Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2784(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0323/2018

Debatten :

PV 05/07/2018 - 4.2
CRE 05/07/2018 - 4.2

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.2
CRE 05/07/2018 - 6.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0304

Aangenomen teksten
PDF 134kWORD 57k
Donderdag 5 juli 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Somalië
P8_TA(2018)0304RC-B8-0323/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2018 over Somalië (2018/2784(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Somalië, in het bijzonder die van 15 september 2016(1),

–  gezien zijn resolutie van 18 mei 2017 over het vluchtelingenkamp Dadaab(2),

–  gezien de verklaring van 30 oktober 2017 van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden over de aanslag in Somalië, evenals alle eerdere verklaringen van de woordvoerder,

–  gezien de conclusies van de Raad van 3 april 2017 over Somalië,

–  gezien de gezamenlijke strategie EU-Afrika,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien het verslag van het Bureau voor de rechten van de mens van de VN "Protection of Civilians: Building the Foundation for Peace, Security and Human Rights in Somalia" van december 2017,

–  gezien het nationaal indicatief programma EU-Somalië voor de Federale Republiek Somalië 2014-2020,

–  gezien de resolutie van 15 mei 2018 van de VN-Veiligheidsraad tot verlenging van het mandaat van de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (Amisom),

–  gezien de resolutie van 27 maart 2018 van de VN-Veiligheidsraad over Somalië, evenals al zijn eerdere resoluties,

–  gezien de briefing van 15 mei 2018 van de speciale VN-vertegenwoordiger voor Somalië aan de VN-Veiligheidsraad,

–  gezien de persverklaringen van de VN-Veiligheidsraad van 25 januari 2018, 25 februari 2018 en 4 april 2018 over Somalië,

–  gezien de conclusies van de Raad van 25 juni 2018 over de Hoorn van Afrika, van 17 juli 2017 over de aanpak van dreigende hongersnood en van 3 april 2017 over Somalië,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 26 december 2017 en 2 mei 2018 over Somalië,

–  gezien het communiqué van de VN‑Veiligheidsconferentie voor Somalië van 4 december 2017,

–  gezien de resolutie van 29 september 2017 van de VN-Mensenrechtenraad over bijstand aan Somalië op het gebied van mensenrechten,

–  gezien de verklaring van Amisom van 8 november 2017, waarin Amisom het voornemen aankondigt zijn troepen vanaf december 2017 geleidelijk uit Somalië terug te gaan trekken en deze terugtrekking tegen 2020 te willen afronden,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 4 mei 2016 van vier mensenrechtendeskundigen van de VN, waarin zij hun ontsteltenis uitspreken over de toenemende vervolging van vakbondsleden in Somalië,

–  gezien de conclusies en aanbevelingen in het 380e verslag van november 2016 van het Comité voor vakbondsvrijheid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), zoals goedgekeurd door het IAO-bestuursorgaan voor zaak nr. 3113,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat al-Shabaab talloze terroristische aanslagen heeft gepleegd op Somalisch grondgebied; overwegende dat op 14 oktober 2017 de ernstigste terroristische aanslag in Somalië ooit heeft plaatsgevonden, waarbij volgens officiële berichten ten minste 512 personen om het leven zijn gekomen en er 357 gewond zijn geraakt; overwegende dat al-Shabaab en andere terroristische groeperingen die banden hebben met Islamitische Staat terroristische aanslagen zijn blijven plegen tegen de internationaal erkende Somalische regering en tegen burgers;

B.  overwegende dat al-Shabaab op 1 april 2018 een autobomaanslag heeft gepleegd op een vredeshandhavingsbasis van de Afrikaanse Unie in Bulamarer en nabijgelegen dorpen; overwegende dat op 25 februari 2018 twee terroristische aanslagen plaatsvonden in Mogadishu, waarbij ten minste 32 mensen om het leven kwamen;

C.  overwegende dat veiligheidstroepen van de Somalische regering in juni 2017 burgers om het leven hebben gebracht en verwond tijdens interne gevechten tussen regeringstroepen op een hulpdistributielocatie in Baidoa; overwegende dat de burgerbevolking eveneens doelwit is geweest tijdens gevechten tussen regionale strijdkrachten en clanmilities, met name in de regio's Neder-Shabelle, Galguduud en Hiran;

D.  overwegende dat er volgens het verslag van het VN-Bureau voor de mensenrechten en de bijstandsmissie van de VN in Somalië (UNSOM) over de periode 1 januari 2016 t/m 14 oktober 2017 in Somalië 2078 burgers zijn omgekomen en 2507 gewond zijn geraakt; overwegende dat hiervoor hoofdzakelijk militanten van al-Shabaab verantwoordelijk zijn; overwegende dat een aanzienlijk aandeel van deze sterfgevallen is veroorzaakt door clanmilities en overheidsactoren, met inbegrip van het leger en de politie en zelfs de missie van de Afrikaanse unie in Somalië;

E.  overwegende dat Somalië twee decennia burgeroorlog heeft doorgemaakt; overwegende dat het land sinds 2012, toen een nieuwe, door de internationale gemeenschap gesteunde regering is aangetreden, grote vooruitgang heeft geboekt in de richting van vrede en stabiliteit; overwegende dat de ISIS/Da'esh-subgroep in Somalië, ondanks de grote verliezen die al-Shabaab heeft geleden door terrorismebestrijdingsoperaties, aanzienlijk is gegroeid;

F.  overwegende dat Somalië op 8 februari 2017 zijn eerste vrije verkiezingen heeft gehouden sinds de aantreding van de internationaal gesteunde regering; overwegende dat het kiesstelsel een stap voorwaarts betekende wat de participatie betreft, maar slechts beperkte kiesmogelijkheden bood; overwegende dat de regering heeft toegezegd voor de verkiezingen in 2020/2021 te zullen overstappen naar een ongewogen kiesstelsel op basis van het algemeen kiesrecht;

G.  overwegende dat het mandaat van de missie van de Afrikaanse unie in Somalië is verlengd tot 31 juli 2018; overwegende dat het aantal Amisom-medewerkers in uniform volgens resolutie 2372/17 van de VN-Veiligheidsraad tegen 30 oktober 2018 moet worden teruggebracht tot 20 626; overwegende dat Amisom-medewerkers zijn beschuldigd van mensenrechtenschendingen, seksueel geweld en wangedrag tijdens de dienst;

H.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting, een fundamentele pijler van iedere goedwerkende democratie, in Somalië nog altijd zeer beperkt is; overwegende dat journalisten, mensenrechtenactivisten, activisten uit het maatschappelijk middenveld en politieke leiders nog dagelijks te kampen hebben met bedreigingen; overwegende dat al-Shabaab blijft intimideren, arresteren zonder behoorlijk proces en zelfs doden; overwegende dat de autoriteiten zelden een onderzoek instellen naar dergelijke gevallen; overwegende dat Somalië al acht jaar op rij door de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) is aangemerkt als het dodelijkste land in Afrika voor journalisten en andere mediaprofessionals om te werken en gebruik te maken van hun recht op vrije meningsuiting,

I.  overwegende dat het recht op vrije vergadering en vakbondsactiviteiten van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van iedere goedwerkende democratie; overwegende dat de federale overheid van Somalië de oprichting en het bestaan van onafhankelijke vakbonden niet toestaat; overwegende dat vakbondsleden en activisten die opkomen voor de rechten van werknemers in Somalië dagelijks te maken hebben met intimidatie, represailles en pesterijen; overwegende dat stigmatisering en lastercampagnes tegen vakbondsmedewerkers in Somalië aan de orde van de dag zijn;

J.  overwegende dat de IAO tussenbeide is gekomen naar aanleiding van een klacht over schending van de vrijheid van vereniging door de Somalische regering; overwegende dat de IAO de regering heeft opgedragen de heer Faruk Osman onverwijld te erkennen als leider van de nationale unie van Somalische journalisten (NUSOJ) en de federatie van Somalische vakbonden (FESTU);

K.  overwegende dat de VN-mensenrechtendeskundige openlijk heeft verklaard dat Somalië zijn internationale verplichtingen op het vlak van de mensenrechten niet nakomt en de situatie voor vakbondsleden blijft verslechteren, ondanks specifieke aanbevelingen van het bestuursorgaan van de IAO aan de Somalische regering om zich te weerhouden van verdere inmenging in de in Somalië geregistreerde vakbonden, met bijzondere vermelding van NUSOJ en FESTU;

L.  overwegende dat mensenrechtenschendingen in Somalië wijdverbreid zijn; overwegende dat hiervoor veelal niet-overheidsactoren – al-Shabaab-militanten en clanmilities – maar ook overheidsactoren verantwoordelijk zijn; overwegende dat er sprake is geweest van buitengerechtelijke executies, seksueel en gendergerelateerd geweld, willekeurige arrestaties en detenties en ontvoeringen; overwegende dat de Somalische nationale veiligheids- en inlichtingendienst (NISA) de internationale mensenrechten volgens het Mensenrechtenbureau van de VN stelselmatig schendt; overwegende dat deze dienst vaak buitengerechtelijk te werk gaat en te uitgebreide bevoegdheden heeft;

M.  overwegende dat de politieke situatie echter instabiel is en het bestuur zwak blijft, wat vooruitgang op het vlak van justitie en hervormingen van de veiligheidssector in de weg staat; overwegende dat Somalië volgens Transparency International het meest corrupte land ter wereld is;

N.  overwegende dat militaire rechtbanken een brede waaier aan zaken blijven behandelen, ook met betrekking tot terrorismegerelateerde overtredingen, zonder te voldoen aan de internationale normen voor een eerlijk proces; overwegende dat tegen het derde kwartaal van 2017 ten minste 23 personen terecht waren gesteld naar aanleiding van veroordelingen door een militaire rechtbank, voornamelijk op grond van aanklachten in verband met terrorisme; overwegende dat op 13 februari 2017 zeven beklaagden, onder wie een kind, in Puntland ter dood werden veroordeeld wegens moord, grotendeels op basis van bekentenissen die onder dwang van de inlichtingendiensten van Puntland waren verkregen; overwegende dat vijf van hen in april van hetzelfde jaar zijn terechtgesteld;

O.  overwegende dat het politieke landschap verder wordt bemoeilijkt door buitenlandse belangen; overwegende dat de federale overheid van Somalië neutraal heeft willen blijven in het bredere conflict tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië enerzijds en Qatar anderzijds; overwegende dat Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten als vergelding hun regelmatige begrotingssteunbetalingen aan Somalië hebben stopgezet, waardoor de overheid nog minder goed in staat is de veiligheidstroepen te betalen;

P.  overwegende dat kinderen tot de grootste slachtoffers van het conflict in Somalië behoren; overwegende dat er talloze gevallen zijn geweest van ontvoeringen en rekrutering van kinderen door terroristische groeperingen; overwegende dat zij door de Somalische veiligheidstroepen als vijand zijn behandeld en dikwijls zijn vermoord, verminkt, gearresteerd en opgesloten;

Q.  overwegende dat in een verslag van Human Rights Watch van 21 februari 2018 wordt gewezen op de schendingen – met inbegrip van foltering, mishandeling, opsluiting en seksueel geweld – waarvan kinderen in hechtenis sinds 2015 het slachtoffer zijn geworden vanwege hun terrorismegerelateerde activiteiten; overwegende dat kinderen in Puntland ter dood zijn veroordeeld wegens terroristische misdrijven;

R.  overwegende dat na jaren van droogte, 230 000 mensen ontheemd zijn geraakt door de overstromingen die werden veroorzaakt door de recente recordhoeveelheid neerslag, en dat naar schatting meer dan de helft van hen kinderen zijn; overwegende dat er in het hele land al ongeveer 2,6 miljoen mensen zijn getroffen door de droogte en het conflict;

S.  overwegende dat een groot aantal van de geregistreerde burgerslachtoffers zijn gemaakt door clanmilities; overwegende dat clanconflicten voornamelijk worden veroorzaakt door onenigheden over grond en grondstoffen, die nog eens worden versterkt door een aanhoudende spiraal van vergelding; overwegende dat dergelijke conflicten worden verergerd door de schaarste van grondstoffen en door droogte; overwegende dat regeringsvijandige elementen deze conflicten uitbuiten om de stabiliteit in bepaalde gebieden verder te ondermijnen;

T.  overwegende dat voedselonzekerheid een groot probleem blijft voor de Somalische staat en bevolking; overwegende dat volgens het directoraat‑generaal Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp van de Commissie ongeveer de helft van de 12 miljoen inwoners van Somalië te kampen heeft met voedselonzekerheid en humanitaire bijstand nodig heeft; overwegende dat naar schatting 1,2 miljoen kinderen acuut ondervoed zijn, en dat 232 000 van hen hierdoor in een levensbedreigende situatie zal komen; overwegende dat grote delen van het land zich nog niet hebben hersteld van de hongersnood van 2011-2012; overwegende dat de voedselonzekerheidsproblematiek in Somalië wordt versterkt door de droogte;

U.  overwegende dat in Kenia verschillende Somalische vluchtelingenkampen zijn, waaronder het Dadaabkamp, waar zich 350 000 vluchtelingen bevinden; overwegende dat de Keniaanse autoriteiten, aangezien de internationale gemeenschap er niet in is geslaagd passende ondersteuning te bieden, van plan zijn deze kampen in te dammen door aan te dringen op terugkeer naar Somalië;

V.  overwegende dat internationale humanitaire actoren een beslissende rol spelen bij het tegengaan van voedselonzekerheid en het bieden van humanitaire bijstand; overwegende dat zij een enorme bijdrage hebben geleverd aan het afwenden van een humanitaire ramp in Somalië; overwegende dat er is geprobeerd humanitaire hulp te gebruiken voor de financiering van oorlogvoering;

W.  overwegende dat de EU haar jaarlijkse humanitaire steun aan Somalië sinds 2016 geleidelijk heeft opgevoerd, met name naar aanleiding van de ernstige droogte waarmee het land te kampen heeft, en in 2017 120 miljoen EUR heeft toegewezen aan humanitaire partners; overwegende dat het internationale humanitaire responsplan voor maar 24 % is gefinancierd;

X.  overwegende dat de EU 486 miljoen EUR heeft verstrekt via het Europees Ontwikkelingsfonds (2014-2020), en daarbij de nadruk heeft gelegd op staats- en vredesopbouw, voedselzekerheid, weerbaarheid en onderwijs; overwegende dat de EU ook Amisom ondersteunt via de Vredesfaciliteit voor Afrika; overwegende dat Amisom, de 22 000 man tellende vredesmacht van de Afrikaanse Unie, bepaalde delen van Somalië een zekere mate van stabiliteit heeft gebracht; overwegende dat delen van het land onder controle blijven van of bedreigd worden door de radicale islamistische Shabaab-beweging, of bestuurd worden door afzonderlijke autoriteiten, zoals het geval is in Somaliland en Puntland;

1.  veroordeelt alle terroristische aanslagen tegen de Somalische bevolking, die gepleegd worden door zowel al-Shabaab als door andere extremistische terroristische groeperingen; herhaalt dat er geen legitieme redenen zijn voor het ondernemen van terroristische activiteiten; dringt erop aan dat de verantwoordelijken voor terroristische aanslagen en mensenrechtenschendingen conform de internationale mensenrechten worden berecht; betuigt zijn innige deelneming aan de slachtoffers van de terroristische aanslagen in Somalië en aan hun achterblijvende gezinnen en betreurt ten zeerste dat er dodelijke slachtoffers zijn gevallen; herinnert de Somalische autoriteiten aan hun verplichting om de mensenrechten te waarborgen en de burgerbevolking onder alle omstandigheden te beschermen;

2.  onderstreept dat het wegnemen van de achterliggende oorzaken van terrorisme, zoals het gebrek aan veiligheid, armoede, mensenrechtenschendingen, de aantasting van het milieu, straffeloosheid, een gebrek aan gerechtigheid en onderdrukking, enorm zou bijdragen aan de uitbanning van terroristische organisaties en activiteiten in Somalië; is van oordeel dat onderontwikkeling en een gebrek aan veiligheid een vicieuze cirkel vormen; roept internationale actoren, waaronder de EU, er daarom toe op de veiligheidssector te hervormen en capaciteitsopbouwinitiatieven te nemen om coherentie tussen hun ontwikkelings- en veiligheidsbeleid in Somalië te waarborgen; verzoekt de EU het vredes- en verzoeningsproces in Somalië te blijven steunen via het kader voor wederzijdse verantwoording en het veiligheidspact;

3.  spoort de federale overheid van Somalië ertoe aan zich te blijven inspannen voor vredes- en staatsopbouw met het oog op de ontwikkeling van sterke instellingen conform de beginselen van de rechtsstaat die in staat zijn fundamentele openbare diensten te bieden, alsook met het oog op het waarborgen van veiligheid, vrijheid van meningsuiting en van vereniging; is verheugd over het feit dat al-Shabaab er niet in is geslaagd het verkiezingsproces van 2016-2017 te ondermijnen; verzoekt de federale overheid van Somalië ervoor te zorgen dat er vóór de verkiezingen van 2020-2021 sprake is van een kiesstelsel op basis het ongewogen algemeen kiesrecht; brengt in herinnering dat blijvende stabiliteit en vrede alleen tot stand kunnen worden gebracht door sociale inclusie, duurzame ontwikkeling en behoorlijk bestuur op grond van de beginselen van democratie en de rechtsstaat;

4.  verzoekt de federale overheid van Somalië haar inspanningen voor de consolidatie van de rechtsstaat in het hele land op te voeren; stelt dat straffeloosheid een belangrijke oorzaak is van de zichzelf in stand houdende geweldspiraal en de verslechtering van de mensenrechtensituatie; wenst dat de Somalische autoriteiten toekomstige civiele zaken onder jurisdictie van een militaire rechtbank overdragen naar een civiele rechtbank; verzoekt de Somalische president hangende doodvonnissen onmiddellijk om te zetten, als een eerste stap in de richting van een moratorium op alle doodvonnissen; is van oordeel dat enkel de rechtsstaat een eind kan maken aan straffeloosheid; verzoekt de regering en internationale actoren te blijven werken aan een onafhankelijke rechterlijke macht, onafhankelijke en geloofwaardige onderzoeken naar tegen Somalische journalisten gepleegde misdrijven, de uitbanning van corruptie, en de opbouw van verantwoordingsplichtige instellingen, met name in de veiligheidssector; juicht in dit verband toe dat de regering vorig jaar in samenwerking met de VN en de EU een landelijk justitieel opleidingsprogramma is gestart;

5.  betreurt de schendingen van de vrijheid van meningsuiting door overheids- en niet-overheidsactoren in Somalië; maakt zich zorgen over de autocratische benadering van de huidige overheid en enkele van de regionale overheden, waarbij politieke tegenstanders en vreedzame critici worden gearresteerd; beschouwt iedere vorm van intimidatie, pesterijen, detentie of doding van journalisten en activisten uit het maatschappelijk middenveld als volledig onaanvaardbaar; vraagt de Somalische autoriteiten te stoppen met het gebruiken van NISA om onafhankelijke journalisten en politieke tegenstanders te intimideren; verzoekt de regering en de EU, in het kader van haar activiteiten in Somalië met betrekking tot de rechtsstaat, om ervoor te zorgen dat voor NISA regels worden vastgesteld met effectieve controlemechanismen; is van mening dat de vrijheid van meningsuiting en van denken onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van een sterke en democratische samenleving; verzoekt de federale overheid van Somalië erop toe te zien dat de vrijheid van meningsuiting volledig wordt geëerbiedigd; verzoekt de Somalische regering het strafwetboek, de nieuwe mediawet en andere wetgeving te herzien, om ze aan te passen aan de internationale verplichtingen van Somalië inzake het recht op vrije meningsuiting en vrije media;

6.  uit zijn zorgen over bepaalde buitenlandse belangen waardoor het politieke landschap verder wordt bemoeilijkt; merkt op met betrekking tot het bredere conflict tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië enerzijds en Qatar anderzijds dat de federale overheid van Somalië, in haar poging neutraal te blijven, het nu moet stellen zonder regelmatige begrotingssteunbetalingen van Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, waardoor de overheid nog minder goed in staat is de veiligheidstroepen te betalen; verzoekt de Verenigde Arabische Emiraten met klem onmiddellijk een einde te maken aan iedere vorm van destabilisering van Somalië en de soevereiniteit en territoriale integriteit van Somalië te eerbiedigen;

7.  veroordeelt de ernstige schendingen van de vrijheid van vereniging en meningsuiting van de vrije en onafhankelijke Somalische vakbonden, en met name de aanhoudende onderdrukking van de NUSOJ en de FESTU ten stelligste, en dringt aan op een beëindiging van het lopende onderzoek en de zaak van de procureur-generaal tegen de heer Omar Faruk Osman, secretaris-generaal van NUSOJ, wegens het organiseren van een viering van de Werelddag van de persvrijheid zonder toestemming van het Ministerie van Informatie;

8.  veroordeelt de onderdrukking van vakbondsleden door de Somalische staat; roept de Somalische staat ertoe op een eind te maken aan alle vormen van onderdrukking van vakbondsleden; dringt erop aan dat de regering de oprichting van onafhankelijke vakbonden toelaat; is er stellig van overtuigd dat vakbonden onontbeerlijk zijn voor het garanderen van de rechten van werknemers in Somalië; wijst erop dat onafhankelijke vakbonden in grote mate kunnen bijdragen aan de verbetering van de veiligheidssituatie in Somalië;

9.  spoort de federale overheid van Somalië ertoe aan de internationale rechtsorde te eerbiedigen en de besluiten van de IAO met betrekking tot zaak nr. 3113 te aanvaarden en volledig ten uitvoer te leggen;

10.  looft de werkzaamheden van de UNSOM in alle aspecten, en met name op het vlak van het monitoren van de mensenrechten in Somalië, evenals het besluit van de VN-Veiligheidsraad om haar mandaat te verlengen tot 31 maart 2019; is ingenomen met de inspanningen van de Afrikaanse Unie om een zekere mate van stabiliteit in Somalië te doen wederkeren en om het politieke overgangsproces te organiseren; dringt aan op beter EU-toezicht en -capaciteitsopbouw om te zorgen voor verantwoordingsplicht voor misbruik door Amisom-troepen, met name gezien het feit dat de EU de hoofdmoot van de financiering ter beschikking stelt; dringt er bij Amisom op aan zijn mandaat volledig uit te voeren om de burgerbevolking te beschermen.

11.  betreurt de rekrutering van kindsoldaten in Somalië en beschouwt dit als een afgrijselijke oorlogsmisdaad; is van oordeel dat kinderen een van de kwetsbaarste groepen vormen in het conflict; verzoekt alle gewapende groeperingen onmiddellijk een eind te maken aan deze praktijk en alle reeds gerekruteerde kinderen vrij te laten; verzoekt de staat ze niet als overtreders maar als terrorisme- en oorlogsslachtoffers te behandelen, en roept de EU ertoe op de Somalische regering te steunen bij de rehabilitatie en re-integratie; vraagt de Somalische autoriteiten met klem een eind te maken aan de willekeurige detentie van kinderen die vermoedelijk onrechtmatig met al-Shabaab in verband worden gebracht; spoort alle actoren in Somalië ertoe aan de doelstellingen van het Facultatief Protocol bij het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind betreffende de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten te eerbiedigen, en vraagt de federale overheid van Somalië dit verdrag onverwijld te ratificeren;

12.  is ingenomen met de selectie van commissarissen voor de onlangs opgerichte onafhankelijke nationale mensenrechtencommissie van Somalië, en verzoekt de Somalische regering de commissie zo spoedig mogelijk te benoemen; maakt zich grote zorgen over de berichten dat Somalische veiligheidstroepen zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, met inbegrip van moord, willekeurige detentie, foltering, verkrachting en ontvoering; verzoekt de autoriteiten erop toe te zien dat alle schendingen volledig worden onderzocht en dat de schuldigen worden berecht; spoort de regering en de EU ertoe aan de technische deskundigheid van de Somalische criminele inlichtingendienst (CID) te verbeteren, zodat deze grondige en effectieve onderzoeken kan uitvoeren, met eerbiediging van de rechten van de burgers; verzoekt binnenlandse en buitenlandse troepen die betrokken zijn bij de strijd tegen al‑Shabaab het internationaal recht te eerbiedigen; verzoekt de Somalische regering een eind te maken aan de gedwongen uitzetting van binnenlands ontheemden, ook in Mogadishu, de hoofdstad van het land;

13.  prijst de Somalische regering ervoor dat zij na een driedaagse nationale grondwetsconventie in mei 2018 is gestart met de herziening van de Somalische tijdelijke grondwet, welke zal leiden tot een permanente Somalische grondwet; spoort de Somalische regering ertoe aan het Somalische nationale actieplan voor de preventie en bestrijding van gewelddadig extremisme, als onderdeel van de door Amisom gesteunde brede veiligheidsaanpak van het land, af te ronden;

14.  beschouwt gendergerelateerd en seksueel geweld tegen vrouwen, mannen, jongens en meisjes, waarbij vooral vrouwen en meisjes worden getroffen, als een afschuwelijke oorlogsmisdaad; roept de staat op zich sterker in te zetten voor de bescherming van kwetsbare groepen in de samenleving; juicht in dit verband toe dat de regering vorig jaar in samenwerking met de VN en de EU een landelijk justitieel opleidingsprogramma is gestart; geeft nogmaals uiting aan zijn diepe zorgen over de rechten van vrouwen; verzoekt de bevoegde autoriteiten gendergelijkheid en een sterkere positie van vrouwen te bevorderen; veroordeelt het illegaal verklaren van homoseksualiteit in Somalië en de criminalisering van LGBTI;

15.  betreurt de barre mensenrechtensituatie die een bedreiging vormt voor het leven van miljoenen Somaliërs; brengt in herinnering dat het dodental als gevolg van de hongersnood van 2011 nog hoger uitviel door de onveiligheid en de acties van de extremistische militanten van al-Shabaab, die voedselleveringen in gebieden in zuidelijk Centraal-Somalië die zich destijds onder hun controle bevonden, bemoeilijkten; roept de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap ertoe op de steun aan de Somalische bevolking op te voeren, om de levensomstandigheden van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verbeteren en het hoofd te bieden aan de gevolgen van ontheemding, voedselonzekerheid, epidemieën en natuurrampen; veroordeelt alle aanslagen op humanitaire actoren en vredeshandhavers in Somalië; dringt erop aan dat de EU-steun wordt afgestemd op internationaal overeengekomen beginselen voor de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, om de onlangs goedgekeurde doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te verwezenlijken;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van Somalië, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1) PB C 204 van 13.6.2018, blz. 127.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0229.

Laatst bijgewerkt op: 7 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid