Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0282B(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0380/2017

Ingediende teksten :

A8-0380/2017

Debatten :

PV 11/12/2017 - 16
CRE 11/12/2017 - 16

Stemmingen :

PV 12/12/2017 - 5.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0476

Aangenomen teksten
PDF 288kWORD 63k
Dinsdag 12 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Amendementen op verschillende verordeningen betreffende landbouw en plattelandsontwikkeling ***I
P8_TA(2017)0476A8-0380/2017
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 december 2017 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0605 – C8-0404/2017 – 2016/0282B(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0605),

–  gezien het besluit van de Conferentie van voorzitters van 16 november 2017 om het voorstel van de Commissie te splitsen en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling toestemming te geven een afzonderlijk wetgevingsverslag op te stellen in verband met de bepalingen die onder haar bevoegdheden vallen, te weten de artikelen 267 tot en met 270 en artikel 275 van het voorstel van de Commissie,

–  gezien artikel 294, leden 2 en 3, artikel 42, artikel 43, lid 2, en artikel 168, lid 4, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies nr. 1/2017 van de Rekenkamer van 26 januari 2017(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016(2),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 11 mei 2017(3),

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole (A8‑0211/2017);

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 15 november 2017 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8‑0380/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan zijn verklaring die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlagen bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

4.  benadrukt dat de splitsing van het voorstel van de Commissie bedoeld is om ervoor te zorgen dat de bepalingen die onder de bevoegdheden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling vallen, met ingang van 1 januari 2018 van toepassing kunnen worden, en onderstreept dat het resterende deel van het voorstel van de Commissie(4) in een later stadium zal worden behandeld;

5.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 91 van 23.3.2017, blz. 1.
(2) PB C 75 van 10.3.2017, blz. 63.
(3) PB C 306 van 15.9.2017, blz. 64.
(4) Procedurenummer 2016/0282A(COD).


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 december 2017 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1307/2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en (EU) nr. 652/2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal
P8_TC1-COD(2016)0282B

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2017/2393.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

VERKLARING VAN HET EUROPEES ParlEment

De nieuwe regels inzake producentenorganisaties en het mededingingsrecht (GMO)

Het Europees Parlement herinnert eraan dat de mededingingsregels volgens artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) slechts in zoverre op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten van toepassing zijn als door het Europees Parlement en de Raad wordt bepaald, rekening houdend met de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), zoals bepaald in artikel 39 van dat Verdrag.

Zoals in het Verdrag is bepaald, en in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie(1), prevaleren de doelstellingen van het GLB boven die van het Europese mededingingsbeleid. De landbouwmarkten zijn echter niet vrijgesteld van de toepassing van het mededingingsrecht. De aanpassing van de mededingingsregels aan de specifieke landbouwspecifieke kenmerken is het prerogatief van de medewetgevers, het Europees Parlement en de Raad.

In dit verband stelt het Europees Parlement door middel van deze verordening een verduidelijking voor van het verband tussen de GLB-regels, met name de rol en de taken van producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties, en de toepassing van het Europese mededingingsrecht. Een dergelijke verduidelijking is noodzakelijk vanwege de bestaande onzekerheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze voorschriften en is essentieel voor het bereiken van de doelstelling van de Unie om de positie van de landbouwers in de voedselvoorzieningsketen te versterken. De voorstellen van het Europees Parlement zijn gebaseerd op de aanbevelingen in het verslag van de Agri-Market Task Force (AMTF) van 14 november 2016. Deze aanbevelingen waren gebaseerd op een reeks hoorzittingen en bijdragen van alle actoren in de voedselvoorzieningsketen: producenten, verwerkers en kleinhandelaren.

Het Europees Parlement streeft naar vereenvoudiging en verduidelijking van de voorwaarden waaronder producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in alle in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemde sectoren namens hun leden activiteiten mogen verrichten op het gebied van productieplanning, in de handel brengen, onderhandelingen over contracten voor de levering van landbouwproducten en optimalisering van de productiekosten. Deze taken vereisen in wezen het bestaan van bepaalde praktijken, waaronder intern overleg en de uitwisseling van commerciële informatie binnen deze entiteiten. Daarom wordt voorgesteld dat deze praktijken buiten het toepassingsgebied vallen van het verbod op mededingingsbeperkende overeenkomsten als bedoeld in artikel 101, lid 1, VWEU en dat producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties die ten minste één economische activiteit uitoefenen, een afwijking van de toepassing van dit artikel kunnen genieten. Deze afwijking is echter niet absoluut: de mededingingsautoriteiten behouden de mogelijkheid om tussenbeide te komen indien zij van mening zijn dat dergelijke activiteiten de mededinging kunnen uitsluiten of de doelstellingen van het GLB in gevaar kunnen brengen.

De rol en de taken van producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties en hun relatie met het mededingingsrecht worden aldus verduidelijkt. Zonder afbreuk te doen aan de institutionele prerogatieven van de Europese Commissie, is het Europees Parlement van mening dat de nieuwe regels geen verdere verduidelijking in de vorm van richtsnoeren van de Europese Commissie behoeven.

VERKLARINGEN VAN DE COMMISSIE

Ad Article 1 - Plattelandsontwikkeling

—  Verlenging van de looptijd van plattelandsontwikkelingsprogramma’s

Uitgaven voor de overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 goedgekeurde plattelandsontwikkelingsprogramma's in de periode 2014‑2020 blijven in aanmerking komen voor ELFPO-bijdragen indien zij uiterlijk op 31 december 2023 aan de begunstigden worden betaald. De Commissie zal zich in het kader van haar voorstel voor het volgende MFK buigen over de voortzetting van de steun voor plattelandsontwikkeling na 2020.

—  Risicobeheer

De Commissie bevestigt haar voornemen om de werking en efficiëntie van de instrumenten voor risicobeheer die momenteel in Verordening (EU) nr. 1305/2013 zijn opgenomen, te evalueren in het kader van haar voorstel voor de modernisering en vereenvoudiging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

—  Sancties voor Leader

De Commissie bevestigt haar voornemen om de doeltreffendheid en evenredigheid van de in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie opgenomen sancties voor LEADER te evalueren.

Ad Article 2 - Horizontale verordening

—  Crisisreserve

De Commissie bevestigt dat de werking van de reserve voor crisissituaties in de landbouwsector en de terugbetaling van kredieten in verband met de financiële discipline als bedoeld in artikel 25 en artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in het kader van de voorbereidingen voor het volgende MFK zullen worden herzien om een efficiënte en tijdige interventie in tijden van marktcrisis mogelijk te maken.

—  Eén enkele audit

De Commissie steunt de single audit-benadering, zoals wordt bevestigd in haar voorstel voor artikel 123 van het nieuwe Financieel Reglement. De Commissie bevestigt ook dat het huidige wettelijke kader voor het beheer en de controle van de landbouwuitgaven, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1306/2013, reeds een dergelijke aanpak mogelijk maakt en dat dit is opgenomen in haar auditstrategie voor de periode 2014‑2020. Met name wanneer het advies van de overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 uitgebrachte certificeringsinstantie betrouwbaar wordt geacht, houdt de Commissie rekening met dit advies wanneer zij de noodzaak van audits van het betrokken betaalorgaan beoordeelt.

Ad Article 3 - Rechtstreekse betalingen

—  Eiwitplan

De Commissie bevestigt haar voornemen om de vraag- en aanbodsituatie voor plantaardige eiwitten in de EU te herzien en de mogelijkheid te overwegen om een "Europese strategie voor plantaardige eiwitten" te ontwikkelen om de productie van plantaardige eiwitten in de EU op een economisch en ecologisch verantwoorde wijze verder te stimuleren.

Ad Article 4 - GMO

—  Vrijwillige regeling ter vermindering van de productie

De Commissie bevestigt dat de artikelen 219 en 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten reeds voorzien in de noodzakelijke rechtsgrondslag op basis waarvan de Commissie, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen, marktverstoringen en andere specifieke problemen kan aanpakken, ook op regionaal niveau, met de mogelijkheid om rechtstreekse financiële bijstand aan landbouwers te verlenen. Voorts zal het Commissievoorstel waarbij een sectorspecifiek inkomensstabiliseringsinstrument wordt toegevoegd aan Verordening (EU) nr. 1305/2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling, de lidstaten in staat stellen om in het kader van hun programma's voor plattelandsontwikkeling landbouwers uit een specifieke sector te compenseren bij aanzienlijk inkomensverlies.

Verder bevestigt de Commissie dat zij op grond van artikel 219 van het Verdrag in geval van marktverstoring of dreigende marktverstoring regelingen kan invoeren op grond waarvan EU-steun wordt verleend aan producenten die zich ertoe verbinden hun productie op vrijwillige basis te verminderen, met inbegrip van de nodige bijzonderheden voor de toepassing van een dergelijke regeling (voorbeeld: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2016/1612 van de Commissie, PB L 242 van 9.9.2016, blz. 4).

—  Erkenning van transnationale IBO's

De Commissie herinnert eraan dat de regels inzake producentencoöperatie voor de erkenning van transnationale producentenorganisaties, transnationale unies van producentenorganisaties of transnationale brancheorganisaties, met inbegrip van de noodzakelijke administratieve samenwerking tussen de betrokken lidstaten, momenteel zijn vastgesteld in gedelegeerde Verordening (EU) 2016/232 van de Commissie. De werking en de toereikendheid van deze regels zullen worden geëvalueerd in het kader van het lopende proces voor de modernisering en vereenvoudiging van het GLB.

—  Oneerlijke handelspraktijken

De Commissie bevestigt dat zij een initiatief heeft gelanceerd voor de voedselvoorzieningsketen, dat nu de verschillende fasen doorloopt die de richtsnoeren voor betere regelgeving voorschrijven. Zij zal een besluit nemen over een eventueel wetgevingsvoorstel zodra deze procedure is afgerond, zo mogelijk in de eerste helft van 2018.

—  Samenwerking tussen producenten

De Commissie neemt nota van het akkoord tussen het Parlement en de Raad over de amendementen op de artikelen 152, 209, 222 en 232. De Commissie merkt op dat de door het Parlement en de Raad goedgekeurde amendementen van substantiële aard zijn en zijn opgenomen zonder effectbeoordeling, zoals echter is voorgeschreven in punt 15 van het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven". Dit leidt tot een ongewenste mate van juridische en procedurele onzekerheid waarvan de gevolgen en implicaties niet bekend zijn.

Aangezien de wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie samen tot een ingrijpende wijziging van het rechtskader leiden, stelt de Commissie met bezorgdheid vast dat sommige van de nieuwe bepalingen ten gunste van producentenorganisaties tot gevolg kunnen hebben dat de levensvatbaarheid en het welzijn van kleine landbouwbedrijven en het belang van de consumenten in gevaar worden gebracht. De Commissie bevestigt haar toezegging dat zij een daadwerkelijke mededinging in de landbouwsector zal handhaven en dat zij de doelstellingen van het GLB, zoals vastgelegd in artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, volledig zal verwezenlijken. In dit verband merkt de Commissie op dat de door de medewetgevers overeengekomen amendementen slechts een zeer beperkte rol voor zowel de Commissie als de nationale mededingingsautoriteiten voorzien om op te treden met het oog op de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging.

Het algemene akkoord van de Commissie over het "Omnibus" -voorstel, met inbegrip van de door het Parlement en de Raad overeengekomen amendementen, loopt niet vooruit op eventuele toekomstige voorstellen van de Commissie op deze gebieden in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode na 2020 en andere initiatieven die specifiek bedoeld zijn om een aantal van de kwesties aan te pakken die in de thans door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde tekst aan de orde worden gesteld.

De Commissie betreurt het dat de kwestie van de zeer beperkte rol van zowel de Commissie als de nationale mededingingsautoriteiten bij het nemen van maatregelen om een daadwerkelijke mededinging in stand te houden, door de medewetgevers niet op bevredigende wijze is aangepakt, en spreekt haar bezorgdheid uit over de mogelijke gevolgen van deze beperking voor landbouwers en consumenten. De Commissie merkt op dat de wetstekst moet worden geïnterpreteerd in overeenstemming met het Verdrag, met name wat betreft de mogelijkheid voor de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten om op te treden wanneer een producentenorganisatie, die een groot deel van de markt bestrijkt, de handelingsvrijheid van haar leden tracht te beperken. De Commissie betreurt het dat deze mogelijkheid in de wetstekst niet duidelijk wordt gewaarborgd.

(1) Arrest Maizena, 139/79, EU:C:1980:250, punt 23; Arrest Duitsland v Raad, C-280/93, EU:C:1994:367, punt 61.

Juridische mededeling - Privacybeleid