Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0194(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0069/2019

Ingediende teksten :

A8-0069/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 8.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0087

Aangenomen teksten
PDF 211kWORD 58k
Woensdag 13 februari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Uitwisselingen, bijstand en opleiding, voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (programma “Pericles IV”) ***I
P8_TA(2019)0087A8-0069/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 februari 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het Pericles IV-programma) (COM(2018)0369 – C8-0240/2018 – 2018/0194(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0369),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 133 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0240/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0069/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 februari 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het ‘programma Pericles IV’)
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
P8_TC1-COD(2018)0194

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

1)  De Unie en de lidstaten hebben zich ten doel gesteld de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de euro als munteenheid. Die maatregelen omvatten de bescherming van de euro tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude, en vergroten aldus teneinde de doeltreffendheid van de economie van de Unie te waarborgen en te zorgen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. [Am. 1]

2)  Verordening (EG) nr. 1338/2001(3) van de Raad voorziet in de uitwisseling van informatie, samenwerking en wederzijdse bijstand waardoor een geharmoniseerd kader wordt geschapen voor de bescherming van de euro. De werking van die verordening werd bij Verordening (EG) nr. 1339/2001(4) van de Raad uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, teneinde in de hele Unie een gelijkwaardig niveau van bescherming van de euro te bieden.

3)  Acties ter bevordering van de uitwisseling van informatie en personeel en van technische en wetenschappelijke bijstand en gespecialiseerde opleiding dragen wezenlijk bij tot de bescherming van de munteenheid van de Unie tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude en derhalve tot het realiseren van een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau in de hele Unie, terwijl wordt aangetoond dat de Unie in staat is om ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Ook helpen deze acties om het hoofd te bieden aan de gemeenschappelijke uitdagingen van en banden met witwaspraktijken en georganiseerde misdaad. [Am. 2]

4)  Een programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij draagt bij tot de bewustmaking van burgers van de Unie, vergroot het vertrouwen in deze munteenheid en verbetert de bescherming van de euro, in het bijzonder door de voortdurende verspreiding van resultaten van door dat programma ondersteunde acties. [Am. 3]

(4 bis)   Gedegen bescherming van de euro tegen valsemunterij is een belangrijk onderdeel van een veilige en concurrerende EU-economie en houdt rechtstreeks verband met de EU-doelstelling ter bevordering van een doeltreffende werking van de economische en monetaire unie. [Am. 4]

5)  Eerdere steun voor dergelijke acties, door middel van de Besluiten 2001/923/EG(5) en 2001/924/EG(6) van de Raad, naderhand gewijzigd en verlengd bij de Besluiten 2006/75/EG(7), 2006/76/EG(8), 2006/849/EG(9), 2006/850/EG(10) en Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad(11), heeft het mogelijk gemaakt om de acties van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bescherming van de euro tegen valsemunterij te versterken. De doelstellingen van het programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (‘het programma Pericles’) voor de periode 2002-2006, 2007-2013 en 2014 tot 2017(12) zijn met succes verwezenlijkt.

6)  In de Anders dan bij de gebruikelijke procedure is er geen afzonderlijke effectbeoordeling van het programma uitgevoerd. Dit is gedeeltelijk terug te voeren op het feit dat de Commissie in 2017 een tussentijdse evaluatie van het programma heeft verricht, ondersteund door een onafhankelijk verslag(13). Hoewel het verslag in het algemeen positief is over het programma, heerst er ongerustheid over het beperkte aantal bevoegde autoriteiten dat aan de activiteiten van het programma deelneemt en over de kwaliteit van de belangrijkste prestatie-indicatoren die gebruikt worden om de resultaten van het programma te meten. In haar mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over de tussentijdse evaluatie van het programma Pericles 2020, en haar evaluatie vooraf in de vorm van het werkdocument dat haar voorstel vergezelt ((COM(2018)0369), is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de voortzetting van het programma Pericles 2020 na 2020 moet worden ondersteund, gezien de toegevoegde waarde ervan voor de EU Unie, het langetermijneffect ervan en de duurzaamheid van de acties ervan alsmede de bijdrage ervan aan het bestrijden van georganiseerde misdaad. [Am. 5]

7)  Het advies in de tussentijdse evaluatie luidde dat de in het kader van het programma Pericles 2020 gefinancierde acties moeten worden voortgezet, rekening houdend met mogelijkheden daarbij tegemoetkomend aan de behoefte om de indiening van aanvragen te vereenvoudigen, de differentiatie van begunstigden alsook de deelname van een zo groot mogelijk aantal bevoegde autoriteiten uit diverse landen aan de programma-activiteiten aan te moedigen, zich te blijven richten op nieuwe en terugkerende bedreigingen van namaak en de belangrijkste prestatie-indicatoren te stroomlijnen. [Am. 6]

(7 bis)   Er zijn vervalsingshotspots ontdekt in derde landen en de vervalsing van de euro krijgt een steeds grotere internationale dimensie. Derhalve moeten capaciteitsopbouw en opleidingsactiviteiten waaraan wordt deelgenomen door de bevoegde autoriteiten van derde landen, van essentieel belang worden geacht als het gaat om doeltreffende bescherming van de gemeenschappelijke munteenheid van de Unie, en verder worden gestimuleerd in het kader van het programma. [Am. 7]

8)  Daarom moet een nieuw programma voor de periode 2021-2027 (het "programma Pericles IV") worden vastgesteld. Er dient voor te worden gezorgd dat het programma Pericles IV in overeenstemming is met andere relevante programma’s en acties en deze aanvult. Voor de toepassing van het programma Pericles IV dient de Commissie derhalve, in het kader van het in Verordening (EG) nr. 1338/2001 vermelde raadgevend comité, het nodige overleg te plegen met de belangrijkste betrokken actoren, met name de door de lidstaten aangewezen bevoegde nationale autoriteiten, de Europese Centrale Bank, en Europol, ter evaluatie van de behoeften op het gebied van de bescherming van de euro, in het bijzonder met betrekking tot uitwisselingen, bijstand en opleiding. Bovendien moet de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het programma gebruikmaken van de ruime ervaring van de Europese Centrale Bank wat betreft het geven van opleidingen en het verstrekken van informatie over valse eurobiljetten. [Am. 8]

9)  De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

10)  Deze verordening is in overeenstemming met de beginselen van toegevoegde waarde en evenredigheid. Het programma Pericles IV moet de samenwerking bevorderen tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten, met het oog op de bescherming van de euro tegen valsemunterij, zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de lidstaten en met een efficiënter gebruik van middelen dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Optreden op het niveau van de Unie is noodzakelijk en gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Unie-structuren Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de tijdige en uitgebreide uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten. [Am. 9]

11)  Het programma Pericles IV moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het meerjarig financieel kader dat is vastgesteld in ... [verwijzing naar de MFK-verordening voor de periode na 2020 "Verordening (EU, Euratom) .../2018 van de Raad"].

12)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het programma Pericles IV Om niet-essentiële elementen van deze verordening aan te vullen en te waarborgen, moeten wijzigen, moet aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden de bevoegdheid worden toegekend gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de in artikel 10 bedoelde werkprogramma's en de indicatoren die zijn vastgesteld in artikel 12 en in bijlage II. De Commissie dient jaarlijkse werkprogramma ' s vast te stellen waarin de prioriteiten, de verdeling van de begrotingsmiddelen en de beoordelingscriteria voor de subsidies voor acties zijn bepaald. De uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin een verhoging van de cofinanciering noodzakelijk is om de lidstaten meer financiële flexibiliteit te bieden opdat zij de projecten ter bescherming en vrijwaring van de euro naar tevredenheid kunnen uitvoeren en voltooien, moeten een onderdeel zijn van de jaarlijkse werkprogramma ' s. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(14). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 10]

13)  Bij deze verordening worden de financiële middelen voor het programma Pericles IV vastgesteld, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [verwijzing die in voorkomend geval moet worden bijgewerkt overeenkomstig het nieuwe interinstitutioneel akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer].

14)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(15), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(16) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(17) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(18). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie en de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM, en de Europese Rekenkamer (ERK).

15)  De Commissie moet bij het Europees Parlement en de Raad een tussentijds evaluatieverslag over de uitvoering van het Pericles IV-programma indienen, alsmede een definitief evaluatieverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

16)  Verordening (EU) nr. 331/2014 moet daarom worden ingetrokken.

17)  Er moet worden gezorgd voor een soepele overgang zonder onderbreking tussen het programma Pericles 2020 en het programma Pericles IV, en de looptijd van het programma Pericles IV moet worden afgestemd op Verordening (EU, Euratom) .../... van de Raad [verwijzing naar de meerjarig financiaal kaderverordening voor de periode 2021-2027]. Het programma Pericles IV moet derhalve van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2021,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt het programma Pericles IV vast, een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij ("het programma").

Zij stelt de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van deze financiering vast.

Artikel 2

Doelstellingen van het programma

1.  De algemene doelstelling van het programma is:

Het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee verband houdende fraude, teneinde het concurrentievermogen de integriteit van de eurobiljetten en -munten te beschermen, die het vertrouwen van burgers en bedrijven in de echtheid van deze bankbiljetten en munten vergroot en aldus het vertrouwen in van de economie van de Unie te versterken en versterkt, en tevens de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen. [Am. 11]

2.  Het programma heeft de volgende specifieke doelstelling:

eurobankbiljetten en -munten tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude beschermen door de maatregelen van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen en de bevoegde nationale en uniale autoriteiten bij te staan bij hun inspanningen om onderling en met de Commissie een nauwe en regelmatige samenwerking en een uitwisseling van beste praktijken te ontwikkelen, waarbij in voorkomend geval ook derde landen en internationale organisaties worden betrokken.

Artikel 3

Begroting

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 bedragen 7 700 000 EUR(19) (in lopende prijzen). [Am. 12]

2.  De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.

3.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

Artikel 4

Uitvoering en vormen van EU-financiering

1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig [laatste versie van het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(20).]

2.  Het programma wordt door de Commissie in samenwerking met de lidstaten uitgevoerd door middel van regelmatige raadplegingen tijdens de verschillende uitvoeringsfasen van het programma, rekening houdend waarbij de overeenstemming met de relevante maatregelen die worden genomen door andere bevoegde entiteiten, waaronder met name de Europese Centrale Bank en Europol, wordt gewaarborgd en onnodige overlapping wordt voorkomen. Hiertoe houdt de Commissie bij de voorbereiding van de werkprogramma's uit hoofde van artikel 10 rekening met de bestaande en geplande werkzaamheden van de ECB en Europol ter bestrijding van valsemunterij en fraude in verband met de euro. [Am. 13]

3.  Financiële steun uit hoofde van het programma voor de in artikel 6, vermelde subsidiabele acties wordt verstrekt in de vorm van:

subsidies; of

aanbestedingen.

Artikel 5

Gezamenlijke acties

1.  Acties uit hoofde van het programma kunnen gezamenlijk worden georganiseerd door de Commissie en andere partners met relevante deskundigheid, zoals:

a)  de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank (ECB);

b)  de nationale analysecentra (NAC) en de nationale centra voor de analyse van muntstukken (NCAM);

c)  het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) en de munthuizen;

d)  Europol, Eurojust en Interpol;

e)  de nationale centra voor de bestrijding van valsemunterij waarin voorzien is bij artikel 12 van het Internationale Verdrag van Genève van 20 april 1929(21) ter bestrijding van de valsemunterij, alsmede andere diensten die gespecialiseerd zijn in de preventie, opsporing en rechtshandhaving met betrekking tot valsemunterij;

f)  de betrokken gespecialiseerde organen op het gebied van reprografie- en legaliseringstechniek, drukkers en graveurs;

g)  andere dan de onder a) tot en met f) bedoelde organen met een bijzondere deskundigheid, eventueel ook in derde landen en met name in toetredende staten en kandidaat-lidstaten; en

h)  private entiteiten die technische kennis hebben ontwikkeld en die kennis hebben aangetoond of gespecialiseerde teams voor het opsporen van vervalste bankbiljetten en munten.

2.  Wanneer de subsidiabele acties gezamenlijk door de Commissie en de ECB, Eurojust, Europol of Interpol worden georganiseerd, worden de daaruit voortvloeiende kosten onder hen verdeeld. In elk geval draagt elk van hen de reis- en verblijfkosten van zijn eigen gastsprekers.

HOOFDSTUK II

SUBSIDIABILITEIT

Artikel 6

In aanmerking komende acties

1.  Uit hoofde van het programma wordt, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de in artikel 10 bedoelde jaarlijkse werkprogramma´s, financiële steun verleend voor de volgende acties:

a)  de uitwisseling en verspreiding van informatie, in het bijzonder door het organiseren van workshops, bijeenkomsten en seminars, met inbegrip van opleiding, doelgerichte plaatsing en uitwisseling van personeel van bevoegde nationale autoriteiten en andere soortgelijke acties. De uitwisseling van informatie heeft onder meer betrekking op:

–  beste werkwijzen ter voorkoming van valsemunterij en fraude in verband met de euro; [Am. 14]

–  methoden voor het toezicht op en de analyse van de economische en financiële gevolgen van valsemunterij;

–  de werking van databanken en systemen voor vroegtijdige waarschuwing;

–  het gebruik van computerondersteunde opsporingsinstrumenten; [Am. 15]

–  de onderzoeks- en opsporingsmethoden;

–  wetenschappelijke bijstand, waaronder follow-up van nieuwe ontwikkelingen;

–  de bescherming van de euro buiten de Unie;

–  onderzoeksacties;

–  de terbeschikkingstelling van gespecialiseerde operationele deskundigheid;

b)  technische, wetenschappelijke en operationele bijstand die noodzakelijk wordt geacht in het kader van het programma, waaronder met name:

–  alle passende maatregelen waarbij op het niveau van de Unie leermiddelen worden ontwikkeld, zoals een handboek over de wetgeving van de Unie, informatiebulletins, praktische handleidingen, glossaria en lexicons, databanken, met name op het gebied van wetenschappelijke bijstand of technologiebewaking of ondersteunende computertoepassingen, zoals software;

–  relevante studies met een multidisciplinaire en transnationale dimensie, inclusief onderzoek naar innovatieve veiligheidskenmerken;

–  de ontwikkeling van instrumenten en methoden voor technische ondersteuning ter bevordering van opsporingsacties op het niveau van de Unie;

–  steun voor samenwerking bij operaties waarbij minstens twee staten zijn betrokken, mits dergelijke steun niet beschikbaar is kan worden gesteld in het kader van andere programma’s van Europese instellingen en organen; [Am. 16]

c)  de aanschaf van apparatuur die in de bestrijding van valsemunterij gespecialiseerde autoriteiten van derde landen gebruiken voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, in overeenstemming met artikel 10, lid 3.

2.  Het programma houdt rekening met de transnationale en multidisciplinaire aspecten van de bestrijding van valsemunterij door zich te richten op de deelname van de volgende groepen:

a)  personeel van instanties die betrokken zijn bij de opsporing en bestrijding van valsemunterij, in het bijzonder de politiediensten, douane en de financiële autoriteiten, overeenkomstig hun specifieke nationale bevoegdheden;

b)  het personeel van inlichtingendiensten;

c)  vertegenwoordigers van de nationale centrale banken, de munthuizen, commerciële banken en andere financiële intermediairs, met name wat betreft de verplichtingen van de financiële instellingen;

d)  magistraten en op dit gebied gespecialiseerde juristen en leden van de rechterlijke macht;

e)  alle overige betrokken gespecialiseerde groepen, zoals de kamers van koophandel en industrie of vergelijkbare structuren die toegang kunnen verschaffen tot het midden- en kleinbedrijf, detailhandelaren en geldtransportbedrijven.

3.  De groepen waarvan sprake in lid 2 van dit artikel kunnen deelnemers uit derde landen omvatten als dat belangrijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 2. [Am. 17]

HOOFDSTUK III

SUBSIDIES

Artikel 7

Subsidies

De toekenning en het beheer van subsidies uit hoofde van het programma geschieden overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

Bij acties die met subsidies worden uitgevoerd, mag de aankoop van apparatuur niet het enige onderdeel van de subsidieovereenkomst zijn.

Artikel 8

Cofinancieringspercentages

Het cofinancieringspercentage voor subsidies die uit hoofde van het programma worden verleend bedraagt niet meer dan 75 % van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, die in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma worden vastgelegd, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90 % van de subsidiabele kosten.

Artikel 9

Voor financiering in aanmerking komende entiteiten

De entiteiten die uit hoofde van het programma voor financiering in aanmerking komen zijn de bevoegde nationale autoriteiten als gedefinieerd in artikel 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1338/2001.

HOOFDSTUK IV

PROGRAMMERING, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE

Artikel 10

Werkprogramma’s

1.  Het programma wordt uitgevoerd door middel van De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 gedelegeerde handelingen vast te stellen om werkprogramma's waarvan sprake vast te stellen in overeenstemming met artikel 110 van het Financieel Reglement. [Am. 18]

2.  In het geval van subsidies specificeert het werkprogramma, naast de vereisten van artikel 108 van het Financieel Reglement, de essentiële selectie- en toekenningscriteria en het maximaal mogelijke medefinancieringspercentage.

Artikel 11

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10, lid 1, en artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. [Am. 19]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de artikel 10, lid 1, en in artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 20]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016, alsmede vertegenwoordigers van de ECB en Europol. [Am. 21]

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 12, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 12

Monitoring

1.  De bijlage bij dit voorstel bevat indicatoren voor de rapportage over de voortgang van het programma bij de verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde specifieke doelstelling.

2.  Om een doeltreffende beoordeling van de voortgang van het programma op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen ervan te waarborgen, is de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 11 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bepalingen voor een monitoring- en evaluatiekader te ontwikkelen, inclusief door middel van wijzigingen in de bijlage om de indicatoren te herzien en aan te vullen indien dit nodig is voor evaluatiedoeleinden.

3.  De Commissie verstrekt het Europees Parlement, en de Raad, de Europese Centrale Bank, Europol, Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) jaarlijks informatie over de resultaten van het programma, rekening houdend met de kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren waarvan sprake in de bijlage bij dit voorstel. [Am. 22]

4.  De deelnemende landen en andere begunstigden verstrekken de Commissie alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het toezicht op en de evaluatie van het programma.

Artikel 13

Evaluatie

1.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen.

2.  Aan het einde van de uitvoering van het programma, maar uiterlijk twee jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

3.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, en de Europese Centrale Bank, Europol, Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie (EOM). [Am. 23]

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van, waarborgen de transparantie van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. [Am. 24]

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

Artikel 15

Intrekking

Verordening (EU) nr. 331/2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 16

Overgangsbepalingen

Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties op grond van Verordening (EU) nr. 331/2014, die op de betrokken acties van toepassing blijft tot zij worden afgesloten.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

INDICATOREN VOOR DE EVALUATIE VAN HET PROGRAMMA

Het programma wordt nauwlettend gemonitord op basis van een reeks indicatoren die bestemd zijn om, tegen een minimum aan administratieve lasten en kosten, te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt en om de administratieve lasten en kosten tot een minimum te beperken. Daartoe worden gegevens verzameld met betrekking tot de volgende reeks sleutelindicatoren: [Am. 25]

a)  aantal ontdekte valse euro's; aantal lidstaten en derde landen wier bevoegde autoriteiten hebben deelgenomen aan de activiteiten in het kader van het programma; [Am. 26]

b)  aantal ontmantelde illegale werkplaatsen; en aantal deelnemers en hun mate van tevredenheid evenals alle andere feedback die zij eventueel hebben gegeven wat betreft het nut van de activiteiten in het kader van het programma; [Am. 27]

c)  de feedback die informatie die van de nationale bevoegde autoriteiten is ontvangen van de deelnemers aan de door het programma gefinancierde acties over het aantal ontdekte vervalste euro's en ontmantelde illegale werkplaatsen als rechtstreeks gevolg van verbeterde samenwerking via het programma. [Am. 28]

De gegevens en informatie voor de kernprestatie-indicatoren worden jaarlijks door de volgende actoren Commissie en de begunstigden van het programma verzameld:. [Am. 29]

—  de Commissie verzamelt de gegevens voor het aantal valse euromunten en - bankbiljetten;

—  de Commissie verzamelt de gegevens voor het aantal ontmantelde werkplaatsen waar valsemunterij plaatsvond;

—  de Commissie en de begunstigden van het programma verzamelen de gegevens voor de feedback die van de deelnemers wordt ontvangen over de uit het programma gefinancierde acties.

(1)PB C 378 van 19.10.2018, blz. 2.
(2)Standpunt van het Europees Parlement van 13 februari 2019.
(3)Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PB L 181 van 4.7.2001, blz. 6).
(4)Verordening (EG) nr. 1339/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende uitbreiding van de werking van Verordening (EG) nr. 1338/2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen (PB L 181 van 4.7.2001, blz. 11).
(5)Besluit 2001/923/EG van de Raad van 17 december 2001 tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 339 van 21.12.2001, blz. 50).
(6)Besluit 2001/924/EG van de Raad van 17 december 2001 houdende uitbreiding van de werking van het besluit tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding, voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma „Pericles”) tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen (PB L 339 van 21.12.2001, blz. 55).
(7)Besluit 2006/75/EG van de Raad van 30 januari 2006 tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 40).
(8)Besluit 2006/76/EG van de Raad van 30 januari 2006 waarbij de toepassing van Besluit 2006/75/EG tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma "Pericles") (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 42).
(9)Besluit 2006/849/EG van de Raad van 20 november 2006 tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma Pericles) (PB L 330 van 28.11.2006, blz. 28).
(10)Besluit 2006/850/EG van de Raad van 20 november 2006 waarbij de toepassing van Besluit 2006/849/EG tot wijziging en uitbreiding van de werking van Besluit 2001/923/EG tot vaststelling van een actieprogramma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma "Pericles") (PB L 330 van 28.11.2006, blz. 30).
(11)Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (programma „Pericles 2020”) en tot intrekking van de Besluiten 2001/923/EG, 2001/924/EG, 2006/75/EG, 2006/76/EG, 2006/849/EG en 2006/850/EG van de Raad ( PB L 103 van 5.4.2014, blz. 1).
(12)Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de tussentijdse evaluatie van het programma "Pericles 2020" van 6.12.2017 (COM(2017)0741 final).
(13) SWD(2017)0444 final en Ares(2917)3289297 '30/06/2017.
(14) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(15)PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1.
(16)PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.
(17)PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.
(18) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(19) Indicatief bedrag, afhankelijk van het totale MFK.
(20) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
(21)Volkenbond, Recueil des Traités, nr. 2623 (1931), blz. 372.

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid