Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2222(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0387/2017

Ingediende teksten :

A8-0387/2017

Debatten :

PV 14/12/2017 - 3
CRE 14/12/2017 - 3

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0502

Aangenomen teksten
PDF 298kWORD 59k
Donderdag 14 december 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2016
P8_TA(2017)0502A8-0387/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 14 december 2017 over de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2016 (2017/2222(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de uitkomst van de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften,

–  gezien het jaarverslag van de Europese Ombudsman voor 2016,

–  gezien de artikelen 10 en 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 24 en 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 228 van het VWEU,

–  gezien artikel 44 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie inzake het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement,

–  gezien de bepalingen van het VWEU met betrekking tot de inbreukprocedure, en met name de artikelen 258 en 260,

–   gezien artikel 52 en artikel 216, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8‑0387/2017),

A.  overwegende dat in 2016 1 569 verzoekschriften zijn ontvangen – tegenover 1 431 in 2015 – waarvan 1 110 verzoekschriften (70,8 %) ontvankelijk zijn verklaard;

B.  overwegende dat het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement in 2016 6 132 gebruikers telde die een of meerdere verzoekschriften medeondertekend hebben, tegenover 902 in 2015, en dat het aantal medeondertekeningen per verzoekschrift en per gebruiker 18 810 bedroeg in 2016, tegenover 1 329 in 2015;

C.  overwegende dat het aantal ontvangen verzoekschriften eerder bescheiden is in vergelijking met de totale bevolking van de EU; overwegende dat dit aantal aangeeft dat een deel van de burgers van de EU zich bewust is van het recht om verzoekschriften in te dienen en dat recht ook gebruiken en via de verzoekschriftenprocedure verwachten de aandacht van de EU-instellingen te vestigen op kwesties waarover zij zich zorgen maken en die binnen het kader van de bevoegdheden van de EU vallen; overwegende dat evenwel meer inspanningen nodig zijn om het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement meer bekendheid te geven en te bevorderen;

D.  overwegende dat het recht om een verzoekschrift te richten tot het Europees Parlement EU‑burgers en ‑ingezetenen de mogelijkheid geeft om rechtstreeks een officieel verzoek te richten tot hun vertegenwoordigers, en dat dit recht derhalve naar behoren moet worden beschermd en benut; overwegende dat dit recht van essentieel belang is om de actieve participatie van EU‑burgers en ‑ingezetenen in de werkzaamheden van de Europese Unie te verzekeren;

E.  overwegende dat het Europees Parlement lang een voorloper is geweest in de internationale ontwikkeling van het verzoekschriftenproces en nog steeds beschikt over het meest open en transparante systeem in Europa, dat met name de volledige deelname van de indieners aan zijn activiteiten mogelijk maakt;

F.  overwegende dat de commissie een essentiële rol speelt bij het emanciperen van de Europese burgers en zodoende helpt om het imago en de autoriteit van het Parlement in de ogen van de kiezers te versterken, door het Parlement in staat te stellen om zich rekenschap te geven van en beter toezicht te houden op de wijze waarop het EU‑recht door de lidstaten en de andere EU‑instellingen ten uitvoer wordt gelegd;

G.  overwegende dat actieve participatie alleen mogelijk is op basis van een democratisch en transparant proces bij alle EU‑instellingen dat het Parlement en de Commissie verzoekschriften in staat stelt om hun werk burgervriendelijk en zinvol te maken;

H.  overwegende dat verzoekschriften worden ingediend en ondersteund door betrokken burgers, die op hun beurt verwachten dat de EU‑instellingen een meerwaarde bieden bij het wegnemen van hun bezorgdheid; overwegende dat het verzuim om naar behoren gevolg te geven aan verzoekschriften waarschijnlijk leidt tot frustratie en bijgevolg tot onvrede over de Unie;

I.  overwegende dat wordt geconstateerd dat burgers zich vaak in laatste instantie tot de Commissie verzoekschriften wenden, wanneer andere organen en instellingen op regionaal en nationaal niveau hun bezorgdheid niet kunnen wegnemen;

J.  overwegende dat verzoekschriften het Parlement in staat stellen om te luisteren naar de burgers en een bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen waarmee zij worden geconfronteerd; overwegende dat de effecten van de EU-wetgeving op het dagelijks leven van degenen die in de EU wonen moeten worden beoordeeld aan de hand van die verzoekschriften;

K.  overwegende dat het vergroten van de directe betrokkenheid van de burgers bij, en het verbeteren van de kwaliteit van de besluitvormingsprocessen op EU-niveau alleen mogelijk zijn op basis van een democratisch bestuur dat transparantie, doeltreffende bescherming van de grondrechten en opneming van de zorgen van de burgers op de politieke agenda van de EU kan garanderen;

L.  overwegende dat verzoekschriften onder andere een nuttige bron van informatie zijn om inbreuken op het EU-recht op te sporen, alsook de hiaten en tegenstrijdigheden in het EU-recht wat betreft de doelstelling om de grondrechten van alle burgers volledig te beschermen;

M.  overwegende dat verzoekschriften een grote hoeveelheid relevante informatie geven over verschillende domeinen die nuttig zijn voor andere parlementaire commissies, ook in verband met hun wetgevende activiteiten; overwegende dat het de verantwoordelijkheid van het Parlement als geheel is om het grondrecht om verzoekschriften in te dienen, te verwezenlijken door verzoekschriften naar behoren te behandelen;

N.  overwegende dat elk verzoekschrift zorgvuldig moet worden beoordeeld en behandeld en dat elke indiener het recht heeft om een eerste antwoord te krijgen van de Commissie verzoekschriften waarin alle aangehaalde kwesties worden beantwoord, met volledige inachtneming van het recht op behoorlijk bestuur dat is vastgelegd in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat er vaak nadere uitwisselingen en antwoorden nodig zijn naar aanleiding van de eerste beoordeling van verzoekschriften of dat er interactie met de Commissie en de nationale autoriteiten nodig is om verder te zoeken naar een oplossing;

O.  overwegende dat in de criteria voor de ontvankelijkheid van verzoekschriften in overeenstemming met artikel 227 VWEU en artikel 215 van het Reglement van het Parlement is bepaald dat verzoekschriften moeten voldoen aan de formele ontvankelijkheidsvoorwaarden, met andere woorden dat zij betrekking moeten hebben op een kwestie die binnen het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie valt en indiener rechtstreeks aangaat, en dat indieners burger moeten zijn van de Europese Unie of er moeten verblijven; overwegende dat hieruit kan worden afgeleid dat deze werkzaamheden veel verdergaan dan de loutere samenvoeging van exclusieve EU-bevoegdheden; overwegende dat 459 verzoekschriften niet‑ontvankelijk zijn verklaard omdat ze niet aan deze formele voorwaarden voldeden;

P.  overwegende dat de behandeling van ongefundeerde of niet-ontvankelijke verzoekschriften met het oog op een efficiënte werking van de Commissie verzoekschriften moet worden afgesloten en uitgelegd aan de indiener; overwegende dat de procedure voor de behandeling van verzoekschriften altijd moet uitgaan van de belangen van de indieners;

Q.  overwegende dat de specifieke, interactieve aard van het verzoekschriftenproces en de cruciale rol die burgers daarin spelen ervoor zorgen dat elk geval uniek is en een vooraf bepaald tijdpad uitsluiten; overwegende dat dergelijke procedures grote flexibiliteit en pr-vaardigheden vereisen aan bestuurlijke zijde;

R.  overwegende dat een aanzienlijk aantal verzoekschriften publiekelijk wordt besproken in vergaderingen van de Commissie verzoekschriften; overwegende dat indieners het recht hebben om hun verzoekschriften te presenteren en vaak volwaardig deelnemen aan de discussie en zo actief bijdragen aan het werk van de commissie; overwegende dat in 2016 201 indieners van verzoekschriften aanwezig waren bij vergaderingen van de commissie, en dat 61 indieners actief deelnamen door het woord te voeren;

S.  overwegende dat de informatie die burgers in verzoekschriften en tijdens commissievergaderingen verstrekken – aangevuld met de deskundigheid van de Commissie, de lidstaten of andere organen – van cruciaal belang is voor de werkzaamheden van de commissie;

T.  overwegende dat de voornaamste bronnen van zorg die in 2016 in verzoekschriften werden aangekaart, betrekking hadden op de interne markt (in het bijzonder de verrichting van diensten en het vrije verkeer van personen), de grondrechten (in het bijzonder de rechten van kinderen en personen met een handicap), sociale aangelegenheden (arbeidsomstandigheden), milieukwesties (afvalbeheer, verontreiniging en milieubescherming) en de specifieke kwestie van de brexit (verlies van verworven rechten en het mandaat van het referendum);

U.  overwegende dat het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement, dat eind 2014 werd gelanceerd, operationeel is; overwegende dat in 2016 1 067 verzoekschriften (68 % van de ontvangen verzoekschriften) via het webportaal werden ingediend, in vergelijking met 992 in 2015; overwegende dat er technische verbeteringen zijn aangebracht, onder meer in de zoekfunctie, die zowel de gebruikers als de beheerders van het portaal ten goede komen; overwegende dat samenvattingen van verzoekschriften kort na de goedkeuring ervan worden geüpload; overwegende dat de vertrouwelijkheidsinstellingen en privacyverklaringen zijn herzien en een reeks vaak gestelde vragen (FAQ's) is opgenomen; overwegende dat samenvattingen van verzoekschriften uit 2015 en 2016 zijn geüpload met behulp van een nieuwe migratietool; overwegende dat er een SEO-proces (zoekmachineoptimalisatie) is uitgevoerd; overwegende dat een groot aantal individuele ondersteuningsaanvragen van gebruikers met succes is behandeld; overwegende dat verdere projectfasen in uitvoering zijn, waardoor functies beschikbaar worden zoals de automatische elektronische kennisgeving wanneer een verzoekschrift in de agenda van de commissie wordt opgenomen, met een link naar de webstream van die vergadering, alsook wanneer de desbetreffende notulen en video's van de debatten worden geüpload, voor zowel de indieners als de medeondertekenaars;

V.  overwegende dat het Europees burgerinitiatief (EBI) een belangrijk instrument is om de deelname van burgers aan het politieke besluitvormingsproces van de EU te versterken, dat volledig moet worden benut om het vertrouwen van de burgers in de EU‑instellingen te vergroten en bij te dragen aan een echte en inclusieve Europese Unie; overwegende dat het wetgevingsvoorstel dat de Commissie op 13 september 2017 heeft ingediend voor een herziening van de huidige Verordening (EU) nr. 211/2011 over het EBI (COM(2017)0482), het startpunt betekent van een broodnodige herziening om dit instrument toegankelijker en nuttiger te maken voor de EU‑burgers;

W.  overwegende dat er vier onderzoeksmissies zijn gepland in overeenstemming met artikel 216 bis van het Reglement van het Parlement; overwegende dat onderzoeksmissies een belangrijk instrument zijn voor de Commissie verzoekschriften: ze bieden een unieke gelegenheid om informatie over complexe aangelegenheden te verzamelen bij verschillende betrokkenen en tegelijkertijd helpen ze om het werk van het Parlement concreet te laten zien aan burgers in verschillende delen van Europa; overwegende dat twee onderzoeksmissies hebben plaatsgevonden, een naar Spanje nadat meerdere verzoekschriften van EU‑burgers werden ontvangen over mogelijke inbreuken op de kaderrichtlijn water, en een naar Slowakije inzake het gebruik van structuurfondsen van de EU in woonzorgcentra voor personen met een handicap; overwegende dat de overige twee onderzoeksmissies, naar Ierland en naar Italië, zijn geannuleerd;

X.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften verantwoordelijk is voor de betrekkingen met het bureau van de Europese Ombudsman, dat klachten van EU‑burgers over mogelijk wanbeheer binnen EU‑instellingen en ‑organen moet onderzoeken;

Y.  overwegende dat Emily O'Reilly, de Europese ombudsvrouw, haar jaarverslag voor 2015 aan de Commissie verzoekschriften heeft voorgesteld tijdens de vergadering van 20 juni 2016 en overwegende dat het jaarverslag van de Commissie verzoekschriften op zijn beurt gedeeltelijk gebaseerd is op het jaarverslag van de Ombudsman;

Z.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften lid is van het Europese netwerk van ombudsmannen, waar ook de Europese Ombudsman, nationale en regionale ombudsmannen en soortgelijke instanties van de lidstaten, de kandidaat-landen en andere landen van de Europese Economische Ruimte deel van uitmaken en dat de uitwisseling van informatie over het recht en het beleid van de EU en het delen van beste praktijken moet bevorderen;

AA.  overwegende dat 147 ontvangen verzoekschriften (waarvan 120 in 2016) betrekking hebben op diverse vraagstukken – in het bijzonder de bescherming van de burgerrechten – die het referendum in het Verenigd Koninkrijk over de uitstap uit de Europese Unie heeft opgeworpen;

AB.  overwegende dat de richtsnoeren van de Commissie verzoekschriften, die in januari 2016 zijn aangenomen en sindsdien worden toegepast, voor duidelijkheid en structuur hebben gezorgd in de werkzaamheden van de commissie en de verwerking van verzoekschriften;

AC.  overwegende dat de herziening van het Reglement van het Parlement (die in december 2016 door de plenaire vergadering is aangenomen) ook veranderingen en een verduidelijking van de verzoekschriftenprocedure inhoudt;

AD.  overwegende dat een louter formalistische benadering van de behandeling van verzoekschriften inzake milieubeoordelingen de correcte tenuitvoerlegging van het EU‑milieurecht in de lidstaten en de geloofwaardigheid van de Commissie om er doeltreffend op toe te zien dat de grondrechten van de burgers volledig worden geëerbiedigd, in gevaar brengt;

1.  wijst erop dat de Commissie verzoekschriften een essentiële rol te spelen heeft als aanspreekpunt voor EU-burgers en -ingezeten om hun klachten in te dienen over inbreuken op en tekortkomingen in de toepassing van het EU-recht in de lidstaten, alsook over hiaten en tegenstrijdigheden in de EU-regelgeving; onderstreept dat volledig moet worden gegarandeerd dat de aan de orde gestelde kwesties tijdig en op uitvoerige, onpartijdige en billijke wijze worden behandeld door de instellingen;

2.  onderkent dat verzoekschriften een belangrijke bron van informatie uit de eerste hand zijn, niet alleen over schendingen en lacunes bij de toepassing van het EU‑recht in de lidstaten, maar ook over mogelijke mazen in de EU‑wetgeving en suggesties van burgers voor nieuw aan te nemen wetgeving of voor mogelijke verbeteringen in vigerende wetteksten;

3.  herinnert eraan dat verzoekschriften het Parlement en andere EU-instellingen in staat stellen om opnieuw aansluiting te vinden bij EU-burgers die op verschillende bestuursniveaus de gevolgen ondervinden van de toepassing van het EU-recht; is van mening dat het vermogen om te zorgen voor transparantie, directe betrokkenheid van de burgers, volledige bescherming van de grondrechten, een duidelijke verbetering van de wijze waarop de EU-instellingen reageren op en komen met oplossingen voor de problemen die door de burgers aan hen zijn voorgelegd, alsook een nauwere samenwerking van EU-instellingen en andere EU-organen met nationale, regionale en plaatselijke overheden van cruciaal belang zijn om de democratische legitimiteit van en verantwoording binnen het besluitvormingsproces van de Unie te versterken;

4.  bevestigt dat het vermogen van de Commissie en het Parlement om te reageren op problemen in verband met de omzetting en onjuiste toepassing van wetgeving, en deze op te lossen, door de effectieve behandeling van verzoekschriften op de proef wordt gesteld en uiteindelijk wordt versterkt; merkt op dat de Commissie overweegt om de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving als prioriteit te beschouwen, zodat burgers ervan kunnen profiteren in hun dagelijks leven;

5.  roept op tot de vaststelling van een duidelijk onderscheid tussen de status en de rechten van indieners en van hun ondersteuners dat in overeenstemming is met de transparantiebeginselen;

6.  blijft het als een bijzondere verplichting beschouwen dat niet-ontvankelijke of ongegronde verzoekschriften niet onevenredig lang niet als niet‑ontvankelijk worden aangemerkt of niet worden afgesloten; onderstreept in dit verband dat tegenover de indieners de niet-ontvankelijkheid respectievelijk het afsluiten van de behandeling van een verzoekschrift wegens ongegrondheid zorgvuldig moet worden gemotiveerd;

7.  onderkent dat de effectieve toepassing van het EU‑recht een positief effect heeft op de geloofwaardigheid van de EU‑instellingen; herinnert eraan dat het in het Verdrag van Lissabon vastgelegde recht om een verzoekschrift in te dienen een belangrijk aspect van het Europees burgerschap is en een echte lakmoesproef vormt voor het toezicht op de toepassing van het EU‑recht en voor de opsporing van mogelijke mazen in de wetgeving; vraagt de Commissie verzoekschriften regelmatige vergaderingen met haar ambtgenoten op nationaal niveau te organiseren om de zorgen van de Europese burgers beter bekend te maken in de EU en in de lidstaten en om hun rechten te versterken door betere Europese wetgeving en een betere toepassing daarvan; roept derhalve op tot een sterke inzet van alle betrokken autoriteiten op nationaal en Europees niveau door prioriteit te geven aan de verwerking en oplossing van verzoekschriften;

8.  herinnert de Commissie eraan dat verzoekschriften een uniek middel zijn om situaties waarin het EU‑recht niet wordt geëerbiedigd, aan de orde te stellen en te onderzoeken met behulp van de politieke controle van het Europees Parlement; herinnert de Commissie eraan dat verzoeken om hulp van de Commissie verzoekschriften het nodige gevolg moeten krijgen, en herhaalt zijn oproep aan het adres van de Commissie om de kwaliteit van haar antwoorden, ook tijdens vergaderingen van de Commissie verzoekschriften, zowel wat de inhoud als wat de diepgang betreft, te verbeteren om te verzekeren dat de zorgen van Europese burgers de nodige aandacht krijgen en op een transparante manier behandeld worden; brengt in herinnering dat de wijze waarop de in de verzoekschriften aan de orde gestelde kwesties worden behandeld, een doorslaggevende impact heeft op de burgers wat betreft de daadwerkelijke eerbiediging van het bij het EU‑recht verleende recht om verzoekschriften in te dienen en op hun oordeel over de Europese instellingen; dringt er bij de Commissie op aan om manieren te vinden om beter samen te werken met de overheden in de lidstaten om een antwoord te geven op vragen over de tenuitvoerlegging en de naleving van het EU‑recht;

9.  meent dat het feit dat de nationale rechtbanken primair verantwoordelijk zijn voor een behoorlijke tenuitvoerlegging van de EU‑wetgeving in de lidstaten de Commissie geenszins belet om in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen een proactievere rol te spelen bij het waarborgen van de naleving van het EU‑recht, met name in zaken die betrekking hebben op bescherming van milieu en volksgezondheid, waarin het voorzorgsbeginsel voorrang moet krijgen;

10.  beklemtoont dat er vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie van een zo hoog mogelijk niveau aanwezig moeten zijn bij vergaderingen en hoorzittingen van de Commissie verzoekschriften, wanneer de inhoud van de besproken kwesties de betrokkenheid van deze instellingen vereist;

11.  verzoekt de functionarissen van de Commissie die de vergaderingen van de Commissie verzoekschriften bijwonen, zich bereid te tonen om een echte dialoog aan te gaan met de indieners en zich niet te beperken tot het lezen van het reeds vastgestelde, voorafgaand aan de vergadering rondgestuurde antwoord;

12.  roept ertoe op onderzoek te doen naar de mogelijkheid om teleconferentiediensten te gebruiken; moedigt het gebruik van nieuwe audiovisuele technologieën aan om de indieners in staat te stellen een grotere rol te spelen in de werkzaamheden van de commissie door in realtime deel te nemen aan de beraadslagingen over hun verzoekschrift;

13.  is het oneens met de door de Commissie herhaalde interpretatie van het 27e jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht (2009) dat zij gemachtigd zou zijn dossiers waarvoor nog geen officiële maatregelen in de richting van een inbreukprocedure zijn genomen, te sluiten, of actieve inbreukprocedures met betrekking tot bij nationale rechtbanken lopende rechtszaken, op te schorten; herinnert eraan dat het Parlement in artikel 11 van zijn jaarlijkse resolutie van 15 december 2016(1) over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften herhaalde het oneens te zijn met de oorspronkelijke benadering van de Commissie in het genoemde verslag, zoals het reeds meldde in zijn resolutie van 14 september 2011(2), waarin de Commissie met name in de artikelen 1, 23 en 32 werd verzocht meer inspanningen te leveren om een consequente tenuitvoerlegging van de EU‑wetgeving te waarborgen, voor zover dat in haar macht ligt, en gebruik te maken van inbreukmechanismen, ongeacht de vraag of er op nationaal niveau rechtszaken lopen;

14.  neemt, verwijzend naar het jaarlijkse verslag van de Commissie van 6 juli 2017 over de controle op de toepassing van het EU-recht 2016 (COM(2017)0370), met bezorgdheid nota van de aanzienlijke stijging van het aantal lopende inbreukzaken ten opzichte van 2015 met 21 %; verzoekt de Commissie om gevolg te geven aan de oproepen van het Parlement om informatie te delen over de stand van zaken omtrent lopende inbreukprocedures; wijst op de belangrijke rol van verzoekschriften bij het identificeren van een gebrekkige tenuitvoerlegging of laattijdige omzetting van Europese wetgeving; herinnert de Commissie eraan dat de Commissie verzoekschriften zich ervoor inspant om tijdig en op verantwoorde wijze tegemoet te komen aan de verwachtingen van burgers en om tegelijkertijd te zorgen voor de democratische controle op en de behoorlijke toepassing van het EU-recht;

15.  vraagt de Commissie om gedetailleerde statistieken te verstrekken over het aantal verzoekschriften dat heeft geleid tot het starten van een EU Pilot- of inbreukprocedure; vraagt daarnaast op de hoogte gehouden te worden van zaken in verband met lopende gerechtelijke en/of andere procedures en vraagt om, wanneer EU Pilot- en inbreukprocedures door toepassing van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie werden afgesloten, de documenten te ontvangen die in de loop van de procedures uitgewisseld werden, teneinde een gestructureerde dialoog te faciliteren en de tijd die nodig is voor geschillenbeslechting te beperken; verzoekt de Commissie deze verslagen te bespreken met de Commissie verzoekschriften en op proactieve wijze de ondervoorzitter die verantwoordelijk is voor vereenvoudiging en de toepassing van wetgeving hierbij te betrekken;

16.  dringt er bij de Commissie op aan haar bevoegdheden in verband met haar rol als hoedster van de Verdragen naar behoren te gebruiken, aangezien die rol van cruciaal belang is voor de werking van de EU voor de burgers en de Europese wetgevers; roept op tot een tijdige behandeling van inbreukprocedures om onverwijld een einde te maken aan situaties waarin het EU-recht niet wordt geëerbiedigd;

17.  acht samenwerking met andere parlementaire commissies van essentieel belang; verwijst in dat verband naar de aanname van de richtsnoeren van de Commissie verzoekschriften, waarin het beginsel van de oprichting van een verzoekschriftennetwerk met de andere commissies is opgenomen; is ermee ingenomen dat er richtsnoeren voor een dergelijk netwerk zijn aangenomen; vestigt de aandacht op de vragenlijst die aan alle commissies is voorgelegd om meer inzicht te krijgen in hun procedures voor de behandeling van verzoekschriften die ter advies of ter informatie worden doorgestuurd; merkt tot zijn tevredenheid op dat de eerste vergadering van het netwerk op het niveau van de ambtenaren in 2016 heeft plaatsgevonden en dat in 2017 twee vergaderingen op het niveau van de leden hebben plaatsgevonden; is ingenomen met de vorderingen die zijn geboekt met de coördinatie tussen de Commissie verzoekschriften en andere commissies en met de thematische onderverdeling in beleidsterreinen binnen iedere betrokken commissie, die een betere follow-up van de naar andere commissies verzonden verzoekschriften mogelijk maakt; roept op tot het versterken van het PETI-netwerk teneinde verzoekschriften te stroomlijnen in lopende wetgevingswerkzaamheden; beveelt aan om de medewerkers van de leden van het Europees Parlement specifieke richtsnoeren te verstrekken over het recht om verzoekschriften in te dienen opdat zij de betrokken kiezers beter kunnen ondersteunen in de procesgang;

18.  betreurt het feit dat het Handvest van de grondrechten uitsluitend van toepassing is op de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer leggen; herhaalt dat veel burgers de tenuitvoerlegging ervan onduidelijk en ontoereikend vinden; betreurt dat het Hof van Justitie van de Europese Unie artikel 51 van het Handvest van de grondrechten op een terughoudende manier heeft uitgelegd, maar evenwel toelaat dat het toepassingsgebied van het Handvest wordt uitgebreid naar nationale bepalingen waarmee het EU-recht ten uitvoer wordt gelegd en nationale maatregelen die de effectieve toepassing van EU-bepalingen verzekeren; meent dat de verwachtingen van de meeste EU-burgers met betrekking tot de bij het Handvest aan hen toegekende rechten veel verder strekken dan het huidige toepassingsgebied; benadrukt dat een te enge of onsamenhangende uitlegging van artikel 51 burgers van de EU vervreemdt; dringt er bij de Commissie op aan maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het toepassingsgebied van artikel 51 zo samenhangend en zo ruim mogelijk wordt uitgelegd; is ingenomen met de invoering door het Bureau voor de grondrechten van een interactieve tool die eenvoudig toegang geeft tot informatie over de autoriteit waarbij men in elke lidstaat terechtkan met vragen over de grondrechten;

19.  merkt op dat indieners bezorgd zijn over hun toekomstige rechten na het referendum in het Verenigd Koninkrijk over de uitstap uit de Europese Unie, hetgeen is gebleken uit het grote aantal verzoekschriften met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk; herinnert aan zijn resolutie van 5 april 2017(3) waarin het Parlement onderstreept dat het terugtrekkingsakkoord alleen met toestemming van het Europees Parlement kan worden gesloten, en het een "must" noemt dat burgers van de EU-27 die in het Verenigd Koninkrijk wonen of hebben gewoond, en burgers van het Verenigd Koninkrijk die in de EU-27 wonen of hebben gewoond, billijk worden behandeld, en is van mening dat hun respectieve rechten en belangen de hoogste prioriteit moeten krijgen in de onderhandelingen; wijst op de niet-opgeloste zorgen van ingezetenen van het VK die meer dan vijftien jaar elders in de EU wonen over hun stemrecht en de ontneming van rechten; herinnert eraan dat de Commissie verzoekschriften een actieve rol speelt bij de bescherming van de rechten van EU-burgers en Britse burgers door een actieve bijdrage te leveren aan de resoluties van het Europees Parlement van 5 april 2017 en 3 oktober 2017(4) over de stand van de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk na de kennisgeving van het voornemen om zich uit de EU terug te trekken, door opdracht te geven tot een studie naar de impact van de brexit op het recht om verzoekschriften in te dienen en op de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en activiteiten van de Commissie verzoekschriften, en door de verzoekschriften over de brexit en de burgerrechten te behandelen tijdens haar vergadering van 21 juni 2017; schaart zich achter het streven van de Commissie om de rechten van Europese burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen volledig te waarborgen in de onderhandelingen over de brexit en nadat het VK de EU heeft verlaten en verzoekt de Commissie de verworven rechten van ingezetenen van het VK die buiten het VK in de Europese Unie woonachtig zijn, volledig te garanderen, teneinde ervoor te zorgen dat burgers niet als wisselgeld worden gebruikt en dat hun rechten niet afbrokkelen als gevolg van de onderhandelingen;

20.  wijst op de belangrijke werkzaamheden die door de Commissie verzoekschriften worden verricht rond verzoekschriften inzake vraagstukken in verband met handicaps, en onderstreept dat de commissie zich wil blijven inzetten om de rechten van personen met een handicap te versterken; verzoekt de Europese instellingen om in dit verband het goede voorbeeld te geven en ervoor te zorgen dat de door de nationale autoriteiten vastgestelde uitvoeringsmaatregelen volledig en op samenhangende wijze in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD); benadrukt dat er op 22 en 23 september 2016 een onderzoeksmissie naar Slowakije heeft plaatsgevonden om informatie te verzamelen over de zaak rond het gebruik van investeringen in instellingen voor personen met een handicap, en dat de Commissie werd aanbevolen onderzoek te doen naar de huidige situatie; benadrukt dat de politieke participatie van personen met een handicap verbeterd moet worden, met name bij de voorbereiding van de volgende Europese verkiezingen, en dat het recht van alle personen met een handicap om te stemmen erkend moet worden, overeenkomstig de artikelen 12 en 29 van het CRPD;

21.  wijst nogmaals op de werkzaamheden van de commissie om de ratificatie en snelle tenuitvoerlegging van het Verdrag van Marrakesh van 2013 tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind of visueel gehandicapt zijn of anderszins een leeshandicap hebben te ondersteunen; onderstreept in dit verband het belang van zijn korte resolutie van 3 februari 2016(5) over de ratificatie van het Verdrag van Marrakesh, waarin werd verzocht om een spoedige reactie van alle betrokken partijen om de langdurige patstelling open te breken teneinde de ratificatie op EU‑niveau te vergemakkelijken; merkt op dat het Parlement en de Raad een overeenkomst hebben bereikt over de wetgevingsvoorstellen van de Commissie inzake de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Marrakesh (COM(2016)0595 en COM(2016)0596), die bindend zijn geworden(6);

22.  vestigt de aandacht op twee jaarverslagen, het jaarverslag over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2015(7) en het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2015(8), en op diverse adviezen van de commissie, zoals dat over grensoverschrijdende aspecten van adopties(9), over EU-opties voor een betere toegang tot geneesmiddelen, over de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(10), met speciale aandacht voor de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap(11), inzake de controle op de toepassing van het Unierecht: jaarverslag 2014(12) en over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2015(13);

23.  wijst erop dat de commissie het Europese burgerinitiatief steunt; neemt nota van het voorstel van de Commissie om de verordening te herzien opdat zij een nog belangrijker instrument voor democratische participatie zou worden; betreurt dat de Commissie heeft verzuimd om terdege rekening te houden met de recente activiteiten in verband met een niet-wetgevende resolutie over het EBI, met name het advies van de Commissie verzoekschriften, en bijgevolg ook inbreuk pleegt op het interinstitutioneel akkoord; verzoekt de Commissie om rekening te houden met het advies van de Commissie verzoekschriften tijdens de komende wetgevingsprocedure, teneinde de EU-burgers volledig en daadwerkelijk bij het besluitvormingsproces op EU-niveau te betrekken via het EBI;

24.  betreurt dat de Commissie niet op vastberaden wijze haar controlebevoegdheden heeft uitgeoefend om te voorkomen dat er vervuilende dieselvoertuigen op de interne markt worden gebracht die er sterk toe bijdragen dat de uitstoot van NO2 in de atmosfeer de grenswaarden overschrijdt en die niet blijken te voldoen aan de EU-normen op het gebied van typegoedkeuring en emissies van personenvoertuigen en lichte bedrijfsvoertuigen; herinnert eraan dat dit aspect integraal deel uitmaakt van de bezorgdheid van burgers die hun recht om verzoekschriften in te dienen hebben uitgeoefend om te vragen om de doeltreffende bescherming van de volksgezondheid, het milieu en de consumentenrechten;

25.  onderstreept dat transparantie en toegang tot de documenten van de EU-instellingen voor de burgers de regel moet zijn teneinde het hoogste niveau van bescherming van de democratische rechten van de burgers te waarborgen; meent dat snel een wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 in deze richting moet worden voorgesteld;

26.  benadrukt de nauwe samenwerking van het Parlement met de Europese Ombudsman en zijn betrokkenheid bij het Europese netwerk van ombudsmannen; onderstreept de uitstekende betrekkingen binnen het institutionele kader tussen de Ombudsman en de Commissie verzoekschriften; waardeert in het bijzonder de regelmatige bijdragen die de Ombudsman in de loop van het jaar heeft geleverd aan de werkzaamheden van de commissie; onderstreept de cruciale rol die de Ombudsman speelt om de bestuurlijke en besluitvormingsprocessen op EU-niveau te helpen verbeteren, processen die zo snel mogelijk volledig transparant en onpartijdig moeten worden gemaakt en moeten worden gericht op de effectieve en doeltreffende bescherming van de rechten van de burgers; ondersteunt de werkzaamheden van de huidige Ombudsman in haar verschillende bevoegdheidsgebieden, waaronder haar op eigen initiatief ontplooide en strategische onderzoeken, die niet alleen ten goede komen van goed bestuur, maar ook van een betere democratische werking van de Unie; is ingenomen met de initiatieven van de Europese Ombudsman om het potentieel van het netwerk beter te benutten en het meer zichtbaarheid te geven;

27.  is ingenomen met de prijs voor goed bestuur die in 2016 door het bureau van de Europese Ombudsman in het leven werd geroepen om ambtenaren, agentschappen en organen van EU-instellingen die zich in hun dagelijkse taken inzetten voor goed bestuur te erkennen; roept ertoe op de huidige Europese Code van goed administratief gedrag op te waarderen tot een bindende verordening en daarin onder meer concrete bepalingen op te nemen om belangenvermenging op alle niveaus binnen de EU‑instellingen, ‑agentschappen en ‑organen te voorkomen;

28.  wijst erop dat in de ingediende verzoekschriften de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod komen, van de interne markt, justitie, energie en vervoer tot grondrechten, gezondheid, milieurecht, handicaps en dierenwelzijn en de verschillende gevolgen van de brexit voor burgers; onderstreept de stijging van het aantal ontvangen verzoekschriften in 2016 met 10 % (1 569 exemplaren) en verzoekt de Europese instellingen om de diensten die belast zijn met de verwerking van de verzoekschriften, met name het secretariaat van de Commissie verzoekschriften, van voldoende personeel te voorzien;

29.  dringt er bij de Commissie op aan uitgebreid te analyseren of de door de lidstaat uitgevoerde milieueffectbeoordelingen inzake de goedkeuring van de verwezenlijking van infrastructuurprojecten waarbij burgers door middel van verzoekschriften hebben gewezen op ernstige risico's voor de volksgezondheid en het milieu, voldoen aan het EU‑recht; dringt erop aan dat deze analyses en eventuele daaruit voortvloeiende acties door de Commissie proactief en op voorhand uitgevoerd moeten worden, om onomkeerbare schade aan het milieu te voorkomen, in lijn met het voorzorgsbeginsel;

30.  vestigt de aandacht op talrijke verzoekschriften over de praktijken van autoriteiten voor kinderwelzijnszorg en de bescherming van de rechten van kinderen, in het bijzonder in grensoverschrijdende situaties; erkent het werk dat is geleverd door de werkgroep kinderwelzijn van de commissie; vestigt de aandacht op de korte ontwerpresolutie "Bescherming (over de grenzen heen) van de belangen van kinderen in Europa" die in maart 2016 is aangenomen; neemt kennis van het voorstel voor een herschikking van de verordening Brussel II bis betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid en betreffende de internationale ontvoering van kinderen, en merkt op dat een groot aantal kwesties die in verzoekschriften worden aangekaart, zoals kwesties met betrekking tot de procedures en praktijken die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden toegepast bij besluiten met een grensoverschrijdend effect die betrekking hebben op minderjarigen en de efficiëntie van de terugkeerprocedures na grensoverschrijdende ontvoeringen van kinderen door ouders, grondig moeten worden onderzocht met het oog op het oplossen van de bestaande problemen;

31.  onderstreept het constant hoge aantal verzoekschriften op het gebied van dierenwelzijn en herhaalt zijn treurnis over de opgelopen vertraging bij de tenuitvoerlegging van de strategie van de Europese Unie voor de bescherming en het welzijn van dieren 2012‑2015; acht het essentieel om een nieuwe strategie op EU-niveau te lanceren om alle bestaande tekortkomingen weg te werken en de volledige en doeltreffende bescherming van het dierenwelzijn te garanderen door middel van een helder en uitputtend wetgevingskader dat volledig voldoet aan de vereisten van artikel 13 VWEU;

32.  betreurt dat er geen noemenswaardige vooruitgang is geboekt in de zaak met betrekking tot het stemrecht van niet-ingezetenen in Estland en Letland naar aanleiding van verzoekschrift nr. 0747/2016; benadrukt dat onnodige vertragingen wantrouwen in de Europese instellingen kunnen wekken;

33.  wijst op de belangrijke rol van het SOLVIT-netwerk, dat burgers en bedrijven de mogelijkheid geeft om hun bezorgdheid te uiten over mogelijke inbreuken op het EU‑recht door overheidsinstanties in andere lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten zelf om SOLVIT te promoten om het nuttiger en zichtbaarder te maken voor de burgers; is in dat opzicht ingenomen met het actieplan om het SOLVIT-netwerk te versterken dat de Commissie in mei 2017 heeft gepubliceerd; verzoekt de Commissie om de spoedige tenuitvoerlegging van dit actieplan te verzekeren en aan het Parlement verslag uit te brengen over de behaalde resultaten;

34.  wijst op de verbeteringen die zijn aangebracht in het webportaal voor verzoekschriften; onderstreept dat verdere technische verbeteringen van het webportaal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de Commissie verzoekschriften goed voorbereid is om in te spelen op onverwachte situaties, zoals een plotse toename van het aantal ingediende verzoekschriften; acht de verdere technische ontwikkeling en grotere technische capaciteit van het portaal van essentieel belang voor het vlotte verloop van het verzoekschriftenproces; onderstreept het belang van het portaal als eenvoudig toegankelijk communicatiekanaal voor burgers en indieners, ook voor gebruikers van mobiele telefoons en personen met een handicap; ziet uit naar de spoedige tenuitvoerlegging van de resterende projectfasen, om zo indieners en personen die verzoekschriften ondersteunen meer interactie te bieden en meer realtime-informatie te verstrekken;

35.  roept op tot een gerichtere en actievere pers- en communicatiedienst en tot een actievere aanwezigheid op de sociale media, opdat de werkzaamheden van de commissie beter inspelen op de zorgen die leven bij het publiek;

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, en het verslag van de Commissie verzoekschriften, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten, hun verzoekschriftencommissies en hun nationale ombudsman of soortgelijke bevoegde organen.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0512.
(2) PB C 51 E van 22.2.2013, blz. 66.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0102.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0361.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0037.
(6) PB L 242 van 20.9.2017, blz. 1 en blz. 6.
(7) Advies aangenomen op 30 november 2016.
(8) Advies aangenomen op 11 november 2016.
(9) Advies aangenomen op 21 april 2016.
(10) Advies aangenomen op 15 november 2016.
(11) Advies aangenomen op 27 april 2016.
(12) Advies aangenomen op 22 april 2016.
(13) Advies aangenomen op 12 oktober 2016.

Juridische mededeling - Privacybeleid