Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2225(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0240/2018

Ingediende teksten :

A8-0240/2018

Debatten :

PV 10/09/2018 - 21
CRE 10/09/2018 - 21

Stemmingen :

PV 11/09/2018 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0323

Aangenomen teksten
PDF 119kWORD 51k
Dinsdag 11 september 2018 - Straatsburg
De impact van het EU-cohesiebeleid op Noord-Ierland
P8_TA(2018)0323A8-0240/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 11 september 2018 over de impact van het EU-cohesiebeleid op Noord-Ierland (2017/2225(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de impact van het EU-cohesiebeleid op Noord-Ierland,

–  gezien de bepalingen van de Overeenkomst van Belfast van 1998 (Goede Vrijdag-akkoord),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, onder e), en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en het advies van de Commissie begrotingscontrole (A8-0240/2018),

A.  overwegende dat het cohesiebeleid van de EU in Noord-Ierland via verschillende instrumenten wordt uitgevoerd, te weten het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, het Peace-programma voor Noord-Ierland en de grensregio en het grensoverschrijdende Interreg-programma;

B.  overwegende dat het duidelijk is dat Noord-Ierland een regio is die veel baat heeft gehad bij het cohesiebeleid van de EU; overwegende dat de toezegging voor toekomstige financiering in het ontwerp van het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021-2027 van de Commissie meer dan welkom is;

C.  overwegende dat Noord-Ierland, naast de meer algemene fondsen van het cohesiebeleid, in het bijzonder baat heeft gehad bij speciale grens- en gemeenschapsoverschrijdende programma's, waaronder het Peace-programma;

D.  overwegende dat de EU met haar cohesiebeleid, en dan voornamelijk via het Peace-programma, sterk heeft bijgedragen aan het vredesproces in Noord-Ierland, het Goede Vrijdag-akkoord ondersteunt en de verzoening van de gemeenschappen blijft ondersteunen;

E.  overwegende dat sinds de invoering van het eerste Peace-programma in 1995 meer dan 1,5 miljard EUR is uitgegeven met het tweeledige doel de cohesie tussen de bij het conflict in Noord-Ierland betrokken gemeenschappen en de aangrenzende graafschappen in Ierland, alsook economische en sociale stabiliteit te bevorderen;

F.  overwegende dat het succes van de cohesiesteun van de EU gedeeltelijk te danken is aan het feit dat het wordt gezien als "neutraal geld", d.w.z. geld dat niet rechtstreeks is gekoppeld aan de belangen van een van de gemeenschappen;

1.  onderstreept de belangrijke en positieve bijdrage van het cohesiebeleid van de EU aan Noord-Ierland, met name bij het herstel van achtergebleven stedelijke en plattelandsgebieden, bij de aanpak van de klimaatverandering en bij de bevordering van het contact tussen de gemeenschappen en over de grens heen in het kader van het vredesproces; merkt in het bijzonder op dat hulp aan achtergebleven stedelijke en plattelandsgebieden vaak wordt gegeven in de vorm van steun voor nieuwe economische ontwikkelingen die de kenniseconomie bevordert, zoals het Science Park in Belfast en Derry/Londonderry;

2.  beklemtoont dat in de huidige financieringsperiode in Noord-Ierland en de naburige regio's meer dan 1 miljard EUR aan financiële bijstand van de EU aan economische en sociale ontwikkeling zal worden besteed, waarvan 230 miljoen EUR aan investeringen in Noord-Ierland via het Peace-programma (met een totaal budget van bijna 270 miljoen EUR) en 240 miljoen EUR via Interreg V-A voor Noord-Ierland, Ierland en Schotland (met een totaal budget van 280 miljoen EUR);

3.  is van oordeel dat de speciale EU-programma's voor Noord-Ierland en in het bijzonder het Peace-programma van groot belang zijn voor de instandhouding van het vredesproces, aangezien deze de verzoening en het contact tussen de gemeenschappen en over de grens bevorderen; merkt op dat gemeenschaps- en grensoverschrijdende social hubs en gedeelde diensten in dit verband van bijzonder belang zijn;

4.  is verheugd over de belangrijke stappen die in Noord-Ierland zijn ondernomen in het kader van het Peace-programma, en waardeert het werk van alle partijen in dit proces;

5.  merkt op dat maatregelen voor het opbouwen van vertrouwen tussen de gemeenschappen en maatregelen voor vreedzame co-existentie, zoals gedeelde ruimtes en steunnetwerken, een belangrijke rol hebben gespeeld in het vredesproces, aangezien gedeelde ruimtes ervoor zorgen dat de gemeenschappen in Noord-Ierland bij gezamenlijke activiteiten als één gemeenschap optreden en wederzijds vertrouwen en respect opbouwen, wat bijdraagt aan het dichten van de kloof;

6.  benadrukt het belang van de vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en de bottom-upbenadering, waardoor alle gemeenschappen worden aangespoord hun steentje bij te dragen aan projecten en het vredesproces aldus vooruit te helpen;

7.  merkt op dat alle belanghebbenden in Noord-Ierland achter de handhaving van de doelstellingen van het cohesiebeleid van de EU in de regio staan; beklemtoont in dit verband hoe belangrijk gecoördineerd meerlagig bestuur en het partnerschapsbeginsel zijn;

8.  is echter van mening dat er meer gedaan moet worden om bekendheid en zichtbaarheid te geven aan de impact en de noodzaak van de EU-steun in Noord-Ierland, in het bijzonder door de bevolking te informeren over de impact van de door de EU gefinancierde projecten op het vredesproces en de economische ontwikkeling van de regio;

9.  juicht het toe dat de beheer- en controlesystemen in de regio's in kwestie goed functioneren en dat de financiële bijstand van de EU derhalve doeltreffend wordt besteed; benadrukt niettemin dat er bij de beoordeling van de resultaten van het Peace-programma niet alleen moet worden gekeken naar de naleving maar ook naar de onderliggende doelstellingen van dit programma;

10.  is van mening dat het, zonder afbreuk te doen aan de lopende onderhandelingen tussen de EU en het VK, na 2020 van groot belang zal zijn voor Noord-Ierland om deel te nemen aan bepaalde speciale programma’s van de EU, zoals het Peace-programma en Interreg V-A voor Noord-Ierland, Ierland en Schotland, aangezien dit de economische en maatschappelijke ontwikkeling ten goede komt, met name in achtergebleven, plattelands- en grensgebieden, en wel door de bestaande kloven te dichten; dringt er in de context van het MFK voor de periode na 2020 bovendien op aan dat alle relevante financieringsinstrumenten worden ingezet om de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid te kunnen voortzetten;

11.  is van mening dat, zonder afbreuk te doen aan de lopende onderhandelingen tussen de EU en het VK, EU-steun voor territoriale samenwerking na 2020, vooral voor grens- en gemeenschapsoverschrijdende projecten, moet worden voortgezet gezien de resultaten van de speciale cohesieprogramma's van de EU voor Noord-Ierland, te weten het Peace-programma en de Interreg-programma's, die van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit van de regio; vreest dat het stopzetten van deze programma's de activiteiten ter bevordering van het vertrouwen over de grens heen en tussen gemeenschappen, en daarmee ook het vredesproces in gevaar zou brengen;

12.  benadrukt dat 85 % van de financiering voor de Peace- en Interreg-programma's afkomstig is van de EU; acht het dan ook van belang dat de EU de gemeenschappen in Noord-Ierland na 2020 blijft ondersteunen door een actieve rol te spelen in het verstrekken van de beschikbare cohesie- en gemeenschapsoverschrijdende steun in Noord-Ierland en hen zodoende te helpen om maatschappelijke verschillen het hoofd bieden; is in dit verband van mening dat de financiering ook na 2020 op een toereikend niveau moet blijven; benadrukt dat het belangrijk is om de vredesopbouw te kunnen voortzetten;

13.  verzoekt de Commissie de ervaring met cohesiesteun in Noord-Ierland, en in het bijzonder met het Peace-programma, als voorbeeld te nemen van hoe de EU conflicten en verdeeldheid tussen gemeenschappen aanpakt; vestigt in dit verband de nadruk op het Noord-Ierse verzoeningsproces als positief voorbeeld voor andere gebieden in de EU die te maken hebben gehad met conflicten;

14.  is van mening dat de goede ervaringen met de cohesiesteun en het Peace-programma als EU-model moeten fungeren en moeten worden bevorderd om het wantrouwen tussen gemeenschappen in conflict weg te nemen en duurzame vrede te bewerkstelligen in andere delen van Europa en zelfs wereldwijd;

15.  acht het van essentieel belang dat de bevolking van Noord-Ierland, en met name jongeren, kan blijven deelnemen aan economische, maatschappelijke en culturele uitwisselingen in heel Europa, met name tot het programma Erasmus+;

16.  wijst op het voornemen van de Commissie om de voortzetting van de Peace- en Interreg-programma's op te nemen in haar voorstel voor het MFK 2021-2027; wijst daarnaast op de standpuntnota van het VK over de toekomst van het cohesiebeleid van april 2018, waarin het VK zich bereid verklaart een mogelijk vervolg op Peace IV en Interreg V-A te onderzoeken voor de periode na 2020 in het kader van een partnerschap met de Noord-Ierse regering, de Ierse regering en de EU, naast zijn toezegging om de verplichtingen in verband met Peace en Interreg in het huidige MFK na te komen;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de wetgevende en uitvoerende macht van Noord-Ierland, en de regeringen en parlementen van de lidstaten en hun regio's.

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid