Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0190(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0156/2019

Ingediende teksten :

A8-0156/2019

Debatten :

PV 28/03/2019 - 4
CRE 28/03/2019 - 4

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0323

Aangenomen teksten
PDF 292kWORD 96k
Donderdag 28 maart 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) ***I
P8_TA(2019)0323A8-0156/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013 (COM(2018)0366 – C8-0237/2018 – 2018/0190(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0366),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 167, lid 5, en artikel 173, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0237/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 6 februari 2019(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0156/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 110 van 22.3.2019, blz. 87.
(2) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) ..../... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021‑2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013
P8_TC1-COD(2018)0190

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 167, lid 5, en artikel 173, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Vanuit cultureel, educatief, democratisch, ecologisch, sociaal en economisch en mensenrechtenstandpunt hebben cultuur, kunst, cultureel erfgoed en culturele verscheidenheid een grote waarde voor de Europese samenleving, en zij moeten worden bevorderd en ondersteund. Volgens de verklaring van Rome van 25 maart 2017 en de Europese Raad in december 2017 vervullen onderwijs en cultuur een sleutelrol bij het opbouwen van inclusieve, hechte samenlevingen voor iedereen en bij het behoud van het Europese concurrentievermogen. [Am. 1]

(2)  Overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) zijn de waarden waarop de Unie berust, eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. Die waarden zijn verder bevestigd en uitgesproken in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), dat dezelfde juridische waarde als de Verdragen heeft, zoals vermeld in artikel 6 van het VEU. In het bijzonder zijn in artikel 11 van het Handvest de vrijheid van meningsuiting en van informatie en in artikel 13 van het Handvest de vrijheid van kunsten en wetenschappen verankerd. [Am. 2]

(3)  Volgens artikel 3 van het VEU heeft de Unie als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen en zij eerbiedigt haar rijke verscheidenheid aan cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed.

(4)  In de mededeling van de Commissie betreffende een nieuwe agenda voor cultuur(4) zijn de doelstellingen van de Unie voor de culturele en creatieve sectoren verder uiteen gezet. Het doel is om de mogelijkheden van cultuur en culturele verscheidenheid te benutten ten behoeve van sociale cohesie en welzijn, de grensoverschrijdende dimensie van culturele en creatieve sectoren te stimuleren, de groeicapaciteiten te ondersteunen, op cultuur gebaseerde creativiteit in onderwijs en innovatie aan te moedigen, werkgelegenheid en groei mogelijk te maken en internationale culturele betrekkingen te versterken. Creatief Europa moet samen met andere programma's van de Unie steun bieden aan de uitvoering van deze nieuwe Europese agenda voor cultuur, Dit rekening houdend met het feit dat de intrinsieke waarde van cultuur en van artistieke expressie altijd moet worden beschermd en bevorderd, en dat de artistieke creatie de kern van samenwerkingsprojecten vormt. Het ondersteunen van de uitvoering van deze nieuwe Europese agenda voor cultuur is eveneens in overeenstemming met het Unesco-Verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, dat op 18 maart 2017 in werking is getreden en waarbij de Unie partij is. [Am. 3]

(4 bis)  De beleidsmaatregelen van de Unie vormen een aanvulling op en bieden een toegevoegde waarde aan de maatregelen van de lidstaten op cultureel en creatief gebied. Het effect van het beleid van de Unie moet regelmatig worden beoordeeld met inachtneming van kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, zoals de voordelen voor de burgers, de actieve deelname van burgers, de voordelen voor de economie van de Unie op het stuk van groei en werkgelegenheid en de overloopeffecten in andere sectoren van de economie, alsmede de vaardigheden en bekwaamheden van de mensen die werkzaam zijn in de culturele en creatieve sectoren. [Am. 4]

(4 ter)  De instandhouding en ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed zijn doelstellingen van dit programma. Deze doelstellingen zijn ook erkend als zijnde inherent aan het recht op kennis van het cultureel erfgoed en deelname aan het culturele leven, zoals verankerd in het Kaderverdrag van de Raad van Europa over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (Verdrag van Faro), dat op 1 juni 2011 in werking trad. In dit verdrag wordt de rol van cultureel erfgoed onderstreept in de opbouw van een vreedzame en democratische samenleving, en in de processen van duurzame ontwikkeling en de bevordering van de culturele diversiteit. [Am. 5]

(5)  Bevordering van de Europese culturele verscheidenheid hangt af van en van het bewustzijn van gemeenschappelijke wortels is gebaseerd op de vrijheid van artistieke expressie, de capaciteiten en bekwaamheden van artiesten en culturele actoren en het bestaan van bloeiende en veerkrachtige culturele en creatieve sectoren in het openbare en particuliere domein en hun vermogen hun ,werken kunnen te creëren, te innoveren en te produceren en deze te verspreiden naar een groot en divers Europees publiek. Zodoende wordt bedrijfspotentieel uitgebreid, worden de toegang tot en de bevordering van creatieve inhoud, kunstonderzoek en creativiteit vergroot en wordt bijgedragen aan duurzame groei en nieuwe werkgelegenheid. Daarnaast draagt dragen de bevordering van creativiteit en nieuwe kennis bij aan een sterker concurrentievermogen en de stimulering van innovatie in de industriële waardeketens. Er moet worden gekozen voor een ruimere benadering van onderwijs in kunst en cultuur en kunstonderzoek waarbij wordt overgegaan van een STEM-benadering (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) naar een STEAM-benadering (wetenschap, technologie, engineering, kunst en wiskunde). Ondanks de recentelijk geboekte vooruitgang inzake steun voor de vertaling en ondertiteling, blijft de Europese culturele en creatieve markt versnipperd langs nationale en taalkundige lijnen. waardoor Hoewel het specifieke karakter van elke markt wordt geëerbiedigd, kan meer worden gedaan om de culturele en creatieve sectoren niet in staat te stellen ten volle kunnen te profiteren van de Europese eengemaakte markt, en in het bijzonder van de digitale eengemaakte markt, mede door rekening te houden met de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten. [Am. 6]

(5 bis)  De digitale omwenteling vormt een paradigmawisseling en is een van de grootste uitdagingen voor de culturele en creatieve sectoren. Digitale innovaties hebben gewoonten, relaties en productie- en consumptiemodellen veranderd, op zowel persoonlijk als sociaal vlak, en zij moeten de culturele en creatieve expressie en het culturele en creatieve verhaal bevorderen, waarbij de specifieke waarde van de culturele en creatieve sectoren binnen de digitale omgeving wordt geëerbiedigd. [Am. 7]

(6)  Het programma moet rekening houden met het duale karakter van de culturele en creatieve sectoren en derhalve oog hebben voor enerzijds de intrinsieke en artistieke waarde van cultuur, en anderzijds de economische waarde van die sectoren, waaronder de bredere bijdrage ervan aan concurrentievermogen, creativiteit, en innovatie, interculturele dialoog, sociale samenhang en het genereren van kennis. Daarvoor zijn sterke Europese culturele en creatieve sectoren nodig, zowel in domeinen met of zonder winstoogmerk, met name een levendige Europese audiovisuele industrie, gezien het vermogen ervan om een groot publiek op lokaal, nationaal en Unieniveau te bereiken en het economische belang ervan, ook voor andere creatieve sectoren en voor cultureel toerisme en voor de regionale, lokale en stedelijke ontwikkeling. De concurrentie op de mondiale audiovisuele markten is echter nog groter geworden door de toenemende digitale verstoring, waaronder veranderingen in de mediaproductie en -consumptie en het groeiende aandeel van mondiale platforms in de verspreiding van inhoud. Daarom is het nodig de steun aan de Europese industrie te intensiveren. [Am. 8]

(6 bis)  Actief burgerschap, gedeelde waarden, creativiteit en innovatie vergen een solide basis waarop zij zich kunnen ontwikkelen. Het programma moet audiovisueel en filmonderwijs ondersteunen, met name onder minderjarigen en jongeren. [Am. 9]

(7)  Om effectief te zijn, moet het programma middels op maat gemaakte maatregelen binnen een onderdeel dat is gewijd aan de audiovisuele sector, een onderdeel dat is gewijd aan de andere culturele en creatieve sectoren en een sectoroverschrijdend onderdeel, rekening houden met de specifieke aard en uitdagingen van de verschillende sectoren en hun uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften. Het programma moet gelijke steun verlenen aan alle culturele en creatieve sectoren middels horizontale programma's die op gemeenschappelijke behoeften zijn gericht. Het programma moet, op basis van proefprojecten, voorbereidende maatregelen en studies, tevens de in de bijlage bij deze verordening genoemde sectorale acties uitvoeren. [Am. 10]

(7 bis)  Muziek in al haar vormen en uitdrukkingen, vooral eigentijdse en live muziek, vormt een belangrijk onderdeel van het culturele, artistieke en economische erfgoed van de Unie. Muziek is een element van sociale samenhang, multiculturele integratie en socialisering van de jeugd, en zij vervult een sleutelrol bij het bevorderen van de cultuur, inclusief het cultuurtoerisme. Derhalve moet aan de muzieksector speciale aandacht worden besteed in het kader van de specifieke acties die worden ontplooid als deel van het onderdeel CULTUUR van deze verordening ten aanzien van de financiële bijdrage en gerichte acties. Op maat gesneden oproepen en instrumenten moeten het concurrentievermogen van de muzieksector helpen aanzwengelen en inspelen op een aantal specifieke uitdagingen waarmee deze sector te maken krijgt. [Am. 11]

(7 ter)  Op het gebied van de internationale culturele betrekkingen moet de steun van de Unie worden versterkt. Het programma moet trachten bij te dragen tot de derde strategische doelstelling van de nieuwe Europese agenda voor cultuur door de cultuur en de interculturele dialoog als stuwende krachten voor de sociale en economische ontwikkeling in te zetten. In de Unie en de gehele wereld zijn steden de drijvende krachten voor nieuw cultuurbeleid. Een groot aantal creatieve gemeenschappen hebben zich wereldwijd verenigd in hubs, incubatoren en speciale ruimtes. De Unie moet een essentiële rol vervullen bij het in netwerken bundelen van deze gemeenschappen in de Unie en derde landen, en bij het bevorderen van multidisciplinaire samenwerking tussen artistieke, creatieve en digitale vaardigheden. [Am. 12]

(8)  Het sectoroverschrijdende onderdeel is gericht op de aanpak van de gemeenschappelijke uitdagingen voor en de benutting van het samenwerkingspotentieel tussen verschillende culturele en creatieve sectoren. Een gezamenlijke transversale aanpak kan voordelen opleveren op het gebied van kennisoverdracht en administratieve efficiëntie. [Am. 13]

(9)  In de audiovisuele sector zijn maatregelen van de Unie nodig als aanvulling op haar beleid inzake de digitale eengemaakte markt. Dit heeft met name betrekking op de modernisering van het kader voor auteursrechten , alsmede het voorstel tot wijziging van door Richtlijn (EU) 2019/789 van het Europees Parlement en de Raad(5) en Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad(6) (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad(7). Het doel ervan is de versterking van het vermogen van Europese audiovisuele spelers tot creatie, financiering, productie en verspreiding van werken die voldoende zichtbaar kunnen zijn van diverse formaten op de verschillende communicatiemedia die beschikbaar zijn (bv. televisie, bioscoop of video-on-demand), en die aantrekkelijk zijn voor kijkers in een toegankelijkere en meer concurrerende markt, binnen en buiten Europa. De steun moet worden geïntensiveerd om te kunnen inspelen op recente marktontwikkelingen, met name de sterkere positie van globale distributieplatforms ten opzichte van de nationale omroepen die traditioneel investeerden in de productie van Europese werken. [Am. 14]

(10)  De speciale acties in het kader van Creatief Europa, zoals het Europees erfgoedlabel, de Europese erfgoeddagen, Europese prijzen op het gebied van hedendaagse muziek, rock en popmuziek, literatuur, erfgoed en architectuur en de Culturele Hoofdsteden van Europa, hebben miljoenen Europese burgers direct bereikt, hebben aangetoond welke sociale en economische voordelen Europees cultuurbeleid kan bieden, en moeten daarom worden voortgezet en waar mogelijk worden uitgebreid. Het programma moet de netwerkactiviteiten van de websites van het Europees erfgoedlabel ondersteunen. [Am. 15]

(10 bis)  Het programma Creatief Europa uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1295/2013 heeft de impuls gegeven tot het creëren van innoverende en succesvolle projecten die hebben geleid tot goede praktijken op het stuk van transnationale Europese samenwerking in de creatieve en culturele sectoren. Hierdoor werd op zijn beurt de Europese culturele diversiteit voor het publiek vergroot en werden de sociale en economische voordelen van het Europees cultureel beleid benut. Om efficiënter te zijn moeten dergelijke succesverhalen extra worden belicht en waar mogelijk uitgebreid. [Am. 16]

(10 ter)  Actoren op alle niveaus van de culturele en creatieve sectoren moeten actief worden betrokken bij het behalen van de doelstellingen van het programma en de verdere ontwikkeling hiervan. Aangezien het formeel betrekken van belanghebbenden bij het participatieve governancemodel van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed, zoals vastgesteld bij Besluit (EU) 2017/864 van het Europees Parlement en de Raad(8), doeltreffend is gebleken wat het integreren van cultuur betreft, is het verstandig om dit model ook voor het programma toe te passen. Dit participatieve governancemodel moet een transversale aanpak omvatten teneinde synergieën te creëren tussen de diverse Unieprogramma's en -initiatieven op het gebied van cultuur en creativiteit. [Am. 17]

(10 quater)  Een sectoroverschrijdende vlaggenschipactie die is gericht op het presenteren van de Europese creativiteit en culturele verscheidenheid aan lidstaten en derde landen moet deel uitmaken van de speciale acties uit hoofde van het programma. Deze actie moet de uitmuntendheid van de Europese, op cultuur gebaseerde creativiteit onderstrepen bij het op gang brengen van cross-innovation in de bredere economie door het toekennen van een speciale prijs. [Am. 18]

(11)  Cultuur is van cruciaal belang voor het versterken van inclusieve, hechte en bedachtzame samenlevingen, het geven van nieuwe impulsen aan gebiedsdelen en het bevorderen van de sociale integratie van mensen met een kansarme achtergrond. Tegen de achtergrond van de vraagstukken inzake migratiedruk en uitdagingen inzake integratie speelt cultuur een belangrijke fundamentele rol bij het creëren van inclusieve ruimten voor interculturele dialoog en de integratie van migranten, om ze te helpen en vluchtelingen, waarbij ze worden geholpen het gevoel te hebben dat ze tot de gastgemeenschap behoren, en bij het ontwikkelen van en om goede banden tussen migranten en nieuwe gemeenschappen te ontwikkelen. [Am. 19]

(11 bis)  Cultuur zorgt voor en bevordert de economische, sociale en ecologische duurzaamheid. Derhalve moet zij de kern van politieke ontwikkelingsstrategieën vormen. De bijdrage van de cultuur aan het welzijn van de gehele samenleving moet worden belicht. Overeenkomstig de Verklaring van Davos van 22 januari 2018 getiteld "Naar een kwalitatief hoogstaande Baukultur voor Europa" moeten bijgevolg stappen worden genomen om een nieuwe geïntegreerde benadering van het vormgeven van een kwalitatief hoogstaande gebouwde omgeving te bevorderen die is verankerd in de cultuur, de sociale samenhang versterkt, zorgt voor een duurzaam milieu en bijdraagt tot de gezondheid en het welzijn van de gehele bevolking. Bij deze benadering mag niet alleen de nadruk worden gelegd op stedelijke gebieden, maar moet vooral worden gelet op de internconnectiviteit van de perifere, afgelegen en plattelandsgebieden. Het concept van Baukultur omvat alle factoren die rechtstreeks van invloed zijn op de leefkwaliteit van burgers en gemeenschappen en aldus op zeer concrete wijze de inclusiviteit, samenhang en duurzaamheid bevorderen. [Am. 20]

(11 ter)  Het is een kwestie van prioriteit dat cultuur, met inbegrip van culturele en audiovisuele goederen en diensten, toegankelijker wordt voor personen met een handicap als middel om hun volledige zelfontplooiing en actieve deelneming te bevorderen en aldus bij te dragen tot een waarlijk inclusieve samenleving op basis van solidariteit. Het programma dient derhalve de culturele participatie in de gehele Unie te bevorderen en te vergroten, met name voor mensen met een handicap en mensen met een kansarme achtergrond, alsmede mensen die in afgelegen en plattelandsgebieden wonen. [Am. 21]

(12)  De vrijheid van artistieke en culturele expressie, de vrijheid van meningsuiting en het pluralisme van de media zijn kernelementen vrijheid is een kernelement van bloeiende culturele en creatieve industrieën, waaronder sectoren en de nieuwsmediasector. Het programma moet cross-overs en samenwerking tussen de audiovisuele sector en de uitgeverijsector stimuleren om een pluralistisch en onafhankelijk medialandschap te bevorderen, overeenkomstig Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad(9). Het programma moet steun bieden aan nieuwe mediaprofessionals en de ontwikkeling van kritisch denken onder de burgers stimuleren middels het bevorderen van mediageletterdheid, vooral onder jongeren. [Am. 22]

(12 bis)  De mobiliteit van artiesten en cultuurwerkers voor wat betreft de ontwikkeling van vaardigheden, leren, intercultureel bewustzijn, cocreatie, coproductie, de circulatie en verspreiding van kunstwerken en de deelneming aan internationale manifestaties, zoals beurzen en festivals, is een absolute voorwaarde voor beter verbonden, sterkere en duurzamere culturele en creatieve sectoren in de Unie. Een dergelijke mobiliteit wordt vaak belemmerd door het gebrek aan een juridische status, problemen bij het verkrijgen van visa en de duur van vergunningen, het risico op dubbele belastingheffing en onzekere en instabiele omstandigheden ten aanzien van de sociale zekerheid. [Am. 23]

(13)  Conform de artikelen 8 en 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moeten doelstellingen inzake gendermainstreaming en de bestrijding van discriminatie worden geïntegreerd in alle activiteiten van het programma en moeten, waar dat van toepassing is, passende criteria voor genderevenwicht en diversiteit worden vastgesteld. Met het programma moet ernaar worden gestreefd dat de deelneming aan het programma en aan de in het kader hiervan uitgevoerde projecten leidt tot en een afspiegeling vormt van de diversiteit van de Europese samenleving. De in het kader van het programma uitgevoerde activiteiten moeten worden gemonitord en er moet verslag over worden uitgebracht, zodat kan worden nagegaan hoe het programma op dit punt heeft gepresteerd en zodat beleidsmakers beter geïnformeerde beslissingen over toekomstige programma's kunnen nemen. [Am. 24]

(13 bis)  Vrouwen zijn zeer aanwezig op artistiek en cultureel gebied in de Unie als auteurs, beroepsbeoefenaren, leraren en als publiek met een toenemende toegang tot het cultuuraanbod. Zoals echter blijkt uit onderzoek en studies, zoals die van het European Women’s Audiovisual Network en het We Must-project op muziekgebied, bestaan er loonverschillen tussen mannen en vrouwen, en is het minder waarschijnlijk dat vrouwen hun werk realiseren en in culturele, artistieke en creatieve instellingen besluitvormingsposities bekleden. Derhalve is het noodzakelijk talenten van vrouwen te bevorderen en hun werk te verspreiden om de artistieke carrières van vrouwen te ondersteunen. [Am. 25]

(14)  In overeenstemming met de gezamenlijke mededeling "Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen"(10), onderschreven door de resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2017, moeten Europese financieringsinstrumenten, en in het bijzonder dit programma, de relevantie van cultuur bij internationale betrekkingen en de rol ervan bij de bevordering van Europese waarden erkennen door middel van specifieke, gerichte acties die duidelijke effecten voor de Unie opleveren op mondiale schaal.

(14 bis)  Overeenkomstig de conclusies naar aanleiding van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed 2018 moet het programma de samenwerking en de overtuigingskracht van de sector vergroten door steun voor activiteiten die verband houden met de erfenis van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed 2018 en door hiervan de balans op te maken. In dit verband zij gewezen op de verklaring van de Raad van de ministers van Cultuur van november 2018 en de verklaringen tijdens de slotceremonie van de Raad op 7 december 2018. Het programma moet bijdragen tot het duurzame behoud op de lange termijn van het Europees cultureel erfgoed middels acties ter ondersteuning van ambachts- en handwerkslieden die bedreven zijn in traditionele ambachten in verband met de restauratie van het cultureel erfgoed. [Am. 26]

(15)  In overeenstemming met de Mededeling van de Commissie "Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa" van 22 juli 2014(11) moeten relevant(e) beleid en instrumenten de duurzaamheidswaarde van het oude, huidige, materiële, immateriële en digitale Europese erfgoed op de lang termijn tot zijn recht laten komen en moet een beter geïntegreerde aanpak worden ontwikkeld voor de instandhouding, het behoud, het adaptief hergebruik, de verspreiding, benutting en ondersteuning ervan, middels de ondersteuning van een kwalitatief hoogwaardige en gecoördineerde uitwisseling van professionele kennis en de ontwikkeling van gemeenschappelijke hoge kwaliteitsnormen voor de sector en de mobiliteit van de beroepsbeoefenaren in de sector. Cultureel erfgoed is een integraal onderdeel van de Europese cohesie en ondersteunt de koppeling tussen traditie en innovatie. Het programma moet voorrang geven aan het behoud van het cultureel erfgoed en de ondersteuning van artiesten, makers en ambachtslieden. [Am. 27]

(15 bis)  Het programma moet bijdragen tot het engagement en de betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties bij de cultuur en de samenleving, alsmede tot de bevordering van cultureel onderwijs en het toegankelijk maken van culturele kennis en cultureel erfgoed voor het publiek. Het programma moet ook de kwaliteit en innovatie op het vlak van creatie en behoud bevorderen, onder meer door middel van synergieën tussen cultuur, kunst, wetenschap, onderzoek en technologie. [Am. 28]

(16)  In overeenstemming met de Mededeling van de Commissie "Investeren in een slimme, innovatieve en duurzame industrie — Een hernieuwde strategie voor het industriebeleid van de EU" van 13 september 2017(12) moeten toekomstige acties bijdragen tot de integratie van creativiteit, ontwerp en geavanceerde technologie om nieuwe industriële waardeketens te genereren en traditionele industrieën nieuw leven in te blazen.

(16 bis)  Overeenkomstig de resolutie van het Europees Parlement van 13 december 2016 over een coherent EU-beleid voor de culturele en creatieve sector moet steun aan de culturele en creatieve sectoren overkoepelend zijn. Projecten moeten in het gehele programma geïntegreerd zijn om nieuwe bedrijfsmodellen en competenties, traditionele knowhow te steunen en creatieve en interdisciplinaire oplossingen in economische en sociale waarde om te zetten. Bovendien moeten de potentiële synergieën tussen de beleidsmaatregelen van de Unie ten volle worden benut om efficiënt gebruik te maken van de middelen die beschikbaar zijn in het kader van programma's van de Unie, zoals Horizon Europa, de Connecting Europe Facility, Erasmus+, EaSI en InvestEU. [Am. 29]

(17)  Het programma moet, onder bepaalde voorwaarden, open staan voor deelname van leden van de Europese Vrijhandelsassociatie, toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten die onder een pretoetredingsstrategie vallen alsmede landen die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen en de strategische partners van de Unie.

(18)  Derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) mogen deelnemen aan Unie-programma's in krachtens de EER-overeenkomst vastgestelde samenwerkingskader, dat voorziet in de uitvoering van de programma's door een besluit in het kader van die overeenkomst. Derde landen mogen eveneens deelnemen op grond van andere rechtsinstrumenten. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen ter verlening van de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. De bijdragen van derde landen aan het programma moeten jaarlijks aan de begrotingsautoriteit worden gemeld. [Am. 30]

(19)  Het programma moet de samenwerking stimuleren tussen de Unie en internationale organisaties, zoals de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (UNESCO), de Raad van Europa, Eurimages, het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector (het Waarnemingscentrum), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom. Ook moet het programma steun bieden aan de verbintenissen van de Unie met betrekking tot de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, met name de culturele dimensie ervan(13). Wat de audiovisuele sector betreft, moet het programma zorgen voor de bijdrage van de Unie aan het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector.

(20)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zal het programma bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van 25 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen. Tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma zullen de relevante acties worden geïdentificeerd, en vervolgens in het kader van de desbetreffende evaluaties en herzieningsprocessen worden herbeoordeeld.

(21)  Door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het VWEU vastgestelde financiële voorschriften zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(14) (het “Financieel Reglement”) en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(22)  De Europese Filmacademie heeft sinds haar oprichting unieke dankzij haar speciale deskundigheid opgebouwd en is in de unieke positie om bijgedragen tot de ontwikkeling van een pan-Europese gemeenschap van filmmakers en beroepsbeoefenaars, op te richten, voor de promotie en verspreiding van waarbij zij Europese films over de nationale grenzen heen en de ontwikkeling van een waar Europees heeft gepromoot en verspreid en de opkomst van een internationaal publiek van alle leeftijden heeft bevorderd. De academie moet derhalve uitzonderlijkerwijze voor directe steun van de Unie in aanmerking komen in het kader van haar samenwerking met het Europees Parlement bij de organisatie van de LUX-filmprijs. De rechtstreekse steun moet echter worden gekoppeld aan de onderhandeling over een samenwerkingsovereenkomst, met specifieke taken en doelstellingen, tussen beide partijen en het mag enkel mogelijk zijn directe steun te verlenen nadat de overeenkomst gesloten is. De verhindert niet dat de Europese filmacademie middelen aanvraagt voor andere initiatieven en projecten in het kader van de diverse onderdelen van het programma. [Am. 31]

(23)  Het Jeugdorkest van de Europese Unie heeft sinds zijn oprichting unieke deskundigheid opgebouwd wat de bevordering van van de rijke Europese muziektraditie, de toegang tot muziek en de interculturele dialoog, wederzijds respect en begrip door cultuur betreft, alsmede de versterking van het professionalisme van jonge musici door hen de vaardigheden bij te brengen die nodig zijn voor een carrière in de culturele en creatieve sector. De lidstaten en de instellingen van de Unie, inclusief de opeenvolgende voorzitters van de Commissie en van het Europees Parlement, hebben de bijdrage van het Jeugdorkest van de Europese Unie erkend. Bijzonder aan het Jeugdorkest van de Europese Unie is het feit dat het een Europees orkest is dat de culturele grenzen overschrijdt en dat bestaat uit jonge musici die volgens veeleisende artistieke criteria jaarlijks door middel van strenge en transparante audities in alle lidstaten worden geselecteerd. Het jeugdorkest moet derhalve uitzonderlijkerwijze voor directe steun van de Unie in aanmerking komen, op basis van specifieke taken en doelstellingen die door de Commissie worden vastgesteld en regelmatig worden geëvalueerd. Om deze steun te waarborgen moet het Jeugdorkest van de Europese Unie zijn zichtbaarheid vergroten, streven naar een evenwichtigere vertegenwoordiging van musici uit alle lidstaten in het orkest en zijn inkomsten diversifiëren door actief trachten financiële steun te verkrijgen uit andere bronnen dan de bijdragen van de Unie. [Am. 32]

(24)  Organisaties uit de culturele en creatieve sectoren met een grote geografische dekking in Europa en waarvan de activiteiten culturele diensten omvatten die rechtstreeks aan de burgers in de Unie worden geleverd en derhalve het potentieel hebben om een direct effect te hebben op de Europese identiteit, moeten voor steun van de Unie in aanmerking komen.

(25)  Met het oog op een doeltreffende toewijzing van middelen uit de algemene begroting van de Unie is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat alle acties en activiteiten die in het kader van het programma worden uitgevoerd, een Europese meerwaarde hebben en dat zij complementair zijn met de activiteiten van de lidstaten, en er moet worden gestreefd naar samenhang, complementariteit en synergie met financieringsprogramma's ter ondersteuning van sterk met elkaar verbonden beleidsterreinen en met horizontaal beleid zoals het concurrentiebeleid van de Unie.

(26)  Financiële steun moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, of de concurrentie op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben en geschikt zijn voor de specifieke projecten die zij ondersteunen. Het programma moet niet alleen rekening houden met de economische waarde van de projecten, maar ook met hun culturele en creatieve dimensie en het specifieke karakter van de betrokken sectoren. [Am. 33]

(26 bis)  Ook middelen uit de bij Verordening .../...[instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking](15) en Verordening .../...[IPA III](16) opgerichte programma's moeten worden gebruikt om acties uit hoofde van de internationale dimensie van het programma te financieren. Deze acties moeten overeenkomstig deze verordening ten uitvoer worden gelegd. [Am. 34]

(27)  De culturele en creatieve sectoren zijn innoverende, veerkrachtige en groeiende sectoren van de economie van de Unie, die economische en culturele waarde genereren uit intellectuele eigendom en individuele creativiteit. Hun fragmentering en de immateriële aard van hun activa beperken echter hun toegang tot particuliere financiering. Een van de grootste uitdagingen voor de culturele en creatieve sectoren is de de uitbreiding van hun toegang tot financiële middelen, die essentieel is om hun activiteiten te financieren, te groeien, en hun concurrentievermogen op internationaal niveau in stand te houden, en te vergroten of om hun activiteiten te internationaliseren en op te schalen. De beleidsdoelstellingen van dit programma moeten worden gerealiseerd via financiële instrumenten en begrotingsgaranties, met name voor kmo's, in het kader van de beleidscomponent(en) van het InvestEU-fonds, in overeenstemming met de praktijken die werden ontwikkeld in het kader van de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren, die werd opgezet bij Verordening (EU) nr. 1295/2013. [Am. 35]

(28)  Impact, kwaliteit en efficiëntie bij de tenuitvoerlegging van het project moeten de belangrijkste evaluatiecriteria van het project in kwestie zijn. Rekening houdend met de technische deskundigheid die vereist is om voorstellen in het kader van specifieke acties van het programma te kunnen beoordelen, moet worden bepaald dat evaluatiecomités in voorkomend geval mogen bestaan uit externe deskundigen die beschikken over een professionele en managementachtergrond die verband houdt met het terrein van de aanvraag dat wordt geëvalueerd. In voorkomend geval moet rekening worden gehouden met de noodzaak om te zorgen voor de algehele samenhang met de doelstellingen inzake inclusie en diversiteit van het publiek. [Am. 36]

(29)  Het programma moet een realistisch bestuurbaar systeem van kwantitatieve en kwalitatieve prestatie-indicatoren omvatten dat de acties vergezelt en de prestatie ervan doorlopend monitort, rekening houdend met de intrinsieke waarde van de artistieke, culturele en creatieve sectoren. Dergelijke prestatie-indicatoren moeten met de belanghebbenden worden ontwikkeld. Die monitoring alsmede de informatie- en communicatie-acties in verband met het programma en de acties ervan moeten voortbouwen op de drie onderdelen van het programma. In de onderdelen moet rekening worden gehouden met een of meer kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren. Deze indicatoren moeten worden geëvalueerd in overeenstemming met deze verordening. [Am. 37]

(29 bis)  Aangezien het vinden, analyseren en aanpassen van data en het meten van de impact van cultureel beleid en het afbakenen van indicatoren complex en moeilijk is, moet de Commissie de samenwerking binnen haar diensten, zoals het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en Eurostat, met het oog op de verzameling van bruikbare statistische gegevens versterken. De Commissie moet handelen in samenwerking met kenniscentra in de Unie, nationale instellingen voor de statistiek en organisaties die van belang zijn voor de culturele en creatieve sectoren in Europa en in samenwerking met de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Unesco. [Am. 38]

(30)  In deze verordening worden voor het programma Creatief Europa de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(17).

(31)  Verordening (EU, Euratom) [...] (het "Financieel Reglement") is op dit programma van toepassing. De verordening bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies met inbegrip van die voor derden, prijzen, aanbestedingen, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(32)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op grond van hun het vermogen van de uitvoerder van het project om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de omvang van de uitvoerder en het project, de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, forfaits en schalen van eenheidskosten en financiering worden overwogen, alsook niet aan financiering gekoppelde kosten als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. [Am. 39]

(33)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(18), Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad(19), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(20) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(21) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken verrichten, daaronder begrepen administratieve controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(22). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(33 bis)  Om de synergieën tussen de middelen van de Unie en direct beheerde instrumenten te optimaliseren, moet het verstrekken van steun voor acties die reeds een excellentiekeurmerk hebben ontvangen, worden bevorderd. [Am. 40]

(34)  Volgens artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(23) komen in landen en gebieden overzee gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft. Bij de uitvoering van het programma moet rekening worden gehouden met de problemen die rijzen ten gevolge van de grote afstand tot deze landen en gebieden, en hun efficiënte deelname aan het programma moet worden gemonitord en regelmatig worden geëvalueerd. [Am. 41]

(34 bis)  In overeenstemming met artikel 349 VWEU moeten maatregelen worden genomen om de deelname van de ultraperifere gebieden aan alle acties te vergroten. Mobiliteitsuitwisselingen voor hun artiesten en hun werken, en samenwerking tussen mensen en organisaties uit die gebieden en hun buren en derde landen moeten worden bevorderd. Aldus wordt het mogelijk dat mensen in dezelfde mate profiteren van de concurrentievoordelen die de culturele en creatieve industrieën kunnen bieden, met name economische groei en ontwikkeling. Dergelijke maatregelen moeten regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd. [Am. 42]

(35)  Om niet-essentiële elementen van deze verordening te kunnen wijzigen, moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen, aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot de in artikel 15 en in bijlage II vastgestelde indicatoren. Bij haar voorbereidende werkzaamheden moet de Commissie passend overleg plegen, onder meer op het niveau van de deskundigen. Dergelijke raadplegingen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(36)  Om een vlotte uitvoering de continuïteit van de financiële steun in het kader van het programma te waarborgen, kunnen en de groeiende financieringstekorten waarmee de begunstigden worden geconfronteerd, te dekken, moeten de kosten die de begunstigde heeft gemaakt voordat hij de subsidieaanvraag heeft ingediend, met name kosten in verband met de intellectuele-eigendomsrechten, als subsidiabel worden beschouwd, op voorwaarde dat die kosten rechtstreeks verband houden met de ondersteunde acties. [Am. 43]

(37)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 is het nodig dit programma te evalueren op basis van door specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van het programma op het terrein worden verzameld.

(38)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend ter vaststelling van de werkprogramma's. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(24). Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot het vaststellen van werkprogramma's. Er dient voor te worden gezorgd dat het voorafgaande programma correct wordt afgesloten, met name wat betreft de voortzetting van meerjarige regelingen voor het beheer, zoals de financiering van technische en administratieve ondersteuning. Met ingang van [1 januari 2021] moet in het kader van de technische en administratieve ondersteuning waar nodig worden gezorgd voor het beheer van acties in het kader van het voorafgaande programma die tegen [31 december 2020] nog niet zijn afgerond. [Am. 44]

(38 bis)  Met het oog op een doelmatige en efficiënte uitvoering van het programma moet de Commissie ervoor zorgen dat er tijdens het aanvraagstadium of tijdens de behandelingsfase van de aanvragen voor de aanvragers geen onnodige bureaucratische rompslomp ontstaat. [Am. 45]

(38 ter)  Er moet met name aandacht worden besteed aan kleinschalige projecten en hun toegevoegde waarde, gezien de specifieke kenmerken van de culturele en creatieve sectoren. [Am. 46]

(39)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Deze verordening moet in het bijzonder zorgen voor volledige eerbiediging van het recht op gelijkheid van mannen en vrouwen en het recht op non-discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, en voor de bevordering van de toepassing van de artikelen 21 en 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zij strookt eveneens met Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van de Verenigde Naties.

(40)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege het transnationale karakter ervan, het hoge aantal gefinancierde mobiliteits- en samenwerkingsactiviteiten en het brede geografische toepassingsgebied ervan, de gevolgen ervan voor toegang tot leermobiliteit en meer in het algemeen voor Unie-integratie, en de verstrekte internationale dimensie ervan, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(41)  Derhalve moet Verordening (EU) nr. 1295/2013 met ingang van [1 januari 2021] worden ingetrokken.

(42)  Om te zorgen voor de continuïteit in de door het programma te bestrijken financieringssteun, dient deze Verordening van toepassing te zijn met ingang van [1 januari 2021],

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening wordt het programma Creatief Europa vastgesteld ("het programma").

In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021‑2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.  "blendingverrichtingen": door de EU-begroting ondersteunde acties, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;

2.  "culturele en creatieve sectoren": alle sectoren waarin de activiteiten gebaseerd zijn op culturele waarden of artistieke en andere individuele of collectieve creatieve uitingen en praktijken, ongeacht de vraag of deze activiteiten marktgericht of niet-marktgericht zijn. Tot die activiteiten behoren onder meer het ontwikkelen, creëren, produceren, verspreiden en in stand houden van praktijken, goederen en diensten die culturele, artistieke of andere creatieve uitingen belichamen, evenals aanverwante functies zoals educatie of beheer. Vele van die activiteiten hebben het potentieel om innovatie en werkgelegenheid te genereren, met name uit intellectuele eigendom. De sectoren omvatten architectuur, archieven, bibliotheken en musea, artistieke ambachten, audiovisuele werken (zoals film, tv-producties, videogames en multimediale uitingen), materieel en immaterieel cultureel erfgoed, design (ook van mode), festivals, muziek, literatuur, uitvoerende kunsten, boeken en uitgeverijen, radioproducties en beeldende kunsten, festivals en design, ook van modeontwerp; [Am. 47]

3.  "kleine en middelgrote ondernemingen": micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, als gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(25);

4.  "juridische entiteit": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 197, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement;

5.  "excellentiekeur": het kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan voor Creatief Europa ingediende projecten die goed genoeg worden beoordeeld voor financiering, maar dat omwille van begrotingsbeperkingen niet krijgen. De keur erkent de waarde van het voorstel en ondersteunt de zoektocht naar alternatieve financiering.

Artikel 3

Doelstellingen van het programma

1.  De algemene doelstellingen van het programma zijn:

-a)  bijdragen tot de erkenning en bevordering van de intrinsieke waarde van cultuur, en het veiligstellen en bevorderen van de kwaliteit van de Europese cultuur als bijzondere dimensie van de persoonlijke ontwikkeling, het onderwijs, de sociale samenhang, de vrijheid van mening en meningsuiting en van kunsten, en zo de democratie, kritisch denken, het gevoel erbij te horen en het burgerschap versterken en vergroten als bronnen voor pluralistisch media- en cultuurlandschap; [Am. 48]

a)  bevordering van Europese samenwerking op het gebied van culturele, artistieke en taalkundige diversiteit, mede door het vergroten van de rol van artiesten en culturele actoren, de kwaliteit van de Europese culturele en artistieke productie en van het gemeenschappelijke materiële en immateriële en erfgoed; [Am. 49]

b)  verbetering bevordering van het concurrentievermogen van de alle culturele en creatieve sectoren en verhoging van hun economische gewicht, in het bijzonder de audiovisuele sector door middel van het creëren van banen en het vergroten van de innovatie en creativiteit in deze sectoren. [Am. 50]

2.  De specifieke doelstellingen van het programma zijn:

a)  versterking van de economische, artistieke, culturele, sociale en externe dimensies van samenwerking op Europees niveau om de culturele verscheidenheid in en het culturele materiële en immateriële erfgoed van Europa te ontwikkelen en bevorderen, het concurrentievermogen en innovatie van de Europese culturele en creatieve sectoren te verbeteren en de internationale culturele betrekkingen te verstevigen; [Am. 51]

a bis)  bevordering van de culturele en creatieve sectoren, met inbegrip van de audiovisuele sector, ondersteuning van artiesten, actoren, ambachtslieden en betrokkenheid van het publiek, met speciale aandacht voor gendergelijkheid en ondervertegenwoordigde groepen; [Am. 52]

b)  bevordering van het concurrentievermogen, de innovatie en de schaalbaarheid van de Europese audiovisuele industrie sector, met name van kmo's, onafhankelijke productiebedrijven en organisaties in de culturele en creatieve sectoren, en bevordering van de kwaliteit van de activiteiten van de Europese audiovisuele sector op duurzame wijze waarbij gestreefd wordt naar een evenwichtige sectorale en geografische aanpak; [Am. 53]

c)  bevordering van beleidssamenwerking en innovatieve acties, inclusief nieuwe bedrijfs- en beheersmodellen en creatieve oplossingen, ter ondersteuning van alle programmaonderdelen en alle culturele en creatieve sectoren, waaronder het waarborgen van de vrijheid van artistieke expressie en de bevordering van een divers, onafhankelijk en pluralistisch, cultureel en medialandschap, mediageletterdheid, digitale vaardigheden, cultureel en artistiek onderwijs, gendergelijkheid, actief burgerschap, interculturele dialoog, weerstandsvermogenen sociale inclusie, met name van personen met een handicap, mede middels de grotere toegankelijkheid van cultuurgoederen en -diensten. [Am. 54]

c bis)  bevordering van de mobiliteit van artiesten en de actoren in de culturele en creatieve sectoren en het circuleren van hun werken; [Am. 55]

c ter)  de culturele en creatieve sectoren voorzien van data, analyses en een passende reeks kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, en de ontwikkeling van een samenhangend systeem voor evaluaties en effectbeoordelingen, met inbegrip van die welke een sectoroverschrijdende dimensie hebben. [Am. 56]

3.  Het programma omvat de volgende onderdelen:

a)  het onderdeel "CULTUUR" bestrijkt de culturele en creatieve sectoren met uitzondering van de audiovisuele sector;

b)  het onderdeel "MEDIA" bestrijkt de audiovisuele sector;

c)  het "SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel" bestrijkt activiteiten in alle culturele en creatieve sectoren, met inbegrip van de nieuwsmediasector. [Am. 57]

Artikel 3 bis

Europese toegevoegde waarde

Erkenning van de intrinsieke en economische waarde van de cultuur en creativiteit, en eerbiediging van de kwaliteit en pluriformiteit van de waarden en het beleid van de Unie.

Het programma ondersteunt alleen die acties en activiteiten die een potentiële Europese toegevoegde waarde opleveren en bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen zoals bedoeld in artikel 3.

De Europese toegevoegde waarde van de acties en activiteiten van het programma wordt gegarandeerd door bijvoorbeeld:

a)  het transnationale karakter van de acties en activiteiten die een aanvulling vormen op regionale, nationale, internationale en andere programma's en beleidsmaatregelen van de Unie en de impact van die acties en activiteiten op de toegang van burgers tot cultuur en hun actieve betrokkenheid, onderwijs, sociale inclusie en de interculturele dialoog;

b)  de ontwikkeling en bevordering van de transnationale en internationale samenwerking tussen actoren op cultureel en creatief gebied, waaronder artiesten, audiovisuele beroepsbeoefenaars, culturele en creatieve organisaties en kmo's en audiovisuele actoren, met de nadruk op het stimuleren van uitgebreidere, snellere, doeltreffendere en duurzamere antwoorden op globale uitdagingen, met name ten aanzien van de digitale omwenteling;

c)  de schaalvoordelen, groei en banen die door de steun van de Unie worden bevorderd, waardoor een hefboomeffect wordt gecreëerd dat aanvullende middelen kan genereren;

d)  waarborging van eerlijkere concurrentievoorwaarden in de culturele en creatieve sectoren door rekening te houden met de specifieke kenmerken van de verschillende landen, ook van landen of regio's in een bijzondere geografische of taalkundige situatie, zoals de ultraperifere regio's die zijn erkend in artikel 349 VWEU, en de overzeese landen en gebiedsdelen die onder het gezag van een in Bijlage II bij het VWEU genoemde lidstaat staan;

e)  de bevordering van een verhaal over Europese gemeenschappelijke wortels en diversiteit. [Am. 58]

Artikel 4

Onderdeel CULTUUR

In overeenstemming met de in artikel 3 vermelde doelstellingen heeft het onderdeel CULTUUR de volgende prioriteiten:

-a)  bevorderen van artistieke expressie en creatie; [Am. 59]

-a bis)  koesteren van talent, competenties en vaardigheden en stimuleren van samenwerking en innovatie in de gehele keten van culturele en creatieve sectoren, met inbegrip van erfgoed; [Am. 60]

a)  versterken van de grensoverschrijdende dimensie, en circulatie en zichtbaarheid van Europese culturele en creatieve actoren en hun werken, onder meer door middel van residentieprogramma's, tournees, evenementen, workshops, tentoonstellingen en festivals, alsook door de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen en de professionele capaciteiten te vergroten; [Am. 61]

b)  vergroten van culturele toegang, culturele deelname, cultureel bewustzijn en betrokkenheid van het publiek in heel Europa, met name wat personen met een handicap of personen uit een kansarme omgeving betreft; [Am. 62]

c)  bevorderen van maatschappelijke veerkracht en verbeteren van sociale inclusie, interculturele en democratische dialoog en culturele uitwisseling via kunst, cultuur en cultureel erfgoed; [Am. 63]

d)  vergroten van het vermogen van de Europese culturele en creatieve sectoren om tot bloei te komen en te innoveren, artistiek werk te creëren, cruciale competenties, kennis, vaardigheden, nieuwe artistieke praktijken en duurzame werkgelegenheid en groei te genereren en te ontwikkelen, alsook bij te dragen aan lokale en regionale ontwikkeling; [Am. 64]

d bis)  stimuleren van de professionele capaciteit van personen in de culturele en creatieve sectoren, door hun positie te versterken via passende maatregelen; [Am. 65]

e)  versterken van de Europese identiteit, actief burgerschap, gemeenschapszin en gevoel voor democratische waarden door middel van cultureel bewustzijn, kunstonderwijs cultureel erfgoed, expressie, kritisch denken, artistieke expressie, zichtbaarheid en erkenning voor de makers, kunst, onderwijs en cultuurgebaseerde creativiteit in het onderwijs formele, niet-formele en informele onderwijsvormen voor een leven lang leren; [Am. 66]

f)  bevorderen van internationale capaciteitsopbouw van Europese culturele en creatieve sectoren, met inbegrip van grassroots- en micro-organisaties, om op internationaal niveau actief te kunnen zijn; [Am. 67]

g)  bijdragen aan de mondiale strategie van de Unie voor internationale culturele betrekkingen door de langetermijneffecten van de strategie te proberen verzekeren door middel van een interpersoonlijke benadering waarin een rol is weggelegd voor culturele diplomatie netwerken, het maatschappelijk middenveld en grassrootsorganisaties. [Am. 68]

De prioriteiten worden nader uiteengezet in bijlage I.

In het kader van specifieke acties binnen het onderdeel CULTUUR is er bijzondere aandacht voor de muzieksector wat financiële verdeling en gerichte acties betreft. Op maat gesneden oproepen en instrumenten moeten het concurrentievermogen van de muzieksector helpen aanzwengelen en inspelen op een aantal specifieke uitdagingen waar deze sector mee te kampen heeft. [Am. 69]

Artikel 5

Onderdeel MEDIA

In overeenstemming met de in artikel 3 vermelde doelstellingen heeft het onderdeel MEDIA de volgende prioriteiten:

a)  koesteren van talent, en competenties, vaardigheden en het gebruik van digitale technologieën, en stimuleren van samenwerking, mobiliteit en innovatie bij het creëren en produceren van Europese audiovisuele werken, ook over de grenzen heen; [Am. 70]

b)  uitbreiden van distributie online en in bioscopen en verschaffen van bredere grensoverschrijdende toegang tot Europese audiovisuele werken, waaronder via innovatieve bedrijfsmodellen en het gebruik van nieuwe technologieën de transnationale en internationale circulatie en van online en offline distributie, met name distributie in bioscopen, van Europese audiovisuele werken in de nieuwe digitale omgeving; [Am. 71]

b bis)  het internationaal publiek bredere toegang geven tot audiovisuele werken van de Unie, met name door middel van promotie, evenementen, het stimuleren van filmgeletterdheid en festivals; [Am. 72]

b ter)  verbeteren van het audiovisueel erfgoed en vergemakkelijken van de toegang tot en ondersteunen en bevorderen van audiovisuele archieven en bibliotheken als bronnen van herinnering, onderwijs, hergebruik en nieuwe activiteiten, onder meer door middel van de meest recente digitale technologieën; [Am. 73]

c)  bevorderen van Europese audiovisuele werken en ondersteunen van publieksontwikkeling maatregelen om een publiek van alle leeftijden te betrekken, met name jongeren en personen met een handicap, met het oog op een proactief en legaal gebruik van audiovisuele werken binnen en buiten Europa, alsook met het oog op het delen van door gebruikers gegenereerde inhoud, onder meer door het stimuleren van audiovisueel en filmonderwijs. [Am. 74]

Deze prioriteiten worden gerealiseerd door steun voor de creatie, bevordering, toegang en verspreiding van Europese werken, waarbij de Europese waarden en gemeenschappelijke identiteit worden uitgedragen, met het potentieel hebben om grote publieken van alle leeftijden binnen en buiten Europa te bereiken, en waarbij wordt ingespeeld op nieuwe marktontwikkelingen, als aanvulling op de richtlijn audiovisuele mediadiensten.. [Am. 75]

De prioriteiten worden nader uiteengezet in bijlage I.

Artikel 6

SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel

In overeenstemming met de in artikel 3 vermelde doelstellingen van het programma heeft het SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel de volgende prioriteiten:

a)  ondersteunen van sectoroverschrijdende transnationale beleidssamenwerking, waaronder met betrekking tot de bevordering van de rol van cultuur bij sociale inclusie, met name wat personen met een handicap betreft, en bij het stimuleren van democratie, en bevorderen van kennis van het programma en ondersteunen van de overdraagbaarheid van resultaten, teneinde de zichtbaarheid van het programma te vergroten; [Am. 76]

b)  bevorderen van innovatieve aanpakswijzen voor de schepping, toegang van artistieke inhoud, alsook artistiek onderzoek, toegang tot kunst en de distributie en bevordering ervan, met inachtneming van inhoud auteursrechtelijke bescherming, in de verschillende culturele en creatieve sectoren, zowel wat marktgerelateerde als niet-marktgerelateerde aspecten betreft; [Am. 77]

c)  bevorderen van horizontale activiteiten die meerdere sectoren bestrijken en zijn gericht op de aanpassing aan de structurele en technologische veranderingen die de mediasector ondergaat, waaronder het versterken van een vrij, divers en pluralistisch medialandschap, kwaliteitsjournalistiek media-, artistiek en cultureel landschap, beroepsethiek in de journalistiek, kritisch denken en mediageletterdheid, met name onder jongeren, door te helpen bij de aanpassing aan nieuwe instrumenten en formats in de media en de verspreiding van desinformatie tegen te gaan; [Am. 78]

d)  oprichten en de actieve betrokkenheid ondersteunen van programmadesks in deelnemende landen, met het oog op het bevorderen van het programma in de desbetreffende landen, op billijke en evenwichtige wijze, onder meer via netwerkactiviteiten op het terrein, alsook om de aanvragers te ondersteunen met betrekking tot het programma en basisinformatie te verstrekken over andere relevante ondersteuningsmogelijkheden in het kader van door de Unie gefinancierde programma's, en om grensoverschrijdende samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken binnen de culturele en creatieve sectoren te stimuleren. [Am. 79]

De prioriteiten worden nader uiteengezet in bijlage I.

Artikel 7

Begroting

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het programma over de periode 2021‑2027 bedragen 1 850 000 000 2 806 000 000 EUR in lopende constante prijzen. [Am. 80]

De indicatieve financiële verdeling voor de uitvoering van het programma is als volgt:

–  tot 609 000 000 EUR ten minste 33 % voor de in artikel 3, lid 2, onder a), vermelde doelstelling (onderdeel CULTUUR); [Am. 81]

–  tot 1 081 000 000 EUR ten minste 58 % voor de in artikel 3, lid 2, onder b), vermelde doelstelling (onderdeel MEDIA); [Am. 82]

–  tot 160 000 000 EUR 9 % voor de in artikel 3, lid 2, onder c), vermelde doelstelling (SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel), waarbij wordt gewaarborgd dat de financiële toewijzing voor elke nationale Creatief Europa-desk ten minste even hoog is als de financiële toewijzing waarin is voorzien uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1295/2013. [Am. 83]

2.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

3.  In aanvulling op de financiële middelen zoals vermeld in lid 1, en ter bevordering van de internationale dimensie van het programma, kunnen aanvullende financiële bijdragen ter beschikking worden gesteld uit de externe financieringsinstrumenten [instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)] om overeenkomstig deze verordening uitgevoerde en beheerde acties te ondersteunen. Die bijdrage wordt gefinancierd overeenkomstig de verordeningen waarbij die instrumenten zijn vastgesteld, en wordt elk jaar aan de begrotingsautoriteit gemeld, samen met de bijdragen van derde landen aan het programma. [Am. 84]

4.  Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder a)], van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder c)], van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

Artikel 8

Met het programma geassocieerde derde landen

1.  Het programma staat open voor deelname van de volgende derde landen:

a)  landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;

b)  toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

c)  landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

d)  andere landen, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma's van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst

a)  een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma's van de Unie deelneemt;

b)  de voorwaarden voor deelname aan de programma's vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma's en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmings­ontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5], van [het nieuwe Financieel Reglement].

c)  het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma verleent;

d)  de rechten van de Unie om naar een goed financieel beheer te streven en haar financiële belangen te beschermen, waarborgt.

Derde landen kunnen deelnemen aan de governancestructuren van het programma en aan fora van belanghebbenden met het oog op de bevordering van informatie-uitwisseling. [Am. 85]

2.  Voor deelname aan het onderdeel MEDIA en het SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel moeten de in lid 1, onder a), b) tot en met c d), bedoelde landen voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2010/13/EU. [Am. 151]

3.  In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de overeenkomsten die worden gesloten met de in lid 1, onder c, bedoelde landen afwijken van de in lid 2 vastgestelde verplichtingen.

3 bis.  Overeenkomsten met de derde landen die uit hoofde van deze verordening met het programma geassocieerd zijn, worden gefaciliteerd door middel van procedures die sneller zijn dan de procedures van Verordening (EU) nr. 1295/2013. Overeenkomsten met nieuwe landen worden op proactieve wijze bevorderd. [Am. 86]

Artikel 8 bis

Overige derde landen

Het programma kan steun verlenen aan samenwerking met andere derde landen dan die als bedoeld in artikel 8 met betrekking tot acties die zijn gefinancierd door aanvullende bijdragen uit de externe financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 7, lid 3, indien dat in het belang van de Unie is.

Artikel 9

Samenwerking met internationale organisaties en het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector

1.  Het programma staat open voor deelname van internationale organisaties die actief zijn in de door het programma bestreken gebieden, zoals de Unesco, de Raad van Europa via een meer gestructureerde samenwerking in het kader van de culturele routes en Eurimages, het EUIPO-waarnemingscentrum, de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom en de OESO, op basis van gezamenlijke bijdragen, met het oog op het behalen van de doelstellingen van het programma en overeenkomstig het Financieel Reglement. [Am. 87]

2.  De Unie zal voor de duur van het programma lid zijn van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector. De deelname van de Unie aan het Waarnemingscentrum draagt bij tot de verwezenlijking van de prioriteiten van het onderdeel MEDIA. De Unie wordt in haar betrekkingen met het Waarnemingscentrum vertegenwoordigd door de Commissie. Het onderdeel MEDIA ondersteunt de betaling van de financiële bijdrage voor het Unie-lidmaatschap van het Waarnemingscentrum, om en het verzamelen en analyseren van gegevens in de audiovisuele sector te bevorderen. [Am. 152]

Artikel 9 bis

Gegevensverzameling met betrekking tot de culturele en creatieve sectoren

De Commissie versterkt de samenwerking binnen haar diensten, zoals het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en Eurostat, met het oog op de verzameling van bruikbare statistische gegevens om de effecten van cultuurbeleid te meten en te analyseren. Voor het uitvoeren van die taak werkt de Commissie samen met kenniscentra in Europa en nationale bureaus voor de statistiek, alsook met de Raad van Europa, de OESO en de Unesco. Op die manier draagt ze bij aan het behalen van de doelstellingen van het onderdeel CULTUUR en ziet ze nauwgezet toe op verdere ontwikkelingen in het cultuurbeleid, onder meer door belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij de denkoefening over en de aanpassing van gemeenschappelijke indicatoren voor de verschillende sectoren of specifieke indicatoren per activiteitendomein. De Commissie brengt regelmatig over deze activiteiten verslag uit aan het Europees Parlement. [Am. 88]

Artikel 10

Uitvoering en vormen van EU-financiering

1.  Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

2.  In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. Er kan eveneens financiering worden verstrekt in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen.

3.  Blendingverrichtingen in het kader van dit programma vinden plaats in overeenstemming met titel X van het Financieel Reglement en de procedures die zijn vastgelegd in de [InvestEU-verordening] en titel X van het Financieel Reglement.. De uit hoofde van het programma Creatief Europa tot stand gebrachte specifieke garantiefaciliteit wordt voortgezet in het kader van de [InvestEU-verordening] en houdt rekening met de uitvoeringspraktijken die zijn ontwikkeld in het kader van de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren als vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1295/2013. en titel X [Am. 89]

4.  Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kan gelden als dekking voor het risico dat is verbonden aan de terugvordering van verschuldigde financiering door ontvangers en wordt als voldoende garantie beschouwd overeenkomstig het Financieel Reglement. De bepalingen van [artikel X van] Verordening XXX [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds], die gebaseerd zijn op en in overeenstemming zijn met de reeds ontwikkelde uitvoeringspraktijken, zijn van toepassing. [Am. 90]

4 bis.  Om de internationale dimensie van het programma te bevorderen, leveren de programma's die tot stand zijn gebracht uit hoofde van Verordening .../... [instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking ] en Verordening .../... [IPA III] een financiële bijdrage aan de in het kader van onderhavige verordening tot stand gebrachte acties. Deze verordening is van toepassing op het gebruik van die programma's, waarbij de naleving van de verordeningen waaronder de programma's respectievelijk vallen, wordt gewaarborgd. [Am. 91]

Artikel 11

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Een derde land dat aan het programma deelneemt door middel van een in het kader van een internationale overeenkomst vastgesteld besluit of op grond van een ander rechtsinstrument verleent de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten deze rechten het recht om onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013.

Artikel 12

Werkprogramma's

1.  Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma's als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement. Voordat de werkprogramma's worden vastgesteld, vindt er een raadpleging van de verschillende belanghebbenden plaats om te waarborgen dat de geplande acties de diverse betrokken sectoren zo goed mogelijk ondersteunen. In de werkprogramma's wordt in voorkomend geval het voor blendingverrichtingen gereserveerde totaalbedrag opgenomen, waarbij blendingverrichtingen niet in de plaats komen van rechtstreekse financiering in de vorm van subsidies.

De algemene en specifieke doelstellingen en de bijbehorende beleidsprioriteiten en ‑acties van het programma, evenals de toegewezen begroting per actie, worden in detail gespecificeerd in de jaarlijkse werkprogramma's. Het jaarlijkse werkprogramma bevat ook een indicatief tijdschema voor de uitvoering. [Am. 92]

2.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door middel de vaststelling van jaarlijkse werkprogramma's [Am. 93]

Hoofdstuk II

Subsidies en in aanmerking komende entiteiten

Artikel 13

Subsidies

1.  De toekenning en het beheer van subsidies uit hoofde van het programma geschieden overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

1 bis.  In de oproepen tot het indienen van voorstellen kan rekening worden gehouden met de noodzaak om te voorzien in passende steun voor kleinschalige projecten in het kader van het onderdeel CULTUUR door middel van maatregelen die hogere medefinancieringspercentages kunnen inhouden. [Am. 94]

1 ter.  Bij de toekenning van subsidies wordt rekening gehouden met de volgende kenmerken van het desbetreffende project:

a)  de kwaliteit van het project;

b)  de effecten ervan;

c)  de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering ervan. [Am. 95]

2.  Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan. Tijdens de vergaderingen van het comité zijn de leden fysiek dan wel op afstand aanwezig.

De deskundigen hebben een beroepsachtergrond die aansluit bij het beoordeelde gebied. Het evaluatiecomité kan het advies inwinnen van deskundigen uit het land van aanvraag. [Am. 96]

3.  In afwijking van artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement, en in naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen worden de kosten die de begunstigde heeft gemaakt voordat hij de subsidieaanvraag heeft ingediend als subsidiabel worden beschouwd, op voorwaarde dat die kosten rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de ondersteunde acties en activiteiten. [Am. 97]

4.  Waar van toepassing stellen de acties van het programma passende criteria voor non-discriminatie vast, waaronder voor het evenwicht tussen vrouwen en mannen.

Artikel 14

In aanmerking komende entiteiten

1.  Naast de in [artikel 197] van het Financieel Reglement vermelde criteria zijn de in de leden 2 tot en met 4 vastgestelde criteria om in aanmerking te komen van toepassing:

2.  De volgende entiteiten komen in aanmerking:

a)  juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

1)  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

2)  een met het programma geassocieerd derde land;

3)  een in het werkprogramma opgenomen derde land, onder de in de leden 3 en 4 vermelde voorwaarden;

b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie;

3.  Juridische entiteiten die zijn gevestigd in een niet met het programma geassocieerd derde land komen bij wijze van uitzondering voor deelname in aanmerking voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een bepaalde actie.

4.  Juridische entiteiten die zijn gevestigd in een niet met het programma geassocieerd derde land dragen in beginsel de kosten van hun deelname. Aanvullende bijdragen uit de externe financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 7, lid 3, kunnen de kosten van deelname dekken als dat in het belang van de Unie is.

5.  Aan de volgende entiteiten mogen bij wijze van uitzondering subsidies worden toegekend zonder oproep tot het indienen van voorstellen, op basis van specifieke taken en doelstellingen die door de Commissie worden vastgesteld en regelmatig worden beoordeeld aan de hand van de doelstellingen van het programma: [Am. 98]

a)  de Europese filmacademie in de context van samenwerking met het Europees Parlement in verband met de LUX-filmprijs, op basis van een samenwerkingsovereenkomst waarover beide partijen onderhandelen en die door hen beiden wordt ondertekend, en in samenwerking met Europa Cinemas; in afwachting van de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst worden de desbetreffende kredieten in de reserve geplaatst; [Am. 99]

b)  het Jeugdorkest van de Europese Unie voor zijn activiteiten, waaronder de regelmatige selectie van en het aanbieden van opleiding aan jonge muzikanten uit alle lidstaten via residentieprogramma's bestaande uit mobiliteitskansen en de kans om op festivals op te treden en op tournee te gaan binnen de Unie en op internationaal niveau, waardoor wordt bijgedragen aan de verspreiding van Europese cultuur over de grenzen heen en aan de internationalisering van de loopbaan van jonge muzikanten en waarbij wordt gestreefd naar een geografisch evenwicht onder de deelnemers; het Jeugdorkest van de Europese Unie diversifieert zijn inkomsten voortdurend door actief op zoek te gaan naar financiële steun uit andere bronnen en zo zijn afhankelijkheid van financiering door de Unie te verminderen; de activiteiten van het Jeugdorkest van de Europese Unie zijn in overeenstemming met het programma en met de doelstellingen en prioriteiten van het onderdeel CULTUUR, met name wat betrokkenheid van het publiek betreft. [Am. 100]

Hoofdstuk III

Synergieën en complementariteit

Artikel 15

Complementariteit

De Commissie draagt in samenwerking met de lidstaten zorg voor de algemene consistentie en complementariteit van het programma met het relevante beleid en de relevante programma's, met name op het gebied van evenwicht tussen vrouwen en mannen, onderwijs – met bijzondere aandacht voor digitaal onderwijs en mediageletterdheid – jeugd en solidariteit, werkgelegenheid en sociale inclusie – met bijzondere aandacht voor gemarginaliseerde groepen en minderheden – onderzoek en innovatie – met inbegrip van sociale innovatie – industrie en ondernemingen, landbouw en plattelandsontwikkeling, milieu en klimaatactie, cohesie, regionaal beleid en stadsontwikkeling, duurzaam toerisme, staatssteun, mobiliteit en internationale samenwerking en ontwikkeling, onder meer met het oog op een efficiënter gebruik van overheidsmiddelen;

de Commissie zorgt ervoor dat bij de toepassing van de in [het InvestEU-programma] vastgelegde procedures in het kader van het programma rekening wordt gehouden met de praktijken die zijn ontwikkeld in het kader van de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren, die is opgezet bij Verordening (EU) nr. 1295/2013. [Am. 101]

Artikel 16

Cumulatieve en gecombineerde financiering

1.  Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit enig ander programma van de Unie, waaronder financiering in het kader van Verordening (EU) XXX/XXX (VGB), op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De cumulatieve financiering mag niet meer bedragen dan de totale subsidiabele kosten van de actie en voor de steun uit verschillende programma's van de Unie kan naar rato worden berekend.

2.  Een voorstel dat in het kader van het programma voor subsidie in aanmerking komt, kan een excellentiekeur worden toegekend, mits het voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

a)  het is beoordeeld in een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;

b)  het voldoet aan de minimumeisen inzake kwaliteit hoge kwaliteitseisen van die oproep tot het indienen van voorstellen; [Am. 102]

c)  het kan omwille van budgetbeperkingen niet in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen worden gefinancierd.

2 bis.  Een voorstel waaraan een excellentiekeur is toegekend kan rechtstreeks financiering ontvangen uit andere programma's en andere fondsen die onder [de verordening gemeenschappelijke bepalingen, COM(2018)0375] vallen, in overeenstemming met artikel 67, lid 5, daarvan, op voorwaarde dat het voorstel in samenhang is met de doelstellingen van het programma. De Commissie zorgt ervoor dat de selectie- en gunningscriteria voor de projecten waaraan de excellentiekeur wordt toegekend coherent, duidelijk en transparant zijn voor de potentiële begunstigden. [Am. 103]

Artikel 16 bis

Garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren in het kader van InvestEU

1.  Financiële steun in het kader van het nieuwe InvestEU-programma bouwt voort op de doelstellingen en criteria van de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren, met inachtneming van de specifieke aard van de sector.

2.  Het InvestEU-programma biedt:

a)  toegang tot financiering voor kmo's en micro-, kleine en middelgrote organisaties in de culturele en creatieve sectoren;

b)  garanties voor deelnemende financiële intermediairs uit landen die deelnemen aan de garantiefaciliteit;

c)  aanvullende deskundigheid voor deelnemende financiële intermediairs om de risico's die verband houden met kmo's en micro-, kleine en middelgrote organisaties en culturele en creatieve projecten te kunnen evalueren;

d)  het volume aan schuldfinanciering dat ter beschikking van kmo's en micro-, kleine en middelgrote organisaties is gesteld;

e)  de mogelijkheid voor kmo's en micro-, kleine en middelgrote organisaties in alle regio's en sectoren om een gediversifieerde leningenportefeuille op te bouwen en een marketing- en promotieplan voor te stellen;

f)  de volgende soorten leningen: investeringen in materiële en immateriële activa, met uitzondering van persoonlijk onderpand; bedrijfsoverdrachten; bedrijfskapitaal, zoals interimkrediet, overbruggingskrediet, kasstroom en kredietlijnen. [Am. 104]

Hoofdstuk IV

Monitoring, evaluatie en controle

Artikel 17

Monitoring en verslaglegging

1.  Indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vermelde doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II.

1 bis.  Voor de verschillende onderdelen wordt een gemeenschappelijke reeks kwalitatieve indicatoren vastgesteld. Voor elk onderdeel afzonderlijk wordt er tevens een specifieke reeks indicatoren vastgesteld. [Am. 105]

2.  Om een doeltreffende beoordeling van de voortgang van het programma op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen ervan te waarborgen, is de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bepalingen voor een monitoring- en evaluatiekader te ontwikkelen, inclusief door middel van wijzigingen in bijlage II om de indicatoren te herzien en aan te vullen indien dit nodig is voor evaluatiedoeleinden. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2022 een gedelegeerde handeling betreffende de indicatoren vast. [Am. 106]

3.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie en (in voorkomend geval) de lidstaten.

Artikel 18

Evaluatie

1.  Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

1 bis.  De beschikbare cijfers betreffende het bedrag aan vastleggings- en betalingskredieten dat nodig zou zijn geweest voor de financiering van de projecten met het excellentiekeur worden elk jaar aan de twee takken van de begrotingsautoriteit meegedeeld, ten minste drie maanden vóór de datum van publicatie van hun respectieve standpunten inzake de begroting van de Unie voor het volgende jaar, overeenkomstig het gezamenlijk overeengekomen tijdschema voor de jaarlijkse begrotingsprocedure. [Am. 107]

2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen op 30 juni 2024.

De Commissie dient het tussentijds evaluatieverslag uiterlijk op 31 december 2024 in bij het Europees Parlement en de Raad.

De Commissie dient in voorkomend geval en op basis van de tussentijdse evaluatie een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze verordening in. [Am. 108]

3.  Aan het einde van de uitvoering van het programma, maar uiterlijk twee jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert dient de Commissie een eindevaluatie van het programma in uit. [Am. 109]

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

5.  Het evaluatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor de evaluatie van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld met een gepaste mate van granulariteit. Die gegevens en informatie worden aan de Commissie medegedeeld op een wijze die strookt met de andere juridische bepalingen; zo worden persoonsgegevens waar nodig anoniem gemaakt. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie.

Artikel 19

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in de artikelen 12, lid 2, en 17, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2028.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 12, lid 2, en 17, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 12, lid 2, en 17 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Hoofdstuk V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren, waarbij zij in het bijzonder de naam van het programma en, voor acties die uit hoofde van het onderdeel MEDIA worden gefinancierd, het MEDIA-logo gebruiken. De Commissie ontwerpt een CULTUUR-logo dat wordt gebruikt voor acties die uit hoofde van het onderdeel CULTUUR worden gefinancierd. [Am. 110]

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan die via de onderdelen van het programma worden ondersteund. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

Artikel 21

Intrekking

Verordening (EU) nr. 1295/2013 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 22

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties tot de afsluiting ervan op grond van Verordening (EU) nr. 1295/2013, die op de betrokken acties van toepassing blijft tot zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het programma kunnen ook de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve uitgaven om de overgang tussen het programma en de maatregelen op grond van Verordening (EU) nr. 1295/2013 te bewerkstelligen.

3.  Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 7, lid 4, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Aanvullende informatie over de te financieren activiteiten

1.  ONDERDEEL CULTUUR

De prioriteiten van het programmaonderdeel CULTUUR als bedoeld in artikel 4 worden uitgevoerd door middel van de volgende acties:

Horizontale acties:

a)  transnationale samenwerkingsprojecten, waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen kleinschalige, middelgrote en grootschalige projecten, met bijzondere aandacht voor kleine culturele organisaties en culturele micro-organisaties; [Am. 111]

b)  Europese netwerken van culturele en creatieve organisaties uit verschillende landen;

c)  culturele en creatieve pan-Europese platforms;

d)  mobiliteit van artiesten, ambachtslieden en culturele en creatieve actoren bij hun transnationale activiteiten, onder meer door hun kosten te dekken die verband houden met artistieke activiteiten en de verspreiding van artistieke en culturele werken; [Am. 112]

e)  ondersteuning van culturele en creatieve organisaties om internationaal te opereren en hun capaciteitsopbouw te ondersteunen; [Am. 113]

f)  beleidsontwikkeling, -samenwerking en -uitvoering op het gebied van cultuur, waaronder door gegevensverstrekking en de uitwisseling van beste praktijken of proefprojecten.

Sectorale acties:

a)  ondersteuning van de muzieksector; bevorderen van verscheidenheid, creativiteit en innovatie op het gebied van muziek, met name de livemuzieksector, onder meer door netwerkactiviteiten, de verspreiding en promotie van muzikaal werk diverse Europese muzikale werken en repertoires in Europa en erbuiten, opleidingen, en deelname aan muziek, toegang tot muziek, publieksontwikkeling, voor Europese muzikanten zichtbaarheid en erkenning van (voornamelijk jonge en opkomende) makers, organisatoren en artiesten, en ondersteuning voor gegevensverzameling en ‑analyse; [Am. 114]

b)  ondersteuning van de boeken- en uitgeverijsector; gerichte acties ter bevordering van verscheidenheid, creativiteit en, innovatie, met name de vertaling, de aanpassing naar voor personen met een handicap toegankelijke formaten en het aanprijzen van Europese literatuur over de grenzen heen binnen en buiten Europa, onder meer via bibliotheken, opleidingen en uitwisselingen voor beroepsbeoefenaars in de sector, auteurs en vertalers, alsook transnationale projecten voor samenwerking, innovatie en ontwikkeling in de sector; [Am. 115]

c)  ondersteuning van de architectuursector en de sector cultureel erfgoed en van architectuur; gerichte acties voor de mobiliteit van actoren, capaciteitsopbouw, publieksontwikkeling en internationalisering van de sector cultureel erfgoed en de architectuursector, bevordering van Baukultur, onderzoek, totstandbrenging van hoogwaardige normen, capaciteitsopbouw, het delen van professionele kennis en vaardigheden voor ambachtslieden, betrokkenheid van het publiek, ondersteuning van het veiligstellen, bewaren, regenereren van leefruimte, adaptief hergebruik, bevordering van Baukultur, duurzaamheid, verspreiding, versterking en internationalisering versterken van cultureel erfgoed en de waarden ervan door bewustmaking, netwerken en intercollegiaal leren; [Am. 116]

d)  ondersteuning van andere sectoren; gerichte acties promotieacties ter bevordering van de ontwikkeling van de creatieve aspecten van andere sectoren, waaronder de ontwerp- en modesectoren en duurzaam cultureel toerisme en de aanprijzing en vertegenwoordiging ervan buiten de Europese Unie. [Am. 117]

Ondersteuning van alle culturele en creatieve sectoren op gebieden van gemeenschappelijke behoefte, aangezien de ontwikkeling van een sectorale actie een geschikte methode kan zijn in gevallen waar een gerichte benadering gerechtvaardigd is door de specifieke kenmerken van een deelsector. Er wordt een horizontale benadering gehanteerd voor transnationale projecten met het oog op samenwerking, mobiliteit en internationalisering, onder meer via residentieprogramma's, tournees, evenementen, liveoptredens, tentoonstellingen en festivals, alsook met het oog op de bevordering van diversiteit, creativiteit en innovatie, opleiding en uitwisselingen voor beroepsbeoefenaars uit de sector, capaciteitsopbouw, netwerkactiviteiten, vaardigheden, publieksontwikkeling en gegevensverzameling en -analyse. Sectorale acties krijgen een begroting toegewezen die in verhouding staat tot de als prioriteit aangewezen sectoren. Sectorale acties moeten helpen inspelen op de specifieke uitdagingen waar de verschillende prioritaire sectoren als vastgesteld in deze bijlage mee worden geconfronteerd, voortbouwend op bestaande proefprojecten en voorbereidende acties. [Am. 118]

Speciale acties gericht op het zichtbaar en tastbaar maken van de Europese identiteit en culturele verscheidenheid en het cultureel erfgoed en het koesteren van de interculturele dialoog: [Am. 119]

a)  Culturele hoofdsteden van Europa, waarborgen van financiële steun aan Verordening (EU) nr. 445/2014 van het Europees Parlement en de Raad(26);

b)  Europees erfgoedlabel, waarborgen van financiële steun aan Verordening (EU) nr. 1194/2011 van het Europees Parlement en de Raad(27) en een netwerk van sites met het Europees erfgoedlabel; [Am. 120]

c)  EU-cultuurprijzen, met inbegrip van de Europese theaterprijs; [Am. 121]

d)  Europese erfgoeddagen;

d bis)  acties gericht op interdisciplinaire producties in verband met Europa en de Europese waarden; [Am. 122]

e)  ondersteuning van Europese culturele instellingen die op grote geografische schaal directe culturele diensten verlenen aan de Europese burgers.

2.  ONDERDEEL MEDIA

Voor de prioriteiten van het programmaonderdeel MEDIA als bedoeld in artikel 5 wordt rekening gehouden met de vereisten van Richtlijn 2010/13/EU en de verschillen tussen de landen wat de productie, verspreiding en toegankelijkheid van audiovisuele inhoud betreft, alsook wat de omvang en specifieke kenmerken van de respectieve markten betreft, en worden uitgevoerd door middel van, onder meer: [Am. 123]

a)  de ontwikkeling van Europese audiovisuele werken, met name films en televisiewerken zoals fictie, kortfilms, documentaires, kinderfilms en animatiefilms, alsook interactieve werken zoals kwalitatief hoogwaardige en narratieve videogames en multimedia met een versterkt grensoverschrijdend verspreidingspotentieel van Europese onafhankelijke productiebedrijven; [Am. 124]

b)  de productie van innovatieve en kwalitatief hoogwaardige inhoud voor televisie en seriële verteltechnieken voor alle leeftijden, door ondersteuning van Europese onafhankelijke productiebedrijven; [Am. 125]

b bis)  ondersteuning van initiatieven gericht op de creatie en promotie van werken die verband houden met de geschiedenis van de Europese integratie en Europese verhalen. [Am. 126]

c)  promotie-, reclame- en marketinginstrumenten, waaronder online en met gebruikmaking van gegevensanalyse, om de prominentie, de zichtbaarheid, de toegang over de grenzen heen en het bereiken van publiek van Europese werken te vergroten; [Am. 127]

d)  ondersteuning van de internationale verkoop en verspreiding van niet-nationale Europese werken op alle platforms die zich richten op zowel kleine als grote producties, waaronder door gecoördineerde verspreidingsstrategieën in verschillende landen en ondertiteling, nasynchronisatie en audiodescriptie; [Am. 128]

d bis)  acties ter ondersteuning van landen met een lage capaciteit om hun respectieve vastgestelde tekortkomingen te verbeteren; [Am. 129]

e)  ondersteuning van business-to-business-uitwisselingen en netwerkactiviteiten ter bevordering van Europese en internationale coproducties en de verspreiding van Europese werken; [Am. 130]

e bis)  ondersteuning van Europese netwerken van makers van audiovisueel werk uit verschillende landen met het oog op het koesteren van creatief talent in de audiovisuele sector; [Am. 131]

e ter)  specifieke maatregelen om bij te dragen aan een rechtvaardige behandeling van creatief talent in de audiovisuele sector; [Am. 132]

f)  aanprijzen van Europese werken in evenementen en tentoonstellingen in de sector, binnen en buiten Europa;

g)  initiatieven ter bevordering van publieksontwikkeling en filmonderwijs, publieksbinding, met name in bioscopen en in film- en audiovisueel onderwijs, met name gericht op jong publiek; [Am. 133]

h)  activiteiten in het kader van opleiding en mentoring ter versterking van het vermogen van audiovisuele actoren, met inbegrip van ambachtslieden, om zich aan te passen aan nieuwe marktontwikkelingen en digitale technologieën; [Am. 134]

i)  een Europees netwerk of meer Europese netwerken voor actoren op het gebied van video-on-demand met het oog op vertoning van een significant aandeel van niet-nationale Europese werken; [Am. 135]

j)  netwerken Europese festivals en netwerken van Europese festivals met het oog op vertoning en bevordering van een waaier aan Europese audiovisuele werken, met een significant aandeel van niet-nationale Europese films; [Am. 136]

k)  een Europees netwerk van bioscoopexploitanten met het oog op vertoning van een significant aandeel van niet-nationale Europese films, het helpen versterken van de rol van bioscopen in de waardeketen en het benadrukken van openbare vertoningen als een sociale ervaring; [Am. 137]

l)  specifieke maatregelen, waaronder mentoring- en netwerkactiviteiten, om bij te dragen aan een evenwichtigere participatie van mannen en vrouwen in de culturele en creatieve industrieën audiovisuele sector; [Am. 138]

m)  ondersteuning van beleidsdialoog, innovatieve beleidsacties en de uitwisseling van beste praktijken, waaronder door analysewerkzaamheden en de levering van betrouwbare gegevens;

n)  transnationale uitwisseling van kennis en ervaringen, peer learning en netwerken tussen de audiovisuele sector en beleidsvormers.

n bis)  ondersteuning van de verspreiding van en meertalige toegang tot online en offline televisie-inhoud van culturele aard, onder meer door middel van ondertiteling, om de rijkdom en diversiteit van het cultureel erfgoed, de hedendaagse creaties en de talen van Europa te bevorderen. [Am. 139]

3.  SECTOROVERSCHRIJDEND ONDERDEEL

De prioriteiten van het SECTOROVERSCHRIJDEND onderdeel als bedoeld in artikel 6 worden uitgevoerd door middel van de volgende acties:

Beleidssamenwerking en bereik:

a)  beleidsontwikkeling, transnationale uitwisseling van kennis en ervaringen, peer learning (waaronder peer mentoring voor nieuwkomers in het programma), bewustmaking en netwerken tussen de culturele en creatieve organisaties en beleidsvormers van sectoroverschrijdende aard, tevens door middel van een permanente structurele dialoog met belanghebbenden en met een forum voor de culturele en creatieve sectoren ter versterking van de dialoog en de oriëntatie van het beleid in de sector; [Am. 140]

b)  sectoroverschrijdende analysewerkzaamheden;

c)  ondersteuning van acties die zijn gericht op de bevordering van grensoverschrijdende beleidssamenwerking en beleidsontwikkeling met betrekking tot de rol van sociale inclusie door cultuur;

d)  verdieping van kennis over het programma en de daarin behandelde onderwerpen, bevordering van het bereik van de burgers, en ondersteuning van een grotere overdraagbaarheid van resultaten dan op niveau van de lidstaten;

Lab voor creatieve innovatie:

a)  aanmoedigen van nieuwe vormen van het creëren van inhoud op het kruispunt tussen verschillende culturele en creatieve sectoren en samen met actoren uit andere sectoren, bijvoorbeeld door het gebruik van en mentoring bij het gebruik van innovatieve technologieën binnen culturele organisaties en samenwerking via digitale hubs; [Am. 141]

b)  bevorderen van innovatieve sectoroverschrijdende aanpakswijzen en instrumenten voor gemakkelijkere toegang, verspreiding, promotie en monetarisering van cultuur en creativiteit, waaronder cultureel erfgoed.

b bis)  acties gericht op interdisciplinaire producties in verband met Europa en zijn waarden; [Am. 142]

Programmadesks:

a)  promotie van het programma op nationaal niveau en verstrekking van relevante informatie over de verschillende soorten financiële steun die in het kader van Uniebeleid beschikbaar zijn, alsook over de evaluatiecriteria, -procedure en -resultaten; [Am. 143]

b)  ondersteuning van potentiële begunstigden bij het indienen van een aanvraag, aanmoediging van grensoverschrijdende samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken tussen beroepsbeoefenaars, instellingen, platforms en netwerken binnen en tussen beleidsgebieden en sectoren die onder het programma vallen; [Am. 144]

c)  ondersteuning van de Commissie door te zorgen voor passende communicatie bottom-up- en top-downcommunicatie en -verspreiding van de resultaten van het programma naar de burgers en naar de actoren. [Am. 145]

Horizontale activiteiten ter ondersteuning van de mediasector:

a)  reageren op de structurele en technologische veranderingen waar de mediasector nieuwsmediasector mee wordt geconfronteerd, door de bevordering en monitoring van een divers onafhankelijk en pluralistisch medialandschap en door de ondersteuning van onafhankelijke monitoring om de risico's en uitdagingen voor mediapluralisme en mediavrijheid te beoordelen; [Am. 146]

b)  ondersteuning van een hoge standaard van mediaproductie door bevordering van samenwerking, digitale vaardigheden, journalistieke samenwerking over grenzen heen en, inhoud van hoge kwaliteit en duurzame economische modellen voor de media om de beroepsethiek in de journalistiek te waarborgen; [Am. 147]

c)  bevordering van mediageletterdheid zodat burgers, met name jongeren, een kritisch inzicht in de media kunnen ontwikkelen, ondersteuning van de oprichting van een platform van de Unie om praktijken en beleid op het gebied van mediageletterdheid te delen onder alle lidstaten, onder meer via universitaire radio- en medianetwerken die zich met Europa bezighouden, en het aanbieden van opleidingsprogramma's voor nieuwsmediaprofessionals om desinformatie te leren herkennen en tegen te gaan. [Am. 148]

c bis)  bevordering en bescherming van de politieke dialoog en de dialoog met het maatschappelijk middenveld over bedreigingen voor mediavrijheid en mediapluralisme in Europa; [Am. 149]

BIJLAGE II

GEMEENSCHAPPELIJKE KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE IMPACTINDICATOREN VAN HET PROGRAMMA

(1)  Voordeel voor burgers en gemeenschappen

(2)  Voordeel voor het versterken van Europese culturele diversiteit en Europees cultureel erfgoed

(3)  Voordeel voor de economie en werkgelegenheid in de Unie, met name voor de culturele en creatieve sectoren en kmo's

(4)  Mainstreaming van het Uniebeleid, met inbegrip van internationale culturele betrekkingen

(5)  Europese meerwaarde van projecten

(6)  Kwaliteit van partnerschappen en culturele projecten

(7)  Aantal mensen dat toegang heeft tot de Europese culturele en creatieve werken die door het programma worden ondersteund

(8)  Aantal arbeidsplaatsen in het kader van de gesteunde projecten

(9)  Genderevenwicht, indien nodig, mobiliteit en een sterkere positie voor de operatoren in de culturele en creatieve sectoren. [Am. 150]

Indicatoren

ONDERDEEL CULTUUR:

Aantal en schaal van met financiering uit het programma tot stand gebrachte transnationale partnerschappen

Aantal artiesten & culturele en/of creatieve actoren (geografisch) die dankzij steun uit het programma over de nationale grenzen heen actief zijn, per land van herkomst

Aantal mensen dat in aanraking komt met Europese culturele en creatieve werken die dankzij het programma tot stand zijn gebracht, inclusief werken van buiten hun eigen land

Aantal door het programma ondersteunde projecten die zijn gericht op benadeelde groepen, met name werkloze jongeren en migranten

Aantal door het programma ondersteunde projecten waar organisaties uit derde landen bij zijn betrokken

ONDERDEEL MEDIA:

Aantal mensen dat in aanraking komt met Europese audiovisuele werken van buiten hun eigen land die dankzij het programma tot stand zijn gebracht

Aantal deelnemers aan door het programma ondersteunde leeractiviteiten die van mening zijn dat zij hun competenties hebben verbeterd en hun inzetbaarheid hebben vergroot

Aantal en budget van met financiering uit het programma tot stand gebrachte coproducties

Aantal mensen dat door business-to-business-promotieactiveiten op de voornaamste markten is bereikt

SECTOROVERSCHRIJDEND ONDERDEEL:

Aantal en schaal van tot stand gebrachte transnationale partnerschappen (samengestelde indicator voor labs voor creatieve innovatie en acties van nieuwsmedia)

Aantal door programmadesks georganiseerde evenementen waarbij het programma wordt aangeprezen

(1)PB C 110 van 22.3.2019, blz. 87.
(2)PB C […] van […], blz. […].
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 28 maart 2019.
(4)COM(2018)0267 final.
(5)Richtlijn (EU) 2019/789 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma's en tot wijziging van Richtlijn 93/83/EEG van de Raad (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 82).
(6)COM(2016)0287.
(7) Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69).
(8) Besluit (EU) 2017/864 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 over het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 (PB L 131 van 20.5.2017, blz. 1).
(9) Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1).
(10)JOIN/2016/0029.
(11)COM(2014)0477.
(12)COM(2017)0479.
(13)VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, in september 2015 aangenomen door de Verenigde Naties, A/RES70/1.
(14) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(15) 2018/0243(COD).
(16) 2018/0247(COD).
(17)PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(18)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(19)Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(20)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(21)Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(22)Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(23)Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (LGO-besluit) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(24)Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(25)PB L 124 van 20.5.2003.
(26)Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement „Culturele hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG (PB L 132 van 3.5.2014, blz. 1).
(27)Besluit nr. 1194/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot instelling van een actie van de Europese Unie voor het Europees erfgoedlabel (PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 20 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid