Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2545(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0304/2018

Ingediende teksten :

B8-0304/2018

Debatten :

PV 03/07/2018 - 24
CRE 03/07/2018 - 24

Stemmingen :

PV 04/07/2018 - 6.14

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0293

Aangenomen teksten
PDF 138kWORD 48k
Woensdag 4 juli 2018 - Straatsburg
De definitie van kmo's
P8_TA(2018)0293B8-0304/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2018 over de definitie van kmo's (2018/2545(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2011 getiteld "Evaluatie van de "Small Business Act" voor Europa" (COM(2011)0078) en de desbetreffende resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2011(2),

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2012 over kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's): concurrentievermogen en zakelijke kansen(3),

–  gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over familiebedrijven in Europa(4),

–  gezien het arrest van het Gerecht van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 september 2016,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 getiteld "De toekomstige leiders van Europa: het starters- en opschalingsinitiatief" (COM(2016)0733),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de definitie van kmo's (O-000050/2018 – B8‑0031/2018),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie industrie, onderzoek en energie,

–  gezien artikel 128 en artikel 123, lid 2 tot en met 8, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de 23 miljoen kmo's in de Unie, die ongeveer 99 % van alle ondernemingen uitmaken, werk bieden aan bijna twee derde van de Europese beroepsbevolking en meer dan 90 miljoen arbeidsplaatsen en een toegevoegde waarde met een omvang van 3,9 biljoen EUR creëren; overwegende dat zij een beslissende bijdrage leveren aan de economische groei, de sociale cohesie en de creatie en het behoud van duurzame en hoogwaardige banen en dat zij drijvende krachten zijn in het kader van de energietransitie, de strijd tegen de klimaatverandering en de competitiviteit van de EU op het gebied van groene technologie, alsmede een grote bron van innovatie in de EU;

B.  overwegende dat 90 % van de kmo's in de EU en 93 % van alle bedrijven in de niet‑financiële bedrijfssector in de EU micro-ondernemingen zijn, die van alle kmo's de meeste toegevoegde waarde en werkgelegenheid leveren aangezien ze werk bieden aan ongeveer 30 % van de EU-beroepsbevolking, en bijgevolg bijzondere aandacht behoeven;

C.  overwegende dat kmo's, in vergelijking met grotere ondernemingen en ongeacht hun organisatiestructuur, in onevenredige mate te lijden hebben onder administratieve lasten en financiële hindernissen, die een belemmering vormen voor hun concurrentievermogen, uitvoer en banencreatie; overwegende dat zij op EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau specifieke steun genieten, inclusief financieringsmogelijkheden en vereenvoudigde procedures, maar dat bijkomende inspanningen kunnen worden geleverd die verder gaan dan de reeds gedane politieke toezeggingen om een eenvoudiger, kmo-vriendelijk klimaat te creëren;

D.  overwegende dat naar de definitie van kmo's wordt verwezen in ongeveer honderd rechtshandelingen van de EU, vooral op het gebied van het mededingingsbeleid, de wetgeving betreffende de financiële markten en structuur-, onderzoeks- en innovatiemiddelen, maar ook in de wetgeving op het gebied van arbeid, milieu, energie, consumentenbescherming en sociale zekerheid, bijvoorbeeld in de secundaire REACH‑wetgeving en de energie-efficiëntierichtlijn;

E.  overwegende dat een sluitend rechtskader met duidelijke regels gunstig is voor alle ondernemingen en dat een dwingende definitie van kmo's een instrument is dat tekortkomingen van de markt en problemen die inherent zijn aan mededinging tussen ondernemingen die verschillen in omvang, eigendom en bedrijfsmodel, kan matigen;

F.  overwegende dat de Commissie regelmatig controles uitvoert van de tenuitvoerlegging van de definitie van Europese kmo; overwegende dat een aantal keer een evaluatie is uitgevoerd (in 2006, 2009 en voor het laatst in 2012), met als conclusie dat een grondige herziening van de definitie van Europese kmo niet nodig is;

G.  overwegende dat de sectoroverschrijdende waardeketen voor kmo's het mogelijk maakt institutionele, technische en bureaucratische belemmeringen te verminderen, en overwegende dat een doeltreffend ondersteunend beleid nodig is voor de totstandbrenging van netwerken tussen bedrijven;

H.  overwegende dat een definitie van kmo's het scheppen van kwaliteitsbanen moet helpen bevorderen, de arbeidsvoorwaarden en veiligheid op het werk moet helpen verbeteren en eventuele misbruiken tot een absoluut minimum moet helpen beperken;

Kmo-definitie

Activiteiten van de Commissie

1.  is ingenomen met de eerste effectbeoordeling van de Commissie en pleit ervoor dat de nadruk wordt gelegd op ondernemingen die ondersteuning en eenvoudige regels nodig hebben, met als doel de plannings- en rechtszekerheid voor kmo's te verbeteren; is in dat verband verheugd over de door de Commissie gehouden openbare raadpleging;

2.  is van oordeel dat, gezien de kenmerken van dit strategische instrument en de vele verschillen tussen kmo's en tussen lidstaten, de flexibiliteit die door de aanbeveling van 2003 wordt geboden, moet worden behouden; is ervan overtuigd dat de algemene structuur van de definitie moet worden behouden en toegepast met de correcte combinatie van de reeds geïdentificeerde criteria;

Herevaluatie van de kmo-definitie

3.  dringt er bij de Commissie op aan te voorkomen dat grotere actoren proberen kunstmatige bedrijfsstructuren op te zetten om voordeel te halen uit de kmo-definitie, hetgeen kan leiden tot een systeem waarin de beschikbare ondersteuning onjuist en ruimer wordt verspreid, zodat zij niet beschikbaar is voor behoeftige kmo's; benadrukt dat een aanpassing van de kmo-definitie altijd in het voordeel van kmo's moet zijn en ervoor moet zorgen dat zij gemakkelijker toegang hebben tot overheidssteun;

4.  verzoekt de Commissie na te denken over een actualisering van de definitie van kmo's, tevens rekening houdend met de economische prognoses van de Commissie ten aanzien van de inflatie en de arbeidsproductiviteit, om ervoor te zorgen dat de komende paar jaren niet snel een nieuwe aanpassing nodig is; is van mening dat eventuele toekomstige aanpassingen van de definitie van kmo's moeten gebeuren op een wijze die de stabiliteit op lange termijn van de definitie waarborgt;

5.  wijst erop dat het aantal werknemers uitgegroeid is tot een algemeen aanvaard criterium en het belangrijkste criterium moet blijven; erkent dat het criterium van het aantal werknemers bepaalde beperkingen vertoont met betrekking tot de nauwkeurigheid voor een vergelijking in de hele EU en is daarom van mening dat omzet en balanstotaal ook belangrijke criteria zijn in het kader van de definitie; benadrukt verder het feit dat het belangrijk is start-ups en micro-ondernemingen behoorlijk te erkennen, en dus het acroniem mkmo's;

6.  benadrukt dat het nodig is de begrippen "verbonden ondernemingen" en "partnerondernemingen" en de status van kmo's bij fusies te verduidelijken; acht het van cruciaal belang de procedures, de bureaucratie en de toepasselijke regelgeving te vereenvoudigen; verzoekt de Commissie in dit verband de toepasselijke regelgeving verder te vereenvoudigen; is van mening dat, als start-ups samenwerken met joint ventures, ondernemingen die aan de joint ventures gekoppeld zijn, niet in aanmerking mogen worden genomen bij de beoordeling van de kmo-status van de start-up, mits er geen sprake is van een kunstmatige constructie en er geen verdere banden zijn tussen de start-up en de aangekoppelde ondernemingen;

7.  verzoekt de Commissie het samenvoegen van ondernemingen te ondersteunen, met name clusters en bedrijfsnetwerken, teneinde de rationalisering van de kosten te bevorderen en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te verbeteren, met name wat betreft innovatie met betrekking tot zowel producten/diensten als processen;

Verdere punten met betrekking tot de kmo-definitie

8.  spreekt zijn steun uit voor het starters- en opschalingsinitiatief van de Commissie; acht het stimuleren van ondernemerschap belangrijk voor de economische groei in de Unie; is ingenomen met de overgangsperiode van twee jaar gedurende welke bijvoorbeeld snelgroeiende ondernemingen hun kmo-status zouden behouden; verzoekt om een evaluatie van de noodzaak om de overgangsperiode te verlengen; verzoekt de Commissie te blijven werken aan de ondersteuning van ondernemers, start-ups en kmo's met betrekking tot fondsenwerving, inclusief nieuwe initiatieven als crowdfunding;

9.  is van oordeel dat door de instrumenten van de economische diplomatie op EU-niveau, zoals de missies voor groei, de economische uitdagingen en kansen op globaal niveau beter aangegaan en benut kunnen worden; verzoekt de Commissie haar inspanningen op dit gebied te intensiveren in het kader van de EU-strategie voor het industriebeleid, zonder dubbele structuren te creëren; dringt er in verband hiermee op aan een indicator "exportpotentieel in verhouding tot de ondernemingsgrootte" te ontwikkelen om de informatieverstrekking en voorbeelden van beste praktijken te verbeteren met betrekking tot mogelijkheden op het gebied van internationalisering en het internationale concurrentievermogen van kmo's, en kmo's met een groot exportpotentieel bijzondere ondersteuning te bieden;

10.  maakt zich zorgen over het feit dat midcaps (ondernemingen die niet meer onder de definitie van kmo's vallen, maar gewoonlijk nog steeds een middelgrote structuur hebben), ondanks de grote bijdrage die zij leveren aan de werkgelegenheid en de groei dankzij hun productiviteit, geen passende aandacht krijgen van de beleidsmakers; dringt er daarom bij de Commissie op aan te overwegen een afzonderlijke definitie van deze ondernemingen vast te stellen, met als doel gerichte maatregelen voor midcaps mogelijk te maken zonder het risico te lopen dat de definitie van kmo's in die mate wordt uitgebreid dat de oorspronkelijke doelstellingen van de definitie hieronder lijden;

11.  stelt vast dat naast kmo's, freelancers en grote ondernemingen ook midcaps bijdragen tot werkgelegenheid en groei, met name dankzij hun productiviteit, zodat zij recht hebben op voldoende aandacht in het kader van het EU-beleid;

12.  verzoekt de Commissie, naast het geven van prioriteit aan maatregelen voor Europese kmo's, de lancering van een initiatief te onderzoeken voor financiering die betrekking zou hebben op de toegang tot onderzoekssamenwerking, digitaliseringsstrategieën en de ontsluiting van exportmarkten;

Rapportageverplichtingen, statistieken, studies en impactbeoordelingen

13.  is van mening dat de toekomstige programma's van COSME, het KP9 en de structuurfondsen in het kader van het volgende MFK voldoende middelen zullen blijven toewijzen voor de ondersteuning van kmo's die willen innoveren en banen creëren;

14.  onderstreept dat het in de context van de lopende onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie belangrijk is een duidelijke en gemeenschappelijke definitie van kmo's te behouden, aangezien kmo's in het EU-recht worden omschreven en vaak een bijzondere status toegekend krijgen in de handelsovereenkomsten van de Unie;

15.  verzoekt de Commissie de mogelijke gevolgen van de kmo-definitie voor de economische groei en lock‑ineffecten grondig te onderzoeken, die zich zo manifesteren dat ondernemingen vrijwillig afzien van groei om de bureaucratische lasten en overige verplichtingen te vermijden die het gevolg zijn van het verlies van hun kmo-status;

16.  benadrukt dat kleine, plaatselijke openbaredienstverleningsbedrijven die aan de kmo-criteria voldoen, belangrijke taken vervullen voor plaatselijke gemeenschappen en diep geworteld zijn in hun lokale ondernemingsomgeving en onder meer bijdragen aan de groeimogelijkheden van alle andere kmo's; merkt op dat een zich in overheidseigendom bevindende onderneming niet automatisch financiële of regelgevende ondersteuning ontvangt van de overheidsinstantie als gevolg van de nationale wetgeving, de regelgeving inzake overheidssteun of financieel zwakke overheidsinstanties; moedigt de Commissie er daarom toe aan een studie uit te voeren over de gevolgen van de definitie voor overheidsbedrijven die financieel onafhankelijk zijn, georganiseerd zijn overeenkomstig het privaatrecht of concurreren met privébedrijven;

17.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre sectorale kmo-definities uitvoerbaar zijn, en daarbij de effecten en meerwaarde te onderzoeken die dit voor deze bedrijfstakken zou opleveren;

18.  vraagt dat de kmo-impacttest waarmee het "denk eerst klein"-principe wordt toegepast, verplicht wordt gesteld voor alle EU-wetgevingsvoorstellen, bovenop de toezeggingen van de Commissie; benadrukt dat het resultaat van deze test duidelijk te zien moet zijn in de effectbeoordeling van alle wetgevingsvoorstellen; vraagt om een dienovereenkomstige verplichting voor de Commissie in de volgende interinstitutionele overeenkomst inzake betere regelgeving en is van mening dat een actualisering van de "Small Business Act" voor Europa moet worden overwogen;

Richtsnoeren voor kmo's met betrekking tot de definitie

19.  verzoekt de lidstaten en de Commissie ondernemingen bij het bepalen van de kmo-status tijdig en optimaal richtsnoeren ter beschikking te stellen, evenals informatie over eventuele wijzigingen van de kmo-definitie of -procedures;

o
o   o

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.
(2) PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 102.
(3) PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 40.
(4) PB C 316 van 22.9.2017, blz. 57.

Laatst bijgewerkt op: 7 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid