Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2104(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0404/2018

Ingediende teksten :

A8-0404/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 26
CRE 12/12/2018 - 26

Stemmingen :

PV 13/12/2018 - 9.15
CRE 13/12/2018 - 9.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0532

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 57k
Donderdag 13 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2017
P8_TA(2018)0532A8-0404/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 13 december 2018 over de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften in 2017 (2018/2104(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het resultaat van de beraadslagingen van de Commissie verzoekschriften,

–  gezien de artikelen 10 en 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 24 en 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), die uiting geven aan het belang dat in het Verdrag wordt gehecht aan het recht van EU‑burgers en ‑ingezetenen om hun zorgen onder de aandacht van het Parlement te brengen,

–  gezien artikel 228 van het VWEU,

–  gezien artikel 44 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie inzake het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement,

–  gezien de bepalingen van het VWEU met betrekking tot de inbreukprocedure, en met name de artikelen 258 en 260,

–  gezien de artikelen 52, 215 en 216 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8‑0404/2018),

A.  overwegende dat 1 271 verzoekschriften zijn ontvangen in 2017 – tegenover 1 569 in 2016 – waarvan 776 verzoekschriften (60,2 %) ontvankelijk zijn verklaard;

B.  overwegende dat het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement in 2017 15 540 gebruikers telde die een of meerdere verzoekschriften medeondertekend hebben, tegenover 6 132 gebruikers in 2016 en 902 gebruikers in 2015; overwegende dat er in totaal 21 955 keer is geklikt om verzoekschriften te ondersteunen, tegenover 18 810 keer in 2016 en 1 329 keer in 2015; overwegende dat deze nieuwe manier waarop burgers hun betrokkenheid bij ingediende verzoekschriften kunnen tonen steeds meer gebruikt wordt en dat dit in aanmerking moet worden genomen;

C.  overwegende dat bijna 250 identieke of sterk op elkaar lijkende verzoekschriften die in 2017 werden ingediend over drie verschillende onderwerpen, per onderwerp werden gegroepeerd en samen werden behandeld;

D.  overwegende dat 67 van de verzoekschriften die in 2017 werden ingediend, door een of meerdere burgers werden medeondertekend, 25 daarvan door meer dan 100 burgers, 10 door meer dan 10 000 burgers en twee door meer dan 100 000 burgers;

E.  overwegende dat het aantal ontvangen verzoekschriften bescheiden was in vergelijking met de totale bevolking van de EU; overwegende dat gezien de vele potentiële zorgpunten en verwachtingen die er zijn op de verschillende terreinen waarop de Unie actief is, dit erop zou kunnen duiden dat een groot deel van de burgers en ingezetenen van de EU geen gebruik maakt van het recht om verzoekschriften in te dienen omdat ze er niet van op de hoogte zijn; overwegende dat meer moet worden gedaan om het recht om verzoekschriften in te dienen bij het Europees Parlement te bevorderen;

F.  overwegende dat slechts een gering aantal EU-burgers en -ingezetenen op de hoogte is van het recht om een verzoekschrift in te dienen, wat bevestigt dat er grotere inspanningen moeten worden geleverd en passende maatregelen moeten worden getroffen om het bewustzijn van alle burgers te vergroten en de uitoefening van het recht om een verzoekschrift in te dienen aanzienlijk te verbeteren;

G.  overwegende dat verzoekschriften overeenkomstig artikel 227 VWEU en artikel 215 van het Reglement van het Parlement ontvankelijk zijn als is voldaan aan de formele voorwaarden voor ontvankelijkheid, namelijk dat verzoekschriften betrekking moeten hebben op kwesties die binnen het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie vallen en indieners rechtstreeks aangaan, en dat indieners burger moeten zijn van de Europese Unie of er moeten verblijven; overwegende dat 495 verzoekschriften niet‑ontvankelijk zijn verklaard omdat ze niet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldeden;

H.  overwegende dat het recht om een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Parlement EU‑burgers en ‑ingezetenen de mogelijkheid geeft om zich op een formele manier tot hun rechtstreeks verkozen vertegenwoordigers te richten; overwegende dat het recht om een verzoekschrift in te dienen een cruciaal element moet vormen van de actieve participatie van EU‑burgers en ‑ingezetenen in de werkzaamheden van de Europese Unie en dat dit recht derhalve zo goed mogelijk moet worden bevorderd; overwegende dat de volledige uitoefening van het recht om een verzoekschrift in te dienen uitsluitend gewaarborgd wordt als de EU‑instellingen en de lidstaten de kwesties die door de burgers via verzoekschriften onder de aandacht worden gebracht tijdig en doeltreffend oplossen en daarbij de grondrechten van de indieners ten volle eerbiedigen;

I.  overwegende dat het Parlement lang een voorloper is geweest in de internationale ontwikkeling van de verzoekschriftenprocedure en beschikt over de meest open en transparante verzoekschriftenprocedure in Europa, die de volledige deelname van indieners aan zijn activiteiten mogelijk maakt;

J.  overwegende dat actieve participatie alleen mogelijk is als er een democratisch en transparant proces is dat het Parlement en de Commissie verzoekschriften in staat stelt om hun werkzaamheden op burgervriendelijke en betekenisvolle wijze uit te voeren; overwegende dat hiertoe moet worden gestreefd naar voortdurende verbetering in het contact met de indieners, waarbij, onder andere, nieuwe technologische ontwikkelingen moeten worden ingezet, alsook in het contact met andere bezorgde burgers en ingezetenen, zoals personen die de verzoekschriften steunen via het webportaal voor verzoekschriften;

K.  overwegende dat verzoekschriften een nuttig instrument vormen om inbreuken op het EU‑recht en tekortkomingen, inconsistenties en mogelijke mazen in de EU‑wetgeving op te sporen, zodat de hoogste normen inzake sociale rechtvaardigheid en volledige bescherming van de grondrechten van alle burgers worden gewaarborgd; overwegende dat verzoekschriften het Parlement en andere EU-instellingen in staat stellen om de omzetting en toepassing van het EU-recht en de daadwerkelijke gevolgen van onjuiste tenuitvoerlegging van het recht voor EU-burgers en ‑ingezetenen te beoordelen; overwegende dat zij ook inzicht kunnen bieden in werkterreinen waar regelgeving ontbreekt en de EU wetgeving zou kunnen ontwikkelen;

L.  overwegende dat het indienen van een verzoekschrift de EU-burgers en ‑ingezetenen meer waarborgen biedt dan het indienen van een rechtstreekse klacht bij de Commissie, omdat het Parlement bij de verzoekschriftenprocedure betrokken is en er beter toezicht kan worden gehouden op de uitoefening van de onderzoeksplichten van de Commissie en er transparante debatten over de kwestie kunnen worden gehouden, in aanwezigheid van indieners, leden van het Europees Parlement en de Commissie alsook, waar gepast, andere betrokken autoriteiten;

M.  overwegende dat verzoekschriften vaak nuttige informatie over verschillende EU‑beleidsdomeinen opleveren voor andere parlementaire commissies, waar zij onder meer in het kader van hun wetgevende activiteiten gebruik van kunnen maken; overwegende dat van de commissies die bevoegd zijn voor het onderwerp van een verzoekschrift wordt verwacht dat zij hun deskundigheid verlenen, zodat het verzoekschrift naar behoren wordt behandeld en het Parlement zelf een bruikbaar antwoord kan verschaffen; overwegende dat het de verantwoordelijkheid van het Parlement in zijn geheel is om het fundamentele recht op het indienen van een verzoekschrift te eerbiedigen door ervoor te zorgen dat verzoekschriften zorgvuldig worden behandeld;

N.  overwegende dat elk verzoekschrift zorgvuldig moeten worden beoordeeld en behandeld; overwegende dat elke indiener het recht heeft om binnen een redelijke termijn informatie te ontvangen over de beslissing van de Commissie verzoekschriften betreffende de ontvankelijkheid en dat de door indiener aangekaarte kwestie ook binnen redelijke termijn volledig dient te worden behandeld;

O.  overwegende dat een aanzienlijk aantal verzoekschriften publiekelijk wordt behandeld in vergaderingen van de Commissie verzoekschriften; overwegende dat indieners het recht hebben om hun verzoekschriften te presenteren, en vaak volwaardig deelnemen aan de discussie en zo actief bijdragen aan het werk van de commissie; overwegende dat in 2017 248 verzoekschriften werden besproken op commissievergaderingen, dat er 208 indieners aanwezig waren, en dat 59 indieners actief deelnamen door het woord te voeren;

P.  overwegende dat de informatie die burgers en ingezetenen in verzoekschriften en tijdens commissievergaderingen verstrekken – aangevuld met de deskundigheid van de Commissie, de lidstaten en andere organen – van cruciaal belang is voor de werkzaamheden van de commissie; overwegende dat indieners van wie het verzoekschrift in een publieke bijeenkomst van een commissie wordt behandeld en die bereid zijn om deel te nemen aan de bespreking, recht moet krijgen op vergoeding van de hiermee samenhangende kosten – binnen redelijke grenzen – teneinde sociaaleconomische discriminatie te voorkomen;

Q.  overwegende dat de voornaamste bronnen van zorg die in 2017 in verzoekschriften werden aangekaart, betrekking hadden op milieukwesties (in het bijzonder kwesties op het gebied van water- en afvalbeheer en het behoud van het milieu), de grondrechten (in het bijzonder stemrechten en de rechten van kinderen), de kwestie van de vermiste baby's, het vrije verkeer van personen, sociale aangelegenheden (arbeidsomstandigheden), verschillende vormen van discriminatie en immigratie, naast veel andere werkterreinen;

R.  overwegende dat de herziening van het Reglement van het Europees Parlement moet leiden tot een betere verzoekschriftenprocedure en dat de betreffende regels ervoor moeten zorgen dat de Commissie verzoekschriften beter in staat zal zijn onderzoek te doen naar de door de burgers naar voren gebrachte kwesties, zodat het recht om een verzoekschrift in te dienen volledig wordt beschermd en doeltreffender kan worden benut;

S.  overwegende dat in 2017 69,1 % van de ontvangen verzoekschriften (878 verzoekschriften) via het webportaal voor verzoekschriften van het Parlement werd ingediend, tegenover 68 % (1 067 verzoekschriften) in 2016; overwegende dat deze manier van indienen nu al het meest wordt gebruikt en naar verwachting nog aan belang zal winnen, hetgeen mogelijkheden biedt om de verzoekschriften sneller in behandeling te nemen;

T.  overwegende dat de samenvattingen van verzoekschriften nu sneller – ongeveer een week na de beslissing van de Commissie verzoekschriften over de ontvankelijkheid – kunnen worden geüpload op het portaal; overwegende dat sinds eind 2017 agenda's en notulen van vergaderingen en antwoorden van de Commissie met betrekking tot verzoekschriften automatisch kunnen worden geüpload, waardoor deze documenten openbaar toegankelijk zijn en de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften transparanter zijn; overwegende dat al deze mogelijkheden de inzet van het Parlement tonen om te streven naar een interactievere ervaring en realtimecommunicatie met indieners; overwegende dat de vaak gestelde vragen (FAQ's) en de privacyverklaring zijn aangepast aan de gewijzigde vertrouwelijkheidsbepalingen in het Reglement; overwegende dat er ook technische verbeteringen zijn aangebracht, waaronder verdere verbeteringen van de zoekfunctie en de invoering van een inleidende pagina met informatie en advies die indieners eerst moeten lezen voordat ze een verzoekschrift kunnen indienen; overwegende dat een groot aantal individuele ondersteuningsaanvragen met succes is behandeld;

U.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften het Europees burgerinitiatief beschouwt als een belangrijk instrument van directe en participatieve democratie dat, indien het serieus wordt genomen, burgers de mogelijkheid moet bieden actief betrokken te zijn bij de vormgeving van Europees beleid en wetgeving;

V.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften in 2017 vier informatiebezoeken heeft afgelegd in overeenstemming met artikel 216 bis van het Reglement: een naar Zweden met betrekking tot de moeilijkheden die EU-burgers ondervinden bij het verkrijgen van het identificatienummer dat vereist is om toegang te krijgen tot de meeste diensten waarvan zij gebruik moeten maken als zij tijdelijk naar Zweden verhuizen; een naar Spanje in verband met de verzoekschriften over de vermeende ontvreemding van pasgeboren baby's uit ziekenhuizen tijdens en na de dictatuur van Franco; een naar Taranto (Italië) over de milieueffecten van een staalfabriek en een lokale raffinaderij en de manier waarop de staalfabriek en de raffinaderij de lucht, de bodem en het water hebben verontreinigd; en een naar Larnaca (Cyprus) met betrekking tot de milieu- en gezondheidseffecten van de nieuwe industriële haven in de stad;

W.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften op grond van het Reglement verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de Europese Ombudsman, die klachten van EU-burgers over mogelijk wanbeheer binnen EU-instellingen en ‑organen onderzoekt; overwegende dat Emily O'Reilly, de huidige Europese Ombudsman, haar jaarverslag voor 2016 aan de Commissie verzoekschriften heeft gepresenteerd tijdens de vergadering van 30 mei 2017 en overwegende dat het jaarverslag van de Commissie verzoekschriften op zijn beurt gedeeltelijk gebaseerd is op het jaarverslag van de Ombudsman of de bij het Parlement ingediende speciale verslagen, waarvan het laatste handelde over de transparantie in de besluitvorming van de Raad;

X.  overwegende dat de Commissie verzoekschriften lid is van het Europese netwerk van ombudsmannen, waar ook de Europese Ombudsman, nationale en regionale ombudsmannen en soortgelijke instanties van de lidstaten, de kandidaat-lidstaten en andere landen van de Europese Economische Ruimte deel van uitmaken en dat de uitwisseling van informatie over het recht en het beleid van de EU en het delen van beste praktijken moet bevorderen;

1.  benadrukt de fundamentele rol van de Commissie verzoekschriften als een brug tussen de EU-burgers en ‑ingezetenen en de EU-instellingen, die het de EU-burgers en ‑ingezetenen mogelijk maakt het Parlement formeel op de hoogte te brengen van gevallen waarin de EU-wetgeving niet correct wordt toegepast en hun zorgen en ideeën kenbaar te maken aan hun verkozen vertegenwoordigers en die, in de mate van het mogelijke, zorgt voor een tijdig onderzoek van en tijdige oplossing voor de verzoeken van indieners; benadrukt dat de wijze waarop de in de verzoekschriften aangekaarte kwesties worden behandeld, een doorslaggevende impact heeft op de burgers wat betreft de daadwerkelijke eerbiediging van het bij het EU-recht verleende recht om verzoekschriften in te dienen en op hun oordeel over de Europese instellingen; herinnert de Commissie eraan dat verzoekschriften een uniek middel vormen om situaties op te sporen waarin het EU-recht niet wordt nageleefd en om dergelijke situaties te onderzoeken met behulp van de politieke controle van het Europees Parlement;

2.  wijst erop dat verzoekschriften zowel een kans als een uitdaging voor het Parlement en andere EU-instellingen vormen om een rechtstreekse dialoog met EU-burgers en ‑ingezetenen in stand te houden, vooral als zij gevolgen ondervinden van de toepassing van EU-wetgeving en op zoek zijn naar een doeltreffend en efficiënt verhaalmechanisme; benadrukt dat de EU-instellingen en de lidstaten in het kader van hun respectieve bevoegdheden alles in het werk moeten stellen om tot een tijdige en effectieve oplossing te komen voor kwesties die door burgers via verzoekschriften aan de orde worden gesteld;

3.  benadrukt het belang van bewustmaking door middel van een permanent openbaar debat en grootschaliger informatieverstrekking over de daadwerkelijke bevoegdheden, de werking en de behoefte aan toekomstige verbeteringen van de EU, om ervoor te zorgen dat de burgers en ingezetenen goed op de hoogte zijn van de besluitvormingsniveaus zodat zij kunnen worden betrokken bij besprekingen over eventuele hervormingen en kan worden voorkomen dat aan "Brussel" altijd de schuld wordt gegeven, zoals sommige onverantwoordelijke lidstaten plegen te doen; is van mening dat een breder publiek debat over de EU, evenals betere informatie en voorlichting en zorgvuldige berichtgeving, het aantal niet-ontvankelijke verzoekschriften zou verminderen, aangezien burgers en ingezetenen beter op de hoogte zouden zijn van de bevoegdheden van de EU; merkt op dat het onderwerp van een niet-ontvankelijk verzoekschrift toch een rol kan spelen bij de beleidsvorming, ook als het onderwerp buiten de werkingssfeer van de commissie valt;

4.  benadrukt dat er nauwer moet worden samengewerkt tussen de Commissie en andere EU-instellingen en de nationale, regionale en lokale autoriteiten van de lidstaten teneinde de goedkeuring en uitvoering te waarborgen van EU-wetgeving die voldoet aan de hoogste normen inzake sociale rechtvaardigheid en die volledige en doeltreffende bescherming van de economische, sociale en culturele rechten van alle burgers waarborgt; onderstreept dat er actiever moet worden samengewerkt met de vertegenwoordigers van de lidstaten in de commissievergaderingen en dat de verzoeken van de commissie sneller moeten worden opgevolgd; roept derhalve op tot een sterke inzet van alle betrokken autoriteiten op nationaal en Europees niveau door prioriteit te geven aan de behandeling en oplossing van verzoekschriften; constateert wederom dat veel verzoekschriften door de Commissie slechts op oppervlakkige wijze zijn beantwoord;

5.  dringt er bij de Commissie op aan haar bevoegdheden in verband met haar rol als hoedster van de Verdragen naar behoren uit te oefenen, aangezien die rol van cruciaal belang is voor de werking van de EU voor de burgers en de Europese wetgevers; roept op tot een tijdige behandeling van inbreukprocedures om onverwijld een einde te maken aan situaties waarin het EU-recht niet wordt geëerbiedigd;

6.  herhaalt dat samenwerking met andere parlementaire commissies essentieel is voor een alomvattende behandeling van verzoekschriften; merkt op dat in 2017 18 verzoekschriften voor advies en 357 verzoekschriften ter informatie aan andere parlementaire commissies zijn toegezonden; is verheugd dat er 21 adviezen van parlementaire commissies over verzoekschriften werden ontvangen; pleit voor de bevordering van de communicatie tussen de verschillende parlementaire commissies zodat op adequate wijze aandacht kan worden besteed aan de problemen die door de EU-burgers worden aangekaart;

7.  wijst erop dat op 21 maart 2017, in aanwezigheid van leden van alle parlementaire commissies, het verzoekschriftennetwerk werd gelanceerd, waarbij de richtsnoeren van het netwerk werden gepresenteerd en het doel van het netwerk en de rol van de leden ervan werden toegelicht; is ervan overtuigd dat het verzoekschriftennetwerk, indien het serieus wordt genomen, een nuttig instrument is voor een betere opvolging van verzoekschriften in het kader van de parlementaire en wetgevende werkzaamheden; benadrukt de belangrijke rol die het netwerk speelt bij het verhogen van de kennis van de leden over de kwesties die door burgers bij het Parlement door middel van verzoekschriften worden aangekaart, het bespreken van mogelijke procedurele verbeteringen en het delen van optimale werkwijzen; benadrukt dat nauwer contact tussen de commissies het inplannen van hoorzittingen en parlementaire onderzoeken over soortgelijke onderwerpen efficiënter kan doen verlopen; kijkt uit naar de publicatie van de studie van beleidsondersteunende afdeling C van het Parlement over de huidige werking van de samenwerking tussen de verschillende commissies en de Commissie verzoekschriften; onderstreept dat een nauwere samenwerking met parlementaire commissies over kwesties die door indieners aan de orde worden gesteld, het Parlement in staat moet stellen een betere follow-up op maat aan verzoekschriften te geven en veel sneller en doeltreffender op de zorgen van de burgers te reageren en op die manier een meerwaarde te leveren aan de levens van EU-burgers en -ingezetenen en aan de activiteiten van het Parlement en Europa als geheel;

8.  onderstreept de belangrijke bijdragen van de verzoekschriften die in de aanloop van de brexitonderhandelingen zijn ingediend door betrokken burgers en ingezetenen; wijst op de gezamenlijke openbare hoorzitting die op 11 mei 2017 werd georganiseerd door de Commissie verzoekschriften, alsook de Commissie burgerlijke vrijheden, de Commissie justitie en binnenlandse zaken (LIBE), de Commissie constitutionele zaken (AFCO) en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) over de rechten van burgers en ingezetenen na de brexit, om te waarborgen dat deze rechten bij de brexitonderhandelingen een van de voornaamste prioriteiten van het Parlement zijn;

9.  is van mening dat, om ervoor te zorgen dat onderscheiden verzoekschriften op coherente wijze worden behandeld, de Commissie verzoekschriften en het secretariaat van deze commissie meer financiële middelen toegewezen moeten krijgen; onderstreept dat de richtsnoeren van de commissie, die in januari 2016 zijn aangenomen, de behandeling van verzoekschriften en het besluitvormingsproces transparant en duidelijk maken;

10.  wijst erop dat verzoekschriften worden behandeld overeenkomstig artikel 227 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin wordt voorgeschreven dat iedere burger van de Unie, alsmede iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat het recht heeft om een verzoekschrift tot het Europees Parlement te richten betreffende een onderwerp dat tot de werkterreinen van de Unie behoort; wijst erop dat de procedure voor de behandeling van verzoekschriften is vastgelegd in het Reglement van het Europees Parlement;

11.  merkt op dat als klachten van burgers, ook ten aanzien van individuele gevallen, niet grondig en snel worden onderzocht, overeenkomstig de benadering die door de Commissie in 2016 in de mededeling getiteld "EU‑wetgeving: betere resultaten door betere toepassing"(1) naar voren is gebracht, dit tijdig inzicht in de vraag of er sprake is van ernstige systemische tekortkomingen in de weg kan staan en ertoe kan leiden dat meerdere schendingen van de rechten blijven voortduren ten nadele van vele burgers, waarbij de nationale rechtbanken in feite de hoofdmoot van de verantwoordelijkheid krijgen toebedeeld voor het toezicht op mogelijke inbreuken op de EU-wetgeving, behalve wanneer het om systematische schendingen gaat; is van mening dat er te veel onduidelijkheid heerst omtrent de interpretatie van dit begrip en dat deze aanpak met name schadelijke gevolgen kan hebben op het gebied van milieuwetgeving; beschouwt deze situatie als een achteruitgang ten opzichte van de aanpak die de Commissie voorheen hanteerde met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving van de EU en is van oordeel dat zij daarmee haar taken als hoedster van de Verdragen niet naar behoren uitoefent;

12.  onderstreept dat uit de behandeling van verzoekschriften over de onzekere arbeidsomstandigheden van werknemers is gebleken dat in een aantal lidstaten veel werknemers het slachtoffer zijn geworden van ontoelaatbare en discriminerende praktijken, en dat er in bepaalde gevallen sprake was van een gebrek aan preventieve maatregelen en dat deze vormen van misbruik niet werden bestraft; betreurt dat de Commissie een aanzienlijke achterstand heeft wat betreft zaken met betrekking tot schending van de EU-arbeidswetgeving door een aantal lidstaten, waardoor bepaalde schendingen van de rechten van werknemers jarenlang konden voortslepen;

13.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie om de Commissie verzoekschriften stelselmatig te informeren over lopende EUpilot- en inbreukprocedures en verzoekt de Commissie om, zodra die procedures zijn afgerond, inzage te geven in documenten die in het kader van deze procedures zijn uitgewisseld, en op die manier uitvoering te geven aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ‑EU), met name wanneer deze procedures volledig of gedeeltelijk zijn ingeleid op basis van verzoekschriften; is verheugd over het centrale platform dat de Commissie in 2014 heeft opgericht en waarop besluiten in verband met inbreuken worden bekendgemaakt;

14.  verwacht dat de Commissie zich bij openbare debatten binnen de Commissie verzoekschriften altijd naar behoren laat vertegenwoordigen, d.w.z. door hooggeplaatste ambtenaren die aanvullende informatie kunnen verstrekken en antwoord kunnen geven op vragen van indieners en leden van het Europees Parlement en die, indien nodig, ook antwoorden kunnen geven die meer omvatten dan uitsluitend het vooraf aangeleverde schriftelijke antwoord;

15.  is verheugd over het feit dat de Commissie verzoekschriften steeds vaker kwesties ter sprake brengt in de plenaire vergadering door middel van mondelinge vragen, resoluties of beknopte ontwerpresoluties overeenkomstig artikel 216, lid 2, van het Reglement; vestigt de aandacht op de resoluties die zijn aangenomen na de bekendmaking van het jaarverslag over de activiteiten van de Commissie verzoekschriften in 2016(2), het jaarverslag over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2016(3) en het verslag over het EU-burgerschap 2017(4); wijst op zijn resolutie van 15 maart 2017 over belemmeringen van het vrije verkeer van EU-burgers en van hun vrijheid om in de interne markt te werken(5);

16.  neemt nota van de hoorzittingen over verschillende, uiteenlopende onderwerpen die de Commissie verzoekschriften in 2017 – alleen of in samenwerking met andere commissies – heeft georganiseerd, namelijk over de bestrijding van discriminatie en de bescherming van minderheden op 4 mei, over de situatie en rechten van EU-burgers in het VK na de brexit op 11 mei (samen met de Commissies EMPL en LIBE), over het herstellen van het vertrouwen van de burgers in het Europese project op 22 juni, over stateloosheid op 29 juni (samen met de Commissie LIBE), over het Europese burgerinitiatief "Verbied glyfosaat en bescherm mens en milieu tegen giftige bestrijdingsmiddelen" op 20 november, en over de bescherming van de rechten van werknemers met tijdelijke of onzekere banen op 22 november; is ook verheugd dat de jaarlijkse workshop over de bescherming van de rechten van personen met een handicap op 12 oktober 2017 heeft plaatsgevonden;

17.  merkt op dat de Commissie verzoekschriften in verschillende bijdragen aan parlementaire verslagen haar advies heeft gegeven over diverse vraagstukken die in verzoekschriften zijn aangekaart, zoals over de Europese toegankelijkheidswet(6), over de interpretatie en tenuitvoerlegging van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven(7), over de Brussel II bis-verordening(8), over het Verdrag van Marrakesh(9), over toezicht op de toepassing van EU-wetgeving 2015(10), over het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen(11), over de Europese strategie inzake handicaps(12), over het jaarverslag over de situatie van de grondrechten in de EU in 2016(13), en over de herziening van Verordening (EU) nr. 211/2011 over het burgerinitiatief(14);

18.  merkt op dat milieukwesties de voornaamste bron van zorg waren die indieners in 2017 hebben aangekaart; wijst op de speciale Eurobarometer nr. 468 die in november 2017(15) werd gepubliceerd, waaruit blijkt dat het milieu een belangrijk punt van zorg voor de Europese burger is; benadrukt hoe belangrijk het is om te voldoen aan de verwachtingen van EU-burgers en ‑ingezetenen met betrekking tot behoorlijke milieuwetgeving en om de aangenomen voorschriften en beleidsmaatregelen ten uitvoer te leggen; betreurt dat de milieuvoorschriften niet altijd correct ten uitvoer worden gelegd in de lidstaten, zoals uit de verzoekschriften blijkt; dringt er bij de Commissie op aan om, als hoedster van de Verdragen, samen met de lidstaten toe te zien op de correcte tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving;

19.  benadrukt dat de Commissie nauwkeurig en uitgebreid moet analyseren of de door de lidstaten uitgevoerde milieueffectbeoordelingen met het oog op vergunningverlening voor infrastructuurprojecten, met betrekking waartoe burgers door middel van verzoekschriften hebben gewezen op ernstige risico's voor de volksgezondheid en het milieu, voldoen aan het EU-recht;

20.  betreurt ten zeerste dat de door burgers in hun verzoekschriften aangedragen problemen in verband met de luchtkwaliteit in verschillende lidstaten worden verergerd door de vervuiling die wordt veroorzaakt door 43 miljoen voertuigen met dieselmotoren die niet voldoen aan de EU-voorschriften inzake typegoedkeuring en de emissies van personenvoertuigen en lichte bedrijfsvoertuigen;

21.  wijst op de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften in verband met verzoekschriften over handicapgerelateerde problemen; merkt op dat er in 2017 minder verzoekschriften zijn ingediend over handicapgerelateerde problemen; benadrukt dat toegang tot vervoer en de bebouwde omgeving, en discriminatie, met name op het gebied van werkgelegenheid, voor personen met een handicap de meeste problemen opleveren; merkt op dat er bijzondere aandacht is besteed aan de behandeling van verzoekschriften over handicapgerelateerde problemen, zoals over steun voor mantelzorgers voor personen met een handicap en de snelle bekrachtiging, tenuitvoerlegging en toepassing van het Verdrag van Marrakesh;

22.  benadrukt de beschermende rol van de Commissie verzoekschriften binnen het EU‑kader van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; wijst op de workshop over de bescherming van de rechten van personen met een handicap die plaatsvond tijdens de commissievergadering van 12 oktober 2017, in het kader waarvan een studie over inclusief onderwijs werd gepresenteerd; verzoekt de EU‑instellingen om in dit verband het goede voorbeeld te geven en ervoor te zorgen dat de nationale autoriteiten de op dit terrein aangenomen wetgeving correct en onverwijld ten uitvoer leggen;

23.  wijst op zijn resolutie van 15 maart 2017 over belemmeringen van het vrije verkeer van EU-burgers en van hun vrijheid om in de interne markt te werken; verzoekt de Europese Commissie nogmaals haar richtsnoeren voor betere omzetting en toepassing van Richtlijn 2004/38/EG te verduidelijken, bij te werken en uit te breiden en daar met name de recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie in op te nemen (zaken C‑456‑12 en 457‑12); beveelt aan gebruik te maken van omzettings- en tenuitvoerleggingsplannen om een volledige en correcte toepassing te waarborgen; verzoekt de lidstaten met klem Richtlijn 2004/38/EG te eerbiedigen, evenals de bestaande jurisprudentie van het HvJ‑EU op het gebied van het vrije verkeer van personen, aangezien niet-naleving ervan een rechtstreekse schending vormt van een grondrecht van de burgers van de Unie;

24.  erkent het werk dat is geleverd door de Werkgroep inzake kwesties in verband met kinderwelzijn van de Commissie verzoekschriften en neemt kennis van het definitieve verslag en de aanbevelingen van deze werkgroep die op 3 mei 2017 werden aangenomen; is er sterk van overtuigd dat de Commissie, de Raad en de lidstaten op samenhangende en doeltreffende wijze gevolg moeten geven aan de aanbevelingen van het definitieve verslag van de werkgroep; roept de EU-instellingen en de lidstaten op om de Europese wetgeving na te leven en de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van familiezaken op doeltreffende wijze te bevorderen en verbeteren door te voorzien in opleidingen voor rechters en professionals, informatie over rechtsbijstand en tweetalige advocaten;

25.  herhaalt zijn standpunt dat een te enge en onsamenhangende uitlegging van artikel 51 van het Handvest van de grondrechten burgers van de EU vervreemdt; verzoekt de Commissie maatregelen voor te stellen die een samenhangende en uitgebreide toepassing van de werkingssfeer van artikel 51 waarborgen;

26.  moedigt de Commissie aan er bij de lidstaten op aan te dringen oplossingen te vinden voor het verlies van stemrecht en de rechteloosheid van EU-burgers die zich vrij binnen de Europese Unie bewegen en er verblijven, alsook voor de rechteloosheid van langdurig ingezetenen; spreekt zijn teleurstelling uit over het feit dat de politieke rechten van burgers niet aan bod komen in het ontwerpterugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk;

27.  benadrukt dat het Europees burgerinitiatief zowel transparant als doeltreffend moet zijn om te kunnen dienen als een belangrijk instrument voor actief burgerschap en inspraak van het publiek; betreurt dat dit in het verleden niet is gebeurd en dat eerdere succesvolle initiatieven niet tot tastbare resultaten hebben geleid in de vorm van wetgeving; neemt nota van het voorstel van de Commissie voor de herziening van Verordening (EU) nr. 211/2011 over het Europees burgerinitiatief(16), dat werd bekendgemaakt op 13 september 2017; benadrukt het meest recente succesvolle burgerinitiatief dat is ingediend, getiteld "Verbied glyfosaat en bescherm mens en milieu tegen giftige bestrijdingsmiddelen"; wijst op de openbare hoorzitting over dit initiatief in het Parlement op 20 november 2017; verwacht van de Commissie dat zij naar aanleiding hiervan maatregelen neemt; bevestigt dat de Commissie verzoekschriften heeft toegezegd proactief deel te nemen aan de organisatie van openbare hoorzittingen voor succesvolle initiatieven; verbindt zich ertoe om op institutioneel niveau prioriteit te verlenen aan de doeltreffendheid van dit participatieve proces en ervoor te zorgen dat voor passende wetgevende follow-up wordt gezorgd;

28.  benadrukt dat zowel in het kader van de openbare hoorzitting over het Europees burgerinitiatief getiteld "Verbied glyfosaat en bescherm mens en milieu tegen giftige gewasbeschermingsmiddelen" als bij de behandeling van verzoekschriften over hetzelfde onderwerp, is gebleken dat de op EU-niveau toegepaste procedures voor de goedkeuring van, onder meer, glyfosaat, genetisch gemodificeerde organismen en pesticiden, ondeugdelijk zijn door een gebrek aan onafhankelijkheid en onvoldoende transparantie en nauwkeurigheid bij het verzamelen en beoordelen van wetenschappelijk bewijs;

29.  wijst op het grote aantal verzoekschriften inzake dierenwelzijn; vestigt de aandacht op de studie "Animal Welfare in the European Union", die werd gepresenteerd op de commissievergadering van 23 maart 2017 en werd gevolgd door een bespreking van een aantal verzoekschriften over deze kwestie; beschouwt de lancering van een nieuwe EU-strategie voor dierenwelzijn cruciaal om eventuele lacunes op te vullen, wetgeving te harmoniseren en te zorgen voor een volledige en doeltreffende bescherming van het dierenwelzijn, ook met betrekking tot dierenvervoer, door middel van een duidelijk en afgerond wetgevingskader dat volledig voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 13 VWEU;

30.  wijst op de belangrijke rol van het Solvit-netwerk, dat burgers en bedrijven de mogelijkheid geeft om hun bezorgdheid te uiten over mogelijke inbreuken op het EU‑recht door overheidsinstanties in andere lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten om Solvit te promoten om het nuttiger en zichtbaarder te maken voor de burgers; is in dat opzicht ingenomen met het actieplan om het Solvit-netwerk te versterken, dat de Commissie in mei 2017 heeft gepubliceerd; verzoekt de Commissie om de resultaten van dit actieplan terug te koppelen naar het Europees Parlement;

31.  onderstreept dat het belangrijk is om het verzoekschriftenportaal verder te ontwikkelen, dat van het portaal een eenvoudig toegankelijk communicatiekanaal in twee richtingen en een interactief instrument moet worden gemaakt, waardoor de burgers van alle EU‑lidstaten toegang hebben tot alle basisinformatie met betrekking tot verzoekschriften en de behandeling ervan, met elkaar kunnen communiceren en thematische gemeenschappen kunnen oprichten voor de uitwisseling van documenten en beste praktijken; benadrukt dat de administratieve lasten in verband met de behandeling van verzoekschriften verder moeten worden beperkt; benadrukt dat het portaal ook fungeert als openbaar register van verzoekschriften; herhaalt dat de technische capaciteit van het portaal versterkt moet worden, zodat het verzoekschriftenproces vlot kan verlopen; benadrukt de noodzaak om de communicatie met indieners te verbeteren door hun kennisgevingen te sturen over de voortgang van hun verzoekschrift in hun eigen taal; is van mening dat personen die hun steun voor of interesse in een verzoekschrift hebben geuit, recht hebben op dezelfde feedback en informatie als de indiener van dat verzoekschrift, in het bijzonder wanneer er debatten in het Parlement worden gehouden of de Commissie een antwoord verschaft; herhaalt dat ernaar gestreefd moet worden dat indieners zo veel mogelijk bij de behandeling van hun verzoekschriften in de commissie aanwezig zijn;

32.  dringt aan op gerichtere en actievere communicatie- en media-activiteiten en een actievere aanwezigheid op sociale media, opdat de werkzaamheden van de commissie beter inspelen op de zorgen die leven bij het publiek;

33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van de Commissie verzoekschriften te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, alsmede aan hun verzoekschriftencommissies en nationale ombudsbureaus of andere soortgelijke ter zake bevoegde organen.

(1) PB C 18 van 19.1.2017, blz. 10.
(2) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 105.
(3) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 77.
(4) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 11.
(5) PB C 263 van 25.7.2018, blz. 98.
(6) Advies aangenomen op 24 januari 2017.
(7) Advies aangenomen op 24 januari 2017.
(8) Advies aangenomen op 25 april 2017.
(9) Advies aangenomen op 24 januari 2017.
(10) Advies aangenomen op 22 maart 2017.
(11) Advies aangenomen op 7 september 2017.
(12) Advies aangenomen op 7 september 2017.
(13) Advies aangenomen op 22 november 2017.
(14) Advies aangenomen op 7 september 2017.
(15) Speciale Eurobarometer nr. 468: de houding van de Europese burger ten opzichte van het milieu, november 2017: http://ec.europa.eu/commfrontoffice/publicopinion/index.cfm/Survey/getSurveyDetail/instruments/SPECIAL/surveyKy/2156
(16) PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid