Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0245(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0356/2018

Ingediende teksten :

A8-0356/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.7
CRE 29/11/2018 - 8.7
PV 04/04/2019 - 6.24
CRE 04/04/2019 - 6.24

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0472
P8_TA(2019)0356

Aangenomen teksten
PDF 216kWORD 51k
Donderdag 4 april 2019 - Brussel Definitieve uitgave
Tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen ***I
P8_TA(2019)0356A8-0356/2018
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 wat betreft de regels die van toepassing zijn op de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen (COM(2017)0571 – C8-0326/2017 – 2017/0245(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0571),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 77, lid 2, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0326/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de bijdragen die de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden, de Tsjechische Senaat, het Griekse parlement, het Spaanse parlement, de Franse senaat en het Portugese parlement hebben ingediend over het ontwerp van wetgevingshandeling,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0356/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast(1);

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Dit standpunt komt overeen met de amendementen die zijn aangenomen op 29 november 2018 (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0472).


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 4 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 wat betreft de regels die van toepassing zijn op de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen
P8_TC1-COD(2017)0245

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder e),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(-1)  De totstandbrenging van een ruimte waarin het vrije verkeer van personen over binnengrenzen is gegarandeerd, is een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Unie. Het waarborgen van de normale werking en het versterken van die ruimte, die is gebaseerd op vertrouwen en solidariteit, moet een gezamenlijke doelstelling zijn van de Unie en de lidstaten die zich ertoe hebben verbonden eraan deel te nemen. Daarnaast is het noodzakelijk om, wanneer zich een situatie voordoet die een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in die ruimte of in delen daarvan, gezamenlijk op te treden, door in uitzonderlijke omstandigheden en als uiterste maatregel tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen toe te staan, en de samenwerking tussen de betrokken lidstaten te versterken. [Am. 1]

(1)  In een ruimte van vrij verkeer van personen moet de herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen een uitzondering blijven. Aangezien de tijdelijke herinvoering van binnengrenstoezicht gevolgen heeft voor het vrije verkeer van personen, mag alleen opnieuw worden ingevoerd herinvoering alleen plaatsvinden als uiterste middel, voor een beperkte termijn en voor zover dat toezicht noodzakelijk is en evenredig met de vastgestelde ernstige bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. Een dergelijke maatregel moet worden ingetrokken zodra de redenen die hebben geleid tot de vaststelling ervan wegvallen. [Am. 2]

(1 bis)  Migratie en het overschrijden van buitengrenzen door een groot aantal onderdanen van derde landen moet niet per definitie worden gezien als een bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. [Am. 3]

(2)  De vastgestelde ernstige bedreigingen kunnen met verschillende maatregelen worden aangepakt, naargelang hun aard en omvang. De lidstaten Hoewel het duidelijk is dat politiebevoegdheid een ander karakter heeft en andere doelstellingen dient dan grenstoezicht, beschikken de lidstaten ook over politiebevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23 van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)(2), die onder bepaalde voorwaarden in de grensgebieden kan worden uitgeoefend. De aanbeveling van de Commissie inzake evenredige politiecontroles en politiële samenwerking in het Schengengebied(3) biedt de lidstaten richtsnoeren op dat gebied. [Am. 4]

(2 bis)  De lidstaten moeten voorrang geven aan alternatieve maatregelen voordat zij overgaan tot herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen. Met name moet de betrokken lidstaat op basis van een risicobeoordeling, wanneer dit noodzakelijk en gerechtvaardigd is, overwegen om op zijn grondgebied, met inbegrip van grensgebieden en belangrijke vervoersverbindingen, doeltreffender of intensiever politiecontroles uit te voeren, en daarbij ervoor zorgen dat deze politiecontroles geen grenstoezicht tot doel hebben. Moderne technologieën kunnen helpen bij het aanpakken van bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. De lidstaten moeten beoordelen of de situatie op passende wijze kan worden aangepakt door middel van intensievere grensoverschrijdende samenwerking, zowel vanuit operationeel oogpunt als wat betreft de informatie-uitwisseling tussen de politie en inlichtingendiensten. [Am. 5]

(3)  Overeenkomstig de bepalingen van titel III, hoofdstuk II van de Schengengrenscode kan het binnengrenstoezicht als uiterste middel tijdelijk opnieuw worden ingevoerd, in het geval van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, voor een beperkte periode van maximaal zes maanden bij voorzienbare gebeurtenissen (artikel 25), en voor een beperkte periode van maximaal twee maanden in gevallen die onmiddellijk optreden vereisen (artikel 28). Deze termijnen zijn voldoende gebleken om het hoofd te bieden aan de ernstige bedreigingen die verband houden met de meest voorkomende voorzienbare gebeurtenissen zoals internationale sportmanifestaties en belangrijke politieke evenementen.

(4)  De ervaring heeft echter uitgewezen dat bepaalde ernstige bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, zoals grensoverschrijdende terroristische dreigingen of specifieke gevallen van secundaire bewegingen van irreguliere migranten in de Unie, die de herinvoering van grenstoezicht rechtvaardigden, ook lang het zelden nodig is opnieuw grenstoezicht aan de binnengrenzen in te voeren voor een periode van meer dan twee maanden. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan het voorkomen dat bepaalde ernstige bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid blijven bestaan na het verstrijken van bovengenoemde termijn kunnen blijven bestaan de maximumtermijn van zes maanden die momenteel voor herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen is toegestaan. Het is derhalve nodig en gerechtvaardigd noodzakelijk om de voor de tijdelijke herinvoering van grenstoezicht geldende termijnen aan de huidige behoeften aan te passen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat deze maatregel niet wordt misbruikt en een uitzondering blijft, die alleen als uiterste middel kan worden gebruikt. Daartoe moet de algemene termijn die op grond van artikel 25 van de Schengengrenscode van toepassing is, worden verlengd tot een jaar. [Am. 6]

(4 bis)  Elke afwijking van het grondbeginsel van het vrije verkeer van personen moet restrictief worden opgevat en het begrip openbare orde veronderstelt dat er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. [Am. 7]

(5)  Om te waarborgen dat het binnengrenstoezicht alleen als uiterste middel wordt heringevoerd en een uitzondering blijft, moeten de lidstaten een risicobeoordeling betreffende de voorgenomen herinvoering verlenging van het grenstoezicht of de verlenging daarvan voor meer dan twee maanden overleggen. Bij de risicobeoordeling moet in het bijzonder worden nagegaan hoelang de vastgestelde bedreiging naar verwachting zal blijven bestaan en welke delen van de binnengrenzen worden getroffen, moet worden aangetoond dat de verlenging van het toezicht een uiterste middel is, met name door aan te tonen dat alternatieve maatregelen onvoldoende zijn gebleken of onvoldoende worden geacht, en moet worden uitgelegd hoe grenstoezicht de vastgestelde bedreiging zou helpen aanpakken. Ingeval het grenstoezicht langer dan zes maanden duurt, moet In de risicobeoordeling moeten ook retrospectief de efficiëntie en doeltreffendheid van het opnieuw ingevoerde grenstoezicht voor de aanpak van de vastgestelde bedreiging worden aangetoond en in detail worden uitgelegd hoe met elke door dergelijke verlenging getroffen aangrenzende lidstaat werd overlegd en hoe deze lidstaten zijn betrokken bij het bepalen van de minst belastende operationele regelingen. De lidstaten moeten de mogelijkheid houden om waar nodig alle verstrekte informatie of delen daarvan te rubriceren. [Am. 8]

(5 bis)   Wanneer herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen wordt voorgesteld in verband met specifieke geplande evenementen van uitzonderlijke aard en duur, zoals sportevenementen, moet de periode van herinvoering van dit toezicht zeer nauwkeurig worden omschreven, afgebakend zijn, en gekoppeld zijn aan de werkelijke duur van het evenement. [Am. 9]

(6)  De kwaliteit van de door de lidstaat overgelegde risicobeoordeling zal van groot belang zijn voor de beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de voorgenomen herinvoering of verlenging van het grenstoezicht. Het Europees Grens- en kustwachtagentschap en , Europol, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten moeten bij deze beoordeling worden betrokken. [Am. 10]

(7)  De bevoegdheid van de Commissie om overeenkomstig artikel 27, lid 4, van de Schengengrenscode advies uit te brengen, moet worden gewijzigd om rekening te houden met de nieuwe verplichtingen voor de lidstaten in verband met de risicobeoordeling, inclusief de samenwerking met de betrokken lidstaten. Wanneer het grenstoezicht aan de binnengrenzen langer dan zes maanden duurt, dient de Commissie verplicht advies uit te brengen. Ook De in artikel 27, lid 5, van de Schengengrenscode bedoelde overlegprocedure moet worden gewijzigd om rekening te houden met de rol van de agentschappen (Europees Grens- en kustwachtagentschap en Europol) van de Unie, met de klemtoon op de praktische uitvoering van diverse aspecten van de samenwerking tussen de lidstaten, met inbegrip van, in voorkomend geval, de coördinatie van verschillende maatregelen aan beide zijden van de grens. [Am. 11]

(8)  Om de herziene regels beter af te stemmen op de uitdagingen in verband met aanhoudende ernstige bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, moet een specifieke mogelijkheid worden geboden tot verlenging, bij wijze van uitzondering, van het grenstoezicht aan de binnengrenzen voor meer dan één jaar zes maanden. Samen met een dergelijke verlenging moeten ook op het grondgebied vergelijkbare uitzonderlijke nationale maatregelen worden getroffen, zoals de afkondiging van de noodtoestand. In elk geval mag een dergelijke mogelijkheid niet leiden tot een verdere verlenging van het tijdelijke toezicht aan de binnengrenzen tot meer dan twee één jaar. [Am. 12]

(8 bis)   De noodzaak en evenredigheid van de herinvoering van binnengrenstoezicht dient te worden afgewogen tegen de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid die tot deze herinvoering noopt; dit geldt ook voor andere maatregelen die op nationaal of Unieniveau of op beide niveaus zouden kunnen worden getroffen, en de gevolgen van dergelijk toezicht voor het vrije verkeer van personen binnen de ruimte zonder binnengrenstoezicht dienen in de afweging te worden meegewogen. [Am. 13]

(9)  De verwijzing naar artikel 29 in artikel 25, lid 4, moet worden gewijzigd met het oog op de verduidelijking van de verhouding tussen de termijnen die van toepassing zijn op grond van artikel 29 en artikel 25 van de Schengengrenscode. [Am. 14]

(10)  De mogelijkheid om tijdelijk binnengrenstoezicht uit te oefenen als reactie op een specifieke bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid die langer dan een jaar zes maanden aanhoudt, moet aan een specifieke procedure worden onderworpen, waaraan een aanbeveling van de Raad ten grondslag moet liggen. [Am. 15]

(11)  Daartoe moet de Commissie advies uitbrengen over de noodzaak en de evenredigheid van een dergelijke verlenging en, in voorkomend geval, over de samenwerking met de aangrenzende lidstaten. Het Europees Parlement moet onverwijld van de voorgestelde verlenging in kennis worden gesteld. De betrokken lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om bij de Commissie opmerkingen in te dienen, alvorens zij haar advies uitbrengt. [Am. 16]

(12)  Gezien de aard van dergelijke maatregelen, die raken aan de nationale bevoegdheden betreffende uitvoering en handhaving inzake ernstige bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, dienen de uitvoeringsbevoegdheden voor het vaststellen van aanbevelingen in het kader van die specifieke procedure uitzonderlijk aan de Raad te worden toegekend.

(13)  De Raad kan, rekening houdend met het advies van de Commissie, een dergelijke buitengewone verdere verlenging aanbevelen en, in voorkomend geval, de voorwaarden voor samenwerking tussen de betrokken lidstaten bepalen, om ervoor te zorgen dat het om een uitzonderlijke maatregel gaat, die slechts zo lang blijft gelden als nodig en gerechtvaardigd is, en consistent is met de maatregelen die ook op het nationale grondgebied zijn getroffen om dezelfde specifieke bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid aan te pakken. De aanbeveling van de Raad moet een voorwaarde zijn voor elke verdere verlenging na de periode van een jaar en dus van dezelfde aard zijn als die waarin artikel 29 reeds voorziet zes maanden. De aanbeveling van de Raad moet onverwijld aan het Europees Parlement worden toegezonden. [Am. 17]

(13 bis)  Maatregelen die in het kader van de specifieke procedure worden genomen wanneer de algemene werking van de ruimte zonder binnengrenstoezicht in gevaar is als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, mogen niet worden verlengd op grond van of gecombineerd met maatregelen die worden genomen in het kader van een andere procedure voor de herinvoering of verlenging van binnengrenstoezicht uit hoofde van Verordening (EU) 2016/399. [Am. 18]

(13 ter)  Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat een van de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, moet de Commissie, als hoedster van de Verdragen toeziend op de toepassing van het Unierecht, overeenkomstig artikel 258 passende maatregelen nemen. Een van de maatregelen die zij kan nemen is de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. [Am. 19]

(14)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk in uitzonderlijke gevallen de verlenging mogelijk maken van opnieuw ingevoerd grenstoezicht aan een specifiek deel of specifieke delen van de binnengrenzen gedurende de periode die een lidstaat nodig heeft om adequaat te kunnen reageren op een aanhoudende dreiging van grensoverschrijdende aard, een aanvulling vormt op de bestaande regels inzake de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen, kan deze niet door de lidstaten afzonderlijk worden bereikt; een wijziging van de op EU-niveau vastgestelde gemeenschappelijke regels is noodzakelijk. De Unie kan derhalve maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(15)  Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van dit protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad deze verordening heeft vastgesteld, of het deze in zijn nationale recht zal omzetten.

(16)  Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad(4); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die dan ook niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(17)  Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad(5); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die dan ook niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(18)  Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(6) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad(7).

(19)  Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(8) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG(9), in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad(10).

(20)  Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(11) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad(12).

(21)  Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

(22)  Verordening (EU) 2016/399 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2016/399 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Artikel 25 wordt vervangen door:"

"1. Indien zich in de ruimte zonder binnengrenstoezicht een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid van een lidstaat voordoet, kan die lidstaat bij wijze van uitzondering aan alle of bepaalde delen van zijn binnengrenzen grenstoezicht herinvoeren, gedurende een beperkte periode van ten hoogste dertig dagen, dan wel voor de voorzienbare duur van de ernstige bedreiging, indien deze langer is dan dertig dagen, maar niet langer dan zes maanden als uiterste middel. De omvang en de duur van het tijdelijk heringevoerde grenstoezicht aan de binnengrenzen blijven beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om op de ernstige bedreiging te kunnen reageren.”; [Am. 20]

2.  Het grenstoezicht aan de binnengrenzen wordt slechts als uiterste middel en in overeenstemming met de artikelen 27, 27 bis, 28 en 29 heringevoerd. Wanneer wordt overwogen het grenstoezicht aan de binnengrenzen krachtens respectievelijk artikel 27, 27 bis, 28 of 29 opnieuw in te voeren, wordt in elk geval rekening gehouden met de in artikel 26, respectievelijk artikel 30 bedoelde criteria. [Am. 21]

3.  Indien de ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in de betrokken lidstaat langer duurt dan de in lid 1 bedoelde periode, kan die lidstaat, rekening houdend met de in artikel 26 vermelde criteria en overeenkomstig artikel 27, het grenstoezicht aan zijn binnengrenzen op de in lid 1 genoemde gronden, en rekening houdend met nieuwe elementen, verlengen met hernieuwbare perioden die overeenstemmen met de voorzienbare duur van de ernstige bedreiging en niet langer zijn dan zes maanden. [Ams. 22 en 52]

4.  De totale periode gedurende welke het grenstoezicht aan de binnengrenzen opnieuw wordt ingevoerd, duurt met inbegrip van de verlengingen overeenkomstig lid 3 niet langer dan een jaar.

In de in artikel 27 bis bedoelde uitzonderlijke gevallen kan die totale periode overeenkomstig dat artikel verder worden verlengd met maximaal twee jaar.

In de in artikel 29 bedoelde uitzonderlijke omstandigheden kan de totale periode overeenkomstig lid 1 van dat artikel worden verlengd met maximaal twee jaar." [Am. 23]

"

(1 bis)  Artikel 26 wordt vervangen door:"

"Artikel 26

Criteria voor de tijdelijke herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen

Voordat een lidstaat besluit tot tijdelijke herinvoering, als uiterste middel, van het grenstoezicht aan een of meer binnengrenzen of delen daarvan, of tot verlenging van tijdelijke herinvoering, beoordeelt de lidstaat:

   a) of de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid voldoende kan verhelpen;
   b) of andere maatregelen dan de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen, zoals nauwere grensoverschrijdende politiële samenwerking of intensievere politiecontroles, de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid voldoende kunnen verhelpen;
   c) of de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen tot die bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in verhouding staat, in het bijzonder rekening houdend met:
   i) de verwachte gevolgen van de bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, met name in geval van terroristische incidenten of bedreigingen, waaronder die welke uitgaan van georganiseerde criminaliteit; en
   ii) de verwachte gevolgen van de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen op het vrije verkeer van personen in de ruimte zonder binnengrenstoezicht.

Wanneer een lidstaat op grond van de eerste alinea, onder a), van oordeel is dat de tijdelijke herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid niet voldoende kan verhelpen, gaat hij niet over tot herinvoering van binnengrenstoezicht.

Wanneer een lidstaat op grond van de eerste alinea, onder b), van oordeel is dat andere maatregelen dan de tijdelijke herinvoering van binnengrenstoezicht de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid voldoende kunnen verhelpen, gaat hij niet over tot herinvoering of verlenging van binnengrenstoezicht en neemt hij die andere maatregelen.

Wanneer een lidstaat op grond van de eerste alinea, onder c), van oordeel is dat de voorgenomen herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen niet in verhouding staat tot de bedreiging, gaat hij niet over tot herinvoering of verlenging van binnengrenstoezicht."; [Am. 24]

"

2)  Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

-i)  de titel wordt vervangen door:"

“Procedure voor de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen in geval van een voorzienbare ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid"; [Am. 25]

"

-i bis)  vóór lid 1wordt het volgende lid ingevoegd:"

"-1. Indien zich in de ruimte zonder binnengrenstoezicht een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid van een lidstaat voordoet, kan die lidstaat bij wijze van uiterste middel en overeenkomstig de criteria van artikel 26 aan alle of bepaalde delen van zijn binnengrenzen grenstoezicht herinvoeren, gedurende een beperkte periode van ten hoogste dertig dagen dan wel, indien de ernstige bedreiging de termijn van dertig dagen overschrijdt, voor de voorzienbare duur van de ernstige bedreiging, maar in geen geval voor een langere periode dan twee maanden."; [Am. 26]

"

-i ter)  in lid 1 wordt de aanhef vervangen door:"

"1. Voor de toepassing van lid -1 stelt de betrokken lidstaat uiterlijk vier weken vóór de geplande herinvoering, of eerder, indien de tot herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen nopende omstandigheden minder dan vier weken vóór de geplande herinvoering bekend worden, de andere lidstaten en de Commissie hiervan in kennis. Daartoe verstrekt hij de volgende informatie:"; [Am. 27]

"

i)  aan lid 1 wordt een nieuwe letter a bis) toegevoegd, die als volgt luidt:"

"a bis) een risicobeoordeling waarin wordt nagegaan hoelang de vastgestelde bedreiging naar verwachting zal blijven bestaan en welke delen van de binnengrenzen worden getroffen, wordt aangetoond dat de verlenging van het toezicht een uiterste middel is en wordt uitgelegd hoe grenstoezicht de vastgestelde bedreiging zou helpen aanpakken. Wanneer het grenstoezicht aan de binnengrenzen reeds voor meer dan zes maanden is heringevoerd, wordt in de risicobeoordeling ook uitgelegd hoe de vorige herinvoering van grenstoezicht heeft bijgedragen tot het verhelpen van de vastgestelde bedreiging.

De risicobeoordeling bevat ook een gedetailleerd verslag van de coördinatie tussen de betrokken lidstaat en de lidstaat of lidstaten waarmee hij binnengrenzen deelt waaraan grenstoezicht is uitgeoefend.

De Commissie deelt de risicobeoordeling met het Europees Grens- en kustwachtagentschap en Europol, naargelang het geval." [Ams.  28 en 57]

"

i bis)  in lid 1 wordt het volgende punt ingevoegd:"

"a ter) elke andere maatregel dan de voorgestelde herinvoering van grenstoezicht die door de lidstaat is genomen of wordt overwogen om de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid het hoofd te bieden, alsmede de onderbouwde redenen waarom alternatieve maatregelen zoals nauwere grensoverschrijdende politiële samenwerking of intensievere politiecontroles ontoereikend werden geacht;"; [Am. 29]

"

ii)  lid 1, onder e), wordt vervangen door:"

"e) in voorkomend geval, de maatregelen die de andere lidstaten zouden moeten treffen, zoals overeengekomen vóór de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de desbetreffende binnengrenzen."; [Am. 30]

"

iii)  de laatste zin van lid 1 wordt vervangen door:"

"Indien nodig kan de Commissie de betrokken lidstaat of lidstaten om aanvullende informatie verzoeken, onder meer over de samenwerking met de lidstaten die door de voorgenomen herinvoering of verlenging van het grenstoezicht aan de binnengrenzen worden getroffen, alsook om aanvullende informatie die nodig is om na te gaan of de maatregel een uiterste middel is."; [Am. 31]

"

iii bis)  het volgende lid wordt ingevoegd:"

"1 bis. Indien de ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid in de betrokken lidstaat langer duurt dan twee maanden, kan die lidstaat, rekening houdend met de in artikel 26 vermelde criteria, het grenstoezicht aan zijn binnengrenzen op de in lid -1 genoemde gronden, en rekening houdend met nieuwe elementen, verlengen met een periode die overeenstemt met de voorzienbare duur van de ernstige bedreiging en in geen geval langer is dan vier maanden. De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie binnen de in lid 1 genoemde termijn in kennis."; [Am. 32]

"

iii ter)  het volgende lid wordt ingevoegd: "

"1 ter. Voor de toepassing van lid 1 bis verstrekt de betrokken lidstaat, naast de uit hoofde van lid 1 verstrekte informatie, een risicobeoordeling waarin:

   i) wordt nagegaan hoelang de vastgestelde bedreiging naar verwachting zal blijven bestaan en welk deel van zijn binnengrenzen is getroffen;
   ii) de alternatieve acties en maatregelen worden geschetst die eerder zijn getroffen om de vastgestelde bedreiging aan te pakken;
   iii) wordt uitgelegd waarom de onder ii) bedoelde alternatieve acties of maatregelen de bedreiging onvoldoende hebben verholpen;
   iv) wordt aangetoond dat de verlenging van het grenstoezicht een uiterste middel is; en
   v) wordt uitgelegd hoe grenstoezicht de vastgestelde bedreiging beter zou helpen aanpakken.

De in de eerste alinea bedoelde risicobeoordeling bevatgg3 ook een gedetailleerd verslag van de samenwerking tussen de betrokken lidstaat en de lidstaat of lidstaten die rechtstreeks door de herinvoering van het grenstoezicht worden geraakt, met inbegrip van de lidstaten waarmee de betrokken lidstaat binnengrenzen deelt waaraan grenstoezicht wordt uitgeoefend.

De Commissie deelt de risicobeoordeling met het agentschap en Europol en kan hen in voorkomend geval verzoeken zich daarover uit te spreken.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 37 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de methode voor de risicobeoordeling vast te stellen."; [Am. 33]

"

iii quater)  lid 2 wordt vervangen door:"

“2. De in de leden 1 en 1 ter bedoelde informatie wordt ingediend bij het Europees Parlement en de Raad op hetzelfde moment als waarop zij overeenkomstig die leden ter kennis van de andere lidstaten en de Commissie wordt gebracht.”; [Am. 34]

"

iii quinquies)  lid 3 wordt vervangen door:"

“3. Lidstaten die kennisgeving doen, kunnen, indien nodig en in overeenstemming met het nationale recht, alle in de leden 1 en 1 ter bedoelde informatie of delen daarvan rubriceren. Die rubricering verhindert niet dat andere lidstaten die door de tijdelijke herinvoering van de grenscontroles aan de binnengrenzen worden geraakt, via passende en veilige kanalen voor politiële samenwerking toegang hebben tot informatie, en verhindert niet dat de Commissie informatie ter beschikking stelt aan het Europees Parlement. De toezending en behandeling van informatie en documenten die uit hoofde van dit artikel aan het Europees Parlement zijn toegezonden, voldoen aan de regels voor het doorsturen en behandelen van gerubriceerde gegevens die tussen het Europees Parlement en de Commissie van toepassing zijn.”; [Am. 35]

"

iv)  lid 4 wordt vervangen door:"

"4. Na de kennisgeving door de betrokken lidstaat op grond van lid de leden 1 en 1 bis en met het oog op het in lid 5 bedoelde overleg, kan de Commissie of een andere lidstaat, onverminderd artikel 72 VWEU, advies uitbrengen. [Am. 36]

Indien de Commissie op basis van de informatie in de kennisgeving of van aanvullende informatie die zij heeft ontvangen, betwijfelt of de geplande herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen noodzakelijk dan wel evenredig is, of indien zij overleg over bepaalde aspecten een bepaald aspect van de kennisgeving wenselijk acht, brengt zij onverwijld een advies in die zin uit.”; [Am. 37]

Wanneer het grenstoezicht aan de binnengrenzen reeds voor zes maanden is heringevoerd, brengt de Commissie advies uit." [Am. 38]

"

v)  lid 5 wordt vervangen door:"

"Over De in de in lid leden 1 en 1 ter bedoelde informatie en over een advies de adviezen van de Commissie of een lidstaat op grond van lidstaten als bedoeld in lid 4 wordt overleg gepleegd onder leiding van de Commissie. Waar nodig vindt zijn het overleg onder meer plaats tijdens onderwerp van een raadpleging. Deze raadpleging omvat:

   i) gezamenlijke vergaderingen tussen de lidstaat die het grenstoezicht aan de binnengrenzen opnieuw wil invoeren, de andere lidstaten, in het bijzonder de lidstaten die rechtstreeks door dergelijke maatregelen worden geraakt, en de betrokken agentschappen. De evenredigheid van de voorgenomen maatregelen, de vastgestelde bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, alsook de manieren waarop de uitvoering van de onderlinge samenwerking tussen de lidstaten wordt gewaarborgd, worden onderzocht. De lidstaat die grenstoezicht aan de binnengrenzen wil herinvoeren of verlengen, houdt bij het uitvoeren van het grenstoezicht zoveel mogelijk rekening met de resultaten van dat overleg. en de Commissie, welke worden gehouden teneinde tussen de lidstaten, indien nodig, wederzijdse samenwerking te organiseren, na te gaan of de maatregelen in verhouding staan tot de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de herinvoering van het grenstoezicht, eventuele alternatieve maatregelen te beoordelen en de bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid te onderzoeken;
   ii) waar nodig, onaangekondigde controles ter plaatse door de Commissie aan de desbetreffende binnengrenzen, zo nodig met steun van deskundigen uit de lidstaten en van het Agentschap, Europol of andere bevoegde organen en instanties van de Unie, om na te gaan in hoeverre het grenstoezicht aan die binnengrenzen doeltreffend is en om de naleving van deze verordening te beoordelen; de verslagen van dergelijke onaangekondigde controles ter plaatse worden aan het Europees Parlement toegezonden."; [Am. 39]

"

3)  er wordt een nieuw artikel 27 bis toegevoegd:"

Specifieke procedure ingeval de ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid langer dan een jaar zes maanden aanhoudt [Am. 40]

1.  In uitzonderlijke gevallen omstandigheden, wanneer de lidstaat ook na de in artikel 25 27, lid 4, eerste zin 1 bis, bedoelde periode met dezelfde ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid wordt geconfronteerd, en wanneer ook op het grondgebied vergelijkbare uitzonderlijke maatregelen zijn genomen om die bedreiging aan te pakken, kan het grenstoezicht, dat tijdelijk opnieuw is ingevoerd om op die bedreiging te reageren, overeenkomstig dit artikel verder worden verlengd. [Am. 41]

2.  Uiterlijk zes drie weken vóór het verstrijken van de in artikel 25 27, lid 4, eerste zin 1 bis, bedoelde periode stelt de lidstaat de overige lidstaten en de Commissie in kennis van zijn voornemen het toezicht verder te verlengen volgens de in dit artikel vastgestelde specifieke procedure. De Deze kennisgeving bevat de alle krachtens artikel 27, lid leden 1, onder a) tot en met e) 1 ter, vereiste informatie. Artikel 27, leden 2 en 3, is van toepassing. [Am. 42]

3.  De Commissie brengt advies uit over de vraag of de voorgenomen verlenging aan de in de leden 1 en 2 bepaalde vereisten voldoet en of ze noodzakelijk en evenredig is. De betrokken lidstaten kunnen bij de Commissie opmerkingen indienen, alvorens zij haar advies uitbrengt. [Am. 43]

4.  De Raad kan, rekening houdend Nadat hij rekening heeft gehouden met het advies van de Commissie, kan de Raad als uiterste middel aanbevelen dat de betrokken lidstaat besluit tot een verdere verlenging van het grenstoezicht aan de zijn binnengrenzen verder verlengt voor een periode van maximaal zes maanden. Die periode mag ten hoogste driemaal met een bijkomende periode van ten hoogste zes maanden worden verlengd. De Raad vermeldt in de aanbeveling ten minste de in artikel 27, lid leden 1, onder a) tot en met e) 1 ter, bedoelde informatie. In voorkomend geval bepaalt hij en stelt de voorwaarden vast voor samenwerking tussen de betrokken lidstaten."; [Am. 44]

"

3 bis)  artikel 28, lid 4, wordt vervangen door:"

4. De totale periode gedurende welke het grenstoezicht aan de binnengrenzen is heringevoerd, duurt, uitgaande van de eerste termijn overeenkomstig lid 1 van dit artikel en van verlengingen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, niet langer dan twee maanden.”; [Ams. 45 en 66]

"

3 ter)  een nieuw artikel wordt ingevoegd:"

"Artikel 28 bis

Berekening van de periode gedurende welke het grenstoezicht wordt heringevoerd of verlengd wegens een voorzienbare bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid, ingeval de ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid langer dan zes maanden aanhoudt, en in gevallen die onmiddellijk optreden vereisen

Bij de berekening van de in de artikelen 27, 27 bis en 28 bedoelde periodes wordt rekening gehouden met elke herinvoering of verlenging van het grenstoezicht aan de binnengrenzen die heeft plaatsgevonden vóór ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]."; [Am. 46]

"

3 quater)  Aan artikel 29, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:"

"De in artikel 30 bedoelde criteria worden in aanmerking genomen in alle gevallen waarin een besluit wordt overwogen om het grenstoezicht aan de binnengrenzen tijdelijk opnieuw in te voeren of te verlengen uit hoofde van dit artikel."; [Am. 67]

"

3 quinquies)  in artikel 29 wordt lid 5 vervangen door:"

“5. Dit artikel geldt onverminderd de maatregelen die de lidstaten op grond van de artikelen 27, 27 bis en 28 kunnen vaststellen in geval van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. De totale periode gedurende welke het grenstoezicht aan de binnengrenzen krachtens dit artikel opnieuw wordt ingevoerd of verlengd, mag echter niet worden verlengd door middel van of gecombineerd met maatregelen die uit hoofde van de artikelen 27, 27 bis of 28 getroffen zijn.". [Am. 47]

"

Artikel 1 bis

Deze verordening is van toepassing op kennisgevingen die overeenkomstig artikel 27 van de Schengengrenscode met ingang van ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] door de lidstaten worden gedaan.

Bij de berekening van de in de artikel 28, lid 4, bedoelde periode wordt rekening gehouden met elke nog lopende periode van kennisgeving inzake herinvoering of verlenging van het grenstoezicht aan de binnengrenzen die afloopt vóór ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. [Am. 69]

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) Standpunt van het Europees Parlement van 4 april 2019.
(2)PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1.
(3)C(2017)3349 van 12.5.2017.
(4)Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).
(5)Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(6)PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(7)Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(8)PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(9)Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(10)Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(11)PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(12)Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).

Laatst bijgewerkt op: 14 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid