Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2515(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0054/2018

Debatten :

PV 18/01/2018 - 4.3
CRE 18/01/2018 - 4.3

Stemmingen :

PV 18/01/2018 - 6.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0015

Aangenomen teksten
PDF 179kWORD 51k
Donderdag 18 januari 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Democratische Republiek Congo
P8_TA(2018)0015RC-B8-0054/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2018 over de Democratische Republiek Congo (2018/2515(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 14 juni 2017(1), 2 februari 2017(2) en 1 december 2016(3),

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, en haar woordvoerder over de situatie in de DRC,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de EDEO van 9 november 2017 over de publicatie van het tijdschema voor de verkiezingen in de DRC,

–  gezien de resolutie die op 29 september 2017 is aangenomen door de VN-Mensenrechtenraad over de technische bijstand en de capaciteitsopbouw op het gebied van de mensenrechten in de DRC en het verslag van de VN-secretaris-generaal over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (Monusco) van oktober 2017,

–  gezien de slotopmerkingen van 9 november 2017 bij de vierde periodieke toetsing van de tenuitvoerlegging van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN door de DRC,

–  gezien resolutie 2348 (2017) van de VN-Veiligheidsraad over de verlenging van het mandaat van Monusco,

–  gezien Besluit (GBVB) 2017/2282 van de Raad van 11 december 2017 om de sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor geweldplegingen en ernstige mensenrechtenschendingen in de DRC te verlengen tot 12 december 2018,

–  gezien de conclusies van de Raad van 6 maart en 11 december 2017 over de DRC,

–  gezien de conclusies van de Raad van 19 juni 2017 over de samenwerking van de EU met het maatschappelijk middenveld in de externe betrekkingen,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Europees Parlement aan dr. Denis Mukwege in 2014,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981,

–  gezien de richtsnoeren voor de vrijheid van vereniging en vergadering van de Afrikaanse Commissie voor de rechten van de mens en volken van mei 2017,

–  gezien de op 18 februari 2006 aangenomen grondwet van de DRC,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een jaar na de ondertekening van het Eindejaarsakkoord op 31 december 2016 de algemene situatie in de DRC in het hele land blijft verslechteren, met gewelddadige onderdrukking, moorden en wijdverbreide schendingen van de mensenrechten; overwegende dat 2017 een van de meest gewelddadige jaren was in de recente geschiedenis van de DRC;

B.  overwegende dat de VN de situatie in de DRC hebben ingeschaald als niveau 3, het hoogste niveau van humanitaire nood; overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, op 8 maart 2017 heeft verzocht om de oprichting van een onderzoekscommissie om het geweld in de provincie Kasaï te onderzoeken;

C.  overwegende dat de politieke crisis is verergerd na de weigering van president Kabila om in 2016 af te treden aan het eind van zijn grondwettelijke ambtstermijn; overwegende dat krachtens het Eindejaarsakkoord dat was gesloten onder auspiciën van de nationale conferentie van katholieke bisschoppen van Congo (CENCO) was overeengekomen om in december 2017 verkiezingen te houden; overwegende dat deze termijn niet is gehaald en overwegende dat de onafhankelijke nationale kiescommissie (CENI) heeft aangekondigd dat de verkiezingen zullen worden gehouden op 23 december 2018;

D.  overwegende dat de CENI doorgaat met de logistieke voorbereidingen voor de verkiezingen, inclusief begrotingsafspraken en het kiesregister;

E.  overwegende dat protesten tegen de politieke situatie stuiten op extreem gewelddadig verzet door troepen die worden gesteund door de regering;

F.  overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) heeft gewezen op "de bewuste intentie om burgerrechten en politieke rechten te onderdrukken" door de veiligheidstroepen, inclusief het gebruik van scherpe munitie, traangas en rubberkogels tegen burgers, waaronder koorknapen, overwegende dat de VN de toegang tot ziekenhuizen, mortuaria en detentie-accommodaties wordt geweigerd, en dat de VN wordt belemmerd om als waarnemer aanwezig te zijn bij de protesten;

G.  overwegende dat de DRC het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur nog niet heeft geratificeerd;

H.  overwegende dat het gewapende conflict tussen het Congolese leger en de lokale milities, met name in Kasaï, aanhoudt; overwegende dat dit geresulteerd heeft in een ernstige humanitaire crisis, met moorden, martelingen en verkrachtingen, de vernietiging van huizen, medische faciliteiten en scholen, en de ontdekking van 40 massagraven in Kasaï; overwegende dat er geen vooruitgang geboekt is om de daders voor de rechter te brengen;

I.  overwegende dat de DRC wereldwijd het hoogste aantal binnenlands ontheemden heeft ten gevolge van een conflict; overwegende dat meer dan 1,9 miljoen mensen sinds januari 2017 binnen de DRC ontheemd zijn geraakt, waarmee het totale aantal binnenlands ontheemden in het land op 4,25 miljoen is gekomen, met name in de provincies Kasaï, Tanganyaki en Kivu; overwegende dat er in de DRC ook vluchtelingen worden opgevangen uit Burundi, de Centraal Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan; overwegende dat de EU 5 miljoen EUR heeft vrijgegeven voor noodhulp aan de slachtoffers van geweld in Kasaï;

J.  overwegende dat het aantal troepen van de Monusco-missie in maart 2017 is verminderd en dat het budget in juni 2017 met 8 % werd verlaagd;

K.  overwegende dat de autoriteiten van de DRC maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten, waaronder Lutte pour le Changement (Lucha), Filimbi, de katholieke kerk en het Comité Laïic de Coordination (CLC), stelselmatig hebben geïntimideerd; overwegende dat er volgens mensenrechtengroeperingen ten minste 358 politieke gevangenen zijn in de DRC;

L.  overwegende dat op 29 en 30 december 2017, zeven mensenrechtenactivisten – Carbone Beni, Mino Bompomi, Roger Katanga Mwenyemali, Bony Dickson Mputu, Grâce Tshiunza, Cedrick Kalonji en Arciel Beni, allen aangesloten bij de Filimbi-beweging – zijn gearresteerd en zonder arrestatiebevelen gevangen worden gehouden, en overwegende dat er niets bekend is over het lot van een andere mensenrechtenactivist, Palmer Kabeya;

M.  overwegende dat ontvoeringen van en aanvallen op hulpmedewerkers en vredeshandhavingstroepen toenemen, waardoor humanitaire organisaties gedwongen worden de levering van hulpgoederen uit te stellen en hun activiteiten op te schorten;

N.  overwegende dat de drie wetsvoorstellen die zijn ingediend in de Congolese Nationale Vergadering – over de regulering van non-gouvernementele organisaties, over mensenrechtenactivisten en over terrorismebestrijding – in hun huidige vorm in strijd zijn met de regionale en internationale mensenrechtennormen en een bedreiging vormen van de onafhankelijkheid van het maatschappelijk middenveld in Congo die zijn weerga niet kent;

O.  overwegende dat de EU de restrictieve maatregelen tegen individuen wegens de obstructie van het verkiezingsproces en de mensenrechtenschendingen tot december 2018 heeft verlengd;

1.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de verslechtering van de humanitaire, politieke en veiligheidssituatie in de DRC; veroordeelt alle mensenrechtenschendingen en gewelddaden ten zeerste, met name tegen vreedzame demonstranten, inclusief het verbod op vreedzame demonstraties en het beleid van intimidatie, arrestatie en detentie van dissidenten; dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan over te gaan tot onmiddellijke vrijlating van alle gewetensgevangenen en een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties in december 2017 en de ontdekte massagraven;

2.  herinnert eraan dat de regering van de DRC in de eerste plaats de verantwoordelijkheid heeft om burgers die op haar grondgebied verkeren en/of onder haar jurisdictie vallen te beschermen, onder andere tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;

3.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de bewijzen van mensenrechtenorganisaties, met name het onderzoeksverslag van de Internationale Federatie voor de mensenrechten (FIDH) van december 2017 over de slachtpartijen in Kasaï, waarin gesteld wordt dat er een "bewuste strategie van terreur en destructie, die geleid heeft tot misdaden tegen de menselijkheid" wordt gevolgd door de Congolese veiligheidstroepen en de door de regering gesteunde milities in de provincie Kasaï; dringt er bij het Internationaal Strafhof (ICC) en de VN op aan een onderzoek in te stellen naar deze beschuldigingen;

4.  uit zijn bezorgdheid over de situatie van vrouwen en kinderen in de DRC; veroordeelt verkrachting, seksueel geweld en marteling ten zeerste; is gealarmeerd door beschuldigingen van illegale ronseling en tewerkstelling van kindsoldaten door Congolese milities, en is van mening dat het voor de Congolese autoriteiten en de internationale gemeenschap een prioriteit moet zijn om een einde te maken aan het gebruik van kindsoldaten;

5.  betreurt ten zeerste dat er in 2017 geen verkiezingen zijn gehouden zoals was gepland; herinnert aan de verantwoordelijkheid van de Congolese autoriteiten en instellingen om zich op effectieve wijze te houden aan het nieuwe verkiezingsschema overeenkomstig de Congolese grondwet en het Eindejaarsakkoord; dringt er op aan dat er op 23 december 2018 transparante, vrije en eerlijke presidents- en parlementsverkiezingen worden gehouden; herinnert eraan dat de CENI een onafhankelijke, onpartijdige en inclusieve instelling moet zijn, en dringt er bij de regering van de DRC op aan ervoor te zorgen dat er voldoende middelen worden verschaft; dringt er bovendien op aan dat de CENI en de regering per kwartaal termijnen vaststellen voor het verkiezingsschema om de vooruitgang te kunnen meten, en ten teken dat de regering voornemens is de verkiezingen te houden; herinnert eraan dat alleen geloofwaardige verkiezingen een uitweg uit de crisis bieden;

6.  benadrukt dat tegenstanders in ballingschap veilig en onvoorwaardelijk terug moeten kunnen keren en dat iedere burger het recht moet hebben om zich in de verkiezingen kandidaat te stellen; is verheugd dat er een gecoördineerd team van deskundigen is opgericht dat belast is met de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het verkiezingsproces en de facilitering van de mobilisering van financiële, logistieke en technische bijstand aan de DRC, waaraan wordt deelgenomen door de Afrikaanse Unie (AU), de Organisation internationale de la Francophonie (OIF), de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika (SADC) en de VN; steunt de bijdrage van de EU aan het verkiezingsproces in de DRC, maar dringt er bij de EU op aan uitsluitend middelen ter beschikking te stellen mits er door de Congolese regering maatregelen worden getroffen waaruit de politieke wil blijkt om op 23 december 2018 verkiezingen te houden, o.a. als er – met name – een realistische verkiezingsbegroting wordt gepubliceerd, en alle grondrechten en fundamentele vrijheden voor alle politieke partijen en maatschappelijke organisaties worden gewaarborgd;

7.  veroordeelt alle vormen van intimidatie en bedreigingen van maatschappelijke organisaties en ngo's ten zeerste; is bijzonder bezorgd over de meest recente doodsbedreigingen aan het adres van vertegenwoordigers van de FIDH en aanverwante organisaties; dringt er bij de autoriteiten en veiligheidstroepen van de DRC op aan de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en het Eindejaarsakkoord volledig na te leven, met name met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering en demonstratie; dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur zo spoedig mogelijk te ratificeren;

8.  is gekant tegen de wetsvoorstellen die in de Congolese Vergadering zijn ingediend over de regulering van ngo's, mensenrechtenactivisten en terrorismebestrijding; dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan het wetgevingsproces volledig eerbiedigen en de wetsvoorstellen af te stemmen op de internationale en regionale normen ter bescherming en bevordering van de mensenrechten;

9.  dringt er bij de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap op aan de steun aan, en de bescherming van, mensenrechtenactivisten te verhogen; dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan degenen die mensenrechtenactivisten aanvallen en democratische protesten onderdrukken op te sporen en voor de rechter te brengen;

10.  is verheugd dat de VN-secretaris-generaal heeft aangekondigd een onderzoek in te stellen naar de aanval op Monusco-troepen door een ADF-militie op 7 december 2017, waarbij 15 vredeshandhavers het leven lieten in het noorden van de provincie Kivu;

11.  uit zijn bezorgdheid over de meest recente VN-troepenvermindering en bezuinigingen; dringt er bij de VN-Veiligheidsraad en de VN-lidstaten op aan ervoor te zorgen dat Monusco adequate financiering ontvangt om de taken uit te voeren waarmee de missie krachtens haar mandaat is belast; herinnert eraan dat het mandaat van Monusco ook bijdragen aan de bescherming van burgers behelst en ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de politieke overeenkomst;

12.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan voorrang te verlenen aan mensenrechtenwaarden; herinnert eraan dat het van cruciaal belang is personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en andere activiteiten die een vreedzame oplossing voor het conflict in de DRC in de weg staan, te vervolgen; is in dit verband verheugd over gerichte EU-sancties en dringt er bij de EU op aan te overwegen aanvullende middelen aan te wenden, zoals bepaald wordt in de Overeenkomst van Cotonou, als de situatie verslechtert en er geen merkbare vooruitgang wordt geboekt om tot een vreedzame oplossing te komen;

13.  herinnert eraan dat Ibrahim Thiaw, adjunct-uitvoerend directeur van de Milieuvergadering van de VN, in april 2015 heeft verklaard dat er jaarlijks voor meer dan 1 miljard USD aan natuurlijke rijkdommen wordt geëxploiteerd en dat het merendeel van de winst – tot 98 % – wordt opgestreken door internationale conglomeraten, terwijl de resterende 2 % terechtkomt bij gewapende groeperingen in de DRC; verzoekt de Commissie en de lidstaten de nodige maatregelen te nemen tegen Europese bedrijven die de internationale normen niet naleven of die de slachtoffers van mensenrechtenschendingen waarvoor zij direct of indirect verantwoordelijk zijn, geen behoorlijke schadevergoeding bieden; vraagt dat het akkoord dat de lidstaten op 15 juni 2016 hebben bereikt over de Europese verordening inzake conflictmineralen (Verordening (EU) 2017/821(4)) spoedig wordt uitgevoerd en dat er op het niveau van de EU en de VN verder wordt gewerkt aan een internationale wetgeving ter zake;

14.  herhaalt zijn steun voor de AU, de OIF en de SADC, alsmede, met name, Angola, die de politieke dialoog in de DRC en de gehele regio faciliteren;

15.  slaat alarm vanwege de escalerende cholera-epidemie en dringt aan op meer humanitaire hulp om de uitbraak tegen te gaan; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de financiële en humanitaire hulp te verhogen via betrouwbare organisaties om te voldoen aan de dringende behoeften van de bevolking;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Europese Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de Raad van ministers en Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de Afrikaanse Unie, het Pan-Afrikaanse Parlement, en de president, de premier en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0264.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0017.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0479.
(4) PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 27 september 2018Juridische mededeling - Privacybeleid