Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0359(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0296/2018

Ingediende teksten :

A8-0296/2018

Debatten :

PV 15/04/2019 - 20
CRE 15/04/2019 - 20

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.20

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0378

Aangenomen teksten
PDF 125kWORD 58k
Dinsdag 16 april 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen (verordening)***I
P8_TA(2019)0378A8-0296/2018
Resolutie
 Tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 16 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 1093/2010 (COM(2017)0790 – C8-0453/2017 – 2017/0359(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0790),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0453/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 22 augustus 2018(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 april 2018(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 maart 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0296/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 378 van 19.10.2018, blz. 5.
(2) PB C 262 van 25.7.2018, blz. 35.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 16 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014
P8_TC1-COD(2017)0359

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/2033.)

Laatst bijgewerkt op: 16 maart 2020Juridische mededeling - Privacybeleid