Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2172(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0088/2018

Ingediende teksten :

A8-0088/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.43

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0148

Aangenomen teksten
PDF 266kWORD 50k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)
P8_TA(2018)0148A8-0088/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0082/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening(EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie(4), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0088/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 126.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 126.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0082/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie(4), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0088/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 126.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 126.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2172(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0088/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (de "Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2016 volgens de staat van ontvangsten en uitgaven(1) 21 762 500 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 7,67 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de Autoriteit wordt gefinancierd door een bijdrage van de Unie (8 461 389 EUR, dat wil zeggen 40 %) en bijdragen van de nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten (13 301 111 EUR, dat wil zeggen 60 %);

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen voor het begrotingsjaar 2016 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,68 %, waarmee het streefdoel van de Autoriteit is gehaald en het percentage 0,29 % lager lag dan in 2015; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 88,97 % bedroeg, wat betekent dat het streefdoel van de Autoriteit is bereikt en er sprake is van een toename van 5,22 % ten opzichte van 2015;

2.  neemt kennis van de inspanningen van de Autoriteit om haar begroting en personeel intern te herschikken, aangezien haar werklast in toenemende mate verschuift van regelgevingstaken naar toezichtsconvergentie en handhaving; is van mening dat het van essentieel belang is dat de Autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken volledig uit te voeren, ook als de werklast door de uitoefening van die taken toeneemt, en dat voor een geëigende prioritering van de toewijzing van de middelen en begrotingsefficiëntie moet worden gezorgd; wijst er daarnaast op dat elke toename van de werklast van de Autoriteit intern kan worden opgevangen middels een herschikking van de toewijzing van de begrotingsmiddelen of van het personeel, op voorwaarde dat dit de volledige implementatie van het mandaat van de Autoriteit en haar onafhankelijkheid bij de uitoefening van haar toezichttaken niet negatief beïnvloedt;

Vastleggingen en overdrachten

3.  stelt vast dat de vastleggingen die zijn overgedragen naar het volgende jaar zijn gedaald van 16,21 % in 2015 tot 10,71 % in 2016, wat getuigt van strenger begrotingstoezicht door de Autoriteit; neemt er kennis van dat de overdracht van deze middelen gerechtvaardigd was door contracten en verplichtingen die in 2016 werden aangegaan; is ingenomen met het feit dat de Autoriteit in 2016 het laagste overdrachtspercentage ooit heeft bereikt;

4.  stelt vast dat in 2016 94,55 % van de uit 2015 naar 2016 overgedragen kredieten is benut;

5.  wijst erop dat overdrachten vaak gedeeltelijk of volledig gerechtvaardigd zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen en niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen, noch altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren gepland zijn door de Autoriteit en meegedeeld zijn aan de Rekenkamer;

6.  dringt erop aan het volume van de naar het volgende jaar over te dragen vastleggingskredieten in de toekomst zo veel mogelijk te reduceren door alle beschikbare maatregelen, zoals de implementatie van goede praktijken van andere agentschappen, toe te passen;

Overschrijvingen

7.  stelt vast dat het verschil tussen de initiële en definitieve begrotingstoewijzing voor titel I (personeelskosten) tot een kleine daling met 3,31 % heeft geleid, terwijl het verschil voor titel II (huishoudelijke uitgaven) heeft geleid tot een stijging met 3,17 %; stelt vast dat de begroting voor titel III (beleidsuitgaven) als gevolg van de amendering van de begroting en de overschrijvingen met 9,21 % is gestegen; neemt er kennis van dat de wijzigingen in de structuur van de initiële begroting over het algemeen kleiner waren dan in 2015; merkt voorts op dat het niveau en de aard van de overschrijvingen binnen de grenzen van de financiële voorschriften zijn gebleven;

Aanbestedingen en personeelsbeleid

8.  neemt er kennis van dat de Autoriteit als een van de eerste Unie-agentschappen een project heeft gelanceerd waarmee e-aanbestedingen werden ingevoerd; is ingenomen met het feit dat het aanbestedingsproces hierdoor efficiënter en transparanter verloopt, hetgeen zowel de Autoriteit als haar potentiële leveranciers ten goede komt;

9.  wijst erop dat in 2016 de eerste fase van de overgang naar open kantoorruimten heeft plaatsgevonden: een kwart van het personeel van de Autoriteit werkt nu in een open kantooromgeving; merkt op dat deze verandering nodig was om het toegenomen personeel te kunnen onderbrengen in de bestaande gebouwen en een efficiënter gebruik van kantoorruimte mogelijk heeft gemaakt, evenals een daling van de kosten in verband met de gebouwen;

10.  stelt vast dat volgens de Autoriteit zij in 2016 26 aanwervingscampagnes heeft gevoerd en dat aan het einde van dat jaar 95,7 % van de vaste posten bezet waren, dus minder dan de 100 % waarop de Autoriteit had gemikt; heeft van de Autoriteit vernomen dat een tegenvallend groot verloop, onsuccesvolle aanwervingscampagnes en het feit dat geselecteerde kandidaten het aangeboden contract niet aanvaardden, de voornaamste redenen waren dat het doel niet is gehaald en vindt dat al deze factoren op zichzelf zorgwekkend zijn en moeten worden onderzocht en gecorrigeerd;

11.  maakt uit de personeelsformatie op dat op 31 december 2016 89 van de 93 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten bezet waren, tegen 86 in 2015; stelt met tevredenheid vast dat er, uitgaande van het aantal op 31 december 2016 bezette posten, met 53 % vrouwen en 47 % mannen sprake is van genderevenwicht;

12.  stelt vast dat de Autoriteit in 2016 52,5 (VTE) gedetacheerde nationale deskundigen, arbeidscontractanten, tijdelijke personeelsleden en consultants in dienst had;

13.  stelt vast dat volgens de Autoriteit de aanwervingsproblemen wellicht verband houden met de hoge woonlasten in Frankfurt, waar zij zetelt, en met de beperkte financiële aantrekkelijkheid van de Autoriteit in vergelijking met andere Europese organen, zoals de Europese Centrale Bank en het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme; heeft van de Autoriteit vernomen dat zij de desbetreffende personeelsprocedures heeft herzien om ze efficiënter te maken; verzoekt de Autoriteit om bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit kader genomen maatregelen;

14.  stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid van de Autoriteit in 2016 zeven dagen bedroeg; constateert dat de Autoriteit voor haar personeelsleden informatiesessies, een workshop "stress en veerkracht" en medische controles heeft georganiseerd;

15.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit in 2016 extra vertrouwenspersonen heeft benoemd om te zorgen voor voldoende vertrouwenspersonen en de verdere tenuitvoerlegging van de informele procedure ter voorkoming van intimidatie;

16.  is ingenomen met het feit dat er niet alleen voor de onlangs benoemde vertrouwenspersonen, maar ook voor de leden van het personeelscomité en de medewerkers van personeelszaken begeleidings- en bemiddelingstraining is georganiseerd, en dat voor het management bewustwordingstraining over de voorkoming van intimidatie is georganiseerd, waaraan het hele managementteam heeft deelgenomen, evenals voor het volledige personeelsbestand, waaraan 60 personeelsleden hebben deelgenomen;

17.  stelt vast dat volgens de Autoriteit in 2016 één geval van vermeende psychologische intimidatie intern is onderzocht en is gesloten als "niet-zaak";

18.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit met ingang van 1 november 2016 haar eerste reorganisatie heeft doorgevoerd om de controlepraktijken te versterken en de efficiëntie van de procedures en de kwaliteit van de output te verbeteren; verzoekt de Autoriteit verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over nadere bijzonderheden van de uitvoering van de reorganisatie en over de voordelen die deze heeft opgeleverd;

19.  stelt vast dat de Autoriteit geen gebruik maakt van dienstvoertuigen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

20.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit sinds januari 2016 de notulen van alle vergaderingen met externe belanghebbenden op haar website heeft gepubliceerd;

21.  stelt met tevredenheid vast dat het beleid en de procedures van de Autoriteit inzake klokkenluiders zijn goedgekeurd door de raad van bestuur en in overeenstemming zijn gebracht met de richtsnoeren van de Commissie inzake klokkenluiders;

22.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

23.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit de cv's, intentieverklaringen en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en de raad van toezichthouders van de Autoriteit op de website van de Autoriteit heeft gepubliceerd;

24.  betreurt dat de verklaringen over belangenconflicten van de leden van de raad van bestuur en de raad van toezichthouders van de Autoriteit nog op zich laten wachten; wijst erop dat deze handelswijze de transparantie niet ten goede komt en dat de resterende verklaringen derhalve onverwijld moeten worden gepubliceerd;

25.  stelt vast dat de Autoriteit in 2016 zes verzoeken heeft ontvangen om toegang te krijgen tot documenten; stelt vast dat de Autoriteit in het kader van twee verzoeken volledige toegang heeft verleend tot vijf documenten, dat de Autoriteit in het kader van één verzoek tot drie documenten slechts gedeeltelijke toegang heeft verleend en dat de Autoriteit het verzoek tot toegang voor één document heeft geweigerd;

26.  verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen over vermeende en bevestigde schendingen van ethische regels, over hoe zij met deze schendingen is omgegaan en hoe zij deze in de toekomst zal voorkomen;

27.  is van mening dat de notulen van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en van de aandeelhoudersgroepen, die openbaar zijn, sneller gepubliceerd moeten worden, om het bestaande tijdsinterval te verkorten en om beter inzicht te bieden in de gevoerde discussies, de standpunten van de leden en hun stemgedrag; benadrukt dat het voor de Autoriteit van essentieel belang is, gezien de aard van haar taken, om transparantie aan de dag te leggen, niet alleen jegens het Parlement en de Raad, maar ook jegens de burgers van de Unie; is van mening dat de burgers ook beter bereikt kunnen worden door het rechtstreeks uitzenden van evenementen via het internet; wijst erop dat het ook gemakkelijker moet worden toegang te krijgen tot documenten en informatie met betrekking tot interne vergaderingen; stelt vast dat de bescherming van klokkenluiders belangrijk is voor het tot stand brengen van meer transparantie, democratische verantwoordingsplicht en openbare controle.

Belangrijkste resultaten

28.  spreekt zijn voldoening uit over de door de Autoriteit vermelde drie belangrijkste resultaten en successen van 2016, namelijk:

   zij heeft de nodige maatregelen uitgevoerd om met succes haar rol op zich te nemen zoals bepaald in Richtlijn 2009/138/EC(2); stelt vast dat de Autoriteit de opgedragen taken heeft uitgevoerd en de tenuitvoerlegging van de richtlijn op nationaal niveau heeft ondersteund, waarbij zij nauw heeft samengewerkt met de nationale bevoegde autoriteiten, onder meer bij specifieke taken zoals de balansbeoordeling van de Bulgaarse verzekeringsmarkt;
   zij heeft bijgedragen aan wetgevingsontwikkelingen op het gebied van pensioenen, onder meer door advies te geven aan de Commissie over een aantal kwesties, zoals in verband met de ontwikkeling van een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct en de essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggings- en verzekeringsproducten; stelt vast dat zij met betrekking tot bedrijfspensioenen een advies heeft gepubliceerd over een gemeenschappelijk kader voor risicobeoordeling en transparantie;
   zij heeft bijgedragen aan de versterking van het toezicht op de bedrijfsvoering en het vermogen van de gemeenschap van toezichthouders om gelijke tred te houden met belangrijke ontwikkelingen zoals fintech, met name insurtech;

Interne controles

29.  constateert dat de normen voor de interne controle (ICS) van de Autoriteit gebaseerd zijn op de ICS van de Commissie; stelt bovendien vast dat alle ICS eind 2016 naar behoren waren omgezet;

Interne audit

30.  stelt vast dat in 2016 door de dienst Interne Audit (IAS) een audit is uitgevoerd van het vermogen om toezicht te houden; stelt met voldoening vast dat geen van de aanbevelingen van de IAS als "essentieel" of "zeer belangrijk" is aangemerkt; verneemt - ook met voldoening - van de Autoriteit dat zij naar aanleiding van het auditverslag een actieplan heeft ontwikkeld, dat vervolgens door de raad van bestuur is goedgekeurd, om op alle aanbevelingen van de IAS in te gaan;

31.  constateert dat de IAS in december 2016 een risicobeoordeling van de processen van de Autoriteit heeft uitgevoerd en dat de uitkomst daarvan zal leiden tot een nieuwe auditstrategie voor de Autoriteit voor de periode 2017-2019;

Overige opmerkingen

32.  stelt met grote tevredenheid vast dat de Autoriteit zich in 2016 heeft ingezet om te zorgen voor een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkomgeving en om de uitstoot van CO2 te beperken of te compenseren;

33.  is ingenomen met het feit dat de Autoriteit proactief de dialoog aangaat met haar leden om te begrijpen in welke mate de beslissing van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken gevolgen heeft voor het toezicht op activiteiten op het gebied van verzekering en pensioenen, alsook op de Autoriteit als instelling; stelt bovendien vast dat de Autoriteit contact heeft met de Commissie en dat er informele uitwisselingen plaatsvinden;

34.  stelt vast dat het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken in de toekomst waarschijnlijk tot een daling van de inkomsten van de Autoriteit zal leiden;

35.  stelt vast dat de evaluatie van de website van de Autoriteit is voltooid en de nieuwe opzet volgens de planning eind 2018 zal worden uitgevoerd met als doel de informatie over de activiteiten van de Autoriteit toegankelijker te maken voor een breder publiek;

36.  merkt op dat de Rekenkamer momenteel de toezichtactiviteiten en de stresstests van de Autoriteit analyseert; is ingenomen met het feit dat deze controle tot de prioriteiten van de Rekenkamer voor 2018 behoort;

37.  benadrukt dat de Autoriteit enerzijds moet waarborgen dat alle taken die voortvloeien uit het regelgevingskader zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad volledig en met inachtneming van de termijnen worden uitgevoerd en anderzijds niet verder moet gaan dan die taken, zich moet houden aan het mandaat zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad, en in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel moet respecteren, met het oog op een optimaal gebruik van middelen en verwezenlijking van de doelstellingen zoals vastgesteld door het Parlement en de Raad;

38.  wijst op de centrale rol die de Autoriteit speelt bij het garanderen van beter toezicht op het financieel systeem van de Unie met het oog op financiële stabiliteit, de noodzakelijke transparantie en grotere veiligheid voor de financiële markt van de Unie, in het bijzonder middels het coördineren van het toezicht van de nationale toezichthoudende instanties, middels samenwerking, daar waar noodzakelijk, met de instellingen die belast zijn met internationaal toezicht, én middels het uitoefenen van toezicht op de consistente toepassing van het Unierecht; beklemtoont dat de bedoelde samenwerking moet stoelen op onderling vertrouwen; benadrukt dat het werk van de nationale toezichthoudende autoriteiten belangrijk is, gezien de aanzienlijke omvang van de verzekeringsmarkt van de Unie; onderstreept de rol van de Autoriteit bij het bijdragen aan en het bevorderen van convergerende toezichtpraktijken op een hoog niveau op het gebied van consumentenbescherming;

o
o   o

39.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 113 van 30.3.2016, blz. 149.
(2) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling - Privacybeleid