Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0282A(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0211/2017

Ingediende teksten :

A8-0211/2017

Debatten :

PV 04/07/2018 - 20
CRE 04/07/2018 - 20

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.9
CRE 05/07/2018 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0309

Aangenomen teksten
PDF 145kWORD 54k
Donderdag 5 juli 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie ***I
P8_TA(2018)0309A8-0211/2017
Resolutie
 Tekst
 Bijlage
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2018 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0605 – C8-0372/2016 – 2016/0282A(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0605),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 46, onder d), artikel 149, artikel 153, lid 2, onder a), artikel 164, artikel 168, lid 4, onder b), artikelen 172, 175, 177 en 178, artikel 189, lid 2, artikel 212, lid 2, artikel 322, lid 1, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0372/2016),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Rekenkamer nr. 1/2017 van 26 januari 2017(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 19 april 2018 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien de gezamenlijke vergaderingen van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie visserij en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0211/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

3.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

4.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 91 van 23.3.2017, blz. 1.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 juli 2018 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU, Euratom) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012
P8_TC1-COD(2016)0282A

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.)


Bijlage I bij de wetgevingsresolutie

Verklaring met betrekking tot artikel 38 Bekendmaking van informatie over ontvangers en andere informatie:

"De Commissie zal de uitwisseling van goede praktijken ten aanzien van de bekendmaking van informatie over ontvangers van in gedeeld beheer uitgevoerde middelen van de Unie via netwerken met de lidstaten ondersteunen. De Commissie zal bij de voorbereiding van het volgende meerjarig financieel kader terdege rekening houden met de lessen uit het verleden."

Verklaring met betrekking tot artikel 266 Specifieke bepalingen voor onroerendgoedprojecten:

"De Commissie en de EDEO zullen het Europees Parlement en de Raad in het kader van het in artikel 266 bedoelde werkdocument informeren over alle eventuele verkopen en aankopen van gebouwen, met inbegrip van die welke onder de in dat artikel vastgesteld drempelwaarden liggen."


Bijlage II bij de wetgevingsresolutie

Gezamenlijke verklaring over de kwijtingsprocedure en de datum van vaststelling van de definitieve rekeningen van de EU

"Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zullen – in samenwerking met de Europese Rekenkamer – een pragmatische kalender opstellen voor de kwijtingsprocedure.

In dat verband bevestigt de Commissie dat zij ernaar zal streven de geconsolideerde jaarrekening van de EU voor het begrotingsjaar 2017 uiterlijk op 30 juni 2018 vast te stellen, mits de Europese Rekenkamer alle bevindingen betreffende de betrouwbaarheid van deze EU-rekening en alle geconsolideerde rekeningen van entiteiten uiterlijk op 15 mei 2018, en haar ontwerpjaarverslag uiterlijk op 15 juni 2018, toezendt.

De Commissie bevestigt tevens dat zij ernaar zal streven haar antwoorden op het jaarverslag van de Europese Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2017 uiterlijk op 15 augustus 2018 te verstrekken, mits de Europese Rekenkamer haar ontwerpopmerkingen uiterlijk op 1 juni 2018 aan de Commissie doet toekomen."

Laatst bijgewerkt op: 10 februari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid