Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2233(ACI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0006/2018

Ingediende teksten :

A8-0006/2018

Debatten :

PV 07/02/2018 - 5
CRE 07/02/2018 - 5

Stemmingen :

PV 07/02/2018 - 7.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0030

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 50k
Woensdag 7 februari 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Herziening van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie
P8_TA(2018)0030A8-0006/2018
Besluit
 Bijlage

Besluit van het Europees Parlement van 7 februari 2018 over de herziening van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie (2017/2233(ACI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het op 5 oktober 2017 door de Conferentie van voorzitters genomen besluit,

–  gezien de briefwisseling tussen zijn Voorzitter en de voorzitter van de Commissie, met name de brief van 2 oktober 2017 van laatstgenoemde, waarin deze instemt met de tekstvoorstellen die zijn Voorzitter op 7 september 2017 heeft ingediend,

–  gezien het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(1) en de voorstellen tot wijziging ervan,

–  gezien artikel 10, leden 1 en 4, en artikel 17, leden 3 en 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 245 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 295 VWEU,

–  gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2017(2),

–  gezien zijn resolutie van 11 november 2015 over de hervorming van de kieswet van de Europese Unie(3),

–  gezien zijn resolutie van 1 december 2016 over de belangenverklaringen van commissarissen – richtsnoeren(4),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over de verbetering van de werking van de Europese Unie, voortbouwend op het potentieel van het Verdrag van Lissabon(5),

–  gezien zijn resolutie van 14 september 2017 over transparantie, verantwoordelijkheid en integriteit in de EU-instellingen(6),

–  gezien het ontwerpbesluit van de Commissie van 12 september 2017 over een gedragscode voor de leden van de Europese Commissie, met name artikel 10 over deelname aan de Europese politiek tijdens de ambtstermijn,

–  gezien de actualisering van de studie van het directoraat-generaal Intern Beleid van het Parlement over de gedragscode voor de leden van de Europese Commissie – verbetering van effectiviteit en doelmatigheid,

–  gezien artikel 140, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A8‑0006/2018),

A.  overwegende dat in artikel 10, lid 1, VEU staat dat de werking van de Unie is gegrond op de representatieve democratie, en overwegende dat de Commissie als uitvoerende macht van de Unie een doorslaggevende rol vervult voor de werking van de Unie;

B.  overwegende dat in artikel 10, lid 3, en artikel 11 VEU aan de burgers van de Unie het recht wordt toegekend aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen;

C.  overwegende dat in artikel 17, lid 3, VEU is vastgelegd dat de Commissie bij de uitoefening van haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk is, dat de leden van de Commissie op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet worden gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden en dat zij geen instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie vragen noch aanvaarden;

D.  overwegende dat de wijzigingsvoorstellen tot doel hebben de democratische beginselen toe te passen op de verkiezing van de voorzitter van de Commissie, overeenkomstig artikel 17, lid 7, VEU;

E.  overwegende dat de wijzigingsvoorstellen de leden van de Commissie in staat stellen zich kandidaat te stellen bij de Europese verkiezingen zonder hun ontslag te hoeven indienen;

F.  overwegende dat het in de lidstaten gebruikelijk is dat regeringsleden aan nationale parlementsverkiezingen deelnemen zonder dat zij hun ontslag hoeven in te dienen;

G.  overwegende dat de wijzigingsvoorstellen het tevens mogelijk maken dat de leden van de Commissie door Europese politieke partijen als lijsttrekkers worden aangewezen voor de functie van voorzitter van de Commissie;

H.  overwegende dat het Parlement reeds zijn steun heeft uitgesproken voor het lijsttrekkerproces, zoals duidelijk vastgelegd in het Verdrag, in zijn voorstel inzake de herziening van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen(7);

I.  overwegende dat de politieke partijen op Europees niveau overeenkomstig artikel 10, lid 4, VEU bijdragen tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn; overwegende dat artikel 10, lid 3, en artikel 11, lid 1, VEU dit verruimen tot de burgers en representatieve organisaties;

J.  overwegende dat de wijzigingsvoorstellen tevens voorzien in de nodige waarborgen ter bescherming van de transparantie, onpartijdigheid, vertrouwelijkheid en collegialiteit; dat al deze waarborgen van toepassing blijven op leden van de Commissie die campagne voeren;

K.  overwegende dat de wijzigingsvoorstellen de voorzitter van de Commissie ertoe verplichten het Parlement in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de naleving te waarborgen van de beginselen van onafhankelijkheid, eerlijkheid en kiesheid, zoals verankerd in artikel 245 VWEU en in de gedragscode voor de leden van de Europese Commissie, wanneer commissarissen zich kandidaat stellen bij verkiezingscampagnes voor de Europese verkiezingen;

L.  overwegende dat in de wijzigingsvoorstellen is vastgelegd dat de leden van de Commissie geen personele of materiële middelen van de Commissie mogen gebruiken voor met een verkiezingscampagne verband houdende activiteiten;

1.  brengt in herinnering dat de voorzitter van de Commissie wordt gekozen door het Europees Parlement op voorstel van de Europese Raad, rekening houdend met de uitslag van de Europese verkiezingen en na passende raadplegingen, en dat de Europese politieke partijen derhalve lijsttrekkers (‘spitzenkandidaten’) aanwijzen, zoals in 2014 het geval was, zodat de Europese burgers tijdens de Europese verkiezingen kunnen kiezen wie zij als voorzitter van de Commissie willen;

2.  brengt in herinnering dat het lijsttrekkerproces een afspiegeling vormt van het interinstitutionele evenwicht tussen het Parlement en de Europese Raad zoals vastgelegd in de Verdragen; benadrukt voorts dat deze verdere stap ter versterking van de parlementaire dimensie van de Unie een beginsel is waaraan niet kan worden getornd;

3.  benadrukt dat, als afgeweken wordt van het lijsttrekkerproces, het risico bestaat dat de Europese Raad ter goedkeuring van het Parlement een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voordraagt die niet over een afdoende meerderheid in het Parlement beschikt;

4.  waarschuwt dat het Europees Parlement bereid is tijdens de procedure voor de installatie van de Commissievoorzitter elke kandidaat te verwerpen die in de aanloop naar de Europese verkiezingen niet als lijsttrekker werd aangewezen;

5.  is van oordeel dat het lijsttrekkerproces tevens bijdraagt tot transparantie, aangezien de kandidaten voor het ambt van Commissievoorzitter vóór de Europese verkiezingen bekend zijn en niet erna, zoals vroeger het geval was;

6.  onderstreept dat het lijsttrekkerproces de politieke bewustwording van de Europese burgers in de aanloop naar de Europese verkiezingen bevordert en de politieke legitimiteit van zowel het Parlement als de Commissie versterkt door hun respectieve verkiezingen directer te koppelen aan de keuze van de kiezers; erkent bijgevolg de belangrijke toegevoegde waarde van het lijsttrekkerbeginsel bij het streven naar versterking van het politieke karakter van de Commissie;

7.  is van oordeel dat de politieke legitimiteit van de Commissie verder kan worden versterkt door meer verkozen leden van het Europees Parlement tot leden van de Commissie te benoemen;

8.  wijst erop dat alle belangrijke Europese politieke partijen in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 het lijsttrekkerproces hebben omhelsd en hun kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie hebben voorgedragen en dat er tussen de kandidaten openbare debatten werden gehouden, waardoor een constitutionele en politieke praktijk is ontstaan waarin het in de Verdragen vastgelegde interinstitutionele evenwicht tot uiting komt;

9.  is van oordeel dat het lijsttrekkerproces in 2014 succesvol is gebleken en benadrukt dat de Europese verkiezingen van 2019 gelegenheid bieden om deze nieuwe praktijk te bestendigen;

10.  spoort de Europese politieke partijen ertoe aan hun lijsttrekkers aan te wijzen via een open, transparante en democratische procedure;

11.  is van oordeel dat de wijzigingsvoorstellen stroken met artikel 10, lid 1, en artikel 17, lid 7, VEU, en juicht deze toe als een verbetering waarmee het democratische proces voor de verkiezing van de voorzitter van de Commissie wordt geconsolideerd;

12.  neemt kennis van de inwerkingtreding van de herziene gedragscode voor de leden van de Europese Commissie, die erop is gericht de verplichtingen van de leden van de Commissie binnen en buiten hun ambt te verduidelijken; herinnert aan de standpunten die reeds door het Europees Parlement zijn geuit over onder andere de wachttijd na afloop van een ambtstermijn, transparantie, de samenstelling van een onafhankelijk ethisch comité en de deelneming aan Europese verkiezingscampagnes;

13.  acht het belangrijk in de gedragscode voor de leden van de Europese Commissie strenge normen inzake transparantie, onpartijdigheid en waarborgen op te nemen om elk mogelijk belangenconflict van leden van de Commissie die campagne voeren, te vermijden;

14.  wijst met name op zijn verzoek inzake een wachttijd van drie jaar voor leden van de Commissie die hun ambtstermijn beëindigen;

15.  keurt de wijzigingen van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, zoals gehecht aan dit besluit, goed;

16.  verzoekt zijn Voorzitter de wijzigingen samen met de voorzitter van de Commissie te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

17.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de bijlage te doen toekomen aan de Commissie, alsmede, ter informatie, aan de Raad en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.
(2) Mededeling van de Commissie van 25 oktober 2016 getiteld "Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017 – Naar een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt" (COM(2016)0710).
(3) PB C 366 van 27.10.2017, blz. 7.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0477.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0049.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0358.
(7) Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad (PB L 278 van 8.10.1976, blz. 1) als gewijzigd bij Besluit 93/81/Euratom, EGKS, EEG van de Raad (PB L 33 van 9.2.1993, blz. 15) en bij Besluit 2002/772/EG, Euratom van de Raad (PB L 283 van 21.10.2002, blz. 1).


BIJLAGE

Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie tot wijziging van punt 4 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie

(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met het akkoord als bekendgemaakt in PB L 45 van 17 februari 2018, blz. 46.)

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2018Juridische mededeling - Privacybeleid