Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0140(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0060/2019

Ingediende teksten :

A8-0060/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2019 - 9.5
CRE 12/03/2019 - 9.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0139

Aangenomen teksten
PDF 256kWORD 75k
Dinsdag 12 maart 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Elektronische informatie over goederenvervoer ***I
P8_TA(2019)0139A8-0060/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake elektronische informatie over goederenvervoer (COM(2018)0279 – C8-0191/2018 – 2018/0140(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0279),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0191/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0060/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 62 van 15.2.2019, blz. 265.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad inzake elektronische informatie over goederenvervoer
P8_TC1-COD(2018)0140

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, artikel 100, lid 2, en artikel 192, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  De efficiëntie van het goederenvervoer en de goederenlogistiek is van vitaal belang voor de groei en het concurrentievermogen van de economie van de Unie, de werking van de interne markt en de sociale en economische samenhang van alle regio's in de Unie. [Am. 1]

(1 bis)  Deze verordening heeft tot doel de kosten van de verwerking van vervoersinformatie tussen autoriteiten en marktdeelnemers terug te dringen, de handhavingscapaciteiten van de autoriteiten te versterken en de digitalisering van het goederenverkeer en de goederenlogistiek te stimuleren. [Am. 2]

(2)  Goederenbewegingen gaan gepaard met een grote hoeveelheid informatie die nog steeds op papier wordt uitgewisseld, zowel tussen bedrijven onderling als tussen bedrijven en overheidsinstanties. Het gebruik van papieren documenten brengt aanzienlijke administratieve rompslomp en extra kosten met zich mee voor logistieke ondernemingen en aanverwante bedrijfstakken (zoals handel en industrie), met name voor kmo's, en heeft een negatief effect op het milieu. [Am. 3]

(2 bis)  Effectieve en efficiënte handhaving van de regels is een noodzakelijke voorwaarde voor eerlijke concurrentie op de interne markt. Een verdere digitalisering van de handhavingsinstrumenten is essentieel om handhavingscapaciteit vrij te maken, onnodige administratieve lasten voor internationale vervoerders en met name kmo's te verminderen, zich doelgerichter te concentreren op vervoerders met een hoog risico en frauduleuze praktijken op te sporen. Deze digitale, "slimme" handhaving houdt in dat alle relevante informatie papierloos moet worden en in elektronische vorm beschikbaar moet zijn voor de bevoegde instanties. Het gebruik van elektronische vervoersdocumenten moet in de toekomst dan ook de regel worden. Om ervoor te zorgen dat rechtshandhavers, waaronder functionarissen die controles langs de weg verrichten, een duidelijk en volledig overzicht hebben van de vervoerders die worden gecontroleerd, moeten zij rechtstreekse en realtimetoegang krijgen tot alle desbetreffende informatie, zodat zij in staat zijn inbreuken en afwijkingen sneller en doeltreffender op te sporen. [Am. 4]

(3)  Het gebrek aan een uniform wetgevingskader op het niveau van de Unie, dat overheidsinstanties verplicht om relevante informatie over goederenvervoer in elektronische vorm te aanvaarden, wordt beschouwd als de belangrijkste reden waarom de kansen op vereenvoudiging en grotere efficiëntie dankzij de digitalisering nog steeds onderbenut blijven. De niet-aanvaarding van elektronische informatie door overheidsinstanties heeft niet alleen gevolgen voor de communicatie tussen deze instanties en marktdeelnemers, maar verhindert indirect ook de ontwikkeling van vereenvoudigde elektronische communicatie tussen bedrijven in de hele Unie en zal leiden tot een stijging van de administratieve kosten, met name voor kmo's. [Am. 5]

(4)  Sommige domeinen van de vervoerswetgeving van de Unie verplichten de instanties om gedigitaliseerde informatie te aanvaarden, maar dit geldt nog lang niet voor alle relevante wetgeving van de Unie. Het Om de administratieve lasten te verminderen, controles efficiënter te maken en inbreuken efficiënter te bestrijden, moet het altijd mogelijk zijn om elektronische middelen te gebruiken om wettelijk verplichte informatie over goederenvervoer op het hele grondgebied van de Unie en voor alle relevante fasen van vervoersactiviteiten in de Unie ter beschikking te stellen van de autoriteiten. Die mogelijkheid moet bovendien gelden voor alle wettelijk verplichte informatie in alle vervoerswijzen. De lidstaten moeten elektronische vervoersdocumenten algemeen aanvaarden en het e-CMR-protocol onverwijld ratificeren en toepassen. Daarom moeten de autoriteiten elektronisch met de betrokken marktdeelnemers communiceren met betrekking tot wettelijk verplichte informatie en hun eigen gegevens digitaal beschikbaar stellen, overeenkomstig het toepasselijke recht. [Am. 6]

(5)  De instanties van de lidstaten moeten dan ook worden verplicht om elektronisch ingediende informatie te aanvaarden telkens wanneer marktdeelnemers verplicht zijn om informatie te verstrekken als bewijs van naleving van de voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag vastgestelde EU-handelingen of, gezien de vergelijkbaarheid van de situaties, EU-wetgeving inzake de overbrenging van afvalstoffen. Dit geldt ook wanneer de nationale wetgeving van een lidstaat inzake aangelegenheden die zijn geregeld bij titel VI van het derde deel van het Verdrag, een verplichting bevat om wettelijk verplichte informatie in te dienen die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de informatie die uit hoofde van de wetgeving van de Unie moet worden verstrekt.

(5 bis)  Om de administratieve lasten te verminderen en schaarse handhavingscapaciteit vrij te maken, moeten marktdeelnemers verplicht worden om langs elektronische weg wettelijk verplichte informatie te verstrekken aan de bevoegde instanties van de lidstaten en moeten de bevoegde instanties van de lidstaten langs elektronische weg met de betrokken marktdeelnemers communiceren over het verstrekken van wettelijk verplichte informatie. [Am. 7]

(6)  Aangezien deze verordening alleen tot doel heeft het verstrekken van informatie tussen marktdeelnemers en administratieve organen, met name via elektronische middelen, te vereenvoudigen en aan te moedigen, mag ze geen afbreuk aan de bepalingen van de wetgeving van de Unie of de lidstaten met betrekking tot de inhoud van wettelijk verplichte informatie en mag ze, met name, geen aanvullende eisen inzake wettelijk verplichte informatie opleggen. Aangezien het doel van deze verordening is het mogelijk te maken om eisen inzake wettelijk verplichte informatie na te leven met elektronische middelen in plaats van papieren documenten, maar moet zij de ontwikkeling mogelijk maken van Europese platformen om de informatie uit te wisselen en gemakkelijk te delen. Ze mag geen andere gevolgen hebben voor de relevante bepalingen van de Unie inzake eisen voor documenten die moeten worden gebruikt voor de gestructureerde presentatie van de informatie in kwestie. Deze verordening mag ook geen gevolgen hebben voor de procedurele bepalingen van de wetgeving van de Unie inzake de overbrenging van afvalstoffen. De verordening mag evenmin afbreuk doen aa n bepalingen inzake rapporteringsverplichtingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) of uit hoofde daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen. De Commissie moet echter beoordelen of de bepalingen met betrekking tot de inhoud van de voorschriften inzake wettelijk verplichte informatie over het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie moeten worden aangepast om de handhavingsmogelijkheden van de bevoegde instanties te verbeteren. [Am. 8]

(7)  Het gebruik van elektronische middelen voor de uitwisseling van informatie overeenkomstig deze verordening moet zodanig worden georganiseerd dat de beveiliging en de vertrouwelijkheid van gevoelige commerciële informatie gewaarborgd zijn.

(8)  Om marktdeelnemers in staat te stellen de relevante informatie op dezelfde wijze in elektronische vorm te verstrekken in alle lidstaten, moeten gemeenschappelijke specificaties worden vastgesteld door de Commissie. Die specificaties moeten ervoor zorgen dat de gegevens interoperabel zijn voor de verschillende gegevensreeksen en subreeksen van relevante wettelijk verplichte informatie, en moeten gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels bevatten voor de toegang tot en verwerking van die informatie door de bevoegde instanties.

(9)  Bij het vaststellen van die specificaties moet rekening worden gehouden met de relevante specificaties voor gegevensuitwisseling die zijn vastgesteld in relevante wetgeving van de Unie en in relevante Europese en internationale normen voor multimodale gegevensuitwisseling, inclusief de bepalingen van de AVG. Er moet ook rekening worden gehouden met de investeringen van marktdeelnemers en de als gevolg hiervan reeds bestaande gegevensmodellen die specifiek zijn voor een bepaalde vervoerswijze, en met de beginselen en aanbevelingen die zijn vastgesteld in het Europees interoperabiliteitskader(4), dat voorziet in een aanpak voor de verlening van Europese digitale openbare diensten waarover overeenstemming is bereikt door de lidstaten. Bovendien is het van belang alle belanghebbende partijen naar behoren te betrekken bij de ontwikkeling en uitwerking van deze specificaties. Er moet ook worden gewaarborgd dat deze specificaties technologisch neutraal blijven en openstaan voor innoverende technologieën. [Am. 9]

(10)  In deze verordening moeten de functionele eisen worden vastgesteld die van toepassing zijn op platformen die gebaseerd zijn op informatie- en communicatietechnologie en die door marktdeelnemers kunnen worden gebruikt om de wettelijk verplichte informatie over goederenvervoer in elektronisch formaat (eFTI) in te dienen bij de bevoegde instanties (eFTI-platformen). Ook de voorwaarden voor derde partijen die diensten verlenen aan het eFTI-platform (eFTI-dienstverleners) moeten worden vastgesteld.

(11)  Om zowel bij de instanties van de lidstaten als bij de marktdeelnemers het vertrouwen op te bouwen in het feit dat de eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners aan deze eisen voldoen, moeten de instanties van de lidstaten een certificeringssysteem opzetten dat gebaseerd is op accreditatie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad(5) . Gezien de relatief lange uitvoeringsperiode moet de Commissie nagaan of technologieën als de blockchaintechnologie een vergelijkbaar resultaat kunnen waarborgen als het certificeringssysteem en tegelijk de kosten voor marktdeelnemers en de lidstaten aanzienlijk kunnen drukken. [Am. 10]

(12)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de tenuitvoerlegging van de verplichting om wettelijk verplichte informatie te aanvaarden die overeenkomstig deze verordening in elektronisch formaat is ingediend, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(6). [Am. 11]

(13)  De Commissie moet met name uitvoeringsbevoegdheden krijgen om een gemeenschappelijke gegevensreeks en subreeksen vast te stellen met betrekking tot de respectieve eisen inzake wettelijk verplichte informatie die onder deze verordening valt, en om gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels op te stellen betreffende de toegang tot en verwerking van die informatie door bevoegde instanties wanneer de betrokken marktdeelnemers deze informatie elektronisch indienen, met inbegrip van gedetailleerde voorschriften en technische specificaties. [Am. 12]

(14)  De Commissie moet ook uitvoeringsbevoegdheden krijgen om gedetailleerde regels vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van de eisen voor de eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners. [Am. 13]

(15)  Teneinde de goede toepassing van deze verordening te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen:

   om deel B van bijlage I aan te vullen met de lijsten van eisen inzake wettelijk verplichte informatie in de wetgeving van de lidstaten die bij de Commissie is aangemeld overeenkomstig deze verordening;
   om deel A van bijlage I te wijzigen, teneinde rekening te houden met alle door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen waarin nieuwe eisen inzake wettelijk verplichte informatie van de Unie worden vastgesteld voor het vervoer van goederen;
   om deel B van bijlage I aan te vullen met alle nieuwe bepalingen van relevante nationale wetgeving waarbij wijzigingen van nationale eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden aangebracht of nieuwe relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen en door de lidstaten bij de Commissie zijn aangemeld overeenkomstig deze verordening;
   om bepaalde technische aspecten van deze verordening aan te vullen, namelijk wat de regels voor certificering van eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners betreft.
   om gemeenschappelijke procedures, technische specificaties en gedetailleerde regels voor bevoegde instanties in verband met de toegang tot en verwerking van de respectieve verplichte informatie uit hoofde van deze verordening vast te stellen, alsook gedetailleerde regels inzake de tenuitvoerlegging van de eisen voor de eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners. [Am. 14]

(16)  Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(7). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(17)  Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het waarborgen van een uniforme aanpak bij de aanvaarding van elektronisch verstrekte informatie over goederenvervoer door de instanties van de lidstaten, niet voldoende kunnen worden bereikt door de lidstaten, maar, gezien de behoefte om gemeenschappelijke eisen vast te stellen, beter op het niveau van de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(18)  De elektronische verwerking van persoonsgegevens die nodig is in het kader van de wettelijk verplichte informatie over het goederenvervoer, moet worden verricht overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(8).

(19)  De Commissie moet een evaluatie van deze verordening uitvoeren. Er moet informatie worden verzameld om deze evaluatie te onderbouwen en om de prestaties van de wetgeving te toetsten aan de beoogde doelstellingen.

(20)  Deze verordening kan niet effectief worden toegepast alvorens de daarin voorziene gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen in werking zijn getreden. Deze verordening moet derhalve van toepassing worden met ingang van ... [datum invullen] om de Commissie de tijd te geven die handelingen vast te stellen.

(20 bis)  De Commissie moet onmiddellijk van start gaan met het opstellen van de noodzakelijke gedelegeerde handelingen, teneinde verdere vertragingen te voorkomen en ervoor te zorgen dat marktdeelnemers en de lidstaten voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden. [Am. 15]

(21)  De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd in overeenstemming met artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(9) en heeft op ... [datum invullen](10) advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Bij deze verordening wordt een juridisch kader vastgesteld voor de elektronische verstrekking van wettelijk verplichte informatie over het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie, inclusief de interoperabiliteit ervan. Daartoe zijn in deze verordening: [Am. 16]

a)  de voorwaarden vastgesteld waaronder de bevoegde instanties van de lidstaten informatie moeten aanvaarden die elektronisch is ingediend verstrekt door de betrokken marktdeelnemers; [Am. 17]

a bis)  de voorwaarden vastgesteld waaronder de betrokken marktdeelnemers wettelijk verplichte informatie elektronisch moeten indienen bij de bevoegde instanties van de lidstaten; [Am. 18

a ter)  de voorwaarden vastgesteld waaronder de bevoegde instanties van de lidstaten langs elektronische weg met de betrokken marktdeelnemers moeten communiceren over het verstrekken van wettelijk verplichte informatie; [Am. 19]]

b)  de regels vastgesteld voor het verlenen van diensten die betrekking hebben op de elektronische verstrekking van wettelijk verplichte informatie door de betrokken marktdeelnemers.

2.  Deze verordening is van toepassing op de eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn uiteengezet in handelingen van de Unie waarin de voorwaarden voor het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie zijn vastgesteld, overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag, of waarin de voorwaarden voor overbrengingen van afvalstoffen zijn vastgesteld, en op de eisen inzake wettelijk verplichte informatie voor het vervoer van goederen die zijn uiteengezet in in de Unie geldende internationale verdragen. Wat de overbrenging van afvalstoffen betreft, is deze verordening niet van toepassing op controles door douanebeambten, zoals vastgesteld in de toepasselijke voorschriften van de Unie. De handelingen van de Unie waarop deze verordening van toepassing is en de overeenkomstige eisen inzake wettelijk verplichte informatie zijn opgesomd in deel A van bijlage I. [Am. 20]

Deze verordening is ook van toepassing op eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn vastgesteld in de wetgeving van de lidstaten inzake aangelegenheden die zijn geregeld bij titel VI van het derde deel van het Verdrag en waarbij vereist wordt dat informatie wordt verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de informatie die krachtens de in de eerste alinea bedoelde eisen moeten worden verstrekt.

De nationale wetgeving en de overeenkomstige in de tweede alinea bedoelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden opgesomd in deel B van bijlage I, overeenkomstig de in artikel 2, onder b), uiteengezette procedure.

3.  Uiterlijk op ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening invullen] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de bepalingen van de nationale wetgeving en de overeenkomstige in de tweede alinea van lid 2 vermelde eisen inzake wettelijk verplichte informatie die in deel B van bijlage I moeten worden opgenomen. De lidstaten stellen de Commissie ook in kennis van alle nieuwe onder lid 2 vallende bepalingen van later vastgestelde nationale wetgeving waarbij die eisen inzake wettelijke verplichte informatie worden gewijzigd of nieuwe relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld, binnen een maand na de vaststelling van die bepalingen.

Artikel 2

Aanpassing van bijlage I

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage I, teneinde:

a)  een verwijzing op te nemen naar een door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling waarbij nieuwe eisen inzake wettelijk verplichte informatie worden vastgesteld met betrekking tot rechtshandelingen van de Unie inzake het vervoer van goederen overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag.

b)  verwijzingen op te nemen naar nationale wetgeving en eisen inzake wettelijk verplichte informatie die door de lidstaten zijn aangemeld overeenkomstig artikel 1, lid 3.

b bis)  verwijzingen op te nemen naar andere rechtshandelingen van de Unie met betrekking tot goederenvervoer waarin wettelijk verplichte informatie is vastgesteld; [Am. 21]

b ter)  verwijzingen op te nemen naar in de Unie geldende internationale verdragen waarin eisen worden vastgesteld inzake wettelijk verplichte informatie die direct of indirect verband houdt met het vervoer van goederen; [Am. 22]

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)  "wettelijk verplichte informatie": informatie, al dan niet als een document gepresenteerd, die betrekking heeft op goederenvervoer op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van doorvoer, die door een betrokken marktdeelnemer moet worden verstrekt overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, lid 2, teneinde de naleving van de relevante eisen van de desbetreffende handelingen aan te tonen.

2)  "eis inzake wettelijk verplichte informatie": een eis om wettelijk verplichte informatie te verstrekken;

3)  "elektronische informatie over goederenvervoer" (eFTI): een reeks gegevenselementen die elektronisch worden verwerkt met het oog op de uitwisseling van wettelijk verplichte informatie tussen betrokken marktdeelnemers en met de bevoegde overheidsinstanties;

4)  "verwerking": een bewerking of een geheel van bewerkingen die worden uitgevoerd op eFTI, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procédés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;

5)  "eFTI-platform": een op informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebaseerde oplossing, zoals een besturingssysteem, een besturingsomgeving of een gegevensbank die bestemd is om te worden gebruikt voor de verwerking van eFTI;

6)  "eFTI-platformontwikkelaar": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een eFTI-platform heeft ontwikkeld of verkregen, hetzij om wettelijk verplichte informatie met betrekking tot zijn eigen economische activiteiten te verwerken, hetzij om dat platform op de markt te brengen;

7)  "eFTI-dienst": een dienst die bestaat uit eFTI-verwerking door middel van een eFTI-platform, alleen of in combinatie met andere ICT-oplossingen, met inbegrip van andere eFTI-platformen;

8)  "eFTI-dienstverlener": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een eFTI-dienst verleent aan betrokken marktdeelnemers op basis van een overeenkomst;

9)  "betrokken marktdeelnemer": een exploitant van vervoersactiviteiten of logistieke activiteiten, of een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, die verantwoordelijk is voor de verstrekking van wettelijk verplichte informatie aan de bevoegde instanties, overeenkomstig de relevante eis inzake wettelijk verplichte informatie;

10)  "voor mensen leesbaar formaat": een weergave van de gegevens in elektronische vorm die gebruikt kan worden als informatie voor een natuurlijke persoon, zonder dat verdere verwerking noodzakelijk is;

11)  "machineleesbaar formaat": een weergave van de gegevens in elektronische vorm die gebruikt kan worden voor automatische verwerking door een machine;

12)  "conformiteitsbeoordelingsinstantie": een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van artikel 2, punt 13, van Verordening (EG) nr. 765/2008, die overeenkomstig die verordening is geaccrediteerd om conformiteitsbeoordelingen van een eFTI-platform of een eFTI-dienstverlener uit te voeren.

HOOFDSTUK II

Via elektronische weg verstrekte wettelijk verplichte informatie

Artikel 4

Eisen voor de betrokken marktdeelnemers [Am. 23]

1.  Wanneer Betrokken marktdeelnemers verstrekken via elektronische weg wettelijk verplichte informatie verstrekken, . Zij doen zij dit op basis van gegevens die verwerkt zijn in een gecertificeerd eFTI-platform overeenkomstig artikel 8 en, indien van toepassing, door een gecertificeerde eFTI-dienstverlener overeenkomstig artikel 9. De wettelijk verplichte informatie wordt in een machineleesbaar formaat en, op verzoek van de bevoegde instantie in een voor mensen leesbaar formaat ter beschikking gesteld. [Am. 24]

Informatie in machineleesbaar formaat wordt verstrekt via een geauthenticeerde, interoperabele en beveiligde verbinding met de gegevensbron van een eFTI-platform. Betrokken marktdeelnemers delen het internetadres mee waar de informatie kan worden geraadpleegd, samen met alle andere elementen die nodig zijn om de bevoegde instantie in staat te stellen de wettelijk verplichte informatie als uniek te identificeren. [Am. 25]

Informatie in machineleesbaar formaat wordt ter plaatse verstrekt, op een scherm of elektronische apparatuur die eigendom is van de betrokken marktdeelnemer of door de bevoegde instanties.

2.  De lidstaten nemen maatregelen om hun bevoegde instanties in staat te stellen wettelijk verplichte informatie die door betrokken marktdeelnemers ter beschikking is gesteld in een machineleesbaar formaat, overeenkomstig lid 1, tweede alinea, te verwerken overeenkomstig de bepalingen die de Commissie krachtens artikel 7 heeft vastgesteld.

Artikel 5

Aanvaarding en verstrekking van wettelijk verplichte informatie door bevoegde instanties [Am. 26]

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten aanvaarden wettelijk verplichte informatie die elektronisch door de betrokken marktdeelnemers ter beschikking is gesteld overeenkomstig artikel 4.

De bevoegde instanties van de lidstaten overleggen elektronisch met de betrokken marktdeelnemers over wettelijk verplichte informatie. [Am. 27]

Artikel 6

Vertrouwelijke commerciële informatie

De bevoegde instanties, eFTI-dienstverleners en betrokken marktdeelnemers dienen maatregelen te nemen om de vertrouwelijkheid te garanderen van de overeenkomstig deze verordening verwerkte en uitgewisselde informatie.

Artikel 7

Gemeenschappelijke eFTI-gegevensreeks, procedures en regels voor toegang

De Commissie stelt het volgende is bevoegd overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast door middel van uitvoeringshandelingen te stellen om het volgende vast te stellen: [Am. 28]

a)  een gemeenschappelijke eFTI-gegevensreeks en subreeksen met betrekking tot de respectieve eisen inzake wettelijke verplichte informatie, met inbegrip van de overeenkomstige definities voor elk gegevenselement dat in de gemeenschappelijke gegevensreeks en subreeksen is opgenomen;

b)  gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels, met inbegrip van gemeenschappelijke technische specificaties, inzake de toegang van bevoegde instanties tot eFTI-platformen, met inbegrip van procedures voor de verwerking van wettelijk verplichte informatie die elektronisch door de betrokken marktdeelnemers ter beschikking is gesteld.

b bis)  gemeenschappelijke procedures en gedetailleerde regels voor het valideren van de identiteit van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die in het kader hiervan juridisch bindende uitspraken aflegt. [Am. 29]

Bestaande genormaliseerde gegevensmodellen en gegevensreeksen die aangewezen zijn in in de Unie geldende internationale verdragen, worden gebruikt als referentie voor het vaststellen van die gemeenschappelijke eFTI-gegevens, procedures en toegangsregels. [Am. 30]

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. [Am. 31]

HOOFDSTUK III

eFTI-PLATFORMEN EN -DIENSTEN

DEEL 1

Eisen voor eFTI-platformen en diensten

Artikel 8

Functionele eisen voor eFTI-platformen

1.  De eFTI-platformen wordt beheerst door de beginselen technologische neutraliteit alsmede van interoperabiliteit. De eFTI-platformen die worden gebruikt voor de verwerking van wettelijk verplichte informatie bevatten functies om ervoor te zorgen dat: [Am. 32]

a)  persoonsgegevens kunnen moeten worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679; [Am. 33]

b)  commerciële gegevens kunnen moeten worden verwerkt overeenkomstig artikel 6; [Am. 34]

b bis)  de eFTI-platformen en de daarin opgenomen gegevens interoperabel zijn; [Am. 35]

c)  een unieke elektronische identificatielink tot stand kan worden gebracht tussen de verwerkte gegevens en de fysieke verzending van een bepaalde reeks goederen waarop die gegevens betrekking hebben, van oorsprong tot bestemming, volgens de voorwaarden van één vervoersovereenkomst, ongeacht de hoeveelheid of het aantal containers, verpakkingen of stukken leveringsbon; [Am. 36]

d)  gegevens alleen op basis van gemachtigde en geauthenticeerde toegang kunnen worden verwerkt;

e)  alle verwerkingshandelingen worden geregistreerd om minstens de identificatie van elke handeling, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de handeling heeft verricht en de opeenvolging van de handelingen voor elke individueel gegevenselement mogelijk te maken; als een handeling de wijziging of schrapping van een bestaand gegevenselement omvat, moeten de oorspronkelijke gegevens behouden blijven;

e bis)  de bevoegde instanties onmiddellijke toegang hebben tot alle relevante informatie, overeenkomstig de nationale of de Uniewetgeving, om de openbare orde te handhaven en de naleving te garanderen van de rechtshandelingen van de Unie met betrekking tot het vervoer van goederen overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag; [Am. 37]

f)  gegevens kunnen worden gearchiveerd en toegankelijk blijven gedurende een passende periode, overeenkomstig de relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie;

g)  gegevens worden beschermd tegen corruptie en diefstal;

h)  de verwerkte gegevenselementen voldoen aan de gemeenschappelijke eFTI-gegevensreeks en subreeksen, en kunnen worden verwerkt in om het even welke officiële taal van de Unie of een taal die eveneens officiële taal is in een lidstaat. [Am. 38]

1 bis.  Er wordt gezorgd voor een gestandaardiseerd eFTI-formaat waarin alle voorschriften inzake wettelijk verplichte informatie als vermeld in deel A van bijlage I en alle voorschriften inzake wettelijk verplichte informatie als vermeld in deel B van bijlage I worden opgenomen in een specifieke en afzonderlijke afdeling van het eFTI-formaat die wordt opgesteld door de lidstaten. [Am. 39]

2.  De Commissie stelt aan de hand van uitvoeringshandelingen gedetailleerde regels vast betreffende de in lid 1 vastgestelde vereisten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure is bevoegd om overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van gedetailleerde regels betreffende de in lid 1 vastgestelde vereisten. [Am. 40]

Artikel 9

Eisen voor eFTI-dienstverleners

1.  eFTI-dienstverleners zien erop toe dat:

a)  de gegevens alleen worden verwerkt door gemachtigde gebruikers en volgens duidelijk gedefinieerde gebruikersrollen en verwerkingsrechten in het eFTI-platform, overeenkomstig de relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie;

a bis)  de gegevens interoperabel zijn; [Am. 41]

b)  de gegevens worden opgeslagen en toegankelijk blijven gedurende een passende periode vier jaar, overeenkomstig de relevante eisen inzake wettelijk verplichte informatie; [Am. 42]

c)  de bevoegde instanties onmiddellijk toegang hebben tot wettelijk verplichte informatie over een goederenvervoersactiviteit die wordt verwerkt via hun eFTI-platformen, wanneer een betrokken marktdeelnemer deze toegang heeft verleend aan die bevoegde instanties; [Am. 43]

d)  de gegevens op passende wijze worden beveiligd, onder meer tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.

2.  De Commissie stelt aan de hand van uitvoeringshandelingen gedetailleerde regels vast betreffende de in lid 1 vastgestelde vereisten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure is bevoegd om overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van gedetailleerde regels betreffende de in lid 1 vastgestelde vereisten. [Am. 44]

DEEL 2

Certificering

Artikel 10

Conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties worden geaccrediteerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 met het oog op de certificering van eFTI-platformen en -dienstverleners, zoals uiteengezet in de artikelen 11 en 12 van deze verordening.

2.  Om te kunnen worden geaccrediteerd, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties voldoen aan de eisen in bijlage II.

3.  De lidstaten houden een bijgewerkte lijst bij van de geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties en van de eFTI-platformen en eFTI-dienstverleners die door die instanties zijn geaccrediteerd overeenkomstig de artikelen 11 en 12. Zij stellen deze lijst voor het publiek beschikbaar op een officiële overheidswebsite. De lijst wordt regelmatig onverwijld bijgewerkt telkens wanneer de informatie erop verandert, en uiterlijk op 31 maart mei van elk jaar. [Am. 45]

4.  Uiterlijk op 31 maart mei van elk jaar dienen de lidstaten de in lid 3 bedoelde lijsten in bij de Commissie, samen met het adres van de website waarop deze lijsten zijn gepubliceerd. De Commissie publiceert een link naar die websites op haar officiële website. [Am. 46]

Artikel 11

Certificering van eFTI-platformen

1.  Op verzoek van een eFTI-platformontwikkelaar beoordelen conformiteitsbeoordelingsinstanties of het eFTI-platform voldoet aan de eisen van artikel 8, lid 1. Als het resultaat van de beoordeling positief is, wordt een certificaat van conformiteit afgegeven. Als het resultaat van de beoordeling negatief is, stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de aanvrager in kennis van de redenen waarom het platform niet aan die eisen voldoet.

1 bis.   De certificering wordt onafhankelijk uitgevoerd om verstoringen van de mededinging te voorkomen. Gecontroleerd wordt de naleving van de bestaande, genormaliseerde platformen die aangewezen zijn in in de Unie geldende internationale verdragen. [Am. 47]

1 ter.  Bestaande IT-systemen die momenteel worden gebruikt door marktdeelnemers in de vervoerssector om wettelijk verplichte informatie te verstrekken en die voldoen aan de functionele vereisten van artikel 8, lid 1, worden gecertificeerd als eFTI-platformen. [Am. 48]

2.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden een bijgewerkte lijst bij van gecertificeerde eFTI-platformen en van de eFTI-platformen die een negatieve beoordeling hebben gekregen. Telkens wanneer een certificaat of een negatieve beoordeling wordt afgegeven, wordt de bijgewerkte lijst toegezonden aan de betrokken bevoegde instanties.

3.  Informatie die via een gecertificeerd eFTI-platform ter beschikking van bevoegde instanties wordt gesteld, gaat vergezeld van een certificeringsmerk.

4.  De eFTI-platformontwikkelaar vraagt een nieuwe beoordeling van zijn platform aan als de technische specificaties die zijn vastgesteld in de in artikel 7, lid 2, vermelde uitvoeringshandelingen worden herzien.

5.  De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 13 teneinde deze verordening aan te vullen met regels inzake certificering, het gebruik van het certificeringsmerk en de hernieuwing van de certificering van eFTI-platformen.

Artikel 12

Certificering van eFTI-dienstverleners

1.  Op verzoek van een eFTI-dienstverlener beoordeelt een conformiteitsbeoordelingsinstantie of de eFTI-dienstverlener voldoet aan de eisen van artikel 9, lid 1. Als het resultaat van de beoordeling positief is, wordt een certificaat van conformiteit afgegeven. Als het resultaat van de beoordeling negatief is, stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie de aanvrager in kennis van de redenen waarom de dienstverlener niet aan die eisen voldoet.

2.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden een bijgewerkte lijst bij van gecertificeerde eFTI-dienstverleners en van de eFTI-dienstverleners die een negatieve beoordeling hebben gekregen. Telkens wanneer een certificaat of een negatieve beoordeling wordt afgegeven, wordt de bijgewerkte lijst ter beschikking gesteld van de betrokken bevoegde instanties.

3.  De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 13 teneinde deze verordening aan te vullen met regels inzake de certificering van eFTI-dienstverleners.

Hoofdstuk IV

BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN UITVOERINGSBEPALINGEN

Artikel 13

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, artikel 7, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 2, artikel 11, lid 5, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. [Am. 49]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, artikel 7, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 2, artikel 11, lid 5, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit gespecificeerde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 50]

4.  Vóór de vaststelling van een Overeenkomstig artikel 2 vastgestelde gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 handelingen worden één jaar na hun inwerkingtreding van toepassing. [Am. 51]

4 bis.   Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen zorgt de Commissie voor raadpleging van de betrokken belanghebbenden en hun vertegenwoordigers in de passende fora, met name de bij besluit van de Commissie C(2018) 5921 final van 13.09..2018 opgerichte deskundigengroep ("Digital Transport and Logistics Forum"). [Am. 52]

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, artikel 10, lid 5, en artikel 11, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 14

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. [Am. 53]

Hoofdstuk V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 15

Evaluatie

1.  Uiterlijk ... [vijf drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening] stelt de Commissie een evaluatie van deze verordening op en brengt zij over de belangrijkste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. In deze evaluatie wordt met name onderzocht of het mogelijk is het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden naar bepaalde informatie-uitwisseling tussen bedrijven die noodzakelijk is om naleving van de relevante vereisten in de wetgevingshandelingen van de Unie met betrekking tot het vervoer van goederen overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag te bewijzen. [Am. 54]

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie de informatie die nodig is voor de opstelling van dit verslag.

Artikel 16

Monitoring

De lidstaten dienen om de twee jaar en voor het eerst uiterlijk op ... [twee jaar na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt] de volgende informatie in bij de Commissie:

1.  het aantal bevoegde instanties die maatregelen ten uitvoer hebben gelegd voor de toegang tot en verwerking van informatie die overeenkomstig artikel 4, lid 2, door betrokken marktdeelnemers is verstrekt;

2.  het aantal betrokken marktdeelnemers die overeenkomstig artikel 4, lid 1, wettelijk verplichte informatie hebben verstrekt aan de bevoegde instanties van de lidstaten, uitgesplitst naar vervoerswijze.

De informatie moet worden verstrekt voor elk jaar van de rapporteringsperiode.

Artikel 17

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van ... [OP vier drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening]. [Am. 55]

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

WETTELIJK VERPLICHTE INFORMATIE DIE ONDER HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE VERORDENING VALT

Eisen inzake wettelijk verplichte informatie die zijn vastgesteld in de wetgeving van de Unie

De onderstaande tabel bevat de eisen inzake wettelijk verplichte informatie in handelingen van de Unie waarin de voorwaarden voor het vervoer van goederen op het grondgebied van de Unie zijn vastgesteld, overeenkomstig titel VI van het derde deel van het Verdrag, of waarin de voorwaarden voor overbrengingen van afvalstoffen zijn vastgesteld:

EU-wetgeving

Informatieonderdeel

Verordening nr. 11 van de Raad betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden

PB 52 van 16.8.1960, blz. 1121

Richtlijn 92/106/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen lidstaten

PB L 368 van 17.12.1992, blz. 38.

[Voorstel COM(2017) 648 final - 2017/0290 (COD) tot wijziging van Richtlijn 92/106/EEG]

Verordening (EG) nr. 1072/2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg

PB L 300 van 14.11.2009, blz. 72

[Voorstel COM(2017) 0281 final - 2017/0123 (COD) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1071/2009 en Verordening (EG) nr. 1072/2009]

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart

PB L 299 van 14.11.2015, blz. 1

Richtlijn 2008/68/EG betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land

PB 260 van 30.9.2008, blz. 13

Verwijzingen naar ADR, RID, ADN(11)

Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen

(PB 190 van 12.7.2006, blz. 1)

Naam en adres van de verzender

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad)

 

Aard en gewicht van de goederen

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad)

 

Plaats en datum van aanvaarding van de goederen voor vervoer

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad)

 

Plaats waar de goederen moeten worden geleverd

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad)

 

Te nemen route of af te leggen afstand, als deze factoren een ander dan het normaal geldende tarief rechtvaardigen

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad)

 

 

 

 

 

 

Grensovergangen, indien van toepassing

Artikel 6.1

Artikel 3 (verwijzing naar artikel 6 van Verordening nr. 11 van de Raad van 27 juni 1960)

 

Spoorwegstations van inlading en uitlading

Artikel 3

 

Binnenhavens van inlading en uitlading

Artikel 3

 

Zeehavens van inlading en uitlading

Artikel 3

 

Stempel van de spoorweg- of havenautoriteiten in de desbetreffende spoorwegstations, binnenhavens of zeehavens, als het deel van de reis over het spoor, de binnenwateren of de zee is voltooid

Artikel 3

 

[Naam, adres, contactgegevens en handtekening van de verzender]

[Artikel 3, lid 2, onder a) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

[Plaats en datum van het begin van het gecombineerd vervoer in de Unie]

[Artikel 3, lid 2, onder b) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

[Naam, adres en contactgegevens van de bestemmeling]

[Artikel 3, lid 2, onder c) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

[Plaats en datum van het einde van het gecombineerd vervoer in de Unie]

[Artikel 3, lid 2, onder d) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

[Afstand in vogelvlucht tussen de plaats waar het gecombineerd vervoer begint en de plaats in de Unie waar het gecombineerd vervoer eindigt]

[Artikel 3, lid 2, onder e) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

[Een door de verzender ondertekende beschrijving van de route van het gecombineerd vervoer met ten minste de volgende informatie voor elk deeltraject van het vervoer binnen de Unie, waaronder elke vervoerswijze die wordt gebruikt voor vervoer dat niet over de weg plaatsvindt:

i) volgorde van de trajecten (begintraject, traject met een andere vervoerswijze of eindtraject);

ii) naam, adres en contactgegevens van de vervoerder;

iii) vervoerswijze en plaats daarvan in de vervoersketen;]

 

 

[Artikel 3, lid 2, onder f) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

[Identificatie van de vervoerde intermodale laadeenheid]

[Artikel 3, lid 2, onder g) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

[Voor het begintraject over de weg:

i) plaats van overslag van wegvervoer naar een andere vervoerswijze;

ii) afstand in vogelvlucht van het begintraject over de weg tussen de plaats van verzending en de eerste overslagterminal;

iii) na afloop van het begintraject over de weg, een handtekening van de vervoerder waarin wordt bevestigd dat het wegtraject heeft plaatsgevonden]

[Artikel 3, lid 2, onder h) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

[Voor het eindtraject over de weg:

i) plaats waar de goederen na het traject met een andere vervoerswijze dan wegvervoer (spoor, binnenvaart, zeevaart) worden overgeladen;

ii) afstand in vogelvlucht van het eindtraject over de weg tussen de overslagplaats en de plaats waar het gecombineerd vervoer in de Unie eindigt; ]

[Artikel 3, lid 2, onder i) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

[Voor het traject dat niet over de weg plaatsvindt:

i) indien het traject dat niet over de weg plaatsvindt, voltooid is, een handtekening van de vervoerder (of vervoerders indien meer dan één traject niet over de weg plaatsvindt), om te bevestigen dat het vervoer met een andere vervoerswijze dan wegvervoer heeft plaatsgevonden;

ii) indien beschikbaar, een handtekening of stempel van de spoorweg- of havenadministraties van de betrokken terminals (station of haven) langs het traject dat niet over de weg wordt afgelegd, om te bevestigen dat het relevante deel dat niet over de weg plaatsvindt, voltooid is. ]

[Artikel 3, lid 2, onder j) (ter vervanging van artikel 3 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad)]

 

 

 

 

 

Naam, adres en handtekening van de verzender

Artikel 8, lid 3, onder a)

[Artikel 8, lid 3, onder a) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

Naam, adres en handtekening van de vervoerder

Artikel 8,3, onder b)

[Artikel 8, lid 3, onder b) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

Naam, adres en handtekening van de bestemmeling en datum van levering, wanneer de goederen zijn geleverd

Artikel 8, lid 3, onder c)

[Artikel 8, lid 3, onder c) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

 

 

Plaats en datum van overname van de goederen en plaats van levering;

Artikel 8, lid 3, onder d)

[Artikel 8, lid 3, onder d) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

 

 

Handelsbenaming van de goederen, verpakkingsmethode en, in het geval van gevaarlijke goederen, de algemeen erkende beschrijving ervan, het aantal verpakkingen en hun bijzondere merktekens en nummers

Artikel 8, lid 3, onder e)

[Artikel 8, lid 3, onder e) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

 

De brutomassa of de anderszins uitgedrukte hoeveelheid van de goederen

Artikel 8,lid 3, onder f)

[Artikel 8, lid 3, onder f) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

 

De kentekenplaten van het motorvoertuig en de aanhangwagen

Artikel 8, lid 3, onder g)

[Artikel 8, lid 3, onder g) (geen wijzigingen voorgesteld)]

 

 

De van de bevoegde instantie ontvangen unieke alfanumerieke identificatiecode van de erkende agent

Bijlage 6.3.2.6, onder a)

 

 

Een unieke identificatiecode van de zending, zoals het nummer van de house-luchtvrachtbrief of de master-luchtvrachtbrief

Bijlage 6.3.2.6, onder b)

 

 

De inhoud van de zending (**)

Bijlage 6.3.2.6, onder c)

 

 

De beveiligingsstatus van de zending, met vermelding van:

- "SPX": veilig voor passagiers-, vracht- en postluchtvaartuigen, of

- "SCO": veilig voor vracht- en postluchtvaartuigen, of

- "SHR" veilig voor passagiers-, vracht- en postluchtvaartuigen, overeenkomstig de eisen met betrekking tot grote risico's

Bijlage 6.3.2.6, onder d)

 

 

De reden waarom de beveiligingsstatus is afgegeven, met vermelding van:

- "KC": ontvangen van bekende afzender, of

- "AC": ontvangen van vaste afzender, of

- "RA": geselecteerd door een erkende agent, of

- De gebruikte middelen of methoden voor het beveiligingsonderzoek, of

- De redenen waarom de zending is vrijgesteld van het beveiligingsonderzoek;

Bijlage 6.3.2.6, onder e)

 

 

De naam van de persoon die de beveiligingsstatus heeft afgegeven, of een gelijkwaardige identificatie, en de datum en het tijdstip van afgifte;

Bijlage 6.3.2.6, onder f)

 

 

De van de bevoegde instantie ontvangen unieke i dentificatiecode van een erkende agent die de door een andere erkende agent aan een zending gegeven beveiligingsstatus heeft geaccepteerd

Bijlage 6.3.2.6, onder g)

 

 

Algemene informatie in het vervoersdocument

 

 

 

 

 

 

5.4.1.1.1

 

Algemene informatie voor vervoer in tankschepen

 

 

 

 

 

 

5.4.1.1.2 – alleen ADN

 

Specifieke informatie voor bepaalde types gevaarlijke goederen of bepaalde middelen van omsluiting, of in het geval van een vervoersketen die verschillende vervoerswijzen omvat, overeenkomstig de bijzondere bepalingen van hoofdstuk 5.4 van de respectieve bijlagen bij ADR, RID en ADN

 

 

 

 

 

 

5.4.1.1.3 tot en met 5.4.1.1.21 – ADR en RID

5.4.1.1.3 tot en met 5.4.1.1.22 – ADN

 

Aanvullende en bijzondere informatie die vereist is voor bepaalde klassen gevaarlijke goederen

 

 

 

 

 

 

5.4.1.2

 

Niet-gevaarlijke goederen

5.4.1.5

 

Verpakkingscertificaat van de container

5.4.2

 

Schriftelijke instructies

 

 

 

 

 

 

5.4.3

 

Informatie in het kennisgevingsdocument van overbrengingen van afvalstoffen die onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming valt, overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1013/2006

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage IA

Informatie in het vervoersdocument van overbrengingen van afvalstoffen die onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming valt, overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1013/2006

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage IB

Informatie in het begeleidende document bij overbrengingen van afvalstoffen die onder de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 vallen

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage VII

Wetgeving van de lidstaten

De onderstaande tabel bevat een overzicht van de relevante nationale wetgeving van de lidstaten met betrekking tot aangelegenheden die onder Titel VI van Deel drie van het Verdrag vallen, en waarvoor informatie moet worden verstrekt die geheel of gedeeltelijk identiek is aan de in punt A van deze bijlage gespecificeerde informatie.

[Lidstaat]

Wetgeving

Informatieonderdeel

[Verwijzing naar wetgeving]

[Verwijzing naar wetgeving]

[…]

[Verwijzing naar wetgeving])

[Informatieonderdeel, zoals gespecificeerd in het betreffende artikel van het wetbesluit]

[Verwijzing naar artikel]

[Verwijzing naar artikel]

 

 [Verwijzing naar artikel]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[Informatieonderdeel, zoals gespecificeerd in het betreffende artikel van het wetbesluit]

[Verwijzing naar artikel]

[Verwijzing naar artikel]

[…]

 [Verwijzing naar artikel]

[Lidstaat]

Wetgeving

Informatieonderdeel

[Verwijzing naar wetgeving]

[Verwijzing naar wetgeving]

[…]

[Verwijzing naar wetgeving])

[Informatieonderdeel, zoals gespecificeerd in het betreffende artikel van het wetbesluit]

[Verwijzing naar artikel]

[Verwijzing naar artikel]

 

 [Verwijzing naar artikel]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[Informatieonderdeel, zoals gespecificeerd in het betreffende artikel van het wetbesluit]

[Verwijzing naar artikel]

[Verwijzing naar artikel]

[…]

 [Verwijzing naar artikel]

BIJLAGE II

EISEN MET BETREKKING TOT AANGEMELDE INSTANTIES

1.  Om te kunnen worden aangemeld, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties voldoen aan de eisen in de leden 2 tot en met 11.

2.  Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht van een lidstaat opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

3.  Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, eFTI-platformen of platformdienstverleners.

Een instantie die lid is van een organisatie van ondernemers of een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de montage, het gebruik of het onderhoud van het door haar beoordeelde eFTI-platform of de platformdienstverlener, kan als een dergelijke instantie worden beschouwd op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten aangetoond worden.

4.  Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het door hen beoordeelde eFTI-platform of de platformdienstverlener, noch de gemachtigde van een van deze partijen.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van dat eFTI-platform of de platformdienstverlener. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld, in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

5.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

6.  Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in de artikelen 12 en 13 aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke certificeringsprocedure waarvoor zij is aangemeld, over:

a)  het nodige personeel met technische kennis en voldoende relevante ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)  de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd. Zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;

c)  de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten, waarin naar behoren rekening wordt gehouden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van de technologie in kwestie.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren.

7.  Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingstaken verantwoordelijke personeel beschikt over:

a)  een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;

b)  gedegen kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

c)  voldoende kennis over en inzicht in de in artikel 9 uiteengezette eisen;

d)  de bekwaamheid om conformiteitscertificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

8.  De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, wordt gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en van het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

9.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

10.  Personeelsleden van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan zij kennisnemen bij de uitoefening van hun taken uit hoofde van de artikelen 12 en 13 of de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, behalve ten opzichte van de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Eigendomsrechten worden beschermd.

11.  Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, op de hoogte is van relevante normalisatieactiviteiten en relevante regelgevende activiteiten.

(1)PB C 62 van 15.2.2019, blz. 265.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 12 maart 2019.
(3) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(4)Europees interoperabiliteitskader – Implementatiestrategie, Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, COM(2017)0134.
(5)Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(6)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(7)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(8)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(9)Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(10)PB C …
(11)Verwijzingen naar ADR, RID en ADN moeten worden begrepen in de zin van artikel 2, leden 1, 2 en 3, van Richtlijn 2008/68/EG. De vermelde nummers zijn die van de respectieve bijlagen bij ADR, RID en ADN.

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid