Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2149(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0093/2018

Ingediende teksten :

A8-0093/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.58

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0163

Aangenomen teksten
PDF 188kWORD 55k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
P8_TA(2018)0163A8-0093/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2149(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0059/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2018),

1.  verleent de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 228.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 228.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2149(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0059/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 228.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 228.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2149(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0093/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (hierna: "het Bureau") voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 21 603 000 EUR bedroeg, ongeveer hetzelfde bedrag als in 2015; overwegende dat de begroting van het Bureau bijna uitsluitend wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten betreffende het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 net als het jaar daarvoor hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 73,21 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging met 1,59 % ten opzichte van het jaar daarvoor; stelt vast dat het hoge algemene niveau van de vastgelegde kredieten aangeeft dat de vastleggingen tijdig zijn uitgevoerd;

Vastleggingen en overdrachten

2.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat het niveau van de naar 2017 overgedragen vastgelegde kredieten voor Titel III (beleidsuitgaven) eens te meer zeer hoog was, namelijk 5 200 000 EUR (68 %), vergeleken met 5 700 000 EUR (70 %) in het voorgaande jaar; stelt vast dat uit het verslag van de Rekenkamer blijkt dat deze overdrachten voornamelijk verband hielden met de aard van de activiteiten van het Bureau, die de financiering van studies inhouden die zich over vele maanden, vaak tot het volgende jaar, uitstrekken;

3.  neemt ter kennis dat de uitvoeringsgraad van de van 2015 naar 2016 overgedragen kredieten 96,73 % bedroeg, hetgeen betekent dat het annuleringspercentage laag bleef (3,27 %);

4.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd met het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de planning en tenuitvoerlegging van de begroting, en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren zijn gepland door het Bureau en zijn meegedeeld aan de Rekenkamer;

Overschrijvingen

5.  merkt op dat in 2016 een begrotingsoverschrijving ter goedkeuring aan de raad van bestuur is voorgelegd en dat het totaalbedrag dat door deze overschrijving tussen de titels werd overgeschreven 297 714 EUR bedroeg; stelt voorts vast dat deze overschrijvingen voornamelijk verband hielden met de hertoewijzing van het overschot onder de titel "Administratieve uitgaven" aan operationele projecten; stelt met tevredenheid vast dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2016 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Personeelsbeleid

6.  erkent dat volgens het Bureau zijn personeelsformatie werd uitgebreid door de toevoeging van twee nieuwe administrateursposten op het vlak van migratie, integratie en bescherming van vluchtelingen en dat in overeenstemming met de vermindering van het personeelsbestand met 5 % een assistentenpost werd opgeheven; stelt echter vast dat het Bureau het aantal posities voor arbeidscontractanten met vier heeft verhoogd;

7.  merkt op dat, volgens de personeelsformatie, op 31 december 2016 70 van de 74 in het kader van de begroting van de Unie toegestane tijdelijke posten bezet waren; merkt op dat het Bureau daarnaast 9 gedetacheerde nationale deskundigen en 30 arbeidscontractanten in dienst had;

8.  stelt vast dat 49,3 % van de tijdelijke ambtenaren van het Bureau vrouwen zijn en 50,7 % mannen; betreurt echter de aanzienlijke wanverhouding in de hogere managementfuncties van het Bureau, met een verhouding van één vrouw op vijf mannen; spoort het Bureau aan te streven naar een beter genderevenwicht in het hoger kader;

9.  stelt vast dat het personeel van het Bureau in 2016 gemiddeld 9,2 dagen met ziekteverlof was en dat 97 van de 109 personeelsleden minstens één vrije dag als ziekteverlof hebben genomen; stelt vast dat het Bureau een personeelsuitstapje heeft georganiseerd en steunt andere welzijnsactiviteiten; verzoekt het Bureau de medische dienst te raadplegen over hoe de afwezigheden wegens ziekteverlof kunnen worden verminderd;

10.  stelt tevreden vast dat het Bureau investeert in de bescherming van de waardigheid van personen en de voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie en dat het twee opleidingssessies voor nieuwkomers en een opfriscursus voor andere personeelsleden heeft georganiseerd; stelt met tevredenheid vast dat vertrouwenspersonen zichtbaar aanwezig waren en dat het management alle personeelsleden op verschillende momenten aan het beleid en het netwerk herinnerde;

11.  stelt vast dat het Bureau geen statistieken bijhoudt over aan de vertrouwenspersonen gemelde gevallen, maar dat in 2016 geen gevallen van intimidatie werden gemeld, onderzocht of aan een rechter voorgelegd;

12.  merkt op dat het Bureau niet beschikt over dienstvoertuigen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

13.  merkt op dat, volgens het Bureau, het Bureau in aanvulling op het personeelsstatuut een praktische gids voor het personeel heeft opgesteld over de omgang met en voorkoming van belangenconflicten, met daarin uitvoerige informatie en advies over diverse onderwerpen; stelt voorts vast dat het Bureau regelmatig verplichte cursussen organiseert voor zijn personeelsleden over ethiek en integriteit, en dat het Bureau de cv's en belangenverklaringen van alle actieve leden van de raad van bestuur, het wetenschappelijk comité en het managementteam publiceert;

14.  stelt vast dat het Bureau toepassing geeft aan de Code voor correct bestuurlijk gedrag en dat het de verificaties van de opgaven van financiële belangen door het management en leden van de raad van bestuur en het wetenschappelijk comité beoordeelt en dat de verklaringen op de website van het Bureau worden gepubliceerd, een en ander in overeenstemming met het beleid van het Bureau inzake de voorkoming en de omgang met belangenconflicten;

15.  stelt vast dat de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur op de website van het Bureau worden gepubliceerd;

16.  stelt vast dat het Bureau een aantal instrumenten heeft ingevoerd ter bescherming van de personeelsleden in het algemeen en klokkenluiders in het bijzonder; stelt vast dat het Bureau momenteel naar analogie toepassing geeft aan de richtsnoeren van de Commissie over klokkenluiders, in overeenstemming met besluit nr. 2012/04 van het dagelijks bestuur van het Bureau;

17.  erkent dat volgens het Bureau een specifieke risicobeoordeling voor fraudebestrijding werd uitgevoerd in de context van de fraudebestrijdingsstrategie, hetgeen heeft geleid tot een actieplan dat volledig ten uitvoer werd gelegd en voortdurend wordt gecontroleerd; stelt tevreden vast dat het een belangrijk resultaat heeft bereikt op het vlak van bewustmaking door een interne opleiding op het gebied van fraudepreventie op basis van materiaal van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) voor te bereiden en te geven;

18.  is ingenomen met de invoering van een onderdeel over transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit in het jaarlijks activiteitenverslag 2016 van het Bureau;

19.  stelt vast dat het Bureau in 2016 20 verzoeken heeft ontvangen om toegang tot documenten en dat het tot 22 documenten volledige toegang en tot 120 documenten gedeeltelijke toegang heeft verleend en tot 68 documenten toegang heeft geweigerd in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu en in verband met de bescherming van commerciële belangen; verwacht dat het Bureau bij het beslissen over beperking van de toegang tot documenten met het oog op de bescherming van commerciële belangen ook rekening houdt met de belangen van de burgers en de verbintenis van de Unie tot meer transparantie, met inachtneming van alle relevante regels en voorschriften;

20.  stelt vast dat op zeven van de afgewezen verzoeken om toegang tot documenten een confirmatief verzoek volgde, waarna gedeeltelijke toegang werd verleend tot vier;

Belangrijkste verwezenlijkingen

21.  spreekt zijn voldoening uit over de door het Bureau genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   dat het het grondrechtenforum organiseerde, zijn grootste evenement met meer dan 700 deelnemers gedurende vier dagen van discussies over hoe de drie hoofdthema's van inclusie, bescherming van vluchtelingen en het digitale tijdperk verbonden zijn;
   dat het zes juridische adviezen heeft verstrekt aan het Europees Parlement om het te helpen bij de uitwerking van zijn standpunten inzake wetgevings- of beleidsvoorstellen;
   dat het in overeenstemming met de strategische prioriteit van het Bureau om tijdig gerichte maatregelen voor noodsituaties op het gebied van de grondrechten te ontwikkelen, maandelijks verslagen publiceert over de situatie in de lidstaten die het hardst zijn getroffen door de vluchtelingencrisis en de werkzaamheden van de in Griekenland ingezette deskundigen die de Unie en lokale actoren ter plaatse bijstaan met grondrechtenexpertise;

Interne controles

22.  stelt vast dat het Bureau in 2016 in een aantal maatregelen had voorzien ter verbetering van de doeltreffende uitvoering van internecontrolesysteem (ICS) 5 Doelstellingen en prestatie-indicatoren, 11 Documentenbeheer en de ICS Bedrijfscontinuïteit; merkt op dat die maatregelen aan het einde van het verslagjaar werden getroffen en geleidelijk ten uitvoer worden gelegd;

23.  stelt vast dat in december 2016 een interne analyse van lacunes werd uitgevoerd teneinde een gedetailleerde beoordeling van de mate van naleving van de ICS te verstrekken; stelt met tevredenheid vast dat het Bureau een uitvoeringsniveau van bijna volledige naleving heeft vastgesteld en dat naar verwachting bijkomende maatregelen tegen het einde van 2017 worden uitgevoerd; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van deze maatregelen;

24.  wijst erop dat de Rekenkamer in haar verslag heeft geconstateerd dat de formele delegaties en subdelegaties van ordonnateurs (via delegatie) niet altijd overeenkwamen met de dienovereenkomstige ordonnateursrechten voor verrichtingen in het ABAC-workflowsysteem van het Bureau; neemt kennis van het feit dat volgens het Bureau de fout gecorrigeerd is en maatregelen genomen zijn om ervoor te zorgen dat in ABAC alleen de geldige delegaties worden weergegeven;

Interne audit

25.  stelt met tevredenheid vast dat aan het eind van de verslagperiode uit de controles achteraf bleek dat er geen bedragen hoefden te worden teruggevorderd;

26.  stelt vast dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) de laatste openstaande aanbeveling die tijdens de audit over het personeelsbeheer werd gedaan, heeft afgesloten en dat in 2016 geen IAS-controle werd uitgevoerd;

27.  stelt tevreden vast dat teneinde een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplaats te garanderen en de uitstoot van CO2 te beperken of te compenseren, het Bureau werkt aan de verbetering van zijn ecologische voetafdruk door een milieuvriendelijk koelsysteem voor het datacentrum te installeren, waardoor het verwarmingssysteem zal verbeteren en de consumptie zal verminderen, door een contract aan te gaan met een alternatieve elektriciteitsleverancier die hernieuwbare energie gebruikt, door werknemers aan te sporen op andere manieren naar het werk te komen door te voorzien in parkeerplaatsen voor fietsen, door groene openbare aanbestedingen te bevorderen en in te voeren in bepaalde aanbestedingsprocedures, zoals de aankoop van ICT-materiaal en onderhoudsdiensten, door recyclage en het gebruik van gerecycleerd papier en ander materiaal te bevorderen en door verlichting van LED-technologie in te voeren;

28.  stelt vast dat het Bureau de financiële risico's ten gevolge van de brexit erkent aangezien het potentiële verlies aan financiële middelen gevolgen kan hebben voor de operationele activiteiten van het Bureau; merkt op dat het Bureau de impact van dit financiële verlies zou kunnen beperken omdat zijn operationele onderzoeksactiviteiten geen betrekking zullen hebben op het Verenigd Koninkrijk; merkt echter op dat het financiële verlies naar verwachting groter zal zijn dan de besparing als gevolg van de beperking van de onderzoeksactiviteiten;

29.  stelt vast dat het Bureau de operationele risico's ten gevolge van de brexit erkent als potentieel verlies van concurrentie aangezien een aantal aannemers die verbonden zijn aan de operationele activiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd, en als verlies van vakkundige Britse personeelsleden; verzoekt het Bureau wat de brexit-onderhandelingen betreft nauw samen te werken met de Commissie, teneinde voldoende voorbereid te zijn om elke eventuele negatieve operationele of financiële impact tot een minimum te beperken;

30.  wijst met klem op de opstelling van zes juridische adviezen om het Europees Parlement te helpen bij de uitwerking van zijn standpunten inzake wetgevings- of beleidsvoorstellen, waarvan er vier betrekking hadden op lopende herzieningen van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel van de Unie;

31.  is ingenomen met het feit dat het Bureau zijn onderzoek naar de situatie van de Roma in de Unie heeft voortgezet; is in dit verband met name verheugd over de publicatie van de tweede enquête van de Unie naar minderheden en discriminatie onder bijna 34 000 personen die deel uitmaken van Romahuishoudens in negen lidstaten, waarin informatie is vergaard uit bijna 8 000 persoonlijke vraaggesprekken met Roma;

o
o   o

32.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 230 van 24.6.2016, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling - Privacybeleid