Commissie na een tot een of meer Europese normalisatieorganisaties gericht verzoek om de opstelling van geharmoniseerde normen voor die eis constateert dat er sprake is van onnodige vertraging bij de vaststelling van die norm, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen ter bepaling van gemeenschappelijke specificaties betreffende die eis. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
1.  De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op de bijgevoegde documenten en, wanneer het bemestingsproduct met CE-markering verpakt wordt geleverd, op de verpakking.
1.  De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering of, wanneer het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, op de bij het bemestingsproduct met CE-markering gevoegde documenten.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3 – alinea 1
De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie die betrokken is bij de conformiteitsbeoordeling die in bijlage IV, module D1, wordt beschreven.
De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie, indien dat overeenkomstig bijlage IV vereist is.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – alinea 1
Een bemestingsproduct met CE-markering dat een handeling van nuttige toepassing heeft ondergaan en dat voldoet aan de eisen van deze verordening, wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG en wordt derhalve geacht niet langer afval te zijn.
Wanneer een materiaal dat voordien afval was een handeling van nuttige toepassing heeft ondergaan, en een bemestingsproduct met CE-markering dat aan de in deze verordening gestelde eisen voldoet dit materiaal bevat of eruit bestaat, wordt dat materiaal geacht te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG en wordt het derhalve geacht niet langer afval te zijn vanaf het moment waarop de EU-conformiteitsverklaring wordt opgesteld.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2
2.  De aanmeldende lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken aangemelde instantie.
2.  De aanmeldende autoriteiten verstrekken de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken aangemelde instantie.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 3
3.  Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van bijlage I, II of III of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen, de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of andere technische specificaties, verlangt zij van die fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen certificaat.
3.  Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van bijlage I, II of III of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, verlangt zij van die fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen conformiteitscertificaat of goedkeuringsbesluit.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 4
4.  Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.
4.  Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat of goedkeuringsbesluit vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat of goedkeuringsbesluit, of trekt zij dit in.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 5
5.  Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.
5.  Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben en een bemestingsproduct met CE-markering bijgevolg nog steeds niet voldoet aan de voorschriften van deze verordening, worden de certificaten of goedkeuringsbesluiten door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 1 – letter a
a)  elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;
a)  elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten of goedkeuringsbesluiten;
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – titel
Procedure voor bemestingsproducten met CE-markering die op nationaal niveau een risico vertonen
Procedure op nationaal niveau voor bemestingsproducten met CE-markering die een risico vertonen
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1 – alinea 1
Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, voeren zij een beoordeling van het betrokken bemestingsproduct uit in het licht van de in deze verordening vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze met de markttoezichtautoriteiten samen.
Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering een risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid, het milieu of andere onder deze verordening vallende aspecten inzake de bescherming van algemene belangen, voeren zij een beoordeling van het betrokken bemestingsproduct uit in het licht van alle in deze verordening vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze met de markttoezichtautoriteiten samen.
(Dit amendement heeft tevens betrekking op een horizontale wijziging betreffende de term "onaanvaardbaar risico" (in het enkelvoud of meervoud), die gewijzigd wordt in "risico" (in het enkelvoud). Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 1 – alinea 2
Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de beoordeling vaststellen dat het bemestingsproduct met CE-markering niet aan de eisen van deze verordening voldoet, verlangen zij onverwijld van de marktdeelnemer dat hij of zij binnen een redelijke termijn alle passende corrigerende maatregelen neemt om het bemestingsproduct met deze eisen in overeenstemming te maken, het uit de handel te nemen, het terug te roepen, of om de CE-markering te verwijderen.
Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de beoordeling vaststellen dat het bemestingsproduct met CE-markering niet aan de eisen van deze verordening voldoet, verlangen zij onverwijld van de marktdeelnemer dat hij of zij alle passende corrigerende maatregelen neemt om het bemestingsproduct binnen een door die autoriteiten vast te stellen redelijke termijn die evenredig is met de aard van het risico, met deze eisen in overeenstemming te brengen, uit de handel te nemen of terug te roepen, en om de CE-markering te verwijderen.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 4 – alinea 1
Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het bemestingsproduct met CE-markering te verbieden of te beperken, dan wel het bemestingsproduct in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.
Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het bemestingsproduct met CE-markering te verbieden of te beperken, dan wel het bemestingsproduct in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen. De verplichtingen van de markttoezichtautoriteiten in dit verband beletten de lidstaten niet om regelgeving vast te stellen voor bemestingsproducten zonder CE-markering die op de markt worden aangeboden.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 5 – letter b
b)  tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 12 wordt verwezen als normen die een vermoeden van conformiteit vestigen.
b)  tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 12 wordt verwezen;
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 – lid 5 – letter b bis (nieuw)
b bis)   tekortkomingen in de gemeenschappelijke specificaties waarnaar in artikel 13 wordt verwezen.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de niet-conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de gemeenschappelijke specificaties zoals bedoeld in artikel 37, lid 5, onder b bis), stelt de Commissie onverwijld uitvoeringshandelingen vast tot wijziging of intrekking van de betrokken gemeenschappelijke specificatie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – lid 1
1.  Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 37, lid 1, vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering dat conform is met deze verordening toch een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhoudt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij of zij binnen een redelijke termijn alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het betrokken bemestingsproduct dat risico niet meer inhoudt wanneer het in de handel wordt gebracht, om het uit de handel te nemen of om het terug te roepen.
1.  Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 37, lid 1, vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering dat conform is met deze verordening toch een risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu of andere onder deze verordening vallende aspecten inzake de bescherming van algemene belangen, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij of zij binnen een door de markttoezichtautoriteit vast te stellen redelijke termijn die evenredig is met de aard van het risico alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het betrokken bemestingsproduct dat risico niet meer inhoudt wanneer het op de markt wordt aangeboden, om het uit de handel te nemen of om het terug te roepen.
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1 – letter c
c)  het bemestingsproduct met CE-markering gaat niet vergezeld van de EU-conformiteitsverklaring;
c)  er is geen EU-conformiteitsverklaring opgesteld;
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
1.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen om deze aan de technische vooruitgang aan te passen en de toegang tot de interne markt en het vrije verkeer te vergemakkelijken voor nieuwe bemestingsproducten met CE-markering
1.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen om deze aan de technische vooruitgang aan te passen, rekening houdend met producten en materialen die reeds zijn toegelaten in de lidstaten en in het bijzonder wat de productie van meststoffen uit dierlijke bijproducten en producten die zijn verkregen uit de nuttige toepassing van afval betreft, en met als doel de toegang tot de interne markt en het vrije verkeer te vergemakkelijken voor nieuwe bemestingsproducten met CE-markering
a)  waarin waarschijnlijk aanzienlijk zal worden gehandeld op de interne markt, en
a)  waarin mogelijk aanzienlijk zal worden gehandeld op de interne markt, en
b)  waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat dat zij geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden en dat zij voldoende doeltreffend zijn.
b)  waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat dat zij geen risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden en dat zij voldoende doeltreffend zijn.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Onverwijld na ... [datum van de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie overeenkomstig lid 1 gedelegeerde handelingen vast om de in bijlage II vermelde bestanddelencategorieën te wijzigen, teneinde met name dierlijke bijproducten waarvoor het eindpunt is bepaald, struviet, biochar en uit as verkregen producten toe te voegen aan die bestanddelencategorieën, en om de vereisten vast te stellen voor het opnemen van deze producten in die categorieën. Bij de vaststelling van die gedelegeerde handelingen houdt de Commissie specifiek rekening met de technologische vooruitgang op het gebied van de nuttige toepassing van nutriënten.
Amendement 345
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de datum van inwerkingtreding uit te stellen van de grenswaarde van 20 mg/kg, als bedoeld in bijlage I, deel II, Productfunctiecategorie 1 B), punt 3, onder a), 2), en bijlage I, deel II, Productfunctiecategorie 1 C) I), punt 2, onder a), 2), indien zij op basis van een grondige effectbeoordeling over aanwijzingen beschikt dat de invoering van een striktere grenswaarde de voorziening van bemestingsproducten in de Unie ernstig in het gedrang zou brengen.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 – inleidende formule
2.  Wanneer de Commissie ingevolge lid 1 bijlage II wijzigt om nieuwe micro-organismen toe te voegen aan de bestanddelencategorie voor die organismen, doet zij dat op basis van de volgende gegevens:
2.  Wanneer de Commissie bijlage II wijzigt om nieuwe stammen van micro-organismen toe te voegen aan de bestanddelencategorie voor die organismen, na te hebben gecontroleerd dat alle betrokken stammen van de bijkomende micro-organismen voldoen aan de voorwaarden van lid 1, onder b), van dit artikel, doet zij dat op basis van de volgende gegevens:
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 – letter a
a)  de naam van het micro-organisme;
a)  de naam van het micro-organisme op stamniveau;
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 – letter c
c)  historische gegevens over de veilige productie en het veilige gebruik van het micro-organisme;
c)  wetenschappelijke literatuur waarin de veilige productie en het veilige gebruik van het micro-organisme wordt beschreven;
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 – letter d
d)  het taxonomische verband met soorten micro-organismen die voldoen aan de vereisten voor een gekwalificeerd vermoeden van veiligheid (Qualified Presumption of Safety) zoals bepaald door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid;
d)  het taxonomische verband met soorten micro-organismen die voldoen aan de vereisten voor een gekwalificeerd vermoeden van veiligheid (Qualified Presumption of Safety) zoals bepaald door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, of een verwijzing naar de verklaring van overeenstemming met de relevante geharmoniseerde normen voor de veiligheid van de gebruikte micro-organismen die in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, of de verklaring van overeenstemming met de vereisten voor de veiligheidsbeoordeling van micro-organismen, als aangenomen door de Commissie indien er geen dergelijke geharmoniseerde normen voorhanden zijn;
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
Om rekening te houden met de snelle technologische vooruitgang op dat gebied stelt de Commissie uiterlijk op ... [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast tot bepaling van de criteria voor de beoordeling van micro-organismen die in plantenvoedingsproducten kunnen worden gebruikt zonder dat zij met naam in een positieve lijst worden vermeld.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)
Uiterlijk op ... [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie, overeenkomstig artikel 43, gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van bijlage II om de eindpunten in de productieketen op te nemen die zijn bepaald overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 met betrekking tot de in bestanddelencategorie 11 van bijlage II genoemde dierlijke bijproducten.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Bij de vaststelling van gedelegeerde handelingen bedoeld in lid 1 wijzigt de Commissie de bestanddelencategorie tot bepaling van de vereiste voor andere polymeren dan de in bijlage II vermelde nutriëntenpolymeren, teneinde rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke bewijzen en technologische ontwikkelingen, en bepaalt zij uiterlijk op ... [drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening] de criteria voor de omzetting van koolstofpolymeren die moeten worden omgezet in koolstofdioxide (CO2) en een respectieve testmethode inzake biologische afbreekbaarheid.
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  Bij de vaststelling van gedelegeerde handelingen bedoeld in lid 1 wijzigt de Commissie de bestanddelencategorie tot bepaling van de criteria voor de in bijlage II vermelde andere bijproducten van de industrie, teneinde rekening te houden met de bestaande productiemethoden, technologische ontwikkelingen en de meest recente wetenschappelijke bewijzen, en bepaalt zij uiterlijk op ... [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] de criteria voor bijproducten van de industrie om te worden opgenomen in de bestanddelencategorie.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – alinea 1
De lidstaten leggen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van deze regels en deze maatregelen in kennis en doen dit eveneens bij alle eventuele latere wijzigingen ervan.
De lidstaten leggen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van deze regels en deze maatregelen in kennis en doen dit eveneens bij alle eventuele latere wijzigingen ervan. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun regels inzake sancties worden gehandhaafd.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1069/2009
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
1 bis)  in lid 2 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:
"Voor afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van artikel 32 vallen en reeds op grote schaal in de lidstaten worden gebruikt voor de productie van meststoffen stelt de Commissie uiterlijk op ... [zes maanden na de inwerkingtreding van de meststoffenverordening] een dergelijk eindpunt vast."
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1107/2009
Artikel 3 – punt 34 – inleidende formule
3)   "34. "biostimulant voor planten": een product dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant te verbeteren:
"34. "biostimulant voor planten": een product dat een stof of micro-organisme bevat die c.q. dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van zijn gehalte aan nutriënten, dan wel een combinatie van deze stoffen en/of micro-organismen, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant of de rizosfeer van de plant te verbeteren:
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1107/2009
Artikel 3 – punt 34 – letter c
c)  de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas.
c)  de kwaliteit van het gewas.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1107/2009
Artikel 3 – punt 34 – letter c bis (nieuw)
c bis)   de beschikbaarheid van in de bodem of de rizosfeer vastgehouden nutriënten;
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1107/2009
Artikel 3 – punt 34 – letter c ter (nieuw)
c ter)   de afbraak van organische verbindingen in de bodem;
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EG) nr. 1107/2009
Artikel 3 – punt 34 – letter c quater (nieuw)
c quater)  humificatie;
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – titel
Overgangsbepalingen
Overgangsbepalingen, rapportage en evaluatie
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – alinea 1
De lidstaten belemmeren niet dat producten die vóór [Publications office, please insert the date of application of this Regulation] overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2003/2003 in de handel zijn gebracht als meststoffen met de aanduiding "EG-meststof", op de markt worden aangeboden. Hoofdstuk 5 is echter mutatis mutandis op die producten van toepassing.
De lidstaten belemmeren niet dat producten die vóór ... [twaalf maanden na de datum van toepassing van deze verordening] overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2003/2003 in de handel zijn gebracht als meststoffen met de aanduiding "EG-meststof", op de markt worden aangeboden. Hoofdstuk 5 is echter mutatis mutandis op die producten van toepassing.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Lidstaten die reeds een lagere grenswaarde hebben ingevoerd voor het gehalte aan cadmium (Cd) in organisch-minerale meststoffen en anorganische meststoffen, zoals vastgesteld in bijlage I, deel II, productfunctiecategorie 1 B), punt 3, onder a), en productfunctiecategorie 1 C) I), punt 2, onder a), mogen deze strengere grenswaarde behouden totdat de grenswaarde die overeenkomstig deze verordening wordt vastgesteld gelijk of lager is. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ... [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] in kennis van het bestaan van dergelijke nationale maatregelen.
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.  Uiterlijk op ... [42 maanden na de datum van toepassing van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een beoordeling van de toepassing van deze verordening en van het algemene effect ervan wat de verwezenlijking van de doelstellingen betreft, met inbegrip van het effect op kmo's. Dat verslag omvat met name:
a)  een beoordeling van de werking van de interne markt voor bemestingsproducten, met inbegrip van de conformiteitsbeoordeling en de doeltreffendheid van het markttoezicht, een analyse van de effecten van gedeeltelijke harmonisering met betrekking tot productie, gebruikspatronen en handelsstromen van bemestingsproducten met CE-markering en bemestingsproducten die volgens de nationale regels in de handel worden gebracht;
b)  een beoordeling van de toepassing van beperkingen op de gehalten aan contaminanten als vastgelegd in bijlage I bij deze verordening, eventuele beschikbare nieuwe wetenschappelijke informatie met betrekking tot de toxiciteit en carcinogeniteit van contaminanten, met inbegrip van de risico's van uraniumcontaminatie in bemestingsproducten;
c)  een beoordeling van de ontwikkelingen op het gebied van cadmiumverwijderingstechnologieën en de effecten, schaal en kosten daarvan doorheen de waardeketen, alsook het afvalbeheer met betrekking tot cadmium dat hiermee verband houdt; en
d)  een beoordeling van de effecten op de handel in het betrekken van grondstoffen, met inbegrip van de beschikbaarheid van natuurfosfaat.
In het verslag wordt terdege rekening gehouden met technologische vooruitgang en innovatie, alsook met normalisatieprocessen die van invloed zijn op de productie en het gebruik van bemestingsproducten. In voorkomend geval gaat het uiterlijk op ... [vijf jaar na de datum van toepassing van deze verordening] vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
Uiterlijk op ... [twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] legt de Commissie een evaluatie voor van de wetenschappelijke gegevens voor de vaststelling van de agronomische en milieucriteria ter bepaling van einde-dierlijkemestcriteria om de prestaties te kunnen beschrijven van producten die verwerkte dierlijke mest bevatten of hieruit bestaan.
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1 quater (nieuw)
1 quater.  Uiterlijk op ... [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de verordening] voert de Commissie een evaluatie uit van de conformiteitsbeoordelingsprocedure voor micro-organismen.
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – alinea 2
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.
Zij is van toepassing met ingang van … [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], met uitzondering van de artikelen 19 tot en met 35, die van toepassing zijn met ingang van ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], en de artikelen 13, 41, 42, 43 en 45, die van toepassing zijn met ingang van … [de dag van de inwerkingtreding van deze verordening].
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel I – punt 1 – letter C bis (nieuw)
C bis. Meststof met laag koolstofgehalte
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel I – punt 5 – letter A – punt I bis (nieuw)
I bis. Denitrificatieremmer
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – punt 4
4.  Indien het bemestingsproduct met CE-markering een stof bevat waarvoor maximumresidugehalten voor levensmiddelen en diervoeders zijn vastgesteld overeenkomstig
Schrappen
(a)  Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad32,
(b)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad33,
(c)  Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad34, of
(d)  Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad35,
mag het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering zoals gespecificeerd in de gebruiksaanwijzing niet leiden tot een overschrijding van die maximumresidugehalten in levensmiddelen of diervoeders.
__________________
32 Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1).
33Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
34Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11).
35Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10).
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – punt 4 bis (nieuw)
4 bis.  Ingrediënten waarvoor een aanvraag voor goedkeuring of hernieuwde goedkeuring is ingediend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009, maar die niet zijn opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, worden niet gebruikt in bemestingsproducten indien zij daarin niet zijn opgenomen op grond van artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) – punt 1
1.  Een organische meststof bevat
1.  Een organische meststof bevat
—  koolstof (C) en
—  organische koolstof (Corg) en
—  nutriënten
—  nutriënten
van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
van uitsluitend biologische oorsprong, zoals turf, met inbegrip van leonardiet, ligniet en uit deze materialen verkregen stoffen, maar met uitzondering van andere materialen die zijn gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) – punt 2 – bolletje 1
—  cadmium (Cd) 1,5 mg/kg vaste stof,
—  cadmium (Cd) 1,0 mg/kg vaste stof,
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) – punt 2 – bolletje 6
—  biureet (C2H5N3O2) 12 g/kg vaste stof.
—  biureet (C2H5N3O2) onder de detectiegrens.
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

3.  Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

Amendement

3.  Pathogenen mogen in de organische meststof niet voorkomen in een concentratie die hoger ligt dan de respectieve grenswaarden in onderstaande tabel:

Te testen micro-organisme

Steekproefplannen

Grenswaarde

 

n

c

m

M

Salmonella spp.

5

0

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Escherichia coli of Enterococcaceae

5

5

0

1 000 in 1 g of 1 ml

n = aantal te testen monsters,

c = aantal monsters waarbij het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, mag liggen tussen m en M,

m = drempelwaarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, dat als bevredigend wordt beschouwd,

M = maximale waarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve.

De parasieten Ascaris spp. en Toxocara spp. in alle fasen van hun ontwikkeling mogen niet voorkomen in 100 g of 100 ml organische meststof.

Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) I) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten: stikstof (N), fosforpentoxide (P2O5) of kaliumoxide (K2O).
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  Indien het bemestingsproduct met CE-markering meer dan één nutriënt bevat, bevat het de aangegeven primaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de hieronder vermelde minimumwaarden: □
2,5 massaprocent totaal stikstof (N), of 2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of 2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O), en
6,5 massaprocent totale som nutriënten.
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten: stikstof (N), fosforpentoxide (P2O5) of kaliumoxide (K2O).
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 – inleidende formule
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven primaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 – bolletje 1
—  2 massaprocent totaal stikstof (N),
—  1 massaprocent totaal stikstof (N), en/of
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 – bolletje 2
—  1 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of
—  2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 – bolletje 3
—  2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).
—  1 (één) massaprocent totaal kaliumoxide (K2O) en
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 – bolletje 3 bis (nieuw)
—  6,5 massaprocent totale som nutriënten.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 A) II) – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  Indien het bemestingsproduct met CE-markering meer dan één nutriënt bevat, bevat het de aangegeven primaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de hieronder vermelde minimumwaarden: □
2 massaprocent totaal stikstof (N), of 1 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of 2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O), en
5 massaprocent totale som primaire nutriënten.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) – punt 1
1.  Een organisch-minerale meststof is een gecombineerde formulering van
1.  Een organisch-minerale meststof is een gecombineerde formulering van
–  een of meer anorganische meststoffen, zoals gespecificeerd in productfunctiecategorie 1 C), en
–  een of meer minerale meststoffen, zoals gespecificeerd in productfunctiecategorie 1 C), en
–  een materiaal dat
–  organische koolstof (C) en
–  een of meer materialen die
–  organische koolstof (Corg) en
–  nutriënten bevat van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
–  nutriënten bevatten van uitsluitend biologische oorsprong, zoals turf, met inbegrip van leonardiet, ligniet en uit deze materialen verkregen stoffen, maar met uitzondering van andere materialen die zijn gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
Amendement 343
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) – punt 3 – letter a – punt 2 – bolletjes 2 en 3
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring six years after the date of application of this Regulation]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring twelve years after the date of application of this Regulation]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring sixteen years after the date of application of this Regulation]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

4.  Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

Amendement

4.  Pathogenen mogen in de organisch-minerale meststof niet voorkomen in een concentratie die hoger ligt dan de respectieve grenswaarden in onderstaande tabel:

Te testen micro-organisme

Steekproefplannen

Grenswaarde

 

n

c

m

M

Salmonella spp.

5

0

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Escherichia coli of Enterococcaceae

5

5

0

1 000 in 1 g of 1 ml

n = aantal te testen monsters,

c = aantal monsters waarbij het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, mag liggen tussen m en M,

m = drempelwaarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, dat als bevredigend wordt beschouwd,

M = maximale waarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve.

De parasieten Ascaris spp. en Toxocara spp. in alle fasen van hun ontwikkeling mogen niet voorkomen in 100 g of 100 ml organisch-minerale meststof.

Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) I) – punt 2 – bolletje 2
—  2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of
—  1 massaprocent in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5), of
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1B)I) – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  Indien het bemestingsproduct met CE-markering meer dan één nutriënt bevat, bevat het de aangegeven primaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de hieronder vermelde minimumwaarden:
2,5 massaprocent totaal stikstof (N), waarvan 1 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering organische stikstof (N) is, of 2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of 2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O), en
6,5 massaprocent totale som primaire nutriënten.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) I) – punt 4
4.  Elke eenheid van het bemestingsproduct met CE-markering bevat het organisch materiaal en de nutriënten in de aangegeven gehaltes.
4.  Elke eenheid van het bemestingsproduct met CE-markering bevat organisch koolstof en alle nutriënten in de aangegeven gehaltes. Onder "eenheid" wordt verstaan: een onderdeel van het product, zoals korrels, pellets enz.
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) II) – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  Wanneer het product meer dan één nutriënt bevat, zijn de volgende minimumhoeveelheden aanwezig:
–  1 massaprocent totaal stikstof (N), of
–  1 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of
–  1 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).
waarbij de som van de nutriënten ten minste 4 % is.
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 B) II) – punt 3
3.  Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 3 massaprocent.
3.  Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 1 massaprocent.
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) – punt 1
1.   Een anorganische meststof is een meststof anders dan een organische of organisch-minerale meststof.
1.   Een minerale meststof is een meststof die nutriënten in minerale vorm of tot minerale vorm verwerkte nutriënten van dierlijke of plantaardige oorsprong bevat. Het gehalte organische koolstof (Corg) in het bemestingsproduct met CE-markering mag niet meer dan 1 massaprocent bedragen. Dit sluit koolstof uit die afkomstig is van bedekkingsmiddelen die voldoen aan de eisen van bestanddelencategorie 9 en 10 en agronomische toevoegingsmiddelen die voldoen aan de eisen van productfunctiecategorie 5 en bestanddelencategorie 8.
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.  Fosforhoudende meststoffen moeten aan ten minste één van de volgende minimale oplosbaarheidsniveaus voldoen om beschikbaar te zijn voor de planten (zo niet kunnen zij niet als fosforhoudende meststof worden aangemerkt):
–  oplosbaarheid in water: minimaal 40 % van het totale gehalte P, of
–  oplosbaarheid in neutraal ammoniumcitraat: minimaal 75 % van het totale gehalte P, of
–  oplosbaarheid in mierenzuur (alleen voor zacht natuurfosfaat): minimaal 55 % van het totale gehalte P.
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) – punt 1 ter (nieuw)
1 ter.  Het totale aan te geven stikstofgehalte is de som van ammoniumstikstof, nitraatstikstof, ureumstikstof, stikstof uit methyleenureum, isobutylideendiureumstikstof en crotonylideendiureumstikstof. Het aan te geven fosforgehalte komt overeen met het fosfor in fosfaatvorm. Hieraan kunnen overeenkomstig artikel 42, lid 1, na een wetenschappelijk onderzoek nieuwe vormen worden toegevoegd.
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) – punt 1
1.  Een anorganische macronutriëntenmeststof is bedoeld om planten van een of meer van de volgende macronutriënten te voorzien: stikstof (N), fosfor (P), kalium (K), magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S) of natrium (Na).
1.  Een minerale macronutriëntenmeststof is bedoeld om planten van een of meer van de volgende macronutriënten te voorzien:
(a)  primair: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K);
(b)  secundair: magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S) of natrium (Na).
Amendement 344
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) – punt 2 – letter a – punt 2 – bolletjes 2 en 3
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en
—   met ingang van [zes jaar na de datum van toepassing van deze verordening]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en
—   met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring twelve years after the date of application of this Regulation]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),
—   met ingang van [zestien jaar na de datum van toepassing van deze verordening]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 1
1.  Een enkelvoudige vaste anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van niet meer dan één nutriënt.
1.  Een enkelvoudige vaste minerale macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van:
(a)   niet meer dan één primaire nutriënt (stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K)), of
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 1 – letter b (nieuw)
(b)   niet meer dan één secundaire nutriënt (magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S) en natrium (Na)).
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.   Een enkelvoudige vaste minerale macronutriëntenmeststof met een aangegeven gehalte van niet meer dan één primaire nutriënt kan één of meer secundaire nutriënten bevatten.
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 2 – inleidende formule
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat één van de volgende aangegeven nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat primaire en/of secundaire aangegeven nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 2 – bolletje 2
—  12 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),
—  12 massaprocent in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbare fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 2 – bolletje 7
—  1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
—  3 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 1
1.  Een samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één nutriënt.
1.  Een samengestelde vaste minerale macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één primaire en/of secundaire nutriënt.
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i) – punt 2 – inleidende formule
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de aangegeven primaire en/of secundaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 2
—  3 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),
—  5 massaprocent totaal in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 3
–  3 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),
–  5 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 4
—  1,5 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),
—  2 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 5
—  1,5 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),
—  2 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 6
—  1,5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of
—  5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3),
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii) – punt 2 – bolletje 7
—  1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
—  3 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I)a)i-ii)A) – punt 5 – bolletje 1
—  na vijf temperatuurcycli zoals beschreven in rubriek 4.2 van module A1 in bijlage IV,
—  na vijf temperatuurcycli zoals beschreven in rubriek 4.2 van module A1 in bijlage IV, in het kader van proeven vóór het in de handel brengen,
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 1
1.  Een enkelvoudige vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van niet meer dan één nutriënt.
1.  Een enkelvoudige vloeibare minerale macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van:
(a)   niet meer dan één primaire nutriënt
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 1 – letter b (nieuw)
(b)   niet meer dan één secundaire nutriënt.
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.   Een enkelvoudige vloeibare minerale macronutriëntenmeststof met een aangegeven gehalte van niet meer dan één primaire nutriënt kan één of meer secundaire nutriënten bevatten.
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 2 – inleidende formule
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat één van de volgende aangegeven nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat aangegeven primaire en/of secundaire nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 2 – bolletje 2
—  5 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),
—  5 massaprocent totaal in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 2 – bolletje 6
—  5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of
—  5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3),
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i) – punt 2 – bolletje 7
—  1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
—  tussen de 0,5 en 5 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 1
1.  Een samengestelde vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één nutriënt.
1.  Een samengestelde vloeibare minerale macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één primaire en/of secundaire nutriënt.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – inleidende formule
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
2.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de aangegeven primaire en/of secundaire nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 1
—  1,5 massaprocent totaal stikstof (N),
—  3 massaprocent totaal stikstof (N), of
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 2
—  1,5 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),
—  1,5 massaprocent totaal in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5),
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 3
—  1,5 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),
—  3 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O), of
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 4
—  0,75 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),
—  1,5 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO), of
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 5
—  0,75 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),
—  1,5 massaprocent totaal calciumoxide (CaO), of
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii) – punt 2 – bolletje 6
—  0,75 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of
—  1,5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3),
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) II) – punt 1
1.  Een anorganische micronutriëntenmeststof is een anorganische meststof, anders dan een macronutriëntenmeststof, bedoeld om planten van een of meer van de volgende nutriënten te voorzien: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) of zink (Zn).
1.  Een anorganische micronutriëntenmeststof is een anorganische meststof, anders dan een macronutriëntenmeststof, bedoeld om planten van een of meer van de volgende nutriënten te voorzien: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo), seleen (Se), silicium (Si) of zink (Zn).
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 1 C bis) (nieuw)
Productfunctiecategorie 1 C bis): MESTSTOF MET LAAG KOOLSTOFGEHALTE
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering wordt aangeduid met de term meststof met laag koolstofgehalte als het meer dan 1 % organische koolstof (Corg) bevat en maximaal 15 % organische koolstof (Corg).
2.  Koolstof in calciumcyaanamide en in ureum en in condensatie- en associatieproducten daarvan vallen niet onder organische koolstof ten behoeve van die definitie.
3.  De specificaties vast/vloeibaar, enkelvoudig/samengesteld en macronutriënt/micronutriënt voor meststoffen uit productfunctiecategorie 1 C) gelden voor de doeleinden van deze categorie.
4.  Producten die worden verkocht in het kader van productfunctiecategorie 1 C bis) voldoen aan de in bijlage I beschreven contaminantenwaarden die zijn vastgesteld voor organische of organisch-minerale meststoffen in alle gevallen waarin productfunctiecategorie 1 C) geen grenswaarden bevat voor die contaminanten.
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 2 – punt 1
1.  Een kalkmeststof is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om de zuurtegraad van de bodem te corrigeren en oxiden, hydroxiden, carbonaten of silicaten van de nutriënten calcium (Ca) of magnesium (Mg) bevat.
1.  Een kalkmeststof is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om de zuurtegraad van de bodem te corrigeren en oxiden, hydroxiden, carbonaten of/en silicaten van de nutriënten calcium (Ca) of magnesium (Mg) bevat.
Amendement 398
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 2 – punt 3
3.  Er moet worden voldaan aan de volgende parameters, zoals vastgesteld voor de droge stof:
3.  Er moet worden voldaan aan de volgende parameters, zoals vastgesteld voor de droge stof:
–  minimale neutraliserende waarde: 15 (equivalent CaO) of 9 (equivalent HO-), en
–  minimale neutraliserende waarde: 15 (equivalent CaO) of 9 (equivalent HO-), en
–  minimale reactiviteit: 10 % of 50 % na 6 maanden (incubatietest).
–  minimale reactiviteit: 10 % of 50 % na 6 maanden (incubatietest), en
–  minimale korrelgrootte: 70 % < 1 mm, uitgezonderd ongebluste kalk, gegranuleerde kalkmeststof en kalk (=70 % van de korrelgrootte mag door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan).
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 – punt 1
Een bodemverbeteraar is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om aan de bodem te worden toegevoegd teneinde de fysische of chemische eigenschappen, de structuur of de biologische activiteit daarvan in stand te houden, te verbeteren of te beschermen.
Een bodemverbeteraar is een materiaal, met inbegrip van mulch, dat in situ aan de bodem wordt toegevoegd, in eerste instantie om de fysische eigenschappen ervan in stand te houden of te verbeteren, en dat de chemische en/of biologische eigenschappen of activiteit van die bodem kan verbeteren.
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste 15 % materiaal van biologische oorsprong.
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 A) – punt 1
1.  Een organische bodemverbeteraar bestaat geheel uit materiaal van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
1.  Een organische bodemverbeteraar bestaat geheel uit materiaal van uitsluitend biologische oorsprong, met inbegrip van turf, leonardiet, ligniet en daaruit verkregen humusstoffen, maar met uitzondering van andere materialen die zijn gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 A) – punt 2 – bolletje 2
—  zeswaardig chroom (Cr(VI)) 2 mg/kg vaste stof,
—  zeswaardig chroom (Cr(VI)) 1 mg/kg vaste stof,
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 A) – punt 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

(a)  mag Salmonella spp. niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering;

Amendement

(a)  mogen pathogenen in de organische bodemverbeteraar niet voorkomen in een concentratie die hoger ligt dan de respectieve grenswaarden in onderstaande tabel:

Te testen micro-organisme

Steekproefplannen

Grenswaarde

 

n

c

m

M

Salmonella spp.

5

0

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Escherichia coli of Enterococcaceae

5

5

0

1 000 in 1 g of 1 ml

n = aantal te testen monsters,

c = aantal monsters waarbij het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, mag liggen tussen m en M,

m = drempelwaarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, dat als bevredigend wordt beschouwd,

M = maximale waarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve.

De parasieten Ascaris spp. en Toxocara spp. in alle fasen van hun ontwikkeling mogen niet voorkomen in 100 g of 100 ml organische bodemverbeteraar.

Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 3 B) – punt 1
1.  Een anorganische bodemverbeteraar is een bodemverbeteraar anders dan een organische bodemverbeteraar.
1.  Een anorganische bodemverbeteraar is een bodemverbeteraar anders dan een organische bodemverbeteraar, en omvat ook mulchfolies. Een biologisch afbreekbare mulchfolie is een biologisch afbreekbare polymeerfolie die met name voldoet aan de eisen van de punten 2 bis en 3 van bestanddelencategorie 10 in bijlage II en is bedoeld om in situ op de bodem te worden aangebracht om de structuur ervan te beschermen, de groei van onkruid tegen te gaan, het vochtverlies in de bodem te beperken of erosie te voorkomen.
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 4 – punt 1
1.  Een groeimedium is een materiaal, anders dan bodem, bedoeld om als substraat voor wortelvorming te dienen.
1.  Een groeimedium is een materiaal, anders dan bodem in situ, waarin planten en paddenstoelen worden geteeld.
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 4 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

3.   Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

Amendement

3.  Pathogenen mogen in het groeimedium niet voorkomen in een concentratie die hoger ligt dan de respectieve grenswaarden in onderstaande tabel:

Te testen micro-organisme

Steekproefplannen

Grenswaarde

 

n

c

m

M

Salmonella spp.

5

0

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Escherichia coli of Enterococcaceae

5

5

0

1 000 in 1 g of 1 ml

n = aantal te testen monsters,

c = aantal monsters waarbij het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, mag liggen tussen m en M,

m = drempelwaarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve, dat als bevredigend wordt beschouwd,

M = maximale waarde voor het aantal bacteriën, uitgedrukt in kve.

De parasieten Ascaris spp. en Toxocara spp. in alle fasen van hun ontwikkeling mogen niet voorkomen in 100 g of 100 ml groeimedium.

Amendement 188
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 5 – punt 1
Een agronomisch toevoegingsmiddel is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om aan een product dat planten van nutriënten voorziet te worden toegevoegd, teneinde de afgiftepatronen van de nutriënten in dat product te verbeteren.
Een agronomisch toevoegingsmiddel is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om te worden toegevoegd aan een product, hetgeen een bewezen effect heeft op de omzetting of de beschikbaarheid voor planten van verschillende vormen minerale of gemineraliseerde nutriënten, of beide, of dat moet worden toegevoegd aan de bodem teneinde de opname van nutriënten door planten te verbeteren of het verlies van nutriënten te beperken.
Amendement 193
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 5 A) I bis) (nieuw)
Productfunctiecategorie 5 A) I bis): denitrificatieremmer
1.  Een denitrificatieremmer is een remmer die de vorming van distikstofoxide (N2O) beperkt door de omzetting van nitraat (NO3-) in distikstof (N2) te vertragen of te blokkeren, zonder invloed uit te oefenen op het nitrificatieproces als beschreven in productfunctiecategorie 5 A) I). Dit draagt ertoe bij dat er meer nitraat beschikbaar wordt voor de plant en de N2O-emissies worden beperkt.
2.  De doeltreffendheid van deze methode kan worden beoordeeld door de distikstofoxide-emissies te meten in gasmonsters die zijn verzameld in een geschikt meettoestel en door de hoeveelheid N2O in dat monster te meten in een gaschromatograaf. Bij de beoordeling wordt tevens het watergehalte van de bodem genoteerd.
Amendement 202
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 – punt 1 – inleidende formule
1.  Een biostimulant voor planten is een bemestingsproduct met CE-markering dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant te verbeteren:
1.  Een biostimulant voor planten is een bemestingsproduct met CE-markering dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant en de rizosfeer of de fyllosfeer van de plant te verbeteren:
Amendement 203
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 – punt 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  de beschikbaarheid van in de bodem en de rizosfeer vastgehouden nutriënten,
Amendement 204
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 – punt 1 – letter c ter (nieuw)
(c ter)  humificatie,
Amendement 205
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 – punt 1 – letter c quater (nieuw)
(c quater)  de afbraak van organische verbindingen in de bodem.
Amendement 206
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 – punt 2 – bolletje 1
—  cadmium (Cd) 3 mg/kg vaste stof,
—  cadmium (Cd) 1,5 mg/kg vaste stof,
Amendement 208
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 1
1.  Een microbiële biostimulant voor planten bestaat uitsluitend uit een micro-organisme of een consortium van micro-organismen zoals bedoeld in bestanddelencategorie 7 in bijlage II.
1.  Een microbiële biostimulant voor planten bestaat uit:
(a)   een micro-organisme of een consortium van micro-organismen zoals bedoeld in bestanddelencategorie 7 in bijlage II;
(b)  andere micro-organismen of een ander consortium van micro-organismen dan die bedoeld onder a) van dit punt. Ze kunnen als bestanddelencategorieën worden gebruikt voor zover zij aan de in bestanddelencategorie 7 van bijlage II vastgestelde vereisten voldoen.
Amendement 209
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

3.   Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

Amendement

3.   Pathogenen mogen in de microbiële biostimulant voor planten niet voorkomen in een concentratie die hoger ligt dan de respectieve grenswaarden in onderstaande tabel:

Micro-organismen/toxinen en metabolieten daarvan

Steekproefplannen

Grenswaarde

 

n

c

 

Salmonella spp.

5

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Escherichia coli

5

0

Afwezig in 1 g of 1 ml

Listeria monocytogenes

5

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Vibrio spp.

5

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Shigella spp.

5

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Staphylococcus aureus

5

0

Afwezig in 25 g of 25 ml

Enterococcaceae

5

2

10 kve/g

Anaeroob kiemgetal, tenzij de microbiële biostimulant een aerobe bacterie is

5

2

105 kve/g of ml

Telling van gisten en schimmels, tenzij de microbiële biostimulant een schimmel is

5

2

1 000 kve/g of ml

waarbij n = aantal eenheden van de steekproef; c = aantal steekproefeenheden met waarden boven de gedefinieerde grenswaarde.

Amendement 210
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 4
4.  Escherichia coli mag niet voorkomen in een monster van 1 g of 1 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 211
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 5
5.  Enterococcaceae mogen niet in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in grotere hoeveelheden dan 10 kve/g verse massa.
Schrappen
Amendement 212
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 6
6.  Listeria monocytogenes mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 213
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 7
7.  Vibrio spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 214
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 8
8.  Shigella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 215
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 9
9.  Staphylococcus aureus mag niet voorkomen in een monster van 1 g of 1 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 216
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 10
10.  Het aeroob kiemgetal bedraagt ten hoogste 105 kve/g of ml monster van het bemestingsproduct met CE-markering, tenzij de microbiële biostimulant een aerobe bacterie is.
Schrappen
Amendement 217
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 12 – alinea 2
moet de biostimulant voor planten een pH van 4 of hoger hebben.
Schrappen
Amendement 218
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 6 A) – punt 13
13.  De houdbaarheidstermijn van de microbiële biostimulant voor planten bedraagt ten minste 6 maanden onder de op het etiket vermelde opslagomstandigheden.
Schrappen
Amendement 219
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel II – Productfunctiecategorie 7– punt 3 – inleidende formule
3.  Door het blenden mag de aard van elk samenstellend bemestingsproduct niet worden gewijzigd
3.  Door het blenden mag de functie van elk samenstellend bemestingsproduct niet worden gewijzigd
Amendement 220
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel I – Bestanddelencategorie 11 bis (nieuw)
Bestanddelencategorie 11 bis: andere bijproducten van de industrie
Amendement 221
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 1 – punt 1 – inleidende formule
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag stoffen en mengsels bevatten anders dan39
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag stoffen en mengsels, met inbegrip van technische toevoegingsmiddelen, bevatten anders dan39
__________________
__________________
39 De uitsluiting van een materiaal uit bestanddelencategorie 1 verhindert niet dat het als bestanddeel in aanmerking kan komen krachtens een andere bestanddelencategorie waarvoor andere eisen gelden. Zie bijvoorbeeld bestanddelencategorie 11 betreffende dierlijke bijproducten, de bestanddelencategorieën 9 en 10 betreffende polymeren en bestanddelencategorie 8 betreffende agronomische toevoegingsmiddelen.
39 De uitsluiting van een materiaal uit bestanddelencategorie 1 verhindert niet dat het als bestanddeel in aanmerking kan komen krachtens een andere bestanddelencategorie waarvoor andere eisen gelden. Zie bijvoorbeeld bestanddelencategorie 11 betreffende dierlijke bijproducten, de bestanddelencategorieën 9 en 10 betreffende polymeren en bestanddelencategorie 8 betreffende agronomische toevoegingsmiddelen.
Amendement 222
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 1 – punt 1 – letter b
(b)  bijproducten in de zin van Richtlijn 2008/98/EG,
(b)  bijproducten in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, met uitzondering van bijproducten die geregistreerd zijn overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006, anders dan de bijproducten die vallen onder de in punt 5 van bijlage V bij die verordening vastgelegde vrijstellingen van de registratieplicht,
Amendement 223
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 1 – punt 1 – letter e
(e)  polymeren, of
(e)  polymeren, met uitzondering van de polymeren die worden gebruikt in groeimedia die niet in aanraking komen met de bodem, of
Amendement 228
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 2 – punt 1
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag planten, delen van planten of plantenextracten bevatten die geen andere bewerking hebben ondergaan dan snijden, fijnmaken, centrifugeren, persen, drogen, vriesdrogen of extraheren met water.
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag planten, delen van planten of plantenextracten bevatten die geen andere bewerking hebben ondergaan dan snijden, fijnmaken, centrifugeren, zeven, malen, persen, drogen, vriesdrogen, bufferen, extruderen, bestralen, behandelen door bevriezing, zuiveren door verhitting, extraheren met water of een andere bereiding/bewerking die niet tot gevolg heeft dat de uiteindelijke stof moet worden geregistreerd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006.
Amendement 229
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 2 – punt 2
2.  Voor de toepassing van punt 1 hierboven worden algen geacht tot de planten te behoren, maar blauwwieren niet.
2.  Voor de toepassing van punt 1 hierboven worden algen geacht tot de planten te behoren, met uitzondering van blauwwieren die cyanotoxinen produceren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels als gevaarlijk zijn aangemerkt.
Amendement 230
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – inleidende formule
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag compost bevatten die is verkregen uit aerobe compostering van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag compost, een vloeibaar of niet-vloeibaar microbieel of niet-microbieel extract van compost bevatten die is verkregen uit aerobe compostering en de mogelijke daaropvolgende vermenigvuldiging van de van nature erin voorkomende microben van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:
Amendement 231
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – letter b
(b)  dierlijke bijproducten van de categorieën 2 en 3 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;
(b)  van dierlijke bijproducten afgeleide producten als bedoeld in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 waarvoor het eindpunt in de productieketen is vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van die verordening;
Amendement 232
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – letter c – inleidende formule
c)  levende of dode organismen of delen daarvan, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht, door oplossing in water, door flotatie, door extractie met water, door stoomdistillatie, of door verhitting uitsluitend om water te onttrekken, of die met enig hulpmiddel aan de lucht zijn onttrokken, met uitzondering van
c)  levende of dode organismen of delen daarvan, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht, door oplossing in water, door flotatie, door extractie met water, met uitzondering van
Amendement 233
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – letter c – bolletje 2
—  zuiveringsslib, industrieel slib, of baggerslib, en
—  zuiveringsslib, industrieel slib (met uitzondering van niet-consumeerbare voedselresten, voeder en planten die verband houden met agrobrandstoffen), of baggerslib, en
Amendement 238
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – letter e bis (nieuw)
(e bis)  onbewerkte en mechanisch bewerkte residuen van de levensmiddelenindustrie, met uitzondering van residuen van industrieën die dierlijke bijproducten gebruiken overeenkomstig Richtlijn (EG) nr. 1069/2009.
Amendement 239
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 1 – letter e ter (nieuw)
(e ter)  materialen die voldoen aan bestanddelencategorieën 2, 3, 4, 5, 6 en 11.
Amendement 240
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 2 – bolletje 1
–  waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en
–  waar productlijnen voor de verwerking van de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen duidelijk worden gescheiden van productlijnen voor de verwerking van andere dan de in punt 1 bedoelde uitgangsmaterialen, en
Amendement 241
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 3 – punt 6 – letter a – bolletje 2
—  criterium: maximaal 25 mmol O2/kg organisch materiaal/h; of
—  criterium: maximaal 50 mmol O2/kg organisch materiaal/h; of
Amendement 242
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 4 – titel
Bestanddelencategorie 4: digestaat van energiegewassen
Bestanddelencategorie 4: digestaat van energiegewassen en plantaardig bioafval
Amendement 247
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 4 – punt 1 – letter c
(c)  een onder a) of b) bedoeld materiaal dat in een eerder stadium is vergist.
(c)  een onder a) of b) bedoeld materiaal dat in een eerder stadium is vergist zonder sporen van aflatoxinen.
Amendement 248
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 4 – punt 2 – bolletje 1
—  waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en
—  waar productlijnen voor de verwerking van de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen duidelijk worden gescheiden van productlijnen voor de verwerking van andere dan de in punt 1 bedoelde uitgangsmaterialen, en
Amendement 249
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 4 – punt 3 – letter b
(b)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur);
(b)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces dat pasteurisatie omvat als omschreven in bijlage V, hoofdstuk 1, afdeling 1, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie1 bis;
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).
Amendement 250
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 4 – punt 3 – letter d
d)  mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur); of
d)  mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces dat pasteurisatie omvat als omschreven in bijlage V, hoofdstuk 1, afdeling 1, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011; of
Amendement 251
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 1 – letter c – bolletje 2
—  zuiveringsslib, industrieel slib, of baggerslib,
—  zuiveringsslib, industrieel slib anders dan vermeld onder e bis), of baggerslib, en
Amendement 255
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 1 – letter e – inleidende formule
(e)  een onder a) tot en met d) vermeld materiaal dat
(e)  een onder a) tot en met d) vermeld materiaal zonder aflatoxinen dat
Amendement 256
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 1 – letter e bis (nieuw)
(e bis)  onbewerkte en mechanisch bewerkte residuen van de levensmiddelenindustrie, met uitzondering van residuen van industrieën die dierlijke bijproducten gebruiken overeenkomstig Richtlijn (EG) nr. 1069/2009.
Amendement 257
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 1 – letter e ter (nieuw)
(e ter)  materialen die voldoen aan bestanddelencategorieën 2, 3, 4, 5, 6 en 11.
Amendement 258
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 2 – bolletje 1
—  waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en
—  waar productlijnen voor de verwerking van de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen duidelijk worden gescheiden van productlijnen voor de verwerking van andere dan de in punt 1 bedoelde uitgangsmaterialen, en
Amendement 259
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 3 – letter a
(a)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C gedurende minstens 24 uur en een hydraulische verblijftijd van ten minste 20 dagen;
(a)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C gedurende minstens 24 uur en een hydraulische verblijftijd van ten minste 20 dagen, gevolgd door een analyse om te controleren of de ziekteverwekkers bij het vergistingsproces daadwerkelijk zijn vernietigd;
Amendement 260
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 3 – letter b
(b)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur);
(b)  thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces dat pasteurisatie omvat als omschreven in bijlage V, hoofdstuk 1, afdeling 1, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011;
Amendement 261
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 5 – punt 3 – letter d
d)  mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur); of
d)  mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces dat pasteurisatie omvat als omschreven in bijlage V, hoofdstuk 1, afdeling 1, punt 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011; of
Amendement 262
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 6 – punt 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  perskoeken van olijven, d.w.z. een stroperig bijproduct dat afkomstig is uit het persen van olijven en dat wordt verkregen door een behandeling van de vochtige olijfdroesem met organische oplosmiddelen in twee (alperujo) of drie (orujo) fasen.
Amendement 263
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 6 – punt 1 – letter c ter (nieuw)
(c ter)   bijproducten van de diervoederindustrie die zijn opgenomen in de catalogus van afzonderlijke voedermiddelen van Verordening (EU) nr. 68/2013,
Amendement 264
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 6 – punt 1 – letter c quater (nieuw)
(c quater)  elk ander materiaal of elke andere stof dat c.q. die is goedgekeurd voor verwerking in levensmiddelen of diervoeder.
Amendement 269
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 6 – punt 2 – alinea 2 bis (nieuw)
Het gehalte aan aflatoxinen moet in alle stoffen onder de detectiegrens liggen.
Amendement 270
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 7 – punt 1 – bolletje 1
—  geen andere bewerking dan drogen of vriesdrogen hebben ondergaan en
Schrappen
Amendement 271
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 8 – punt 1
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag een stof of een mengsel bevatten, bedoeld ter verbetering van de afgiftepatronen van de nutriënten in het bemestingsproduct, maar uitsluitend indien is aangetoond dat die stof of dat mengsel aan de eisen van deze verordening voor een product van productfunctiecategorie 5 van bijlage I voldoet, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure die op een dergelijk agronomisch toevoegingsmiddel van toepassing is.
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag een stof of een mengsel bevatten (met inbegrip van technische toevoegingsmiddelen zoals antiklontermiddelen, schumwerende middelen, stofwerende middelen, kleurstoffen en reologische middelen), bedoeld ter verbetering van de afgiftepatronen van de nutriënten in het bemestingsproduct, maar uitsluitend indien is aangetoond dat die stof of dat mengsel aan de eisen van deze verordening voor een product van productfunctiecategorie 5 van bijlage I voldoet, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure die op een dergelijk agronomisch toevoegingsmiddel van toepassing is.
Amendement 272
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 8 – punt 3 bis (nieuw)
3 bis.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag een conforme denitrificatieremmer bevatten, zoals bedoeld in productfunctiecategorie 5 A) I bis) van bijlage I, maar uitsluitend indien het stikstof bevat, in welke vorm dan ook.
Amendement 273
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 8 – punt 4
4.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag een conforme ureaseremmer bevatten, zoals bedoeld in productfunctiecategorie 5 A) II) van bijlage I, maar uitsluitend indien ten minste 50 % van het totale gehalte stikstof (N) van het bemestingsproduct bestaat uit stikstof (N) in de vorm van ureum (CH4N2O).
4.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag een conforme ureaseremmer bevatten, zoals bedoeld in productfunctiecategorie 5 A) II) van bijlage I, maar uitsluitend indien ten minste 50 % van het totale gehalte stikstof (N) van het bemestingsproduct bestaat uit stikstof (N) in de vorm van ammonium (NH4+) of ammonium (NH4+) en ureum (CH4N2O).
Amendement 274
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 9 – punt 3
3.  De polymeren mogen geen formaldehyde bevatten.
3.  De polymeren bevatten een concentratie vrij formaldehyde van maximaal 600 ppm.
Amendement 275
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 10 – punt 1
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag andere polymeren dan nutriëntenpolymeren bevatten, maar uitsluitend in gevallen waarin het polymeer tot doel heeft om
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag andere polymeren dan nutriëntenpolymeren bevatten, maar uitsluitend in gevallen waarin het polymeer tot doel heeft om
(a)  het doordringen van water in de nutriëntendeeltjes, en daarmee de afgifte van nutriënten, te reguleren (in welk geval het polymeer doorgaans als "bedekkingsmiddel" wordt aangeduid), of
(a)  het doordringen van water in de nutriëntendeeltjes, en daarmee de afgifte van nutriënten, te reguleren (in welk geval het polymeer doorgaans als "bedekkingsmiddel" wordt aangeduid), of
(b)  de vochtopnamecapaciteit van het bemestingsproduct met CE-markering te verhogen.
(b)  de vochtopnamecapaciteit van het bemestingsproduct met CE-markering te verhogen, of
(b bis)  de bodem te verbeteren als biologisch afbreekbare mulchfolie die met name voldoet aan de eisen van de punten 2 bis en 3 van bestanddelencategorie 10, of
(b ter)  onderdelen van het bemestingsproduct te binden, zonder in contact te komen met de bodem, of
(b quater)  de stabiliteit van de bemestingsproducten met CE-markering te verbeteren, of
(b quinquies)   water beter te doen doordringen in de bodem.
Amendement 276
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 10 – punt 2
2.  Met ingang van [Publications office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation] moet aan het volgende criterium worden voldaan: het polymeer moet langs fysische, biologische weg afgebroken kunnen worden, zodat het uiteindelijk grotendeels uiteenvalt in koolstofdioxide (CO2), biomassa en water. Ten minstens 90 % van de organische koolstof in het polymeer moet in maximaal 24 maanden worden omgezet in CO2 bij een test van de biologische afbreekbaarheid zoals beschreven onder a) - c) hieronder.
2.  Met ingang van ... [vijf jaar na de datum van toepassing van deze verordening] moet aan het volgende criterium worden voldaan: het polymeer moet langs fysische, biologische weg afgebroken kunnen worden, zodat het uiteindelijk grotendeels uiteenvalt in koolstofdioxide (CO2), biomassa en water. Ten minstens 90 % van de organische koolstof in het polymeer moet in maximaal 48 maanden worden omgezet in CO2 na afloop van de op het etiket aangegeven beweerde werkingsperiode van het bemestingsproduct en vergeleken met een passende norm in de test van de biologische afbreekbaarheid. De criteria inzake biologische afbreekbaarheid en de ontwikkeling van een passende testmethode voor biologische afbreekbaarheid wordt geëvalueerd aan de hand van het meest recente wetenschappelijke bewijs en vastgelegd in gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 42 van deze verordening.
(a)  De test wordt uitgevoerd bij 25 ± 2 °C.
(b)  De test wordt uitgevoerd volgens een methode voor de bepaling van de totale aerobe biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in de bodem door meting van het zuurstofverbruik of de hoeveelheid ontwikkelde koolstofdioxide.
(c)  Een microkristallijn cellulosepoeder met dezelfde afmetingen als het testmateriaal wordt bij de test als referentiemateriaal gebruikt.
(d)  Het testmateriaal mag vóór de test niet worden blootgesteld aan omstandigheden of procedés die zijn bedoeld om de afbraak van de film te versnellen, zoals blootstelling aan warmte of licht.
Amendement 277
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 10 – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  De biologisch afbreekbare mulchfolie als bedoeld in productfunctiecategorie 3 B) voldoet aan het volgende criterium:
het polymeer kan langs fysische, biologische weg afgebroken worden, zodat het uiteindelijk uiteenvalt in koolstofdioxide (CO2), biomassa en water, en ten minste 90 % van de organische koolstof in het polymeer – hetzij in absolute cijfers, hetzij ten opzichte van het referentiemateriaal – moet in maximaal 24 maanden worden omgezet in CO2 bij een test van de biologische afbreekbaarheid volgens normen van de Unie voor de biologische afbraak van polymeren in de bodem.
Amendement 278
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 10 – punt 3 bis (nieuw)
3 bis.  Aangezien het product bedoeld is om te worden toegevoegd aan de bodem en in het milieu terechtkomt, zijn deze criteria van toepassing op alle materialen in het product.
Amendement 279
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 10 – punt 3 ter (nieuw)
3 ter.   Een product met CE-markering dat andere polymeren bevat dan nutriëntpolymeren wordt vrijgesteld van de in de leden 1, 2 en 3 gestelde eisen, mits de polymeren uitsluitend worden gebruikt als bindmiddel voor het bemestingsproduct en ze niet in aanraking komen met de bodem.
Amendement 280
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Een bemestingsproduct met CE-markering mag dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bevatten die het eindpunt in de productieketen hebben bereikt, zoals overeenkomstig die verordening bepaald, en die in de onderstaande tabel zijn opgenomen en gespecificeerd:

Amendement

Onder voorbehoud van de goedkeuring door de Commissie van de gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 42 mag een bemestingsproduct met CE-markering dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bevatten die het eindpunt in de productieketen hebben bereikt, zoals overeenkomstig die verordening bepaald, en die in de onderstaande tabel zijn opgenomen en gespecificeerd:

 

Afgeleid product

Verwerkingsnormen voor het bereiken van het eindpunt in de productieketen

1

Vleesmeel

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

2

Beendermeel

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

3

Vleesbeendermeel

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

4

Dierlijk bloed

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

5

Gehydrolyseerde eiwitten van categorie III – overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

6

Verwerkte mest

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

7

Compost (1)

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

8

Gistingsresiduen van biogas (1)

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

9

Verenmeel

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

10

Huiden en vellen

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

11

Hoeven en hoorns

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

12

Vleermuisguano

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

13

Wol en haar

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

14

Veren en dons

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

15

Varkenshaar

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

16

Glycerine en andere producten van materialen uit categorie 2 en 3, afkomstig van de productie van biodiesel en hernieuwbare brandstoffen

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

17

Voeder voor gezelschapsdieren en hondenkluiven die om commerciële redenen of wegens technische tekortkomingen zijn geweigerd

Vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009

(1)   afgeleid van materialen van categorie 2 en 3 anders dan vleesbeendermeel en verwerkte dierlijke eiwitten

Amendement 281
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – deel II – Bestanddelencategorie 11 bis (nieuw)
BESTANDDELENCATEGORIE 11 BIS: andere bijproducten van de industrie
1.  Een bemestingsproduct met CE-markering mag andere bijproducten van de industrie bevatten, zoals uit de productie van caprolactam verkregen ammoniumsulfaat, uit de raffinage van aardgas en olie verkregen zwavelzuur en andere van specifieke industriële processen afkomstige materialen, die uitgesloten zijn van bestanddelencategorie 1 en die in de onderstaande tabel zijn opgenomen, onder de voorwaarden die daarin worden gespecificeerd:
2.  Met ingang van ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] worden aan de hand van het meest recente wetenschappelijke bewijs de criteria vastgesteld voor bijproducten van de industrie die in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2003/2003 zijn gebruikt als bestanddelen van meststoffen met CE-markering met het oog op hun opname in de bestanddelencategorie, en worden deze vastgelegd in gedelegeerde handelingen die overeenkomstig artikel 42 van deze verordening worden vastgesteld.
Amendement 282
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel I – punt 2 – letter e
(e)  een beschrijving van alle bestanddelen die meer dan 5 gewichtsprocent van het product uitmaken, in aflopende volgorde van grootte drooggewicht, met inbegrip van een aanduiding van de desbetreffende bestanddelencategorieën zoals bedoeld in bijlage II.
(e)  een beschrijving van alle bestanddelen die meer dan gewichtsprocent van het product uitmaken, in aflopende volgorde van grootte drooggewicht, met inbegrip van een aanduiding van de desbetreffende bestanddelencategorieën zoals bedoeld in bijlage II en met inbegrip van het gehalte als percentage droge stof;
Amendement 283
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel I – punt 2 – letter e bis (nieuw)
(e bis)  in het geval van producten die materiaal bevatten dat afkomstig is van organische afvalstoffen of bijproducten en die geen proces hebben ondergaan waarbij alle organische materialen zijn vernietigd, moet op het etiket worden vermeld welke afvalstoffen en bijproducten zijn gebruikt, samen met een partijnummer of een nummer van de productietijdreeks. Dat nummer moet verwijzen naar de traceerbaarheidsgegevens die door de producent worden bijgehouden en die de individuele bronnen (landbouwbedrijven, fabrieken enz.) identificeren van alle in de partij/tijdreeks gebruikte organische afvalstoffen/bijproducten. Na een openbare raadpleging en uiterlijk op ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] publiceert de Commissie specificaties voor de tenuitvoerlegging van deze bepaling, die uiterlijk op ... [drie jaar na de publicatie van de specificaties] van kracht wordt. Om de administratieve lasten voor de marktdeelnemers en de markttoezichtautoriteiten tot een minimum te beperken, moet in de specificaties van de Commissie rekening worden gehouden met de eisen van artikel 6, leden 5 t/m 7, en artikel 11, en met de bestaande traceerbaarheidssystemen (bijvoorbeeld voor dierlijke bijproducten of industriële systemen) alsook met de EU-codes voor de indeling van afvalstoffen.
Amendement 284
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel I – punt 2 bis (nieuw)
2 bis.  De fabrikanten stellen beknopte instructies ter beschikking met betrekking tot het beoogde gebruik, met inbegrip van de beoogde dosering en duur, de beoogde doelplanten en opslag.
Amendement 285
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel I – punt 7 bis (nieuw)
7 bis.  Betreffende producten kunnen uitsluitend beweringen worden gedaan in verband met een andere productfunctiecategorie indien zij volledig voldoen aan de vereisten van de productfunctiecategorie in kwestie, en er mogen geen rechtstreekse of impliciete beweringen worden gedaan over de gewasbeschermende werking ervan.
Amendement 286
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1 – punt 2 – letter b
(b)  het gehalte aan nitrificatieremmer wordt uitgedrukt als massapercentage van de totale stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof (NH4+) en ureumstikstof (CH4N2O);
(b)  het gehalte aan nitrificatieremmer wordt uitgedrukt als massapercentage van de totale stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof (NH4+) of ammoniumstikstof (NH4+) en ureumstikstof (CH4N2O);
Amendement 287
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1A) – punt 1 – letter a
(a)  de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K;
(a)  de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K; het aangegeven stikstofgehalte is de som van ammoniumstikstof, nitraatstikstof, ureumstikstof, ureumformaldehydestikstof, isobutylideendiureumstikstof, crotonylideendiureumstikstof en cyanamidestikstof.
Fosforhoudende meststoffen moeten aan de volgende minimale oplosbaarheidsniveaus voldoen om beschikbaar te zijn voor de planten, zo niet kunnen zij niet als fosforhoudende meststoffen worden aangemerkt:
–  oplosbaarheid in water: minimaal 25 % van het totale gehalte P,
–  oplosbaarheid in neutraal ammoniumcitraat: minimaal 30 % van het totale gehalte P,
–  oplosbaarheid in mierenzuur (enkel voor zacht natuurfosfaat): minimaal 35 % van het totale gehalte P.
Amendement 288
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1A) – punt 1 – letter b
(b)  de aangegeven nutriënten magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na), in de volgorde van hun chemische symbolen Mg-Ca-S-Na;
(b)  de aangegeven nutriënten calcium (Ca), magnesium (Mg), natrium (Na) of zwavel (S) in de volgorde van hun chemische symbolen Ca-Mg-Na-S;
(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Indien de medewetgevers dit overeenkomen, zijn deze wijzigingen van toepassing op de gehele tekst, met inbegrip van die delen die tot uiting komen in onderstaande amendementen.)
Amendement 289
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1A) – punt 1 – letter c
(c)  een getalsmatige aanduiding van het totale gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na),
(c)  een getalsmatige aanduiding van het gemiddelde gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na),
Amendement 290
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1A) – punt 1 – letter d – bolletje 6
–  organische koolstof (C); en
–  organische koolstof (C) en de C/N-verhouding;
Amendement 291
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1A) – punt 1 – letter d – bolletje 7 bis (nieuw)
–  in een bepaalde vorm zoals poeder of korrels.
Amendement 292
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1B) – punt 1 – letter d – bolletje 2
–  totaal fosforpentoxide (P2O5);
–  in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
Amendement 293
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1B) – punt 1 – letter d – bolletje 2 – streepje 3
–  indien zachte natuurfosfaat aanwezig is, in mierenzuur oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
–  alleen in anorganische zuren oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
Amendement 294
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel 2 – Productfunctiecategorie 1B) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.   Het totaal aangegeven stikstofgehalte is de som van ammoniumstikstof, nitraatstikstof, ureumstikstof, stikstof uit methyleenureum, stikstof uit isobutylideendiureum, stikstof uit crotonylideendiureum en stikstof uit cyanamide.
Amendement 295
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I) – punt 1 – letter d – bolletje 2
–  totaal fosforpentoxide (P2O5);
–  in neutraal ammoniumcitraat en water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
Amendement 296
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I) – punt 1 – letter d – bolletje 2 – streepje 3
–  indien zachte natuurfosfaat aanwezig is, in mierenzuur oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
–  alleen in anorganische zuren oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
Amendement 297
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I) – punt 1 – letter d – bolletje 4 – streepje 1 bis (nieuw)
–  in een bepaalde vorm zoals poeder of korrels;
Amendement 298
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I) – punt 1 – letter d bis (nieuw)
d bis)  pH
Amendement 299
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel 2 – Productfunctiecategorie 1C)I) – punt 1 bis (nieuw)
1 bis.  Bemestingsproducten die minder dan respectievelijk 5 ppm cadmium, arseen, lood, chroom VI en kwik bevatten, mogen op de verpakking en het etiket een zichtbaar "milieukeurmerk" gebruiken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van technische normen voor een dergelijk keurmerk.
Amendement 300
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1C)I)a) – punt 3 – letter c
(c)  poeder, indien ten minste 90 % van het product door een zeef met een maaswijdte van 10 mm kan gaan, of
(c)  poeder, indien ten minste 90 % van het product door een zeef met een maaswijdte van mm kan gaan, of
Amendement 301
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel 2 – Productfunctiecategorie 1C)I)a) – punt 4 bis (nieuw)
4 bis.   Voor bemestingsproducten met CE-markering als bedoeld in bijlage II, bestanddelencategorie 10, punt 1, onder b bis), waarin polymeren uitsluitend worden gebruikt als bindmiddel, wordt de volgende vermelding aangebracht: "Het bemestingsproduct is niet bedoeld om in aanraking te komen met de bodem."
Amendement 302
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1 C) II) – punt 1
1.  De aangegeven micronutriënten in het bemestingsproduct met CE-markering worden in de onderstaande volgorde vermeld met hun benamingen en chemische symbolen: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).
1.  De aangegeven micronutriënten in het bemestingsproduct met CE-markering worden in de onderstaande volgorde vermeld met hun benamingen en chemische symbolen: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo), selenium (Se), silicium (Si) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).
Amendement 303
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 1 C bis) (nieuw)
Productfunctiecategorie 1 C bis): Meststof met laag koolstofgehalte
1.  De volgende gegevenselementen met betrekking tot macronutriënten moeten aanwezig zijn:
(a)  de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K;
(b)  de aangegeven nutriënten magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na), in de volgorde van hun chemische symbolen Mg-Ca-S-Na;
(c)  een getalsmatige aanduiding van het totale gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na);
(d)  het gehalte aan de volgende aangegeven nutriënten, in de onderstaande volgorde en als massapercentage van de meststof:
▪  totaal stikstof (N);
minimumhoeveelheid organische stikstof (N), gevolgd door een beschrijving van de herkomst van het gebruikte organische materiaal;
stikstof (N) in de vorm van nitraatstikstof;
stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof;
stikstof (N) in de vorm van ureumstikstof;
▪  totaal fosforpentoxide (P2O5);
in water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
in neutraal ammoniumcitraat oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
indien zachte natuurfosfaat aanwezig is, in mierenzuur oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);
▪  totaal kaliumoxide (K2O);
in water oplosbaar kaliumoxide (K2O);
▪  magnesiumoxide (MgO), calciumoxide (CaO), zwaveltrioxide (SO3) en natriumoxide (Na2O), uitgedrukt
—  alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;
—  als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte, indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten;
—  als het totale gehalte, in andere gevallen.
(e)  indien ureum (CH4N2O) aanwezig is, informatie over de mogelijke effecten op de luchtkwaliteit van de uitstoot van ammoniak als gevolg van het gebruik van de meststof, en een verzoek aan de gebruikers om geschikte saneringsmaatregelen te treffen.
2.  De volgende andere gegevenselementen worden vermeld als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering:
—  gehalte organische koolstof (C); en
—  gehalte droge stof.
3.  Indien een of meer van de micronutriënten boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn) aanwezig zijn in het minimumgehalte zoals in onderstaande tabel als massapercentage vermeld,
—  moeten zij worden aangegeven indien zij doelbewust aan het bemestingsproduct met CE-markering zijn toegevoegd, en
—  mogen zij worden aangegeven in andere gevallen:
Micronutriënt
Massapercentage

Boor (B)
0,01

Kobalt (Co)
0,002

Koper (Cu)
0,002

Mangaan (Mn)
0,01

Molybdeen (Mo)
0,001

Zink
0,002

Zij worden aangegeven na de gegevens over macronutriënten. De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:
(a)  vermelding van de benamingen en chemische symbolen van de aangegeven micronutriënten, in deze volgorde: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).
(b)  het totale gehalte micronutriënten, uitgedrukt als massapercentage van de meststof
alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;
als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en
als het totale gehalte, in andere gevallen;
(c)  indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:
"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;
(d)  indien het bemestingsproduct met CE-markering micronutriënt(en) bevat die door middel van (een) complexvormer(s) zijn gecomplexeerd:
de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt: "complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en
de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;
(e)  de volgende vermelding: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".
Amendement 399
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 2 – streepje 2
—   korrelgrootteverdeling, uitgedrukt als een percentage van het product dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat;
—  korrelgrootteverdeling, uitgedrukt als het percentage van het product dat door zeven met een maaswijdte van 1,0 mm en 3,15 mm gaat;
Amendement 304
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 3 – punt 1 – streepje 3
–   totaal gehalte stikstof (N);
Schrappen
Amendement 305
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 3 – punt 1 – streepje 4
–   Totaal gehalte fosforpentoxide (P2O5);
Schrappen
Amendement 306
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 3 – punt 1 – streepje 5
–   totaal gehalte kaliumoxide (K2O);
Schrappen
Amendement 307
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 6 – letter e
(e)  dosis, tijdschema (ontwikkelingsstadium plant) en frequentie van de toepassing;
(e)  dosis, tijdschema (ontwikkelingsstadium plant), plaatsing en frequentie van de toepassing (in overeenstemming met het empirisch bewijsmateriaal ter staving van de bewering(en) over de biostimulanten);
Amendement 308
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel II – Productfunctiecategorie 6 – letter f bis (nieuw)
(f bis)  vermelding dat het product geen gewasbeschermingsmiddel is;
Amendement 309
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 1 A)

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte nutriënten en andere aangegeven parameters


Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte nutriënten en andere aangegeven parameters

Organische koolstof (C)
± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Organische koolstof (C)
± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Gehalte droge stof
± 5,0 procentpunten in absolute termen

Gehalte droge stof
± 5,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)
± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Organische stikstof (N)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Organische stikstof (N)
± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)
± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)
± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal en in water oplosbare magnesiumoxide, calciumoxide, zwaveltrioxide of natriumoxide
± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

Totaal en in water oplosbare magnesiumoxide, calciumoxide, zwaveltrioxide of natriumoxide
± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

Totaal koper (Cu)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen

Totaal koper (Cu)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen

Totaal zink (Zn)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Totaal zink (Zn)
± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Hoeveelheid
—  5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Hoeveelheid
—  5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde




Aangegeven vormen van stikstof, fosfor en kalium
Meststoffen met twee nutriënten: maximale tolerantie in absolute termen van 1,1 N en 0,5 organische N, 1,1 P2O5, 1,1 K2O en 1,5 voor het totaal van twee nutriënten.





Meststoffen met drie nutriënten: maximale tolerantie in absolute termen van 1,1 N en 0,5 organische N, 1,1 P2O5, 1,1 K2O en 1,9 voor het totaal van drie nutriënten.





± 10 % van het totaal aangegeven gehalte van elke nutriënt tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen.

Amendement 310
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 1B) – tabel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van anorganische macronutriënt

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3

Na2O

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte tot maximaal 0,9 procentpunten in absolute termen

Amendement

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van anorganische macronutriënt

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3

Na2O

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen voor elke nutriënt afzonderlijk en voor alle nutriënten samen

—  50 % en + 100 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal -2 en + 4 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte tot maximaal 0,9 procentpunten in absolute termen

De tolerantieniveaus voor P2O5 verwijzen naar fosforpentoxide (P2O5) dat oplosbaar is in neutraal ammoniumcitraat en water.

 

 

Amendement 311
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 1 B)
Organische koolstof: ± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen
Organische koolstof: ± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen
Organische stikstof: ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen
Organische stikstof: ± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen
Totaal koper (Cu) ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen
Totaal koper (Cu) ± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen
Totaal zink (Zn) ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen
Totaal zink (Zn) ± 15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen
Amendement 312
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 1 C) I)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van anorganische macronutriënt

 

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3

Na2O

 

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte tot maximaal 0,9 procentpunten in absolute termen

 

Korrelgrootteverdeling: ± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

 

Hoeveelheid: ± 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

 

Amendement

 

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van anorganische macronutriënt

 

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3

Na2O

 

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen voor elke nutriënt afzonderlijk en voor alle nutriënten samen

—  50 % en + 100 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal -2 en + 4 procentpunten in absolute termen

—  50 % en + 100 % van het aangegeven gehalte tot maximaal -2 en + 4 procentpunten in absolute termen

 

De bovenstaande tolerantiewaarden gelden ook voor de stikstofvormen en voor de oplosbaarheid.

 

Korrelgrootteverdeling: ± 20 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat

 

Hoeveelheid: ± 3 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Amendement 313
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Vormen van de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

 

± 1,0 op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C)

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Droge stof

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Hoeveelheid

—  5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, ten tijde van de vervaardiging

 

—  25 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C) / organische stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Korrelgrootteverdeling

± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

Amendement

Vormen van de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

 

± 0,9 op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C)

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Droge stof

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Hoeveelheid

—  5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, ten tijde van de vervaardiging

 

—  15 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C) / organische stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Korrelgrootteverdeling

± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

Amendement 314
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – deel III – Productfunctiecategorie 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Vormen van de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

elektrische geleidbaarheid

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

 

± 1,0 op enig moment in de distributieketen

hoeveelheid, uitgedrukt als volume (liter of m³)

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van materialen met een deeltjesgrootte van meer dan 60 mm

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van voorgevormde groeimedia

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbare stikstof (N)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5),

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar kaliumoxide (K2O)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Amendement

Vormen van de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

elektrische geleidbaarheid

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 60 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

 

± 0,9 op enig moment in de distributieketen

hoeveelheid, uitgedrukt als volume (liter of m³)

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  15 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van materialen met een deeltjesgrootte van meer dan 60 mm

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  15 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van voorgevormde groeimedia

—  5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

—  15 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbare stikstof (N)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 60 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 60 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar kaliumoxide (K2O)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

 

± 60 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Amendement 315
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 1 – punt 1 – punt 1 – letter b
(b)  digestaten van energiegewassen zoals beschreven in bestanddelencategorie 4,
(b)  digestaten van energiegewassen en plantaardig bioafval zoals beschreven in bestanddelencategorie 4,
Amendement 316
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 1 – punt 1 – punt 1 – letter f bis (nieuw)
(f bis)  niet-bewerkte of mechanisch bewerkte planten, delen van planten of plantenextracten zoals beschreven in bestanddelencategorie 2.
Amendement 317
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 1 – punt 1 – punt 3 – letter b bis (nieuw)
(b bis)  een denitrificatieremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie 5 A) I bis),
Amendement 318
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 1 – punt 3 – punt 2 – letter a bis (nieuw)
(a bis)  een denitrificatieremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie A) I bis),
Amendement 319
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module A – punt 2.2 – letter b
(b)  ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's,
Schrappen
Amendement 320
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module A – punt 2.2 – letter c
(c)  beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering.
Schrappen
Amendement 321
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module A1 – punt 4 – alinea 1
De in de rubrieken 4.1 tot en met 4.3 hieronder bedoelde cycli en proef worden ten minste om de 3 maanden namens de fabrikant uitgevoerd op een representatief monster van het product, om te controleren of is voldaan aan
De in de rubrieken 4.1 tot en met 4.3 hieronder bedoelde cycli en proef worden ten minste om de zes maanden indien de fabriek voortdurend in bedrijf is, of om het jaar in het geval van periodieke productie, namens de fabrikant uitgevoerd op een representatief monster van het product, om te controleren of is voldaan aan
Amendement 322
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module A1 – punt 4.3.5 bis (nieuw)
4.3.5  bis. De fabrikant houdt de testverslagen samen met de technische documentatie bij.
Amendement 323
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module B – punt 3.2 – letter c – bolletje 6
—  testverslagen, en
—  testverslagen, met inbegrip van studies over de agronomische efficiëntie, en
Amendement 324
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – deel 2 – module D1 – punt 2 – letter b
(b)  ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's, met inbegrip van een schriftelijke beschrijving en een diagram van het productieproces, waarin alle behandelingen, opslagvaten en ruimtes duidelijk worden aangeduid,
(b)  een schriftelijke beschrijving en een diagram van het productieproces,

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0270/2017).

Juridische mededeling - Privacybeleid