Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0172(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0317/2018

Ingediende teksten :

A8-0317/2018

Debatten :

PV 22/10/2018 - 17
CRE 22/10/2018 - 17
PV 27/03/2019 - 15
CRE 27/03/2019 - 15

Stemmingen :

PV 24/10/2018 - 11.12
CRE 24/10/2018 - 11.12
Stemverklaringen
PV 27/03/2019 - 18.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0411
P8_TA(2019)0305

Aangenomen teksten
PDF 270kWORD 90k
Woensdag 24 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu ***I
P8_TA(2018)0411A8-0317/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 24 oktober 2018 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (COM(2018)0340 – C8-0218/2018 – 2018/0172(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen.
(1)  De brede bruikbaarheid en relatief lage kostprijs van kunststoffen betekent dat dit materiaal steeds meer voorkomt in het dagelijkse leven. De wereldwijde kunststofproductie is sterk gestegen en liep in 2017 op tot 348 miljoen ton. Het Europese aandeel van die productie bedroeg 18,5 % (64,4 miljoen ton, een stijging met 3,4 % ten opzichte van de productie het jaar voordien). Het toenemende gebruik van kunststoffen in toepassingen met een korte levensduur, die niet met het oog op hergebruik of kostenefficiënte recyclage zijn ontworpen, betekent dat de desbetreffende productie- en consumptiepatronen steeds minder efficiënt en meer lineair zijn geworden. Om die reden heeft de Commissie, binnen de context van het actieplan voor de circulaire economie32, in de Europese kunststoffenstrategie33 besloten dat de gestaag toenemende productie van kunststofafval en het feit dat dit afval in ons milieu terechtkomt, in het bijzonder in het mariene milieu, moeten worden aangepakt om tot een echt circulaire levenscyclus voor kunststoffen te kunnen komen en de totale hoeveelheid kunststoffen in het milieu te verminderen. De Europese kunststoffenstrategie is een eerste, kleine stap naar de totstandkoming van een circulaire economie die gebaseerd is op beperking, hergebruik en recyclage van alle kunststofproducten.
__________________
__________________
32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614).
32 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614).
33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028).
33 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028).
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  Kunststoffen spelen een nuttige rol in de economie en bieden essentiële toepassingsmogelijkheden in vele sectoren. Kunststoffen worden met name gebruikt voor verpakkingen (40 %) en in de bouwsector (20 %). Ook in de automobielsector, in de sector van elektrische en elektronische apparatuur en in de voedings- en landbouwsector wordt in aanzienlijke mate gebruik gemaakt van kunststoffen. Desalniettemin vragen de aanzienlijke negatieve milieu-, gezondheids- en economische effecten van bepaalde kunststofproducten om de vastlegging van een rechtskader om deze sterk negatieve effecten doeltreffend te verminderen, onder meer middels het beperken van het op de markt brengen van bepaalde producten voor eenmalig gebruik waarvoor algemeen beschikbare, meer circulaire alternatieven bestaan.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  Circulaire benaderingen die prioriteit geven aan herbruikbare producten en systemen voor hergebruik zullen leiden tot een vermindering van het gegenereerde afval, en preventie staat aan de top van de afvalhiërarchie zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34.Dergelijke benaderingen sluiten ook aan bij duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.
(2)  Met de bij deze richtlijn vastgestelde maatregelen dient ten volle te worden gestreefd naar circulaire benaderingen die prioriteit geven aan veilige, niet-giftige, herbruikbare producten zonder gevaarlijke stoffen en systemen voor hergebruik boven producten voor eenmalig gebruik. Alle maatregelen moeten in de eerste plaats gericht zijn op een vermindering van het gegenereerde afval, en afvalpreventie bevorderen, aangezien dit aan de top van de afvalhiërarchie staat zoals vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad34. Aangezien producten voor eenmalig gebruik door hun korte levenscyclus vaak negatieve gevolgen hebben voor het klimaat of het milieu, moet er prioriteit worden gegeven aan de preventie en het hergebruik van producten die grote besparingen van CO2 en van kostbare grondstoffen kunnen opleveren. Deze richtlijn zal bijdragen tot het behalen van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 1235 van de Verenigde Naties over duurzame consumptie- en productiepatronen.
__________________
__________________
34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
34 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
35 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, waarin wordt opgeroepen tot het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36.De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals G20, G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.
(3)  Zwerfvuil op zee is grensoverschrijdend en wordt erkend als een wereldwijd probleem. Overal ter wereld komt steeds meer afval terecht in de oceanen, hetgeen schadelijk is voor de gezondheid van ecosystemen en leidt tot sterfte bij dieren. Het zwerfvuil op zee verminderen, is van essentieel belang voor het bereiken van duurzame-ontwikkelingsdoelstelling nr. 14 van de Verenigde Naties, die gericht is op het behoud en duurzame gebruik van de oceanen, zeeën en mariene resources met het oog op duurzame ontwikkeling36. De Unie moet haar bijdrage leveren aan het aanpakken van zwerfvuil op zee, het voorkomen van afvalproductie en een doeltreffender beheer van zwerfvuil op zee, en zou als voorbeeld voor de rest van de wereld moeten kunnen dienen. In deze context werkt de Unie samen met partners in een aantal internationale fora zoals de G20, de G7 en de Verenigde Naties ter bevordering van gecoördineerde actie. Dit initiatief maakt deel uit van de inspanningen van de Unie op dit gebied.
_________________
_________________
36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
36 De op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.
(5)  Gemeten in aantal stuks bestaat 80 tot 85 % van het mariene zwerfvuil dat op stranden van de EU wordt aangetroffen uit kunststoffen: 50 % betreft kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en 27 % producten die te maken hebben met de visserij.Kunststofproducten voor eenmalig gebruik omvatten een grote verscheidenheid aan veelgebruikte en snel evoluerende consumptieartikelen die al na één keer te zijn gebruikt zoals voorzien, worden weggegooid, zelden worden gerecycleerd, en vaak als zwerfvuil eindigen. Een groot deel van het vistuig en aquacultuurgerei dat in de handel wordt gebracht, wordt niet voor afvalverwerking ingezameld. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat, zoals korven, vallen, vlotters en boeien, netten, lijnen, touwen en koorden, vormen dan ook een zeer ernstig probleem binnen de context van zwerfvuil op zee, en een ernstig risico voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en de gezondheid van mens en dier. Verder kunnen zij ook nadelig zijn voor activiteiten als toerisme, visvangst en scheepvaart.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)  Tijdens zijn vergadering van 25 juni 2018 keurde de Raad conclusies goed over de "uitvoering van het EU-actieplan voor de circulaire economie" en sprak daarin duidelijk zijn steun uit voor de op Unie- en mondiaal niveau ondernomen stappen om het gebruik van opzettelijk aan producten toegevoegde microplastics en het gebruik van onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen in de Unie in te perken, alsook voor de in het kader van de strategie inzake kunststoffen geplande acties in verband met het verminderen van microplastics afkomstig van textiel, autobanden en lekkage van preproductiepellets. De Unie onderneemt reeds stappen, aangezien er in het kader van Reach een procedure loopt waarbij de Commissie het Europees Agentschap voor chemische stoffen heeft gevraagd om een bijlage XV-beperkingsdossier te ontwikkelen met betrekking tot het gebruik van microplasticdeeltjes die opzettelijk worden toegevoegd aan consumentenproducten of producten voor professioneel gebruik.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)  De Unie moet ten aanzien van het probleem van microplastics een alomvattende aanpak hanteren en dient alle producenten aan te moedigen om het aantal microplastics in hun bereidingen strikt te beperken, waarbij specifieke aandacht dient te worden besteed aan de fabrikanten van textiel en banden, aangezien synthetische kledij en banden goed zijn voor 63 % van de microplastics die rechtstreeks in het aquatische milieu terechtkomen.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is. De gevolgen van die wetgeving voor het zwerfvuil op zee is echter ontoereikend, en de nationale maatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil op zee verschillen in reikwijdte en ambitieniveau. Bovendien kunnen sommige van die maatregelen, met name de marketingbeperkingen voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de handel in de Unie belemmeren en het concurrentievermogen vervalsen.
(6)  Een goed afvalbeheer blijft essentieel voor de preventie van (marien) zwerfvuil. In de bestaande Europese wetgeving40 en beleidsinstrumenten worden enkele regelgevende oplossingen aangeboden om het probleem van zwerfvuil op zee aan te pakken. Kunststofafval is in het bijzonder onderworpen aan algemene Europese maatregelen en doelstellingen inzake afvalbeheer zoals de streefwaarde voor recyclage voor kunststoffen verpakkingsafval41 en de recentelijk goedgekeurde doelstelling in de kunststoffenstrategie42 die ervoor moet zorgen dat al het kunststoffen verpakkingsmateriaal tegen 2030 recycleerbaar is. De gevolgen van die wetgeving voor het zwerfvuil op zee zijn echter ontoereikend, en de nationale maatregelen ter preventie en vermindering van zwerfvuil op zee verschillen in reikwijdte en ambitieniveau. Bovendien kunnen sommige van die maatregelen, met name de marketingbeperkingen voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de handel in de Unie belemmeren en het concurrentievermogen vervalsen.
__________________
__________________
40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
40 Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2000/59/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/56/EG en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).
41 Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).
42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028).
42 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028).
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)  De bevordering van onderzoek en innovatie in de verpakkingssector is een cruciale factor om de totstandkoming van een duurzamer waardeketen te bevorderen. Om die doelstelling te bereiken, is het noodzakelijk de desbetreffende financieringsmechanismen in de context van de Europese programma's voor onderzoek en ontwikkeling, zoals het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020), te versterken, met het oog op de toekomstige strategische agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van kunststoffen.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % vertegenwoordigen van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie wordt aangetroffen.
(7)  Om de inspanningen te concentreren op de gebieden waar zij het hardst nodig zijn, zou deze richtlijn alleen van toepassing moeten zijn op de vaakst aangetroffen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, en op vistuig. De onder maatregelen in het kader van deze richtlijn vallende kunststofproducten voor eenmalig gebruik vertegenwoordigen in aantal stuks naar schatting ongeveer 86 % van alle kunststofproducten voor eenmalig gebruik die op de stranden van de Unie worden aangetroffen.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Deze richtlijn geldt onverminderd de in Richtlijn 94/62/EG vastgestelde bepalingen betreffende kunststoffen verpakkingsproducten voor eenmalig gebruik zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 ter (nieuw)
(7 ter)  Het evaluatieverslag van de Commissie moet aangeven of de werkingssfeer kan worden uitgebreid naar producten voor eenmalig gebruik in het algemeen.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7 quater (nieuw)
(7 quater)   Grotere kunststoffen voorwerpen en de daarvan afkomstige fragmenten of microplastics kunnen op lokale of regionale schaal aanzienlijke landvervuiling en bodemverontreiniging veroorzaken. Op lokale schaal kan dit vooral te wijten zijn aan het intensief gebruik van kunststoffen in de landbouw. Om de effecten van kunststofafval op het milieu en de gezondheid van mens en dier te verminderen, moet grondig worden onderzocht hoe het is gesteld met de kunststofvervuiling die afkomstig is van landbouwgronden.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Bij de fabricage van kunststofproducten dient rekening te worden gehouden met de volledige bestaansduur ervan. Tijdens het ecologisch ontwerp van kunststofproducten moet worden gekeken naar de productiefase, de recyclagemogelijkheden en misschien ook de herbruikbaarheid van het product. Producenten moeten worden gestimuleerd, waar mogelijk, gebruik te maken van enkelvoudige of compatibele polymeren tijdens de fabricage van hun producten om het sorteren te vereenvoudigen en de mogelijkheden voor recyclage te vergroten, in het bijzonder in het geval van kunststofverpakkingen.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)   Door de waarde van producten en materialen zo lang mogelijk in stand te houden en minder afval te produceren, kan de economie van de Unie concurrerender en veerkrachtiger worden, terwijl de druk op kostbare hulpbronnen en het milieu afneemt.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.
(10)  Voor de kunststofproducten voor eenmalig gebruik moeten een of meer maatregelen worden vastgesteld, naargelang van diverse factoren zoals de beschikbaarheid van geschikte en duurzamere alternatieven, rekening houdend met levenscyclusbeginselen, de haalbaarheid van het veranderen van consumptiepatronen en de mate waarin de producten al vallen onder bestaande wetgeving van de Europese Unie.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor duurzamere oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten aanzienlijk kunnen verminderen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen.
(11)  Voor sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn nog geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar; naar verwachting zal de consumptie van dergelijke kunststofproducten voor eenmalig gebruik toenemen. Om die trend te keren en inspanningen voor veilige en duurzame oplossingen te bevorderen, zouden de lidstaten verplicht moeten worden om de nodige maatregelen te nemen zodat zij de consumptie van die producten ambitieus en blijvend kunnen verminderen, zoals dat gebeurt voor plastic draagtassen volgens Richtlijn 94/62/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad43 bis, zonder daarbij afbreuk te doen aan de hygiëne en veiligheid van de levensmiddelen, goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken, de informatieverlening aan de consument of de in de voedingsmiddelenwetgeving van de Unie44 vastgestelde traceerbaarheidseisen. Deze maatregelen moeten van toepassing zijn op recipiënten voor etenswaren die aan elk van de volgende criteria voldoen: de etenswaren in kwestie zijn bestemd om direct, zonder verdere bereiding en uit de recipiënt te worden geconsumeerd. De lidstaten moeten streven naar een zo hoog mogelijk ambitieniveau bij deze maatregelen, die evenredig moeten zijn met de ernst van het risico dat zwerfvuil ontstaat dat afkomstig is van de uiteenlopende producten en van het gebruik daarvan. De lidstaten moeten nationale streefcijfers vaststellen om de gevolgen van de genomen maatregelen ter verwezenlijking van de ambitieuze en blijvende vermindering te kwantificeren. De lidstaten moeten het gebruik van producten aanmoedigen die geschikt zijn voor meermalig gebruik en die, nadat ze afval zijn geworden, geschikt zijn om te worden verwerkt voor hergebruik en recyclage, zonder dat het vrije verkeer van goederen in de interne markt daarbij in het gedrang komt. In die maatregelen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van producten tijdens hun gehele levenscyclus, ook wanneer ze in het mariene milieu terechtkomen, en moet de afvalhiërarchie in acht worden genomen.
___________________
___________________
43 bis Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen (PB L 115 van 6.5.2015, blz. 11).
44 Verordening (EG) nr. 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
44 Verordening (EG) nr. 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1), Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1), Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en andere relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, hygiëne en etikettering (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)  Filters van tabaksproducten zijn de op één na meest achtergelaten kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Hoewel het marktaandeel van van planten afkomstige cellulosefilters voor tabaksproducten lijkt toe te nemen, is de aanvaardbaarheid van de beschikbare alternatieven niet duidelijk. Bovendien vallen de enorme milieugevolgen van tabaksproducten met filters niet te negeren, aangezien die filters in kleinere stukjes kunststof kunnen uiteenvallen. Gebruikte tabaksfilters bevatten tevens talrijke chemische stoffen die schadelijk zijn voor het milieu, waarvan er minstens vijftig bekend zijn als kankerverwekkend voor de mens, alsook zware metalen, die uit de filter kunnen lekken en schade kunnen berokkenen aan het nabije land, de nabije lucht en het nabije mariene milieu. Om de milieueffecten van afval na consumptie aan te pakken, zijn voor tabaksproducten met filter een brede waaier aan maatregelen nodig, gaande van het verminderen van wegwerpfilters voor eenmalig gebruik die kunststoffen bevatten, tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om voor een verantwoorde verwijdering te zorgen en de kosten voor het opruimen van zwerfvuil te dragen. Om iets te doen aan de aanzienlijke inzamel- en sorteerkosten die momenteel door de belastingbetaler worden gedragen, moeten de kosten voor het opruimen van zwerfvuil en de kosten van geschikte afvalinzamelingsinfrastructuur ten laste komen van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. In het kader van deze maatregelen kunnen de lidstaten ook stimulansen voor een terugwinningsketen voor sigarettenpeuken in het leven roepen om celluloseacetaat, de kunststof die 60 % van de samenstelling van sigarettenfilters uitmaakt, schoon te maken en vervolgens om te vormen tot nieuwe kunststoffen voorwerpen.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden.
(12)  Voor andere kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn wel geschikte, duurzamere en betaalbare alternatieven algemeen beschikbaar. Om de nadelige gevolgen van dergelijke producten op het milieu te beperken, zouden de lidstaten verplicht moeten worden het binnen de Europese Unie in de handel brengen ervan te verbieden. Op die manier zouden het gebruik van die algemeen beschikbare en duurzamere alternatieven die aan de bestaande normen en het Unierecht voldoen, en innovatieve oplossingen voor duurzamere bedrijfsmodellen, alternatieven voor hergebruik en vervanging van materialen bevorderd worden overeenkomstig de afvalhiërarchie als vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG. De in deze richtlijn ingevoerde marktbeperkingen moeten ook gelden voor producten die bestaan uit onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen, aangezien dat soort kunststoffen niet volledig biologisch wordt afgebroken en dus bijdraagt aan de milieuvervuiling door microplastics, niet composteerbaar is, de recyclage van conventionele kunststoffen negatief beïnvloedt en geen aantoonbaar milieuvoordeel oplevert. Daar in het mariene milieu veel polystyreenafval voorkomt en er alternatieven bestaan, moeten ook voedsel- en drankverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen voor eenmalig gebruik worden beperkt.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Voor kunststoffen borden en bestek is het in naar behoren gemotiveerde gevallen en ter voorkoming van risico's voor de continuïteit van de verlening van bepaalde sociale diensten, zoals catering in onderwijsinstellingen en gezondheidszorgdiensten, aangewezen iets meer tijd te gunnen voor de tenuitvoerlegging van het verbod om ze in de Unie op de markt te brengen, ook al zijn er geschikte en duurzamer alternatieven algemeen beschikbaar.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12 quater (nieuw)
(12 quater)  De in deze richtlijn vastgestelde maatregelen ter bevordering van het gebruik van alternatieven die niet van kunststof zijn gemaakt, mogen in geen geval leiden tot een toename van schadelijke gevolgen voor het milieu en het klimaat, bijvoorbeeld bijkomende CO2-uitstoot of de exploitatie van kostbare hulpbronnen. Hoewel veel alternatieven die niet van kunststof zijn gemaakt, van natuurlijke hulpbronnen zijn vervaardigd en naar verwachting uit de bio-economie afkomstig zullen zijn, is het van bijzonder belang om de duurzaamheid van deze materialen te garanderen. Met betrekking tot de afvalhiërarchie moeten de in deze richtlijn vastgestelde maatregelen en de tenuitvoerlegging ervan altijd voorrang geven aan preventie of aan de overgang naar herbruikbare producten, in plaats van aan andere alternatieven voor eenmalig gebruik, ook als die zijn vervaardigd van andere materialen dan kunststof.
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  Hoofdzakelijk van kunststoffen gemaakte doppen en deksels van drankverpakkingen behoren tot de meest teruggevonden kunststofproducten voor eenmalig gebruik die als zwerfvuil op de stranden van de Unie terechtkomen. Drankverpakkingen voor eenmalig gebruik zouden dan ook alleen maar in de handel mogen worden gebracht als zij aan specifieke eisen inzake productontwerp voldoen, zodat er aanzienlijk minder doppen en deksels van deze drankverpakkingen als zwerfvuil in het milieu terechtkomen. Voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik komt deze eis bovenop de basiseisen van bijlage II van Richtlijn 94/62/EG over de samenstelling en de herbruikbare en terugwinbare (en recycleerbare) aard van verpakkingen. Om conformiteit met de eis inzake productontwerp te vergemakkelijken en de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet een geharmoniseerde, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en van de Raad45 vastgestelde norm worden ontwikkeld, en moet de naleving van die norm het vermoeden van conformiteit met die vereisten toestaan. Er moet voldoende tijd worden ingeruimd voor het ontwikkelen van een geharmoniseerde norm en om de producenten de gelegenheid te geven hun productieketens zodanig aan te passen dat zij aan de ontwerpeis kunnen voldoen.
(13)  Van kunststoffen gemaakte doppen en deksels van drankverpakkingen behoren tot de meest teruggevonden kunststofproducten voor eenmalig gebruik die als zwerfvuil op de stranden van de Unie terechtkomen. Drankverpakkingen voor eenmalig gebruik zouden dan ook alleen maar in de handel mogen worden gebracht als zij aan specifieke eisen inzake productontwerp voldoen, zodat er aanzienlijk minder doppen en deksels van deze drankverpakkingen als zwerfvuil in het milieu terechtkomen en grotere hoeveelheden hiervan worden gerecycleerd. Voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik komt deze eis bovenop de basiseisen van bijlage II van Richtlijn 94/62/EG over de samenstelling en de herbruikbare en terugwinbare (en recycleerbare) aard van verpakkingen. Om conformiteit met de eis inzake productontwerp te vergemakkelijken en de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet een geharmoniseerde, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en van de Raad45 vastgestelde norm worden ontwikkeld, en moet de naleving van die norm het vermoeden van conformiteit met die vereisten toestaan. Er moet voldoende tijd worden ingeruimd voor het ontwikkelen van een geharmoniseerde norm en om de producenten de gelegenheid te geven hun productieketens zodanig aan te passen dat zij aan de ontwerpeis kunnen voldoen. Om het circulaire gebruik van kunststoffen te waarborgen, is het nodig de aanvaarding door de markt van gerecycleerde materialen te verzekeren. Het is dan ook gepast een vereiste in te voeren voor een verplichte minimumhoeveelheid gerecycleerde kunststof in bepaalde producten.
___________________
___________________
45 Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
45 Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  In het kader van de evaluatie die krachtens artikel 9, lid 5, van Richtlijn 94/62/EG moet worden uitgevoerd, moet de Commissie de relatieve eigenschappen van de verschillende verpakkingsmaterialen, ook composietmaterialen, in aanmerking nemen, op basis van levenscyclusbeoordelingen, met bijzondere aandacht voor preventie en op circulair gebruik gericht ontwerp.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)  In het belang van de gezondheid van vrouwen moet de aanwezigheid van gevaarlijke chemische stoffen in maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons worden voorkomen. Tevens is het van fundamenteel belang dat vrouwen de beschikking krijgen over meervoudig te gebruiken en economisch duurzamere producten om volledig aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden en/of over de negatieve gevolgen van zwerfvuil op het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg is en het juiste effect heeft.
(14)  Sommige kunststofproducten voor eenmalig gebruik komen in het milieu terecht door een ongepaste verwijdering via rioleringen of een andere ongepaste lozing in het milieu. Verwijdering via rioleringen kan bovendien aanzienlijke economische schade toebrengen aan het rioleringsnet door pompen te doen dichtslibben en buizen te blokkeren. Voor deze producten is er vaak een groot gebrek aan informatie over de materiaalkenmerken en over de beste manieren om afval te verwijderen. Daarom moeten kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vaak via rioleringen of op andere ongepaste manieren worden afgevoerd, onderworpen worden aan markeringsvoorschriften en bewustmakingsmaatregelen. De markering moet de consumenten informeren over passende manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmogelijkheden die vermeden moeten worden, over de negatieve gevolgen van zwerfvuil voor het milieu als gevolg van verkeerde verwijdering, over de aanwezigheid van kunststoffen in het product en over de recycleerbaarheid van het product. De Commissie moet gemachtigd worden een geharmoniseerd formaat voor de markering vast te stellen en dient deze voor te leggen aan representatieve groepen consumenten, om te verifiëren of de voorgestelde markering duidelijk genoeg en niet misleidend is en het juiste effect heeft, en zij moet ook bestaande vrijwillige overeenkomsten in ogenschouw nemen.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil.
(15)  Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor geen geschikte en duurzamere alternatieven algemeen beschikbaar zijn, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, ook regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren, ter dekking van de noodzakelijke kosten van het afvalbeheer, het opruimen van het zwerfvuil en de bewustmakingsmaatregelen ter preventie en vermindering van dergelijk zwerfvuil, en om wangedrag van consumenten aan te pakken. Deze kosten mogen niet meer bedragen dan de kosten die noodzakelijk zijn om deze diensten op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en moeten tussen de betrokken actoren op transparante wijze worden vastgelegd. De kosten voor het opruimen van zwerfvuil moeten proportioneel zijn en stoelen op duidelijke doelstellingen die overeenkomstig artikel 8 bis, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG zijn vastgesteld. In deze doelstellingen moeten de reikwijdte en de schaal van de opruimingswerkzaamheden die onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, worden omschreven, in overeenstemming met de betreffende Unierechtelijke verplichtingen inzake afvalpreventie en zwerfvuil op zee. Dergelijke werkzaamheden moeten bijvoorbeeld de voorkoming en inzameling van zwerfvuil op straat, op pleinen en in andere openbare ruimten en tijdens openbare evenementen omvatten maar geen activiteiten, met inbegrip van schoonmaakoperaties op zee en in de oceaan, waarvoor overheden niet verantwoordelijk zijn.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)   Economische stimuleringsmaatregelen kunnen de keuzes van consumenten beïnvloeden, bepaalde consumentengewoonten aan- of ontmoedigen en aldus worden gebruikt als doelmatig hulpmiddel aan de bron om het effect van bepaalde kunststoffen op het milieu te verminderen.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan.
(16)  Het feit dat achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig dat kunststoffen bevat zo'n groot aandeel vormt van het zwerfvuil op zee geeft aan dat de bestaande wettelijke voorschriften46 onvoldoende stimulansen bieden om dergelijk vistuig naar de kust terug te brengen om daar ingezameld en verwerkt te worden. Op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is de kapitein van het vissersvaartuig verplicht de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan hij de vlag voert op de hoogte te brengen als het verloren vistuig niet kan worden teruggehaald. Om een geharmoniseerde monitoring te waarborgen moeten de lidstaten de informatie over verloren vistuig verzamelen en registreren en jaarlijks aan de Commissie verstrekken. Het systeem voor indirecte bijdragen voor het afgeven van afval zoals voorzien in de EU-wet inzake havenontvangstvoorzieningen maakt het minder aantrekkelijk voor schepen om hun afval op zee te lozen en verzekert een recht van afgifte. Dat systeem zou echter moeten worden aangevuld met andere manieren om vissers financieel te stimuleren hun afgedankte vistuig naar de kust terug te brengen en zo een mogelijke verhoging van de te betalen indirecte afvalbijdrage te vermijden. Aangezien kunststoffen bestanddelen van vistuig een hoog recyclagepotentieel hebben, moeten de lidstaten, volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid invoeren voor vistuig dat kunststoffen bevat, om een gescheiden inzameling van afgedankt vistuig mogelijk te maken en ter financiering van een degelijk afvalbeheer van dergelijk vistuig, in het bijzonder de recyclage ervan. De lidstaten dienen bovendien de nodige maatregelen te nemen om te verzekeren dat de financiële bijdragen, waartoe de producenten van vistuig dat kunststoffen bevat op grond van hun producentenverantwoordelijkheid worden verplicht, worden gedifferentieerd, met name door rekening te houden met de duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van dat vistuig.
___________________
___________________
46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.
46 Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, Richtlijn 2000/59/EG en Richtlijn 2008/98/EG.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis)  In het kader van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat, moeten de lidstaten vistuig monitoren, beoordelen, inzamelen en recycleren om te voldoen aan de in deze richtlijn vervatte kwantitatieve doelstellingen voor de inzameling en recyclage van vistuig dat kunststoffen bevat.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)   In de strategische plannen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) moet het probleem van kunststofafval van de landbouw aan de orde worden gesteld en de Commissie moet in voorkomend geval bij de tussentijdse evaluatie in 2023 een norm voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond met betrekking tot kunststofafval invoeren als nieuw aspect van aangescherpte conditionaliteit. Landbouwers zouden uit hoofde van de nieuwe randvoorwaarde verplicht zijn om een erkend afvalverwerkingsbedrijf in te schakelen voor de inzameling en recyclage van kunststof en om bewijs te bewaren waaruit blijkt dat het kunststofafval correct is verwerkt.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken.
(18)  Om ongepaste vormen van verwijdering, die leiden tot kunststofbevattend zwerfvuil op zee, te voorkomen, moeten de consumenten correct worden geïnformeerd over de beste beschikbare manieren om afval te verwijderen en/of over verwijderingsmethoden die vermeden moeten worden, over de beste afvalverwijderingspraktijken en de milieueffecten van slechte verwijderingspraktijken, en over het kunststofgehalte van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig, teneinde hen aan te zetten tot verantwoord consumentengedrag op het gebied van passende afvalverwijdering. Daarom zouden de lidstaten verplicht moeten worden de nodige bewustmakingsmaatregelen te nemen om te verzekeren dat dit soort informatie aan de consumenten wordt gegeven. Deze informatie moet ook de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het rioleringsnet omvatten. De informatie mag geen promotionele inhoud bevatten die aanspoort tot gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De lidstaten moeten in de gelegenheid gesteld worden maatregelen te kiezen die het best passen bij de aard van het product of het gebruik ervan. De bestrijding van zwerfvuil is een gedeelde inspanning van bevoegde autoriteiten, producenten en consumenten. Producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, zouden de kosten voor de bewustmakingsmaatregelen via hun verplichte uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten dekken. Producenten moeten ertoe worden aangemoedigd hun commerciële macht te gebruiken om het duurzame en circulaire gebruik van hun producten te bevorderen.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18 bis (nieuw)
(18 bis)   Overeenkomstig het Unierecht is de Commissie verplicht de lidstaten te ondersteunen bij de uitwerking van strategieën en plannen om de verspreiding van vistuig op zee terug te dringen, ook via subsidies van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV). De inspanningen kunnen onder meer de vorm aannemen van bewustmakingscampagnes en ‑programma's over de effecten van dit soort afval op de mariene ecosystemen, onderzoek naar de mogelijkheid van biologisch afbreekbaar/composteerbaar vistuig, scholingsprojecten voor de vissers en specifieke overheidsprogramma's voor het verwijderen van kunststof en andere voorwerpen uit het mariene milieu.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20
(20)  Drankflessen die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Dat zal een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelingspercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt.
(20)  Drankflessen (met doppen en deksels) die als kunststofproducten voor eenmalig gebruik ingedeeld zijn, zijn een van de meest op de stranden van de Europese Unie aangetroffen stukken marien zwerfvuil. Dat is het gevolg van de inefficiëntie van de systemen voor gescheiden inzameling en van het feit dat consumenten weinig gebruikmaken van deze systemen. Het is dan ook noodzakelijk om efficiëntere systemen voor gescheiden inzameling te bevorderen en de productie uit gerecycleerd materiaal te verhogen, en daartoe zou een minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling moeten worden vastgesteld voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik. De lidstaten zouden die minimumstreefwaarde moeten kunnen halen door streefwaarden voor gescheiden inzameling vast te stellen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik in het kader van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid of door statiegeldregelingen of enige andere maatregel die zij gepast vinden, vast te stellen. Deze minimumstreefwaarde voor inzameling moet gepaard gaan met een vereiste voor een specifiek gehalte aan gerecycleerd materiaal voor plastic flessen, om te garanderen dat het aanvullend ingezamelde plastic opnieuw wordt gebruikt of wordt gerecycleerd en dus opnieuw in de circulaire economie terechtkomt. Deze maatregelen zullen een directe, positieve uitwerking hebben op de inzamelings- en recyclagepercentages, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal en de kwaliteit van het recyclaat, wat dan weer nieuwe kansen oplevert voor de recyclagesector en voor de recyclaatmarkt. Bij de uitvoering van de maatregelen om de minimumstreefwaarde voor gescheiden inzameling te halen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de goede werking van bestaande regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid behouden blijft. De Commissie moet richtsnoeren voor de werking van statiegeldregelingen vaststellen voor de lidstaten die ervoor kiezen dergelijke regelingen op te zetten.
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis)  In Richtlijn 2008/98/EG is "gescheiden inzameling" gedefinieerd als de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt naar soort en aard van het afval om een specifieke behandeling te vergemakkelijken. In Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad1 bis tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG wordt opgemerkt dat gescheiden inzameling kan worden gerealiseerd door middel van huis-aan-huis-inzameling, inlever- en innamesystemen of andere inzamelingsregelingen. Artikel 10, lid 3, onder a), van Richtlijn 2008/98/EG voorziet in een afwijking waarbij het mogelijk is bepaalde soorten afval gezamenlijk in te zamelen, op voorwaarde dat dit geen belemmering vormt voor hoogwaardige recycling of andere nuttige toepassingen van afval in overeenstemming met de afvalhiërarchie, en een output van die handelingen oplevert waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt. Die afwijking moet ook bij de uitvoering van deze richtlijn beschikbaar zijn.
_____________
1 bis Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 109).
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien. Tijdens de evaluatie moet ook worden bekeken of wetenschappelijke en technische ontwikkelingen die zich in de tussentijd hebben voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen en de uitwerking van criteria of een norm voor de biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in het mariene milieu, zoals in de Europese kunststoffenstrategie voorzien, al dan niet de mogelijkheid bieden om een norm voor biologische afbreekbaarheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het mariene milieu vast te stellen. Die norm zou een norm omvatten om te testen of kunststoffen, als gevolg van hun fysische of biologische afbraak in het mariene milieu, volledig en snel genoeg zouden afbreken tot koolstofdioxide (CO2), biomassa en water dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu. Als dat het geval is, kunnen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die aan een dergelijke norm voldoen, vrijgesteld worden van het verbod op het in de handel brengen ervan. Terwijl de Europese kunststoffenstrategie al de nodige actie voorziet op dit vlak, erkent zij ook dat het opzetten van een regelgevend kader voor kunststoffen met biologisch afbreekbare eigenschappen een uitdaging zal zijn, vanwege de verschillende mariene omstandigheden die zich in diverse zeeën kunnen voordoen.
(22)  Krachtens paragraaf 22 van het Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 201648 moet de Commissie deze richtlijn evalueren. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op ervaringen die verworven en gegevens die verzameld zijn tijdens de uitvoering van deze richtlijn, en gegevens die verzameld zijn in het kader van Richtlijn 2008/56/EG of Richtlijn 2008/98/EG. De evaluatie zou de basis moeten zijn voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen, met inbegrip van het vaststellen van reductiestreefwaarden voor de hele Unie voor 2030 en daarna, en een beoordeling of, met het oog op de monitoring van zwerfvuil op zee in de Europese Unie, de bijlage waarin de kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn opgenomen al dan niet moet worden herzien.
___________________
___________________
48.  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
48.  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.
(23)  De lidstaten moeten regels vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze richtlijn, en erop toezien dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. Daarnaast moeten consumenten naargelang het geval worden beloond of bestraft voor hun gedrag.
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
(25)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het voorkomen en verminderen van de effecten op het milieu en op de menselijke gezondheid van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat, het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van de bevordering van vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen, waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de efficiënte werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar eerder vanwege de omvang en gevolgen van de actie beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)  Aangezien kunststofzwerfvuil op zee niet beperkt is tot het mariene milieu rondom de Unie en aangezien een enorme hoeveelheid kunststofzwerfvuil op zee wordt aangetroffen in andere werelddelen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de uitvoer van afval naar derde landen het volume kunststofzwerfvuil op zee elders niet groter maakt.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 ter (nieuw)
(25 ter)  De lidstaten kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het beperken van zwerfvuil op zee door hun kennis en deskundigheid inzake het duurzame beheer van materialen te delen met derde landen.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25 quater (nieuw)
(25 quater)  Overheidsinstanties, met inbegrip van de Europese instellingen, moeten het goede voorbeeld geven.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1
Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.
Deze richtlijn heeft tot doel de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu, in het bijzonder op het aquatisch milieu en in het water levende organismen, en op de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen, en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende en duurzame bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen tot de efficiënte werking van de interne markt.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1
Deze richtlijn is van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig dat kunststoffen bevat.
Deze richtlijn is van toepassing op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en op vistuig en aquacultuurgerei dat kunststoffen bevat.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 1
(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;
(1)  "kunststof": een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten wordt gebruikt of kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gemodificeerd zijn;
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
(2 bis)  "zeer lichte plastic draagtassen": lichte plastic draagtassen zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1 quater, van Richtlijn 94/62/EG met een wanddikte van minder dan 15 micron;
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 3
(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen of te vangen, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken en te vangen;
(3)  "vistuig": elk voorwerp of werktuig dat wordt gebruikt in de visserij en de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of in te sluiten voor de kweek, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of in te sluiten;
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4
(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten;
(4)  "afgedankt vistuig": elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen van Richtlijn 2008/98/EG, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan dergelijk vistuig toen het werd achtergelaten of verloren;
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 10
(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150 kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat in de handel brengt, met uitzondering van personen die visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 28, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;
(10)  "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van op afstand gesloten overeenkomsten zoals bedoeld in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 201150, beroepsmatig kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat ontwikkelt, vervaardigt, behandelt, verwerkt, verkoopt of invoert en daarmee in de handel brengt, met uitzondering van personen die aquacultuur bedrijven of visserijactiviteiten uitvoeren zoals gedefinieerd in artikel 4, leden 25 en 28, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad51;
___________________
___________________
50 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
50 Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
51 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 11 bis (nieuw)
(11 bis)  "gescheiden inzameling": gescheiden inzameling zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 11, van Richtlijn 2008/98/EG;
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)
(13 bis)  "biologisch afbreekbare kunststoffen": kunststoffen die zodanig fysisch of biologisch afbreekbaar zijn dat ze uiteindelijk uiteenvallen in kooldioxide (CO2), biomassa en water en die in overeenstemming met de Europese normen inzake verpakkingen terugwinbaar zijn door middel van compostering en anaerobe vergisting;
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)
(14 bis)  "tabaksproducten": tabaksproducten zoals gedefinieerd in punt 4 van artikel 2 van Richtlijn 2014/40/EU.
Amendementen 118, 54 en 119
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4
Artikel 4
Artikel 4
Consumptievermindering
Consumptievermindering
1.  De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een aanzienlijke vermindering te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
1.  De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om op hun grondgebied tegen 2025 een ambitieuze en duurzame vermindering met ten minste 25 % te realiseren van de consumptie van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale streefwaarden voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten bij de verkooppunten aan de eindconsument aangeboden worden, en economische instrumenten zoals ervoor zorgen dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis bij de verkooppunten aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten.
Deze maatregelen kunnen maatregelen zijn om ervoor te zorgen dat er voor eindconsumenten bij verkooppunten herbruikbare alternatieven voor de bewuste producten beschikbaar zijn, of economische maatregelen, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat er bij de verkooppunten geen gratis kunststofproducten voor eenmalig gebruik aan de eindconsument worden aangeboden. Welke maatregel wordt toegepast, zal afhangen van de effecten op het milieu van de in de eerste alinea genoemde producten gedurende hun levenscyclus, ook wanneer ze worden achtergelaten.
De lidstaten stellen nationale plannen op waarin de krachtens dit lid vastgestelde maatregelen worden beschreven. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de plannen en werken ze zo nodig bij. De Commissie kan op basis van die plannen aanbevelingen doen.
De lidstaten stellen nationale kwantitatieve verminderingsstreefwaarden vast ter verwezenlijking van de in de eerste alinea van dit lid genoemde doelstelling. Die streefwaarden worden uiterlijk … [einddatum voor omzetting van deze richtlijn] vastgesteld
De krachtens dit lid vastgestelde maatregelen zijn proportionel en niet-discriminerend. De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/15351 bis in kennis van die maatregelen, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.
2.  De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de aanzienlijke vermindering in consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
2.  De Commissie stelt uiterlijk ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast waarin de methodes worden vastgesteld voor de berekening en verificatie van de ambitieuze en blijvende vermindering in consumptie van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarnaar in lid 1 wordt verwezen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
2 bis.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om een blijvende vermindering van de milieueffecten van afval van tabaksproducten, en met name kunststofbevattende filters van tabaksproducten, tot stand te brengen door het afval van kunststofbevattende filters na consumptie van tabaksproducten als volgt terug te dringen: met 50 % tegen 2025 en met 80 % tegen 2030, ten opzichte van het gewogen gemiddelde van tabaksproducten met filter die tussen 2014 en 2016 in de handel zijn gebracht.
_________________
1 bis Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels waarvan een aanzienlijk deel van kunststoffen is gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven.
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik met doppen en deksels die van kunststoffen zijn gemaakt, alleen in de handel mogen worden gebracht als de doppen en deksels tijdens de fase van beoogd gebruik van het product aan de verpakking bevestigd blijven.
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel C van de bijlage opgenomen drankflessen uiterlijk in 2025 alleen in de handel mogen worden gebracht als ze voor ten minste 35 % uit gerecycleerd materiaal vervaardigd zijn en recycleerbaar zijn.
Uiterlijk 1 januari 2022 stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin de methoden worden vastgesteld voor de berekening van het gehalte aan gerecycleerd materiaal. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 2
2.  Voor wat betreft de toepassing van dit artikel wordt verondersteld dat metalen doppen met kunststofverzegeling niet voor een aanzienlijk deel van kunststoffen zijn gemaakt.
2.  Voor wat betreft de toepassing van dit artikel wordt verondersteld dat metalen doppen met kunststofverzegeling niet van kunststoffen zijn gemaakt. Glazen en metalen drankverpakkingen met doppen en deksels van kunststof vallen niet onder dit artikel.
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 6 – lid 3
3.  De Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties geharmoniseerde normen te ontwikkelen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde eis.
3.  Uiterlijk ... [3 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verzoekt de Commissie de Europese normalisatieorganisaties geharmoniseerde normen te ontwikkelen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde eis. In deze normen wordt met name rekening gehouden met de noodzaak om de nodige sterkte, betrouwbaarheid en veiligheid van sluitingen van drankverpakkingen, met inbegrip van die voor koolzuurhoudende dranken, te waarborgen.
Amendementen 59 en 140
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7
Artikel 7
Artikel 7
Markeringsvoorschriften
Markeringsvoorschriften
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over een of meer van de volgende zaken:
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de verkoopverpakkingen van de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, zowel de verpakking van meerdere eenheden als elke afzonderlijk verpakte eenheid, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over het volgende:
(a)  passende manieren om het product te verwijderen of en verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,
(a)  passende manieren om het product te verwijderen en/of verwijderingsmethoden die voor dit product vermeden moeten worden,
(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten, of
(b)  de negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering van de producten,
(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product.
(c)  de aanwezigheid van kunststoffen in het product, en
(c bis)   de aanwezigheid in het product van zorgwekkende chemische stoffen, zoals gevaarlijke metalen, ftalaten, PFAS, bisfenolen, alsook hormoonontregelende stoffen en andere zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) in het kader van Verordening (EG) nr. 1907/2006.
De lidstaten zorgen er bovendien voor dat de verkoopverpakkingen van de in deel D van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, met uitzondering van tabaksproducten met filter, en filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten, zowel de verpakking van meerdere eenheden als elke afzonderlijk verpakte eenheid, worden voorzien van een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument over de recycleerbaarheid van het product.
2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
2.  De Commissie stelt tegen … [12 maanden vóór de einddatum voor omzetting van deze richtlijn] een uitvoeringshandeling vast met daarin de specificaties voor de markering van lid 1, neemt daarbij bestaande vrijwillige sectorale overeenkomsten in ogenschouw en besteedt bijzondere aandacht aan de noodzaak om misleidende informatie voor de consument te voorkomen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Amendement 146
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 7 bis (nieuw)
Artikel 7 bis
Bepalingen met betrekking tot sanitaire artikelen
De lidstaten voorkomen het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen in de samenstelling van de in deel D van de bijlage opgenomen maandverbanden, tampons en inbrenghulzen.
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1
Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komt van de producenten van die producten.
Wat de regelingen betreft die krachtens lid 1 worden opgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat de kosten voor de inzameling van afval bestaande uit van de in deel E van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komen van de producenten van die producten. De door de producenten betaalde financiële bijdragen om aan deze verplichtingen te voldoen, bedragen niet meer dan de kosten die noodzakelijk zijn om deze diensten op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en worden tussen de betrokken actoren op transparante wijze vastgesteld.
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
Wat de in de eerste alinea bedoelde kosten voor de opruiming van zwerfvuil betreft, zorgen de lidstaten ervoor dat de door de producenten betaalde financiële bijdragen op evenredige wijze worden vastgesteld en worden gedifferentieerd overeenkomstig artikel 8 bis, lid 4, van Richtlijn 2008/98/EG, en dat erin rekening wordt gehouden met de kosten voor de opruiming van afzonderlijke producten of productgroepen. De kosten worden beperkt tot activiteiten die regelmatig door of namens overheden worden uitgevoerd, met inbegrip van afvalopruimingswerkzaamheden om aan de betreffende verplichtingen inzake afvalpreventie en milieubescherming in het kader van wetgevingshandelingen van de Unie te voldoen.
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)
De Commissie ontwikkelt, in overleg met de lidstaten, richtsnoeren met betrekking tot de verdeling van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil dat onder de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid valt.
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die krachtens lid 1 van dit artikel worden opgesteld voor kunststofbevattende filters van tabaksproducten bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 4, lid 2 bis, neergelegde milieudoelstelling, onder meer door ervoor te zorgen dat de kosten voor de inzameling van afval van die producten en voor het vervoer en de verwerking ervan achteraf, met inbegrip van de kosten voor de opruiming van zwerfvuil en de kosten voor de in artikel 10 bedoelde bewustmakingsmaatregelen met betrekking tot die producten, voor rekening komen van de producenten van kunststofbevattende filters van tabaksproducten. Om die doelstelling te verwezenlijken, kunnen de lidstaten onder meer verlangen dat de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in inzamelsystemen voorzien of inzamelingsinfrastructuur financieren voor gebruikte filters, of de ontsmetting en recyclage van gebruikte filters bevorderen door een afvalverwerkingsketen tot stand te brengen.
Amendement 64
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 3
3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
3.  De lidstaten zorgen voor de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor vistuig dat kunststoffen bevat en op de EU-markt in de handel wordt gebracht, in overeenstemming met de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De lidstaten garanderen op basis daarvan dat er een jaarlijks minimuminzamelingspercentage wordt gerealiseerd voor vistuig dat kunststof bevat. Vanaf 2025 bedraagt het minimuminzamelingspercentage 50 %, berekend op basis van het totale gewicht van het kunststofbevattend vistuig van de betreffende lidstaat in een bepaald jaar, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde gewicht van het kunststofbevattend vistuig dat de voorgaande drie jaren in die lidstaat in de handel is gebracht.
Zij zorgen er ook voor dat dergelijke regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor kunststofbevattend vistuig tegen 2025 een recyclagestreefwaarde van ten minste 15 % realiseren. Om deze streefwaarde te halen, kunnen de lidstaten bovendien verlangen dat de regelingen onder meer:
a)  de financiële bijdragen differentiëren overeenkomstig artikel 8 bis, lid 4, van Richtlijn 2008/98/EG, ter bevordering van het in de handel brengen van vistuig dat is ontworpen voor hergebruik en recyclage;
b)  statiegeldregelingen omvatten om de inlevering van oud, afgedankt of onbruikbaar vistuig te bevorderen;
c)  regelingen voor monitoring, tracering en rapportage omvatten.
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – lid 4 – alinea 2 bis (nieuw)
Onverminderd de in Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad1 bis vervatte technische maatregelen verzoekt de Commissie de Europese normalisatieorganisaties om geharmoniseerde normen met betrekking tot het circulaire ontwerp van vistuig te ontwikkelen en zo de voorbereiding voor hergebruik en de herbruikbaarheid van afgedankt materiaal te bevorderen.
__________________
1 bis Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1).
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule
De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:
De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat tegen 2025 90 % (op gewichtsbasis) van de in deel F van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in een bepaald jaar in de handel zijn gebracht, gescheiden ingezameld wordt en om te waarborgen dat ze vervolgens worden gerecycleerd. Om deze doelstelling te halen, kunnen de lidstaten onder andere:
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – alinea 1 – alinea 1 bis (nieuw)
De eerste alinea is van toepassing onverminderd artikel 10, lid 3, onder a), van Richtlijn 2008/98/EG.
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 – alinea 1 bis (nieuw)
De Commissie ontwikkelt, in overleg met de lidstaten, richtsnoeren betreffende de werking van statiegeldregelingen.
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10
Artikel 10
Artikel 10
Bewustmakingsmaatregelen
Bewustmakingsmaatregelen
1.  De lidstaten nemen maatregelen om consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat te informeren over:
1.  De lidstaten nemen maatregelen om verantwoordelijk gedrag te stimuleren bij consumenten van de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik en vistuig dat kunststoffen bevat en hen te informeren over:
a)  de beschikbare systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;
a)  de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik van de vermelde producten en van vistuig dat kunststoffen bevat, de mogelijkheden voor afvalbeheer daarvan, en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2008/98/EG;
b)  de effecten op het milieu, en in het bijzonder op het mariene milieu, van zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat.
b)  de effecten op het milieu, en in het bijzonder op het mariene milieu, van zwerfvuil en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de vermelde producten en vistuig dat kunststoffen bevat;
b bis)  de effecten op de riolering van ongepaste vormen van afvalverwijdering van deze producten.
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – alinea 2
Om te voorkomen dat de voedselhygiëne en de voedselveiligheid in het gedrang komen, voldoen de maatregelen die de lidstaten treffen voor de omzetting en uitvoering van de artikelen 4 tot 9 aan de EU-wet inzake voedingsmiddelen.
Om te voorkomen dat de voedselhygiëne en de voedselveiligheid in het gedrang komen, voldoen de maatregelen die de lidstaten treffen voor de omzetting en uitvoering van de artikelen 4 tot 9 aan de EU-wet inzake voedingsmiddelen en aan Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. De lidstaten moedigen waar mogelijk het gebruik van duurzame, veiligere alternatieven voor kunststofproducten aan voor materialen die in contact komen met levensmiddelen.
________________
1 bis Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 11 – alinea 2 bis (nieuw)
De lidstaten zorgen ervoor dat de export van afgedankte materialen naar derde landen niet ergens anders voor meer marien zwerfvuil zorgt.
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 5, 6, 7 en 8 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
1.  De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke of rechtspersonen of hun verenigingen, organisaties of groepen, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 aan te vechten, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13
Artikel 13
Artikel 13
Informatie over toezicht op de uitvoering
Informatie over toezicht op de uitvoering
1.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad52 en Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad53 stellen de lidstaten, met hulp van het Europees Milieuagentschap, een dataset op die het volgende omvat:
1.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad52 en Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad53 stellen de lidstaten, met hulp van het Europees Milieuagentschap, een dataset op die het volgende omvat:
a)  de gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;
a)  de gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de EU-markt in de handel zijn gebracht, in het kader van het staven van de consumptievermindering in overeenstemming met artikel 4, lid 1;
a bis)  de gegevens over het in de handel brengen en gescheiden inzamelen van de in deel F van de bijlage opgenomen producten, in het kader van het staven van de vooruitgang met het bereiken van de in artikel 9 vastgestelde streefwaarde;
a ter)  de gegevens over de in deel G van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar op de Uniemarkt in de handel zijn gebracht, om de consumptie ervan in de Unie op te volgen;
a quater)  gegevens over het in de handel gebrachte vistuig dat kunststoffen bevat en het ingezamelde en verwerkte afgedankte vistuig;
b)  informatie over de maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, door de lidstaten zijn getroffen.
b)  informatie over de plannen en maatregelen die voor de doeleinden van artikel 4, lid 1, door de lidstaten zijn getroffen;
b bis)  gegevens over marien zwerfvuil, en met name het zwerfvuil dat afkomstig is van onder deze richtlijn vallende producten, om de effecten van de genomen maatregelen op te volgen.
De onder a) van het eerste lid bedoelde gegevens worden jaarlijks bijgewerkt, binnen 12 maanden na het einde van het referentiejaar waarvoor zij zijn verzameld. Waar mogelijk wordt voor de presentatie van de datasets gebruik gemaakt van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2007/2/EG.
De onder a) van de eerste alinea bedoelde gegevens worden uiterlijk … [12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] voor het eerst gerapporteerd. De onder a) tot en met a quater) van de eerste alinea bedoelde gegevens worden jaarlijks bijgewerkt, binnen 12 maanden na het einde van het referentiejaar waarvoor zij zijn verzameld. Waar mogelijk wordt voor de presentatie van de datasets gebruik gemaakt van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2007/2/EG.
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie en het Europese Milieuagentschap toegang hebben tot de datasets die overeenkomstig lid 1 zijn opgesteld.
2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie en het Europese Milieuagentschap toegang hebben tot de datasets die overeenkomstig lid 1 zijn opgesteld.
3.  Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt deze regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.
3.  Het Europese Milieuagentschap publiceert een overzicht van de Unie als geheel en werkt dit regelmatig bij op basis van de gegevens die door de lidstaten worden verzameld. Het overzicht omvat in voorkomend geval indicatoren voor de outputs, resultaten en effecten van deze richtlijn, overzichtskaarten voor de hele EU en samenvattende verslagen van de lidstaten.
4.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen over het formaat voor de in lid 1 bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
4.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast over het formaat voor de in lid 1 bedoelde dataset, informatie en gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
___________________
___________________
52 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
52 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
53 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).
53 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).
Amendement 74 en 150
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15
Artikel 15
Artikel 15
Evaluatie en herziening
Evaluatie en herziening
1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [zes jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.
1.  De Commissie evalueert deze richtlijn tegen … [vijf jaar na de einddatum voor omzetting van deze richtlijn]. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 bedoelde verslag.
2.  De Commissie legt overeenkomstig lid 1 een verslag over de belangrijkste bevindingen van de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.
2.  De Commissie legt overeenkomstig lid 1 een verslag over de belangrijkste bevindingen van de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dat verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een wetgevingsvoorstel. In dat voorstel worden indien nodig bindende kwantitatieve streefwaarden ter vermindering van de consumptie op Unieniveau vastgesteld voor de in deel A van de bijlage opgenomen producten.
2 bis.  De Commissie en de lidstaten zetten ten laatste tegen 31 juli 2020 een EU-breed programma op voor de opruiming van kunststofafval in oceanen, en promoten dit initiatief op internationaal niveau.
3.  In dat verslag wordt ook vermeld of:
3.  Het verslag bevat:
a)  het nodig is de bijlage met de kunststofproducten voor eenmalig gebruik te herzien;
a)   een beoordeling van de vraag of het nodig is de bijlage met de kunststofproducten voor eenmalig gebruik te herzien;
b)  het haalbaar is om bindende kwantitatieve streefwaarden op EU-niveau vast te stellen voor de vermindering van de consumptie van, in het bijzonder, de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
b)   een onderzoek van de vraag of het haalbaar is om bindende kwantitatieve streefwaarden op Unieniveau vast te stellen voor de vermindering van de consumptie van, in het bijzonder, de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik; in dit verband wordt in het verslag de vaststelling van in absolute cijfers uitgedrukte streefwaarden bekeken, rekening houdend met de consumptieniveaus en de reeds bereikte vermindering in de lidstaten;
b bis)  een beoordeling van de verandering in de materialen die gebruikt worden voor de producten die onder deze richtlijn vallen, en van de innovatie op het vlak van nieuwe afleveringssystemen voor herbruikbare alternatieven voor die producten; dit omvat een algemene analyse van de milieu-levenscyclus van die materialen en de resulterende alternatieven;
c)  er voldoende wetenschappelijke en technische vorderingen zijn gemaakt, en er criteria of een norm voor biologische afbreekbaarheid in het mariene milieu is/zijn ontwikkeld die van toepassing is/zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn en hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, om te bepalen welke producten niet langer onderworpen hoeven worden aan beperkingen voor het in de handel brengen, in voorkomend geval.
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
In afwijking van de eerste alinea van dit lid doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] te voldoen aan de in artikel 13, lid 1, onder a) neergelegde rapportageverplichtingen.
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 1 – alinea 2
De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 5 en artikel 7 lid 1, te voldoen echter met ingang van ... [2 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn] en de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 6, lid 1, te voldoen met ingang van ... [3 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn].
De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 5 en artikel 7 lid 1, te voldoen echter met ingang van ... [2 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn] en de maatregelen die nodig zijn om aan artikel 6, lid 1, te voldoen met ingang van ... [3 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn], met uitzondering van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan het in artikel 6, lid 1, bedoelde vereiste met betrekking tot drankverpakkingen voor koolzuurhoudende dranken, die de lidstaten treffen met ingang van ... [5 jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn].
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 2
2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie ziet erop toe dat deze bepalingen geen onnodige belemmeringen vormen voor de werking van de interne markt.
Amendement 78 en 124/rev
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel A
Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4 (Consumptievermindering)
Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4 (Consumptievermindering)
–  bekers voor dranken, met inbegrip van de bijbehorende deksels,
–  voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,
–  voedselverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten zoals dozen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder enige verdere bereiding, uit de recipiënt geconsumeerd te worden, zoals voedselverpakkingen voor fastfood, maar met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten,
De verkoop van voedingsmiddelen in eenpersoonsverpakkingen, of in een verpakking met bestek, is een aanwijzing dat de voedingsmiddelen in kwestie bestemd zijn om direct uit de recipiënt te worden geconsumeerd.
"Verdere bereiding" houdt handelingen in zoals opwarmen, kokend water toevoegen, wassen, in plakken snijden en versnijden.
Onder de delen A, E en G van deze bijlage vallende kunststoffen houders van voedingsmiddelen voor eenmalig gebruik zijn bijvoorbeeld:
–  verpakkingen voor fastfood zoals maaltijddozen en slaatjesdozen met voedingsmiddelen voor koude consumptie,
–  verpakkingen voor fastfood zoals maaltijddozen en slaatjesdozen met voedingsmiddelen voor warme consumptie, behalve wanneer de consument de voedingsmiddelen na aankoop van het product moet opwarmen,
–  hamburgerdozen, broodjesdozen, wrapdozen,
–  per stuk verkochte eenpersoonsverpakkingen van verse of verwerkte voedingsmiddelen die geen verdere bereiding behoeven, zoals fruit, groenten, desserts of ijsjes.
Onder de delen A, E en G van deze bijlage vallende verpakkingen die geen kunststoffen houders van voedingsmiddelen voor eenmalig gebruik zijn, zijn bijvoorbeeld:
–  voedselverpakkingen met gedroogde voedingsmiddelen of koud verkochte voedingsmiddelen die verdere bereiding behoeven,
–  verpakkingen met voedingsmiddelen in hoeveelheden voor meer dan één persoon,
–  in meer dan één eenheid verkochte voedselverpakkingen voor eenpersoonsporties.
–  bekers voor dranken.
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel B – streepje 2
—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes),
—  bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes), tot 2023 met uitzondering van bestek dat aan onderwijsinstellingen of gezondheidszorginstellingen wordt geleverd in het kader van overheidsopdrachten voor leveringen1 bis zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2014/24/EU die vóór 31 december 2018 zijn gegund.
___________________
1 bis "overheidsopdrachten voor leveringen": overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Als overheidsopdracht voor leveringen kunnen worden beschouwd, als bijkomstig element, plaatsings- en installatiewerkzaamheden.
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel B – streepje 3
—  borden,
—  borden, tot 2023 met uitzondering van borden die aan onderwijsinstellingen of gezondheidszorginstellingen worden geleverd in het kader van overheidsopdrachten voor leveringen1 bis zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2014/24/EU die vóór 31 december 2018 zijn gegund.
___________________
1 bis "overheidsopdrachten voor leveringen": overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Als overheidsopdracht voor leveringen kunnen worden beschouwd, als bijkomstig element, plaatsings- en installatiewerkzaamheden.
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel B – streepje 6
—  stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld, inclusief de mechanismen van dergelijke stokjes.
—  stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld, met uitzondering van de mechanismen van dergelijke stokjes.
Amendement 83 en 117
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel B – streepje 6 bis (nieuw)
—   producten die zijn gemaakt van onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen,
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel B – streepje 6 ter (nieuw)
—  voedsel- en drankverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die bestemd zijn om ter plaatse of na afhaling direct, zonder verdere bereiding, uit de recipiënt te worden geconsumeerd.
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel C – streepje 1
—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels.
—  Drankverpakkingen, dat wil zeggen recipiënten voor het houden van dranken zoals drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen of deksels, met uitzondering van verpakkingen bedoeld en gebruikt voor voeding voor medisch gebruik in vloeibare vorm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, onder g), van Verordening (EU) nr. 609/2013.
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel D – streepje 3
—  ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verdeeld.
Schrappen
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel D – streepje 3 bis (nieuw)
–  tabaksproducten met filter, en filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten.
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel D – streepje 3 ter (nieuw)
–  zakjes en wikkels gemaakt van flexibel materiaal die voedingsmiddelen bevatten die bedoeld zijn om onmiddellijk uit het zakje of de wikkel te worden geconsumeerd, zonder enige verdere bereiding,
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel D – streepje 3 quater (nieuw)
–  bekers voor dranken.
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel E – streepje 4
–  bekers voor dranken,
–  bekers voor dranken, met inbegrip van de bijbehorende doppen en deksels,
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I – deel F – streepje 1
—  Drankflessen.
—  Drankflessen, met inbegrip van de bijbehorende doppen en deksels.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0317/2018).

Laatst bijgewerkt op: 9 maart 2020Juridische mededeling - Privacybeleid