Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0380(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0044/2018

Ingediende teksten :

A8-0044/2018

Debatten :

PV 25/03/2019 - 16
CRE 25/03/2019 - 16

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0226

Aangenomen teksten
PDF 131kWORD 59k
Dinsdag 26 maart 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit ***I
P8_TA(2019)0226A8-0044/2018
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 26 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (herschikking) (COM(2016)0864 – C8-0495/2016 – 2016/0380(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0864),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 194, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0495/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Hongaarse parlement, de Oostenrijkse Federale Raad en de Poolse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 13 juli 2017(2),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(3),

–  gezien de brief van 7 september 2017 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie industrie, onderzoek en energie overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 18 januari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0044/2018),

A.  overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

3.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 288 van 31.8.2017, blz. 91.
(2) PB C 342 van 12.10.2017, blz. 79.
(3) PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 26 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (herschikking)
P8_TC1-COD(2016)0380

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2019/944.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

VERKLARING VAN DE COMMISSIE OVER DE DEFINITIE VAN INTERCONNECTOR

De Commissie neemt nota van het akkoord van de medewetgevers in verband met de herschikte elektriciteitsrichtlijn en de herschikte elektriciteitsverordening, en komt terug op de definitie van „interconnector” die wordt gebruikt in Richtlijn 2009/72/EG en in Verordening (EG) nr. 714/2009. De Commissie is het ermee eens dat de elektriciteitsmarkten anders zijn dan markten zoals die van aardgas, bijvoorbeeld doordat er producten worden verhandeld die momenteel moeilijk kunnen worden opgeslagen en die worden geproduceerd door zeer uiteenlopende productie-installaties, waaronder installaties op distributieniveau.  Bijgevolg verschilt de rol van connecties met derde landen in de elektriciteitssector aanzienlijk van die in gassector en kunnen er verschillende regelgevende benaderingen worden gekozen.

De Commissie zal de gevolgen van dit akkoord nader onderzoeken en waar nodig richtsnoeren geven voor de toepassing van de wetgeving.

Met het oog op juridische duidelijkheid wenst de Commissie het volgende te benadrukken:

De overeengekomen definitie van interconnector in de elektriciteitsrichtlijn heeft betrekking op uitrusting om elektriciteitssystemen onderling te koppelen. Deze formulering maakt geen onderscheid tussen verschillende regelgevingskaders of technische situaties en omvat dus a priori alle elektrische connecties met derde landen die binnen de werkingssfeer van de richtlijn vallen. Met betrekking tot de overeengekomen definitie van interconnector in de elektriciteitsverordening benadrukt de Commissie dat de integratie van de markten voor elektriciteit een hoge mate van samenwerking tussen netbeheerders, marktdeelnemers en toezichthouders vereist. Hoewel de reikwijdte van de toepasselijke regels kan variëren volgens de mate van integratie met de interne elektriciteitsmarkt, dient de nauwe integratie van derde landen in de interne elektriciteitsmarkt, zoals deelname aan marktkoppelingsprojecten, te berusten op overeenkomsten waarbij de toepassing van het relevante recht van de Unie verplicht wordt gesteld.

VERKLARING VAN DE COMMISSIE OVER ALTERNATIEVE GESCHILLENBESLECHTING

De Commissie neemt nota van het akkoord van de medewetgevers over artikel 26 om op EU-niveau te regelen dat leveranciers van energiediensten verplicht moeten deelnemen aan alternatieve geschillenbeslechting. De Commissie betreurt dit besluit, omdat haar voorstel deze keuze aan de lidstaten had overgelaten in lijn met de benadering die is gevolgd in Richtlijn 2013/11/EU betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen (richtlijn ADR consumenten) en rekening houdende met het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel.

Het is niet de taak van de Commissie om de modellen voor individuele alternatieve geschillenbeslechting die de lidstaten hebben opgezet, te vergelijken en te beoordelen. Daarom zal de Commissie de nationale raamwerken voor alternatieve geschillenbeslechting op hun algemene doeltreffendheid beoordelen in het kader van haar algemene verplichting om toe te zien op de omzetting en de daadwerkelijke toepassing van het Unierecht.

Laatst bijgewerkt op: 20 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid