Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0224(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0401/2018

Ingediende teksten :

A8-0401/2018

Debatten :

PV 11/12/2018 - 23
CRE 11/12/2018 - 23
PV 16/04/2019 - 20
CRE 16/04/2019 - 20

Stemmingen :

PV 12/12/2018 - 12.11
CRE 12/12/2018 - 12.11
Stemverklaringen
PV 17/04/2019 - 8.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0509
P8_TA(2019)0395

Aangenomen teksten
PDF 474kWORD 159k
Woensdag 12 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vaststelling van Horizon Europa – vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding ***I
P8_TA(2018)0509A8-0401/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 december 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding (COM(2018)0435 – C8-0252/2018 – 2018/0224(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  De Unie wil haar wetenschappelijke en technologische basis versterken en haar concurrentievermogen, met name dat van de industrie, verbeteren en alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten die oplossingen bieden op het gebied van de strategische prioriteiten van de Unie bevorderen, met de uiteindelijke bedoeling de vrede, de waarden van de Unie en het welzijn van haar volkeren te bevorderen.
(1)  De Unie wil haar wetenschappelijke excellentie en haar technologische basis, waarin onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologie vrij circuleren, versterken, haar concurrentievermogen, met name dat van de industrie, verbeteren, de Europese Onderzoeksruimte versterken, en alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten die oplossingen bieden op het gebied van de strategische prioriteiten en verbintenissen van de Unie bevorderen, met de uiteindelijke bedoeling de vrede, de waarden van de Unie en het welzijn van haar volkeren te bevorderen;
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Om wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027 ("het programma"), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis en technologieën, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de samenleving om wereldwijde uitdagingen aan te pakken en het industriële concurrentievermogen te stimuleren, het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken; en het optimaliseren van de inzet van dergelijke investeringen om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte te vergroten.
(2)  Om wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten te behalen met het oog op deze algemene doelstelling en de Europese toegevoegde waarde van haar RDI-investeringen te maximaliseren, moet de Unie via Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021‑2027 ("het programma"), investeren in onderzoek en innovatie met het oog op het creëren, verbreiden en overdragen van hoogwaardige kennis en technologieën in de Unie, het versterken van het effect van onderzoek en innovatie op het gebied van de aanpak van wereldwijde uitdagingen, zoals de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en de klimaatverandering, en op het gebied van de ontwikkeling, het ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie, het ondersteunen van de toepassing van innovatieve en duurzame oplossingen in de industrie en de samenleving van de Unie om banen te creëren, de economische groei aan te zwengelen en het concurrentievermogen van de industrie te stimuleren. Het programma moet alle vormen van innovatie bevorderen, de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken en de inzet van investeringen optimaliseren.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  Het programma moet bijdragen tot de realisatie van de algemene doelstelling dat 3 % van het bbp van de Unie wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, overeenkomstig de kerndoelstelling van Europa 2020. Om die doelstelling te realiseren, zullen de lidstaten en de privésector verplicht zijn het programma aan te vullen met meer eigen investeringsacties op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  Bij het bevorderen van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die noodzakelijk worden geacht om bij te dragen aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie moet rekening worden gehouden met het innovatiebeginsel, zoals voorgesteld in de mededeling van de Commissie van 15 mei 2018 "Een vernieuwde Europese agenda voor onderzoek en innovatie - de kans om de toekomst van Europa vorm te geven" (COM(2018)0306 final).
(3)  Bij het bevorderen van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die noodzakelijk worden geacht om bij te dragen aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie moet rekening worden gehouden met het innovatiebeginsel als een belangrijke motor om het enorme kenniskapitaal van de Unie sneller en intensiever om te zetten in innovaties.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Open wetenschap, Open innovatie en Open voor de wereld vormen algemene beginselen die de excellentie en impact van de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie moeten waarborgen. Deze beginselen moeten in acht worden genomen bij de uitvoering van het programma, met name voor de strategische planning ten aanzien van de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen".
(4)  De voortzetting van het uitgangspunt "Open wetenschap, Open innovatie en Open voor de wereld" moet de wetenschappelijke en sociaaleconomische belangen van de Unie beschermen, de excellentie en impact van de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie waarborgen en de O&I-capaciteit van alle lidstaten versterken. Dit moet leiden tot een evenwichtige tenuitvoerlegging van het programma.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Open wetenschap, met inbegrip van open toegang tot wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens, kan de kwaliteit, het effect en de voordelen van wetenschap verhogen en de vooruitgang van kennis versnellen door de wetenschap betrouwbaarder, efficiënter en nauwkeuriger te maken, haar beter begrijpbaar te maken voor de samenleving en beter laten inspelen op de maatschappelijke uitdagingen. Er moeten bepalingen worden vastgesteld om te waarborgen dat de begunstigden open toegang verschaffen tot collegiaal getoetste wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens en tot andere onderzoeksoutputs op een open en niet-discriminerende wijze, gratis en zo vroeg mogelijk tijdens het verspreidingsproces, zodat deze zo ruim mogelijk kunnen worden gebruikt en hergebruikt. Er moet met name meer aandacht worden besteed aan een verantwoord beheer van onderzoeksgegevens, dat moet stroken met de zogeheten FAIR-beginselen: "findability" (opspoorbaarheid), "accessibility" (toegankelijkheid), "interoperability" (interoperabiliteit) en "reusability" (herbruikbaarheid), in het bijzonder door het integreren van plannen voor gegevensbeheer. In voorkomend geval moeten de begunstigden gebruikmaken van de mogelijkheden van de Europese open wetenschapscloud en zich houden aan de overige beginselen en praktijken van Open wetenschap.
(5)  Open wetenschap kan de kwaliteit, het effect en de voordelen van wetenschap verhogen en de vooruitgang van kennis versnellen door de wetenschap betrouwbaarder, efficiënter en nauwkeuriger te maken, haar beter begrijpbaar te maken voor de samenleving en beter laten inspelen op de maatschappelijke uitdagingen. Er moeten bepalingen worden vastgesteld om te waarborgen dat de begunstigden open toegang verschaffen tot collegiaal getoetste wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens en tot andere onderzoeksoutputs op een open en niet-discriminerende wijze, gratis en zo vroeg mogelijk tijdens het verspreidingsproces, zodat deze zo ruim mogelijk kunnen worden gebruikt en hergebruikt. Wat onderzoeksgegevens betreft, moet het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig" worden nageleefd, waardoor de behoefte aan verschillende toegangsregelingen wordt erkend vanwege het economische belang, de intellectuele-eigendomsrechten, de bescherming en vertrouwelijkheid van persoonsgegevens, veiligheidskwesties en andere legitieme belangen van de Unie. Er moet meer aandacht worden besteed aan een verantwoord beheer van onderzoeksgegevens, dat moet stroken met de zogeheten FAIR-beginselen: "findability" (opspoorbaarheid), "accessibility" (toegankelijkheid), "interoperability" (interoperabiliteit) en "reusability" (herbruikbaarheid), in het bijzonder door het integreren van plannen voor gegevensbeheer. In voorkomend geval moeten de begunstigden gebruikmaken van de mogelijkheden van de Europese open wetenschapscloud en de Europese data-infrastructuur en zich houden aan de overige beginselen en praktijken van Open wetenschap. In internationale wetenschappelijke en technologische samenwerkingsovereenkomsten en in relevante associatieovereenkomsten moet worden gestreefd naar wederkerige open toegang.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)  Begunstigden in de vorm van kmo's worden aangemoedigd gebruik te maken van de bestaande instrumenten, zoals de IPR-kmo-helpdesk die kleine en middelgrote ondernemingen in de Europese Unie ondersteunt om hun intellectuele-eigendomsrechten te beschermen en te doen gelden middels de verstrekking van gratis informatie en diensten, in de vorm van vertrouwelijk advies over intellectuele eigendom en aanverwante kwesties, alsook opleiding, materiaal en onlinemiddelen.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  De ontwikkeling en het ontwerp van het programma moet beantwoorden aan de noodzaak om een kritische massa van doorheen de hele Unie en via internationale samenwerking ondersteunde activiteiten vast te stellen, in overeenstemming met de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's). De uitvoering van het programma moet bijdragen aan de verwezenlijking van dit doel.
(6)  De ontwikkeling en het ontwerp van het programma moet beantwoorden aan de noodzaak om een kritische massa van doorheen de hele Unie en via internationale samenwerking ondersteunde activiteiten vast te stellen, en tegelijk de deelname van alle lidstaten aan het programma stimuleren, in overeenstemming met de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en de Overeenkomst van Parijs. De uitvoering van het programma moet bijdragen aan de verwezenlijking van dit doel.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  De in het kader van het programma ondersteunde activiteiten moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de Unie, aan het toezicht op en de evaluatie van de vorderingen ten aanzien van die doelstellingen en prioriteiten en aan de ontwikkeling van nieuwe of herziene prioriteiten.
(7)  De in het kader van het programma ondersteunde activiteiten moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen, prioriteiten en verbintenissen van de Unie en het programma, aan het toezicht op en de evaluatie van de vorderingen ten aanzien van die doelstellingen, prioriteiten en verbintenissen en aan de ontwikkeling van nieuwe of herziene prioriteiten.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)   Er moet worden gestreefd naar de afstemming van het programma op reeds bestaande Europese onderzoeks- en innovatieroutekaarten en -strategieën.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  De aanpak van het programma moet een evenwicht vormen tussen bottom-up- (vertrekkend vanuit de onderzoeker of innovator) en top-downfinanciering (bepaald op basis van strategisch vastgestelde prioriteiten), afhankelijk van de aard van de betrokken onderzoeks- en innovatiegemeenschappen, de aard en het doel van de uitgevoerde activiteiten en de nagestreefde effecten. De combinatie van deze factoren moet bepalen welke aanpak wordt gekozen voor de respectieve onderdelen van het programma, die alle bijdragen tot de algemene en specifieke doelstellingen van het programma.
(8)  De aanpak van het programma moet een evenwicht vormen tussen bottom-up- (vertrekkend vanuit de onderzoeker of innovator) en top-downfinanciering (bepaald op basis van strategisch vastgestelde prioriteiten), afhankelijk van de aard van de in de gehele Unie betrokken onderzoeks- en innovatiegemeenschappen, het slaagpercentage per werkterrein, de aard en het doel van de uitgevoerde activiteiten, het subsidiariteitsbeginsel en de nagestreefde effecten. De combinatie van deze factoren moet bepalen welke aanpak wordt gekozen voor de respectieve onderdelen van het programma, die alle bijdragen tot de algemene en specifieke doelstellingen van het programma.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)  Een aantal onderzoeks- en innovatieacties moeten een sneltraject voor onderzoek en innovatie toepassen, waarbij de subsidietoekenningstermijn niet meer dan zes maanden mag bedragen. Dit moet zorgen voor een snellere 'bottom-up'-toegang tot middelen voor kleine samenwerkende consortia voor acties gaande van fundamenteel onderzoek tot commerciële toepassing.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 ter (nieuw)
(8 ter)  Het programma moet steun verlenen aan alle onderzoeks- en innovatiefasen, in het bijzonder binnen samenwerkingsprojecten. Fundamenteel onderzoek is een cruciale troef en is belangrijk opdat de Unie haar capaciteiten om de beste wetenschappers aan te trekken, kan vergroten en aldus een expertisecentrum op mondiaal niveau kan worden. Het evenwicht tussen fundamenteel en toegepast onderzoek moet worden verzekerd. Komt hierbij nog innovatie, dan worden op deze manier het economische concurrentievermogen van de Unie en de groei en de werkgelegenheid in de Unie ondersteund.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 quater (nieuw)
(8 quater)  Om de impact van Horizon Europa te optimaliseren moet er bijzondere aandacht worden geschonken aan multidisciplinaire, interdisciplinaire en transdisciplinaire benaderingen als noodzakelijke elementen voor het boeken van grote wetenschappelijke vooruitgang.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 quinquies (nieuw)
(8 quinquies)  De wisselwerking met de samenleving moet worden bevorderd door verantwoord onderzoek en innovatie, die als een overkoepelend element fungeren, met het oog op de totstandbrenging van doeltreffende samenwerking tussen de wetenschap en de samenleving. Op deze manier zouden alle maatschappelijke actoren (onderzoekers, burgers, beleidsmakers, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties enzovoort) in staat zijn om tijdens het gehele onderzoeks- en innovatieproces samen te werken om het proces en de uitkomsten ervan beter af te stemmen op de waarden, behoeften en verwachtingen van de Europese samenleving.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
(9)  De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler "Open wetenschap" worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie.
(9)  De inhoud van de onderzoeksactiviteiten die uit hoofde van de pijler "Excellente en open wetenschap" worden uitgevoerd, moet worden bepaald op basis van de behoeften en mogelijkheden van de wetenschap. De onderzoeksagenda moet in nauw overleg met de wetenschappelijke gemeenschap worden vastgesteld en moet onder meer de nadruk leggen het aantrekken van nieuw talent op het vlak van O&I en jonge onderzoekers, het versterken van de EOR en het verhinderen van braindrain. Onderzoek moet worden gefinancierd op basis van excellentie.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  De pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" moet worden opgericht in de vorm van clusters van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, teneinde voor een zo groot mogelijke integratie in de respectieve werkgebieden te zorgen en te waarborgen dat de effecten in verhouding tot de geïnvesteerde middelen aanzienlijk en duurzaam zijn. Het programma zal aanmoedigen tot multidisciplinaire, sector-, beleids- en grensoverschrijdende samenwerking bij de verwezenlijking van de SDG's van de VN en de stimulering van het concurrentievermogen van de industrie van de Unie op dat gebied.
(10)  De pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen" moet worden opgericht in de vorm van clusters van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, teneinde voor een zo groot mogelijke integratie in de respectieve werkgebieden te zorgen en te waarborgen dat de effecten voor de Unie in verhouding tot de geïnvesteerde middelen aanzienlijk en duurzaam zijn. Het programma zal aanmoedigen tot multidisciplinaire, sector-, beleids- en grensoverschrijdende samenwerking bij de verwezenlijking van de SDG's van de VN en van de verbintenissen van de Unie in het kader van de overeenkomst van Parijs, waar nodig tot het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen, en tot de stimulering van het concurrentievermogen van de industrie van de Unie op dat gebied. De activiteiten uit hoofde van deze pijler moeten betrekking hebben op het volledige gamma onderzoeks- en innovatieactiviteiten zoals O&O, proefprojecten, demonstratie en steun voor overheidsopdrachten, prenormatief onderzoek en normering, alsook marktintroductie van innovaties om ervoor te zorgen dat Europa voorop blijft lopen qua onderzoek op het gebied van strategisch bepaalde prioriteiten.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  De volledige betrokkenheid van de industrie in het programma, op alle niveaus, van de individuele ondernemers en de kleine en middelgrote ondernemingen tot de grote ondernemingen, vormt een van de belangrijkste kanalen waarlangs de doelstellingen van het programma moeten worden verwezenlijkt, met name wat het scheppen van duurzame banen en groei betreft. De industrie moet bijdragen aan de perspectieven en prioriteiten die zijn vastgesteld door middel van het proces van strategische planning dat de ontwikkeling van werkprogramma’s moet ondersteunen. Een dergelijke betrokkenheid van de industrie bij de acties moet ten minste in dezelfde mate worden ondersteund als het geval was in het vorige kaderprogramma, Horizon 2020, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad13 ("Horizon 2020").
(11)  De volledige en tijdige betrokkenheid van de industrie in het programma, op alle niveaus, van de individuele ondernemers en de kleine en middelgrote ondernemingen tot de grote ondernemingen, moet worden voortgezet, met name met het oog op het scheppen van duurzame banen en groei in Europa, zodat de publiek-private samenwerking en de O&I-investeringen uit de privésector worden versterkt.
__________________
13
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)   Raadplegingen van meerdere belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld en de industrie, moeten bijdragen aan de vastgestelde perspectieven en prioriteiten door middel van het proces van strategische planning. Dit moet resulteren in periodieke strategische O&I-plannen, die worden goedgekeurd middels gedelegeerde handelingen. Deze strategische plannen moeten vervolgens worden uitgevoerd aan de hand van de ontwikkeling van werkprogramma's.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
(12)  Het is belangrijk de industrie te steunen bij het veroveren of behouden van wereldleiderschap in innovatie, digitalisering of het koolstofvrij maken van de economie, met name door investeringen in sleuteltechnologieën die de basis vormen voor het bedrijfsleven van morgen. De acties van het programma moeten worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aan te pakken, zonder dat particuliere financiering wordt gedupliceerd of verdrongen, en moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben. Dit zal de verenigbaarheid van de acties van het programma met de EU-staatssteunregels waarborgen, zodat buitensporige concurrentieverstoringen op de interne markt worden vermeden.
(12)  Het is belangrijk de industrie van de Unie te steunen bij het veroveren of behouden van wereldleiderschap in innovatie, digitalisering of het koolstofvrij maken van de economie, met name door investeringen in sleuteltechnologieën die de basis vormen voor het bedrijfsleven van morgen. Sleuteltechnologieën zullen een centrale rol spelen in pijler II "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen" en moeten nog meer gekoppeld worden aan de vlaggenschipinitiatieven voor toekomstige en in opkomst zijnde technologieën (FET-vlaggenschepen) zodat onderzoeksprojecten de volledige innovatieketen kunnen beslaan. De acties van het programma moeten de strategie voor het industriebeleid van de Unie weerspiegelen en gebruikt worden om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, investeringen op een evenredige en transparante wijze aan te zwengelen, zonder dat particuliere financiering hierdoor wordt gedupliceerd of verdrongen, en een duidelijke Europese toegevoegde waarde alsook een billijk rendement op overheidsinvesteringen opleveren. Dit zal de verenigbaarheid waarborgen van de acties van het programma met de EU-staatssteunregels voor RDI, die moeten worden aangepast zodat zij de innovatie stimuleren.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Kmo's vormen een belangrijke bron van innovatie en groei in Europa. In Horizon Europa is dan ook een grote deelname van kmo's nodig, als omschreven in aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie. Voortbouwend op de goede praktijken uit Horizon 2020 moet Horizon Europa de deelname van kmo's aan het kaderprogramma op een geïntegreerde manier blijven stimuleren. Er moet dan ook worden voorzien in aangepaste maatregelen en begrotingsbepalingen, waaronder de invoering van een instrument voor kmo's die zich bezighouden met incrementele innovatie dat functioneert met een loutere bottom-upbenadering en gericht is op afzonderlijke begunstigden, en er moet in de verschillende stadia van de innovatiecyclus worden gezorgd voor specifiek voor kmo's bestemde openbare aanbestedingen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie, met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie omvat. Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL) verder rekening worden gehouden bij de classificatie van activiteiten op het gebied van technologisch onderzoek, productontwikkeling en demonstratie, alsmede met de definities van de soorten acties die in oproepen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt. Subsidies worden in beginsel niet toegekend voor acties waarvan de activiteiten TRL 8 overschrijden. Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie.
(13)  Het programma moet op een geïntegreerde wijze steun verlenen aan onderzoek en innovatie, met inachtneming van alle relevante bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie. Het concept onderzoek, waaronder experimentele ontwikkeling, moet worden gebruikt in overeenstemming met het Frascati-handboek van de OESO, terwijl het concept innovatie moet worden gebruikt in overeenstemming met het Oslo-handboek van de OESO en Eurostat, waarbij een brede aanpak moet worden gevolgd die sociale innovatie, ontwerp en creativiteit omvat. Zoals in het vorige kaderprogramma Horizon 2020 moet er rekening worden gehouden met de OESO-definities betreffende het niveau van technologische paraatheid (TRL). Het werkprogramma voor een bepaalde oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen" kan subsidies toestaan voor grootschalige productvalidatie en marktreplicatie.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  In de mededeling van de Commissie over de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 (COM(2018)0002) is voor dit programma een reeks aanbevelingen geformuleerd, met inbegrip van regels voor deelname en verspreiding ervan, die voortbouwen op de lessen die zijn getrokken uit het vorige programma, alsook op de input van de EU-instellingen en belanghebbenden. In die aanbevelingen wordt onder meer opgeroepen om ambitieuzer te investeren om een kritische massa te bereiken en het effect zo groot mogelijk te maken, om baanbrekende innovatie te ondersteunen, om prioriteit te geven aan investeringen in onderzoek en innovatie (O&I) in de Unie op gebieden met een hoge toegevoegde waarde, met name via missiegerichtheid, burgerbetrokkenheid en brede communicatie, om het financieringslandschap van de Unie te rationaliseren, onder meer door het gamma van partnerschapsinitiatieven en medefinancieringsregelingen te stroomlijnen, om meer en concrete synergieën tussen verschillende financieringsinstrumenten van de Unie te ontwikkelen, met name met het oog op het helpen mobiliseren van onderbenut O&I-potentieel in de Unie, om de internationale samenwerking en de openheid ten aanzien van de deelname van derde landen te versterken om door te gaan met de vereenvoudiging op basis van de ervaringen met de uitvoering van Horizon 2020.
(14)  In de mededeling van de Commissie over de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 (COM(2018)0002) en in het verslag van het Europees Parlement over de beoordeling van de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 met het oog op de tussentijdse beoordeling en het voorstel voor het negende kaderprogramma (2016/2147(INI)) is voor dit programma een reeks aanbevelingen geformuleerd, met inbegrip van regels voor deelname en verspreiding ervan, die voortbouwen op de lessen die zijn getrokken uit het vorige programma, alsook op de input van de EU‑instellingen en belanghebbenden. In die aanbevelingen wordt onder meer opgeroepen om ambitieuzer te investeren om een kritische massa te bereiken en het effect zo groot mogelijk te maken, om baanbrekende innovatie te ondersteunen, om prioriteit te geven aan investeringen in onderzoek en innovatie (O&I) in de Unie op gebieden met een hoge toegevoegde waarde, met name via missiegerichtheid, volledige, bewuste en tijdige burgerbetrokkenheid en brede communicatie, om het financieringslandschap van de Unie te rationaliseren teneinde het O&I-potentieel van alle lidstaten volledig te benutten, onder meer door het gamma van partnerschapsinitiatieven en medefinancieringsregelingen te stroomlijnen, om meer en concrete synergieën tussen verschillende financieringsinstrumenten van de Unie te ontwikkelen, met name met het oog op het helpen mobiliseren van onderbenut O&I-potentieel in de Unie, om door de Unie en met name door het EFRO gefinancierde onderzoeksinfrastructuren beter te betrekken bij de projecten van het programma, om de internationale samenwerking en de openheid ten aanzien van de deelname van derde landen te versterken en om tegelijkertijd de Uniebelangen te waarborgen en de deelname van alle lidstaten aan het programma te vergroten, om door te gaan met de vereenvoudiging op basis van de ervaringen met de uitvoering van Horizon 2020.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  In het kader van het programma moet worden gestreefd naar synergieën met andere programma's van de Unie, gaande van het ontwerp en de strategische planning tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de EU-financiering te vergroten, is de overdracht van andere programma's van de Unie naar Horizon Europa mogelijk. In dat geval volgen zij de regels van Horizon Europa.
(15)  Het cohesiebeleid moet blijven bijdragen aan onderzoek en innovatie. Daarom moet er bijzondere aandacht worden geschonken aan de coördinatie en complementariteit van deze twee beleidsinstrumenten van de Unie. In het kader van het programma moet worden gestreefd naar afstemming van de regels en synergieën met andere programma's van de Unie, die zijn opgenomen in bijlage IV bij deze verordening, gaande van het ontwerp en de strategische planning tot de monitoring, audits en governance van het programma, met inbegrip van de selectie van de projecten, het beheer, de communicatie en de verspreiding en exploitatie van de resultaten. Teneinde dubbel werk en overlappingen te vermijden en het hefboomeffect van de Uniefinanciering te vergroten, alsook de administratieve belasting voor de aanvragers en begunstigden te verkleinen, moet voor alle soorten synergieën het beginsel "één actie volgt één stel regels" gelden:
—  overdrachten uit andere programma's van de Unie, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), naar Horizon Europa-activiteiten zijn mogelijk op vrijwillige basis. In dat geval gelden de regels van Horizon Europa, maar de overdrachten worden enkel gebruikt ten voordele van de lidstaat of de beheersautoriteit (naargelang het geval) die tot de overdracht heeft besloten;
—  medefinanciering van een actie door Horizon Europa en een ander Unieprogramma is ook mogelijk maar mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie. In dat geval zijn alleen de regels van Horizon Europa van toepassing en moeten dubbele audits worden vermeden;
—  excellentiekeurmerken moeten worden toegekend aan alle voorstellen die de drempelwaarde van "excellentie" in Horizon Europa hebben gehaald maar vanwege budgettaire beperkingen niet kunnen worden gefinancierd. In dat geval gelden de regels van het fonds waaruit steun wordt ontvangen, staatssteunregels buiten beschouwing gelaten.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Om ervoor te zorgen dat de EU-financiering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de Unie, moet het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector. Die partners zijn onder meer de industrie, onderzoeksorganisaties, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau en maatschappelijke organisaties zoals stichtingen die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen.
(16)  Om ervoor te zorgen dat de Uniefinanciering een zo groot mogelijk effect heeft en op de meest doeltreffende wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen en verbintenissen van de Unie, kan het programma Europese partnerschappen aangaan met partners uit de particuliere en/of publieke sector op grond van de resultaten van het proces van strategische planning. Die partners zijn onder meer publieke en private belanghebbenden op het vlak van onderzoek en innovatie, kenniscentra, starterscentra, wetenschaps- en technologieparken, organen met een openbaredienstverleningstaak, stichtingen, maatschappelijke organisaties en eventueel ook regionale innovatie-ecosystemen, die onderzoek en innovatie ondersteunen en/of verrichten, op voorwaarde dat de gewenste effecten doeltreffender kunnen worden verwezenlijkt door een partnerschap dan door de Unie alleen.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
(17)  Het programma moet de samenwerking tussen de Europese partnerschappen en de partners uit de particulieren en/of private sector op internationaal niveau versterken door programma's voor onderzoek en innovatie te verbinden met grensoverschrijdende investeringen in onderzoek en innovatie die wederzijdse voordelen opleveren voor de burgers en de bedrijven, terwijl er tegelijkertijd op wordt toegezien dat de EU haar belangen op strategische gebieden14 kan handhaven.
(17)  Het programma moet de samenwerking tussen de Europese partnerschappen en de partners uit de particulieren en/of private sector op internationaal niveau versterken door programma's voor onderzoek en innovatie te verbinden met grensoverschrijdende investeringen in onderzoek en innovatie die wederzijdse voordelen opleveren voor de burgers en de bedrijven, terwijl er tegelijkertijd op wordt toegezien dat de Unie haar belangen kan handhaven.
__________________
14 Zie bv. het voorstel van de Commissie voor een verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (COM(2017)0487).
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)  FET-vlaggenschipinitiatieven zijn een doeltreffend en efficiënt instrument gebleken en leveren dankzij een gezamenlijke, gecoördineerde inspanning door de Unie en haar lidstaten voordelen op voor de samenleving, en de ondersteuning van bestaande vlaggenschipinitiatieven die hun voordelen hebben aangetoond, moet worden voortgezet.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) moet gedurende de hele beleidscyclus onafhankelijke klantgestuurde wetenschappelijke gegevens en technologische ondersteuning ter beschikking blijven stellen ten behoeve van het Uniebeleid. Het JRC moet zijn eigen acties op flexibele, efficiënte en transparante wijze uitvoeren, waarbij rekening moet worden gehouden met de relevante behoeften van zijn gebruikers en de behoeften van het Uniebeleid, en waarbij de financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd. Het JRC moet extra middelen blijven genereren.
(18)  Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) moet gedurende de hele beleidscyclus onafhankelijke klantgestuurde wetenschappelijke gegevens en technologische ondersteuning ter beschikking blijven stellen ten behoeve van het Uniebeleid. Het JRC moet zijn eigen acties op flexibele, efficiënte en transparante wijze uitvoeren, waarbij rekening moet worden gehouden met de relevante behoeften van zijn gebruikers, de begrotingsbeperkingen en de behoeften van het Uniebeleid, en waarbij de financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd. Het JRC moet extra middelen blijven genereren.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  In het kader van de pijler "Open innovatie" moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van ondernemers en ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt. Deze pijler moet innovatieve bedrijven aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de Europese innovatie-ecosystemen in het algemeen ondersteunen, met name via medefinancieringspartnerschappen met nationale en regionale innovatieondersteunende actoren.
(19)  In het kader van de pijler "Innovatief Europa" moet een reeks maatregelen worden vastgesteld voor de geïntegreerde ondersteuning van de behoeften van ondernemers en door onderzoek gedreven ondernemerschap om baanbrekende innovatie te verwezenlijken en te versnellen met het oog op een snelle groei van de markt, alsook om de technologische autonomie van de Unie op strategische gebieden te bevorderen. Deze pijler moet innovatieve bedrijven, waaronder kmo's en start-ups, aantrekken die het potentieel hebben om op te schalen tot Unie-en internationaal niveau en moet snelle en flexibele subsidies en co-investeringen bieden, ook in samenwerking met particuliere investeerders. Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd door middel van de oprichting van een Europese Innovatieraad (EIC). Deze pijler moet ook het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), de regionale innovatieregeling van het EIT en de Europese innovatie-ecosystemen in het algemeen ondersteunen, in de hele Unie, met name via medefinancieringspartnerschappen met zowel publieke als private nationale en regionale innovatieondersteunende actoren.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
(20)  De beleidsdoelstellingen van dit programma worden ook nagestreefd aan de hand van financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van de beleidsluiken van het InvestEU-fonds. De financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aan te pakken, zonder dat de acties leiden tot duplicering of verdringing van particuliere financiering of de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben.
(20)  Omwille van de ondersteuning van investeringen in risicovollere en niet-lineaire activiteiten zoals onderzoek en innovatie, is het van essentieel belang dat Horizon Europa, en met name de EIC, alsook het EIT met zijn KIG's, aansluit op de uit hoofde van InvestEU aan te wenden financiële producten. In dat opzicht moet de ervaring die is opgedaan met de in het kader van Horizon 2020 ingezette financiële instrumenten, zoals InnovFin en de leninggarantie voor kmo's, dienen als een stevige basis om deze gerichte steun te verstrekken.De EIC moet strategische intelligentie en realtime-evaluatieactiviteiten ontwikkelen om de verschillende acties tijdig te beheren en te coördineren.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
(21)  Via haar instrumenten Pathfinder en Accelerator moet de EIC baanbrekende marktcreërende innovaties identificeren, ontwikkelen en op de markt introduceren en de snelle opschaling naar EU- en internationaal niveau ondersteunen. Door middel van samenhangende en gestroomlijnde ondersteuning van baanbrekende innovatie moet de EIC de huidige leemte in overheidssteun en particuliere investeringen voor baanbrekende innovatie opvullen. Met het oog op de doelstellingen van de EIC, en met name de activiteiten in verband met marktintroductie, zijn voor de EIC-instrumenten specifieke juridische en beheersmechanismen nodig.
Schrappen
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
(22)  Aan de hand van gemengde EIC-financiering moet de Accelerator de "vallei des doods" tussen onderzoek, de fase die voorafgaat aan de grootschalige commercialisering en de opschaling van bedrijven overbruggen. De Accelerator moet met name steun verlenen aan activiteiten waarvan de technologische of marktrisico's van zo'n aard zijn dat zij niet rendabel worden beschouwd en dus onvoldoende investeringen op de markt kunnen aantrekken, en vormt dus een aanvulling op het InvestEU-programma dat is opgericht bij Verordening … 15.
(22)  Aan de hand van gemengde EIC-financiering moet de EIC-Accelerator de "vallei des doods" tussen onderzoek, de fase die voorafgaat aan de grootschalige commercialisering en de opschaling van bedrijven overbruggen. De Accelerator moet met name steun verlenen aan activiteiten waarvan de technologische of marktrisico's van zo'n aard zijn dat zij niet rendabel worden beschouwd en dus onvoldoende investeringen op de markt kunnen aantrekken, en vormt dus een aanvulling op het InvestEU-programma dat is opgericht bij Verordening … 15.
__________________
__________________
15
15 ...
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
(23)  Het EIT moet zich in de eerste plaats via zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) richten op het versterken van innovatie-ecosystemen die wereldwijde uitdagingen aanpakken, door het bevorderen van de integratie van bedrijfsleven, onderzoek, hoger onderwijs en ondernemerschap. Het EIT moet innovatie in zijn activiteiten stimuleren en moet de integratie van het hoger onderwijs in het innovatie-ecosysteem ondersteunen, met name door het stimuleren van onderwijs op het gebied van ondernemerschap, het bevorderen van sterke, vakgebiedonafhankelijke samenwerking tussen het bedrijfsleven en de academische wereld en het identificeren van de toekomstige vaardigheden zoals geavanceerde digitale en innovatieve vaardigheden die toekomstige innovatoren nodig hebben om de wereldwijde uitdagingen aan te pakken. EIT-steunregelingen moeten de EIC-begunstigden ten goede komen, terwijl start-ups die uit de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) van het EIT voortvloeien toegang moeten hebben tot EIC-acties. Hoewel het EIT zich richt op innovatie-ecosystemen en het dus van nature binnen de pijler "Open innovatie" zou moeten passen, moet de planning van zijn KIG's door middel van het proces van strategische planning met de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" worden afgestemd.
(23)  Het EIT moet zich in de eerste plaats via zijn kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) en via zijn regionale innovatieregeling richten op het versterken van innovatie-ecosystemen die wereldwijde uitdagingen aanpakken, met als doel de algemene capaciteit van de Unie voor innovatie te ontwikkelen, door het bevorderen van de integratie van bedrijfsleven, onderzoek, hoger onderwijs en ondernemerschap. Overeenkomstig zijn oprichtingsakte, de EIT-verordening1 bis en de strategische innovatieagenda van het EIT1 ter moet het EIT innovatie in zijn activiteiten stimuleren en moet de integratie van het hoger onderwijs in het innovatie-ecosysteem ondersteunen, met name door het stimuleren van onderwijs op het gebied van ondernemerschap, het bevorderen van sterke, vakgebiedonafhankelijke samenwerking tussen het bedrijfsleven en de academische wereld en het identificeren van de toekomstige vaardigheden zoals geavanceerde digitale en innovatieve vaardigheden die toekomstige innovatoren nodig hebben om de wereldwijde uitdagingen aan te pakken. EIT-steunregelingen moeten de EIC-begunstigden ten goede komen, terwijl start-ups die uit de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) van het EIT voortvloeien versnelde toegang moeten hebben tot EIC-acties. Hoewel het EIT zich richt op innovatie-ecosystemen en het dus van nature binnen de pijler "Innovatief Europa" zou moeten passen, moet het in voorkomend geval ook alle andere pijlers ondersteunen en moet de planning van zijn KIG's door middel van het proces van strategische planning met de pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen" worden afgestemd. Overlappingen tussen KIG's en andere instrumenten op hetzelfde gebied, met name andere partnerschappen, moeten worden vermeden.
__________________
1 bis Verordening (EG) nr. 294/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 1), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1292/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 174).
1 ter Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
(24)  Het waarborgen en handhaven van een gelijk speelveld voor ondernemingen die concurreren op een bepaalde markt is een essentiële voorwaarde om baanbrekende of disruptieve innovatie tot bloei te laten komen, zodat met name kleine en middelgrote innovatoren de vruchten van hun investeringen kunnen plukken en een deel van de markt kunnen veroveren.
(24)  Het waarborgen en handhaven van een gelijk speelveld voor ondernemingen die concurreren op een bepaalde markt is een essentiële voorwaarde om baanbrekende of disruptieve innovatie tot bloei te laten komen, zodat met name kleine en middelgrote innovatoren de vruchten van hun investeringen kunnen plukken en een deel van de markt kunnen veroveren. Op een vergelijkbare manier kan een zekere mate van openheid in de innovatieschaal van de gefinancierde acties – door een groot netwerk van begunstigden aan te spreken – aanzienlijk bijdragen aan de capaciteitsopbouw van kmo's door hun te voorzien van de nodige middelen om investeringen aan te trekken en tot bloei te komen.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
(25)  Het programma moet de samenwerking met derde landen en internationale organisaties en initiatieven op basis van gemeenschappelijke belangen, wederzijds voordeel en mondiale verbintenissen tot uitvoering van de SDG's van de VN bevorderen en integreren. Internationale samenwerking moet gericht zijn op het versterken van de excellentie, de aantrekkelijkheid en het economische en industriële concurrentievermogen van de Unie op het gebied van onderzoek en innovatie, om de mondiale uitdagingen die in de SDG's van de VN zijn opgenomen, aan te pakken, en ter ondersteuning van het buitenlands beleid van de Unie. Er zou een benadering van algemene openheid ten aanzien van internationale deelname en doelgerichte acties op het gebied van internationale samenwerking moeten worden gevolgd, waarbij onder andere in landen met lage of gemiddelde inkomens gevestigde entiteiten in aanmerking kunnen komen voor financiering. Tegelijkertijd moet de associatie van derde landen met het programma worden aangemoedigd.
(25)  Het programma moet de samenwerking met derde landen en internationale organisaties en initiatieven op basis van belangen van de Unie, wederzijdse voordelen en mondiale verbintenissen tot uitvoering van de SDG's van de VN bevorderen en integreren. Internationale samenwerking moet gericht zijn op het versterken van de excellentie op het gebied van onderzoek en innovatie, de aantrekkelijkheid en het economische en industriële concurrentievermogen van de Unie, om de mondiale uitdagingen die in de SDG's van de VN zijn opgenomen, aan te pakken, en ter ondersteuning van het buitenlands beleid van de Unie. Er zou een benadering van algemene openheid ten aanzien van wederzijdse internationale deelname en doelgerichte acties op het gebied van internationale samenwerking moeten worden gevolgd, waarbij criteria, met inachtneming van verschillende niveaus van O&I-capaciteiten, op grond waarvan in landen met lage of gemiddelde inkomens gevestigde entiteiten in aanmerking kunnen komen voor financiering, moeten worden toegepast. Tegelijkertijd moet de associatie van derde landen met het programma worden aangemoedigd wanneer er sprake is van wederkerigheid, het belang van de Unie wordt gewaarborgd en de deelname van alle lidstaten aan het programma wordt bevorderd.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
(26)  Met het oog op het verdiepen van de relatie tussen wetenschap en maatschappij en het maximaliseren van de voordelen van hun interacties, moet het programma de burgers en maatschappelijke organisaties inzetten en betrekken bij het co-ontwerpen en cocreëren van verantwoorde onderzoeks- en innovatieagenda’s en -inhoud waarin wetenschapsonderwijs wordt bevorderd, wetenschappelijke kennis toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek en de deelname van burgers en maatschappelijke organisaties aan de activiteiten van het programma mogelijk wordt gemaakt. Dit moet doorheen het gehele programma gebeuren aan de hand van specifieke activiteiten in het onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte". De inzet van burgers en het maatschappelijk middenveld in onderzoek en innovatie moet worden gekoppeld aan publieke voorlichtingsactiviteiten om steun van het publiek voor het programma tot stand te brengen en te behouden. Het programma moet ook bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van synergieën tussen wetenschap, technologie, cultuur en de kunsten om een nieuw niveau van duurzame innovatie te bereiken.
(26)  Met het oog op het verdiepen van de relatie tussen wetenschap en maatschappij en het maximaliseren van de voordelen van hun interacties, moet het programma de burgers en maatschappelijke organisaties inzetten en betrekken bij het via de betrokken wereld van wetenschap en industrie co-ontwerpen en cocreëren van verantwoorde onderzoeks- en innovatieagenda’s en -inhoud, waarbij rekening wordt gehouden met de zorgen, behoeften en verwachtingen van de bevolking en van het maatschappelijk middenveld, en waarin wetenschapsonderwijs wordt bevorderd, wetenschappelijke kennis toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek en de deelname van burgers en maatschappelijke organisaties aan de activiteiten van het programma mogelijk wordt gemaakt. Er moet toezicht worden gehouden op de maatregelen die ter verbetering van de betrokkenheid van burgers en het maatschappelijk middenveld worden genomen.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 bis (nieuw)
(26 bis)  Horizon Europa moet nieuwe technologieën ondersteunen die de toegang voor en de onbeperkte deelname van personen met een handicap verbeteren en aldus de weg effenen voor een daadwerkelijk inclusieve samenleving.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 ter (nieuw)
(26 ter)  Teneinde de Europese Onderzoeksruimte te versterken, moeten alle onderdelen van het programma bijdragen tot een aanzienlijke verkleining van de onderzoeks- en innovatiekloof, met name door de participatie van landen aan de O&I-acties van het programma te verbreden, wetenschappelijke excellentie te verspreiden, nieuwe O&I-samenwerkingspatronen te stimuleren, de loonkloof tussen onderzoekers binnen de Unie te verkleinen, braindrain tegen te gaan, de nationale O&I-ecosystemen te moderniseren en te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging in evaluatiepanels, deskundigengroepen en wetenschappelijke besturen.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
(27)  Overeenkomstig artikel 349 VWEU komen de ultraperifere gebieden van de Unie in aanmerking voor specifieke maatregelen (rekening houdend met hun structurele, sociale en economische situatie) wat de toegang tot horizontale programma’s van de Unie betreft. In het programma moet dus rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van die regio’s, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie over "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU" (COM(2017)0623), zoals goedgekeurd door de Raad op 12 april 2018.
(27)  Overeenkomstig artikel 349 VWEU komen de ultraperifere gebieden van de Unie in aanmerking voor specifieke maatregelen (rekening houdend met hun structurele, sociale en economische situatie) wat de toegang tot horizontale programma’s van de Unie betreft. In het programma moet dus rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van die regio's, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie over "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU" (COM(2017)0623), zoals goedgekeurd door de Raad op 12 april 2018, en waar mogelijk moet de deelname van deze regio's aan het programma worden aangemoedigd.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
(28)  De activiteiten die in het kader van het programma worden ontwikkeld, moeten streven naar het wegnemen van genderongelijkheden en moeten de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in onderzoek en innovatie bevorderen, in overeenstemming met de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 8 VWEU. De genderdimensie moet op een toereikende wijze in onderzoeks- en innovatieonderwerpen worden geïntegreerd en gedurende alle fasen van de onderzoekscyclus worden gevolgd.
(28)  De activiteiten die in het kader van het programma worden ontwikkeld, moeten erop gericht zijn genderongelijkheden weg te nemen, gendervooroordelen te bestrijden, de genderdimensie op toereikende wijze te integreren in onderzoeks- en innovatieonderwerpen, het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren, gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bevorderen, inclusief gelijke bezoldiging, overeenkomstig artikel 141, lid 3 van het VWEU en overeenkomstig Richtlijn 2006/54/EG betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep, en de toegang van onderzoekers met een handicap tot onderzoek en innovatie te waarborgen.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
(29)  Gezien de specifieke kenmerken van de defensiesector, moeten de gedetailleerde bepalingen voor de financiering door de Unie van onderzoeksprojecten op het gebied van defensie worden vastgesteld in Verordening … tot oprichting van het Europees Defensiefonds16 waarin de regels voor deelname aan defensieonderzoek zijn vastgesteld. De in het kader van het Europees Defensiefonds verrichte onderzoeks- en innovatieactiviteiten moeten zich exclusief op defensietoepassingen richten.
(29)  Gezien de specifieke kenmerken van de defensiesector, moeten de gedetailleerde bepalingen voor de financiering door de Unie van onderzoeksprojecten op het gebied van defensie worden vastgesteld in Verordening … tot oprichting van het Europees Defensiefonds16 waarin de regels voor deelname aan defensieonderzoek zijn vastgesteld. Hoewel synergieën tussen Horizon Europa en het Europees Defensiefonds kunnen worden aangemoedigd zonder dat er overlappingen optreden, moeten de acties uit hoofde van Horizon Europa zich uitsluitend op civiele doelen richten.
__________________
__________________
16
16 ...
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
(31 bis)  Administratieve vereenvoudiging, met name de vermindering van de administratieve belasting en termijnen voor begunstigden, moet continu worden nagestreefd bij de vaststelling, uitvoering, evaluatie en monitoring van en de verslaglegging over het programma.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 ter (nieuw)
(31 ter)  Om ervoor te zorgen dat Europa wereldwijd in de voorhoede blijft van onderzoek en innovatie op digitaal gebied en om rekening te houden met de noodzaak investeringen op te voeren om voordeel te halen uit toenemende kansen die digitale technologieën bieden, moeten er voldoende financiële middelen worden toegekend aan digitale kernprioriteiten.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
(33)  Krachtens [verwijzing indien nodig actualiseren op basis van een nieuw besluit over de LGO's: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad23] komen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.
(33)  Krachtens [verwijzing indien nodig actualiseren op basis van een nieuw besluit over de LGO's: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad23] komen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft. Het programma dient terdege rekening te houden met de specifieke kenmerken van deze gebieden om ervoor te zorgen dat zij doeltreffend deelnemen en om de samenwerking en synergieën, met name in ultraperifere gebieden en met hun derde buurlanden, te ondersteunen.
__________________
__________________
23 Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
23 Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
(34)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet dit programma worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor toezicht worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden geëvalueerd.
(34)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet dit programma worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor toezicht worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten en de begunstigden van het programma, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden geëvalueerd.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
(38)  Gemeenschappelijke regels voor de hele programma moeten zorgen voor een coherent kader dat de deelname aan programma's die financieel worden gesteund door de begroting van Horizon Europa vergemakkelijkt, inclusief de deelname aan programma’s die worden beheerd door financieringsorganen zoals het EIT, gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren in de zin van artikel 187 VWEU, en de deelname aan programma’s die de lidstaten overeenkomstig artikel 185 VWEU ondernemen. Wanneer dit gerechtvaardigd is, moet er voldoende flexibiliteit zijn om specifieke regels vast te stellen.
(38)  Gemeenschappelijke regels en voorschriften voor het hele programma moeten zorgen voor vereenvoudigde en gemeenschappelijke uitvoeringsinstrumenten, waaronder voor de monitoring en verslaglegging, en voor een coherent kader dat de deelname aan programma's die financieel worden gesteund door de begroting van Horizon Europa vergemakkelijkt, inclusief de deelname aan programma's die worden beheerd door financieringsorganen zoals het EIT, gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren in de zin van artikel 187 VWEU, en de deelname aan programma's die de lidstaten overeenkomstig artikel 185 VWEU ondernemen. Het vaststellen van specifieke regels moet mogelijk zijn, maar uitzonderingen moeten alleen worden toegestaan wanneer zij absoluut noodzakelijk en naar behoren gerechtvaardigd zijn.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
(39)  De acties die onder het toepassingsgebied van het programma vallen, moeten in overeenstemming zijn met de grondrechten en de beginselen van met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dergelijke acties moeten voldoen aan alle wettelijke verplichtingen, met inbegrip van het internationale recht en relevante besluiten van de Commissie zoals het bericht van de Commissie van 28 juni 201324, en aan ethische beginselen, onder meer het voorkomen van elke inbreuk op de integriteit van het wetenschappelijk onderzoek. Bij onderzoeksactiviteiten moet rekening worden gehouden met artikel 13 VWEU, en het gebruik van dieren voor onderzoek en proeven moet worden beperkt en uiteindelijk moeten dieren in het onderzoek worden vervangen.
(39)  De acties die onder het toepassingsgebied van het programma vallen, moeten in overeenstemming zijn met de grondrechten en de beginselen van met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dergelijke acties moeten voldoen aan alle wettelijke verplichtingen, met inbegrip van het internationale recht en relevante besluiten van de Commissie zoals het bericht van de Commissie van 28 juni 201324, en aan ethische beginselen, onder meer het voorkomen van elke inbreuk op de integriteit van het wetenschappelijk onderzoek. Er moet rekening worden houden met de adviezen van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Bij onderzoeksactiviteiten moet rekening worden gehouden met artikel 13 VWEU, en het gebruik van dieren voor onderzoek en proeven moet worden beperkt en uiteindelijk moeten dieren in het onderzoek worden vervangen.
__________________
__________________
24 PB C 205 van 19.7.2013, blz. 9.
24 PB C 205 van 19.7.2013, blz. 9.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
(40)  Conform de doelstellingen van internationale samenwerking zoals bepaald in de artikelen 180 en 186 VWEU moet de deelname van rechtspersonen die in derde landen zijn gevestigd en van internationale organisaties worden gestimuleerd. De uitvoering van het programma moet in overeenstemming zijn met de maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75 en 215 VWEU, alsook met het internationale recht. In het geval van acties die betrekking hebben op de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie kan de deelname aan specifieke acties van het programma beperkt worden tot entiteiten die in lidstaten zijn gevestigd, of tot entiteiten die in lidstaten en in bepaalde geassocieerde of andere derde landen zijn gevestigd.
(40)  Conform de doelstellingen van internationale samenwerking zoals bepaald in de artikelen 180 en 186 VWEU moet de deelname van rechtspersonen die in derde landen zijn gevestigd en van internationale organisaties worden gestimuleerd in het wetenschappelijke, maatschappelijke, economische en technologische belang van de Unie. De uitvoering van het programma moet in overeenstemming zijn met de maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75 en 215 VWEU, alsook met het internationale recht. In het geval van acties die betrekking hebben op de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie kan de deelname aan specifieke acties van het programma beperkt worden tot entiteiten die in lidstaten zijn gevestigd, of tot entiteiten die in lidstaten en in bepaalde geassocieerde of andere derde landen zijn gevestigd.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
(41)  In het licht van het belang om de klimaatverandering aan te pakken overeenkomstig de verbintenis van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit programma bijdragen aan klimaatmainstreaming en het verwezenlijken van de algemene doelstelling dat 25 % van de uitgaven in de EU-begroting klimaatdoelstellingen moet ondersteunen.
(41)  In de wetenschap dat klimaatverandering een van de grootste en belangrijkste wereldwijde en maatschappelijke uitdagingen is en in het licht van het belang om de klimaatverandering aan te pakken overeenkomstig de verbintenis van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit programma waar toepasselijk en in het kader van de algemene Uniedoelstelling om klimaatacties te integreren en hiervoor 30 % van de Uniebegroting te besteden, met ten minste 35 % van zijn uitgaven bijdragen tot de ondersteuning van de klimaatdoelstellingen. Met het oog op het monitoren en controleren van deze doelstelling moeten alle klimaatgerelateerde uitgaven worden geregistreerd, voor alle Uniebegrotingsprogramma's, en moeten deze uitgaven worden weerspiegeld in de gepaste onderdelen van de werkprogramma's. De geraamde uitgaven voor specifieke schone-energietechnologieën moeten worden opgesplitst zodat ze van land tot land kunnen worden vergeleken. Overeenkomstig de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer (verslag nr. 31/2016) moet in mechanismen voor klimaatmainstreaming bij de verslaglegging achteraf een onderscheid worden gemaakt tussen mitigatie en aanpassing.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
(43)  Het gebruik van gevoelige achtergrondinformatie of toegang door onbevoegden tot gevoelige resultaten kunnen een negatief effect hebben op de belangen van de Unie of van één of meer van haar lidstaten. De behandeling van vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde informatie moet dus worden onderworpen aan het relevante Unierecht, inclusief de interne regels van de instellingen, zoals Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, waarin de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie zijn vastgesteld.
(43)  Het gebruik van gevoelige achtergrondinformatie of toegang door onbevoegden tot gevoelige resultaten en onderzoeksgegevens kunnen een negatief effect hebben op de belangen van de Unie of van één of meer van haar lidstaten. De behandeling van vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde informatie moet dus worden onderworpen aan het relevante Unierecht, inclusief de interne regels van de instellingen, zoals Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, waarin de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie zijn vastgesteld.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Overweging 44
(44)  Het is noodzakelijk de minimumvoorwaarden voor deelname vast te stellen, zowel als algemene regel waarbij ten minste één juridische entiteit uit een lidstaat deel moet uitmaken van het consortium, als met betrekking tot de kenmerken van specifieke soorten acties in het kader van het programma.
Schrappen
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
(45)  Het is dienstig voorwaarden vast te stellen met betrekking tot het toekennen van financiering door de Unie aan deelnemers van acties op grond van het programma. Subsidies moeten worden toegepast, rekening houdend met alle in het Financieel Reglement vastgestelde vormen van bijdragen, met inbegrip van vaste bedragen, forfaitaire kosten of eenheidskosten, met het oog op verdere vereenvoudiging.
(45)  Het is nodig voorwaarden vast te stellen met betrekking tot het toekennen van financiering door de Unie aan deelnemers van acties op grond van het programma. Subsidies vormen de belangrijkste vorm van financiering in het kader van het programma. Andere soorten financiering worden gekozen op basis van de mate waarin zij het mogelijk maken de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten te boeken, met name rekening houdend met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Wat subsidies betreft, houdt dit onder meer in dat het gebruik van vaste bedragen, forfaits en schalen van eenheidskosten wordt overwogen, zoals uiteengezet in het Financieel Reglement, met het oog op verdere vereenvoudiging. Een nieuw systeem voor de terugbetaling van de kosten kan pas als een echte vereenvoudiging voor de begunstigden worden beschouwd wanneer daar een uitgebreide en positieve evaluatie aan voorafgaat.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
(46)  De subsidiepercentages in deze verordening zijn aangemerkt als maxima teneinde te voldoen aan het medefinancieringsbeginsel.
Schrappen
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
(47)  In overeenstemming met het Financieel Reglement moet het programma de basis vormen voor een bredere aanvaarding van de gangbare kostenberekeningsmethoden van de begunstigden wat personeelskosten en eenheidskosten voor intern gefactureerde goederen en diensten betreft.
(47)  In overeenstemming met het Financieel Reglement moet het programma de basis vormen voor een bredere aanvaarding van de gangbare kostenberekeningsmethoden van de begunstigden wat personeelskosten en eenheidskosten voor intern gefactureerde goederen en diensten betreft. Alle begunstigden moeten kunnen kiezen voor het gebruik van eenheidskosten voor interne facturering van goederen en diensten, waarbij directe en indirecte kosten worden gecombineerd. Hiervoor komen ook kosten in aanmerking die via verdeelsleutels worden geraamd.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
(48)  Het huidige systeem van terugbetaling van de reële personeelskosten moet verder worden vereenvoudigd op basis van de in het kader van Horizon 2020 ontwikkelde aanpak voor projectgebaseerde vergoeding en moet verder in overeenstemming worden gebracht met het Financieel Reglement.
(48)  Het huidige systeem van terugbetaling van de reële personeelskosten moet verder worden vereenvoudigd op basis van de in het kader van Horizon 2020 ontwikkelde aanpak voor projectgebaseerde vergoeding en moet verder in overeenstemming worden gebracht met het Financieel Reglement, waarbij het algemene beginsel van 'gelijk loon voor gelijk werk' als uitgangspunt moet worden genomen en waarbij moet worden gestreefd naar het dichten van de loonkloof tussen de Unieonderzoekers die bij het programma betrokken zijn.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
(50)  Voor de exploitatie en verspreiding van de resultaten moeten regels worden vastgesteld teneinde te waarborgen dat de begunstigden die resultaten op passende wijze beschermen, exploiteren, verspreiden en toegankelijk maken. Er moet meer aandacht worden besteed aan de exploitatie van de resultaten, met name in de Unie. De begunstigden moeten hun plannen voor het exploiteren en verspreiden van hun resultaten tijdens en na de voltooiing van de actie actualiseren.
(50)  Voor de exploitatie en verspreiding van de resultaten moeten regels worden vastgesteld teneinde te waarborgen dat de begunstigden die resultaten op passende wijze beschermen, exploiteren, verspreiden en toegankelijk maken, rekening houdend met de legitieme belangen van de begunstigden en met eventuele andere beperkingen, zoals de gegevensbeschermingsregels, privacy- en veiligheidsregels, alsmede intellectuele-eigendomsrechten, vertrouwelijkheid en het mondiale economische concurrentievermogen van de Unie. Er moet meer aandacht worden besteed aan de exploitatie van de resultaten, in het bijzonder in de Unie. De begunstigden moeten hun plannen voor het exploiteren en verspreiden van hun resultaten tijdens de actie actualiseren.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
(51)  De belangrijkste elementen van het systeem voor de evaluatie en selectie van voorstellen van het vorige programma, Horizon 2020, waarin bijzondere aandacht werd besteed aan excellentie, moet worden gehandhaafd. De voorstellen moeten net als voorheen worden geselecteerd op basis van een beoordeling door onafhankelijke deskundigen. In voorkomend geval moet rekening worden gehouden met de noodzaak om te zorgen voor de algehele samenhang van de projecten in de portefeuille.
(51)  De belangrijkste elementen van het systeem voor de evaluatie en selectie van voorstellen van het vorige programma, Horizon 2020, waarin bijzondere aandacht werd besteed aan de criteria "excellentie", "effect" en "kwaliteit en doeltreffendheid van de uitvoering", moeten worden gehandhaafd. De voorstellen moeten net als voorheen worden geselecteerd op basis van een beoordeling door onafhankelijke deskundigen die uit zoveel mogelijk lidstaten afkomstig zijn. Om selectievertekening te vermijden moet de Commissie waar toepasselijk anonieme evaluaties houden en de resultaten hiervan analyseren. In voorkomend geval moet door onafhankelijke deskundigen rekening worden gehouden met de noodzaak om te zorgen voor de algehele samenhang van de projecten in de portefeuille.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
(52)  Teneinde de administratieve lasten voor de begunstigden van Uniefinanciering te verminderen, moet een groter wederzijds vertrouwen in audits en beoordelingen – onder meer met andere Unieprogramma's – worden overwogen. Voor wederzijds vertrouwen moet uitdrukkelijk worden gezorgd door ook rekening te houden met andere elementen van borging zoals systeem- en procesaudits.
(52)  Teneinde de administratieve lasten voor de begunstigden van Uniefinanciering te verminderen, moet een systematisch wederzijds vertrouwen in audits en beoordelingen met andere Unieprogramma's worden uitgevoerd voor alle onderdelen van het programma, in overeenstemming met artikel 127 van het Financieel Reglement. Voor wederzijds vertrouwen moet uitdrukkelijk worden gezorgd door ook rekening te houden met andere elementen van borging zoals systeem- en procesaudits.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
(53)  Specifieke uitdagingen op het gebied van onderzoek en innovatie moeten worden aangepakt door middel van prijzen, in voorkomend geval onder meer door middel van gezamenlijke of gemeenschappelijke prijzen, georganiseerd door de Commissie of het financieringsorgaan samen met andere organen van de Unie, derde landen, internationale organisaties of rechtspersonen zonder winstoogmerk.
(53)  Specifieke uitdagingen op het gebied van onderzoek en innovatie moeten worden aangepakt door middel van prijzen, in voorkomend geval onder meer door middel van gezamenlijke of gemeenschappelijke prijzen, georganiseerd door de Commissie of het financieringsorgaan samen met andere organen van de Unie, derde landen, internationale organisaties of rechtspersonen zonder winstoogmerk. Er moeten in het bijzonder prijzen worden toegekend aan projecten die wetenschappers aantrekken naar verbreed deelnemende landen en aan succesvolle projecten, om de zichtbaarheid ervan te verbeteren en de bevordering van door de Unie gefinancierde acties te kunnen vergroten.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
(54)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Wat subsidies betreft, houdt dit mede in dat het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en schalen van eenheidskosten wordt overwogen,
(54)  De financieringssoorten en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Dit houdt onder meer in dat het gebruik van vaste bedragen, forfaits en schalen van eenheidskosten wordt overwogen.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderwerp
Onderwerp
1.  Bij deze verordening worden Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie ("het programma"), en de regels voor deelname aan en verspreiding van de resultaten van de in het kader van het programma uitgevoerde acties onder contract vastgesteld.
1.  Bij deze verordening worden Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie ("het programma"), en de regels voor deelname aan en verspreiding van de resultaten van de in het kader van het programma uitgevoerde acties onder contract vastgesteld, en wordt het kader ingesteld waarbinnen de Unie onderzoeks- en innovatieactiviteiten ondersteunt.
2.  In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.
2.  In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021‑2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.
3.  Het programma wordt uitgevoerd door middel van:
3.  Het programma wordt uitgevoerd door middel van:
a)  het specifieke programma dat is vastgesteld bij Besluit (EU) .../...25, dat een financiële bijdrage aan het EIT omvat;
a)  het specifieke programma dat is vastgesteld bij Besluit (EU) .../...25, dat onder meer de benadering en de werkterreinen van het EIT omvat;
b)  het specifieke programma voor defensieonderzoek dat is vastgesteld bij Verordening (EU) .../... .
b)  het specifieke programma voor defensieonderzoek dat is vastgesteld bij Verordening (EU) .../... .
4.  Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, hebben de in deze verordening gebruikte begrippen "Horizon Europa", "het programma" en "specifiek programma" betrekking op aangelegenheden die enkel relevant zijn voor het in lid 3, onder a), beschreven specifieke programma.
4.  Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, hebben de in deze verordening gebruikte begrippen "Horizon Europa", "het programma" en "specifiek programma" geen betrekking op aangelegenheden die relevant zijn voor het in lid 3, onder b), beschreven specifieke programma.
4 bis.   Het EIT voert het programma uit overeenkomstig het strategische O&I-plan en de strategische innovatieagenda van het EIT voor de periode 2021‑2027, met als voorbehoud dat er voor elke nieuwe kennis- en innovatiegemeenschap (KIG) indien mogelijk aanvullende en voldoende begrotingsmiddelen ter beschikking worden gesteld, om de doelstellingen en toezeggingen van de bestaande KIG's niet te ondermijnen.
__________________
__________________
25
25
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 2
Artikel 2
Artikel 2
Definities
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "onderzoeksinfrastructuren":
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "onderzoeksinfrastructuren":
(1)  faciliteiten die hulpbronnen en diensten ter beschikking stellen van de onderzoeksgemeenschappen om op hun gebied onderzoek te verrichten en innovatie te bevorderen. faciliteiten die hulpbronnen en diensten ter beschikking stellen van de onderzoeksgemeenschappen om op hun gebied onderzoek te verrichten en innovatie te bevorderen. aan kennis gerelateerde faciliteiten zoals verzamelingen, archieven of infrastructuren voor wetenschappelijke gegevens, computersystemen, communicatienetwerken en elke andere unieke infrastructuur die openstaat voor externe gebruikers en van wezenlijk belang is om excellentie in onderzoek en innovatie te bereiken. Waar dienstig kunnen de infrastructuren ook voor andere dan onderzoeksdoelen worden aangewend, bijvoorbeeld voor onderwijs of voor openbare dienstverlening, en het kan om infrastructuren op één locatie, op meerdere locaties of om virtuele infrastructuren gaan;
(1)  faciliteiten die hulpbronnen en diensten ter beschikking stellen van de onderzoeksgemeenschappen om op hun gebied onderzoek te verrichten en innovatie te bevorderen. Deze definitie omvat tevens de bijbehorende personele middelen en zij bestrijkt belangrijke uitrusting of verzamelingen van instrumenten, met name die welke worden gesteund door andere Unieprogramma's als bedoeld in bijlage IV, aan kennis gerelateerde faciliteiten zoals verzamelingen, archieven of infrastructuren voor wetenschappelijke gegevens, computersystemen, communicatienetwerken en elke andere unieke infrastructuur die openstaat voor externe gebruikers en van wezenlijk belang is om excellentie in onderzoek en innovatie te bereiken. Waar dienstig kunnen de infrastructuren ook voor andere dan onderzoeksdoelen worden aangewend, bijvoorbeeld voor onderwijs of voor openbare dienstverlening, en het kan om infrastructuren op één locatie, op meerdere locaties of om virtuele infrastructuren gaan;
(2)  “strategie voor slimme specialisatie”: heeft dezelfde betekenis als strategie voor slimme specialisatie zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad26 die aan de in Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] vastgestelde randvoorwaarden voldoet;
(2)  "strategie voor slimme specialisatie": heeft dezelfde betekenis als strategie voor slimme specialisatie zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad26 die aan de in Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] vastgestelde randvoorwaarden voldoet;
(3)  "Europees partnerschap": initiatief waarbij de Unie zich er, samen met particuliere en/of publieke partners (bijvoorbeeld de industrie, onderzoeksorganisaties, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau of maatschappelijke organisaties, met inbegrip van stichtingen), toe verbindt de ontwikkeling en uitvoering van een programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met inbegrip van die welke verband houden met de toepassing in de markt, de regelgeving of het beleid, gezamenlijk te ondersteunen;
(3)  "Europees partnerschap": initiatief waarbij de Unie zich er, waar toepasselijk samen met particuliere en/of publieke partners (bijvoorbeeld de industrie, universiteiten, onderzoeksorganisaties, waaronder onderzoeksinfrastructuren, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau of maatschappelijke organisaties, met inbegrip van niet‑gouvernementele organisaties en stichtingen), toe verbindt de ontwikkeling en uitvoering van een programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met inbegrip van die overeenkomstig de artikelen 185 en 187 van het VWEU en die welke verband houden met de toepassing in de markt, de regelgeving of het beleid, gezamenlijk te ondersteunen;
(4)  "open toegang": praktijk waarbij aan de eindgebruiker gratis online toegang wordt verstrekt tot onderzoeksresultaten die voortvloeien uit in het kader van het programma gefinancierde acties, met name wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens.
(4)  "open toegang": praktijk waarbij aan de eindgebruiker gratis online toegang wordt verstrekt tot onderzoeksresultaten die voortvloeien uit in het kader van het programma gefinancierde acties, met name wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens. Wat onderzoeksgegevens betreft, moeten relevante privacy- en veiligheidsbelangen alsmede intellectuele-eigendomsrechten, vertrouwelijkheid, het mondiale economische concurrentievermogen van de Europese Unie en andere legitieme belangen volgens het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig" en volgens de "robuuste opt-outs" worden aangepakt;
(5)  "missie": een portefeuille van acties gericht op het verwezenlijken van een meetbare doelstelling binnen een vastgestelde termijn, met een effect op de wetenschap en de technologie en/of de samenleving en de burgers dat niet met individuele acties kan worden bereikt;
(5)  "missie": een portefeuille van clusteroverstijgende of overkoepelende O&I-acties van hoog niveau die tot doel hebben binnen een vastgestelde termijn een meetbare doelstelling te bereiken, die een impact hebben op de wetenschap en de technologie, de samenleving, de beleidsvorming en/of diplomatie en de burgers, en die niet met individuele acties kan worden bereikt;
(6)  "precommerciële inkoop": de inkoop van onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten waarbij op basis van de marktvoorwaarden sprake is van een deling van de risico's en voordelen, van een competitieve ontwikkeling in fasen en van een duidelijke scheiding tussen de ingekochte onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten en het gebruik van commerciële hoeveelheden eindproducten;
(6)  "precommerciële inkoop": de inkoop van onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten waarbij op basis van de marktvoorwaarden sprake is van een deling van de risico's en voordelen, van een competitieve ontwikkeling in fasen en van een duidelijke scheiding tussen de ingekochte onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten en het gebruik van commerciële hoeveelheden eindproducten;
(7)  "overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen": inkoopactiviteiten waarbij de aanbestedende diensten als initiërende klant fungeren voor innovatieve goederen of diensten die nog niet op een grootschalige commerciële basis beschikbaar zijn, met inbegrip van conformiteitstests;
(7)  "overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen": inkoopactiviteiten waarbij de aanbestedende diensten als initiërende klant fungeren voor innovatieve goederen of diensten die nog niet op een grootschalige commerciële basis beschikbaar zijn, met inbegrip van conformiteitstests;
(8)  "toegangsrechten": gebruiksrechten van resultaten of background;
(8)  "toegangsrechten": de rechten om resultaten of background te gebruiken onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden;
(9)  "background": alle gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook, materieel of immaterieel, met inbegrip van de daaraan verbonden rechten zoals intellectuele-eigendomsrechten, die i) reeds vóór hun toetreding tot de actie in het bezit van de begunstigden waren en ii) door de begunstigden schriftelijk als zodanig zijn aangemerkt op eender welke wijze als nodig is voor de uitvoering van de actie of voor de exploitatie van de resultaten ervan;
(9)  "background": alle gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook, materieel of immaterieel, met inbegrip van de daaraan verbonden rechten zoals intellectuele-eigendomsrechten, die i) reeds vóór hun toetreding tot de actie in het bezit van de begunstigden waren en ii) door de begunstigden in een schriftelijke overeenkomst als zodanig zijn aangemerkt zoals nodig is voor de uitvoering van de actie of voor de exploitatie van de resultaten ervan;
(10)  "verspreiding": het openbaar maken van de resultaten via geschikte kanalen (anders dan met het oogmerk om de resultaten te beschermen of te exploiteren), waaronder tevens begrepen wetenschappelijke publicaties via eender welk communicatiemiddel;
(10)  "verspreiding": het openbaar maken van de resultaten via geschikte kanalen (anders dan met het oogmerk om de resultaten te beschermen of te exploiteren), waaronder tevens begrepen wetenschappelijke publicaties via eender welk communicatiemiddel;
(11)  "exploitatie": het gebruik van resultaten bij andere onderzoeks- en innovatieactiviteiten dan die welke onder de desbetreffende actie vallen, of bij het ontwikkelen, creëren, produceren en in de handel brengen van een product of werkwijze, of bij het creëren en leveren van een dienst of bij normalisatieactiviteiten;
(11)  "exploitatie": het gebruik van resultaten bij andere onderzoeks- en innovatieactiviteiten dan die welke onder de desbetreffende actie vallen, of bijvoorbeeld het commercieel gebruik ervan, onder meer voor het ontwikkelen, creëren, produceren en in de handel brengen van een product of werkwijze, of het gebruik van resultaten bij het creëren en leveren van een dienst of bij normalisatieactiviteiten;
(12)  "eerlijke en redelijke voorwaarden": passende voorwaarden, met inbegrip van eventuele financiële voorwaarden of voorwaarden inzake royaltyvrije toegang, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het verzoek om toegang, bijvoorbeeld de feitelijke of potentiële waarde van de resultaten of background waarvoor om toegang is verzocht en/of de omvang, de duur en andere kenmerken van de beoogde exploitatie;
(12)  "eerlijke en redelijke voorwaarden": passende voorwaarden, met inbegrip van eventuele financiële voorwaarden of voorwaarden inzake royaltyvrije toegang, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het verzoek om toegang, bijvoorbeeld de feitelijke of potentiële waarde van de resultaten of background waarvoor om toegang is verzocht en/of de omvang, de duur en andere kenmerken van de beoogde exploitatie;
(13)  "financieringsorgaan": ander orgaan of andere organisatie dan de Commissie, zoals bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement, waaraan de Commissie begrotingsuitvoeringstaken op grond van het programma heeft toevertrouwd;
(13)  "financieringsorgaan": ander orgaan of andere organisatie dan de Commissie, zoals bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement, waaraan de Commissie begrotingsuitvoeringstaken op grond van het programma heeft toevertrouwd;
(14)  "internationale Europese onderzoeksorganisatie": een internationale organisatie waarvan het merendeel van de leden lidstaten of geassocieerde landen zijn, en waarvan het hoofddoel de bevordering van de wetenschappelijke en technologische samenwerking in Europa is;
(14)  "internationale Europese onderzoeksorganisatie": een internationale organisatie waarvan het merendeel van de leden lidstaten of geassocieerde landen zijn, en waarvan het hoofddoel de bevordering van de wetenschappelijke en technologische samenwerking in Europa is;
(15)  "juridische entiteit": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 197, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement;
(15)  "juridische entiteit": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 197, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement;
(15 bis)  "in het kader van verbrede deelname participerende landen": de landen die zijn geïdentificeerd door middel van de samengestelde indicatoren van onderzoeksexcellentie (O&O-intensiteit, excellentie in wetenschap en techniek, kennisintensiviteit van de economie, bijdrage van high tech- en medium tech-producten aan de handelsbalans) en met een correctieve drempel van 70 % van het Uniegemiddelde;
(16)  "juridische entiteit zonder winstoogmerk": een juridische entiteit die op grond van haar rechtsvorm geen winstoogmerk heeft of een wettelijke of statutaire verplichting heeft geen winsten uit te keren aan haar aandeelhouders of afzonderlijke leden;
(16)  "juridische entiteit zonder winstoogmerk": een juridische entiteit die op grond van haar rechtsvorm geen winstoogmerk heeft of een wettelijke of statutaire verplichting heeft geen winsten uit te keren aan haar aandeelhouders of afzonderlijke leden;
(17)  "midcap-onderneming": onderneming die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming ("kmo") is zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie27 en die ten hoogste 3 000 werknemers telt, waarvan het aantal werkzame personen wordt berekend volgens de artikelen 3, 4, 5 en 6 van titel I van de bijlage bij die aanbeveling;
(17)  "midcap-onderneming": onderneming die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming ("kmo") is zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie27 en die ten hoogste 3 000 werknemers telt, waarvan het aantal werkzame personen wordt berekend volgens de artikelen 3, 4, 5 en 6 van titel I van de bijlage bij die aanbeveling;
(18)  "resultaten": alle materiële of immateriële effecten van de actie, bijvoorbeeld gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;
(18)  "resultaten": alle materiële of immateriële output van de actie, bijvoorbeeld gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;
(19)  "excellentiekeurmerk": gecertificeerd keurmerk dat aantoont dat een naar aanleiding van een oproep tot het indienen van voorstellen ingediend voorstel alle in het werkprogramma vastgestelde drempelwaarden haalde, maar bij gebrek aan beschikbare middelen voor die oproep in het werkprogramma niet kon worden gefinancierd;
(19)  "excellentiekeurmerk": gecertificeerd keurmerk dat aantoont dat een naar aanleiding van een oproep tot het indienen van voorstellen ingediend voorstel alle in het werkprogramma vastgestelde drempelwaarden haalde, maar bij gebrek aan beschikbare middelen voor die oproep in het werkprogramma niet kon worden gefinancierd, en dat evenwel steun zou kunnen ontvangen uit andere Europese of nationale bronnen van financiering;
(19 bis)  "strategisch O&I-plan": een om de twee jaar middels een gedelegeerde handeling goedgekeurd document ter aanvulling op het specifieke programma naar aanleiding van een breed verplicht raadplegingsproces van verschillende belanghebbenden met de lidstaten, het Europees Parlement, de belanghebbenden op het gebied van RDI, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld. Hierin worden de prioriteiten, de instrumenten en de geschikte soorten acties en uitvoeringsvormen vastgesteld, en daarmee vormt het de basis voor de ontwikkeling van de werkprogramma's. Het bevat met name de geselecteerde missies, de nieuw opgezette of voortgezette contractuele of institutionele partnerschappen, FET-vlaggenschipinitiatieven en KIG's;
(20)  "werkprogramma": door de Commissie goedgekeurd document voor de uitvoering van het specifieke programma28 overeenkomstig artikel 12 ervan, of het door een financieringsorgaan aangenomen document dat inhoudelijk en structureel gelijkwaardig is;
(20)  "werkprogramma": door de Commissie goedgekeurd document voor de uitvoering van het specifieke programma28 overeenkomstig artikel 12 ervan, of het door een financieringsorgaan aangenomen document dat inhoudelijk en structureel gelijkwaardig is;
(21)  "terug te betalen voorschot": deel van een gemengde Horizon Europa- of EIC-financiering dat overeenkomt met een lening op grond van titel X van het Financieel Reglement, maar dat rechtstreeks en zonder winstoogmerk door de Unie wordt verstrekt, om de kosten van activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie te dekken, en dat door de begunstigde overeenkomstig de in het contract opgenomen voorwaarden aan de Unie moet worden terugbetaald;
(21)  "terug te betalen voorschot": deel van een gemengde Horizon Europa- financiering dat overeenkomt met een lening op grond van titel X van het Financieel Reglement, maar dat rechtstreeks en zonder winstoogmerk door de Unie wordt verstrekt, om de kosten van activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie te dekken, en dat door de begunstigde overeenkomstig de in het contract opgenomen voorwaarden aan de Unie moet worden terugbetaald;
(22)  "contract": overeenkomst die wordt gesloten tussen de Commissie of een financieringsorgaan en een juridische entiteit die een innovatie- en marktintroductieactie uitvoert en die wordt ondersteund door een gemengde Horizon Europa- of EIC-financiering;
(22)  "contract": overeenkomst die wordt gesloten tussen de Commissie of een financieringsorgaan en een juridische entiteit die een innovatie- en marktintroductieactie uitvoert en die wordt ondersteund door een gemengde Horizon Europa-financiering;
(23)  "gerubriceerde informatie": gerubriceerde EU-informatie zoals gedefinieerd in artikel 3 van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, alsook gerubriceerde informatie van de lidstaten, gerubriceerde informatie van derde landen waarmee de EU een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten en gerubriceerde informatie van internationale organisaties waarmee de Unie een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten;
(23)  "gerubriceerde informatie": gerubriceerde EU-informatie zoals gedefinieerd in artikel 3 van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, alsook gerubriceerde informatie van de lidstaten, gerubriceerde informatie van derde landen waarmee de EU een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten en gerubriceerde informatie van internationale organisaties waarmee de Unie een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten;
(24)  "blendingverrichting": door de EU-begroting ondersteunde acties, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;
(24)  "blendingverrichting": door de EU‑begroting ondersteunde acties, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;
(25)  "gemengde Horizon Europa- of EIC-financiering": enkelvoudige financiële steun aan een innovatie- en marktintroductieactie, bestaande uit een specifieke combinatie van een subsidie of een terug te betalen voorschot met een belegging in aandelen;
(25)  "gemengde Horizon Europa-financiering": enkelvoudige financiële steun aan een innovatie- en marktintroductieactie, bestaande uit een specifieke combinatie van een subsidie of een terug te betalen voorschot met een belegging in aandelen;
(25 bis)  "onderzoeks- en innovatieactie": een actie hoofdzakelijk bestaande uit activiteiten die zijn gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis en/of het verkennen van de haalbaarheid van nieuwe of verbeterde technologieën, producten, werkwijzen, diensten of oplossingen. Hierbij kan het onder meer gaan om fundamenteel en toegepast onderzoek, technologische ontwikkeling en integratie, testen en valideren van een kleinschalig prototype in een laboratorium of gesimuleerde omgeving;
(25 ter)  "innovatieactie": actie die hoofdzakelijk bestaat uit werkzaamheden met als rechtstreeks doel het creëren van plannen, schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, eventueel met inbegrip van prototyping, tests, demonstraties, proefprojecten, grootschalige productvalidatie en marktreplicatie;
(25 quater)  "grensverleggend onderzoek van de ERC": belangrijke door de onderzoeker geleide onderzoeksacties, die door een of meer begunstigden van alleen de ERC worden georganiseerd;
(25 quinquies)  "opleidings- en mobiliteitsactie": een actie gericht op de verbetering van de vaardigheden, kennis en loopbaanvooruitzichten van onderzoekers op basis van mobiliteit tussen landen en, in voorkomend geval, tussen sectoren of disciplines;
(25 sexies)  "medefinancieringsactie voor een programma": een actie om medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld en/of uitgevoerd door entiteiten die onderzoek- en innovatieprogramma's, andere dan financieringsorganen van de Unie, beheren en/of financieren;
(25 septies)  "precommerciële inkoopactie": die voornamelijk is gericht op de uitvoering van precommerciële inkoopprocedures door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende instanties zijn;
(25 octies)  "actie voor overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen": een actie die voornamelijk is gericht op de uitvoering van gezamenlijke of gecoördineerde procedures voor overheidsopdrachten met betrekking tot innovatieve oplossingen, door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende instanties zijn;
(25 nonies)  "coördinatie- en ondersteuningsactie": een actie die bijdraagt tot de doelstellingen van het programma, uitgezonderd onderzoeks- en innovatieactiviteiten;
(25 decies)  "overheidsopdrachten": de tenuitvoerlegging van delen van het programma ten aanzien van de strategische belangen en autonomie van de Unie en het uitvoeren, voor eigen doeleinden van de Commissie, van procedures voor overheidsopdrachten voor studies, producten, diensten en capaciteiten;
(25 undecies)  "gelieerde entiteit": een juridische entiteit waarover een deelnemer direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen, dan wel die onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap staat als de deelnemer of die zelf de directe of indirecte zeggenschap over een deelnemer uitoefent;
__________________
__________________
26 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
26 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB 347 van 20.12.2013, blz. 320).
26 bis De Commissie kan de lijst met in het kader van verbrede deelname participerende landen herzien en indien nodig in haar werkprogramma's aanpassen.
27
27
28 PB ….
28 PB ….
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 3
Artikel 3
Artikel 3
Doelstellingen van het programma
Doelstellingen van het programma
1.  De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, economische en maatschappelijke effecten met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie en het vergroten van het concurrentievermogen van onder meer de industrie van de Unie, alsook het verwezenlijken van de strategische prioriteiten van de Unie en het bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met name de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.
1.  De algemene doelstelling van het programma bestaat in het behalen van wetenschappelijke, technologische, economische en maatschappelijke met de investeringen van de Unie in onderzoek en innovatie, met het oog op het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de gehele Unie, het versterken van de Europese Onderzoeksruimte en het vergroten van het concurrentievermogen van de Unie. Onderzoek en industrie moeten de strategische prioriteiten en het strategisch beleid van de Unie helpen verwezenlijken, bijdragen aan het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, waaronder de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en de overeenkomst van Parijs, en bijdragen tot de realisatie van de algemene doelstelling dat 3 % van het bbp van de Unie wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, overeenkomstig de toezeggingen van de staatshoofden en regeringsleiders van de Unie.
2.  De specifieke doelstellingen van het programma zijn:
2.  De specifieke doelstellingen van het programma zijn:
-a)  wetenschappelijke en technologische excellentie die nieuw moet worden ontwikkeld, bevorderd en verspreid;
a)  het ondersteunen van het creëren en verbreiden van hoogwaardige nieuwe kennis, vaardigheden, technologieën en oplossingen voor wereldwijde uitdagingen;
a)  het ondersteunen van het creëren en verbreiden van hoogwaardige kennis, vaardigheden, technologieën en oplossingen voor wereldwijde uitdagingen zoals de klimaatverandering en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, op basis van zowel fundamenteel als toegepast onderzoek;
a bis)  de O&I-kloof binnen de Unie aanzienlijk verminderen, met name door de deelname van lidstaten die slecht presteren op het vlak van O&I aan Horizon Europa te vergroten ten opzichte van het vorige kaderprogramma;
b)  het vergroten van het effect van onderzoek en innovatie op de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van de Unie, en het ondersteunen van de toepassing van innovatieve oplossingen in de industrie en de maatschappij voor wereldwijde uitdagingen;
b)  het vergroten van de Europese toegevoegde waarde van RDI-financiering en van het effect van onderzoek en innovatie op de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van de Unie, en het ondersteunen van de toegang tot en de toepassing van innovatieve oplossingen in de maatschappij en de Europese industrie;
c)  het bevorderen van alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, en de marktintroductie van innovatieve oplossingen versterken;
c)  het bevorderen van alle vormen van innovatie en het versterken van de marktintroductie en het gebruik van RDI-resultaten, in het bijzonder binnen de Unie;
d)  het optimaliseren van de verwezenlijking van het programma om het effect ervan binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte zo groot mogelijk te maken.
d)  het optimaliseren van de verwezenlijking van het programma voor het versterken en vergroten van de impact van RDI en van de aantrekkelijkheid van de Europese Onderzoeksruimte.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 4
Artikel 4
Artikel 4
Structuur van het programma
Structuur van het programma
1.  Het programma bestaat uit de volgende onderdelen, die bijdragen aan de in artikel 3 uiteengezette algemene en specifieke doelstellingen:
1.  Het programma bestaat uit de volgende onderdelen, die bijdragen aan de in artikel 3 uiteengezette algemene en specifieke doelstellingen:
1)  Pijler I – "Open wetenschap", waarmee de in artikel 3, lid 2, onder a), uiteengezette specifieke doelstelling wordt nagestreefd en tevens de in artikel 3, lid 2, onder b) en c), uiteengezette specifieke doelstellingen worden ondersteund, met de volgende componenten:
1)  pijler I "Excellente en open wetenschap", met de volgende componenten:
a)  de Europese Onderzoeksraad (ERC);
a)  de Europese Onderzoeksraad (ERC);
b)  Marie Skłodowska-Curie-acties (MSCA);
b)  Marie Skłodowska-Curie-acties (MSCA);
c)  onderzoeksinfrastructuren.
c)  onderzoeksinfrastructuren.
2)  Pijler II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen", waarmee de in artikel 3, lid 2, onder b), uiteengezette specifieke doelstelling wordt nagestreefd en tevens de in artikel 3, lid 2, onder a) en c), uiteengezette specifieke doelstellingen worden ondersteund, met de volgende componenten:
2)  pijler II "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen", met de volgende componenten:
a)  cluster "Gezondheid";
a)  cluster "Gezondheid";
b)  cluster "Inclusieve en veilige samenleving";
b)  cluster "Inclusieve en creatieve samenleving";
b bis)  cluster "Veilige samenlevingen";
c)  cluster "Digitaal en industrie";
c)  cluster "Digitaal, industrie en ruimte";
d)  cluster "Klimaat, energie en mobiliteit";
d)  cluster "Klimaat, energie en mobiliteit";
e)  cluster "Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen";
e)  cluster "Levensmiddelen, natuurlijke hulpbronnen en landbouw";
f)  niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC).
f)  niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC).
3)  Pijler III – "Open innovatie", waarmee de in artikel 3, lid 2, onder c), uiteengezette specifieke doelstelling wordt nagestreefd en tevens de in artikel 3, lid 2, onder a) en b), uiteengezette specifieke doelstellingen worden ondersteund, met de volgende componenten:
3)  pijler III "Innovatief Europa", met de volgende componenten:
a)  de Europese Innovatieraad (EIC);
a)  de Europese Innovatieraad (EIC);
b)  Europese innovatie-ecosystemen;
b)  Europese innovatie-ecosystemen;
c)  het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT).
c)  het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT).
4)  Onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte", waarmee de in artikel 3, lid 2, onder d), uiteengezette specifieke doelstelling wordt nagestreefd en tevens de in artikel 3, lid 2, onder a), b) en c), uiteengezette specifieke doelstellingen worden ondersteund, met de volgende componenten:
4)  Onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte", met de volgende componenten:
a)   delen van excellentie;
a)  verspreiden van excellentie en verbreden van de deelname in de Unie;
b)  hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem.
b)  hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem.
2.  De hoofdlijnen van activiteiten worden in bijlage I beschreven.
2.  De hoofdlijnen van activiteiten worden in bijlage I beschreven.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 5
Artikel 5
Artikel 5
Defensieonderzoek
Defensieonderzoek
1.  Activiteiten die worden verricht in het kader van het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma en die zijn vastgelegd in Verordening (EU) .../... tot oprichting van het Europees Defensiefonds, zijn onderzoeksactiviteiten die zich exclusief op defensietoepassingen richten, met als doel het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatie binnen de defensiesector te bevorderen.
1.  Activiteiten die worden verricht in het kader van het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma en die zijn vastgelegd in Verordening (EU) .../... tot oprichting van het Europees Defensiefonds, richten zich exclusief op defensieonderzoek en defensietoepassingen, met als doel de consolidatie, het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatie binnen de defensiesector van de Unie te bevorderen en overlappingen tussen beide programma's te vermijden.
2.  Deze verordening is niet van toepassing op het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma, met uitzondering van dit artikel, artikel 1, leden 1 en 3, en artikel 9, lid 1.
2.  Deze verordening is niet van toepassing op het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma, met uitzondering van dit artikel, artikel 1, leden 1 en 3, en artikel 9, lid 1.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 6
Artikel 6
Artikel 6
Uitvoering en vormen van EU-financiering
Strategische planning en uitvoering en vormen van EU-financiering
1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met financieringsorganen als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.
1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met financieringsorganen als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.
2.  In het kader van het programma kan financiering voor acties onder contract worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies (met inbegrip van exploitatiesubsidies), prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen.
2.  In het kader van het programma kan financiering voor acties onder contract worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies (met inbegrip van exploitatiesubsidies), die de belangrijkste vorm van steun in het kader van het programma vormen, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen.
3.  De in deze verordening vastgestelde regels voor deelname en verspreiding zijn van toepassing op acties onder contract.
3.  De in deze verordening vastgestelde regels voor deelname en verspreiding zijn van toepassing op acties onder contract.
4.  De belangrijkste soorten acties waarvan in het kader van het programma gebruik moet worden gemaakt, zijn uitgewerkt en omschreven in bijlage II. Alle vormen van financiering worden op flexibele wijze gebruikt voor alle doelstellingen van het programma, waarbij het gebruik wordt bepaald door de behoeften en de kenmerken van de specifieke doelstellingen.
4.  De belangrijkste soorten acties waarvan in het kader van het programma gebruik moet worden gemaakt, zijn uitgewerkt en omschreven in artikel 2 en in bijlage II. De in lid 2 genoemde vormen van financiering worden op flexibele wijze gebruikt voor alle doelstellingen van het programma, waarbij het gebruik wordt bepaald door de behoeften en de kenmerken van de specifieke doelstellingen.
5.  Het programma ondersteunt tevens eigen acties van het JRC. Wanneer deze acties een bijdrage leveren aan initiatieven krachtens artikel 185 of artikel 187 VWEU wordt deze bijdrage niet beschouwd als een deel van de aan deze initiatieven toegewezen financiële bijdrage.
5.  Het programma ondersteunt tevens eigen acties van het JRC. Wanneer deze acties een bijdrage leveren aan initiatieven krachtens artikel 185 of artikel 187 VWEU wordt deze bijdrage niet beschouwd als een deel van de aan deze initiatieven toegewezen financiële bijdrage.
6.  De uitvoering van het specifieke programma29 is gebaseerd op een transparante en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen", na overleg met belanghebbenden over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Hierdoor wordt de overeenstemming met andere relevante programma's van de Unie gewaarborgd.
6.  De uitvoering van het specifieke programma29 is gebaseerd op strategische O&I-plannen, is in overeenstemming met alle doelstellingen van het programma zoals uiteengezet in artikel 3, en vindt plaats na een proces van transparante, inclusieve en strategische meerjarige planning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met name voor de pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen".
Met de nationale autoriteiten, het Europees Parlement, belanghebbenden op het vlak van RDI en uit de industrie, inclusief Europese technologieplatforms, vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke adviesgroepen van deskundigen op hoog niveau wordt overleg gevoerd over de prioriteiten, de geschikte soorten acties en te gebruiken uitvoeringsvormen. Dankzij strategische planning wordt de overeenstemming met andere relevante programma's van de Unie gewaarborgd en worden de complementariteit en synergieën met nationale en regionale RDI-financieringsprogramma's en ‑prioriteiten vergroot, waardoor de EOR wordt versterkt.
6 bis.  Het programma voorziet voor alle soorten begunstigden in de mogelijkheid om sneller financiering aan te vragen. Een aantal onderzoeks- en innovatieacties passen een sneltraject voor onderzoek en innovatie toe, waarbij de subsidietoekenningstermijn niet meer dan zes maanden bedraagt. Dit zorgt voor een snellere 'bottom-up'-toegang tot middelen voor kleine samenwerkende consortia voor acties gaande van fundamenteel onderzoek tot commerciële toepassing. Oproepen in het kader van het sneltraject voor onderzoek en innovatie blijven continu openstaan met uiterste data en worden uitgevoerd in de werkprogramma's in het kader van clusters, de EIC en het onderdeel "verspreiden van excellentie".
7.  Horizon Europa-activiteiten worden voornamelijk verwezenlijkt door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen, waarvan sommige worden georganiseerd in het kader van missies en Europese partnerschappen.
7.  Horizon Europa-activiteiten worden verwezenlijkt door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen, waarvan sommige worden georganiseerd in het kader van missies en Europese partnerschappen, uitgezonderd de activiteiten vermeld in artikel 39 over prijzen.
8.  In het kader van Horizon Europa verrichte onderzoeks- en innovatieactiviteiten richten zich op civiele toepassingen.
9.  Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en waarborgt dat de genderdimensie inhoudelijk aanwezig is in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in organen zoals deskundigengroepen.
__________________
__________________
29
29
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 bis (nieuw)
Artikel 6 bis
Beginselen van Uniefinanciering en horizontale kwesties
1.  In het kader van Horizon Europa verrichte onderzoeks- en innovatieactiviteiten richten zich exclusief op civiele toepassingen. Begrotingsoverdrachten tussen het programma en het Europees Defensiefonds zijn niet toegestaan.
2.  Horizon Europa waarborgt een multidisciplinaire aanpak en voorziet waar toepasselijk de integratie van sociale wetenschappen en menswetenschappen in alle activiteiten die in het kader van het programma worden ontwikkeld.
3.  De samenwerkingsonderdelen van het programma bieden een evenwicht tussen lagere en hogere TRL's en hebben aldus betrekking op de hele waardeketen.
4.  Het programma is erop gericht de RDI-kloof binnen de Unie aanzienlijk te verkleinen en brede geografische dekking in samenwerkingsprojecten te bevorderen. Deze inspanningen moeten hun weerslag vinden in proportionele maatregelen van de lidstaten die worden ondersteund met Europese, nationale en regionale financiële fondsen. De aandacht gaat met name uit naar het geografische evenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in gefinancierde projecten, evaluatiepanels en in organen zoals raden en deskundigengroepen, zonder dat hierdoor evenwel afbreuk wordt gedaan aan de excellentiecriteria.
5.  Het programma biedt garanties voor een doeltreffende bevordering van de gendergelijkheid en voor de inhoudelijke integratie van de genderdimensie inhoudelijk in de onderzoeks- en innovatieactiviteiten, en pakt de oorzaken van genderongelijkheid aan. De aandacht gaat met name uit naar de zorg voor genderevenwicht, afhankelijk van de situatie in de betrokken onderzoeks- en innovatiesector, in evaluatiepanels en in andere relevante adviesorganen zoals raden en deskundigengroepen.
6.  Het programma is gericht op voortdurende administratieve vereenvoudiging en vermindering van de belasting voor de begunstigden.
7.  Klimaatmainstreaming moet op een toereikende wijze in onderzoeks- en innovatieonderwerpen worden geïntegreerd en gedurende alle fasen van de onderzoekscyclus worden toegepast.
8.  Waar toepasselijk voorziet het programma in een maatschappelijk engagement om de procedures en resultaten van O&I beter af te stemmen op de waarden en behoeften van de maatschappij, door wetenschappelijk engagement en wetenschapsonderwijsactiviteiten te bevorderen en door burgers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij het vaststellen van de prioriteiten inzake O&I en aldus een stem te geven bij het ontwerpen en vormgeven van wetenschappelijke agenda's.
9.  Het programma zorgt voor transparantie en verantwoordingsplicht bij de besteding van overheidsfinanciering aan onderzoeks- en innovatieprojecten, en waarborgt daarmee het algemeen belang.
10.  De Commissie of het relevante financieringsorgaan zorgen ervoor dat aan alle potentiële deelnemers voldoende richtsnoeren en informatie ter beschikking worden gesteld op het ogenblik dat de uitnodiging tot het indienen van voorstellen wordt bekendgemaakt, met name de toepasselijke modelsubsidieovereenkomst.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 7
Artikel 7
Artikel 7
Missies
Missies
1.  Missies worden geprogrammeerd binnen de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen", maar kunnen ook profijt trekken van acties die binnen andere delen van het programma worden uitgevoerd.
1.  Missies worden geprogrammeerd binnen de pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen", maar kunnen ook profijt trekken van acties die binnen andere delen van het programma worden uitgevoerd alsook van in het kader van andere financieringsprogramma's van de Unie verrichte acties, met inachtneming van de regels van Horizon Europa.
2.  De missies worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 5 van het specifieke programma. De evaluatie wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 26.
2.  De inhoud, doelstellingen, streefdoelen, termijnen en uitvoering van de missies worden nader toegelicht in de strategische O&I-plannen, zoals omschreven in artikel 2 en zoals toegelicht in artikel 6 van het kaderprogramma en in artikel 5 van het specifieke programma. De evaluatie wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 26.
2 bis.  Tijdens de eerste twee jaar van het programma wordt maximaal 10 % van de jaarlijkse begroting van pijler II geprogrammeerd middels specifieke oproepen voor de uitvoering van de missies. Voor de laatste drie jaar van het programma, en alleen na een positieve evaluatie van het proces voor selectie en beheer van de missies, kan dit percentage worden verhoogd. Het totale begrotingsaandeel voor missies wordt gepreciseerd in de strategische O&I-plannen.
2 ter.  Een volledige evaluatie van de missies ten aanzien van de reikwijdte, governance, aanstelling van de raad en de preliminaire acties ervan vindt plaats overeenkomstig de respectieve meetbare mijlpalen ervan. De uit die evaluatie voortvloeiende aanbevelingen worden in aanmerking genomen alvorens nieuwe missies te programmeren of bestaande missies voort te zetten, te beëindigen of bij te sturen.
3.  Missies:
3.  Missies:
a)  hebben een duidelijke Europese toegevoegde waarde en dragen bij aan de verwezenlijking van de prioriteiten van de Unie;
a)  hebben een duidelijke Europese toegevoegde waarde en dragen bij aan de verwezenlijking van de prioriteiten, doelstellingen en verbintenissen van de Unie;
a bis)  zijn inclusief, stimuleren een brede betrokkenheid en zorgen voor de deelname van diverse types aandeelhouders, en leveren RDI-resultaten op die voor alle lidstaten voordelig zijn;
b)  zijn ambitieus en inspirerend, en hebben derhalve een brede maatschappelijke of economische relevantie;
b)  zijn ambitieus en inspirerend, en hebben een brede maatschappelijke, wetenschappelijke, technologische, diplomatieke, ecologische of economische relevantie;
c)  geven een duidelijke richting aan en zijn gericht, meetbaar en tijdsgebonden;
c)  geven een duidelijke richting aan en zijn gericht, meetbaar en tijdsgebonden;
d)  zijn toegespitst op ambitieuze maar realistische onderzoeks- en innovatieactiviteiten;
d)  worden op transparante wijze geselecteerd en zijn toegespitst op ambitieuze, naar topprestaties strevende, maar realistische onderzoeks- en innovatieactiviteiten die alle ontwikkelingsfasen bestrijken;
d bis)  zijn dringend te noemen met betrekking tot hun doelstellingen, bezitten de nodige reikwijdte en zetten de nodige middelen in met als enige doel de missie te laten slagen;
e)  brengen activiteiten op gang over de verschillende disciplines, sectoren en actoren heen;
e)  brengen activiteiten op gang over de verschillende disciplines (met inbegrip van sociale en geesteswetenschappen), sectoren en actoren heen;
f)  staan open voor veelzijdige, bottom-upoplossingen.
f)  staan open voor veelzijdige, bottom-upoplossingen.
f bis)  zorgen op transparante wijze voor synergieën met andere Unieprogramma's en met publieke en private fondsen, onder meer door de actieve betrokkenheid van nationale en regionale innovatie-ecosystemen.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 bis (nieuw)
Artikel 7 bis
De Europese Innovatieraad
1.  De Commissie richt een Europese Innovatieraad (EIC) op om acties in het kader van pijler III "Innovatief Europa" die met de EIC verband houden, uit te voeren. De EIC gaat volgens de volgende beginselen te werk: focus op baanbrekende en disruptieve innovatie, autonomie, mogelijkheid om risico's te nemen, efficiëntie, doeltreffendheid, transparantie en verantwoordingsplicht.
2.  De EIC staat open voor alle soorten innovators, van individuele personen tot universiteiten, onderzoeksorganisaties en ondernemingen, start-ups, in het bijzonder kmo's en midcaps, en van individuele begunstigden tot multidisciplinaire consortia. Minstens 70% van de EIC-begroting wordt besteed aan innovatieve start-ups en kmo's.
3.  De raad van bestuur en de beheersmechanismen van de EIC worden omschreven in Besluit (EU)... [specifiek programma] en de bijlagen daarvan.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
Artikel 8
Artikel 8
Europese partnerschappen
Europese partnerschappen
1.  Delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:
1.  Delen van Horizon Europa kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen kan een van de volgende vormen aannemen:
a)  deelname aan partnerschappen die worden opgezet op basis van memoranda van overeenstemming of contractuele regelingen tussen de Commissie en de in artikel 2, lid 3, bedoelde partners, waarin de doelstellingen van het partnerschap, de daarmee verband houdende door de partners aangegane verbintenissen in verband met financiële bijdragen en/of bijdragen in natura, de belangrijkste prestatie- en impactindicatoren en de te verrichten prestaties worden gespecificeerd. Hieronder vallen onder meer de vaststelling van aanvullende onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden uitgevoerd door de partners en in het kader van het programma (medegeprogrammeerde Europese partnerschappen);
a)  deelname aan partnerschappen die worden opgezet op basis van memoranda van overeenstemming of contractuele regelingen tussen de Commissie en de in artikel 2, lid 3, bedoelde partners, waarin de doelstellingen van het partnerschap, de daarmee verband houdende door de partners aangegane verbintenissen in verband met financiële bijdragen en/of bijdragen in natura, de belangrijkste prestatie- en impactindicatoren en de te verrichten prestaties worden gespecificeerd. Hieronder vallen onder meer de vaststelling van aanvullende onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden uitgevoerd door de partners en in het kader van het programma (medegeprogrammeerde Europese partnerschappen);
b)  deelname en financiële bijdrage aan een programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten, op basis van de door de partners aangegane verbintenis in verband met financiële bijdragen en bijdragen in natura en de integratie van hun relevante activiteiten door middel van een medefinancieringsactie voor programma's (medegefinancierde Europese partnerschappen);
b)  deelname en financiële bijdrage aan een programma voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten, op basis van de door de partners aangegane verbintenis in verband met financiële bijdragen en/of bijdragen in natura en de integratie van hun relevante activiteiten door middel van een medefinancieringsactie voor programma's (medegefinancierde Europese partnerschappen);
c)  deelname en financiële bijdrage aan onderzoeks- en innovatieprogramma's die worden opgezet door verscheidene lidstaten in overeenstemming met artikel 185 VWEU, door op grond van artikel 187 VWEU in het leven geroepen organen, zoals gemeenschappelijke ondernemingen, of door de kennis- en innovatiegemeenschappen van het EIT, in overeenstemming met de [EIT-verordening] (geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen), en die enkel worden uitgevoerd wanneer met andere vormen van Europese partnerschappen niet dezelfde doelstellingen zouden worden verwezenlijkt of niet de noodzakelijke verwachte effecten zouden worden gegenereerd, en wanneer zij worden gerechtvaardigd door een langetermijnperspectief en een hoge mate van integratie, met inbegrip van centraal beheer van alle financiële bijdragen.
c)  deelname en financiële bijdragen en/of bijdragen in natura aan onderzoeks- en innovatieprogramma's die worden opgezet door verscheidene lidstaten in overeenstemming met artikel 185 VWEU, door op grond van artikel 187 VWEU in het leven geroepen organen, zoals gemeenschappelijke ondernemingen, of door de kennis- en innovatiegemeenschappen van het EIT, in overeenstemming met de [EIT-verordening] (geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen), en die enkel worden uitgevoerd wanneer met andere vormen van Europese partnerschappen niet dezelfde doelstellingen zouden worden verwezenlijkt of niet de noodzakelijke verwachte effecten zouden worden gegenereerd, en wanneer zij worden gerechtvaardigd door een langetermijnperspectief en een hoge mate van integratie, met inbegrip van centraal beheer van alle financiële bijdragen.
2.  Europese partnerschappen:
2.  Europese partnerschappen:
a)  worden opgezet in gevallen waarin de doelstellingen van Horizon Europa door die partnerschappen beter kunnen worden verwezenlijkt dan door de Unie alleen;
a)  worden alleen opgezet in gevallen waarin de doelstellingen van Horizon Europa door die partnerschappen beter kunnen worden verwezenlijkt, in vergelijking met andere onderdelen van het kaderprogramma;
(b)  worden gestoeld op de beginselen van toegevoegde waarde voor de Unie, transparantie, openheid, impact, hefboomeffect, financiële verbintenis voor de lange termijn door alle betrokken partijen, flexibiliteit, samenhang en complementariteit met initiatieven op lokaal, regionaal, nationaal, internationaal en Unieniveau;
b)   worden gestoeld op de beginselen van toegevoegde waarde voor de Unie, transparantie, openheid, impact, een sterk hefboomeffect, financiële verbintenis en/of verbintenis in natura voor de lange termijn door alle betrokken partijen, flexibiliteit, samenhang en complementariteit met initiatieven op lokaal, regionaal, nationaal, internationaal en Unieniveau;
c)  worden in de tijd beperkt en omvatten de voorwaarden voor het geleidelijk beëindigen van de financiering uit het programma.
c)  worden in de tijd beperkt en omvatten de voorwaarden voor het geleidelijk beëindigen van de financiering uit het programma.
2 bis.  Alle partnerschappen worden vastgesteld in strategische O&I-plannen, zoals vermeld in artikel 6 en in bijlage III van het kaderprogramma en in bijlage I van het specifieke programma, voordat zij in werkprogramma's of werkplannen worden uitgevoerd.
De voorschriften en criteria voor de selectie, uitvoering, monitoring, evaluatie en geleidelijke beëindiging ervan worden vastgesteld in bijlage III.
De voorschriften en criteria voor de selectie, uitvoering, monitoring, evaluatie en geleidelijke beëindiging ervan worden vastgesteld in bijlage III.
Amendementen 71 en 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 9
Artikel 9
Artikel 9
Begroting
Begroting
1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het kaderprogramma voor de periode 2021-2027 bedragen 94 100 000 000 EUR in lopende prijzen voor het in artikel 1, lid 3, onder a), bedoelde specifieke programma, vermeerderd met het bedrag voor het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma, zoals vastgesteld in Verordening (EU) .../... tot oprichting van het Europees Defensiefonds. tot oprichting van het Europees Defensiefonds.
1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het kaderprogramma voor de periode 2021‑2027 bedragen 120 000 000 000 EUR in de prijzen van 2018 voor het in artikel 1, lid 3, onder a), bedoelde specifieke programma, vermeerderd met het bedrag voor het in artikel 1, lid 3, onder b), bedoelde specifieke programma, zoals vastgesteld in Verordening (EU).../... tot oprichting van het Europees Defensiefonds.
2.  De indicatieve verdeling van het in lid 1, eerste helft van de zin, bedoelde bedrag is als volgt:
2.  De indicatieve verdeling van het in lid 1, eerste helft van de zin, bedoelde bedrag is als volgt:
a)  25 800 000 000 EUR voor pijler I – "Open wetenschap" voor de periode 2021-2027, waarvan:
a)  27,42 % voor pijler I – "Excellente en open wetenschap" voor de periode 2021‑2027, waarvan:
1)  16 600 000 000 EUR voor de Europese Onderzoeksraad;
1)  17,64 % voor de Europese Onderzoeksraad;
2)  6 800 000 000 EUR voor Marie Skłodowska-Curie-acties;
2)  7,23 % voor Marie Skłodowska-Curie-acties;
3)  2 400 000 000 EUR voor onderzoeksinfrastructuren;
3)  2,55 % voor onderzoeksinfrastructuur;
b)  52 700 000 000 EUR voor pijler II – "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen" voor de periode 2021-2027, waarvan:
b)  55,48 % voor pijler II – "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen" voor de periode 2021-2027, waarvan:
1)  7 700 000 000 EUR voor de cluster "Gezondheid";
1)  8,16 % voor de cluster "Gezondheid';
2)  2 800 000 000 EUR voor de cluster "Inclusieve en veilige samenleving";
2)  2,50 % voor de cluster "Inclusieve en creatieve samenleving";
2 bis)  2,00 % voor de cluster "Veilige samenleving";
3)  15 000 000 000 EUR voor de cluster "Digitaal en industrie";
3)  15,94 % voor de cluster "Digitaal, industrie en ruimte";
4)   15 000 000 000 EUR voor de cluster "Klimaat, energie en mobiliteit";
4)  15,84 % voor de cluster "Klimaat, energie en mobiliteit";
5)   10 000 000 000 EUR voor de cluster "Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen";
5)  9,00 % voor de cluster "Levensmiddelen, natuurlijke hulpbronnen en landbouw";
6)   2 200 000 000 EUR voor de niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC);
6)  2,04 % voor niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC);
c)   13 500 000 000 EUR voor pijler III – "Open innovatie" voor de periode 2021-2027, waarvan:
c)  12,71 % voor pijler III – "Innovatief Europa" voor de periode 2021‑2027, waarvan:
1)   10 500 000 000 EUR voor de Europese Innovatieraad, inclusief maximaal 500 000 000 EUR voor Europese innovatie-ecosystemen;
1)  8,71 % voor de Europese Innovatieraad, inclusief maximaal 0,53 % voor Europese innovatie-ecosystemen;
2)   3 000 000 000 voor het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT);
2)  4 % voor het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT).
d)   2 100 000 000 EUR voor het onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte" voor de periode 2021-2027, waarvan:
d)  4,39 % voor het onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte", met de volgende componenten:
1)   1 700 000 000 EUR voor "delen van excellentie";
1)  4,00 % voor het verspreiden van excellentie en verbreden van de deelname in de Unie;
2)   400 000 000 EUR voor "hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem".
2)  0,39 % voor de hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem.
3.  Om in te spelen op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften kan de Commissie in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure maximaal 10 % afwijken van de in lid 2 bedoelde bedragen. Een dergelijke afwijking is niet toegestaan met betrekking tot de in lid 2, onder b), 6), bedoelde bedragen en het in lid 2 vastgelegde totaalbedrag voor het onderdeel "Versterking van de Europese Onderzoeksruimte".
3.  Om in te spelen op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften kan de Commissie in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure maximaal 10 % afwijken van de in lid 2 bedoelde bedragen, inclusief de toewijzing van de bijdragen van geassocieerde landen.
3 bis.  In het kader van de algemene doelstelling van de Unie om klimaatacties te integreren en 30 % van de Uniebegroting te besteden aan de ondersteuning van de klimaatdoelstellingen, moeten de acties uit hoofde van dit programma waar toepasselijk met ten minste 35 % van de uitgaven van het programma bijdragen tot de ondersteuning van de klimaatdoelstellingen.
3 ter.  Ten minste 2,5 miljard EUR moet worden gebruikt voor subsidies voor incrementele innovatie in kmo's, overeenkomstig het instrument waarnaar wordt verwezen in artikel 43 bis van deze verordening en in bijlage I bij de beschikking.
3 quater.  45 % van de begroting van de cluster "Inclusieve en creatieve samenleving" dient ter ondersteuning van onderzoek in de culturele en creatieve sector, inclusief het cultureel erfgoed van de Unie, en hiervan zal 300 miljoen EUR worden gereserveerd voor de oprichting, na de presentatie aan het Europees Parlement van een impactbeoordeling, van een Europese cloud voor cultureel erfgoed, zoals beschreven in bijlage I bij het specifieke programma.
3 quinquies.  Het is de bedoeling dat ten minste 1 miljard EUR wordt besteed aan quantumonderzoek binnen de cluster "Digitaal, industrie en ruimtevaart" onder pijler II.
4.  Het in lid 1, eerste helft van de zin, bedoelde bedrag kan ook uitgaven dekken voor werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie alsmede andere werkzaamheden, en uitgaven die nodig zijn voor het beheer en de uitvoering van het programma, met inbegrip van alle administratieve uitgaven, en de beoordeling van de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Het kan bovendien uitgaven dekken met betrekking tot studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van het programma, alsmede uitgaven in verband met informatietechnologienetwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, daaronder begrepen institutionele informatietechnologie-instrumenten, en andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die nodig is voor het beheer van het programma.
4.  Het in lid 1, eerste helft van de zin, bedoelde bedrag kan ook uitgaven dekken voor werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie alsmede andere werkzaamheden, en uitgaven die nodig zijn voor het beheer en de uitvoering van het programma, met inbegrip van alle administratieve uitgaven, en de beoordeling van de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Deze kosten mogen niet meer bedragen dan 5 % van het totale bedrag van het programma. Het kan bovendien uitgaven dekken met betrekking tot studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, voor zover zij verband houden met de doelstellingen van het programma, alsmede uitgaven in verband met informatietechnologienetwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, daaronder begrepen institutionele informatietechnologie-instrumenten, en andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die nodig is voor het beheer van het programma.
5.  Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in lid 4 bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.
5.  Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in lid 4 bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.
6.  Vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.
6.  Vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.
7.  Onverminderd het Financieel Reglement kunnen uitgaven voor acties die voortvloeien uit in het eerste werkprogramma opgenomen projecten vanaf 1 januari 2021 in aanmerking komen.
7.  Onverminderd het Financieel Reglement kunnen uitgaven voor acties die voortvloeien uit in het eerste werkprogramma opgenomen projecten vanaf 1 januari 2021 in aanmerking komen.
8.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de middelen die aan hen in gedeeld beheer zijn toegewezen en die overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] overdraagbaar zijn, worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.
9.  Horizon Europa is ontworpen om in synergie met andere financieringsprogramma's van de Unie te worden uitgevoerd. Een niet-uitputtende lijst van synergieën met andere financieringsprogramma's van de Unie is opgenomen in bijlage IV.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
Artikel 10
Artikel 10
Open toegang en open data
Open toegang en open data
1.  Open toegang tot wetenschappelijke publicaties die voortvloeien uit in het kader van het programma gefinancierd onderzoek wordt gewaarborgd overeenkomstig artikel 35, lid 3. Open toegang tot onderzoeksgegevens wordt gewaarborgd in overeenstemming met het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig". Open toegang tot andere onderzoeksresultaten wordt aangemoedigd.
1.  Open toegang tot wetenschappelijke publicaties die voortvloeien uit in het kader van het programma gefinancierd onderzoek wordt gewaarborgd overeenkomstig artikel 35, lid 3. Open toegang tot onderzoeksgegevens wordt gewaarborgd in overeenstemming met het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig".
1 bis.  Vanwege het economische belang, de intellectuele-eigendomsrechten, de bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijkheid, veiligheidskwesties en andere legitieme belangen van de Unie houdt open toegang tot onderzoeksgegevens in dat de behoefte aan verschillende toegangsregelingen wordt erkend, met inbegrip van de mogelijkheid van een opt‑out. Plannen voor gegevensbeheer tijdens de looptijd van het project worden als subsidiabele kosten beschouwd.
1 ter.  Wederzijdse open toegang tot wetenschappelijke publicaties en onderzoeksgegevens wordt internationaal aangemoedigd, rekening houdend met het concurrentievermogen en de industriële belangen van de Unie. Met name wederzijdse open toegang wordt aangemoedigd in alle associatieovereenkomsten en wetenschappelijke en technologische samenwerkingsovereenkomsten met derde landen, inclusief overeenkomsten die zijn ondertekend door financieringsorganen waaraan het indirecte beheer van het programma is toevertrouwd.
2.  Een verantwoord beheer van onderzoeksgegevens wordt gewaarborgd in overeenstemming met de FAIR-beginselen: "Findability" (opspoorbaarheid), "Accessibility" (toegankelijkheid), "Interoperability" (interoperabiliteit) en "Reusability" (herbruikbaarheid).
2.  Een verantwoord beheer van onderzoeksgegevens wordt gewaarborgd in overeenstemming met de FAIR-beginselen inzake gegevens: "Findability" (opspoorbaarheid), "Accessibility" (toegankelijkheid), "Interoperability" (interoperabiliteit) en "Reusability" (herbruikbaarheid).
3.  Openwetenschapspraktijken die verder gaan dan open toegang tot onderzoeksresultaten en verantwoord beheer van onderzoeksgegevens worden gestimuleerd.
3.  Openwetenschapspraktijken die verder gaan dan open toegang tot onderzoeksgegevens en wetenschappelijke publicaties en verantwoord beheer van onderzoeksgegevens worden gestimuleerd.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
Artikel 11
Artikel 11
Aanvullende en gecombineerde financiering
Aanvullende, gecombineerde en cumulatieve financiering
1.   Horizon Europa wordt uitgevoerd in synergie met andere financieringsprogramma's van de Unie waarbij naar maximale administratieve vereenvoudiging wordt gestreefd. Een niet-uitputtende lijst van synergieën met andere financieringsprogramma's is opgenomen in bijlage IV. Eén voor Horizon Europa geldend stelsel van regels is van toepassing voor een medegefinancierde RDI-actie.
Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden:
2.   Het excellentiekeurmerk wordt voor alle onderdelen van het programma toegekend. Voor acties waaraan een excellentiekeurmerk is toegekend of die voldoen aan de volgende cumulatieve, vergelijkende voorwaarden:
a)  beoordeeld zijn in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;
a)  beoordeeld zijn in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;
b)  voldoen aan de minimumeisen inzake kwaliteit van die oproep tot het indienen van voorstellen;
b)  voldoen aan de minimumeisen inzake kwaliteit van die oproep tot het indienen van voorstellen;
c)  niet gefinancierd zijn in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen vanwege budgettaire beperkingen,
c)  niet gefinancierd zijn in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen vanwege budgettaire beperkingen,
kan steun worden ontvangen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] en artikel [8] van Verordening (EU) .../... [betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid], op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma. Hierbij gelden de regels van het fonds waaruit steun wordt ontvangen.
kan steun worden ontvangen uit nationale of regionale fondsen, waaronder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU).../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] en artikel [8] van Verordening (EU).../... [betreffende de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid], zonder dat verdere aanvraag en evaluatie is vereist en op voorwaarde dat die acties verenigbaar zijn met de doelstellingen van het betrokken programma. Met uitzondering van staatssteunregels gelden hierbij de regels van het fonds waaruit steun wordt ontvangen.
2 bis.   Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. XX [... verordening gemeenschappelijke bepalingen] mag de beheersautoriteit op vrijwillige basis verzoeken om de overdracht van delen van de financiële toewijzingen aan Horizon Europa. Overgedragen middelen worden uitgevoerd overeenkomstig de regels van Horizon Europa. Bovendien zorgt de Commissie ervoor dat zulke overgedragen fondsen volledig worden geoormerkt voor programma's en/of projecten die zullen worden uitgevoerd in de lidstaat of, in voorkomend geval, regio waarin zij hun oorsprong vinden.
2 ter.   De Commissie neemt met voorafgaande toestemming van de aanvragers de in dit artikel bedoelde toewijzingen op in het informatiesysteem voor geselecteerde projecten met het oog op een snelle uitwisseling van informatie en om financierende instanties in staat te stellen financiering voor de geselecteerde acties te verstrekken.
Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 12
Artikel 12
Artikel 12
Met het programma geassocieerde derde landen
Met het programma geassocieerde derde landen
1.  Het programma staat open voor de associatie van de volgende derde landen:
1.  Het programma staat open voor de associatie van de volgende derde landen:
a)  landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;
a)  landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;
b)  toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
b)  toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
c)  landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
c)  landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
d)  derde landen en gebieden die aan elk van de volgende criteria voldoen:
d)  derde landen en gebieden die aan elk van de volgende criteria voldoen:
i)  goede capaciteiten op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie;
i)  goede capaciteiten op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie;
ii)  verbintenis tot een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een eerlijke en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten, ondersteund door democratische instellingen;
ii)  verbintenis tot een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een eerlijke en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten en eerbiediging van de mensenrechten, ondersteund door democratische instellingen;
iii)  actieve bevordering van beleidsmaatregelen ter verbetering van het economische en sociale welzijn van de burgers.
iii)  actieve bevordering van beleidsmaatregelen ter verbetering van het economische en sociale welzijn van de burgers.
De associatie van elk van de derde landen als bedoeld onder d) met het programma is in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan een programma van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:
De volledige of gedeeltelijke associatie met het programma door derde landen die worden genoemd onder d), geschiedt op basis van een beoordeling van de voordelen van deze associatie voor de Unie. Een dergelijke associatie moet met name in overeenstemming zijn met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma's van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:
–  een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan de programma's van de Unie deelneemt;
–  een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan de programma's van de Unie deelneemt;
–  het recht verleent om een actie uit hoofde van het Programma te coördineren, op voorwaarde dat deze actie voordelen oplevert voor de Unie en op voorwaarde dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie gewaarborgd is;
–  de voorwaarden voor deelname aan het programma vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan individuele programma's en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement;
–  de voorwaarden voor deelname aan het programma vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke (sub)programma's en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement;
–  de rechten van de Unie om naar een goed financieel beheer te streven en haar financiële belangen te beschermen, waarborgt.
–  de rechten van de Unie om naar een goed financieel beheer te streven en haar financiële belangen te beschermen, waarborgt.
2.  Bij de vaststelling van de reikwijdte van de associatie van elk derde land met het programma wordt rekening gehouden met de doelstelling van bevordering van economische groei in de Unie door middel van innovatie. Dienovereenkomstig kunnen voor een specifiek land, met uitzondering van EER-leden, toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, delen van het programma worden uitgesloten van een associatieovereenkomst.
2.  Bij de vaststelling van de reikwijdte van de associatie van elk derde land met het programma wordt rekening gehouden met de doelstelling van bevordering van economische groei in de Unie door middel van innovatie en wordt braindrain uit de Unie verhinderd. Dienovereenkomstig kunnen voor een specifiek land, met uitzondering van EER-leden, toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, eenzijdig begunstigende onderdelen van het programma worden uitgesloten van een associatieovereenkomst, met name onderdelen die specifiek voor particuliere entiteiten zijn bestemd.
3.  De associatieovereenkomst voorziet, waar passend, in de deelname van in de Unie gevestigde juridische entiteiten aan soortgelijke programma's van geassocieerde landen overeenkomstig de daarin vastgestelde voorwaarden.
3.  De associatieovereenkomst voorziet, waar passend, in en streeft naar de wederzijdse deelname van in de Unie gevestigde juridische entiteiten aan soortgelijke programma's van geassocieerde landen overeenkomstig de daarin vastgestelde voorwaarden.
4.  De voorwaarden voor de vaststelling van de hoogte van de financiële bijdrage waarborgen een automatische correctie van eventuele aanzienlijke onevenwichtigheden in vergelijking met het bedrag dat in het geassocieerde land gevestigde entiteiten door deelname aan het programma ontvangen, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten van het beheer, de uitvoering en het functioneren van het programma.
4.  De voorwaarden van de associatieovereenkomst voor de vaststelling van de hoogte van de financiële bijdrage waarborgen een automatische tweejaarlijkse correctie van eventuele onevenwichtigheden in vergelijking met het bedrag dat in het geassocieerde land gevestigde entiteiten door deelname aan het programma ontvangen, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten van het beheer, de uitvoering en het functioneren van het programma.
4 bis.  De bijdragen van alle geassocieerde landen worden toegewezen aan de relevante delen van het programma, mits de in artikel 9, lid 2, gespecificeerde verdeling van de begrotingsmiddelen in acht wordt genomen. De Commissie deelt de Raad en het Parlement tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure de totale begroting mee voor elke onderdeel van het programma, met precisering van elk van de geassocieerde landen, alle individuele bijdragen en de financiële balans ervan.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – titel
Subsidiabele acties
Subsidiabele acties en ethische beginselen
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
Artikel 15
Artikel 15
Ethiek
Ethiek
1.  In het kader van het programma verrichte acties zijn in overeenstemming met de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, internationale en Uniewetgeving, inclusief het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de aanvullende protocollen.
1.  In het kader van het programma verrichte acties zijn in overeenstemming met de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, internationale en Uniewetgeving, inclusief het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de aanvullende protocollen.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan het evenredigheidsbeginsel, het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit van personen, het recht op non-discriminatie en de noodzaak om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.
2.  Entiteiten die deelnemen aan de actie verstrekken:
2.  Entiteiten die deelnemen aan de actie verstrekken:
a)  een ethische zelfbeoordeling met daarin een opsomming en een gedetailleerde beschrijving van alle te verwachten ethische kwesties die verband houden met de doelstelling, de uitvoering en de te verwachten effecten van de te financieren activiteiten, met inbegrip van een bevestiging van de naleving van lid 1 en een beschrijving van hoe deze zal worden gewaarborgd;
a)  een ethische zelfbeoordeling met daarin een opsomming en een gedetailleerde beschrijving van alle te verwachten ethische kwesties die verband houden met de doelstelling, de uitvoering en de te verwachten effecten van de te financieren activiteiten, met inbegrip van een bevestiging van de naleving van lid 1 en een beschrijving van hoe deze zal worden gewaarborgd;
b)  een bevestiging dat de activiteiten in overeenstemming zullen zijn met "The European Code of Conduct for Research Integrity", gepubliceerd door All European Academies, en dat geen van financiering uitgesloten activiteiten zullen worden verricht;
b)  een bevestiging dat de activiteiten in overeenstemming zullen zijn met "The European Code of Conduct for Research Integrity", gepubliceerd door All European Academies, en dat geen van financiering uitgesloten activiteiten zullen worden verricht;
c)  in het geval van buiten de Unie verrichte activiteiten, een bevestiging dat dezelfde activiteiten zouden zijn toegestaan in een lidstaat, en
c)  in het geval van buiten de Unie verrichte activiteiten, een bevestiging dat dezelfde activiteiten zouden zijn toegestaan in een lidstaat; en
d)  in het geval van activiteiten waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, waar van toepassing, nadere bijzonderheden betreffende de toestemmings- en toezichtmaatregelen die de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten nemen, alsmede betreffende de ethische goedkeuringen die vóór de aanvang van de betrokken activiteiten moeten worden verkregen.
d)  in het geval van activiteiten waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, waar van toepassing, nadere bijzonderheden betreffende de toestemmings- en toezichtmaatregelen die de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten nemen, alsmede betreffende de ethische goedkeuringen die vóór de aanvang van de betrokken activiteiten moeten worden verkregen.
3.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. De ethische beoordeling wordt uitgevoerd door de Commissie, tenzij het financieringsorgaan hiertoe wordt gemachtigd. In het geval van activiteiten waarbij menselijke embryonale stamcellen of menselijke embryo's worden gebruikt, is een ethische beoordeling verplicht. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd met de hulp van ethische deskundigen. De Commissie en de financieringsorganen waarborgen dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn.
3.  Voorstellen worden systematisch gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. De ethische beoordeling wordt uitgevoerd door de Commissie, tenzij het financieringsorgaan hiertoe wordt gemachtigd. In het geval van activiteiten waarbij menselijke embryonale stamcellen of menselijke embryo's worden gebruikt, is een ethische beoordeling verplicht. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd met de hulp van ethische deskundigen. De Commissie en de financieringsorganen waarborgen dat de ethische procedures transparant zijn.
4.  Entiteiten die deelnemen aan de actie verkrijgen vóór de aanvang van de desbetreffende activiteiten alle goedkeuringen of andere verplichte documenten van de betrokken nationale of lokale ethische commissies of andere organen, bijvoorbeeld gegevensbeschermingsautoriteiten. Die documenten worden aangehouden en op verzoek aan de Commissie of het financieringsorgaan worden overgelegd.
4.  Entiteiten die deelnemen aan de actie verkrijgen vóór de aanvang van de desbetreffende activiteiten alle goedkeuringen of andere verplichte documenten van de betrokken nationale of lokale ethische commissies of andere organen, bijvoorbeeld gegevensbeschermingsautoriteiten. Die documenten worden aangehouden en op verzoek aan de Commissie of het financieringsorgaan worden overgelegd.
5.  In voorkomend geval voert de Commissie of het financieringsorgaan ethische controles uit. In het geval van ernstige of ingewikkelde ethische kwesties worden de controles uitgevoerd door de Commissie, tenzij het financieringsorgaan hiertoe wordt gemachtigd.
5.  In voorkomend geval voert de Commissie of het financieringsorgaan ethische controles uit. In het geval van ernstige of ingewikkelde ethische kwesties worden de controles uitgevoerd door de Commissie, tenzij het financieringsorgaan hiertoe wordt gemachtigd.
Ethische controles worden uitgevoerd met de hulp van ethische deskundigen.
Ethische controles worden uitgevoerd met de hulp van ethische deskundigen.
6.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, kunnen te allen tijde worden verworpen of beëindigd.
6.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, worden verworpen of beëindigd zodra die ethische onaanvaardbaarheid is vastgesteld.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 16
Artikel 16
Artikel 16
Beveiliging
Beveiliging
1.  In het kader van het programma verrichte acties voldoen aan de toepasselijke beveiligingsvoorschriften en met name aan de voorschriften inzake de bescherming van gerubriceerde informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking, inclusief naleving van het toepasselijke nationale recht en recht van de Unie. In het geval van buiten de Unie verricht onderzoek waarbij gerubriceerde informatie wordt gebruikt en/of gegenereerd, moeten niet alleen die voorschriften worden nageleefd, maar moet ook een beveiligingsovereenkomst worden gesloten tussen de Unie en het derde land waar het onderzoek wordt verricht.
1.  In het kader van het programma verrichte acties voldoen aan de toepasselijke beveiligingsvoorschriften en met name aan de voorschriften inzake de bescherming van gerubriceerde informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking, inclusief naleving van het toepasselijke nationale recht en recht van de Unie. In het geval van buiten de Unie verricht onderzoek waarbij gerubriceerde informatie wordt gebruikt en/of gegenereerd, moeten niet alleen die voorschriften worden nageleefd, maar moet ook een beveiligingsovereenkomst worden gesloten tussen de Unie en het derde land waar het onderzoek wordt verricht.
2.  In voorkomend geval bevatten voorstellen een zelfbeoordeling inzake beveiliging met daarin een opsomming van alle beveiligingskwesties en een gedetailleerde beschrijving van de wijze waarop deze kwesties zullen worden aangepakt met het oog op de naleving van het toepasselijke nationale recht en recht van de Unie.
2.  In voorkomend geval bevatten voorstellen een zelfbeoordeling inzake beveiliging met daarin een opsomming van alle beveiligingskwesties en een gedetailleerde beschrijving van de wijze waarop deze kwesties zullen worden aangepakt met het oog op de naleving van het toepasselijke nationale recht en recht van de Unie.
3.  In voorkomend geval worden voorstellen die aanleiding geven tot beveiligingskwesties door de Commissie of het financieringsorgaan aan een beveiligingscontrole onderworpen.
3.  In voorkomend geval worden voorstellen die aanleiding geven tot beveiligingskwesties door de Commissie of het financieringsorgaan aan een beveiligingscontrole onderworpen.
4.  In voorkomend geval is de actie in overeenstemming met Besluit (EU, Euratom) 2015/444 en de uitvoeringsbepalingen daarbij.
4.  In voorkomend geval is de actie in overeenstemming met Besluit (EU, Euratom) 2015/444 en de uitvoeringsbepalingen daarbij.
5.  Entiteiten die deelnemen aan de actie waarborgen de bescherming van bij de actie gebruikte en/of gegenereerde gerubriceerde informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking. Zij tonen vóór de aanvang van de betrokken activiteiten aan dat zij beschikken over een door de bevoegde nationale veiligheidsinstanties afgegeven veiligheidsmachtiging voor zichzelf en/of de vestiging.
5.  Entiteiten die deelnemen aan de actie waarborgen de bescherming van bij de actie gebruikte en/of gegenereerde gerubriceerde informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking. Zij tonen vóór de aanvang van de betrokken activiteiten aan dat zij beschikken over een door de bevoegde nationale veiligheidsinstanties afgegeven veiligheidsmachtiging voor zichzelf en/of de vestiging op verzoek van de Commissie of een financieringsorgaan.
6.  Wanneer externe deskundigen te maken krijgen met gerubriceerde informatie wordt voorafgaand aan hun aanstelling de passende veiligheidsmachtiging verstrekt.
6.  Wanneer externe deskundigen te maken krijgen met gerubriceerde informatie wordt voorafgaand aan hun aanstelling de passende veiligheidsmachtiging verstrekt.
7.  In voorkomend geval kan de Commissie of het financieringsorgaan beveiligingscontroles uitvoeren.
7.  In voorkomend geval kan de Commissie of het financieringsorgaan beveiligingscontroles uitvoeren.
8.  Acties die niet aan de veiligheidsvoorschriften voldoen, kunnen te allen tijde worden verworpen of beëindigd.
8.  Acties die niet aan de veiligheidsvoorschriften voldoen, kunnen te allen tijde worden verworpen of beëindigd.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 18
Artikel 18
Artikel 18
Voor deelname in aanmerking komende entiteiten
Voor deelname in aanmerking komende entiteiten
1.  Alle juridische entiteiten, waar ook gevestigd, en alle internationale organisaties kunnen aan acties in het kader van het programma deelnemen, op voorwaarde dat voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, inclusief alle voorwaarden in het werkprogramma of de oproep.
1.  Alle juridische entiteiten, waar ook gevestigd, inclusief juridische entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen, en alle internationale organisaties kunnen aan acties in het kader van het programma deelnemen, op voorwaarde dat voldaan is aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, inclusief alle voorwaarden in het werkprogramma of de oproep.
2.  Entiteiten maken deel uit van een consortium dat bestaat uit minimaal drie onafhankelijke juridische entiteiten die elk in een andere lidstaat of een ander geassocieerd land zijn gevestigd en waarvan er minimaal één in een lidstaat is gevestigd, tenzij:
2.  Entiteiten maken deel uit van een consortium dat bestaat uit minimaal drie onafhankelijke juridische entiteiten die elk in een andere lidstaat, de ultraperifere regio's inbegrepen, of in een ander geassocieerd land zijn gevestigd en waarvan er minimaal twee in een lidstaat is gevestigd, tenzij het een in lid 3 of lid 4 bedoelde actie betreft:
a)  indien dit gerechtvaardigd is, in het werkprogramma anders is bepaald;
b)  het een in lid 3 of 4 bedoelde actie betreft.
3.  Acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de Europese Onderzoeksraad (ERC), acties van de Europese Innovatieraad (EIC), opleidings- en mobiliteitsacties of medefinancieringsacties voor programma's kunnen worden uitgevoerd door een of meer juridische entiteiten, waarvan er minimaal één in een lidstaat of een geassocieerd land is gevestigd.
3.  Acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de Europese Onderzoeksraad (ERC), acties van de Europese Innovatieraad (EIC), opleidings- en mobiliteitsacties of medefinancieringsacties voor programma's kunnen worden uitgevoerd door een of meer juridische entiteiten, waarvan er minimaal één in een lidstaat of indien toepasselijk een geassocieerd land zoals vermeld in artikel 12, lid 1, is gevestigd.
4.  Coördinatie- en ondersteuningsacties kunnen worden uitgevoerd door een of meer in een lidstaat, een geassocieerd land of een ander derde land gevestigde juridische entiteiten.
4.  Coördinatie- en ondersteuningsacties kunnen worden uitgevoerd door een of meer in een lidstaat, een geassocieerd land of een ander derde land gevestigde juridische entiteiten.
5.  Voor acties met betrekking tot de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie kan in het werkprogramma worden vastgesteld dat de deelname kan worden beperkt tot entiteiten die in lidstaten zijn gevestigd, of tot entiteiten die in lidstaten en in bepaalde geassocieerde of andere derde landen zijn gevestigd.
5.  Voor acties met betrekking tot de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie kan in het werkprogramma worden vastgesteld dat de deelname kan worden beperkt tot entiteiten die in lidstaten zijn gevestigd, of tot entiteiten die in lidstaten en in bepaalde geassocieerde of andere derde landen zijn gevestigd.
6.  In het werkprogramma kan worden voorzien in extra criteria om in aanmerking te komen, naast die welke in de leden 2, 3, 4 en 5 worden vermeld, overeenkomstig specifieke beleidsvereisten of de aard en de doelstellingen van de actie, met inbegrip van het aantal juridische entiteiten, de soort juridische entiteit en de plaats van vestiging.
6.  In het werkprogramma kan worden voorzien in extra criteria om in aanmerking te komen, naast die welke in de leden 2, 3, 4 en 5 worden vermeld, overeenkomstig specifieke beleidsvereisten of de aard en de doelstellingen van de actie, met inbegrip van het aantal juridische entiteiten, de soort juridische entiteit en de plaats van vestiging.
7.  In het geval van acties die in aanmerking komen voor de in artikel 9, lid 8, bedoelde middelen, wordt de deelname beperkt tot één enkele in het rechtsgebied van de delegatieverlenende beheersautoriteit gevestigde juridische entiteit, tenzij anders is overeengekomen met de beheersautoriteit en anders is bepaald in het werkprogramma.
7.  In het geval van acties die in aanmerking komen voor de in artikel 11 bedoelde middelen, wordt de deelname beperkt tot één enkele in het rechtsgebied van de delegatieverlenende beheersautoriteit gevestigde juridische entiteit, tenzij anders is overeengekomen met de beheersautoriteit en anders is bepaald in het werkprogramma.
8.  Wanneer zulks in het werkprogramma is aangegeven, kan het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek deelnemen aan acties.
8.  Wanneer zulks in het werkprogramma is aangegeven, kan het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek deelnemen aan acties.
9.  Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, internationale Europese onderzoeksorganisaties en krachtens het recht van de Unie opgerichte juridische entiteiten worden geacht te zijn gevestigd in een andere lidstaat dan deze waarin andere aan de actie deelnemende juridische entiteiten zijn gevestigd.
10.  In het geval van acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de Europese Onderzoeksraad (ERC) en opleidings- en mobiliteitsacties worden internationale organisaties met hoofdkantoor in een lidstaat of een geassocieerd land geacht in deze lidstaat of dit geassocieerde land te zijn gevestigd.
10.  In het geval van acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de Europese Onderzoeksraad (ERC) en opleidings- en mobiliteitsacties worden internationale organisaties met hoofdkantoor in een lidstaat of een geassocieerd land geacht in deze lidstaat of dit geassocieerde land te zijn gevestigd.
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
Artikel 19
Artikel 19
Voor financiering in aanmerking komende entiteiten
Voor financiering in aanmerking komende entiteiten
1.   Entiteiten komen in aanmerking voor financiering indien zij zijn gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land.
1.   Entiteiten komen in aanmerking voor financiering indien zij zijn gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land zoals vermeld in artikel 12, lid 1.
In het geval van acties die in aanmerking komen voor de in artikel 9, lid 8, bedoelde middelen komen enkel in het rechtsgebied van de delegatieverlenende beheersautoriteit gevestigde entiteiten in aanmerking voor financiering met die middelen.
In het geval van acties die in aanmerking komen voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde middelen komen enkel in het rechtsgebied van de delegatieverlenende beheersautoriteit gevestigde entiteiten in aanmerking voor financiering met die middelen.
1 bis.  Indien toepasselijk komen internationale organisaties in aanmerking voor financiering in het kader van een actie indien hun hoofdkantoor gevestigd is in een lidstaat of in een geassocieerd land.
1 ter.  In het geval van laag- en middeninkomenslanden en uitzonderlijk andere niet-geassocieerde derde landen kunnen zij in aanmerking komen voor financiering in het kader van een actie indien:
a)  het derde land wordt genoemd in het werkprogramma; en
b)  de Commissie of het financieringsorgaan van oordeel is dat de deelname van de entiteit van wezenlijk belang is voor de uitvoering van de actie.
2.  In beginsel dragen in een niet-geassocieerd derde land gevestigde entiteiten de kosten van hun deelname. In het geval van laag- en middeninkomenslanden en uitzonderlijk andere niet-geassocieerde derde landen kunnen zij echter in aanmerking komen voor financiering in het kader van een actie indien:
2.  In andere niet-geassocieerde derde landen gevestigde entiteiten dragen de kosten van hun deelname. Wanneer dit nuttig wordt geacht, kunnen er O&O-overeenkomsten worden gesloten tussen deze niet-geassocieerde derde landen en de Unie, en kan er een medefinancieringsmechanisme worden ingesteld, naar het voorbeeld van de mechanismen die in het kader van Horizon 2020 zijn vastgesteld. Die landen dienen te zorgen voor wederzijdse toegang voor in de Unie gevestigde juridische entiteiten tot hun RDI-financieringsprogramma's alsook voor wederkerigheid wat betreft de open toegang tot wetenschappelijke resultaten en gegevens en tot billijke voorwaarden met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten.
a)  het derde land wordt genoemd in het door de Commissie vastgestelde werkprogramma, of
b)  de Commissie of het financieringsorgaan van oordeel is dat de deelname van de entiteit van wezenlijk belang is voor de uitvoering van de actie.
3.  Verbonden entiteiten komen in aanmerking voor financiering in het kader van een actie indien zij zijn gevestigd in een lidstaat, een geassocieerd land of een derde land die of dat in het door de Commissie vastgestelde werkprogramma wordt genoemd.
3.  Verbonden entiteiten komen in aanmerking voor financiering in het kader van een actie indien zij zijn gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land.
3 bis.  De Commissie brengt verslag uit aan het Parlement en de Raad, met specificatie per niet-geassocieerd derde land van het bedrag aan financiële bijdragen van de Unie dat aan de deelnemende landen is verstrekt, en het bedrag van de financiële bijdragen van het betrokken land aan entiteiten in de Unie die aan hun activiteiten deelnemen.
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 20
Artikel 20
Artikel 20
Oproepen tot het indienen van voorstellen
Oproepen tot het indienen van voorstellen
1.  Bij alle acties, met uitzondering van transitieactiviteiten van de Pathfinder van de EIC, wordt de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen opgenomen in het werkprogramma.
1.  Bij alle acties wordt de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen opgenomen in het werkprogramma.
Het werkprogramma verklaart waarom een bepaalde actie moet worden gefinancierd door te verwijzen naar de resultaten van specifieke voorgaande projecten en naar de stand van de wetenschap, de technologie en de innovatie op nationaal, Unie- en internationaal niveau, en van de desbetreffende ontwikkelingen met betrekking tot beleid, de markt en de samenleving.
2.  In het geval van transitieactiviteiten van de Pathfinder van de EIC:
a)  wordt de bekendmaking en de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen bepaald overeenkomstig de in het werkprogramma vastgestelde doelstellingen en begroting met betrekking tot de betrokken portefeuille van acties;
b)  kunnen zonder oproep tot het indienen van voorstellen subsidies ten belope van een vast bedrag van maximaal 50 000 EUR worden toegekend om dringende coördinatie- en ondersteuningsacties te verrichten met het oog op het versterken van de gemeenschap van begunstigden van de portefeuille of het beoordelen van potentiële spin-offs of potentiële marktcreërende innovatie.
3.   Oproepen kunnen, wanneer dit voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan noodzakelijk is, worden beperkt tot de ontwikkeling van extra activiteiten of tot de toevoeging van extra partners aan bestaande acties.
3.   Oproepen kunnen, wanneer dit voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan noodzakelijk is, worden beperkt tot de ontwikkeling van extra activiteiten of tot de toevoeging van extra partners aan bestaande acties.
4.   Een oproep tot het indienen van voorstellen is niet vereist voor coördinatie- en ondersteuningsacties of medefinancieringsacties voor programma's die:
4.   Een oproep tot het indienen van voorstellen is niet vereist voor coördinatie- en ondersteuningsacties of medefinancieringsacties voor programma's die:
a)  door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of door in het werkprogramma genoemde juridische entiteiten moeten worden uitgevoerd, en
a)  door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of door in het werkprogramma genoemde juridische entiteiten moeten worden uitgevoerd, en
b)  niet binnen de reikwijdte van een oproep tot het indienen van voorstellen vallen.
b)  niet binnen de reikwijdte van een oproep tot het indienen van voorstellen vallen.
5.   In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Met voorafgaande toestemming van de aanvrager kan informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie worden gedeeld met betrokken financierende instanties, op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten.
5.   In het werkprogramma worden de oproepen vermeld in het kader waarvan excellentiekeurmerken zullen worden toegekend. Met voorafgaande toestemming van de aanvrager kan informatie met betrekking tot de aanvraag en de evaluatie worden gedeeld met betrokken financierende instanties, op voorwaarde dat overeenkomsten inzake vertrouwelijkheid worden gesloten.
5 bis.  Om een zeer groot aantal aanvragen aan te pakken, kan de Commissie voor een aantal oproepen een evaluatieprocedure in twee fasen toepassen.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 21
Artikel 21
Artikel 21
Gezamenlijke oproepen
Gezamenlijke oproepen
De Commissie of het financieringsorgaan kan een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen uitschrijven met:
De Commissie of het financieringsorgaan kan een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen uitschrijven met:
a)  derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
a)  derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
b)  internationale organisaties;
b)  internationale organisaties;
c)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
c)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
In het geval van een gezamenlijke oproep worden gezamenlijke procedures voor de selectie en de evaluatie van voorstellen vastgesteld. Bij de procedures wordt een evenwichtige groep van door alle partijen aangestelde deskundigen betrokken.
In het geval van een gezamenlijke oproep moeten de aanvragende consortia aan de eisen vermeld in artikel 18 van deze verordening voldoen en worden gezamenlijke procedures voor de selectie en de evaluatie van voorstellen vastgesteld. Bij de procedures wordt een evenwichtige groep van door alle partijen aangestelde deskundigen betrokken.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 22
Artikel 22
Artikel 22
Precommerciële inkoop en overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen
Precommerciële inkoop en overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen
1.  Acties kunnen gedeeltelijk bestaan uit of voornamelijk gericht zijn op precommerciële inkoop of overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen die worden uitgevoerd door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten zijn in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU31, 2014/25/EU32 en 2009/81/EG33.
1.  Acties kunnen gedeeltelijk bestaan uit of voornamelijk gericht zijn op precommerciële inkoop of overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen die worden uitgevoerd door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten zijn in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU31, 2014/25/EU32 en 2009/81/EG33.
2.  De inkoopprocedures:
2.  De inkoopprocedures:
a)  moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van transparantie, non-discriminatie, gelijke behandeling, goed financieel beheer en evenredigheid, alsook met de mededingingsregels;
a)  moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van transparantie, non-discriminatie, gelijke behandeling, goed financieel beheer en evenredigheid, alsook met de mededingingsregels;
b)  kunnen, in het geval van precommerciële inkoop, in specifieke voorwaarden voorzien, zoals dat de plaats van uitvoering van de gegunde activiteiten beperkt is tot het grondgebied van de lidstaten en de geassocieerde landen;
b)  kunnen, in het geval van precommerciële inkoop, gebruikmaken van de vereenvoudigde en/of versnelde procedure en in specifieke voorwaarden voorzien, zoals dat de plaats van uitvoering van de gegunde activiteiten beperkt is tot het grondgebied van de lidstaten en de geassocieerde landen;
c)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen één en dezelfde procedure ("multiple sourcing"), en
c)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen dezelfde procedure ("multiple sourcing"); en
d)  moeten bepalen dat de contracten worden gegund aan de inschrijver of inschrijvers die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt of bieden, waarbij de afwezigheid van belangenconflicten wordt gewaarborgd.
d)  moeten bepalen dat de contracten worden gegund aan de inschrijver of inschrijvers die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt of bieden, waarbij de afwezigheid van belangenconflicten wordt gewaarborgd.
3.  Een contractant die in het kader van een precommerciële inkoopactie resultaten genereert, is minimaal rechthebbende van de daaraan verbonden intellectuele-eigendomsrechten. De aanbestedende diensten hebben minimaal en vrij van royalty's recht op toegang tot die resultaten voor eigen gebruik en hebben het recht om niet-exclusieve licenties aan derden te verlenen of om die licentie door de deelnemende contractant te doen verlenen, teneinde de resultaten onder eerlijke en redelijke voorwaarden voor de aanbestedende dienst te exploiteren, evenwel zonder sublicentierecht. Indien een contractant er niet in slaagt om de resultaten binnen een bepaalde periode na de precommerciële inkoop zoals vastgesteld in de overeenkomst, te exploiteren, kunnen de aanbestedende diensten eisen dat hij de eigendom van de resultaten aan de aanbestedende diensten overdraagt.
3.  Een contractant die in het kader van een precommerciële inkoopactie resultaten genereert, is minimaal rechthebbende van de daaraan verbonden intellectuele-eigendomsrechten. De aanbestedende diensten hebben vrij van royalty's recht op toegang tot die resultaten voor eigen gebruik. Indien een contractant er niet in slaagt om de resultaten binnen een bepaalde periode na de precommerciële inkoop zoals vastgesteld in de overeenkomst, te exploiteren, moeten de aanbestedende diensten met de contractant overleggen en de redenen onderzoeken voor het gebrek aan exploitatie. Na dat overleg kan de aanbestedende dienst eisen dat hij de eigendom van de resultaten aan de aanbestedende diensten overdraagt.
3 bis.  In de contracten voor overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen kunnen specifieke bepalingen worden opgenomen met betrekking tot de eigendom, de toegangsrechten en de licentieverlening.
__________________
__________________
31 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
31 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
32 Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
32 Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
33 Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).
33 Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 23
Artikel 23
Schrappen
Cumulatieve financiering
Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie en de steun uit verschillende programma's van de Unie kan naar rato worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor de steun zijn vastgesteld.
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – titel
Selectiecriteria
Financiële draagkracht van aanvragers
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 25
Artikel 25
Artikel 25
Toekenningscriteria
Selectie- en toekenningscriteria
1.  Een voorstel wordt geëvalueerd aan de hand van de volgende toekenningscriteria:
1.  Een voorstel wordt geëvalueerd aan de hand van de volgende toekenningscriteria:
a)  excellentie;
a)  excellentie;
b)  effect;
b)  effect;
c)  kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering.
c)  kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering.
2.  Op voorstellen voor acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de ERC is uitsluitend het in lid 1, onder a), bedoelde criterium van toepassing.
2.  Op voorstellen voor acties op het gebied van grensverleggend onderzoek van de ERC is uitsluitend het in lid 1, onder a), bedoelde criterium van toepassing. Enkel wanneer twee of meer excellente projecten dezelfde rangschikking behalen, wordt een onderscheid gemaakt door de criteria van lid 1, onder b) of c), toe te passen.
3.  In het werkprogramma worden nadere gegevens over de toepassing van de in lid 1 genoemde toekenningscriteria opgenomen en kunnen wegingen en drempelwaarden worden gespecificeerd.
3.  In het werkprogramma worden nadere gegevens over de toepassing van de in lid 1 genoemde toekenningscriteria opgenomen, inclusief wegingen, drempelwaarden en regels voor het behandelen van ex aequo-voorstellen, waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen van de oproep tot het indienen van voorstellen. De voorwaarden voor het behandelen van ex aequo-voorstellen kunnen onder meer (maar niet uitsluitend) de volgende criteria omvatten: kmo's, gender, in het kader van verbrede deelname participerende landen;
3 bis.  De Commissie neemt de mogelijkheid van een indieningsprocedure in twee stappen in overweging, en waar mogelijk kunnen in de eerste beoordelingsfase anonieme voorstellen in aanmerking worden genomen, op basis van de in lid 1 genoemde toekenningscriteria.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 26
Artikel 26
Artikel 26
Evaluatie
Evaluatie
1.  Voorstellen worden geëvalueerd door het evaluatiecomité, dat:
1.  Voorstellen worden geëvalueerd door het evaluatiecomité, dat:
–  volledig of gedeeltelijk is samengesteld uit externe onafhankelijke deskundigen;
–  is samengesteld uit externe onafhankelijke deskundigen.
–  is samengesteld uit vertegenwoordigers van instellingen of organen van de Unie zoals bedoeld in artikel 150 van het Financieel Reglement.
In het geval van de EIC en missies kunnen in het evaluatiecomité ook vertegenwoordigers zitten van instellingen of organen van de Unie zoals bedoeld in artikel 150 van het Financieel Reglement.
Het evaluatiecomité kan worden bijgestaan door onafhankelijke deskundigen.
Het evaluatiecomité kan worden bijgestaan door onafhankelijke deskundigen.
2.  Indien nodig rangschikt het evaluatiecomité de voorstellen die de toepasselijke drempelwaarden hebben gehaald volgens:
2.  Indien nodig rangschikt het evaluatiecomité de voorstellen die de toepasselijke drempelwaarden hebben gehaald volgens:
–  de in het kader van de evaluatie behaalde scores;
–  de in het kader van de evaluatie behaalde scores;
–  de bijdrage ervan aan de verwezenlijking van specifieke beleidsdoelstellingen, met inbegrip van de samenstelling van een consistente projectenportefeuille.
–  de bijdrage ervan aan de verwezenlijking van specifieke beleidsdoelstellingen, met inbegrip van de samenstelling van een consistente projectenportefeuille.
Het evaluatiecomité kan tevens eender welke aanzienlijke aanpassing van een voorstel voorstellen, voor zover nodig voor de consistentie van de portefeuille.
Alleen in uitzonderlijke en terdege gerechtvaardigde gevallen kan het evaluatiecomité aanpassingen van een voorstel voorstellen, voor zover dat nodig is voor de consistentie van de portefeuille.
2 bis.  Tijdens de evaluatieprocedure moeten belangenconflicten en op reputatie gestoelde vooroordelen worden vermeden. Er wordt voor transparantie van de evaluatiecriteria en van de aan de voorstellen toegekende scores gezorgd.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 27
Artikel 27
Artikel 27
Procedure voor de toetsing van evaluaties
Procedure voor de toetsing van evaluaties, vragen en klachten
1.  Een aanvrager kan om toetsing van een evaluatie verzoeken wanneer hij van oordeel is dat de toepasselijke evaluatieprocedure niet correct op zijn voorstel is toegepast.
1.  Een aanvrager kan om toetsing van een evaluatie verzoeken wanneer hij van oordeel is dat de toepasselijke evaluatieprocedure niet correct op zijn voorstel is toegepast.
2.  Een toetsing van een evaluatie is enkel van toepassing op de procedurele aspecten van de evaluatie en niet op de evaluatie van de verdiensten van het voorstel.
2.  Een toetsing van een evaluatie is enkel van toepassing op de procedurele aspecten van de evaluatie en niet op de evaluatie van de verdiensten van het voorstel.
2 bis.  Een verzoek om een toetsing moet op een specifiek voorstel betrekking hebben en moet binnen dertig dagen na mededeling van de bevindingen van de evaluatie worden ingediend. Het toetsingscomité wordt voorgezeten door en is samengesteld uit vertegenwoordigers die niet waren betrokken bij de oproep tot het indienen van voorstellen. Het comité beslist of het voorstel opnieuw moet worden geëvalueerd dan wel of de oorspronkelijke evaluatie wordt bevestigd. Dat doet het zonder nodeloos uitstel en zonder afbreuk te doen aan de selectiemogelijkheden.
3.  Een toetsing van een evaluatie leidt niet tot een vertraging van het selectieproces voor de voorstellen die niet worden getoetst.
3.  Een toetsing van een evaluatie leidt niet tot een vertraging van het selectieproces voor de voorstellen die niet worden getoetst.
3 bis.  De Commissie draagt zorg voor de instelling van een procedure op grond waarvan deelnemers rechtstreeks vragen kunnen stellen en klachten kunnen indienen aangaande hun betrokkenheid bij Horizon Europa. Online wordt informatie beschikbaar gesteld over de wijze waarop vragen kunnen worden gesteld en klachten kunnen worden ingediend.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 28
Artikel 28
Artikel 28
Subsidietoekenningstermijn
Subsidietoekenningstermijn
1.  In afwijking van artikel 194, lid 2, eerste alinea, van het Financieel Reglement zijn de volgende termijnen van toepassing:
1.   In afwijking van artikel 194, lid 2, eerste alinea, van het Financieel Reglement zijn de volgende termijnen van toepassing:
a)  voor wat betreft de inkennisstelling van alle aanvragers betreffende de uitkomst van de evaluatie van hun aanvraag, ten hoogste vijf maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;
a)   voor wat betreft de inkennisstelling van alle aanvragers betreffende de uitkomst van de evaluatie van hun aanvraag, ten hoogste vijf maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;
b)  voor wat betreft de ondertekening van de subsidieovereenkomsten met de aanvragers, ten hoogste acht maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen.
b)   voor wat betreft de ondertekening van de subsidieovereenkomsten met de aanvragers, ten hoogste acht maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;
b bis)  voor wat betreft specifieke subsidies die worden ondertekend uit hoofde van het sneltraject voor onderzoek en innovatie, ten hoogste zes maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen.
De subsidietoekenningstermijn mag geen afbreuk doen aan de kwaliteit van de evaluatie.
2.  In het werkprogramma voor de EIC kunnen kortere termijnen worden vastgesteld.
2.   In het werkprogramma voor de EIC kunnen kortere termijnen worden vastgesteld.
3.  Naast de in artikel 194, lid 2, tweede alinea, van het Financieel Reglement vermelde uitzonderingen kunnen de in lid 1 bedoelde termijnen worden overschreden in het geval van acties van de ERC, in het geval van missies en in het geval dat acties aan een ethische of beveiligingsbeoordeling worden onderworpen.
3.   Naast de in artikel 194, lid 2, tweede alinea, van het Financieel Reglement vermelde uitzonderingen kunnen de in lid 1 bedoelde termijnen worden overschreden in het geval van acties van de ERC, in het geval van missies en in het geval dat acties aan een ethische of beveiligingsbeoordeling worden onderworpen.
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 29
Artikel 29
Artikel 29
Uitvoering van de subsidie
Uitvoering van de subsidie
1.  Indien een begunstigde zijn verplichtingen met betrekking tot de technische uitvoering van de actie niet nakomt, voldoen de andere begunstigden aan deze verplichtingen zonder enige aanvullende Uniefinanciering, tenzij zij uitdrukkelijk van die verplichting worden ontheven. De financiële aansprakelijkheid van elke begunstigde is beperkt tot zijn eigen schulden, onverminderd de bepalingen betreffende het onderlingeverzekeringsmechanisme.
1.  Indien een begunstigde zijn verplichtingen met betrekking tot de technische uitvoering van de actie niet nakomt, voldoen de andere begunstigden aan deze verplichtingen zonder enige aanvullende Uniefinanciering, tenzij zij uitdrukkelijk van die verplichting worden ontheven. De financiële aansprakelijkheid van elke begunstigde is beperkt tot zijn eigen schulden, onverminderd de bepalingen betreffende het onderlingeverzekeringsmechanisme.
2.  In de subsidieovereenkomst kunnen mijlpalen en daarmee samenhangende voorfinancieringstranches worden vastgesteld. Indien de mijlpalen niet worden bereikt, kan de actie worden geschorst, gewijzigd of beëindigd.
2.  In de subsidieovereenkomst kunnen mijlpalen en daarmee samenhangende voorfinancieringstranches worden vastgesteld. Indien de mijlpalen niet worden bereikt, kan de actie worden geschorst of gewijzigd, indien geen passende corrigerende maatregel wordt gevonden, of beëindigd, na beoordeling door onafhankelijke deskundigen.
3.  De actie kan tevens worden beëindigd wanneer de verwachte resultaten om wetenschappelijke, technologische of economische redenen niet langer relevant zijn voor de Unie, en, in het geval van de EIC en van missies, wanneer zij niet langer relevant zijn als onderdeel van een portefeuille van acties.
3.  De actie kan tevens worden beëindigd wanneer de verwachte resultaten en/of mijlpalen om wetenschappelijke, technologische of economische redenen noch voor de Unie noch voor de begunstigden nog van belang zijn, en, in het geval van de EIC en van missies, wanneer zij niet langer relevant zijn als onderdeel van een portefeuille van acties. De Commissie dient een overlegprocedure met de coördinator van de actie en indien toepasselijk externe deskundigen te volgen voordat zij besluit een actie te beëindigen.
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 30
Artikel 30
Artikel 30
Financieringspercentages
Financieringspercentages
1.  Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage wordt in het werkprogramma vastgesteld.
1.  Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die in het kader daarvan worden gefinancierd. Het maximumpercentage per actie wordt in het werkprogramma vastgesteld.
2.  Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van:
2.  Het programma kan maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie vergoeden, met uitzondering van:
a)  innovatieacties: maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten, met uitzondering van juridische entiteiten zonder winstoogmerk, waarbij het programma maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten kan vergoeden;
a)  innovatieacties: maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten, met uitzondering van juridische entiteiten zonder winstoogmerk, waarbij het programma maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten kan vergoeden;
b)  medefinancieringsacties voor programma's: minimaal 30 % van de totale subsidiabele kosten, en in specifieke en naar behoren gemotiveerde gevallen maximaal 70 %.
b)  medefinancieringsacties voor programma's: minimaal 30 % van de totale subsidiabele kosten, en in specifieke en naar behoren gemotiveerde gevallen maximaal 70 %.
3.  De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd.
3.  De in dit artikel bepaalde financieringspercentages zijn ook van toepassing op acties waarbij voor de financiering van de gehele of een deel van de actie een vast percentage, eenheidskosten of een vast bedrag zijn vastgelegd.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 31
Artikel 31
Artikel 31
Indirecte kosten
Indirecte kosten
1.  De indirecte subsidiabele kosten worden bepaald aan de hand van een vast percentage van 25 % van de totale directe subsidiabele kosten, exclusief direct subsidiabele kosten voor uitbesteding, financiële steun aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.
1.  De indirecte subsidiabele kosten worden bepaald aan de hand van een vast percentage van 25 % van de totale directe subsidiabele kosten, exclusief direct subsidiabele kosten voor uitbesteding, financiële steun aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.
In voorkomend geval worden in eenheidskosten of vaste bedragen opgenomen indirecte kosten berekend aan de hand van het in lid 1 vastgestelde vaste percentage, met uitzondering van eenheidskosten voor intern gefactureerde goederen en diensten; deze worden berekend op basis van de werkelijke kosten, in overeenstemming met de gangbare kostenberekeningsmethoden van de begunstigden.
In voorkomend geval worden in eenheidskosten of vaste bedragen opgenomen indirecte kosten berekend aan de hand van het in lid 1 vastgestelde vaste percentage, met uitzondering van eenheidskosten voor intern gefactureerde goederen en diensten; deze worden berekend op basis van de werkelijke kosten, waarbij verdeelsleutels kunnen worden toegepast, in overeenstemming met de gangbare kostenberekeningsmethoden van de begunstigden.
2.  Wanneer het werkprogramma daarin voorziet, kunnen indirecte kosten echter in de vorm van een vast bedrag of op basis van eenheidskosten worden gedeclareerd.
2.  Wanneer het werkprogramma daarin voorziet, kunnen indirecte kosten echter in de vorm van een vast bedrag of op basis van eenheidskosten worden gedeclareerd.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 32
Artikel 32
Artikel 32
Subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten
1.  Naast de in artikel 197 van het Financieel Reglement vastgestelde criteria zijn in het geval van begunstigden met projectgebaseerde vergoeding personeelskosten subsidiabel tot maximaal de hoogte van de vergoeding die de persoon ontvangt voor werkzaamheden in het kader van soortgelijke projecten die uit hoofde van nationale stelsels worden gefinancierd.
1.  Naast de in artikel 197 van het Financieel Reglement vastgestelde criteria zijn in het geval van begunstigden met projectgebaseerde vergoeding personeelskosten subsidiabel tot maximaal de hoogte van de vergoeding die de persoon ontvangt voor werkzaamheden in het kader van soortgelijke projecten die uit hoofde van nationale stelsels worden gefinancierd. Voor de duur van dit programma is de uurvergoeding van personeel in lidstaten die in aanmerking komen voor verbredingsacties subsidiabel tot op een niveau dat overeenkomt met 1,25 keer de nationale uurvergoeding die wordt toegepast voor uit hoofde van nationale regelingen gefinancierde RDI-projecten.
Onder projectgebaseerde vergoeding wordt verstaan de vergoeding die samenhangt met de deelname van een persoon aan projecten, deel uitmaakt van de gangbare vergoedingsmethoden van de begunstigde en op een consistente wijze wordt uitbetaald.
Onder projectgebaseerde vergoeding wordt verstaan de vergoeding die samenhangt met de deelname van een persoon aan projecten, deel uitmaakt van de gangbare vergoedingsmethoden van de begunstigde en op een consistente wijze wordt uitbetaald.
2.  In afwijking van artikel 190, lid 1, van het Financieel Reglement zijn de kosten van in de vorm van bijdragen in natura door derden ter beschikking gestelde middelen subsidiabel tot maximaal de hoogte van de directe subsidiabele kosten van de derde partij.
2.  In afwijking van artikel 190, lid 1, van het Financieel Reglement zijn de kosten van in de vorm van bijdragen in natura door derden ter beschikking gestelde middelen subsidiabel tot maximaal de hoogte van de directe subsidiabele kosten van de derde partij.
3.  In afwijking van artikel 192 van het Financieel Reglement worden inkomsten uit de exploitatie van de resultaten niet als ontvangsten uit de actie aangemerkt.
3.  In afwijking van artikel 192 van het Financieel Reglement worden inkomsten uit de exploitatie van de resultaten niet als ontvangsten uit de actie aangemerkt.
3 bis.  De begunstigden kunnen hun gebruikelijke kostenberekeningsmethoden toepassen om de kosten die verband houden met een actie te bepalen en te declareren. De Commissie kan een beperkt aantal bijkomende subsidiabiliteitsvoorwaarden specificeren om een goed beheer van de subsidie te waarborgen. De Commissie mag geen kostenberekeningsmethoden verwerpen die tot met haar eigen resultaten overeenstemmende resultaten leiden en die hetzelfde niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie bieden.
4.  In afwijking van artikel 203, lid 4, van het Financieel Reglement is bij de betaling van het saldo een certificaat betreffende de financiële staten vereist wanneer het bedrag dat wordt gevorderd als in overeenstemming met de gangbare kostenberekeningsmethoden berekende werkelijke kosten en eenheidskosten, 325 000 EUR of meer bedraagt.
4.  In afwijking van artikel 203, lid 4, van het Financieel Reglement is bij de betaling van het saldo een certificaat betreffende de financiële staten vereist wanneer het bedrag dat wordt gevorderd als in overeenstemming met de gangbare kostenberekeningsmethoden berekende werkelijke kosten en eenheidskosten, 325 000 EUR of meer bedraagt.
Certificaten betreffende de financiële staten kunnen worden afgegeven door een bevoegde en onafhankelijke ambtenaar die door de relevante nationale autoriteiten is gemachtigd om een audit bij de begunstigde uit te voeren, of door een bekwame onafhankelijke auditor die bevoegd is wettelijke audits van boekhoudbescheiden uit te voeren in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG.
4 bis.  In afwijking van artikel 186, lid 1, van het Financieel Reglement wordt het maximale subsidiebedrag voor Marie Skłodowska-Curie-opleidings- en mobiliteitsacties uitsluitend in het geval van moederschaps- of vaderschapsverlof gedurende de looptijd van de subsidie verhoogd met de aan de in dit verband aan de betrokken onderzoeker(s) verschuldigde uitkeringen.
4 ter.  Kosten die voortvloeien uit het verantwoorde beheer van onderzoeksgegevens overeenkomstig de beginselen van opspoorbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid ("Findability, Accessibility, Interoperability and Reusability" – FAIR), komen in aanmerking voor subsidie.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 33
Artikel 33
Artikel 33
Onderlingeverzekeringsmechanisme
Onderlingeverzekeringsmechanisme
1.  Hierbij wordt een onderlingeverzekeringsmechanisme ("het mechanisme") ingesteld ter vervanging en opvolging van het krachtens artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1290/2013 ingestelde fonds. Het mechanisme dekt de risico's van het niet terugkrijgen van bedragen die de begunstigden verschuldigd zijn:
1.  Hierbij wordt een onderlingeverzekeringsmechanisme ("het mechanisme") ingesteld ter vervanging en opvolging van het krachtens artikel 38 van Verordening (EU) nr. 1290/2013 ingestelde fonds. Het mechanisme dekt de risico's van het niet terugkrijgen van bedragen die de begunstigden verschuldigd zijn:
a)  aan de Commissie op grond van Besluit nr. 1982/2006/EG;
a)  aan de Commissie op grond van Besluit nr. 1982/2006/EG;
b)  aan de Commissie en organen van de Unie op grond van Horizon 2020;
b)  aan de Commissie en organen van de Unie op grond van Horizon 2020;
c)  aan de Commissie en financieringsorganen op grond van het programma.
c)  aan de Commissie en financieringsorganen op grond van het programma.
De dekking van het risico met betrekking tot financieringsorganen zoals bedoeld in de eerste alinea, onder c), kan worden toegepast via een in de toepasselijke overeenkomst vastgesteld systeem van indirecte dekking en rekening houdend met de aard van het financieringsorgaan.
De dekking van het risico met betrekking tot financieringsorganen zoals bedoeld in de eerste alinea, onder c), kan worden toegepast via een in de toepasselijke overeenkomst vastgesteld systeem van indirecte dekking en rekening houdend met de aard van het financieringsorgaan.
2.  Het mechanisme wordt beheerd door de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, die optreedt als uitvoerend agent. De Commissie stelt specifieke regels vast voor de werking van het mechanisme.
2.  Het mechanisme wordt beheerd door de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, die optreedt als uitvoerend agent. De Commissie stelt specifieke regels vast voor de werking van het mechanisme.
3.  Begunstigden leveren een bijdrage van 5 % van de Uniefinanciering voor de actie. De Commissie kan deze bijdrage op basis van periodieke evaluaties verhogen tot maximaal 8 % of verlagen tot minder dan 5 %. De bijdrage van de begunstigden aan het mechanisme kan op de eerste voorfinanciering worden ingehouden en namens de begunstigden aan het mechanisme worden overgemaakt.
3.  Begunstigden leveren een bijdrage van 5 % van de Uniefinanciering voor de actie. De Commissie kan deze bijdrage op basis van jaarlijks uitgevoerde, transparante evaluaties verhogen tot maximaal 8 % of verlagen tot minder dan 5 %. De bijdrage van de begunstigden aan het mechanisme kan op de eerste voorfinanciering worden ingehouden en namens de begunstigden aan het mechanisme worden overgemaakt.
4.  De bijdrage van de begunstigden wordt bij de betaling van het saldo terugbetaald.
4.  De bijdrage van de begunstigden wordt bij de betaling van het saldo terugbetaald.
5.  Eventuele financiële opbrengsten van het mechanisme behoren toe aan het mechanisme. Indien de opbrengst ontoereikend is, treedt het mechanisme niet op en vordert de Commissie of het financieringsorgaan alle verschuldigde bedragen rechtstreeks bij de begunstigden of derden in.
5.  Eventuele financiële opbrengsten van het mechanisme behoren toe aan het mechanisme. Indien de opbrengst ontoereikend is, treedt het mechanisme niet op en vordert de Commissie of het financieringsorgaan alle verschuldigde bedragen rechtstreeks bij de begunstigden of derden in.
6.  De teruggekregen bedragen vormen voor het mechanisme bestemde ontvangsten in de zin van artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement. Zodra alle subsidies waarvan het risico direct of indirect wordt gedekt door het mechanisme zijn afgehandeld, worden eventuele uitstaande bedragen door de Commissie ingevorderd en worden zij, bij besluiten van de wetgevende autoriteit, opgenomen in de Uniebegroting.
6.  De teruggekregen bedragen vormen voor het mechanisme bestemde ontvangsten in de zin van artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement. Zodra alle subsidies waarvan het risico direct of indirect wordt gedekt door het mechanisme zijn afgehandeld, worden eventuele uitstaande bedragen door de Commissie ingevorderd en worden zij opgenomen in de Uniebegroting.
7.  Het mechanisme kan worden opengesteld voor de begunstigden van andere direct beheerde EU-programma's. De modaliteiten voor de deelname van de begunstigden van andere programma's worden door de Commissie vastgesteld.
7.  Het mechanisme kan worden uitgebreid tot de begunstigden van andere direct beheerde EU-programma's. De modaliteiten voor de deelname van de begunstigden van andere programma's worden door de Commissie vastgesteld.
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 34
Artikel 34
Artikel 34
Eigendom en bescherming
Eigendom en bescherming
1.  Begunstigden zijn eigenaar van de door hen gegenereerde resultaten. Zij waarborgen dat eventuele rechten van hun werknemers of eender welke andere partij op de resultaten kunnen worden uitgeoefend op een wijze die verenigbaar is met de verplichtingen van de begunstigden overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden.
1.  Begunstigden zijn eigenaar van de door hen gegenereerde resultaten. Zij waarborgen dat eventuele rechten van hun werknemers of eender welke andere partij op de resultaten kunnen worden uitgeoefend op een wijze die verenigbaar is met de verplichtingen van de begunstigden overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden.
Twee of meer begunstigden hebben resultaten gezamenlijk in eigendom indien:
Twee of meer begunstigden hebben resultaten gezamenlijk in eigendom indien:
a)  zij die resultaten gezamenlijk hebben gegenereerd, en
a)  zij die resultaten gezamenlijk hebben gegenereerd; en
b)  het niet mogelijk is om:
b)  het niet mogelijk is om:
i)  de respectieve bijdrage van elk van de begunstigden vast te stellen,
i)  de respectieve bijdrage van elk van de begunstigden vast te stellen,
of
of
ii)  hun respectieve bijdragen van elkaar te scheiden bij het aanvragen, verkrijgen of handhaven van de bescherming ervan.
ii)  hun respectieve bijdragen van elkaar te scheiden bij het aanvragen, verkrijgen of handhaven van de bescherming ervan.
De gezamenlijke eigenaren komen schriftelijk de verdeling van de gezamenlijke eigendom en de voorwaarden voor de uitoefening van het gezamenlijke eigendomsrecht overeen. Tenzij anders is overeengekomen, heeft elke gezamenlijke eigenaar het recht om niet-exclusieve licenties, zonder recht op sublicenties, aan derden te verlenen voor de exploitatie van de gezamenlijk in eigendom gehouden resultaten, indien de andere gezamenlijke eigenaren hiervan van tevoren in kennis worden gesteld en een eerlijke en redelijke vergoeding ontvangen. De gezamenlijke eigenaren kunnen schriftelijk een andere regeling dan gezamenlijke eigendom van toepassing verklaren.
De gezamenlijke eigenaren komen schriftelijk de verdeling van de gezamenlijke eigendom en de voorwaarden voor de uitoefening van het gezamenlijke eigendomsrecht overeen. Tenzij in de consortiumovereenkomst en/of de overeenkomst betreffende de gezamenlijke eigendom anders is overeengekomen, heeft elke gezamenlijke eigenaar het recht om niet-exclusieve licenties, zonder recht op sublicenties, aan derden te verlenen voor de exploitatie van de gezamenlijk in eigendom gehouden resultaten, indien de andere gezamenlijke eigenaren hiervan van tevoren in kennis worden gesteld en een eerlijke en redelijke vergoeding ontvangen. De gezamenlijke eigenaren kunnen schriftelijk een andere regeling dan gezamenlijke eigendom van toepassing verklaren.
2.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, beschermen hun resultaten op passende wijze, voor zover bescherming mogelijk en gerechtvaardigd is, en houden daarbij rekening met alle relevante overwegingen, met inbegrip van de vooruitzichten voor commerciële exploitatie. Bij hun beslissing over de bescherming van hun resultaten houden de begunstigden tevens rekening met de rechtmatige belangen van de andere begunstigden van de actie.
2.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, beschermen hun resultaten op passende wijze, voor zover bescherming mogelijk en gerechtvaardigd is, en houden daarbij rekening met alle relevante overwegingen, met inbegrip van de vooruitzichten voor commerciële exploitatie en andere legitieme belangen, zoals gegevensbeschermings- en privacyvoorschriften, intellectuele-eigendomsrechten en veiligheidsvoorschriften, in combinatie met het economische concurrentievermogen van de Unie op wereldniveau. Bij hun beslissing over de bescherming van hun resultaten houden de begunstigden tevens rekening met de rechtmatige belangen van de andere begunstigden van de actie.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 35
Artikel 35
Artikel 35
Exploitatie en verspreiding
Exploitatie en verspreiding
1.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, trachten naar beste vermogen hun resultaten te exploiteren, met name in de Unie. De begunstigden kunnen hun resultaten direct of indirect exploiteren, met name door de resultaten overeenkomstig artikel 36 over te dragen of in licentie te geven.
1.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, doen hun uiterste best om hun resultaten te exploiteren, in het bijzonder in de Unie. De begunstigden kunnen hun resultaten direct of indirect exploiteren, met name door de resultaten overeenkomstig artikel 36 over te dragen of in licentie te geven.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende exploitatieverplichtingen.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende exploitatieverplichtingen.
Wanneer er niettegenstaande dat een begunstigde naar beste vermogen heeft getracht zijn resultaten direct of indirect te exploiteren, binnen een bepaalde in de subsidieovereenkomst vastgestelde termijn geen exploitatie plaatsvindt, gebruikt de begunstigde een passend in de subsidieovereenkomst genoemd onlineplatform om partijen te vinden die geïnteresseerd zijn in de exploitatie van die resultaten. De begunstigde kan van deze verplichting worden ontheven wanneer dit op basis van een door hem ingediend verzoek gerechtvaardigd is.
Wanneer een begunstigde naar beste vermogen heeft geprobeerd zijn resultaten direct of indirect te exploiteren maar er desalniettemin binnen een bepaalde in de subsidieovereenkomst en in het verspreidings- en exploitatieplan bij deze overeenkomst vastgestelde termijn geen exploitatie plaatsvindt, kunnen de exploitatieactiviteiten na instemming hiermee door de begunstigden worden overgedragen aan een andere partij. De begunstigde kan van deze verplichting worden ontheven wanneer dit op basis van een door hem ingediend verzoek gerechtvaardigd is.
2.  Met inachtneming van de beperkingen als gevolg van de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, veiligheidsvoorschriften of rechtmatige belangen, verspreiden begunstigden hun resultaten zo snel mogelijk.
2.  De begunstigden verspreiden hun resultaten zo snel mogelijk, in een open formaat, met inachtneming van de beperkingen als gevolg van de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, veiligheidsvoorschriften of rechtmatige belangen.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verspreidingsverplichtingen.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verspreidingsverplichtingen, met inachtneming van de economische en wetenschappelijke belangen van de Unie.
3.  Begunstigden waarborgen dat de open toegang tot wetenschappelijke publicaties wordt toegepast overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden. De begunstigden waarborgen met name dat zij of de auteurs voldoende intellectuele-eigendomsrechten behouden om hun verplichtingen inzake open toegang na te leven.
3.  Begunstigden waarborgen dat de open toegang tot wetenschappelijke publicaties wordt toegepast overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden. De begunstigden waarborgen met name dat zij of de auteurs voldoende intellectuele-eigendomsrechten behouden om de FAIR-verplichtingen inzake open toegang na te leven.
Open toegang tot onderzoeksgegevens is de algemene regel overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden, maar indien gerechtvaardigd, worden uitzonderingen toegepast, rekening houdend met de rechtmatige belangen van de begunstigden en eventuele andere beperkingen, zoals de gegevensbeschermingsregels, veiligheidsvoorschriften of intellectuele-eigendomsrechten.
Met betrekking tot de verspreiding van onderzoeksgegevens worden in de subsidieovereenkomst in verband met open toegang conform de FAIR-beginselen tot en het bewaren van onderzoeksgegevens voorwaarden vastgesteld die voorzien in billijke toegang tot dergelijke resultaten en in opt-outs overeenkomstig het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig". Indien gerechtvaardigd, worden uitzonderingen toegepast, rekening houdend met de rechtmatige belangen van de begunstigden en eventuele andere beperkingen, zoals de gegevensbeschermingsregels, privacy- en vertrouwelijkheidsregels, veiligheidsvoorschriften, bedrijfsgeheimen, legitieme commerciële belangen, intellectuele-eigendomsrechten en het externe concurrentievermogen van de Unie.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verplichtingen inzake de inachtneming van openwetenschapspraktijken.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende stimulansen inzake de inachtneming van openwetenschapspraktijken.
4.  Begunstigden beheren alle onderzoeksgegevens overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden en stellen een plan voor gegevensbeheer op.
4.  Begunstigden beheren alle in het kader van een Horizon Europa-actie gegenereerde onderzoeksgegevens overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden en stellen een plan voor gegevensbeheer op.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verplichtingen inzake het gebruik van de Europese open wetenschapscloud voor de opslag van en de toegang tot onderzoeksgegevens.
In het werkprogramma kan het gebruik van de Europese open wetenschapscloud voor de opslag van en de toegang tot onderzoeksgegevens verder worden aangemoedigd.
5.  Begunstigden die voornemens zijn hun resultaten te verspreiden, stellen de andere begunstigden van de actie hiervan van tevoren in kennis. De andere begunstigden kunnen bezwaar maken indien zij kunnen aantonen dat hun rechtmatige belangen met betrekking tot hun resultaten of background door de voorgenomen verspreiding aanzienlijk zouden worden geschaad. In dergelijke gevallen mag de verspreiding enkel plaatsvinden indien de nodige maatregelen zijn genomen om deze rechtmatige belangen te beschermen.
5.  Begunstigden die voornemens zijn hun resultaten te verspreiden, stellen de andere begunstigden van de actie hiervan van tevoren in kennis. De andere begunstigden kunnen bezwaar maken indien zij kunnen aantonen dat hun rechtmatige belangen met betrekking tot hun resultaten of background door de voorgenomen verspreiding aanzienlijk zouden worden geschaad. In dergelijke gevallen mag de verspreiding enkel plaatsvinden indien de nodige maatregelen zijn genomen om deze rechtmatige belangen te beschermen.
6.  Tenzij in het werkprogramma anders is bepaald, omvatten voorstellen een plan voor de exploitatie en de verspreiding van de resultaten. Wanneer de te verwachten exploitatie het ontwikkelen, creëren, produceren en in de handel brengen van een product of werkwijze, of het creëren en leveren van een dienst inhoudt, omvat het plan een strategie voor deze exploitatie. Wanneer het plan voorziet in exploitatie die voornamelijk in niet-geassocieerde derde landen plaatsvindt, lichten de juridische entiteiten toe op welke wijze deze exploitatie nog in het belang van de Unie is.
6.  Tenzij in het werkprogramma anders is bepaald, omvatten voorstellen een plan voor de exploitatie en de verspreiding van de resultaten. Wanneer de te verwachten exploitatie het ontwikkelen, creëren, produceren en in de handel brengen van een product of werkwijze, of het creëren en leveren van een dienst inhoudt, omvat het plan een strategie voor deze exploitatie. Wanneer het plan voorziet in exploitatie die voornamelijk in niet-geassocieerde derde landen plaatsvindt, rechtvaardigen de juridische entiteiten op welke wijze deze exploitatie nog in het belang van de Unie is.
Het plan wordt tijdens en na de actie door de begunstigden verder ontwikkeld.
Het plan kan tijdens de actie door de begunstigden verder worden ontwikkeld, onder meer door middel van betrokkenheid van het publiek en wetenschapsonderwijs.
7.  Met het oog op de monitoring en de verspreiding door de Commissie of het financieringsorgaan verstrekken de begunstigden alle gevraagde informatie met betrekking tot de exploitatie en de verspreiding van hun resultaten. Onder voorbehoud van de rechtmatige belangen van de begunstigden wordt deze informatie openbaar gemaakt.
7.  Met het oog op de monitoring en de verspreiding door de Commissie of het financieringsorgaan verstrekken de begunstigden alle nodige verzochte informatie met betrekking tot de exploitatie en de verspreiding van hun resultaten, overeenkomstig de bepalingen van de subsidieovereenkomst. Onder voorbehoud van de rechtmatige belangen van de begunstigden wordt deze informatie openbaar gemaakt.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 36
Artikel 36
Artikel 36
Overdracht en licentieverlening
Overdracht en licentieverlening
1.  Begunstigden kunnen de eigendom van hun resultaten overdragen. Zij zorgen ervoor dat hun verplichtingen van toepassing worden op de nieuwe eigenaar en dat deze verplicht is om die verplichtingen bij elke volgende overdracht door te geven.
1.  Begunstigden kunnen de eigendom van hun resultaten overdragen. Zij zorgen ervoor dat hun verplichtingen van toepassing worden op de nieuwe eigenaar en dat deze verplicht is om die verplichtingen bij elke volgende overdracht door te geven.
2.  Tenzij voor welbepaalde derden schriftelijk anders is overeengekomen of het toepasselijke recht dit onmogelijk maakt, stellen begunstigden die voornemens zijn de eigendom van resultaten over te dragen, de andere begunstigden die nog toegangsrechten voor de desbetreffende resultaten hebben, hiervan van tevoren in kennis. Deze kennisgeving moet voldoende informatie over de nieuwe eigenaar bevatten om een begunstigde in staat te stellen de effecten op zijn toegangsrechten te beoordelen.
2.  Tenzij voor welbepaalde derden en voor hun verbonden entiteiten schriftelijk anders is overeengekomen of het toepasselijke recht dit onmogelijk maakt, stellen begunstigden die voornemens zijn de eigendom van resultaten over te dragen, de andere begunstigden die nog toegangsrechten voor de desbetreffende resultaten hebben, hiervan van tevoren in kennis. Deze kennisgeving moet voldoende informatie over de nieuwe eigenaar bevatten om een begunstigde in staat te stellen de effecten op zijn toegangsrechten te beoordelen.
Tenzij voor welbepaalde derden schriftelijk anders is overeengekomen, kunnen begunstigden tegen de overdracht bezwaar maken indien zij kunnen aantonen dat de overdracht negatieve gevolgen voor hun toegangsrechten zou hebben. In dat geval kan de overdracht pas plaatsvinden nadat overeenstemming tussen de betrokken begunstigden is bereikt.
Tenzij voor welbepaalde derden en voor hun verbonden entiteiten schriftelijk anders is overeengekomen, kunnen begunstigden tegen de overdracht bezwaar maken indien zij kunnen aantonen dat de overdracht negatieve gevolgen voor hun toegangsrechten zou hebben. In dat geval kan de overdracht pas plaatsvinden nadat overeenstemming tussen de betrokken begunstigden is bereikt. In de subsidieovereenkomst worden desbetreffend termijnen vastgesteld.
3.  Begunstigden kunnen licenties voor hun resultaten verlenen of op een andere wijze het recht geven om die resultaten te exploiteren, voor zover dit geen invloed heeft op de naleving van hun verplichtingen.
3.  Begunstigden kunnen licenties voor hun resultaten verlenen of op een andere wijze het recht geven om die resultaten te exploiteren, voor zover dit geen invloed heeft op de naleving van hun verplichtingen.
4.  Wanneer zulks gerechtvaardigd is, kan in de subsidieovereenkomst worden voorzien in het recht om bezwaar te maken tegen de overdracht van de eigendom van resultaten of tegen de verlening van een exclusieve licentie voor resultaten, indien:
4.  Wanneer zulks gerechtvaardigd is, kan de Commissie in de subsidieovereenkomst het recht worden toegekend om bezwaar te maken tegen de overdracht van de eigendom van resultaten of tegen de verlening van een exclusieve licentie voor resultaten, indien:
a)  de begunstigden die de resultaten genereren Uniefinanciering hebben ontvangen;
a)  de begunstigden die de resultaten genereren Uniefinanciering hebben ontvangen;
b)  de overdracht plaatsvindt of de licentie wordt verleend aan een in een derde land gevestigde juridische entiteit, en
b)  de overdracht plaatsvindt of de licentie wordt verleend aan een in een derde land gevestigde juridische entiteit, en
c)  de overdracht of de licentieverlening niet strookt met het belang van de Unie.
c)  de overdracht of de licentieverlening niet strookt met het belang van de Unie.
Overeenkomsten voor de overdracht van technologieën worden aangemoedigd.
Indien het recht om bezwaar te maken van toepassing is, deelt de begunstigde dit van tevoren mede. Er kan schriftelijk afstand worden gedaan van het recht om bezwaar te maken met betrekking tot een overdracht of een verlening van een exclusieve licentie aan welbepaalde juridische entiteiten, op voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om de belangen van de Unie te vrijwaren.
Indien het recht om bezwaar te maken van toepassing is, deelt de begunstigde dit van tevoren mede. Er kan schriftelijk afstand worden gedaan van het recht om bezwaar te maken met betrekking tot een overdracht of een verlening van een exclusieve licentie aan welbepaalde juridische entiteiten, op voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om de belangen van de Unie te vrijwaren.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 37
Artikel 37
Artikel 37
Toegangsrechten
Toegangsrechten
1.  De volgende beginselen betreffende de toegangsrechten zijn van toepassing:
1.  De volgende beginselen betreffende de toegangsrechten zijn van toepassing:
a)  een verzoek tot het uitoefenen of afstand doen van toegangsrechten wordt schriftelijk ingediend;
a)  een verzoek tot het uitoefenen of afstand doen van toegangsrechten wordt schriftelijk ingediend;
b)  tenzij anders is overeengekomen met de entiteit die de toegangsrechten verleent, omvatten toegangsrechten niet het recht om sublicenties te verlenen;
b)  tenzij anders is overeengekomen met de entiteit die de toegangsrechten verleent, omvatten toegangsrechten niet het recht om sublicenties te verlenen;
c)  de begunstigden brengen elkaar voorafgaand aan de toetreding tot de subsidieovereenkomst op de hoogte van alle beperkingen op het verlenen van toegang tot hun background;
c)  de begunstigden brengen elkaar voorafgaand aan de toetreding tot de subsidieovereenkomst op de hoogte van alle beperkingen op het verlenen van toegang tot hun background;
d)  wanneer een begunstigde niet langer bij een actie is betrokken, doet dit geen afbreuk aan zijn verplichtingen om toegang te verlenen;
d)  wanneer een begunstigde niet langer bij een actie is betrokken, doet dit geen afbreuk aan zijn verplichtingen om toegang te verlenen;
e)  wanneer een begunstigde zijn verplichtingen niet nakomt, kunnen de begunstigden overeenkomen dat de desbetreffende begunstigde geen toegangsrechten meer heeft.
e)  wanneer een begunstigde zijn verplichtingen niet nakomt, kunnen de begunstigden overeenkomen dat de desbetreffende begunstigde geen toegangsrechten meer heeft.
2.  Begunstigden verlenen toegang tot:
2.  Begunstigden verlenen toegang tot:
a)  hun resultaten, vrij van royalty's, aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten;
a)  hun resultaten, vrij van royalty's, aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten;
b)  hun background aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze resultaten nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen; deze toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend, tenzij door de begunstigden voorafgaand aan hun toetreding tot de subsidieovereenkomst anders is overeengekomen;
b)  hun background aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze resultaten nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen; deze toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend, tenzij door de begunstigden voorafgaand aan hun toetreding tot de subsidieovereenkomst anders is overeengekomen;
c)  hun resultaten en, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen, hun background aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zijn eigen resultaten te exploiteren; deze toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
c)  hun resultaten en, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen, hun background aan eender welke andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zijn eigen resultaten te exploiteren; deze toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
3.  Tenzij door de begunstigden anders is overeengekomen, verlenen zij tevens toegang tot hun resultaten en, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen, hun background aan een juridische entiteit:
3.  Tenzij door de begunstigden anders is overeengekomen, verlenen zij tevens toegang tot hun resultaten en, onverminderd de in lid 1, onder c), bedoelde beperkingen, hun background aan een juridische entiteit:
a)  die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land;
a)  die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land;
b)  waarover een andere begunstigde direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen, dan wel die onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap staat als de desbetreffende begunstigde of die zelf de directe of indirecte zeggenschap over de desbetreffende begunstigde uitoefent, en
b)  waarover een andere begunstigde direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen, dan wel die onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap staat als de desbetreffende begunstigde of die zelf de directe of indirecte zeggenschap over de desbetreffende begunstigde uitoefent, en
c)  die deze toegang nodig heeft om de resultaten van de desbetreffende begunstigde te exploiteren.
c)  die deze toegang nodig heeft om de resultaten van de desbetreffende begunstigde te exploiteren.
De toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
De toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
4.  Een verzoek om toegangsrechten voor exploitatiedoeleinden kan tot één jaar na de beëindiging van de actie worden ingediend, tenzij de begunstigden een andere termijn overeenkomen.
4.  Een verzoek om toegangsrechten voor exploitatiedoeleinden kan tot één jaar na de beëindiging van de actie worden ingediend, tenzij de begunstigden een andere termijn overeenkomen.
5.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, verlenen de instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie royaltyvrije toegang tot hun resultaten voor het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van het beleid of de programma's van de Unie. De toegangsrechten hebben enkel betrekking op een niet-commercieel en niet-competitief gebruik.
5.  Begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen, verlenen de instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie royaltyvrije toegang tot hun resultaten voor het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van het beleid of de programma's van de Unie. De toegangsrechten hebben enkel betrekking op een niet-commercieel en niet-competitief gebruik, rekening houdend met de legitieme belangen van de begunstigden.
Deze toegangsrechten hebben geen betrekking op de background van de deelnemers.
In het geval van acties in het kader van de cluster "Inclusieve en veilige samenleving", actiegebied "Bescherming en beveiliging", verlenen begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen tevens de nationale autoriteiten van de lidstaten royaltyvrije toegang tot hun resultaten voor het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van hun beleid of programma's op dat gebied. De toegangsrechten hebben enkel betrekking op een niet-commercieel en niet-competitief gebruik en worden verleend op basis van een bilaterale overeenkomst waarin de specifieke voorwaarden worden bepaald die ervoor zorgen dat deze rechten uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt en dat in de passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien. De lidstaat die of de instelling, het orgaan, het bureau of het agentschap van de Unie die of dat daartoe een verzoek indient, stelt alle lidstaten daarvan in kennis.
In het geval van acties in het kader van de cluster "Veilige samenleving", actiegebied "Bescherming en beveiliging", verlenen begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen tevens de nationale autoriteiten van de lidstaten royaltyvrije toegang tot hun resultaten voor het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van hun beleid of programma's op dat gebied. De toegangsrechten hebben enkel betrekking op een niet-commercieel en niet-competitief gebruik en worden verleend op basis van een bilaterale overeenkomst waarin de specifieke voorwaarden worden bepaald die ervoor zorgen dat deze rechten uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt en dat in de passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien. De lidstaat die of de instelling, het orgaan, het bureau of het agentschap van de Unie die of dat daartoe een verzoek indient, stelt alle lidstaten daarvan in kennis.
6.  In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende toegangsrechten.
6.  In het werkprogramma kan waar toepasselijk worden voorzien in aanvullende toegangsrechten.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 38
Artikel 38
Artikel 38
Specifieke bepalingen inzake exploitatie en verspreiding
Specifieke bepalingen inzake exploitatie en verspreiding
Specifieke regels inzake eigendom, exploitatie en verspreiding, overdracht en licentieverlening alsmede toegangsrechten kunnen van toepassing zijn op ERC-acties, opleidings- en mobiliteitsacties, precommerciële inkoopacties, acties voor overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen, medefinancieringsacties voor programma's en coördinatie- en ondersteuningsacties.
Specifieke regels inzake exploitatie en verspreiding, overdracht en licentieverlening alsmede toegangsrechten kunnen van toepassing zijn op ERC-acties, EIT-acties, opleidings- en mobiliteitsacties, precommerciële inkoopacties, acties voor overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen, medefinancieringsacties voor programma's en coördinatie- en ondersteuningsacties.
Deze specifieke regels leiden niet tot wijziging van de verplichtingen inzake open toegang.
Deze specifieke regels leiden niet tot wijziging van de verplichtingen en beginselen inzake open toegang waarnaar wordt verwezen in artikel 10.
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 39
Artikel 39
Artikel 39
Prijzen
Prijzen
1.  Prijzen in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel IX van het Financieel Reglement, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.
1.  Prijzen in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel IX van het Financieel Reglement, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.
2.  Alle juridische entiteiten, waar ook gevestigd, kunnen aan een wedstrijd deelnemen, tenzij in het werkprogramma of het wedstrijdreglement anders is bepaald.
2.  Alle juridische entiteiten, waar ook gevestigd, kunnen aan een wedstrijd deelnemen, tenzij in het werkprogramma of het wedstrijdreglement anders is bepaald.
3.  De Commissie of het financieringsorgaan kan wedstrijden organiseren met:
3.  De Commissie of het financieringsorgaan kan, indien gepast, wedstrijden organiseren met:
a)  andere organen van de Unie;
a)  andere organen van de Unie;
b)  derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
b)  derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
c)  internationale organisaties; of
c)  internationale organisaties; of
d)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
d)  juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
4.  In het werkprogramma of het wedstrijdreglement kunnen verplichtingen worden opgenomen met betrekking tot communicatie, exploitatie en verspreiding.
4.  In het werkprogramma of het wedstrijdreglement worden verplichtingen opgenomen met betrekking tot communicatie, eigendom, toegangsrechten, exploitatie en verspreiding, inclusief bepalingen inzake licentieverlening.
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 42
Artikel 42
Artikel 42
Gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering
Gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering
1.  Op de onderdelen subsidies en terug te betalen voorschotten van gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering zijn de artikelen 30 tot en met 33 van toepassing.
1.  Op de onderdelen subsidies en terug te betalen voorschotten van gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering zijn de artikelen 30 tot en met 33 van toepassing.
2.  Gemengde EIC-financiering wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 43. Steun in het kader van de gemengde EIC-financiering kan worden verleend totdat de actie kan worden gefinancierd als een blendingverrichting of als een financierings- en investeringsverrichting die volledig door de EU-garantie in het kader van InvestEU wordt gedekt. In afwijking van artikel 209 van het Financieel Reglement zijn de in lid 2, en met name onder a) en d), vastgestelde voorwaarden niet van toepassing op het ogenblik van de toekenning van gemengde EIC-financiering.
2.  Gemengde EIC-financiering wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 43. Steun voor risicoprojecten in het kader van de gemengde EIC-financiering kan worden verleend totdat de actie kan worden gefinancierd als een blendingverrichting of als een financierings- en investeringsverrichting die volledig door de EU-garantie in het kader van InvestEU wordt gedekt. In afwijking van artikel 209 van het Financieel Reglement zijn de in lid 2, en met name onder a) en d), vastgestelde voorwaarden niet van toepassing op het ogenblik van de toekenning van gemengde EIC-financiering.
3.  Gemengde Horizon Europa-financiering kan worden toegekend aan een medefinancieringsactie voor programma's wanneer in het kader van een gezamenlijk programma van lidstaten en geassocieerde landen financieringsinstrumenten worden ingezet ter ondersteuning van specifieke acties. Dergelijke acties worden geëvalueerd en geselecteerd overeenkomstig de artikelen 19, 20, 23, 24, 25 en 26. De uitvoeringsmodaliteiten van de gemengde Horizon Europa-financiering zijn in overeenstemming met artikel 29 en naar analogie artikel 43, lid 9, alsook met in het werkprogramma vastgestelde aanvullende voorwaarden.
3.  Gemengde Horizon Europa-financiering kan worden toegekend aan een medefinancieringsactie voor programma's wanneer in het kader van een gezamenlijk programma van lidstaten en geassocieerde landen financieringsinstrumenten worden ingezet ter ondersteuning van specifieke acties. Dergelijke acties worden geëvalueerd en geselecteerd overeenkomstig de artikelen 11, 19, 20, 24, 25, 26, 42 bis en 43. De uitvoeringsmodaliteiten van de gemengde Horizon Europa-financiering zijn in overeenstemming met artikel 29 en naar analogie artikel 43, lid 9, alsook met in het werkprogramma vastgestelde aanvullende en gerechtvaardigde voorwaarden.
4.  Terugbetalingen, met inbegrip van terugbetaalde voorschotten en inkomsten in het kader van gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering, worden beschouwd als interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder f), en artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement.
4.  Terugbetalingen, met inbegrip van terugbetaalde voorschotten en inkomsten in het kader van gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering, worden beschouwd als interne bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder f), en artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement.
5.  Gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering wordt verstrekt op zodanige wijze dat de mededinging niet wordt verstoord.
5.  Gemengde Horizon Europa- en EIC-financiering wordt verstrekt op zodanige wijze dat het concurrentievermogen van de Unie wordt bevorderd zonder verstoring van de mededinging.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 bis (nieuw)
Artikel 42 bis
De Pathfinder
1.  De Pathfinder verstrekt subsidies aan baanbrekende projecten met hoog risico, teneinde de strategische autonomie van de Unie op het gebied van potentieel uiterst innovatieve technologieën van de toekomst te bereiken en nieuwe marktkansen te ontwikkelen. De Pathfinder verleent in eerste instantie steun voor de vroegste stadia van onderzoek en ontwikkeling, waaronder "proof of concept" en prototypen voor technologische validatie.
De uitvoering van de Pathfinder verloopt voornamelijk via een doorlopende openbare oproep tot het indienen van bottom‑upvoorstellen met meerdere uiterste data voor indiening per jaar, en biedt ook concurrerende uitdagingen voor de ontwikkeling van belangrijke strategische doelstellingen1 bis, waarbij een deep-techbenadering en radicale nieuwe concepten zullen worden gevraagd. Door geselecteerde projecten naar thema of doel te hergroeperen in portefeuilles, kan een kritische massa van inspanningen en op Unieniveau strategische autonomie op technologisch gebied worden bereikt en kan vorm worden gegeven aan nieuwe multidisciplinaire onderzoeksgemeenschappen.
2.  In het kader van de Pathfinder worden transitieactiviteiten uitgevoerd om innovatoren te helpen bij het opzetten van een traject voor commerciële ontwikkeling in de Unie, met bijvoorbeeld demonstratieactiviteiten en haalbaarheidsstudies om potentiële verdienmodellen te onderzoeken, en zal steun worden verleend voor de oprichting van spin-offs en start-ups.
a)  De bekendmaking en de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen worden bepaald overeenkomstig de in het werkprogramma vastgestelde doelstellingen en begroting met betrekking tot de betrokken portefeuille van acties;
b)  zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen subsidies ten belope van een vast bedrag van maximaal 50 000 EUR worden toegekend om dringende coördinatie- en ondersteuningsacties te verrichten met het oog op het versterken van de gemeenschap van begunstigden van de portefeuille of het beoordelen van potentiële spin-offs of potentiële marktcreërende innovatie.
3.  De in artikel 25 vastgestelde toekenningscriteria zijn van toepassing op de EIC-Pathfinder.
__________________
1a Daarbij kan het gaan om thema's als kunstmatige intelligentie, kwantumtechnologie, biologische bestrijding, digitale tweelingbroers van de tweede generatie, of andere thema's die voortvloeien uit de strategische programmering van Horizon Europa (met inbegrip van de in een netwerk opgenomen programma's van lidstaten).
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 43
Artikel 43
Artikel 43
De Accelerator van de EIC
De Accelerator
1.  De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen.
1.  De begunstigde van de Accelerator van de EIC is een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die als een startende onderneming, een doorgroeiende onderneming, een kmo of een midcap wordt aangemerkt. Het voorstel kan worden ingediend door de begunstigde of door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen.
2.  Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering.
2.  Eén enkel gunningsbesluit heeft betrekking op en regelt de financiering voor alle vormen van bijdragen van de Unie in het kader van gemengde EIC-financiering.
3.  Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4.
3.  Voorstellen worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen op basis van hun individuele verdiensten en geselecteerd in de context van een jaarlijkse openbare oproep met bepaalde termijnen, gebaseerd op de artikelen 24, 25 en 26, onverminderd lid 4.
4.  De toekenningscriteria zijn:
4.  De toekenningscriteria zijn:
–  excellentie;
–  excellentie;
–  effect;
–  effect en Uniemeerwaarde;
–  het risiconiveau van de actie en de behoefte aan steun van de Unie.
–  het risiconiveau van de actie en de behoefte aan steun van de Unie.
5.  Met instemming van de betrokken aanvragers kunnen de Commissie of de financieringsorganen die Horizon Europa uitvoeren een voorstel voor een innovatie- en marktintroductieactie dat al aan de eerste twee criteria voldoet onmiddellijk indienen voor evaluatie op basis van het laatste evaluatiecriterium, met inachtneming van de volgende cumulatieve voorwaarden:
5.  Met instemming van de betrokken aanvragers kunnen de Commissie of de financieringsorganen die Horizon Europa uitvoeren (met inbegrip van het EIT en KIG's van het EIT) een voorstel voor een innovatie- en marktintroductieactie, in het bijzonder in de Unie, dat al aan de eerste twee criteria voldoet onmiddellijk indienen voor evaluatie op basis van het laatste evaluatiecriterium, met inachtneming van de volgende cumulatieve voorwaarden:
–  het voorstel vloeit voort uit een andere in het kader van Horizon 2020 of dit programma gefinancierde actie, of uit een nationaal programma dat vergelijkbaar is met de Pathfinder van de EIC en dat als dusdanig door de Commissie wordt erkend;
–  het voorstel vloeit voort uit een andere in het kader van Horizon 2020 of dit programma gefinancierde actie, of uit een nationaal programma en dat door de Commissie wordt erkend als zijnde in overeenstemming met de EIC-vereisten;
–  het voorstel is gebaseerd op een eerdere projectevaluatie ter beoordeling van de excellentie en het effect van het voorstel, met inachtneming van voorwaarden en processen die nader worden beschreven in het werkprogramma.
–  het voorstel is gebaseerd op een eerdere projectevaluatie ter beoordeling van de excellentie en het effect van het voorstel, met inachtneming van voorwaarden en processen die nader worden beschreven in het werkprogramma.
6.  Een excellentiekeurmerk kan worden toegekend mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
6.  Een excellentiekeurmerk kan worden toegekend mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
–  de begunstigde is een startende onderneming of een kmo;
–  de begunstigde is een startende onderneming of een kmo;
–  het voorstel was subsidiabel en heeft de toepasselijke drempelwaarden gehaald voor de eerste twee toekenningscriteria van lid 4,
–  het voorstel was subsidiabel en heeft de toepasselijke drempelwaarden gehaald voor de eerste twee toekenningscriteria van lid 4,
–  in het geval van activiteiten die subsidiabel zouden zijn in het kader van een innovatieactie.
–  in het geval van activiteiten die subsidiabel zouden zijn in het kader van een innovatieactie.
7.  Voor een voorstel dat de evaluatie heeft doorstaan, stellen onafhankelijke deskundigen een overeenkomstige gemengde EIC-financiering voor op basis van het risico dat wordt gelopen en de tijd die voor de marktintroductie van de innovatie nodig is.
7.  Voor een voorstel dat de evaluatie heeft doorstaan, stellen onafhankelijke deskundigen een overeenkomstige gemengde EIC-financiering voor op basis van het risico dat wordt gelopen en de tijd die voor de marktintroductie van de innovatie nodig is.
De Commissie kan een door de onafhankelijke deskundigen geselecteerd voorstel verwerpen om gegronde redenen, waaronder overeenstemming met de doelstellingen van het beleid van de Unie.
De Commissie kan een door de onafhankelijke deskundigen geselecteerd voorstel verwerpen om gegronde redenen, waaronder niet-overeenstemming met de doelstellingen van het beleid van de Unie.
8.   De onderdelen subsidies of terug te betalen voorschotten van gemengde financiering vertegenwoordigen maximaal 70 % van de kosten van de geselecteerde innovatieactie.
8.  De onderdelen subsidies of terug te betalen voorschotten van gemengde financiering vertegenwoordigen maximaal 70 % van de kosten van de geselecteerde innovatieactie.
9.  De uitvoeringsmodaliteiten van de onderdelen kapitaalsteun en terugvorderbare steun van de gemengde EIC-financiering worden nader beschreven in Besluit [specifiek programma].
9.  De uitvoeringsmodaliteiten van de onderdelen kapitaalsteun en terugvorderbare steun van de gemengde EIC-financiering worden nader beschreven in Besluit [specifiek programma].
10.  In het contract voor de geselecteerde actie wordt voorzien in specifieke mijlpalen en de overeenkomstige voorfinanciering en betaling in tranches van de gemengde EIC-financiering.
10.  In het contract voor de geselecteerde actie wordt voorzien in specifieke meetbare mijlpalen en de overeenkomstige voorfinanciering en betaling in tranches van de gemengde EIC-financiering.
Activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie kunnen worden opgestart en de eerste voorfinanciering van de subsidie of het terug te betalen voorschot kan worden uitbetaald vóór de uitvoering van andere onderdelen van de toegekende gemengde EIC-financiering. De uitvoering van deze onderdelen is afhankelijk van het bereiken van in het contract vastgestelde specifieke mijlpalen.
Activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie kunnen worden opgestart en de eerste voorfinanciering van de subsidie of het terug te betalen voorschot kan worden uitbetaald vóór de uitvoering van andere onderdelen van de toegekende gemengde EIC-financiering. De uitvoering van deze onderdelen is afhankelijk van het bereiken van in het contract vastgestelde specifieke mijlpalen.
11.  Overeenkomstig het contract wordt de actie geschorst, gewijzigd of beëindigd indien de mijlpalen niet worden bereikt. De actie kan eveneens worden beëindigd wanneer de verwachte marktintroductie niet kan worden verwezenlijkt.
11.  Overeenkomstig het contract wordt de actie geschorst, gewijzigd of beëindigd indien de meetbare mijlpalen niet worden bereikt. De actie kan eveneens worden beëindigd wanneer de verwachte marktintroductie, met name in de Unie, niet kan worden verwezenlijkt.
De Commissie kan besluiten de gemengde EIC-financiering te verhogen, op voorwaarde dat een projectevaluatie door externe onafhankelijke deskundigen wordt uitgevoerd.
De Commissie kan besluiten de gemengde EIC-financiering te verhogen, op voorwaarde dat een projectevaluatie door externe onafhankelijke deskundigen wordt uitgevoerd.
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 bis (nieuw)
Artikel 43 bis
Kmo's en incrementele innovatie
Naast de instrumenten die afhangen van de EIC wordt er centraal een specifiek op kmo's gericht instrument voor incrementele innovatie beheerd en uitgevoerd, ter ondersteuning van voor één bepaalde begunstigde bestemde subsidies voor O&I-activiteiten in alle clusters, via een bottom-upbenadering en door middel van een permanente open oproep die is toegesneden op de behoeften van kmo's.
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 44
Artikel 44
Artikel 44
Aanstelling van externe deskundigen
Aanstelling van onafhankelijke externe deskundigen
1.  In afwijking van artikel 237, lid 3, van het Financieel Reglement kunnen, indien dit gerechtvaardigd is en de selectie op een transparante wijze wordt uitgevoerd, externe deskundigen worden geselecteerd zonder oproep tot het indienen van blijken van belangstelling.
1.  In afwijking van artikel 237, lid 3, van het Financieel Reglement kunnen onafhankelijke externe deskundigen bij wijze van uitzondering worden geselecteerd zonder oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, maar alleen indien een eerdere oproep tot het indienen van blijken van belangstelling geen geschikte externe deskundigen heeft opgeleverd. De selectie van externe deskundigen zonder oproep tot het indienen van blijken van belangstelling moet naar behoren worden verantwoord en moet op transparante wijze worden uitgevoerd. Deze deskundigen dienen aan te tonen dat zij onafhankelijk zijn en in staat zijn de doelstellingen van Horizon Europa te helpen verwezenlijken.
1 bis.  Onafhankelijke externe deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taak te kunnen uitvoeren. Bij de benoeming van onafhankelijke externe deskundigen streeft de Commissie of het financieringsorgaan van de Unie naar een evenwichtige vertegenwoordiging binnen en samenstelling van de deskundigengroep en de evaluatiepanels op het vlak van specialisatie, geografische achtergrond, geslacht en het type organisatie dat zij vertegenwoordigen.
2.  Overeenkomstig artikel 237, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement worden externe deskundigen vergoed op basis van standaardomstandigheden. Indien gerechtvaardigd kan een passend niveau van vergoeding dat de standaardomstandigheden overstijgt, worden toegepast, gebaseerd op de relevante marktnormen, met name voor specifieke deskundigen op hoog niveau.
2.  Overeenkomstig artikel 237, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement worden onafhankelijke externe deskundigen vergoed op basis van standaardomstandigheden.
3.  In aanvulling op artikel 38, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement worden de namen van de op persoonlijke titel benoemde externe deskundigen die de subsidieaanvragen evalueren, ten minste één keer per jaar op de website van de Commissie of het financieringsorgaan bekendgemaakt, alsook hun vakgebied. Dergelijke informatie wordt verzameld, verwerkt en bekendgemaakt overeenkomstig de gegevensbeschermingsregels van de EU.
3.  In aanvulling op artikel 38, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement worden de namen van de op persoonlijke titel benoemde onafhankelijke externe deskundigen die de subsidieaanvragen evalueren, ten minste één keer per jaar op de website van de Commissie of het financieringsorgaan bekendgemaakt, alsook hun vakgebied. Dergelijke informatie wordt verzameld, verwerkt en bekendgemaakt overeenkomstig de gegevensbeschermingsregels van de EU.
3 bis.  De Commissie of het betrokken financieringsorgaan zorgt ervoor dat een deskundige die met een belangenconflict wordt geconfronteerd ten aanzien van een aangelegenheid waarover hij dient te adviseren, geen beoordeling uitvoert of advies of bijstand verstrekt met betrekking tot genoemde aangelegenheid.
3 ter.  Voor elke oproep moet er een toereikend aantal onafhankelijk deskundigen beschikbaar zijn, zodat de kwaliteit van de evaluatie kan worden gegarandeerd.
3 quater.  Elk jaar wordt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitgebracht over de hoogte van de door alle onafhankelijke en externe deskundigen ontvangen vergoedingen. De vergoedingen worden betaald uit de administratieve middelen van het programma.
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 45
Artikel 45
Artikel 45
Monitoring en verslaglegging
Monitoring en verslaglegging
1.  De Commissie controleert ieder jaar de voortgang van de uitvoering van Horizon Europa, het bijbehorende specifieke programma en de activiteiten van het EIT. Dit jaarlijkse toezicht omvat onder meer het volgende:
1.  indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vermelde doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage V op basis van effecttrajecten.
i)   de indicatoren inzake vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 en bijlage V vermelde doelstellingen, op basis van effecttrajecten;
ii)  informatie over de tenuitvoerlegging van de beginselen van financiering en horizontale kwesties, die met name zijn vastgelegd in artikel 6 bis, zoals het niveau van de integratie van sociale wetenschappen en menswetenschappen, de verhouding tussen lagere en hogere TRL's in gezamenlijk onderzoek, de verbrede deelname van landen, de geactualiseerde lijst van verbreed deelnemende landen in de werkprogramma's, de vooruitgang op het vlak van het dichten van de RDI-kloof, de geografische dekking in gezamenlijk onderzoek, de bezoldiging van onderzoekers, het gebruik van een indienings- en evaluatieprocedure in twee fasen, het gebruik van de toetsing van evaluaties en het aantal klachten, het niveau van de integratie van de klimaatproblematiek en daarmee gepaard gaande uitgaven, deelname van kmo's (onder meer in vergelijking met soortgelijke nationale instrumenten specifiek voor kmo's), deelname van de privésector, vorderingen op het vlak van gendergelijkheid, de excellentiekeurmerken, privaat-particuliere partnerschappen en het hefboomeffect hiervan op aanvullende private en openbare financiering, complementaire en cumulatieve financiering uit andere fondsen van de Unie (in het bijzonder synergieën met in bijlage IV genoemde programma's), het gebruik van onderzoeksinfrastructuur die door andere financieringsprogramma's van de Unie wordt ondersteund, het sneltraject voor onderzoek en innovatie, het niveau en de impact van internationale samenwerking (onder meer wat het beginsel van wederkerigheid betreft), de betrokkenheid en deelname van burgers en maatschappelijke organisaties op zowel nationaal als communautair niveau;
iii)  het niveau van de uitgaven binnen het programma en het EIT per actiegebied, zoals vermeld in artikel I, en per horizontale kwestie, zodat de portefeuilles kunnen worden geanalyseerd; met het oog op meer transparantie wordt de recentste versie van deze gegevens bovendien eenvoudig toegankelijk gemaakt voor het publiek op de internetpagina van de Commissie;
iv)  het niveau van overinschrijving, in het bijzonder het aantal voorstellen per begrotingslijn en per werkterrein, de gemiddelde score van deze voorstellen en het aantal voorstellen boven en onder de drempelwaarden.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen van bijlage V om indien nodig de indicatoren van de effecttrajecten aan te vullen of te wijzigen en om uitgangswaarden en streefcijfers vast te stellen.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen van bijlage V om indien nodig de indicatoren van de effecttrajecten aan te vullen of te wijzigen en om uitgangswaarden en streefcijfers vast te stellen.
3.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie en, in voorkomend geval, aan de lidstaten.
3.  Het prestatieverslagleggingssysteem moet waarborgen dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en voor de evaluatie van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig en op het juiste niveau van verfijning worden verzameld, zonder dat dit de administratieve last voor begunstigden vergroot. Met name worden gegevens inzake projecten die gefinancierd worden in het kader van de ERC, Europese partnerschappen, missies, de EIC en het EIT in dezelfde databank opgenomen als de gegevens van acties die directe financiering uit het programma ontvangen (bv. de gegevensbank E-corda).
3 bis.  Kwantitatieve gegevens worden zo veel mogelijk aangevuld met kwalitatieve analyse van de Commissie en de Unie of van nationale financieringsinstanties.
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 46
Artikel 46
Artikel 46
Informatie, communicatie, publiciteit alsmede verspreiding en exploitatie
Informatie, communicatie, publiciteit alsmede verspreiding en exploitatie
1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.
1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan alsook prijzen promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.
2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.
2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan. Zij verstrekt in het bijzonder tijdig uitvoerige informatie aan de lidstaten en aan begunstigden.
3.  De Commissie stelt tevens een strategie voor de verspreiding en de exploitatie van de resultaten op met het oog op grotere beschikbaarheid en toenemende verbreiding van de resultaten en kennis op het gebied van onderzoek en innovatie in het kader van het programma, met het doel om het gebruik daarvan sneller ingang op de markt te doen vinden en de impact van het programma te versterken. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie alsmede aan activiteiten op het gebied van informatie, communicatie, publiciteit en verspreiding en exploitatie van resultaten, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.
3.  De Commissie stelt tevens een strategie voor de verspreiding en de exploitatie van de resultaten op met het oog op grotere beschikbaarheid en toenemende verbreiding van de resultaten en kennis op het gebied van onderzoek en innovatie in het kader van het programma, met het doel om het gebruik daarvan sneller ingang op de markt te doen vinden, in het bijzonder binnen de Unie, en de impact van het programma te versterken. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie alsmede aan activiteiten op het gebied van informatie, communicatie, publiciteit en verspreiding en exploitatie van resultaten, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 47
Artikel 47
Artikel 47
Evaluatie van het programma
Evaluatie van het programma
1.  Evaluaties van het programma worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming over het programma, het vervolgprogramma daarvan en andere voor onderzoek en innovatie relevante initiatieven kunnen worden meegenomen.
1.  Evaluaties van het programma worden tijdig uitgevoerd en openbaar gemaakt, zodat zij in de besluitvorming over het programma, het vervolgprogramma daarvan en andere voor onderzoek en innovatie relevante initiatieven kunnen worden meegenomen.
1 bis.  Missies worden tegen 31 december 2022 volledig geëvalueerd, alvorens er beslissingen worden genomen over nieuwe missies, over de heroriëntering, beëindiging of voortzetting van missies of over een verhoging van de begroting voor missies. De resultaten van de evaluatie van missies worden openbaar gemaakt en houden onder meer (maar niet uitsluitend) een analyse in van de missieselectieprocedure en van het bestuur, de prioriteiten en de prestaties van de missies.
2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Zij omvat een beoordeling van de langetermijngevolgen van de vorige kaderprogramma's en vormt de grondslag voor de eventueel nodige aanpassing van de uitvoering van het programma.
2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk drie jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Zij omvat een portefeuilleanalyse en een beoordeling van de langetermijngevolgen van de vorige kaderprogramma's, en vormt de grondslag voor de eventueel nodige aanpassing van de uitvoering van het programma en/of de herziening ervan. De evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang, Uniemeerwaarde en het hefboomeffect van het programma alsook van de complementariteit van het programma met andere RDI-financieringsprogramma's op Europees en nationaal niveau. In het bijzonder wordt de impact van uit andere Unieprogramma's overgedragen middelen beoordeeld.
3.  Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit. Zij omvat een beoordeling van de langetermijngevolgen van de vorige kaderprogramma's.
3.  Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk drie jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit. Zij omvat een beoordeling van de langetermijngevolgen van de vorige kaderprogramma's.
4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
4.  De Commissie publiceert en verspreidt de resultaten en conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen, en legt ze voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 48
Artikel 48
Artikel 48
Audits
Audits
1.  Het controlesysteem van het programma zorgt voor een passend evenwicht tussen vertrouwen en controle, met inachtneming van de administratieve en andere kosten van de controles op alle niveaus, met name voor de begunstigden.
1.  Het controlesysteem van het programma zorgt voor een passend evenwicht tussen vertrouwen en controle, met inachtneming van de administratieve en andere kosten van de controles op alle niveaus, met name voor de begunstigden. De auditregels zijn duidelijk, consistent en coherent, doorheen het hele programma.
2.  De auditstrategie van het programma wordt gebaseerd op de financiële audit van een representatieve uitgavensteekproef voor het programma in zijn totaliteit. Deze representatieve steekproef wordt aangevuld met een selectie op basis van een uitgavengerelateerde risicobeoordeling. Acties die tegelijkertijd uit verschillende programma's van de Unie worden gefinancierd, worden slechts één keer aan een audit onderworpen, waarbij alle betrokken programma's en de desbetreffende toepasselijke regels ervan worden bestreken.
2.  De auditstrategie van het programma wordt gebaseerd op de financiële audit van een representatieve uitgavensteekproef voor het programma in zijn totaliteit. Deze representatieve steekproef wordt aangevuld met een selectie op basis van een uitgavengerelateerde risicobeoordeling. Acties die tegelijkertijd uit verschillende programma's van de Unie worden gefinancierd, worden slechts één keer aan een audit onderworpen, waarbij alle betrokken programma's en de desbetreffende toepasselijke regels ervan worden bestreken.
3.  Daarnaast kan de Commissie of het financieringsorgaan zich baseren op gecombineerde systeemonderzoeken op het niveau van de begunstigden. Deze gecombineerde onderzoeken zijn voor bepaalde soorten begunstigden facultatief en bestaan in een systeem- en procesaudit, aangevuld met een audit van de verrichtingen, die wordt uitgevoerd door een bekwame onafhankelijke auditor die bevoegd is wettelijke audits van boekhoudbescheiden uit te voeren in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG34. Zij kunnen door de Commissie of het financieringsorgaan worden gebruikt voor de vaststelling van de algemene zekerheid over het goed financieel beheer van de uitgaven en voor heroverweging van het niveau van ex-postaudits en verklaringen inzake de financiële staten.
3.  Daarnaast kan de Commissie of het financieringsorgaan zich baseren op gecombineerde systeemonderzoeken op het niveau van de begunstigden. Deze gecombineerde onderzoeken zijn voor bepaalde soorten begunstigden facultatief en bestaan in een systeem- en procesaudit, aangevuld met een audit van de verrichtingen, die wordt uitgevoerd door een bekwame onafhankelijke auditor die bevoegd is wettelijke audits van boekhoudbescheiden uit te voeren in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG34. Zij kunnen door de Commissie of het financieringsorgaan worden gebruikt voor de vaststelling van de algemene zekerheid over het goed financieel beheer van de uitgaven en voor heroverweging van de subsidiabiliteit van de gedeclareerde kosten en van het niveau van ex-postaudits en verklaringen inzake de financiële staten.
4.  De Commissie of het financieringsorgaan mag zich overeenkomstig artikel 127 van het Financieel Reglement baseren op audits naar het gebruik van de bijdragen van de Unie uitgevoerd door andere personen of entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd.
4.  De Commissie of het financieringsorgaan baseert zich overeenkomstig artikel 127 van het Financieel Reglement op audits naar het gebruik van de bijdragen van de Unie uitgevoerd door andere gekwalificeerde personen of gecertificeerde entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd.
5.  Er kunnen tot twee jaar na betaling van het saldo audits worden uitgevoerd.
5.  Er kunnen tot twee jaar na de einddatum van het project audits worden uitgevoerd.
5 bis.  De Commissie publiceert auditrichtsnoeren, die zijn uitgewerkt in samenwerking met de Europese Rekenkamer. Om de rechtszekerheid te waarborgen zorgen auditors voor transparantie met betrekking tot de door hen uitgevoerde audit en voor een betrouwbare en uniforme interpretatie van de auditregels tijdens de gehele duur van het programma.
__________________
__________________
34 Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
34 Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 1 – inleidende formule
1)  Pijler I "Open Wetenschap"
1)  Pijler I "Excellente en open Wetenschap"
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 1 – alinea 1 – letter a – inleidende formule
a)  Europese Onderzoeksraad: Aanbieden van aantrekkelijke en flexibele financiering om getalenteerde en creatieve individuele onderzoekers en hun teams in staat te stellen de meest veelbelovende richtingen in de wetenschappelijke grensgebieden te verkennen, op basis van EU-brede concurrentie.
a)  Europese Onderzoeksraad: aanbieden van aantrekkelijke en flexibele financiering om getalenteerde en creatieve individuele onderzoekers, met de nadruk op jonge onderzoekers, en hun teams in staat te stellen de meest veelbelovende richtingen in de wetenschappelijke grensgebieden te verkennen, op basis van Uniebrede concurrentie.
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 1 – alinea 1 – letter b – inleidende formule
b)  Marie Skłodowska-Curie-acties: Onderzoekers uitrusten met nieuwe kennis en vaardigheden door middel van mobiliteit en beschikbaarstelling in andere landen, sectoren en disciplines, alsmede structurering en verbetering van institutionele en nationale aanwerving, opleiding en loopbaanontwikkelingssystemen; op deze manier leveren de Marie Skłodowska-Curie-acties een bijdrage aan de grondslagen van Europa's excellente onderzoekslandschap, stimuleren daardoor de werkgelegenheid, groei en investeringen, en helpen bij het vinden van oplossingen voor de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen.
b)  Marie Skłodowska-Curie-acties: Onderzoekers uitrusten met nieuwe kennis en vaardigheden door middel van mobiliteit en beschikbaarstelling in andere landen, sectoren en disciplines, alsmede structurering en verbetering van institutionele en nationale aanwerving, opleiding en loopbaanontwikkelingssystemen; op deze manier leveren de Marie Skłodowska-Curie-acties een bijdrage aan de grondslagen van Europa's excellente onderzoekslandschap in heel Europa, stimuleren daardoor de werkgelegenheid, groei en investeringen, en helpen bij het vinden van oplossingen voor de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen.
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 1 – alinea 1 – letter b – alinea 1
Actiegebieden: excellentie bevorderen door middel van mobiliteit van onderzoekers over grenzen, sectoren en disciplines heen; nieuwe vaardigheden bevorderen door middel van excellente opleidingen voor onderzoekers; het menselijk kapitaal en de ontwikkeling van vaardigheden in de hele Europese Onderzoeksruimte versterken; synergieën verbeteren en vergemakkelijken; de bewustmaking van het publiek bevorderen
Actiegebieden: excellentie bevorderen door middel van mobiliteit van onderzoekers over grenzen, sectoren en disciplines heen; nieuwe vaardigheden bevorderen door middel van excellente opleidingen voor onderzoekers; de human resources en de ontwikkeling van vaardigheden in de hele Europese Onderzoeksruimte versterken; synergieën verbeteren en vergemakkelijken; de bewustmaking van het publiek bevorderen
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – inleidende formule
2)  Pijler II "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen"
2)  Pijler II "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen"
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 2
Om een maximale flexibiliteit van het effect en synergieën te garanderen, zullen onderzoek- en innovatieactiviteiten worden georganiseerd in vijf clusters, die afzonderlijk en samen interdisciplinaire, sectoroverschrijdende, beleidsoverschrijdende en internationale samenwerking zullen stimuleren.
Om een maximale flexibiliteit van het effect en synergieën te garanderen, zullen onderzoek- en innovatieactiviteiten worden georganiseerd in zes onderling door pan-Europese onderzoeksinfrastructuur verbonden clusters, die afzonderlijk en samen interdisciplinaire, sectoroverschrijdende, beleidsoverschrijdende en internationale samenwerking zullen stimuleren. De zes clusters ondersteunen via subsidies en via een bottom-upbenadering ook de innovatie bij afzonderlijke kmo's.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter a – inleidende formule
a)  Cluster "Gezondheid": verbetering en bescherming van de gezondheid van burgers van alle leeftijden, door het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor preventie, diagnose, monitoring, behandeling en genezing van ziekten; beperking van gezondheidsrisico's, bescherming van de bevolking en bevordering van goede gezondheid; publieke gezondheidszorgstelsels kosteneffectiever, rechtvaardiger en duurzamer maken, en participatie en zelfbeheer van patiënten ondersteunen en mogelijk maken
a)  Cluster "Gezondheid": Verbetering en bescherming van de gezondheid van burgers van alle leeftijden, door het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor preventie, diagnose, monitoring, behandeling en genezing van ziekten en ontwikkeling van gezondheidstechnologieën; beperking van gezondheidsrisico's, bescherming van de bevolking en bevordering van goede gezondheid; publieke gezondheidszorgstelsels kosteneffectiever, rechtvaardiger en duurzamer maken, en participatie en zelfbeheer van patiënten ondersteunen en mogelijk maken.
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter b – inleidende formule
b)  Cluster "Inclusieve en veilige samenleving": Versterking van de Europese democratische waarden, zoals de rechtsstaat en de fundamentele rechten, de bescherming van ons cultureel erfgoed, en het bevorderen van sociaaleconomische hervormingen die bijdragen aan inclusie en groei, en tegelijkertijd een antwoord bieden op de uitdagingen als gevolg van de aanhoudende bedreigingen voor de veiligheid, met inbegrip van cybercriminaliteit, evenals natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.
b)  Cluster "Inclusieve en creatieve samenleving": versterking van de Europese democratische waarden, zoals de rechtsstaat en de fundamentele rechten, de bescherming van ons cultureel erfgoed, het verkennen van het potentieel van culturele en creatieve sector en het bevorderen van sociaaleconomische hervormingen die bijdragen aan inclusie en groei, met inbegrip van migratiebeheer en integratie van migranten.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter b – alinea 2
Actiegebieden: Democratie; Cultureel erfgoed; Sociale en economische transformaties; Rampbestendige samenlevingen; Bescherming en beveiliging; Cyberbeveiliging
Actiegebieden: Democratie; Cultuur en creativiteit; Sociale, culturele en economische transformaties; Sociale wetenschappen en menswetenschappen.
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter c – alinea 2
Actiegebieden: Industriële technologieën; Digitale technologieën; Geavanceerde materialen; Kunstmatige intelligentie en robotica; Internet van de volgende generatie; Geavanceerde informatica en "big data"; Circulaire industrie; Koolstofarme en schone industrie; Ruimtevaart.
Actiegebieden: Industriële technologieën; Digitale technologieën; Geavanceerde materialen; Kunstmatige intelligentie en robotica; Internet van de volgende generatie; Kwantumtechnologie; Geavanceerde informatica en "big data"; Circulaire industrie; Koolstofarme en schone industrie; Ruimtevaart.
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel 2 – alinea 4 – letter c bis (nieuw)
c bis)  Cluster "Veilige samenleving": antwoord bieden op de uitdagingen als gevolg van de aanhoudende bedreigingen voor de veiligheid, met inbegrip van cybercriminaliteit, evenals natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.
Actiegebieden: Georganiseerde misdaad; Terrorisme, extremisme, radicalisering en ideologisch gemotiveerd geweld; Bescherming van de grenzen; Cyberbeveiliging, privacy, gegevensbescherming; Bescherming van kritieke infrastructuur en verbetering van rampenrespons; Piraterij en namaak van producten; Ondersteuning van het externe veiligheidsbeleid van de Unie, onder meer door conflictpreventie en vredesopbouw; Bevordering van coördinatie, samenwerking en synergieën.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter d – inleidende formule
d)  Cluster "Klimaat, energie en mobiliteit"; Bestrijding van klimaatverandering door een beter inzicht in de oorzaken, evolutie, risico's, effecten en kansen, en door de energie- en de vervoersector klimaat- en milieuvriendelijker, efficiënter en concurrerender, slimmer, veiliger en veerkrachtiger te maken.
d)  Cluster "Klimaat, energie en mobiliteit"; bestrijding van klimaatverandering door een beter inzicht in de oorzaken, evolutie, risico's, effecten en kansen, en door de energie- en de vervoersector klimaat- en milieuvriendelijker, efficiënter en concurrerender, slimmer, veiliger en veerkrachtiger te maken; bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en van de verandering van gedragspatronen.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter d – alinea 2
Actiegebieden: klimaatwetenschap en oplossingen; Energievoorziening; energiesystemen en -netwerken; Gebouwen en industriële sites in energietransitie; Gemeenschappen en steden; Industrieel concurrentievermogen in het vervoer; Schoon vervoer en schone mobiliteit; Slimme mobiliteit; Energieopslag.
Actiegebieden: Klimaatwetenschap en oplossingen; Energievoorziening; Energiesystemen en -netwerken; Gebouwen in energietransitie; Industriële installaties in de energietransitie Kolenregio's in transitie; Gemeenschappen en steden; Industrieel concurrentievermogen in het vervoer; Schoon vervoer en schone mobiliteit; Slimme mobiliteit; Energieopslag.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter e – inleidende formule
e)  Cluster "Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen": Bescherming, herstel, duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke en biologische hulpbronnen van land en zee om de voedsel- en voedingszekerheid te verbeteren en de overgang naar een koolstofarme hulpbronnenefficiënte circulaire economie.
e)  Cluster "Levensmiddelen, natuurlijke hulpbronnen en landbouw": Bescherming, herstel, duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke en biologische hulpbronnen van land, binnenwateren en zee om de voedsel- en voedingszekerheid te verbeteren en de overgang naar een koolstofarme hulpbronnenefficiënte circulaire economie.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter e – alinea 2
Actiegebieden: Milieuobservatie; Biodiversiteit en natuurlijk kapitaal; Landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden; Zeeën en oceanen; Voedselsystemen; Systemen voor bio-innovatie; Circulaire systemen.
Actiegebieden: Milieuobservatie; Biodiversiteit en natuurlijk kapitaal; Landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden; Zeeën, oceanen, binnenwateren en de blauwe economie; Voedselsystemen; Systemen voor bio-innovatie; Circulaire systemen.
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – alinea 4 – letter f – alinea 2
Actiegebieden: Gezondheid; Veerkracht en veiligheid; Digitaal en industrie; Klimaat, energie en mobiliteit; Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen; Ondersteuning van de werking van de interne markt en de economische governance van de Unie; Ondersteuning van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van wetgeving en ontwikkeling van strategieën voor slimme specialisatie; Analytische instrumenten en methoden voor beleidsvorming; Kennisbeheer; Kennis- en technologieoverdracht; Steun aan wetenschap voor beleidsplatforms.
Actiegebieden: Gezondheid; Inclusieve en creatieve samenleving; Veilige samenleving; Digitaal, industrie en ruimtevaart; Klimaat, energie en mobiliteit; Levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen; Ondersteuning van de werking van de interne markt en de economische governance van de Unie; Ondersteuning van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van wetgeving en ontwikkeling van strategieën voor slimme specialisatie; Analytische instrumenten en methoden voor beleidsvorming; Kennisbeheer; Kennis- en technologieoverdracht; Steun aan wetenschap voor beleidsplatforms.
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 3 – inleidende formule
3)  Pijler III "Open innovatie"
3)  Pijler III "Innovatief Europa"
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 3 – alinea 1 – inleidende formule
Door middel van de volgende activiteiten zal deze pijler overeenkomstig artikel 4 alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende innovatie, bevorderen en het op de markt brengen van innovatieve oplossingen ondersteunen. Deze pijler zal ook een bijdrage leveren aan de andere specifieke doelstellingen van het programma zoals omschreven in artikel 3.
Door middel van de volgende activiteiten zal deze pijler overeenkomstig artikel 4 alle vormen van innovatie, met inbegrip van baanbrekende technologische en sociale innovatie, bevorderen en het op de markt brengen van innovatieve oplossingen, met name door met onderzoeksinstellingen samenwerkende start-ups en kmo's, ondersteunen. Deze pijler zal ook een bijdrage leveren aan de andere specifieke doelstellingen van het programma zoals omschreven in artikel 3.
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 1
Door middel van de volgende activiteiten zal dit deel, in overeenstemming met artikel 4, de verwezenlijkingen van het programma optimaliseren voor meer effect binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte. Dit deel zal ook ondersteuning verlenen voor andere specifieke doelstellingen van het programma zoals omschreven in artikel 3. Dit deel zal het gehele programma ondersteunen, maar zal vooral activiteiten stimuleren die bijdragen tot een meer op kennis gebaseerd en innovatief gendergelijk Europa, met een vooraanstaande positie in de wereldwijde mededinging, en optimaliseert tegelijkertijd de nationale sterke punten en het nationale potentieel in heel Europa, in een goed presterende Europese Onderzoeksruimte (EOR), waarbinnen kennis en hooggeschoolde arbeidskrachten vrij circuleren, waar de resultaten van O&I worden begrepen en vertrouwd door geïnformeerde burgers en de hele maatschappij ten goede komen, en waar het EU-beleid, met name het O&I-beleid, gebaseerd is op hoogwaardige wetenschappelijke gegevens.
Door middel van de volgende activiteiten zal dit deel, in overeenstemming met artikel 4, de verwezenlijkingen van het programma optimaliseren voor meer effect en aantrekkelijkheid binnen een versterkte Europese Onderzoeksruimte. Dit deel zal ook ondersteuning verlenen voor andere specifieke doelstellingen van het programma zoals omschreven in artikel 3. Dit deel zal het gehele programma ondersteunen, maar zal vooral activiteiten stimuleren die ertoe bijdragen talent aan te trekken in de Unie en braindrain tegen te gaan. Daarnaast zal het bijdragen tot een meer op kennis gebaseerd en innovatief gendergelijk Europa, met een vooraanstaande positie in de wereldwijde mededinging, en optimaliseert tegelijkertijd de nationale sterke punten en het nationale potentieel in heel Europa, in een goed presterende Europese Onderzoeksruimte (EOR), waarbinnen kennis en hooggeschoolde arbeidskrachten op evenwichtige wijze vrij circuleren, waar de resultaten van O&I worden begrepen en vertrouwd door geïnformeerde burgers en de hele maatschappij ten goede komen, en waar het Uniebeleid, met name het O&I-beleid, gebaseerd is op hoogwaardige wetenschappelijke gegevens.
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 2
Actiegebieden: Delen van excellentie; hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem.
Actiegebieden: Verspreiden van excellentie door middel van initiatieven voor teamvorming, samenwerkingsverbanden en EOR-leerstoelen, Europese samenwerking inzake wetenschap en technologie (COST), excellente-initiatieven en verruiming van beurzen; Hervorming en versterking van het Europees O&I-systeem.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – alinea 2 – streepje 1
–  Onderzoeks- en innovatieactie: acties die hoofdzakelijk bestaan uit activiteiten met als doel nieuwe kennis vast te stellen en/of de haalbaarheid te onderzoeken van een nieuwe of verbeterde technologie, product, proces, dienst of oplossing. Hierbij kan het onder meer gaan om fundamenteel en toegepast onderzoek, technologische ontwikkeling en integratie, testen en valideren van een kleinschalig prototype in een laboratorium of gesimuleerde omgeving;
–  Onderzoeks- en innovatieactie: acties die hoofdzakelijk bestaan uit activiteiten met als doel nieuwe kennis vast te stellen en/of de haalbaarheid te onderzoeken van een nieuwe of verbeterde technologie, product, proces, dienst of oplossing. Hierbij kan het onder meer gaan om fundamenteel en toegepast onderzoek, technologische ontwikkeling en integratie, testen en valideren van een kleinschalig prototype in een laboratorium of gesimuleerde omgeving. De benadering van het sneltraject voor onderzoek en innovatie wordt toegepast voor een beperkt aantal geselecteerde gezamenlijke onderzoeks- en innovatieacties;
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Bijlage II – alinea 2 – streepje 6
–  Medefinancieringsactie voor programma's: actie om medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld en/of uitgevoerd door entiteiten die onderzoek- en innovatieprogramma's, andere dan financieringsorganen van de Unie, beheren en/of financieren. Een dergelijk activiteitenprogramma kan ondersteuning bieden voor netwerkvorming en coördinatie, onderzoek, innovatie, proefprojecten, innovatie- en marktintroductieacties, opleiding- en mobiliteitsacties, bewustwording en communicatie, verspreiding en exploitatie, of een combinatie daarvan, rechtstreeks uitgevoerd door deze entiteiten of door derden aan wie zij eender welke relevante financiële steun kunnen verlenen, zoals subsidies, prijzen, inkoop, alsook gemengde Horizon Europa-financiering;
–  Medefinancieringsactie voor programma's: actie om medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld en/of uitgevoerd door entiteiten die onderzoek- en innovatieprogramma's, andere dan financieringsorganen van de Unie, beheren en/of financieren. Een dergelijk activiteitenprogramma kan ondersteuning bieden voor onderlinge koppeling, netwerkvorming en coördinatie, onderzoek, innovatie, proefprojecten, innovatie- en marktintroductieacties, opleiding- en mobiliteitsacties, bewustwording en communicatie, verspreiding en exploitatie, of een combinatie daarvan, rechtstreeks uitgevoerd door deze entiteiten of door derden aan wie zij eender welke relevante financiële steun kunnen verlenen, zoals subsidies, prijzen, inkoop, alsook gemengde Horizon Europa-financiering.
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter a – inleidende formule
a)  Bewijs dat het Europees partnerschap doeltreffender is bij de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen van het programma, met name door duidelijke effecten voor de EU en haar burgers teweeg te brengen, vooral met het oog op het aanpakken van mondiale uitdagingen en de verwezenlijking van onderzoek- en innovatiedoelstellingen, het veiligstellen van het concurrentievermogen van de EU en het bijdragen aan de versterking van de Europese ruimte van onderzoek en innovatie en internationale verplichtingen;
a)  Bewijs dat het Europees partnerschap doeltreffender is bij de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen van het programma, met name door duidelijke effecten in de hele Unie en voor haar burgers teweeg te brengen, vooral met het oog op het aanpakken van mondiale uitdagingen en de verwezenlijking van onderzoek- en innovatiedoelstellingen, het veiligstellen van het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de Unie en het bijdragen aan de versterking van de Europese ruimte van onderzoek en innovatie en internationale verplichtingen;
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter b
b)  Coherentie en synergieën van het Europees Partnerschap binnen het onderzoek- en innovatielandschap in de EU;
b)  Coherentie en synergieën van de Europese partnerschappen binnen het onderzoek- en innovatielandschap in de Unie, inclusief nationale en regionale strategieën;
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter c
c)  Transparantie en openheid van het Europees partnerschap met betrekking tot de identificatie van prioriteiten en doelstellingen, en de betrokkenheid van partners en belanghebbenden uit verschillende sectoren, waaronder internationale, voor zover relevant;
c)  Transparantie en openheid van de Europese partnerschappen met betrekking tot de identificatie van prioriteiten en doelstellingen, het bestuur ervan en de betrokkenheid van partners en belanghebbenden uit verschillende sectoren en met verschillende achtergronden, waaronder internationale, voor zover relevant.
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter d – streepje 1
–  omschrijving van meetbare verwachte resultaten, prestaties en effecten binnen specifieke termijnen, met inbegrip van de cruciale economische waarde voor Europa;
–  omschrijving van meetbare verwachte resultaten, prestaties en effecten binnen specifieke termijnen, met inbegrip van de cruciale economische waarde voor de Unie;
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter d – streepje 2
–  demonstratie van de verwachte kwalitatieve en kwantitatieve hefboomeffecten;
–  demonstratie van de verwachte aanzienlijke kwalitatieve en kwantitatieve hefboomeffecten;
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter d – streepje 3
–  werkwijzen om flexibiliteit van de uitvoering te verzekeren en om zich aan te passen aan veranderend beleid of behoeften van de markt, of wetenschappelijke vooruitgang;
–  werkwijzen om flexibiliteit van de uitvoering te verzekeren en om zich aan te passen aan veranderend beleid, de behoeften van de markt en/of de maatschappij, of wetenschappelijke vooruitgang;
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter e – alinea 1
Bij geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen zijn de bijdragen – financieel of in natura – van andere partners dan de Unie ten minste gelijk aan 50 % en kunnen zij oplopen tot 75 % van de geaggregeerde budgettaire vastleggingen van het partnerschap. Voor elk geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap zal een deel van de bijdragen van andere partners dan de Unie de vorm van een financiële bijdrage hebben.
Bij geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen zijn de bijdragen – financieel of in natura – van andere partners dan de Unie ten minste gelijk aan 50 %, in het geval van partnerschappen tussen de Unie en private partners, en kunnen zij oplopen tot 75 %, in het geval van partnerschappen waarbij tevens lidstaten zijn betrokken, van de geaggregeerde budgettaire vastleggingen van het partnerschap.
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 1 – letter e bis (nieuw)
e bis)  In overeenstemming met de regionale autoriteiten wordt het EFRO aanvaard als gedeeltelijke nationale bijdrage aan medefinancieringsacties voor programma's waarbij lidstaten zijn betrokken.
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 2 – letter c
c)  Coördinatie en/of gezamenlijke activiteiten met andere relevante initiatieven voor onderzoek en innovatie, die zorgen voor doeltreffende synergieën;
c)  coördinatie en/of gezamenlijke activiteiten met andere relevante initiatieven voor onderzoek en innovatie, om een optimale mate van onderlinge koppeling te waarborgen en voor doeltreffende synergieën te zorgen;
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 2 – letter d
d)  Juridisch bindende verplichtingen, in het bijzonder voor financiële bijdragen, van iedere partner tijdens de looptijd van het initiatief;
d)  Evenwichtige langetermijnverplichtingen, in het bijzonder voor bijdragen in natura en/of financiële bijdragen, van iedere partner tijdens de looptijd van het initiatief;
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 3 – letter a
a)  Een monitoringsysteem in overeenstemming met de eisen van artikel 45, om de vorderingen bij het bereiken van de specifieke beleidsdoelstellingen, de te leveren prestaties en cruciale prestatie-indicatoren te meten, teneinde een beoordeling in de loop van de tijd van de resultaten, de effecten en potentiële behoeften aan corrigerende maatregelen mogelijk te maken;
a)  Een monitoringsysteem in overeenstemming met de eisen van artikel 45, om de vorderingen bij het bereiken van de programmaspecifieke beleidsdoelstellingen, de te leveren prestaties en cruciale prestatie-indicatoren te meten, teneinde een beoordeling in de loop van de tijd van de resultaten, de effecten en potentiële behoeften aan corrigerende maatregelen mogelijk te maken;
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Bijlage III – alinea 1 – punt 4 – letter b
b)  Passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de geleidelijke afschaffing volgens de overeengekomen voorwaarden en het tijdschema, onverminderd de eventuele verdere transnationale financiering door nationale of andere programma's van de Unie.
b)  In geval van niet-verlening, passende maatregelen om te zorgen voor de geleidelijke afschaffing volgens het overeengekomen tijdschema en de met de wettelijk gebonden partners overeengekomen voorwaarden, onverminderd de eventuele verdere transnationale financiering door nationale of andere programma's van de Unie en onverminderd particuliere investeringen en lopende projecten.
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 1 – letter b
b)  het GLB maakt optimaal gebruik van de resultaten van onderzoek en innovatie en bevordert het gebruik, de uitvoering en de toepassing van innovatieve oplossingen, met inbegrip van de oplossingen die voortvloeien uit projecten die worden gefinancierd door de kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie en uit het Innovatiepartnerschap "Productiviteit en duurzaamheid van de landbouw";
b)  het GLB maakt optimaal gebruik van de resultaten van onderzoek en innovatie en bevordert het gebruik, de uitvoering en de toepassing van innovatieve oplossingen, met inbegrip van de oplossingen die voortvloeien uit projecten die worden gefinancierd door de kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie, uit het Innovatiepartnerschap "Productiviteit en duurzaamheid van de landbouw" en uit relevante kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's) van het EIT;
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 2 – letter b
b)  het EFMZV ondersteunt de uitrol van nieuwe technologieën en innovatieve producten, processen en diensten, in het bijzonder die welke voortvloeien uit het programma op het gebied van marien en maritiem beleid; het EFMZV bevordert ook de verzameling van gegevens in het veld en gegevensverwerking en verspreidt relevante door het programma ondersteunde acties, die op hun beurt bijdragen tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het maritiem beleid van de EU en de internationale oceaangovernance.
b)  het EFMZV ondersteunt de uitrol van nieuwe technologieën en innovatieve producten, processen en diensten, in het bijzonder die welke voortvloeien uit het programma op het gebied van marien en maritiem beleid; het EFMZV bevordert ook de verzameling van gegevens in het veld en gegevensverwerking en verspreidt relevante door het programma ondersteunde acties, die op hun beurt bijdragen tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het maritiem beleid van de EU, de internationale oceaangovernance en internationale verbintenissen.
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 3 – letter a
a)  regelingen voor gecombineerde financiering uit het EFRO en het programma worden gebruikt om activiteiten te ondersteunen die een brug slaan tussen strategieën voor slimme specialisaties en internationale excellentie in onderzoek en innovatie, met inbegrip van gezamenlijke transregionale/transnationale programma's en pan-Europese onderzoeksinfrastructuren, met als doel de Europese Onderzoeksruimte te versterken;
a)  regelingen voor gecombineerde financiering uit het EFRO en Horizon Europa worden gebruikt om activiteiten te ondersteunen die een brug slaan tussen regionale operationele programma's, strategieën voor slimme specialisaties en internationale excellentie in onderzoek en innovatie, met inbegrip van gezamenlijke transregionale/transnationale programma's en pan-Europese onderzoeksinfrastructuren, met als doel de Europese Onderzoeksruimte te versterken;
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 3 – letter a bis (nieuw)
a bis)  EFRO-middelen kunnen op vrijwillige basis worden overgeheveld ter ondersteuning van activiteiten in het kader van het programma, met name het excellentiekeurmerk;
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 3 – letter b bis (nieuw)
b bis)  bestaande regionale ecosystemen, platformnetwerken en regionale strategieën worden versterkt;
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 4 – letter b
b)  regelingen voor aanvullende financiering uit ESF+ kunnen worden gebruikt voor het ondersteunen van activiteiten om de ontwikkeling van menselijk kapitaal op het gebied van onderzoek en innovatie te bevorderen, met als doel de Europese Onderzoeksruimte te versterken;
b)  regelingen voor aanvullende financiering uit ESF+ kunnen op vrijwillige basis worden gebruikt voor het ondersteunen van activiteiten van het programma die de ontwikkeling van menselijk kapitaal op het gebied van onderzoek en innovatie bevorderen, met als doel de Europese Onderzoeksruimte te versterken;
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 6 – letter b
b)  behoeften aan onderzoek en innovatie in verband met digitale aspecten worden geïdentificeerd en vastgesteld in de strategische onderzoek- en innovatieplannen van het programma; Dit omvat onder meer onderzoek en innovatie voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, de combinatie van digitale en andere ontsluitende technologieën en niet-technologische innovaties; ondersteuning voor het opschalen van ondernemingen die baanbrekende innovaties introduceren (waarvan vele digitale en fysieke technologieën worden gecombineerd); de integratie van digitale technieken in de pijler "Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen"; en de ondersteuning aan digitale onderzoeksinfrastructuren;
b)  behoeften aan onderzoek en innovatie in verband met digitale aspecten worden geïdentificeerd en vastgesteld in de strategische onderzoek- en innovatieplannen van het programma; Dit omvat onder meer onderzoek en innovatie voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, "distributed ledger"-technologie, kwantumtechnologie, de combinatie van digitale en andere ontsluitende technologieën en niet-technologische innovaties; ondersteuning voor het opschalen van ondernemingen die baanbrekende innovaties introduceren (waarvan vele digitale en fysieke technologieën worden gecombineerd); de integratie van digitale technieken in de pijler "Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen"; en de ondersteuning aan digitale onderzoeksinfrastructuren;
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 6 – letter c
c)  Het programma Digitaal Europa is toegespitst op grootschalige opbouw van digitale capaciteit en infrastructuur voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging en geavanceerde digitale vaardigheden die zijn gericht op de brede acceptatie en invoering in heel Europa van kritische bestaande of geteste innovatieve digitale oplossingen binnen een EU-kader op gebieden van algemeen belang (zoals gezondheidszorg, openbaar bestuur, justitie en onderwijs) of marktfalen (zoals de digitalisering van het bedrijfsleven, met name kleine en middelgrote ondernemingen); het programma Digitaal Europa wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door middel van gecoördineerde en strategische investeringen met de lidstaten, met name via gezamenlijke openbare aanbestedingen, in digitale capaciteit die wordt gedeeld in heel Europa en in EU-brede maatregelen ter ondersteuning van interoperabiliteit en normalisatie als onderdeel van de ontwikkeling van een digitale interne markt;
c)  Het programma Digitaal Europa is toegespitst op grootschalige opbouw van digitale capaciteit en infrastructuur voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, "distributed ledger"-technologie, kwantumtechnologie en geavanceerde digitale vaardigheden die zijn gericht op de brede acceptatie en invoering in heel Europa van kritische bestaande of geteste innovatieve digitale oplossingen binnen een Uniekader op gebieden van algemeen belang (zoals gezondheidszorg, openbaar bestuur, justitie en onderwijs) of marktfalen (zoals de digitalisering van het bedrijfsleven, met name kleine en middelgrote ondernemingen); het programma Digitaal Europa wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door middel van gecoördineerde en strategische investeringen met de lidstaten, met name via gezamenlijke openbare aanbestedingen, in digitale capaciteit die wordt gedeeld in heel Europa en in Uniebrede maatregelen ter ondersteuning van interoperabiliteit en normalisatie als onderdeel van de ontwikkeling van een digitale interne markt;
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 6 – letter f
f)  de initiatieven van het programma voor de ontwikkeling van programma's voor de verwerving van vaardigheden en competenties – waaronder die welke worden geleverd op de colocatiecentra KIC-Digital van het Europees Instituut voor innovatie en technologie – worden aangevuld door de capaciteitsopbouw op het gebied van geavanceerde digitale vaardigheden, die worden ondersteund door het programma Digitaal Europa;
f)  de initiatieven van het programma voor de ontwikkeling van programma's voor de verwerving van vaardigheden en competenties – waaronder die welke worden geleverd op de colocatiecentra van de kennis- en innovatiegemeenschappen van het Europees Instituut voor innovatie en technologie – worden aangevuld door de capaciteitsopbouw op het gebied van geavanceerde digitale vaardigheden, die worden ondersteund door het programma Digitaal Europa;
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 7 – letter a
a)  het programma voor de interne markt is gericht op de tekortkomingen van de markt die alle kleine en middelgrote ondernemingen raken, en zal ondernemerschap en de oprichting en groei van ondernemingen bevorderen. Er bestaat volledige complementariteit tussen het programma voor de interne markt en het optreden van de toekomstige Europese innovatieraad voor innovatieve ondernemingen, en op het gebied van de ondersteunende diensten voor kmo's, in het bijzonder wanneer de markt geen levensvatbare financiering verschaft;
a)  het programma voor de interne markt is gericht op de tekortkomingen van de markt die alle kleine en middelgrote ondernemingen raken, en zal ondernemerschap en de oprichting en groei van ondernemingen bevorderen. Er bestaat volledige complementariteit tussen het programma voor de interne markt en het optreden van zowel het EIT als de toekomstige Europese innovatieraad voor innovatieve ondernemingen, en op het gebied van de ondersteunende diensten voor kmo's, in het bijzonder wanneer de markt geen levensvatbare financiering verschaft;
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 7 – letter b
b)  via het Enterprise Europe Network en andere bestaande ondersteunende structuren voor kmo's (bv. nationale contactpunten en innovatiebureaus) kunnen ondersteunende diensten in het kader van de Europese innovatieraad worden verleend.
b)  via het Enterprise Europe Network en andere bestaande ondersteunende structuren voor kmo's (bv. nationale contactpunten en innovatiebureaus, digitale-innovatiehubs, kenniscentra, gecertificeerde starterscentra) kunnen ondersteunende diensten in het kader van het programma Horizon Europa, met inbegrip van de Europese innovatieraad worden verleend.
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 8 – alinea 2
Tijdens het strategische onderzoek- en innovatieplanningsproces van het programma worden de behoeften aan onderzoek en innovatie op het gebied van milieu, klimaat en energie in de EU geïnventariseerd en vastgesteld. LIFE zal blijven functioneren als een katalysator voor de uitvoering van milieu-, klimaat- en relevant energiebeleid en -wetgeving, inclusief resultaten van de toepassing van onderzoek en innovatie uit het programma, en zal bijdragen aan het inzetten ervan op nationaal en (inter-)regionaal niveau, waar het kan helpen bij de aanpak van problemen op het vlak van milieu, klimaat of de overgang naar schone energie. Met name zal LIFE impulsen blijven geven aan synergieën met het programma door bij de evaluatie een bonus toe te kennen aan voorstellen waarin de resultaten van het programma zijn verwerkt. Standaard actieprojecten van het LIFE-programma ondersteunen het ontwikkelen, testen of demonstreren van geschikte technologieën of methoden voor de uitvoering van het milieu- en klimaatbeleid van de EU, dat vervolgens op grote schaal kan worden ingezet, gefinancierd uit andere bronnen, waaronder door het programma. De Europese innovatieraad die door het onderhavige programma in het leven is geroepen, kan ondersteuning verlenen aan de opschaling en exploitatie van nieuwe baanbrekende ideeën die kunnen voortvloeien uit de uitvoering van LIFE-projecten.
Tijdens het strategische onderzoek- en innovatieplanningsproces van het programma worden de behoeften aan onderzoek en innovatie op het gebied van milieu, klimaat en energie in de Unie geïnventariseerd en vastgesteld. LIFE zal blijven functioneren als een katalysator voor de uitvoering van milieu-, klimaat- en relevant energiebeleid en -wetgeving, inclusief resultaten van de toepassing van onderzoek en innovatie uit het programma, en zal bijdragen aan het inzetten ervan op nationaal en (inter-)regionaal niveau, waar het kan helpen bij de aanpak van problemen op het vlak van milieu, klimaat of de overgang naar schone energie. Met name zal LIFE impulsen blijven geven aan synergieën met het programma door bij de evaluatie een bonus toe te kennen aan voorstellen waarin de resultaten van het programma zijn verwerkt. Standaard actieprojecten van het LIFE-programma ondersteunen het ontwikkelen, testen of demonstreren van geschikte technologieën of methoden voor de uitvoering van het milieu- en klimaatbeleid van de EU, dat vervolgens op grote schaal kan worden ingezet, gefinancierd uit andere bronnen, waaronder door het programma. Zowel het EIT dat door het onderhavige programma in het leven is geroepen als de toekomstige Europese innovatieraad kan ondersteuning verlenen aan de opschaling en exploitatie van nieuwe baanbrekende ideeën die kunnen voortvloeien uit de uitvoering van LIFE-projecten.
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 9 – letter a
a)  middelen uit een combinatie van het onderhavige programma en het Erasmusprogramma worden gebruikt ter ondersteuning van activiteiten die de Europese hogeronderwijsinstellingen moeten versterken en moderniseren. Het programma zal de steun van het Erasmusprogramma voor het initiatief "Europese universiteiten" aanvullen, inzonderheid de onderzoeksdimensie daarvan als onderdeel van de ontwikkeling van nieuwe gezamenlijke en geïntegreerde duurzame en langetermijnstrategieën inzake onderwijs, onderzoek en innovatie, op basis van transdisciplinaire en sectoroverschrijdende benaderingen om van de kennisdriehoek een realiteit te maken en een impuls aan de economische groei te geven.
a)  middelen uit een combinatie van het onderhavige programma en het Erasmusprogramma worden gebruikt ter ondersteuning van activiteiten die de Europese hogeronderwijsinstellingen moeten versterken en moderniseren. Het programma zal de steun van het Erasmusprogramma voor het initiatief "Europese universiteiten" aanvullen, inzonderheid de onderzoeksdimensie daarvan als onderdeel van de ontwikkeling van nieuwe gezamenlijke en geïntegreerde duurzame en langetermijnstrategieën inzake onderwijs, onderzoek en innovatie, op basis van transdisciplinaire en sectoroverschrijdende benaderingen om van de kennisdriehoek een realiteit te maken en een impuls aan de economische groei te geven. De opleidingsactiviteiten van het EIT kunnen zowel een inspiratie vormen voor als gekoppeld worden aan het initiatief "Europese universiteiten".
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 13 – letter b
b)  financiële instrumenten voor onderzoek en innovatie en kmo's worden samengebracht in het Invest EU-fonds, met name via een specifiek O&I-venster, en door middel van producten die worden ingezet in het kader van het kmo-venster voor innovatieve bedrijven, om zo ook bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.
b)  financiële instrumenten voor onderzoek en innovatie en kmo's worden samengebracht in het Invest EU-fonds, met name via een specifiek O&I-venster, en door middel van producten die worden ingezet in het kader van het kmo-venster voor innovatieve bedrijven, om zo ook bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. InvestEU en Horizon Europa zullen nauw aan elkaar worden gekoppeld en elkaar aanvullen.
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 14 – letter a
a)  het innovatiefonds zal specifiek gericht zijn op innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen – met inbegrip van milieuveilige afvang en benutting van koolstof die in belangrijke mate bijdraagt aan de klimaatverandering – alsook op producten ter vervanging van koolstofintensieve producten, en op het helpen stimuleren van het opzetten en exploiteren van projecten die zijn gericht op het milieutechnisch veilig afvangen en de geologische opslag van CO2, alsook op innovatieve hernieuwbare energie en technologieën voor energieopslag;
a)  het innovatiefonds zal specifiek gericht zijn op innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen – met inbegrip van milieuveilige afvang en benutting van koolstof die in belangrijke mate bijdraagt aan de klimaatverandering – alsook op producten ter vervanging van koolstofintensieve producten, en op het helpen stimuleren van het opzetten en exploiteren van projecten die zijn gericht op het milieutechnisch veilig afvangen en de geologische opslag van CO2, alsook op innovatieve hernieuwbare energie en technologieën voor energieopslag; Er wordt een passend kader ingesteld om "groenere" producten met een duurzame meerwaarde voor de klanten/eindgebruikers mogelijk te maken en te stimuleren.
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 14 – letter b
b)  het onderhavige programma financiert de ontwikkeling en demonstratie van technologieën die kunnen bijdragen aan de EU-doelstellingen op het gebied van het koolstofarmer maken, energie en industriële hervorming, en met name in pijler 2;
b)  het onderhavige programma financiert de ontwikkeling, demonstratie en toepassing van technologieën, waaronder baanbrekende oplossingen, die kunnen bijdragen aan een koolstofarme economie en de doelstellingen van de Unie op het gebied van het koolstofarmer maken, energie en industriële hervorming, met name in pijler 2 en met behulp van het EIT;
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 14 – letter c
c)  het innovatiefonds kan, indien aan zijn selectie- en gunningscriteria wordt voldaan, ondersteuning bieden aan de demonstratiefase van in aanmerking komende projecten die mogelijkerwijze de steun hebben gekregen uit de kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie.
c)  het innovatiefonds kan, indien aan zijn selectie- en gunningscriteria wordt voldaan, ondersteuning bieden aan de demonstratiefase van in aanmerking komende projecten. Projecten die steun ontvangen uit het innovatiefonds kunnen in aanmerking komen voor steun uit de kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie, en omgekeerd. Als aanvulling op Horizon Europa kan het innovatiefonds zich concentreren op innovaties die dicht bij de markt staan en die bijdragen tot een aanzienlijke en snelle vermindering van de CO2‑uitstoot. Het innovatiefonds en Horizon Europa zullen nauw aan elkaar worden gekoppeld zodat ze elkaar aanvullen.
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 16
16.  Synergieën met het Europees defensiefonds zullen civiel en defensieonderzoek ten goede komen. Onnodig dubbel werk zal worden vermeden.
16.  Potentiële synergieën met het Europees defensiefonds zullen dubbel werk helpen voorkomen.
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 16 bis (nieuw)
16 bis.  Synergieën met Creatief Europa zullen concurrentievermogen en innovatie ondersteunen, bijdragen tot economische en sociale groei en een doeltreffend gebruik van overheidsmiddelen bevorderen.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV – punt 16 ter (nieuw)
16 ter.  Synergieën met belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang kunnen overwogen worden.
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – alinea 1
De effecttrajecten en de daarmee samenhangende indicatoren van de kerneffecttrajecten geven structuur aan de monitoring van de vooruitgang van de het kaderprogramma (KP) bij het bereiken van de doelstellingen. De effecttrajecten zijn tijdsgebonden: zij maken een onderscheid tussen de korte, middellange en lange termijn. Indicatoren van de effecttrajecten dienen als vervangende indicatoren om verslag uit te brengen over de vorderingen bij het sorteren van elk type effect van onderzoek en innovatie (O&I) op kp-niveau. Individuele programmadelen zullen in uiteenlopende mate en via verschillende mechanismen aan deze indicatoren bijdragen. Aanvullende indicatoren kunnen worden gebruikt om de verschillende delen te monitoren, indien van toepassing.
De effecttrajecten en de daarmee samenhangende indicatoren van de kerneffecttrajecten geven structuur aan de monitoring van de vooruitgang van de het kaderprogramma (KP) bij het bereiken van de doelstellingen als bedoeld in artikel 3. De effecttrajecten zijn tijdsgebonden en weerspiegelen vier complementaire effectcategorieën die de niet-lineaire aard van O&I-investeringen weerspiegelen: wetenschappelijk, maatschappelijk, economisch en Europese Onderzoeksruimte. Voor elk van deze effectcategorieën zal aan de hand van proxy-indicatoren verslag worden uitgebracht over de vorderingen, waarbij een onderscheid zal worden gemaakt tussen de korte, middellange en langere termijn, met een betreffende uitsplitsing, alsook tussen de lidstaten en de geassocieerde landen. Individuele programmadelen zullen in uiteenlopende mate en via verschillende mechanismen aan deze indicatoren bijdragen. Aanvullende indicatoren kunnen worden gebruikt om de verschillende delen te monitoren, indien van toepassing.
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – alinea 2
De microgegevens achter de indicatoren van de kerneffecttrajecten worden verzameld voor alle onderdelen van het programma en alle uitvoeringsmechanismen op een centraal beheerde en geharmoniseerde wijze en op het passende niveau van granulariteit met minimale rapportagelast voor de begunstigden.
De microgegevens achter de indicatoren van de kerneffecttrajecten worden verzameld voor alle onderdelen van het programma en alle uitvoeringsmechanismen op een centraal beheerde en geharmoniseerde wijze en op het passende niveau van granulariteit met minimale rapportagelast voor de begunstigden. Empirisch bewijs en indicatoren moeten zoveel mogelijk vergezeld gaan van een kwalitatieve analyse.
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – alinea 4
Het programma zal naar verwachting maatschappelijke effecten hebben door dankzij O&I te voldoen aan de beleidsprioriteiten van de EU, door voordelen en een effect op te leveren dankzij de O&I-missies en door de toepassing van innovatie in de samenleving te versterken. De vorderingen bij het bereiken van dit effect zullen worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende vier kerneffecttrajecten.
Het programma zal naar verwachting maatschappelijke effecten hebben door dankzij O&I werk te maken van de in pijler II genoemde wereldwijde uitdagingen, waaronder de SDG's van de VN, en de beleidsprioriteiten en verbintenissen van de Unie, door voordelen en een effect op te leveren dankzij de O&I-missies en door de toepassing van innovatie in de samenleving te versterken, en daardoor uiteindelijk bij te dragen aan het welzijn van de burgers. De vorderingen bij het bereiken van dit effect zullen worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende vier kerneffecttrajecten.
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – tabel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

Een maatschappelijk effect bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

 

Beleidsprioriteiten van de EU aanpakken via O&I

Outputs -

Aantal en aandeel van outputs gericht op aanpakken van specifieke EU-beleidsprioriteiten

Oplossingen -

Aantal en aandeel van innovaties en wetenschappelijke resultaten gericht op aanpakken van specifieke EU-beleidsprioriteiten

Voordelen -

Geaggregeerde geraamde effecten van gebruik van door kp gefinancierde resultaten, voor aanpak van specifieke beleidsprioriteiten van EU, met inbegrip van bijdrage aan beleids- en wetgevingscyclus

 

Opleveren van voordelen en effecten dankzij O&I-missies

Outputs van O&I-missies -

Outputs in specifieke O&I-missies

Resultaten van O&I-missies -

Resultaten in specifieke O&I-missies

Bereikte doelstellingen van O&I-missies -

Bereikte doelstellingen in specifieke O&I-missies

 

Versterken van de toepassing van innovatie in de samenleving

Cocreatie -

Aantal en aandeel van kp-projecten waarin EU-burgers en eindgebruikers bijdragen aan cocreatie van O&I-inhoud

Betrokkenheid -

Aantal en aandeel van door kp begunstigde entiteiten met mechanismen om burgers en eindgebruikers te betrekken na kp-project

Toepassing O&I in samenleving -

Toepassing en bekendwording van wetenschappelijke resultaten en innovatieve oplossingen uit kp-cocreatie

Amendement

 

 

Een maatschappelijk effect bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

 

Doelstellingen van Horizon Europa en beleidsprioriteiten van de EU aanpakken via O&I

Outputs -

Aantal en aandeel van outputs gericht op aanpakken van doelstellingen van Horizon Europa en specifieke EU-beleidsprioriteiten

Oplossingen -

Aantal en aandeel van innovaties en wetenschappelijke resultaten gericht op aanpakken van doelstellingen van Horizon Europa en specifieke doelstellingen van Horizon Europa en EU-beleidsprioriteiten

Voordelen -

Geaggregeerde geraamde effecten van gebruik van door kp gefinancierde resultaten, voor aanpak van specifieke doelstellingen van Horizon Europa en beleidsprioriteiten van EU, bijdrage aan beleids- en wetgevingscyclus

 

Opleveren van voordelen en effecten dankzij O&I-missies en ‑partnerschappen

Outputs van O&I-missies -

Outputs in specifieke O&I-missies en ‑partnerschappen

Resultaten van O&I-missies -

Resultaten in specifieke O&I-missies en ‑partnerschappen

Bereikte doelstellingen van O&I-missies -

Bereikte doelstellingen in specifieke O&I-missies en ‑partnerschappen

 

Verwezenlijking van de klimaatverbintenissen van de Unie

Projecten en outputs -

Aantal en percentage outputs die klimaatrelevant zijn (per missies, partnerschappen en begrotingslijnen van het programma)

Innovaties uit klimaatrelevante kp‑projecten -

Aantal innovaties uit klimaatrelevante kp-projecten die klimaatrelevent zijn, met inbegrip van toegekende intellectuele-eigendomsrechten

Maatschappelijk en economisch effect van klimaatrelevante projecten -

Geaggregeerde geraamde effecten van gebruik van door kp gefinancierde resultaten op de verwezenlijking van de klimaat- en energieverbintenissen van de Unie voor de lange termijn in het kader van de Overeenkomst van Parijs

Economische, maatschappelijke en milieukosten en ‑baten van klimaatrelevante projecten

- Toepassing van innovatieve oplossingen voor de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering die voortvloeien uit kp-projecten

- Geaggregeerde geraamde effecten van het gebruik van deze oplossing op het scheppen van banen en de oprichting van bedrijven, economische groei, schone energie, gezondheid en welzijn (met inbegrip van lucht-, bodem- en waterkwaliteit)

 

Versterken van de toepassing van O&I in de samenleving in de lidstaten

Cocreatie -

Aantal en aandeel van kp-projecten waarin EU-burgers en eindgebruikers bijdragen aan cocreatie van O&I-inhoud

Betrokkenheid -

Aantal en aandeel van door kp begunstigde entiteiten met mechanismen om burgers en eindgebruikers te betrekken na kp-project

Toepassing O&I in de samenleving -

Toegang tot, toepassing en bekendwording van wetenschappelijke resultaten en innovatieve oplossingen van het kp

Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – alinea 5
Het programma zal naar verwachting effecten op economisch/innovatief gebied hebben door beïnvloeding van de oprichting en groei van ondernemingen, het scheppen van directe en indirecte werkgelegenheid, en door het hefboomeffect op de investeringen voor onderzoek en innovatie. De vorderingen bij het bereiken van dit effect zullen worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende drie kerneffecttrajecten.
Het programma zal naar verwachting effecten op economisch/innovatief gebied hebben, met name binnen de Unie, door beïnvloeding van de oprichting en groei van ondernemingen, met name kmo's, het scheppen van directe en indirecte werkgelegenheid, met name binnen de Unie, en door het hefboomeffect op de investeringen voor onderzoek en innovatie. De vorderingen bij het bereiken van dit effect zullen worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende drie kerneffecttrajecten.
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – tabel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Een effect op economisch/innovatief gebied bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

Het genereren van groei op basis van innovatie

Innovatieve outputs -

Aantal innovatieve producten, processen of methodes via toepassingen voor kp (naar type innovatie) & aanvragen voor intellectuele-eigendomsrechten (IER)

Innovaties -

Aantal innovaties uit kp-projecten (per type innovatie) met inbegrip van toegekende IER's

Economische groei -

Creatie, groei & marktaandeel van ondernemingen die kp-innovaties hebben ontwikkeld

Meer en betere banen scheppen

Ondersteunde werkgelegenheid -

Aantal gecreëerde vte-banen, en gehandhaafde banen in begunstigde entiteiten voor kp-project (per type baan)

Duurzame werkgelegenheid -

Toename van vte-banen in begunstigde entiteiten die kp‑project volgen (per type baan)

Totale werkgelegenheid

Aantal directe en indirecte banen gecreëerd of gehandhaafd dankzij verspreiding van kp‑resultaten (per type baan)

Investeringen in O&I met hefboomeffect

Co-investering -

Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd met oorspronkelijke kp-investering

Opschaling -

Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd om kp-resultaten te exploiteren of op te schalen

Bijdrage aan "3 %‑doelstelling" -

Vooruitgang EU bij bereiken investeringsdoelstelling van 3 % bbp dankzij kp

 

Amendement

 

Een effect op economisch/innovatief gebied bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

Het genereren van groei op basis van innovatie in de Unie

Innovatieve outputs -

Aantal innovatieve producten, processen of methodes via toepassingen voor kp (naar type innovatie) & aanvragen voor intellectuele-eigendomsrechten (IER) in alle deelnemende landen

Innovaties -

Aantal innovaties uit kp-projecten (per type innovatie en per land) met inbegrip van toegekende IER's

Kmo's

Kmo's die product- of procesinnovatie invoeren dankzij kp-financiering, in % van de door kp gefinancierde kmo's

Normen en standaarden

Aantal normen en standaarden die het resultaat zijn van kp-projecten die binnen de EU ontwikkeld

Economische groei -

Creatie, groei & marktaandeel van ondernemingen die kp‑innovaties hebben ontwikkeld binnen en buiten de Unie

De kloof tussen O&O-activiteiten en de markt in de Unie helpen dichten

Exploitatie van RDI-resultaten

Aandeel kp-resultaten dat leidt tot commerciële exploitatie binnen of buiten de Unie, afhankelijk van de betreffende sector

Analyse van exploitatie binnen of buiten de Unie

Redenen waarom (voormalige) kp-deelnemers O&O buiten de Unie exploiteren

Meer en betere banen scheppen

Ondersteunde werkgelegenheid -

Per deelnemend land, aantal gecreëerde vte-banen, en gehandhaafde banen in begunstigde entiteiten voor kp-project (per type baan)

Duurzame werkgelegenheid -

Per deelnemend land, toename van vte-banen in begunstigde entiteiten die kp‑project volgen (per type baan)

Totale werkgelegenheid

- Aantal directe en indirecte banen dat in de Unie is gecreëerd of overgedragen dankzij verspreiding van kp-resultaten (per type baan)

- Aantal directe en indirecte banen dat is gecreëerd in kennisintensieve sectoren, per deelnemend land

Investeringen in O&I met hefboomeffect

Co-investering -

Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd met oorspronkelijke kp-investering

Opschaling -

Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd om kp‑resultaten te exploiteren of op te schalen

Bijdrage aan "3 %-doelstelling" -

Vooruitgang EU bij bereiken investeringsdoelstelling van 3 % bbp dankzij kp

Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – kopje 4 bis (nieuw)
Indicatoren van de effecttrajecten voor de Europese Onderzoeksruimte
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Bijlage V – kopje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

 

 

Een effect op de Europese Onderzoeksruimte bereiken

Korte termijn

Middellange termijn

Lange termijn

 

Talenten in de Unie aantrekken en behouden

Door kp gefinancierde mobiliteit

Inkomende en uitgaande mobiliteit of onderzoekers en innovatoren binnen en buiten de Unie, per land

Door kp gefinancierde internationalisatie - evolutie en aandeel van buitenlandse onderzoekers en innovatoren die in alle landen van de Europese Onderzoeksruimte gebaseerd zijn

—  evolutie van de connectiviteit en netwerkactiviteiten van onderzoeksinstellingen, met inbegrip van publiek-private connecties

Aantrekkelijke O&I-systemen

—  buitenlandse investeringen in innovatieve activiteiten in de Unie

—  aantal octrooien in deelnemende landen

—  inkomsten uit licenties uit het buitenland

 

Excellentie verspreiden en de deelname verbreden

Deelname aan kp - aandeel coördinatoren en deelnemers uit in het kader van verbrede deelname participerende landen, per onderdeel van het programma en per instrument

—  aandeel beoordelaars en bestuursleden, ook uit in het kader van verbrede deelname participerende landen en laag presterende O&I-regio's

Opzetten en moderniseren van excellentiecentra Excellente O&I-ecosystemen, met inbegrip van laag presterende O&I-regio's die in hun eigen land hubs en drijvende krachten van verandering worden

 

O&I-kloof

Geografische concentratie

—  slaagpercentage

—  gebruik van door de Unie gefinancierde onderzoeksinfrastructuur in alle landen van de Europese Onderzoeksruimte

Strategische planning van EU-financieringsprogramma'sSynergieën en wisselwerkingen tussen kp en strategieën voor slimme specialisatie

Verbetering van de nationale O&I-systemen

—  meer kwalitatief hoogwaardige, onafhankelijke en concurrerende onderzoeksfinanciering en loopbaanevaluatie­systemen

—  meer particuliere financiering en nationale overheidsuitgaven voor O&I

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0401/2018).

Laatst bijgewerkt op: 21 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid