Index 
Aangenomen teksten
Woensdag 13 maart 2019 - StraatsburgDefinitieve uitgave
Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: vrijstelling van de vereisten in verband met transparantie voor en na de handel in Verordening (EU) nr. 600/2014 voor de Bank of England
 Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten lijst van vrijgestelde entiteiten
 Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten
 Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: vrijstelling van de Bank of England en het Debt Management Office van het Verenigd Koninkrijk van de toepassing van Verordening (EU) nr. 596/2014
 Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: mogelijkheid om het gemiddelde dagelijkse aantal transacties aan te passen voor een aandeel indien het handelsplatform met de hoogste omzet in dat aandeel buiten de Unie gevestigd is
 Afwezigheid van meerderheid van stemmen in de commissie over een voorstel voor een juridisch bindende handeling (interpretatie van artikel 171, lid 1, eerste alinea, onder b), van het Reglement)
 Verlening van een uniale algemene uitvoervergunning voor de uitvoer van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik uit de Unie naar het Verenigd Koninkrijk ***I
 Voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) in de context van de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
 Voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma in het kader van de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
 Luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU ***I
 Samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan ***
 Samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan (resolutie)
 Deelname van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein aan eu-Lisa ***
 Reikwijdte en mandaat voor speciale vertegenwoordigers van de EU
 Toegankelijkheidseisen voor producten en diensten ***I
 Visuminformatiesysteem ***I
 Fonds voor asiel en migratie ***I
 Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa ***I
 Fonds voor interne veiligheid ***I
 Definitie, presentatie en etikettering van gedistilleerde dranken en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken ***I
 Voorgestelde wijzigingen van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie ***I
 Vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
 Gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het wegvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie ***I
 Gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het luchtvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie ***I
 Voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, na de terugtrekking van het VK uit de Unie ***I
 Vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in wateren van de Unie ***I
 Bepaalde aspecten van spoorwegveiligheid en spoorverbindingen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie ***I
 Een Europa dat beschermt: schone lucht voor iedereen
 Door de EDEO gegeven follow-up twee jaar na het EP-verslag over strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden
 Associatieovereenkomst tussen de EU en Monaco, Andorra en San Marino
 Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra ***I
 Wijzigingsverordening (EG) nr. 391/2009 in verband met de terugtrekking van het VK uit de Unie ***I
 Wijzigingsverordening (EU) nr. 1316/2013 in verband met de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
 Havenontvangstvoorzieningen voor de afgifte van scheepsafval ***I
 Verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet ***I
 Bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten ***I
 Bezwaar tegen een uitvoeringshandeling: Maximumresidugehalten voor verschillende stoffen, waaronder clothianidin
 Genetisch gemodificeerde mais 4114 (DP-ØØ4114-3)
 Genetisch gemodificeerde mais MON 87411 (MON-87411-9)
 Genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 en subcombinaties Bt11 × MIR162 × 1507, MIR162 × 1507 × GA21 en MIR162 × 1507
 Werkzame stoffen, met inbegrip van thiacloprid
 Verslag 2018 over Turkije
 Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2019
 Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid: sociale en werkgelegenheidsaspecten in de jaarlijkse groeianalyse 2019

Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: vrijstelling van de vereisten in verband met transparantie voor en na de handel in Verordening (EU) nr. 600/2014 voor de Bank of England
PDF 112kWORD 48k
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/1799 wat betreft de vrijstelling van de vereisten in verband met transparantie voor en na de handel in Verordening (EU) nr. 600/2014 voor de Bank of England (C(2019)00793 – 2019/2546(DEA))
P8_TA(2019)0159B8-0143/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00793),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 30 januari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 21 februari 2019,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012(1), en met name artikel 1, lid 9, en artikel 50, lid 5,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gedelegeerde handeling in kwestie belangrijke wijzigingen bevat die erop gericht zijn te waarborgen dat de Bank of England ook na verandering van de status van het Verenigd Koninkrijk tot die van derde land kan blijven genieten van de huidige vrijstelling overeenkomstig artikel 1, lid 9, van Verordening (EU) nr. 600/2014;

B.  overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening, teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.


Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten lijst van vrijgestelde entiteiten
PDF 111kWORD 48k
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten (C(2019)00794 – 2019/2547(DEA))
P8_TA(2019)0160B8-0144/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00794),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 30 januari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 21 februari 2019,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik, en met name artikel 2, lid 4, en artikel 30, lid 5(1),

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gedelegeerde handeling belangrijke wijzigingen omvat om te waarborgen dat de centrale bank en overheidsinstanties van het Verenigd Koninkrijk die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld vrijgesteld zullen zijn van de rapportageverplichting uit hoofde van artikel 4 en de transparantievereisten inzake hergebruik uit hoofde van artikel 15 van Verordening (EU) 2015/2365;

B.  overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.


Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten
PDF 112kWORD 48k
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst van vrijgestelde entiteiten (C(2019)00791 – 2019/2549(DEA))
P8_TA(2019)0161B8-0145/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00791),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 30 januari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 21 februari 2019,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters(1), met name artikel 1, lid 6, en artikel 82, lid 6,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gedelegeerde handeling belangrijke wijzigingen omvat om te waarborgen dat de centrale bank en overheidsinstanties van het Verenigd Koninkrijk die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld vrijgesteld zullen zijn van de clearing- en rapportageverplichting en de vereiste toepassing van risicolimiteringstechnieken voor niet-geclearde transacties uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012;

B.  overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.


Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: vrijstelling van de Bank of England en het Debt Management Office van het Verenigd Koninkrijk van de toepassing van Verordening (EU) nr. 596/2014
PDF 114kWORD 48k
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar aan te tekenen tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/522 wat betreft de vrijstelling van de Bank of England en het Debt Management Office van het Verenigd Koninkrijk van de toepassing van Verordening (EU) nr. 596/2014 (C(2019)00792 – 2019/2550(DEA))
P8_TA(2019)0162B8-0146/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00792),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 30 januari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 21 februari 2019,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie(1), en met name artikel 6, lid 5, en artikel 35, lid 5,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gedelegeerde handeling in kwestie belangrijke wijzigingen bevat die erop gericht zijn te waarborgen dat de Bank of England en het Debt Management Office van het Verenigd Koninkrijk ook na verandering van de status van het Verenigd Koninkrijk tot die van derde land kunnen blijven genieten van de huidige vrijstelling overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 596/2014;

B.  overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1.


Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: mogelijkheid om het gemiddelde dagelijkse aantal transacties aan te passen voor een aandeel indien het handelsplatform met de hoogste omzet in dat aandeel buiten de Unie gevestigd is
PDF 115kWORD 48k
Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 februari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 wat betreft de mogelijkheid om het gemiddelde dagelijkse aantal transacties aan te passen voor een aandeel indien het handelsplatform met de hoogste omzet in dat aandeel buiten de Unie gevestigd is (C(2019)00904 – 2019/2579(DEA))
P8_TA(2019)0163B8-0149/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00904),

–  gezien het schrijven van de Commissie van 21 februari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 4 maart 2019,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU(1), met name artikel 49, lid 3,

–  gezien artikel 10, lid 1, en artikel 13, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie(2),

–  gezien de op 8 november 2018 krachtens artikel 49, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU door de Europese Autoriteit voor effecten en markten ingediende ontwerpen van technische reguleringsnormen inzake de "wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 (RTS 11)",

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gedelegeerde handeling belangrijke wijzigingen bevat om de concurrentiepositie te behouden van EU-handelsplatforms die handel in die aandelen aanbieden die toegelaten zijn tot de handel of die gelijktijdig zowel in de Unie als in een derde land worden verhandeld, en wanneer het handelsplatform met de hoogste omzet in die aandelen buiten de Unie gevestigd is;

B.  overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

C.  overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de technische reguleringsnormen die zijn aangenomen en de ontwerpen van technische reguleringsnormen die door de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn ingediend niet "hetzelfde" zijn aangezien de Commissie wijzigingen heeft aangebracht in de ontwerpen, en dat het van mening is dat het drie maanden de tijd heeft om bezwaar te maken tegen de technische reguleringsnormen (de "controleperiode"); overwegende dat het Parlement de Commissie aanspoort de controleperiode van één maand alleen toe te passen als de Commissie de ontwerpen van de Europese toezichthoudende autoriteiten zonder wijzigingen heeft aangenomen, d.w.z. als de ontwerpen en de aangenomen technische reguleringsnormen "hetzelfde" zijn;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen.

(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349.
(2) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.


Afwezigheid van meerderheid van stemmen in de commissie over een voorstel voor een juridisch bindende handeling (interpretatie van artikel 171, lid 1, eerste alinea, onder b), van het Reglement)
PDF 106kWORD 47k
Besluit van het Europees Parlement van 13 maart 2019 betreffende de afwezigheid van meerderheid van stemmen in de commissie over een voorstel voor een juridisch bindende handeling (interpretatie van artikel 171, lid 1, eerste alinea, onder b), van het Reglement) (2019/2011(REG))
P8_TA(2019)0164

Het Europees Parlement,

–  gezien de brief van 7 maart 2019 van de voorzitter van de Commissie constitutionele zaken

–  gezien artikel 226 van zijn Reglement,

1.  besluit de volgende interpretatie op te nemen in artikel 171, lid 1, eerste alinea, onder b), van het Reglement:"“Indien het al dan niet geamendeerde voorstel voor een juridisch bindende handeling geen meerderheid van de in de commissie uitgebrachte stemmen behaalt, stelt de commissie aan het Parlement voor om de handeling te verwerpen.”"

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.


Verlening van een uniale algemene uitvoervergunning voor de uitvoer van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik uit de Unie naar het Verenigd Koninkrijk ***I
PDF 121kWORD 48k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad door de verlening van een uniale algemene uitvoervergunning voor de uitvoer van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik uit de Unie naar het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (COM(2018)0891 – C8-0513/2018 – 2018/0435(COD))
P8_TA(2019)0165A8-0071/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0891),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0513/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 6 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0071/2019),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad door de verlening van een uniale algemene uitvoervergunning voor de uitvoer van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik uit de Unie naar het Verenigd Koninkrijk

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/496.)


Voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) in de context van de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
PDF 122kWORD 46k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (COM(2018)0892 – C8-0512/2018 – 2018/0432(COD))
P8_TA(2019)0166A8-0021/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0892),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 178 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0512/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 februari 2019(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0021/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in de context van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/491.)

(1) Nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.


Voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma in het kader van de terugtrekking van het VK uit de EU ***I
PDF 123kWORD 46k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het "Verenigd Koninkrijk") uit de Europese Unie (COM(2019)0065 – C8-0040/2019 – 2019/0030(COD))
P8_TA(2019)0167A8-0082/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0065),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0040/2019),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 februari 2019(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0082/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma vastgelegd door Verordening (EU) nr. 1288/2013, in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/499.)

(1) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


Luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU ***I
PDF 127kWORD 48k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van de luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot‑Brittannië en Noord‑Ierland uit de Europese Unie (COM(2018)0894 – C8-0514/2018 – 2018/0434(COD))
P8_TA(2019)0168A8-0061/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0894),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0514/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 februari 2019(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 22 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0061/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van de luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/494.)

(1) Nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.


Samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan ***
PDF 112kWORD 48k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Unie, van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds (15093/2016 – C8-0107/2018 – 2015/0302(NLE))
P8_TA(2019)0169A8-0026/2019

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (15093/2016),

–  gezien het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds (05385/2015),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens de artikelen 207 en 209 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), en lid 8, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0107/2018),

–  gezien zijn niet-wetgevingsresolutie van 13 maart 2019(1) over het ontwerp van besluit,

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0026/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Islamitische Republiek Afghanistan.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0170.


Samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan (resolutie)
PDF 190kWORD 66k
Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Unie, van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds (15093/2016 – C8-0107/2018 – 2015/0302M(NLE))
P8_TA(2019)0170A8-0058/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerpbesluit van de Raad (15093/2016),

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en de lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds(1), ondertekend op 18 februari 2017 door de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Federica Mogherini,

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad op 6 februari 2018 heeft ingediend krachtens artikel 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 207, 209, 218, lid 6, onder a), tweede alinea, en artikel 218, lid 8, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (C8‑0107/2018),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 13 maart 2019 over het voorstel voor een besluit van de Raad(2),

–  gezien de voorlopige toepassing van de delen van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling (CAPD) onder de exclusieve bevoegdheid van de EU sinds 1 december 2017,

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2013 over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Afghanistan(3),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Afghanistan, met name die van 16 december 2010 over een nieuwe strategie voor Afghanistan(4), die van 15 december 2011 over de begrotingscontrole van financiële steun door de EU aan Afghanistan(5), die van 12 maart 2014 over de regionale rol van Pakistan en politieke betrekkingen met de EU(6), die van 8 oktober 2015 over de doodstraf(7), die van 26 november 2015 over Afghanistan, met name de moorden in de provincie Zabul(8), die van 28 april 2016 over aanvallen op ziekenhuizen en scholen (schendingen van het internationaal humanitair recht)(9), die van 5 april 2017 over de aanpak van de vluchtelingen- en migrantenbewegingen: de rol van het externe optreden van de EU(10), die van 13 september 2017 over de politieke betrekkingen van de EU met India(11), en die van 14 december 2017 over de situatie in Afghanistan(12),

–  gezien de conclusies van de Raad van 19 november 2018 en van 16 oktober 2017 over Afghanistan,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de VV/HV en de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 24 juli 2017 getiteld "Bouwstenen voor een EU-strategie ten aanzien van Afghanistan" (JOIN(2017)0031),

–  gezien het meerjarige indicatieve programma voor Afghanistan voor de periode 2014‑2020 in het kader van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking van de Unie,

–  gezien de EU-routekaart per land 2018-2020 voor samenwerking met het maatschappelijk middenveld in Afghanistan,

—  gezien de beëindiging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL Afghanistan) in 2016,

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN van 10 september 2018 over de situatie in Afghanistan en de implicaties hiervan voor de internationale vrede en veiligheid,

—  gezien de "Gezamenlijke koersbepaling van de EU en Afghanistan inzake migratie" van 2 oktober 2016,

—  gezien resoluties 2210 (2015) en 2344 (2017) van de VN-Veiligheidsraad en het mandaat van de VN-bijstandsmissie in Afghanistan (Unama),

–  gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van intern ontheemden van 12 april 2017 over zijn bezoek aan Afghanistan,

–  gezien het verzoek van 3 november 2017 van Fatou Bensouda, hoofdaanklager bij het Internationaal Strafhof, om een onderzoek in te stellen naar de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die sinds 1 mei 2003 in Afghanistan gepleegd zouden zijn,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien de ministeriële conferentie over Afghanistan van 27 en 28 november 2018 in Genève,

—  gezien de resultaten van de internationale conferentie over Afghanistan, die op 5 oktober 2016 in Brussel is gehouden onder medevoorzitterschap van de Europese Unie, en de wederzijdse verbintenissen die zijn gedaan tijdens de internationale conferenties over Afghanistan in Bonn op 5 december 2011, in Tokio op 8 juli 2012 en in Londen op 4 december 2014,

–  gezien de conferentie over Afghanistan van 26 en 27 maart 2018 in Tasjkent,

—  gezien het "Hart van Azië"-proces dat gelanceerd is in Istanbul op 2 November 2011,

—  gezien de Verklaring van Kabul van 22 december 2002 over goede nabuurschapsbetrekkingen,

–  gezien de Internationale strijdmacht voor bijstand aan de veiligheid (ISAF) van de VN, onder leiding van NAVO (2003-2014), en de conclusies van de NAVO-top die op 24 en 25 mei 2017 in Brussel werd gehouden, met betrekking tot het voortzetten van haar missie "Resolute Support" (opleiding, advies en bijstand) (2014 tot heden),

–  gezien het plan voor humanitaire hulp van Afghanistan (2018-2021),

–  gezien het kader voor zelfredzaamheid door wederzijdse verantwoording (SMAF), overeengekomen tijdens de conferentie in Brussel over Afghanistan van 4 en 5 oktober 2016,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken, het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie internationale handel (A8-0058/2019),

A.  overwegende dat de Raad op 10 november 2011 een besluit heeft aangenomen tot machtiging van de Commissie tot het voeren van onderhandelingen voor een CAPD tussen de Europese Unie en de Islamitische Republiek Afghanistan(13); overwegende dat de CAPD vanaf 1 december 2017 reeds voorlopig en gedeeltelijk wordt toegepast, voordat het Europees Parlement hiertoe zijn goedkeuring heeft verleend;

B.  overwegende dat de VV/HV en de Commissie op 13 januari 2016 het gezamenlijke voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de CAPD aan de Raad hebben voorgesteld als een overeenkomst tussen de Europese Unie en Afghanistan (een uitsluitend de EU betreffende overeenkomst);

C.  overwegende dat de lidstaten weliswaar akkoord gaan met de essentie van de CAPD, maar dat ze hun voorkeur hebben uitgesproken voor een "gemengde" overeenkomst met voorlopige toepassing; overwegende dat ze de Commissie en de VV/HV daarom hebben gevraagd de voorstellen in die zin te herzien, om rekening te houden met de gemengde en voorlopige toepassing;

D.  overwegende dat de CAPD op 18 februari 2017 is ondertekend;

E.  overwegende dat de CAPD de grondslag zal vormen van de betrekkingen tussen de EU en Afghanistan voor de volgende tien jaar, en automatisch telkens voor vijf jaar zou kunnen worden verlengd;

F.  overwegende dat het Parlement tijdens de onderhandelingen gedeeltelijk maar niet volledig op de hoogte werd gehouden; overwegende dat het Parlement de onderhandelingsrichtsnoeren voor de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van de Raad pas op 16 maart 2018 heeft ontvangen in plaats van in november 2011 toen het Parlement op de hoogte werd gesteld van het besluit om de onderhandelingen van start te laten gaan;

G.  overwegende dat dit rechtskader voortbouwt op de huidige EU-strategie ten aanzien van Afghanistan en op de ruime externe financieringsbijstand van de EU;

H.  overwegende dat de CAPD de eerste contractuele verbintenis tussen de EU en Afghanistan zal zijn, die een bevestiging vormt van de EU-inzet voor de toekomstige ontwikkeling van Afghanistan tijdens het "decennium voor verandering" (2014-2024), en de historische, politieke en economische banden tussen de twee partijen versterkt;

I.  overwegende dat de CAPD de beginselen en voorwaarden weergeeft waarop het toekomstige partnerschap tussen de EU en Afghanistan gegrondvest zal zijn (de titels I en II), met onder meer de mensenrechtenbepalingen en de belangrijke bepalingen over de non-proliferatie van massavernietigingswapens; overwegende dat de CAPD voorziet in de mogelijkheid van samenwerking op velerlei gebieden, onder meer ontwikkeling (titel III), handel en investeringen (titel IV), justitie en de rechtsstaat (titel V), met inbegrip van de strijd tegen de georganiseerde misdaad, witwassen van geld en drugshandel, samenwerking inzake migratie en een mogelijke overnameovereenkomst in de toekomst, evenals sectorale samenwerking (titel VI);

J.  overwegende dat de CAPD de EU en Afghanistan ook in staat zal stellen om gezamenlijk wereldwijde uitdagingen aan te pakken, zoals nucleaire veiligheid, non-proliferatie en klimaatverandering;

K.  overwegende dat Afghanistan op een cruciaal punt staat, wat betekent dat, als er geen verdere inspanningen komen, het gevaar bestaat dat alle inzet, voortgang en opoffering ten voordele van de ontwikkeling van Afghanistan verloren zullen gaan;

L.  overwegende dat de opkomst van de terreurdreiging van de met Da'esh gelinkte groep die bekend staat als Islamitische Staat-Khorasan (IS-KP), fors heeft bijgedragen tot de verdere verslechtering van de veiligheidssituatie; overwegende dat de Afghaanse overheid sinds mei 2018 56 % van de provincies van Afghanistan in handen heeft, evenals 56 % van het grondgebied met 65 % van de bevolking en dat daarnaast nog wordt gestreden om 32 % van de provincies en dat 12 % in handen is van opstandelingen(14),(15);

M.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten sinds 2002 samen de grootste internationale donor voor Afghanistan en de Afghaanse bevolking vormden, en meer dan 3,66 miljard euro aan ontwikkelings- en humanitaire hulp hebben verstrekt; overwegende dat volgens het meerjarige indicatieve programma voor Afghanistan (2014-2020) voor de periode 2014-2020 nieuwe financiering voor ontwikkeling wordt toegewezen voor een bedrag van 1,4 miljard EUR; overwegende dat het bbp van Afghanistan momenteel 20 miljard USD bedraagt en dat het groeipercentage sinds 2014 is gedaald; overwegende dat de Afghaanse economie nog altijd voor een aantal uitdagingen gesteld wordt, onder meer corruptie, lage belastinginning, slechte infrastructuur en een zwakke banencreatie;

N.  overwegende dat sinds 2001 tal van EU-lidstaten, NAVO-partners en bondgenoten met militaire en civiele middelen hebben bijgedragen aan de stabilisering en ontwikkeling van Afghanistan, en dat daarbij doden en zwaar gewonden zijn gevallen; overwegende dat een stabiel en onafhankelijk Afghanistan dat voor zichzelf kan zorgen en geen toevluchtsoord meer wil zijn voor terroristische groeperingen nog altijd van het grootste belang is voor de veiligheid van de NAVO, de EU en haar lidstaten; overwegende dat er zich nog steeds meer dan 3 000 militairen uit de lidstaten van de EU in Afghanistan bevinden waar zij deelnemen aan de NAVO-operatie "Resolute Support";

O.  overwegende dat er 2,5 miljoen vluchtelingen geregistreerd staan en dat tussen 2 en 3 miljoen Afghanen zonder papieren zich in Iran en Pakistan bevinden; overwegende dat er in Afghanistan als gevolg van het conflict meer dan 2 miljoen intern ontheemden zijn, van wie meer dan 300 000 in 2018 ontheemd raakten; overwegende dat veel van die mensen geen voedselzekerheid of fatsoenlijk onderdak hebben, dat ze onvoldoende toegang hebben tot sanitaire en gezondheidsvoorzieningen en dat ze niet worden beschermd, en overwegende dat het in veel gevallen gaat om kinderen die zijn aangemerkt als bijzonder kwetsbaar voor het risico op kinderarbeid, seksueel misbruik of mogelijke rekrutering door criminele groeperingen; overwegende dat sinds begin 2018 meer dan 450 000 Afghaanse burgers uit Iran zijn teruggekeerd of weggevoerd; overwegende dat de Pakistaanse regering heeft aangekondigd dat de 1,7 miljoen Afghaanse vluchtelingen die in dat land geregistreerd zijn, gedwongen naar Afghanistan zullen moeten terugkeren;

P.  overwegende dat de corruptie in Afghanistan volgens de VN de legitimiteit van de staat ondergraaft en een ernstige bedreiging vormt voor goed bestuur en duurzame ontwikkeling omdat hierdoor wordt verhinderd dat er een "echte" economie op gang komt;

Q.  overwegende dat Afghanistan een door land omsloten laaginkomensland is dat kampt met de nasleep van een conflict, en daardoor de internationale gemeenschap en haar instellingen voor bijzondere uitdagingen stelt;

R.  overwegende dat Afghanistan, volgens de Global Adaptation Index, een van de kwetsbaarste landen voor klimaatverandering ter wereld is;

S.  overwegende dat nieuwe dreigingen en internationale crises in de lucht hangen en dat het publiek daardoor de situatie in Afghanistan uit het oog verliest en er niet langer steun en bezorgdheid aan wijdt;

T.  overwegende dat naar schatting 87 % van de Afghaanse vrouwen gebukt gaat onder gendergerelateerd geweld; overwegende dat Afghanistan in de gendergelijkheidsindex van de VN van 2017 op de 153e plaats staat, op een totaal van 159 landen;

U.  overwegende dat de opiumteelt in Afghanistan in 2017 floreerde als ooit tevoren, met een toename van 63 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de opiummokkel instabiliteit en opstanden aanwakkert en terroristische groeperingen in Afghanistan van meer geld voorziet;

V.  overwegende dat de Afghaanse begroting van 2018 voor het eerst voldoet aan internationale normen voor prognoses en boekhouding;

W.  overwegende dat de politiemissie van de EU in Afghanistan in 2016 na negen jaar vooruitgang werd beëindigd;

Politiek-strategische aspecten

1.  blijft zich inzetten voor de ondersteuning van de Afghaanse overheid in haar inspanningen om een veilige, bestendige toekomst op te bouwen voor het Afghaanse volk door belangrijke hervormingen door te voeren om het bestuur en de rechtsstaat te verbeteren, terrorisme en extremisme te bestrijden, duurzame vrede en ontwikkeling te bewerkstelligen, legitieme, democratische instellingen op te bouwen, de weerbaarheid ten aanzien van de nationale en regionale veiligheidsvraagstukken te vergroten, de naleving van de mensenrechten, inclusief de rechten van de vrouw en van etnische en religieuze minderheden, te waarborgen, corruptie te bestrijden, een eind te maken aan de productie van verdovende middelen, een duurzamer begrotingsbeleid te voeren en inclusieve en duurzame economische groei en maatschappelijke en plattelandsontwikkeling te stimuleren, teneinde jongeren, die twee derde van de bevolking uitmaken, een betere toekomst te bieden; benadrukt dat een vreedzame oplossing van het conflict in Afghanistan nodig is en dat alle inspanningen op die uiterst dringende doelstelling gericht moeten zijn;

2.  onderstreept dat de ontwikkeling van Afghanistan op lange termijn zal afhangen van de verantwoordingsplicht, behoorlijk bestuur, het bieden van duurzame bescherming aan de bevolking, inclusief de uitbanning van armoede en het scheppen van banen, toegang tot maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg, onderwijs en de bescherming van fundamentele vrijheden en mensenrechten, met inbegrip van de rechten van vrouwen en minderheden; benadrukt de noodzaak om te besturen op een manier die duurzame en inclusieve economische groei waarborgt, evenals gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen ten behoeve van de Afghaanse bevolking, met volledige naleving van de sociale, milieu- en arbeidsnormen;

3.  is bezorgd over de kwetsbaarheid en de instabiliteit van de centrale overheid en het gebrek aan controle in een groot deel van het land, waardoor de impact van het conflict op de burgerbevolking wordt verergerd; vraagt de EU en de internationale gemeenschap bemiddeling te bevorderen bijvoorbeeld bij vraagstukken die na de verkiezingen onopgelost zijn gebleven;

4.  verzoekt de EU om te helpen bij inspanningen ter bestrijding van de langdurige spanningen tussen etnische groepen die bijdragen tot de afbrokkeling van het centrale gezag en om de rijke multi-etnische samenstelling van de Afghaanse samenleving te ondersteunen;

5.  benadrukt zijn steun op lange termijn voor geloofwaardige, eerlijke en transparante verkiezingen volgens de internationale normen en drukt zijn steun uit voor EU-verkiezingswaarneming in het land, inclusief waarneming van de presidentsverkiezing in 2019; Benadrukt dat ten gevolge van de chronische politieke rivaliteit de resultaten van deze verkiezing een enorme invloed zullen hebben op de toekomstige stabiliteit van de Afghaanse regering;

6.  wijst uitdrukkelijk op het enorme economische potentieel van het land dat het te danken heeft aan zijn geografische ligging en zijn menselijke en natuurlijke hulpbronnen;

7.  onderstreept dat de EU forse financiële en politieke steun verleent voor de sociale en economische ontwikkeling van Afghanistan, humanitaire hulp en regionale connectiviteit; dringt aan op verdere inspanningen voor een gezamenlijke programmering van de EU en de lidstaten;

8.  benadrukt in dit opzicht de behoefte aan een sterkere beleidscoördinatie en dialoog tussen de EU en de VS over Afghanistan en regionale kwesties;

9.  is ingenomen met het gezamenlijke communiqué dat werd aangenomen op de door de VN georganiseerde ministeriële conferentie over Afghanistan die op 27 en 28 november 2018 plaatsvond in Genève, in het licht van de toezeggingen die werden gedaan tijdens de conferentie in Brussel over Afghanistan in 2016;

Rol en verantwoordelijkheid van regionale actoren

10.  herinnert eraan dat Afghanistan door land wordt omgeven en op het kruispunt van Azië en het Midden-Oosten ligt, en erkent dat steun en positieve samenwerking van buurlanden en regionale mogendheden, in het bijzonder China, Iran, India, Rusland en Pakistan, van het grootste belang zijn voor de stabilisering, ontwikkeling en economische levensvatbaarheid van Afghanistan; betreurt dat een stabiel, succesvol Afghanistan voor deze regionale actoren niet altijd het einddoel is, en benadrukt de cruciale rol die deze landen spelen in het vredesproces; roept buurlanden op de Afghaanse export in de toekomst niet te blokkeren, zoals in het verleden is gebeurd;

11.  beklemtoont dat de mobiliteit en onophoudelijke activiteit van terreurnetwerken die actief zijn in Afghanistan en ook in Pakistan bijdragen tot de instabiele situatie in de gehele regio;

12.  wijst erop dat Afghanistan vaak verscheurd wordt door regionale mogendheden die conflicterende doelstellingen hebben; spoort deze regionale mogendheden aan de vredesinspanningen in Afghanistan ten volle te steunen; steunt regionale samenwerkingsfora, maar is bezorgd over de parallelle indirecte inmenging van enkele buurlanden van Afghanistan in het conflict, wat de vredesinspanningen ondermijnt; dringt er bij deze buurlanden op aan geen derden te betrekken bij hun rivaliteit in Afghanistan en spoort zowel buurlanden als regionale mogendheden aan ten volle samen te werken teneinde in Afghanistan een langdurige en duurzame vrede te bewerkstelligen;

13.  spoort de EU aan haar inspanningen voor dialoog en samenwerking met de regionale partners te verhogen om drugsmokkel, witwassen van geld, terrorismefinanciering en mensensmokkel te bestrijden;

14.  benadrukt het cruciale belang van infrastructuur en regionale ontwikkeling in Afghanistan voor de verbetering van de handel en connectiviteit tussen de landen van Centraal- en Zuid-Azië en als een stabiliserende factor in de regio;

15.  verzoekt de EU in haar strategieën voor Centraal- en Zuid-Azië overwegingen over de samenwerking tussen de EU en Afghanistan op te nemen;

Veiligheid en vredesopbouw

16.  blijft uiterst bezorgd over de voortdurende verslechtering van de veiligheidssituatie in Afghanistan en over de groeiende terreinwinst van de talibanmilitanten en diverse terroristische groeperingen zoals IS-KP, die aanzienlijk versterkt lijken te worden door de aanwezigheid van buitenlandse strijders; veroordeelt door deze groeperingen gepleegde aanvallen op Afghaanse burgers, veiligheidstroepen, instellingen en het maatschappelijk middenveld met klem; schaart zich andermaal volledig achter de bestrijding van alle vormen van terrorisme en drukt haar dankbaarheid uit aan alle coalities en de Afghaanse troepen en burgers die de hoogste prijs hebben betaald voor een democratisch, inclusief, welvarend, veilig en stabiel Afghanistan; merkt op dat meer dan de helft van de aanvallen die in 2018 tegen de regering gericht waren, werden toegeschreven aan IS-KP, die als doel heeft het verzoenings- en vredesproces te verstoren en te laten ontsporen; merkt bezorgd op dat de huidige jihadistische organisaties, IS-KP, Al Qaida en hun diverse dochterorganisaties, erin geslaagd zijn zich aan te passen en vaste voet aan de grond te krijgen zodat ze nu een grote bedreiging vormen voor de veiligheid van Afghanistan, de regio en Europa;

17.  benadrukt voortdurende steun van de EU voor een inclusief vredes- en verzoeningsproces onder leiding van en gestuurd door Afghanistan zelf, met inbegrip van de uitvoering van het met Hezb-e-Islami overeengekomen vredesakkoord; is bereid hieraan een bijdrage te leveren met alle EU-instrumenten zodra er een betekenisvol vredesproces op gang is gekomen; dringt er bij de taliban op aan het geweld af te zweren, deel te nemen aan het vredesproces en de Afghaanse grondwet te aanvaarden; onderstreept zijn steun voor het uitgebreide vredesaanbod dat de regering herhaaldelijk aan de taliban heeft gedaan; dringt erop aan dat het maatschappelijk middenveld volledig wordt betrokken bij die onderhandelingen; erkent dat het vraagstuk van een gecombineerde militaire aanwezigheid op de lange termijn aan de orde moet worden gesteld om de Afghaanse veiligheidsdiensten bij te staan bij hun inspanningen om het land te stabiliseren en te voorkomen dat het opnieuw een toevluchtsoord voor terroristische groeperingen en een bron van regionale instabiliteit wordt; roept alle bij het conflict betrokken partijen op het internationaal humanitair recht te eerbiedigen;

18.  is verheugd over de eerste bestandsperiode sinds 2001, Eid al-Fitr, die aantoont dat er bij de Afghanen een wijdverspreid verlangen naar vrede leeft; dringt er bij de taliban op aan om in te gaan op de oproepen van de Afghaanse president om een nieuwe bestandsperiode te laten ingaan;

19.  wijst erop dat veertig jaar oorlog en conflict, te beginnen met de invasie van Afghanistan door de Sovjet-Unie in 1979, heeft geleid tot veel van de onopgeloste problemen waarmee Afghanistan nu wordt geconfronteerd; erkent in dit verband de rol van jongeren en van de Afghaanse diaspora bij de opbouw van een veiligere en betere toekomst voor het land; vraagt de EU steun te verlenen aan overgangsjustitie voor de slachtoffers van het geweld;

20.  merkt op dat de Unie, na de beëindiging in december 2016 van de gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid-missie EUPOL Afghanistan, waarbij speciale opleiding en advies werden verstrekt aan de Afghaanse staatspolitie en het ministerie van Binnenlandse Zaken, de samenwerking met de Afghaanse politie heeft voortgezet via de externe instrumenten van de EU, zoals het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP) waarmee ook verzoeningsmaatregelen worden gefinancierd;

21.  merkt op dat de ISAF-missie erin geslaagd is de Afghaanse nationale veiligheidstroepen van de grond af op te bouwen tot een bekwame troepenmacht van 352 000 soldaten en politieagenten, met infanterie, militaire politie, een inlichtingendienst, controle van wegen om ze vrij te maken van geïmproviseerde explosieven, capaciteiten op medisch, logistiek en luchtvaartgebied, en dat zij er op die manier in geslaagd is de invloed van opstandelingen in het land te bestrijden;

22.  merkt op dat ISAF een veilige omgeving voor beter bestuur en sterkere economische ontwikkeling tot stand heeft gebracht, die heeft geleid tot de grootste procentuele toename van basisvoorzieningen voor de gezondheidszorg en andere ontwikkelingsindicatoren in eender welk land; merkt op dat het succes van ISAF ook heeft geleid tot de opkomst van levendige media en dat miljoenen Afghanen nu hun stemrecht uitoefenen;

23.  moedigt de "Resolute Support"-missie van de NAVO verder aan om het Afghaanse leger te blijven opleiden en superviseren; moedigt de lidstaten aan om de nationale en lokale overheden van Afghanistan opleidingen aan te bieden over civiel crisisbeheer;

24.  spoort de NAVO en de EU aan om samen te werken bij het verzamelen van inlichtingen over opstandelingengroepen die Afghanistan bedreigen en de beleidsaanbevelingen aan de Afghaanse veiligheidstroepen gezamenlijk te coördineren;

25.  betreurt ten zeerste dat de taliban en andere opstandelingengroepen de aanwezigheid van de EU en de internationale gemeenschap in Afghanistan en de door hen gerealiseerde ontwikkeling, voor propagandadoeleinden gebruiken in een discours waarin wordt gesteld dat buitenlandse bezettingsmachten Afghanistan in hun greep houden en de Afghaanse manier van leven willen vernietigen; spoort de EU en de Afghaanse regering aan dergelijke propaganda tegen te gaan;

26.  onderstreept het feit dat de bestrijding van terrorismefinanciering van cruciaal belang is om in Afghanistan een veiligheidsbevorderend klimaat te scheppen; dringt er bij alle betrokken partners op aan meer inspanningen te leveren voor de ontmanteling van alle netwerken die terrorisme financieren, en onder meer het misbruik van hawalanetwerken en internationale donaties hiervoor te beëindigen, teneinde radicalisering, extremisme en de rekruteringsmethoden die Afghaanse terroristische organisaties nog steeds hanteren te bestrijden;

27.  spoort de Afghaanse regering aan alle nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de preventie en bestrijding van de verspreiding van extremistische ideologieën de hoogste prioriteit krijgen;

28.  steunt het Afghaanse programma voor vrede en herintegratie, aan de hand waarvan talibanleden die zich overgeven en geweld afzweren opnieuw in de samenleving worden opgenomen; prijst het VK omdat dit hieraan reeds meer dan 9 miljoen GBP heeft bijgedragen;

29.  verzoekt de regering van Afghanistan de resoluties over vrouwen, vrede en veiligheid van de VN-Veiligheidsraad volledig ten uitvoer te leggen en te garanderen dat vrouwen inspraak hebben, bescherming genieten en rechten kunnen uitoefenen tijdens de gehele conflictcyclus, van conflictpreventie tot de wederopbouw na afloop van het conflict;

30.  spoort de Afghaanse overheid aan effectieve chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) afweermiddelen uit te werken; dringt er bij de EU op aan operationele, technische en financiële steun te verlenen voor de CBRN-capaciteitsopbouw;

31.  moedigt de Afghaanse overheid aan haar binnenlandse controlesystemen voor de bestrijding van de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens (SALW) te versterken in overeenstemming met de bestaande internationale normen;

Staatsopbouw

32.  benadrukt dat het voor de Afghaanse overheid en de internationale gemeenschap noodzakelijk is om zich krachtiger in te zetten teneinde een einde te maken aan de corruptie in het land, om responsieve en inclusieve instellingen te versterken en het lokaal bestuur te verbeteren aangezien dit allemaal cruciale stappen zijn voor de opbouw van een stabiele en legitieme staat die conflicten en opstanden kan voorkomen; roept de Afghaanse regering op de nationale capaciteit om gestolen activa terug te vorderen te verhogen via programma's als het Stolen Asset Recovery Initiative van de Wereldbankgroep en het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC);

33.  verzoekt de regering van Afghanistan de politieke inclusiviteit te versterken, de verantwoordingsplicht te vergroten en corruptie actief te bestrijden;

34.  beklemtoont dat de kloof tussen de nationale en lokale overheden van Afghanistan moet worden gedicht; erkent dat dit probleem mogelijk kan worden verzacht als de regering van Afghanistan het statuut afdwingt waarbij regionale bestuurders zich moeten vestigen in de regio's die zij vertegenwoordigen;

35.  verzoekt de EU ervoor te zorgen dat de EU-middelen worden geïnvesteerd in projecten die de Afghaanse bevolking helpen, en dat passende ondersteuning wordt geboden aan gemeenten bij de verlening van essentiële diensten en het opbouwen van lokaal bestuur teneinde een basislevensstandaard voor de bevolking te garanderen, de coördinatie tussen centrale autoriteiten en lokale gemeenten te garanderen teneinde de prioriteiten waarin geïnvesteerd moet worden, te identificeren, de steun aan het maatschappelijk middenveld, met name mensenrechtenactivisten, te vergroten, en in het bijzonder prioriteit te verlenen aan de financiering voor projecten die actoren steunen die verantwoordingsplicht, mensenrechten en democratische beginselen bevorderen en die een lokaal ingebedde dialoog en regelingen voor geschillenbeslechting aanmoedigen;

36.  roept de EU op om haar afbouwplan sinds de beëindiging van de EUPOL-missie voort te zetten, om onder andere een duurzame overgang van de activiteiten naar de lokale en internationale partners van EUPOL te verzekeren; spoort alle partijen aan om hun inspanningen voort te zetten om de Afghaanse nationale politie om te vormen tot een professionele politiemacht die bescherming en veiligheid biedt, om alle wetshandhavingsinstellingen te versterken, met een bijzondere nadruk op de onafhankelijkheid van het rechtsstelsel, om de toestand in de Afghaanse gevangenissen te verbeteren en om de rechten van gevangenen te eerbiedigen;

37.  betreurt dat drugsbestrijdingscampagnes in Afghanistan steevast mislukken en dat er onvoldoende inspanningen zijn gedaan om de drugslaboratoria van de taliban en internationale criminele netwerken, die het hart van de drugshandel vormen en die financiering verschaffen aan de taliban en aan terreuroperaties, aan te pakken; steunt en onderschrijft de nieuwe drugsbestrijdingsstrategie van de Afghaanse overheid, die ook wordt gesteund door het UNODC; maakt zich zorgen over de toename van de opiumteelt in Afghanistan(16) en vraagt de regering van Afghanistan om beleidsmaatregelen toe te passen om deze trend te keren; merkt op dat het van cruciaal belang is om haalbare en duurzame alternatieven voor de papaverproductie te vinden en deze aan de producenten ervan aan te bieden;

38.  onderstreept dat de voornaamste inkomstenbronnen van de taliban illegale mijnbouw en de opiumproductie zijn; merkt op dat de taliban volgens recente ramingen jaarlijks 200 tot 300 miljoen EUR verdienen aan illegale mijnbouw;

39.  roept op tot de invoering van passende controles en waarborgen en verhoogde transparantie om de doeltreffendheid van het openbaar bestuur, inclusief financieel beheer en de preventie van enig misbruik van buitenlandse of ontwikkelingshulp, te verzekeren in lijn met de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp;

40.  is verheugd over het feit dat de EU in 2016 een overeenkomst voor staatsopbouw met Afghanistan (State Building Contract - SBC) heeft ondertekend, waarbij gedurende een periode van twee jaar 200 miljoen EUR aan begrotingssteun wordt toegewezen om overheidsinstellingen te versterken en de middelen voor ontwikkelingsprioriteiten, zoals het stimuleren van de economische groei, het terugdringen van de armoede en de bestrijding van corruptie, te verhogen; benadrukt dat de middelen doeltreffend moeten worden gebruikt;

41.  merkt op dat de SBC steunt op een in het algemeen positieve beoordeling van de voortgang die Afghanistan heeft geboekt op belangrijke hervormingsgebieden; erkent het belang van de SBC in het kader van de vaststelling van de doelstellingen en de voorwaarden voor financiering; benadrukt voorts het belang van toezicht en systematische monitoring om misbruik te voorkomen: onderstreept dat de Afghaanse regering de nadruk moet leggen op ontwikkeling en stabiliteit; roept de Commissie op het Parlement regelmatig op de hoogte te brengen van de uitvoering van de SBC en benadrukt dat haar bevindingen in dit verband moeten worden gebruikt om de voortzetting van de activiteiten op het gebied van begrotingssteun voor de periode 2018‑2021 voor te bereiden;

Maatschappelijke organisaties en mensenrechten

42.  is ingenomen met het feit dat de CAPD tussen de EU en Afghanistan de nadruk legt op de dialoog over mensenrechtenkwesties, inclusief de rechten van vrouwen, kinderen, en etnische en religieuze minderheden, teneinde de toegang tot middelen te waarborgen en de volledige uitoefening van hun grondrechten te ondersteunen, onder meer door meer vrouwen in dienst te nemen bij de Afghaanse overheidsinstanties, alsook bij de veiligheids- en gerechtelijke diensten; verzoekt Afghanistan werk te maken van de uitbanning van alle vormen van geweld tegen en de discriminatie van vrouwen en meisjes; benadrukt dat meer moet worden gedaan om de in titel I en titel II opgenomen CAPD-bepalingen uit te voeren;

43.  benadrukt dat de EU standvastig moet blijven wat betreft de tenuitvoerlegging van de mensenrechten en dat democratische beginselen, mensenrechten, in het bijzonder de rechten van vrouwen en minderheden, en de rechtsstaat essentiële onderdelen van de overeenkomst vormen; herhaalt nogmaals dat de EU specifieke maatregelen moet nemen indien de regering van Afghanistan essentiële onderdelen van de overeenkomst schendt;

44.  herinnert eraan dat de EU zich voornamelijk richt op de verbetering van de omstandigheden van vrouwen, kinderen, mensen met een handicap en mensen in armoede en dat deze groepen een bijzondere behoefte hebben aan hulp, inclusief op het gebied van gezondheid en onderwijs;

45.  is ingenomen met de zeer prominente plek die gendergelijkheid en verwante beleidsmaatregelen in de overeenkomst innemen en de sterke focus in de overeenkomst op de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld; roept de EU op om gelijkheid tussen vrouwen en mannen en de empowerment van vrouwen verder te bevorderen met behulp van haar inspanningen op het gebied van ontwikkelingshulp, rekening houdend met het feit dat om de maatschappelijke houding tegenover de sociaaleconomische rol van vrouwen te veranderen overeenkomstige maatregelen moeten worden genomen op het gebied van bewustmaking, onderwijs en de hervorming van het regelgevingskader;

46.  beklemtoont dat etnische en religieuze minderheden die worden bedreigd of aangevallen, moeten worden beschermd; merkt op dat de etnische groep van de sjiitische Hazara's vaker een doelwit vormt dan andere groepen en daarom bijzondere aandacht verdient;

47.  pleit voor de versterking en ondersteuning van nationale en regionale mensenrechteninstellingen, maatschappelijke organisaties en de academische wereld in Afghanistan; dringt er bij zijn internationale tegenhangers op aan om nauwere samenwerking en contacten met deze Afghaanse partners aan te moedigen;

48.  steunt de inspanningen van het Internationaal Strafhof om mensen rekenschap te laten afleggen voor de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid die sinds mei 2003 in Afghanistan gepleegd zouden zijn;

49.  is bezorgd over het groeiende aantal gewelddadigere en doelbewustere aanvallen op gezondheidszorgvoorzieningen en gezondheidswerkers, en over de aanvallen op burgerinfrastructuur; dringt er bij alle partijen op aan dat zij hun verplichtingen in het kader van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht nakomen, teneinde aanvallen tegen burgers en burgerinfrastructuur te voorkomen;

50.  verzoekt de Afghaanse regering om een onmiddellijk moratorium in te stellen op de toepassing van de doodstraf, en dit te beschouwen als een stap in de richting van volledige afschaffing;

Ontwikkeling en handel

51.  erkent dat het einddoel van de EU-hulp aan Afghanistan is de armoede uit te bannen en de overheid en de economie van het land te helpen ontwikkelen tot een staat van onafhankelijkheid en groei met interne ontwikkeling en regionale samenwerking via buitenlandse handel en duurzame overheidsinvesteringen, teneinde de overmatige afhankelijkheid van buitenlandse hulp te verminderen, door bij te dragen aan de sociale, economische en milieuontwikkeling van Afghanistan;

52.  merkt op dat Afghanistan een van de landen ter wereld is die de meeste ontwikkelingssteun ontvangen en dat de EU‑instellingen tussen 2002 en 2016, 3,6 miljard euro aan steun voor dit land hebben vastgelegd; betreurt het feit dat het deel van de Afghaanse bevolking dat in armoede leeft, van 38 % (2012) tot 55 % (2017) is gestegen en benadrukt het feit dat het land sinds 2014 te maken heeft met een langzame groei door de geleidelijke terugtrekking van de internationale veiligheidstroepen, de daarmee gepaard gaande verlagingen van internationale subsidies, en de verslechterende veiligheidssituatie;

53.  beklemtoont dat de hoge werkloosheid moet worden aangepakt en dat de armoede moet worden bestreden zodat er kan worden gewerkt aan vrede en stabiliteit in het land;

54.  beklemtoont dat meer banen buiten de landbouw en de overheid nodig zijn om te voorkomen dat jonge mannen worden gerekruteerd door de taliban en andere opstandelingennetwerken;

55.  is verheugd over het Afghaans Nationaal Vredes- en Ontwikkelingskader uit 2016 (ANPDF) en het Kader voor zelfredzaamheid door wederzijdse verantwoording (SMAF) die zijn aangenomen door de Afghaanse regering; roept de EU en haar lidstaten op om, door middel van de CAPD, de door het land zelf gevolgde ontwikkelingsprioriteiten te blijven ondersteunen overeenkomstig de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking;

56.  verzoekt de VV/HV en de Commissie om alle maatregelen van de EU in Afghanistan regelmatig te beoordelen aan de hand van expliciete kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, met name in verband met ontwikkelingshulp, goed bestuur, onder meer justitie, eerbiediging van de mensenrechten en veiligheid; vraagt in dit verband ook om een beoordeling van de relatieve effecten van deze EU-maatregelen op de algemene toestand van het land en de mate van coördinatie en samenwerking tussen actoren van de EU en andere internationale missies en maatregelen, en dringt erop aan dat deze bevindingen en aanbevelingen worden gepubliceerd en dat verslag wordt uitgebracht aan het Parlement;

57.  betreurt het feit dat de buitenlandse hulp weinig effect heeft gesorteerd, ondanks de aanzienlijke omvang ervan; verzoekt de Europese Rekenkamer een speciaal verslag op te stellen over de doeltreffendheid van de bijstand die de EU het voorbije decennium aan Afghanistan heeft verstrekt;

58.  spoort de EU en andere internationale agentschappen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van Afghanistan aan om samen te werken met de Afghaanse media en aldus te zorgen voor strategische communicatie over de ontwikkelingsinspanningen, de bronnen, doelstellingen en gevolgen ervan voor de Afghaanse bevolking;

59.  wijst erop dat er momenteel een gebrek aan burgerdeskundigen is in Afghanistan; spoort de EU en haar lidstaten ertoe aan om burgerdeskundigen in dienst te nemen en naar behoren op te leiden op belangrijke terreinen die van cruciaal belang zijn voor de economische ontwikkeling en de drugsbestrijding, zodat ze Afghaanse functionarissen en de plaatselijke bevolking kunnen bijstaan en opleiden;

60.  onderstreept dat het noodzakelijk is het onderwijssysteem in Afghanistan te ondersteunen, teneinde het aantal schoolgaande kinderen op alle niveaus te vergroten;

61.  is ingenomen met de vertienvoudiging van het aantal inschrijvingen op scholen sinds 2001, waarbij meisjes 39 % van de leerlingen vormen;

62.  dringt erop aan dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de jongere generatie en vraagt om programma's zoals Erasmus+ en Horizon 2020 volop te benutten om verbanden tot stand te brengen tussen onderwijsinstellingen, de academische wereld, onderzoekssectoren en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's);

63.  steunt maatregelen van de EU en de lidstaten die bijdragen tot het trustfonds voor de wederopbouw van Afghanistan dat samen wordt beheerd door de Wereldbank en het ministerie van Financiën van Afghanistan en waarmee ernaar wordt gestreefd cruciale basisdiensten te verstrekken met specifieke aandacht voor gezondheid en onderwijs;

64.  is verheugd dat Afghanistan in 2016 is toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en erkent de toegevoegde waarde die handel en buitenlandse directe investeringen zullen hebben voor de toekomst van Afghanistan; erkent de positieve rol die WTO-lidmaatschap kan spelen bij de integratie van Afghanistan in de wereldeconomie;

65.  merkt op dat de EU na de toetreding van Afghanistan tot de WTO in 2016, waardoor de banden van Afghanistan met de wereldeconomie werden versterkt, het land belasting- en quotavrije toegang tot de markt van de EU heeft verleend, maar erkent dat er verdere concrete maatregelen nodig zijn om de particuliere sector de mogelijkheid te bieden van deze regeling te profiteren en op die manier de interne ontwikkeling van het land te stimuleren;

66.  beklemtoont dat de Afghaanse autoriteiten een duurzaam economisch model zouden moeten opzetten met herverdeling als basisbeginsel; verzoekt de EU Afghanistan te steunen bij zijn milieuontwikkeling en de energietransitie, aangezien de voorziening van schone en duurzame energie van essentieel belang is om de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen te versnellen;

67.  onderstreept voorts dat verdere inspanningen nodig zijn om de overheidsinstellingen beter in staat te stellen handelsstrategieën en -beleid te formuleren en uit te voeren, het grensoverschrijdende handelsverkeer te verbeteren en de kwaliteit van producten beter te doen beantwoorden aan internationale normen;

68.  vraagt om de onderlinge relaties tussen bedrijven die in de EU gevestigd zijn en de Afghaanse particuliere sector te versterken; moedigt de toepassing van gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen aan;

69.  ondersteunt ieder door de EU, de afzonderlijke lidstaten of leden van de internationale gemeenschap opgestart ontwikkelingsprogramma dat erop is gericht de eigenaars van kleine bedrijven en ondernemers bijstand te verlenen bij het vervullen van verplichtingen in verband met gerechtskosten, reglementeringen en andere belemmeringen voor de productie die anders ontmoedigend zouden werken om de markt te betreden en/of er verdere groei te realiseren;

70.  erkent dat de reserves aan bodemschatten in Afghanistan het land de mogelijkheid bieden om inkomsten te genereren en banen te creëren; merkt op dat China belangstelling heeft getoond voor deze bodemschatten en daarbij vooral interesse bleek te hebben voor zeldzame aardmetalen;

Migratie

71.  erkent dat migratie voor Afghanistan een voortdurende uitdaging is die ook problemen met zich meebrengt voor zijn buurlanden en voor de lidstaten van de EU; is bezorgd over de ongekende aantallen terugkerende migranten, voornamelijk uit Pakistan en Iran en in mindere mate uit Europa; erkent dat vraagstukken in verband met intern ontheemden en vluchtelingen het gevolg zijn van de geweldsdreiging die uitgaat van opstandelingengroepen in Afghanistan, alsook van economische en milieufactoren; benadrukt dat de inspanningen van de EU en de internationale gemeenschap gericht moeten zijn op het wegnemen van de onderliggende oorzaken van massale migratie; is ingenomen met de nationale Afghaanse strategie voor terugkeerbeheer; is evenwel bezorgd over het gebrek aan integratiebeleid aan de hand waarvan de Afghaanse autoriteiten de huidige terugkeer van migranten in goede banen zouden kunnen leiden; is ervan overtuigd dat een deugdelijke herintegratie van terugkerende migranten, met name van kinderen, voor wie toegang tot primaire en middelbaar onderwijs moet worden gegarandeerd, van cruciaal belang is om de stabiliteit in het land te waarborgen en dat mensen die zijn teruggekeerd niet mogen zijn onderworpen aan geweld of dwang;

72.  onderstreept het feit dat volgens het Bureau van de VN voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) 5,5 miljoen mensen in Afghanistan humanitaire hulp nodig hebben, waaronder mensen die intern ontheemd zijn als gevolg van conflicten of droogte, en benadrukt dat droogte heeft geleid tot de gedwongen verplaatsing van meer dan 250 000 mensen in het noorden en het westen van het land; merkt op dat het plan voor humanitaire hulp slechts voor 33,5 % wordt gefinancierd en spoort de EU en haar lidstaten derhalve aan om hun inspanningen te vergroten om de belangrijkste humanitaire uitdagingen en menselijke behoeften aan te pakken en om in het bijzonder aandacht te schenken aan kwetsbare personen, waaronder mensen die zich op moeilijk bereikbare plekken bevinden;

73.  betreurt dat ondanks artikel 28, lid 4, van de CAPD, waarin staat dat de partijen een overnameovereenkomst moeten sluiten, geen formele maar enkel informele overeenstemming is bereikt, in de vorm van de gezamenlijke koersbepaling; acht het van belang dat eventuele overeenkomsten betreffende overname worden geformaliseerd om democratische verantwoording te waarborgen; betreurt het gebrek aan parlementair toezicht en democratische controle op het sluiten van de gezamenlijke koersbepaling en benadrukt het belang van het voeren van een voortdurende dialoog met de relevante actoren om een duurzame oplossing te vinden betreffende de regionale dimensie van het vraagstuk van de Afghaanse vluchtelingen;

74.  betreurt de migratiegolf vanuit Afghanistan naar het Westen, vooral de migratie van opgeleide en jonge mensen, doordat er in het land zelf geen vooruitzichten zijn; onderstreept dat de EU bijstand verleent om het leven van de Afghaanse emigranten die in Pakistan en Iran verspreid zijn te verbeteren; verzoekt die landen deze mensen niet uit te wijzen, omdat dit zeer negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de stabiliteit en economie van Afghanistan; pleit ervoor dat de terugkeer van vluchtelingen naar huis op een veilige en ordelijke manier wordt georganiseerd en op vrijwillige basis plaatsvindt;

75.  prijst de Commissie omdat zij in 2016 een belangrijk project heeft opgericht voor betere herintegratie van migranten die terugkeren naar Afghanistan, Bangladesh en Pakistan, waarbij specifiek voor Afghanistan in de periode 2016-2020 72 miljoen EUR werd uitgetrokken;

76.  benadrukt dat de ontwikkelingshulp van de EU aan Afghanistan niet uitsluitend moet worden bekeken vanuit het oogpunt van migratie en de doelstellingen betreffende grensbeheer, en is van mening dat ontwikkelingshulp op doeltreffende wijze de onderliggende oorzaken van migratie moet aanpakken;

Sectorale samenwerking

77.  dringt er bij de Commissie op aan om voor elke sector alomvattende strategieën voor te stellen met de bedoeling wijdverbreide ontwikkeling te garanderen op alle gebieden waarop met Afghanistan wordt samengewerkt;

78.  roept op tot inspanningen om nuttig gebruik te maken van de ervaring van de EU wat betreft capaciteitsopbouw en openbaar bestuur en hervorming van het overheidsapparaat; benadrukt dat het dringend noodzakelijk is om het bestuur op het gebied van belasting te verbeteren; vraagt om maatschappelijke organisaties te ondersteunen, met volledige eerbiediging van hun verschillende etnische, religieuze, sociale of politieke achtergrond;

79.  onderstreept het feit dat landbouw 50 % van het inkomen van de Afghaanse bevolking en een kwart van het bbp van Afghanistan voor zijn rekening neemt; merkt op dat de EU heeft toegezegd om tussen 2014 en 2020 1,4 miljard EUR uit te geven aan ontwikkelingsprojecten in plattelandsgebieden; merkt voorts op dat deze projecten van cruciaal belang zijn om ervoor te zorgen dat landbouwers niet gaan deelnemen aan de zwarte economie;

80.  merkt op dat 80 % van de Afghaanse bevolking aan landbouw doet om in zijn levensonderhoud te voorzien in een omgeving die landbouw bemoeilijkt en met slechte irrigatiemethoden; ondersteunt verdere inspanningen om de voedselzekerheid te garanderen;

81.  merkt bezorgd op dat de huidige droogte in Afghanistan de ergste is sinds decennia en mensen, vee en de landbouw bedreigt; maakt zich voorts zorgen over de vaak voorkomende natuurrampen, zoals plotselinge overstromingen, aardbevingen, aardverschuivingen en strenge winters;

82.  merkt bezorgd op dat schade aan landbouwproducten zoals tarwe kan leiden tot ontheemding, armoede, hongersnood, en in sommige gevallen deelname aan de zwarte economie, en dat drie miljoen mensen een bijzonder hoog risico lopen dat zij geen voedselzekerheid hebben en niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien;

83.  erkent dat de verplaatsing naar Afghanistan van een groter gedeelte van de waardeketen betreffende de voedselverwerking het inkomen van de gezinnen zou kunnen doen toenemen, de voedselzekerheid zou kunnen vergroten, de kosten voor voeding zou kunnen verlagen en voor meer werkgelegenheid zou kunnen zorgen;

84.  spoort de EU aan om haar inspanningen voort te zetten voor de verbetering van de gezondheidszorg in Afghanistan en benadrukt het belang van vaccinatie voor iedereen, maar in het bijzonder voor diegenen die erg vatbaar zijn voor ziektes, zoals kinderen;

85.  is ingenomen met het feit dat de primaire toegang tot gezondheidszorg van 9 % gestegen is naar meer dan 57 %, dat de levensverwachting is toegenomen van 44 naar 60 jaar en dat deze verbeteringen mogelijk zijn gemaakt dankzij bijdragen van de EU, afzonderlijke lidstaten en de internationale gemeenschap; erkent in het licht van deze verwezenlijkingen dat er nog meer moet worden gedaan om de levensverwachting op te trekken en de sterfte van vrouwen in het kraambed en de zuigelingensterfte te doen dalen;

86.  veroordeelt de corrupte praktijken in het Afghaanse gezondheidzorgstelsel, zoals de invoer van illegale farmaceutische producten, uitdrukkelijk, en dringt er bij de EU op aan druk te blijven uitoefenen op de Afghaanse regering om meer inspanningen te leveren om dergelijke corrupte praktijken in de kiem te smoren;

87.  herhaalt dat er in Afghanistan behoefte is aan opgeleide gezondheidswerkers en spoort de EU en haar lidstaten aan om gezondheidswerkers te blijven uitsturen naar dat land om er lokale artsen en verpleegkundigen op te leiden;

88.  merkt op dat mensenhandel en de smokkel van migranten voor alle partijen schadelijk zijn, maar bovenal voor de Afghaanse samenleving; pleit voor een snelle tenuitvoerlegging van bestaande overeenkomsten, met inbegrip van informatie-uitwisseling, met het oog op de ontmanteling van de transnationale criminele netwerken die garen spinnen bij instabiliteit en zwakke instellingen;

Uitvoering van de CAPD

89.  is ingenomen met de CAPD als de eerste contractuele verbintenis tussen de EU en Afghanistan;

90.  merkt op dat de CAPD voorziet in de grondslag voor de ontwikkeling van betrekkingen op verschillende terreinen, zoals de rechtsstaat, gezondheid, plattelandsontwikkeling, onderwijs, wetenschap en technologie, migratie, nucleaire veiligheid en de non-proliferatie van massavernietigingswapens, en de bestrijding van corruptie, witwassen van geld, terrorismefinanciering, georganiseerde criminaliteit, drugs en klimaatverandering;

91.  is ingenomen met de oprichting van de gezamenlijke overleginstanties op bestuursniveau, met de nadruk op het houden van regelmatige dialogen over politieke onderwerpen zoals mensenrechten, in het bijzonder de rechten van vrouwen en kinderen, die een uiterst belangrijk onderdeel zijn van deze overeenkomst, en op de aanpak van problemen en het scheppen van kansen voor een krachtiger partnerschap;

92.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het ontbreken van bepalingen in de CAPD over gezamenlijk parlementair toezicht op de tenuitvoerlegging ervan; bevordert de rol van het Europees Parlement, de parlementen van de lidstaten en het Afghaanse parlement bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de CAPD;

93.  neemt kennis van het feit dat de EU de speciale vertegenwoordiger voor Afghanistan in september 2017 vervangen heeft door een speciale gezant, in overeenstemming met de structuur van de EDEO;

94.  betreurt dat de Raad heeft besloten tot voorlopige toepassing op gebieden waar het Parlement goedkeuring voor moet geven en die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen, zoals hoofdstuk inzake handel en investeringen, in plaats van, voor het nemen van deze stap, om ratificatie in een vroeg stadium van het proces te verzoeken; is van oordeel dat dit besluit niet in overeenstemming is met het beginsel van loyale samenwerking van artikel 4, lid 3, van het VEU, en de wettelijke rechten en verantwoordelijkheden van het Parlement ondermijnt;

o
o   o

95.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV, de speciale gezant van de EU voor Afghanistan, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Islamitische Republiek Afghanistan.

(1) PB L 67 van 14.3.2017, blz. 3.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0169.
(3) PB C 65 van 19.2.2016, blz. 133.
(4) PB C 169 E van 15.6.2012, blz. 108.
(5) PB C 168 E van 14.6.2013, blz. 55.
(6) PB C 378 van 9.11.2017, blz. 73.
(7) PB C 349 van 17.10.2017, blz. 41.
(8) PB C 366 van 27.10.2017, blz. 129.
(9) PB C 66 van 21.2.2018, blz. 17.
(10) PB C 298 van 23.8.2018, blz. 39.
(11) PB C 337 van 20.9.2018, blz. 48.
(12) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 85.
(13) Besluiten van de Raad van 10 november 2011 (16146/11 en 16147/11).
(14) Informatieverslag van het EASO, Afghanistan Security Situation - Update, mei 2018, https://coi.easo.europa.eu/administration/easo/PLib/Afghanistan-security_situation_2018.pdf
(15) Speciale inspecteur-generaal van de VS voor de wederopbouw van Afghanistan (SIGAR), kwartaalverslag aan het Amerikaans congres, 30 oktober 2018, https://www.sigar.mil/pdf/quarterlyreports/2018-10-30qr.pdf
(16) https://www.unodc.org/unodc/en/frontpage/2018/May/last-years-record-opium-production-in-afghanistan-threatens-sustainable-development--latest-survey-reveals.html


Deelname van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein aan eu-Lisa ***
PDF 116kWORD 47k
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 betreffende het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting, namens de Unie, van de regeling tussen de Europese Unie, enerzijds, en het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek IJsland, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein, anderzijds, over de deelname van deze landen aan het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (15832/2018 – C8-0035/2019 – 2018/0316(NLE))
P8_TA(2019)0171A8-0081/2019

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (15832/2018),

–  gezien de ontwerpregeling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek IJsland, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein (12367/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 74, artikel 77, lid 2, onder a) en b), artikel 78, lid 2, onder e), artikel 79, lid 2, onder c), artikel 82, lid 1, onder d), artikel 85, lid 1, artikel 87, lid 2, onder a), artikel 88, lid 2, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0035/2018),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0081/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de regeling;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek IJsland, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein.


Reikwijdte en mandaat voor speciale vertegenwoordigers van de EU
PDF 149kWORD 55k
Aanbeveling van het Europees Parlement van 13 maart 2019 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de reikwijdte en het mandaat voor speciale vertegenwoordigers van de EU (2018/2116(INI))
P8_TA(2019)0172A8-0171/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 3, 6, 21, 33 en 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien het besluit van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de inrichting en werking van de Europese dienst voor extern optreden(1),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over politieke verantwoordingsplicht(2),

–  gezien de jaarverslagen van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europese Parlement, over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid,

–  gezien de jaarverslagen van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 20 november 2002 tussen het Europees Parlement en de Raad over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid,

–  gezien de handleiding inzake de benoeming, het mandaat en de financiering van de speciale vertegenwoordigers van de EU van 9 juli 2007 en de desbetreffende nota van de Raad van 11 maart 2014 (7510/14),

–  gezien zijn resolutie van 8 juli 2010 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de inrichting en werking van de Europese dienst voor extern optreden(3),

–  gezien de mondiale strategie van de Europese Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, op 28 juni 2016 gepresenteerd door de VV/HV, en de daaropvolgende uitvoeringsverslagen,

–  gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van het genot van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LHBTI), die de Raad in 2013 heeft aangenomen,

–  gezien de Slotakte van Helsinki van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) uit 1975 en alle beginselen daarvan, als gronddocument voor de Europese en bredere regionale veiligheidsorde,

–  gezien zijn resoluties over de jaarverslagen van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement, over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid,

–  gezien zijn resoluties over de jaarverslagen van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld,

–  gezien zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017(4),

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2017 over de bestrijding van mensenrechtenschendingen in de context van oorlogsmisdrijven, en misdrijven tegen de menselijkheid, met inbegrip van genocide(5),

–  gezien zijn resoluties over Oekraïne waarin wordt aangedrongen op de benoeming van een speciale vertegenwoordiger (SVEU's) van de EU voor de Krim en de regio Donbas,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 13 juni 2012 over de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten(6),

–  gezien de artikelen 110 en 113 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0171/2019),

A.  overwegende dat de EU de ambitie heeft een sterkere mondiale speler te worden, zowel op economisch als op politiek gebied, die er in haar optreden en beleid naar streeft een bijdrage te leveren aan de instandhouding van internationale vrede en veiligheid en een op regels gebaseerde wereldorde;

B.  overwegende dat de speciale vertegenwoordigers van de EU (SVEU's) door de Raad worden benoemd op voorstel van de VV/HV, met het mandaat om specifieke doelstellingen met een thematisch of geografisch gebonden politieke of veiligheidsdimensie te bevorderen; overwegende dat zij een waardevol en flexibel instrument voor de EU-diplomatie zijn gebleken, aangezien zij in cruciale gebieden en situaties de EU verpersoonlijken en vertegenwoordigen, met de steun van alle lidstaten; overwegende dat de flexibiliteit van het mandaat van de SVEU's ervoor zorgt dat zij als operationeel instrument snel kunnen worden ingezet zodra er in bepaalde landen of rond bepaalde thema's bezorgdheid ontstaat;

C.  overwegende dat de SVEU's vanwege hun veelvuldige aanwezigheid op het terrein in een bevoorrechte positie verkeren om een dialoog met het maatschappelijk middenveld en lokale actoren aan te knopen en onderzoek op het terrein te verrichten; overwegende dat zij door deze directe ervaring in staat zijn op constructieve wijze bij te dragen aan beleidsvorming en de ontwikkeling van strategieën;

D.  overwegende dat er momenteel vijf regionale SVEU's zijn (voor de Hoorn van Afrika, de Sahel, Centraal-Azië, het vredesproces in het Midden-Oosten, de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië), twee landspecifieke SVEU's (Kosovo en Bosnië en Herzegovina) en één thematische SVEU die verantwoordelijk is voor de mensenrechten;

E.  overwegende dat momenteel slechts twee SVEU's vrouwen zijn;

F.  overwegende dat in het geval van SVEU's met mandaten voor specifieke landen, hun dubbele functie (de SVEU is tevens het hoofd van de EU-delegatie in het betrokken land) heeft bijgedragen aan de samenhang en efficiëntie van de aanwezigheid van de EU in de wereld; overwegende dat de inzet van meer landspecifieke SVEU's in overeenstemming moet zijn met de strategieën voor het extern optreden van de EU, gezien de versterking van de EU-delegaties via het Verdrag van Lissabon, waardoor zij de verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de coördinatie van alle EU-maatregelen ter plaatse, inclusief het beleid in het kader van het GBVB;

G.  overwegende dat er andere gebieden en conflicten zijn die een hoge prioriteit moeten krijgen, onder meer in het onmiddellijke nabuurschap van de EU, en dat deze bijzondere aandacht, een grotere betrokkenheid en een grotere zichtbaarheid van de EU vereisen, zoals in het geval van de Russische agressie in Oekraïne en illegale bezetting van de Krim;

H.  overwegende dat de SVEU's met name hun nut hebben bewezen bij het voeren van politieke dialogen op hoog niveau en door hun vermogen om partners op hoog niveau te bereiken in een uiterst gevoelig politiek klimaat;

I.  overwegende dat de SVEU's worden gefinancierd uit de GBVB-begroting, zoals in de medebeslissingsprocedure is vastgesteld door het Parlement, en dat zij verantwoording moeten afleggen tegenover de Commissie over de uitvoering van de begroting;

J.  overwegende dat de VV/HV zich ertoe heeft verbonden positief te reageren op verzoeken van het Europees Parlement om de nieuw benoemde SVEU's eerst te horen voor ze geïnstalleerd worden, en om regelmatige briefings aan het Parlement door de SVEU's te vergemakkelijken;

K.  overwegende dat de selectie van SVEU's plaatsvindt onder personen die eerder een hoog diplomatiek of politiek ambt bekleedden in hun eigen land of binnen een internationale organisatie; overwegende dat SVEU's een aanzienlijke mate van flexibiliteit en beslissingsvrijheid krijgen wat betreft de wijze waarop zij hun mandaat uitvoeren, wat bevorderlijk kan zijn om gestelde doelen te verwezenlijken, strategieën uit te voeren en de EU een toegevoegde waarde te bieden;

L.  overwegende dat de SVEU's in de eerste plaats moeten bijdragen aan de eenheid, consistentie, samenhang en doeltreffendheid van het externe optreden en de externe vertegenwoordiging van de EU; overwegende dat zij blijk geven van de belangstelling van de EU voor een bepaald land, bepaalde regio of een bepaald thematisch gebied en de zichtbaarheid van de EU vergroten, en dat zij bijdragen aan de uitvoering van bepaalde strategieën of beleid van de EU ten aanzien van het land, de regio of het thema waarop hun mandaat betrekking heeft;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het volgende aan:

Mandaat

Instrumenten

Persoonlijk profiel

Bestreken gebieden

Interactie en samenwerking

   (a) een strategische bezinning voor te bereiden over de inzet, de rol, het mandaat en de bijdrage van de SVEU's in het licht van de uitvoering van de integrale EU-strategie;
   (b) ervoor te zorgen dat er alleen SVEU's worden benoemd als het gebruik van dit instrument een duidelijke toegevoegde waarde heeft, d.w.z. als hun taken niet doeltreffend kunnen worden vervuld door bestaande structuren binnen de EDEO, met inbegrip van EU-delegaties, of binnen de Commissie;
   (c) ervoor te zorgen dat de SVEU's in de eerste plaats worden ingezet om de inspanningen van de EU op het gebied van conflictpreventie en -oplossing en uitvoering van de EU-strategieën op te voeren, in het bijzonder door middel van bemiddeling en de facilitering van dialoog, en om de beleidsdoelstellingen van de EU te bevorderen op specifieke thematische gebieden die alle onder de bevoegdheid van externe betrekkingen vallen en onder naleving van het internationaal recht;
   (d) te voorkomen dat er een wildgroei van SVEU's en een versnippering van hun mandaten optreedt hetgeen tot overlappingen met andere EU-instellingen en tot hogere coördinatiekosten zou leiden;
   (e) ervoor te zorgen dat de mandaten en werkzaamheden van SVEU's op het gebied van regionale veiligheid en conflictpreventie, -bemiddeling en -oplossing uitgaan van de beginselen van het internationaal recht zoals vastgelegd in de Slotakte van Helsinki uit 1975 en andere essentiële normen van het internationaal recht, alsook van de vreedzame oplossing van conflicten, als essentieel onderdeel van de Europese veiligheidsorde en zoals benadrukt in de integrale EU-strategie; en dat deze in overeenstemming zijn met alle door de EU vastgestelde regels en beleidsmaatregelen ten aanzien van de regio of het conflict dat onder hun verantwoordelijkheid valt;
   (f) alle mogelijke middelen in overweging te nemen die de rol van de SVEU's als doeltreffend instrument van het externe beleid van de EU versterken, een instrument om initiatieven voor het buitenlands beleid van de EU te ontwikkelen en uit te voeren, en om synergiën te bevorderen, met name door ervoor te zorgen dat SVEU's vrij kunnen reizen binnen het gebied dat onder hun mandaat valt, met inbegrip van conflictgebieden, om hun taken op doeltreffende wijze te kunnen uitvoeren;
   (g) te zorgen voor grotere transparantie en zichtbaarheid van het werk van de SVEU's, onder meer door hun bezoeken aan landen, hun werkprogramma en hun prioriteiten bekend te maken en afzonderlijke websites tot stand te brengen om openbaar toezicht op hun optreden mogelijk te maken;
   (h) de elementen te versterken die de toegevoegde waarde van de SVEU zijn, namelijk legitimiteit op basis van de steun van de VV/HV en de lidstaten, nationale, regionale en thematische verantwoordelijkheden, politiek gewicht, flexibiliteit, en een betere aanwezigheid en zichtbaarheid van de EU in partnerlanden, zodat het profiel van de EU als doeltreffende internationale speler wordt versterkt;
   (i) voor een passende lengte van het mandaat te zorgen, hetgeen de aanwerving van gekwalificeerd hoger personeel mogelijk maakt en ruimte laat voor de uitvoering van het mandaat, evenals het opbouwen van vertrouwen met partners, het opzetten van netwerken en het beïnvloeden van processen; te zorgen voor een regelmatige evaluatie die aansluit bij de ontwikkelingen in het land, de regio of het onderwerp in kwestie, en het ook mogelijk te maken dat het mandaat wordt verlengd indien de omstandigheden dit vereisen;
   (j) bij te dragen aan de uitvoering van EU-beleid of EU-strategieën ten aanzien van het gebied waarop het mandaat betrekking heeft, en aan de opstelling of herziening van strategieën of beleid;
   (k) ervoor te zorgen dat conflictpreventie en -oplossing, bemiddeling en facilitering van dialoog, alsook fundamentele vrijheden, mensenrechten, democratie, de rechtsstaat en gendergelijkheid, worden gezien als horizontale prioriteiten en bijgevolg als hoekstenen van het mandaat van SVEU's, en dat passende verslaglegging over de genomen maatregelen op deze gebieden wordt gewaarborgd;
   (l) evaluatie- en toezichtprocedures verplicht te stellen met aandacht voor behaalde resultaten, ondervonden obstakels, belangrijkste uitdagingen, bijdragen aan beleidsformulering en de beoordeling van de coördinatie van de activiteiten van de SVEU met andere EU-actoren, om uitwisselingen van beste praktijken te bevorderen tussen SVEU's, evenals om de prestaties te beoordelen en te overwegen de mandaten te verlengen en te evalueren;
   (m) ervoor te zorgen dat het mandaat voor Centraal-Azië in samenhang is met de EU-strategie voor Centraal-Azië van 2007, die in 2015 is herzien om de doeltreffendheid en zichtbaarheid van de Unie in de regio te vergroten;
   (n) een aanzienlijke "afkoelingsperiode" in te voeren voor SVEU's, om te waarborgen dat de hoogst mogelijke ethische normen inzake belangenvermenging worden gehanteerd;
   (o) ervoor te zorgen dat de Commissie buitenlandse zaken van het Parlement wordt betrokken bij de opstelling van de mandaten van de SVEU's, zowel de nieuwe als de verlengde;
   (p) de flexibiliteit en autonomie te handhaven die de SVEU's momenteel ervaren als een onderscheidend GBVB-instrument met een afzonderlijke financieringsbron en een bevoorrechte relatie met de Raad; tegelijkertijd de coördinatie- en rapportageverbindingen met de betrokken EDEO-directoraten (regionaal, thematisch, GVDB en crisisrespons) en met de betrokken DG's van de Commissie te versterken; te zorgen voor een snelle en transparante benoemings- en bekrachtigingsprocedure;
   (q) de tekortkomingen bij het in stand houden van het institutionele "geheugen" en de continuïteit tussen uitgaande en binnenkomende SVEU's aan te pakken door de logistieke en administratieve ondersteuning van de EDEO te versterken, met inbegrip van archivering, en hoofdzakelijk door beleidsadviseurs van de EDEO en andere EU-instellingen, waar nodig, te detacheren naar de SVEU-teams;
   (r) personen met uitgebreide diplomatieke en politieke expertise en een passend profiel tot SVEU te benoemen, waarbij zij in het bijzonder politiek gewicht in de schaal moeten kunnen leggen om banden en wederzijds vertrouwen met hooggeplaatste gesprekspartners op te bouwen; in dit verband te profiteren van de bestaande pool van personen met politieke en diplomatieke ervaring in de EU; genderevenwicht en geografisch evenwicht in acht te nemen; ervoor te zorgen dat de besluitvorming om een specifieke persoon te benoemen op transparante wijze verloopt en het besluit pas valt nadat de aanvaardbaarheid van de kandidaat is bevestigd, met name wat eventuele belangenconflicten betreft en om ervoor te zorgen dat de kandidaat voldoet aan de normen inzake ethisch handelen;
   (s) ervoor te zorgen dat de benoeming van SVEU's pas wordt bekrachtigd wanneer zij een positieve evaluatie van de Commissie buitenlandse zaken van het Parlement hebben gekregen;
   (t) te zorgen voor eenvoudiger toegang tot informatie en motiveringen betreffende geselecteerde kandidaten;
   (u) de mandaten van de SVEU's te richten op versterking van de regionale veiligheid en op conflictpreventie en -oplossing, in het bijzonder door facilitering van dialoog en bemiddeling waarbij EU-betrokkenheid een toegevoegde waarde kan zijn; ervoor te zorgen dat in geval van een thematische focus, de benoeming van een SVEU niet met de rol van de Commissie en de EDEO overlapt of deze ondermijnt;
   (v) gezien de rol van de SVEU's als specifiek diplomatiek instrument in het extern optreden van de EU en het belang van stabiliteit in het Europees nabuurschap, SVEU's aan te moedigen steeds nauwere betrekkingen tot stand te brengen met de landen die door langdurige conflicten worden getroffen, waarbij het accent erop ligt hoe belangrijk het is dat SVEU's bijdragen aan de vreedzame oplossing van conflicten in het nabuurschap van de EU;
   (w) tevredenheid te uiten over de benoeming van de nieuwe SVEU voor de mensenrechten, alsook erkenning voor het werk van de vorige SVEU op dit gebied, die zijn taak om de doeltreffendheid en zichtbaarheid van het mensenrechtenbeleid van de EU te verbeteren, met succes heeft vervuld; merkt op dat het nu ook de taak van deze SVEU is om de naleving van het internationaal humanitair recht en de ondersteuning van het internationaal strafrecht, te bevorderen;
   (x) de capaciteit en de rol van de SVEU voor de mensenrechten te versterken, en er hierbij rekening mee te houden dat deze functie een wereldwijd mandaat inhoudt en bijgevolg politieke dialoog met derde landen, relevante partners, de bedrijfswereld, het maatschappelijk middenveld en internationale en regionale organisaties vereist en omvat, alsook een optreden in de desbetreffende internationale fora;
   (y) ermee rekening houdend dat het aantal SVEU's niet aanzienlijk moet toenemen, zodat de bijzondere aard van deze functie niet uit het oog wordt verloren, de mandaten van de bestaande landspecifieke SVEU's geleidelijk af te bouwen en, in afwachting van de algemene verdeling van de verantwoordelijkheden in de komende Commissie en de EDEO, de benoeming van regionale SVEU's te overwegen; de benoeming van thematische SVEU's te overwegen voor de internationale coördinatie van de bestrijding van klimaatverandering, voor het internationaal humanitair recht en internationale rechtspraak en voor ontwapening en non-proliferatie, in het laatst genoemde geval om het werk van de huidige speciale gezant van de EU op dit gebied over te nemen;
   (z) een nieuwe SVEU te benoemen voor Oekraïne, in de eerste plaats gericht op de Krim en de regio Donbas, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de mensenrechtensituatie in de bezette gebieden, de tenuitvoerlegging van de Minsk-akkoorden, een de-escalatie in de Zee van Azov en de uitoefening van de rechten van intern ontheemden, in overeenstemming met eerdere oproepen van het Parlement in zijn resoluties;
   (aa) de interactie en coördinatie van SVEU's met de verschillende EU-instellingen, het maatschappelijk middenveld en de lidstaten te versterken, teneinde te zorgen voor maximale synergie en samenhangende inzet van alle actoren; de betrokkenheid van SVEU's bij het EU-systeem voor vroegtijdige waarschuwing bij conflicten te vergroten; ervoor te zorgen dat er geen overlappingen ontstaan met andere diplomatieke functies op hoog niveau, zoals de speciale gezanten van de EU; te zorgen voor samenwerking met andere gelijkgezinde partners en gezanten, waaronder die van de VN, de NAVO en de VS;
   (ab) gezien het feit dat het Europees Parlement medewetgever is voor de burgerlijke aspecten van de GBVB-begroting, die wordt beheerd door de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (FPI), het toezicht van het Parlement op de activiteiten van de SVEU's te versterken, alsook de verantwoordingsplicht van de SVEU's en de transparantie van hun werk te vergroten, waarbij eraan wordt herinnerd dat dit doel kan worden bereikt door regelmatig informatie uit te wisselen over de uitvoering door de SVEU's van hun mandaat, over hun werk, hun successen en de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, door middel van regelmatige en tenminste jaarlijkse bijeenkomsten en gedachtewisselingen tussen SVEU's en de betrokken organen van het EP, in het bijzonder de Commissie buitenlandse zaken, de Subcommissie mensenrechten en de Subcommissie veiligheid en defensie, en door het systematisch delen met het EP van verslagen en landspecifieke strategieën die de SVEU's aan het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) van de Raad en aan de EDEO hebben gestuurd; en er hiertoe op aan te dringen dat deze documenten worden opgenomen in het interinstitutioneel akkoord op het gebied van het GBVB;
   (ac) de interactie met het maatschappelijk middenveld en de burgers te stimuleren en de dialoog met deze partners te faciliteren, in de regio's die worden gedekt door SVEU's, als onderdeel van de preventieve diplomatie en bemiddelingsprocessen, maar ook om de zichtbaarheid van de EU te vergroten; er in het bijzonder voor te zorgen dat SVEU's zich proactief opstellen ten aanzien van actoren uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en personen met een afwijkende mening die mogelijk worden bedreigd of in het vizier worden genomen door de lokale autoriteiten;

2.  beveelt aan dat het volgende Europees Parlement van de nieuwe VV/HV verlangt om binnen de eerste zes maanden van zijn of haar mandaat te komen met een strategische bezinning op het inzetten van SVEU's, in de context van de uitvoering van de mondiale strategie en in overeenstemming met de hierboven uiteengezette beginselen en aanbevelingen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en de speciale vertegenwoordigers van de EU.

(1) PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.
(2) PB C 210 van 3.8.2010, blz. 1.
(3) PB C 351 E van 2.12.2011, blz. 454.
(4) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 130.
(5) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 69.
(6) PB C 332 E van 15.11.2013, blz. 114.


Toegankelijkheidseisen voor producten en diensten ***I
PDF 122kWORD 59k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten (COM(2015)0615 – C8-0387/2015 – 2015/0278(COD))
P8_TA(2019)0173A8-0188/2017

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0615),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0387/2015),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 mei 2016(1),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 19 december 2018 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie cultuur en onderwijs, de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid en de Commissie verzoekschriften (A8-0188/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast(2);

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2019/882.)

(1) PB C 303 van 19.8.2016, blz. 103.
(2) Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 14 september 2017 (Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0347).


Visuminformatiesysteem ***I
PDF 502kWORD 167k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [de interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG, en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (COM(2018)0302 – C8-0185/2018 – 2018/0152(COD))
P8_TA(2019)0174A8-0078/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0302),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 16, lid 2, artikel 77, lid 2, onder a), b), d) en e), artikel 78, lid 2, onder d), e) en g), artikel 79, lid 2, onder c) en d), artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0185/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0078/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot herziening van het Visuminformatiesysteem door een wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [de interoperabiliteitsverordening] en tot intrekking van Beschikking 2004/512/EG, en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad [Am. 1]

P8_TC1-COD(2018)0152


HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, artikel 77, lid 2, onder a), b), d) en e), artikel 78, lid 2, onder d), e) en g), artikel 79, lid 2, onder c) en d), artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Visuminformatiesysteem (VIS) werd opgezet bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad(4) als technologische oplossing voor de uitwisseling van visumgegevens tussen de lidstaten. Bij Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad(5) zijn het doel, de functies en de bevoegdheden met betrekking tot het VIS vastgesteld, evenals de voorwaarden en procedures voor de uitwisseling van informatie inzake visa voor kort verblijf tussen de lidstaten om de behandeling van aanvragen voor visa voor kort verblijf en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken. In Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad(6) worden de regels inzake de registratie van biometrische kenmerken in het VIS vastgelegd. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad(7) zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol toegang krijgen tot het VIS om het te raadplegen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten. Het VIS is operationeel sinds 11 oktober 2011(8) en is tussen oktober 2011 en februari 2016 geleidelijk aan ingevoerd in alle consulaten van de lidstaten in de hele wereld. [Am. 2]

(2)  Het VIS heeft ten doel de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid, de consulaire samenwerking en de raadpleging van de centrale visumautoriteiten te verbeteren door de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende aanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde: de visumaanvraagprocedure te vergemakkelijken; “visumshopping" te voorkomen, de bestrijding van identiteitsfraude te vergemakkelijken; controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen en op het grondgebied van de lidstaten te vergemakkelijken; te helpen bij de identificatie van personen die niet of niet meer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen; de toepassing te faciliteren van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad(9) en bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid in de lidstaten.

(3)  In haar mededeling van 6 april 2016 over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid(10) heeft de Commissie benadrukt dat de EU haar IT-systemen, gegevensarchitectuur en informatie-uitwisseling op het gebied van grensbeheer, rechtshandhaving en terrorismebestrijding moet versterken en verbeteren en dat de interoperabiliteit van IT-systemen moet worden bevorderd. In de mededeling werd ook opgemerkt dat informatielacunes moeten worden aangepakt, onder meer waar het gaat om onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur gezien het feit dat artikel 21 van de Schengenovereenkomst voorziet in het recht van vrij verkeer op het grondgebied van de staten die partij zijn bij de overeenkomst gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, door te zorgen voor de wederzijdse erkenning van de verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur die door deze staten worden afgegeven. De Commissie heeft daarom twee studies verricht: uit de eerste haalbaarheidsstudie(11) is geconcludeerd dat de ontwikkeling van een register technisch haalbaar is en dat het hergebruik van de VIS-structuur vanuit technisch oogpunt de beste optie zou zijn, terwijl de tweede studie(12) inzake de noodzaak en evenredigheid aantoonde dat het noodzakelijk en evenredig zou zijn om het toepassingsgebied van het VIS uit te breiden met de bovengenoemde documenten. [Am. 3]

(4)  Op 10 juni 2016 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling en informatiebeheer(13). Om de bestaande informatielacunes op het gebied van documenten die aan onderdanen van derde landen worden afgegeven, aan te pakken, heeft de Raad de Commissie verzocht de instelling te onderzoeken van een centraal register van verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur die door de lidstaten worden afgegeven, waarin informatie met betrekking tot deze documenten kan worden opgeslagen, zoals de einddatum van de geldigheidsduur en hun mogelijke intrekking. Artikel 21 van de Schengenovereenkomst voorziet in het recht van vrij verkeer op het grondgebied van de staten die partij zijn bij de overeenkomt gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, door te zorgen voor de wederzijdse erkenning van de verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur die door deze staten worden afgegeven. [Am. 4]

(5)  In zijn conclusies van 9 juni 2017 over de verdere stappen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het waarborgen van de interoperabiliteit van de EU-informatiesystemen(14) heeft de Raad erkend dat er nieuwe maatregelen nodig kunnen zijn om de huidige informatielacunes voor grensbeheer en rechtshandhaving met betrekking tot de grensoverschrijding van houders van een visum voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen aan te pakken. De Raad verzocht de Commissie dringend een haalbaarheidsstudie uit te voeren over de instelling van een centraal EU-register waarin informatie over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen wordt opgeslagen. De Commissie heeft vervolgens twee studies verricht: uit de eerste haalbaarheidsstudie(15) is geconcludeerd dat de ontwikkeling van een register technisch haalbaar is en dat het hergebruik van de VIS-structuur vanuit technisch oogpunt de beste optie zou zijn, terwijl de tweede studie(16) inzake de noodzaak en evenredigheid aantoonde dat het noodzakelijk en evenredig zou zijn om het toepassingsgebied van het VIS uit te breiden met de bovengenoemde documenten. [Am. 5]

(6)  In de mededeling van de Commissie van 27 september 2017 over de uitvoering van de Europese migratieagenda(17) is benadrukt dat het gemeenschappelijk visumbeleid van de EU niet alleen een essentieel instrument is voor het faciliteren van toerisme en bedrijfsleven, maar ook van groot belang is voor het voorkomen van veiligheidsrisico’s en risico’s van irreguliere migratie naar de EU. In de mededeling is erkend dat het gemeenschappelijk visumbeleid verder moet worden aangepast aan de huidige uitdagingen, en dat daarbij nieuwe IT-oplossingen moeten worden benut en een evenwicht moet worden gezocht tussen de voordelen van versoepeld reizen met een visum enerzijds en verbeterd migratie-, veiligheids- en grensbeheer anderzijds. Er werd ook in gesteld dat het rechtskader van het VIS zou worden herzien, om de behandeling van visumaanvragen verder te verbeteren, onder meer wat gegevensbescherming en de toegang van de rechtshandhavingsinstanties betreft, het gebruik van het VIS verder te verruimen voor nieuwe categorieën gegevens en nieuwe toepassingen van gegevens, en de interoperabiliteitsinstrumenten optimaal te benutten.

(7)  In de mededeling van de Commissie van 14 maart 2018 over de aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen(18) is opnieuw bevestigd dat het rechtskader van het VIS zou worden herzien, als onderdeel van het brede denkproces over de interoperabiliteit van informatiesystemen.

(8)  Bij de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 810/2009 is erkend dat de vraag of een voldoende betrouwbare identificatie en verificatie van de vingerafdrukken van kinderen jonger dan 12 jaar mogelijk is, en in het bijzonder op welke manier vingerafdrukken met de leeftijd evolueren, in een latere fase zou moeten worden behandeld, op basis van de resultaten van een onder de verantwoordelijkheid van de Commissie uitgevoerde studie. Uit de studie(19) die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek in 2013 heeft uitgevoerd, is gebleken dat vingerafdrukherkenning voor kinderen tussen 6 en 12 jaar onder bepaalde voorwaarden haalbaar is met een voldoende graad van nauwkeurigheid. Een tweede studie(20) heeft deze bevinding in december 2017 bevestigd en heeft meer inzicht verschaft in hoe de kwaliteit van vingerafdrukken evolueert met de leeftijd. Op basis daarvan heeft de Commissie in 2017 nog een studie uitgevoerd over de noodzaak en evenredigheid van het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen in de visumprocedure tot 6 jaar. Uit deze studie(21) is gebleken dat het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken de doelstellingen van het VIS zou helpen bereiken, met name waar het gaat om het faciliteren van de bestrijding van identiteitsfraude en het faciliteren van controles aan doorlaatposten aan de buitengrenzen, en aanvullende voordelen zou opleveren, zoals een betere preventie en bestrijding van schendingen van de rechten van het kind, doordat identificering of identiteitscontrole mogelijk wordt van kinderen uit derde landen die in het Schengengebied worden aangetroffen in een situatie waarin hun rechten mogelijk of daadwerkelijk geschonden zijn (bv. kinderen die slachtoffer zijn van mensenhandel, vermiste kinderen en niet-begeleide minderjarigen die asiel aanvragen). Er zij echter op gewezen dat kinderen een bijzonder kwetsbare groep zijn en dat het verzamelen van bijzondere categorieën gegevens van kinderen, zoals vingerafdrukken, onderworpen moet zijn aan strengere waarborgen en een beperking van de doeleinden waarvoor deze gegevens kunnen worden gebruikt in situaties waarin het in het belang van het kind is, onder meer door de bewaringstermijn voor gegevensopslag te beperken. In de tweede studie werd tevens vastgesteld dat vingerafdrukgegevens van personen boven de 70 jaar van lage kwaliteit zijn en een matige nauwkeurigheid hebben. De Commissie en de lidstaten dienen samen te werken om goede praktijken uit te wisselen en die tekortkomingen aan te pakken. [Am. 6]

(9)  Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, moeten de lidstaten het belang van het kind vooropstellen. Het welzijn, de veiligheid en de mening van het kind moeten terdege in aanmerking worden genomen, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Het VIS is met name relevant waar er een risico bestaat dat een kind slachtoffer is van mensenhandel.

(10)  De persoonsgegevens die een visumaanvrager met het oog op een visum voor kort verblijf verstrekt, moeten door het VIS worden verwerkt, zodat wordt nagegaan of de toegang van de aanvrager tot de Unie een bedreiging kan vormen voor de openbare veiligheid en volksgezondheid in de Unie en het risico van irreguliere migratie door de aanvrager kan worden beoordeeld. Wat betreft onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, moeten deze controles beperkt blijven tot wat nodig is voor de verificatie van de identiteit van de houder en van de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en om na te gaan of de toegang van een onderdaan van een derde land tot de Unie een bedreiging kan vormen voor de openbare veiligheid of volksgezondheid in de Unie. De controles mogen niet van invloed zijn op beslissingen inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen. [Am. 7]

(11)  Voor de beoordeling van de bovengenoemde risico’s is de verwerking vereist van persoonsgegevens met betrekking tot de identiteit van de persoon, het reisdocument, en in voorkomend geval, de garantsteller of, indien de aanvrager minderjarig is, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor hem. Elk element van de persoonsgegevens in de aanvraag moet worden vergeleken met de gegevens in een notitie, dossier of signalering in een informatiesysteem (het Schengeninformatiesysteem (SIS), het Visuminformatiesysteem (VIS), de Europol-databanken, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD), het inreis-uitreissysteem (EES), Eurodac, het ECRIS-TCN-systeem wat veroordelingen met betrekking tot terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten betreft en/of de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (TDAWN)), met de watchlists of met de Etias-observatielijst, of met specifieke risico-indicatoren. De categorieën persoonsgegevens die voor de vergelijking worden gebruikt, moeten behoren tot de categorieën gegevens die zijn opgenomen in de doorzochte informatiesystemen, de watchlist of de specifieke risico-indicatoren. [Am. 8]

(12)  De interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen is tot stand gebracht bij [Verordening (EU) XX inzake interoperabiliteit] om ervoor te zorgen dat de EU-informatiesystemen en hun gegevens elkaar aanvullen, interoperabiliteit (grenzen en visa)] met het oog op het verbeteren van het beheer van de buitengrenzen, het beter voorkomen en bestrijden van illegale migratie en het garanderen van een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht binnen de Unie, onder meer door handhaving van de openbare orde en veiligheid en vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten. [Am. 9. Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst]

(13)  De interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU stelt deze systemen in staat elkaar aan te vullen teneinde de correcte identificatie van personen te vergemakkelijken, bij te dragen tot de bestrijding van identiteitsfraude, vereisten inzake de gegevenskwaliteit van de respectieve Europese informatiesystemen te verbeteren en te harmoniseren, de technische en operationele implementatie van de bestaande en de toekomstige informatiesystemen van de EU door de lidstaten te vergemakkelijken, de waarborgen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming die van toepassing zijn op de informatiesystemen van de EU, te versterken, te harmoniseren en te vereenvoudigen, de gecontroleerde toegang van rechtshandhavingsinstanties tot het EES, het VIS, het [ETIAS] en Eurodac te stroomlijnen en de doelen van het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN] te ondersteunen. [Am. 10]

(14)  De interoperabiliteitscomponenten dekken gegevens in het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN] en Europol-gegevens, zodat de Europol-gegevens gelijktijdig met deze EU-informatiesystemen kunnen worden doorzocht; het is derhalve aangewezen deze componenten te gebruiken ten behoeve van automatische controles en bij de toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden. Het Europees zoekportaal moet daartoe worden gebruikt, met het oog op een snelle, naadloze, efficiënte, systematische en gecontroleerde toegang tot de EU-informatiesystemen, de Europol-gegevens en de Interpol-databanken, zoals noodzakelijk voor de uitvoering van de taken van de systemen, overeenkomstig de voor deze systemen geldende toegangsrechten, en om de doelstellingen van het VIS te ondersteunen. [Am. 11]

(15)  De vergelijking met andere databanken moet automatisch gebeuren. Indien uit een vergelijking een treffer voortkomt met persoonsgegevens of een combinatie van persoonsgegevens in de aanvragen en een notitie, dossier of signalering in een van de bovengenoemde informatiesystemen, of met persoonsgegevens op de watchlist, moet de aanvraag, wanneer de treffer niet automatisch kan worden bevestigd door het VIS, handmatig worden verwerkt door een operator van de bevoegde autoriteiten. Afhankelijk van het soort gegevens dat de treffer oplevert, moet de treffer worden beoordeeld door consulaten of door een nationaal centraal contactpunt, waarbij de laatste verantwoordelijk is voor treffers die met name door rechtshandhavingsdatabanken of -systemen worden gegenereerd. Op basis van de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet worden besloten of er al dan niet een visum voor kort verblijf wordt afgegeven. [Am. 12]

(16)  Weigering van een aanvraag voor een visum voor kort verblijf mag niet uitsluitend zijn gebaseerd op de automatische verwerking van persoonsgegevens in een aanvraag.

(17)  Wanneer een aanvraag voor een visum voor kort verblijf op grond van informatie afkomstig uit de VIS-verwerking wordt geweigerd, moet de aanvrager het recht hebben beroep aan te tekenen. Het beroep moet worden ingesteld in de lidstaat die de beslissing over de aanvraag heeft genomen, overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat. De bestaande waarborgen en regelingen inzake beroep van Verordening (EG) nr. 767/2008 moeten van toepassing zijn.

(18)  Voor het beoordelen van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf moet gebruik worden gemaakt van specifieke risico-indicatoren die afgestemd zijn op vooraf bepaalde risico’s met betrekking tot veiligheid, irreguliere migratie en volksgezondheid of hoge epidemiologisch risico's. De criteria die worden gebruikt voor het vaststellen van de specifieke risico-indicatoren mogen in geen geval uitsluitend op het geslacht of de leeftijd van een persoon zijn gebaseerd. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op informatie waaruit ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke of andere opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, het lidmaatschap van een vakvereniging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap of seksuele oriëntatie af te leiden zijn. [Am. 13]

(19)  Het fenomeen dat zich steeds nieuwe soorten veiligheidsdreigingen veiligheidsrisico's, patronen van irreguliere migratie en dreigingen voor de volksgezondheid grote epidemiologische risico's aftekenen, vereist een doeltreffende respons en moet met moderne middelen worden tegengegaan. Aangezien deze middelen gepaard gaan met de verwerking van grote hoeveelheden persoonsgegevens, moet op adequate wijze worden gewaarborgd dat de inmenging in het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en op de bescherming van persoonsgegevens wordt beperkt tot wat in een democratische samenleving noodzakelijk en evenredig is. [Am. 14]

(20)  Er moet voor worden gezorgd dat voor aanvragers van een visum voor kort verblijf of voor onderdanen van derde landen aan wie een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven, ten minste eenzelfde niveau van controle wordt toegepast als voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen. Daartoe is ook een watchlist opgesteld met informatie over personen die worden verdacht van een ernstig strafbaar feit of terrorisme of ten aanzien van wie er feitelijke aanwijzingen zijn of een redelijk vermoeden bestaat dat zij een ernstig strafbaar feit of een terroristische daad zullen plegen, en deze watchlist moet ook worden gebruikt voor verificatie van de bovengenoemde categorieën onderdanen van derde landen.

(21)  Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst ter uitvoering van de Schengenovereenkomst moeten internationale vervoerders kunnen nagaan of onderdanen van een derde land die houder zijn van een visum voor kort verblijf, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning in het bezit zijn van de vereiste geldige reisdocumenten, door een zoekopdracht in het VIS te geven. Deze verificatie moet mogelijk worden gemaakt door dagelijks uit het VIS gegevens te halen en deze in een afzonderlijke, alleen uitleesbare databank in te voeren, zodat een minimaal noodzakelijke hoeveelheid gegevens wordt opgeslagen aan de hand waarvan een zoekopdracht kan worden uitgevoerd die alleen het antwoord OK/niet OK oplevert. Vervoerders mogen geen toegang hebben tot het aanvraagdossier zelf. De technische specificaties voor de toegang tot het VIS via het toegangsportaal voor vervoerders moeten de gevolgen voor het passagiersvervoer en voor de vervoerders zoveel mogelijk beperken. Hiertoe moet integratie met het EES en het Etias worden overwogen. [Am. 15]

(21 bis)  Met het oog op het beperken van de gevolgen van de in deze verordening opgenomen verplichtingen voor internationale vervoerders die groepen per bus over land vervoeren, worden gebruiksvriendelijke mobiele toepassingen beschikbaar gemaakt. [Am. 16]

(21 ter)  Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening worden de geschiktheid, de verenigbaarheid en de samenhang van de bepalingen als bedoeld in artikel 26 van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen door de Commissie geëvalueerd met het oog op de toepassing van de VIS-bepalingen voor vervoer over land per bus. Er dient rekening te worden gehouden met recente ontwikkelingen betreffende het vervoer over land per bus. Eventueel dient te worden bezien of de in artikel 26 van die overeenkomst of onderhavige verordening bedoelde bepalingen betreffende vervoer over land per bus moeten worden gewijzigd. [Am. 17]

(22)  In deze verordening moet worden omschreven welke autoriteiten van de lidstaten toegang kan worden verleend tot het VIS voor het invoeren, wijzigen, verwijderen of raadplegen van gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen voor de specifieke doelen die zijn uiteengezet in de VIS-verordening wat deze categorie documenten en hun houders betreft, voor zover dat nodig is voor het vervullen van hun taken.

(23)  De verwerking van VIS-gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen dient in verhouding te staan tot het beoogde doel en noodzakelijk te zijn voor het vervullen van de taken van de bevoegde autoriteiten. Wanneer zij het VIS gebruiken, dienen de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid en de integriteit van de personen wier gegevens worden opgevraagd, worden geëerbiedigd en mogen zij personen niet discrimineren op grond van geslacht, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke, levensbeschouwelijke, godsdienstige of andere overtuiging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie.

(23 bis)  Biometrische gegevens, die in het kader van deze verordening vingerafdrukken en gezichtsopnames omvatten, zijn uniek en bijgevolg veel betrouwbaarder dan alfanumerieke gegevens met het oog op de identificatie van een persoon. Biometrische gegevens zijn echter gevoelige persoonsgegevens. Derhalve worden in deze verordening de grondslag en de waarborgen vastgesteld voor de verwerking van dergelijke gegevens met het oog op de unieke identificatie van de betrokkenen. [Am. 18]

(24)  Het is van essentieel belang dat rechtshandhavingsautoriteiten voor de bestrijding van terrorisme en andere ernstige strafbare feiten over zo actueel mogelijke informatie beschikken om hun taken uit te voeren. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad is voorzien in de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en van Europol tot het VIS. De inhoud van dit besluit moet worden geïntegreerd in de VIS-verordening, om deze in overeenstemming te brengen met het huidige Verdragskader.

(25)  Het is al gebleken dat toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden nuttig is voor de identificatie van personen die door geweld om het leven zijn gekomen en ertoe kan bijdragen dat onderzoekers aanzienlijke vooruitgang boeken in zaken betreffende mensenhandel, terrorisme of drugshandel. De in het VIS opgenomen gegevens inzake verblijf van langere duur dienen daarom, onder de voorwaarden die in deze verordening worden vastgesteld, ook beschikbaar te zijn voor aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol).

(26)  Aangezien Europol een sleutelrol speelt bij de samenwerking tussen de instanties van de lidstaten voor het onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, om criminaliteit op het niveau van de Unie te voorkomen, te analyseren en te onderzoeken, moet de huidige toegang van Europol tot het VIS in het kader van zijn taken worden gecodificeerd en gestroomlijnd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de recente ontwikkelingen van het rechtskader, zoals Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad(22).

(27)  Toegang tot het VIS voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, vormt een inmenging in het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het grondrecht op de bescherming van persoonsgegevens van personen wier persoonsgegevens in het VIS worden verwerkt. Elke dergelijke inmenging dient in overeenstemming te zijn met het recht, dat voldoende nauwkeurig dient te zijn vastgesteld, zodat personen hun gedrag kunnen aanpassen, en dat personen dient te beschermen tegen willekeur en voldoende duidelijk dient aan te geven over welke discretionaire bevoegdheid de bevoegde autoriteiten beschikken en op welke manier die wordt uitgeoefend. Elke inmenging dient in een democratische samenleving noodzakelijk te zijn om een rechtmatig en evenredig belang te beschermen en evenredig te zijn met het te bereiken rechtmatige doel.

(28)  [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)]] voorziet in de mogelijkheid voor de politieautoriteit van een lidstaat om, waar de nationale wetgeving dat toestaat, een persoon te identificeren aan de hand van biometrische gegevens die van deze persoon bij een identiteitscontrole zijn verzameld. Er kunnen zich echter ook specifieke situaties voordoen waarin een persoon moet worden geïdentificeerd in zijn eigen belang. Het kan bijvoorbeeld gaan om situaties waarin een vermiste of ontvoerde persoon of een als slachtoffer van mensenhandel geïdentificeerde persoon wordt teruggevonden. Alleen in dergelijke gevallen moeten rechtshandhavingsautoriteiten snel toegang hebben tot VIS-gegevens, zodat zij op een snelle en betrouwbare manier een persoon kunnen identificeren, zonder dat aan alle voorwaarden en aanvullende waarborgen voor toegang van rechtshandhavingsautoriteiten moet worden voldaan. [Am. 19]

(29)  Het vergelijken van gegevens op basis van een latente vingerafdruk, dat wil zeggen het dactyloscopische spoor dat op de plaats van het misdrijf kan worden gevonden, is een fundamenteel hulpmiddel op het gebied van politiële samenwerking. De mogelijkheid om in zaken waarin er gegronde redenen bestaan om te vermoeden dat de dader of het slachtoffer in het VIS is geregistreerd, een latente vingerafdruk te vergelijken met de in het VIS opgeslagen vingerafdrukgegevens nadat er eerder is gezocht uit hoofde van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad(23), zou voor de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten zeer waardevol zijn als hulpmiddel om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, wanneer bijvoorbeeld latente vingerafdrukken het enige op de plaats van het misdrijf beschikbare bewijsmateriaal zijn. [Am. 20]

(30)  Het is nodig de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan te wijzen, alsook het centrale toegangspunt waarlangs verzoeken om toegang tot VIS-gegevens worden ingediend, en een lijst bij te houden van de operationele diensten van de aangewezen autoriteiten die om die toegang mogen verzoeken voor specifieke doeleinden, namelijk het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

(31)  Verzoeken om toegang tot in het centrale systeem opgeslagen gegevens moeten door de operationele diensten van de aangewezen autoriteiten worden gericht aan het centrale toegangspunt en moeten worden gemotiveerd. De operationele diensten van de aangewezen autoriteiten die om toegang tot VIS-gegevens mogen verzoeken, mogen niet als verifiërende autoriteit optreden. De centrale toegangspunten moeten onafhankelijk van de aangewezen autoriteiten optreden en moeten worden belast met het onafhankelijke toezicht op de strikte naleving van de in deze verordening vastgestelde toegangsvoorwaarden. In uitzonderlijke urgente gevallen, wanneer in een vroeg stadium toegang moet worden verkregen om te kunnen reageren op een specifiek en reëel gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit, dient het centrale toegangspunt het verzoek onmiddellijk te kunnen verwerken, waarbij verificatie pas achteraf plaatsvindt.

(32)  Om persoonsgegevens te beschermen en systematische zoekopdrachten door rechtshandhavingsautoriteiten uit te sluiten, mag de verwerking van VIS-gegevens slechts plaatsvinden in welbepaalde gevallen en wanneer die verwerking noodzakelijk is voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. De aangewezen autoriteiten en Europol mogen derhalve alleen om toegang tot het VIS verzoeken wanneer zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat die toegang informatie zal opleveren die in aanzienlijke mate bijdraagt aan het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit, nadat er eerder is gezocht uit hoofde van Besluit 2008/615/JBZ. [Am. 21]

(32 bis)  Als algemene praktijk voeren de eindgebruikers van de lidstaten zoekopdrachten uit in de relevante nationale databanken, voorafgaand aan of parallel met het doorzoeken van Europese databanken. [Am. 22]

(33)  De in het VIS opgeslagen persoonsgegevens van houders van documenten visa voor verblijf van langere duur mogen niet langer worden bewaard dan voor de doelstellingen van het VIS noodzakelijk is. Het is aangewezen de gegevens inzake onderdanen van derde landen gedurende een periode van vijf jaar te bewaren, zodat bij de beoordeling van aanvragen voor een visum voor kort verblijf rekening kan worden gehouden met de opgeslagen gegevens, overschrijding van de toegestane verblijfsduur kan worden opgespoord en een veiligheidsbeoordeling kan worden uitgevoerd van onderdanen van derde landen aan wie dergelijke documenten voor verblijf van langere duur zijn afgegeven. De gegevens inzake het gebruik van eerdere documenten kunnen de toekomstige afgifte van visa voor kort verblijf vergemakkelijken. Een kortere bewaringstermijn zou voor de gestelde doelen niet toereikend zijn. De gegevens moeten na afloop van de periode van vijf jaar worden gewist, tenzij er gronden zijn om dat eerder te doen. [Am. 23]

(34)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(24) is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten bij de toepassing van deze verordening. De verwerking van persoonsgegevens door rechtshandhavingsautoriteiten met het oog op het voorkomen, het onderzoeken, het opsporen of het vervolgen van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, wordt geregeld bij Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad(25).

(35)  Leden van de Europese grens- en kustwachtteams en personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken kunnen op grond van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad Europese databanken raadplegen waar dat nodig is voor de uitvoering van de operationele taken die in het operationele plan zijn vastgesteld met betrekking tot grenscontrole, grensbewaking en terugkeer, onder het gezag van de gastlidstaat. Om deze raadpleging te vergemakkelijken en de teams een doeltreffende toegang tot de in het VIS opgeslagen gegevens te garanderen, moet het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang krijgen tot het VIS. Voor deze toegang moeten de voorwaarden en toegangsbeperkingen gelden die van toepassing zijn op de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor ieder specifiek doel waarvoor VIS-gegevens kunnen worden geraadpleegd. [Am. 24]

(36)  De terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad(26), is een wezenlijk onderdeel van de brede maatregelen om irreguliere migratie aan te pakken en vormt een belangrijke reden van zwaarwegend algemeen belang.

(37)  De derde landen van terugkeer vallen vaak niet onder adequaatheidsbesluiten die de Commissie op grond van artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679 vaststelt of onder nationale bepalingen die zijn vastgesteld voor de omzetting van artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680. Bovendien hebben de grote inspanningen van de Unie om samen te werken met de belangrijkste landen van herkomst van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied verblijven en die het bevel hebben gekregen terug te keren, er niet voor kunnen zorgen dat derde landen overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht hun eigen onderdanen overnemen. De overnameovereenkomsten die door de Unie of door de lidstaten zijn gesloten of waarover zij onderhandelen en die voorzien in passende waarborgen voor de doorgifte van gegevens aan derde landen overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679 of overeenkomstig de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2016/680, betreffen slechts enkele van deze derde landen en de sluiting van nieuwe overeenkomsten is nog onzeker. In dergelijke situaties kunnen persoonsgegevens overeenkomstig deze verordening worden verwerkt met de autoriteiten van derde landen met het oog op de uitvoering van het terugkeerbeleid van de Unie, voor zover aan de voorwaarden van artikel 49, lid 1, onder d), van Verordening (EU) 2016/679 of van de nationale bepalingen ter omzetting van artikel 38 of 39 van Richtlijn (EU) 2016/680 is voldaan. Persoonsgegevens die lidstaten op grond van deze verordening hebben verkregen, mogen niet worden doorgegeven aan of ter beschikking worden gesteld van een derde land, een internationale organisatie of een particuliere entiteit, ongeacht of deze in of buiten de Unie is gevestigd. Bij wijze van uitzondering op deze regel moet het mogelijk zijn om deze persoonsgegevens over te dragen aan een derde land of een internationale organisatie indien deze overdracht aan strenge voorwaarden wordt onderworpen en indien zij in afzonderlijke gevallen noodzakelijk is om bijstand te verlenen bij de identificatie van een onderdaan van een derde land met het oog op diens terugkeer. Bij ontstentenis van een adequaatheids-besluit in de vorm van een uitvoeringshandeling overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 of van passende waarborgen voor doorgifte overeenkomstig die verordening, moeten de persoonsgegevens van in het VIS geregistreerde onderdanen van derde landen uitzonderlijk kunnen worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, met het oog op terugkeer, en dan alleen indien de doorgifte noodzakelijk is wegens gewichtige redenen van algemeen belang, als bedoeld in die verordening. [Am. 25]

(38)  De lidstaten moeten de relevante in het VIS verwerkte persoonsgegevens overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingsvoorschriften en waar dat in individuele gevallen nodig is voor de uitvoering van taken op grond van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad(27), [verordening tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging] ter beschikking stellen van het [Asielagentschap van de Europese Unie], van relevante internationale organen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en de Internationale Organisatie voor Migratie en voor vluchtelingen- en hervestigingsoperaties van het Internationaal Comité van het Rode Kruis, met betrekking tot onderdanen van derde landen of staatlozen die door deze internationale organen naar lidstaten zijn doorverwezen in uitvoering van Verordening (EU) .../... [Verordening betreffende het Uniekader voor hervesting]. [Am. 26]

(39)  Verordening (EG) nr. 45/2001 (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(28) is van toepassing op de activiteiten van de instellingen en organen van de Unie bij het uitvoeren van hun taken als verantwoordelijke voor het operationeel beheer van het VIS. [Am. 27]

(40)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op […] 12 december 2018 advies uitgebracht. [Am. 28]

(41)  Om de medewerking van derde landen op het gebied van overname van irreguliere migranten te bevorderen en de terugkeer te faciliteren van onderdanen van derde landen van wie mogelijk gegevens in het VIS zijn opgeslagen, moeten in het VIS kopieën van de reisdocumenten van aanvragers van een visum voor kort verblijf worden opgeslagen. Kopieën van reisdocumenten vormen een bewijs van nationaliteit dat op een grotere schaal door derde landen wordt erkend, hetgeen niet het geval is met de informatie die van het VIS wordt uitgelezen.

(42)  Raadpleging van de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht, als vastgesteld bij Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad(29), maakt verplicht deel uit van de behandeling van een visumaanvraag. Visumautoriteiten moeten deze verplichting systematisch uitvoeren en deze lijst moet derhalve worden opgenomen in het VIS, zodat automatisch kan worden gecontroleerd of het reisdocument van de houder wordt erkend.

(43)  Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de accuraatheid van de in het VIS ingevoerde gegevens, dient eu-LISA de verantwoordelijkheid te hebben om de gegevenskwaliteit te verbeteren door een centraal instrument voor het monitoren van de gegevenskwaliteit in te voeren, te onderhouden en voortdurend te actualiseren, en om op gezette tijden verslag uit te brengen aan de lidstaten. [Am. 29]

(44)  Om het gebruik van het VIS voor het analyseren van trends in migratiedruk en grensbeheer beter te kunnen monitoren, moet eu-LISA in staat zijn om, zonder gevaar voor de integriteit van de gegevens, een capaciteit te ontwikkelen voor statistische rapportage aan de lidstaten, de Commissie en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Hiertoe moet een centraal statistisch register worden opgezet dient eu-LISA bepaalde statistische gegevens op te slaan in het centraal register met het oog op rapportage en de levering van statistieken overeenkomstig [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)]. De geproduceerde statistieken mogen geen persoonsgegevens bevatten. [Am. 30]

(45)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad(30).

(46)  Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en deze gezien de noodzaak van het garanderen van de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid, van een hoog veiligheidsniveau binnen het gebied zonder controle aan de binnengrenzen en van de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(47)  De verordening bevat strenge regels voor de toegang tot het VIS en de nodige waarborgen. De verordening voorziet ook in het recht van inzage, rectificatie, wissing en beroep, in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Dit voorstel introduceert aanvullende waarborgen die de specifieke behoeften moeten dekken van de nieuwe categorieën van gegevens die door het VIS zullen worden verwerkt. Deze verordening strookt derhalve met de grondrechten en de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen, met name het recht op menselijke waardigheid, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens, het recht op asiel en de bescherming van het beginsel van non-refoulement en bescherming in geval van verwijdering, uitzetting en uitlevering, het recht op non-discriminatie, de rechten van het kind en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

(47 bis)  Deze verordening laat de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het protocol van New York van 31 januari 1967, en alle internationale verbintenissen die door de Unie en de EU-lidstaten zijn aangegaan, onverlet. [Am. 31]

(48)  Er moeten specifieke bepalingen gelden voor visumplichtige onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, en niet in het bezit zijn van een verblijfskaart overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG. In artikel 21, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt bepaald dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Deze beperkingen en voorwaarden zijn opgenomen in Richtlijn 2004/38/EG.

(49)  Zoals bekrachtigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben dergelijke familieleden niet alleen het recht het grondgebied van de lidstaat binnen te komen, maar ook het recht hiervoor een inreisvisum te verkrijgen. De lidstaten moeten deze personen alle faciliteiten verlenen om de nodige visa te krijgen, en de visa moeten zo spoedig mogelijk via een versnelde procedure kosteloos worden afgegeven.

(50)  Het recht om een visum te verkrijgen is niet onvoorwaardelijk en kan worden geweigerd aan familieleden die een risico vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de zin van Richtlijn 2004/38/EG. In het licht daarvan kunnen de persoonsgegevens van familieleden alleen worden geverifieerd wanneer de gegevens verband houden met hun identificatie en hun status, voor zover deze gegevens relevant zijn om de eventuele veiligheidsdreiging van deze personen te beoordelen. Bij de behandeling van visumaanvragen mogen alleen veiligheidsoverwegingen worden getoetst, en niet overwegingen op het gebied van migratie.

(51)  Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van bovengenoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over de verordening of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(52)  Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad(31); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(53)  Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad(32); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(54)  Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(33), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad(34).

(55)  Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(35), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad(36) en artikel 3 van Besluit 2008/149/JBZ van de Raad(37).

(56)  Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(38), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, juncto artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad(39) en artikel 3 van Besluit 2011/349/EU van de Raad(40).

(57)  Deze verordening, met uitzondering van artikel 22 novodecies, is een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in, respectievelijk, artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003, artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011, met uitzondering van de bepalingen die bij Besluit (EU) 2017/1908 op Bulgarije en Roemenië toepasselijk zijn gemaakt(41),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt als volgt gewijzigd:

-1)  de titel wordt vervangen door:"

"Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens informatie op het gebied van visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen (VIS-verordening)"; [Am. 32]

"

1)  aan artikel 1 worden de volgende alinea's toegevoegd:"

"In deze verordening worden ook procedures vastgesteld voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, inclusief informatie over bepaalde beslissingen over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen.

Door identiteitsgegevens, gegevens van reisdocumenten en biometrische gegevens op te slaan in het bij artikel 17 van Verordening 2018/XX van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] ingestelde gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR), draagt het VIS bij aan het vergemakkelijken en ondersteunen van de correcte identificatie van personen die in het VIS zijn geregistreerd".

_______

* Verordening 2018/XX van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] (PB L).";

"

2)  artikel 2 wordt vervangen door:"

"Artikel 2

Doelstelling van het VIS

1.  Het VIS heeft ten doel de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid beleid inzake visa voor kort verblijf, de consulaire samenwerking en de raadpleging van de centrale visumautoriteiten te verbeteren door de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende aanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde: [Am. 33]

   a) de procedure voor het aanvragen van een visum te vergemakkelijken en te versnellen; [Am. 34]
   b) te voorkomen dat de criteria voor de vaststelling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, worden omzeild;
   c) fraudebestrijding te vergemakkelijken;
   d) controles aan de doorlaatposten aan de buitengrens en op het grondgebied van de lidstaten te vergemakkelijken;
   e) te helpen bij de identificatie en terugkeer van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen;
   f) te helpen bij de identificatie van in artikel 22 sexdecies bedoelde vermiste personen; [Am. 35]
   g) de toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad* en Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad** te vergemakkelijken;
   h) bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid van een van de lidstaten, meer bepaald door het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, onder passende en strikt bepaalde omstandigheden; [Am. 36]
   i) bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid van een van de lidstaten; [Am. 37]
   j) een correcte identificatie van personen te waarborgen;
   k) de doelstellingen van het Schengeninformatiesysteem (SIS) te ondersteunen die betrekking hebben op signaleringen van onderdanen van derde landen aan wie de toegang is geweigerd, van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering, van vermiste personen, van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure en van personen die onopvallend of gericht moeten worden gecontroleerd.

2.  Met betrekking tot visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen heeft het VIS ten doel de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde:

   a) een hoog niveau van veiligheid in alle lidstaten te ondersteunen, door bij te dragen aan de beoordeling of de aanvrager of houder van een document wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, of de interne veiligheid of de volksgezondheid, vóór diens aankomst aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen; [Am. 38]
   b) de grenscontroles en de controles de controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen en op het grondgebied van de lidstaten te vergemakkelijken en doeltreffender te maken; [Am. 39]
   c) bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid van een van de lidstaten, meer bepaald door het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, onder passende en strikt bepaalde omstandigheden; [Am. 40]
   d) een correcte identificatie van personen te waarborgen;
   d bis) te helpen bij de identificatie van in artikel 22 sexdecies bedoelde vermiste personen; [Am. 41]
   e) de toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 en Richtlijn 2013/32/EU te vergemakkelijken;
   f) de doelstellingen van het Schengeninformatiesysteem (SIS) te ondersteunen die betrekking hebben op signaleringen van onderdanen van derde landen aan wie de toegang is geweigerd, van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering, van vermiste personen, van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure en van personen die onopvallend of gericht moeten worden gecontroleerd.

* Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).

** Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).";

"

2 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 2 bis

Architectuur

1.  Het VIS wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit:

   a) het gemeenschappelijke identiteitenregister ingesteld bij [artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)];
   b) een centraal informatiesysteem (het "centrale systeem van het VIS");
   c) een interface in elke lidstaat ("nationale interface" of "NI-VIS"), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt, of een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem van het VIS wordt aangesloten op de nationale infrastructuur in de lidstaten;
   d) een communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de nationale interfaces;
   e) een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het VIS en het centrale systeem van het EES;
   f) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de centrale infrastructuren van het Europees zoekportaal ingesteld bij [artikel 6 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)], de gezamenlijke dienst voor biometrische matching ingesteld bij [artikel 12 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)], het gemeenschappelijke identiteitenregister ingesteld bij [artikel 17 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] en de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij [artikel 25 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)];
   g) een mechanisme voor raadpleging over aanvragen en voor uitwisseling van informatie tussen centrale visumautoriteiten ("VISMail");
   h) een toegangsportaal voor vervoerders;
   i) een beveiligde webdienst die communicatie mogelijk maakt tussen enerzijds het centrale systeem van het VIS en anderzijds het toegangsportaal voor vervoerders en de internationale systemen;
   j) een gegevensopslagplaats ten behoeve van verslaglegging en statistieken;
   k) een instrument waarmee aanvragers ermee kunnen instemmen of kunnen weigeren dat hun aanvraagdossier een bewaartermijn langer wordt opgeslagen.

Voor het centrale systeem van het VIS, de nationale uniforme interfaces, de webdienst, het toegangsportaal voor vervoerders en de communicatie-infrastructuur van het VIS worden de hardware- en softwarecomponenten van respectievelijk het centrale systeem van het EES, de nationale uniforme interfaces van het EES, het toegangsportaal voor vervoerders van het ETIAS, de webdienst van het EES en de communicatie-infrastructuur van het EES zoveel als technisch mogelijk is, gedeeld en hergebruikt.

2.  De NI-VIS bestaat uit:

   a) één lokale nationale interface (LNI) in iedere lidstaat, die de fysieke verbinding vormt tussen de lidstaat en het beveiligde communicatienetwerk en waarin de versleutelingsapparatuur voor het VIS is opgenomen. De LNI bevindt zich in gebouwen van de lidstaat;
   b) een vervangend LNI (BLNI) met dezelfde inhoud en functies als die van de LNI.

3.  De LNI en de BLNI worden uitsluitend gebruikt voor doeleinden die zijn vastgesteld bij de Uniewetgeving inzake het VIS.

4.  De gecentraliseerde diensten worden in tweevoud uitgevoerd en op twee verschillende locaties ondergebracht: het centrale systeem van het VIS en de centrale eenheid (CU) in Straatsburg (Frankrijk) en het vervangende centrale systeem van het VIS en de vervangende centrale eenheid (BCU) in St. Johann im Pongau (Oostenrijk). De verbinding tussen het centrale systeem van het VIS en het vervangende centrale systeem van het VIS voorziet in een continue synchronisatie tussen de CU en de BCU. De communicatie-infrastructuur ondersteunt en draagt bij tot het waarborgen van de ononderbroken beschikbaarheid van het VIS. Zij omvat redundante en afzonderlijke paden voor de verbindingen tussen het centrale systeem van het VIS en het vervangende centrale systeem van het VIS alsook redundante en afzonderlijke paden voor de verbindingen tussen iedere nationale interface en het vervangende centrale systeem van het VIS. De communicatie-infrastructuur voorziet in een versleuteld virtual private network dat specifiek bestemd is voor VIS-gegevens en voor de communicatie tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de instantie die belast is met het operationele beheer van het centrale systeem van het VIS.”; [Am. 42]

"

3)  artikel 3 wordt geschrapt;

4)  artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende punt wordt ingevoegd:"

3 bis) "centrale autoriteit": de door een lidstaat voor de in Verordening (EG) nr. 810/2009 vastgestelde doelen aangewezen autoriteit; [Am. 43]

"

b)  de volgende punten worden toegevoegd:"

12) "VIS-gegevens": alle gegevens die zijn opgeslagen in het centrale systeem van het VIS en het CIR overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 14, en 22 quater tot en met 22 septies;

   13) "identiteitsgegevens": de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) en aa);
   14) "vingerafdrukgegevens": de gegevens betreffende vingerafdrukken die in een VIS-dossier zijn opgeslagen;
   15) "gezichtsopname": een digitale afbeelding van het gezicht met toereikende resolutie en kwaliteit voor gebruik bij geautomatiseerde biometrische matching; [Am. 44]
   16) "gegevens van Europol": persoonsgegevens die door Europol worden verwerkt voor het in artikel 18, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad* vermelde doel;
   17) "verblijfsvergunning": alle verblijfstitels die door de lidstaten worden afgegeven overeenkomstig het uniform model van Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad** en alle andere documenten als bedoeld in artikel 2, lid 16, onder b), van Verordening (EU) 2016/399;
   18) "visum voor verblijf van langere duur": een vergunning die door een lidstaat wordt afgegeven overeenkomstig artikel 18 van de Schengenovereenkomst;
   19) "nationale toezichthoudende autoriteit" voor rechtshandhavingsdoeleinden: de krachtens "toezichthoudende autoriteiten": de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad*** en de in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte bedoelde toezichthoudende autoriteiten****; [Am. 45]
   19 bis) "treffer": het bestaan van een verband dat wordt geconstateerd door de persoonsgegevens die in een aanvraagdossier van het VIS zijn geregistreerd, te vergelijken met de persoonsgegevens die zijn vervat in een notitie, dossier of signalering als geregistreerd in het VIS, het Schengen Informatiesysteem, het EES, het Etias, Eurodac, de gegevens van Europol of de SLTD-databank van Interpol; [Am. 46]
   20) "rechtshandhaving": het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, binnen een strikt vastgelegd kader; [Am. 47]
   21) "terroristische misdrijven": strafbare feiten naar nationaal recht die overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan die welke zijn bedoeld in bedoeld in de artikelen 3 tot en met 14 van Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad*****, of, voor de lidstaten die niet door die richtlijn gebonden zijn, strafbare feiten die daaraan gelijkwaardig zijn; [Am. 48]
   22) "ernstige strafbare feiten": de strafbare feiten die overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan die welke zijn bedoeld in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ******, indien die volgens het nationale recht strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar.

________________

* Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

** Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen (PB L 157 van 15.6.2002, blz. 1).

*** Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1). [Am. 49]

**** Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

***** Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

****** Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).”;

"

5)  artikel 5 wordt vervangen door:"

"Artikel 5

Categorieën gegevens

1.  Alleen de volgende categorieën gegevens worden in het VIS opgeslagen:

   a) alfanumerieke gegevens betreffende de aanvrager van het visum voor kort verblijf en de aangevraagde, afgegeven, geweigerde, nietig verklaarde, ingetrokken of verlengde visa als bedoeld in artikel 9, leden 1 tot en met 4, en de artikelen 10 tot en met 14, alfanumerieke gegevens betreffende afgegeven, ingetrokken, geweigerde, nietig verklaarde of verlengde visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen als bedoeld in de artikelen 22 quater tot en met 22 septies, alsmede informatie betreffende de treffers als bedoeld in de artikelen 9 bis en 22 ter, en de resultaten van de verificaties als bedoeld in artikel 9 quater, lid 6;
   b) gezichtsopnames als bedoeld in artikel 9, lid 5, en artikel 22 quater, lid 2, onder f);
   c) vingerafdrukgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 6, en artikel 22 quater, lid 2, onder g) en artikel 22 quinquies, onder g); [Am. 50]
   c bis) scans van de pagina met biografische gegevens in het reisdocument, als bedoeld in artikel 9, lid 7; [Am. 51]
   d) koppelingen naar andere aanvragen als bedoeld in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, lid 3.

2.  Onverminderd de opslag van gegevensverwerkende handelingen krachtens artikel 34, worden de in artikel 16, artikel 24, lid 2, en artikel 25, lid 2, bedoelde kennisgevingen die via het VIS worden verzonden, niet in het VIS opgeslagen.

3.  Het CIR bevat de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) tot en met cc), artikel 9, leden 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, onder a) tot en met cc), f) en g), en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met c), f) en g). De overige VIS-gegevens worden opgeslagen in het centrale systeem van het VIS." [Am. 52]

"

6)  het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 5 bis

Lijst van erkende reisdocumenten

(1). De lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht, als ingesteld bij Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad*, wordt in het VIS opgenomen. [Am. 53]

(2). Het VIS voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van de lijst van erkende reisdocumenten en van de kennisgeving van erkenning of niet-erkenning van in de lijst opgenomen reisdocumenten overeenkomstig artikel 4 van Besluit 1105/2011/EU. [Am. 54]

(3). De nadere bepalingen betreffende het beheer van de in lid 2 bedoelde functie worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. [Am. 55]

_________________

* Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht en betreffende de invoering van een mechanisme voor het opstellen van deze lijst (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 9).

"

7)  artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Onverminderd artikel 22 bis, uitsluitend de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de visumautoriteiten hebben toegang tot het VIS voor het invoeren, wijzigen of verwijderen van de in artikel 5, lid 1, bedoelde gegevens overeenkomstig deze verordening. Het aantal naar behoren gemachtigde personeelsleden is strikt beperkt tot de werkelijke behoeften van de dienstverlening."; [Am. 56]

"

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De toegang tot het VIS voor raadpleging van de gegevens is uitsluitend voorbehouden aan de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de autoriteiten van elke lidstaat en van de EU-organen die bevoegd zijn voor de in de artikelen 15 tot en met 22, 22 quater tot en met 22 septies, en 22 octies tot en met 22 undecies terdecies, genoemde doelen, alsmede voor de in de artikelen 20 en 21 van [Verordening (EG) nr. 2018/XX inzake de interoperabiliteit (grenzen en visa] genoemde doelen.

De autoriteiten die recht hebben op raadpleging van of toegang tot het VIS om terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken, worden overeenkomstig hoofdstuk III ter aangewezen.

Deze toegang is beperkt tot de gegevens die vereist zijn voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze doelen en staat in verhouding tot de doelstellingen."; [Am. 57]

"

a bis)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Elke lidstaat wijst de bevoegde autoriteiten aan waarvan de naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot het VIS om gegevens in te voeren, te wijzigen, te verwijderen of te raadplegen. Elke lidstaat verstrekt eu-LISA onverwijld een lijst van die autoriteiten, inclusief de autoriteiten als bedoeld in artikel 41 29, lid 4 3 bis, en de eventuele wijzigingen daarop. Daarbij wordt voor elke autoriteit vermeld welke gegevens zij voor welke doeleinden mag bevragen.

eu-LISA zorgt voor de jaarlijkse publicatie van de lijst en van de in artikel 22 duodecies, lid 2, bedoelde aangewezen autoriteiten en van de in artikel 22 duodecies, lid 4, bedoelde centrale toegangspunten in het Publicatieblad van de Europese Unie. eu-LISA houdt op zijn website een voortdurend bijgewerkte lijst bij met de wijzigingen die de lidstaten tussen de jaarlijkse publicaties hebben toegezonden.”; [Am. 58]

"

b)  het volgende lid 4 wordt toegevoegd:"

"4. Het VIS voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van deze lijst.";

"

c)  het volgende lid 5 wordt toegevoegd:"

"5. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot de nadere bepalingen betreffende het beheer van de functie voor het gecentraliseerde beheer van de in lid 3 bedoelde lijst worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 49, lid 2."; [Am. 59]

"

7 bis)  in artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:"

"2. De verwerking van persoonsgegevens in het VIS door elke bevoegde autoriteit mag niet leiden tot discriminatie van aanvragers, visumhouders of aanvragers en houders van voor verblijf van lange duur en verblijfsvergunningen op grond van geslacht, ras , huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, , politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid . Bij de verwerking worden de menselijke waardigheid, integriteit en grondrechten ten volle gerespecteerd, en worden de beginselen gehanteerd die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan kinderen, ouderen, personen met een handicap en personen die internationale bescherming behoeven. Het belang van het kind komt op de eerste plaats."; [Am. 60]

"

8)  in artikel 7 worden de volgende leden toegevoegd:"

"3. Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, stellen de lidstaten het belang van het kind voorop, boven iedere andere overweging, met volledige eerbiediging van de Internationale Conventie voor de rechten van het kind. Er wordt rekening gehouden met het welzijn en de veiligheid van het kind, in het bijzonder wanneer het gevaar bestaat dat het kind het slachtoffer wordt van mensenhandel, en met de mening van het kind, en afhankelijk van de leeftijd en de maturiteit van het kind, wordt daaraan passend belang gehecht. [Am. 61]

3 bis.  De lidstaten leggen deze verordening ten uitvoer in volledige overeenstemming met de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen, met name het recht op menselijke waardigheid, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens, het recht op asiel en de bescherming van het beginsel van non-refoulement en bescherming in geval van verwijdering, uitzetting en uitlevering, het recht op non-discriminatie, de rechten van het kind en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte."; [Am. 62]

"

8 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 7 bis

Vingerafdrukgegevens van kinderen

1.  In afwijking van artikel 22 quater, lid 2, onder g), worden vingerafdrukken van kinderen jonger dan 6 jaar niet in het VIS opgenomen.

2.  De biometrische gegevens van minderjarigen vanaf de leeftijd van zes jaar worden afgenomen door ambtenaren die speciaal zijn opgeleid om de biometrische gegevens van een minderjarige op een kindvriendelijke en op het kind afgestemde manier af te nemen, met volledige inachtneming van de belangen van het kind en de waarborgen die zijn vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind.

De minderjarige gaat bij het afnemen van zijn of haar biometrische gegevens vergezeld van een volwassen familielid, indien aanwezig. Een niet-begeleide minderjarige wordt terwijl zijn of haar biometrische gegevens worden afgenomen, vergezeld door een voogd, vertegenwoordiger of, indien geen vertegenwoordiger is aangewezen, een persoon die is opgeleid om de belangen van de minderjarige en zijn of haar algemene welzijn zo goed mogelijk te beschermen. Een dergelijke opgeleide persoon is niet de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens, handelt onafhankelijk en ontvangt geen opdrachten van de ambtenaar of de dienst die verantwoordelijk is voor het afnemen van de biometrische gegevens. Er wordt geen enkele vorm van geweld tegen minderjarigen gebruikt om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de verplichting om biometrische gegevens te verstrekken.

3.  In afwijking van artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 810/2009 mogen consulaten niet verlangen dat kinderen tussen 6 en 12 jaar in persoon op het consulaat verschijnen voor het afnemen van biometrische gegevens wanneer dit een buitensporige belasting en kosten voor de gezinnen met zich meebrengt. In dergelijke gevallen worden biometrische gegevens afgenomen aan de buitengrenzen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan het voorkomen van kinderhandel.

4.  In afwijking van de bepalingen inzake het gebruik van de in de hoofdstukken II, III, III bis en III ter bedoelde gegevens zijn de vingerafdrukgegevens van kinderen alleen toegankelijk voor de volgende doeleinden:

   a) de identiteit van het kind te verifiëren in de visumaanvraagprocedure overeenkomstig artikel 15 en aan de buitengrenzen overeenkomstig de artikelen 18 en 22 octies, en
   b) in het kader van hoofdstuk III ter bij te dragen tot de preventie en bestrijding van misbruik van de rechten van kinderen, mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
   i) deze toegang moet noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van kinderhandel;
   ii) toegang is noodzakelijk in een specifiek geval;
   iii) de identificatie is in het belang van het kind."; [Am. 63]

"

9)  de titel van hoofdstuk II wordt vervangen door:"

"INVOERING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS BETREFFENDE VISA VOOR KORT VERBLIJF DOOR DE VISUMAUTORITEITEN"; [Am. 64. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

"

10)  artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Indien de aanvraag ontvankelijk is overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 810/2009, stelt de visumautoriteit binnen 2 werkdagen het aanvraagdossier op door de in artikel 9 genoemde gegevens in het VIS in te voeren, voor zover deze gegevens door de aanvrager moeten worden verstrekt.";

"

b)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:"

"1 bis. Bij het opstellen van het aanvraagdossier start het VIS automatisch de zoekopdracht overeenkomstig artikel 9 bis en zendt het de resultaten terug.

"

c)  lid 5 wordt vervangen door:"

5. "Wanneer bepaalde gegevens om wettelijke redenen niet vereist zijn of feitelijk niet kunnen worden verstrekt, wordt in de rubrieken voor deze gegevens "niet van toepassing" vermeld. Het ontbreken van vingerafdrukken wordt aangeduid door "VIS0"; voorts is in het systeem een onderscheid mogelijk tussen de gevallen bedoeld in artikel 13, lid 7, onder a) tot en met d), van Verordening (EG) nr. 810/2009.";

"

11)  artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in punt 4 wordt het bepaalde onder a), b) en c) vervangen door:"

"a) achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum; nationaliteit/nationaliteiten; geslacht;

   aa) achternaam bij de geboorte (vroegere familienaam/-namen); plaats en land van geboorte; nationaliteit bij de geboorte;
   b) soort en nummer van het reisdocument/de reisdocumenten en de drielettercode van het land dat het reisdocument/de reisdocumenten heeft afgegeven;
   c) de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument/de reisdocumenten verstrijkt;
   cc) de autoriteit die het reisdocument heeft afgegeven en de datum van afgifte;";

"

b)  punt 5 wordt vervangen door:"

"5. een gezichtsopname van de aanvrager, overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 810/2009."; [Am. 65]

"

b bis)  punt 6 wordt vervangen door:"

"6. de vingerafdrukken van de aanvrager, overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 810/2009."; [Am. 66]

"

c)  het volgende punt 7 wordt toegevoegd:"

"7. een scan van de pagina met biografische gegevens.";

"

d)  de volgende twee alinea's worden toegevoegd:"

"8. De in de punt 5 van de eerste alinea bedoelde gezichtsopnames van onderdanen van derde landen hebben een toereikende resolutie en kwaliteit voor gebruik bij automatische biometrische matching. Indien de kwaliteit ontoereikend is, mag de gezichtsopname niet worden gebruikt voor automatische matching. [Am. 67]

In uitzonderlijke gevallen, wanneer niet kan worden voldaan aan de voor de registratie van de ter plaatse gemaakte gezichtsopname in het VIS vastgestelde specificaties inzake kwaliteit en resolutie, kan de gezichtsopname, in afwijking van de tweede eerste alinea, elektronisch van de chip van het elektronische machineleesbare reisdocument (eMRTD) worden uitgelezen. In dergelijke gevallen wordt de gezichtsopname slechts toegevoegd aan het persoonlijke dossier nadat elektronisch is geverifieerd of de in de chip van het eMRTD geregistreerde gezichtsopname overeenstemt met de ter plaatse gemaakte gezichtsopname van de onderdaan van een derde land."; [Am. 68]

"

12)  de volgende artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies worden ingevoegd:"

"Artikel 9 bis

Zoekopdrachten in andere systemen

1.  De aanvraagdossiers worden automatisch door het VIS verwerkt om na te gaan of er treffers zijn. Het VIS onderzoekt elk aanvraagdossier afzonderlijk.

2.  Wanneer een aanvraag wordt gecreëerd of een visum wordt afgegeven, gaat het VIS na of het reisdocument dat met die aanvraag verband houdt, is erkend overeenkomstig Besluit 1105/2011/EU, door een automatische zoekopdracht uit te voeren in de in artikel 5 bis bedoelde lijst van erkende reisdocumenten, en zendt het een resultaat terug. [Am. 69]

3.  Met het oog op de verificaties waarin artikel 21, lid 1, en artikel 21, lid 3, onder a), c) en d) c), van Verordening (EG) nr. 810/2009 voorzien, start het VIS een zoekopdracht door gebruik te maken van het in artikel 6, lid 1, [van de interoperabiliteitsverordening (grenzen en visa)] gedefinieerde Europese zoekportaal, om de in artikel 9, punt 4, van deze verordening bedoelde relevante gegevens te vergelijken met de gegevens in een notitie, dossier of signalering die zijn geregistreerd in het VIS, het Schengeninformatiesysteem (SIS), het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS), met inbegrip van de watchlist bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) 2018/XX met het oog op het instellen van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, Eurodac, [het ECRIS-TCN-systeem voor zover het gaat om veroordelingen voor terroristische misdrijven en andere vormen van ernstige criminaliteit], de gegevens van Europol, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD) en de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (Interpol TDAWN). . Het VIS gaat na:

   a) of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat in het SIS staat geregistreerd als verloren, gestolen, verduisterd of ongeldig verklaard;
   b) of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat in de SLTD-databank staat geregistreerd als verloren, gestolen of ongeldig verklaard;
   c) of de aanvrager in SIS is gesignaleerd met het oog op weigering van inreis en verblijf;
   d) of de aanvrager in SIS is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering;
   e) of de aanvrager en houder van het reisdocument gerelateerd is aan een geweigerde, ingetrokken of nietig verklaarde reisautorisatie in het centrale ETIAS-systeem;
   f) of de aanvrager en het reisdocument zijn opgenomen in de observatielijst bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad*;
   g) of de gegevens over de aanvrager reeds zijn opgeslagen in het VIS;
   h) of de in de aanvraag verstrekte gegevens over het reisdocument gerelateerd zijn aan een andere visumaanvraag die samenhangt met andere identiteitsgegevens;
   i) of de aanvrager momenteel in het EES geregistreerd staat als een persoon die zijn toegestane verblijfsduur overschrijdt dan wel of de aanvrager in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest;
   j) of de aanvrager in het EES geregistreerd staat als een persoon wiens toegang is geweigerd;
   k) of er ten aanzien van de aanvrager in het VIS een beslissing tot weigering, nietigverklaring of intrekking van een visum voor kort verblijf is geregistreerd;
   l) of er ten aanzien van de aanvrager in het VIS een beslissing tot weigering, nietigverklaring of intrekking van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning is geregistreerd;
   m) of er in de gegevens van Europol gegevens zijn opgeslagen die specifiek betrekking hebben op de identiteit van de aanvrager;
   n) of de aanvrager van een visum voor kort verblijf in Eurodac is geregistreerd;
   o) ingeval de aanvrager minderjarig is, of de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent:
   i) in SIS is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering;
   ii) in SIS is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf;
   iii) houder is van een reisdocument dat is opgenomen in de observatielijst bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1240. [Am. 70]

3 bis.  Wanneer zoekopdrachten worden verricht in de SLTD, worden de door de gebruiker van het ESP gebruikte gegevens om een zoekopdracht te starten, niet gedeeld met de eigenaars van de Interpol-gegevens. [Am. 71]

4.  Het VIS voegt aan het aanvraagdossier een verwijzing toe naar elke treffer die wordt verkregen overeenkomstig lid 3. In voorkomend geval geeft het VIS aan welke lidstaat of lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer(s) hebben geleid, dan wel of Europol dat heeft gedaan, en registreert het deze informatie in het aanvraagdossier. Er wordt geen andere informatie geregistreerd dan de verwijzing naar een treffer en de opsteller van de gegevens. [Am. 72]

5.  Voor de doeleinden van artikel 2, lid 1, onder k), worden bij de krachtens lid 3 uitgevoerde zoekopdrachten de in artikel 15, lid 2, bedoelde relevante gegevens vergeleken met de gegevens in het SIS, teneinde vast te stellen of ten aanzien van de aanvrager een van de volgende signaleringen is uitgevaardigd:

   a) een signalering van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering;
   b) een signalering van vermiste personen;
   c) een signalering van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure;
   d) een signalering van personen en voorwerpen met het oog op onopvallende controles of , gerichte controles of ondervragingscontroles. [Am. 73]

5 bis.  Elke treffer die voortkomt uit de zoekopdrachten overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, onder a), b), c), e), g), h), i), j), k), l) of n), wordt beoordeeld door het consulaat waar de visumaanvraag is ingediend, waar nodig na verificatie door de centrale autoriteit overeenkomstig artikel 9 quater. [Am. 74]

5 ter.  Elke treffer die voortkomt uit de zoekopdrachten overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, onder d), f), m) of o), wordt geverifieerd, waar nodig, en beoordeeld door het centrale contactpunt van de lidstaten die de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffers hebben geleid, overeenkomstig artikel 9 quater bis. [Am. 75]

5 quater.  Elke treffer in het SIS wordt eveneens automatisch gemeld aan het Sirene-bureau van de lidstaat die de signalering heeft ingevoerd die tot de treffer heeft geleid. [Am. 76]

5 quinquies.  De melding aan het Sirene-bureau of het centrale contactpunt van de lidstaat die de signalering heeft ingevoerd, bevat de volgende gegevens:

   a) familienaam/-namen, voornaam/-namen en, indien van toepassing, alias(sen);
   b) geboorteplaats en -datum;
   c) geslacht;
   d) nationaliteit en eventuele andere nationaliteiten;
   e) de lidstaat van het eerste voorgenomen verblijf en, indien beschikbaar, het adres van het eerste voorgenomen verblijf;
   f) het woonadres van de aanvrager en, indien niet beschikbaar, zijn plaats en land van verblijf;
   g) een verwijzing naar alle treffer(s), met inbegrip van de datum en het tijdstip van de treffer. [Am. 77]

5 sexies.  Dit artikel mag om geen enkele reden een belemmering vormen voor het indienen van een asielaanvraag. Indien een visumaanvraag wordt ingediend door een slachtoffer van een geweldsdelict zoals huiselijk geweld of mensenhandel, begaan door zijn/haar geldschieter, wordt het in VIS ingevoerde dossier losgekoppeld van dat van de geldschieter om de slachtoffers tegen verdere risico's te beschermen. [Am. 78]

___________________

* Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).

Artikel 9 ter

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op zoekopdrachten in andere systemen voor familieleden van EU-burgers of van andere onderdanen van derde landen die onder het Unierecht inzake vrij verkeer vallen

1.  Wat betreft onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die het recht van vrij verkeer geniet dat gelijkwaardig is aan dat van de burgers van de Unie op grond van een overeenkomst tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en een derde land, anderzijds, worden de in artikel 9 bis, lid 3, bedoelde automatische controles uitsluitend uitgevoerd om na te gaan of er geen feitelijke aanwijzingen of op feitelijke aanwijzingen gebaseerde redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de lidstaten een risico voor de veiligheid of een groot epidemiologisch risico vormt overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG. [Am. 79]

2.  Het VIS gaat na niet of:

   a) de aanvrager momenteel geregistreerd staat als persoon die de toegestane verblijfsduur heeft overschreden dan wel of hij in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest, door raadpleging van het EES;
   b) de aanvrager overeenkomt met een persoon wiens gegevens in Eurodac zijn geregistreerd.

3.  Indien de automatische verwerking van de aanvraag als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, een treffer heeft opgeleverd die overeenkomt met een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als bedoeld in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (EU) 2018/1861, verifieert de visumautoriteit om welke reden werd beslist deze signalering in het SIS op te nemen. Als deze reden verband houdt met een risico op het gebied van illegale immigratie, wordt geen rekening gehouden met de signalering bij de beoordeling van de aanvraag. De visumautoriteit gaat te werk overeenkomstig artikel 25, lid 2, van de SIS II-verordening 26, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861. [Am. 80]

Artikel 9 quater

Verificatie door de centrale autoriteiten en de nationale centrale contactpunten [Am. 81]

1.  Elke in artikel 9 bis, lid 5 ter, bedoelde treffer die voortkomt uit de zoekopdrachten overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, en die niet automatisch bevestigd kan worden door het VIS, wordt handmatig geverifieerd door het nationale centrale contactpunt overeenkomstig artikel 9 quater bis. De centrale autoriteit van de lidstaat die de aanvraag behandelt wordt hiervan in kennis gesteld. [Am. 82]

2.  Elke in artikel 9 bis, lid 5 bis, bedoelde treffer die voortkomt uit de zoekopdrachten overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, en die niet automatisch bevestigd kan worden door het VIS, wordt handmatig geverifieerd door centrale autoriteit. Bij de handmatige verificatie van de treffers heeft de centrale autoriteit toegang tot het aanvraagdossier en eventueel daaraan verbonden aanvraagdossiers, evenals tot alle treffers die de automatische verwerking overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3 5 bis, heeft opgeleverd. [Am. 83]

3.  De centrale autoriteit verifieert of de in het aanvraagdossier geregistreerde identiteit van de aanvrager overeenkomt met de gegevens in het VIS of een van de geraadpleegde databanken.

4.  Indien de persoonsgegevens niet overeenkomen en er geen andere treffer is geregistreerd gedurende de geautomatiseerde verwerking overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, wist de centrale autoriteit de valse treffer uit het aanvraagdossier.

5.  Indien de gegevens overeenkomen met of er twijfel blijft bestaan over de identiteit van de aanvrager, informeert de centrale visumautoriteit die de aanvraag behandelt, in gerechtvaardigde gevallen, de centrale autoriteit van de andere lidstaten waarvan is gebleken dat zij de gegevens die tot de treffer hebben geleid, hebben ingevoerd of aangeleverd overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3. Indien is gebleken dat één of meer lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer hebben geleid, raadpleegt de centrale autoriteit de centrale autoriteiten van de andere lidstaten volgens de procedure van artikel 16, lid 2. De aanvrager heeft het voordeel van enige vorm van twijfel. [Am. 84]

6.  Het resultaat van door de centrale autoriteiten van de andere lidstaten uitgevoerde verificaties wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

7.  In afwijking van het bepaalde in lid 1 zendt het VIS, indien de in artikel 9 bis, lid 5, bedoelde vergelijking een of meer treffers oplevert, een automatische kennisgeving naar de centrale autoriteit van de lidstaat die de zoekopdracht heeft gegeven met het oog op het nemen van passende follow-upmaatregelen. [Am. 85]

8.  Indien blijkt dat Europol de gegevens heeft aangeleverd die tot een treffer hebben geleid overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, raadpleegt de centrale eenheid van de bevoegde lidstaat de nationale Europol-eenheid voor follow-up overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794, en met name hoofdstuk IV. [Am. 86]

Artikel 9 quater bis

Verificatie en beoordeling door het nationale centrale contactpunt

1.  Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die 24 uur per dag en 7 dagen per week operationeel is en zorgt voor de handmatige verificatie van treffers in de zin van deze verordening ("het centrale contactpunt"). Het centrale contactpunt bestaat uit verbindingsofficieren van het Sirene-bureau, de nationale centrale bureaus van Interpol, het nationale centrale punt van Europol, de nationale eenheid van Etias en alle relevante nationale rechtshandhavingsinstanties. De lidstaten zien erop toe dat het centrale contactpunt over voldoende personeel beschikt om gemelde treffers te verifiëren overeenkomstig deze verordening, rekening houdend met de in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 810/2009 vastgestelde termijnen.

2.  Het centrale contactpunt verifieert de hem ter kennis gebrachte treffers handmatig. De procedures van artikel 9 quater, leden 2 tot en met 6, zijn van toepassing.

3.  Indien na de in lid 2 van dit artikel bedoelde verificatie de gegevens overeenstemmen en de treffer wordt bevestigd, neemt het centrale contactpunt waar nodig contact op met de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van Europol, die de gegevens hebben aangeleverd die tot de treffer hebben geleid. Vervolgens beoordeelt het de treffer. Het centrale contactpunt verstrekt een met redenen omkleed advies met het oog op de beslissing over de aanvraag die krachtens artikel 23 van Verordening (EG) nr. 810/2009 moet worden genomen. Het met redenen omklede advies wordt opgenomen in het aanvraagdossier. [Am. 87]

Artikel 9 quater ter

Handleiding

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 48 bis een gedelegeerde handeling vast houdende een handleiding waarin de relevante gegevens die in de zoekopdrachten van de andere systemen overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, moeten worden vergeleken, alsmede de procedures en voorschriften voor de in de artikelen 9 bis tot en met 9 quater bis bedoelde zoekopdrachten, verificaties en beoordelingen zijn vervat. Deze gedelegeerde handeling omvat de combinatie van gegevenscategorieën voor het doorzoeken van elk systeem overeenkomstig artikel 9 bis. [Am. 88]

Artikel 9 quinquies

Verantwoordelijkheden van Europol

Europol past zijn informatiesysteem aan om de automatische verwerking van de zoekopdrachten als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, en artikel 22 ter, lid 2, mogelijk te maken.";

"

13)  aan artikel 13 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:"

"4. Indien het aanvraagdossier overeenkomstig de leden 1 en 2 is bijgewerkt, zendt het VIS een kennisgeving naar de lidstaat die het visum heeft afgegeven, waarin de met redenen omklede beslissing tot nietigverklaring of intrekking van dat visum wordt meegedeeld. Een dergelijke kennisgeving wordt automatisch door het centrale systeem gegenereerd en verzonden via het mechanisme bedoeld in artikel 16."; [Am. 89]

"

14)  artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt het volgende punt e bis) ingevoegd:"

"e bis) gezichtsopname;";

"

b)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:"

"2 bis. De gezichtsopname als bedoeld in lid 2, onder e bis), mag niet het enige zoekcriterium zijn.";

"

15)  in artikel 16 worden de leden 2 en 3 vervangen door:"

"2. Wanneer in het VIS een aanvraagdossier wordt aangemaakt betreffende een onderdaan van een bepaald derde land of een persoon die behoort tot een specifieke categorie onderdanen van een bepaald derde land, waarvoor op grond van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 810/2009 voorafgaande raadpleging is vereist, zendt het VIS het verzoek om raadpleging automatisch naar de aangegeven lidstaat of lidstaten.

De geraadpleegde lidstaat of lidstaten zend(t)(en) het antwoord naar het VIS, dat dit antwoord doorzendt naar de lidstaat die het verzoek heeft aangemaakt.

Uitsluitend met het oog op de uitvoering van de raadplegingsprocedure wordt de lijst van lidstaten die op grond van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 810/2009 vereisen dat hun centrale autoriteiten worden geraadpleegd door de centrale autoriteiten van andere lidstaten bij het onderzoek van visumaanvragen voor eenvormige visa die zijn ingediend door onderdanen van bepaalde derde landen of specifieke categorieën onderdanen van die landen, en van de betrokken onderdanen van derde landen, in het VIS geïntegreerd. [Am. 90]

3.  De in lid 2 omschreven procedure is ook van toepassing op:

   a) de toezending van informatie over de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid overeenkomstig artikel 25, lid 4, over wijzigingen van gegevens overeenkomstig artikel 24, lid 2, van deze verordening en over ex-postkennisgevingen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 810/2009; [Am. 91]
   b) alle andere mededelingen in verband met de consulaire samenwerking die de doorgifte van in het VIS geregistreerde of daarmee verband houdende persoonsgegevens inhouden, de toezending van verzoeken aan de bevoegde visumautoriteit om kopieën van reisdocumenten overeenkomstig artikel 9, punt 7, en andere documenten ter staving van de aanvraag, en de toezending van elektronische kopieën van die documenten, alsmede op verzoeken als bedoeld in artikel 9 quater en artikel 38, lid 3. De bevoegde visumautoriteiten beantwoorden dergelijke verzoeken binnen twee werkdagen."; [Am. 92]

"

16)  artikel 17 wordt geschrapt;

17)  de titel van hoofdstuk III wordt vervangen door:"

"TOEGANG TOT GEGEVENS OVER VISA VOOR KORT VERBLIJF DOOR ANDERE AUTORITEITEN";

"

18)  in artikel 18, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door:"

"De autoriteiten die bevoegd zijn om controles te verrichten aan de grenzen waar het EES wordt gebruikt, verifiëren de vingerafdrukken van de visumhouder aan de hand van de vingerafdrukken die in het VIS zijn opgeslagen. Voor visumhouders wier vingerafdrukken niet kunnen worden gebruikt, wordt de in lid 1 bedoelde zoekopdracht verricht aan de hand van de in lid 1 genoemde alfanumerieke gegevens, in combinatie met de gezichtsopname.";

"

18 bis)  artikel 18 bis wordt vervangen door:"

"Artikel 18 bis

Opvragen van VIS-gegevens voor het maken of bijwerken van een inreis-uitreisnotitie of van de notitie van weigering van toegang van een visumhouder in het EES

Uitsluitend voor het maken of bijwerken van de inreis-uitreisnotitie of de notitie van weigering van toegang van een visumhouder in het EES overeenkomstig artikel 14, lid 2, en de artikelen 16 en 18 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt de autoriteit die bevoegd is om controles te verrichten aan de grenzen waar het EES wordt gebruikt, toegang verleend om de gegevens die zijn opgeslagen in het VIS en die staan vermeld in artikel 16, lid 1, onder d), en artikel 16, lid 2, onder c) tot en met f), van die verordening uit het VIS op te halen en in het EES te importeren.” [Am. 93]

"

19)  het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 20 bis

Gebruik van VIS-gegevens voor het invoeren van SIS-signaleringen van vermiste personen en kwetsbare personen die van reizen moeten worden weerhouden en de latere toegang tot die gegevens [Am. 94]

1.  De in het VIS opgeslagen vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamen kunnen worden gebruikt om signaleringen van vermiste personen, kinderen die gevaar lopen te worden ontvoerd, of kwetsbare personen die van reizen moeten worden weerhouden in te voeren overeenkomstig artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) .... van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening (EU) betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken]. In die gevallen worden de vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamen via beveiligde kanalen uitgewisseld met het Sirene-bureau van de lidstaat die de gegevens bezit. [Am. 95]

2.  Indien er sprake is van een treffer met een SIS-signalering door middel van het gebruik van in het VIS opgeslagen vingerafdrukgegevens en gezichtsopnamen als bedoeld in lid 1, kunnen kinderbeschermingsautoriteiten en nationale gerechtelijke autoriteiten, met inbegrip van die welke belast zijn met de instelling van strafvervolging en van gerechtelijke onderzoeken voorafgaand aan tenlastelegging, alsook hun coördinerende instanties, als bedoeld in artikel 43 44 van Verordening (EU) … [COM(2016)0883 – SIS LE politiële samenwerking)], bij de uitoefening van hun taken een autoriteit met toegang tot het VIS om toegang tot de in het VIS opgenomen gegevens verzoeken. De voorwaarden waarin de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving voorzien, zijn van toepassing. De lidstaten zien erop toe dat de gegevens op een veilige manier worden verzonden. [Am. 96]

__________

* Verordening (EU) ... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB L ... van ..., blz. ...).";

"

20)   In artikel 22 worden de leden 1 en 2 vervangen door:"

“1. Uitsluitend met het oog op de behandeling van een asielaanvraag hebben de bevoegde asielautoriteiten overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr. 343/2003 toegang om te zoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de asielzoeker. Wanneer de vingerafdrukken van de asielzoeker niet kunnen worden gebruikt, of wanneer het zoeken aan de hand van de vingerafdrukken geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) en/of b) tot en met cc); er kan worden gezocht in combinatie met de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 4, onder aa). [Am. 97]

2.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens zijn opgeslagen betreffende de persoon die om internationale bescherming verzoekt, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens van de aanvrager of van gekoppelde aanvraagdossiers van de aanvrager, als bedoeld in artikel 8, lid 3:

   a) het nummer van de aanvraag;
   b) de uit het aanvraagformulier of de aanvraagformulieren overgenomen gegevens bedoeld in artikel 9, leden 4, 5 en 7;
   c) foto’s gezichtsopnamen; [Am. 98]
   d) de gegevens die zijn ingevoerd in verband met afgegeven, nietig verklaarde, of ingetrokken visa, of in verband met visa waarvan de geldigheidsduur is verlengd, als bedoeld in de artikelen 10, 13 en 14;
   e) de gegevens als bedoeld in artikel 9, punten punt 4) en 5), van de overeenkomstig artikel 8, lid 4, gekoppelde aanvraagdossiers."; [Am. 99]

"

21)  artikel 23 wordt vervangen door:"

"Artikel 23

Bewaringstermijn van opgeslagen gegevens

1.  Onverminderd de verwijdering van gegevens als bedoeld in de artikelen 24 en 25 en de registratie van gegevens als bedoeld in artikel 34, worden de dossiers aanvraagdossiers voor ten hoogste vijf jaar in het VIS opgeslagen. [Am. 100]

Deze termijn gaat in:

   a) op de datum waarop de geldigheidsduur van het visum, het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt, indien een visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven;
   b) op de nieuwe datum waarop de geldigheidsduur van het visum, of het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt, indien een visum, of een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is verlengd; [Am. 101]
   c) op de datum waarop het aanvraagdossier in het VIS is aangemaakt, indien de aanvraag ingetrokken, afgesloten of afgebroken is;
   d) op de datum van de beslissing van de verantwoordelijke autoriteit, indien een visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is geweigerd, nietig verklaard of ingetrokken, of de geldigheidsduur ervan is ingekort, naargelang het geval.

2.  Na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn worden het dossier en de in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, leden lid 3 en 5, bedoelde koppelingen naar dit dossier automatisch uit het VIS gewist. [Am. 102]

2 bis.  In afwijking van lid 1:

   a) aanvraagdossiers betreffende een verblijfsvergunning worden gewist na een periode van ten hoogste 10 jaar;
   b) aanvraagdossiers betreffende kinderen jonger dan 12 jaar worden gewist wanneer het kind het Schengengebied verlaat. [Am. 103]

2 ter.  In afwijking van lid 1 kan, met het oog op het mogelijk maken van een nieuwe aanvraag, het daarin bedoelde aanvraagdossier worden bewaard voor een aanvullende periode van niet meer dan drie jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of van de verblijfsvergunning, en uitsluitend indien de verzoeker, na een verzoek om toestemming, door middel van een ondertekende verklaring vrijelijk en uitdrukkelijk instemt. Verzoeken om toestemming worden in een begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal zodanig gepresenteerd dat een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt met andere aangelegenheden, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2016/679. De aanvrager kan overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 zijn toestemming te allen tijde intrekken. Indien de aanvrager de toestemming intrekt, wordt het aanvraagdossier automatisch uit het VIS verwijderd.

eu-LISA ontwikkelt een instrument waarmee aanvragers hun toestemming kunnen geven of intrekken.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast ter nadere omschrijving van het instrument waarmee aanvragers hun toestemming kunnen geven of intrekken. [Am. 104]

"

22)  in artikel 24 worden de leden 2 en 3 vervangen door:"

"2. Indien een lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het VIS verwerkte gegevens onjuist zijn of dat gegevens in strijd met deze verordening in het VIS zijn verwerkt, stelt die lidstaat de bevoegde lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis. Die kennisgeving gebeurt volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde procedure.

Indien de onjuiste gegevens betrekking hebben op de koppelingen die zijn gemaakt overeenkomstig artikel 8, lid 3 of 4, en artikel 22 bis, lid 3, doet de bevoegde lidstaat de nodige verificaties, geeft hij binnen 48 uur een antwoord en rectificeert hij in voorkomend geval de koppeling. Bij gebreke van antwoord binnen de gestelde termijn rectificeert de verzoekende lidstaat de koppeling en stelt hij de bevoegde lidstaat daarvan in kennis via VISMail.

3.   De bevoegde lidstaat controleert de betrokken gegevens zo spoedig mogelijk en, indien nodig, corrigeert of verwijdert deze onmiddellijk."; [Am. 105]

"

23)  artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

"1. Indien voor het verstrijken van de in artikel 23, lid 1, bedoelde termijn een aanvrager de nationaliteit van een lidstaat heeft verworven, worden de aanvraagdossiers en de in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, lid 3, bedoelde koppelingen betreffende hem of haar door de lidstaat die de betrokken aanvraagdossiers en koppelingen heeft aangemaakt, onmiddellijk uit het VIS gewist."; [Am. 106. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

"

b)  in lid 2 worden de woorden "de infrastructuur van het VIS" vervangen door "VISMail";

23 bis)  artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1 en 2 worden vervangen door:"

“1. eu-LISA wordt belast met het operationele beheer van het VIS en de in artikel 2 bis genoemde onderdelen ervan. eu-Lisa zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat voor die onderdelen te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. [Am. 107]

2.  Het operationeel beheer van het VIS omvat alle taken die nodig zijn om het VIS overeenkomstig deze verordening 24 uur per dag en 7 dagen per week te laten functioneren, met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigende operationele kwaliteit van het VIS, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van het centrale systeem van het VIS door consulaire posten en grensautoriteiten. De voor de raadpleging benodigde tijd moet zo kort mogelijk zijn."; [Am. 108]

"

b)  de leden 3 tot en met 8 worden geschrapt; [Am. 109]

(24)  in artikel 26 wordt het volgende lid 8 bis ingevoegd:"

"8 bis. In de volgende omstandigheden is het eu-LISA toegestaan geanonimiseerde werkelijke persoonsgegevens uit het VIS-productiesysteem te gebruiken voor testdoeleinden:

   a) voor diagnostiek en reparatie wanneer in het centraal systeem fouten worden ontdekt;
   b) voor het testen van nieuwe technieken en technologieën die de prestaties van het centraal systeem of de verzending van gegevens naar het centrale systeem kunnen verbeteren.

In dergelijke gevallen worden in de testomgeving maatregelen voor beveiliging, toegangscontrole en registratie toegepast die gelijkwaardig zijn aan die van het productiesysteem van het VIS. Werkelijke persoonsgegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, worden zodanig geanonimiseerd dat de betrokkene niet meer kan worden geïdentificeerd."; [Am. 110]

"

c)  de volgende leden worden toegevoegd:"

"9 bis. Indien eu-LISA samenwerkt met externe contractanten voor VIS-gerelateerde taken volgt het nauwlettend de activiteiten van de contractanten om zeker te zijn dat wordt voldaan aan deze verordening, met name inzake beveiliging, vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

9 ter.  Het operationeel beheer van de VIS wordt niet toevertrouwd aan particuliere ondernemingen of particuliere organisaties."; [Am. 111]

"

25)  artikel 27 wordt vervangen door:"

"Artikel 27

Plaats van het centrale Visuminformatiesysteem

Het hoofdsysteem van het centrale VIS, dat voor technisch toezicht en beheer zorgt, bevindt zich in Straatsburg (Frankrijk) en een centrale-VIS-back-up, die alle functies van het belangrijkste centrale VIS kan overnemen, bevindt zich in Sankt Johann im Pongau (Oostenrijk).

Beide locaties kunnen tegelijkertijd worden ingezet voor het operationele beheer van het VIS, mits de tweede locatie eu-LISA voorziet in technische oplossingen om ervoor te zorgen dat het VIS ononderbroken beschikbaar is, hetzij door een gelijktijdige werking van het centrale systeem van het VIS en het vervangende centrale systeem van het VIS, op voorwaarde dat het vervangende centrale systeem van het VIS de werking van het VIS bij uitval van het centrale systeem de werking ervan van het VIS kan blijven waarborgen, hetzij door het systeem of de onderdelen ervan te dupliceren."; [Am. 112]

"

26)  artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel wordt vervangen door:"

"Verantwoordelijkheid voor het gebruik en de kwaliteit van gegevens"

"

b)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)   punt c) wordt vervangen door:"

"c) de gegevens accuraat en geactualiseerd zijn, een passend kwaliteitsniveau hebben en voldoende volledig zijn, wanneer zij naar het VIS worden gezonden.";

"

ii)  de volgende alinea wordt toegevoegd:"

“Hiertoe zien de lidstaten erop toe dat consulair personeel en het personeel van eventuele externe dienstverleners waarmee wordt samengewerkt overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 810/2009 regelmatig worden scholing ontvangen op het gebied van gegevenskwaliteit.”; [Am. 113]

"

c)  in lid 2, onder a), wordt het woord "VIS" in beide gevallen vervangen door de woorden "VIS of het CIR;

d)  het volgende leden worden ingevoegd:"

"2 bis. Samen met de Commissie ontwikkelt, en handhaaft de beheersautoriteit en actualiseert eu-LISA automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, waarmee de VIS-gegevens aan kwaliteitscontroles kunnen worden onderworpen, en brengt zij regelmatig verslag uit aan de lidstaten. De beheersautoriteit eu-LISA zorgt voor voldoende professioneel opgeleid personeel om de technische innovaties en upgrades toe te passen die nodig zijn om de mechanismen voor gegevenskwaliteitscontrole toe te passen. eu-LISA brengt regelmatig verslag uit over de controles van de gegevenskwaliteit aan de lidstaten en de Commissie. De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad regelmatig een verslag voor over eventuele problemen in verband met de kwaliteit van de gegevens en over de wijze waarop deze zijn aangepakt. [Am. 114]

Dit mechanisme en deze procedures en de uitlegging inzake de naleving van de regels op het gebied van gegevenskwaliteit worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

2 ter.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de haalbaarheid, beschikbaarheid, gereedheid en betrouwbaarheid van technologie voor de identificatie van een persoon op basis van gezichtsopnamen."; [Am. 115]

"

d bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:"

"3 bis. Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het VIS de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door die lidstaat draagt. Elke lidstaat stelt de Commissie er van in kennis welke autoriteit hij heeft aangewezen."; [Am. 116]

"

27)  het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 29 bis

Specifieke regels voor het invoeren van gegevens

1.  Het invoeren van gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies in het VIS moet aan de volgende voorafgaande voorwaarden voldoen:

   a) gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies, en in artikel 6, lid 4, mogen pas na een door de verantwoordelijke nationale autoriteiten uitgevoerde kwaliteitscontrole naar het VIS worden gezonden ingevoerd; [Am. 117]
   b) gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies, en in artikel 6, lid 4, worden door het VIS verwerkt na een door het VIS overeenkomstig lid 2 uitgevoerde kwaliteitscontrole. [Am. 118. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

2.  Kwaliteitscontroles door het VIS worden als volgt uitgevoerd:

   (a) bij het aanmaken van aanvraagdossiers of dossiers van onderdanen van derde landen in het VIS worden kwaliteitscontroles uitgevoerd op de gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies; indien deze controles niet voldoen aan de vastgestelde kwaliteitscriteria, worden de verantwoordelijke autoriteiten automatisch door het VIS in kennis gesteld;
   b) de automatische procedures als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, en artikel 22 ter, lid 2, kunnen pas door het VIS worden geactiveerd nadat het VIS een kwaliteitscontrole heeft uitgevoerd overeenkomstig dit artikel; indien deze controles niet voldoen aan de vastgestelde kwaliteitscriteria, worden de verantwoordelijke autoriteiten automatisch door het VIS in kennis gesteld; [Am. 118. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]
   c) controles op de kwaliteit van gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens worden uitgevoerd bij het aanmaken van dossiers van onderdanen van derde landen in het VIS, om na te gaan of voldaan is aan de minimumnormen voor gegevenskwaliteit die biometrische matching mogelijk maken; [Am. 119. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]]
   d) kwaliteitscontroles op de gegevens als bedoeld in artikel 6, lid 4, worden uitgevoerd bij het opslaan van informatie over de nationale aangewezen autoriteiten in het VIS.

3.  Er worden kwaliteitsnormen vastgesteld voor het opslaan van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens. Deze normen worden gespecificeerd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 49, lid 2."; [Am. 120. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

"

(28)  artikel 31, leden 1 en 2, worden vervangen door: "

"1. Onverminderd Verordening (EU) 2016/679 kunnen de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a), b), c), k) en m), artikel 9, lid 6, en artikel 9, lid 7, uitsluitend worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land of een in de bijlage opgenomen internationale organisatie wanneer dat in individuele gevallen noodzakelijk is om de identiteit van onderdanen van derde landen te bewijzen, en uitsluitend met het oog op terugkeer overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG of hervestiging overeenkomstig Verordening …[kaderverordening hervestiging], en mits de lidstaat die de gegevens in het VIS heeft ingevoerd, zijn goedkeuring heeft gegeven."; [Am. 121]

"

28 bis)  Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 2 en 3 worden vervangen door:"

“2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel mogen grensautoriteiten of immigratieautoriteiten de in artikel 9, lid 4, onder a), b), c), c quater), k) en m), lid 6 en 7, bedoelde gegevens in individuele gevallen doorgeven aan een in de bijlage bij deze verordening opgenomen derde land of internationale organisatie indien dit noodzakelijk is om de identiteit van onderdanen uit een derde land vast te stellen uitsluitend met het oog op terugkeer, en indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

   a) de Commissie heeft een besluit genomen over de passende bescherming van persoonsgegevens in dat derde land overeenkomstig artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679;
   b) er is voorzien in passende waarborgen als bedoeld in artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679, bijvoorbeeld door middel van een overnameovereenkomst die is gesloten tussen de Unie of een lidstaat en het betrokken derde land; of
   c) artikel 49, lid 1, onder d), van Verordening (EU) 2016/679 is van toepassing. [Am. 122]

3.   De in artikel 9, lid 4, onder a), b), c), k) en m), lid 6 en lid 7, van deze verordening bedoelde gegevens mogen alleen worden overgedragen overeenkomstig lid 2 van dit artikel indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

   a) de gegevens worden doorgegeven overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Unierecht, met name de bepalingen inzake gegevensbescherming, met inbegrip van hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679 en overnameovereenkomsten, alsmede overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat die de gegevens heeft doorgegeven;
   b) de lidstaat die de gegevens in het VIS heeft ingevoerd, heeft hiermee ingestemd;
   c) het derde land of de internationale organisatie stemt ermee in de gegevens uitsluitend voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt, te verwerken; en
   d) er is ten aanzien van de betrokken onderdaan van een derde land een uit hoofde van Richtlijn 2008/115/EG vastgesteld terugkeerbesluit uitgevaardigd, op voorwaarde dat de tenuitvoerlegging van dit terugkeerbesluit niet is geschorst en dat er geen hoger beroep is ingesteld dat tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan kan leiden."; [Am. 123]

"

b)  de volgende leden worden toegevoegd:"

"3 bis. De doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties overeenkomstig lid 2 laat de rechten van personen die internationale bescherming hebben aangevraagd of genieten, onverlet, met name ten aanzien van non-refoulement.

3 ter.  De door een lidstaat of Europol voor rechtshandhavingsdoeleinden uit het VIS verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde particuliere organisaties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Het verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt uit hoofde van Richtlijn (EU) 2016/680."; [Am. 124]

"

28 ter)  in artikel 32 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

a)   het volgende punt wordt ingevoegd:"

"e bis) te verhinderen dat onbevoegden de systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;"; [Am. 125]

"

b)  de volgende punten worden ingevoegd:"

"j bis) ervoor te zorgen dat de normale werking van de gebruikte systemen in geval van storing kan worden hersteld;

   j ter) de betrouwbaarheid te garanderen door ervoor te zorgen dat eventuele functiestoringen in het VIS correct worden gemeld en dat de nodige technische maatregelen worden getroffen zodat persoonsgegevens kunnen worden hersteld wanneer zij beschadigd worden door een slechte werking van het VIS;"; [Am. 126]

"

28 quater)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 32 bis

Beveiligingsincidenten

1.  Elke gebeurtenis die gevolgen heeft of kan hebben voor de beveiliging van het VIS of het VIS schade of verlies kan toebrengen, wordt beschouwd als een beveiligingsincident, met name wanneer onrechtmatig toegang tot gegevens kan zijn verkregen of wanneer de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van gegevens in gevaar is gekomen of kan zijn gekomen.

2.  Het beheer van beveiligingsincidenten is gericht op een snelle, doeltreffende en passende reactie.

3.  Onverminderd de kennisgeving en de mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 30 van Richtlijn (EU) 2016/680, melden de lidstaten, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap beveiligingsincidenten onverwijld aan de Commissie, eu-LISA, de bevoegde toezichthoudende autoriteit en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. eu-LISA meldt beveiligingsincidenten betreffende het centrale systeem van het VIS onverwijld aan de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

4.  Informatie over een beveiligingsincident dat gevolgen heeft of kan hebben voor de werking van het VIS in een lidstaat of bij eu-LISA, of voor de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens die door andere lidstaten zijn ingevoerd of toegezonden, wordt onverwijld aan alle lidstaten verstrekt en gemeld in overeenstemming met het door eu-LISA voorgelegde incidentenbeheerplan.

5.  De lidstaten en eu-LISA werken in het geval van een beveiligingsincident samen.

6.  De Commissie meldt ernstige incidenten onmiddellijk aan het Europees Parlement en de Raad. Deze verslagen worden overeenkomstig de toepasselijke beveiligingsvoorschriften gerubriceerd als "EU RESTRICTED/RESTREINT UE".

7.  Wanneer een beveiligingsincident is veroorzaakt door het oneigenlijke gebruik van gegevens, zien de lidstaten, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap erop toe dat er sancties worden opgelegd in overeenstemming met artikel 36."; [Am. 127]

"

28 quinquies)  artikel 33 wordt vervangen door:"

"Artikel 33

Aansprakelijkheid

1.  Onverminderd het recht op schadevergoeding door en de aansprakelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EU) 2018/1726, geldt het volgende:

   a) eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens of een andere, met deze verordening strijdige handeling van een lidstaat materiële schade heeft geleden, is gerechtigd om van die lidstaat vergoeding te ontvangen;
   b) eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van een met deze verordening strijdige handeling van Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu-LISA materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van het betrokken agentschap vergoeding te ontvangen.

De betrokken lidstaat, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu-LISA wordt geheel of gedeeltelijk van zijn in de eerste alinea bedoelde aansprakelijkheid ontheven indien hij of het kan aantonen dat hij of het niet verantwoordelijk is voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

2.  Indien het centrale systeem van het VIS schade oploopt omdat een lidstaat zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet is nagekomen, is deze lidstaat aansprakelijk voor die schade, tenzij en voor zover eu-LISA of een andere aan het centrale systeem van het VIS deelnemende lidstaat heeft nagelaten redelijke maatregelen te treffen om het optreden van de schade te voorkomen of de omvang ervan zoveel mogelijk te beperken.

3.  Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade de nationale wetgeving van die lidstaat van toepassing. Op vorderingen tegen de verwerkingsverantwoordelijke, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu-LISA tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de in de Verdragen bepaalde voorwaarden van toepassing."; [Am. 128]

"

29)  artikel 34 wordt vervangen door:"

"Artikel 34

Bijhouden van logbestanden

1.  Elke lidstaat, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de beheersautoriteit eu-LISA houden logbestanden bij van alle gegevensverwerkende handelingen in het VIS. Die logbestanden bevatten het doel van de toegang zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, artikel 20 bis, lid 1, artikel 22 duodecies, lid 1, en de artikelen 15 tot en met 22, en 22 octies tot en met 22 undecies, de datum en het tijdstip van de toegang, het soort toegezonden gegevens zoals bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14 en 22 quater tot en met 22 septies, het soort bij het zoeken gebruikte gegevens zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, artikel 18, artikel 19, lid 1, artikel 20, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, lid 1, de artikelen 22 octies tot en met 22 undecies, artikel 45 bis en artikel 45 quinquies, en de naam van de autoriteit die de gegevens invoert of opvraagt. Voorts houdt elke lidstaat logbestanden bij van de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen. [Am. 129]

2.  Voor de in artikel 45 ter bedoelde handelingen wordt van elke in het VIS en het EES verrichte gegevensverwerkingsactiviteit een logbestand bijgehouden overeenkomstig dit dat artikel en artikel 41 46 van Verordening (EU) 2017/2226 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES). Voor de in artikel 17 bis bedoelde handelingen wordt van elke in het VIS en het EES verrichte gegevensverwerkingsactiviteit een register bijgehouden overeenkomstig dit artikel en artikel 46 van Verordening (EU) 2017/2226. [Am. 130]

3.  Deze logbestanden mogen uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit een oogpunt van gegevensbescherming en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging. De logbestanden moeten met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang worden beschermd en na een periode van één jaar na het verstrijken van de in artikel 23, lid 1, bedoelde bewaringstermijn worden verwijderd, indien zij niet voor reeds aangevangen controleprocedures noodzakelijk zijn.";

"

29 bis)  artikel 35 wordt vervangen door:"

"Artikel 35

Interne controle

De lidstaten zorgen ervoor dat elke instantie met toegangsrecht tot VIS-gegevens de nodige maatregelen treft met het oog op de naleving van deze verordening en samenwerkt met de nationale toezichthoudende autoriteit."; [Am. 131]

"

29 ter)  artikel 36 wordt vervangen door:"

"Artikel 36

Sancties

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elk misbruik van in het VIS ingevoerde gegevens, evenals elke verwerking ervan die in strijd is met deze verordening, wordt gestraft door middel van sancties, met inbegrip van administratieve en/of strafrechtelijke sancties overeenkomstig het nationale recht, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn."; [Am. 132]

"

30)  artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)   de inleidende zin wordt vervangen door:"

1. "Onverminderd het recht op informatie als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van Verordening (EU) 2018/1725, de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 13 van Richtlijn (EU) 2016/680, worden onderdanen van derde landen en de personen bedoeld in artikel 9, lid 4, onder f), artikel 22 quater, lid 2, onder e), of artikel 22 quinquies, onder e), door de bevoegde lidstaat ingelicht over:"; [Am. 133]

"

ii)   punt f) wordt vervangen door:"

"f) het bestaan van het recht op toegang tot de hen betreffende gegevens en van het recht te verzoeken om hen betreffende onjuiste gegevens recht te laten zetten of hen betreffende onrechtmatig verwerkte gegevens te laten verwijderen, met inbegrip van het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden en van de contactgegevens van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en van de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de verzameling van de in artikel 41, lid 1, bedoelde gegevens, die bevoegd zijn kennis te nemen van verzoeken betreffende de bescherming van persoonsgegevens;"; [Am. 134]

"

iii)   het volgende punt wordt toegevoegd:"

"f bis) het feit dat de lidstaten en Europol het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden mogen raadplegen."; [Am. 135]

"

b)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. De in lid 1 bedoelde informatie wordt schriftelijk op duidelijke, beknopte en accurate wijze aan de onderdaan van een derde land meegedeeld bij het verzamelen van de gegevens, de foto gezichtsopname en de vingerafdrukgegevens als bedoeld in artikel 9, punten 4, 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met g), en, indien nodig, mondeling in een taal en op een wijze die de betrokkene begrijpt of redelijkerwijze geacht wordt te begrijpen. Kinderen worden op een bij hun leeftijd passende wijze ingelicht, met behulp van brochures en/of informatiegrafieken en/of demonstraties die specifiek zijn ontworpen om hun de procedure voor het nemen van vingerafdrukken uit te leggen."; [Am. 136]

"

c)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:"

"Als er geen dergelijke door die personen ondertekende formulieren zijn, wordt deze informatie verstrekt overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2016/679.";

"

31)  in artikel 38 wordt lid 3 vervangen door: "

"3. Indien het in lid 2 bedoelde verzoek tot een andere dan de bevoegde lidstaat wordt gericht, nemen de autoriteiten van de lidstaat waarbij het verzoek werd ingediend binnen zeven dagen contact op met de autoriteiten van de bevoegde lidstaat. De bevoegde lidstaat controleert de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het VIS binnen één maand."; [Am. 137]

"

31 bis)  artikel 38 wordt vervangen door:"

"Artikel 38

Recht op toegang tot, rectificatie, aanvulling en wissing van persoonsgegevens en op beperking van de verwerking

1.  Onverminderd het recht van informatie uit hoofde van de artikelen 15 en 16 van Verordening (EU) 2018/1725 worden aanvragers of houders van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, van wie de gegevens in het VIS worden opgeslagen, op het moment dat hun gegevens worden verzameld in kennis gesteld van de procedures voor de uitoefening van de rechten krachtens de artikelen 17 tot en met 20 van Verordening (EU) 2018/1725 en de artikelen 15 tot en met 18 van Verordening (EU) 2016/679. Tegelijkertijd ontvangen zij de contactgegevens van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

2.   Met het oog op de uitoefening van hun rechten krachtens de artikelen 17 tot en met 20 van Verordening (EU) 2018/1725 en de artikelen 15 tot en met 18 van Verordening (EU) 2016/679 hebben de in lid 1 bedoelde personen het recht zich te wenden tot de lidstaat die hun gegevens in het VIS heeft ingevoerd. De lidstaat die de aanvraag ontvangt, onderzoekt en beantwoordt de aanvraag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen. Indien in antwoord op een verzoek blijkt dat de gegevens in het VIS feitelijk onnauwkeurig zijn of onrechtmatig zijn geregistreerd, worden die gegevens in het VIS onverwijld, maar uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het verzoek door de lidstaat overeenkomstig artikel 12, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2016/679 door de bevoegde lidstaat gerectificeerd of gewist. Indien het verzoek tot een andere dan de bevoegde lidstaat wordt gericht, nemen de autoriteiten van de lidstaat waarbij het verzoek werd ingediend binnen zeven dagen contact op met de autoriteiten van de bevoegde lidstaat. De bevoegde lidstaat controleert binnen één maand de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het VIS. De betrokkenen worden door de lidstaat die contact heeft opgenomen met de autoriteiten van de bevoegde lidstaat geïnformeerd dat hun verzoek is doorgestuurd, aan wie het is doorgestuurd en wat het verdere verloop van de procedure inhoudt.

3.   Indien de bevoegde lidstaat het niet eens is met de stelling dat de in het VIS opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn geregistreerd, stelt hij onverwijld een administratief besluit vast waarbij schriftelijk wordt uitgelegd aan de betrokkene waarom de lidstaat niet bereid is de hem of haar betreffende gegevens te rectificeren of te wissen.

4.   Met dat besluit wordt de betrokkene tevens geïnformeerd over de mogelijkheid om het besluit met betrekking tot het in lid 2 bedoelde verzoek aan te vechten en, indien relevant, over de wijze waarop hij of zij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of gerechtelijke instanties, alsmede over voor de betrokkene beschikbare bijstand, onder meer van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten.

5.  Elk verzoek krachtens lid 2 bevat de informatie die nodig is om de betrokkene te identificeren. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om de uitoefening van de in lid 2 bedoelde rechten mogelijk te maken.

6.  De bevoegde lidstaat legt in een schriftelijk document vast dat een in lid 2 bedoeld verzoek is ingediend en op welke wijze dit is behandeld. Deze lidstaat stelt dit document onverwijld en uiterlijk zeven dagen na het nemen van het in de tweede alinea van lid 2 genoemde besluit om gegevens te rectificeren of te wissen, respectievelijk het in lid 3 genoemde besluit, ter beschikking van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming."; [Am. 138]

"

31 ter)  artikel 39 wordt vervangen door:"

"Artikel 39

Samenwerking om het recht op gegevensbescherming te waarborgen

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de in artikel 38 genoemde rechten kunnen worden uitgeoefend.

2.  In elke lidstaat verleent de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit de betrokkene desgevraagd bijstand en advies bij de uitoefening van zijn of haar recht op rectificatie, aanvulling of wissing van de op hem of haar betrekking hebbende persoonsgegevens of op beperking van de verwerking van deze persoonsgegevens in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679.

Teneinde de in de eerste alinea bedoelde doelen te verwezenlijken, werken toezichthoudende autoriteit van de bevoegde lidstaat die de gegevens heeft toegezonden en de toezichthoudende autoriteit van de aangezochte lidstaat met elkaar samen.”; [Am. 139]

"

31 quater)  artikel 40 wordt vervangen door:"

"Artikel 40

Rechtsmiddelen

1.  Onverminderd de artikelen 77 en 79 van Verordening (EU) 2016/679 heeft eenieder in elke lidstaat het recht een rechtsvordering in te stellen of een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of rechter van die lidstaat die hem de bij artikel 38 van de onderhavige verordening geboden rechten inzake toegang tot en rectificatie, aanvulling of wissing van gegevens die op hem of haar betrekking hebben, hebben ontzegd. Het recht om een dergelijke rechtsvordering in te stellen of een dergelijke klacht in te dienen is ook van toepassing in gevallen waarin verzoeken om toegang, rectificatie, aanvulling of wissing niet binnen de in artikel 38 vermelde termijn zijn beantwoord of nooit in behandeling zijn genomen door de verwerkingsverantwoordelijke.

2.  Gedurende deze procedure blijft de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit bijstand verlenen."; [Am. 140]

"

31 quinquies)  artikel 41 wordt vervangen door:"

"Artikel 41

Toezicht door de nationale toezichthoudende autoriteit

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit uit hoofde van deze verordening onafhankelijk toezicht houdt op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de betrokken lidstaat.

2.  De in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit/autoriteiten zorgt/zorgen dat ten minste om de drie jaar een audit van de gegevensverwerking van de bevoegde nationale autoriteiten wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. De resultaten van de audit kunnen worden meegenomen in de evaluaties in het kader van het mechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad. Jaarlijks wordt door de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit het aantal verzoeken om rectificatie, aanvulling, wissing of beperking van de verwerking van gegevens het daaraan gegeven gevolg en het aantal rectificaties, aanvullingen, wissingen en beperkingen van verwerking dat op verzoek van de betrokkenen is aangebracht, bekendgemaakt.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun toezichthoudende autoriteit voldoende middelen ter beschikking heeft om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen, en toegang heeft tot advies van personen met voldoende kennis van biometrische gegevens.

4.  Lidstaten verstrekken de door de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit gevraagde informatie, en in het bijzonder informatie over de activiteiten die zijn verricht in overeenstemming met haar in deze verordening neergelegde verantwoordelijkheden. Lidstaten bieden de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit inzage in hun logbestanden en verlenen haar te allen tijde toegang tot al hun gebouwen en terreinen die verband houden met interoperabiliteit."; [Am. 141]

"

31 sexies)  artikel 42 wordt vervangen door:"

"Artikel 42

Toezicht door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is op grond van deze verordening verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door eu-LISA, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap en zorgt ervoor dat die activiteiten worden verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 en met deze verordening.

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de drie jaar een audit van de activiteiten van eu-LISA op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. Een rapport over die audit wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, eu-LISA, de Commissie en de lidstaten. Alvorens de rapporten worden aangenomen, wordt eu-LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

3.  eu-LISA verstrekt de door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gevraagde informatie en verleent de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming te allen tijde toegang tot alle in de artikelen 22 novodecies, 34 en 45 ter bedoelde documenten en logbestanden en verleent de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming te allen tijde toegang tot al zijn gebouwen en terreinen.”; [Am. 142]

"

32)  in artikel 43 worden de leden 1 en 2 vervangen door: "

"1. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werkt nauw samen met de nationale toezichthoudende autoriteiten in verband met specifieke kwesties waarvoor nationale betrokkenheid vereist is, met name wanneer de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of een nationale toezichthoudende autoriteit grote verschillen tussen praktijken van de lidstaten constateert of potentieel onrechtmatige gegevensdoorgifte via de communicatiekanalen van de interoperabiliteitscomponenten constateert, dan wel in de context van vragen die door een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten worden gesteld ten aanzien van de uitvoering en de uitlegging van deze verordening.

2.  In de in lid 1 bedoelde gevallen wordt gezorgd voor gecoördineerd toezicht in overeenstemming met artikel 62 van Verordening (EU) 2018/XXXX [herziene Verordening (EG) nr. 45/2001]."; [Am. 143]

"

32 bis)  artikel 43 wordt vervangen door:"

"Artikel 43

Samenwerking tussen de nationale controleautoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1.  De toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen hun eigen bevoegdheden, actief samen en elk in het kader van hun eigen verantwoordelijkheden om gecoördineerd toezicht op de interoperabiliteitscomponenten en de andere bepalingen van deze verordening te waarborgen.

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten wisselen relevante informatie uit, staan elkaar bij in de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, beoordelen problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van personen wier gegevens worden verwerkt, stellen geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen op, en bevorderen het bewustzijn over gegevensbeschermingsrechten, voor zover noodzakelijk.

3.  Voor de in lid 2 vervatte doeleinden komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen in het kader van het Europees Comité voor gegevensbescherming. Die bijeenkomsten worden door het Europees Comité voor gegevensbescherming georganiseerd en betaald. Tijdens de eerste vergadering wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld.

4.  Om de twee jaar zendt het Europees Comité voor gegevensbescherming een gezamenlijk activiteitenverslag aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en eu-LISA. Dat verslag bevat voor elke lidstaat een hoofdstuk, dat door de toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat wordt opgesteld."; [Am. 144]

"

32 ter)  artikel 44 wordt geschrapt; [Am. 145]

33)  aan artikel 45 worden de volgende leden toegevoegd:"

"2 bis. De maatregelen die vereist zijn voor de ontwikkeling van het centrale systeem van het VIS, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de nationale interfaces worden met betrekking tot de volgende aangelegenheden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure:

   a) het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, onder meer van het communicatienetwerk;
   b) de technische aspecten die van invloed zijn op de bescherming van persoonsgegevens;
   c) de technische aspecten die aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de begrotingen van de lidstaten of die aanzienlijke technische gevolgen hebben voor de nationale systemen van de lidstaten;
   d) de uitwerking van de beveiligingseisen, met inbegrip van biometrische aspecten. [Am. 146]

3.  De technische specificaties voor de kwaliteit, de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken en de gezichtsopname voor biometrische verificatie en identificatie in het VIS worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.";

"

34)  het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 45 bis

Gebruik van gegevens voor verslagen en statistieken

1.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, de Commissie, eu-LISA en het bij Verordening (EU) 2016/1624 opgerichte Europees Grens- en kustwachtagentschap hebben, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd als gevolg van de volledige anonimisering van deze gegevens, toegang om de volgende gegevens te raadplegen: [Am. 147]

   a) de statusinformatie;
   b) de bevoegde autoriteit, met plaatsaanduiding;
   c) geslacht, geboortedatum geboortejaar en huidige nationaliteit van de aanvrager; [Am. 148]
   d) de lidstaat van eerste binnenkomst, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;
   e) de datum en de plaats van de aanvraag en van de beslissing betreffende de aanvraag (afgifte of afwijzing);
   f) het soort afgegeven document, meer bepaald een luchthaventransitvisum, een eenvormig visum, een visum met territoriaal beperkte geldigheid, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning;
   g) het soort reisdocument en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;
   h) de redenen die zijn aangegeven voor een beslissing betreffende het document of de aanvraag, uitsluitend wat visa tot weigering van een visum voor kort verblijf betreft; wat visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen betreft, de beslissing over de aanvraag (of de aanvraag is ingewilligd of afgewezen, en om welke reden) , met inbegrip van de vermelding van eventuele treffers met de geraadpleegde informatiesystemen van de Unie, met gegevens van Europol of Interpol, met de observatielijst bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) nr. 2018/1240 of met de specifieke risico-indicatoren; [Am. 149]
   h bis) de redenen die zijn aangegeven voor een beslissing tot weigering van een document, met inbegrip van de vermelding van eventuele treffers met de geraadpleegde informatiesystemen van de Unie, met gegevens van Europol of Interpol, met de observatielijst bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 2018/1240 of met de specifieke risico-indicatoren; [Am. 150]
   i) de bevoegde autoriteit, met plaatsaanduiding, die de aanvraag heeft afgewezen en de datum van afwijzing, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;
   j) de gevallen waarin dezelfde aanvrager bij meer dan één bevoegde visumautoriteit een visum voor kort verblijf heeft aangevraagd, met vermelding van deze visumautoriteiten, met plaatsaanduiding, en de data van afwijzing, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;
   k) wat visa voor kort verblijf betreft, het/de hoofddoel(en) van de reis; met betrekking tot visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, het doel van de aanvraag; [Am. 151]
   l) de gegevens die zijn ingevoerd in verband met een document visum dat is ingetrokken of nietig verklaard, of waarvan de geldigheidsduur is verstreken, naargelang het geval; [Am. 152]
   m) in voorkomend geval, de datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt;
   n) het aantal personen dat op grond van artikel 13, lid 7, van Verordening (EG) nr. 810/2009 is vrijgesteld van de verplichting om vingerafdrukken te laten afnemen;
   o) de gevallen waarin de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens feitelijk niet konden worden verstrekt overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5;
   p) de gevallen waarin de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens om wettelijke redenen niet vereist waren, overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5;
   q) de gevallen waarin een visum werd geweigerd aan een persoon die de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens feitelijk niet kon verstrekken, overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5.

De naar behoren gemachtigde personeelsleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap hebben toegang om de in de eerste alinea bedoelde gegevens te kunnen raadplegen, teneinde risicoanalyses en kwetsbaarheidsbeoordelingen zoals bedoeld in de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) 2016/1624 te kunnen uitvoeren.

2.  Voor de toepassing van lid 1 worden de in dat lid bedoelde gegevens door eu-LISA opgeslagen in het centraal register voor rapportage en statistieken bedoeld in [artikel 39 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)].

3.  De door eu-LISA ingevoerde procedures voor toezicht op de werking van het VIS als bedoeld in artikel 50, lid 1, omvatten de mogelijkheid om regelmatige statistieken op te stellen voor het waarborgen van dat toezicht.

4.  Elk kwartaal stelt eu-LISA op basis van VIS-gegevens inzake visa voor kort verblijf statistieken op waarin met name voor elke locatie waar een visum werd aangevraagd, melding wordt gemaakt van:

   a) het totaal aantal aangevraagde luchthaventransitvisa, met inbegrip van meervoudige luchthaventransitvisa;
   b) het totaal aantal afgegeven visa, met inbegrip van meervoudige A-visa;
   c) het totaal aantal afgegeven meervoudige visa;
   d) het totaal aantal niet-afgegeven visa, met inbegrip van meervoudige A-visa;
   e) het totaal aantal aangevraagde eenvormige visa, met inbegrip van eenvormige visa voor meerdere binnenkomsten;
   f) het totaal aantal afgegeven visa, met inbegrip van visa voor meerdere binnenkomsten;
   g) het totaal aantal afgegeven visa voor meerdere binnenkomsten, uitgesplitst naar geldigheidsduur (minder dan 6 maanden, 1 jaar, 2 jaar, 3 jaar, 4 jaar, 5 jaar);
   h) totaal aantal niet-afgegeven eenvormige visa, met inbegrip van visa voor meerdere binnenkomsten;
   i) totaal aantal afgegeven visa met territoriaal beperkte geldigheid.

De dagelijkse statistieken worden opgeslagen in het centraal register voor rapportage en statistieken.

5.  Elk kwartaal stelt eu-LISA op basis van de VIS-gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen statistieken op, waarin met name voor elke locatie melding wordt gemaakt van:

   a) totaal aantal aangevraagde, afgegeven, geweigerde, verlengde en ingetrokken visa voor verblijf van langere duur;
   b) totaal aantal aangevraagde, afgegeven, geweigerde, verlengde en ingetrokken verblijfsvergunningen.

6.  Aan het eind van elk jaar worden statistische gegevens verzameld in kwartaalstatistieken een jaarverslag voor het betrokken jaar. De statistieken bevatten een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat. Het verslag wordt gepubliceerd en toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten. [Am. 153]

7.  Op verzoek van de Commissie verstrekt eu-LISA de Commissie statistieken over specifieke aspecten van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke visumbeleid of van het migratiebeleid, onder meer wat betreft de toepassing van Verordening (EU) nr. 1053/2013.";

"

35)  de volgende artikelen 45 ter, 45 quater, 45 quinquies en 45 sexies worden ingevoegd:"

"Artikel 45 ter

Toegang tot gegevens voor verificatie door vervoerders

1.  Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, onder b), van de overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen sturen luchtvervoerders, zeevervoerders en internationale vervoerders die groepen per bus over land vervoeren, een zoekopdracht naar het VIS om te verifiëren of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, in het bezit zijn van een geldig visum voor kort verblijf, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning, naargelang het geval. Wat visa voor kort verblijf betreft, verstrekken vervoerders hiertoe de in artikel 9, punt 4, onder a) tot en met c), of artikel 22 quater, onder a) tot en met c), van deze verordening vermelde gegevens, naargelang het geval. In gevallen waarin reizigers op grond van een zoekopdracht in het VIS wordt geweigerd in te stappen, stellen de vervoerders de betrokkenen hiervan in kennis en voorzien zij hen van de nodige middelen voor de uitoefening van hun rechten op toegang tot en rectificatie en wissing van hun persoonsgegevens die in het VIS zijn opgeslagen. [Am. 154]

2.  Teneinde uitvoering te geven aan lid 1 of teneinde een oplossing te bieden voor een eventueel geschil waartoe de toepassing van dat lid aanleiding zou geven, houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkende verrichtingen van vervoerders binnen de gateway voor vervoerders. Deze logbestanden tonen de datum en het tijdstip van elke verrichting, de voor raadpleging gebruikte gegevens, de door de gateway voor vervoerders doorgezonden gegevens en de naam van de betrokken vervoerder.

Logbestanden worden gedurende een periode van twee jaar opgeslagen. Logbestanden worden door passende maatregelen beschermd tegen ongeoorloofde toegang.

3.  Beveiligde toegang tot de gateway voor vervoerders, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder h), van Beschikking 2004/512/EG, als gewijzigd bij deze verordening, 2 bis, onder h), met inbegrip van de mogelijkheid om mobiele technische oplossingen te gebruiken, stelt vervoerders in staat om de in lid 1 bedoelde zoekopdracht te verrichten voordat de passagier instapt. Hiertoe zendt De vervoerder het verzoek om raadpleging van het VIS met gebruikmaking van verstrekt de gegevens die zijn opgeslagen in de machineleesbare zone van het reisdocument en vermeldt de lidstaat van binnenkomst. In het geval van doorreis via een luchthaven is de vervoerder bij wijze van afwijking niet verplicht om te verifiëren of onderdanen van derde landen in het bezit zijn van een geldig visum voor kort verblijf, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, naargelang het geval. [Am. 155]

4.  In het antwoord van het VIS wordt aangegeven of de betrokkene beschikt over een geldig visum voor kort verblijf, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, naargelang het geval, door de vervoerders het antwoord OK/NIET OK te verstrekken. Indien er een visum voor kort verblijf met beperkte territoriale geldigheid is afgegeven overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EG) nr. 810/2009, wordt in het antwoord van het VIS rekening gehouden met de lidstaat of lidstaten waarvoor het visum geldt en met de lidstaat van binnenkomst die door de vervoerder is vermeld. Vervoerders mogen de door hen verstuurde informatie en het door hen ontvangen antwoord opslaan in overeenstemming met het toepasselijke recht. Het antwoord OK/NIET OK wordt niet beschouwd als een beslissing om toegang te verlenen of te weigeren overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399. De Commissie stelt, door middel van uitvoeringshandelingen, nadere regels vast met betrekking tot de voorwaarden voor de werking van het toegangsportaal voor vervoerders en de toepasselijke regels inzake gegevensbescherming en -beveiliging. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. [Am. 156]

5.  Een uitsluitend voor vervoerders bestemd authenticatiesysteem wordt opgezet om, voor de doeleinden van lid 2, de gemachtigde personeelsleden van vervoerders toegang te bieden tot het toegangsportaal voor vervoerders. Bij de oprichting van het authenticatiesysteem wordt rekening gehouden met risicobeheer op het gebied van informatiebeveiliging en met de beginselen van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen. Het authenticatiesysteem wordt door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. [Am. 157]

5 bis.  Het toegangsportaal voor vervoerders maakt gebruik van een afzonderlijke "read only" databank die dagelijks wordt bijgewerkt door extractie in één richting van de minimaal noodzakelijke subreeks van in het VIS opgeslagen gegevens. eu-LISA is verantwoordelijk voor de beveiliging van het toegangsportaal voor vervoerders, voor de beveiliging van de persoonsgegevens die dat toegangsportaal bevat en voor het proces van extractie van de persoonsgegevens en invoer ervan in de afzonderlijke "read only" databank. [Am. 158]

5 ter.  Aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde vervoerders worden de sancties opgelegd waarin overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen („de Overeenkomst tot uitvoering van het Akkoord van Schengen”) en artikel 4 van Richtlijn 2001/51/EG van de Raad is voorzien wanneer zij onderdanen van derde landen vervoeren die, hoewel onderworpen aan de visumplicht, niet in het bezit zijn van een geldig visum. [Am. 159]

5 quater.  Indien aan onderdanen van derde landen de toegang wordt geweigerd, is de vervoerder die deze onderdanen door de lucht, over zee en over land tot aan de buitengrenzen heeft gebracht, verplicht om onmiddellijk weer de verantwoordelijkheid voor hen op zich te nemen. Op verzoek van de grensautoriteiten worden de vervoerders ertoe verplicht om onderdanen van derde landen terug te brengen naar het derde land van waaruit zij werden vervoerd of naar het derde land dat het reisdocument waarmee zij reisden heeft afgegeven of naar enig ander derde land waar zij zeker zullen worden toegelaten. [Am. 160]

5 quinquies.  In afwijking van lid 1 geldt voor vervoerders die groepen per bus over land vervoeren dat gedurende de eerste drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening de in lid 1 bedoelde verificatie facultatief is en dat de in lid 5 ter bedoelde bepalingen niet op hen van toepassing zijn. [Am. 161]

Artikel 45 quater

Vangnetprocedures ingeval het technisch niet mogelijk is voor vervoerders om toegang tot gegevens te verkrijgen

1.  Als het technisch niet mogelijk is om de in artikel 45 ter, lid 1, bedoelde zoekopdracht te verrichten, wegens een storing van een onderdeel van het VIS of door andere factoren waarop de vervoerders geen invloed hebben, worden de vervoerders vrijgesteld van de verplichting om het bezit van een geldig visum of reisdocument te verifiëren met gebruikmaking van de gateway voor vervoerders. Indien de beheersautoriteit eu-LISA een dergelijke storing ontdekt, stelt zij de vervoerders daarvan in kennis. Zij doet hetzelfde wanneer de storing is hersteld. Indien de vervoerders de storing ontdekken, mogen zij de beheersautoriteit eu-LISA daarvan in kennis stellen. [Am. 162]

1 bis.  De in artikel 45 ter, lid 5 ter, bedoelde sancties worden niet aan vervoerders opgelegd in de in lid 1 van dit artikel bedoelde gevallen. [Am. 163]

1 ter.  Indien het om andere redenen dan een storing van een onderdeel van het VIS technisch onmogelijk is voor een vervoerder om de in artikel 45 ter, lid 1, bedoelde zoekopdracht uit te voeren, stelt die vervoerder eu-LISA daarvan op de hoogte. [Am. 164]

2.  De bijzonderheden van de vangnetprocedures worden bepaald in een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 45 quinquies

Toegang tot VIS-gegevens door de Europese grens- en kustwachtteams

1.  Om de in artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad* bedoelde taken en bevoegdheden te kunnen uitoefenen en naast de toegang bedoeld in artikel 40, lid 8, van die verordening, hebben de leden van de Europese grens- en kustwachtteams en van de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde activiteiten, binnen de grenzen van hun mandaat recht op toegang tot en het doorzoeken van de VIS-gegevens. [Am. 165]

2.  Om de in lid 1 bedoelde toegang te waarborgen, wijst het Europees Grens- en kustwachtagentschap een gespecialiseerde eenheid met naar behoren gemachtigde ambtenaren van de Europese grens- en kustwacht aan als centraal toegangspunt. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 45 sexies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

__________

* Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Artikel 45 sexies

Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europese grens- en kustwachtteams

1.  Met het oog op de in artikel 45 quinquies, lid 1, bedoelde toegang kan een Europese grens- en kustwachtteam een verzoek tot raadpleging van alle gegevens of een specifieke reeks in het VIS opgeslagen gegevens richten tot een in artikel 45 quinquies, lid 2, bedoeld centraal toegangspunt van de Europese grens- en kustwacht. In het verzoek wordt verwezen naar het operationeel plan inzake grenscontroles, en grensbewaking en/of terugkeer van de betrokken lidstaat waarop het verzoek is gebaseerd. Bij ontvangst van een verzoek om toegang verifieert het centrale toegangspunt van de Europese grens- en kustwacht of de in lid 2 bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien alle voorwaarden voor toegang zijn vervuld, verwerkt het naar behoren bevoegde personeel van het centrale toegangspunt het verzoek. De VIS-gegevens waartoe toegang is verkregen, worden op zodanige wijze naar het team gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht. [Am. 166]

2.  Voor de verlening van toegang gelden de volgende voorwaarden:

   a) de ontvangende lidstaat staat de leden van het team toe het VIS te raadplegen om de operationele doelstellingen te bereiken die zijn vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, en grensbewaking en terugkeer, en [Am. 167]
   b) de raadpleging van het VIS is nodig voor het vervullen van de specifieke taken die de ontvangende lidstaat het team heeft toevertrouwd.

3.  Overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1624 mogen teamleden en leden van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde taken, in reactie op uit het VIS verkregen informatie alleen handelen op instructie van en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken van de ontvangende lidstaat waar zij actief zijn. De ontvangende lidstaat mag de teamleden toestaan namens hem op te treden. [Am. 168]

4.  In geval van twijfel of indien de verificatie van de identiteit van de houder van het visum, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning mislukt, verwijst het lid van het Europees grens- en kustwachtteam de betrokkene naar een grenswachter van de ontvangende lidstaat.

5.  De raadpleging van de VIS-gegevens door teamleden gebeurt als volgt:

   a) bij de uitvoering van taken in verband met grenscontroles overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399 hebben de teamleden toegang tot VIS-gegevens voor verificatie bij doorlaatposten aan de buitengrenzen overeenkomstig respectievelijk artikel 18 of artikel 22 octies van deze verordening;
   b) bij de verificatie of de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten zijn vervuld, hebben de teamleden toegang tot de VIS-gegevens voor verificatie op het grondgebied van onderdanen van derde landen overeenkomstig respectievelijk artikel 19 of 22 nonies van deze verordening;
   c) bij de identificatie van personen die mogelijk niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen, hebben de teamleden toegang tot de VIS-gegevens voor identificatie overeenkomstig artikel 20 van deze verordening.

6.  Wanneer een dergelijke toegang en zoekopdracht leiden tot een treffer in het VIS, wordt de ontvangende lidstaat daarvan in kennis gesteld.

7.  Elk logbestand van gegevensverwerkende handelingen in het VIS door een lid van de Europese grens- en kustwachtteams of van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde taken, wordt door de beheersautoriteit bijgehouden overeenkomstig de bepalingen van artikel 34. [Am. 169]

8.  Elke toegang en zoekopdracht door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt overeenkomstig artikel 34 in een logbestand vastgelegd en elk gebruik dat dit agentschap maakt van de gegevens waartoe het zijn teams toegang heeft hebben, wordt geregistreerd. [Am. 170]

9.  Het is niet toegestaan om delen van het VIS te verbinden met een computersysteem voor gegevensverzameling en ‑verwerking dat door of bij het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt gebruikt, noch om in het VIS opgeslagen gegevens waartoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang heeft, over te dragen naar een dergelijk systeem, tenzij zulks noodzakelijk is voor het uitvoeren van de taken op grond van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en ‑autorisatie (ETIAS). Er mag geen deel van het VIS worden gedownload. Het registreren van de toegang en de zoekopdrachten in logbestanden wordt niet beschouwd als downloaden of kopiëren van VIS-gegevens. [Am. 171]

10.  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap neemt maatregelen om te zorgen voor de beveiliging van gegevens als bedoeld in artikel 32, en past deze toe."

"

35 bis)  artikelen 46, 47 en 48 worden geschrapt; [Ams. 172, 173 en 174]

35 ter)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 48 bis

Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 quater ter en artikel 23 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 9 quater ter en 23 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 quater ter en artikel 23 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."; [Am. 175]

"

36)  artikel 49 wordt vervangen door:"

"Artikel 49

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad*.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

____________

* Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).";

"

37)  het volgende artikel 49 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 49 bis

Adviesgroep

Eu-LISA richt een adviesgroep op, die dat agentschap expertise levert met betrekking tot het VIS, in het bijzonder bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en van het jaarlijkse activiteitenverslag.";

"

38)  artikel 50 wordt vervangen door:"

"Artikel 50

Monitoring en evaluatie van de gevolgen voor de grondrechten [Am. 176]

1.  De beheersautoriteit eu-LISA zorgt ervoor dat er procedures zijn om de resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van het VIS te toetsen aan de doelstellingen en om de eerbiediging van de grondrechten, waaronder het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op non-discriminatie, de rechten van het kind en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte te waarborgen. [Am. 177]

2.  Met het oog op het technische onderhoud heeft de beheersautoriteit eu-LISA toegang tot de vereiste informatie over de in het VIS verrichte verwerkingshandelingen. [Am. 178]

3.  Om de twee jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging en de kosten van het VIS. Dat verslag bevat een overzicht van de actuele voortgang van het project en de daarmee gepaard gaande kosten, een evaluatie van de financiële gevolgen, alsook informatie over eventuele technische problemen en risico's die gevolgen kunnen hebben voor de totale kosten van het systeem. [Am. 179]

3 bis.  Indien het ontwikkelingsproces vertraging oploopt, brengt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad onmiddellijk op de hoogte van de redenen van de vertraging, de gevolgen voor het tijdschema en de financiële consequenties. [Am. 180]

4.  Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de bepalingen van nationaal recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin informatie en statistieken zijn opgenomen over het volgende:

   a) het exacte doel van de raadpleging, met inbegrip van het soort terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit en toegang tot gegevens over kinderen onder 12 jaar; [Am. 181]
   b) gegronde redenen voor het gegronde vermoeden dat de verdachte, de overtreder of het slachtoffer onder deze verordening valt;
   c) het aantal verzoeken om toegang tot het VIS rechtshandhavingsdoeleinden;
   c bis) het aantal en het soort gevallen waarin de spoedprocedures bedoeld in artikel 22 quaterdecies, lid 2, zijn gebruikt, met inbegrip van de gevallen waarin dat dringende karakter door het centrale toegangspunt niet werd aanvaard bij de verificatie achteraf; [Am. 182]
   d) het aantal en het soort van gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties;
   d bis) statistieken met betrekking tot kinderhandel, waaronder gevallen van succesvolle identificaties. [Am. 183]

De jaarlijkse verslagen van de lidstaten en van Europol worden uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar aan de Commissie toegezonden. De Commissie voegt de jaarverslagen samen in een uitvoerig verslag dat uiterlijk op 30 december van hetzelfde jaar wordt gepubliceerd. [Am. 184]

5.  Om de vier twee jaar stelt de Commissie een algemene evaluatie van het VIS op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen en de gemaakte kosten, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, wat de gevolgen zijn voor de grondrechten, hoe deze verordening is toegepast met betrekking tot het VIS, hoe de beveiliging van het VIS is, hoe gebruik wordt gemaakt van de in artikel 31 bedoelde bepalingen en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. [Am. 185]

6.  De lidstaten verstrekken de beheersautoriteit en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde verslagen op te stellen.

7.  De beheersautoriteit verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.";

"

39)  de titel van bijlage 1 wordt vervangen door:"

"Lijst van internationale organisaties bedoeld in artikel 31, lid 1" [Am. 186]

"

40)  na artikel 22 worden de volgende hoofdstukken III bis en III ter ingevoegd:"

HOOFDSTUK III bis

INVOERING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS BETREFFENDE VISA VOOR VERBLIJF VAN LANGERE DUUR EN VERBLIJFSVERGUNNINGEN

Artikel 22 bis

Procedures voor het invoeren van gegevens na een beslissing over een aanvraag voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning

1.  Na een beslissing over een aanvraag voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, maakt de autoriteit die de beslissing heeft gegeven, onverwijld een persoonlijk dossier aan, door de in artikel 22 quater of artikel 22 quinquies bedoelde gegevens in het VIS in te voeren.

1 bis.  De beslissingsbevoegde autoriteit kan een persoonlijk dossier aanmaken alvorens een beslissing te nemen. [Am. 187]

2.  Na het aanmaken van het persoonlijk dossier start het VIS automatisch de zoekopdracht overeenkomstig artikel 22 ter.

3.  Indien de houder zijn aanvraag heeft ingediend als lid van een groep of samen met een familielid, maakt de autoriteit een persoonlijk dossier aan voor elke persoon die deel uitmaakt van de groep, en koppelt zij de dossiers van de personen die samen een aanvraag hebben ingediend en aan wie een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven. De aanvragen van ouders of wettelijke voogden en de aanvragen van kinderen worden niet gescheiden. [Am. 188]

4.  Wanneer bepaalde gegevens overeenkomstig Uniewetgeving of nationale wetgeving niet moeten worden verstrekt of feitelijk niet kunnen worden verstrekt, wordt in de rubrieken voor deze gegevens "niet van toepassing" vermeld. In het geval van vingerafdrukken is in het systeem een onderscheid mogelijk tussen de gevallen waarin overeenkomstig Uniewetgeving of nationale wetgeving geen vingerafdrukken vereist zijn en de gevallen waarin zij feitelijk niet kunnen worden verstrekt.

Artikel 22 ter

Zoekopdrachten in andere systemen

1.  Uitsluitend met het doel na te gaan of de persoon een bedreiging vormt voor de openbare orde, of de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van de lidstaten overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/399, worden de dossiers automatisch door het VIS verwerkt om treffers vast te stellen. In het VIS wordt elk dossier afzonderlijk onderzocht. [Am. 189]

2.  Telkens wanneer een persoonlijk dossier wordt aangemaakt na de afgifte of weigering van in verband met een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning overeenkomstig artikel 22 quinquies quater, start het VIS een zoekopdracht door gebruik te maken van het in artikel 6, lid 1, [van de interoperabiliteitsverordening (grenzen en visa)] gedefinieerde Europese zoekportaal, om de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b), c), f) en g) van deze verordening bedoelde relevante gegevens te vergelijken met de relevante gegevens in het VIS, het Schengeninformatiesysteem (SIS), het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS), met inbegrip van de watchlist bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) 2018/XX met het oog op het instellen van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, [het ECRIS-TCN-systeem voor zover het gaat om veroordelingen voor terroristische misdrijven en andere vormen van ernstige criminaliteit], de gegevens van Europol, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD) en de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (Interpol TDAWN). Het VIS gaat na:

   a) of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat in het SIS staat geregistreerd als verloren, gestolen, verduisterd of ongeldig verklaard;
   b) of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat in de SLTD-databank staat geregistreerd als verloren, gestolen of ongeldig verklaard;
   c) of de aanvrager in het SIS is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf;
   d) of de aanvrager in SIS is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering;
   e) of de aanvrager en het reisdocument gerelateerd zijn aan een geweigerde, ingetrokken of nietig verklaarde reisautorisatie in het centrale Etias-systeem;
   f) of de aanvrager en het reisdocument zijn opgenomen op de observatielijst als bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1240;
   g) of in het VIS al gegevens van de aanvrager met betrekking tot dezelfde persoon zijn opgeslagen;
   h) of de in de aanvraag verstrekte gegevens over het reisdocument gerelateerd zijn aan een andere aanvraag voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, die samenhangt met andere identiteitsgegevens;
   i) of de aanvrager momenteel in het EES geregistreerd staat als een persoon die op dit moment zijn toegestane verblijfsduur heeft overschreden dan wel of de aanvrager in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest;
   j) of de aanvrager in het EES geregistreerd staat als een persoon wiens toegang is geweigerd;
   k) of er ten aanzien van de aanvrager in het VIS een beslissing tot weigering, nietigverklaring of intrekking van een visum voor kort verblijf is geregistreerd;
   l) of er ten aanzien van de aanvrager in het VIS een beslissing tot weigering, nietigverklaring of intrekking van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning is geregistreerd;
   m) of er in Europol gegevens zijn opgeslagen die specifiek betrekking hebben op de identiteit van de aanvrager;
   n) ingeval de aanvrager minderjarig is, of de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent:
   i) in SIS is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering;
   ii) in SIS is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf;
   iii) houder is van een reisdocument dat is opgenomen op de observatielijst als bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1240.

Dit lid mag geen belemmering vormen voor het indienen van een asielaanvraag, ongeacht de reden ervoor. Indien een visumaanvraag wordt ingediend door een slachtoffer van een geweldsdelict zoals huiselijk geweld of mensenhandel, begaan door zijn/haar geldschieter, moet het in VIS ingevoerde dossier worden losgekoppeld van dat van de geldschieter om het slachtoffer tegen nieuwe risico's te beschermen.

Om het risico op verkeerde treffers te voorkomen, wordt elke zoekopdracht die betrekking heeft op kinderen onder de 14 jaar of personen ouder dan 75 jaar en die tot stand is gebracht met behulp van biometrische kenmerken die meer dan vijf jaar vóór de totstandbrenging van de match zijn afgenomen en waarmee de identiteit van de onderdaan van het derde land niet wordt bevestigd, onderworpen aan een verplichte handmatige controle door deskundigen op het vlak van biometrische gegevens. [Am. 190]

3.  Het VIS voegt aan het persoonlijk dossier een verwijzing toe naar elke treffer die wordt verkregen overeenkomstig de leden 2 en 5. In voorkomend geval geeft het VIS aan welke lidstaat of lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer(s) hebben geleid, dan wel of Europol dat heeft gedaan, en registreert het deze informatie in het persoonlijk dossier. Er wordt geen andere informatie geregistreerd dan de verwijzing naar een treffer en de opsteller van de gegevens. [Am. 191]

3 bis.  Wanneer zoekopdrachten worden verricht in de SLTD, worden de door de gebruiker van het ESP gebruikte gegevens om een zoekopdracht te starten, niet gedeeld met de eigenaars van de Interpol-gegevens. [Am. 192]

4.  Voor de doeleinden van artikel 2, lid 2, onder f), betreffende een afgegeven of verlengd visum voor verblijf van langere duur, worden bij de krachtens lid 2 uitgevoerde zoekopdrachten de in artikel 22 quater, lid 2, bedoelde relevante gegevens vergeleken met de gegevens in het SIS, teneinde vast te stellen of ten aanzien van de houder een van de volgende signaleringen is uitgevaardigd: [Am. 193. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

   a) een signalering van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering;
   b) een signalering van vermiste personen;
   c) een signalering van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure;
   d) een signalering van personen en voorwerpen met het oog op onopvallende controles, of gerichte controles of ondervragingscontroles. [Am. 194]

Indien de in dit lid bedoelde vergelijking een of meer treffers oplevert, zendt het VIS een automatische kennisgeving naar de centrale autoriteit van de lidstaat die het verzoek heeft ingediend en die passende follow-upmaatregelen dient te nemen. Artikel 9 bis, leden 5 bis, 5 ter, 5 quater en 5 quinquies, en de artikelen 9 quater, 9 quater bis en 9 quater ter zijn mutatis mutandis van toepassing volgens de volgende specifieke bepalingen. [Am. 195]

5.  Wat betreft de raadpleging van gegevens in het EES, het ETIAS en het VIS overeenkomstig lid 2, zijn de treffers beperkt tot de vermelding van weigeringen van reisautorisaties, van toegang of van een visum die zijn ingegeven door veiligheidsoverwegingen.

6.  Indien het visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven of verlengd door een consulaire instantie van een lidstaat, is artikel 9 bis van toepassing. [Am. 196]

7.  Wanneer de verblijfsvergunning is afgegeven of verlengd of een visum voor verblijf van langere duur is verlengd door een autoriteit op het grondgebied van een lidstaat, is het volgende van toepassing:

   a) de autoriteit gaat na of de in het persoonlijke dossier geregistreerde gegevens overeenkomen met de gegevens in het VIS of in een van de geraadpleegde EU-informatiesystemen/databanken, de gegevens van Europol, of de gegevens in de Interpol-databanken overeenkomstig lid 2;
   b) indien de treffer overeenkomstig lid 2 verband houdt met gegevens van Europol, wordt de nationale Europol-eenheid in kennis gesteld voor follow-up;
   c) indien de gegevens niet overeenkomen en er geen andere treffer is geregistreerd gedurende de automatische verwerking overeenkomstig de leden 2 en 3, wist de autoriteit de valse treffer uit het aanvraagdossier;
   d) indien de gegevens overeenkomen met of er twijfel blijft bestaan over de identiteit van de aanvrager, onderneemt de autoriteit stappen ten aanzien van de gegevens die tot de treffer hebben geleid overeenkomstig lid 4, volgens de procedures, voorwaarden en criteria waarin de EU-wetgeving en de nationale wetgeving voorzien. [Am. 197]

Artikel 22 quater

Aanmaak van een persoonlijk dossier voor een afgegeven visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

Een overeenkomstig artikel 22 bis, lid 1, aangemaakt persoonlijk dossier bevat de volgende gegevens:

   1) de autoriteit die het document heeft afgegeven, met plaatsbepaling;
   2) de volgende gegevens van de houder:
   a) achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum geboortejaar; huidige nationaliteit of nationaliteiten; geslacht; datum, plaats en land van geboorte; [Am. 198]
   b) soort en nummer van het reisdocument en de drielettercode van het land van afgifte van het reisdocument;
   c) de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument verstrijkt;
   cc) autoriteit die het reisdocument heeft afgegeven;
   d) in het geval van minderjarigen: achternaam en voornamen van de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent over de houder;
   e) de achternaam, voornaam en het adres van de natuurlijke persoon of de naam en het adres van de werkgever of een andere organisatie waarop de aanvraag is gebaseerd;
   f) een ter plaatse gemaakte gezichtsopname van de houder, indien mogelijk ter plaatse gemaakt; [Am. 199]
   g) twee vingerafdrukken van de houder, overeenkomstig de Uniewetgeving en nationale wetgeving;
   3) de volgende gegevens betreffende het afgegeven visum voor verblijf van langere duur of de afgegeven verblijfsvergunning:
   a) statusinformatie waaruit blijkt dat een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven;
   b) plaats en datum van de beslissing tot afgifte van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning;
   c) het soort afgegeven document (visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning);
   d) het nummer van het afgegeven visum voor verblijf van langere duur of van de afgegeven verblijfsvergunning;
   e) de datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt.

Artikel 22 quinquies

Aanmaak van een persoonlijk dossier in bepaalde gevallen van weigering van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

Indien een beslissing is genomen tot weigering van een visum voor verblijf van langere duur of van een verblijfsvergunning, omdat de aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, of de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid, of omdat de aanvrager documenten heeft overgelegd die op frauduleuze wijze zijn verkregen, zijn vervalst of op ongeoorloofde manier zijn gewijzigd, maakt de autoriteit die het visum of de verblijfsvergunning heeft geweigerd, onverwijld een persoonlijk dossier aan met de volgende gegevens: [Am. 200]

   a) familienaam, familienaam bij de geboorte (vroegere familienamen); voornaam/-namen; geslacht; datum, plaats en land van geboorte;
   b) huidige nationaliteit en nationaliteit bij de geboorte;
   c) soort en nummer van het reisdocument, de autoriteit die het heeft afgegeven, de datum van afgifte van het document en de datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt;
   d) in geval van minderjarigen: achternaam en voornamen van de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent over de aanvrager;
   e) de achternaam, voornaam en het adres van de natuurlijke persoon waarop het verzoek is gebaseerd; [Am. 201. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]
   f) een ter plaatse gemaakte gezichtsopname van de aanvrager, indien mogelijk ter plaatse gemaakt; [Am. 202]
   g) twee vingerafdrukken van de aanvrager, overeenkomstig de Uniewetgeving en nationale wetgeving;
   h) informatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd geweigerd omdat de aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, of de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid, of omdat de aanvrager documenten heeft overgelegd die op frauduleuze wijze zijn verkregen, zijn vervalst of op ongeoorloofde manier zijn gewijzigd; [Am. 203]
   i) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft geweigerd, met plaatsbepaling;
   j) plaats en datum van de beslissing tot weigering van het visum voor verblijf van langere duur of van de verblijfsvergunning;

Artikel 22 sexies

Toe te voegen gegevens bij intrekking van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

1.  In geval van een beslissing tot intrekking van een verblijfsvergunning of een visum voor een verblijf van langere duur of tot verkorting van de geldigheidsduur van een visum voor verblijf van langere duur, voegt de autoriteit die de beslissing heeft genomen, de volgende gegevens toe aan het persoonlijke dossier:

   a) statusinformatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning is ingetrokken of, in het geval van een visum voor verblijf van langere duur, dat de geldigheidsduur ervan is verkort;
   b) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft ingetrokken, of de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur heeft verkort, met plaatsbepaling;
   c) plaats en datum van de beslissing;
   d) in voorkomend geval, de nieuwe datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur verstrijkt;
   e) het nummer van de visumsticker, indien in verband met de verkorting van de geldigheidsduur een nieuwe visumsticker is verstrekt.

2.  Het persoonlijke dossier bevat ook de reden(en) waarom het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd ingetrokken of de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur werd ingekort overeenkomstig artikel 22 quinquies, onder h).

Artikel 22 septies

Toe te voegen gegevens bij verlenging van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

In geval van een beslissing tot verlenging van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur, voegt de autoriteit die de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur heeft verlengd, de volgende gegevens toe aan het persoonlijk dossier:

   a) statusinformatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd verlengd;
   b) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft verlengd, met plaatsbepaling;
   c) plaats en datum van de beslissing;
   d) in geval van een visum voor verblijf van langere duur, het nummer van de visumsticker, indien ter verlenging van het visum voor verblijf van langere duur een nieuwe visumsticker wordt verstrekt;
   e) de datum waarop de verlengde termijn verstrijkt.

Artikel 22 octies

Toegang tot gegevens voor verificatie van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen bij doorlaatposten aan de buitengrens

1.  Uitsluitend met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder van een document en/of de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, en om na te gaan of de betrokkene geen bedreiging vormt voor de openbare orde, of de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van een lidstaat overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/399, hebben de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verrichten van controles bij de doorlaatposten aan de buitengrens overeenkomstig die verordening, toegang om te zoeken aan de hand van het documentnummer in combinatie met een of meer van de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), van deze verordening genoemde gegevens. [Am. 204]

2.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de houder van het document zijn opgeslagen, wordt de bevoegde grenscontroleautoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het persoonlijk dossier:

   a) de statusinformatie van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd afgegeven, ingetrokken of verlengd;
   b) gegevens als bedoeld in artikel 22 quater, lid 3, onder c), d) en e);
   c) in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 sexies, lid 1, onder d) en e);
   d) in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 septies, onder d) en e);
   e) foto’s gezichtsopnamen als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f). [Am. 205]

Artikel 22 nonies

Toegang tot gegevens voor verificatie op het grondgebied van de lidstaten

1.  Uitsluitend met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder en van de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, of om na te gaan of de betrokkene geen bedreiging vormt voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van de lidstaten, hebben de autoriteiten die bevoegd zijn om controles op het grondgebied van de lidstaten te verrichten om na te gaan of de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten zijn vervuld, en, in voorkomend geval, de politiediensten, toegang om te zoeken aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning in combinatie met een of meer van de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), van deze verordening genoemde gegevens. [Am. 206]

2.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de houder zijn opgeslagen, wordt de bevoegde autoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het persoonlijk dossier en, in voorkomend geval, in de daaraan gekoppelde dossiers overeenkomstig artikel 22 bis, lid 4:

   a) de statusinformatie van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd afgegeven, ingetrokken of verlengd;
   b) gegevens als bedoeld in artikel 22 quater, lid 3, onder c), d) en e);
   c) in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 sexies, lid 1, onder d) en e);
   d) in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 septies, onder d) en e);
   e) foto’s gezichtsopnamen als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f). [Am. 207]

Artikel 22 decies

Toegang tot gegevens om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming

1.  Uitsluitend om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 604/2013, hebben de bevoegde asielautoriteiten toegang om te zoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt.

Indien de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, niet kunnen worden gebruikt of indien de zoekopdracht aan de hand van de vingerafdrukgegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning in combinatie met de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), genoemde gegevens.

2.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning is geregistreerd, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens van het aanvraagdossier, en wat de onder g) genoemde gegevens betreft, van de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers betreffende de echtgeno(o)t(e) en de kinderen, overeenkomstig artikel 22 bis, lid 4:

   a) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft afgegeven of verlengd;
   b) de gegevens bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder a) en b);
   c) het soort document;
   d) de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning;
   f) foto’s als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f);
   g) de gegevens bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder a) en b), van de gekoppelde aanvraagdossiers betreffende de echtgeno(o)t(e) en de kinderen.

3.  Raadpleging van het VIS overeenkomstig de leden 1 en 2 geschiedt alleen door de aangewezen nationale autoriteiten als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad*.

Artikel 22 undecies

Toegang tot gegevens voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming

1.  Uitsluitend met het oog op de behandeling van een verzoek om internationale bescherming hebben de bevoegde asielautoriteiten overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013 toegang om te zoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt.

Indien de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, niet kunnen worden gebruikt of indien de zoekopdracht aan de hand van de vingerafdrukgegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of verblijfsdocument in combinatie met de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), genoemde gegevens of een combinatie van in artikel 22 quinquies, onder a), b), c) en f) genoemde gegevens.

2.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens zijn geregistreerd betreffende de persoon die om internationale bescherming verzoekt, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de ingevoerde gegevens betreffende alle visa voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunningen van de verzoeker die zijn afgegeven, geweigerd, ingetrokken of waarvan de geldigheidsduur is verlengd, als bedoeld in de artikelen 22 quater, 22 quinquies, 22 sexies en 22 septies en betreffende de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers van de verzoeker als bedoeld in artikel 22 bis, lid 3.

3.  Raadpleging van het VIS overeenkomstig de leden 1 en 2 geschiedt alleen door de aangewezen nationale autoriteiten als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013.

HOOFDSTUK III ter

Procedure en voorwaarden voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

Artikel 22 duodecies

Aangewezen autoriteiten van de lidstaten

1.  De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn de in het VIS opgeslagen gegevens te raadplegen om terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken, onder passende en strikt bepaalde omstandigheden als bedoeld in artikel 22 quindecies. Die autoriteiten mogen gegevens van kinderen jonger dan 12 jaar alleen raadplegen om vermiste kinderen en kinderen die het slachtoffer zijn van ernstige misdrijven te beschermen. [Am. 208]

2.  Elke lidstaat stelt een strikt beperkte lijst van de aangewezen autoriteiten op. Elke lidstaat geeft eu-LISA en de Commissie kennis van zijn aangewezen autoriteiten, en kan deze kennisgeving te allen tijde wijzigen of vervangen. [Am. 209]

3.  Elke lidstaat wijst een centraal toegangspunt aan dat toegang heeft tot het VIS. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 22 quindecies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en het centrale toegangspunt deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar het centrale toegangspunt treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening volledig onafhankelijk van de aangewezen autoriteiten op. Het centrale toegangspunt staat los van de aangewezen autoriteiten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie, die het onafhankelijk verricht.

De lidstaten kunnen, afhankelijk van hun organisatorische en bestuurlijke structuur, meer dan één centraal toegangspunt aanwijzen om hun grondwettelijke of wettelijke vereisten na te komen.

4.  Elke lidstaat geeft eu-LISA en de Commissie kennis van zijn centrale toegangspunt, en kan deze kennisgeving te allen tijde wijzigen of vervangen.

5.  Op nationaal niveau houdt elke lidstaat een lijst bij van de operationele diensten binnen de aangewezen autoriteiten die via het/de centrale toegangspunt(en) om toegang mogen verzoeken tot in het VIS opgeslagen gegevens.

6.  Alleen naar behoren gemachtigd personeel van het/de centrale toegangspunt(en) mag verzoeken om toegang tot het VIS overeenkomstig de artikelen 22 quaterdecies en 22 quindecies.

Artikel 22 terdecies

Europol

1.  Europol wijst een van haar operationele diensten aan als "aangewezen autoriteit van Europol" en machtigt deze tot het indienen van verzoeken om toegang tot het VIS via het in lid 2 bedoelde aangewezen centrale toegangspunt van het VIS teneinde het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te ondersteunen en te versterken.

2.  Europol wijst een gespecialiseerde dienst met naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren aan als centraal toegangspunt. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 22 septdecies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

Het centrale toegangspunt treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening volledig onafhankelijk op en ontvangt van de in lid 1 bedoelde aangewezen autoriteit van Europol geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie. [Am. 210]

Artikel 22 quaterdecies

Procedure voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

1.  De in artikel 22 duodecies, lid 5, bedoelde operationele diensten richten een gemotiveerd elektronisch of schriftelijk verzoek om toegang tot in het VIS opgeslagen gegevens aan de in artikel 22 duodecies, lid 3, bedoelde centrale toegangspunten. Bij ontvangst van een verzoek om toegang verifieert/verifiëren het/de centrale toegangspunt(en) of de in artikel 22 quindecies bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien de voorwaarden voor toegang zijn vervuld, wordt het verzoek verwerkt door het/de centrale toegangspunt(en). De verkregen VIS-gegevens worden op zodanige wijze naar de in artikel 22 duodecies, lid 5, bedoelde operationele diensten gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht.

2.  In dringende gevallen, wanneer een dreigend gevaar voor het leven van een persoon in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit moet worden voorkomen, verwerkt/verwerken het/de centrale toegangspunt(en) het verzoek onmiddellijk en verifieert/verifiëren het/zij pas achteraf of alle voorwaarden van artikel 22 quindecies zijn vervuld en er daadwerkelijk sprake was van een dringend geval. De verificatie achteraf geschiedt zonder onnodige vertraging en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na de verwerking van het verzoek.

3.  Wanneer uit een verificatie achteraf blijkt dat de toegang tot VIS-gegevens niet gerechtvaardigd was, wissen alle autoriteiten die tot die gegevens toegang hebben gehad, onmiddellijk de uit het VIS verkregen informatie en stellen zij de centrale toegangspunten in kennis van die wissing. [Am. 211]

Artikel 22 quindecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

1.  Onverminderd artikel 22 van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] mogen aangewezen autoriteiten mogen toegang krijgen tot het VIS om het te raadplegen als elk van de volgende voorwaarden is vervuld: [Am. 212]

   a) toegang voor raadpleging is noodzakelijk en evenredig met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit;
   b) toegang voor raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;
   c) er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van de VIS-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is;
   c bis) in het geval van zoekopdrachten op basis van vingerafdrukken is er eerder gezocht in het geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesysteem van de andere lidstaten op grond van Besluit 2008/615/JBZ, voor zover vergelijkingen van vingerafdrukken technisch beschikbaar zijn, en is die zoekopdracht ofwel volledig uitgevoerd, ofwel niet volledig uitgevoerd binnen 24 uur na de start ervan. [Am. 213]
   d) na een zoekopdracht gegeven aan het CIR overeenkomstig artikel 22 van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] wijst het ontvangen antwoord als bedoeld in [artikel 22, lid 5, van die verordening Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] uit dat gegevens zijn opgeslagen in het VIS. [Am. 214]

2.  De in lid 1, onder d), genoemde voorwaarde dient niet te zijn vervuld in situaties waarin de toegang tot het VIS nodig is als een instrument ter raadpleging van het visumverleden of de perioden van toegestaan verblijf op het grondgebied van de lidstaten van een bekende verdachte, een bekende dader of een bekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit.

3.  Raadpleging van het VIS is beperkt tot het zoeken aan de hand van de volgende gegevens uit het aanvraagdossier of het persoonlijk dossier: [Am. 215]

   a) achternaam/-namen (familienamen), voornaam/-namen; geboortedatum geboortejaar, nationaliteit/nationaliteiten en/of geslacht; [Am. 216]
   b) soort en nummer van het reisdocument/de reisdocumenten, drielettercode van het land dat het reisdocument/de reisdocumenten heeft afgegeven en datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt;
   c) nummer van de visumsticker of nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum, het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, naargelang het geval;
   d) vingerafdrukken, met inbegrip van latente vingerafdrukken;
   e) gezichtsopname;

3 bis.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de haalbaarheid, beschikbaarheid, gereedheid en betrouwbaarheid van de vereiste technologie voor de identificatie van een persoon op basis van gezichtsopnamen. [Am. 217]

3 ter.  De gezichtsopname als bedoeld in lid 3, onder e), mag niet het enige zoekcriterium zijn. [Am. 218]

4.  Raadpleging van het VIS geeft, in het geval van een treffer, toegang tot de in dit lid 3 van dit artikel vermelde gegevens, alsook tot alle andere gegevens uit het aanvraagdossier of het persoonlijk dossier, met inbegrip van gegevens die zijn ingevoerd in verband met afgegeven, geweigerde, nietig verklaarde of ingetrokken documenten, of documenten waarvan de geldigheidsduur is verlengd. Toegang tot de in artikel 9, punt 4, onder l), bedoelde gegevens die in het aanvraagdossier zijn opgenomen, wordt alleen verstrekt wanneer uitdrukkelijk om raadpleging van die gegevens is verzocht in een gemotiveerd verzoek en het raadplegingsverzoek na onafhankelijke verificatie is goedgekeurd. [Am. 219]

Artikel 22 sexdecies

Toegang tot het VIS voor de identificatie van personen in specifieke omstandigheden

In afwijking van artikel 22 quindecies, lid 1, dienen de aangewezen autoriteiten de in dat lid vastgestelde voorwaarden niet te vervullen voor toegang tot het VIS met het oog op de identificatie van personen, met name kinderen, die vermist, ontvoerd of als slachtoffers van mensenhandel aangemerkt zijn en ten aanzien van wie er gegronde zwaarwegende redenen bestaan om aan te nemen dat de raadpleging van VIS-gegevens zal bijdragen tot hun identificatie, en/of en tot het onderzoek naar specifieke gevallen van mensenhandel. In die omstandigheden kunnen de aangewezen autoriteiten in het VIS opzoekingen doen aan de hand van de vingerafdrukken van die personen. [Am. 220]

Wanneer de vingerafdrukken van die personen niet kunnen worden gebruikt, of wanneer het zoeken aan de hand van de vingerafdrukken geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) en b), of artikel 22 quater, lid 2, onder a) en b). [Am. 221]

Raadpleging van het VIS geeft, in het geval van een treffer, toegang tot alle in artikel 9, artikel 22 quater of artikel 22 quinquies en in artikel 8, leden 3 en 4, of artikel 22 bis, lid 3, genoemde gegevens. [Am. 222]

Artikel 22 septdecies

Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

1.  Europol heeft toegang om het VIS te raadplegen als alle volgende voorwaarden zijn vervuld:

   a) de raadpleging is noodzakelijk en evenredig om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken;
   b) de raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;
   c) er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van de VIS-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is;
   d) na een zoekopdracht gegeven aan het CIR overeenkomstig artikel 22 van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] wijst het ontvangen antwoord als bedoeld in artikel 22, lid 3, van die verordening uit dat gegevens zijn opgeslagen in het VIS.

2.  De in artikel 22 quindecies, leden 2, 3 en 4, vastgestelde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.

3.  De aangewezen autoriteit van Europol kan een gemotiveerd elektronisch verzoek om raadpleging van alle of van een specifieke reeks in het VIS opgeslagen gegevens richten tot het in artikel 22 duodecies terdecies, lid 3 2, bedoelde centrale toegangspunt van Europol. Bij ontvangst van een verzoek om toegang gaat het centrale toegangspunt van Europol na of de in de leden 1 en 2 bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien alle voorwaarden voor toegang zijn vervuld, verwerkt het naar behoren bevoegde personeel van het centrale toegangspunt het verzoek. De verkregen VIS-gegevens worden op zodanige wijze naar de in artikel 22 terdecies, lid 1, bedoelde operationele diensten gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht. [Am. 223]

4.  Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van raadpleging van VIS-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van herkomst. Deze toestemming wordt verkregen via de nationale Europol-dienst van die lidstaat.

Artikel 22 octodecies

Loggen en documenteren

1.  Alle lidstaten en Europol zorgen ervoor dat alle gegevensverwerkende handelingen die voortvloeien uit verzoeken om toegang tot VIS-gegevens in overeenstemming met hoofdstuk IV III ter, worden gelogd geregistreerd of gedocumenteerd ten behoeve van de controle het toezicht op de toelaatbaarheid van het verzoek, het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de integriteit en beveiliging van de gegevens, en ten behoeve van de mogelijke gevolgen voor de grondrechten en van de interne controle.

De geregistreerde gegevens of documenten worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en twee jaar na het aanleggen ervan gewist, tenzij deze gegevens nodig zijn voor het toezicht op reeds aangevangen procedures. [Am. 224]

2.  Uit de logbestanden of documentatie moet in alle gevallen het volgende blijken:

   a) het precieze doel van het verzoek om toegang tot VIS-gegevens, met inbegrip van het terroristische misdrijf of het andere ernstige strafbare feit, en, wat Europol betreft, het precieze doel van het verzoek om toegang;
   b) het nummer van het nationale dossier;
   c) de datum en het precieze tijdstip van het verzoek om toegang van het centrale toegangspunt aan het centrale systeem van het VIS;
   d) de naam van de autoriteit die heeft verzocht om toegang voor raadpleging;
   e) in voorkomend geval, de beslissing met betrekking tot de verificatie achteraf;
   f) de voor de raadpleging gebruikte gegevens;
   g) volgens de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794 of, in voorkomend geval, Verordening (EU) 2018/1725, het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht heeft verricht en van de functionaris die om de zoekopdracht heeft verzocht. [Am. 225]

3.  Logbestanden en documentatie worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, het toezicht op de gevolgen voor de grondrechten en voor het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de gegevens. Alleen een logbestand dat geen persoonsgegevens bevat, mag worden gebruikt voor toezicht en evaluatie in de zin van artikel 50 van deze verordening. De overeenkomstig artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde toezichthoudende autoriteit, die verantwoordelijk is om de toelaatbaarheid van het verzoek na te gaan en toezicht te houden op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, en de integriteit en beveiliging van de gegevens, krijgt op verzoek toegang tot deze logbestanden om haar taken te vervullen. [Am. 226]

Artikel 22 novodecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden

1.  Toegang tot het VIS voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden, is mogelijk als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

   a) de toegang valt binnen de werkingssfeer van hun bevoegdheden;
   b) de toegang is aan dezelfde voorwaarden onderworpen als die welke in artikel 22 quindecies, lid 1, zijn genoemd;
   c) de toegang wordt voorafgegaan door een naar behoren gemotiveerd schriftelijk of elektronisch verzoek aan een aangewezen autoriteit van een lidstaat waarop de verordening van toepassing is; die autoriteit verzoekt vervolgens het/de nationale centrale toegangspunt(en) het VIS te raadplegen.

2.  Een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden, stelt op basis van een naar behoren gemotiveerd schriftelijk of elektronisch verzoek zijn visumgegevens beschikbaar aan de lidstaten waarop deze verordening wel van toepassing is, mits de voorwaarden van artikel 22 quindecies, lid 1, zijn vervuld.

_____________

* Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).".

Artikel 22 novodecies bis

Bescherming van persoonsgegevens waartoe in overeenstemming met hoofdstuk III ter toegang is verkregen

1.  Elke lidstaat ziet erop toe dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/680 in het nationale recht zijn vastgesteld, ook gelden voor de toegang tot het VIS door zijn nationale autoriteiten in overeenstemming met dit hoofdstuk, mede met betrekking tot de rechten van de personen tot wier gegevens aldus toegang wordt verkregen.

2.  De in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit oefent toezicht uit op de rechtmatigheid van de toegang tot persoonsgegevens door de lidstaten in overeenstemming met dit hoofdstuk, met inbegrip van de doorgifte van die gegevens naar en vanuit het VIS. Artikel 41, leden 3 en 4, van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

3.  De verwerking van persoonsgegevens door Europol uit hoofde van deze verordening wordt verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/794 en staat onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

4.  De persoonsgegevens waartoe in overeenstemming met dit hoofdstuk toegang is verkregen in het VIS, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het specifieke geval waarvoor een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

5.  eu-LISA, de aangewezen autoriteiten, de centrale toegangspunten en Europol houden logbestanden als bedoeld in artikel 22 octodecies van zoekopdrachten bij met als doel de in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in staat te stellen na te gaan of de gegevensverwerking in overeenstemming is met de Unie- en nationale voorschriften inzake gegevensbescherming. Afgezien van voor dit doel bewaarde gegevens worden de persoonsgegevens en de registers van zoekopdrachten na 30 dagen uit alle nationale en Europol-bestanden verwijderd, tenzij die gegevens en registers vereist zijn voor het specifieke lopende strafrechtelijke onderzoek in het kader waarvan een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht. [Am. 227]

"

Artikel 2

Wijzigingen Intrekking van Beschikking 2004/512/EG [Am. 228]

Artikel 1, lid 2, van Beschikking 2004/512/EG wordt vervangen door ingetrokken. Verwijzingen naar die beschikking gelden als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 767/2008 en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage 2:"

"2. Het Visuminformatiesysteem wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit:

   a) het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) bedoeld in [artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit];
   b) een centraal informatiesysteem, hierna "centraal visuminformatiesysteem" te noemen (CS-VIS);
   c) een interface in elke lidstaat, hierna „nationale interface” te noemen (NI-VIS), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt, of een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem wordt aangesloten op de nationale infrastructuur in de lidstaten;
   d) een communicatie-infrastructuur tussen het VIS en de nationale interfaces;
   e) een beveiligd communicatiekanaal tussen het VIS en het centrale systeem van het EES;
   f) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de centrale infrastructuren van het Europees zoekportaal ingesteld bij [artikel 6 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit], de gezamenlijke dienst voor biometrische matching ingesteld bij [artikel 12 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit], het gemeenschappelijke identiteitenregister ingesteld bij [artikel 17 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit] en de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij [artikel 25 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit];
   g) een mechanisme voor raadpleging over aanvragen en voor uitwisseling van informatie tussen centrale visumautoriteiten ("VISMail");
   h) een gateway voor vervoerders;
   i) een beveiligde webdienst die communicatie mogelijk maakt tussen enerzijds het VIS en anderzijds de gateway voor vervoerders en de internationale systemen (Interpolsystemen/-databanken);
   j) een gegevensopslagplaats ten behoeve van verslaglegging en statistieken.

Voor het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, de webdienst, de gateway voor vervoerders en de communicatie-infrastructuur van het VIS worden de hardware- en softwarecomponenten van respectievelijk het centrale systeem van het EES, de nationale uniforme interfaces van het EES, de gateway voor vervoerders van het ETIAS, de webdienst van het EES en de communicatie-infrastructuur van het EES zoveel als technisch mogelijk is, gedeeld en hergebruikt. [Am. 229]

"

Artikel 3

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 810/2009

Verordening (EG) nr. 810/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 10, lid 3, onder c), wordt vervangen door:"

"c) een foto overleggen die beantwoordt aan de normen van Verordening (EG) nr. 1683/95 of, op na het eerste verzoek en vervolgens ten minste om de 59 maanden daarna, een foto overleggen toestaan dat ter plaatse een gezichtsopname wordt gemaakt die beantwoordt aan de in artikel 13 van deze verordening vastgestelde normen"; [Am. 230]

"

2)  artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt het eerste streepje vervangen door:"

„– een op het tijdstip van de aanvraag ter plaatse en digitaal gemaakte foto; gezichtsopname."; [Am. 231]

"

b)  lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door:"

"Indien naar aanleiding van een aanvraag die minder dan 59 maanden vóór de datum van de nieuwe aanvraag was ingediend, van de aanvrager vingerafdrukken werden genomen en ter plaatse een foto van toereikende kwaliteit werd genomen, kunnen worden die [gegevens] in de volgende aanvraag worden overgenomen."; [Am. 232]

"

c)  lid 7, onder a), wordt vervangen door:"

"a) kinderen jonger dan 6 jaar en personen ouder dan zeventig jaar;"; [Am. 253]

"

d)  lid 8 wordt geschrapt;

3)  artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:"

"2. Voor elke visumaanvraag wordt het VIS geraadpleegd overeenkomstig artikel 8, lid 2, en de artikelen 15 en 9 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008. De lidstaten zorgen ervoor dat volledig gebruik wordt gemaakt van alle zoekcriteria zoals bedoeld in die artikelen om valse afkeuringen en identificaties te voorkomen.

"

b)  de volgende leden 3 bis en 3 ter worden ingevoegd:"

"3 bis. Bij de beoordeling van de in lid 3 bedoelde voorwaarden voor binnenkomst houdt het consulaat rekening met de resultaten van de verificaties op grond van artikel 9 quater van Verordening (EG) nr. 767/2008 in de volgende gegevensbanken:

   a) het SIS en de SLTD, om na te gaan of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat is aangemerkt als verloren, gestolen of ongeldig gemaakt en of het overeenkomt met een reisdocument dat is geregistreerd in een dossier in de Interpol-databank TDAWN; [Am. 233]
   b) het centrale ETIAS-systeem, om na te gaan of de aanvrager gerelateerd is aan een geweigerde, ingetrokken of nietig verklaarde reisautorisatieaanvraag;
   c) het VIS, om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte gegevens over het reisdocument gerelateerd zijn aan een andere visumaanvraag die samenhangt met andere identiteitsgegevens, alsook of ten aanzien van de aanvrager een beslissing tot weigering, intrekking of nietigverklaring van een visum voor kort verblijf is genomen;
   d) het EES, om na te gaan of de aanvrager momenteel geregistreerd staat als persoon die zijn toegestane verblijfsduur overschrijdt, of de aanvrager in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest, dan wel of de aanvrager in het verleden de toegang werd geweigerd;
   e) het Eurodac, om na te gaan een verzoek om internationale bescherming van de aanvrager werd ingetrokken of afgewezen;
   f) de gegevens van Europol, om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte gegevens overeenstemmen met de gegevens in deze databank;
   g) het ECRIS-TCN-systeem, om na te gaan of de aanvrager overeenkomt met een persoon wiens gegevens zijn geregistreerd in deze gegevensbank voor terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten; [Am. 234]
   h) het SIS, om na te gaan of de aanvrager is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering.

Het consulaat heeft toegang tot het aanvraagdossier en de eventueel daaraan gekoppelde aanvraagdossiers, evenals tot alle resultaten van de verificaties op grond van artikel 9 quater van Verordening (EG) nr. 767/2008.

3 ter.  De visumautoriteit raadpleegt de detector van meerdere identiteiten samen met het gemeenschappelijke identiteitenregister bedoeld in artikel 4, punt 37, van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] of het SIS, of beide, ter beoordeling van de verschillen tussen de gelinkte identiteiten en zij verricht aanvullende controles die nodig zijn voor het nemen van een beslissing over de status en de kleur van de link en voor een beslissing over de afgifte of weigering van het visum van de betrokkene.

Overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit (grenzen en visa)] wordt deze alinea pas van toepassing wanneer de detector van meerdere identiteiten in gebruik wordt genomen.";

"

c)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. Het consulaat controleert met gebruikmaking van de uit het EES verkregen informatie of de aanvrager met zijn voorgenomen verblijf de maximaal toegestane verblijfsduur op het grondgebied van de lidstaten niet overschrijdt, ongeacht mogelijke toegestane verblijven op grond van een nationaal visum voor verblijf van lange duur of een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning.";

"

4)  het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:"

"Artikel 21 bis

Specifieke risico-indicatoren

-1.  De specifieke risico-indicatoren bestaan uit een algoritme waarmee profilering als gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Verordening (EU) 2016/679 mogelijk wordt gemaakt aan de hand van een vergelijking van de gegevens die in een aanvraagdossier zijn geregistreerd met specifieke indicatoren voor beveiligingsrisico's, risico's op het gebied van illegale immigratie en hoge epidemiologische risico's. De specifieke risico-indicatoren worden geregistreerd in het VIS. [Am. 235]

1.  De beoordeling De Commissie stelt overeenkomstig artikel 51 bis een gedelegeerde handeling vast tot nadere omschrijving van het veiligheidsrisico, het risico op het gebied van illegale immigratie of het hoge epidemiologische risico, is gebaseerd op basis van: [Am. 236]

   a) door het EES gegenereerde statistieken die voor een specifieke groep reizigers met een visum wijzen op buitengewone percentages personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd;
   b) door het VIS overeenkomstig artikel 45 bis gegenereerde statistieken die voor een specifieke groep reizigers aanvrager wijzen op buitengewone percentages personen aan wie visumaanvraag is geweigerd wegens een risico uit het oogpunt van irreguliere migratie, of veiligheid of volksgezondheid; [Am. 237]
   c) door het VIS overeenkomstig artikel 45 bis en door het EES gegenereerde statistieken die wijzen op verbanden tussen aan de hand van het aanvraagformulier verzamelde informatie en de overschrijding van de toegestane verblijfsduur of de toegangsweigering;
   d) door de lidstaten op grond van feitelijke of op bewijzen gebaseerde elementen verstrekte informatie over specifieke veiligheidsrisico-indicatoren of door die lidstaat geconstateerde veiligheidsdreigingen;
   e) door de lidstaten op grond van feitelijke of op bewijzen gebaseerde elementen verstrekte informatie die, voor een specifieke groep reizigers met die lidstaat als bestemming, wijst op buitengewone percentages personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd;
   f) door de lidstaten verstrekte informatie over een specifiek hoog epidemiologisch risico, evenals door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) verstrekte informatie, gebaseerd op epidemiologische surveillance en risicobeoordelingen, en door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gemelde uitbraken van ziekte.

2.  De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast waarin de in lid 1 bedoelde risico's worden gespecificeerd. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. [Am. 238]

3.  Op basis van de specifieke risico's die overeenkomstig deze verordening en de in lid 2 bepaalde specifieke risico's 1 bedoelde gedelegeerde handeling worden bepaald, worden specifieke risico-indicatoren vastgesteld, die een combinatie van gegevens omvatten, waaronder een of meer van de volgende: [Am. 239]

   a) leeftijdsgroep, geslacht, nationaliteit;
   b) land en plaats van verblijf;
   c) lidsta(a)t(en) van bestemming;
   d) lidstaat van eerste binnenkomst
   e) doel van de reis;
   f) huidig beroep.

4.  De specifieke risico-indicatoren zijn gericht en evenredig. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op geslacht of leeftijd. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op informatie waaruit ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke of andere opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, het lidmaatschap van een vakvereniging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap of seksuele oriëntatie af te leiden zijn.

5.  De specifieke risico-indicatoren worden door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.  De visumautoriteiten gebruiken de specifieke risico-indicatoren om na te gaan of de aanvrager een risico vormt op het gebied van illegale immigratie of voor de veiligheid van de lidstaten, of een hoog epidemiologisch risico vormt overeenkomstig artikel 21, lid 1. [Am. 240]

7.  De Commissie evalueert en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten evalueren regelmatig de specifieke risico’s en de specifieke risico-indicatoren."; [Am. 241]

"

4 bis)  artikel 39 wordt vervangen door:"

"Artikel 39

Gedrag van het personeel en eerbiediging van de grondrechten

1.  De consulaten van de lidstaten dragen er zorg voor dat aanvragers op correcte wijze worden bejegend. Bij de verrichting van hun taken eerbiedigen consulaire medewerkers de menselijke waardigheid volledig.

2.  Bij de verrichting van hun taken eerbiedigen consulaire medewerkers de mensenrechten volledig en nemen zij de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Elke maatregel staat in verhouding tot de daarmee nagestreefde doeleinden.

3.  Bij de uitvoering van hun werkzaamheden dienen consulaire medewerkers zich te onthouden van discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, afkomst, huidskleur, sociaal milieu, genetische kenmerken, taal, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Het belang van het kind komt op de eerste plaats."; [Am. 242]

"

4 ter)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 39 bis

Grondrechten

Bij de toepassing van deze verordening handelen de lidstaten met volledige inachtneming van het toepasselijke Unierecht, waaronder het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het toepasselijke internationale recht, waaronder het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement, en de grondrechten. In overeenstemming met de algemene beginselen van het Unierecht worden besluiten die overeenkomstig deze verordening worden genomen, op individuele basis genomen. Het belang van het kind komt op de eerste plaats."; [Am. 243]

"

5)  artikel 46 wordt vervangen door:"

"Artikel 46

Opstelling van statistieken

De Commissie publiceert uiterlijk op 1 maart van elk jaar de volgende jaarlijkse statistieken over visa per consulaat en grensdoorlaatpost waar afzonderlijke lidstaten visumaanvragen behandelen:

   a) het aantal luchthaventransitvisa dat is aangevraagd, afgegeven en geweigerd;
   b) het aantal eenvormige enkelvoudige visa en meervoudige visa dat is aangevraagd, afgegeven (uitgesplitst naar geldigheidsduur: 1, 2, 3, 4 en 5 jaar) en geweigerd;
   c) het aantal afgegeven visa met territoriaal beperkte geldigheid.

Deze statistieken worden opgesteld op basis van de verslagen die zijn gegenereerd door de centrale gegevensopslagplaats van het VIS overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 767/2008.";

"

5 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 51 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 21 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  De in artikel 21 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 21 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."; [Am. 244]

"

6)  in artikel 57 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

Artikel 4

Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/2226

Verordening (EU) 2017/2226 wordt als volgt gewijzigd:

1)  aan artikel 9, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:"

"Het EES voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van deze lijst. De nadere bepalingen betreffende het beheer van deze functie worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 68, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.";

"

2)  in artikel 13 wordt lid 3 vervangen door:"

"3. Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, onder b), van de overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen maken vervoerders gebruik van de webdienst om na te gaan of een visum voor kort verblijf geldig is, en of het aantal toegestane binnenkomsten reeds is opgebruikt of de houder de maximale duur van het toegestane verblijf heeft bereikt, en of, naargelang het geval, het visum geldig is voor het grondgebied van de haven van bestemming van de reis. De vervoerders verstrekken de in artikel 16, lid 1, onder a), b) en c), van deze verordening vermelde gegevens. Op die basis verstrekt de webdienst vervoerders het antwoord OK/NIET OK. Vervoerders mogen de door hen verstuurde informatie en het door hen ontvangen antwoord opslaan in overeenstemming met het toepasselijke recht. Vervoerders stellen een authenticatieprocedure vast om te waarborgen dat enkel gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot de webdienst. Het antwoord OK/NIET OK kan niet worden beschouwd als een beslissing om toegang te verlenen of te weigeren overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399. In gevallen waarin reizigers op grond van een zoekopdracht in het VIS wordt geweigerd in te stappen, stellen de vervoerders de betrokkenen hiervan in kennis en voorzien zij hen van de nodige middelen voor de uitoefening van hun rechten op toegang tot en rectificatie en wissing van hun persoonsgegevens die in het VIS zijn opgeslagen."; [Am. 245]

"

2 bis)  in artikel 14 wordt lid 3 vervangen door:"

“3. Als het nodig is om gegevens in de inreis/uitreisnotitie van een visumhouder op te nemen of bij te werken, kunnen de grensautoriteiten de in deze verordening, artikel 16, lid 1, onder d), en artikel 16, lid 2, onder c) tot en met f), bedoelde gegevens rechtstreeks uit het VIS ophalen en in het EES invoeren overeenkomstig artikel 8 van deze verordening en artikel 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008."; [Am. 246]

"

2 ter)  artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:"

“1. Als dat nodig is om een persoonlijk dossier aan te leggen of de in artikel 17, lid 1, onder b), bedoelde gezichtsopname bij te werken, wordt de gezichtsopname ter plaatse gemaakt."; [Am. 247]

"

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. De in artikel 16, lid 1, onder d), bedoelde gezichtsopname wordt opgevraagd uit het VIS en geïmporteerd in het EES."; [Am. 248]

"

c)  lid 5 wordt geschrapt; [Am. 249]

(3)  in artikel 35, lid 4, worden de woorden "via de infrastructuur van het VIS" geschrapt.

Artikel 5

Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/399

Verordening (EU) 2016/399 wordt als volgt gewijzigd:

1)  in artikel 8, lid 3, wordt het volgende punt b bis) ingevoegd:"

"b bis) indien de onderdaan van het derde land houder is van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, behelzen de grondige controles bij binnenkomst ook de verificatie van de identiteit van de houder van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en van de echtheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, door middel van raadpleging van het Visuminformatiesysteem (VIS) overeenkomstig artikel 22 octies van Verordening (EG) nr. 767/2008;

wanneer de verificatie inzake de houder van het document of inzake het document overeenkomstig artikel 22 octies van die verordening, naargelang het geval, geen resultaat oplevert, of wanneer er twijfel bestaat omtrent de identiteit van de houder of de echtheid van het document en/of het reisdocument, verifiëren de naar behoren gemachtigde personeelsleden van die bevoegde autoriteiten de chip van het document.";

"

2)  in artikel 8, lid 3, worden de punten c) tot en met f), geschrapt.

Artikel 7

Wijzigingen van Verordening (EU) XXX tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (grenzen en visa) [interoperabiliteitsverordening ]

Verordening (EU) XXX tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (grenzen en visa) [interoperabiliteitsverordening] wordt als volgt gewijzigd:

1)  artikel 13, lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

"b) de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 6, artikel 22 quater, lid 2, onder f) en g), en artikel 22 quinquies, onder f) en g), van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

"

2)  artikel 18, lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

"b) de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) tot en met c cc), artikel 9, leden 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, onder a) tot en met cc), f) en g), en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met c), f) en g), van Verordening (EG) nr. 767/2008;"; [Am. 250]

"

3)  artikel 26, lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

"b) de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 bij het aanmaken of bijwerken van een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

"

4)  artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

"b) een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier wordt opgesteld of bijgewerkt in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

"

b)  lid 3, onder b), wordt vervangen door:"

"b) achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum, geslacht en nationaliteit(en) als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a), artikel 22 quater, lid 2, onder a), en artikel 22 quinquies, onder a), van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

"

5)  artikel 29, lid 1, onder b), wordt vervangen door:"

"b) de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 voor treffers die zich voordoen bij het opstellen of bijwerken van een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;".

"

Artikel 8

Intrekking van Besluit 2008/633/JBZ

Besluit 2008/633/JBZ wordt ingetrokken. Verwijzingen naar Besluit 2008/633/JBZ gelden als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 767/2008 en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage 2.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding], met uitzondering van de bepalingen inzake uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen vervat in artikel 1, punten 6, 7, 26, 27, 33 en 35, artikel 3, punt 4, en artikel 4, punt 1, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Uiterlijk op ... [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de stand van zaken rond de voorbereiding van de volledige tenuitvoerlegging van deze verordening. Dat verslag bevat ook gedetailleerde informatie over de gemaakte kosten en over eventuele risico's die van invloed kunnen zijn op de totale kosten. [Am. 251]

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE 2

Transponeringstabel

Besluit 2008/633/JBZ van de Raad

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 2

Definities

Artikel 4

Definities

Artikel 3

Aangewezen autoriteiten en centrale toegangspunten

Artikel 22 duodecies

Aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 22 terdecies

Europol

Artikel 4

Procedure voor de toegang tot het VIS

Artikel 22 quaterdecies

Procedure voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

Artikel 5

Voorwaarden voor toegang tot het VIS door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 22 quindecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 6

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan Verordening (EG) nr. 767/2008 nog niet in werking is getreden

Artikel 22 novodecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden

Artikel 7

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

Artikel 22 septdecies

Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

Artikel 8

Bescherming van persoonsgegevens

Hoofdstuk VI

Rechten en toezicht op het gebied van gegevensbescherming

Artikel 9

Gegevensbeveiliging

Artikel 32

Gegevensbeveiliging

Artikel 10

Aansprakelijkheid

Artikel 33

Aansprakelijkheid

Artikel 11

Interne Controle

Artikel 35

Interne bewaking

Artikel 12

Sancties

Artikel 36

Sancties

Artikel 13

Opslag van VIS-gegevens in nationale bestanden

Artikel 30

Het bewaren van VIS-gegevens in nationale bestanden

Artikel 14

Recht van toegang, recht op verbetering en verwijdering van gegevens

Artikel 38

Recht van toegang, recht op rechtzetting en verwijdering van gegevens

Artikel 15

Kosten

n.v.t.

Artikel 16

Registratie

Artikel 22 octodecies

Loggen en documenteren

Artikel 17

Monitoring en evaluatie

Artikel 50

Monitoring en evaluatie

(1)PB C [...] van [...], blz. [...].
(2)PB C [...] van [...], blz. [...].
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(4)Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5).
(5)Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).
(6)Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).
(7)Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129).
(8) Uitvoeringsbesluit 2011/636/EU van de Commissie van 21 september 2011 tot vaststelling van de datum waarop de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) in een eerste regio beginnen (PB L 249 van 27.9.2011, blz. 18).
(9)Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).
(10)COM(2016)0205.
(11) ''Integrated Border Management (IBM) – Feasibility Study to include in a repository documents for Long-Stay visas, Residence and Local Border Traffic Permits'' (2017).
(12) ''Legal analysis on the necessity and proportionality of extending the scope of the Visa Information System (VIS) to include data on long stay visas and residence documents'' (2018).
(13)Routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling en informatiebeheer op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (9368/1/16 REV 1).
(14)Conclusies van de Raad over de verdere stappen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het waarborgen van de interoperabiliteit van de EU-informatiesystemen (10151/17).
(15)''Integrated Border Management (IBM) – Feasibility Study to include in a repository documents for Long-Stay visas, Residence and Local Border Traffic Permits'' (2017).
(16)''Legal analysis on the necessity and proportionality of extending the scope of the Visa Information System (VIS) to include data on long stay visas and residence documents'' (2018).
(17)COM(2017)0558, blz. 15.
(18)COM(2018)0251.
(19)Fingerprint Recognition for Children (2013 - EUR 26193).
(20)"Automatic fingerprint recognition: from children to elderly" (2018 – JRC).
(21)''Feasibility and implications of lowering the fingerprinting age for children and on storing a scanned copy of the visa applicant's travel document in the Visa Information System (VIS)'' (2018).
(22)Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(23) Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1).
(24)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(25)Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(26)Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).
(27)Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel] (PB L [...] van [...], blz. [...]).
(28)Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1). Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(29)Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht en betreffende de invoering van een mechanisme voor het opstellen van deze lijst (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 9).
(30)Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).
(31)Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).
(32)Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(33)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(34)Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(35)PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(36)Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(37)Besluit 2008/149/JBZ van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50).
(38)PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(39)Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).
(40)Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1).
(41)Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 269 van 19.10.2017, blz. 39).


Fonds voor asiel en migratie ***I
PDF 437kWORD 112k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor asiel en migratie (COM(2018)0471 – C8-0271/2018 – 2018/0248(COD))
P8_TA(2019)0175A8-0106/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0471),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 78, lid 2, artikel 79, leden 2 en 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0271/2018),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Begrotingscommissie (A8-0106/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor asiel, en migratie , en integratie [Am. 1]

P8_TC1-COD(2018)0248


HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 78, lid 2, en artikel 79, leden 2 en 4, en artikel 80, [Am. 2]

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  In het kader van de evoluerende uitdagingen op het gebied van migratie, die worden gekenmerkt door de noodzaak steun te verlenen voor krachtige ontvangst-, asiel-, integratie- en migratiesystemen in de lidstaten, situaties waarin sprake is van druk te voorkomen en adequaat op een adequate en solidaire manier aan te pakken en een einde te maken aan irreguliere en onveilige aankomsten door te voorzien in legale en veilige routes, is het investeren in een doeltreffend en gecoördineerd migratiebeheer in de Unie belangrijk voor het verwezenlijken van de doelstelling van de Unie een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, overeenkomstig artikel 67, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. [Am. 3]

(2)  Het belang van een gecoördineerde aanpak door de Unie en de lidstaten komt tot uitdrukking in de Europese migratieagenda van mei 2015, waarin de noodzaak werd benadrukt van een consistent en duidelijk gemeenschappelijk beleid tot herstel van het vertrouwen in het vermogen van de Unie om Europese en nationale inspanningen te bundelen teneinde doeltreffend het migratieprobleem aan te pakken en samen te werken, in overeenstemming met de beginselen inzake het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten als vastgelegd in artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en is bevestigd in de tussentijdse evaluatie van september 2017 en het voortgangsverslag van maart respectievelijk mei 2018. [Am. 4]

(3)  In zijn conclusies van 19 oktober 2017 bevestigde de Europese Raad andermaal de noodzaak van een alomvattende, pragmatische en resolute aanpak van het migratiebeheer die erop is gericht het toezicht aan de buitengrenzen te herstellen, irreguliere binnenkomsten tegen te gaan en het aantal sterfgevallen op zee te verminderen en die moet worden gebaseerd op een flexibel en gecoördineerd gebruik van alle beschikbare instrumenten van de Unie en de lidstaten. De Europese Raad riep voorts op ervoor te zorgen dat er beduidend meer personen terugkeren, door acties op zowel EU- als lidstaatniveau, zoals doeltreffende overnameovereenkomsten en -regelingen. Bovendien heeft de Europese Raad opgeroepen om programma's voor vrijwillige hervestiging uit te voeren en te ontwikkelen. [Am. 5]

(4)  Ter ondersteuning van de inspanningen om te zorgen voor een brede aanpak van migratiebeheer, op basis van wederzijds vertrouwen en solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en de instellingen van de EU, met het oogmerk een gemeenschappelijk, duurzaam EU-beleid inzake asiel en immigratie tot stand te brengen, moet een fonds voor asiel, en migratie en integratie (hierna “het fonds” genoemd) worden opgericht dat de lidstaten van voldoende financiële middelen voorziet. [Am. 6]

(4 bis)   Het fonds moet de mensenrechten volledig eerbiedigen en in overeenstemming zijn met de Agenda 2030, het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling als bedoeld in artikel 208 VWEU, en de internationale verbintenissen om het gebied van migratie en asiel, met name het mondiale pact inzake vluchtelingen en het mondiale pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie (GCM). [Am. 7]

(4 ter)   Bij het beheer van het fonds vanuit ontwikkelingsoogpunt moet rekening worden gehouden met de diverse onderliggende oorzaken van migratie, zoals conflicten, armoede, gebrek aan landbouwcapaciteit, onderwijs en ongelijkheid. [Am. 8]

(5)  Het Acties die door het fonds dient worden gesteund, dienen te worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook met inbegrip van het recht op bescherming van persoonsgegevens, alsook de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten op het gebied van de grondrechten, met inbegrip van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (UNCRC) en het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, zoals aangevuld door het protocol van 31 januari 1967. [Am. 9]

(5 bis)  Bij de uitvoering van het fonds moeten de beginselen van gendergelijkheid en non-discriminatie, die behoren tot de kernwaarden van de Unie, in acht worden genomen en worden bevorderd. Het fonds mag geen acties ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie of sociale uitsluiting. [Am. 10]

(5 ter)  Bij de uitvoering van het fonds moet prioriteit worden gegeven aan acties die de situatie van niet-begeleide en van hun ouders gescheiden minderjarigen aanpakken door snelle identificatie en registratie, alsook aan acties die worden verricht in het belang van het kind. [Am. 11]

(6)  Het fonds moet voortbouwen op de resultaten en investeringen die zijn verwezenlijkt met ondersteuning van zijn voorgangers, namelijk het Europees Vluchtelingenfonds, opgericht bij Beschikking nr. 573/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad, het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen, opgericht bij Beschikking 2007/435/EG van de Raad, het Europees Terugkeerfonds, opgericht bij Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad voor de periode 2007-2013 en het Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie voor de periode 2014-2020, zoals opgericht bij Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Daarbij moet het ook rekening houden met alle relevante nieuwe ontwikkelingen.

(7)  Het fonds dient steun te verlenen voor solidariteit tussen de lidstaten en het doeltreffend beheer van migratiestromen, onder andere door gemeenschappelijke maatregelen te bevorderen op het gebied van asiel, met inbegrip van inspanningen van de lidstaten voor de opvang van personen die internationale bescherming nodig hebben, via hervestiging, toelating op humanitaire gronden en het overbrengen van aanvragers of begunstigden van internationale bescherming tussen lidstaten, door kwetsbare asielzoekers zoals kinderen beter te beschermen, door internationale integratiestrategieën en een doeltreffender beleid inzake legale migratie te ondersteunen, teneinde en veilige en wettelijke routes naar de Unie te creëren, hetgeen ook moet helpen het concurrentievermogen van de Unie op lange termijn en de toekomst van haar sociaal stelsel te waarborgen en de prikkels voor irreguliere migratie te reduceren via een duurzaam terugkeer- en overnamebeleid. Het fonds Als instrument van het interne beleid van de Unie en het enige financieringsinstrument voor asiel en migratie op EU-niveau, dient het fonds primair acties inzake asiel en migratie binnen de Unie te ondersteunen. Binnen welomschreven grenzen en met inachtneming van passende waarborgen dient het fonds echter de versterking te ondersteunen van de samenwerking met derde landen om het beheer te versterken van de instroom van personen die om asiel of andere vormen van internationale bescherming verzoeken, om legale migratiemogelijkheden in het leven te bevorderen roepen en om irreguliere migratie en netwerken van mensensmokkelaars en handelaars tegen te gaan en te zorgen voor duurzame, veilige en fatsoenlijke terugkeer naar en daadwerkelijke overname door reintegratie in derde landen. [Am. 12]

(8)  De migratiecrisis maakte en het toenemende aantal doden op de Middellandse Zee in de afgelopen jaren maakten duidelijk dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moest worden hervormd, om te zorgen voor doeltreffende asielprocedures ter voorkoming van secundaire bewegingen, uniforme en passende opvangvoorzieningen dat er een billijker en doeltreffender systeem moest worden ingevoerd om de verantwoordelijkheid te bepalen van de lidstaten voor degenen die om internationale bescherming verzoeken, uniforme normen voor het verlenen van internationale bescherming en passende rechten en voordelen voor begunstigden van internationale bescherming en dat er een kader voor de inspanningen van de lidstaten inzake hervestiging en humanitaire toelating moest komen teneinde het totale aantal beschikbare hervestigingsplaatsen wereldwijd te verhogen. Tegelijkertijd moest de hervorming is hervorming nodig om ervoor te zorgen voor de invoering van een billijker en doeltreffender systeem om de verantwoordelijkheid te bepalen van de lidstaten dat er doeltreffende en op rechten gebaseerde asielprocedures bestaan en toegankelijk zijn en om te voorzien in uniforme en passende opvangvoorzieningen voor degenen die om internationale bescherming verzoeken, en zorgen voor een EU-kader voor de hervestigingsinspanningen van de lidstaten uniforme normen voor het verlenen van internationale bescherming, passende rechten en voordelen voor begunstigden van internationale bescherming, alsook effectieve en efficiënte terugkeerprocedures voor irreguliere migranten. Het is daarom passend dat het fonds meer ondersteuning biedt aan de inspanningen van de lidstaten om het hervormde gemeenschappelijk Europees asielstelsel volledig en naar horen te implementeren. [Am. 13]

(9)  Het fonds dient ook de activiteiten te completeren en versterken van het Asielagentschap van de Europese Unie, dat is opgericht bij Verordening (EU)../.. [verordening EU-asielagentschap](4) Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken , teneinde de werking van het gemeenschappelijke Europees asielstelsel te vereenvoudigen en te verbeteren door het coördineren en versterken van de praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over asiel, en met name over goede praktijken, tussen de lidstaten, het bevorderen van het Unierecht en het internationaal recht en door aan de hand van richtsnoeren, met inbegrip van de operationele normen van de Unie inzake asiel om te zorgen voor meer uniformiteit , bij te dragen aan een uniforme toepassing van het recht van de Unie inzake asiel op basis van strenge beschermingsnormen met betrekking tot de procedures voor internationale bescherming, opvangvoorzieningen en de evaluatie van beschermingsbehoeften in de Unie, het mogelijk maken van een duurzame en billijke verdeling van verzoeken om internationale bescherming, het bevorderen van convergentie bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming in de Unie, de ondersteuning van om de hervestigingsinspanningen van de lidstaten en het bieden van te ondersteunen en operationele en technische bijstand aan de lidstaten te bieden voor het beheer van hun asiel- en opvangstelsels, met name aan de lidstaten waarvan de systemen onder onevenredig hoge druk staan. [Am. 14]

(9 bis)  Het fonds dient steun te verlenen aan de inspanningen van de Unie en de lidstaten ter vergroting van de capaciteit van de lidstaten om asielbeleid te ontwikkelen, op dit beleid toe te zien en het te evalueren in het licht van hun verplichtingen krachtens het bestaande Unierecht. [Am. 15]

(10)  Het fonds dient steun te verlenen aan de inspanningen van de Unie en de lidstaten ter vergroting van de capaciteit van de lidstaten om asielbeleid te ontwikkelen, op dit beleid toe te zien en het te evalueren in het licht van hun verplichtingen krachtens het bestaande Unierecht de Unie en de lidstaten te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van het bestaande Unierecht, met volledige inachtneming van de grondrechten, in het bijzonder Richtlijn 2013/33/EU(5) (richtlijn opvangvoorzieningen), Richtlijn 2013/32/EU(6) (richtlijn asielprocedures), Richtlijn 2011/95/EU(7) (kwalificatierichtlijn) en Richtlijn 2008/115/EG(8) (terugkeerrichtlijn) van het Europees Parlement en de Raad, en Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad(9) (Dublin-verordening). [Am. 16]

(11)  Partnerschappen en samenwerking met derde landen vormen een essentiële component van het asielbeleid van de Unie. Zij moeten zorgen voor het adequaat beheer van de instroom van personen die om asiel of andere vormen van internationale bescherming verzoeken. Het fonds dient financiële prikkels te geven voor de uitvoering van het kader van de Unie voor hervestiging [en toelating op humanitaire gronden] teneinde ervoor te zorgen dat onderdanen van derde landen of staatloze personen die internationale bescherming behoeven niet langer op onveilige en irreguliere wijze, maar legaal en veilig op het grondgebied van de lidstaten aankomen, solidariteit te betuigen met de landen in regio’s waarnaar of waarin een groot aantal personen die internationale bescherming behoeven verdreven zijn, door te helpen de druk op die landen te verlichten, te helpen de doelstellingen van het migratiebeleid van de Unie te verwezenlijken door de invloed van de Unie ten opzichte van derde landen te vergroten en daadwerkelijk bij te dragen tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora en bij contacten met derde landen met één stem te spreken. [Am. 17]

(11 bis)  Het fonds dient steun te verlenen aan de inspanningen van de lidstaten om op hun grondgebied internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden aan vluchtelingen en ontheemden die in aanmerking komen voor hervestiging of in het kader van nationale regelingen voor toelating op humanitaire gronden, waarbij rekening moet worden gehouden met de door het UNHCR verwachte wereldwijde hervestigingsbehoeften. Om op ambitieuze en doeltreffende wijze bij te dragen, moet het fonds gerichte bijstand verlenen in de vorm van financiële prikkels voor elke toegelaten of hervestigde persoon. [Am. 18]

(12)  Gelet op de grote omvang die de migratie naar de EU de laatste jaren heeft aangenomen en het belang van cohesie voor onze samenlevingen, is het van cruciaal belang steun te verlenen voor het beleid van de lidstaten om onderdanen die legaal op hun grondgebied verblijven, in een vroeg stadium te laten integreren, onder meer op de gebieden waaraan in het door de Commissie in 2016 aangenomen actieplan inzake de integratie van onderdanen van derde landen, voorrang is verleend. [Am. 19]

(13)  Om te zorgen voor grotere doeltreffendheid, de hoogst mogelijke toegevoegde EU-waarde en samenhang binnen het optreden van de Unie ter bevordering van de integratie van onderdanen van derde landen, dienen acties die uit het fonds worden gefinancierd, specifiek te zijn en acties die uit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling (EFRO) de structuurfondsen van de Unie worden gefinancierd, te completeren. Maatregelen die uit dit fonds worden gefinancierd, dienen maatregelen te ondersteunen die zijn toegesneden op de behoeften van onderdanen van derde landen en in het algemeen in het de eerste stadium van stadia van integratie worden uitgevoerd alsook horizontale acties ter ondersteuning van de capaciteiten van de lidstaten op het gebied van integratie, terwijl aangevuld met optreden ten behoeve van onderdanen van derde landen met een effect op langere termijn uit het ERDF en ESF+ dient te worden gefinancierd ter bevordering van de sociale en economische inclusie van onderdanen van derde landen, gefinancierd uit de structuurfondsen. [Am. 20]

(13 bis)   De integratiemaatregelen dienen ook te gelden voor personen die internationale bescherming genieten, om met inachtneming van de bijzondere kenmerken van die doelgroep een brede aanpak van integratie te waarborgen. Wanneer integratiemaatregelen met opvang worden gecombineerd, moeten ook asielzoekers waar nodig in de acties opgenomen kunnen worden. [Am. 21]

(14)  In dit kader dienen de met de uitvoering van het fonds belaste autoriteiten van de lidstaten te worden verplicht samen te werken en mechanismen vast te stellen voor coördinatie met de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen voor het beheer van de bijstandsverlening uit het ESF+ en het EFRO de structuurfondsen en waar nodig met hun beheersautoriteiten en de beheersautoriteiten van andere fondsen van de Unie die bijdragen tot de integratie van onderdanen van derde landen. Aan de hand van deze coördinatiemechanismen moet de Commissie de samenhang en complementariteit tussen de fondsen beoordelen, alsook de mate waarin de maatregelen die via elk fonds worden uitgevoerd, bijdragen tot de integratie van onderdanen van derde landen. [Am. 22]

(15)  De uitvoering van het fonds op dit gebied dient te stroken met de gemeenschappelijke basisbeginselen van de Unie inzake integratie, die zijn vastgelegd in het gemeenschappelijke programma voor integratie.

(16)  Het is dienstig om lidstaten die dat wensen, toe te staan om in hun programma’s te bepalen dat, voor zover dit voor de doeltreffende uitvoering van integratiemaatregelen nodig is, ook de naaste verwanten van onderdanen uit derde landen onder die maatregelen kunnen vallen, om zo de eenheid van het gezin in het belang van het kind te ondersteunen. Onder “naaste verwanten” zouden moeten worden verstaan de echtgenoten, partners, alsmede alle personen die rechtstreekse familiebanden in opgaande of neergaande lijn hebben met de onderdaan uit een derde land voor wie de integratiemaatregelen bedoeld zijn, en die anders niet onder het toepassingsgebied van het fonds zouden vallen. [Am. 23]

(17)  Gelet op de cruciale rol die lokale en regionale autoriteiten en hun vertegenwoordigende organisaties uit het maatschappelijk middenveld op het gebied van integratie spelen, zou ter bevordering van de toegang van deze entiteiten tot financiering op het niveau van de Unie, het fonds de uitvoering van acties op het gebied van integratie door deze autoriteiten of organisaties moeten bevorderen, onder meer door een hoger medefinancieringspercentage voor deze acties en door het gebruik te maken van een speciale component van de thematische faciliteit en door een hoger medefinancieringspercentage voor deze acties waarvoor deze lokale en regionale autoriteiten bevoegd zijn de integratiemaatregelen uit te voeren. [Am. 24]

(18)  Gezien de economische en demografische uitdagingen waarvoor de Unie zich op lange termijn gesteld ziet, alsook de steeds mondialere aard van migratie, is het van cruciaal belang goed functionerende legale kanalen voor migratie naar de Unie vast te stellen, zodat de Unie een aantrekkelijke bestemming voor migranten blijft en reguliere migratie in overeenstemming met de economische en sociale behoeften van de lidstaten blijft, de duurzaamheid te waarborgen van de socialezekerheidsstelsels en de groei van de EU-economie, en tegelijk arbeidsmigranten tegen uitbuiting te beschermen. [Am. 25]

(19)  Het fonds dient de lidstaten te ondersteunen bij het ontwikkelen van strategieën voor de organisatie en uitbreiding van legale migratie migratieroutes door hun algemene capaciteit op te voeren op het gebied van ontwikkeling, uitvoering, controle en evaluatie van alle strategieën, beleidsinitiatieven en maatregelen inzake immigratie en integratie van legaal verblijvende onderdanen van derde landen, met inbegrip van rechtsinstrumenten van de Unie name EU-instrumenten voor legale migratie. Het fonds dient ook de uitwisseling van informatie en beste praktijken te ondersteunen, evenals de samenwerking tussen verschillende bestuursdiensten en -niveaus en tussen de lidstaten. [Am. 26]

(20)  Een doeltreffend terugkeerbeleid maakt integraal deel uit van de brede aanpak van migratie waarnaar de Unie en haar lidstaten streven. Het fonds dient de inspanningen van de lidstaten te ondersteunen en aan te moedigen om te komen tot een effectieve uitvoering en verdere ontwikkeling van de gemeenschappelijke normen inzake terugkeer, waarbij de nadruk op vrijwillige terugkeer ligt, met name zoals die zijn opgenomen in Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en van de Raad(10), en van een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak van het terugkeerbeleid. Voor een duurzaam terugkeerbeleid Om een veilige en waardige terugkeer en overname, alsook een duurzame re-integratie, te vergemakkelijken en te garanderen, is het nodig dat het fonds ook steun verleent voor maatregelen op dit gebied in derde landen, bijv. bij de re-integratie van teruggekeerde personen overeenkomstig het GCM. [Am. 27]

(21)  De lidstaten moeten de voorkeur geven aan vrijwillige terugkeer. Om en zorgen voor een doeltreffende, veilige en waardige terugkeer van illegale migranten. Daarom moet het fonds bij voorkeur steun verlenen aan acties in verband met vrijwillige terugkeer. Om dit te bevorderen, moeten de lidstaten nadenken over krachtiger stimulansen, zoals een voorrangsbehandeling in de vorm van extra ondersteuning bij de terugkeer en steun voor re-integratie op lange termijn. Uit het oogpunt van kosteneffectiviteit is dit soort vrijwillige terugkeer in het belang van zowel de personen die terugkeren als de autoriteiten. Het belang van het kind moet voorop staan bij alle acties of beslissingen met betrekking tot migrerende kinderen, met inbegrip van terugkeer, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met het recht van het kind om zijn mening te uiten. [Am. 28]

(22)  Vrijwillige terugkeer en moet weliswaar voorrang krijgen op gedwongen terugkeer, maar beide zijn niettemin met elkaar verbonden en versterken elkaar wederzijds. De lidstaten moeten derhalve worden aangemoedigd om de complementariteit tussen beide vormen van terugkeer te versterken. De mogelijkheid van verwijdering is een belangrijk element dat bijdraagt tot de integriteit van de stelsels voor asiel en legale migratie. Daarom dient het fonds steun te verlenen aan acties van lidstaten voor het faciliteren en uitvoeren van verwijderingen overeenkomstig de normen die zijn vastgelegd in het Unierecht, indien van toepassing, en met volledige inachtneming van de grondrechten en de waardigheid van de personen die terugkeren. Het fonds mag acties in verband met de terugkeer van kinderen slechts ondersteunen indien een dergelijke terugkeer uitgaat van een positieve beoordeling van het belang van het kind. [Am. 29]

(23)  Specifieke maatregelen in de lidstaten en in de landen van terugkeer ter ondersteuning van personen die terugkeren, met bijzondere aandacht voor hun humanitaire en beschermingsbehoeften, kunnen de omstandigheden waaronder zij terugkeren en hun re-integratie verbeteren. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar kwetsbare groepen. Terugkeerbesluiten moeten worden gebaseerd op een uitvoerige en nauwkeurige beoordeling van de situatie in het land van herkomst, waaronder het plaatselijke absorptievermogen. Specifieke maatregelen en acties ter ondersteuning van de landen van herkomst, en in het bijzonder van kwetsbare personen, dragen bij tot duurzame, veilige en doeltreffende terugkeer. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd met de actieve participatie van lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en diasporagemeenschappen. [Am. 30]

(24)  Overnameovereenkomsten en andere regelingen Formele overnameovereenkomsten vormen een integraal en cruciaal onderdeel van het terugkeerbeleid van de Unie en zijn een centraal instrument voor het doeltreffend beheer van migratiestromen, aangezien zij de vlotte terugkeer van irreguliere migranten vergemakkelijken. Deze overeenkomsten en regelingen spelen een belangrijke rol in het kader van de dialoog en de samenwerking met derde landen van herkomst en doorreis van irreguliere migranten en het fonds dient de uitvoering ervan in derde landen dient te worden ondersteund te ondersteunen ten behoeve van een doeltreffend, veilig en waardig terugkeerbeleid op nationaal en EU-niveau binnen gedefinieerde grenzen en met inachtneming van passende waarborgen. [Am. 31]

(25)  Naast maatregelen ter ondersteuning van de terugkeer van personen als omschreven in deze verordening integratie van onderdanen van derde landen of staatlozen in de lidstaten, dient het fonds ook andere maatregelen te ondersteunen ter bestrijding van irreguliere immigratie en om illegale migratie minder aantrekkelijk te maken of het omzeilen van bestaande handel in migranten en ter bevordering en vereenvoudiging van de totstandbrenging van regelgeving betreffende legale migratie tegen te gaan, en zo ook de integriteit van de immigratiestelsels van de lidstaten in de landen van herkomst te waarborgen, met volledige inachtneming van het beginsel van beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling. [Am. 32]

(26)  De tewerkstelling van irreguliere migranten is een factor die illegale migratie aantrekt en ondermijnt de ontwikkeling van een beleid inzake arbeidsmobiliteit dat op reglingen inzake legale migratie is gebaseerd en brengt de rechten van arbeidsmigranten in gevaar, waardoor zij kwetsbaar worden voor rechtenschendingen en misbruik. Het fonds moet lidstaten daarom, direct of indirect, steunen bij hun uitvoering van Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad(11), die de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen verbiedt, voorziet in een klachten- en loonvorderingsmechanisme voor uitgebuite werknemers en voorziet in sancties tegen werkgevers die dat verbod overtreden. [Am. 33]

(26 bis)   De lidstaten moeten de verzoeken van maatschappelijke organisaties en werknemersorganisaties ondersteunen, bijvoorbeeld het verzoek om de oprichting van een Europees netwerk van opvangmedewerkers van beide geslachten, om alle werknemers in Europa die in migratieprocessen werken te verbinden en te zorgen voor waardige opvang en een benadering van migratie die is gebaseerd op mensenrechten en op de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van opvang en werkgelegenheid voor migranten. [Am. 34]

(27)  Het fonds moet lidstaten, direct of indirect, steunen bij hun uitvoering van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad(12), die bepalingen bevat inzake de bijstand aan en ondersteuning en bescherming van slachtoffers van mensenhandel. Bij deze maatregelen moet rekening worden gehouden met de genderspecifieke aard van mensensmokkel. De lidstaten dienen bij de tenuitvoerlegging van het fonds rekening te houden met het feit dat personen die verplicht zijn hun woning te verlaten als gevolg van een plotselinge of geleidelijke klimaatgerelateerde verandering in het milieu die een nadelig effect heeft op hun leven of leefomstandigheden, een verhoogd risico lopen om het slachtoffer te worden van mensensmokkel. [Am. 35]

(27 bis)  Het fonds moet in het bijzonder steun verlenen voor de identificatie van en maatregelen die voorzien in de behoeften van kwetsbare asielzoekers – zoals niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van foltering of andere ernstige vormen van geweld – zoals bedoeld in het asielacquis van de Unie. [Am. 36]

(27 ter)  Om te komen tot een eerlijke en transparante verdeling van de middelen onder de doelstellingen van het fonds, moet voor bepaalde doelstellingen een minimumniveau van uitgaven worden vastgelegd, ongeacht of deze onder direct, indirect of gedeeld beheer vallen. [Am. 37]

(28)  Het fonds moet de activiteiten completeren en versterken die op het gebied van terugkeer worden ondernomen door het Europees Grens- en kustwachtagentschap, dat is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad(13), en daarom bijdragen aan een doeltreffend Europees geïntegreerd grensbeheer als omschreven in artikel 4 van die verordening zonder te voorzien in een aanvullende geldstroom voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap, waarvoor de begrotingsautoriteit beslist over een jaarlijkse begroting op grond waarvan het agentschap al zijn taken zou moeten kunnen uitvoeren. [Am. 38]

(29)  Er moet worden gestreefd naar een synergetische, consistente, complementaire en doelmatige band met andere fondsen van de Unie, en overlapping of strijdigheid tussen acties moet worden vermeden. [Am. 39]

(30)  De prioriteit van het fonds moet bestaan uit het financieren van acties binnen het grondgebied van de Unie. De in Het kader van het fonds gesteunde kan maatregelen financieren in of met betrekking tot derde landen die door het fonds worden gesteund; deze moeten in financieel opzicht beperkt blijven, van dien aard zijn dat de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen van het fonds kunnen worden verwezenlijkt, en worden onderworpen aan passende waarborgen. Dergelijke maatregelen dienen andere acties buiten de Unie te completeren die door de externe financieringsinstrumenten van de Unie worden ondersteund. In het bijzonder dient bij de uitvoering van dergelijke acties te worden gestreefd naar volledige samenhang en complementariteit met de beginselen en de algemene doelstellingen van het externe optreden en het buitenlands beleid van de Unie ten aanzien van het land of de regio in kwestie en de internationale verbintenissen van de Unie. Met betrekking tot de externe dimensie dient het fonds, op gebieden die van belang zijn voor het migratiebeleid van de Unie, gerichte steun te verlenen ter versterking van de samenwerking met derde landen en van belangrijke aspecten van migratiebeheer Het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling dat is omschreven in punt 35 van de Europese consensus inzake ontwikkeling, moet gerespecteerd worden. Tijdens de uitvoering van noodsteun moet worden gezorgd voor consistentie met de humanitaire beginselen zoals uiteengezet in de Europese consensus over humanitaire hulp. [Am. 40]

(31)  De financiering uit de begroting van de Unie dient te worden geconcentreerd op activiteiten waarbij optreden van de Unie voor een meerwaarde kan zorgen ten opzichte van optreden door de lidstaten alleen. De uit hoofde van deze verordening verleende financiële steun dient met name bij te dragen tot de solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van asiel en migratie overeenkomstig artikel 80 VWEU en tot het versterken van de nationale en Europese capaciteiten op het gebied van asiel en migratie. [Am. 41]

(32)  Een lidstaat kan worden geacht niet aan het relevante acquis van de Unie te voldoen, ook wat betreft het gebruik van operationele steun uit hoofde van dit fonds, als hij zijn verplichtingen op grond van de Verdragen op het gebied van asiel en terugkeer niet is nagekomen, als er een duidelijk risico bestaat dat de lidstaat bij het uitvoeren van het acquis inzake asiel en terugkeer een waarde van de Unie ernstig schendt of als in een evaluatieverslag in het kader van het Schengenevaluatie- en toezichtmechanisme of het evaluatie- en toezichtmechanisme van het Asielagentschap van de Europese Unie tekortkomingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld.

(33)  Het fonds dient de behoefte aan meer transparantie, flexibiliteit en vereenvoudiging te weerspiegelen, zonder dat daarbij de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid uit het oog worden verloren, en dient, met het oog op de verwezenlijking van de beleids- en specifieke doelstellingen van deze verordening, ervoor te zorgen dat de financiële middelen eerlijk en transparant worden verdeeld. Bij de uitvoering van het fonds moeten de beginselen van doelmatigheid, doeltreffendheid en kwaliteit van de bestedingen richtinggevend zijn. Bovendien moet de uitvoering van het fonds zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn. [Am. 43]

(34)  In deze verordening dienen de initiële, voor de lidstaten bestemde bedragen te worden vastgesteld, die bestaan uit een vast bedrag en een bedrag dat is berekend op basis van de criteria in bijlage I, die betrekking hebben op de behoeften van de verschillende lidstaten en de druk die zij ondervinden op het gebied van asiel, migratie, integratie en terugkeer. Speciale aandacht moet uitgaan naar insulaire samenlevingen die geconfronteerd worden met disproportionele migratieproblemen. [Am. 44]

(35)  Deze initiële bedragen dienen een basis te vormen voor langetermijninvesteringen van de lidstaten. Om rekening te houden met veranderingen in migratiestromen en te voorzien in de behoeften inzake het beheer van asiel- en opvangstelsels en de integratie van legaal verblijvende onderdanen van derde landen, om legale migratie te ontwikkelen alsook om irreguliere migratie tegen te gaan door middel van een doeltreffend en duurzaam terugkeerbeleid waarbij de rechten in acht worden genomen, dient de lidstaten tussentijds een extra bedrag te worden toegewezen, waarbij de opnamepercentages in acht worden genomen. Dit bedrag moet worden gebaseerd op de meest recente beschikbare statistische gegevens als vermeld in bijlage I, zodat de wijzigingen in de uitgangssituatie van de lidstaten tot uitdrukking komen. [Am. 45]

(36)  Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van het fonds, dienen de lidstaten en de Commissie ervoor te zorgen dat hun de programma's van de lidstaten acties omvatten die gericht zijn op bijdragen aan de verwezenlijking van elk van de specifieke doelstellingen van deze verordening. Voorts moeten zij ervoor zorgen dat de toewijzing van middelen aan de specifieke doelstellingen zo goed mogelijk aan deze doelstellingen beantwoordt en gebaseerd is op de meest actuele behoeften, dat de programma's een minimum aan uitgaven met betrekking tot deze doelstellingen omvatten, dat de verdeling van de middelen over de doelstellingen in verhouding staat tot de uitdagingen, dat de gekozen prioriteiten in overeenstemming zijn met de uitvoeringsmaatregelen als vastgesteld in bijlage II, en dat de verdeling van middelen over de doelstellingen waarborgt dat de algemene beleidsdoelstelling kan worden bereikt. [Am. 46]

(37)  Omdat uitdagingen op het gebied van migratie voortdurend evolueren, moet de toewijzing van de financiële middelen aan de veranderingen in migratiestromen worden aangepast Om tegemoet te komen aan dringende behoeften en veranderingen in het beleid en prioriteiten van de Unie, en om de financiering toe te spitsen op acties met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie, zal een deel van de financiering periodiek via een thematische faciliteit worden toegewezen aan specifieke acties, acties van de Unie, acties van lokale en regionale autoriteiten, noodhulp en hervestiging en om de lidstaten extra steun te verlenen bij hun inspanningen op het gebied van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid. [Am. 47]

(38)  De lidstaten moeten met een hogere bijdrage van de Unie worden aangemoedigd om een deel van de aan hun programma toegewezen middelen te gebruiken voor de acties die zijn opgenomen in bijlage IV.

(38 bis)  De inspanningen van de lidstaten om het asielacquis van de Unie volledig en correct ten uitvoer te leggen, onder meer door passende opvangvoorzieningen toe te kennen aan aanvragers en personen die internationale bescherming genieten, om te zorgen voor een correcte vaststelling van de status overeenkomstig Richtlijn 2011/95/EU, en om eerlijke en doeltreffende asielprocedures toe te passen, moeten door het Fonds worden gesteund, met name wanneer die inspanningen gericht zijn op niet-begeleide minderjarigen, voor wie de kosten hoger zijn. De lidstaten moeten daarom een vast bedrag ontvangen voor elke niet-begeleide minderjarige aan wie internationale bescherming wordt verleend; dit vaste bedrag mag echter niet worden gecumuleerd met aanvullende financiering uit hoofde van deze verordening voor hervestiging. [Am. 48]

(39)  Een deel van de beschikbare middelen van het fonds kan ook worden toegewezen aan programma’s van de lidstaten voor de uitvoering van specifieke acties, bovenop de initiële toewijzing. Deze specifieke acties dienen te worden vastgesteld op het niveau van de Unie. Daarbij moet het gaan om acties die een gezamenlijke inspanning vergen of die nodig zijn om te reageren op ontwikkelingen in de Unie waarvoor aan een of meer lidstaten extra financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld

(40)  Het fonds moet bijdragen in de operationele kosten in verband met asiel en terugkeer immigratie, en moet de lidstaten in staat stellen capaciteiten te handhaven die cruciaal zijn voor de hele Unie. Deze steun bestaat uit de volledige terugbetaling van een reeks specifieke kosten in verband met de doelstellingen van het fonds en moet integraal deel uitmaken van de programma's van de lidstaten. [Am. 49]

(41)  Om de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van dit instrument op nationaal niveau te completeren aan de hand van programma’s van de lidstaten, dient het instrument ook ondersteuning te bieden voor acties op het niveau van de Unie. Dergelijke acties moeten algemene strategische doelen binnen het toepassingsgebied van het fonds dienen die betrekking hebben op beleidsanalyse en innovatie, transnationale vormen van onderling leren en partnerschap en het beproeven van nieuwe initiatieven en acties in de hele Unie, en tegelijk tegemoetkomen aan de behoefte om op billijke en transparante wijze passende financiering te verstrekken om de doelstellingen van het fonds te verwezenlijken. Door middel van deze acties moet de bescherming van de grondrechten bij de uitvoering van het fonds worden gewaarborgd. [Am. 50]

(42)  Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk te reageren op onverwachte of onevenredige migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een onverwacht grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen in een of meer lidstaten, waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie en de asiel- en migratiebeheerstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan, of op zware migratiedruk migratie-uitdagingen of grote hervestigingsbehoeften in derde landen ten gevolge van politieke ontwikkelingen, conflicten of conflicten natuurrampen, moet het mogelijk zijn om noodhulp te bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader. [Am. 51]

(43)  Deze verordening dient de voortzetting te waarborgen van het Europees Migratienetwerk, dat is opgezet bij Beschikking 2008/381/EG van de Raad(14), en dient te voorzien in financiële bijstand overeenkomstig de doelstellingen en taken ervan.

(44)  De beleidsdoelstelling van dit fonds zal mede worden gerealiseerd via financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van de beleidscomponenten van het InvestEU-fonds. Financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, noch de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben. [Am. 52]

(45)  In deze verordening worden de financiële middelen voor het volledige fonds voor asiel en migratie vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [referentie in voorkomend geval aan te passen overeenkomstige nieuwe Interinstitutioneel Akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(15)].

(46)  Verordening (EU) nr. .../... (Financieel Reglement) is op dit fonds van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financiële instrumenten en begrotingsgaranties.

(47)  Voor het uitvoeren van acties in gedeeld beheer dient het fonds deel uit te maken van een samenhangend kader bestaande uit de onderhavige verordening, het Financieel Reglement en Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen]. In het geval dat bepalingen met elkaar in strijd zijn, heeft deze verordening voorrang boven Verordening (EU) X [GB-verordening]. [Am. 53]

(48)  Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen] stelt het kader vast voor actie met betrekking tot het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMV), het Fonds voor asiel en migratie (AMF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF), en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en omvat met name de regels inzake programmering, toezicht en evaluatie, beheer en controle voor in gedeeld beheer uitgevoerde EU-fondsen. Daarom Naast het kader tot vaststelling van financiële regels voor verscheidene EU-fondsen, waaronder het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), moeten de doelstellingen van het AMF AMIF worden omschreven en moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende het soort activiteiten die door het AMF AMIF kunnen worden gefinancierd. [Am. 54]

(49)  Bepalend voor de keuze van zowel de vorm van financiering als de wijze van uitvoering ervan in het kader van deze verordening is of deze geschikt is om de specifieke doelstellingen van de acties te bereiken en om resultaten te boeken, rekening houdend met, in het bijzonder, de kosten van controles, de administratieve belasting en het verwachte risico van niet-naleving. Vaste bedragen, forfaits en eenheidskosten, alsook financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement, moeten hierbij in aanmerking worden genomen.

(50)  Overeenkomstig het Financieel Reglement(16), Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(17), Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad(18), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(19) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(20) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve en/of strafrechtelijke sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) fraude en andere onwettige activiteiten onderzoeken en vervolgen die de financiële belangen van de Unie als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(21) schaden. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ten volle meewerken en de instellingen, agentschappen en organen van de Unie alle nodige ondersteuning verlenen bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De resultaten van onderzoeken naar onregelmatigheden of fraude in verband met het fonds moeten ter beschikking worden gesteld aan het Europees Parlement. [Am. 55]

(51)  De horizontale financiële voorschriften die het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn van toepassing op deze verordening. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en betreffen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting via subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, alsmede de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren. Op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde voorschriften hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor een goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(51 bis)  Indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van financiering, of de prestatie van projecten, ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 VWEU, moet de Commissie ervoor zorgen dat die projecten geen financiering krijgen. [Am. 56]

(52)  Overeenkomstig artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(22) komen personen en entiteiten die gevestigd zijn in landen en gebieden overzee (LGO), in aanmerking voor financiering overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het fonds en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.

(53)  Op grond van artikel 349 VWEU en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en strategisch sterker partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"(23), die de Raad in zijn conclusies van 12 april 2018 heeft bekrachtigd, moeten de betrokken lidstaten erop toezien dat hun nationale strategieën en programma's gericht zijn op de specifieke uitdagingen waarmee de ultraperifere regio's bij het beheer van migratie worden geconfronteerd. Het fonds ondersteunt deze lidstaten met passende middelen om deze regio’s te helpen migratie duurzaam te beheren en eventuele situaties waarin sprake is van druk aan te pakken.

(53 bis)   Maatschappelijk organisaties, lokale en regionale autoriteiten en nationale parlementen in de lidstaten en in derde landen moeten bij de opzet, de uitvoering en de evaluatie van de uit het fonds gefinancierde programma's worden geraadpleegd. [Am. 57]

(54)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moet dit fonds worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften inzake toezicht worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Voor zover van toepassing kunnen deze eisen Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren bevatten, als , waaronder kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, worden opgenomen op basis voor de evaluatie van waarvan gegevens over de effecten van het fonds in de praktijk worden verzameld. Om de resultaten van het fonds te kunnen meten, moeten voor elke specifieke doelstelling van het fonds gemeenschappelijke indicatoren en bijbehorende streefdoelen worden vastgesteld. Via deze gemeenschappelijke indicatoren en de financiële verslaglegging moeten de Commissie en de lidstaten toezien op de uitvoering van het fonds overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) .../2021 van het Europees Parlement en de Raad [verordening gemeenschappelijke bepalingen] en de onderhavige verordening . Om haar toezichthoudende rol naar behoren te vervullen, moet de Commissie de daadwerkelijk uitgegeven bedragen uit het fonds in een bepaald jaar kunnen vaststellen. Bij de rapportage van de jaarrekeningen van hun nationale programma's aan de Commissie moeten de lidstaten daarom een onderscheid maken tussen terugvorderingen, voorfinancieringsbetalingen aan eindbegunstigden en vergoedingen van de uitgaven die daadwerkelijk zijn gedaan. Om de controle van en het toezicht op de uitvoering van het fonds te vergemakkelijken, moet de Commissie deze bedragen opnemen in haar jaarlijkse verslag over de uitvoering van het fonds en toezicht houden op de resultaten en de uitvoering van de acties van het fonds op lokaal, regionaal, nationaal en Unieniveau, met inbegrip van specifieke projecten en partners. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een overzicht van de aanvaarde jaarlijkse prestatieverslagen voorleggen. Verslagen van de controleresultaten en de tenuitvoerlegging van acties uit hoofde van het fonds op het niveau van zowel de lidstaten als de Unie moeten openbaar beschikbaar zijn en worden voorgelegd aan het Europees Parlement. [Am. 58]

(55)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zal dit fonds bijdragen aan de integratie van klimaatactie in alle beleidsdomeinen en aan de verwezenlijking van het streefdoel om gedurende de periode van het MFK 2021-2027 globaal 25 % en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % van de EU-begrotingsuitgaven te gebruiken ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen. Acties ter zake zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het fonds, en worden heroverwogen in het kader van de betrokken evaluatie- en beoordelingsprocessen. [Am. 59]

(56)  Met het oog op de aanvulling en wijziging van bepaalde niet-essentiële elementen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wetgevingshandelingen vast te stellen met betrekking tot werkprogramma's voor de thematische faciliteit, de lijst van acties die in aanmerking komen voor steun van het instrument in bijlage III, de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage, operationele steun als bedoeld in bijlage VIII en de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk kader voor toezicht en evaluatie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau en met maatschappelijke organisaties, met inbegrip van migranten- en vluchtelingenorganisaties, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. [Am. 60]

(57)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(24). De onderzoeksprocedure moet worden toegepast voor uitvoeringshandelingen waarin de gezamenlijke verplichtingen van de lidstaten worden vastgesteld, met name inzake het verstrekken van informatie aan de Commissie, en de raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de regelingen voor het verstrekken van informatie aan de Commissie in het kader van de programmering en verslaglegging, gelet op de zuiver technische aard ervan.

(58)  Aangezien de doelstelling doelstellingen van deze verordening, namelijk de solidariteit tussen de lidstaten te vergroten, bij te dragen tot het doeltreffend beheer van de migratiestromen in en tot de Unie, overeenkomstig uitvoering, versterking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk beleid inzake asiel, subsidiaire bescherming en internationale tijdelijke bescherming, en het gemeenschappelijk immigratiebeleid, niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk kan kunnen worden verwezenlijkt en beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. [Am. 61]

(59)  Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van [het Verenigd Koninkrijk] en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt/heeft Ierland [niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat/meegedeeld dat het wenst deel te nemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening].

(60)  Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(61)  Het is passend dat de periode waarin deze verordening van toepassing is, in overeenstemming wordt gebracht met die van Verordening (EU, Euratom) .../2021 van de Raad [verordening betreffende het meerjarig financieel kader],

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

1.  Bij deze verordening wordt het Fonds voor migratie en asiel , asiel en integratie ("het fonds") opgericht. [Am. 62]

2.  In deze verordening worden de doelstellingen van het fonds, het budget voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)  “verzoeker om internationale bescherming”: een verzoeker als gedefinieerd in artikel 2, punt [X] van Verordening (EU) ../.. [verordening asielprocedures](25) Richtlijn 2013/32/EU; [Am. 63]

b)  “begunstigde van internationale bescherming”: een begunstigde in de zin van artikel [2], punt (2 b), van Verordening (EU) ../.. [erkenningsverordening](26) Richtlijn 2011/95/EU; [Am. 64]

c)  “blendingverrichting”: door de begroting van de Unie ondersteunde actie, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten als gedefinieerd in artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun of financiële instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;

d)  “gezinslid”: een onderdaan van een derde land als gedefinieerd in het kader van het recht van de Unie dat van toepassing is op het beleidsterrein waartoe de uit hoofde van het fonds ondersteunde actie behoort;

e)  “toelating op humanitaire gronden”: toelating in de zin van artikel [2] van verordening (EU) ../.. [EU-kader voor hervestiging [en toelating op humanitaire gronden]](27) "humanitaire regeling": de toelating tot het grondgebied van de lidstaten vanuit een derde land waar zij als ontheemden verblijven, na verwijzing door het UNHCR of een ander bevoegd internationaal orgaan indien een lidstaat daarom verzoekt, van onderdanen van derde landen of staatlozen aan wie internationale bescherming is verleend of aan wie een humanitaire status krachtens het nationale recht is verleend die voorziet in rechten en plichten die gelijkwaardig zijn aan die van begunstigden van subsidiaire bescherming overeenkomstig de artikelen 20 tot en met 32 en artikel 34 van Richtlijn 2011/95/EU; [Am. 65]

f)  “verwijdering”: “verwijdering” als gedefinieerd in artikel 3, punt 5, van Richtlijn 2008/115/EG;

g)  “hervestiging”: “hervestiging” als gedefinieerd in artikel [2] van verordening (EU)  ../.. [EU-kader voor hervestiging [en toelating op humanitaire gronden]] de toelating , na verwijzing door de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), van onderdanen van derde landen of staatlozen uit een derde land waar zij als ontheemden verblijven, tot het grondgebied van de lidstaten, en die internationale bescherming genieten en toegang hebben tot een duurzame oplossing overeenkomstig het recht van de Unie en het nationale recht; [Am. 66]

h)  “terugkeer”: “terugkeer” als gedefinieerd in artikel 3, punt 3, van Richtlijn 2008/115/EG;

i)  “onderdaan van een derde land”: een persoon die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 20, lid 1, van het VWEU. Onder onderdanen van derde landen worden ook staatlozen en personen met niet-vastgestelde nationaliteit verstaan;

j)  “kwetsbare persoon”: een persoon als gedefinieerd in het kader van het recht van de Unie dat van toepassing is op het beleidsterrein waartoe de uit hoofde van het fonds ondersteunde actie behoort;

j bis)  "niet-begeleide minderjarige": een minderjarige die zonder begeleiding van een voor hem hetzij wettelijk, hetzij volgens de praktijk van de betrokken lidstaat verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van de lidstaten aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene is gesteld, met inbegrip van minderjarigen die, nadat zij het grondgebied van de lidstaten zijn binnengekomen, zonder begeleiding zijn komen te verkeren. [Am. 67]

Artikel 3

Doelstellingen van het fonds

1.  De beleidsdoelstelling van het fonds bestaat erin bij te dragen aan een doeltreffend beheer van migratiestromen in overeenstemming met het relevante EU-acquis en met inachtneming van de verbintenissen de uitvoering, versterking en ontwikkeling van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielbeleid krachtens artikel 78 VWEU en het gemeenschappelijk Europees migratiebeleid krachtens artikel 79 VWEU, volgens het beginsel van solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid en onder volledige naleving van de verplichtingen van de Unie en de lidstaten op grond van het gebied internationaal recht en de rechten en beginselen die zijn opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. [Am. 68]

2.  In het kader van de beleidsdoelstelling van lid 1 draagt het fonds bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

a)  het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan;

b)  het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten, onder meer door bij te dragen aan de integratie van onderdanen van derde landen het versterken en ontwikkelen van beleid inzake legale migratie op Europees en nationaal niveau overeenkomstig de economische en sociale behoeften van de lidstaten; [Am. 69]

c)  het bijdragen aan de bestrijding van irreguliere migratie en aan het waarborgen van doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen en bevorderen van de effectieve integratie en sociale inclusie van onderdanen van derde landen, in complementariteit met andere Uniefondsen. [Am. 70]

c bis)  het bijdragen aan de bestrijding van irreguliere migratie en het waarborgen van een doeltreffende, veilige en fatsoenlijke terugkeer naar en wedertoelating en re-integratie in derde landen; [Am. 71]

c ter)  het waarborgen van solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten aanzien van de lidstaten die het meest te maken hebben met migratie-uitdagingen, onder meer door praktische samenwerking; [Am. 72]

3.  In het kader van de in lid 2 bedoelde specifieke doelstellingen wordt het fonds uitgevoerd aan de hand van de in bijlage II genoemde uitvoeringsmaatregelen.

Artikel 3 bis

Partnerschap

Wat dit fonds betreft, omvatten partnerschappen ten minste de lokale en regionale autoriteiten of hun representatieve verenigingen, relevante internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties, met name vluchtelingen- en migrantenorganisaties, nationale mensenrechteninstellingen en organen voor gelijke behandeling, en economische en sociale partners.

Deze partners worden op zinvolle wijze betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van en het toezicht op de programma's. [Am. 73]

Artikel 4

Reikwijdte van de steunverlening

1.  In het kader van de doelstellingen Overeenkomstig de in bijlage II genoemde uitvoeringsmaatregelen steunt het fonds acties die bijdragen aan de verwezenlijking van de in artikel 3 en overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van bijlage II steunt het fonds met name de acties van genoemde doelstellingen en die in bijlage III zijn vermeld. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van acties die voor steun uit het fonds in aanmerking komen in bijlage III. [Am. 74]

2.  Teneinde de doelstellingen in artikel 3 van deze verordening bedoelde doelstellingen te verwezenlijken, kan het fonds, indien nodig, in uitzonderlijke gevallen, binnen bepaalde grenzen en met inachtneming van passende waarborgen, acties ondersteunen overeenkomstig de in bijlage III bedoelde prioriteiten van de Unie met betrekking tot en in derde landen, conform de artikelen 5 en 6. [Am. 75]

2 bis.  Onverminderd het bepaalde in artikel 16 bedraagt het totale bedrag aan financiering voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen uit hoofde van de thematische faciliteit overeenkomstig artikel 9 niet meer dan 5 % van het totale bedrag dat is toegewezen aan de thematische faciliteit op grond van artikel 8, lid 2, onder b). [Am. 76]

2 ter.  Onverminderd het bepaalde in artikel 16 bedraagt het totale bedrag aan financiering voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen uit hoofde van de programma's van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 niet meer dan 5 % van het totale bedrag dat is toegewezen aan die lidstaat op grond van artikel 8, lid 2, onder a), artikel 11, lid 1, en bijlage I. [Am. 77]

2 quater.  Acties op grond van dit lid zijn volledig coherent met de in het kader van de externe financieringsinstrumenten van de Unie ondersteunde maatregelen, en voldoen aan de algemene beginselen en algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie. [Am. 78]

3.  De doelstellingen van deze verordening ondersteunen acties die zijn gericht op een of meer doelgroepen die binnen de werkingssfeer van de artikelen 78 en 79 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.

Artikel 4 bis

Gendergelijkheid en non-discriminatie

De Commissie en de lidstaten garanderen dat de gendergelijkheid en de integratie van het genderperspectief integraal deel uitmaken van en bevorderd worden in de verschillende stadia van de uitvoering van het fonds. De Commissie en de lidstaten nemen alle nodige stappen om discriminatie op grond van geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische eigenschappen, taal, religie of geloofsovertuiging, politieke of overige opvattingen, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bij de toegang tot het fonds en gedurende de verschillende stadia van de uitvoering van het fonds te voorkomen. [Am. 79]

Artikel 5

Met het fonds geassocieerde derde landen

Met Schengen geassocieerde derde landen kunnen deelnemen aan het fonds voor asiel en migratie, overeenkomstig de voorwaarden die zijn neergelegd in een overeenkomstig artikel 218 VWEU aan te nemen specifieke overeenkomst over die deelname aan het fonds van het derde land, mits de overeenkomst: [Am. 80]

–  een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan het fonds deelneemt;

–  de voorwaarden voor deelname aan het fonds vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan het fonds en de administratieve kosten daarvan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5,] van het Financieel Reglement;

–  het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het fonds verleent;

–  de rechten van de Unie om naar een goed financieel beheer te streven en haar financiële belangen te beschermen, waarborgt.

Bij het opstellen van een specifieke overeenkomst als bedoeld in dit artikel raadpleegt de Commissie het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, in het bijzonder over de aan grondrechten gerelateerde aspecten van de overeenkomst. [Am. 81]

Artikel 6

Subsidiabele entiteiten

1.  De volgende entiteiten kunnen subsidiabel zijn:

a)  juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

(1)  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

(2)  een met het fonds geassocieerd derde land;

(3)  een in het werkprogramma opgenomen derde land, onder de daarin vermelde voorwaarden en mits bij alle acties van, in of met betrekking tot dat derde land de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten in acht worden genomen; [Am. 82]

b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke relevante internationale organisatie. [Am. 83]

2.  Natuurlijke personen kunnen niet subsidiabel zijn.

3.  Juridische entiteiten die zijn gevestigd in een derde land, zijn bij wijze van uitzondering subsidiabel voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een bepaalde actie. [Am. 84]

4.  Juridische entiteiten die deelnemen aan consortia van ten minste twee onafhankelijke entiteiten en die zijn gevestigd in verschillende lidstaten of met die lidstaten verbonden landen of gebieden overzee of in derde landen, zijn subsidiabel , zijn subsidiabel voor zover dit bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds zoals vastgesteld in artikel 3 van deze verordening. [Am. 85]

HOOFDSTUK II

FINANCIEEL EN UITVOERINGSKADER

Afdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 7

Algemene beginselen

1.  De krachtens deze verordening verleende steun is complementair aan nationaal, regionaal en lokaal optreden en is erop gericht waarde toe EU-meerwaarde te voegen bieden uit het oogpunt van de doelstellingen van deze verordening. [Am. 86]

2.  De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de steun die krachtens deze verordening en door de lidstaten wordt verleend, consistent is met de betreffende activiteiten, beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Unie en complementair is aan en wordt gecoördineerd met nationale instrumenten en andere instrumenten en maatregelen van de Unie die worden gefinancierd uit andere fondsen van de Unie, met name de structuurfondsen en financieringsinstrument voor het externe optreden van de Unie. [Am. 87]

3.  Het fonds wordt uitgevoerd in gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig artikel [62, lid 1, onder a), b) en c)], van het Financieel Reglement.

Artikel 8

Budget

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het fonds voor de periode 2021-2027 bedragen 9 204 957 000 EUR in prijzen van 2018 (10 415 000 000 EUR in lopende prijzen). [Am. 88]

2.  De financiële middelen worden als volgt gebruikt:

a)  5 522 974 000 EUR in prijzen van 2018 (6 249 000 000EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen aan in gedeeld beheer uitgevoerde programma's; [Am. 89]

b)  3 681 982 800 EUR in prijzen van 2018 (4 166 000 000 EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen aan de thematische faciliteit. [Am. 90]

3.  Tot 0,42 % van de financiële middelen wordt toegewezen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) ../.. [verordening gemeenschappelijke bepalingen]. [Am. 91]

Artikel 9

Algemene bepalingen betreffende de uitvoering van de thematische faciliteit

1.  De financiële middelen bedoeld in artikel 8, lid 2, onder b), worden flexibel toegewezen via de thematische faciliteit in het kader van gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig werkprogramma's. De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor de onderdelen ervan:

a)  specifieke acties,

b)  acties van de Unie,

c)  noodhulp,

d)  hervestiging.

e)  steun aan de lidstaten bij hun inspanningen op het gebied van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid , met inbegrip van lokale en regionale overheden, en aan internationale en niet-gouvernementele organisaties die bijdragen aan inspanningen op het gebied van solidariteit, en [Am. 92]

f)  het Europees Migratienetwerk.

De financiële middelen voor de thematische faciliteit worden ook gebruikt voor ondersteuning van technische bijstand op initiatief van de Commissie.

2.  De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor prioriteiten met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie of om te voorzien in dringende behoeften, conform de overeengekomen prioriteiten van de Unie zoals uiteengezet in bijlage II en via de in aanmerking komende acties in bijlage III.

De Commissie overlegt regelmatig met maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van de werkprogramma's.

Minimaal 20 % van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegewezen aan de in artikel 3, lid 2, onder a), bedoelde specifieke doelstelling.

Minimaal 10% van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegewezen aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde specifieke doelstelling.

Minimaal 10 % van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegewezen aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder c), bedoelde specifieke doelstelling.

Minimaal 10 % van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegewezen aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder c ter), bedoelde specifieke doelstelling. [Am. 93]

3.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit faciliteit in direct of indirect beheer aan de lidstaten wordt toegekend, wordt gewaarborgd mag er geen financiering ter beschikking worden gesteld voor projecten indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de geselecteerde wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de prestatie van die projecten niet worden beïnvloed door , ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van projecten in gevaar brengt. [Am. 94]

4.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit in gedeeld beheer wordt uitgevoerd, beoordeelt ziet de Commissie voor de toepassing van artikel 18 en artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. ../.. [verordening gemeenschappelijke bepalingen] of de geplande acties niet worden beïnvloed door erop toe dat er geen financiering ter beschikking wordt gesteld voor projecten waarbij sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de prestatie van die projecten, ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 van het VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van de projecten in gevaar brengt. [Am. 95]

5.  De Commissie stelt het totaalbedrag vast dat voor de thematische faciliteit beschikbaar is in het kader van de jaarlijkse begrotingskredieten van de Unie. De Commissie stelt voor de thematische faciliteit financieringsbesluiten vast als bedoeld in artikel [110] van het Financieel Reglement gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 32 vast tot vaststelling van werkprogramma's, waarin de doelstellingen en te ondersteunen acties worden vermeld, alsmede de bedragen voor elk van de onderdelen daarvan, als bedoeld in lid 1. In de financieringsbesluiten wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen gereserveerde totaalbedrag opgenomen De werkprogramma's worden openbaar gemaakt. [Am. 96]

6.  De thematische faciliteit ondersteunt met name acties die onder uitvoeringsmaatregel 2 b) (a) van bijlage II vallen en worden uitgevoerd door de lokale en regionale autoriteiten of door maatschappelijke organisaties. In dat opzicht wordt een minimum van 5 % van de financiële middelen van de thematische faciliteit onder direct of indirect beheer toegewezen aan de lokale en regionale autoriteiten die de integratiemaatregelen uitvoeren. [Am. 97]

7.  Na de vaststelling van een financieringsbesluit werkprogramma's als bedoeld in lid 5 kan de Commissie de in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s dienovereenkomstig aanpassen. [Am. 98]

8.  De financieringsbesluiten werkprogramma's zijn jaarlijks of meerjarig en kunnen betrekking hebben op een of meer onderdelen van de thematische faciliteit. [Am. 99]

AFDELING 2

ONDERSTEUNING EN UITVOERING IN GEDEELD BEHEER

Artikel 10

Toepassingsgebied

1.  Deze afdeling betreft het in artikel 8, lid 2, onder a), bedoelde deel van de financiële middelen en de aanvullende middelen die overeenkomstig het in artikel 9 bedoelde besluit van de Commissie inzake de thematische faciliteit in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd.

2.  De steun in het kader van deze afdeling wordt uitgevoerd in gedeeld beheer, overeenkomstig artikel [63] van het Financieel Reglement en Verordening (EU) ../.. [verordening gemeenschappelijke bepalingen] het kader tot vaststelling van financiële regels voor verscheidene Uniefondsen, waaronder het AMIF. [Am. 100]

Artikel 11

Begrotingsmiddelen

1.  De in artikel 8, lid 2, onder a), bedoelde middelen worden indicatief als volgt toegewezen aan de door de lidstaten in gedeeld beheer uitgevoerde nationale programma's (hierna “de programma's” genoemd):

a)  5 207 500 000 EUR aan de lidstaten overeenkomstig bijlage I;

b)  1 041 500 000 EUR aan de lidstaten voor de aanpassing van de toewijzingen voor de programma's als bedoeld in artikel 14, lid 1.

2.  Indien het in lid 1, onder b), bedoelde bedrag niet wordt toegewezen, kan het resterende bedrag worden toegevoegd aan het in artikel 8, lid 2, onder b), bedoelde bedrag.

Artikel 12

Medefinancieringspercentages

1.  De bijdrage uit de Uniebegroting bedraagt ten hoogste 75 % van de totale subsidiabele uitgaven van een project. De lidstaten worden aangemoedigd overeenstemmende financiering te verstrekken voor activiteiten die worden ondersteund door het fonds. [Am. 101]

2.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor in het kader van specifieke acties uitgevoerde projecten.

3.  De bijdrage uit de Uniebegroting wordt verhoogd tot minimaal 80 % en kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor in bijlage IV vermelde acties. [Am. 102]

4.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor operationele steun.

5.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor noodhulp.

6.  In het besluit van de Commissie tot goedkeuring van een programma worden het medefinancieringspercentage en het maximumbedrag van de steun uit dit fonds bepaald voor de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde actietypes.

7.  Voor elke specifieke doelstelling wordt in het besluit van de Commissie vastgesteld of het medefinancieringspercentage voor de specifieke doelstelling van toepassing is op:

a)  het totaal van de particuliere bijdrage en de overheidsbijdrage, of

b)  de overheidsbijdrage alleen.

Artikel 13

Programma's

1.  Elke lidstaat zorgt en de Commissie zorgen ervoor dat de door zijn het nationale programma bestreken prioriteiten consistent zijn met en afgestemd zijn op de prioriteiten en uitdagingen van de Unie op het gebied van asiel- en migratiebeheer, en dat zij stroken met het relevante acquis en de overeengekomen prioriteiten internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit internationale instrumenten die zij hebben ondertekend, in het bijzonder VN-Verdrag inzake de rechten van het kind. Bij het vaststellen van de prioriteiten van hun programma's zorgen de lidstaten ervoor dat de in bijlage II vastgestelde uitvoeringsmaatregelen voldoende aan bod komen. In dat opzicht wijzen de lidstaten een minimum van 20 % van de aan hen toegewezen middelen toe aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder a), bedoelde specifieke doelstelling.

De lidstaten wijzen een minimum van 10 % van de aan hen toegewezen middelen toe aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder b), bedoelde specifieke doelstellingen.

De lidstaten wijzen een minimum van 10 % van de aan hen toegewezen middelen toe aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder c), bedoelde specifieke doelstellingen.

De lidstaten wijzen een minimum van 10 % van de aan hen toegewezen middelen toe aan de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, onder c ter), bedoelde specifieke doelstelling. [Am. 103]

1 bis.  De lidstaten zorgen er bovendien voor dat hun programma's maatregelen omvatten voor alle in artikel 3, lid 2, genoemde specifieke doelstellingen van het fonds en dat de verdeling van de middelen over deze doelstellingen waarborgt dat de doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt. Wanneer zij de programma's van de lidstaten evalueert, ziet de Commissie erop toe dat er geen financiering ter beschikking wordt gesteld voor projecten waarbij sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de prestatie van die projecten, ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreukprocedure als bedoeld in artikel 258 VWEU. [Am. 104]

2.  De Commissie zorgt ervoor dat het Asielagentschap Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap in een vroeg stadium bij het proces van de ontwikkeling van de programma's worden betrokken, binnen het kader van hun bevoegdheidsgebieden. De Commissie raadpleegt het Europees Grens- en kustwachtagentschap, en het Asielagentschap Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken over de ontwerpprogramma’s, teneinde voor consistentie en complementariteit tussen de acties van de agentschappen en die van de lidstaten te zorgen. [Am. 105]

3.  De Commissie kan het Asielagentschap Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap en het UNHCR in voorkomend geval betrekken bij toezicht- en evaluatietaken als bedoeld in afdeling 5, met name om te waarborgen dat de met de steun van het fonds uitgevoerde acties in overeenstemming zijn met het relevante acquis van de Unie en de overeengekomen prioriteiten van de Unie. [Am. 106]

4.  Nadat toezicht is uitgeoefend zoals in overeenstemming met Verordening (EU) [../..] [Verordening betreffende het EU-asielagentschap] of aanbevelingen zijn vastgesteld in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1053/2013 die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, onderzoekt de betrokken lidstaat, samen met de Commissie en, in voorkomend geval, het Asielagentschap Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, hoe op de bevindingen, met inbegrip van eventuele tekortkomingen of kwesties inzake capaciteit en paraatheid, moet worden gereageerd en voert hij de aanbevelingen via zijn programma uit. [Am. 107]

5.  Zo nodig wordt het betrokken programma aangepast om rekening te houden met de in lid 4 bedoelde aanbevelingen en de vorderingen bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen zoals beoordeeld in de jaarlijkse prestatieverslagen als bedoeld in artikel 30, lid 2, onder a). Afhankelijk van de impact van de aanpassing kan het herziene programma door de Commissie worden goedgekeurd. [Am. 108]

6.  In samenwerking en overleg met de Commissie en, in voorkomend geval, de relevante agentschappen in zoverre zij bevoegd zijn, kunnen middelen in het kader van het programma opnieuw worden toegewezen om uitvoering te geven aan de in lid 4 bedoelde aanbevelingen die financiële gevolgen hebben.

7.  De lidstaten streven met name de uitvoering na van de in bijlage IV vermelde acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage.

7 bis.  Nationale programma's kunnen de mogelijkheid bieden dat in de in punt 3 bis van bijlage III genoemde acties ook de naaste verwanten van de personen die tot de in dat punt bedoelde doelgroep behoren, worden opgenomen, voor zover dit noodzakelijk is voor de doeltreffende uitvoering van dergelijke acties. [Am. 109]

8.  Wanneer Onverminderd de tweede alinea van artikel 4, lid 2, geldt dat wanneer een lidstaat besluit met steun van het fonds projecten uit te voeren met of in een derde land, raadpleegt de betrokken lidstaat de Commissie vóór het begin van het project om toestemming vraagt. De Commissie ziet toe op de complementariteit en samenhang van de geplande projecten met andere acties van de Unie en de lidstaten in of met betrekking tot het derde land in kwestie en gaat na of aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, onder a), punt 3, is voldaan. [Am. 110]

9.  Programmering als bedoeld in artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) ../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen] wordt gebaseerd op de in de tabel 1 van bijlage VI vermelde interventietypes In elk nationaal programma worden voor elke specifieke doelstelling de interventietypes op basis van tabel 1 van bijlage VI vermeld en wordt een indicatieve uitsplitsing van de geprogrammeerde middelen per interventietype of steungebied verstrekt. [Am. 111]

9 bis.  Elke lidstaat publiceert zijn programma op een speciale website en doet het toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Op die website worden de acties gespecificeerd die bij de uitvoering van het programma worden ondersteund, en worden de begunstigden vermeld. De website wordt regelmatig bijgewerkt, in ieder geval op het moment van de publicatie van het jaarlijks prestatieverslag als bedoeld in artikel 30. [Am. 112]

Artikel 14

Tussentijdse evaluatie

-1.  De programma's worden tussentijds herzien en geëvalueerd overeenkomstig artikel 29 van deze verordening. [Am. 113]

1.  In Uiterlijk aan het eind van 2024, en na kennisgeving aan het Europees Parlement, wijst de Commissie het aanvullend bedrag bedoeld in artikel 11, lid 1, onder b), toe aan de programma's van de betrokken lidstaten overeenkomstig de criteria bedoeld in bijlage I, punt 1, onder b), tot en met punt 5. De financiering geldt voor de periode vanaf het kalenderjaar 2025. [Am. 114]

2.  Indien ten minste 10 30 % van de initiële toewijzing van een programma als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder a), niet wordt gedekt door betalingsaanvragen die zijn ingediend overeenkomstig artikel [85] van Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen], komt de betrokken lidstaat niet in aanmerking voor de in lid 1 bedoelde aanvullende toewijzing voor zijn programma. [Am. 115]

3.  Bij de toewijzing van de middelen uit de thematische faciliteit vanaf 2025 wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de vooruitgang bij het bereiken van de mijlpalen van het prestatiekader bedoeld in artikel [12] van Verordening (EU) ../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen], en met de bij de uitvoering vastgestelde tekortkomingen. [Am. 116]

Artikel 15

Specifieke acties

1.  Specifieke acties zijn transnationale of nationale projecten met toegevoegde waarde voor de Unie die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van deze verordening en waarvoor één, meerdere of alle lidstaten een aanvullende toewijzing voor hun programma’s kunnen ontvangen. [Am. 117]

2.  Naast hun overeenkomstig artikel 11, lid 1, berekende toewijzing kunnen de lidstaten een aanvullend bedrag ontvangen, mits dit bedrag daarvoor in het programma wordt aangewezen en wordt gebruikt om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.

3.  Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

Artikel 16

Middelen voor het EU-kader voor hervestiging en [toelating op humanitaire gronden]

1.  De lidstaten ontvangen naast de overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing een bijdrage van 10 000 EUR per hervestigde persoon, in overeenstemming met de specifieke hervestigingsregeling van de Unie. Die bijdrage wordt verleend in de vorm van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel [125] van het Financieel Reglement.

2.  Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt aan de lidstaten toegewezen via de wijziging van hun programma, mits de persoon ten aanzien van wie de bijdrage is toegewezen, daadwerkelijk werd hervestigd in overeenstemming met het EU-kader voor hervestiging en [toelating op humanitaire gronden].

3.  Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

4.  De lidstaten bewaren de informatie die nodig is om de identiteit van de hervestigde personen en de datum van hun hervestiging naar behoren te kunnen vaststellen. [Am. 118]

Artikel 16 bis

Middelen voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden

1.  De lidstaten ontvangen naast de overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing om de twee jaar een aanvullend vast bedrag van 10 000 EUR voor elke persoon die wordt toegelaten via hervestiging.

2.  De lidstaten ontvangen naast de overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing om de twee jaar een aanvullend vast bedrag van 6 000 EUR voor elke persoon die wordt toegelaten via regelingen voor toelating op humanitaire gronden.

3.  In voorkomend geval kunnen lidstaten ook voor een vast bedrag in aanmerking komen voor gezinsleden van de in lid 1 bedoelde personen om de eenheid van het gezin te waarborgen.

4.  Het in de leden 1 en 2 bedoelde aanvullende bedrag wordt om de twee jaar aan de lidstaten toegewezen, de eerste keer bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's en nadien in een financieringsbesluit dat bij de besluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's wordt gevoegd.

5.  Gezien de actuele inflatiepercentages, relevante ontwikkelingen op hervestigingsgebied en factoren die bijdragen tot een optimaal gebruik van de financiële stimulans die met het vaste bedrag wordt gegeven, en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen, teneinde, zo nodig, het in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde vaste bedrag aan te passen. [Am. 119]

Artikel 17

Middelen ter ondersteuning van de uitvoering van Verordening ../.. [Dublin-verordening]

1.  Een lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing, een bijdrage van [10 000] EUR voor elke verzoeker om internationale bescherming voor wie die lidstaat verantwoordelijk wordt, vanaf het moment waarop die lidstaat in moeilijke omstandigheden verkeert als gedefinieerd in Verordening (EU) ../.. [Dublin-verordening].

2.  Een lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing, een bijdrage van [10 000] EUR voor elke verzoeker om internationale bescherming die aan die lidstaat wordt toegewezen, wanneer door die toewijzing het billijke aandeel van de begunstigde lidstaat wordt overstegen.

3.  Een lidstaat als bedoeld in de leden 1 en 2 ontvangt een aanvullende bijdrage van [10 000] EUR per verzoeker aan wie internationale bescherming is verleend, ten behoeve van de uitvoering van integratiemaatregelen.

4.  Een lidstaat als bedoeld in de leden 1 en 2 ontvangt een aanvullende bijdrage van [10 000] EUR per persoon ten aanzien van wie de lidstaat op basis van de actualisering van de in artikel 11, onder d), van Verordening (EU) ../.. [Eurodac-verordening] bedoelde reeks gegevens kan vaststellen dat hij op grond van een terugkeerbesluit of een uitzettingsbevel het grondgebied van de lidstaat gedwongen dan wel vrijwillig heeft verlaten.

5.  Een lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing, een bijdrage van [500] EUR voor elke verzoeker om internationale bescherming die van een lidstaat naar een andere lidstaat is overgebracht, voor elke verzoeker die is overgebracht op grond van artikel 34 decies, lid 1, onder c), van Verordening (EU) ../.. [Dublin-verordening] en, in voorkomend geval, voor elke verzoeker die is overgebracht op grond van artikel 34 undecies, onder g), van Verordening (EU) ../.. [Dublin-verordening].

6.  De in dit artikel bedoelde bedragen worden uitgekeerd in de vorm van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel [125] van het Financieel Reglement.

7.  De in de leden 1 tot en met 5 bedoelde aanvullende bedragen worden aan de lidstaten in hun programma’s toegewezen mits de persoon ten aanzien van wie de bijdrage werd toegewezen, daadwerkelijk naar een lidstaat werd overgebracht of daadwerkelijk is teruggekeerd of als een verzoeker werd geregistreerd in de lidstaat die verantwoordelijk is overeenkomstig Verordening (EU) ../.. [Dublin-verordening], al naargelang het geval.

8.  Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma. [Am. 120]

Artikel 17 bis

Middelen ter ondersteuning van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 604/2013

1.  De bepalende lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), van deze verordening berekende toewijzing, vergoeding voor de kosten van opvang van een verzoeker om internationale bescherming vanaf het moment waarop het verzoek wordt ingediend tot de overdracht van de verzoeker aan de verantwoordelijke lidstaat, of totdat de bepalende lidstaat de verantwoordelijkheid voor de verzoeker op zich neemt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 604/2013.

2.  De overdragende lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), van deze verordening berekende toewijzing, vergoeding voor de kosten die moeten worden gemaakt voor de overdracht van een verzoeker of een andere persoon als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder c) en d), van Verordening (EU) nr. 604/2013.

3.  Een lidstaat ontvangt, in aanvulling op zijn overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), van deze verordening berekende toewijzing, een vast bedrag van 10 000 EUR voor elke niet-begeleide minderjarige aan wie in die lidstaat internationale bescherming wordt verleend, mits de lidstaat niet in aanmerking komt voor de toekenning van een vast bedrag voor die niet-begeleide minderjarige uit hoofde van artikel 16, lid 1.

4.  De in dit artikel bedoelde vergoeding wordt uitgekeerd in een vorm van financiering als bedoeld in artikel 125 van het Financieel Reglement.

5.  De in lid 2 bedoelde vergoeding wordt aan de lidstaten in hun programma's toegewezen mits de persoon ten aanzien van wie de vergoeding werd toegewezen, daadwerkelijk naar een lidstaat werd overgebracht overeenkomstig Verordening (EU) nr. 604/2013. [Am. 121]

Artikel 17 ter

Middelen voor het overbrengen van verzoekers om internationale bescherming of begunstigden van internationale bescherming

1.  Met het oog op de toepassing van het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid, ontvangen de lidstaten, naast de overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), berekende toewijzing een aanvullend vast bedrag van 10 000 EUR voor elke verzoeker om internationale bescherming of begunstigde van internationale bescherming die uit een andere lidstaat is overgebracht.

2.  In voorkomend geval kunnen lidstaten ook voor een vast bedrag in aanmerking komen voor gezinsleden van de in lid 1 bedoelde personen, mits die gezinsleden overeenkomstig deze verordening zijn overgebracht.

3.  De in lid 1 bedoelde aanvullende bedragen worden de eerste keer aan de lidstaten toegewezen bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's en nadien in een financieringsbesluit dat bij het besluit tot goedkeuring van hun nationale programma's wordt gevoegd. Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

4.  Om gestalte te geven aan de doelstellingen van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten als bedoeld in artikel 80 VWEU, en rekening houdend met de actuele inflatiepercentages, relevante ontwikkelingen op het gebied van de overdracht van verzoekers om internationale bescherming en begunstigden van internationale bescherming van de ene lidstaat naar de andere en op het gebied van hervestiging en andere ad-hoctoelating op humanitaire gronden, alsook met factoren die bijdragen tot een optimaal gebruik van de financiële stimulans die met het vaste bedrag wordt gegeven, en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen, teneinde, zo nodig, het in lid 1 van dit artikel bedoelde vaste bedrag aan te passen [Am. 122]

Artikel 18

Operationele steun

1.  Operationele steun is een onderdeel van een toewijzing van een lidstaat dat kan worden gebruikt ter ondersteuning van overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de taken en diensten die een openbare dienstverlening ten bate van de Unie vormen.

2.  Een lidstaat kan tot 10 % van het in het kader van het fonds aan zijn programma toegewezen bedrag gebruiken voor de financiering van operationele steun in het kader van de doelstellingen vermeld in artikel 3, lid 2, onder a) en c). [Am. 123]

3.  De lidstaten die gebruikmaken van operationele steun, dienen het acquis van de Unie inzake asiel en terugkeer immigratie na te leven en de rechten en beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volledig te respecteren. [Am. 124]

4.  De lidstaten motiveren in het programma en in het jaarlijkse prestatieverslag bedoeld in artikel 30 het gebruik van operationele steun voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. Vóór de goedkeuring van het programma beoordeelt de Commissie met het Asielagentschap Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig artikel 13 de uitgangssituatie in de lidstaten die kenbaar hebben gemaakt dat zij van plan zijn gebruik te maken van operationele steun. De Commissie houdt rekening met de door die lidstaten verstrekte informatie en, in voorkomend geval, de informatie die beschikbaar is in het licht van de in overeenstemming met Verordening (EU) ../.. [verordening EU-asielagentschap] en door het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1053/2013 uitgevoerde toezichtactiviteiten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. [Am. 125]

5.  Operationele steun wordt geconcentreerd op specifieke taken en diensten in aanmerking komende acties als opgenomen in bijlage VII. [Am. 126]

6.  Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van specifieke taken en diensten in aanmerking komende acties in bijlage VII. [Am. 127]

AFDELING 3

ONDERSTEUNING EN UITVOERING IN DIRECT EN INDIRECT BEHEER

Artikel 19

Toepassingsgebied

De Commissie voert de steun van de Unie in het kader van deze afdeling ofwel op directe wijze uit, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement, ofwel op indirecte wijze, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

Artikel 20

Acties van de Unie

1.  Acties van de Unie zijn transnationale projecten of projecten die van bijzonder belang zijn voor de Unie en die overeenkomstig de doelstellingen van deze verordening worden uitgevoerd.

2.  Op initiatief van de Commissie kan het fonds worden gebruikt voor het financieren van acties van de Unie in verband met de doelstellingen van deze verordening als bedoeld in artikel 3 en overeenkomstig bijlage III.

3.  In het kader van acties van de Unie kan financiering worden verstrekt in alle vormen die zijn vastgesteld in het Financieel Reglement, zoals met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financiële instrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

4.  In gedeeld direct en indirect beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement. [Am. 128]

4 bis.  De Commissie zorgt voor flexibiliteit, billijkheid en transparantie bij de verdeling van de middelen onder de in artikel 3, lid 2, bedoelde doelstellingen. [Am. 129]

5.  Het evaluatiecomité dat de voorstellen beoordeelt, kan uit externe deskundigen bestaan.

6.  Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen het risico in verband met de terugvordering van door ontvangers verschuldigde middelen dekken en worden beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen in [artikel X van] Verordening (EU) …/ [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing. [Am. 130]

Artikel 21

Europees Migratienetwerk

1.  Het fonds ondersteunt het Europees Migratienetwerk en verleent de financiële bijstand die nodig is voor zijn activiteiten en zijn toekomstige ontwikkeling.

2.  Het voor het Europees Migratienetwerk bestemde deel van de jaarlijkse kredieten van het fonds en het werkprogramma met de prioriteiten voor de activiteiten van het netwerk worden, na goedkeuring door de Raad van bestuur, door de Commissie vastgesteld volgens artikel 4, lid 5, onder a), van Beschikking 2008/381/EG (als gewijzigd). Het besluit van de Commissie vormt een financieringsbesluit op grond van artikel [110] van het Financieel Reglement. Om ervoor te zorgen dat de middelen op tijd beschikbaar zijn, kan de Commissie het werkprogramma voor het Europees migratienetwerk in een afzonderlijk financieringsbesluit vaststellen. [Am. 131]

3.  De financiële bijstand voor de activiteiten van het Europees Migratienetwerk wordt naargelang het geval verstrekt in de vorm van subsidies aan de nationale contactpunten bedoeld in artikel 3 van Beschikking 2008/381/EG en van overheidsopdrachten, in overeenstemming met het Financieel Reglement.

Artikel 21 bis

Wijziging van Beschikking 2008/381/EG

Het volgende punt wordt toegevoegd aan artikel 5, lid 5, van Beschikking 2008/381/EG:"

"d bis) optreden als contactpunt voor potentiële begunstigden van financiering uit hoofde van de verordening betreffende het Fonds voor asiel, migratie en integratie, alsook onpartijdig advies, praktische informatie en bijstand verstrekken met betrekking tot alle aspecten van het fonds, onder meer in verband met financieringsaanvragen uit hoofde van het relevante nationale programma of de thematische faciliteit.". [Am. 132]

"

Artikel 22

Blendingverrichtingen

Blendingverrichtingen zoals bedoeld in artikel 2, eerste alinea, onder c), waartoe in het kader van dit fonds wordt besloten, worden uitgevoerd in overeenstemming met [de InvestEU-verordening] en titel X van het Financieel Reglement. [Am. 133]

Artikel 23

Technische bijstand op initiatief van de Commissie

Het fonds kan maatregelen op het gebied van technische bijstand ondersteunen die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd. Dergelijke maatregelen kunnen voor 100 % worden gefinancierd.

Artikel 24

Audits

Audits inzake het gebruik van de bijdrage van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van Verordening (EU) [Financieel Reglement].

Artikel 25

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en promoten de acties en de resultaten ervan door meerdere relevante doelgroepen, waaronder media en het grote publiek, samenhangende, doeltreffende en nuttige informatie in de relevante talen te verstrekken. Om de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen, vermelden de ontvangers van financiering van de Unie de oorsprong ervan wanneer zij over de actie communiceren. In dit verband zorgen de ontvangers ervoor dat in al het communicatiemateriaal dat tot het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren en de media is gericht, het embleem van de Unie wordt weergegeven en uitdrukkelijk wordt vermeld dat de acties financieel worden ondersteund door de Unie. [Am. 134]

2.  Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken, voert de Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds alsmede de acties en de resultaten ervan. De Commissie publiceert met name informatie betreffende de ontwikkeling van de jaarlijkse en meerjarige programma's van de thematische faciliteit. Daarnaast publiceert de Commissie de lijst van verrichtingen die geselecteerd zijn voor steun uit de thematische faciliteit op een openbare website en actualiseert zij die lijst ten minste om de drie maanden. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de tenuitvoerlegging van politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij met de doelstellingen van deze verordening verband houden. De Commissie kan met name beste praktijken bevorderen en informatie uitwisselen betreffende de uitvoering van het instrument. [Am. 135]

2 bis.  De Commissie maakt de in lid 2 bedoelde informatie bekend in openbare, machinaal leesbare formaten als bepaald in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(28) waarin wordt toegestaan dat gegevens worden gesorteerd, doorzocht, geëxtraheerd, vergeleken en hergebruikt. Het moet mogelijk zijn om de gegevens te sorteren volgens prioriteit, specifieke doelstelling, totale subsidiabele kosten van verrichtingen, totale kosten van projecten, totale kosten van aanbestedingsprocedures, naam van begunstigde en naam van contractant. [Am. 136]

Afdeling 4

ondersteuning en uitvoering in gedeeld, direct en indirect beheer

Artikel 26

Noodhulp

1.  Het fonds verstrekt De Commissie kan ertoe besluiten financiële bijstand te verstrekken om in urgente en specifieke behoeften te voorzien ingeval van een noodsituatie die voortvloeit uit een of meer van de volgende omstandigheden: [Am. 137]

a)  zware migratiedruk in een of meer lidstaten die wordt gekenmerkt door een onvoorziene grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen in een of meer lidstaten, waardoor de voorzieningen voor opvang en detentie, de stelsels voor kinderbescherming en de asiel- en migratiebeheersstelsels en -procedures van die lidstaten onder grote en acute druk komen te staan; [Am. 138]

a bis)  vrijwillige herplaatsing; [Am. 139]

b)  de tenuitvoerlegging van tijdelijke beschermingsmechanismen in de zin van Richtlijn 2001/55/EG(29);

c)  zware migratiedruk een onvoorziene grote of onevenredige instroom van personen in derde landen, onder meer wanneer personen die bescherming behoeven, daar gestrand zijn als gevolg van politieke ontwikkelingen, conflicten of conflicten natuurrampen, met name wanneer deze druk van invloed kan zijn op migratiestromen naar de EU. [Am. 140]

1 bis.  De maatregelen die in overeenstemming met dit artikel in derde landen worden uitgevoerd, moeten consistent zijn met en in voorkomend geval een aanvulling vormen op het humanitaire beleid van de Unie en moeten de humanitaire beginselen zoals vastgesteld in de consensus over humanitaire hulp in acht nemen. [Am. 141]

1 ter.  In de in lid 1, onder a), a bis), b) en c) bedoelde gevallen stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis. [Am. 142]

2.  Noodhulp kan bestaan in subsidies die direct aan de gedecentraliseerde agentschappen verleende subsidies worden verleend aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het UNHCR en lokale en regionale autoriteiten die met een onvoorziene grote of onevenredige instroom van onderdanen van derde landen te maken hebben, met name autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de opvang en integratie van niet-begeleide minderjarige immigranten. [Am. 143]

3.  Noodhulp kan aan programma’s van lidstaten worden toegewezen, bovenop hun overeenkomstig artikel 11, lid 1, en bijlage I berekende toewijzing, mits het bedrag daarvoor in het programma wordt aangewezen. Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

4.  In gedeeld beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement. [Am. 144]

4 bis.  Wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de actie, kan noodhulp worden ingezet voor uitgaven die zijn gedaan vóór de indiening van de subsidieaanvraag of het verzoek om bijstand, maar niet eerder dan 1 januari 2021. [Am. 145]

Artikel 27

Cumulatieve, complementaire en gecombineerde financiering

1.  Aan een actie verrichting waaraan in het kader van het fonds een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit andere programma's van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De door de Commissie ingediende programma's vullen elkaar op synergetische wijze aan en worden met de nodige transparantie opgesteld om duplicatie van uitgaven te voorkomen. De regels van elk programma van de Unie dat een bijdrage levert, zijn van toepassing op de respectieve bijdrage aan deze actie verrichting. De cumulatieve financiering mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie verrichting en de steun uit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld. [Am. 146]

2.  Acties Verrichtingen waaraan een Excellentiekeur is toegekend of die voldoen aan elk van de volgende, cumulatieve, vergelijkbare voorwaarden: [Am. 147]

a)  zij zijn beoordeeld in verband met een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het instrument;

b)  zij voldoen aan de minimale kwaliteitseisen van die oproep tot het indienen van voorstellen;

c)  zij kunnen wegens budgettaire beperkingen wellicht niet worden gefinancierd in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen,

komen in aanmerking voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel [67], lid 5, van Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] en artikel [8] van Verordening (EU) .../... [financiering, beheer en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid], op voorwaarde dat dergelijke acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het desbetreffende programma. De regels van het fonds waaruit steun wordt verleend, zijn van toepassing.

Afdeling 5

Toezicht, verslaglegging en evaluatie

Onderafdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 28

Toezicht en verslaglegging

1.  Overeenkomstig haar verplichtingen inzake verslaglegging op grond van artikel [43, lid 3, onder h), punten i) en iii),] van het Financieel Reglement verstrekt de Commissie het Europees Parlement en de Raad ten minste jaarlijks informatie over de prestaties overeenkomstig bijlage V. [Am. 148]

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage V te wijzigen om de nodige aanpassingen aan te brengen in de informatie over de prestaties die aan het Europees Parlement en de Raad dient te worden verstrekt.

3.  De indicatoren voor de verslaglegging over de vorderingen van het fonds bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de onderhavige verordening zijn opgenomen in bijlage VIII. Voor de outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. De mijlpalen voor 2024 en de streefdoelen voor 2029 zijn cumulatief. Desgewenst worden de door de Commissie ontvangen gegevens over output- en resultaatindicatoren aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking gesteld. [Am. 149]

4.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het programma op doelmatige en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van financiële middelen van de Unie en, in voorkomend geval, de lidstaten.

5.  Teneinde te waarborgen dat effectief wordt beoordeeld in hoeverre het fonds zijn doelstellingen verwezenlijkt, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VIII te herzien en de indicatoren aan te vullen indien dit noodzakelijk is, alsmede om deze verordening aan te vullen met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie, onder meer met betrekking tot het verstrekken van projectinformatie door de lidstaten.

Artikel 29

Evaluatie

1.  De Commissie onderwerpt deze verordening en de in het kader van het fonds uitgevoerde acties aan een tussentijdse en een retrospectieve evaluatie.

2.  De tussentijdse en de retrospectieve evaluatie worden tijdig uitgevoerd zodat ze in het besluitvormingsproces kunnen worden meegenomen. [Am. 150]

Artikel 29 bis

Evaluatie

1.  Uiterlijk 31 december 2024 presenteert de Commissie een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van deze verordening. In de tussentijdse evaluatie worden de doeltreffendheid, efficiëntie, vereenvoudiging en flexibiliteit van het fonds beoordeeld. De tussentijdse evaluatie omvat met name een beoordeling van:

a)  de vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, rekening houdend met alle beschikbare relevante informatie, met name de jaarlijkse prestatieverslagen die zijn ingediend door de lidstaten op grond van artikel 30 en de output- en resultaatindicatoren als uiteengezet in bijlage VIII;

b)  de toegevoegde Uniewaarde van de acties en verrichtingen die in het kader van het fonds ten uitvoer zijn gelegd;

c)  de bijdrage aan de solidariteit van de Unie op het gebied van asiel en migratie;

d)  de blijvende relevantie van de in bijlage II vermelde uitvoeringsmaatregelen en de in bijlage III vermelde acties;

e)  de complementariteit, coördinatie en samenhang tussen de in het kader van dit fonds ondersteunde acties en de door andere fondsen van de Unie verleende ondersteuning, zoals de structuurfondsen, en externe financieringsinstrumenten van de Unie;

f)  het effect op langere termijn en de duurzaamheid van het effect van het fonds.

Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de resultaten van de retrospectieve evaluatie inzake het effect op langere termijn van het voorgaande fonds – het Fonds voor asiel, migratie en integratie 2014-2020 – en de tussentijdse evaluatie gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel voor de herziening van deze verordening.

2.  De Commissie verricht vóór 31 januari 2030 een retrospectieve evaluatie. De Commissie dient per diezelfde datum een evaluatieverslag in bij het Europees Parlement en de Raad. De retrospectieve evaluatie omvat een beoordeling van alle in lid 1 genoemde elementen. In dat verband worden het effect op langere termijn en de duurzaamheid van het effect van het fonds geëvalueerd om als input te kunnen dienen voor een besluit over een mogelijke verlenging of wijziging van een later fonds.

De in het eerste lid en de eerste alinea van dit lid genoemde tussentijdse en retrospectieve evaluatieverslagen worden uitgevoerd met zinvolle deelname van sociale partners, maatschappelijke organisaties, met inbegrip van migranten- en vluchtelingenorganisaties, organen voor gelijke behandeling, nationale mensenrechteninstellingen en andere relevante organisaties in overeenstemming met het in artikel 3 bis beschreven partnerschapsbeginsel.

3.  In haar tussentijdse en retrospectieve evaluatie besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan de evaluatie van acties door, in of met betrekking tot derde landen in overeenstemming met artikel 5, artikel 6 en artikel 13, lid 8. [Am. 151]

Onderafdeling 2

bepalingen inzake gedeeld beheer

Artikel 30

Jaarlijkse prestatieverslagen

1.  De lidstaat dient uiterlijk op 15 februari 2023 en vervolgens uiterlijk op dezelfde dag van elk volgend jaar tot en met 2031 een jaarlijks prestatieverslag als bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen] bij de Commissie in. Het in 2023 ingediende verslag heeft betrekking op de uitvoering van het programma in de periode tot en met 30 juni 2022. De lidstaten publiceren deze verslagen op een speciale website en doen ze toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. [Am. 152]

2.  Het jaarlijks prestatieverslag bevat met name informatie over:

a)  de vorderingen bij de uitvoering van het programma en bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen, rekening houdend met de meest recente cumulatieve gegevens, zoals vereist op grond van artikel [37] van Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen] die bij de Commissie zijn ingediend; [Am. 153]

a bis)  een uitsplitsing van de jaarrekeningen van het nationale programma in terugvorderingen, aan eindbegunstigden verstrekte voorfinanciering en feitelijk gedane uitgaven; [Am. 154]

b)  kwesties die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de actie die is ondernomen om deze op te lossen, met inbegrip van door de Commissie afgegeven met redenen omklede adviezen met betrekking tot een inbreukprocedure als bedoeld in artikel 258 VWEU; [Am. 155]

c)  de complementariteit, coördinatie en samenhang tussen de in het kader van het dit fonds ondersteunde acties en de door andere fondsen van de Unie verleende ondersteuning, met name die in of met betrekking tot derde landen zoals de structuurfondsen, en externe financieringsinstrumenten van de Unie; [Am. 156]

d)  de bijdrage van het programma aan de tenuitvoerlegging van het acquis en de actieplannen van de Unie ter zake, alsook aan de samenwerking en de solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van asiel; [Am. 157]

d bis)  naleving van de vereisten op het gebied van de grondrechten; [Am. 158]

e)  de uitvoering van acties op het gebied van communicatie en zichtbaarheid;

f)  de vervulling van de toepasselijke randvoorwaarden en de toepassing daarvan tijdens de gehele programmeringsperiode;

g)  het aantal personen dat met hulp van het fonds is hervestigd of toegelaten in overeenstemming met de in artikel 16, lid leden 1 en 2, bedoelde bedragen; [Am. 159]

h)  het aantal personen dat om internationale bescherming verzoekt of internationale bescherming geniet dat overeenkomstig artikel 17 ter naar een andere lidstaat is overgebracht. [Am. 160]

h bis)  het aantal kwetsbare personen dat via het programma werd bijgestaan, met inbegrip van kinderen en personen die internationale bescherming genieten. [Am. 161]

3.  De Commissie kan opmerkingen maken over het jaarlijks prestatieverslag binnen twee maanden na ontvangst daarvan. Als de Commissie geen opmerkingen maakt binnen deze termijn, wordt het verslag geacht te zijn aanvaard. Zodra het is aanvaard, stelt de Commissie samenvattingen van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking aan het Europees Parlement en de Raad en publiceert zij deze op een speciale website. Indien de lidstaten het verslag niet overeenkomstig lid 1 indienen, wordt de volledige tekst van het jaarlijkse prestatieverslag op verzoek aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking gesteld. [Am. 162]

4.  Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarbij het model voor het jaarlijks prestatieverslag wordt bepaald. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 31

Toezicht en verslaglegging

1.  Toezicht en verslaglegging overeenkomstig titel IV van Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] worden gebaseerd op de in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage VI vermelde interventietypes. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de interventietypes.

2.  Deze indicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel 12, lid 1, artikel 17 en artikel 37 van Verordening (EU) .../2021 [verordening gemeenschappelijke bepalingen].

HOOFSTUK III

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 32

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De bevoegdheid om de in de artikelen 4, 9, 13, 16, 17 ter, 18, 28 en 31 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend tot en met 31 december 2028. [Am. 163]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 4, 9, 13, 16, 17 ter, 18, 28 en 31 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een in dat besluit genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 164]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 4, 9, 13, 16, 17 ter, 18, 28 en 31 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 165]

Artikel 33

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het coördinatiecomité voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het instrument voor grensbeheer en visa. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing,

3.  Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan. Dit geldt niet voor de uitvoeringshandeling bedoeld in artikel 30, lid 4.

Artikel 34

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties in het kader van het Fonds voor asiel en migratie dat voor de periode 2014-2020 is opgericht bij Verordening (EU) nr. 516/2014 en op de betrokken acties van toepassing blijft totdat zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het fonds kunnen ook kosten dekken voor technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang naar het fonds te waarborgen voor de maatregelen die zijn vastgesteld krachtens zijn voorganger, het Fonds voor asiel, migratie en integratie, opgericht bij Verordening (EU) nr. 516/2014.

Artikel 35

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Criteria voor de toewijzing van financiering aan de programma’s in gedeeld beheer

1.  De in artikel 11 bedoelde beschikbare middelen worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

a)  elke lidstaat ontvangt aan het begin van de programmeringsperiode eenmalig een vast bedrag van 5 000 000 10 000 000 EUR uit het fonds; [Am. 166]

b)  de resterende in artikel 11 bedoelde middelen worden verdeeld op basis van de volgende criteria:

–  30 % voor asiel;

–  30 % voor legale migratie en integratie;

–  40% voor de aanpak van irreguliere migratie, met inbegrip van terugkeer.

2.  De volgende criteria op het gebied van asiel zullen in aanmerking worden genomen en als volgt worden gewogen:

a)  30 % naar rato van het aantal personen dat in een van de volgende categorieën valt:

–  elke onderdaan van een derde land of staatloze aan wie de in het Verdrag van Genève omschreven status is verleend;

–  elke onderdaan van een derde land of staatloze die een vorm van subsidiaire bescherming geniet in de zin van de herschikte Richtlijn 2011/95/EU(30);

–  elke onderdaan van een derde land of staatloze die onder een regeling inzake tijdelijke bescherming in de zin van Richtlijn 2001/55/EG(31) valt.

b)  60 % naar rato van het aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat om internationale bescherming heeft verzocht.

c)  10 % naar rato van het aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat in een lidstaat wordt of is hervestigd.

3.  De volgende criteria op het gebied van legale migratie en integratie zullen in aanmerking worden genomen en als volgt worden gewogen:

a)  40 % naar rato van het totale aantal onderdanen van derde landen dat legaal in een lidstaat verblijft;

b)  60% naar rato van het aantal onderdanen van derde landen dat een eerste verblijfsvergunning heeft verkregen.

c)  De volgende categorieën van personen worden voor de in lid 3, onder b), bedoelde berekening evenwel buiten beschouwing gelaten:

–  onderdanen van derde landen aan wie een werkgerelateerde, eerste verblijfsvergunning is afgegeven met een geldigheidsduur van minder dan 12 maanden;

–  onderdanen van derde landen die overeenkomstig Richtlijn 2004/114/EG van de Raad(32) of, indien van toepassing, Richtlijn (EU) 2016/801(33) zijn toegelaten met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk;

–  onderdanen van derde landen die overeenkomstig Richtlijn 2005/71/EG van de Raad(34) of, indien van toepassing, Richtlijn (EU) 2016/801 zijn toegelaten met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

4.  De volgende criteria op het gebied van de aanpak van irreguliere migratie, met inbegrip van terugkeer, zullen in aanmerking worden genomen en als volgt zal het volgende criterium in aanmerking worden gewogen genomen: [Am. 167]

a)  50 % naar rato van het aantal onderdanen van derde landen dat niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor toegang en verblijf op het grondgebied van de lidstaat en tegen wie in het kader van het nationale recht en/of het recht van de Unie een definitief terugkeerbesluit is gericht, d.w.z. een administratieve of rechterlijke beslissing of handeling, waarin de illegaliteit van het verblijf wordt vastgesteld of verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd; [Am. 168]

b)  50% naar rato van het aantal onderdanen van derde landen dat ingevolge een administratief of rechterlijk bevel daartoe, vrijwillig of onder dwang, effectief het grondgebied van de lidstaat heeft verlaten. [Am. 169]

5.  Voor de initiële toewijzing gelden als referentiecijfers de meest recente jaarlijkse statistische gegevens die de Commissie (Eurostat) met betrekking tot de drie voorgaande kalenderjaren heeft geproduceerd op basis van gegevens die de lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie hebben verstrekt op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. De gegevens, waaronder die over kinderen, moeten zijn uitgesplitst naar leeftijd en geslacht, naar specifieke kwetsbaarheden en naar asielstatus. Voor de tussentijdse evaluatie gelden als referentiecijfers de meest recente jaarlijkse statistische gegevens die de Commissie (Eurostat) met betrekking tot de drie voorgaande kalenderjaren heeft geproduceerd op basis van gegevens die de lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie hebben verstrekt en die beschikbaar zijn ten tijde van de tussentijdse evaluatie in 2024. Indien de lidstaten de Commissie (Eurostat) de betrokken statistische gegevens niet hebben verstrekt, verstrekken zij zo spoedig mogelijk voorlopige gegevens. [Am. 170]

6.  Alvorens deze gegevens als referentiecijfers te aanvaarden, beoordeelt de Commissie (Eurostat) de kwaliteit, vergelijkbaarheid en volledigheid van de statistische informatie volgens de normale operationele procedures. Op verzoek van de Commissie (Eurostat) leveren de lidstaten haar alle daarvoor benodigde informatie.

BIJLAGE II

Uitvoeringsmaatregelen

1.  Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, onder a), bedoelde specifieke doelstelling door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

a)  het waarborgen van een uniforme toepassing van het EU-acquis en van de prioriteiten met betrekking tot het gemeenschappelijk Europees asielstelsel;

b)  het waar nodig ondersteunen van de capaciteit van de asielstelsels van de lidstaten, ook op lokaal en regionaal niveau, met betrekking tot infrastructuurinfrastructuur, zoals passende opvangvoorzieningen, met name voor minderjarigen, en diensten, zoals rechtsbijstand en vertegenwoordiging en tolkdiensten; [Am. 171]

c)  het bevorderen van solidariteit en het delen van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten opzichte de lidstaten die het sterkst de gevolgen van migratiestromen ondervinden, alsook het ondersteunen van lidstaten die aan de inspanningen op het gebied van solidariteit bijdragen; [Am. 172]

d)  het bevorderen van solidariteit en samenwerking met derde landen waarnaar een groot aantal personen die de gevolgen van migratiestromen ondervinden internationale bescherming behoeven verdreven zijn, onder meer door het bevorderen van de capaciteit van die landen om de opvangvoorzieningen en voorzieningen voor internationale bescherming te verbeteren en via hervestiging en andere legale mogelijkheden om bescherming in de Unie te zoeken, met name voor kwetsbare groepen zoals kinderen en adolescenten die te maken hebben met beschermingsrisico's, alsook via partnerschap en samenwerking met derde landen ten behoeve in het kader van migratiebeheer de mondiale samenwerkingsinspanningen op het gebied van internationale bescherming. [Am. 173]

d bis)  het bieden van technische en operationele bijstand aan een of meerdere overige lidstaten in samenwerking met het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken. [Am. 174]

2.  Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, onder b), bedoelde specifieke doelstelling door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

a)  het ondersteunen van de ontwikkeling en uitvoering van beleid ter bevordering van legale migratie, met inbegrip van gezinshereniging, en de uitvoering van het EU-acquis inzake legale migratie, met name de wettelijke instrumenten voor arbeidsmigratie overeenkomstig geldende internationale normen inzake migratie en de bescherming van arbeidsmigranten; [Am. 175]

a bis)  het bevorderen en ontwikkelen van structurele en ondersteunende maatregelen ter vergemakkelijking van de reguliere toegang tot en het reguliere verblijf in de Unie; [Am. 176]

a ter)  het bevorderen van partnerschappen en samenwerking met derde landen die de gevolgen van migratiestromen ondervinden, onder meer via legale mogelijkheden voor toegang tot de Unie in het kader van de mondiale samenwerkingsinspanningen op het gebied van migratie; [Am. 177]

b)  het bevorderen van maatregelen voor vroege integratie met het oog op de sociale en economische inclusie van onderdanen van derde landen, door het voorbereiden van hun actieve deelname aan en acceptatie door de ontvangende samenleving, met name in samenwerking met lokale of regionale autoriteiten en maatschappelijke organisaties. [Am. 178]

2 bis.  Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, onder c), bedoelde specifieke doelstelling door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

a)  het bevorderen van integratiemaatregelen met het oog op de sociale en economische inclusie van onderdanen van derde landen, door het vergemakkelijken van gezinshereniging en het voorbereiden van hun actieve deelname aan en acceptatie door de ontvangende samenleving, met name in samenwerking met lokale of regionale autoriteiten, niet-gouvernementele organisaties, met inbegrip van vluchtelingen- en migrantenorganisaties, en sociale partners; en

b)  het bevorderen en uitvoeren van beschermingsmaatregelen voor kwetsbare personen in het kader van integratiemaatregelen. [Am. 179]

3.  Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, onder c bis), bedoelde specifieke doelstelling door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen: [Am. 180]

a)  het zorgen voor een uniforme toepassing van het EU-acquis en beleidsprioriteiten van de Unie met betrekking tot infrastructuur, procedures en diensten;

b)  het ondersteunen van een geïntegreerde en gecoördineerde benadering van terugkeerbeheer op het niveau van de Unie en dat van de lidstaten en van de ontwikkeling van capaciteiten inzake doeltreffende, fatsoenlijke en duurzame terugkeer en het verminderen van prikkels voor irreguliere migratie; [Am. 181]

c)  het ondersteunen van begeleide vrijwillige terugkeer, gezinshereniging en re-integratie, waarbij het beste belang van de minderjarige wordt geëerbiedigd; [Am. 182]

d)  het versterken van samenwerking met derde landen en hun capaciteiten voor de tenuitvoerlegging van overnameovereenkomsten en andere regelingen en het mogelijk maken van duurzame terugkeer, met inbegrip van re-integratie, om duurzame terugkeer mogelijk te maken. [Am. 183]

3 bis.  Het fonds draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, onder c ter), bedoelde specifieke doelstelling door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

a)  het bevorderen en uitvoeren van de eerbiediging van het internationaal recht en van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bij al het beleid en alle maatregelen op het gebied van asiel en migratie;

b)  het bevorderen van solidariteit en de verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name solidariteit ten opzichte van de lidstaten die het sterkst de gevolgen van migratiestromen ondervinden, alsook het ondersteunen van de lidstaten op centraal, regionaal en lokaal niveau, internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties en sociale partners bij hun inspanningen op het gebied van solidariteit;

c)  het ondersteunen van de overdracht van verzoekers om internationale bescherming of begunstigden van internationale bescherming van de ene lidstaat naar de andere. [Am. 184]

BIJLAGE III

Reikwijdte van de steunverlening Acties die in aanmerking komen om overeenkomstig artikel 3 door het instrument te worden ondersteund [Am. 185]

1.  Binnen de in artikel 3, lid 1, onder b), bedoelde beleidsdoelstelling ondersteunt het fonds met name: [Am. 186]

a)  de opstelling en ontwikkeling van nationale op, regionale en lokale strategieën voor de uitvoering van het gebied acquis van de Unie met betrekking tot asiel, legale migratie, integratie, met name lokale integratiestrategieën, terugkeer en irreguliere migratie;; [Am. 187]

b)  het opzetten van administratieve structuren, systemen en instrumenten en opleiding van personeel, waaronder lokale autoriteiten en andere relevante belanghebbenden, in voorkomend geval in samenwerking met de relevante agentschappen van de Unie; [Am. 188]

c)  het ontwikkelen, controleren en evalueren van beleid en procedures, onder meer op het gebied met inbegrip van de ontwikkeling, verzameling, analyse en uitwisseling verspreiding van informatie kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en statistieken over migratie en internationale bescherming, en de ontwikkeling en toepassing van gemeenschappelijke statistische instrumenten, methodes en indicatoren voor het meten van vooruitgang en het beoordelen van beleidsontwikkelingen; [Am. 189]

d)  de uitwisseling van informatie, beste praktijken en strategieën, onderling leren, studies en onderzoek, de ontwikkeling en uitvoering van gezamenlijke acties en gezamenlijk optreden en de oprichting van transnationale netwerken voor samenwerking;

e)  genderbewuste bijstand en ondersteunende diensten in overeenstemming met de status en de behoeften van de betrokken persoon, met name waar het gaat om de kwetsbare groepen personen; [Am. 190]

e bis)  de doeltreffende bescherming van migrerende kinderen, met inbegrip van de uitvoering van beoordelingen van het belang van het kind alvorens besluiten worden genomen, alle in de mededeling van de Commissie van 12 april 2017 over de bescherming van migrerende kinderen genoemde maatregelen, zoals het voorzien in passende huisvesting en een tijdige benoeming van voogden voor alle niet-begeleide minderjarigen, bijdragen aan het Europees netwerk van voogdijinstellingen, en de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van beleid en procedures ter bescherming van kinderen, met inbegrip van een op kinderrechten gebaseerd klachtenmechanisme; [Am. 191]

f)  acties om het beleid inzake asiel, integratie, legale migratie en terugkeerbeleid beter onder de aandacht te brengen van belanghebbenden en het algemene publiek, met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen, waaronder minderjarigen. [Am. 192]

2.  Binnen de in artikel 3, lid 2, onder a), bedoelde specifieke doelstelling ondersteunt het fonds met name: [Am. 193]

a)  het verstrekken van materiële hulp, met inbegrip van bijstand aan de grens, kindvriendelijke en genderbewuste voorzieningen, door lokale autoriteiten aangeboden noodhulpdiensten, onderwijs, opleiding, ondersteunende diensten, rechtsbijstand en vertegenwoordiging en gezondheids- en psychologische zorg; [Am. 194]

b)  het uitvoeren van asielprocedures, met inbegrip van het opsporen van gezinsleden en het waarborgen van toegang tot rechtsbijstand en vertegenwoordiging en tolkdiensten voor asielzoekers in alle stadia van de procedure; [Am. 195]

c)  het identificeren van verzoekers die speciale behoeften hebben op het gebied van procedures of opvang, met inbegrip van de vroegtijdige identificatie van slachtoffers van mensensmokkel, minderjarigen en overige kwetsbare personen zoals slachtoffers van foltering en gendergerelateerd geweld, en doorverwijzing naar gespecialiseerde diensten; [Am. 196]

c bis)  het verlenen van erkende psychosociale en rehabilitatiediensten aan slachtoffers van geweld en foltering, met inbegrip van gendergerelateerd geweld; [Am. 197]

d)  het realiseren of verbeteren van infrastructuur inzake opvangaccommodatie, zoals huisvesting in kleine woningen en kleinschalige infrastructuur om tegemoet te komen aan de behoeften van gezinnen met minderjarigen, met inbegrip van infrastructuur die door lokale en regionale autoriteiten wordt aangeboden en onder meer door het eventuele gebruik van de betreffende faciliteiten door meer dan één lidstaat; [Am. 198]

d bis)  het bieden van alternatieve vormen van zorg die in de bestaande nationale kinderbeschermingsstelsels zijn geïntegreerd en tegemoetkomen aan de behoeften van alle kinderen overeenkomstig de internationale normen; [Am. 199]

e)  het verbeteren van de capaciteit van de lidstaten om informatie over het land van herkomst te verzamelen, te analyseren en onderling uit te verspreiden wisselen; [Am. 200]

f)  acties met betrekking tot het uitvoeren van procedures voor de tenuitvoerlegging van het kader van de Unie nationale regelingen voor hervestiging [en of toelating op humanitaire gronden] of nationale hervestigingsregelingen die verenigbaar zijn met het kader van de Unie voor hervestiging zoals uiteengezet in deze verordening; [Am. 201]

g)  overdracht van verzoekers om en begunstigden van internationale bescherming; [Am. 202]

h)  versterking van de capaciteit van derde landen om de bescherming te verbeteren van personen die bescherming behoeven, onder andere door ondersteuning van de ontwikkeling van krachtige kinderbeschermingsmechanismen in derde landen die ervoor zorgen dat kinderen in alle opzichten beschermd zijn tegen geweld, misbruik en veronachtzaming en toegang hebben tot onderwijs en gezondheidszorg; [Am. 203]

i)  vaststelling, ontwikkeling en verbetering van doeltreffende alternatieven voor detentie en institutionele zorg, met name met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen en kinderen met gezinnen, in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind. [Am. 204]

3.  Binnen de in artikel 3, lid 2, onder b), bedoelde specifieke doelstelling ondersteunt het fonds met name: [Am. 205]

a)  voorlichtingspakketten en -campagnes om meer bekendheid te geven aan de legale mogelijkheden om naar de Unie te migreren, alsook aan het EU-acquis inzake legale migratie;

b)  ontwikkeling van regelingen inzake migratie naar de Unie, zoals onder andere regelingen inzake circulaire of tijdelijke migratie, waaronder opleiding beroeps- en overige opleidingen om de inzetbaarheid te vergroten; [Am. 206]

c)  samenwerking tussen derde landen en de wervingsbureaus, de diensten voor arbeidsvoorziening en de immigratiediensten van lidstaten;

d)  de beoordeling en erkenning van in een derde land verworven vaardigheden en kwalificaties, met inbegrip van beroepservaring, alsook van de transparantie daarvan en de verenigbaarheid daarvan met in een lidstaat erkende vaardigheden en kwalificaties, en de ontwikkeling van gemeenschappelijke evaluatienormen; [Am. 207]

e)  bijstand bij verzoeken tot gezinshereniging in de zin van om te zorgen voor een geharmoniseerde uitvoering Richtlijn 2003/86/EG van de Raad(35). [Am. 208]

f)  bijstand, met inbegrip van rechtsbijstand en vertegenwoordiging, in verband met een wijziging in de status van onderdanen van derde landen die reeds legaal in een lidstaat verblijven, met name met betrekking tot de verwerving van een legale verblijfsstatus volgens het recht van de Unie. [Am. 209]

f bis)  bijstand bij de uitoefening van de rechten van onderdanen van derde landen die legaal in de Unie verblijven, met name met betrekking tot mobiliteit binnen de Unie en toegang tot werk; [Am. 210]

g)  maatregelen voor vroege integratie, zoals op de behoeften van onderdanen van derde landen afgestemde ondersteuning en integratieprogramma’s die gericht zijn op onderwijs, taal en andere opleiding, zoals inburgeringscursussen, en beroepsadvies; [Am. 211]

h)  acties om te bevorderen dat onderdanen van derde landen gelijke behandeling genieten bij de toegang tot en de verlening van overheids- en particuliere diensten, onder meer door deze diensten aan te passen aan de behoeften van de doelgroep; [Am. 212]

i)  geïntegreerde samenwerking tussen gouvernementele en niet-gouvernementele instanties, onder meer door middel van gecoördineerde integratie-ondersteuningscentra, zoals éénloketsystemen; [Am. 213]

j)  acties om de introductie van onderdanen van derde landen in en hun actieve deelname aan de gastsamenleving mogelijk te maken en te ondersteunen en acties ter bevordering van de acceptatie door de gastsamenleving; [Am. 214]

k)  de bevordering van uitwisseling en dialoog tussen onderdanen van derde landen, de gastsamenleving en overheidsinstanties, onder meer door de raadpleging van de onderdanen van derde landen, en interculturele en interreligieuze dialoog. [Am. 215]

3 bis.  Binnen de in artikel 3, lid 2, onder c), bedoelde specifieke doelstelling ondersteunt het fonds met name:

a)  integratiemaatregelen, zoals op de behoeften van onderdanen van derde landen afgestemde ondersteuning en integratieprogramma's die gericht zijn op inclusieve onderwijs- en zorgdiensten, taal, advies, beroepsopleiding en overige opleidingen, zoals inburgeringscursussen, en beroepsadvies;

b)  capaciteitsopbouw van door lokale autoriteiten te verlenen integratiediensten;

c)  acties om te bevorderen dat onderdanen van derde landen gelijke behandeling genieten bij de toegang tot en de verlening van overheids- en particuliere diensten, waaronder de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning, waarbij deze diensten worden aangepast aan de behoeften van de doelgroep;

d)  geïntegreerde samenwerking tussen gouvernementele en niet-gouvernementele instanties, onder meer door middel van gecoördineerde integratie-ondersteuningscentra, zoals éénloketsystemen;

e)  acties om de introductie van onderdanen van derde landen in en hun actieve deelname aan de gastsamenleving mogelijk te maken en te ondersteunen en acties ter bevordering van de acceptatie door de gastsamenleving;

f)  de bevordering van uitwisseling en dialoog tussen onderdanen van derde landen, de gastsamenleving en overheidsinstanties, onder meer door de raadpleging van de onderdanen van derde landen, en interculturele en interreligieuze dialoog. [Am. 216]

4.  Binnen de in artikel 3, lid 2, onder c bis), bedoelde specifieke doelstelling ondersteunt het fonds met name: [Am. 217]

a)  infrastructuur de verbetering van infrastructuur voor open opvang of en de verbetering van bestaande infrastructuur voor detentie, onder meer door het eventuele gezamenlijke gebruik van dergelijke faciliteiten door meer dan één lidstaat; [Am. 218]

b)  de invoering, ontwikkeling, uitvoering en verbetering van doeltreffende maatregelen als alternatief voor detentie op basis van casemanagement binnen de gemeenschap, met name met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen en gezinnen; [Am. 219]

b bis)  de identificatie en opvang van slachtoffers van mensenhandel overeenkomstig Richtlijn 2011/36/EU en Richtlijn 2004/81/EG van de Raad(36); [Am. 220]

c)  de invoering en verbetering van onafhankelijke en doeltreffende systemen voor het toezicht op verplichte terugkeer als bedoeld in artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG(37);

d)  het tegengaan beperken van prikkels voor irreguliere migratie, zoals de tewerkstelling van irreguliere migranten, door doeltreffende en adequate inspecties op basis van risicobeoordeling, de opleiding van personeel, de instelling en uitvoering van mechanismen waarmee irreguliere migranten terugbetaling kunnen vorderen en klachten kunnen indienen tegen hun werkgevers of informatie- en voorlichtingscampagnes om werkgevers en irreguliere migranten te informeren over hun rechten en plichten uit hoofde van Richtlijn 2009/52/EG(38); [Am. 221]

e)  voorbereiding van terugkeer, met inbegrip van maatregelen die leiden tot de afgifte van terugkeerbesluiten, de identificatie van onderdanen van derde landen, de afgifte van reisdocumenten en de opsporing van gezinsleden;

f)  samenwerking met de consulaire autoriteiten en immigratiediensten of andere relevante autoriteiten en diensten van derde landen om reisdocumenten te verkrijgen, terugkeer te vereenvoudigen en overname te garanderen, onder meer door de inzet van verbindingsofficieren van derde landen;

g)  steun bij terugkeer, met name begeleide vrijwillige terugkeer en informatie over programma's voor begeleide vrijwillige terugkeer, onder meer door specifieke begeleiding van kinderen bij terugkeerprocedures en het waarborgen van op kinderrechten gebaseerde terugkeerprocedures; [Am. 222]

h)  verwijderingsoperaties, met inbegrip van daarmee verband houdende maatregelen, overeenkomstig de normen die zijn vastgelegd in het recht van de Unie, met uitzondering van dwanguitrusting;

i)  maatregelen ter ondersteuning van de duurzame terugkeer en re-integratie van de personen die terugkeren;

j)  faciliteiten en ondersteunende diensten in derde landen waarmee wordt gezorgd voor passende tijdelijke accommodatie en opvang bij aankomst, onder meer voor niet-begeleide minderjarigen en andere kwetsbare groepen, overeenkomstig internationale normen en een snelle overgang naar accommodatie in de gemeenschap; [Am. 223]

k)  samenwerking met derde landen op het gebied van de aanpak van irreguliere migratie en op het gebied van doeltreffende terugkeer en overname, onder meer in het kader van de uitvoering van overnameovereenkomsten en andere regelingen; [Am. 224]

l)  maatregelen om de passende legale immigratiekanalen migratiekanalen en de risico's van illegale irreguliere immigratie meer onder de aandacht te brengen. [Am. 225]

m)  ondersteuning voor en acties in derde landen, onder meer inzake infrastructuur, uitrusting en andere maatregelen, mits deze bijdragen tot een doeltreffender samenwerking tussen derde landen en de Unie en haar lidstaten op het gebied van terugkeer en overname. [Am. 226]

4 bis.  Binnen de in artikel 3, lid 2, onder c ter), bedoelde specifieke doelstelling ondersteunt het fonds:

a)  de uitvoering van de overdracht van verzoekers om internationale bescherming of begunstigden van internationale bescherming van de ene naar de andere lidstaat, met inbegrip van de in artikel 17 ter van deze verordening bedoelde maatregelen;

b)  operationele ondersteuning in de zin van gedetacheerd personeel of financiële ondersteuning, die wordt geboden door de ene lidstaat aan een andere lidstaat die te maken heeft met migratie-uitdagingen;

c)  acties met betrekking tot het uitvoeren van procedures voor de tenuitvoerlegging van nationale regelingen voor hervestiging of toelating op humanitaire gronden. [Am. 227]

BIJLAGE IV

Acties die overeenkomstig artikel 12, lid 2, en artikel 13, lid 7, in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage

–  integratiemaatregelen die worden uitgevoerd door lokale en regionale autoriteiten en door maatschappelijke organisaties, waaronder vluchtelingen- en migrantenorganisaties; [Am. 228]

–  acties inzake het ontwikkelen en uitvoeren van doeltreffende alternatieven voor detentie en institutionele zorg; [Am. 229]

–  programma’s inzake begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie en daarmee verband houdende activiteiten;

–  maatregelen die zijn gericht op kwetsbare personen en verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften inzake opvang en/of procedures, waaronder maatregelen die de doeltreffende bescherming waarborgen van migrerende kinderen, met name degenen die niet worden begeleid niet-begeleide minderjarigen. [Am. 230]

BIJLAGE V

Essentiële prestatie-indicatoren bedoeld in artikel 28, lid 1

Specifieke doelstelling 1: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan:

-1.  Alle hierna opgesomde kernprestatie-indicatoren worden uitgesplitst naar geslacht en leeftijd. [Am. 231]

1.  aantal personen dat met de steun uit het fonds is hervestigd.

1 bis.  aantal personen dat is toegelaten via regelingen voor toelating op humanitaire gronden. [Am. 232]

2.  aantal personen in de opvangregeling in verhouding tot het aantal asielzoekers.

3.  convergentie van erkenningspercentages inzake bescherming voor asielzoekers uit hetzelfde land.

3 bis.  aantal verzoekers om internationale bescherming dat met steun van het fonds naar een andere lidstaat is overgebracht. [Am. 233]

3 ter.  aantal begunstigden van internationale bescherming dat met steun van het fonds naar een andere lidstaat is overgebracht. [Am. 234]

Specifieke doelstelling 1 bis: het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten:

1.  aantal blauwe kaarten dat met steun van het fonds is uitgegeven.

2.  aantal binnen een onderneming overgeplaatste personen dat die status heeft gekregen met steun van het fonds.

3.  aantal verzoekers om gezinshereniging die met steun van het fonds daadwerkelijk herenigd zijn met hun gezin.

4.  aantal onderdanen van een derde land dat met steun van het fonds een langdurige verblijfsvergunning heeft gekregen. [Am. 235]

Specifieke doelstelling 2: het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten, onder meer door bij te dragen bijdragen aan de integratie van onderdanen van derde landen; [Am. 236]

1.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde maatregelen vóór het vertrek

2.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen en heeft meegedeeld dat de maatregelen gunstig waren voor hun vroege integratie, in verhouding tot het totale aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen. [Am. 237]

2 bis.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen en dat vervolgens een baan heeft gevonden. [Am. 238]

2 ter.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen en in een van de lidstaten zijn kwalificaties erkend heeft gekregen of een diploma heeft behaald. [Am. 239]

Specifieke doelstelling 3: het bijdragen aan de aanpak van irreguliere migratie en het waarborgen van doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen:

1.  aantal gevallen van terugkeer met steun van het fonds na een bevel om het grondgebied te verlaten, vergeleken met het aantal onderdanen van derde landen dat een bevel heeft gekregen om het grondgebied te verlaten. [Am. 240]

2.  aantal teruggekeerde personen dat vóór of na terugkeer voor re-integratie uit het fonds medegefinancierde bijstand heeft gekregen, in verhouding tot het totale aantal door het fonds ondersteunde gevallen van terugkeer.

Specifieke doelstelling 3 bis: het zorgen voor solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid:

1.  aantal overdrachten van verzoekers om internationale bescherming overeenkomstig artikel 17 ter van deze verordening.

1 bis.  aantal overdrachten van begunstigden van internationale bescherming overeenkomstig artikel 17 ter van deze verordening.

2.  aantal personeelsleden dat is gedetacheerd naar of de financiële steun die is verleend aan lidstaten die te maken hebben met migratie-uitdagingen.

3.  aantal personen dat met steun van het fonds is hervestigd of toegelaten via regelingen voor toelating op humanitaire gronden. [Am. 241]

BIJLAGE VI

Interventietypes

TABEL 1: CODES VOOR DE DIMENSIE “INTERVENTIEGEBIED”

I.  CEAS

001

Opvangvoorzieningen

002

Asielprocedures

003

Tenuitvoerlegging van het EU-acquis

004

Migrerende kinderen

005

Personen met bijzondere behoeften op het gebied van opvang en procedures

006

Hervestiging

007

Inspanningen op het gebied van solidariteit tussen de lidstaten

008

Operationele steun

II.  Legale migratie en integratie

001

Ontwikkeling van integratiestrategieën

002

Slachtoffers van mensenhandel

003

Integratiemaatregelen – informatie en oriëntatie, éénloketsystemen

004

Integratiemaatregelen – taalcursussen

005

Integratiemaatregelen – inburgeringscursussen en andere opleiding

006

Integratiemaatregelen – introductie in, deelname aan en uitwisseling met gastsamenleving

007

Integratiemaatregelen – basisbehoeften

008

Maatregelen vóór vertrek

009

Mobiliteitsregelingen

010

Verwerving van legaal verblijf

III.  Terugkeer

001

Alternatieven voor detentie

002

Voorzieningen inzake opvang/detentie

003

Terugkeerprocedures

004

Begeleide vrijwillige terugkeer

005

Bijstand voor re-integratie

006

Verwijderings-/terugkeeroperaties

007

Systeem voor toezicht op gedwongen terugkeer

008

Kwetsbare personen/niet-begeleide minderjarigen

009

Maatregelen om de prikkels voor irreguliere migratie tegen te gaan

010

Operationele steun

 

IV.  Technische bijstand

001

Informatie en communicatie

002

Voorbereiding, uitvoering, toezicht en controle

003

Evaluatie en studies, gegevensverzameling

004

Capaciteitsopbouw

TABEL 2: CODES VOOR DE DIMENSIE “ACTIETYPE”

001

Ontwikkeling van nationale strategieën

002

Capaciteitsopbouw

003

Onderwijs en opleiding voor onderdanen van derde landen

004

Ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren

005

Uitwisseling van informatie en beste praktijken

006

Gezamenlijke acties/concrete acties (tussen lidstaten)

007

Campagnes en informatie

008

Uitwisseling en detachering van deskundigen

009

Studies, pilotprojecten, risicobeoordelingen

010

Voorbereidende, toezicht-, administratieve en technische activiteiten

011

Verstrekken van bijstand en ondersteunende diensten aan onderdanen van derde landen

012

Infrastructuur

013

Apparatuur

TABEL 3: CODES VOOR DE DIMENSIE “UITVOERINGSMODALITEITEN”

001

Specifieke actie

002

Noodhulp

003

Samenwerking met derde landen

004

Acties in derde landen

005

In bijlage IV bedoelde acties

BIJLAGE VII

Voor operationele steun in aanmerking komende acties

Binnen de specifieke doelstelling alle aspecten van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan, te versterken en te ontwikkelen, en de specifieke doelstelling bij te dragen aan de aanpak van irreguliere migratie en te zorgen voor doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen, wordt de operationele steun gebruikt voor:

–  personeelskosten;

–  kosten van dienstverlenging, zoals onderhoud of vervanging van apparatuur;

–  kosten van dienstverlenging, zoals onderhoud of reparatie van infrastructuur.

BIJLAGE VIII

Output- en resultaatindicatoren als bedoeld in artikel 28, lid 3

-1.  Alle hierna opgesomde kernprestatie-indicatoren worden uitgesplitst naar geslacht en leeftijd. [Am. 242]

Specifieke doelstelling 1: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan:

1.  aantal personen uit de doelgroep dat met de steun uit het fonds bijstand heeft gekregen:

a)  aantal personen uit de doelgroep dat voor de duur van de asielprocedures informatie en bijstand heeft gekregen;

b)  aantal personen uit de doelgroep dat gebruikmaakt van rechtsbijstand en vertegenwoordiging;

c)  aantal kwetsbare personen, slachtoffers van mensenhandel en niet-begeleide minderjarigen dat specifieke bijstand geniet.

2.  capaciteit (het aantal plaatsen) binnen nieuwe infrastructuur voor opvangaccommodatie die is opgezet overeenkomstig de in het Unie-acquis vastgestelde gemeenschappelijke eisen voor opvangvoorzieningen en van bestaande infrastructuur voor opvangaccommodatie die overeenkomstig dezelfde eisen is verbeterd als gevolg van uit dit fonds ondersteunde projecten, en het percentage dat deze capaciteit uitmaakt van de totale capaciteit inzake opvangaccommodatie;

3.  aantal voor niet-begeleide minderjarigen geschikte plaatsen dat door het fonds is ondersteund, in verhouding tot het totale aantal plaatsen dat geschikt is voor niet-begeleide minderjarigen;

4.  aantal personen dat met de steun uit het fonds opleiding over onderwerpen op het gebied van asiel heeft gekregen, en dat aantal uitgedrukt als percentage van het totale aantal personeelsleden dat opleiding over deze onderwerpen heeft genoten;

5.  aantal verzoekers om internationale bescherming dat met steun van het fonds naar een andere lidstaat is overgebracht;

6.  aantal personen dat met de steun van het fonds is hervestigd.

Specifieke doelstelling 1 bis: het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten:

1.  aantal blauwe kaarten dat met steun van het fonds is uitgegeven.

2.  aantal binnen een onderneming overgeplaatste personen dat die status heeft gekregen met steun van het fonds.

3.  aantal verzoekers om gezinshereniging die met steun van het fonds daadwerkelijk herenigd zijn met hun gezin.

4.  aantal onderdanen van een derde land dat met steun van het fonds een langdurige verblijfsvergunning heeft gekregen. [Am. 243]

Specifieke doelstelling 2: het ondersteunen van legale migratie naar de lidstaten, onder meer door bij te dragen bijdragen aan de integratie van onderdanen van derde landen: [Am. 244]

1.  aantal personen dat heeft deelgenomen aan door het fonds ondersteunde maatregelen vóór het vertrek;

2.  aantal lokale en regionale instanties dat met de steun van het fonds integratiemaatregelen heeft uitgevoerd;

2 bis.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen en dat vervolgens een baan heeft gevonden. [Am. 245]

2 ter.  aantal personen dat deel heeft genomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen en dat vervolgens in een van de lidstaten een diploma heeft behaald. [Am. 246]

3.  aantal personen dat heeft deelgenomen aan uit het fonds ondersteunde maatregelen gericht op:

a)  onderwijs en opleiding;

b)  arbeidsmarktintegratie;

c)  toegang tot basisvoorzieningen, en

d)  actieve participatie en sociale inclusie.

4.  aantal personen dat heeft deelgenomen aan door het fonds ondersteunde maatregelen en heeft meegedeeld dat de maatregelen gunstig waren voor hun vroege integratie, in verhouding tot het totale aantal personen dat heeft deelgenomen aan door het fonds ondersteunde integratiemaatregelen;

4 bis.  aantal onderdanen van derde landen dat met steun van het fonds met succes basis-, middelbaar of voortgezet onderwijs in de lidstaat heeft afgerond. [Am. 247]

Specifieke doelstelling 3: het bijdragen aan de aanpak van irreguliere migratie en waarborgen van doeltreffende terugkeer naar en overname in derde landen:

1.  aantal met steun uit het fonds gecreëerde/gerenoveerde plaatsen in detentiecentra, in verhouding tot het totale aantal gecreëerde/gerenoveerde plaatsen in detentiecentra;

2.  aantal personen dat met steun uit het fonds opleiding heeft gekregen over onderwerpen op het gebied van terugkeer;

3.  aantal teruggekeerde personen wier terugkeer uit het fonds werd medegefinancierd, in verhouding tot het totale aantal personen dat is teruggekeerd na een bevel om het grondgebied te verlaten:

a)  personen die vrijwillig zijn teruggekeerd;

b)  personen die zijn verwijderd;

4.  aantal teruggekeerde personen dat vóór of na terugkeer uit het fonds medegefinancierde re-integratiebijstand heeft gekregen, in verhouding tot het totale aantal door het fonds ondersteunde gevallen van terugkeer.

a)  personen die vrijwillig zijn teruggekeerd;

b)  personen die zijn verwijderd; [Am. 248]

Specifieke doelstelling 3 bis: het zorgen voor solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid:

1.  aantal overdrachten van verzoekers om internationale bescherming overeenkomstig artikel 17 ter van deze verordening.

1 bis.  aantal overdrachten van begunstigden van internationale bescherming overeenkomstig artikel 17 ter van deze verordening.

2.  aantal personeelsleden dat is gedetacheerd naar of de financiële steun die is verleend aan lidstaten die te maken hebben met migratie-uitdagingen.

3.  aantal personen dat met steun van het fonds is hervestigd. [Am. 249]

(1)PB C  van , blz. .
(2)PB C  van , blz. .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(4)Verordening (EU) ../.. van het Europees parlement en de Raad van [verordening EU-asielagentschap] (PB L …van [datum], blz. ..).
(5) Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 96).
(6) Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
(7) Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9).
(8) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).
(9) Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).
(10)Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).
(11)Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PB L 168 van 30.6.2009, blz. 24).
(12)Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1).
(13)Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
(14)Beschikking 2008/381/EG van de Raad van 14 mei 2008 betreffende het opzetten van een Europees migratienetwerk (PB L 131 van 21.5.2008, blz. 7).
(15) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX:32013Q1220(01)
(16)PB C  van , blz. .
(17)PB C  van , blz. .
(18)Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(19)PB C  van , blz. .
(20)Verordening (EU) 2017/1371 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(21)Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(22)Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(23)COM(2017)0623.
(24)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(25)PB C  van , blz. .
(26)PB C  van , blz. .
(27)PB C  van , blz. .
(28) Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90).
(29)Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).
(30)Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9).
(31)Met deze gegevens wordt alleen rekening gehouden wanneer Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12) van toepassing wordt.
(32)Richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk (PB L 375 van 23.12.2004, blz. 12).
(33)Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 21).
(34)Richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 15).
(35)Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12);
(36) Richtlijn 2004/81/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 19).
(37)Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).
(38)Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PB L 168 van 30.6.2009, blz. 24).


Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa ***I
PDF 366kWORD 103k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (COM(2018)0473 – C8-0272/2018 – 2018/0249(COD))
P8_TA(2019)0176A8-0089/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0473),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0272/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie (A8-0089/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting, in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa

P8_TC1-COD(2018)0249


HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, en artikel 79, lid 2, onder d),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(3),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(4),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Gezien de evoluerende uitdagingen op het gebied van migratie in de Europese Unie, alsook de zorgen om de veiligheid, is het van het hoogste belang het delicate evenwicht in stand te houden tussen enerzijds het vrije verkeer van personen en anderzijds de veiligheid. Het doel van de Unie om een hoog niveau van veiligheid binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te verzekeren op grond van artikel 67, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet onder meer worden bereikt door gezamenlijke maatregelen inzake de overschrijding van de binnengrenzen door personen, grenscontroles aan de buitengrenzen en het gemeenschappelijke visumbeleid, waarbij het delicate evenwicht in tussen enerzijds het vrije verkeer van personen en anderzijds de veiligheid in stand moet worden gehouden. [Am. 1]

(2)  Krachtens artikel 80 VWEU moeten aan dit beleid van de Unie en de uitvoering ervan de beginselen ten grondslag liggen van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, ook op financieel vlak.

(3)  In de Verklaring van Rome, die op 25 september 2017 is ondertekend, hebben de leiders van 27 lidstaten beloofd toe te werken naar de waarborging van een veilige en zekere Unie waar alle burgers zich veilig voelen en zich vrij kunnen bewegen, een Unie waarvan de buitengrenzen beveiligd zijn, een Unie met een efficiënt, verantwoord en duurzaam migratiebeleid met eerbied voor de internationale normen, een Europa dat vastbesloten is het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit te bestrijden. [Am. 2]

(3 bis)   De uit hoofde van dit instrument gefinancierde acties moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het recht van de Unie inzake gegevensbescherming, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het beginsel van eerlijke behandeling van onderdanen van derde landen, het recht op asiel en internationale bescherming, het beginsel van non-refoulement en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend, zoals het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 zoals aangevuld met het Protocol van New York van 31 januari 1967. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen, met name kinderen en niet-begeleide minderjarigen. [Am. 3]

(4)  Het beleid van de Unie op het gebied van het beheer van de buitengrenzen is gericht op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het concept van een Europees geïntegreerd grensbeheer op nationaal en Unieniveau om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en het gemeenschappelijke visumbeleid te ondersteunen, hetgeen hetgeen een randvoorwaarde is voor het vrije verkeer van personen in de Unie zou moeten bevorderen en wat een wezenlijk onderdeel is van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. [Am. 4]

(5)  Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals uitgevoerd door de Europese grens- en kustwacht, die is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad(5) en bestaat uit het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitoefenen, is nodig om het migratiebeheer en de veiligheid te verbeteren moet bijdragen aan de harmonisering van de grenscontrole en daarmee het migratiebeheer verbeteren, waaronder de toegang tot internationale bescherming vergemakkelijken voor personen die deze nodig hebben, en meer veiligheid bieden door grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme te bestrijden. [Am. 5]

(6)  Legaal reizen vergemakkelijken, en daarbij risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt tegengaan, is in de mededeling van de Commissie getiteld “Een Europese migratieagenda”(6) aangemerkt als een van de belangrijkste doelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van migratie en veiligheid. [Am. 6]

(7)  De Europese Raad van 15 december 2016(7) heeft gevraagd om te blijven werken aan de interoperabiliteit van informatiesystemen en databanken. De Europese Raad heeft op 23 juni 2017(8) onderstreept dat de interoperabiliteit tussen databanken moet worden verbeterd, en de Commissie heeft op 12 december 2017 een voorstel aangenomen voor een verordening tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU(9). [Am. 7]

(8)  Om In het streven om de integriteit van het Schengengebied te vrijwaren en de werking ervan veiligheid van de buitengrenzen van de EU te versterken, zijn de lidstaten er met ingang van 6 april 2017 toe verplicht om EU-burgers die de buitengrenzen van de EU overschrijden, systematisch te controleren aan de hand van relevante databanken. Voorts heeft de Commissie een aanbeveling tot de lidstaten gericht opdat deze beter gebruik zouden maken van politiecontroles en grensoverschrijdende samenwerking , naast de systematische controles die reeds worden uitgevoerd op alle onderdanen van derde landen die het Schengengebied binnenkomen. Het is echter gebleken dat er doelgerichte controles in plaats van systematische controles moeten plaatsvinden op een aantal externe grensdoorlaatposten, vanwege de onevenredige impact van systematische controles op de doorstroming van grensoverschrijdend verkeer(10). [Am. 8]

(8 bis)  De Commissie heeft ook aanbeveling (EU) 2017/1804(11) aan de lidstaten gedaan om beter gebruik te maken van politiecontroles en grensoverschrijdende samenwerking, teneinde het effect op het vrije verkeer te beperken en de bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid te minimaliseren. Hoewel er verscheidene maatregelen zijn getroffen, blijven verschillende lidstaten onwettige controles aan de binnengrenzen uitvoeren, waarmee ze het basisbeginsel van het Schengengebied ondermijnen. [Am. 9]

(9)  Financiële steun uit de begroting van de Unie is onontbeerlijk voor de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer ter ondersteuning van de lidstaten bij het doeltreffend beheren van overschrijding van de buitengrenzen en bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van migratie en mogelijke toekomstige dreigingen uitdagingen aan die grenzen, waarbij met volledige eerbiediging van de grondrechten wordt bijgedragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie. [Am. 10]

(10)  De lidstaten moeten voldoende financiële steun van de Unie krijgen teneinde de uitvoering te bevorderen van het Europees geïntegreerd grensbeheer, dat in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1624 is omschreven aan de hand van zijn onderdelen, namelijk grenstoezicht, opsporings- en reddingsoperaties tijdens grensbewakingsoperaties, risicoanalyse, samenwerking tussen de lidstaten (ondersteund en gecoördineerd door het Europees Grens- en kustwachtagentschap), samenwerking tussen autoriteiten agentschappen (met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie), samenwerking met derde landen, technische en operationele maatregelen binnen het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om irreguliere immigratie beter aan te pakken en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden, gebruik van geavanceerde technologie, kwaliteitscontrole en solidariteitsmechanismen, alsmede teneinde te verzekeren dat dit beheer in de praktijk operationeel wordt. [Am. 11]

(11)  Aangezien de douaneautoriteiten van de lidstaten een toenemend aantal taken op zich hebben genomen, die zich dikwijls tot het gebied van beveiliging uitstrekken en aan de buitengrens worden verricht, moeten de lidstaten voldoende financiële steun van de Unie krijgen om te waarborgen dat het grenstoezicht en de is het belangrijk om de samenwerking tussen agentschappen te bevorderen, met inbegrip van de uitwisseling van informatie via bestaande instrumenten voor informatie-uitwisseling, in het kader van het Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals bedoeld in artikel 4, onder e), van Verordening (EU) nr. 2016/1624. Complementariteit in de uitvoering van grenstoezicht en douanecontrole aan de buitengrenzen op uniforme wijze worden uitgevoerd moet worden gewaarborgd door voldoende financiële steun van de Unie aan de lidstaten te verlenen. Doel is niet alleen de douanecontroles te versterken, maar ook de ter bestrijding van alle vormen van smokkel, met name van goederen aan de grenzen, en ter bestrijding van terrorisme, maar ook legitieme handel en reizen te vergemakkelijken, en zo bij te dragen tot een veilige en doelmatige douane-unie. [Am. 12]

(12)  Als opvolger van het bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad(12) vastgestelde Fonds voor interne veiligheid 2014-2020 moet derhalve onder andere een Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (hierna “het fonds” genoemd) worden opgezet. [Am. 13]

(13)  Vanwege de juridische bijzonderheden die op titel V van het VWEU van toepassing zijn en de verschillende toepasselijke rechtsgrondslagen voor het beleid inzake buitengrenzen respectievelijk douanecontrole, is het juridisch niet mogelijk om het fonds in één enkel instrument onder te brengen.

(14)  Het fonds moet derhalve worden opgezet als een breed kader voor financiële steun van de Unie op het gebied van grensbeheer en visa, bestaande uit het bij deze verordening opgerichte instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (hierna „het instrument” genoemd) en het bij Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad(13) vastgestelde een instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur. Dit kader moet worden gecomplementeerd bij Verordening (EU) .../... [verordening gemeenschappelijke bepalingen] van het Europees Parlement en de Raad (14), waarnaar deze verordening moet verwijzen wat betreft door een instrument tot vaststelling van de voorschriften voor gedeeld beheer. [Am. 14]

(15)  Het instrument dient te worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook van de internationale verplichtingen van de Unie op het gebied van de grondrechten, onder meer wat betreft het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en in het bijzonder met inachtneming van de beginselen van non-refoulement, transparantie, non-discriminatie en het recht op internationale bescherming. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen, met name kinderen en niet-begeleide minderjarigen. [Am. 15]

(15 bis)  Deze verplichtingen gelden ook voor derde landen waarmee de lidstaten en de Unie samenwerken in het kader van dit instrument. [Am. 16]

(16)  Het instrument moet voortbouwen op de resultaten en investeringen die zijn verwezenlijkt met ondersteuning van zijn voorgangers, namelijk het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013, als ingesteld bij Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad(15) en het instrument voor buitengrenzen en visa, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, als vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad, en moet met het oog op nieuwe ontwikkelingen een bredere opzet krijgen. [Am. 17]

(17)  Om een uniform, hoogwaardig toezicht aan de buitengrenzen en een vlot legaal grensverkeer langs de buitengrenzen mogelijk te maken, dient het instrument bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europees geïntegreerd grensbeheersysteem dat alle maatregelen omvat die in verband met beleid, recht, systematische samenwerking, lastenverdeling, situatiebeoordeling en veranderende omstandigheden met betrekking tot grensposten voor irreguliere migranten, personeel, uitrusting en technologie op verschillende niveaus worden genomen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, in samenwerking met andere actoren zoals derde landen en andere EU-organen (met name het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), Europol en, in voorkomend geval, derde landen en internationale organisaties. [Am. 18]

(18)  Het instrument moet bijdragen aan de verbetering van de doelmatigheid van de visumbehandeling wat betreft het opsporen en beoordelen van de risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt en het vereenvoudigen van de visumprocedures voor bonafide reizigers vereenvoudigen van de visumprocedures voor bonafide reizigers en het opsporen en beoordelen van de risico's uit migratie- en veiligheidsoogpunt. Het instrument moet met name financiële bijstand verlenen om de digitalisering van de visumbehandeling te ondersteunen, teneinde voor snelle, veilige en klantvriendelijke visumprocedures te zorgen, waar zowel visumaanvragers als consulaten belang bij hebben. Ook moet het instrument wereldwijd ruimere consulaire vertegenwoordiging waarborgen. De uniforme uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid en de modernisering daarvan moeten eveneens in het instrument aan bod komen, net als de bijstand aan de lidstaten voor de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa. [Am. 19]

(19)  Voorts moet het instrument duidelijk met de controle aan de buitengrenzen verband houdende maatregelen op het grondgebied van de Schengenlanden die verband houden met grenstoezicht, ondersteunen in het kader van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk geïntegreerd grensbeheersysteem dat de algemene werking van het Schengengebied versterkt. [Am. 20]

(20)  Ter verbetering van het beheer van de buitengrenzen, teneinde legaal reizen te vergemakkelijken, bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie grensoverschrijding en aan een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Unie, moet het instrument de ontwikkeling ondersteunen van de grootschalige IT-systemen, op basis van bestaande of nieuwe IT-systemen. Ook die het Europees Parlement en de Raad zijn overeengekomen. In dat verband moet het instrument ook de totstandbrenging ondersteunen van interoperabiliteit tussen die EU‑informatiesystemen (het inreis-uitreissysteem (EES)(16), het Visuminformatiesysteem (VIS)(17), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)(18), Eurodac(19), het Schengeninformatiesysteem (SIS)(20) en het Europees Strafregister Informatiesysteem voor onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN)(21)) in de lidstaten, zodat deze EU-informatiesystemen en de gegevens daarin elkaar kunnen aanvullen. Dit instrument moet ook bijdragen aan de noodzakelijke ontwikkelingen op nationaal niveau naar aanleiding van de invoering van de interoperabiliteitscomponenten op centraal niveau (Europees zoekportaal (ESP), een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (gezamenlijke BMS), een gemeenschappelijk register van identiteitsgegevens (CIR) en een detector van meerdere identiteiten (MID))(22). [Am. 21]

(21)  Dit instrument dient de activiteiten tot uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer te complementeren en versterken, overeenkomstig de twee pijlers van de Europese grens- en kustwacht, namelijk gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Dit betekent met name dat de lidstaten bij de opstelling van hun programma’s rekening moeten houden met de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ontwikkelde analyse-instrumenten en operationele en technische richtsnoeren alsook met de door het agentschap ontwikkelde opleidingscurricula, zoals de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters, met inbegrip van de onderdelen betreffende grondrechten en toegang tot internationale bescherming. Teneinde complementariteit te ontwikkelen tussen deze opdracht taken en de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor het toezicht aan de buitengrenzen, alsmede en om consistentie en kostenefficiëntie te waarborgen, moet het Europees Grens- en kustwachtagentschap door de Commissie worden geraadpleegd over de door de lidstaten ingediende ontwerpen van nationale programma's, voor zover zulks die onder de bevoegdheden van het agentschap valt vallen, en in het bijzonder over de in het kader van operationele steun gefinancierde activiteiten. De Commissie moet er ook voor zorgen dat eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en alle andere relevante agentschappen of instanties van de Unie in een vroeg stadium worden betrokken bij het ontwikkelingsproces van de nationale programma's van de lidstaten, voor zover dit onder de bevoegdheden van de agentschappen valt. [Am. 22]

(22)  Voor zover de getroffen lidstaten hierom verzoeken dient het instrument dient de uitvoering van de hotspotaanpak te ondersteunen, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie getiteld “Een Europese migratieagenda” en bevestigd door de Europese Raad van 25 en 26 juni 2015(23). Met de hotspotaanpak wordt operationele ondersteuning verleend aan de lidstaten die te maken hebben met onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen van de Unie geconfronteerd worden met een noodsituatie. Daarbij wordt in een geest van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid geïntegreerde, brede en gerichte bijstand geboden, om op humane en efficiënte wijze om te kunnen gaan met de komst van grote aantallen personen aan de buitengrenzen van de Unie en om de integriteit van het Schengengebied te vrijwaren. [Am. 23]

(23)  In het belang van de solidariteit binnen het Schengengebied als geheel en in de hele Unie, en in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor de bescherming van de buitengrenzen van de Unie, moet, als tekortkomingen of risico's worden vastgesteld, met name naar aanleiding van een Schengenevaluatie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013(24), de betrokken lidstaat de kwestie adequaat aanpakken door de in het kader van zijn programma beschikbare middelen te gebruiken om uitvoering te geven aan aanbevelingen die zijn vastgesteld op grond van die verordening en overeenkomstig kwetsbaarheidsbeoordelingen die het Europees Grens- en kustwachtagentschap conform artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1624 verricht. [Am. 24]

(24)  Het instrument moet bij wijze van blijk van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid financiële bijstand verlenen aan die lidstaten die de bepalingen van Schengen inzake de buitengrenzen en visa volledig toepassen, alsmede aan die lidstaten die zich voorbereiden op een volledige deelname aan Schengen, en moet door de lidstaten worden aangewend in het belang van het gemeenschappelijke beleid van de Unie voor het beheer van de buitengrenzen. [Am. 25]

(25)  Overeenkomstig Protocol nr. 5 bij de Toetredingsakte van 2003(25) betreffende de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie moet het instrument alle extra kosten dragen voor de uitvoering van de specifieke bepalingen van het acquis van de Unie in verband met deze doorreis, namelijk Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad(26) en Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad(27). De behoefte aan verdere financiële steun voor gederfde leges moet echter afhankelijk worden gesteld van de vigerende visumregeling van de Unie met de Russische Federatie.

(26)  Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van het instrument, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat hun programma's gericht zijn op de specifieke doelstellingen van het instrument, dat de gekozen prioriteiten in overeenstemming zijn met de overeengekomen EU-prioriteiten en de uitvoeringsmaatregelen als vastgesteld in bijlage II, en dat de verdeling van passende middelen over de doelstellingen en acties evenredig is met de uitdagingen en behoeften waarmee zij te maken hebben. In dat verband is het van belang dat de middelen op een eerlijke en transparante wijze over de specifieke doelstellingen van het instrument worden verdeeld. Er moet een minimaal bestedingsniveau voor de specifieke doelstelling van de ondersteuning van het gemeenschappelijke visumbeleid worden gewaarborgd, zowel voor maatregelen in direct en indirect beheer als voor maatregelen in gedeeld beheer. [Am. 26]

(27)  Er moet worden gestreefd naar een synergetische, consistente en doelmatige band met andere EU-fondsen, en overlapping tussen de acties moet worden vermeden.

(28)  De terugkeer van onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt, is één van de onderdelen van het Europees geïntegreerd grensbeheer als uiteengezet in Verordening (EU) 2016/1624. Naar aard en doelstelling vallen maatregelen op het gebied van terugkeer echter niet onder het toepassingsgebied van steunverlening in het kader van het instrument, maar onder Verordening (EU) .../... [nieuw AMF](28).

(29)  Om recht te doen aan de belangrijke rol die de douaneautoriteiten van de lidstaten aan de buitengrenzen vervullen en te waarborgen dat zij over voldoende middelen beschikken voor het uitvoeren van hun brede takenpakket aan deze grenzen, dient het bij Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur deze nationale autoriteiten te voorzien van de noodzakelijke financiering om te investeren in apparatuur voor douanecontroles alsook in apparatuur die behalve voor douanecontrole ook voor andere doeleinden, zoals grenstoezicht, kan worden gebruikt.

(30)  De meeste douanecontroleapparatuur is eveneens geschikt voor controles op de naleving van andere wetgeving, zoals bepalingen inzake grensbeheer, visa of politiële samenwerking. Het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer bestaat dan ook uit twee complementaire onderdelen, met onderscheiden doch coherente toepassingsgebieden voor de aankoop van uitrusting. Enerzijds is uitrusting die zowel voor grensbeheer als douanecontrole kan worden gebruikt, uitgesloten van het bij deze verordening opgerichte instrument voor grensbeheer en visa. Anderzijds biedt het instrument voor douanecontroleapparatuur niet alleen financiële steun voor hoofdzakelijk voor douanecontroles bestemde apparatuur; het staat ook het gebruik ervan voor aanvullende doeleinden toe, zoals grenscontroles en -beveiliging. Deze rolverdeling bevordert samenwerking tussen instanties in het kader van het Europees geïntegreerd grensbeheer, zoals bedoeld in artikel 4, onder e), van Verordening (EU) 2016/1624, en stelt douane- en grensautoriteiten in staat samen te werken, met gedeelde en interoperabele apparatuur, waardoor het effect van de begroting van de Unie wordt gemaximaliseerd.

(31)  Grensbewaking op zee wordt beschouwd als één van de kustwachttaken die binnen de Unie op maritiem gebied wordt uitgeoefend. De nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren zijn ook verantwoordelijk voor een breed spectrum van werkzaamheden, zoals onder meer, doch niet uitsluitend, maritieme veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenstoezicht, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming. Doordat kustwachttaken zo breed zijn, vallen zij onder verschillende beleidsterreinen van de Unie. Het is dan ook zaak synergie na te streven om op doeltreffender en doelmatiger wijze resultaten te behalen. [Am. 27]

(31 bis)  Bij de uitvoering van in het kader van het instrument gefinancierde acties die verband houden met de bewaking van de zeegrenzen moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal zeerecht om hulp te verlenen aan mensen in nood. In dat opzicht moeten uit het Instrument gefinancierde apparatuur en systemen worden ingezet bij opsporings- en reddingssituaties wanneer die zich voordoen tijdens een grensbewakingsoperatie op zee, zodat wordt bijgedragen aan het waarborgen van de bescherming en het redden van de levens van migranten. [Am. 28]

(32)  Naast de samenwerking binnen de Unie inzake kustwachttaken tussen het Europees Grens- en kustwachtagentschap (opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624), het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad(29)) en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (opgericht bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad(30)) dient de coherentie van de activiteiten op maritiem gebied ook op nationaal niveau te worden verbeterd. De synergieën tussen de verschillende actoren op het gebied van maritieme zaken dienen aan te sluiten bij de strategieën voor Europees geïntegreerd grensbeheer en maritieme veiligheid.

(33)  Om de complementariteit en de consistentie van maritieme activiteiten te versterken, dubbel werk te voorkomen en de budgettaire beperkingen op het gebied van maritiem beleid – dat kostbare activiteiten betreft – te verlichten, dient het instrument maritieme operaties met meerdere doeleinden te ondersteunen als de belangrijkste doelstelling grensbewaking is, maar tegelijkertijd andere doelstellingen zouden kunnen worden nagestreefd die samenhangen met de hoofddoelstellingen, zoals bestrijding van mensenhandel. [Am. 29]

(34)  De in het kader van het instrument gesteunde Dit instrument moet voornamelijk gericht zijn op ondersteuning van geïntegreerd grensbeheer aan de buitengrenzen van de Unie en van het gemeenschappelijke visumbeleid. Bepaalde maatregelen in of met betrekking tot derde landen kunnen echter, binnen de vastgestelde grenzen en met passende waarborgen, door het instrument worden gesteund. Die maatregelen dienen te worden genomen in synergie, samenhang en complementariteit met andere acties buiten de Unie die door de externe financieringsinstrumenten van de Unie worden ondersteund. In het bijzonder dient bij de uitvoering van dergelijke acties te worden gestreefd naar volledige samenhang met de beginselen en de algemene doelstellingen van het externe optreden en het buitenlandse beleid van de Unie ten aanzien van het land of de regio in kwestie. Met betrekking tot de externe dimensie dient het instrument op gebieden die van belang zijn voor het migratiebeleid van de Unie en doelstellingen van de Unie voor interne veiligheid gerichte steun te verlenen ter versterking van de samenwerking met derde landen en van bepaalde belangrijke aspecten van hun grensbewaking en grensbeheer. [Am. 30]

(34 bis)  De Commissie dient bijzondere aandacht te besteden aan de evaluatie van acties en programma's met betrekking tot derde landen. [Am. 31]

(35)  Financiering uit de begroting van de Unie dient te worden geconcentreerd op activiteiten waarbij het optreden van de Unie voor een meerwaarde kan zorgen ten opzichte van acties door de lidstaten alleen. Aangezien de Unie beter in staat is dan de lidstaten om een kader te bieden voor het tonen van solidariteit binnen de Unie met betrekking tot grenstoezicht, grensbeheer en het gemeenschappelijk visumbeleid en het beheer van migratiestromen, en om een platform te bieden voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke IT-systemen ter ondersteuning van die beleidsterreinen, zal financiële steun die in het kader van deze verordening wordt verleend, in het bijzonder bijdragen aan grotere nationale en Unie-capaciteiten op deze gebieden. [Am. 32]

(36)  Een lidstaat kan worden geacht niet aan het relevante acquis van de Unie te voldoen, ook wat betreft het gebruik van operationele steun uit hoofde van dit instrument, als hij zijn verplichtingen op grond van de Verdragen op het gebied van grensbeheer en visa niet is nagekomen, als er een duidelijk risico bestaat dat de lidstaat bij het uitvoeren van het acquis inzake grensbeheer en visa een waarde van de Unie ernstig schendt of als in een evaluatieverslag in het kader van het Schengenmechanisme voor evaluatie en toezicht tekortkomingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld of als de lidstaat, in het kader van samenwerking met een derde land, acties samen met dit derde land heeft gefinancierd en ondernomen die door het voornoemde mechanisme voor evaluatie en toezicht vastgestelde schendingen van de grondrechten als gevolg hebben. [Am. 33]

(37)  Het instrument dient de behoefte aan meer flexibiliteit en vereenvoudiging te weerspiegelen, zonder daarbij de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid uit het oog te verliezen, en dient, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening , met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, ervoor te zorgen dat de middelen eerlijk en transparant worden verdeeld. Het moet de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid in de verdeling van de financiële middelen in evenwicht brengen met de behoefte aan meer flexibiliteit en vereenvoudiging daarvan. Om aan de vereisten op het gebied van transparantie van het fonds te voldoen, moet de Europese Commissie, in samenwerking met de lidstaten, informatie over de ontwikkeling van de jaarlijkse en meerjarige programma's van de thematische faciliteit bekendmaken. Bij de uitvoering van het instrument moeten de beginselen van doelmatigheid, doeltreffendheid en kwaliteit van de bestedingen richtinggevend zijn. Bovendien moet de uitvoering van het instrument zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn. [Am. 34]

(38)  In deze verordening dienen de initiële, voor de programma’s van de lidstaten bestemde bedragen te worden vastgesteld, berekend op basis van de criteria in bijlage I, die betrekking hebben op de lengte en de dreigingsniveaus impactniveaus gebaseerd op recente en historische gegevens van de land- en zeegrenssegmenten, de werklast op de luchthavens en de consulaten, alsook het aantal consulaten. [Am. 35]

(39)  Deze initiële bedragen zullen een basis vormen voor de langetermijninvesteringen van de lidstaten. Om rekening te houden met veranderingen in de uitgangssituatie, zoals de druk op de buitengrens van de Unie en de werklast aan de buitengrenzen en op de consulaten, wordt tussentijds een aanvullend bedrag aan de lidstaten toegekend, dat wordt gebaseerd op de laatste beschikbare statistische gegevens, zoals uiteengezet in de verdeelsleutel, rekening houdend met de stand van uitvoering van het programma.

(39 bis)  De tussentijdse evaluatie moet worden gebruikt om de effectiviteit van programma's en de meerwaarde van de Unie te beoordelen, problemen op te lossen die in de eerste fase aan het licht zijn gekomen en een transparant overzicht te geven van de tenuitvoerlegging. [Am. 36]

(40)  Omdat uitdagingen op het gebied van grensbeheer en visa voortdurend evolueren, moet de toewijzing van de financiering aan de veranderingen betreffende migratiestromen prioriteiten voor visumbeleid en grensbeheer, onder meer door een toegenomen druk aan de grens, en veiligheidsdreigingen worden aangepast en moet de financiering worden toegespitst op de prioriteiten met de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie. Om tegemoet te komen aan dringende behoeften, veranderingen in het beleid en prioriteiten van de Unie, en om de financiering toe te spitsen op acties met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie, zal een deel van de financiering periodiek worden toegewezen aan specifieke acties, acties van de Unie en noodhulp via een thematische faciliteit. [Am. 37]

(41)  De lidstaten moeten met een hogere bijdrage van de Unie worden aangemoedigd om een deel van de aan hun programma toegewezen middelen te gebruiken voor de acties die zijn opgenomen in bijlage IV.

(42)  Het instrument moet, binnen bepaalde grenzen, bijdragen in de operationele kosten in verband met het grensbeheer, het gemeenschappelijk visumbeleid en grootschalige IT-systemen, en de lidstaten aldus in staat stellen capaciteit te reserveren die cruciaal is voor de hele Unie. Deze steun bestaat uit de volledige terugbetaling van een reeks specifieke kosten in verband met de doelstellingen van het instrument en moet integraal deel uitmaken van de programma's van de lidstaten. [Am. 38]

(43)  Een deel van de beschikbare middelen van het instrument kan ook worden toegewezen aan programma’s van de lidstaten voor de uitvoering van specifieke acties, bovenop hun initiële toewijzing. Deze specifieke acties dienen te worden vastgesteld op het niveau van de Unie. Daarbij moet het gaan om acties met een meerwaarde van de Unie die een gezamenlijke inspanning van de lidstaten vergen of nodig zijn om te reageren op ontwikkelingen in de Unie waarvoor aan één of meer lidstaten extra financiering ter beschikking moet worden gesteld, zoals de aankoop in het kader van de nationale programma’s van lidstaten van technische uitrusting die het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het uitvoeren van zijn operationele activiteiten nodig heeft, de modernisering van de behandeling van visumaanvragen, de ontwikkeling van nieuwe grootschalige IT‑systemen en de totstandbrenging van interoperabiliteit tussen die systemen. Deze specifieke acties zullen door de Commissie worden gedefinieerd in haar werkprogramma's die door middel van gedelegeerde handelingen moeten worden vastgesteld. [Am. 39]

(44)  Om de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van dit instrument op nationaal niveau te complementeren met programma’s van de lidstaten, dient het instrument ook ondersteuning te bieden voor acties op het niveau van de Unie. Dergelijke acties moeten algemene strategische doelen binnen het toepassingsgebied van het instrument dienen die betrekking hebben op beleidsanalyse en innovatie, transnationale vormen van onderling leren en partnerschap en het beproeven van nieuwe initiatieven en acties in de hele Unie.

(45)  Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk in het geval van een noodsituatie onmiddellijk te reageren op onverwachte of onevenredige migratiedruk , urgente en specifieke behoeften, met name aan de grenssegmenten ten aanzien waarvan overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad(31) een zodanig impactniveau is vastgesteld dat de werking van het Schengengebied er in zijn geheel door in gevaar komt, dan wel op druk op de visumafdelingen van de consulaten van de lidstaten of risico’s voor de veiligheid aan de grens, moet het mogelijk zijn om noodhulp te dit instrument als laatste redmiddel in uitzonderlijke situaties financiële steun bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader. [Am. 40]

(45 bis)  Migratie en de overschrijding van de buitengrenzen door een groot aantal onderdanen van derde landen moet op zich niet worden beschouwd als een bedreiging van het overheidsbeleid of de interne veiligheid en vormt op zich geen aanleiding voor noodhulp in het kader van dit instrument. [Am. 41]

(46)  De beleidsdoelstelling van dit instrument zal mede worden gerealiseerd via financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van de beleidscomponent(en) [...] van het InvestEU-fonds. Financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, noch de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben. [Am. 42]

(47)  In deze verordening worden voor het hele instrument de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer](32).

(48)  Verordening (EU, Euratom) .../... [nieuw Financieel Reglement] (Financieel Reglement)(33) is op dit instrument van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financiële instrumenten en begrotingsgaranties. Om te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van de financieringsprogramma’s van de Unie, moet het Financieel Reglement van toepassing zijn op de acties in het kader van het instrument die in direct of indirect beheer dienen te worden uitgevoerd.

(49)  Voor het uitvoeren van acties in gedeeld beheer dient het instrument deel uit te maken van een samenhangend kader bestaande uit de onderhavige verordening, het Financieel Reglement en Verordening (EU) .../... [GB-verordening] een instrument tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen voor gedeeld beheer. In het geval dat bepalingen met elkaar in strijd zijn, heeft deze verordening voorrang boven de gemeenschappelijke bepalingen. [Am. 43]

(50)  Verordening (EU) .../... [GB-verordening] stelt het kader vast voor actie door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMV), het Fonds voor asiel en migratie (AMF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF), en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en omvat met name de regels inzake programmering, toezicht en evaluatie, beheer en controle voor in gedeeld beheer uitgevoerde EU-fondsen. Daarnaast moeten in deze verordening de doelstellingen van het instrument voor grensbeheer en visa worden omschreven en specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende activiteiten die met dit instrument kunnen worden gefinancierd.

(51)  Bepalend voor de keuze van zowel de vorm van financiering als de wijze van uitvoering ervan in het kader van deze verordening is of deze geschikt is om de specifieke doelstellingen van de acties te bereiken en om resultaten te boeken, rekening houdend met, in het bijzonder, de kosten van controles, de administratieve belasting en het verwachte risico van niet-naleving. Vaste bedragen, forfaits en eenheidskosten, alsook financiering die geen verband houdt met kosten als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement, moeten hierbij in aanmerking worden genomen.

(52)  Overeenkomstig Verordening (EU) .../... [nieuwe Financieel Reglement](34), Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(35), Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad(36), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(37) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(38) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) fraude en andere strafbare feiten onderzoeken en vervolgen die de financiële belangen van de Unie als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(39) schaden. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EMO en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De resultaten van onderzoeken naar onregelmatigheden of fraude in verband met het instrument moeten ter beschikking worden gesteld aan het Europees Parlement. [Am. 44]

(53)  De horizontale financiële voorschriften die het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn van toepassing op deze verordening. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en betreffen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting via subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, alsmede de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren. Op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde voorschriften hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor een goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(54)  Overeenkomstig artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(40) komen personen en entiteiten die gevestigd zijn in landen en gebieden overzee (LGO), in aanmerking voor financiering overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het instrument en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee een LGO banden heeft.

(55)  Op grond van artikel 349 VWEU en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en strategisch sterker partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU", die de Raad in zijn conclusies van 12 april 2018 heeft bekrachtigd, moeten de betrokken lidstaten erop toezien dat hun nationale programma's de nieuwe dreigingen aanpakken waarmee de ultraperifere regio's worden geconfronteerd, zoals grensbewaking, onevenredige instroom van mensen of de invoering van Europese informatiesystemen. Het instrument ondersteunt deze lidstaten met adequate middelen om de ultraperifere regio's op gepaste wijze te helpen in het licht van deze specifieke kenmerken. [Am. 45]

(56)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(41) moet het instrument worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Voor zover van toepassing kunnen deze eisen meetbare indicatoren bevatten, waaronder kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, worden opgenomen, als basis voor de evaluatie van de effecten van het instrument in de praktijk. Om de resultaten van het instrument te kunnen meten, moeten voor elke specifieke doelstelling van het instrument indicatoren en bijbehorende streefdoelen worden vastgesteld. [Am. 46]

(57)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zal dit instrument bijdragen aan de integratie van klimaatactie in alle beleidsdomeinen en aan de verwezenlijking van het streefdoel om globaal 25 % van de EU-begrotingsuitgaven te gebruiken ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen. Acties ter zake zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het instrument, en worden heroverwogen in het kader van de betrokken evaluatie- en beoordelingsprocessen.

(58)  Via de indicatoren en de financiële verslaglegging moeten de Commissie en de lidstaten toezien op de uitvoering van het instrument overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] en de onderhavige verordening De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een overzicht van de aanvaarde jaarlijkse prestatieverslagen voor. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad op verzoek de volledige tekst van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking. [Am. 47]

(58 bis)  Het is van belang om gedurende de overgangsperiode en gedurende de gehele periode waarin uitvoering wordt gegeven aan het instrument te zorgen voor degelijk financieel beheer en rechtszekerheid. De in de periode 2014-2020 genomen maatregelen moeten gedurende de overgangsperiode niet onderbroken worden. [Am. 48]

(59)  Met het oog op de aanvulling en wijziging van niet-essentiële elementen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage, operationele steun en de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk kader voor toezicht en evaluatie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden, onder meer op deskundigenniveau, passende raadplegingen verricht overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(42).

(60)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(43). De onderzoeksprocedure moet worden toegepast voor uitvoeringshandelingen waarin de gezamenlijke verplichtingen van de lidstaten worden vastgesteld, met name inzake het verstrekken van informatie aan de Commissie, en De raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de methoden voor het verstrekken van informatie aan de Commissie in het kader van de programmering en verslaglegging, gelet op de zuiver technische aard ervan. [Am. 49]

(61)  Deelname van een lidstaat aan dit instrument mag niet samenvallen met deelname aan een tijdelijk financieel instrument van de Unie dat de begunstigde lidstaten moet helpen bij de financiering van onder meer acties aan nieuwe buitengrenzen van de Unie met het oog op de uitvoering van het Schengenacquis inzake grenzen en visa en toezicht aan de buitengrenzen.

(62)  Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(44) die valt onder de gebieden bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad(45).

(63)  Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(46), die valt onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad(47).

(64)  Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het door de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein ondertekende Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop de Zwitserse Bondsstaat wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(48), die valt onder het gebied dat is bedoeld in artikel 1, punten A en B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad(49).

(65)  Overeenkomstig artikelen 1 en 2 van het Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend, noch van toepassing in deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening of het deze verordening in zijn interne recht zal omzetten.

(66)  Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad(50). Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(67)  Het is passend dat de periode waarin deze verordening van toepassing is, in overeenstemming wordt gebracht met die van Verordening (EU, Euratom) .../... van de Raad [verordening betreffende het meerjarig financieel kader](51),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

1.  Bij deze verordening wordt het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa (“het instrument”) opgericht als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (“het fonds”) voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. [Am. 50]

2.  Samen met Verordening (EU) .../... [Fonds voor douanecontroleapparatuur], tot vaststelling, als onderdeel van het [Fonds voor geïntegreerd grensbeheer](52), van het instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur], stelt deze verordening het fonds vast. [Am. 51]

3.  In deze verordening worden de doelstellingen van het instrument, de specifieke doelstellingen en maatregelen ter verwezenlijking van deze specifieke doelstellingen, het budget voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd. [Am. 52]

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)  "blendingverrichting": door de begroting van de Unie ondersteunde actie, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financiële instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders; [Am. 53]

2)  “grensdoorlaatpost”: een door de bevoegde autoriteiten voor overschrijding van de buitengrenzen aangewezen doorlaatpost, waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad(53);

3)  “Europees geïntegreerd grensbeheer”: de onderdelen vermeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1624;

4)  “buitengrenzen”: de grenzen buitengrenzen, als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2016/399, van de lidstaten, namelijk landgrenzen, inclusief de rivier- en meergrenzen en de zeegrenzen, alsmede hun luchthavens, rivierhavens, zeehavens en meerhavens waarop de bepalingen van het recht van de Unie betreffende de overschrijding van de buitengrenzen van toepassing zijn, waaronder begrepen de binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven; [Am. 54]

5)  “buitengrenssegment”: het geheel of een deel van de land- of zeebuitengrens van een lidstaat als omschreven in Verordening (EU) nr. 1052/2013;

6)  “hotspotgebied”: hotspotgebied als omschreven in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) 2016/1624;

7)  “binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven”:

a)  de gemeenschappelijke grens tussen een lidstaat die het Schengenacquis volledig ten uitvoer legt en een lidstaat die het Schengenacquis overeenkomstig zijn respectievelijke toetredingsakte volledig moet toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die staat wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden;

b)  de gemeenschappelijke grens tussen twee lidstaten die het Schengenacquis overeenkomstig hun respectieve toetredingsakte volledig moeten toepassen, maar waarvoor het relevante besluit van de Raad op grond waarvan die lidstaten wordt toegestaan dit acquis volledig toe te passen, nog niet in werking is getreden.

Artikel 3

Doelstellingen van het instrument

1.  Dit instrument heeft als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer als beleidsdoelstelling bij te dragen aan een hoog niveau van veiligheid in de Unie door te zorgen voor krachtig en doeltreffend Europees geïntegreerd grensbeheer en tegelijkertijd het vrije verkeer van personen te waarborgen, met volledige inachtneming van de verbintenissen van de Unie op het gebied van de grondrechten het acquis en de internationale verplichtingen van de Unie en haar lidstaten op basis van door hen ondertekende internationale instrumenten. [Am. 55]

2.  In het kader van de beleidsdoelstelling van lid 1 draagt het instrument bij tot de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

a)  het ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 56. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

b)  het ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen risico's uit veiligheidsoogpunt aan te pakken. [Am. 57]

3.  In het kader van de in lid 2 bedoelde specifieke doelstellingen wordt het instrument uitgevoerd aan de hand van de in bijlage II genoemde uitvoeringsmaatregelen.

Artikel 3 bis

Non-discriminatie en eerbiediging van de grondrechten

Het instrument wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het acquis van de Unie, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en van de internationale verplichtingen van de Unie met betrekking tot de grondrechten, in het bijzonder door naleving van de beginselen van non-discriminatie en non-refoulement te waarborgen. [Am. 58]

Artikel 4

Reikwijdte van de steunverlening

1.  In het kader van de doelstellingen van artikel 3 en overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van bijlage II steunt het instrument acties die bijdragen aan de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen, en met name de acties van bijlage III. [Am. 59]

2.  Teneinde de in artikel 3 bedoelde doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, kan het instrument, indien nodig, acties ondersteunen overeenkomstig de in uitzonderlijke gevallen, binnen bepaalde grenzen en met inachtneming van passende waarborgen, in bijlage III bedoelde prioriteiten van de Unie acties ondersteunen met betrekking tot en in derde landen, conform artikel 5. [Am. 60]

2 bis.  Het totale financieringsbedrag voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen in het kader van de thematische faciliteit overeenkomstig artikel 8 mag niet meer bedragen dan 4 % van het totale bedrag dat krachtens artikel 7, lid 2, onder b), aan de thematische faciliteit is toegewezen. [Am. 61]

2 ter.  Het totale financieringsbedrag voor ondersteuning van acties in of met betrekking tot derde landen in het kader van de programma's van de lidstaten overeenkomstig artikel 12 mag voor elke lidstaat niet meer bedragen dan 4 % van het totale aan die lidstaat toegewezen bedrag overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder a), artikel 10, lid 1, en bijlage I. [Am. 62]

3.  De volgende acties zijn niet subsidiabel:

a)  de in punt 1, onder a), van bijlage III bedoelde acties aan de binnengrenzen waaraan de controles nog niet zijn opgeheven;

b)  de acties die betrekking hebben op de tijdelijke en uitzonderlijke herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/399;

c)  met betrekking tot de controle van goederen:

1)  de acties die uitsluitend gericht zijn op of resulteren in de controle van goederen;

2)  het aankopen, onderhouden of upgraden van apparatuur, met uitzondering van vervoermiddelen, indien onder meer gericht op of resulterend in de controle van goederen;

3)  andere acties krachtens deze verordening die hoofdzakelijk gericht zijn op of resulteren in de controle van goederen.

Als zich een noodsituatie voordoet als bedoeld in artikel 23, kunnen de in dit lid bedoelde niet-subsidiabele acties als subsidiabel worden aangemerkt. [Am. 63]

Artikel 5

Subsidiabele entiteiten

1.  De volgende entiteiten kunnen subsidiabel zijn:

a)  juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

i)  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

ii)  een in het werkprogramma opgenomen derde land, onder de daarin vermelde voorwaarden, mits bij alle acties in of met betrekking tot dat derde land de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten in acht worden genomen. [Am. 64]

b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie.

2.  Natuurlijke personen kunnen niet subsidiabel zijn.

3.  Juridische entiteiten die zijn gevestigd in een derde land, zijn bij wijze van uitzondering subsidiabel voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een bepaalde actie, mits bij alle acties in of met betrekking tot dat derde land de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten in acht worden genomen. [Am. 65]

4.  Juridische entiteiten die deelnemen aan consortia van ten minste twee onafhankelijke entiteiten en die zijn gevestigd in verschillende lidstaten of in met die lidstaten verbonden landen of gebieden overzee of in derde landen, zijn subsidiabel. Als de juridische entiteiten die aan een consortium deelnemen in een derde land zijn gevestigd, is artikel 6, lid 3, van toepassing. [Am. 66]

HOOFDSTUK II

FINANCIEEL EN UITVOERINGSKADER

Afdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 6

Algemene beginselen

1.  De krachtens deze verordening verleende steun is complementair aan nationaal, regionaal en lokaal optreden en is erop gericht waarde voor de Unie toe te voegen uit het oogpunt van de doelstellingen van deze verordening. [Am. 67]

2.  De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de steun die krachtens deze verordening en door de lidstaten wordt verleend, consistent is met de betreffende activiteiten, beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Unie en complementair is aan andere instrumenten van de Unie.

3.  Het instrument wordt uitgevoerd in gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), b) en c), van het Financieel Reglement.

3 bis.  De Commissie en de lidstaten geven samen uitvoering aan het instrument. De Commissie stelt ter ondersteuning van de lidstaten een helpdesk en een contactpunt in en draagt zo bij aan een effectieve toewijzing van financiering. [Am. 68]

Artikel 7

Budget

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode 2021-2027 bedragen 7 087 760 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (8 018 000 000 EUR in lopende prijzen). [Am. 69]

2.  De financiële middelen worden als volgt gebruikt:

a)  4 252 833 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (4 811 000 000 EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen aan de in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s, en daarvan is 138 962 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018, (157 200 000 EUR in lopende prijzen) bestemd voor de in artikel 16 bedoelde bijzondere doorreisregeling, die in gedeeld beheer wordt uitgevoerd; [Am. 70]

b)  2 834 927 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (3 207 000 000 EUR in lopende prijzen) wordt toegewezen voor de thematische faciliteit. [Am. 71]

3.  Tot 0,52 % van de financiële middelen wordt toegewezen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie voor de uitvoering van het instrument.

4.  Krachtens de desbetreffende bepalingen van de associatieovereenkomsten worden regelingen vastgesteld om de aard en de modaliteiten te bepalen van de deelname van landen die bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenacquis betrokken zijn. De financiële bijdragen van die landen worden gevoegd bij de in lid 1 vermelde totale middelen die uit de begroting van de Unie beschikbaar worden gesteld.

Artikel 8

Algemene bepalingen betreffende de uitvoering van de thematische faciliteit

1.  De financiële middelen bedoeld in artikel 7, lid 2, onder b), worden flexibel toegewezen via de thematische faciliteit in het kader van gedeeld, direct of indirect beheer, overeenkomstig werkprogramma’s. De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor de onderdelen ervan:

a)  specifieke acties,

b)  acties van de Unie, en

c)  noodhulp.

De financiële middelen voor de thematische faciliteit worden ook gebruikt voor ondersteuning van technische bijstand op initiatief van de Commissie.

2.  De financiering uit de thematische faciliteit wordt gebruikt voor prioriteiten met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie of om te voorzien in dringende behoeften, conform de overeengekomen prioriteiten van de Unie zoals uiteengezet in bijlage II of ondersteunende maatregelen overeenkomstig artikel 20. Voor de voorbereiding van de werkprogramma's raadpleegt de Commissie de organisaties die de partners op Unieniveau vertegenwoordigen, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld. [Am. 72]

2 bis.  Minimaal 20 % van de financiering uit de thematische faciliteit wordt toegekend aan de in artikel 3, lid 2, onder b), vermelde specifieke doelstelling. [Am. 73]

3.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit in direct of indirect beheer aan de lidstaten wordt toegekend, wordt gewaarborgd dat de geselecteerde projecten niet worden beïnvloed door mag er geen financiering ter beschikking worden gesteld voor projecten indien er aanwijzingen zijn dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de resultaten van die projecten, ter discussie staan vanwege een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 van het VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van projecten in gevaar brengt. [Am. 74]

4.  Wanneer financiering uit de thematische faculteit in gedeeld beheer wordt uitgevoerd, beoordeelt de Commissie voor de toepassing van artikel 18 en artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. .../... [GB-verordening] of de geplande acties niet worden beïnvloed door de geplande acties om te waarborgen dat er geen financiering ter beschikking wordt gesteld voor projecten waarbij sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de wettigheid van die projecten of de wettigheid en regelmatigheid van die financiering, of de resultaten van die projecten, ter discussie staan als gevolg van een met redenen omkleed advies van de Commissie met betrekking tot een inbreuk als bedoeld in artikel 258 van het VWEU die de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de prestatie van de projecten in gevaar brengt. [Am. 75]

4 bis.  Wanneer de financiering uit de thematische faciliteit wordt verleend onder direct of indirect beheer, beoordeelt de Commissie of de geplande acties niet worden beïnvloed door een algemene tekortkoming op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat die zodanig van invloed is of kan zijn op de beginselen van gezond financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie, dat de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven of de resultaten van de projecten in gevaar worden gebracht. [Am. 76]

5.  De Commissie stelt het totaalbedrag vast dat voor de thematische faciliteit beschikbaar is in het kader van de jaarlijkse begrotingskredieten van de Unie.

6.  De Commissie stelt is bevoegd voor de thematische faciliteit financieringsbesluiten overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om werkprogramma's op te zetten als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement, waarin de doelstellingen en de te ondersteunen acties worden vermeld, alsmede de bedragen voor elk van de onderdelen daarvan, als bedoeld in lid 1. In de financieringsbesluiten wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen gereserveerde totaalbedrag opgenomen. [Am. 77]

7.  Na de vaststelling van een financieringsbesluit werkprogramma als bedoeld in lid 3 6 kan de Commissie de in gedeeld beheer uitgevoerde programma’s dienovereenkomstig aanpassen. [Am. 78]

8.  De financieringsbesluiten werkprogramma's zijn jaarlijks of meerjarig en kunnen betrekking hebben op één of meer onderdelen van de thematische faciliteit. [Am. 79]

Afdeling 2

Ondersteuning en uitvoering in gedeeld beheer

Artikel 9

Toepassingsgebied

1.  Deze afdeling betreft het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde deel van de financiële middelen en de aanvullende middelen die overeenkomstig het de in artikel 8 bedoelde besluit werkprogramma's van de Commissie inzake de thematische faciliteit in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd. [Am. 80]

2.  De steun in het kader van deze afdeling wordt uitgevoerd in gedeeld beheer, overeenkomstig artikel 63 van het Financieel Reglement en Verordening (EU) .../... [GB-verordening].

Artikel 10

Begrotingsmiddelen

1.  De in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde middelen worden indicatief als volgt toegewezen aan de door de lidstaten in gedeeld beheer uitgevoerde nationale programma’s (hierna “de programma’s” genoemd):

(a)  3 543 880 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (4 009 000 000 EUR in lopende prijzen) aan de lidstaten overeenkomstig de criteria in bijlage I; [Am. 81]

(b)  708 953 000 EUR in prijzen van 2018 (802 000 000 EUR EUR in lopende prijzen) aan de lidstaten voor de aanpassing van de toewijzingen voor de programma’s als bedoeld in artikel 13, lid 1. [Am. 82]

2.  Indien het in lid 1, onder b), bedoelde bedrag niet wordt toegewezen, kan het resterende bedrag worden toegevoegd aan het in artikel 7, lid 2, onder b), bedoelde bedrag.

Artikel 11

Medefinancieringspercentages

1.  De bijdrage uit de Uniebegroting bedraagt ten hoogste 75 85 % van de totale subsidiabele uitgaven van een project van lidstaten waarvan het bruto nationaal inkomen (bni) per inwoner minder dan 90 % van het gemiddelde voor de Unie en 75 % van de totale subsidiabele uitgaven voor andere lidstaten bedraagt. [Am. 83]

2.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor in het kader van specifieke acties uitgevoerde projecten.

3.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 90 % van de totale subsidiabele uitgaven voor de in bijlage IV vermelde acties.

4.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor operationele steun, waaronder begrepen de bijzondere doorreisregeling.

5.  De bijdrage uit de Uniebegroting kan worden verhoogd tot 100 % van de totale subsidiabele uitgaven voor noodhulp.

6.  In het besluit van de Commissie tot goedkeuring van een programma worden het medefinancieringspercentage en het maximumbedrag van de uit dit instrument verleende steun bepaald voor de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde actietypes.

7.  Voor elke specifieke doelstelling wordt in het besluit van de Commissie vastgesteld of het medefinancieringspercentage voor de specifieke doelstelling van toepassing is op:

a)  het totaal van de particuliere bijdrage en de overheidsbijdrage, of

b)  de overheidsbijdrage alleen.

Artikel 12

Programma's

1.  Elke lidstaat zorgt en de Commissie zorgen ervoor dat de door zijn het nationale programma bestreken prioriteiten consistent zijn met en afgestemd zijn op de prioriteiten en uitdagingen van de Unie op het gebied van grensbeheer en visa, en dat zij stroken met het relevante acquis en de overeengekomen prioriteiten van de Unie, alsook met de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend. Bij het vaststellen van de prioriteiten van hun programma's zorgen de lidstaten ervoor dat de in bijlage II vastgestelde uitvoeringsmaatregelen voldoende aan bod komen. [Am. 84]

1 bis.  In dat verband wijzen de lidstaten minimaal 20 % van de toegekende financiering toe aan de specifieke doelstelling, als beschreven in artikel 3, lid 2, onder b). [Am. 85]

2.  De Commissie zorgt ervoor er zo nodig voor dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap, en zo nodig eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en alle andere relevante agentschappen van de Unie in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van de programma’s van de lidstaten worden betrokken, voor zover deze agentschappen daartoe bevoegd zijn. [Am. 86]

3.  De Commissie raadpleegt het Europees Grens- en kustwachtagentschap over de ontwerpprogramma’s met een specifieke nadruk op de activiteiten die begrepen zijn onder de operationele steun conform artikel 3, lid 2, onder a), teneinde voor consistentie en complementariteit tussen de activiteiten van het agentschap en die van de lidstaten op het gebied van grensbeheer te zorgen, alsook om dubbele financiering te voorkomen en kostenefficiëntie te realiseren. [Am. 87. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

3 bis.  De Commissie raadpleegt eu-LISA over de ontwerpprogramma's met een speciale nadruk op activiteiten die zijn opgenomen in het kader van technische steun overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), om te zorgen voor consistentie en complementariteit tussen de activiteiten van eu-LISA en die van de lidstaten. [Am. 88]

4.  De Commissie kan zo nodig het Europees Grens- en kustwachtagentschap en zo nodig, eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en eventuele andere relevante agentschappen bij toezicht- en evaluatietaken als bedoeld in afdeling 5 betrekken, met name om te waarborgen dat de met de steun van het instrument uitgevoerde acties in overeenstemming zijn met het relevante acquis van de Unie en de overeengekomen prioriteiten van de Unie. [Am. 89]

5.  Na de vaststelling van aanbevelingen binnen het toepassingsgebied van deze verordening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013 en van de aanbevelingen in het kader van de uitvoering van kwetsbaarheidsbeoordelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1624, onderzoekt de betrokken lidstaat samen met de Commissie de meest geschikte aanpak om met ondersteuning van dit instrument gevolg aan deze aanbevelingen te geven.

6.  De Commissie betrekt zo nodig het Europese Grens- en kustwachtagentschap zo nodig, eu-LISA, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en eventuele andere relevante agentschappen of instanties bij het onderzoeken van de meest geschikte aanpak om met ondersteuning van dit instrument gevolg aan de aanbevelingen te geven.. [Am. 90]

7.  Bij de uitvoering van lid 5 maakt de lidstaat de uitvoering van maatregelen om geconstateerde tekortkomingen aan te pakken, en met name maatregelen om ernstige tekortkomingen en niet-conform bevonden aspecten te verhelpen, tot een prioriteit voor zijn programma.

8.  Zo nodig wordt het betrokken programma aangepast om rekening te houden met de in lid 5 bedoelde aanbevelingen aanbevelingen en de vorderingen bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen zoals beoordeeld in de jaarlijkse prestatieverslagen als genoemd in artikel 27, lid 2, onder a). Afhankelijk van de impact van de aanpassing kan wordt het herziene programma door de Commissie worden goedgekeurd. [Am. 91]

9.  De betrokken lidstaat kan, in samenwerking en overleg met de Commissie en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, in zoverre het agentschap bevoegd is, middelen in het kader van zijn programma, met inbegrip van de middelen die zijn geprogrammeerd voor operationele ondersteuning, opnieuw toewijzen om uitvoering te geven aan de in lid 5 bedoelde aanbevelingen die financiële gevolgen hebben.

10.  Wanneer Voordat een lidstaat besluit met steun van het instrument projecten uit te voeren met, in of in met betrekking tot een derde land, raadpleegt zorgt hij ervoor dat alle door, in of met betrekking tot dat derde land voorgestelde acties voldoen aan de internationale verplichtingen van de Unie en die lidstaat, en dat de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde rechten en beginselen volledig in acht worden genomen. De betrokken lidstaat raadpleegt de Commissie vóór het begin van het project, onder meer over waarborging van de naleving van bovenstaande voorwaarden. [Am. 92]

11.  Wanneer een lidstaat bij wijze van uitzondering besluit met steun van het instrument met, in of in met betrekking tot een derde land acties ten uitvoer te leggen in verband met het monitoren, opsporen, identificeren, volgen, voorkomen en onderscheppen van niet-toegestane grensoverschrijdingen, waarmee wordt beoogd irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden of bij te dragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten, zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat hij de Commissie in kennis heeft gesteld van de bilaterale of multilaterale samenwerkingsovereenkomsten met dat derde land overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1052/2013. Lidstaten zien toe op de volledige inachtneming van het beginsel van non-refoulement, ook bij acties op volle zee. [Am. 93]

11 bis.  Wanneer een lidstaat besluit projecten op te starten met, in of met betrekking tot een derde land in het kader van onderhavig instrument, informeert de lidstaat de organisaties die de partners op nationaal niveau vertegenwoordigen, evenals de leden van de stuurgroep, binnen een termijn van 10 dagen. [Am. 94]

12.  Voor met steun van dit instrument aangekochte operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen en communicatiesystemen die nodig zijn voor doeltreffend en veilig grenstoezicht, en zoek- en reddingsacties geldt het volgende: [Am. 95]

a)  voordat de lidstaten de aankoopprocedure starten voor de verwerving, met steun van het instrument, van operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen en communicatiesystemen, vergewissen zij zich ervan dat deze uitrusting voldoet aan de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap vastgestelde normen, voor zover deze normen voorhanden zijn, en controleren zij met het Europees Grens- en kustwachtagentschap de technische specificaties teneinde de interoperabiliteit met de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap gebruikte middelen te waarborgen;

b)  alle door de lidstaten aangekochte operationele uitrusting voor grootschalig grensbeheer, zoals middelen voor lucht- en zeevervoer en bewaking op zee en vanuit de lucht, wordt geregistreerd in het kader van de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de beschikbaarstelling van deze middelen overeenkomstig artikel 39, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624;

c)  De lidstaten kunnen besluiten om met steun van het instrument materieel aan te kopen voor maritieme operaties met meerdere doelen, mits dit materieel bij benutting door de relevante nationale autoriteiten ten minste 60 % van de totale gebruikstijd voor nationale doeleinden per jaar wordt ingezet bij grensbewakingsoperaties. Dit materieel wordt geregistreerd in het kader van de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de beschikbaarstelling van deze middelen overeenkomstig artikel 39, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624;

d)  ter ondersteuning van de coherente planning van de capaciteitsontwikkeling voor de Europese grens- en kustwacht en het mogelijke gebruik van gezamenlijke aanbesteding stellen de lidstaten de Commissie als onderdeel van de verslaglegging overeenkomstig artikel 27 in kennis van de beschikbare meerjarige planning voor de aankopen van uitrusting die naar verwachting in het kader van het instrument zullen worden verricht. De Commissie geeft deze informatie door aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

Wanneer de lidstaten in het kader van dit instrument maatregelen uitvoeren in verband met de bewaking van de zeegrenzen, besteden zij bijzondere aandacht aan hun internationale verplichtingen op het gebied van opsporing en redding op zee en hebben zij daartoe het recht de onder a) tot en met d) van dit lid bedoelde apparatuur en systemen te gebruiken. [Am. 96]

13.  De met steun van dit instrument verzorgde opleiding op het gebied van grensbeheer wordt gebaseerd op de relevante geharmoniseerde en hoogwaardige Europese onderwijsnormen en gemeenschappelijke opleidingsnormen voor grens‑ en kustbewaking en op het desbetreffende Unie- en internationaal recht, onder meer met betrekking tot grondrechten, toegang tot internationale bescherming en het relevante zeerecht. [Am. 97]

14.  De lidstaten streven met name de uitvoering van de in bijlage IV vermelde acties na. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV.

15.  Programmering als bedoeld in artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] wordt gebaseerd op de in de tabel 1 van bijlage VI vermelde interventietypes. In elk programma worden voor elke specifieke doelstelling de interventietypes op basis van tabel 1 van bijlage VI vermeld, alsmede een indicatieve uitsplitsing van de geprogrammeerde middelen per interventietype of steungebied. [Am. 98]

Artikel 13

Tussentijdse evaluatie

-1.  De programma's worden tussentijds herzien en geëvalueerd overeenkomstig artikel 26. [Am. 99]

1.  In Uiterlijk eind 2024, na het Europees Parlement op de hoogte te hebben gebracht, wijst de Commissie het aanvullende bedrag bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b), toe aan de programma’s van de betrokken lidstaten overeenkomstig de criteria bedoeld in lid 1, onder c), en in bijlage I, de punten 2 tot en met 11. De toewijzing wordt gebaseerd op de meest recente statistische gegevens die beschikbaar zijn voor de criteria bedoeld in lid 1, onder c), en in bijlage I, de punten 2 tot en met 11. De financiering geldt voor de periode vanaf het kalenderjaar 2025. [Am. 100]

2.  Indien ten minste 10 30  % van de initiële toewijzing van een programma als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a), niet wordt gedekt door tussentijdse betalingsaanvragen die zijn ingediend overeenkomstig artikel 85 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening], komt de betrokken lidstaat niet in aanmerking voor de in lid 1 bedoelde aanvullende toewijzing voor zijn programma. [Am. 101]

2 bis.   Lid 2 is alleen van toepassing indien het desbetreffende regelgevingskader en de bijbehorende besluiten op 1 januari 2022 van kracht zijn. [Am. 102]

3.  Bij de toewijzing van de middelen uit de thematische faciliteit vanaf 2025 wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de vooruitgang bij het bereiken van de mijlpalen van het prestatiekader bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening], en met de bij de uitvoering vastgestelde tekortkomingen. [Am. 103]

Artikel 14

Specifieke acties

1.  Specifieke acties zijn transnationale of nationale projecten met toegevoegde waarde voor de Unie die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van deze verordening en waarvoor één, meerdere of alle lidstaten een aanvullende toewijzing voor hun programma’s kunnen ontvangen. [Am. 104]

2.  Naast hun overeenkomstig artikel 10, lid 1, berekende toewijzing kunnen de lidstaten financiering voor specifieke acties ontvangen, mits dit bedrag daarvoor vervolgens in het programma wordt aangewezen en wordt gebruikt om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.

3.  Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

Artikel 15

Operationele steun

1.  Operationele steun is een onderdeel van een toewijzing van een lidstaat dat kan worden gebruikt ter ondersteuning van overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de taken en diensten die een openbare dienstverlening ten bate van de Unie zijn.

2.  Een lidstaat kan tot 30 % van het in het kader van het instrument aan zijn programma toegewezen bedrag gebruiken voor de financiering van operationele steun aan de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de taken en diensten die een openbare dienstverlening ten bate van de Unie zijn.

3.  De lidstaten die gebruikmaken van operationele steun, dienen het acquis van de Unie inzake grenzen en visa na te leven. [Am. 105]

4.  De lidstaten motiveren in het programma en in de jaarlijkse prestatieverslagen bedoeld in artikel 27 het gebruik van operationele steun voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. Vóór de goedkeuring van het programma beoordeelt de Commissie, na overleg met het Europees Grens- en kustwachtagentschap in verband met de bevoegdheden van het agentschap overeenkomstig artikel 12, lid 3, de uitgangssituatie in de lidstaten die kenbaar hebben gemaakt dat zij van plan zijn gebruik te maken van operationele steun, rekening houdend met de door die lidstaten verstrekte informatie en, in voorkomend geval, de informatie die beschikbaar is in het licht van de Schengenevaluaties en de kwetsbaarheidsbeoordelingen, met inbegrip van de aanbevelingen naar aanleiding van Schengenevaluaties en kwetsbaarheidsbeoordelingen.

5.  Onverminderd artikel 4, lid 3, onder c), wordt operationele steun geconcentreerd op specifieke taken en diensten in aanmerking komende acties van bijlage VII. [Am. 106]

6.  Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van specifieke taken en diensten de lijst van in aanmerking komende acties in bijlage VII. [Am. 107]

Artikel 16

Operationele steun voor de bijzondere doorreisregeling

1.  Het instrument financiert een vergoeding voor gederfde leges uit transitvisa en aanvullende kosten die voortvloeien uit de toepassing van de regeling betreffende het doorreisfaciliteringsdocument (facilitated transit document – FTD) en het doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (facilitated rail transit document – FRTD) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 693/2003 en Verordening (EG) nr. 694/2003.

2.  De middelen die krachtens artikel 7, lid 2, onder a), aan Litouwen worden toegewezen voor de bijzondere doorreisregeling, worden beschikbaar gesteld als aanvullende operationele steun voor Litouwen, overeenkomstig de acties die in aanmerking komen voor operationele steun in het kader van het programma, zoals bedoeld in bijlage VII.

3.  In afwijking van artikel 15, lid 2, kan Litouwen de krachtens artikel 7, lid 2, onder a), aan deze lidstaat toegewezen middelen gebruiken voor de financiering van operationele steun, in aanvulling op het in artikel 15, lid 2, bepaalde bedrag.

4.  De Commissie en Litouwen bekijken de toepassing van dit artikel opnieuw, in het geval zich veranderingen voordoen die gevolgen hebben voor het bestaan of het functioneren van de bijzondere doorreisregeling.

Afdeling 3

Ondersteuning en uitvoering in direct en indirect beheer

Artikel 17

Toepassingsgebied

De Commissie voert de steun in het kader van deze afdeling ofwel op directe wijze uit, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement, ofwel op indirecte wijze, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

Artikel 18

Acties van de Unie

1.  Acties van de Unie zijn transnationale projecten of projecten die van bijzonder belang zijn voor de Unie, overeenkomstig de doelstellingen van deze verordening.

2.  Op initiatief van de Commissie kan het instrument worden gebruikt voor het financieren van acties van de Unie in verband met de doelstellingen van deze verordening als bedoeld in artikel 3 en overeenkomstig de bijlagen II en III.

3.  In het kader van acties van de Unie kan financiering worden verstrekt in alle vormen die zijn vastgesteld in het Financieel Reglement, zoals met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financiële instrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

4.  In gedeeld beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement.

5.  Het evaluatiecomité dat de voorstellen beoordeelt, kan uit externe deskundigen bestaan.

6.  Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen het risico in verband met de terugvordering van door ontvangers verschuldigde middelen dekken en worden beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen in [artikel X] van Verordening (EU) …/… [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing.

Artikel 19

Blendingverrichtingen

Blendingverrichtingen waartoe in het kader van dit instrument wordt besloten, worden uitgevoerd in overeenstemming met [de InvestEU-verordening] en [titel X] van het Financieel Reglement. [Am. 108]

Artikel 20

Technische bijstand op het niveau van de Commissie

Het instrument kan maatregelen op het gebied van technische bijstand ondersteunen die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd. Dergelijke maatregelen, namelijk voorbereidende stappen, monitoring, toezicht, audit, evaluatie en alle acties op het gebied van administratieve en technische bijstand die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en, in voorkomend geval, met derde landen, kunnen voor 100 % worden gefinancierd. [Am. 109]

Artikel 21

Audits

Audits inzake het gebruik van de bijdrage van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van het Financieel Reglement.

Artikel 22

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren promoten de acties en de resultaten ervan door meerdere relevante doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, samenhangende, doeltreffende en nuttige informatie in de relevante taal te verstrekken. Om de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen, vermelden de ontvangers van financiering van de Unie de oorsprong ervan wanneer zij over de actie communiceren. In dit verband zorgen de ontvangers ervoor dat in al het communicatiemateriaal dat tot het grote publiek en de media is gericht, het embleem van de Unie wordt weergegeven en uitdrukkelijk wordt vermeld dat de acties financieel worden ondersteund door de Unie. [Am. 110]

2.  De Commissie Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken, voert de Commissie informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot de tenuitvoerlegging van dit instrument alsmede de acties en de resultaten ervan. De Commissie publiceert met name informatie betreffende de ontwikkeling van de jaarlijkse en meerjarige programma's van de thematische faciliteit. Daarnaast publiceert de Commissie de lijst van verrichtingen die geselecteerd zijn voor steun uit de thematische faciliteit op een openbare website en actualiseert zij die lijst ten minste om de drie maanden. De aan dit instrument toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over deuitvoering van de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij met de doelstellingen van deze verordening verband houden. De Commissie kan met name beste praktijken bevorderen en informatie uitwisselen betreffende de uitvoering van het instrument. [Am. 111]

2 bis.  De Commissie maakt de in lid 2 bedoelde informatie bekend in openbare, machinaal leesbare formaten als bepaald in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(54) waarin wordt toegestaan dat gegevens worden gesorteerd, doorzocht, geëxtraheerd, vergeleken en hergebruikt. Het moet mogelijk zijn om de gegevens te sorteren volgens prioriteit, specifieke doelstelling, totale subsidiabele kosten van acties, totale kosten van projecten, totale kosten van aanbestedingsprocedures, naam van begunstigde en naam van contractant. [Am. 112]

2 ter.   Het is aan de lidstaten om de Commissie informatie te bezorgen over de ontwikkeling van de programma's voor gedeeld beheer, met het oog op bekendmaking ervan op haar website. [Am. 113]

Afdeling 4

Ondersteuning en uitvoering in direct en indirect beheer

Artikel 23

Noodhulp

1.  Het instrument verstrekt De Commissie kan besluiten bij wijze van uitzondering financiële bijstand te verstrekken om in urgente en specifieke behoeften te voorzien ingeval in geval van een naar behoren gemotiveerde noodsituatie die voortvloeit uit en als laatste redmiddel. Dergelijke situaties kunnen zich voordoen als gevolg van een urgente en uitzonderlijke druk, waarbij de buitengrens van een of meer lidstaten is, wordt of naar verwachting zal worden overgestoken door een groot of onevenredig aantal onderdanen van derde landen, met name in grenssegmenten ten aanzien waarvan een zodanig impactniveau is vastgesteld dat de werking van het hele Schengengebied erdoor in gevaar komt, of ingeval van enige andere situatie van urgente en uitzonderlijke druk naar behoren gemotiveerde noodsituatie die vraagt om dringende actie aan de buitengrenzen binnen het toepassingsgebied van deze verordening die om onmiddellijke actie vraagt . De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld op de hoogte. [Am. 114]

2.  Noodhulp kan bestaan uit direct aan de gedecentraliseerde agentschappen verleende subsidies.

3.  Noodhulp kan aan programma’s van lidstaten worden toegewezen, bovenop hun overeenkomstig artikel 10, lid 1, berekende toewijzing, mits het bedrag daarvoor vervolgens in het programma wordt aangewezen. Deze financiering wordt niet gebruikt voor andere acties in het programma, behoudens in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en na goedkeuring van de Commissie door middel van de wijziging van het programma.

4.  In gedeeld beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig [titel VIII] van het Financieel Reglement.

4 bis.  Wanneer noodzakelijk voor de uitvoering van de actie kan noodhulp worden ingezet voor uitgaven die zijn verricht vóór de indiening van de subsidieaanvraag of het verzoek om bijstand, maar niet eerder dan 1 januari 2021. [Am. 115]

4 ter.  Noodhulp wordt verstrekt met strikte inachtneming van het acquis van de Unie en de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten die zij hebben ondertekend. [Am. 116]

Artikel 24

Cumulatieve, complementaire en gecombineerde financiering

1.  Aan een actie waaraan in het kader van het instrument een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit andere programma’s van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De voor elk bijdragend programma van de Unie geldende regels zijn van toepassing op de respectieve bijdrage aan deze actie. De cumulatieve financiering mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de steun uit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld. Bijdragen uit andere programma's van de Unie aan acties uit hoofde van dit instrument worden, in voorkomend geval, erkend in de werkprogramma's van de Commissie of in de nationale programma's en jaarlijkse prestatieverslagen. [Am. 117]

2.  Acties Operaties waaraan een Excellentiekeur is toegekend of die voldoen aan elk van de volgende, cumulatieve vergelijkbare voorwaarden: [Am. 118]

a)  zij zijn beoordeeld in verband met een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het instrument;

b)  zij voldoen aan de minimale kwaliteitseisen van die oproep tot het indienen van voorstellen;

c)  zij kunnen wegens budgettaire beperkingen wellicht niet worden gefinancierd in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen,

komen in aanmerking voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+ of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel 67, lid 5, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] en artikel 8 van Verordening (EU) .../... [financiering, beheer en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid] de structuurfondsen van de Unie, op voorwaarde dat dergelijke acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het desbetreffende programma. De regels van het fonds of instrument waaruit steun wordt verleend, zijn van toepassing. [Am. 119]

Afdeling 5

Toezicht, verslaglegging en evaluatie

Onderafdeling 1

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 25

Toezicht en verslaglegging

1.  Overeenkomstig haar verplichtingen inzake verslaglegging op grond van artikel 43 41, lid 3, onder h), punten i) en ii), van het Financieel Reglement verstrekt de Commissie in ieder geval jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties overeenkomstig bijlage V. [Am. 120]

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage V te wijzigen om de nodige aanpassingen aan te brengen in de informatie over de prestaties die aan het Europees Parlement en de Raad dient te worden verstrekt.

3.  De indicatoren voor de verslaglegging over de vorderingen van het instrument bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de onderhavige verordening zijn opgenomen in bijlage VIII. Voor de outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. De mijlpalen voor 2024 en de streefdoelen voor 2029 zijn cumulatief. Voor middelen in gedeeld beheer worden de gemeenschappelijke indicatoren gebruikt. Desgewenst worden de door de Commissie ontvangen gegevens over output- en resultaatindicatoren aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking gesteld. [Am. 121]

4.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie en (in voorkomend geval) de lidstaten.

5.  Teneinde te waarborgen dat effectief wordt beoordeeld in hoeverre het instrument zijn doelstellingen verwezenlijkt, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VIII te herzien en de indicatoren aan te vullen indien dit noodzakelijk is, alsmede om deze verordening aan te vullen met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie, onder meer met betrekking tot het verstrekken van informatie door de lidstaten.

5 bis.  Voor middelen in gedeeld beheer worden toezicht en verslaglegging gebaseerd op de in bijlage VI vermelde interventietypes. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen. [Am. 122]

5 ter.  De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan het toezicht op acties door, in of met betrekking tot derde landen, in overeenstemming met artikel 5 en de leden 10 en 11 van artikel 12. [Am. 123]

Artikel 26

Evaluatie

1.  De Uiterlijk 31 december 2024 presenteert de Commissie onderwerpt een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van deze verordening en de in het kader van dit instrument uitgevoerde acties aan een tussentijdse en een retrospectieve evaluatie . In de tussentijdse evaluatie worden de doeltreffendheid, efficiëntie, vereenvoudiging en flexibiliteit van het fonds beoordeeld. Meer in het bijzonder omvat het een beoordeling van: [Am. 124]

a)  de vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, rekening houdend met alle beschikbare relevante informatie, met name de jaarlijkse prestatieverslagen die zijn ingediend door de lidstaten op grond van artikel 30 en de output- en resultaatindicatoren als uiteengezet in bijlage VIII; [Am. 125]

b)  de toegevoegde waarde voor de Unie van acties en verrichtingen die in het kader van dit fonds zijn uitgevoerd; [Am. 126]

c)  de bijdrage van het instrument aan de aanpak van bestaande en nieuwe uitdagingen aan de buitengrenzen, aan de ontwikkeling van het gemeenschappelijk visumbeleid en het gebruik van het instrument om de in het kader van het Schengenevaluatiemechanisme en de kwetsbaarheidsbeoordeling vastgestelde tekortkomingen te verhelpen; [Am. 127]

d)  de blijvende relevantie en passendheid van de in bijlage II vermelde uitvoeringsmaatregelen en de in bijlage III vermelde acties; [Am. 128]

e)  de complementariteit en samenhang tussen de in het kader van dit instrument en door andere fondsen van de Unie ondersteunde acties. [Am. 129]

De tussentijdse herziening houdt rekening met retrospectieve evaluatieresultaten betreffende de langetermijneffecten van het vorige instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020. [Am. 130]

1 bis.  De Commissie verricht vóór 31 januari 2030 een retrospectieve evaluatie. De Commissie dient per diezelfde datum een evaluatieverslag in bij het Europees Parlement en de Raad. De retrospectieve evaluatie omvat een beoordeling van de in lid 1 genoemde elementen. In dat verband wordt het langetermijneffect van het instrument geëvalueerd om als input te kunnen dienen voor een besluit over een mogelijke verlenging of wijziging van een later fonds. [Am. 131]

2.  De tussentijdse en de retrospectieve evaluatie worden tijdig uitgevoerd zodat ze in het besluitvormingsproces kunnen worden meegenomen overeenkomstig het tijdschema zoals vastgesteld in artikel 40 14 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] deze verordening. [Am. 132]

2 bis.  In haar tussentijdse herziening en retrospectieve evaluatie besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan de evaluatie van acties door, in of met betrekking tot derde landen in overeenstemming met artikel 5 en artikel 12, lid 10 en 11. [Am. 133]

Onderafdeling 2

Bepalingen inzake gedeeld beheer

Artikel 27

Jaarlijkse prestatieverslagen

1.  De lidstaat dient lidstaten dienen uiterlijk op 15 februari 2023 en vervolgens uiterlijk op dezelfde dag van elk volgend jaar tot en met 2031 een jaarlijks prestatieverslag als bedoeld in artikel 36, lid 6, van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] bij de Commissie in. Het in 2023 ingediende verslag heeft betrekking op de uitvoering van het programma tot en met 30 juni 2022. De lidstaten publiceren deze verslagen op een speciale website en doen ze toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.De lidstaten publiceren deze verslagen op een speciale website en doen ze toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. [Am. 134]

2.  Het jaarlijks prestatieverslag bevat met name informatie over:

a)  de vorderingen bij de uitvoering van het programma en bij het bereiken van de mijlpalen en streefdoelen, rekening houdend met de meest recente cumulatieve gegevens, zoals vereist op grond van artikel 37 van Verordening (EU) .../... [GB-verordening] die bij de Commissie zijn ingediend; [Am. 135]

a bis)  een uitsplitsing van de jaarrekeningen van de nationale programma's in terugvorderingen, voorfinancieringen voor eindbegunstigden en daadwerkelijk gedane uitgaven; [Am. 136]

b)  kwesties die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de acties die zijn ondernomen om deze op te lossen, met inbegrip van door de Commissie afgegeven met redenen omklede adviezen met betrekking tot een inbreukprocedure als bedoeld in artikel 258 VWEU; [Am. 137]

c)  de complementariteit, coördinatie en samenhang tussen de in het kader van het instrument ondersteunde acties en de door andere fondsen van de Unie verleende ondersteuning, met name die de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie en anderen verleende ondersteuning in of met betrekking tot derde landen; [Am. 138]

d)  de bijdrage van het programma aan de tenuitvoerlegging van het acquis en de actieplannen van de Unie ter zake;

d bis)  naleving van de vereisten op het gebied van de grondrechten; [Am. 139]

e)  de uitvoering van acties op het gebied van communicatie en zichtbaarheid;

f)  de vervulling van de randvoorwaarden en de toepassing daarvan tijdens de gehele programmeringsperiode;

f bis)  de tenuitvoerlegging van de projecten in of met betrekking tot een derde land. [Am. 140]

3.  De Commissie kan opmerkingen maken over het jaarlijks prestatieverslag binnen twee maanden na ontvangst daarvan. Als de Commissie binnen die termijn geen opmerkingen maakt, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. Zodra ze zijn aanvaard, stelt de Commissie samenvattingen van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking aan het Europees Parlement en de Raad en publiceert zij deze samenvattingen van de jaarlijkse prestatieverslagen op een speciale website. [Am. 141]

4.  Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarbij het model voor het jaarlijks prestatieverslag wordt bepaald. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 28

Toezicht en verslaglegging

1.  Toezicht en verslaglegging overeenkomstig titel IV van Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] worden gebaseerd op de in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage VI vermelde interventietypes. Om onvoorziene of nieuwe omstandigheden te ondervangen of de doeltreffende aanwending van financiering te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VI.

2.  De gemeenschappelijke indicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel 12, lid 1, artikel 17 en artikel 37 van Verordening (EU) …/… [GB-verordening]. [Am. 142]

HOOFSTUK III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.  De bevoegdheid om de in de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend tot en met 31 december 2028. [Am. 143]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 144]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 zijn neergelegd.

5.  Wanneer de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 8, 12, 15, 25 en 28 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 145]

Artikel 30

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een coördinatiecomité voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het instrument voor grensbeheer en visa. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing,

3.  Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan. Dit geldt niet voor de uitvoeringshandeling bedoeld in artikel 27, lid 4. [Am. 146]

Artikel 31

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties in het kader van het instrument voor buitengrenzen en visa, dat als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020 is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014 en op die acties van toepassing blijft totdat zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het instrument kunnen ook kosten dekken voor technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang naar het instrument te waarborgen voor de maatregelen die zijn vastgesteld krachtens zijn voorganger, het instrument voor buitengrenzen en visa als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid voor de periode 2014-2020, als vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 515/2014.

Artikel 32

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Criteria voor de toewijzing van financiële middelen aan de programma’s in gedeeld beheer

1.  De beschikbare middelen bedoeld in artikel 10 worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  elke lidstaat ontvangt aan het begin van de programmeringsperiode eenmalig een vast bedrag van 5 000 000 EUR uit het instrument;

(b)  aan Litouwen wordt, aan het begin van de programmeringsperiode, eenmalig een bedrag van 157 200 000 EUR toegewezen voor de bijzondere doorreisregeling; en

(c)  de overige middelen bedoeld in artikel 10 worden verdeeld op basis van de volgende criteria:

30 % voor de landbuitengrenzen;

35 % voor de zeebuitengrenzen;

20 % voor de luchthavens;

15 % voor de consulaten.

2.  De middelen die krachtens punt 1, onder c), beschikbaar zijn voor landbuitengrenzen en zeebuitengrenzen, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  70 % voor de lengte van de landbuitengrenzen en zeebuitengrenzen, te berekenen op basis van wegingsfactoren voor elk specifiek segment zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1052/2013(55), vastgesteld overeenkomstig punt 11; en

(b)  30 % voor de werklast aan hun land- en zeebuitengrenzen, bepaald overeenkomstig punt 7, onder a).

3.  De in punt 2, onder a), bedoelde weging wordt bepaald door het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig punt 11.

4.  De uit hoofde van punt 1, onder c), beschikbare middelen voor luchthavens worden over de lidstaten verdeeld volgens de overeenkomstig lid 7, onder b), bepaalde werklast op hun luchthavens.

5.  De middelen die krachtens punt 1, onder c), beschikbaar zijn voor consulaten, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

(a)  50 % voor het aantal consulaten (met uitzondering van honoraire consulaten) van de lidstaten in de landen vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001(56), en

(b)  50 % voor de overeenkomstig punt 7, onder c), van deze bijlage bepaalde werklast in verband met het beheer van het visumbeleid bij de consulaten van de lidstaten in de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001 vermelde landen.

6.  Voor de verdeling van de middelen overeenkomstig punt 1, onder c), wordt onder “zeebuitengrens” verstaan: de uiterste grens van de territoriale wateren van de lidstaten als bepaald overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 16 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Indien evenwel regelmatig langeafstandsoperaties moeten worden uitgevoerd om irreguliere migratie of irreguliere binnenkomst te voorkomen, is de zeebuitengrens de uiterste grens van de gebieden met een grote dreiging. De definitie van “zeebuitengrens” wordt daarbij bepaald door rekening te houden met de operationele gegevens die de laatste twee jaar door de betrokken lidstaten zijn verstrekt. Deze definitie wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze verordening. [Am. 147. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

7.  Voor de initiële toewijzing van financiële middelen wordt de beoordeling van de werklast gebaseerd op de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Voor de tussentijdse evaluatie wordt de beoordeling van de werklast gebaseerd op de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn bij de tussentijdse evaluatie in 2024. De werklast wordt beoordeeld op basis van de volgende factoren:

(a)  aan de land- en zeebuitengrenzen:

(1)  70 60 % voor het aantal personen dat de buitengrens bij de aangewezen grensdoorlaatposten overschrijdt; [Am. 148]

(2)  30 20 % voor het aantal onderdanen van derde landen aan wie de toegang aan de buitengrens is geweigerd; [Am. 149]

(2 bis)  20 % voor het aantal personen dat tijdens de referentieperiode een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend of in een dergelijk verzoek als gezinslid is inbegrepen en wier aanvragen zijn verwerkt volgens de grensprocedure als bedoeld in artikel 43 van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad(57); [Am. 150]

(b)  op de luchthavens:

(1)  70 % voor het aantal personen dat de buitengrens bij de aangewezen grensdoorlaatposten overschrijdt;

(2)  30 % voor het aantal onderdanen van derde landen aan wie de toegang aan de buitengrens is geweigerd;

(c)  op de consulaten:

het aantal aanvragen voor een visum voor kort verblijf of een luchthaventransitvisum.

8.  De referentiecijfers voor het aantal consulaten als bedoeld in punt 5, onder a), wordt berekend overeenkomstig de informatie in bijlage 28 van Besluit C(2010) 1620 definitief van de Commissie van 19 maart 2010 tot vaststelling van een handleiding voor de behandeling van visumaanvragen en de wijziging van afgegeven visa.

Wanneer de lidstaten de betrokken statistieken niet hebben verstrekt, worden voor die lidstaten de meest recente beschikbare gegevens gebruikt. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn voor een lidstaat, of een lidstaat deze informatie twee achtereenvolgende jaren nalaat te leveren, is het referentiecijfer nul. [Am. 151]

9.  De referentiecijfers voor de werklast als bedoeld:

(a)  in punt 7, onder a), 1), en b), 1), zijn de meest recente statistieken die de lidstaten overeenkomstig het recht van de Unie hebben verstrekt;

(b)  in punt 7, onder a), 2), en b), 2), zijn de meest recente statistieken die de Commissie (Eurostat) heeft geproduceerd op basis van de overeenkomstig het recht van de Unie door de lidstaten verstrekte gegevens;

(c)  in punt 7, onder c), zijn de meest recente visumstatistieken die de Commissie overeenkomstig artikel 46 van de Visumcode heeft gepubliceerd(58).

(d)  Wanneer de lidstaten de betrokken statistieken niet hebben verstrekt, worden voor die lidstaten de meest recente beschikbare gegevens gebruikt. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn voor een lidstaat, of een lidstaat deze informatie twee achtereenvolgende jaren nalaat te leveren, is het referentiecijfer nul. [Am. 152]

10.  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap verstrekt de Commissie een verslag over de verdeling van de middelen over landbuitengrenzen, zeebuitengrenzen en luchthavens, zoals bedoeld in punt 1, onder c). De Commissie maakt het verslag openbaar. [Am. 153]

11.  Voor de initiële toewijzing wordt in het in punt 10 bedoelde verslag voor elk grenssegment het gemiddelde dreigingsniveau impactniveau vastgesteld op basis van de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Voor de tussentijdse evaluatie wordt in het in punt 10 bedoelde verslag voor elk grenssegment het gemiddelde dreigingsniveau impactniveau vastgesteld op basis van de meest recente gemiddelde cijfers over de voorgaande 36 maanden die beschikbaar zijn bij de tussentijdse evaluatie in 2024. Per segment worden de volgende specifieke wegingsfactoren bepaald overeenkomstig de in Verordening (EU) nr. 1052/2013 bedoelde dreigingsniveaus impactniveaus: [Am. 154]

(a)  factor 0,5 voor laag; [Am. 155. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(b)  factor 3 voor gemiddeld; [Am. 156. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(c)  factor 5 voor hoog. [Am. 157. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(d)  factor 8 voor ernstige dreiging. [Am. 158]

BIJLAGE II

Uitvoeringsmaatregelen

1.  Het instrument draagt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

(a)  het grenstoezicht overeenkomstig artikel 4, onder a), van Verordening (EU) 2016/1624 verbeteren door:

i.  versterken van de capaciteit voor de uitvoering van controles en bewaking aan de buitengrenzen, met inbegrip van maatregelen om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken en, waar passend, maatregelen op het gebied van voor het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals migrantensmokkel, mensenhandel en terrorisme, en maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen; [Am. 159]

ii.  ondersteunen van opsporing en redding bij het verrichten van grensbewaking op zee; [Am. 160]

iii.  uitvoeren van technische en operationele maatregelen in het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht, op voorwaarde dat die maatregelen geen risico voor het vrij verkeer inhouden; [Am. 161]

iv.  analyseren van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

v.  ondersteunen, binnen het toepassingsgebied van deze verordening, van de lidstaten die te maken hebben of kunnen krijgen met onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen van de EU met een in artikel 23 bedoelde noodsituatie worden geconfronteerd, onder meer door technische en operationele versterking, alsook door inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden; [Am. 162]

(b)  de Europese grens- en kustwacht verder ontwikkelen door middel ontwikkelen van gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en de coördinatie tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap met het oog op de verdere ontwikkeling van de Europese en Grens- en kustwacht; [Am. 163]

(c)  de samenwerking op nationaal niveau verbeteren tussen nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grenstoezicht of voor taken die aan de grens worden uitgevoerd, en op EU-niveau tussen de lidstaten onderling of tussen de lidstaten enerzijds en de relevante organen en instanties , bureaus of agentschappen van de Unie, dan wel derde landen agentschappen verantwoordelijk voor externe maatregelen anderzijds; [Am. 164]

(d)  de uniforme toepassing van het acquis van de Unie inzake de buitengrenzen waarborgen, onder meer door uitvoering te geven aan aanbevelingen van kwaliteitscontrolemechanismen zoals het Schengenevaluatiemechanisme overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013, kwetsbaarheidsbeoordelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1624 en nationale mechanismen voor kwaliteitscontrole;

(e)  grootschalige IT-systemen op het gebied van grensbeheer die reeds onder het Unierecht vallen, met inbegrip van de interoperabiliteit tussen die IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan, opzetten, doen functioneren en onderhouden, evenals acties om de gegevenskwaliteit en informatieverstrekking te verbeteren. [Am. 165]

(e bis)  vergroting van de capaciteit om bijstand te verlenen aan personen die op zee in nood verkeren, met name ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties; [Am. 166]

(e ter)  ondersteunen van opsporing en redding bij het verrichten van grensbewaking op zee; [Am. 167]

2.  Het instrument draagt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstelling vervat in artikel 3, lid 2, onder b), door zich te richten op de volgende uitvoeringsmaatregelen:

(a)  het verlenen van doelmatige en klantvriendelijke diensten aan visumaanvragers, met instandhouding van de veiligheid en integriteit van de visumprocedure, met bijzondere aandacht voor kwetsbare personen en kinderen; [Am. 168]

(a bis)  ondersteuning van de lidstaten bij de afgifte van visa, met inbegrip van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa; [Am. 169]

(b)  het waarborgen van de uniforme toepassing van het Unie-acquis inzake visa, met inbegrip van de verdere ontwikkeling en modernisering van het gemeenschappelijk visumbeleid;

(c)  het ontwikkelen van verschillende vormen van samenwerking tussen de lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen;

(d)  het opzetten updaten, doen werken en onderhouden van grootschalige IT-systemen op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid, met inbegrip van de interoperabiliteit tussen die IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan. [Am. 170]

BIJLAGE III

Reikwijdte van de steunverlening

1.  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), verleent het instrument met name steun voor:

(a)  (a) infrastructuur, gebouwen, systemen en diensten die nodig zijn bij grensdoorlaatposten, in hotspotgebieden en voor grensbewaking tussen grensdoorlaatposten voor het voorkomen en aanpakken van onrechtmatige grensoverschrijdingen, illegale irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit aan de buitengrenzen, alsook voor het waarborgen van de vlotte doorstroming van legitieme reizigers en het doeltreffende beheer van migratiestromen, met inbegrip van maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen, waarbij altijd een waardige behandeling van de betrokkenen gegarandeerd is; [Am. 171]

(b)  operationele uitrusting, waaronder vervoermiddelen, en communicatiesystemen die nodig zijn voor doeltreffend en veilig grenstoezicht, overeenkomstig de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ontwikkelde normen, voor zover dergelijke normen bestaan;

(c)  opleiding op het gebied van of ter bevordering van de ontwikkeling van Europees geïntegreerd grensbeheer, rekening houdend met operationele behoeften, en risicoanalyses en uitdagingen die in landspecifieke aanbevelingen zijn uiteengezet, dit alles met volledige inachtneming van de grondrechten; [Am. 172]

(d)  detachering van gezamenlijke verbindingsfunctionarissen in derde landen, in de zin van Verordening (EU) nr. .../... [nieuwe ILO-verordening](59) en detachering van grenswachters en andere relevante deskundigen naar lidstaten of vanuit een lidstaat naar een derde land, versterking van de samenwerking en de operationele capaciteit van netwerken van deskundigen of verbindingsfunctionarissen, alsook uitwisseling van beste praktijken en bevordering van de capaciteit van Europese netwerken voor de beoordeling, bevordering, ondersteuning en ontwikkeling van beleidsmaatregelen van de Unie; [Am. 173]

(e)  studies, proefprojecten en andere relevante acties gericht op de uitvoering of ontwikkeling van Europees geïntegreerd grensbeheer, waaronder maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht, zoals gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en coördinatie tussen het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten, evenals maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen; [Am. 174]

(f)  acties voor het ontwikkelen van innovatieve werkwijzen of het gebruiken van nieuwe technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, met name door de resultaten te gebruiken van veiligheidsonderzoeksprojecten, indien het Europees Grens- en kustwachtagentschap overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) 2016/1624 heeft vastgesteld dat een dergelijk gebruik bijdraagt tot de ontwikkeling van de operationele capaciteiten van de Europese grens- en kustwacht. Deze innovatieve werkwijzen en deze nieuwe technologieën nemen de grondrechten en het recht op de bescherming van persoonsgegevens volledig in acht; [Am. 175]

(g)  voorbereidende stappen, toezicht-, administratieve en technische activiteiten die vereist zijn voor de uitvoering van het buitengrenzenbeleid, onder meer ter versterking van de governance van de Schengenruimte door ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het evaluatiemechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis en de Schengengrenscode, met name dienstreisuitgaven voor deskundigen van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan bezoeken ter plaatse alsmede maatregelen om uitvoering te geven aan de aanbevelingen die zijn vastgesteld naar aanleiding van kwetsbaarheidsbeoordelingen die het Europees Grens- en kustwachtagentschap conform Verordening (EU) 2016/1624 verricht; [Am. 176]

(g bis)   acties voor de verbetering van de kwaliteit van in IT-systemen op het gebied van visa en grenzen opgeslagen gegevens, alsook van de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van gegevens in het kader van acties die binnen het toepassingsgebied van dit instrument vallen; [Am. 208]

(h)  identificatie, afname van vingerafdrukken, registratie, veiligheidscontroles, nabespreking, informatieverstrekking, medische en kwetsbaarheidsscreening en zo nodig medische zorg en verwijzing, waar passend, van onderdanen van derde landen naar de passende procedure asielprocedure aan de buitengrenzen, met name in hotspotgebieden; [Am. 177]

(i)  acties om het beleid inzake de buitengrens onder de aandacht te brengen van belanghebbenden en het algemene publiek, onder meer via institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;

(j)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren indicatoren met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel; [Am. 178]

(k)  operationele ondersteuning van de uitvoering van Europees geïntegreerd grensbeheer;

(k bis)  de uitwisseling van beste praktijken en deskundigheid, onder meer met betrekking tot de bescherming van de grondrechten in het kader van de verschillende onderdelen van de grenscontrole, met name wat betreft de identificatie, de onmiddellijke bijstand en de doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen; [Am. 179]

(k ter)  maatregelen voor de ontwikkeling en evaluatie van en het toezicht op beleid en procedures, met onder meer de toepassing van gemeenschappelijke statistische instrumenten, methoden en indicatoren voor het meten van vooruitgang en het beoordelen van beleidsontwikkelingen. [Am. 180]

2.  Binnen de specifieke doelstelling bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), ondersteunt het instrument met name:

(a)  infrastructuur en gebouwen voor de behandeling van visumaanvragen en consulaire samenwerking, waaronder veiligheidsmaatregelen, evenals andere acties gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening aan visumaanvragers;

(b)  operationele uitrusting en communicatiesystemen voor de behandeling van visumaanvragen en consulaire samenwerking;

(c)  opleiding van consulair en ander personeel dat bijdraagt aan het gemeenschappelijk visumbeleid en consulaire samenwerking, onder meer, waar passend, inzake de naleving van de grondrechten; [Am. 181]

(d)  uitwisseling van beste praktijken en deskundigen, waaronder de detachering van deskundigen, en bevordering van de capaciteit van Europese netwerken voor de beoordeling, bevordering, ondersteuning en verdere ontwikkeling van beleidsmaatregelen en doelstellingen van de Unie, onder meer ten behoeve van de bescherming van de grondrechten wat betreft de identificatie van, onmiddellijke bijstand aan en verwijzing naar diensten voor bescherming van kwetsbare personen; [Am. 182]

(e)  studies, proefprojecten en andere relevante acties, zoals acties ter verbetering van kennis door middel van analyse, toezicht en evaluatie;

(f)  acties voor de ontwikkeling van innovatieve methoden of het gebruik van technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van de resultaten van door de Unie gefinancierde onderzoeksprojecten;

(g)  voorbereidende stappen, toezicht-, administratieve en technische activiteiten, onder meer als bedoeld ter versterking van de governance van de Schengenruimte door ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het evaluatiemechanisme dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis, met inbegrip van dienstreisuitgaven voor deskundigen van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan bezoeken ter plaatse; [Am. 183]

(h)  activiteiten om het visumbeleid onder de aandacht te brengen van de belanghebbenden en het algemene publiek, onder meer via institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie;

(i)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel en het recht op de bescherming van persoonsgegevens; [Am. 184]

(j)  operationele ondersteuning van de uitvoering van het gemeenschappelijke visumbeleid. met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel; [Am. 185]

(j bis)  ondersteuning van de lidstaten bij de afgifte van visa, met inbegrip van visa met territoriaal beperkte geldigheid die zijn afgegeven op humanitaire gronden, om redenen van nationaal belang of vanwege internationale verplichtingen, alsook voor begunstigden van een hervestigings- of herplaatsingsprogramma van de Unie, en voor volledige naleving van het acquis van de Unie inzake visa. [Am. 186]

3.  Binnen de doelstelling bedoeld in artikel 3, lid 1, ondersteunt het instrument met name:

(a)  infrastructuur en gebouwen die nodig zijn voor het hosten van grootschalige IT-systemen en daarmee samenhangende componenten van communicatie-infrastructuur;

(b)  apparatuur en communicatiesystemen die nodig zijn voor de goede werking van grootschalige IT-systemen;

(c)  opleidings- en communicatie-activiteiten in verband met grootschalige IT-systemen;

(d)  ontwikkeling en upgrading van grootschalige IT-systemen;

(e)  studies, validering van concepten, proefprojecten en andere relevante acties in verband met de uitvoering van grootschalige IT-systemen, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan;

(f)  acties voor de ontwikkeling van innovatieve methoden of het gebruik van technologieën die ook toepasbaar kunnen zijn in andere lidstaten, in het bijzonder projecten voor het testen en valideren van de resultaten van door de Unie gefinancierde onderzoeksprojecten;

(g)  ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren voor grootschalige IT-systemen op het gebied van visa en grenzen, met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel en het recht op bescherming van persoonsgegevens; [Am. 187]

(g bis)  acties voor de verbetering van de gegevenskwaliteit en de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van hun persoonsgegevens; [Am. 188]

(h)  operationele steun voor de uitvoering van grootschalige IT-systemen.

BIJLAGE IV

Acties die overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 12, lid 14, in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage

(1)  Aankoop van operationele apparatuur door middel van regelingen voor gezamenlijke aanbesteding met het Europees Grens- en kustwachtagentschap, voor terbeschikkingstelling aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor activiteiten overeenkomstig artikel 39, lid 14, van Verordening (EU) 2016/1624.

(2)  Maatregelen ter ondersteuning van samenwerking tussen instanties van een lidstaat en een aangrenzend derde land waarmee de EU een land- of zeegrens deelt;

(3)  Verdere ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht door middel Ontwikkeling van gemeenschappelijke capaciteitsopbouw, gezamenlijke aanbesteding, vaststelling van gemeenschappelijke normen en andere maatregelen voor het stroomlijnen van de samenwerking en de coördinatie tussen de lidstaten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap, zoals uiteengezet in bijlage II, punt 1, onder b) met het oog op de verdere ontwikkeling van de Europese en Grens- en kustwacht. [Am. 189]

(4)  Gezamenlijke inzet van verbindingsfunctionarissen voor immigratie als bedoeld in bijlage III.

(5)  Maatregelen ter verbetering van de identificatie en bijstand van slachtoffers van mensenhandel en ter verbetering van grensoverschrijdende samenwerking bij de opsporing van mensenhandelaars in het kader van grenstoezicht, onder meer door de ontwikkeling en ondersteuning van beschermings- en doorverwijzingsmechanismen. [Am. 190]

(5 bis)  Ontwikkeling van geïntegreerde systemen voor kinderbescherming aan de buitengrenzen en van beleid voor migrerende kinderen in het algemeen, onder meer met behulp van voldoende opleiding van personeel en de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten. [Am. 191]

(6)  Maatregelen op het gebied van het inzetten, overdragen, testen en valideren van nieuwe methodes of technologie, waaronder proefprojecten en maatregelen inzake de follow-up van door de Unie gefinancierde projecten inzake veiligheidsonderzoek, als bedoeld in bijlage III ter verbetering van de kwaliteit van in IT-systemen op het gebied van visa en grenzen opgeslagen gegevens, alsook van de uitoefening van de rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van gegevens in het kader van acties die binnen het toepassingsgebied van dit instrument vallen. [Am. 209]

(6 bis)  Maatregelen gericht op de identificatie, onmiddellijke bijstand en doorverwijzing naar beschermingsdiensten voor kwetsbare personen. [Am. 193]

(7)  Maatregelen voor het opzetten en beheren van hotspotgebieden in lidstaten die te maken hebben of kunnen krijgen met uitzonderlijke, onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen.

(8)  Verdere ontwikkeling van vormen van samenwerking tussen de lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen, zoals uiteengezet in punt 2, onder c), van bijlage II.

(9)  Uitbreiding van de consulaire aanwezigheid of vertegenwoordiging van de lidstaten in landen waarvan de onderdanen visumplichtig zijn, met name als daar tot dusver geen enkele lidstaat aanwezig is.

BIJLAGE V

Prestatie-indicatoren bedoeld in artikel 25, lid 1

(a)  Specifieke doelstelling 1: ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 194. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(1)  aantal aan de buitengrenzen van de EU geconstateerde irreguliere grensoverschrijdingen a) tussen de grensdoorlaatposten; en b) bij de grensdoorlaatposten;

Bron: Europees Grens- en kustwachtagentschap

(2)  Aantal bij de grensdoorlaatposten ontdekte personen die frauduleuze reisdocumenten gebruiken

Bron: Europees Grens- en kustwachtagentschap

(2 bis)  Aantal personen dat bij de grensdoorlaatposten internationale bescherming heeft aangevraagd

Bron: Lidstaten [Am. 195]

(2 ter)  Aantal personen aan wie de toegang is geweigerd

Bron: Lidstaten [Am. 196]

(b)  Specifieke doelstelling 2: ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen veiligheidsrisico's te beperken: [Am. 197]

(1)  aantal personen die vervalste reisdocumenten gebruiken en die zijn ontdekt bij consulaten waarvoor steun uit het fonds wordt verleend.

Bron: lidstaten(60)

(1 bis)  Aantal personen dat bij consulaten van de lidstaten internationale bescherming heeft aangevraagd

Bron: Lidstaten [Am. 198]

(2)  Gemiddelde beslissingstermijn (en tendensen) in de visumprocedure

Bron: lidstaten(61)

BIJLAGE VI

Interventietypes

TABEL 1:   CODES VOOR DE DIMENSIE “INTERVENTIEGEBIED”

I.  Europees geïntegreerd grensbeheer

001

Grenscontroles

002

Grensbewaking – in de lucht inzetbare middelen

003

Grensbewaking – op het land inzetbare middelen

004

Grensbewaking – op zee inzetbare middelen

005

Grensbewaking — automatische grensbewakingssystemen

006

Grensbewaking — andere maatregelen

007

Technische en operationele maatregelen in het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht

008

Situationeel bewustzijn en uitwisseling van informatie

009

Risicoanalyse

010

Verwerking van gegevens en informatie

011

Hotspotgebieden

011 bis

Maatregelen in verband met de identificatie en doorverwijzing van kwetsbare personen [Am. 199]

011 ter

Maatregelen in verband met de identificatie en doorverwijzing van personen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen [Am. 200]

012

Ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht

013

Samenwerking tussen instanties – nationaal niveau

014

Samenwerking tussen instanties – niveau van de Europese Unie

015

Samenwerking tussen instanties – met derde landen

016

Inzet van gezamenlijke verbindingsfunctionarissen

017

Grootschalige IT-systemen – Eurodac voor grensbeheerdoeleinden

018

Grootschalige IT-systemen – Inreis-uitreissysteem (EES)

019

Grootschalige IT-systemen – Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)

020

Grootschalige IT-systemen – Schengeninformatiesysteem (SIS II)

021

Grootschalige IT-systemen – Interoperabiliteit

022

Operationele steun – Geïntegreerd grensbeheer

023

Operationele steun – Grootschalige IT-systemen voor grensbeheerdoeleinden

024

Operationele steun – Bijzondere doorreisregeling

II.  Gemeenschappelijk visumbeleid

001

Verbetering van de behandeling van visumaanvragen

002

Verbetering van de doeltreffendheid, de klantvriendelijkheid en de veiligheid op de consulaten

003

Documentenbeveiliging/documentenadviseurs

004

Consulaire samenwerking

005

Consulaire vertegenwoordiging

006

Grootschalige IT-systemen – Visuminformatiesysteem (VIS)

007

Overige IT-systemen voor de behandeling van visumaanvragen

008

Operationele steun — Gemeenschappelijk visumbeleid

009

Operationele steun – Grootschalige IT-systemen voor de behandeling van visumaanvragen

010

Operationele steun – Bijzondere doorreisregeling

010 bis

Afgifte van humanitaire visa [Am. 201]

 

III.  Technische bijstand

001

Informatie en communicatie

002

Voorbereiding, uitvoering, toezicht en controle

003

Evaluatie en studies, gegevensverzameling

003 bis

Gegevenskwaliteit en rechten van betrokkenen op informatie, toegang tot, en correctie, verwijdering en beperking van de verwerking van hun persoonsgegevens [Am. 202]

004

Capaciteitsopbouw

TABEL 2:   CODES VOOR DE DIMENSIE “ACTIETYPE”

001

infrastructuur en gebouwen

002

vervoermiddelen

003

overige operationele apparatuur

004

communicatiesystemen

005

IT-systemen

006

opleiding

007

uitwisseling van beste praktijken – tussen de lidstaten

008

uitwisseling van beste praktijken – met derde lidstaten

009

inzet van deskundigen

010

studies, validering van concepten, proefprojecten en gelijkaardige acties

011

communicatieactiviteiten

012

ontwikkeling van statistische instrumenten, methoden en indicatoren

013

benutting of andere follow-up van onderzoeksprojecten

TABEL 3:   CODES VOOR DE DIMENSIE “UITVOERINGSVORMEN”

001

Specifieke actie

002

Noodhulp

003

Acties opgenomen in bijlage IV

004

Uitvoering van aanbevelingen uit Schengenevaluaties

005

Uitvoering van aanbevelingen uit kwetsbaarheidsbeoordelingen

006

Samenwerking met derde landen

007

Acties in derde landen

BIJLAGE VII

Acties die in aanmerking komen voor operationele steun

(a)  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder a), dekt operationele steun de volgende kosten, mits het Europees Grens- en kustwachtagentschap deze niet dekt in het kader zijn operationele activiteiten:

(1)  personeelskosten;

(2)  kosten voor onderhoud of herstel van uitrusting en infrastructuur;

(3)  kosten voor diensten, ook in hotspotgebieden binnen het toepassingsgebied van deze verordening; [Am. 203]

(4)  beheerskosten in verband met operaties.

Een ontvangende lidstaat in de zin van artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 kan operationele steun gebruiken voor het dekken van zijn eigen beheerskosten in verband met zijn deelname aan de binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende operationele activiteiten van artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 of in verband met zijn nationale grenscontroleactiviteiten.

(b)  Binnen de specifieke doelstelling van artikel 3, lid 2, onder b), dekt operationele steun:

(1)  personeelskosten, met inbegrip van opleidingskosten;

(2)  kosten voor diensten;

(3)  kosten voor onderhoud of herstel van uitrusting en infrastructuur;

(4)  kosten in verband met onroerend goed, inclusief huur en afschrijving.

(c)  Binnen de specifieke beleidsdoelstelling van artikel 3, lid 1, dekt operationele steun:

(1)  personeelskosten, met inbegrip van opleidingskosten;

(2)  kosten in verband met operationeel beheer en onderhoud van grootschalige IT-systemen en de communicatie-infrastructuur daarvan, met inbegrip van de interoperabiliteit van die systemen en de huur van beveiligde ruimte.

(d)  Naast het bovenstaande wordt er overeenkomstig artikel 16, lid 1, operationele steun verleend in het kader van het programma voor Litouwen.

BIJLAGE VIII

Output- en resultaatindicatoren bedoeld in artikel 25, lid 3

(a)  Specifieke doelstelling 1: ondersteunen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer door de Europese grens- en kustwacht, als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor grensbeheer, teneinde legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken, irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen en migratiestromen doeltreffend te beheren; [Am. 204. Niet van toepassing op de Nederlandse versie]

(1)  grenscontrole-infrastructuur, vervoermiddelen en andere met dit instrument gefinancierde stukken uitrusting:

–  aantal nieuw aangelegde of geüpgradede grensdoorlaatposten op het totale aantal nieuw aangelegde of geüpgradede grensdoorlaatposten in de betrokken lidstaat;

–  aantal automatische grenscontrolepoorten;

–  aantal middelen voor luchtvervoer;

–  aantal middelen voor zeevervoer;

–  aantal middelen voor landvervoer;

–  aantal stukken uitrusting dat ter beschikking wordt gesteld van het Europees Grens- en kustwachtagentschap;

–  aantal overige stukken uitrusting, waaronder het aantal stukken uitrusting voor het opzetten, upgraden of onderhouden van hotspotgebieden voor de toepassing van deze verordening;

–  aantal door het instrument gesteunde stukken uitrusting voor meerdere doeleinden.

(2)  Aantal gespecialiseerde posten in derde landen die worden gesteund door het instrument

–  gezamenlijke verbindingsfunctionarissen als bedoeld in bijlage III;

–  overige gespecialiseerde posten in verband met grensbeheer.

(3)  Aantal projecten of stromen voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten en het Europees Grens- en kustwachtagentschap die met steun van het instrument in de lidstaten zijn opgezet om bij te dragen tot de ontwikkeling van de Europese grens- en kustwacht.

(4)  Aantal met steun van het instrument aangekochte en bij de operationele activiteiten van het Europees Grens- en kustwachtagentschap gebruikte stukken uitrusting op het totale aantal stukken uitrusting dat is geregistreerd in de pool van technische uitrusting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

(5)  Aantal met steun van het instrument opgezette projecten of stromen voor samenwerking tussen nationale agentschappen en het nationale coördinatiecentrum van Eurosur (NCC).

(6)  Aantal personeelsleden dat met steun van het instrument is opgeleid inzake aspecten die verband houden met geïntegreerd grensbeheer.

(7)  Aantal IT-functies dat, onder meer omwille van interoperabiliteit, is ontwikkeld, uitgevoerd, onderhouden of geüpgraded met steun van het instrument:

–  SIS II;

–  ETIAS;

–  EES;

–  VIS voor grensbeheerdoeleinden;

–  Eurodac voor grensbeheerdoeleinden;

–  Aantal met steun van het instrument gefinancierde verbindingen van IT-systemen met het Europees zoekportaal;

–  andere grootschalige IT-systemen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(8)  Aantal aanbevelingen uit Schengenevaluaties op het gebied van grenzen en uit kwetsbaarheidsbeoordelingen, waaraan met steun van het instrument uitvoering is gegeven, op het totale aantal aanbevelingen met financiële gevolgen.

(b)  Specifieke doelstelling 2: Ondersteunen van het gemeenschappelijk visumbeleid om te zorgen voor een meer geharmoniseerde aanpak onder de lidstaten met betrekking tot de afgifte van visa, om legaal reizen te vergemakkelijken en risico’s uit migratie- en veiligheidsoogpunt te voorkomen: veiligheidsrisico's te beperken. [Am. 205]

(1)  Aantal consulaten buiten het Schengengebied dat is opgezet of geüpgraded met steun van het instrument, op het totale aantal opgezette of geüpgradede consulaten van de lidstaat buiten het Schengengebied.

(2)  Aantal met steun van het instrument opgeleide personeelsleden en aantal opleidingen met betrekking tot aspecten die verband houden met het gemeenschappelijk visumbeleid

(3)  Aantal IT-functies dat, onder meer omwille van interoperabiliteit, is ontwikkeld, uitgevoerd, onderhouden of geüpgraded met steun van het instrument:

–  VIS;

–  EES;

–  andere grootschalige IT-systemen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(4)  Aantal met steun van het instrument opgezette en geüpgradede vormen van samenwerking tussen lidstaten bij de behandeling van visumaanvragen:

–  colocatie;

–  gemeenschappelijke aanvraagcentra,

–  vertegenwoordigingen,

–  andere.

(5)  Aantal met steun van het instrument uitgevoerde aanbevelingen uit Schengenevaluaties op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid, op het totale aantal aanbevelingen met financiële gevolgen.

(6)  aantal landen waarvan de ingezetenen visumplichtig zijn en waar het aantal aanwezige of vertegenwoordigde lidstaten met steun van het instrument is toegenomen.

(1) Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
(2)PB C  van , blz. .
(3)PB C  van , blz. .
(4) Standpunt van het Europees Parlement van 13 maart 2019.
(5) Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
(6)COM(2015)0240 van 13 mei 2015.
(7)http://www.consilium.europa.eu/nl/ress/press-releases/2016/12/15/euco-conclusions-final/
(8)Conclusies van de Europese Raad, 22-23 juni 2017.
(9)COM(2017)0794.
(10) Verklaring van de Commissie van 29 april 2017 over het beheer van personenstromen op de grens tussen Slovenië en Kroatië.
(11) Aanbeveling van de Commissie (EU) 2017/1804 van 3 oktober 2017 over de uitvoering van de bepalingen van de Schengengrenscode inzake de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen in het Schengengebied (PB L 259 van 7.10.2017, blz. 25).
(12)Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143).
(13)PB L […], […], blz. […].
(14)PB L […], […], blz. […].
(15)PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22.
(16)Verordening (EU) 2017/2226 van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20).
(17)Verordening (EG) nr. 767/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).
(18)COM(2016)0731 van 16 november 2016.
(19)COM(2016)0272 van 4 mei 2016.
(20)COM(2016)0881, COM(2016)0882 en COM(2016)0883 van 21 december 2016.
(21)COM(2017)0344 van 29 juni 2017.
(22)COM(2017)0794 van 12 december 2017.
(23)EUCO 22/15 CO EUR 8 CONCL 3.
(24)Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).
(25)PB L 236 van 23.9.2003, blz. 946.
(26)Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visuminstructie en het Gemeenschappelijk Handboek (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8).
(27)Verordening (EG) nr. 694/2003 van de Raad van 14 april 2003 betreffende uniforme modellen voor een doorreisfaciliteringsdocument (FTD) en een doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) in de zin van Verordening (EG) nr. 693/2003 (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 15).
(28)PB L […], […], blz. […].
(29)Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).
(30)Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).
(31)Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).
(32)PB C  van , blz. .
(33)PB C  van , blz. .
(34)PB C […] van […], blz. […].
(35)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(36)Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(37)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(38)Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(39)Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(40)Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie ("LGO-besluit") (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(41)Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
(42)PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(43)PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(44)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(45)Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(46)PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(47)Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(48)PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(49)Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).
(50)Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(51)PB L […], […], blz. […].
(52)PB L […], […], blz. […].
(53)Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).
(54) Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90).
(55)Verordening (EU) nr. 1052/2013 van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).
(56)Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1).
(57) Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).
(58)Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).
(59)PB L […], […], blz. […].
(60)Gegevens voor deze indicator worden door de lidstaten verzameld via het Visuminformatiesysteem (VIS) en kunnen in de toekomst door de Commissie worden geraadpleegd voor verslaglegging en statistische doeleinden, gedurende de onderhandelingen over het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ (COM(2018) 302 final van 16.5.2018).
(61)Idem.


Fonds voor interne veiligheid ***I
PDF 339kWORD 95k
Resolutie
Geconsolideerde tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid (COM(2018)0472 – C8-0267/2018 – 2018/0250(COD))
P8_TA(2019)0177A8-0115/2019

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0472),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 82, lid 1, artikel 84 en artikel 87, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, uit hoofde waarvan de Commissie het voorstel heeft ingediend bij het Parlement (C8-0267/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0115/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid

P8_TC1-COD(2018)0250


HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, artikel 84 en artikel 87, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het waarborgen van Hoewel de interne nationale veiligheid is een een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten blijft, vereist de bescherming ervan samenwerking en coördinatie op het niveau van de Unie. Interne veiligheid is een gezamenlijke taak gemeenschappelijke opgave waaraan de EU-instellingen, de ter zake relevante agentschappen van de Unie en de lidstaten, met hulp van de privésector en het maatschappelijk middenveld, samen een bijdrage dienen te leveren. In de Europese veiligheidsagenda van april 2015(4) hebben de Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement gemeenschappelijke prioriteiten voor de periode 2015-2020 vastgesteld, die door de Raad zijn bevestigd in de vernieuwde interneveiligheidsstrategie van juni 2015(5) en door het Europees Parlement in zijn resolutie van juli 2015(6). Deze gezamenlijke strategie had als doel om voor de periode 2015-2020 het strategisch kader voor de werkzaamheden op het gebied van interne veiligheid op EU-niveau te bepalen en de voornaamste actieprioriteiten vast te stellen om een doeltreffende respons van de Unie op de veiligheidsdreigingen te waarborgen, met name op het gebied van het bestrijden van terrorisme, het voorkomen van radicalisering , met name op het gebied van het voorkomen en bestrijden van terrorisme en het voorkomen van radicalisering, met inbegrip van onlineradicalisering, en gewelddadig extremisme, onverdraagzaamheid en discriminatie, het ontwrichten van georganiseerde criminaliteit en de strijd tegen cybercriminaliteit. [Am. 1]

(2)  De leiders van 27 lidstaten, de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie hebben in de op 25 september maart 2017 ondertekende Verklaring van Rome hun verbintenis bevestigd een Unie te bouwen die veilig en zeker is, een Unie waar alle burgers zich veilig voelen en zich vrij kunnen bewegen, een Unie waarvan de buitengrenzen beveiligd zijn, een Unie met een efficiënt, verantwoord en duurzaam migratiebeleid met eerbied voor de internationale normen, een Europa dat vastbesloten is het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit te bestrijden. [Am. 2]

(3)  De Europese Raad heeft op 15 december 2016 gevraagd om te blijven werken aan de interoperabiliteit van informatiesystemen en databanken. De Europese Raad heeft op 23 juni 2017 onderstreept dat de interoperabiliteit tussen databanken moet worden verbeterd, en de Commissie heeft op 12 december 2017 een voorstel aangenomen voor een verordening tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU (politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie)(7).

(4)  Het doel van de Unie om een hoog niveau van veiligheid binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te verzekeren op grond van artikel 67, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet onder meer worden bereikt door maatregelen ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit alsmede door maatregelen inzake coördinatie en samenwerking tussen de rechtshandhavingsautoriteiten en andere nationale autoriteiten van de lidstaten, onder meer met relevante agentschappen van de Unie en andere relevante organen van de Unie, en met relevante derde landen en internationale organisaties.

(5)  Om dit doel te bereiken moeten op het niveau van de Unie acties worden ondernomen om mensen, openbare ruimten en goederen kritieke infrastructuur te beschermen tegen de steeds grensoverschrijdender wordende dreigingen en om de door de bevoegde instanties van de lidstaten uitgevoerde werkzaamheden te ondersteunen. Onder andere terrorisme, zware en georganiseerde criminaliteit, "rondtrekkende" criminaliteit, drugshandel drugs- en wapenhandel, corruptie, het witwassen van geld, cybercriminaliteit, mensenhandel en wapenhandel seksuele uitbuiting, waaronder van kinderen, hybride dreigingen en chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen en mensenhandel zullen de interne veiligheid en de interne markt van de Unie op de proef blijven stellen. [Am. 3]

(5 bis)  Het fonds moet financiële steun verlenen om het hoofd te bieden aan de nieuwe uitdagingen die gepaard gaan met de aanzienlijke toename van bepaalde soorten misdrijven, zoals betalingsfraude, seksuele uitbuiting van kinderen en wapenhandel, die de jongste jaren via internet worden gepleegd ("gedigitaliseerde criminaliteit"). [Am. 4]

(6)  De financiering uit de begroting van de Unie dient te worden geconcentreerd op activiteiten waarbij optreden van de Unie voor een meerwaarde kan zorgen ten opzichte van optreden door de lidstaten alleen. Overeenkomstig artikel 84 en artikel 87, lid 2, VWEU moet de financiering dienen voor maatregelen ter stimulering en ondersteuning van het optreden van de lidstaten op het gebied van misdaadpreventie, gemeenschappelijke opleidingen en politiële en justitiële samenwerking waarbij alle bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de agentschappen van de Unie betrokken zijn, met name met betrekking tot de uitwisseling van informatie, betere operationele samenwerking en ondersteuning van inspanningen om de capaciteiten voor het bestrijden en voorkomen van criminaliteit te versterken. De steun uit het fonds mag niet worden gebruikt ter dekking van exploitatiekosten en activiteiten die verband houden met de essentiële taken van de lidstaten op het gebied van de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse en de nationale veiligheid, zoals bedoeld in artikel 72 VWEU. [Am. 5]

(7)  Om het Schengenacquis en het volledige internemarktgebied van de Unie te behouden en de werking ervan te versterken, zijn de lidstaten er met ingang van 6 april 2017 toe verplicht om EU-burgers die de buitengrenzen van de EU overschrijden, systematisch te controleren aan de hand van relevante databanken. Voorts heeft de Commissie een aanbeveling tot de lidstaten gericht opdat deze beter gebruik zouden maken van politiecontroles en grensoverschrijdende samenwerking. Solidariteit tussen de lidstaten, duidelijkheid over de taakverdeling, eerbiediging van de grondrechten en fundamentele vrijheden en de rechtsstaat alsook een sterke nadruk op het mondiale perspectief en op de noodzakelijke samenhang met de externe dimensie van veiligheid moeten de kernbeginselen zijn waardoor de Unie en de lidstaten zich laten leiden bij het ontwikkelen van een echte en doeltreffende veiligheidsunie. [Am. 6]

(8)  Om de lidstaten in staat te stellen bij te dragen aan de ontwikkeling en uitvoering van een echte en doeltreffende veiligheidsunie die een hoog niveau van interne veiligheid in de gehele Europese Unie moet waarborgen, dient de Unie adequate financiële steun aan de lidstaten te verlenen door een Fonds voor interne veiligheid (hierna "het fonds" genoemd) op te richten en te beheren.

(9)  Het fonds dient te worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de waarden die zijn neergelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), van de rechten en beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsook van de internationale verplichtingen van de Unie op het gebied van de mensenrechten. Met deze verordening wordt met name gestreefd naar een volledige eerbiediging van de grondrechten, zoals het recht op menselijke waardigheid, het recht op leven, het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, het recht op bescherming van persoonsgegevens, de rechten van het kind en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte. Zij is bovendien gericht op de bevordering van de toepassing van het beginsel van non-discriminatie. [Am. 7]

(10)  Op grond van artikel 3 VEU moet het fonds ondersteuning bieden aan activiteiten die de bescherming van kinderen tegen geweld, misbruik, uitbuiting en verwaarlozing waarborgen. Het fonds moet ook waarborgen voor en hulp aan kindgetuigen en -slachtoffers ondersteunen, met name aan onbegeleide kinderen of kinderen die anderszins toezicht behoeven.

(10 bis)  De bewustmaking van rechtshandhavingspersoneel omtrent kwesties die verband houden met alle vormen van racisme, waaronder antisemitisme en zigeunervijandigheid, is een belangrijke succesfactor voor de interne veiligheid. Bewustmakingscursussen en opleidingsmaatregelen voor rechtshandhavers moeten derhalve worden opgenomen in het toepassingsgebied van het fonds, teneinde capaciteiten voor de opbouw van vertrouwen op lokaal niveau uit te breiden. [Am. 8]

(11)  In overeenstemming met de gezamenlijke prioriteiten die op het niveau van de Unie zijn vastgesteld om een hoog niveau van veiligheid in de Unie te waarborgen, moet het fonds steun verlenen voor acties die gericht zijn tegen de belangrijkste veiligheidsdreigingen, en in het bijzonder tegen het voorkomen en bestrijden van terrorisme en gewelddadig extremisme, met inbegrip van radicalisering, onverdraagzaamheid en discriminatie, zware en georganiseerde criminaliteit, en cybercriminaliteit, en die tot doel hebben bijstand en bescherming te verlenen aan slachtoffers van misdrijven en kritieke infrastructuur te beschermen. Met het oog op de totstandbrenging van een echte veiligheidsunie zal het fonds er ook voor zorgen dat de Unie en haar lidstaten goed toegerust zijn om het hoofd te bieden aan veranderende en opkomende dreigingen, bijvoorbeeld illegale handel, onder andere via onlinekanalen, hybride dreigingen en chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen. Hiertoe moet financiële steun worden verleend om de informatie-uitwisseling, de operationele samenwerking en de nationale en collectieve capaciteiten te verbeteren. [Am. 9]

(12)  De financiële steun die binnen het brede kader van het fonds wordt verleend, dient met name ter ondersteuning van de uitwisseling van en toegang tot informatie, alsook de justitiële en politiële samenwerking en preventie op het gebied van zware en georganiseerde criminaliteit, illegale wapenhandel, corruptie, het witwassen van geld, drugshandel, milieucriminaliteit, uitwisseling van en toegang tot informatie, terrorisme, mensenhandel, het uitbuiten van vluchtelingen en irreguliere immigratie migranten, ernstige arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, waaronder van kinderen en vrouwen, de verspreiding van afbeeldingen van kindermisbruik en kinderporno, en cybercriminaliteit. Het fonds moet ook voorzien in ondersteuning voor het beschermen van mensen, openbare ruimten en kritieke infrastructuur tegen veiligheidsgerelateerde incidenten en voor het doeltreffend beheren van veiligheidsgerelateerde risico's en crisissen, onder meer via gemeenschappelijke opleidingen, de ontwikkeling van gemeenschappelijk beleid (strategieën, beleidscycli, programma's en actieplannen), wetgeving en praktische samenwerking. [Am. 10]

(12 bis)  Het fonds moet rechtshandhavingsautoriteiten bijstand verlenen, ongeacht hun organisatiestructuur naar nationaal recht. Daarom moeten acties waarbij met interne veiligheidstaken belaste strijdkrachten betrokken zijn, ook voor steun uit het fonds in aanmerking komen, voor zover dergelijke acties bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het fonds. In noodsituaties en om ernstige risico's voor de openbare veiligheid aan te pakken en te voorkomen, ook in de nasleep van een terroristische aanslag, moeten acties van strijdkrachten op het grondgebied van de lidstaat in aanmerking komen voor steun uit het fonds. Vredeshandhavings- of defensieacties buiten het grondgebied van de lidstaat mogen in geen geval in aanmerking komen voor bijstand uit het fonds. [Am. 11]

(13)  Het fonds moet voortbouwen op de resultaten en investeringen van zijn voorgangers (het ISEC-programma "Preventie en bestrijding van criminaliteit" en het CIPS-programma "Terrorisme en andere aan veiligheid gerelateerde risico's: preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen" uit de periode 2007-2013, en het instrument voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer – dat voor de periode 2014-2020 is opgericht bij Verordening (EU) nr. 513/2014 van het Europees Parlement en de Raad(8) als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid) en moet worden uitgebreid om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen.

(14)  Het effect van financiering door de Unie moet worden gemaximaliseerd door publieke en de private financiële middelen in te zetten, te bundelen en als hefboom te laten fungeren. Het fonds moet het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties, alsook het Europese bedrijfsleven aanzetten en stimuleren tot een actieve en zinvolle deelname aan en betrokkenheid bij de ontwikkeling en de uitvoering van het veiligheidsbeleid, met name op het vlak van cyberveiligheid; hierbij kunnen, afhankelijk van de doelstelling van het fonds, in voorkomend geval ook nog andere relevante actoren, agentschappen en andere organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties worden betrokken. Er moet echter voor worden gezorgd dat de steun uit het fonds niet wordt gebruikt om wettelijke of openbare taken aan particuliere actoren te delegeren.. [Am. 12]

(15)  Binnen het brede kader van de drugsbestrijdingsstrategie van de Unie waarin wordt gepleit voor een evenwichtige benadering gebaseerd op een gelijktijdige reductie van vraag en aanbod, moet de financiële steun die in het kader van het fonds wordt verleend, alle acties ondersteunen die zijn gericht op preventie en bestrijding van drugshandel (reductie van vraag en aanbod), en in het bijzonder maatregelen tegen het produceren, vervaardigen, extraheren, verkopen, vervoeren en in- en uitvoeren van illegale drugs, met inbegrip van het bezit en de aanschaf met het oog op drugshandelgerelateerde activiteiten. Wat het drugsbeleid betreft, moet met name preventie aan bod komen in het fonds. Met het oog op verdere synergieën en duidelijkheid in dit verband moeten deze elementen van de doelstellingen op drugsgebied – die in de periode 2014-2020 onder het programma Justitie vielen – in het fonds worden geïntegreerd.

(16)  Om ervoor te zorgen dat het fonds een doeltreffende bijdrage levert aan een hoog niveau van interne veiligheid in de gehele Europese Unie en aan de ontwikkeling van een echte veiligheidsunie, moet het fonds worden gebruikt op een manier die een maximale Europese toegevoegde waarde toevoegt aan heeft voor het optreden van de lidstaten. [Am. 13]

(17)  In het belang van de solidariteit binnen de Unie, en in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de Unie, moeten lidstaten waar tekortkomingen of risico's worden vastgesteld, met name naar aanleiding van een Schengenevaluatie, de betrokken kwesties adequaat aanpakken door de in hun programma beschikbare middelen te gebruiken om uitvoering te geven aan op grond van Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad(9) vastgestelde aanbevelingen.

(18)  Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat de prioriteiten van hun programma's gericht zijn op bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het fonds, dat de gekozen prioriteiten in overeenstemming zijn met de uitvoeringsmaatregelen als vastgesteld in bijlage II artikel 3 bis, en dat de verdeling van middelen over de doelstellingen in verhouding staat tot de uitdagingen en behoeften en waarborgt dat de algemene beleidsdoelstelling kan worden bereikt. [Am. 14]

(19)  Er moet worden gestreefd naar een synergetische, consistente en doelmatige band met andere EU-fondsen, en overlapping tussen de acties moet worden vermeden.

(20)  Er moet worden toegezien op de samenhang en complementariteit van het fonds met andere financieringsprogramma's van de Unie op het gebied van veiligheid. Er wordt met name gestreefd naar gezorgd voor synergieën met het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (bestaande uit het bij Verordening (EU) X opgerichte instrument voor grensbeheer en visa en het bij Verordening (EU) X opgerichte instrument voor douanecontroleapparatuur), de andere fondsen van het cohesiebeleid die onder Verordening (EU) X ( [GB-verordening] vallen, het onderdeel veiligheidsonderzoek van het bij Verordening (EU) X ingestelde programma Horizon Europa, het bij Verordening (EU) X ingestelde programma Rechten en waarden, het bij Verordening (EU) X ingestelde programma Justitie, het bij Verordening (EU) X ingestelde programma Digitaal Europa en het bij Verordening (EU) X ingestelde InvestEU-programma. Er moet met name worden gestreefd naar synergieën op het gebied van de beveiliging van infrastructuur en openbare ruimten, cyberveiligheid, de bescherming van slachtoffers en de preventie van gewelddadig extremisme, met inbegrip van radicalisering. Doeltreffende coördinatiemechanismen zijn van essentieel belang om beleidsdoelstellingen met maximale doeltreffendheid te verwezenlijken, schaalvoordelen te benutten en overlapping tussen acties te voorkomen. [Am. 15]

(21)  De in het kader van het fonds gesteunde maatregelen in of met betrekking tot derde landen dienen te worden genomen in volledige synergie, samenhang en complementariteit met andere acties buiten de Unie die door de externe financieringsinstrumenten van de Unie worden ondersteund. In het bijzonder dient bij de uitvoering van dergelijke acties te worden gestreefd naar volledige samenhang met de beginselen en de algemene doelstellingen van het externe optreden, en het buitenlands beleid van de Unie en het beleid voor ontwikkelingshulp ten aanzien van het land of de regio in kwestie. Met betrekking tot de externe dimensie moet het fonds de samenwerking met derde landen versterken op terreinen die van belang zijn voor de interne veiligheid van de Unie, zoals de bestrijding van terrorisme en radicalisering, de samenwerking met rechtshandhavingsautoriteiten van derde landen in de strijd tegen terrorisme (onder meer via detachering en gezamenlijke onderzoeksteams), illegale handel in met name wapens, drugs, bedreigde soorten en cultuurgoederen, zware en georganiseerde criminaliteit en corruptie, mensenhandel en migrantensmokkel. [Am. 16]

(22)  Financiering uit de begroting van de Unie dient te worden geconcentreerd op activiteiten waarbij het optreden van de Unie voor een meerwaarde kan zorgen ten opzichte van acties door de lidstaten alleen. Aangezien veiligheid een intrinsiek grensoverschrijdende dimensie heeft, is een krachtige, gecoördineerde respons van de Unie noodzakelijk. De uit hoofde van deze verordening verleende financiële steun strekt dan ook met name tot het versterken van de nationale en Europese capaciteiten op het gebied van veiligheid.

(23)  Een lidstaat kan worden geacht niet aan het relevante acquis van de Unie te voldoen, ook wat betreft het gebruik van operationele steun uit hoofde van dit fonds, als hij zijn verplichtingen op grond van de Verdragen op het gebied van veiligheid niet is nagekomen, als er een duidelijk risico bestaat dat hij bij het uitvoeren van het acquis inzake veiligheid een waarde van de Unie ernstig schendt of als in een evaluatieverslag in het kader van het Schengenmechanisme voor evaluatie en toezicht tekortkomingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld.

(23 bis)  Zodra in een lidstaat sprake blijkt te zijn van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat, dient de Unie op grond van Verordening (EU) X van het Europees Parlement en de Raad(10) maatregelen te nemen om de begroting te beschermen. Verordening (EU) X moet van toepassing zijn op het fonds. [Am. 17]

(24)  Dit fonds dient de behoefte aan meer flexibiliteit en vereenvoudiging te weerspiegelen, zonder dat daarbij de vereisten op het gebied van voorspelbaarheid uit het oog worden verloren, en dient, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, ervoor te zorgen dat de middelen eerlijk en transparant worden verdeeld. Bij de uitvoering van het fonds moeten de beginselen van doelmatigheid, doeltreffendheid en kwaliteit van de bestedingen richtinggevend zijn. Bovendien moet de uitvoering van het fonds zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn. [Am. 18]

(25)  In deze verordening moeten de initiële, voor de lidstaten bestemde bedragen worden vastgesteld, berekend op basis van de criteria in bijlage I.

(26)  Deze initiële bedragen moeten de grondslag vormen voor langetermijninvesteringen van de lidstaten op het gebied van veiligheid. Om rekening te houden met veranderingen in de interne en externe veiligheidsdreigingen of in de uitgangssituatie, moet tussentijds een aanvullend bedrag aan de lidstaten worden toegekend, dat wordt gebaseerd op de laatste beschikbare statistische gegevens, zoals uiteengezet in de verdeelsleutel, rekening houdend met de stand van uitvoering van het programma. [Am. 19]

(26 bis)  De kritieke infrastructuur die de lidstaten moeten beschermen, moet worden weerspiegeld in de verdeling van de beschikbare middelen van het fonds. [Am. 20]

(27)  Omdat uitdagingen op het gebied van veiligheid voortdurend veranderen, moet de toewijzing van de financiële middelen aan de veranderende interne en externe dreigingssituatie worden aangepast en moet de financiering worden toegespitst op de prioriteiten met de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie. Om tegemoet te komen aan dringende behoeften en aan veranderingen in het beleid en in de prioriteiten van de Unie, en om de financiering toe te spitsen op acties met een hoge toegevoegde waarde voor de Unie, zal een deel van de financiering periodiek worden toegewezen aan specifieke acties, acties van de Unie en noodhulp via een thematische faciliteit. [Am. 21]

(28)  De lidstaten moeten met een hogere bijdrage van de Unie worden aangemoedigd om een deel van de aan hun programma toegewezen middelen te gebruiken voor acties opgenomen in bijlage IV, vooral vanwege hun hoge Europese toegevoegde waarde of hun prioritaire status voor de Unie. [Am. 22]

(29)  Een deel van de beschikbare middelen van het fonds kan ook worden verdeeld voor de uitvoering van specifieke acties waarvoor een gezamenlijke inspanning van de lidstaten vereist is of waarvoor, in geval van nieuwe ontwikkelingen in de Unie, aan een of meer lidstaten aanvullende financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld. Deze specifieke acties moeten door de Commissie in haar werkprogramma's worden vastgesteld.

(30)  Het fonds moet bijdragen in de operationele kosten in verband met interne veiligheid, en moet de lidstaten in staat stellen capaciteiten te reserveren die cruciaal zijn voor de hele Unie. Deze steun bestaat uit de volledige terugbetaling van een reeks specifieke kosten in verband met de doelstellingen van het fonds en moet integraal deel uitmaken van de programma's van de lidstaten.

(31)  Om de verwezenlijking van de beleidsdoelstelling van dit fonds op nationaal niveau te complementeren aan de hand van programma's van de lidstaten, dient het fonds ook ondersteuning te bieden voor acties op het niveau van de Unie. Dergelijke acties moeten algemene strategische doelen binnen het toepassingsgebied van het fonds dienen die betrekking hebben op beleidsanalyse en innovatie, transnationale vormen van onderling leren en partnerschap en het beproeven van nieuwe initiatieven en acties in de hele Unie of tussen bepaalde lidstaten. In dit verband moet de samenwerking tussen de inlichtingendiensten van de lidstaten worden aangemoedigd om te zorgen voor de nodige informatie-uitwisseling zodat zij terrorisme en zware en georganiseerde criminaliteit doeltreffender kunnen bestrijden en meer inzicht hebben in de grensoverschrijdende aard daarvan. Het fonds moet de lidstaten ondersteunen in hun inspanningen om beste praktijken met elkaar uit te wisselen en om gemeenschappelijke opleidingen te stimuleren, zodat tussen de inlichtingendiensten onderling en tussen de inlichtingendiensten en Europol een cultuur van samenwerking en wederzijds vertrouwen ontstaat.. [Am. 23]

(32)  Om de Unie beter in staat te stellen om onmiddellijk te reageren op veiligheidsgerelateerde incidenten of nieuwe dreigingen voor de Unie, moet het mogelijk zijn om noodhulp te bieden overeenkomstig het bij deze verordening ingestelde kader. Het verlenen van noodhulp hoeft daarom niet beperkt te blijven tot de ondersteuning van nood- en langetermijnmaatregelen of het aanpakken van situaties waarin de noodzaak om op te treden, terug te voeren is op ontoereikende administratieve organisatie en onvoldoende operationele planning bij de bevoegde instanties.

(33)  Om met de nodige flexibiliteit actie te ondernemen en op nieuwe behoeften te reageren, moeten aan de gedecentraliseerde agentschappen de nodige aanvullende financiële middelen ter beschikking kunnen worden gesteld voor het uitvoeren van bepaalde dringende taken. Wanneer de taak zo dringend is dat het budget van de betrokken gedecentraliseerde agentschappen niet meer tijdig kan worden gewijzigd, moet aan deze agentschappen noodhulp, onder meer in de vorm van subsidies, kunnen worden verleend in overeenstemming met de prioriteiten en initiatieven die op het niveau van de Unie door de EU-instellingen zijn vastgesteld.

(33 bis)  Gezien de transnationale aard van de acties van de Unie en om gecoördineerde acties te bevorderen ter verwezenlijking van de doelstelling om het hoogste niveau van veiligheid in de Unie te waarborgen, moeten gedecentraliseerde agentschappen begunstigden van acties van de Unie kunnen zijn, onder meer in de vorm van subsidies. Dergelijke steun moet aansluiten bij de prioriteiten en initiatieven die op het niveau van de Unie door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld om voor Europese toegevoegde waarde te zorgen. [Am. 24]

(34)  De beleidsdoelstelling van dit fonds zal mede worden gerealiseerd via financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van de beleidscomponenten van het InvestEU-fonds. Financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, of de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben.

(35)  In deze verordening worden de financiële middelen voor het Fonds voor interne veiligheid vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt Xvan het Interinstitutioneel Akkoord van X tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(11).

(36)  Verordening (EU, Euratom) nr. [nieuw Financieel Reglement](12) (het Financieel Reglement) is van toepassing op het fonds. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financiële instrumenten en begrotingsgaranties. Om te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van de financieringsprogramma's van de Unie, moet het Financieel Reglement van toepassing zijn op de acties in het kader van het Fonds voor interne veiligheid die in direct of indirect beheer dienen te worden uitgevoerd.

(37)  Voor het uitvoeren van acties in gedeeld beheer dient het fonds deel uit te maken van een samenhangend kader bestaande uit de onderhavige verordening, het Financieel Reglement en Verordening (EU) X [GB-verordening](13). In geval van conflicterende bepalingen heeft onderhavige verordening voorrang op Verordening (EU) X [GB-verordening]. [Am. 159]

(38)  Verordening (EU) X [GB-verordening] stelt het kader vast voor actie door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMV), het Fonds voor asiel, en migratie en integratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF) en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en omvat met name de regels inzake programmering, toezicht en evaluatie, beheer en controle voor in gedeeld beheer uitgevoerde EU-fondsen. Daarnaast moeten in de onderhavige verordening de doelstellingen van het Fonds voor interne veiligheid worden omschreven en specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de activiteiten die met de steun van dit fonds kunnen worden gefinancierd. [Am. 26]

(38 bis)  Om te waarborgen dat het fonds acties ondersteunt met betrekking tot alle specifieke doelstellingen van het fonds, en dat de verdeling van de middelen over deze doelstellingen in verhouding staat tot de uitdagingen en behoeften, zodat de doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt, moet voor elke specifieke doelstelling van het fonds een minimumpercentage van de toewijzing uit het fonds worden vastgesteld, voor zowel de nationale programma's als de thematische faciliteit. [Am. 27]

(39)  Bepalend voor de keuze van zowel de vorm van financiering als de wijze van uitvoering ervan in het kader van deze verordening is of deze geschikt is om de doelstellingen van de acties te bereiken en om resultaten te boeken, rekening houdend met, met name, de kosten van controles, de administratieve belasting en het verwachte risico van niet-naleving. Dit moet mede omvatten dat het gebruik wordt overwogen van vaste bedragen, forfaits en eenheidskosten, en van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement.

(40)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(14), Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/95 van de Raad(15), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(16) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(17) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve en/of strafrechtelijke sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken uitvoeren, onder meer door middel van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) fraude en andere onwettige activiteiten onderzoeken en vervolgen die de financiële belangen van de Unie als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(18) schaden. Overeenkomstig het Financieel Reglement dient elke persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt, ten volle mee te werken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie en de nodige rechten en toegang te verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer (ERK), alsmede ervoor te zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ten volle samenwerken en de instellingen, agentschappen en organen van de Unie alle nodige assistentie verlenen bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De resultaten van onderzoeken naar onregelmatigheden of fraude in verband met het fonds moeten ter beschikking worden gesteld aan het Europees Parlement. [Am. 28]

(41)  De horizontale financiële voorschriften die het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn van toepassing op deze verordening. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en betreffen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting via subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, alsmede de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren. Op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde voorschriften hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor een goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(42)  Overeenkomstig artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(19) komen personen en entiteiten die gevestigd zijn in landen en gebieden overzee (LGO), in aanmerking voor financiering overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het fonds en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee een LGO banden heeft.

(43)  Op grond van artikel 349 VWEU en in overeenstemming met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en strategisch sterker partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"(20), die de Raad in zijn conclusies van 12 april 2018 heeft bekrachtigd, moeten de betrokken lidstaten erop toezien dat hun programma's gericht zijn op de specifieke uitdagingen waarmee de ultraperifere regio's worden geconfronteerd. Het fonds ondersteunt deze lidstaten met adequate middelen om deze regio's op gepaste wijze te helpen. [Am. 29]

(44)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(21) moet het fonds worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van het fonds in de praktijk worden verzameld. Om de resultaten van het fonds te kunnen meten, moeten voor elke specifieke doelstelling van het fonds indicatoren en bijbehorende streefdoelen worden vastgesteld. Deze indicatoren moeten kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren omvatten. [Am. 30]

(45)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zal dit fonds bijdragen aan de integratie van klimaatactie in alle beleidsdomeinen en aan de verwezenlijking van het streefdoel om gedurende de periode van het MFK 2021-2027 globaal 25 % en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % van de EU-begrotingsuitgaven te gebruiken ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen. Acties ter zake zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het fonds, en worden heroverwogen in het kader van de betrokken evaluatie- en beoordelingsprocessen. [Am. 31]

(46)  Via deze indicatoren en de financiële verslaglegging moeten de Commissie en de lidstaten toezien op de uitvoering van het fonds overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) X [GB-verordening] en de onderhavige verordening. Om haar toezichthoudende rol naar behoren te vervullen, moet de Commissie de daadwerkelijk uitgegeven bedragen uit het fonds in een bepaald jaar kunnen vaststellen. Bij de verslaglegging over de jaarrekeningen van hun nationale programma's aan de Commissie moeten de lidstaten daarom een onderscheid maken tussen terugvorderingen, voorfinancieringsbetalingen aan eindbegunstigden en de vergoeding van daadwerkelijk verrichte uitgaven. Teneinde de controle en monitoring van de uitvoering van het fonds te vergemakkelijken, moet de Commissie deze bedragen opnemen in haar jaarlijkse uitvoeringsverslag voor het fonds. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een overzicht van de aanvaarde jaarlijkse prestatieverslagen voorleggen. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad op verzoek de volledige tekst van de jaarlijkse prestatieverslagen ter beschikking stellen. [Am. 32]

(47)  Met het oog op de aanvulling en wijziging van niet-essentiële elementen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU wetgevingshandelingen vast te stellen met betrekking tot werkprogramma's voor de thematische faciliteit, de in bijlage IV opgenomen lijst van acties die in aanmerking komen voor een hoger medefinancieringspercentage, operationele steun en de verdere ontwikkeling van het kader voor toezicht en evaluatie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. [Am. 33]

(48)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening, dienen aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te worden verleend. Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend volgens Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(22). De onderzoeksprocedure moet worden toegepast voor uitvoeringshandelingen waarin de gezamenlijke verplichtingen van de lidstaten worden vastgesteld, met name inzake het verstrekken van informatie aan de Commissie, en de raadplegingsprocedure moet worden toegepast voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de methoden voor het verstrekken van informatie aan de Commissie in het kader van de programmering en verslaglegging, aangezien dit een zuiver technische kwestie is. [Am. 34]

(49)  Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(50)  Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt/heeft Ierland [niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat/meegedeeld dat het wenst deel te nemen aan de vaststelling en toepassing van deze verordening].

(51)  Het is passend dat de periode waarin deze verordening van toepassing is, in overeenstemming wordt gebracht met die van Verordening (EU, Euratom) X tot vaststelling van het meerjarig financieel kader van de Raad(23),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

1.  Deze verordening stelt het Fonds voor interne veiligheid ("het fonds") vast voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027. [Am. 35]

2.  In Bij deze verordening worden vastgesteld:

a)   de doelstellingen van het fonds, ;

b)  de specifieke doelstellingen van het fonds en de maatregelen voor de verwezenlijking van die specifieke doelstellingen;

c)   het budget voor de periode 2021-2027, ;

d)   de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd. [Am. 36]

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)  "blendingverrichting": een door de begroting van de Unie ondersteunde actie, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financiële instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;

b)  "voorkoming van criminaliteit": alle maatregelen die ten doel hebben criminaliteit en gevoelens van onveiligheid onder de burgers terug te dringen of mede terug te dringen als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Besluit 2009/902/JBZ van de Raad(24);

c)  "kritieke infrastructuur": voorzieningen, netwerken, systemen of delen daarvan die van essentieel belang zijn