Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2014/0100(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0311/2015

Ingediende teksten :

A8-0311/2015

Debatten :

PV 18/04/2018 - 22
CRE 18/04/2018 - 22

Stemmingen :

PV 19/04/2018 - 10.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0180

Aangenomen teksten
PDF 134kWORD 54k
Donderdag 19 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Biologische productie en etikettering van biologische producten ***I
P8_TA(2018)0180A8-0311/2015
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, tot wijziging van Verordening (EU) nr. XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad (verordening officiële controles) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (COM(2014)0180 – C7-0109/2014 – 2014/0100(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2014)0180),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 42 en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0109/2014),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Luxemburgse parlement en de Oostenrijkse Bondsraad, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 oktober 2014(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 4 december 2014(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 november 2017 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0311/2015),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

3.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 12 van 15.1.2015, blz. 75.
(2) PB C 19 van 21.1.2015, blz. 84.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 19 april 2018 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad
P8_TC1-COD(2014)0100

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2018/848.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Commissie met betrekking tot tijdelijke experimenten voor biologische rassen

De Commissie erkent dat moet worden bepaald onder welke voorwaarden biologische rassen die voor de biologische productie geschikt zijn, moeten worden ontwikkeld.

Om criteria te kunnen vaststellen voor de beschrijving van de kenmerken van "voor de biologische productie geschikte biologische rassen" en de voorwaarden te kunnen omschrijven waaronder "voor de biologische productie geschikte biologische rassen" mogen worden geproduceerd om in de handel te worden gebracht, zet de Commissie uiterlijk zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening een tijdelijk experiment op.

In het kader van dit tijdelijke experiment zullen criteria voor de beschrijving van de onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid van de "voor de biologische productie geschikte biologische rassen" worden vastgesteld en zal, in voorkomend geval, de cultuur- en gebruikswaarde van die rassen worden bepaald; voorts zullen in dat kader andere afzetvoorwaarden, bijv. op het gebied van etikettering en verpakking, worden uitgewerkt. Bij deze voorwaarden en criteria zal rekening worden gehouden met de specifieke behoeften en doelstellingen van de biologische landbouw, zoals vergroting van de genetische diversiteit, ziekteresistentie en aanpassing aan de bodem- en klimaatomstandigheden. Jaarlijks zal een verslag worden opgesteld om de voortgang van het tijdelijke experiment te monitoren.

In het kader van dit experiment, dat een looptijd van zeven jaar heeft en in toereikende hoeveelheden moet voorzien, kunnen de lidstaten worden vrijgesteld van bepaalde verplichtingen van Richtlijn 66/401/EEG, Richtlijn 66/402/EEG, Richtlijn 68/193/EEG, Richtlijn 2002/53/EG, Richtlijn 2002/54/EG, Richtlijn 2002/55/EG, Richtlijn 2002/56/EG, Richtlijn 2002/57/EG, Richtlijn 2008/72/EG en Richtlijn 2008/90/EG.

De Commissie zal de resultaten van dit experiment beoordelen om met betrekking tot de kenmerken van de "voor de biologische productie geschikte biologische rassen" een wijziging voor te stellen van de voorschriften van de horizontale wetgeving inzake het in de handel brengen van zaden en ander teeltmateriaal.

Verklaring van de Commissie met betrekking tot artikel 55

De Commissie benadrukt dat het tegen de letter en de geest van Verordening (EU) nr. 182/2011 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13) indruist om systematisch gebruik te maken van artikel 5, lid 4, tweede alinea, onder b), van die verordening. Een beroep op deze bepaling moet gegrond zijn op een specifieke behoefte om af te wijken van de basisregel die inhoudt dat de Commissie een ontwerpuitvoeringshandeling kan aannemen indien geen advies is uitgebracht. Aangezien het hier een uitzondering betreft op de algemene regel zoals vastgesteld in artikel 5, lid 4, kan gebruikmaking van punt b) van de tweede alinea niet eenvoudig als een "discretionaire bevoegdheid" van de wetgever worden beschouwd, maar moet dit op restrictieve wijze worden uitgelegd en dus worden gemotiveerd.

Laatst bijgewerkt op: 1 juli 2019Juridische mededeling - Privacybeleid