Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2065(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0384/2017

Ingediende teksten :

A8-0384/2017

Debatten :

PV 11/12/2017 - 21
CRE 11/12/2017 - 21

Stemmingen :

PV 12/12/2017 - 5.15
CRE 12/12/2017 - 5.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0488

Aangenomen teksten
PDF 210kWORD 58k
Dinsdag 12 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Naar een digitale handelsstrategie
P8_TA(2017)0488A8-0384/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 12 december 2017 over "Naar een digitale handelsstrategie" (2017/2065(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 207, lid 3, en artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS),

–  gezien de informatietechnologieovereenkomst (ITA) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

–  gezien het WTO-werkprogramma betreffende e-commerce,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring die de ministers van ICT van de G7 hebben afgelegd tijdens de bijeenkomst in Takamatsu, Kagawa, van 29 en 30 april 2016,

–  gezien de ministeriële verklaring van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) betreffende de digitale economie in Cancun in 2016,

–  gezien de dynamische coalitie betreffende handel op het Forum voor internetbeheer,

–  gezien de lopende handelsbesprekingen tussen de EU en derde landen,

–  gezien het door de Commissie op 6 juli 2017 aangekondigde beginselakkoord over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan,

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn inzake elektronische handel")(1),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen: Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven" (COM(2016)0180),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europa" (COM(2016)0178),

–  gezien het verslag van de Commissie van 23 juni 2017 over handels- en investeringsbelemmeringen (COM(2017)0338),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017 getiteld "Bouwen aan een Europese data-economie" (COM(2017)0009),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie, en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG (verordening inzake privacy en elektronische communicatie) (COM(2017)0010),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 13 september 2017 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie (COM(2017)0495),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 2 mei 2017 getiteld "Digital4Development: de mainstreaming van digitale technologieën en diensten in het EU-ontwikkelingsbeleid" (SWD(2017)0157),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen(3),

–  gezien zijn resolutie van 3 februari 2016 houdende aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)(4),

–  gezien zijn resolutie van 8 juli 2015 met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)(5),

–  gezien de VN-top inzake duurzame ontwikkeling en het op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering goedgekeurde slotdocument getiteld "Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development", en de 17 doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's),

–  gezien de komende elfde ministeriële conferentie van de WTO, die van 10 tot en met 13 december 2017 in Buenos Aires, Argentinië, zal worden gehouden en waar e-handel waarschijnlijk aan de orde zal komen,

–  gezien de initiatieven van de Internationale Telecommunicatie-unie van de VN ter ondersteuning van ontwikkelingslanden (ITU-D),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 8, lid 1, van het EU-Handvest van de grondrechten en artikel 16, lid 1, van het VWEU,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien de verslagen van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting inzake de vrijheid van meningsuiting en de particuliere sector in het digitale tijdperk (A/HRC/32/38) en de rol van telecomproviders (A/HRC/35/22),

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, die op 12 mei 2014 door de Raad Buitenlandse Zaken zijn vastgesteld,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens van de Raad van Europa (European Treaty Series nr. 108) en het aanvullende protocol daarbij,

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over trans-Atlantische gegevensstromen(6),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de uitvoering van de strategie voor handelsbeleid Handel voor iedereen – Zorgen voor een vooruitstrevend handelsbeleid om de mondialisering in goede banen te leiden (COM(2017)0491),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0384/2017),

A.  overwegende dat ondernemingen, met name startende ondernemingen, micro-ondernemingen en kmo's, dankzij technologische ontwikkelingen, toegang tot het open internet en de digitalisering van de economie, die een drijvende kracht zijn voor groei, nieuwe kansen kunnen creëren voor wat betreft het ontwikkelen, bestellen, produceren, in de handel brengen of leveren van producten en diensten, en sneller en goedkoper dan ooit tevoren overal ter wereld klanten kunnen bereiken; overwegende dat opkomende technologieën, zoals de "distributed ledger"-technologie, het potentieel hebben om digitale handel te bevorderen door de transparantie van internationale contracten te vergroten en de waardeoverdracht te versnellen; overwegende dat de handel in fysieke goederen is vervangen door een toenemende mate van grensoverschrijdende overdracht van digitale inhoud, waarbij het onderscheid tussen goederen en diensten soms vervaagt;

B.  overwegende dat gegevensverzameling, gegevensaggregatie en de mogelijkheid van grensoverschrijdende overdracht van gegevens een belangrijke motor kunnen zijn voor innovatie, productiviteit en het economisch concurrentievermogen;

C.  overwegende dat de globalisering en digitalisering van onze economieën en van de internationale handel ondernemingen in staat hebben gesteld zich te ontwikkelen en burgers economische mogelijkheden hebben geboden; overwegende dat de digitalisering van traditionele industrieën invloed heeft op toeleveringsketens, productieprocessen en dienstmodellen, hetgeen niet alleen zou kunnen leiden tot werkgelegenheid in nieuwe industrieën, maar ook zou kunnen resulteren in verstoring van de huidige arbeidsmarkt en precaire arbeidsomstandigheden, aangezien steeds meer van oudsher door mensen uitgevoerde taken worden geautomatiseerd dan wel gedelokaliseerd of beide; benadrukt in dit verband dat er de nodige begeleidende sociale maatregelen moeten worden getroffen, zoals krachtig onderwijs- en opleidingsbeleid, actief arbeidsmarktbeleid en maatregelen om de digitale kloof te overbruggen, opdat zij de gehele samenleving ten goede komen;

D.  overwegende dat voor een digitale economie een op regels gebaseerd kader nodig is, met inbegrip van moderne handelsvoorschriften die de snelle marktontwikkelingen en de consumentenrechten met elkaar in overeenstemming kunnen brengen en voorzien in de beleidsruimte voor nieuwe regelgevingsinitiatieven die regeringen nodig hebben om de bescherming van de mensenrechten te handhaven en te versterken;

E.  overwegende dat toegang tot een vrij, open en veilig internet een voorwaarde is voor op regels gebaseerde handel en vooruitgang op het gebied van de digitale economie; overwegende dat het beginsel van netneutraliteit een essentieel onderdeel van de digitale handelsstrategie van de EU moet vormen om eerlijke mededinging en innovatie op het gebied van de digitale economie mogelijk te maken terwijl de vrijheid van meningsuiting online wordt gewaarborgd;

F.  overwegende dat investeringen in infrastructuur en toegang tot vaardigheden belangrijke uitdagingen blijven voor connectiviteit en bijgevolg ook voor de digitale handel;

G.  overwegende dat in de doelstellingen van de VN inzake duurzame ontwikkeling wordt benadrukt dat het met het oog op de bevordering van ontwikkeling van essentieel belang zal zijn om de bevolking van de minst ontwikkelde landen tegen 2020 te verzekeren van universele en betaalbare toegang tot het internet, aangezien de ontwikkeling van een digitale economie een stimulans zou kunnen zijn voor werkgelegenheid en groei, waarbij e-handel een van de mogelijkheden zou zijn om het aantal kleine exporteurs, de exportvolumes en de diversificatie van de export te vergroten;

H.  overwegende dat vrouwen als ondernemers en als werknemers van een betere toegang tot wereldmarkten en als consumenten van lagere prijzen kunnen profiteren, maar dat nog steeds tal van uitdagingen en ongelijkheden de deelname van vrouwen aan de wereldeconomie in de weg staan, aangezien veel vrouwen in lage- en middeninkomenslanden nog steeds geen toegang tot het internet hebben;

I.  overwegende dat de e-handel ook in ontwikkelingslanden een hoge vlucht neemt;

J.  overwegende dat er overal ter wereld regeringen zijn die zich inlaten met digitaal protectionisme door belemmeringen op te werpen die de toegang tot de markt en directe investeringen verhinderen of oneerlijke voordelen creëren voor ondernemingen uit eigen land; overwegende dat een aantal brede maatregelen die in derde landen zijn getroffen in het kader van de nationale (cyber)veiligheid, een steeds grotere negatieve impact hebben op de handel in ICT-producten;

K.  overwegende dat buitenlandse bedrijven momenteel van een veel uitgebreidere toegang tot de Europese markt profiteren dan Europeanen in derde landen; overwegende dat veel van onze handelspartners in toenemende mate hun binnenlandse markt sluiten en terugvallen op digitaal protectionisme; overwegende dat de EU haar digitale handelsstrategie moet stoelen op de beginselen van wederkerigheid, eerlijke mededinging, slimme regelgeving en transparantie, teneinde het vertrouwen van de consumenten te herstellen en opnieuw een gelijk speelveld voor bedrijven te scheppen;

L.  overwegende dat geoblocking moet worden afgeschaft en er in de toekomst geen sprake mag zijn van vormen van ongerechtvaardigde discriminatie op grond van de nationaliteit, verblijfplaats of vestigingsplaats van een consument binnen de interne markt;

M.  overwegende dat de bouwstenen die het open internet binnen de digitale interne markt van de EU in stand houden, met inbegrip van beginselen zoals eerlijke mededinging, netneutraliteit en vrijwaring van aansprakelijkheid van tussenpersonen, in alle handelsbesprekingen moeten worden bevorderd; overwegende dat de WTO vanwege de internationale dimensie van digitale handel het aangewezen forum is voor de onderhandeling over een op regels gebaseerd multilateraal kader; overwegende dat de 11e ministeriële conferentie van de WTO in december 2017 voorziet in het platform voor de introductie van een dergelijk proces;

N.  overwegende dat de Europese Unie gebonden is aan het Handvest van de grondrechten van de EU, met inbegrip van artikel 8 betreffende het recht op de bescherming van persoonsgegevens, aan artikel 16 VWEU betreffende hetzelfde grondrecht, en aan artikel 2 VEU; overwegende dat het recht op privacy een universeel mensenrecht is; overwegende dat strenge normen op het gebied van gegevensbescherming het vertrouwen van Europese burgers in de digitale economie helpen vergroten en zodoende bijdragen aan de ontwikkeling van de digitale handel; overwegende dat strenge normen op het gebied van gegevensbescherming, met name met betrekking tot gevoelige gegevens, in het digitale tijdperk hand in hand moeten gaan met de bevordering van de internationale handel, teneinde e-handel, encryptie en de vrijheid van meningsuiting en informatie te ondersteunen en digitaal protectionisme, grootschalige controle, cyberspionage en onlinecensuur te verwerpen;

O.  overwegende dat de digitale handel bedreigde wilde planten- en diersoorten moet beschermen en dat onlinemarkten de verkoop van wilde planten en dieren en producten op basis van wilde planten en dieren op hun platforms moeten verbieden;

P.  overwegende dat particuliere ondernemingen binnen de digitale economie steeds meer de normen bepalen, wat op zowel burgers en consumenten als de interne en internationale handel een direct effect zal hebben en tegelijkertijd de ontwikkeling van technologische oplossingen ter bescherming van zakelijke activiteiten en klanten versnelt;

Q.  overwegende dat in de aanbevelingen van de OESO tegen grondslaguitholling en winstverschuiving en de plannen van de EU voor een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting is benadrukt dat verschillende uitdagingen op het gebied van belastingen moeten worden aangepakt, waaronder de door de digitale economie gestelde uitdagingen; overwegende dat belasting daar moet worden betaald waar ook de winst wordt gemaakt; overwegende dat een transparanter, efficiënter en eerlijker systeem voor de berekening van de heffingsgrondslag van grensoverschrijdende bedrijven winstverschuiving en belastingontwijking moet voorkomen; overwegende dat er een coherente EU-benadering inzake de heffing van belasting binnen de digitale economie nodig is om een gelijk speelveld te creëren en ervoor te zorgen dat op een eerlijke en effectieve wijze belastingen worden opgelegd aan ondernemingen; herinnert eraan dat handelsovereenkomsten een clausule van goed bestuur op fiscaal gebied moeten bevatten waarin de verbintenis van de partijen ten aanzien van de uitvoering van overeengekomen internationale normen in de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking nogmaals wordt bevestigd;

R.  overwegende dat volgens de OESO maar liefst 5% van de in de EU ingevoerde goederen is nagemaakt, met een aanzienlijk verlies aan arbeidsplaatsen en belastinginkomsten als gevolg;

S.  overwegende dat over gevoelige sectoren zoals audiovisuele diensten en over grondrechten zoals de bescherming van persoonsgegevens geen handelsbesprekingen zouden mogen plaatsvinden;

T.  overwegende dat de digitale handel ook de bevordering van de groei van kmo's en startende ondernemingen zou moeten nastreven, niet alleen die van multinationals;

U.  overwegende dat Mexico aan de voorwaarden voor toetreding tot Verdrag nr. 108 van de Raad van Europa betreffende de bescherming van persoonsgegevens voldoet;

V.  overwegende dat bij de sluiting van handelsovereenkomsten niet over de bescherming van persoonsgegevens mag worden onderhandeld en dat gegevensbescherming altijd is uitgesloten van EU-mandaten voor handelsbesprekingen;

W.  overwegende dat handelsovereenkomsten een hefboom kunnen zijn voor de verbetering van digitale rechten; overwegende dat het opnemen van bepalingen inzake netneutraliteit en een verbod op gedwongen ongerechtvaardigde gegevenslokaliseringsvereisten, gegevensbeveiliging, beveiliging van gegevensverwerking en -opslag, versleuteling en aansprakelijkheid van tussenpersonen in handelsovereenkomsten in het bijzonder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting kan verbeteren;

1.  onderstreept dat de EU, als gemeenschap van waarden en 's werelds grootste exporteur van diensten, de normen zou moeten bepalen van internationale regelingen en overeenkomsten inzake digitale handelsstromen, en wel op basis van drie elementen: (1) de markttoegang van digitale goederen en diensten in derde landen waarborgen, (2) ervoor zorgen dat handelsregelingen concrete voordelen opleveren voor de consument en (3) de eerbiediging van de grondrechten waarborgen en bevorderen;

2.  benadrukt dat, hoewel middels de strategie voor de digitale interne markt tal van problemen waarmee de digitale handel te kampen heeft worden aangepakt, EU-bedrijven nog steeds aanlopen tegen ernstige mondiale belemmeringen, zoals niet-transparante regelgeving, overheidsbemoeienis en ongerechtvaardigde gegevenslokalisering en -opslag; wijst erop dat bepaalde belangrijke maatregelen in het kader van de strategie voor de digitale interne markt, waaronder het EU-cloudinitiatief en de hervorming van het auteursrecht, een internationale dimensie hebben die in een Europese strategie voor de digitale handel aan de orde kan worden gesteld;

3.  benadrukt dat de digitale kloof moet worden overbrugd om mogelijke negatieve gevolgen op sociaal en ontwikkelingsvlak tot een minimum te beperken; onderstreept in dit opzicht hoe belangrijk het is om de participatie van vrouwen aan STEM (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) te bevorderen, barrières voor levenslang leren weg te nemen en de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de toegang tot en het gebruik van nieuwe technologieën te verkleinen; roept de Commissie op verder te onderzoeken hoe het huidige handelsbeleid en de gelijkheid van mannen en vrouwen met elkaar samenhangen en hoe handel de economische positie van vrouwen kan bevorderen;

4.  merkt op dat het netwerkeffect van de digitale economie het mogelijk maakt dat één onderneming of een klein aantal ondernemingen een aanzienlijk marktaandeel in handen heeft en stelt dat dit buitensporige marktconcentratie tot gevolg zou kunnen hebben; benadrukt hoe belangrijk het is om in handelsovereenkomsten eerlijke en effectieve mededinging te bevorderen, met name tussen digitale dienstverleners zoals onlineplatforms en gebruikers zoals micro-ondernemingen, kmo's en startende ondernemingen, en om de keuze van de consument te bevorderen, niet-discriminerende behandeling van alle marktdeelnemers te waarborgen en het ontstaan van machtsposities die de markten ontwrichten, te vermijden; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat netneutraliteit een essentieel onderdeel wordt van zijn digitale handelsstrategie; is van mening dat een digitale handelsstrategie moet worden aangevuld met een versterkt en effectief internationaal kader voor mededingingsbeleid, met inbegrip van een nauwere samenwerking tussen mededingingsautoriteiten en hoofdstukken over sterke concurrentie in handelsovereenkomsten; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat bedrijven en ondernemingen aan de mededingingsregels voldoen en dat van discriminatie van concurrenten ten koste van de belangen van consumenten geen sprake is;

5.  benadrukt dat toegang tot een veilige breedbandinternetverbinding en digitale betaalmethodes, doeltreffende consumentenbescherming (in het bijzonder verhaalmechanismen voor grensoverschrijdende onlineverkoop) en voorspelbare douaneregelingen noodzakelijk zijn om digitale handel, duurzame ontwikkeling en inclusieve groei mogelijk te maken;

6.  is van mening dat handelsovereenkomsten de samenwerking tussen agentschappen voor consumentenbescherming moeten bevorderen en is ingenomen met initiatieven ter bevordering van maatregelen om het consumentenvertrouwen in handelsbesprekingen te vergroten, zoals regelingen inzake elektronische handtekeningen en contracten en inzake ongewenste communicatie; benadrukt dat de rechten van consumenten moeten worden beschermd en in geen geval mogen worden ondermijnd;

7.  onderstreept dat kmo's in ontwikkelingslanden het merendeel van de bedrijven uitmaken en de meeste werknemers in de industrie- en dienstensector in dienst hebben; brengt in herinnering dat de bevordering van grensoverschrijdende e-handel rechtstreeks van invloed kan zijn op het verbeteren van de levensomstandigheden, het bevorderen van een hogere levensstandaard en het stimuleren van de economische ontwikkeling;

8.  verlangt dat niets in handelsovereenkomsten de EU en haar lidstaten ervan weerhoudt hun regels inzake gegevensbescherming te handhaven, te verbeteren en toe te passen; herinnert eraan dat, wanneer aan de thans en in de toekomst in hoofdstuk IV van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(7) vastgelegde eisen en de in hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 vastgelegde eisen wordt voldaan, persoonsgegevens naar derde landen kunnen worden overgedragen zonder gebruik te maken van algemene regelingen in handelsovereenkomsten; erkent dat adequaatheidsbesluiten, waaronder gedeeltelijke en sectorspecifieke adequaatheidsbesluiten, fundamentele mechanismen zijn voor het waarborgen van een veilige overdracht van persoonsgegevens van de EU naar een derde land; merkt op dat de EU alleen adequaatheidsbesluiten heeft vastgesteld ten aanzien van vier van haar twintig grootste handelspartners; onderstreept het belang van het waarborgen, in het bijzonder door middel van adequaatheidsdialogen, van de overdracht van gegevens van derde landen naar de EU;

9.  verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan en vaart te zetten achter de vaststelling van adequaatheidsbesluiten, mits derde landen, uit hoofde van hun nationale wetgeving of hun internationale verbintenissen, voor een beschermingsniveau zorgen dat "wezenlijk gelijkwaardig" is aan het in de EU gegarandeerde niveau; roept de Commissie op actuele en gedetailleerde bindende procedures vast te stellen en openbaar te maken, en een specifieke termijn te stellen om tot deze besluiten te komen, een en ander met volledige inachtneming van de bevoegdheden van nationale toezichthoudende autoriteiten en het advies van het Parlement;

10.  herinnert eraan dat het voor elk type bedrijf dat op internationaal niveau producten en diensten levert, steeds belangrijker wordt om over grenzen heen gegevens te kunnen verkrijgen, verzamelen, verwerken en doorgeven; merkt op dat dit geldt voor zowel persoonsgegevens als niet-persoonsgebonden gegevens en ook communicatie van machine naar machine omvat;

11.  dringt er bij de Commissie op aan zo spoedig mogelijk regels voor grensoverschrijdende gegevensoverdracht op te stellen die volledig in overeenstemming zijn met de huidige en toekomstige Europese regelgeving op het gebied van gegevensbescherming en privacy; vraagt de Commissie voorts om in EU-handelsovereenkomsten een horizontale bepaling op te nemen waardoor een partij ten volle het recht behoudt om persoonsgegevens en de privacy te beschermen, met als enige voorwaarde dat dit recht niet ten onrechte wordt gebruikt om regels voor grensoverschrijdende gegevensoverdracht te omzeilen om andere redenen dan de bescherming van persoonsgegevens; is van mening dat dergelijke regels en bepalingen deel moeten uitmaken van alle nieuwe en onlangs gestarte handelsbesprekingen met derde landen; wijst erop dat regelingen in dit opzicht moeten worden vrijgesteld van het toepassingsgebied van toekomstige hoofdstukken over de bescherming van investeringen;

12.  verzoekt de Commissie om ongerechtvaardigde gegevenslokalisatievereisten in vrijhandelsovereenkomsten strikt te verbieden; meent dat de afschaffing van dergelijke vereisten een topprioriteit moet zijn en benadrukt dat de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming in acht moet worden genomen; betreurt alle pogingen om dergelijke vereisten in te zetten als een soort non-tarifaire handelsbelemmering en een vorm van digitaal protectionisme; is van mening dat dergelijk protectionisme een ernstige belemmering vormt voor de kansen van Europese bedrijven op de markten van derde landen en de efficiëntievoordelen van de digitale handel ondermijnt;

13.  verzoekt de Commissie haar standpunt inzake grensoverschrijdende gegevensoverdracht, ongerechtvaardigde gegevenslokalisatievereisten en waarborgen voor gegevensbescherming in handelsbesprekingen zo spoedig mogelijk kenbaar te maken, overeenkomstig het standpunt van het Parlement, zodat het in alle nieuwe en onlangs gestarte onderhandelingen kan worden opgenomen en tegelijkertijd wordt voorkomen dat de EU in internationale handelsbesprekingen buiten spel wordt gezet;

14.  verzoekt de Commissie om maatregelen van derde landen – zoals beleid ter bevordering van lokale aankopen, vereisten met betrekking tot lokale inhoud en gedwongen technologieoverdracht – te bestrijden, voor zover zij niet zijn gerechtvaardigd op grond van door de VN geleide programma's voor het dichten van de digitale kloof of aan TRIPS gerelateerde uitzonderingen, om zodoende te waarborgen dat Europese bedrijven in een eerlijke, voorspelbare omgeving kunnen opereren;

15.  benadrukt dat de EU haar inspanningen op bilateraal, plurilateraal en multilateraal niveau moet voortzetten om te waarborgen dat derde landen een vergelijkbare mate van openheid voor buitenlandse investeringen bieden als de EU en een gelijk speelveld behouden voor marktdeelnemers uit de EU; is verheugd over het voorstel van de EU voor een verordening tot vaststelling van een kader voor beoordeling van directe buitenlandse investeringen in de Unie en steunt de doelstellingen voor een betere bescherming van kritieke infrastructuur en technologieën;

16.  onderstreept dat een digitale handelsstrategie volledig in overeenstemming moet zijn met het beginsel van netneutraliteit en de gelijke behandeling van het internetverkeer moet waarborgen, zonder discriminatie, beperkingen of inmenging en ongeacht zender, ontvanger, soort, inhoud, voorziening, dienst of toepassing; herinnert eraan dat maatregelen inzake verkeersbeheer alleen in uitzonderlijke gevallen mogen worden toegestaan wanneer zij absoluut noodzakelijk zijn, en niet langer dan noodzakelijk, teneinde aan juridische eisen te voldoen, de integriteit en veiligheid van het netwerk te behouden en dreigende netwerkcongestie te voorkomen;

17.  onderstreept dat de aanleg van en de toegang tot infrastructuur, met name in landelijke gebieden, berggebieden en afgelegen gebieden, die qua dekking, kwaliteit en veiligheid adequaat zijn en netneutraliteit ondersteunen, cruciaal zijn voor de digitalisering van de Europese industrie en de uitbreiding van e-governance;

18.  betreurt ten zeerste de praktijken van derde landen die markttoegang afhankelijk maken van het aan staatsautoriteiten bekendmaken en overdragen van broncodes van de software die bedrijven willen verkopen; is van mening dat dergelijke maatregelen onevenredig zijn als algemene eis voor markttoegang; verzoekt de Commissie om regeringen die vrijhandelsovereenkomsten ondertekenen te verbieden zich in te laten met dit soort praktijken; wijst erop dat het voorgaande staatsautoriteiten er niet van mag weerhouden transparantie van software te bevorderen, de openbaarmaking van broncodes middels kosteloze en vrij toegankelijke software te stimuleren en gegevens te delen middels licenties voor open gegevens;

19.  herinnert eraan dat in sommige gevallen vereisten inzake lokale aanwezigheid nodig zijn om effectief bedrijfseconomisch toezicht of toezicht en handhaving inzake regelgeving te waarborgen; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om daarom beperkte verbintenissen aan te gaan in modus 1, teneinde regelgevingsarbitrage te vermijden;

20.  is van mening dat de digitale handel meer gestimuleerd moet worden in het openbare aanbestedingsbeleid, onder andere door gebruik te maken van de mogelijkheid om diensten op afstand te verlenen en door ervoor te zorgen dat de Europese ondernemingen, met name kmo's, eerlijke toegang hebben tot particuliere en overheidsopdrachten;

21.  merkt op dat vereisten inzake overdracht van op ontwikkelingen gerichte technologie niet door regelingen over digitale handel mogen worden uitgesloten;

22.  wenst dat de Commissie autoriteiten van derde landen verbiedt om bedrijven, als voorwaarde voor de productie, verkoop of distributie van producten, te verplichten gegevens met betrekking tot de (cryptografische) technologie die zij in hun producten gebruiken openbaar te maken of over te dragen;

23.  merkt op dat de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en investeringen in onderzoek en ontwikkeling een eerste vereiste zijn voor de kenniseconomie van de EU, en dat internationale samenwerking van essentieel belang is om de handel in namaakgoederen in de gehele waardeketen te bestrijden; moedigt de Commissie daarom aan te streven naar de wereldwijde tenuitvoerlegging van internationale normen, zoals de TRIPS-overeenkomst van de WTO en de WIPO-internetverdragen; herinnert eraan dat juridische bescherming, zowel online als offline, in de hele EU is vereist voor nieuwe creaties, aangezien dit investeringen zal stimuleren en tot verdere innovaties zal leiden; benadrukt evenwel dat handelsovereenkomsten niet het aangewezen middel zijn om het beschermingsniveau van houders van rechten uit te breiden door te voorzien in ruimere handhavingsbevoegdheden inzake auteursrecht; benadrukt dat de toegang tot medicijnen in derde landen niet mag worden belemmerd op grond van de bescherming van intellectuele eigendom; benadrukt dat de handel in namaakgoederen een duidelijk andere aanpak vergt van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in de digitale economie;

24.  dringt er bij de Commissie op aan het gTLD-programma van ICANN, dat domeinnamen naar duizenden generieke namen uitbreidt, nauwlettend in de gaten te houden en overeenkomstig haar verbintenis inzake een vrij en open internet de bescherming van rechthebbenden te waarborgen, met name met betrekking tot geografische aanduidingen;

25.  verzoekt de Commissie handelsovereenkomsten te gebruiken om partijen te beletten buitenlandse aandelenplafonds op te leggen en om concurrentiebevorderende regelgeving voor algemene toegang tot netwerken van gevestigde aanbieders vast te stellen, transparante en niet-discriminerende regels en vergoedingen voor licentieverlening te verstrekken en de toegang tot aansluitingsinfrastructuren in exportmarkten voor EU-telecomaanbieders daadwerkelijk veilig te stellen; herinnert eraan dat op regels gebaseerde mededinging in de telecommunicatiesector tot kwaliteitsvollere diensten en lagere prijzen leidt;

26.  dringt erop aan dat de Commissie inspanningen blijft leveren om een reeks bindende multilaterale regels inzake e-handel in de WTO op te stellen en zich blijft richten op concrete en realistische resultaten;

27.  wenst dat de Commissie, conform de door het Parlement aangenomen aanbevelingen, met spoed de TiSA-onderhandelingen hervat; deelt de mening dat de EU de kans om het voortouw te nemen bij de vaststelling van moderne internationale digitale normen, moet aangrijpen;

28.  herinnert eraan dat de leden van de WTO sinds 1998 een moratorium handhaven op de tarieven voor elektronische overdrachten; benadrukt dat dergelijke tarieven voor zowel bedrijven als consumenten tot onnodige extra kosten zouden leiden; verzoekt de Commissie het moratorium om te zetten in een permanente overeenkomst om tarieven voor elektronische overdrachten te verbieden na zorgvuldige analyse van de gevolgen op het gebied van 3D-printing;

29.  neemt kennis van de inspanningen van de WTO om haar werkprogramma inzake e-handel verder te ontwikkelen; verzoekt de Commissie ernaar te streven meer producten en WTO-leden op te nemen in de informatietechnologieovereenkomst van de WTO en neemt kennis van de ministeriële conferentie van de WTO in Buenos Aires die gepland staat voor december 2017; wenst dat de Commissie, met het oog op het waarborgen van een gemeenschappelijk Europees standpunt, zo snel mogelijk overleg pleegt met Europese bedrijven en lidstaten over haar standpunt met betrekking tot e-handel en andere kwesties inzake digitale handel waarover op de conferentie overeenstemming moet worden bereikt;

30.  verzoekt de Commissie om handelsovereenkomsten in te zetten voor het bevorderen van de interoperabiliteit van ICT-normen die zowel consumenten als producenten ten goede komen, met name in het kader van een veilig internet der dingen, 5G en cyberveiligheid, zonder echter de legitieme forums voor governance van diverse belanghebbenden te omzeilen die zeer nuttig zijn geweest voor het open internet;

31.  schaart zich achter de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 over normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt (COM(2016) 0176); benadrukt dat een duidelijkere reeks prioriteiten voor de normalisatie in de ICT-sector, gecombineerd met politieke steun op hoog niveau, het concurrentievermogen zal versterken, hoewel normalisatie in de ICT-sector ook in de toekomst hoofdzakelijk door de sector dient te worden aangestuurd, vrijwillig dient te zijn en gebaseerd dien te zijn op consensus en op de beginselen van transparantie, openheid, onpartijdigheid, consensus, doeltreffendheid, relevantie en samenhang; merkt op dat de instrumenten van het Europees normalisatiesysteem bij dit proces moeten worden ingezet en dat er een breed scala van belanghebbenden, zowel binnen de EU als op internationaal niveau, bij moet worden betrokken, met het doel betere normaliseringsprocessen te ontwikkelen, in overeenstemming met het gezamenlijke initiatief voor normalisatie; verzoekt de Commissie om de ontwikkeling van mondiale industrienormen voor essentiële 5G-technologie en netwerkarchitectuur onder leiding van de EU te stimuleren, in het bijzonder door belangrijke Europese en internationale normalisatie-instanties de resultaten van het publiek-private partnerschap inzake 5G (5G PPP) te laten benutten;

32.  benadrukt het belang van internationale normen inzake digitale apparatuur en diensten, in het bijzonder op het gebied van cyberbeveiliging; verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de invoering van essentiële maatregelen voor cyberbeveiliging in producten van het internet der dingen en cloudgebaseerde diensten;

33.  meent dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de toenemende aantallen consumenten en particulieren die artikelen kopen en verkopen via internet en verwikkeld zijn geraakt in omslachtige douaneprocedures in verband met goederen die via internet zijn aangeschaft; brengt in herinnering dat er een vereenvoudigde, belastingvrije en douanerechtenvrije douanebehandeling van online verkochte en ongebruikte geretourneerde artikelen moet worden ingevoerd; herinnert eraan dat de handelsfacilitatieovereenkomst van de WTO erop gericht is om douaneprocedures te versnellen en om de verantwoordingsplicht en transparantie ervan te bevorderen; wijst op de noodzaak douane-informatie en -beheer te digitaliseren via onlineregistratie en -informatiegebruik, hetgeen inklaring aan de grens, samenwerking op het gebied van fraudeopsporing, corruptiebestrijdingsmaatregelen en transparantie van prijzen op douanegebied moet bevorderen; is van mening dat een breder gebruik van instrumenten zoals onlinegeschillenbeslechting nuttig zou zijn voor consumenten;

34.  roept de Commissie op ondertekenaars van handelsovereenkomsten aan te moedigen in het hoofdstuk over telecommunicatie van vrijhandelsovereenkomsten bepalingen op te nemen om de kosten voor zowel internationale roaming als voor internationaal bellen en sms'en transparant, billijk, redelijk en consumentgericht te maken; verzoekt de Commissie om beleid te ondersteunen dat kostprijs-georiënteerde retailprijzen voor roamingdiensten bevordert met het oog op prijsverlaging, dat transparantie bevordert en dat handelspraktijken voorkomt die oneerlijk zijn of negatieve gevolgen hebben voor de consument;

35.  erkent dat de beginselen van de richtlijn inzake elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) vanwege het creëren van gunstige voorwaarden voor innovaties en het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van ondernemerschap van essentieel belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de digitale economie; herinnert eraan dat de Commissie bij haar handelsbesprekingen gebonden is aan het EU-acquis;

36.  wenst dat de Commissie digitale technologieën en diensten nog meer tot een algemeen onderdeel van het EU-ontwikkelingsbeleid maakt, zoals onder meer uiteengezet in de Digital4Development-agenda; verzoekt de Commissie handelsovereenkomsten in te zetten voor de verbetering en bevordering van digitale rechten; erkent dat wereldwijd slechts 53,6% van alle huishoudens toegang tot het internet heeft; betreurt dat er nog altijd een aanzienlijke digitale kloof bestaat; roept de Commissie op deze kloof te dichten door het aantal investeringen in digitale infrastructuur op het zuidelijk halfrond te verhogen, onder meer door publiek-private partnerschappen te bevorderen, evenwel met inachtneming van de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking; wijst in dit verband op de bijdrage van de ITU-D van de VN aan het creëren, ontwikkelen en verbeteren van telecommunicatie en ICT-apparatuur en -netwerken; roept de Commissie op ervoor te zorgen dat investeringen in breedbandinfrastructuur in ontwikkelingslanden een integrale bijdrage leveren aan en afhankelijk worden gesteld van vrij, open en veilig internet en wenst dat de Commissie passende oplossingen ontwikkelt om mobiele internettoegang te bevorderen; wijst erop dat, om digitaal met multinationale ondernemingen te kunnen interageren en toegang te krijgen tot wereldwijde waardeketens, dergelijke investeringen van bijzonder belang zijn voor lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met name in ontwikkelingslanden; herinnert eraan dat de bevordering van grensoverschrijdende e-handel rechtstreeks van invloed kan zijn op het verbeteren van de levensomstandigheden, het bevorderen van een hogere levensstandaard en het stimuleren van de economische ontwikkeling; brengt in herinnering dat dergelijke inspanningen kunnen bijdragen tot de bevordering van gendergelijkheid, aangezien een groot aantal van deze ondernemingen in eigendom is van en beheerd wordt door vrouwen; benadrukt dat de digitale handel ook voor overheidsdiensten een hulpmiddel kan zijn en zo kan bijdragen aan de ontwikkeling van de elektronische overheid;

37.  benadrukt dat digitale handelsstrategieën volledig in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling en met name startende ondernemingen en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in staat moeten stellen deel te nemen aan grensoverschrijdende e-handel, verwijzend naar de bijdrage die dit zou leveren aan de gelijkheid van mannen en vrouwen;

38.  is van mening dat digitale kwesties ook nadrukkelijker aanwezig moeten zijn in het EU-beleid betreffende hulp voor handel om de groei van de e-handel te bevorderen middels versterking van de steun voor innovatie en infrastructuur en de toegang tot financiering, met name via microfinancieringsinitiatieven en bijstand voor het vergroten van de onlinezichtbaarheid van e-commercebedrijven in ontwikkelingslanden, het vergemakkelijken van toegang tot platforms en het bevorderen van de beschikbaarheid van elektronische betalingsoplossingen en de toegang tot kostenefficiënte logistieke en leveringsdiensten;

39.  wijst erop dat digitale handelsstrategieën, inclusief de begeleidende maatregelen, volledig in overeenstemming moeten zijn met en moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de agenda voor duurzame ontwikkeling voor 2030; merkt op dat SDG 4 (inzake kwaliteitsvol onderwijs voor gratis, onpartijdig en kwaliteitsvol basis- en voortgezet onderwijs voor alle meisjes en jongens), SDG 5 (inzake het verwezenlijken van gendergelijkheid en het versterken van de positie van alle vrouwen en meisjes), SDG 8.10. (inzake het bevorderen van inclusieve en duurzame economische groei, met name middels versterkte capaciteit van binnenlandse financiële instellingen en toegang tot financiële diensten), SDG 9.1. (inzake het ontwikkelen van betrouwbare en veerkrachtige infrastructuur gericht op gelijke toegang voor iedereen) en SDG 9.3. (inzake het vergroten van de toegang van kleine ondernemingen, met name in ontwikkelingslanden, tot financiële diensten, met inbegrip van betaalbaar krediet, en de integratie ervan in waardeketens en markten) bijzonder relevant zijn in dit opzicht;

40.  verbindt zich ertoe zijn digitale handelsstrategie om de vijf jaar te actualiseren;

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de EDEO.

(1) PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(2) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0299.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0041.
(5) PB C 265 van 11.8.2017, blz. 35.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0233.
(7) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

Juridische mededeling - Privacybeleid