Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2067(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2018

Ingediende teksten :

A8-0036/2018

Debatten :

PV 12/03/2018 - 19
CRE 12/03/2018 - 19

Stemmingen :

PV 13/03/2018 - 7.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0063

Aangenomen teksten
PDF 199kWORD 61k
Dinsdag 13 maart 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een Europese Strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen
P8_TA(2018)0063A8-0036/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2018 over een Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen (2017/2067(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 november 2016 getiteld "Een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen" (COM(2016)0766),

–  gezien Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen(1), en de verlenging van het mandaat om gedelegeerde handelingen vast te stellen,

–  gezien het advies van het Europees Comité van de Regio's van 11 oktober 2017 over coöperatieve slimme vervoerssystemen (CDR 2552/2017),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017 over de "Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen"(2),

–  gezien de verslagen van het platform voor de invoering van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde vervoerssystemen (C-ITS), met name over het certificerings- en beveiligingsbeleid inzake C-ITS,

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2017 betreffende "Mensenlevens redden: Verbeteren van de veiligheid van voertuigen in de EU"(3),

–  gezien de Verklaring van Amsterdam van 14 april 2016 over samenwerking op het gebied van geconnecteerd en geautomatiseerd rijden,

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 getiteld "Internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G"(4),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0036/2018),

A.  overwegende dat de Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen (de strategie) naadloos aansluit bij de beleidsprioriteiten van de Commissie en met name de agenda voor banen, groei en investeringen, het creëren van een interne Europese vervoersruimte, de digitale interne markt, klimaatbescherming en de strategie voor de energie-unie;

B.  overwegende dat de autoriteiten in de lidstaten en de industriële sector tegemoet moeten komen aan de prangende behoefte om het vervoer veiliger, schoner, efficiënter, duurzamer, multimodaler en toegankelijker te maken voor alle weggebruikers, met inbegrip van de meest kwetsbare weggebruikers en personen met beperkte mobiliteit;

C.  overwegende dat de verbetering van de verkeersveiligheid waarvan we het afgelopen decennium in de EU getuige konden zijn, vertraagd is en dat 92 % van de verkeersongevallen toe te schrijven is aan menselijk falen, en overwegende dat het gebruik van C-ITS-technologieën van belang is voor het efficiënt functioneren van bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder; overwegende dat het wegvervoer verantwoordelijk blijft voor het merendeel van het ruimtegebruik in steden, van de ongevallen en van de vervoersemissies wat betreft geluid, broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen;

D.  overwegende dat weggebruikers en verkeersbeheerders dankzij C-ITS in staat zullen zijn informatie te gebruiken en delen en hun acties doeltreffender te coördineren;

E.  overwegende dat de cyberveiligheid van C-ITS een centraal onderdeel bij de uitvoering vormt, dat versnipperde beveiligingsoplossingen de interoperabiliteit en de veiligheid van de eindgebruiker in gevaar kunnen brengen en dat er daarom duidelijk behoefte is aan optreden op EU-niveau;

F.  overwegende dat de transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen bestaan uit het nemen van technische en operationele maatregelen waarmee de transparantie en de niet-discriminerende aard van geautomatiseerde besluitvorming en van het proces van kansberekening met betrekking tot het gedrag van personen worden gewaarborgd; overwegende dat transparantie inhoudt dat aan personen bruikbare informatie over de onderliggende logica en het belang en de gevolgen van het proces wordt verstrekt; overwegende dat deze informatie onder meer gegevens moet omvatten die worden gebruikt voor opleiding op het gebied van analyse, en personen in staat moet stellen de besluiten die hen aangaan te begrijpen en te volgen;

G.  overwegende dat de EU digitale technologieën moet stimuleren en verder moet ontwikkelen, niet alleen om menselijke fouten en andere tekortkomingen te beperken maar ook om de kosten te drukken en het gebruik van de infrastructuur te optimaliseren door het verkeer te ontlasten en zodoende de CO2-uitstoot te verminderen;

H.  overwegende dat dit coöperatieve aspect de verkeersveiligheid, de verkeersefficiëntie, de duurzaamheid en de multimodaliteit dankzij digitale en mobiele connectiviteit sterk ten goede zal komen; overwegende dat dit tegelijkertijd een enorm economisch potentieel zal genereren en het aantal verkeersongevallen en het energieverbruik zal terugdringen; overwegende dat C-ITS van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van autonome voertuigen en rijsystemen;

I.  overwegende dat geconnecteerd en geautomatiseerd rijden een belangrijke digitale ontwikkeling vormt in de sector en dat de afstemming ervan op alle nieuwe technologieën die in de sector worden gebruikt, zoals de Europese mondiale satellietnavigatiesystemen Galileo en Egnos, inmiddels een hoog niveau van technologische capaciteit heeft bereikt;

J.  overwegende dat de EU verplicht is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te eerbiedigen, met name de artikelen 7 en 8 over eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens;

K.  overwegende dat verscheidene landen wereldwijd (zoals de VS, Australië, Japan, Korea en China) gestaag verder werken aan de invoering van nieuwe digitale technologieën en dat C-ITS-voertuigen en -diensten nu al op de markt verkrijgbaar zijn;

Algemeen kader

1.  is verheugd over de mededeling van de Commissie over een Europese strategie betreffende coöperatieve slimme vervoerssystemen en over de nauwe samenwerking met deskundigen uit zowel de publieke als private sector, die de basis vormde voor de mededeling; schaart zich achter de resultaten en dringt daarom aan op de snelle invoering van interoperabele C-ITS-diensten in heel Europa;

2.  benadrukt de behoefte aan een duidelijk rechtskader ter ondersteuning van de invoering van C-ITS, en is ingenomen met een toekomstige gedelegeerde handeling op grond van de ITS-richtlijn (Richtlijn 2010/40/EU) om de continuïteit van diensten te waarborgen, interoperabiliteit te bieden en achterwaartse compatibiliteit te ondersteunen;

3.  wijst op het potentieel van C-ITS om de brandstofefficiëntie te verbeteren, de kosten van afzonderlijk transport te verlagen en de negatieve gevolgen van het verkeer voor het milieu te verminderen;

4.  benadrukt het potentieel van digitale technologieën en daaraan gerelateerde bedrijfsmodellen in het wegvervoer, en ziet de strategie als een belangrijke stap op weg naar de ontwikkeling van C-ITS en uiteindelijk volledig communicerende en geautomatiseerde voertuigen; stelt vast dat coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen de concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven kunnen versterken, het vervoer meer gestroomlijnd en veiliger kunnen laten verlopen, de congestie, het energieverbruik en de emissies kunnen terugdringen, en de interconnectiviteit tussen verschillende vervoerswijzen kunnen verbeteren; is dan ook van mening dat er eisen aan de infrastructuur moeten worden gesteld zodat deze systemen op een veilige en doeltreffende manier kunnen functioneren;

5.  merkt op dat het bedrijfsleven in de EU moet profiteren van zijn voorsprong op de rest van de wereld wat betreft de ontwikkeling en toepassing van C-ITS-technologieën; onderstreept dat er dringend behoefte is aan een ambitieuze EU-strategie waarmee de nationale en regionale inspanningen worden gebundeld, versnippering wordt voorkomen, de invoering van C-ITS-technologieën met bewezen veiligheidsvoordelen wordt versneld, en de samenwerking tussen verschillende sectoren, zoals vervoer, energie en telecommunicatie wordt geoptimaliseerd; dringt er bij de Commissie op aan een concreet tijdschema voor te leggen met duidelijke streefdoelen die de EU tussen 2019 en 2029 moet halen, prioriteit te verlenen aan de invoering van de C-ITS-diensten, uiterlijk in 2019, met het hoogst mogelijke veiligheidsniveau zoals is vastgelegd in de lijst van diensten die het C-ITS-platform heeft voorbereid in het verslag over de tweede fase, en te waarborgen dat deze diensten beschikbaar zijn voor alle nieuwe voertuigen in Europa;

6.  benadrukt de behoefte aan een coherent kader met sociale, milieu- en veiligheidsvoorschriften om de rechten van werknemers en consumenten te handhaven en eerlijke concurrentie in de sector te waarborgen;

7.  is ingenomen met de resultaten van de tweede fase van het C-ITS-platform en onderstreept het belang van deze resultaten(5);

8.  onderstreept dat de mededeling weliswaar een belangrijke stap is op weg naar een EU‑strategie voor coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen, maar dat er geen verwarring mag bestaan tussen C-ITS en deze verschillende concepten;

9.  dringt erop aan te waarborgen dat de ontwikkeling en de invoering van communicerende en geautomatiseerde voertuigen en C-ITS volledig voldoen aan de doelstellingen om het vervoerssysteem koolstofvrij te maken en het aantal verkeersdoden tot nul te herleiden, en die doelstellingen ook ondersteunen;

10.  wijst erop dat C-ITS systemen zijn met behulp waarvan verschillende ITS-stations (voertuigen, apparatuur langs de weg, verkeerscentrales en nomadische apparaten) met elkaar kunnen communiceren en informatie kunnen delen met gebruikmaking van gestandaardiseerde communicatiearchitectuur en dat de interoperabiliteit van de afzonderlijke systemen dan ook cruciaal is;

11.  wijst erop dat communicerende voertuigen gebruikmaken van C-ITS-technologieën met behulp waarvan wegvoertuigen kunnen communiceren met andere voertuigen, verkeerslichten, permanente infrastructuur langs de weg en horizontale infrastructuur – die moeten worden verbeterd en aangepast, maar die ook innovatieve oplaadsystemen onderweg kunnen bieden en veilig kunnen communiceren met voertuigen – en met andere weggebruikers; wijst erop dat 92 % van de verkeersongevallen toe te schrijven is aan menselijk falen en dat het gebruik van C-ITS-technologieën van belang is voor het efficiënt functioneren van bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder;

12.  wijst erop dat geautomatiseerde voertuigen onafhankelijk kunnen functioneren en manoeuvreren in echte verkeerssituaties, waarbij een of meer van de belangrijkste bedieningsinrichtingen voor de bestuurder (stuur, versnellingen, rem) voor een langere periode geautomatiseerd zijn;

13.  benadrukt dat er beveiligingssystemen moeten worden ingebouwd tijdens de overgangsfase van conventionele niet-communicerende voertuigen naar communicerende en geautomatiseerde voertuigen, om de verkeersveiligheid niet in gevaar te brengen; wijst erop dat bepaalde ondersteuningssystemen voor de bestuurder verder moeten worden ontwikkeld en verplicht moeten worden ingebouwd;

14.  verzoekt de Commissie na te denken over de aanpak van het naast elkaar bestaan van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen met niet-communicerende voertuigen en bestuurders, aangezien de ouderdom van het voertuigenpark en het resterende deel van de mensen zonder enige mate van connectiviteit betekent dat er oplossingen moeten komen voor het blijvend grote aantal voertuigen dat geen deel uitmaakt van het systeem;

15.  betreurt het gebrek aan een duidelijk tijdschema voor aanbevolen diensten in de tweede fase en daarna, evenals het gebrek aan een uitvoerige effectbeoordeling en precieze informatie over de initiatieven voor de ontwikkeling van C-ITS-diensten en mogelijke uitbreiding van de dienstverlening;

16.  verzoekt de Commissie voorrang te geven aan de C-ITS-diensten met het hoogst mogelijke veiligheidsniveau, de nodige definities en vereisten op te stellen en zonder verder uitstel de Europese beginselverklaring inzake mens/machine-interface voor informatie- en communicatiesystemen aan boord van voertuigen bij te werken, aangezien de interactie tussen de menselijke bestuurder en de machine van belang is(6);

17.  herhaalt dat communicerende en geautomatiseerde voertuigen, C-ITS en nieuwe technologieën een belangrijke rol spelen bij het halen van de klimaatdoelen, en acht het daarom noodzakelijk dat de ontwikkeling en invoering van deze voertuigen volledig stroken met en bijdragen tot de doelstelling inzake het koolstofvrij maken van het vervoerssysteem; is ingenomen met het gebruik van C-ITS als middel om het verkeer efficiënter te maken, het brandstofverbruik te verminderen, de impact van het wegvervoer op het milieu (bijv. CO2-emissies) te verkleinen en het gebruik van stedelijke infrastructuur te optimaliseren;

18.  benadrukt het potentieel van innovatieve technologieën zoals geautomatiseerd rijden en "platooning" (het groeperen van verscheidene voertuigen) in het vrachtvervoer over de weg, waardoor beter gebruik wordt gemaakt van de slipstream en bijgevolg het brandstofverbruik en de emissies worden teruggedrongen; pleit voor meer ondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling op dat gebied, met name voor de benodigde digitale infrastructuur;

19.  onderstreept dat er meer keuzes, meer gebruiksvriendelijke, betaalbare en op maat gemaakte producten, en meer informatie moet worden verstrekt aan weggebruikers; spoort de Commissie in dit verband aan de uitwisseling van optimale werkwijzen mogelijk te maken die onder andere gericht zijn op economische efficiëntie; dringt er bij alle lidstaten op aan zich aan te sluiten bij het platform C-Roads aangezien dit een belangrijke coördinerende rol moet gaan spelen bij de tenuitvoerlegging van de strategie, mits technologieneutraliteit in acht wordt genomen die nodig is om innovaties te stimuleren; onderstreept dat erop moet worden toegezien dat geavanceerde digitale hulpmiddelen breed en op gecoördineerde wijze worden ingezet in lidstaten, zo ook in het openbaar vervoer; nodigt autofabrikanten uit te beginnen met het inzetten van C-ITS om de strategie uit te voeren;

20.  dringt er bij de Commissie op aan statistieken te ontwikkelen in aanvulling op de bestaande statistieken, met als doel de vooruitgang op het gebied van digitalisering op de diverse terreinen van de wegvervoersector beter te kunnen beoordelen; benadrukt het belang van verdere investeringen in onderzoek naar sensorsystemen, en benadrukt dat bij de ontwikkeling van C-ITS bijzondere aandacht moet worden uitgaan naar rijden in de stad, hetgeen erg verschilt van rijden buiten de stad; merkt op dat rijden in de stad met name inhoudt dat er meer interactie is met motorrijders, fietsers, voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers, zoals mensen met een beperking;

21.  dringt er bij de lidstaten op aan alles in het werk te stellen om de beroepsopleidingen en het hoger onderwijs af te stemmen op de kenniseisen van de sector die de ITS-strategie moet gaan ontwikkelen; pleit voor toekomstgerichte analyses van de nieuwe carrières en banen die verband houden met deze nieuwe aanpak van mobiliteit, en voor de uitwisseling van optimale werkmethoden bij de ontwikkeling van modellen voor samenwerking tussen ondernemingen en het onderwijs, met het oog op het genereren van integratiezones voor opleiding, innovatie en productie;

22.  is van mening dat C-ITS-diensten moeten worden geïntegreerd in de ruimtestrategie voor Europa omdat de invoering van C-ITS moet worden gebaseerd op geolocatietechnieken, zoals plaatsbepaling met behulp van satellieten;

23.  wijst erop dat de lidstaten rekening moeten houden met de invoering van C-ITS-diensten binnen een bredere dimensie van mobiliteit als dienst (MaaS), en de integratie met andere vervoerswijzen, met name om ongewenste neveneffecten te vermijden, zoals een vergroting van het aandeel van het wegvervoer;

Privacy- en gegevensbescherming

24.  wijst op het belang van de toepassing van de EU-wetgeving betreffende de privacy- en gegevensbescherming met betrekking tot gegevens uit C-ITS en communicerende ecosystemen, als gevolg waarvan deze gegevens bij wijze van prioriteit uitsluitend mogen worden gebruikt voor C-ITS-doeleinden en niet mogen worden bewaard of gebruikt om andere redenen; benadrukt dat slimme voertuigen volledig moeten voldoen aan de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR) en aanverwante regels, en dat aanbieders van C-ITS-diensten bestuurders gemakkelijk toegankelijke informatie en duidelijke voorwaarden moeten aanbieden, op grond waarvan zij vrijwillige en weloverwogen toestemming kunnen geven, in overeenstemming met de bepalingen en beperkingen die zijn vastgelegd in de GDPR;

25.  benadrukt dat er aanzienlijk meer transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van algoritmen moet worden betracht ten aanzien van de verwerking en analyse van gegevens door bedrijven; herinnert eraan dat de GDPR al voorziet in het recht te worden geïnformeerd over welke logica aan de gegevensverwerking ten grondslag ligt; onderstreept daarnaast dat het noodzakelijk is zogenaamde "driving walls" te vermijden, aangezien dat zou betekenen dat gebruikers hun eigen slimme auto niet kunnen gebruiken zonder toestemming te geven; pleit voor het toevoegen van een offlinemodus aan slimme auto's, waarmee gebruikers de overdracht van persoonsgegevens naar andere apparaten kunnen uitschakelen en toch gebruik kunnen blijven maken van hun voertuig;

26.  wijst erop dat er tijdens de gegevensverwerking aandacht moet zijn voor de bescherming en de vertrouwelijkheid van de gegevens; benadrukt dat de "bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gegevens door ontwerp en door standaardinstellingen" het uitgangspunt moet vormen bij het ontwerpen van ITS-toepassingen en -systemen; herinnert eraan dat anonimiseringstechieken kunnen bijdragen aan een groter vertrouwen onder gebruikers in de diensten die zij gebruiken;

Cyberbeveiliging

27.  wijst erop dat er hoge beveiligingsnormen voor cyberbeveiliging moeten worden gehanteerd om hacking en cyberaanvallen in alle lidstaten te voorkomen, vooral omdat de beveiliging van C-ITS-communicatie-uitingen cruciaal is; merkt op dat cyberbeveiliging een essentiële uitdaging is waaraan vanwege de toenemende digitalisering en connectiviteit van het vervoer het hoofd moet worden geboden; hamert erop dat geautomatiseerde en communicerende voertuigen en de databanken waarin de gegevens verwerkt en/of opgeslagen worden kwetsbaar zijn voor een cyberaanval, en dat om die reden alle zwakke punten en risico's die kunnen worden vastgesteld of die in dit stadium van de ontwikkeling denkbaar zijn moeten worden uitgesloten, en wel door een gemeenschappelijk beveiligingsbeleid, met inbegrip van strikte beveiligingsnormen, en een certificeringsbeleid op te zetten voor de invoering van C-ITS;

28.  onderstreept dat er in de EU, in alle lidstaten en in alle mogelijke samenwerkingsverbanden met derde landen even hoge en geharmoniseerde beveiligingsnormen moeten worden gehanteerd; wijst erop dat deze normen de toegang van derde reparateurs tot de boordsystemen echter niet mogen belemmeren, opdat voertuigeigenaren niet afhankelijk hoeven te zijn van autofabrikanten voor de nodige controles en/of reparaties van de software aan boord;

Communicatietechnologie en frequenties

29.  is van mening dat een technologieneutrale, hybride communicatiebenadering, waarmee interoperabiliteit en achterwaartse compatibiliteit gewaarborgd worden en waarbij elkaar aanvullende communicatietechnologieën worden gebruikt, de juiste aanpak is en dat een combinatie van draadloze communicatie op korte afstand en cellulaire en satelliettechnologieën op dit moment de beste perspectieven biedt als hybride communicatiepakket, waarmee optimale steun wordt geboden voor de invoering van de C-ITS-basisdiensten;

30.  merkt op dat er een verband wordt gelegd tussen communicerende voertuigen en de Europese satellietnavigatiesystemen Egnos en Galileo; stelt dan ook voor om strategieën die gericht zijn op communicerende voertuigen op te nemen in ruimtevaarttechnologieën; is van mening dat interoperabiliteit essentieel is voor de veiligheid en de keuzevrijheid van de consument, en onderstreept dat de capaciteit van voertuigen om te communiceren met 5G- en satellietnavigatiesystemen in de toekomst moet worden opgenomen in het hybride communicatiepakket, zoals is vermeld in het 5G-actieplan van de Commissie;

31.  spoort autofabrikanten en telecommunicatie-exploitanten die C-ITS-diensten ondersteunen aan om samen te werken voor onder andere de vlotte invoering van C-ITS-diensten op het gebied van communicatietechnologie, wegentol en slimme digitale tachograafdiensten, zonder interferentie tussen deze diensten;

32.  verzoekt de Commissie en de lidstaten financiering te blijven verstrekken voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), met name om op de lange termijn de ontwikkeling van adequate infrastructuur voor de invoering van C-ITS mogelijk te maken;

33.  wijst op het belang van sensorsystemen om gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld over voertuigdynamica, congestie en luchtkwaliteit; pleit voor meer en goed op elkaar afgestemde investeringen in de lidstaten om volledige interoperabiliteit van de gebruikte sensoren te verzekeren, en wenst dat wordt nagegaan of deze kunnen worden gebruikt voor andere dan veiligheidsdoeleinden, bijvoorbeeld het op afstand meten van emissies;

34.  verzoekt de Commissie met voorstellen te komen om ervoor te zorgen dat informatie over vervuilende emissies die beschikbaar is dankzij sensoren in voertuigen verzameld wordt en ter beschikking wordt gesteld van de bevoegde autoriteiten;

Gemeenschappelijke Europese aanpak

35.  spoort de lidstaten en de plaatselijke autoriteiten, voertuigfabrikanten, wegbeheerders en de ITS-sector aan om C-ITS uiterlijk in 2019 in te voeren, en beveelt de Commissie, de plaatselijke autoriteiten en de lidstaten aan toereikende financiering beschikbaar te stellen uit de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF), de Europese structuur- en investeringsfondsen en het Europees Fonds voor strategische investeringen om de toekomstige weginfrastructuur te kunnen verbeteren en te onderhouden door middel van een sectoroverschrijdende thematische aanpak; verzoekt de Commissie en de lidstaten financiering te blijven verstrekken voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), met volledige eerbiediging van het beginsel van transparantie en de verstrekking van regelmatige informatie over cofinanciering van de EU;

36.  spoort de lidstaten en de Commissie aan initiatieven en maatregelen te ondersteunen ter bevordering van meer onderzoek en informatievergaring over de ontwikkeling en de impact van C-ITS op het EU-vervoersbeleid; is van oordeel dat als er in 2022 geen significante vooruitgang is geboekt mogelijkerwijs wetgeving nodig zal zijn om minimumregels vast te stellen en integratie op dit vlak af te dwingen;

37.  benadrukt het belang van de kwaliteit van de fysieke weginfrastructuur, die geleidelijk moet worden aangevuld met digitale infrastructuur; pleit voor de modernisering en het onderhoud van de toekomstige weginfrastructuur;

38.  benadrukt dat er een volwaardig multimodaal vervoerssysteem in het leven moet worden geroepen waarbij alle vervoerswijzen worden gebundeld tot één mobiliteitsdienst met gebruikmaking van realtime-informatie, waarbij rekening wordt gehouden met geïntegreerde ticketverkoop, gedeelde mobiliteitsdiensten en wandelen en fietsen waarmee naadloos vervoer van personen en goederen van deur tot deur mogelijk wordt en de algehele efficiëntie en de duurzaamheid van het vervoer verbetert; verzoekt de Commissie in dit verband de samenwerking en investeringen op EU-niveau in de digitalisering van de vervoersector te waarborgen en te bevorderen via bestaande en nieuwe fondsen, teneinde slimme vervoerssystemen te integreren in de verschillende vervoerswijzen (C-ITS, ERTMS, Sesar, RIS(7)); onderstreept het belang van een geïntegreerde benadering van hulpmiddelen voor informatie, boekingen en tickets om aantrekkelijke mobiliteitsketens van deur tot deur op te zetten;

39.  dringt erop aan dat deze planningsprocedure uitgaat van de visie van gebruikers van reizigers- en goederenvervoer als basisbron van informatie om het toepassingsgebied van de C-ITS-applicatie te verruimen en zakelijke modellen te genereren met betrekking tot dit nieuwe concept van geïntegreerde duurzame mobiliteit;

40.  spoort de EU en de lidstaten aan om het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de op stapel staande richtlijn inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten goed te handhaven zodat alle burgers zonder belemmeringen gebruik kunnen maken van C-ITS;

41.  beveelt de Commissie aan snel een passend rechtskader op te zetten om in de hele EU grensoverschrijdende interoperabiliteit tot stand te brengen alsook een kader voor de regels ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor het gebruik van de verschillende communicerende vervoersvormen; verzoekt de Commissie uiterlijk aan het eind van het jaar een wetgevingsvoorstel te publiceren over de toegang tot gegevens en hulpmiddelen in voertuigen; is van mening dat met dit voorstel de volledige automobielsector en eindgebruikers voordeel moeten kunnen halen uit de mogelijkheden van digitalisering, waarbij gelijke voorwaarden en maximale veiligheid worden gegarandeerd met betrekking tot de opslag van voertuiggegevens en de toegankelijkheid daarvan voor alle derden, die eerlijk, tijdig en onbeperkt moet zijn om de consumentenrechten te beschermen, innovatie te bevorderen en eerlijke, niet-discriminerende concurrentie op deze markt te waarborgen, in overeenstemming met het beginsel van technologische neutraliteit; benadrukt dat er moet worden bijgedragen aan de modernisering van alle stedelijke en plattelandsinfrastructuur die gekoppeld is aan openbaarvervoersdiensten; verzoekt de Commissie te waarborgen dat de GDPR in alle gevallen volledig wordt nageleefd en dat ze jaarlijks verslag uitbrengt aan het Parlement over het toezicht daarop;

42.  verzoekt de Commissie een mondiale aanpak voor technische harmonisatie en standaardisering van gegevens te hanteren, om de compatibiliteit van C-ITS, de schaalvoordelen voor fabrikanten en meer comfort voor consumenten te waarborgen;

43.  onderstreept hoe belangrijk het is om in een vroeg stadium de dialoog aan te gaan met de sociale partners en consumentenbonden en zo een klimaat van transparantie en vertrouwen te scheppen om een goed evenwicht te vinden tussen de positieve en de negatieve gevolgen voor de sociale en arbeidsomstandigheden en voor consumentenrechten; merkt op dat het eSafety-forum een stappenplan voor de invoering van C-ITS moet opstellen, op dezelfde manier als bij het eCall-systeem;

44.  is van mening dat er een algehele omschakeling op een koolstofarme economie nodig is om aan de internationale klimaatverbintenissen te voldoen en de interne doelstellingen van de EU te halen; wijst er dan ook op dat er nieuwe criteria nodig zijn voor de toewijzing van verschillende EU-fondsen ter bevordering van de CO2-reductie en maatregelen ter verhoging van de energie-efficiëntie, ook binnen C-ITS; meent dat er in geen geval EU-financiering mag worden toegewezen aan projecten die in strijd zijn met de doelstellingen en het beleid inzake CO2-reductie;

45.  verzoekt autofabrikanten consumenten te voorzien van toereikende en duidelijke informatie over hun rechten en de voordelen en beperkingen van nieuwe C-ITS-technologieën op het gebied van veiligheid; moedigt voorlichtingscampagnes aan als middel om de huidige bestuurders vertrouwd te maken met nieuwe C-ITS-technologieën, het nodige vertrouwen te scheppen bij de eindgebruikers en draagvlak onder de bevolking te creëren; is van mening dat het gebruik van C-ITS de veiligheid en efficiency van het vervoerssysteem kan verbeteren zonder afbreuk te doen aan de regels inzake privacy en gegevensbescherming;

o
o   o

46.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1.
(2) PB C 288 van 31.8.2017, blz. 85.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0423.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0234.
(5) Eindrapport van de tweede fase van het C-ITS-platform: https://ec.europa.eu/transport/sites/transport/files/2017-09-c-its-platform-final-report.pdf
(6) Aanbeveling 2008/653/EG van de Commissie van 26 mei 2008 betreffende veilige en efficiënte informatie- en communicatiesystemen aan boord van voertuigen: bijwerking van de Europese verklaring inzake beginselen voor mens/machine-interfaces (PB L 216 van 12.8.2008, blz. 1).
(7) Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS); ATM-onderzoek voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim (Sesar); Rivier Informatiediensten (RIS).

Laatst bijgewerkt op: 31 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid