Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2169(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0109/2018

Ingediende teksten :

A8-0109/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.57
CRE 18/04/2018 - 12.57

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0162

Aangenomen teksten
PDF 378kWORD 56k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
P8_TA(2018)0162A8-0109/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Dienst(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0079/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(4), en met name artikel 43,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0109/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving kwijting voor de uitvoering van de begroting van Europol voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 223.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 223.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(5) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Politiedienst voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Dienst(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Dienst te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0079/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(4), en met name artikel 43,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0109/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Europol voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 223.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 223.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.
(5) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2169(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politiedienst (Europol) voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0109/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Politiedienst ("Europol") voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 104 274 784 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 9,27 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de toename toe te schrijven was aan nieuwe of extra taken vanwege de uitbreiding van het mandaat van Europol; overwegende dat de begroting van Europol bijna volledig wordt gefinancierd met middelen van de algemene begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Politiedienst betreffende het begrotingsjaar 2016 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van Europol betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting van 99,75 %, waaruit blijkt dat de vastleggingen tijdig werden verricht; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 90,98 % bedroeg, een stijging met 1,98 % ten opzichte van 2015;

Vastleggingen en overdrachten

2.  stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de overgedragen vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) met 3 500 000 EUR (39 %) hoog waren, in vergelijking met 4 200 000 EUR (41 %) in 2015; stelt vast dat deze overdrachten vooral uitgaven voor het hoofdkantoor van Europol betreffen, die pas in 2017 door het gastland worden gefactureerd (2 000 000 EUR); neemt ter kennis dat Europol zich zal blijven inspannen voor een efficiënte begrotingsuitvoering in overeenstemming met de Europese begrotingsvoorschriften, in het bijzonder wat de overdrachten met betrekking tot administratieve uitgaven betreft; merkt op dat, aangezien de werkzaamheden met betrekking tot Europols hoofdkantoor worden uitgevoerd in opdracht van het gastland als externe partij, voor de afhandeling van de bouwkosten naar verwachting ook in de toekomst het beginsel van jaarperiodiciteit niet zal worden nageleefd; merkt op dat dit komt door de specifieke administratieve regeling, die maakt dat Europol de betreffende facturen ontvangt nadat het gastland contact heeft gehad met de aannemers op nationaal niveau;

3.  merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of volledig kunnen worden gerechtvaardigd omdat de operationele programma's van agentschappen over meerdere jaren lopen, niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en ‑tenuitvoerlegging wijzen en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij door Europol vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld;

Overschrijvingen

4.  constateert dat er in totaal 48 overschrijvingen hebben plaatsgevonden, die in totaal bijna 4 960 000 EUR bedroegen (4,9 % van de begroting); constateert voorts dat sommige overschrijvingen noodzakelijk waren om de verschillen tussen de begrotingsplanning en -uitvoering als gevolg van noodoperaties op bepaalde criminaliteitsgebieden, bijvoorbeeld activiteiten in de hotspots, in aanmerking te nemen; merkt op dat de overschrijvingen die gedaan zijn om tijdelijk subsidies uit de reguliere begroting te dekken vanwege de late uitbetaling van het voorfinancieringsbedrag van de subsidieovereenkomst, werden teruggedraaid toen de voorfinanciering was ontvangen;

Aanbestedingen en personeelsbeleid

5.  stelt vast dat Europol eind 2016 in totaal 655 personeelsleden in dienst had, onder wie 505 ambtenaren, 146 arbeidscontractanten en 4 plaatselijke functionarissen; stelt voorts vast dat er 452 personeelsleden aan de slag waren die niet tot Europol behoren (gedetacheerde nationale deskundigen, verbindingsfunctionarissen en personeelsleden van de verbindingsbureaus, stagiairs en externe arbeidscontractanten); stelt vast dat Europol in 2016 145 nieuwe personeelsleden (104 tijdelijke functionarissen en 41 arbeidscontractanten) heeft aangenomen en dat 86 personeelsleden (64 tijdelijke functionarissen en 22 arbeidscontractanten) Europol hebben verlaten;

6.  betreurt ten zeerste dat er wat betreft het op 31 december 2016 totale aantal bezette posten geen genderevenwicht is bereikt, met een verhouding van meer dan twee op een - 32,4 % vrouwen en 67,6 % mannen - en dat – hetgeen nog alarmerender is – slechts 14 % van de seniorspecialisten en senior-analisten vrouw was en dat bovendien het percentage vrouwelijke werknemers in een manager- of vergelijkbare/hogere functie met slechts 6,1 % het allerlaagst was (twee personeelsleden); verzoekt Europol om proactiever te zijn en bij de aanwerving van nieuw personeel met spoed te streven naar genderevenwicht en de kwijtingsautoriteit tijdens de volgende kwijtingsprocedure op de hoogte te brengen van de aan het eind van 2017 op dit gebied geboekte vooruitgang;

7.  merkt op dat het Parlement in april 2016 een gewijzigde begroting heeft aangenomen die heeft geleid tot een versterking van de personeelsbestand van het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol, waarbij de begroting met 2 000 000 EUR werd verhoogd en 35 nieuwe posten (25 tijdelijke functionarissen, 5 arbeidscontractanten en 5 gedetacheerde nationale deskundigen) werden gecreëerd;

8.  stelt met voldoening vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid van Europol in 2016 slechts 1,2 % van de werkdagen bedroeg; merkt op dat het aantal dagen dat elk personeelslid in 2016 aan activiteiten rond welzijn heeft besteed, minder dan één bedroeg; merkt op dat Europol geen melding heeft gemaakt van verschillende activiteiten rond welzijn die in 2016 werden opgezet, hoewel het Parlement dit had gevraagd, maar verslag heeft uitgebracht over de medische uitgaven per personeelslid en daarmee samenhangende kosten; verzoekt Europol een overzicht van het aantal ziekteverzuimdagen te verstrekken;

9.  stelt met voldoening vast dat Europol een netwerk van tien vertrouwenspersonen heeft opgericht in het kader van het beleid inzake de bescherming van de waardigheid van personen en de voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie; merkt voorts op dat Europol voorlichtingsbijeenkomsten heeft gehouden, standaardinformatie over intimidatie op zijn intranet heeft gepubliceerd en een programma voor nieuwkomers heeft opgestart, dat een presentatie over het thema gezondheid en welzijn omvat waarbij het beleid inzake intimidatie en het netwerk van vertrouwenspersonen worden toegelicht;

10.  stelt vast dat er in 2016 één informele en één formele procedure (verzoek om bijstand) zijn ingeleid die verband houden met intimidatie; wijst erop dat de enige formele procedure heeft geleid tot de opening van een administratief onderzoek/intern onderzoek, waaruit niet is gebleken dat er sprake is van intimidatie; merkt op dat er daarom geen zaak aanhangig is gemaakt bij het Hof van Justitie van de Europese Unie;

11.  stelt vast dat Europol gebruikmaakt van dienstvoertuigen, maar persoonlijk gebruik daarvan niet toestaat;

Interne controles

12.  merkt op dat de risicobeheersactiviteiten bij Europol in 2016 gericht waren op de aanpak van de door de Rekenkamer vastgestelde auditvoorschriften, in het bijzonder de jaarrekeningen, de delegatieovereenkomst en de sluiting van het pensioenfonds van Europol; stelt verder vast dat in het kader van de risicobeheersactiviteiten ook de risico's in verband met de doelstellingen voor de kernactiviteiten zoals vastgesteld in het werkprogramma voor 2015 in de gaten werden gehouden, met name wat betreft de nieuwe taken van het personeel dat ter plaatse is ingezet om secundaire veiligheidscontroles uit te voeren en de inbesteding van de definitieve uitrol van het analysesysteem van Europol; merkt op dat het logboek voor bedrijfsrisico's van Europol eind 2016 16 hoge of kritieke risico's bevatte, oftewel 4 bedrijfsrisico's meer ten opzichte van de situatie van eind 2015;

13.  stelt vast dat de interne auditfunctie in het eerste semester van 2016 de uitvoering van de internecontrolenormen bij Europol heeft geëvalueerd; stelt vast dat Europol een actieplan heeft opgesteld om vóór eind 2016 tegemoet te komen aan 15 van de 40 aanbevelingen, en dat 20 van deze aanbevelingen zijn aangemerkt als "erg belangrijk" en één als "kritiek", te weten een aanbeveling betreffende de vaststelling van een fraudebestrijdingsstrategie die de raad van bestuur op 31 januari 2017 heeft goedgekeurd;

Interne audit

14.  neemt ter kennis dat 83 % van alle als kritiek of erg belangrijk aangemerkte auditaanbevelingen van de Rekenkamer, de dienst Interne Audit (IAS), het gemeenschappelijk controleorgaan van Europol, de gegevensbeschermingsfunctionaris van de Commissie en de interne auditfunctie in 2016 zijn aangepakt, wat 12 % meer is dan in 2015;

15.  neemt ter kennis dat de IAS in oktober 2016 een audit heeft uitgevoerd naar aanbestedingen, waarvoor het ontwerpauditverslag eind 2016 nog niet was uitgebracht; verzoekt Europol verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over het resultaat van deze audit;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

16.  verneemt dat de raad van bestuur op 1 mei 2017 regels inzake de preventie van en omgang met belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, alsook met betrekking tot hun belangenverklaringen heeft vastgesteld; betreurt dat de aanpak van Europol erin heeft bestaan te verklaren dat er geen belangenconflicten zijn; merkt met bezorgdheid op dat de leden van de raad van bestuur verklaringen van afwezigheid van belangconflicten blijven publiceren; verzoekt de leden van de raad van bestuur hun belangenverklaringen te publiceren in plaats van verklaringen dat geen belangenconflicten zijn, en daarin hun lidmaatschap van andere organisaties te vermelden; beklemtoont dat het niet aan de raden van bestuur is te verklaren dat zij geen belangenconflicten hebben; merkt op dat de leden en plaatsvervangende leden van de raad van bestuur is verzocht vóór 15 december 2017 hun belangenverklaring in te vullen, te ondertekenen en samen met hun cv in te dienen, zodat ze op de website van Europol kunnen worden gepubliceerd; is ingenomen met de publicatie van de cv's van de leden van de raad van bestuur op de website van Europol; verzoekt Europol de kwijtingsautoriteit mee te delen of de leden van de raad van bestuur hun belangenverklaringen daadwerkelijk binnen de vastgelegde termijn hebben gepubliceerd;

17.  stelt vast dat Europol in 2016 107 verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen (met betrekking tot 138 documenten), en dat Europol volledige toegang tot 39 documenten heeft verleend, gedeeltelijke toegang tot 20 documenten heeft verleend en de toegang tot 79 documenten heeft geweigerd; verzoekt Europol zoveel mogelijk open te staan voor deze verzoeken en daarbij rekening te houden met wettelijke beperkingen, maar ook met de plicht om openheid en transparantie te betrachten;

18.  neemt ter kennis dat Europol in oktober 2017 een aanvullende voorlichtingscampagne inzake ethiek is gestart om alle werknemers en gedetacheerde nationale deskundigen bij Europol beter bekend te maken met de bijgewerkte versies van de gedragscode van Europol en de richtsnoeren voor de omgang met geschenken, belangenconflicten en klokkenluiders; stelt met tevredenheid vast dat in de richtsnoeren inzake klokkenluiders wordt benadrukt dat Europol zich ertoe verbindt de identiteit van klokkenluiders te beschermen; is ingenomen met de publicatie van de richtsnoeren voor klokkenluidersregelingen op de website van Europol; vraagt Europol details te verschaffen over eventuele klokkenluiderszaken in 2016 en hoe daarmee is omgegaan;

19.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

20.  verneemt met instemming dat de raad van bestuur een fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld voor de periode 2017-2018;

Belangrijkste verwezenlijkingen

21.  spreekt zijn voldoening uit over de door Europol genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   de oprichting van het Europees Centrum voor terrorismebestrijding en het Europees Centrum tegen migrantensmokkel, inclusief de inzet van personeel ter plaatse dat eind 2016 meer dan 4 800 secundaire veiligheidscontroles heeft uitgevoerd op migratiehotspots; stelt vast dat Europol meer dan 270 terrorismebestrijdingsoperaties heeft ondersteund, wat neerkomt op meer dan een verdubbeling ten opzichte van het gehele jaar 2016 (127 terrorismebestrijdingsoperaties in 2016);
   de invoering van innovatieve instrumenten voor onderzoeksondersteuning: de website "Europe's Most Wanted Fugitives" (Europa's meest gezochte voortvluchtigen) werd in 2016 gelanceerd, waarop in november 2017 informatie te vinden was over 115 voortvluchtigen en 41 arrestaties van bekende voortvluchtigen, waarvan 13 arrestaties het gevolg waren van de lancering van de website; neemt ter kennis dat de het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit van Europol (EC3) een nieuwe oplossing voor beeld- en video-analyse heeft gevonden om met name de identificatie van minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting te vergemakkelijken, waarmee Europol in 2017 steun heeft verleend aan 38 unieke operaties tegen seksuele uitbuiting van kinderen op internet;
   de goedkeuring van Verordening (EU) 2016/794(2) in mei 2016 – die sinds 1 mei 2017 wordt toegepast – tot instelling van verbeterde regelingen inzake het toezicht van het Parlement en een beter mandaat voor operationele ondersteuning;

Overige opmerkingen

22.  stelt met tevredenheid vast dat Europol, in samenwerking met Eurojust, een gecombineerde aanpak voor de ISO 14001/EMS-certificering heeft geformaliseerd; neemt er kennis van dat Europol talrijke maatregelen heeft getroffen om te zorgen voor een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek en CO2-uitstoot verder te beperken of te compenseren;

23.  constateert met tevredenheid dat Europol is blijven samenwerken met een aantal internationale partners en met andere agentschappen en organen van de Unie, en vooral dat Europol met het oog op de migratiecrisis nog intensiever is gaan samenwerken met Frontex;

24.  neemt ter kennis dat er volgens Europol sprake is van aanzienlijke financiële en operationele risico's vanwege de brexit; verzoekt Europol proactief te blijven wat het in kaart brengen en aanpakken van die risico's betreft, en de kwijtingsautoriteit volledig op de hoogte te houden van de toekomstige impact van de brexit op Europol en met betrekking tot de brexitonderhandelingen nauw samen te werken met de Commissie, teneinde voldoende voorbereid te zijn om elke eventuele negatieve operationele of financiële impact tot een minimum te beperken;

25.  betreurt het dat de Europol-evaluatie voor de periode 2016-2017 pas op 23 januari 2018 op de website van Europol gepubliceerd is, vijf dagen na het verstrijken van de termijn voor de indiening van amendementen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement op het kwijtingsverslag; verzoekt Europol haar jaarlijkse evaluaties tijdig te publiceren voor toekomstige kwijtingsprocedures, om de kwijtingsautoriteit in staat te stellen zijn werkzaamheden volledig geïnformeerd uit te voeren;

26.  neemt kennis van de steeds toenemende vraag van de lidstaten naar de diensten van Europol; betreurt in dit verband het feit dat de krapte aan beschikbare ICT-hulpmiddelen hebben geresulteerd in een herprioritering van de ontwikkelingsactiviteiten van kernsystemen, vertragingen bij projecten, en voorts hebben geleid tot een verkenning van verdere mogelijkheden tot uitbesteding met de daaraan verbonden verhoogde risico's;

o
o   o

27.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84 van 17.3.2017, blz. 172.
(2) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling - Privacybeleid