Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2222(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0393/2018

Ingediende teksten :

A8-0393/2018

Debatten :

PV 14/01/2019 - 19
CRE 14/01/2019 - 19

Stemmingen :

PV 15/01/2019 - 8.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0011

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 50k
Dinsdag 15 januari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie
P8_TA(2019)0011A8-0393/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2019 over de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (2018/2222(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan (COM(2018)0445),

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan(1),

–  gezien het verslag van de Europese Rekenkamer van 13 november 2017 over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 juni 2017 over de bijdrage van de EU aan een hervormd ITER-project (COM(2017)0319),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0393/2018),

A.  overwegende dat fusie een sleutelrol zou kunnen spelen in het toekomstige Europese en mondiale energielandschap als een in potentie onuitputtelijke, veilige, klimaatvriendelijke, ecologisch verantwoordelijke en economisch concurrerende bron van energie;

B.  overwegende dat fusie nu reeds concrete kansen oplevert voor de industrie en positieve effecten heeft op de werkgelegenheid, de economische groei en innovatie, met een gunstige impact die verder reikt dan de terreinen fusie en energie;

C.  overwegende dat de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor coördinatie zorgt van de wetenschappelijke en technologische onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van fusie;

D.  overwegende dat Europa vanaf het begin een voortrekkersrol heeft gespeeld in het ITER-project, dat ontwikkeld is in nauwe samenwerking met de niet-Europese partijen bij de ITER-Overeenkomst (de VS, Rusland, Japan, China, Zuid-Korea en India), en verder overwegende dat de Europese bijdrage, die ingebracht wordt via de gemeenschappelijke onderneming, 45 % van de bouwkosten van het project vertegenwoordigt;

E.  overwegende dat het voorstel van de Commissie voor het wijzigen van Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad gericht is op het zeker stellen van financiering voor de Europese participatie in het ITER-project gedurende de hele looptijd van het volgende meerjarig financieel kader, teneinde continuïteit te garanderen met betrekking tot dit project, met het oog op het realiseren van belangrijke wetenschappelijke doorbraken bij de ontwikkeling van fusie voor civiele toepassingen, om op termijn te kunnen komen tot de productie van een veilige en rendabele vorm van energie die bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;

1.  verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan, dat de basis legt voor de financiering van de activiteiten van deze gemeenschappelijke onderneming in de periode 2021-2027 in het kader van het Euratom-Verdrag;

2.  betreurt het dat de Raad het Europees Parlement niet over dat voorstel heeft geraadpleegd en juicht het toe dat de Commissie in de "State of the Union 2018" het voornemen heeft uitgesproken 'na te zullen denken over opties voor het overstappen op een stemsysteem op basis van versterkte gekwalificeerde meerderheid en over een mogelijke hervorming van het Euratom-Verdrag'; gaat ervan uit dat een dergelijke hervorming onvermijdelijk tot medewetgevingsbevoegdheden voor het Europees Parlement zal leiden;

3.  wijst erop dat de bouw van de experimentele reactor vertraging heeft opgelopen, gezien het feit dat ITER oorspronkelijk in 2020 af had moeten zijn, maar dat de ITER-raad in 2016 goedkeuring heeft gehecht aan een nieuw tijdschema waarin staat dat het eerste plasma in december 2025 zal worden geproduceerd omdat het technisch niet mogelijk is de bouw van ITER eerder te voltooien;

4.  beklemtoont dat de bijdrage van Euratom aan de gemeenschappelijke onderneming voor de periode 2021-2027 niet moet worden overschreden;

5.  beklemtoont dat, om herhaaldelijke bijstellingen naar boven toe van de geraamde kosten van het project te vermijden, vertragingen bij de operationele mijlpalen te voorkomen en voor een zo groot mogelijke betrouwbaarheid met betrekking tot het schema te zorgen, de ITER-organisatie wat deze aspecten betreft redelijke marges moet incalculeren; steunt in dit verband een marge van 24 maanden wat het schema betreft en een marge van 10 tot 20 % wat het door de Commissie voorgestelde budget betreft;

6.  juicht de nieuwe benadering van risicobeheer van de ITER-organisatie toe en verzoekt de ITER-raad het aantal subcomités verder te reduceren, de werking daarvan te stroomlijnen en overlappingen te elimineren;

7.  verzoekt de Raad goedkeuring te hechten aan het voorstel van de Commissie, en er de volgende wijzigingen in aan te brengen:

   opname van de bijdrage van Euratom aan de gemeenschappelijke onderneming in zowel vaste, als huidige prijzen,
   gebruik - in verband met de duidelijkheid - van het woord 'Euratom' in plaats van het woord 'Gemeenschap' in de hele tekst,
   opname van heldere bepalingen betreffende de comités die de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming bijstaan, in het bijzonder het comité administratie en beheer, het comité aanbestedingen en overeenkomsten, en de technische adviesraad, voor wat betreft hun samenstelling, (tijdelijke of permanente) status, aantal bijeenkomsten en de methode van beloning van hun leden,
   evaluatie en eliminatie van overlappende verantwoordelijkheden tussen het comité administratie en beheer enerzijds en de technische adviesraad anderzijds met betrekking tot plannen voor projecten en werkprogramma's,
   opname van bepalingen betreffende de bijdrage van de staat waar ITER gevestigd is,
   opname in bijlage III (Financieel Reglement: algemene beginselen) van het vereiste om in het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming regels en procedures op te nemen voor de evaluatie van bijdragen in natura,
   opname in artikel 5 en in bijlage III van bepalingen die de verstrekking - aan de gemeenschappelijke onderneming - van financiering in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen overeenkomstig het toekomstige programma InvestEU mogelijk maken,
   een verduidelijking van de rol en de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk uit hoofde van zijn status in Euratom, met name wat een eventuele deelname aan ITER betreft,
   opname van bepalingen betreffende synergie-effecten en samenwerking tussen ITER enerzijds en het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding anderzijds in de periode 2021-2025,
   opname van bepalingen die de weg vrijmaken voor samenwerking - in het onderzoeksprogramma en in het netwerk van aangewezen organisaties op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek met betrekking tot fusie - met kleine en middelgrote disruptieve particuliere actoren, zoals start-ups, die met nieuwe benaderingen en technologieën experimenteren,
   verduidelijking van de bepalingen betreffende de jaarverslagen en beoordelingen van de gemeenschappelijke onderneming,
   opname in het voorstel van de aanbeveling om te onderzoeken of het mogelijk is de materialen die op dit moment in het ITER-project worden gebruikt voor andere doeleinden te gebruiken;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

Laatst bijgewerkt op: 13 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid