Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0070(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0336/2018

Ingediende teksten :

A8-0336/2018

Debatten :

PV 14/11/2018 - 23
CRE 14/11/2018 - 23

Stemmingen :

PV 15/11/2018 - 5.6
CRE 15/11/2018 - 5.6
PV 18/04/2019 - 10.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0463
P8_TA(2019)0436

Aangenomen teksten
PDF 199kWORD 70k
Donderdag 15 november 2018 - Straatsburg
Persistente organische verontreinigende stoffen ***I
P8_TA(2018)0463A8-0336/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 15 november 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking) (COM(2018)0144 – C8-0124/2018 – 2018/0070(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Bij de uitvoering op Unieniveau van de bepalingen van het verdrag moet worden gezorgd voor coördinatie en samenhang met de bepalingen van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel, dat op 19 december 2002 door de Unie is goedgekeurd17 en het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, dat op 1 februari 1993 door de Unie is goedgekeurd18. Deze coördinatie en samenhang moet tevens worden behouden bij de deelname aan de uitvoering en verdere ontwikkeling van de SAICM (Strategic Approach to International Chemicals Management, strategische aanpak van het internationale beheer van chemicaliën), die op 6 februari 2006 is goedgekeurd tijdens de eerste Internationale Conferentie inzake het beheer van chemische stoffen in Dubai in het kader van de Verenigde Naties.
(5)  Bij de uitvoering op Unieniveau van de bepalingen van het verdrag moet worden gezorgd voor coördinatie en samenhang met de bepalingen van het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel, dat op 19 december 2002 door de Unie is goedgekeurd17; van het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, dat op 1 februari 1993 door de Unie is goedgekeurd18; en van het Verdrag van Minamata inzake kwik, dat op 11 mei 2017 door de Unie is goedgekeurd18 bis. Deze coördinatie en samenhang moet tevens worden behouden bij de deelname aan de uitvoering en verdere ontwikkeling van de SAICM (Strategic Approach to International Chemicals Management, strategische aanpak van het internationale beheer van chemicaliën), die op 6 februari 2006 is goedgekeurd tijdens de eerste Internationale Conferentie inzake het beheer van chemische stoffen in Dubai in het kader van de Verenigde Naties.
_________________
_________________
17 PB L 63 van 6.3.2003, blz. 29.
17 PB L 63 van 6.3.2003, blz. 29.
18 PB L 39 van 16.2.1993, blz. 3.
18 PB L 39 van 16.2.1993, blz. 3.
18 bis PB L 142 van 2.6.2017, blz. 4.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Verouderde of onzorgvuldig beheerde voorraden POP's kunnen ernstige gevaren voor het milieu en de gezondheid van de mens opleveren, bijvoorbeeld door verontreiniging van de bodem en het grondwater. Daarom moeten regels betreffende het beheer van dergelijke voorraden worden vastgesteld die strenger zijn dan de in het verdrag vastgestelde regels. Voorraden van verboden stoffen moeten als afval worden behandeld, terwijl voorraden van stoffen waarvan de vervaardiging of het gebruik nog wordt toegelaten, bij de instanties moeten worden aangemeld en onder afdoende toezicht moeten staan. Met name aanwezige voorraden van verboden POP's of voorraden die dergelijke stoffen bevatten, moeten zo spoedig mogelijk als afval worden behandeld.
(10)  Verouderde of onzorgvuldig beheerde voorraden POP's kunnen ernstige gevaren voor het milieu en de gezondheid van de mens opleveren, bijvoorbeeld door verontreiniging van de bodem en het grondwater. Daarom moeten regels betreffende het beheer van dergelijke voorraden worden vastgesteld die strenger zijn dan de in het verdrag vastgestelde regels. Voorraden van verboden stoffen moeten als afval worden behandeld, terwijl voorraden van stoffen waarvan de vervaardiging of het gebruik nog wordt toegelaten, bij de instanties moeten worden aangemeld en onder afdoende toezicht moeten staan. Met name aanwezige voorraden van verboden POP's of voorraden die dergelijke stoffen bevatten, moeten zo spoedig mogelijk als afval worden behandeld. Indien in de toekomst andere stoffen worden verboden, moeten de voorraden daarvan eveneens onmiddellijk worden vernietigd en mogen geen voorraden daarvan worden opgebouwd. Gezien de specifieke problemen van bepaalde lidstaten, moet er via de bestaande financiële instrumenten van de Unie voor gepaste financiële en technische ondersteuning worden gezorgd.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Overeenkomstig het protocol en het verdrag moet de vrijkoming van POP's die als onopzettelijk bijproduct van industriële processen ontstaan, zo spoedig mogelijk worden vastgesteld en beperkt met als uiteindelijk doel beëindiging daarvan, waar dit mogelijk is. Er moeten afdoende nationale actieplannen worden uitgevoerd en ontwikkeld voor alle bronnen en maatregelen, ook degene waarvoor al bepalingen in de bestaande wetgeving van de Unie zijn opgenomen, om die vrijkoming continu en op een kosteneffectieve manier terug te dringen. Hiertoe moeten in het kader van het verdrag toereikende instrumenten worden ontwikkeld.
(11)  Overeenkomstig het protocol en het verdrag moet de vrijkoming van POP's die als onopzettelijk bijproduct van industriële processen ontstaan, zo spoedig mogelijk worden vastgesteld en beperkt met als uiteindelijk doel beëindiging daarvan, waar dit mogelijk is. Er moeten zo snel mogelijk afdoende nationale actieplannen worden uitgevoerd en ontwikkeld voor alle bronnen en maatregelen, ook degene waarvoor al bepalingen in de bestaande wetgeving van de Unie zijn opgenomen, om die vrijkoming continu en op een kosteneffectieve manier terug te dringen. Hiertoe moeten in het kader van het verdrag toereikende instrumenten worden ontwikkeld.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  De technische en administratieve aspecten van deze verordening moeten op Unieniveau doeltreffend worden gecoördineerd en beheerd. Het bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgerichte Europees Agentschap voor chemische stoffen ("het Agentschap") heeft de bekwaamheid en ervaring voor het uitvoeren van wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen en internationale overeenkomsten inzake chemische stoffen. De lidstaten en het Agentschap moeten daarom taken verrichten met betrekking tot de administratieve, technische en wetenschappelijke aspecten van de uitvoering van deze verordening en de uitwisseling van informatie. De rol van het Agentschap moet onder meer bestaan uit het voorbereiden en onderzoeken van technische dossiers, met inbegrip van de raadpleging van belanghebbenden, evenals uit het opstellen van adviezen die de Commissie kan gebruiken bij de overweging al dan niet een voorstel in te dienen om een stof als een POP in het verdrag of het protocol op te nemen. Daarnaast moeten de Commissie, de lidstaten en het Agentschap samenwerken om de internationale verplichtingen van de Unie uit hoofde van het verdrag effectief uit te voeren.
(15)  De technische en administratieve aspecten van deze verordening moeten op Unieniveau doeltreffend worden gecoördineerd en beheerd. Het bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgerichte Europees Agentschap voor chemische stoffen ("het Agentschap") heeft de bekwaamheid en ervaring voor het uitvoeren van wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen en internationale overeenkomsten inzake chemische stoffen. De lidstaten en het Agentschap moeten daarom taken verrichten met betrekking tot de administratieve, technische en wetenschappelijke aspecten van de uitvoering van deze verordening en de uitwisseling van informatie. De rol van het Agentschap moet bestaan uit het voorbereiden en onderzoeken van technische dossiers, met inbegrip van de raadpleging van belanghebbenden, evenals uit het opstellen van adviezen die de Commissie moet gebruiken bij de overweging al dan niet een voorstel in te dienen om een stof als een POP in het verdrag of het protocol op te nemen. Daarnaast moeten de Commissie, de lidstaten en het Agentschap samenwerken om de internationale verplichtingen van de Unie uit hoofde van het verdrag effectief uit te voeren.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  In het verdrag is bepaald dat elke partij een plan voor de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van het verdrag moet opstellen en de uitvoering ervan moet nastreven, naargelang het geval. De lidstaten moeten het publiek de gelegenheid bieden deel te nemen aan het opstellen, uitvoeren en actualiseren van hun uitvoeringsplannen. Aangezien de bevoegdheid dienaangaande door de Unie en de lidstaten wordt gedeeld, moeten zowel op nationaal als op Unieniveau uitvoeringsplannen worden opgesteld. Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Commissie, het Agentschap en de instanties van de lidstaten moeten worden bevorderd.
(16)  In het verdrag is bepaald dat elke partij een plan voor de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van het verdrag moet opstellen en de uitvoering ervan moet nastreven, naargelang het geval, en dit plan zo snel mogelijk en ten laatste op ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] moet doen toekomen aan Conferentie van de partijen. De lidstaten moeten het publiek de gelegenheid bieden deel te nemen aan het opstellen, uitvoeren en actualiseren van hun uitvoeringsplannen. Aangezien de bevoegdheid dienaangaande door de Unie en de lidstaten wordt gedeeld, moeten zowel op nationaal als op Unieniveau uitvoeringsplannen worden opgesteld. Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Commissie, het Agentschap en de instanties van de lidstaten moeten worden bevorderd.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
(17)  De in deel A van bijlage I of deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stoffen mogen alleen toelating krijgen om als tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem te worden vervaardigd en gebruikt indien daartoe uitdrukkelijk in die bijlage een aantekening is opgenomen en de fabrikant de betrokken lidstaat bevestigt dat de stof alleen onder strikt gecontroleerde voorwaarden wordt vervaardigd en gebruikt.
(17)  De in deel A van bijlage I of deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stoffen mogen alleen toelating krijgen om als tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem te worden vervaardigd en gebruikt indien daartoe uitdrukkelijk in die bijlage een aantekening is opgenomen en de fabrikant de betrokken lidstaat bevestigt dat de stof alleen onder strikt gecontroleerde voorwaarden wordt vervaardigd en gebruikt, met name zonder dat hierdoor wezenlijke risico's ontstaan voor het milieu of voor de menselijke gezondheid, en alleen bij gebrek aan een technisch haalbaar alternatief.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  Overeenkomstig het verdrag en het protocol moet informatie over POP's aan de andere partijen bij die overeenkomsten worden verstrekt. Ook de informatie-uitwisseling met derde landen die geen partij bij deze overeenkomsten zijn, moet worden bevorderd.
(18)  Overeenkomstig het verdrag en het protocol moet informatie over POP's aan de andere partijen bij die overeenkomsten worden verstrekt. Ook de informatie-uitwisseling met derde landen die geen partij bij deze overeenkomsten zijn, moet worden bevorderd. Krachtens het verdrag moet elke partij eveneens gepaste strategieën uitwerken om met POP's verontreinigde locaties te identificeren, en uit hoofde van het zevende milieuactieprogramma van de Unie, dat loopt tot 2020, zijn de Unie en haar lidstaten ertoe verplicht hun inspanningen om verontreinigde locaties te saneren, op te drijven.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  Aangezien het publiek zich vaak niet bewust is van het gevaar dat POP's inhouden voor de gezondheid van deze en komende generaties en voor het milieu, met name in ontwikkelingslanden, is voorlichting op grote schaal nodig om meer voorzichtigheid aan de dag te leggen en het publiek meer inzicht te verschaffen in de redenering achter beperkingen en verboden. In overeenstemming met het verdrag moeten bewustmakingsprogramma's over POP's voor het publiek, met name voor de meest kwetsbare groepen, alsmede scholing voor arbeiders, wetenschappers, onderwijzend, technisch en leidinggevend personeel waar mogelijk worden bevorderd en vergemakkelijkt.
(19)  Aangezien het publiek zich vaak niet bewust is van het gevaar dat POP's inhouden voor de gezondheid van deze en komende generaties en voor het milieu, met name in ontwikkelingslanden, is voorlichting op grote schaal nodig om meer voorzichtigheid aan de dag te leggen en het publiek meer inzicht te verschaffen in de redenering achter beperkingen en verboden. In overeenstemming met het verdrag moeten bewustmakingsprogramma's over de impact van POP's op de menselijke gezondheid en het milieu voor het publiek, met name voor de meest kwetsbare groepen, alsmede scholing voor arbeiders, wetenschappers, onderwijzend, technisch en leidinggevend personeel waar mogelijk worden bevorderd en vergemakkelijkt. De Unie moet de toegang tot informatie en inspraak bij besluitvorming garanderen, in uitvoering van het Verdrag van de VN/ECE betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (het Verdrag van Aarhus), dat de Unie op 17 februari 2005 heeft goedgekeurd 1 bis.
_________________
1 bis PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – letter j
j)  "tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem": een stof die wordt vervaardigd in en verbruikt bij of gebruikt voor chemische verwerking om in een of meer stoffen te worden omgezet, waarbij de vervaardiging van het tussenproduct en de omzetting ervan in een of meer andere stoffen op dezelfde locatie plaatsvinden onder strikt gecontroleerde voorwaarden wat inhoudt dat zij gedurende haar hele levenscyclus met technische middelen strikt wordt ingeperkt.
j)  "tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem": een stof die wordt vervaardigd in en verbruikt bij of gebruikt voor chemische verwerking om in een andere stof te worden omgezet, hierna "synthese" genoemd, waarbij de vervaardiging van het tussenproduct en de omzetting ervan middels synthese in een of meer andere stoffen op dezelfde locatie, met inbegrip van een door een of meer rechtspersonen geëxploiteerde locatie, plaatsvinden onder strikt gecontroleerde voorwaarden, wat inhoudt dat zij gedurende haar hele levenscyclus met technische middelen strikt wordt ingeperkt.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3 – alinea 2 – letter b
b)  de fabrikant toont aan dat de stof tijdens het fabricageproces zal worden omgezet in een of meer andere stoffen die niet de kenmerken van een POP vertonen;
b)  de fabrikant toont aan dat de stof tijdens het fabricageproces zal worden omgezet in een of meer andere stoffen die niet de kenmerken van een POP vertonen, dat het niet te verwachten is dat mensen of het milieu gedurende de productie en het gebruik van de stof aan significante hoeveelheden van die stof zullen worden blootgesteld, zoals aangetoond door middel van een beoordeling van het gesloten systeem in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, en dat er geen technisch haalbare alternatieven bestaan voor het gebruik van een in deel A van bijlage I of in deel A van bijlage II bij deze verordening opgenomen stof;
_________________
1 bis Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 – alinea 2
De houder beheert de voorraad op een veilige, doeltreffende en milieuverantwoorde wijze.
De houder beheert de voorraad op een veilige, doeltreffende en milieuverantwoorde wijze, overeenkomstig de drempelwaarden en voorschriften die zijn vastgelegd in Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad1 ter, indien toepasselijk.
_________________
1 bis Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1),
1 ter Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   De in dit artikel bedoelde informatie wordt weergegeven aan de hand van de in Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad bepaalde codes1 bis.
_________________
1 bis Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1).
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 3
3.  Bij het bestuderen van voorstellen voor de bouw van nieuwe installaties of ingrijpende wijziging van bestaande installaties waarbij processen worden gebruikt waarbij in bijlage III vermelde chemische stoffen vrijkomen, schenken de lidstaten, onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad30, bij voorrang aandacht aan alternatieve processen, technieken of methodes die even nuttig zijn, maar waarbij de in bijlage III vermelde chemische stoffen niet worden gevormd en vrijkomen.
3.  Bij het bestuderen van voorstellen voor de bouw van nieuwe installaties of ingrijpende wijziging van bestaande installaties waarbij processen worden gebruikt waarbij in bijlage III vermelde chemische stoffen vrijkomen, schenken de lidstaten bij voorrang aandacht aan alternatieve processen, technieken of methodes29 bis die even nuttig zijn, maar waarbij de in bijlage III vermelde chemische stoffen niet worden gevormd en vrijkomen, dit onverminderd de bepalingen van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad30.
_________________
_________________
29 bis Verdrag van Stockholm over POP's (2008). Guidelines on Best Available Techniques and Provisional Guidance on Best Environmental Practices Relevant to Article 5 and Annex C of the Stockholm Convention on Persistent Organic Pollutants (Richtsnoeren over de beste beschikbare technieken en voorlopige aanwijzingen over de beste milieupraktijken die relevant zijn voor artikel 5 van en bijlage C bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen). Genève, secretariaat van het Verdrag van Stockholm over POP's. http://www.pops.int/Implementation/BATandBEP/BATBEPGuidelinesArticle5/tabid/187/Default.aspx
30 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
30 Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 6
6.  De Commissie kan, in voorkomende gevallen en met inachtneming van technische ontwikkelingen en relevante internationale richtlijnen en besluiten en eventuele vergunningen verleend door een lidstaat of door de door die lidstaat overeenkomstig lid 4 en bijlage V aangewezen instantie, middels uitvoeringshandelingen aanvullende maatregelen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. De Commissie kan met name de door de lidstaten overeenkomstig lid 4, onder b), iii), in te dienen informatie specificeren. Dergelijke maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.
6.  De Commissie kan, in voorkomende gevallen en met inachtneming van technische ontwikkelingen en relevante internationale richtlijnen en besluiten en eventuele vergunningen verleend door een lidstaat of de door die lidstaat overeenkomstig lid 4 en bijlage V aangewezen instantie, uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat wordt bepaald van de door de lidstaten overeenkomstig lid 4, onder b, iii), in te dienen informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter c
c)  de Commissie op verzoek technische en wetenschappelijke ondersteuning en input verlenen voor stoffen die mogelijk aan de criteria om te worden opgenomen in het verdrag of het protocol voldoen;
c)  de Commissie op verzoek solide technische en wetenschappelijke ondersteuning en input verlenen voor stoffen die mogelijk aan de criteria om te worden opgenomen in het verdrag of het protocol voldoen, onder meer met betrekking tot het verhinderen van de productie en het gebruik van nieuwe POP's en met betrekking tot de beoordeling van pesticiden en industriële chemische stoffen die momenteel in gebruik zijn;
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 – letter f
f)  alle ontvangen of beschikbare informatie overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 3, artikel 7, lid 4, onder b), iii), artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 1, verzamelen, registreren en verwerken en beschikbaar stellen aan de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten. Het Agentschap maakt de niet-vertrouwelijke informatie openbaar op zijn website en bevordert de uitwisseling van die informatie met relevante informatieplatformen zoals die welke bedoeld zijn in artikel 13, lid 2;
f)  alle ontvangen of beschikbare informatie overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 3, artikel 5, artikel 7, lid 4, onder b), iii), artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 1, verzamelen, registreren en verwerken en beschikbaar stellen aan de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten. Het Agentschap maakt de niet-vertrouwelijke informatie openbaar op zijn website en bevordert de uitwisseling van die informatie met relevante informatieplatformen zoals die welke bedoeld zijn in artikel 13, lid 2;
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Het Agentschap begint uiterlijk met het verstrekken van de in artikel 8, lid 1, onder a), bedoelde bijstand en de technische en wetenschappelijke richtsnoeren vóór ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   De Commissie organiseert een uitwisseling van informatie met de lidstaten inzake de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen voor het identificeren en beoordelen van locaties die verontreinigd zijn met POP's en voor de aanpak van de significante risico's die deze verontreiniging kan inhouden voor de volksgezondheid en het milieu.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 3
3.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad32 wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie niet als vertrouwelijk beschouwd. Overeenkomstig de wetgeving van de Unie beschermen de Commissie , het Agentschap en de lidstaten die informatie met een derde land uitwisselen, eventuele vertrouwelijke informatie.
3.  Onverminderd Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad32 wordt informatie over de gezondheid en veiligheid van mens en milieu niet als vertrouwelijk beschouwd. Overeenkomstig de wetgeving van de Unie beschermen de Commissie, het Agentschap en de lidstaten die andere informatie met een derde land uitwisselen, eventuele vertrouwelijke informatie.
_________________
_________________
32 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
32 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
De Unie ziet toe op de tenuitvoerlegging en garandeert hierbij de toegang tot informatie en inspraak bij de besluitvorming.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – lid 5
5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de minimaal te verstrekken informatie overeenkomstig lid 1, alsook de definitie van de in lid 1, onder f), bedoelde indicatoren, kaarten en overzichten van de lidstaten wordt bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.
5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het formaat van de te verstrekken informatie overeenkomstig lid 1, alsook de definitie van de in lid 1, onder f), bedoelde indicatoren, kaarten en overzichten van de lidstaten wordt bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 20, lid 2, vastgestelde raadplegingsprocedure.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2
2.  De in artikel 4, lid 3, artikel 7, lid 5, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [...].
2.  De in artikel 4, lid 3, artikel 7, lid 5, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van deze vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met periodes van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke periode tegen de verlenging verzet.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 – lid 1
1.  De Commissie wordt ten aanzien van alle aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, bijgestaan door het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité.
1.   De Commissie wordt bijgestaan door:
a)  het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité, voor wat de uitvoering betreft van de in artikel 13, lid 5, genoemde kwesties, tenzij het om uitvoeringshandelingen gaat waarmee het formaat van de in artikel 13, lid 1, onder a), genoemde informatie met betrekking tot de toepassing van artikel 7, en de in artikel 13, lid 1, onder b), genoemde informatie wordt vastgelegd, en tenzij het gaat om informatie die is ontvangen uit hoofde van artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 4, onder b), iii); alsmede
b)  het bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis ingestelde comité, voor wat de uitvoering betreft van de in artikel 7, lid 6, en artikel 13, lid 5, genoemde kwesties, wanneer het om uitvoeringshandelingen gaat waarmee het formaat van de in artikel 13, lid 1, onder a), genoemde informatie met betrekking tot de toepassing van artikel 7, en de in artikel 13, lid 1, onder b), genoemde informatie wordt vastgelegd, en wanneer het gaat om informatie die is ontvangen uit hoofde van artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 4, onder b), punt iii);
_________________
1 bis Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – Deel A – tabel – rij 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

polychloorbifenylen (pcb's)

1336-36-3 en andere

215-648-1 en andere

Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen artikelen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.

 

 

 

De lidstaten moeten apparatuur (bijv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % PCB's bevatten en een volume van meer dan 0,05 dm3, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op 31 december 2025 identificeren en buiten gebruik stellen.

Amendement

polychloorbifenylen (pcb's)

1336-36-3 en andere

215-648-1 en andere

Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen artikelen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.

 

 

 

De lidstaten moeten ernaar streven om apparatuur (bijv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % PCB's bevatten en een volume van meer dan 0,05 dm3, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 31 december 2025 te identificeren en buiten gebruik te stellen.

Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel A – tabel – rij 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

Bis(pentabroomfenyl)ether (decabroomdifenylether; decaBDE)

1163-19-5

214-604-9

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties decaBDE van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen, mengsels, artikelen of als bestanddeel van de brandvertraagde delen van artikelen.

 

 

 

2.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik van decaBDE toegestaan:

 

 

 

a)  bij de productie van een luchtvaartuig vóór 2 maart 2027, waarvoor typegoedkeuring werd aangevraagd vóór de inwerkingtreding en werd verkregen vóór december 2022;

 

 

 

b)  bij de productie van reserveonderdelen voor:

 

 

 

i)  een luchtvaartuig waarvoor typegoedkeuring vóór de inwerkingtreding werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen en dat vóór 2 maart 2027 werd geproduceerd, tot het eind van de levensduur van dat luchtvaartuig;

 

 

 

ii)  binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis vallende motorvoertuigen, die zijn geproduceerd vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening], hetzij tot 2036, hetzij tot het einde van de levensduur van die motorvoertuigen, indien dat vroeger valt.

 

 

 

3.  De specifieke uitzonderingen voor onderdelen voor gebruik in de onder lid 2, onder b), ii), bedoelde motorvoertuigen zijn van toepassing op de productie en het gebruik van commercieel decaBDE dat valt onder een of meer van de volgende categorieën:

 

 

 

i)  aandrijflijn en voorzieningen onder de motorkap, zoals massakabels van de accu, interconnectiekabels van de accu, buizen van de klimaatregelingsapparatuur, aandrijflijn, bussen van het uitlaatspruitstuk, isolatie onder de motorkap, kabels en kabelboom onder de motorkap (bekabeling van de motor enz.), snelheidssensoren, slangen, ventilatormodules en klopsensoren;

 

 

 

ii)  voorzieningen van het brandstofsysteem zoals brandstofslangen en al dan niet aan de onderzijde van de carrosserie bevestigde brandstoftanks;

 

 

 

iii)  pyrotechnische voorzieningen en voorzieningen die daardoor worden beïnvloed, zoals ontstekingskabels van de airbags, stoelhoezen/-bekleding (alleen voor zover relevant met het oog op de airbags) en airbags (frontaal en lateraal);

 

 

 

iv)  ophanging en interieurtoepassingen zoals sierelementen, akoestisch materiaal en veiligheidsgordels;

 

 

 

v)  versterkte kunststoffen (dashboards en binnenbekleding);

 

 

 

vi)  onder de motorkap of het dashboard (aansluitblokken/zekeringsblokken, bedrading voor hoge stroomsterkte en kabelbekleding (bougiedraden));

 

 

 

vii)  elektrische en elektronische apparatuur (accuhouders en accubakken, elektrische connectoren voor de motorsturing, onderdelen van radiodisks, systemen voor satellietnavigatie, gps- en computersystemen);

 

 

 

viii)  weefsels zoals hoedenplanken, bekleding, hemelbekleding, autozittingen, hoofdsteunen, zonnekleppen, interieurpanelen en vloerbekleding.

 

 

 

3.  Het is toegestaan decaBDE te vervaardigen en te gebruiken bij de productie en het in de handel brengen van de volgende artikelen:

 

 

 

a)  artikelen die in de handel zijn gebracht vóór... [datum van inwerkingtreding van deze verordening];

 

 

 

b)  luchtvaartuigen die overeenkomstig lid 2, onder a), worden geproduceerd;

 

 

 

c)  onderdelen van luchtvaartuigen die overeenkomstig lid 2, onder b), worden geproduceerd;

 

 

 

d)  elektrische en elektronische apparatuur die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad1 ter valt.

 

 

 

4.  Voor de toepassing van deze vermelding wordt onder "luchtvaartuig" verstaan:

 

 

 

a)  een burgerluchtvaartuig dat is geproduceerd overeenkomstig een typecertificaat afgegeven krachtens Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad1 quater, of overeenkomstig de goedkeuring van een ontwerp die is afgegeven krachtens de nationale regelgeving van een verdragsluitende staat van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), of waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven door een verdragsluitende staat van de ICAO krachtens bijlage 8 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

 

 

 

b)  een militair luchtvaartuig.

 

 

 

___________

 

 

 

1 bis Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

 

 

 

1 ter Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).

 

 

 

1 quater Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en houdende intrekking van Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1).

Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel A – tabel – rij 24 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)

85535-84-8

287-476-5

1.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik van stoffen of bereidingen met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of artikelen in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.

 

 

 

2.  Het gebruik van:

 

 

 

a)  transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren; alsmede

 

 

 

b)  andere dan de onder a) bedoelde artikelen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren,

wordt toegestaan.

 

 

 

3.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in de lid 2 bedoelde artikelen.

Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Bijlage I - Deel B

Door de Commissie voorgestelde tekst

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

4

4

4

4

4

 

 

4

5 Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)

5 85535-84-8

5 287-476-5

5 1.  In afwijking hiervan zijn de productie, het op de markt brengen en het gebruik van stoffen of mengsels met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of artikelen in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.

 

 

 

2.  Het gebruik van:

 

 

 

a)  transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren; alsmede

 

 

 

b)  andere dan de onder a) bedoelde artikelen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, wordt toegestaan.

 

 

 

3.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in de lid 2 bedoelde artikelen.

Amendement

Schrappen

Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Bijlage III
LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPALINGEN INZAKE BEPERKING VAN DE VRIJKOMING GELDEN
LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPALINGEN INZAKE BEPERKING VAN DE VRIJKOMING GELDEN
Stof (CAS-nr.)
Stof (CAS-nr.)
Polychloordibenzo-p-dioxinen en –dibenzofuranen (PCDD's/PCDF's)
Polychloordibenzo-p-dioxinen en –dibenzofuranen (PCDD's/PCDF's)
Hexachloorbenzeen (HCB) (CAS-nr.: 118-74-1)
Hexachloorbenzeen (HCB) (CAS-nr.: 118-74-1)
Polychloorbifenylen (pcb's)
Polychloorbifenylen (pcb's)
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)37
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)37
37.  Ten behoeve van de emissie-inventarissen worden de volgende vier compound-indicators gebruikt: benzo[a]pyreen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen en indeno[1,2,3-cd]pyreen.
37.  Ten behoeve van de emissie-inventarissen worden de volgende vier compound-indicators gebruikt: benzo[a]pyreen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen en indeno[1,2,3-cd]pyreen.
Pentachloorbenzeen (CAS-nr. 608-93-5)
Pentachloorbenzeen (CAS-nr. 608-93-5)
Polychloornaftalenen37 bis
37 bis Polychloornaftalenen zijn op het naftaleenringsysteem gebaseerde chemische verbindingen, waarbij een of meer waterstofatomen zijn vervangen door chlooratomen.
Hexachloorbutadieen (CAS-nr. 87-68-3)
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – regels 5 - 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

In artikel 7, lid 4, onder a), bedoelde concentratiegrenswaarde

 

 

 

Tetrabroomdifenylether EG-nr.

C12H6Br4O

40088-47-9 en andere

254-787-2 en andere

Som van de concentraties van tetrabroomdifenylether, pentabroomdifenylether, hexabroomdifenylether en heptabroomdifenylether: 1000 mg/kg

Pentabroomdifenylether EG-nr.

C12H5Br5O

32534-81-9 en andere

251-084-2 en andere

Hexabroomdifenylether

C12H4Br6O

36483-60-0 en andere

253-058-6 en andere

Heptabroomdifenylether

C12H3Br7O

68928-80-3 en andere

273-031-2 en andere

 

 

 

 

Amendement

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

In artikel 7, lid 4, onder a), bedoelde concentratiegrenswaarde

 

 

 

Tetrabroomdifenylether EG-nr.

C12H6Br4O

40088-47-9 en andere

254-787-2 en andere

Som van de concentraties van tetrabroomdifenylether, pentabroomdifenylether, hexabroomdifenylether en heptabroomdifenylether en decabroomdifenylether: 500 mg/kg

Pentabroomdifenylether EG-nr.

C12H5Br5O

32534-81-9 en andere

251-084-2 en andere

Hexabroomdifenylether

C12H4Br6O

36483-60-0 en andere

253-058-6 en andere

Heptabroomdifenylether

C12H3Br7O

68928-80-3 en andere

273-031-2 en andere

Decabroomdifenylether

C12Br10O

1163-19-5 en andere

214-604-9 en andere

 

 

 

 

Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – tabel 1 – kolom 4 – rij 10 – voetnoot 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

7.  De grenswaarde wordt berekend als PCDD’s en PCDF’s onder gebruikmaking van de volgende toxische-equivalentiefactoren (TEF’s):

PCDD

TEF

PCDF

TEF

PCDD

TEF

2,3,7,8-TeCDD

1

1,2,3,7,8-PeCDD

1

1,2,3,4,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDD

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDD

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

0,01

OCDD

0,0003

2,3,7,8-TeCDF

0,1

1,2,3,7,8-PeCDF

0,03

2,3,4,7,8-PeCDF

0,3

1,2,3,4,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,7,8,9-HxCDF

0,1

2,3,4,6,7,8-HxCDF

0,1

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

0,01

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

0,01

OCDF

0,0003

Amendement

7.  De grenswaarde wordt berekend als PCDD’s en PCDF’s onder gebruikmaking van de volgende toxische-equivalentiefactoren (TEF’s):

 

PCDD

TEF

 

2,3,7,8-TeCDD

1

 

1,2,3,7,8-PeCDD

1

 

1,2,3,4,7,8-HxCDD

0,1

 

1,2,3,6,7,8-HxCDD

0,1

 

1,2,3,7,8,9-HxCDD

0,1

 

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

0,01

 

OCDD

0,0003

 

PCDF

TEF

 

2,3,7,8-TeCDF

0,1

 

1,2,3,7,8-PeCDF

0,03

 

2,3,4,7,8-PeCDF

0,3

 

1,2,3,4,7,8-HxCDF

0,1

 

PCDD

TEF

 

1,2,3,6,7,8-HxCDF

0,1

 

1,2,3,7,8,9-HxCDF

0,1

 

2,3,4,6,7,8-HxCDF

0,1

 

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

0,01

 

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

0,01

 

OCDF

0,0003

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0336/2018).

Laatst bijgewerkt op: 6 februari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid