Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/0400B(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0190/2019

Ingediende teksten :

A8-0190/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 16.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0409

Aangenomen teksten
PDF 2459kWORD 476k
Woensdag 17 april 2019 - Straatsburg
Aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 VWEU - deel II ***I
P8_TA(2019)0409A8-0190/2019
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (COM(2016)0799 – C8-0148/2019 – 2016/0400B(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0799),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 64, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0148/2019),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 192, lid 1, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 1 juni 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 1 december 2017(2),

–  gezien de brieven van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming,

–  gezien het besluit van de Conferentie van voorzitters van 7 maart 2019 om de Commissie juridische zaken toestemming te verlenen om het voornoemde Commissievoorstel te splitsen en op basis daarvan twee afzonderlijke wetgevingsverslagen op te stellen,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0020/2018),

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0190/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 288 van 31.8.2017, blz. 29.
(2) PB C 164 van 8.5.2018, blz. 82.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
P8_TC1-COD(2016)0400B

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 64, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 192, lid 1, en artikel 338, lid 1, [Am. 1]

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Bij het Verdrag van Lissabon maakt werd het rechtskader voor de bevoegdheden die door de wetgever aan de Commissie kunnen worden toegekend ingrijpend gewijzigd en werd een duidelijk onderscheid ingevoerd tussen aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling (gedelegeerde handelingen), en aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om handelingen vast te stellen teneinde eenvormige voorwaarden ter uitvoering van juridisch bindende handelingen van de Unie te waarborgen (uitvoeringshandelingen). [Am. 2]

(2)  De maatregelen waarop de in artikel 290, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bedoelde bevoegdheidsdelegatie betrekking kan hebben, zijn in beginsel dezelfde als die welke vallen onder de regelgevingsprocedure met toetsing die is ingevoerd bij artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG van de Raad(4).

(3)  Eerdere voorstellen om wetgeving die verwijst naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan te passen aan het bij het Verdrag van Lissabon(5) ingevoerde rechtskader, zijn ingetrokken(6) wegens de stilstand in de interinstitutionele onderhandelingen.

(4)  Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hebben vervolgens overeenstemming bereikt over een nieuw kader voor gedelegeerde handelingen in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016(7) en hebben erkend dat alle bestaande wetgeving moet worden aangepast aan het bij het Verdrag van Lissabon ingevoerde rechtskader. Met name waren zij het eens over de noodzaak hoge prioriteit te verlenen aan de snelle aanpassing van alle basishandelingen die nog verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing. De Commissie heeft zich ertoe verbonden om tegen het einde van 2016 een voorstel voor die aanpassing voor te bereiden.

(5)  De meeste bevoegdheidsdelegaties in basishandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, voldoen aan de criteria van artikel 290, lid 1, VWEU en moeten aan die bepaling worden aangepast.

(6)  Andere bevoegdheidsdelegaties in basishandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, voldoen aan de criteria van artikel 291, lid 2, VWEU en moeten aan die bepaling worden aangepast.

(7)  Wanneer uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden overgedragen, moeten deze bevoegdheden worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(8).

(8)  De bevoegdheidsdelegaties in enkele basishandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, zijn inmiddels achterhaald en moeten bijgevolg worden geschrapt.

(8 bis)   Het bundelen en presenteren van bevoegdheden die geen nauwe onderlinge samenhang vertonen in één enkele gedelegeerde handeling van de Commissie belemmert de uitoefening door het Parlement van zijn recht van toetsing, daar het Parlement hierdoor gedwongen wordt de volledige gedelegeerde handeling ofwel simpelweg te aanvaarden ofwel te verwerpen, en geen mogelijkheid heeft om ten aanzien van elke afzonderlijke bevoegdheid een standpunt te bepalen. [Am. 3]

(9)  Deze verordening mag geen afbreuk doen aan lopende procedures waarin het betrokken comité vóór de inwerkingtreding van deze verordening advies heeft uitgebracht overeenkomstig artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG.

(10)  Daar de aanpassingen en wijzigingen alleen betrekking hebben op procedures op het niveau van de Unie, dienen zij in het geval van richtlijnen niet te worden omgezet door de lidstaten.

(11)  De betrokken handelingen moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage opgenomen handelingen worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening doet geen afbreuk aan lopende procedures waarin een comité reeds advies heeft uitgebracht overeenkomstig artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

I.   KLIMAATACTIE

1.  Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006(9).

Teneinde een snelle technische aanpassing van Richtlijn 2009/31/EG te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen bij de richtlijn aan te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/31/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 29 wordt vervangen door:

"Artikel 29

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de bijlagen bij deze richtlijn om deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.". [Am. 4]

(2)  Het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 29 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 5]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 29 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 29 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 30 wordt geschrapt vervangen door :.

"Artikel 30

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 26 van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad* ingestelde Comité klimaatverandering. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad**.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing."

___________________

* Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 13).

** Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13)." [Am. 6]

2.  Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen(10).

Teneinde een nauwkeurige boekhouding van de transacties in het kader van Beschikking nr. 406/2009/EG te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om die beschikking aan te vullen met voorschriften voor de registers van de lidstaten en de centrale administrateur inzake de behandeling van transacties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Beschikking nr. 406/2009/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de jaarlijkse emissieruimte te bepalen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Uit ervaring is gebleken dat geen bevoegdheidsdelegatie vereist is inzake de modaliteiten voor die overdrachten.

Dienovereenkomstig wordt Beschikking nr. 406/2009/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 worden de vierde en de vijfde alinea vervangen door:

"Wanneer de relevante herziene en geverifieerde emissiegegevens beschikbaar zijn, bepaalt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de jaarlijkse emissieruimte voor de periode van 2013 tot en met 2020, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure.";

b)  lid 6 wordt geschrapt.

(2)  In artikel 11 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel.".

(3)  Het volgende artikel 12 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 13 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad* van toepassing."

_________________________

* Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).". [Am. 7]

3.  Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen(11)

Teneinde te waarborgen dat de verbintenissen van de Unie als partij bij het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, worden nagekomen en dat zowel de intra-uniale als de externe handel in ozonafbrekende stoffen en producten en apparaten die deze stoffen bevatten of nodig hebben, goed werkt, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van:

–  de wijziging van Verordening (EG) nr. 1005/2009, om bepaalde stoffen op te nemen in deel A en deel B van bijlage II;

–  de wijziging van de verordening, om de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan bijlage III en aan de maximale hoeveelheden gereguleerde stoffen;

–  de wijziging van bijlage V bij de verordening, om te voldoen aan de in het kader van het Protocol van Montreal aangegane verbintenissen;

–  de wijziging van bijlage VI bij de verordening;

–  de wijziging van de lijst van gegevens in een aanvraag voor een in- of uitvoervergunning;

–  de wijziging van bijlage VII bij de verordening, om rekening te houden met nieuwe technologische ontwikkelingen;

–  de wijziging van de rapportagevoorschriften;

–  de aanvulling van de verordening met een lijst van producten en apparaten waarvoor het technisch en economisch haalbaar moet worden geacht gereguleerde stoffen terug te winnen, dan wel de producten en apparaten te vernietigen zonder voorafgaande terugwinning van gereguleerde stoffen;

–  de aanvulling van de verordening met een mechanisme voor het toewijzen van quota aan producenten en importeurs;

–  de aanvulling van de verordening met regels inzake vorm en inhoud van de etiketten van houders van bepaalde gereguleerde stoffen;

–  de aanvulling van de verordening met betrekking tot de controle op illegale handel;

–  de aanvulling van de verordening met betrekking tot het in het vrije verkeer brengen in de Unie van bepaalde producten en apparaten die zijn ingevoerd uit staten die geen partij zijn bij het protocol;

–  de aanvulling van de verordening met minimumkwalificatie-eisen;

–  de aanvulling van de verordening met een lijst technologieën of praktijken die de ondernemingen dienen te gebruiken om lekkage en emissies van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1005/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 7, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen.". [Am. 8]

(2)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen."; [Am. 9]

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om op grond van nieuwe gegevens of technische ontwikkelingen of besluiten van de partijen wijzigingen aan te brengen met betrekking tot:

a)  bijlage III:

b)  de maximale hoeveelheid gereguleerde stoffen die als technische hulpstof mogen worden gebruikt of bij het gebruik ervan als technische hulpstof worden uitgestoten, als bedoeld in lid 4, tweede en derde alinea.".

(3)  Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 3 worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften met betrekking tot de vorm en de inhoud van het te gebruiken etiket vast te stellen. [Am. 10]

In de eerste alinea bedoelde gereguleerde stoffen mogen alleen op de markt worden gebracht en verder worden verdeeld onder de in bijlage V omschreven voorwaarden.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage V, teneinde te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen.";

b)  in lid 6 wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften voor een mechanisme voor het toewijzen van quota aan producenten en importeurs vast te stellen.". [Am. 11]

(4)  In artikel 13 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage VI inzake wijzigingen en tijdschema’s voor geleidelijke eliminatie van de kritische toepassingen door uiterste data voor nieuwe toepassingen en einddata voor bestaande toepassingen vast te leggen wanneer binnen het tijdschema dat is vastgesteld in deze bijlage, geen technisch en economisch haalbare alternatieven of technologieën beschikbaar zijn die uit milieu- of gezondheidsoogpunt aanvaardbaar zijn, of wanneer dat nodig is om te voldoen aan internationale verplichtingen.".

(5)  In artikel 18 wordt lid 9 vervangen door:

"9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking de tot wijziging van de lijst van de in lid 3 van dit artikel en in bijlage IV genoemde gegevens, om te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen of om de toepassing daarvan te vergemakkelijken.".

(6)  Artikel 19 wordt vervangen door:

"Artikel 19

Maatregelen voor controle op illegale handel

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot aanvullende maatregelen voor de controle van gereguleerde stoffen of nieuwe stoffen, alsook producten en apparaten die gereguleerde stoffen bevatten of nodig hebben, die in het douanegebied van de Unie onder tijdelijke opslag, onder douane-entrepot of in een vrije zone worden geplaatst of worden doorgevoerd en vervolgens worden wederuitgevoerd; zij baseert zich daarbij op een inschatting van het mogelijke risico van illegale handel in samenhang met die goederenbewegingen, rekening houdend met de milieuvoordelen en de sociaaleconomische gevolgen van dergelijke maatregelen.". [Am. 12]

(7)  In artikel 20 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de voorschriften vast te stellen voor het in de Unie in het vrije verkeer brengen van producten en apparaten die uit een staat die geen partij is bij het protocol zijn ingevoerd en die met gereguleerde stoffen zijn vervaardigd doch geen stoffen bevatten welke met zekerheid als gereguleerde stoffen kunnen worden geïdentificeerd, mits deze voorschriften in overeenstemming zijn met besluiten van de partijen. De identificatie van dergelijke producten en apparaten geschiedt in overeenstemming met periodieke technische aanwijzingen aan de partijen.". [Am. 13]

(8)  Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VII, om rekening te houden met nieuwe technologische ontwikkelingen.";

b)  in lid 4 worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot een lijst van producten en apparaten waarvoor het technisch en economisch haalbaar wordt geacht gereguleerde stoffen terug te winnen, dan wel deze producten en apparaten zonder voorafgaande terugwinning van gereguleerde stoffen te vernietigen, in voorkomend geval met opgave van de toe te passen technologieën, mits deze lijst in overeenstemming is met besluiten van de partijen. [Am. 14]

Elk ontwerp van gedelegeerde handeling voor de vaststelling van een dergelijke lijst gaat vergezeld van en wordt ondersteund met een volledige economische kosten-batenanalyse, rekening houdend met de individuele omstandigheden in de lidstaten.";

c)  in lid 5 worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

"De Commissie beoordeelt de door de lidstaten getroffen maatregelen en is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot die minimumkwalificatie-eisen, in het licht van die beoordeling en van technische en andere van belang zijnde gegevens.". [Am. 15]

(9)  Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)  in de eerste alinea wordt de tweede zin vervangen door:

"In het licht van een beoordeling van deze door de lidstaten genomen maatregelen en van technische en andere van belang zijnde gegevens is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften met betrekking tot de harmonisatie van die minimumkwalificatie-eisen vast te stellen."; [Am. 16]

ii)  de tweede alinea wordt geschrapt;

b)  lid 7 wordt vervangen door:

"7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door een lijst vast te stellen van technologieën of praktijken die de ondernemingen dienen te gebruiken om lekkage en emissies van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken.". [Am. 17]

(10)  In artikel 24 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel A van bijlage II om daarin stoffen op te nemen die reeds in deel B van deze bijlage opgenomen zijn, waarvan is vastgesteld dat ze in aanzienlijke hoeveelheden worden uitgevoerd, ingevoerd, geproduceerd of op de markt gebracht en waarvan de wetenschappelijke beoordelingsgroep van het protocol heeft vastgesteld dat zij een significant ozonafbrekend vermogen bezitten, en eventueel tot verlening van vrijstellingen van lid 1.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel B van bijlage II om daarin andere dan reeds gereguleerde stoffen op te nemen waarvan de wetenschappelijke beoordelingsgroep van het protocol of een andere erkende, even gezaghebbende instantie heeft vastgesteld dat zij een significant ozonafbrekend vermogen bezitten; zij baseert zich hiervoor op relevante wetenschappelijke gegevens.".

(11)  Onder de titel van hoofdstuk VII wordt het volgende artikel 24 bis ingevoegd:

"Artikel 24 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 3 en 5, artikel 10, leden 3 en 6, artikel 13, lid 2, artikel 18, lid 9, artikel 19, artikel 20, lid 2, artikel 22, leden 3, 4 en 5, artikel 23, leden 4 en 7, artikel 24, leden 2 en 3, artikel 26, lid 3, en artikel 27, lid 10, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 18]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 3 en 5, artikel 10, leden 3 en 6, artikel 13, lid 2, artikel 18, lid 9, artikel 19, artikel 20, lid 2, artikel 22, leden 3, 4 en 5, artikel 23, leden 4 en 7, artikel 24, leden 2 en 3, artikel 26, lid 3, en artikel 27, lid 10, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 3 en 5, artikel 10, leden 3 en 6, artikel 13, lid 2, artikel 18, lid 9, artikel 19, artikel 20, lid 2, artikel 22, leden 3, 4 en 5, artikel 23, leden 4 en 7, artikel 24, leden 2 en 3, artikel 26, lid 3, en artikel 27, lid 10, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het noch Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz.1.".

(12)  In artikel 25 wordt lid 3 geschrapt.

(13)  In artikel 26 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde rapportagevoorschriften, om te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen of om de toepassing daarvan te vergemakkelijken.".

(14)  In artikel 27 wordt lid 10 vervangen door:

"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van teneinde de in de leden 1 tot en met 7 van dit artikel bedoelde rapportagevoorschriften te wijzigen, om te voldoen aan de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen of om de toepassing daarvan te vergemakkelijken.". [Am. 19]

II.  Communicatienetwerken, inhoud en technologie

4.  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)(12)

Teneinde een gelijk niveau van bescherming van fundamentele rechten en vrijheden bij de verwerking van persoonsgegevens in de sector elektronische communicatie te waarborgen en teneinde te zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke gegevens en van elektronischecommunicatieapparatuur en -diensten in de Unie, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanvulling van Richtlijn 2002/58/EG met betrekking tot de omstandigheden, het formaat en de procedures voor de vereiste informatieverstrekking en kennisgeving. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/58/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen met betrekking tot de omstandigheden, het formaat en de procedures voor de vereiste informatieverstrekking en kennisgeving als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, na raadpleging van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), de groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, ingesteld bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG, en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.". [Am. 20]

(2)  Artikel 14 bis wordt geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 14 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 14 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 21]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

5.  Verordening (EG) nr. 733/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 22 april 2002 betreffende de invoering van het .eu-topniveaudomein(13)(14)

Teneinde de voorwaarden te bepalen voor de invoering van het .eu-landcodetopniveaudomein (ccTLD) dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 733/2002, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening met de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register, met regels met betrekking tot het overheidsbeleid voor de toepassing en werking van het.eu-topniveaudomein (TLD), en met de beginselen van het overheidsbeleid inzake registratie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 733/2002 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3, lid 1, wordt punt a) vervangen door:

"a) voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 5 bis, waarin de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register worden vastgelegd.

Indien dit in geval van de vaststelling van de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 5 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Na raadpleging van het register is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake regels met betrekking tot het overheidsbeleid voor de toepassing en werking van het.eu-topniveaudomein (TLD), en inzake de beginselen van het overheidsbeleid inzake registratie.";

b)  in lid 2 wordt de derde alinea vervangen door:

"Wanneer een lidstaat of de Commissie binnen 30 dagen na de bekendmaking bezwaar maakt tegen een naam op een meegedeelde lijst, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de situatie te verhelpen.".

(3)  De volgende artikelen 5 bis en 5 ter worden ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 1, en artikel 5, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 5 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 5 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

___________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 6 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

6.  Beschikking nr. 626/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2008 inzake de selectie en machtiging van systemen die mobiele satellietdiensten (MSS) leveren(15)(16)

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Beschikking nr. 626/2008/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend ten aanzien van passende regelingen voor de gecoördineerde toepassing van de handhavingsregels. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Beschikking nr. 626/2008/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 9 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen maatregelen ter bepaling van passende regelingen voor de gecoördineerde toepassing van de in lid 2 bedoelde handhavingsregels vaststellen, met inbegrip van de regels voor gecoördineerde opschorting of intrekking van machtigingen vanwege inbreuken op de in artikel 7, lid 2, bedoelde gemeenschappelijke voorwaarden. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde procedure.".

(2)  In artikel 10 wordt lid 4 geschrapt.

III.  Humanitaire hulp en civiele bescherming(17)

7.  Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(18)

Sinds de vaststelling van de verordening in 1996 heeft de Commissie geen maatregelen overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing hoeven vast te stellen om niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1257/96 te wijzigen. Naar verwachting zal dit in de toekomst evenmin noodzakelijk zijn. Daarom moet de mogelijkheid om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing, worden geschrapt in Verordening (EG) nr. 1257/96, zonder dat aan de Commissie de bevoegdheid moet worden overgedragen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1257/96 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 15 wordt lid 1 geschrapt.

(2)  In artikel 17 wordt lid 4 geschrapt.

IV.  Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

8.  Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk(19)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 89/391/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 89/391/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 16 bis

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen van de bijlage teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en kennis.".

(2)  Artikel 17 wordt geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 17 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 17 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 22]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

____________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

9.  Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (eerste bijzondere Richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(20)(21)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de vervaardiging of de constructie van delen van arbeidsplaatsen, alsmede met de technische vooruitgang, internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van arbeidsplaatsen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 89/654/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 89/654/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de vervaardiging of de constructie van delen van arbeidsplaatsen, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van arbeidsplaatsen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 9 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 9 bis en 9 ter worden ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 9 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

10.  Richtlijn 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (derde bijzondere Richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(22)(23)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van persoonlijke beschermingsmiddelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 89/656/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 89/656/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 9 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 9 bis en 9 ter worden ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 9 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

11.  Richtlijn 90/269/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers (vierde bijzondere Richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(24)(25)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van het manueel hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 90/269/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 90/269/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van het manueel hanteren van lasten.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 8 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 8 bis en 8 ter worden ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 8 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 8 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

12.  Richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur (vijfde bijzondere Richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(26)(27)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van beeldschermapparatuur, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 90/270/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 90/270/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlage teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van beeldschermapparatuur.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 10 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

13.  Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen(28)(29)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van medische hulpverlening aan boord van schepen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 92/29/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/29/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van medische hulpverlening aan boord van schepen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 8 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 8 bis en 8 ter worden ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 8 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 8 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

14.  Richtlijn 92/57/EEG van de Raad van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen (achtste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(30)(31)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van tijdelijke en mobiele bouwplaatsen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van bijlage IV bij Richtlijn 92/57/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/57/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 13 wordt vervangen door:

"Artikel 13

Wijziging van bijlage IV

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan bijlage IV teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van tijdelijke en mobiele bouwplaatsen.

Indien dit in geval van onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 13 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 13 bis en 13 ter worden ingevoegd:

"Artikel 13 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 13 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 13 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

15.  Richtlijn 92/58/EEG van de Raad van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk (negende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(32)(33)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 92/58/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/58/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie op het gebied van het ontwerp en de vervaardiging van middelen of inrichtingen voor de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 9 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 9 bis en 9 ter worden ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 9 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

16.  Richtlijn 92/91/EEG van de Raad van 3 november 1992 betreffende minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën die delfstoffen winnen met behulp van boringen (elfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(34)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van winningsindustrieën die delfstoffen winnen met behulp van boringen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 92/91/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/91/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlage teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van winningsindustrieën die delfstoffen winnen met behulp van boringen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 23]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

17.  Richtlijn 92/104/EEG van de Raad van 3 december 1992 betreffende de minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën in dagbouw of ondergronds (twaalfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(35)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van winningsindustrieën in dagbouw of ondergronds, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 92/104/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/104/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlage teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van winningsindustrieën in dagbouw of ondergronds.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 24]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

18.  Richtlijn 93/103/EG van de Raad van 23 november 1993 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werk aan boord van vissersvaartuigen (dertiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(36)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van veiligheid en gezondheid bij het werk aan boord van vissersvaartuigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 93/103/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 93/103/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie inzake bepaalde aspecten in verband met veiligheid en gezondheid aan boord van vissersvaartuigen, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van de veiligheid en gezondheid aan boord van vissersvaartuigen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 25]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 12 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

19.  Richtlijn 94/33/EG van de Raad van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk(37)(38)

Teneinde jongeren op het werk adequaat te beschermen en teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 94/33/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 94/33/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlage teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van de bescherming van jongeren op het werk.".

(2)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

20.  Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (veertiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(39)(40)

Teneinde werknemers adequaat te beschermen tegen risico's voor hun veiligheid en gezondheid en teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van chemische agentia, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 98/24/EG en de aanvulling van de richtlijn door middel van de vaststelling of herziening van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 98/24/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling of herziening van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, rekening houdend met de beschikbaarheid van meettechnieken.

De lidstaten houden werknemers- en werkgeversorganisaties op de hoogte van de op Unieniveau vastgestelde grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling.

Indien dit in geval van uitzonderlijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 12 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van chemische agentia.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(3)  De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, en artikel 12, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 12 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

21.  Richtlijn 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(41)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie op het gebied van bescherming tegen explosiegevaar, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van voorkoming van en bescherming tegen explosies, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 1999/92/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 1999/92/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie op het gebied van bescherming tegen explosiegevaar, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van voorkoming van en bescherming tegen explosies.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 10 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 26]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

22.  Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(42)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van blootstelling aan biologische agentia, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 2000/54/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2000/54/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 19 wordt vervangen door:

"Artikel 19

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van blootstelling aan biologische agentia.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 19 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 19 bis en 19 ter worden ingevoegd:

"Artikel 19 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 19 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 27]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 19 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 19 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 19 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 19 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

23.  Richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (zestiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(43)(44)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van mechanische trillingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlage bij Richtlijn 2002/44/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/44/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen van de bijlage teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van mechanische trillingen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 12 wordt geschrapt.

24.  Richtlijn 2003/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai) (zeventiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(45)(46)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van lawaai, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van Richtlijn 2003/10/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2003/10/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

Wijziging van de richtlijn

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan deze richtlijn teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van lawaai.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 12 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 13 wordt geschrapt.

25.  Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG)(47)(48)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van carcinogene of mutagene agentia, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2004/37/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/37/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 17 wordt vervangen door:

"Artikel 17

Wijziging van bijlage II

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan bijlage II teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van carcinogene of mutagene agentia.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 17 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 17 bis en 17 ter worden ingevoegd:

"Artikel 17 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 17 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 17 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 17 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 17 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 17 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

26.  Richtlijn 2006/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan risico's van fysische agentia (kunstmatige optische straling) (negentiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(49)(50)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of internationale specificaties en nieuwe wetenschappelijke bevindingen op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan optische straling, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 2006/25/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/25/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en werkplekken, alsmede met de technische vooruitgang, wijzigingen in geharmoniseerde Europese normen of internationale specificaties en nieuwe wetenschappelijke bevindingen op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan optische straling.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 10 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 11 wordt geschrapt.

27.  Richtlijn 2009/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(51)

Teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van arbeidsmiddelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van de bijlagen I en II bij Richtlijn 2009/104/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/104/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan de bijlagen I en II teneinde rekening te houden met de technische harmonisatie en normalisatie, de technische vooruitgang, wijzigingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe bevindingen op het gebied van arbeidsmiddelen.

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 28]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

___________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

28.  Richtlijn 2009/148/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest op het werk(52)(53)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van bijlage I bij Richtlijn 2009/148/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/148/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 wordt geschrapt.

(2)  In artikel 18 wordt lid 2 vervangen door:

"2.  Vóór de blootstelling aan stof afkomstig van asbest of asbesthoudende materialen op de arbeidsplaats wordt iedere werknemer in de gelegenheid gesteld een medische keuring te ondergaan.

Deze keuring omvat een specifiek onderzoek van de borstkas. Praktische aanbevelingen die de lidstaten bij de klinische keuring van werknemers als leidraad kunnen nemen, staan in bijlage I. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen met betrekking tot de technische wijziging van bijlage I vast te stellen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.

Indien dit, in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van werknemers als gevolg van blootstelling aan asbest op het werk, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 18 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Zolang de blootstelling duurt, worden de werknemers ten minste eenmaal in de drie jaar in de gelegenheid gesteld zich opnieuw te laten keuren.

Van iedere werknemer wordt in overeenstemming met de nationale wetgeving en/of praktijk een individueel gezondheidsdossier aangelegd.".

(3)  De volgende artikelen 18 bis en 18 ter worden ingevoegd:

"Artikel 18 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 18, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 18, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 18, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 18 ter

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 18 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

V.  Energie

29.  Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG(54)

Teneinde een interne markt voor aardgas te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om Richtlijn 2009/73/EG aan te vullen met de nodige richtsnoeren waarin een aantal procedures inzake regels voor de gasmarkt nader wordt omschreven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/73/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen voor regionale samenwerking in een geest van solidariteit.". [Am. 29]

(2)  In artikel 11 wordt lid 10 vervangen door:

"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van dit artikel.". [Am. 30]

(3)  In artikel 15 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen om ervoor te zorgen dat de eigenaar van een transmissiesysteem en de opslagsysteembeheerder lid 2 van dit artikel volledig en daadwerkelijk naleven.". [Am. 31]

(4)  In artikel 36 wordt lid 10 vervangen door:

"10. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen voor de toepassing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden en ter omschrijving van de procedure die moet worden gevolgd voor de toepassing van de leden 3, 6, 8 en 9 van dit artikel.". [Am. 32]

(5)  In artikel 42 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen betreffende de omvang van de taken van de regulerende instanties wat hun onderlinge samenwerking en de samenwerking met het Agentschap betreft.". [Am. 33]

(6)  In artikel 43 wordt lid 9 vervangen door:

"9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere omschrijving van de procedure die door de regulerende instanties, het Agentschap en de Commissie moet worden gevolgd met betrekking tot de overeenstemming van de besluiten van de regulerende instanties met de in dit artikel bedoelde richtsnoeren.". [Am. 34]

(7)  In artikel 44 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen waarin de methoden en regelingen voor het bijhouden van gegevens en de vorm en inhoud van bedoelde verslagen worden omschreven.". [Am. 35]

(8)  Het volgende artikel 50 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 50 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 4, artikel 11, lid 10, artikel 15, lid 3, artikel 36, lid 10, artikel 42, lid 5, artikel 43, lid 9, en artikel 44, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 36]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in artikel 6, lid 4, artikel 11, lid 10, artikel 15, lid 3, artikel 36, lid 10, artikel 42, lid 5, artikel 43, lid 9, en artikel 44, lid 4, te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 4, artikel 11, lid 10, artikel 15, lid 3, artikel 36, lid 10, artikel 42, lid 5, artikel 43, lid 9, en artikel 44, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(9)  In artikel 51 wordt lid 3 geschrapt.

30.  Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005(55)

Teneinde voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om Verordening (EG) nr. 715/2009 aan te vullen met de nodige procedurele richtsnoeren, maatregelen inzake uiterst complexe technische regelingen en maatregelen waarin sommige bepalingen van de verordening nader worden omschreven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 715/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren vast te stellen met een nadere beschrijving van de procedure voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel.". [Am. 37]

(2)  In artikel 6, lid 11, wordt de tweede alinea vervangen door:

"Als de Commissie op eigen initiatief voorstelt een netcode goed te keuren, raadpleegt de Commissie gedurende een termijn van ten minste twee maanden het Agentschap, het ENTSB voor gas en alle betrokken belanghebbende partijen over de ontwerpnetcode. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door dergelijke netcodes aan te nemen.". [Am. 38]

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, rekening houdend met de voorstellen van het Agentschap, elke overeenkomstig artikel 6 aangenomen netcode te wijzigen.".

(4)  In artikel 12 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Met het oog op de verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde doelen is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door, rekening houdend met de bestaande regionale samenwerkingsstructuren, het geografische gebied af te bakenen dat door elke regionale samenwerkingsstructuur wordt bestreken. Daartoe raadpleegt de Commissie het Agentschap en het ENTSB voor gas. [Am. 39]

Iedere lidstaat mag de samenwerking in meer dan één geografisch gebied bevorderen.".

(5)  In artikel 23, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door richtsnoeren betreffende de in lid 1 van dit artikel genoemde onderwerpen aan vast te nemen stellen en om teneinde de in de punten a), b) en c) daarvan bedoelde richtsnoeren te wijzigen.". [Am. 40]

(6)  Het volgende artikel 27 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 27 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 11, artikel 7, lid 3, artikel 12, lid 3, en artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 41]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 11, artikel 7, lid 3, artikel 12, lid 3, en artikel 23, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 11, artikel 7, lid 3, artikel 12, lid 3, en artikel 23, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  Artikel 28 wordt geschrapt.

31.  Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters(56)(57)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan Verordening (EG) nr. 1222/2009, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de verordening te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1222/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Wijzigingen en aanpassingen aan de technische vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening te wijzigen met betrekking tot:

(a)  de invoering van informatievereisten met betrekking tot de gripklassen voor C2- en C3-banden, op voorwaarde dat passende geharmoniseerde testmethoden beschikbaar zijn;

(b)  de aanpassing, voor zover van toepassing, van de gripklasse aan de specifieke technische kenmerken van banden die als voornaamste doelstelling hebben om bij het rijden op ijs of sneeuw, of allebei, betere prestaties te leveren dan normale banden, met name wat het in beweging brengen en houden van een voertuig, of het tot stilstand brengen ervan betreft;

(c)  de aanpassing van de bijlagen I tot en met V aan de technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 12 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 13 wordt geschrapt.

VI.  Milieu

32.  Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater(58)

Teneinde Richtlijn 91/271/EEG aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van bijlage I bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 91/271/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De in lid 1 genoemde opvangsystemen moeten voldoen aan de eisen van afdeling A van bijlage I.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eisen te wijzigen.".

(2)  In artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in de leden 1 en 2 moeten voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eisen te wijzigen.".

(3)  In artikel 5 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in lid 2 moeten voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eisen te wijzigen.".

(4)  In artikel 11 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De voorschriften en bijzondere vergunningen dienen te voldoen aan de eisen van afdeling C van bijlage I.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eisen te wijzigen.".

(5)  In artikel 12 wordt lid 3 vervangen door:

"3. In voorafgaande voorschriften en bijzondere vergunningen worden voor lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties overeenkomstig lid 2 in agglomeraties met 2 000 tot 10 000 i.e. ten aanzien van lozingen in zoet water en estuaria, en in agglomeraties van 10 000 i.e. of meer ten aanzien van alle lozingen, de nodige voorwaarden gesteld voor het naleven van de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eisen te wijzigen.".

(6)  Het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 17 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, artikel 11, lid 2, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 42]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, artikel 11, lid 2, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 3, artikel 11, lid 2, en artikel 12, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

___________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 18 wordt lid 3 geschrapt.

33.  Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen(59)

Teneinde Richtlijn 91/676/EEG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 91/676/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 43]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

____________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 9 wordt lid 3 geschrapt.

34.  Richtlijn 94/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag van benzine en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations(60)(61)

Teneinde te waarborgen dat de specificaties die in Richtlijn 94/63/EG zijn vastgesteld voor installaties voor vulling langs de onderzijde, in voorkomend geval worden herzien en teneinde de bijlagen aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 94/63/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4, lid 1, wordt de zesde alinea vervangen door:

"Alle terminals met installaties voor het laden van tankwagens zijn uitgerust met minstens één laadportaal dat beantwoordt aan de in bijlage IV vastgestelde specificaties voor installaties voor vulling langs de onderzijde. De Commissie toetst deze specificaties op gezette tijden en is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage IV te wijzigen in het licht van de resultaten van die toetsing.".

(2)  Artikel 7 wordt vervangen door:

"Artikel 7

Aanpassing aan de technische vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang, behalve inzake de in bijlage II, punt 2, vastgestelde grenswaarden.".

(3)  Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 1, en artikel 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 1, en artikel 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 1, en artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1. ".

(4)  Artikel 8 wordt geschrapt.

35.  Richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's)(62)

Teneinde aanvullende technische normen vast te stellen voor de verwijdering van PCB's en PCT's op grond van Richtlijn 96/59/EG, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen door:

–  referentiemeetmethoden vast te stellen voor het bepalen van het gehalte aan PCB's;

–  voor bepaalde doeleinden vast te stellen wat andere minder gevaarlijke vervangingsproducten van PCB's zijn;

–  voor bepaalde doeleinden technische normen vast te stellen voor de andere methoden voor verwijdering van PCB's.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 96/59/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 10 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen voor de volgende doelen: [Am. 44]

a)  om de referentiemeetmethoden vast te stellen voor het bepalen van het gehalte aan PCB's van verontreinigde materialen;

b)  om zo nodig, uitsluitend met het oog op artikel 9, lid 1, onder b) en c), te bepalen wat andere minder gevaarlijke vervangingsproducten van PCB's zijn;

c)  om technische normen aan te nemen voor de andere methoden voor verwijdering van PCB's waarnaar wordt verwezen in artikel 8, lid 2, tweede zin.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), blijven de metingen die vóór de vaststelling van de referentiemethoden zijn verricht, geldig.".

(2)  In artikel 10 bis wordt lid 3 geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 10 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 10 ter

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 45]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

__________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

36.  Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water(63)

Teneinde Richtlijn 98/83/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen II en III bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

De in bijlage I, deel C, opmerking 10, bedoelde bevoegdheidsdelegatie om controlefrequenties en -methodes voor radioactieve stoffen te bepalen, is overbodig geworden door de vaststelling van Richtlijn 2013/51/Euratom van de Raad(64).

Wat de in bijlage III, deel A, tweede lid, bedoelde bevoegdheidsdelegatie betreft, is de mogelijkheid om bijlage III te wijzigen door middel van gedelegeerde handelingen al vastgelegd in artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/83/EG.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 98/83/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 11 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II en III waar nodig te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 46]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

___________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

(4)  In bijlage I wordt deel C als volgt gewijzigd:

a)  in de tabel wordt het deel "Radioactiviteit" geschrapt;

b)  de opmerkingen 8, 9 en 10 worden geschrapt.

(5)  In bijlage III, deel A, wordt de tweede alinea geschrapt.

37.  Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken(65)

Teneinde ervoor te zorgen dat Richtlijn 2000/53/EG actueel blijft en teneinde aanvullende technische maatregelen met betrekking tot autowrakken aan te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot:

–  wijziging van de bijlagen bij de richtlijn;

–  aanvulling van de richtlijn met minimumeisen voor het certificaat van vernietiging;

–  aanvulling van de richtlijn met gedetailleerde voorschriften om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de streefcijfers en normen voor het coderen van onderdelen en materiaal.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2000/53/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4, lid 2, wordt punt b) vervangen door:

"b) De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II geregeld te wijzigen teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, met name door:

i)  in voorkomend geval, maximumconcentratiewaarden vast te leggen waaronder de onder a) bedoelde stoffen in specifieke materialen en onderdelen van voertuigen moeten worden getolereerd;

ii)  bepaalde materialen en onderdelen van voertuigen vrij te stellen van de toepassing van het bepaalde onder a), indien het gebruik van genoemde stoffen onvermijdelijk is;

iii)  materialen en onderdelen uit bijlage II te schrappen, indien het gebruik van genoemde stoffen kan worden vermeden;

iv)  krachtens het bepaalde onder i) en ii) materialen en onderdelen aan te wijzen die vóór verdere verwerking in aanmerking komen voor selectieve demontage, en te eisen dat deze materialen en onderdelen daartoe worden gemerkt of op een andere passende wijze herkenbaar worden gemaakt. ".

(2)  In artikel 5 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de bevoegde instanties de in andere lidstaten overeenkomstig lid 3 afgegeven certificaten van vernietiging erkennen en aanvaarden.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door minimumeisen vast te stellen voor het certificaat van vernietiging.". [Am. 47]

(3)  In artikel 6 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.".

(4)  In artikel 7, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de gedetailleerde voorschriften vast te stellen om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de in de eerste alinea vastgestelde streefcijfers. Bij het voorbereiden van dergelijke voorschriften houdt de Commissie rekening met alle relevante factoren, onder meer de beschikbaarheid van gegevens en de kwestie van de in- en uitvoer van autowrakken.". [Am. 48]

(5)  In artikel 8 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de in lid 1 bedoelde normen vast te stelln. Bij het voorbereiden van dergelijke normen houdt de Commissie rekening met het werk dat op dit gebied wordt verricht in de bevoegde internationale fora en draagt zij daaraan op passende wijze bij.". [Am. 49]

(6)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 50]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

___________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 11 wordt lid 3 geschrapt.

38.  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid(66)

Teneinde Richtlijn 2000/60/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang en teneinde aanvullende technische voorschriften aan te nemen die noodzakelijk zijn voor maatregelen van de Unie betreffende het waterbeleid, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlagen I en III, alsmede punt 1.3.6. van bijlage V bij de richtlijn te wijzigen;

–  de richtlijn aan te vullen met technische specificaties en gestandaardiseerde methoden voor analyse en monitoring van de watertoestand;

–  de richtlijn aan te vullen door de resultaten van de intercalibratie en de waarden voor de klassen van het monitoringssysteem van elke lidstaat vast te stellen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2000/60/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 8 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door technische specificaties en gestandaardiseerde methoden vast te stellen voor analyse en monitoring van de watertoestand.". [Am. 51]

(2)  In artikel 20, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en III, alsmede punt 1.3.6 van bijlage V te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, met inachtneming van de termijnen voor toetsing en bijstelling van de stroomgebiedsbeheersplannen, zoals vermeld in artikel 13.".

(3)  Het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 20 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 1, eerste alinea, en bijlage V, punt 1.4.1, x), bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 52]

3.  De in artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 1, eerste alinea, en bijlage V, punt 1.4.1, ix), bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 1, eerste alinea, en bijlage V, punt 1.4.1, ix), vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1. ".

(4)  In artikel 21 wordt lid 3 geschrapt.

(5)  In bijlage V, punt 1.4.1, wordt ix) vervangen door:

"ix) De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door de resultaten van de intercalibratie en door de waarden te bepalen van de klassen van het monitoringssysteem van elke lidstaat de lidstaten overeenkomstig de punten i) tot en met viii). Deze worden bekendgemaakt binnen zes maanden na de voltooiing van de intercalibratie.". [Am. 53]

39.  Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai(67)(68)

Teneinde Richtlijn 2002/49/EG aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/49/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II te wijzigen teneinde gemeenschappelijke methoden aan te nemen voor het bepalen van Lden en Lnight.";

b)  in lid 3 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III te wijzigen teneinde gemeenschappelijke methoden aan te nemen voor het bepalen van schadelijke effecten.".

(2)  Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

Aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I, punt 3, en de bijlagen II en III te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.".

(3)  Het volgende artikel 12 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 13 wordt lid 3 geschrapt.

(5)  In bijlage III wordt de eerst zin van de inleiding vervangen door:

"De dosis/effectrelaties die in het kader van toekomstige herzieningen van deze bijlage zullen worden opgenomen, hebben vooral betrekking op:".

40.  Richtlijn 2004/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de beperking van emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen, en tot wijziging van Richtlijn 1999/13/EG(69)(70)

Teneinde ervoor te zorgen dat moderne analysemethoden worden gebruikt voor de controle op de naleving van de grenswaarden voor het gehalte aan vluchtige organische stoffen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om bijlage III bij Richtlijn 2004/42/EG te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/42/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Aanpassing aan de technische vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

41.  Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht(71)

Teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van Richtlijn 2004/107/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/107/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 15 vervangen door:

"15. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om dit artikel, deel II van respectievelijk bijlage II, III, IV en V, en deel V van bijlage V te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Deze wijzigingen mogen echter geen directe of indirecte wijzigingen van de streefwaarden tot gevolg hebben.".

(2)  Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 15, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 54]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 15, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 15, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 6 wordt lid 3 geschrapt.

(4)  In bijlage V wordt deel V vervangen door:

"Er kunnen momenteel geen referentietechnieken voor luchtkwaliteitsmodellen worden gespecificeerd.".

42.  Richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG(72)

Teneinde Richtlijn 2006/7/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot:

–  wijziging van bijlage I bij de richtlijn, wat betreft de analysemethoden voor de in die bijlage genoemde parameters;

–  wijziging van bijlage V bij de richtlijn;

–  aanvulling van de richtlijn, door de EN/ISO-norm inzake de gelijkwaardigheid van microbiologische methoden te specificeren.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/7/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 15 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen:

a)  de teneinde deze richtlijn aan te vullen door de EN/ISO-norm inzake de gelijkwaardigheid van microbiologische methoden voor de toepassing van artikel 3, lid 9, te specificeren; [Am. 55]

b)  om waar nodig in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, bijlage I te wijzigen met betrekking tot de analysemethoden voor de in die bijlage genoemde parameters; [Am. niet van toepassing op de Nederlandse versie.]

c)  om waar nodig in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, bijlage V te wijzigen.". [Am. niet van toepassing op de Nederlandse versie.]

(2)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 58]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 16 wordt lid 3 geschrapt.

43.  Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG(73)

Teneinde de technische bepalingen van Richtlijn 2006/21/EG verder te ontwikkelen en de richtlijn aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang;

–  de richtlijn aan te vullen met technische voorschriften voor de toepassing van artikel 13, lid 6;

–  de richtlijn aan te vullen met technische voorschriften voor afvalkarakterisering in bijlage II; de richtlijn aan te vullen met een interpretatie van de definitie in artikel 3, punt 3;

–  de richtlijn aan te vullen met criteria voor de classificatie van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III;

–  de richtlijn aan te vullen met geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/21/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 22 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 22 bis gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze richtlijn vast te stellen die nodig zijn met het oog op : [Am. 59]

a)  de uitwerking het uitwerken van de technische voorschriften voor de toepassing van artikel 13, lid 6, met inbegrip van technische voorschriften inzake de definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor; [Am. 60]

b)  de aanvulling het aanvullen van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering in bijlage II; [Am. 61]

c)  de het verstrekken van een interpretatie van de definitie in artikel 3, punt 3; [Am. 62]

d)  het bepalen van de criteria voor de classificatie van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III; [Am. niet van toepassing op de Nederlandse versie.]

e)  de vastlegging het vastleggen van geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden voor de technische uitvoering van deze richtlijn. [Am. 64]

Bij de uitoefening van de in de eerste alinea bedoelde bevoegdheidsdelegatie geeft de Commissie voorrang aan de onder b), c), en d) genoemde activiteiten.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 22 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Deze wijzigingen worden aangebracht teneinde een hoog niveau van milieubescherming te bereiken.".

(2)  Het volgende artikel 22 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 22 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 65]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 22, leden 2 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 23 wordt lid 3 geschrapt.

44.  Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand(74)

Teneinde Richtlijn 2006/118/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen II, III en IV bij de richtlijn te wijzigen en nieuwe verontreinigende stoffen en indicatoren toe te voegen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/118/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Technische aanpassingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de delen A en C van bijlage II, en de bijlagen III en IV te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, met inachtneming van de termijnen voor toetsing en bijstelling van de stroomgebiedsbeheersplannen, zoals vermeld in artikel 13, lid 7, van Richtlijn 2000/60/EG.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deel B van bijlage II te wijzigen teneinde nieuwe verontreinigende stoffen en indicatoren toe te voegen.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 66]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 9 wordt geschrapt.

45.  Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad(75)(76)

Teneinde Verordening (EG) nr. 166/2006 aan te passen aan de technische vooruitgang en aan internationaalrechtelijke ontwikkelingen, en teneinde te zorgen voor betere rapportage, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen II en III bij de verordening te wijzigen in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang of als gevolg van wijzigingen van de bijlagen bij het protocol zoals besloten op de bijeenkomst van de partijen bij het VN-ECE-Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, alsmede om de verordening aan te vullen met bepalingen om een begin te maken met de rapportage inzake de uitstoot van relevante verontreinigende stoffen vanuit een of meer diffuse bronnen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 166/2006 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 8 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Wanneer zij vaststelt dat er geen gegevens over de uitstoot vanuit diffuse bronnen bestaan, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om een begin te maken met de rapportage inzake de uitstoot van relevante verontreinigende stoffen vanuit een of meerdere diffuse bronnen, in voorkomend geval met gebruikmaking van internationaal aanvaarde methodologieën.".

(2)  Artikel 18 wordt vervangen door:

"Artikel 18

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II en III te wijzigen met het oog op:

(a)  de aanpassing van deze bijlagen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang;

b)  de aanpassing van deze bijlagen als gevolg van wijzigingen van de bijlagen bij het protocol zoals besloten op de bijeenkomst van de partijen bij het protocol.".

(3)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 3, en artikel 18 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 3, en artikel 18 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 18 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 19 wordt lid 3 geschrapt.

46.  Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE)(77)

Teneinde de technische voorschriften voor de infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Unie, zoals vastgesteld in Richtlijn 2007/2/EG, te actualiseren en te ontwikkelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de beschrijving van de bestaande thematische categorieën in de bijlagen I, II en III bij de richtlijn te wijzigen;

–  de richtlijn aan te vullen met de technische voorschriften voor de interoperabiliteit en, waar uitvoerbaar, de harmonisatie van verzamelingen gegevens en diensten;

–  de richtlijn aan te vullen met technische specificaties voor bepaalde diensten en minimumprestatiecriteria voor diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens;

–  de richtlijn aan te vullen met bepaalde verplichtingen;

–  de richtlijn aan te vullen met geharmoniseerde voorwaarden voor toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2007/2/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 7 vervangen door:

"7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de beschrijving van de bestaande thematische categorieën in de bijlagen I, II en III te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de behoeften aan ruimtelijke gegevens ter ondersteuning van beleidsmaatregelen van de Unie die van invloed zijn op het milieu.".

(2)  In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door technische voorschriften aan vast te nemen stellen voor de interoperabiliteit en, waar uitvoerbaar, de harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. Bij het opstellen van die voorschriften wordt rekening gehouden met gebruikerseisen, bestaande initiatieven en internationale normen om verzamelingen ruimtelijke gegevens te harmoniseren, alsmede met de haalbaarheid en het kosten-batenaspect. [Am. 67]

Ingeval internationaalrechtelijke organisaties normen hebben vastgesteld met het oog op interoperabiliteit of harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens, worden deze normen geïntegreerd en wordt, in voorkomend geval, in de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen naar de bestaande technische middelen verwezen.".

(3)  Artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot uitvoeringsbepalingen ter aanvulling van dit hoofdstuk die teneinde deze richtlijn aan te vullen door met name het volgende betreffen te bepalen : [Am. 68]

a)  technische specificaties voor de in de artikelen 11 en 12 vermelde diensten en minimumprestatiecriteria voor deze diensten, rekening houdende met de bestaande rapportagevoorschriften en de in het kader van de milieuwetgeving van de Unie aangenomen aanbevelingen, de bestaande e-commercediensten en de technologische vooruitgang;

b)  de in artikel 12 vermelde verplichtingen.".

(4)  In artikel 17 wordt lid 8 vervangen door:

"8. De lidstaten verlenen de instellingen en organen van de Unie overeenkomstig geharmoniseerde voorwaarden toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door de uitvoeringsbepalingen voor die voorwaarden aan vast te nemen stellen. Deze uitvoeringsbepalingen zijn volledig in overeenstemming met de beginselen van de leden 1, 2 en 3.". [Am. 69]

(5)  Het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 7, artikel 7, lid 1, artikel 16 en artikel 17, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 70]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 7, artikel 7, lid 1, artikel 16 en artikel 17, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 7, artikel 7, lid 1, artikel 16 en artikel 17, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 22 wordt lid 3 geschrapt.

47.  Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s(78)

Teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlage bij Richtlijn 2007/60/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2007/60/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 11 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde deze aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen, rekening houdend met de in artikel 14 vastgestelde termijnen voor toetsing en bijstelling.".

(2)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 71]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

48.  Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa(79)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met VI, VIII, IX, X en XV bij Richtlijn 2008/50/EG te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2008/50/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel wordt vervangen door:

"Wijzigingen en uitvoeringsmaatregelen";

b)  in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 28 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met VI, VIII, IX, X en XV te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  Het volgende artikel 28 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 28 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 28, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 72]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 28, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 28, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 29 wordt lid 3 geschrapt.

49.  Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie)(80)

Teneinde Richtlijn 2008/56/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, te zorgen voor consistentie en een vergelijking mogelijk te maken tussen mariene regio's of subregio's, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen III, IV en V bij de richtlijn te wijzigen en om de richtlijn aan te vullen met door de lidstaten te gebruiken criteria en methodologische standaarden en specificaties en gestandaardiseerde methoden voor monitoring en beoordeling. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2008/56/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 9 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd uiterlijk op 15 juli 2010 overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming teneinde deze richtlijn aan te vullen door het vaststellen van de door de lidstaten te gebruiken criteria en methodologische standaarden op basis van de bijlagen I en III, omwille van de consistentie en om te kunnen vergelijken in welke mate in mariene regio's en subregio's de goede milieutoestand wordt bereikt. [Am. 73]

Voordat de Commissie dergelijke criteria en standaarden voorstelt, raadpleegt zij alle betrokken partijen, inclusief de regionale zeeverdragen.".

(2)  In artikel 11 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door specificaties en methodologische standaarden vast te stellen inzake monitoring en beoordeling die rekening houden met de bestaande verplichtingen en de vergelijkbaarheid tussen de monitoring- en beoordelingsresultaten garanderen.". [Am. 74]

(3)  In artikel 24 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen III, IV en V te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, rekening houdend met de in artikel 17, lid 2, vastgestelde termijnen voor toetsing en actualisering van de mariene strategieën.".

(4)  Het volgende artikel 24 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 24 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 4, en artikel 24, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 75]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 4, en artikel 24, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 4, en artikel 24, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 25 wordt lid 3 geschrapt.

50.  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006(81)(82)

Teneinde ervoor te zorgen dat Verordening (EG) nr. 1272/2008 geregeld wordt bijgewerkt, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  bijlage VI bij de verordening te wijzigen met het oog op de harmonisatie van de indeling en etikettering van stoffen;

–  de verordening te wijzigen door een bijlage betreffende respons in noodgevallen toe te voegen;

–  bepaalde voorschriften van de verordening en de bijlagen I tot en met VIII bij de verordening te wijzigen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1272/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 37 wordt lid 5 vervangen door:

"5. Indien de Commissie de harmonisatie van de indeling en etikettering van de desbetreffende stof juist acht, stelt zij overeenkomstig artikel 53 bis onverwijld gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage VI vast door die stof op te nemen in tabel 3.1 van deel 3 van bijlage VI, samen met de bijbehorende indeling en etiketteringselementen en, in voorkomend geval, de specifieke concentratiegrenzen of M-factoren.

Tot en met 31 mei 2015 wordt onder dezelfde voorwaarden een overeenkomstige vermelding opgenomen in tabel 3.2 van deel 3 van bijlage VI.

Indien dit in geval van de harmonisatie van de indeling en etikettering van stoffen om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 53 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 45 wordt lid 4 vervangen door:

"4. Uiterlijk op 20 januari 2012 verricht de Commissie een evaluatie om te beoordelen of de in lid 1 bedoelde informatie kan worden geharmoniseerd, onder meer door een formaat vast te stellen voor het indienen van informatie door de importeurs en downstreamgebruikers bij de aangewezen organen. Op basis van deze evaluatie en na overleg met de belanghebbende partijen, zoals de Europese vereniging van antigifcentra en klinisch toxicologen (European Association of Poison Centres and Clinical Toxicologists - EAPCCT), is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 53 bis een gedelegeerde verordening vast te stellen om deze verordening te wijzigen door een bijlage toe te voegen.".

(3)  In artikel 53 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 53 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om artikel 6, lid 5, artikel 11, lid 3, de artikelen 12 en 14, artikel 18, lid 3, onder b), artikel 23, de artikelen 25 tot en met 29, artikel 35, lid 2, tweede en derde alinea, en de bijlagen I tot en met VIII te wijzigen teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, waarbij zij terdege rekening houdt met de verdere ontwikkelingen betreffende het GHS op het niveau van de Verenigde Naties, met name VN-wijzigingen met betrekking tot het gebruik van informatie over soortgelijke mengsels, en waarbij zij de ontwikkelingen in het kader van internationaal erkende chemische programma's en de gegevens uit ongevallendatabases in acht neemt.

Indien dit om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 53 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(4)  De volgende artikelen 53 bis en 53 ter worden ingevoegd:

"Artikel 53 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 37, lid 5, artikel 45, lid 4, en artikel 53, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 37, lid 5, artikel 45, lid 4, en artikel 53, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 37, lid 5, artikel 45, lid 4, en artikel 53, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 53 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 53 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 54 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

51.  Richtlijn 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations(83)(84)

Teneinde te zorgen voor overeenstemming met de relevante normen die door het Europees Comité voor normalisatie (CEN) zijn vastgelegd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om sommige bepalingen van Richtlijn 2009/126/EG te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/126/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Technische aanpassingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de artikelen 4 en 5 te wijzigen teneinde deze waar nodig aan de technische vooruitgang aan te passen met het oog op overeenstemming met relevante, door het Europees Comité voor normalisatie (CEN) vastgelegde normen.

De in lid 1 bedoelde bevoegdheidsdelegatie geldt niet voor het benzinedampafvangrendement en de damp/benzineverhouding die zijn vastgelegd in artikel 4, noch voor de in artikel 5 vastgestelde termijnen.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 9 wordt geschrapt.

52.  Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand(85)

Teneinde Richtlijn 2009/147/EG aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen I en V bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/147/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en V te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 76]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 16 wordt geschrapt.

53.  Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie(86)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1221/2009 bij te werken en evaluatieprocedures aan te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de verordening en tot aanvulling van de verordening met procedures voor de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties en om sectorale referentiedocumenten en richtsnoeren te verstrekken met betrekking tot de registratie van organisaties en harmonisatieprocedures. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 77]

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1221/2009 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de harmonisatie van bepaalde procedures en met betrekking tot sectorale referentiedocumenten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 78]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1221/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 16 wordt lid 4 vervangen door:

"4. Door het forum van bevoegde instanties goedgekeurde documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures, worden door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de vaststelling van door het forum van bevoegde instanties goedgekeurde documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures. [Am. 79]

Deze documenten worden openbaar gemaakt.".

(2)  In artikel 17 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de procedures vast te stellen voor de uitvoering van de collegiale toetsing van de bevoegde EMAS-instanties, met inbegrip van passende beroepsprocedures tegen als gevolg van de collegiale toetsing genomen besluiten.". [Am. 80]

(3)  In artikel 30 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen documenten is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast die richtsnoeren bevatten in verband met te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de vaststelling van door het forum van de accreditatie- en vergunningsinstanties goedgekeurde harmonisatieprocedures. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld documenten die richtsnoeren bevatten in verband met harmonisatieprocedures. [Am. 81]

Deze documenten worden openbaar gemaakt. ".

(4)  In artikel 46 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De in lid 1 bedoelde sectorale referentiedocumenten en de in lid 4 bedoelde gids worden door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de in lid 1 bedoelde sectorale referentiedocumenten en de in lid 4 bedoelde procedure gids aan te nemen.". [Am. 82]

(5)  Artikel 48 wordt vervangen door:

"Artikel 48

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 48 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen, indien passend, in het licht van de ervaring die met de werking van EMAS wordt opgedaan, naar aanleiding van een vastgestelde behoefte aan richtsnoeren betreffende EMAS-eisen en in het licht van eventuele veranderingen op het stuk van internationale normen of nieuwe normen die relevant zijn voor het doeltreffend functioneren van deze verordening.".

(6)  Het volgende artikel 48 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 48 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 3, artikel 30, lid 6, artikel 46, lid 6, en artikel 48 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 83]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 49 wordt lid 3 geschrapt.

54.  Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur(87)

Teneinde Verordening (EG) nr. 66/2010 bij te werken en teneinde voor de EU-milieukeur vereiste aanvullende technische voorschriften te bepalen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlagen bij de verordening te wijzigen;

–  de verordening aan te vullen met maatregelen om bepaalde uitzonderingen te verlenen;

–  de verordening aan te vullen met maatregelen tot vaststelling van specifieke criteria voor de EU-milieukeur.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

De Commissie heeft in 2011 een studie gepubliceerd over de haalbaarheid van de ontwikkeling van EU-milieukeurcriteria voor voedings- en voederproducten.  Rekening houdend met het eindverslag over deze haalbaarheidsstudie en het advies van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie heeft de Commissie momenteel geen plannen om EU-milieukeurcriteria voor voedings- en voederproducten te ontwikkelen. Bijgevolg is het niet nodig aan de Commissie de bevoegdheid toe te kennen om te bepalen voor welke voedings- en voederproducten de ontwikkeling van milieukeurcriteria haalbaar is.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 66/2010 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 5 wordt de tweede alinea geschrapt;

b)  lid 7 wordt vervangen door:

"7. Voor bepaalde productcategorieën die de in lid 6 bedoelde stoffen bevatten, en alleen wanneer het technisch niet mogelijk is deze als zodanig of via gebruik van alternatieve materialen of alternatieve ontwerpen te vervangen, of wanneer het producten betreft met een significant hogere algemene milieuprestatie in vergelijking tot andere producten van dezelfde categorie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis uitzonderingen gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door maatregelen vast te stellen om uitzonderingen te verlenen op verlenen met betrekking tot het bepaalde in lid 6. [Am. 84]

Er worden geen uitzonderingen verleend voor stoffen die beantwoorden aan de criteria van artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 59, lid 1, van die verordening, en die aanwezig zijn in mengsels, in een artikel of in een homogeen deel van een samengesteld artikel in een concentratie van meer dan 0,1 % (gewichtsprocent).".

(2)  In artikel 8 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze verordening aan te vullen door uiterlijk negen maanden na raadpleging van het BMEU maatregelen aan vast te nemen stellen tot vaststelling van specifieke EU-milieukeurcriteria voor elke productgroep. Die maatregelen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. [Am. 85]

Bij de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid als bedoeld in de eerste alinea, houdt de Commissie rekening met de opmerkingen van het BMEU en geeft zij met een toelichting en documentatie duidelijk aan wat de redenen zijn voor eventuele veranderingen in het definitieve voorstel ten opzichte van het ontwerp die na de raadpleging van het BMEU zijn aangebracht.".

(3)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen.

Wat wijzigingen van de maximumvergoedingen als bedoeld in bijlage III betreft, houdt de Commissie rekening met de noodzaak van vergoedingen die de kosten van de werking van het milieukeurprogramma dekken.".

(4)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 2, en artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 86]

3.  De in artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 2, en artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 2, en artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 16 wordt geschrapt.

VII.   Eurostat

55.  Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie(88)

Teneinde Verordening (EEG) nr. 3924/91 aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door:

–  de Prodcom-lijst en de voor elke rubriek ingewonnen informatie bij te werken;

–  toepassingsbepalingen voor artikel 3, lid 3, aan te nemen;

–  te beslissen dat voor bepaalde rubrieken van de Prodcom-lijst maandelijkse of driemaandelijkse gegevens moeten worden opgetekend;

–  de bepalingen inzake de inhoud van de vragenlijsten aan te nemen, alsmede de wijze waarop de lidstaten de ingevulde vragenlijsten of informatie uit andere bronnen moeten verwerken.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EEG) nr. 3924/91 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 2 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze verordening aan te vullen door de Prodcom-lijst en de voor elke rubriek ingewonnen informatie bij te werken.". [Am. 87]

(2)  In artikel 3 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door toepassingsbepalingen voor lid 3 van dit artikel vast te stellen, ook onder meer met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang.". [Am. 88]

(3)  In artikel 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Voor bepaalde rubrieken van de Prodcom-lijst is de Commissie evenwel bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen mits teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen dat maandelijkse of driemaandelijkse gegevens moeten worden opgetekend.". [Am. 89]

(4)  In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De benodigde informatie wordt door de lidstaten ingewonnen via vragenlijsten waarvan de inhoud in overeenstemming is met bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door die bepalingen vast te stellen.". [Am. 90]

(5)  Artikel 6 wordt vervangen door:

"Artikel 6

Resultaatverwerking

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de teneinde deze verordening aan te vullen door gedetailleerde voorschriften vast te stellen volgens welke de lidstaten de in artikel 5, lid 1, bedoelde ingevulde vragenlijsten of de in artikel 5, lid 3, bedoelde informatie uit andere bronnen moeten verwerken.". [Am. 91]

(6)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, lid 6, artikel 3, lid 5, artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 92]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 6, artikel 3, lid 5, artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 6, artikel 3, lid 5, artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 10 wordt lid 3 geschrapt.

56.  Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap(89)

Teneinde Verordening (EEG) nr. 696/93 aan te passen aan de economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de statistische eenheden van het productiestelsel, de gehanteerde criteria en de in de bijlage bij de verordening opgenomen definities te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EEG) nr. 696/93 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 wordt vervangen door:

"Artikel 6

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van met name de statistische eenheden van het productiestelsel, de gehanteerde criteria en de in de bijlage gegeven definities teneinde deze aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen.". [Am. 93]

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 94]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

57.  Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad van 19 mei 1998 inzake kortetermijnstatistieken(90)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1165/98 aan te passen aan wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlagen bij de verordening te wijzigen teneinde de lijst van variabelen, de definities en de juiste vorm van de ingediende variabelen bij te werken;

–  de lijst van activiteiten te wijzigen;

–  de verordening aan te vullen met betrekking tot de goedkeuring en toepassing van de Europese steekproefprogramma’s;

–  de verordening aan te vullen met de criteria voor de kwaliteitsmeting meting van de kwaliteit van de variabelen; [Am. 95]

–  de verordening aan te vullen met bepalingen over hoe de nodige gegevenskwaliteit kan worden gewaarborgd;

–  de verordening aan te vullen door de voorwaarden voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma te bepalen;

–  de verordening aan te vullen met het gebruik van andere eenheden van waarneming;

–  de verordening aan te vullen met de lijst van variabelen die moeten worden ingediend in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens;

–  de verordening aan te vullen met de voorwaarden voor de toewijzing van een Europees steekproefprogramma.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Diverse bevoegdheidsdelegaties die alleen nodig waren voor overgangsmaatregelen, zijn inmiddels overbodig.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1165/98 als volgt gewijzigd:

(1)  Aan artikel 3 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen met het oog op de bijwerking van de lijst van variabelen, de definities en de juiste vorm van de ingediende variabelen.".

(2)  In artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), wordt de tweede alinea vervangen door : [Am. 96]

"De in de eerste alinea genoemde programma’s worden uitgewerkt in de bijlagen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de goedkeuring en toepassing van die programma's nader te omschrijven.". [Am. 97]

(3)  Aan artikel 10 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de criteria voor de kwaliteitsmeting meting van de kwaliteit van de variabelen nader te omschrijven.". [Am. 98]

(4)  Artikel 17 wordt geschrapt.

(4 bis)   In artikel 18 wordt lid 3 geschrapt; [Am. 99]

(5)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 100]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 101]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d), tweede alinea, artikel 10, lid 5, bijlage A, onder a), onder b), punt 3, onder c), punten 2 en 10, onder d), punt 2, en onder f), punten 8 en 9, bijlage B, onder b), punt 4, en onder d), punt 2, bijlage C, onder b), punt 2, onder d), punt 2, en onder g), punt 2, en bijlage D, onder b), punt 2, en onder d), punt 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 102]

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1. ".

(6)  Bijlage A wordt als volgt gewijzigd:

i)  het bepaalde onder a) wordt vervangen door:

"a) Deze bijlage is van toepassing op alle activiteiten die zijn opgenomen in de secties B tot en met E van de NACE Rev. 2 of, in voorkomend geval, op alle producten die zijn opgenomen in de secties B tot en met E van de CPA. De informatie is niet vereist voor 37, 38.1, 38.2 en 39 van de NACE Rev. 2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van activiteiten.";

ii)  onder b) wordt punt 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."; [Am. 103]

iii)  onder c) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De informatie over afzetprijzen buitenlandse markt (nr. 312) en invoerprijzen (nr. 340) kan worden opgesteld op basis van de eenheidsprijzen voor producten afkomstig uit de buitenlandse handel of andere bronnen, maar alleen als er geen significant kwaliteitsverlies is ten opzichte van specifieke prijsinformatie. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot bepalingen over hoe de nodige gegevenskwaliteit kan worden gewaarborgd teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor het waarborgen van de nodige gegevenskwaliteit." [Am. 104]

iv)  onder c) wordt punt 4 vervangen door:

"4. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het aantal werkzame personen (nr. 210) als benadering vervangen worden door het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de verordening.";

v)  onder c) wordt punt 10 vervangen door:

"10. De informatie over de afzetprijzen en de invoerprijzen (nr. 310, 311, 312 en 340) is niet vereist voor de volgende groepen of klassen van de NACE Rev. 2, respectievelijk de CPA: 07.21, 24.46, 25.4, 30.1, 30.3, 30.4 en 38.3. Bovendien is de informatie over de invoerprijzen (nr. 340) niet vereist voor de afdelingen 09, 18, 33 en 36 van de CPA. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst van activiteiten te wijzigen.";

vi)  onder d) wordt punt 2 vervangen door:

"2. Bovendien worden de variabelen productie (nr. 110) en aantal gewerkte uren (nr. 220) in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."; [Am. 105]

vii)  onder f) wordt punt 8 vervangen door:

"8. Wat de invoerprijzenvariabele (nr. 340) betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d)."; [Am. 106]

viii)  onder f) wordt punt 9 vervangen door:

"9. Bij de verstrekking van de variabelen voor de buitenlandse markten (nrs. 122 en 312) moet onderscheid worden gemaakt tussen eurolanden euro- en niet-eurolanden niet-eurozone. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de NACE Rev. 2, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de NACE Rev. 2. Voor variabele 122 is de informatie over de secties D en E van de NACE Rev. 2 niet vereist. Ook bij de verstrekking van de variabele invoerprijzen (nr. 340) moet onderscheid worden gemaakt tussen eurolanden euro- en niet-eurolanden niet-eurozone. Dat onderscheid moet worden gemaakt voor de totale nijverheid, gedefinieerd als de secties B tot en met E van de CPA, de BIG's, en het sectie- (1 letter) en afdelingsniveau (2 cijfers) van de CPA. Wat het onderscheid tussen eurolanden euro- en niet-eurolanden niet-eurozone betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). Het Europese steekproefprogramma kan de reikwijdte van de variabele invoerprijzen beperken tot de invoer van producten uit niet-eurolanden landen van de niet-eurozone. Lidstaten die een andere munteenheid dan de euro hanteren, hoeven voor de variabelen 122, 312 en 340 geen onderscheid tussen eurolanden euro- en niet-eurolanden niet-eurozone te maken". [Am. 107]

(7)  Bijlage B wordt als volgt gewijzigd:

i)  onder b) wordt punt 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming." [Am. 108]

ii)  onder c) wordt punt 3 vervangen door:

"3. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het aantal werkzame personen (nr. 210) als benadering vervangen worden door het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de verordening.";

iii)  onder c) wordt in punt 6 de vierde alinea geschrapt;

iv)  onder d) wordt punt 2 vervangen door:

"2. Bovendien worden de variabelen voor de productie (nrs. 110, 115, 116) en het aantal gewerkte uren (nr. 220) in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt.

Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt." [Am. 109]

(9)  Bijlage C wordt als volgt gewijzigd:

i)  onder b) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."; [Am. 110]

ii)  onder c) wordt punt 3 vervangen door:

"3. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het aantal werkzame personen (nr. 210) als benadering vervangen worden door het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de verordening.";

iii)  onder c) wordt in punt 4 de laatste derde alinea geschrapt; [Am. 111]

iv)  onder d) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De variabelen voor de omzet (nr. 120) en het verkoopvolume (nr. 123) worden tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."; [Am. 112]

v)  onder g) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) worden binnen één maand met de onder f), punt 3, van deze bijlage vastgestelde mate van gedetailleerdheid verstrekt. Een lidstaat kan opteren voor deelname aan de variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de verkoop/volume van de verkoop) met bijdragen op basis van de toewijzing van een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden te bepalen voor de toewijzing van een Europees steekproefprogramma.". [Am. 113]

(10)  Bijlage D wordt als volgt gewijzigd:

i)  onder b) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van andere eenheden van waarneming."; [Am. 114]

ii)  onder c) wordt punt 2 vervangen door:

"2. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het aantal werkzame personen (nr. 210) als benadering vervangen worden door het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de verordening.";

iii)  onder c) wordt in punt 4 de derde alinea geschrapt;

iv)  onder d) wordt punt 2 vervangen door:

"2. De variabele voor de omzet (nr. 120) wordt tevens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt. Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekken. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van variabelen die in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden verstrekt."; [Am. 115]

v)  onder e) wordt de vierde alinea geschrapt;

vi)  onder f) wordt punt 6 geschrapt.

58.  Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten(91)

Teneinde Verordening (EG) nr. 530/1999 af te stemmen op economische en technische aanpassingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening met de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens en de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling beoordeling van de kwaliteit van de statistieken. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 116]

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 te waarborgen inzake het technische formaat voor de indiening van de resultaten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 530/1999 als volgt gewijzigd:

(1)  Aan artikel 6 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de definitie en indeling van de op grond van de leden 1 en 2 te verstrekken gegevens vast te stellen. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan.". [Am. 117]

(2)  Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

Indiening van de resultaten

De resultaten worden bij de Commissie (Eurostat) ingediend binnen een termijn van 18 maanden vanaf het einde van het referentiejaar. De Commissie stelt het juiste technische formaat voor de indiening van de resultaten vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure.".

(3)  Aan artikel 10 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling beoordeling van de kwaliteit van de statistieken. Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld voor iedere referentieperiode ten minste negen maanden voor het begin ervan.". [Am. 118]

(4)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 119]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 120]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 11 wordt geschrapt.

(6)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

59.  Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken(92)

Teneinde Verordening (EG) nr. 2150/2002 bij te werken met het oog op de aanpassing ervan aan de economische en technische ontwikkelingen op het gebied van verzameling en statistische verwerking van afvalstoffenstatistieken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de verordening te wijzigen in het licht van de economische en technische ontwikkelingen op het gebied van verzameling en statistische verwerking van gegevens;

–  de verordening te wijzigen op het gebied van de verwerking en de toezending van resultaten, en de in de bijlagen I, II en III genoemde specificaties aan te passen;

–  de verordening aan te vullen door het minimale percentage voor de dekking als bedoeld in punt 1 van sectie 7 van de bijlagen I en II, vast te stellen;

–  de verordening aan te vullen door een equivalentietabel op te stellen tussen de statistische nomenclatuur van bijlage III bij de verordening en de bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie(93) vastgestelde lijst van afvalstoffen, en door de kwaliteits- en nauwkeurigheidseisen vast te stellen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Bepalingen betreffende overgangsmaatregelen zijn achterhaald.

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2150/2002 te waarborgen inzake de opstelling van resultaten, het passende formaat voor de indiening van de resultaten en de inhoud structuur van de kwaliteitsverslagen en de precieze voorwaarden waaraan deze moeten voldoen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 121]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 2150/2002 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 1 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de opstalling van teneinde deze verordening aan te vullen door een equivalentietabel tussen de statistische nomenclatuur van bijlage III bij deze verordening en de bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie* vastgestelde lijst van afvalstoffen vast te stellen. [Am. 122]

____________________

* Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3). ".

(2)  Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het definiëren van teneinde deze verordening aan te vullen door kwaliteits- en nauwkeurigheidseisen te definiëren."; [Am. 123]

b)  aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Voor elke in bijlage I, sectie 8 (Activiteiten en huishoudens), alsmede voor de kenmerken genoemd in sectie 3 en voor elk volgnummer van de soorten activiteit genoemd in sectie 8, punt 2, van bijlage II, vermelden de lidstaten het percentage dat de verstrekte statistieken vertegenwoordigen in de totale onder het desbetreffende volgnummer vallende hoeveelheid afval. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door het minimale dekkingspercentage te bepalen.".

(3)  De artikelen 4 en 5 worden geschrapt;

(4)  De volgende artikelen 5 bis en 5 ter worden ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Aanpassing aan economische en technische ontwikkelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanpassing teneinde deze verordening aan te vullen door te voorzien door deze aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen op het gebied van de verzameling en de statistische verwerking van gegevens, alsmede de verwerking en de indiening van resultaten, en de aanpassing van door de specificaties in de bijlagen aan te passen. [Am. 124]

Artikel 5 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 1, lid 5, artikel 3, leden 1 en 4, en artikel 5 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 125]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, lid 5, artikel 3, leden 1 en 4, en artikel 5 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 1, lid 5, artikel 3, leden 1 en 4, en artikel 5 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 6 wordt vervangen door:

"Artikel 6

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening, met name met betrekking tot:

a)  het opstellen van resultaten overeenkomstig artikel 3, leden 2, 3 en 4, met inachtneming van de economische structuren en de technische omstandigheden in een lidstaat. Deze uitvoeringshandelingen kunnen inhouden dat een lidstaat geen gegevens hoeft over te leggen voor bepaalde punten van de classificatie, mits aangetoond is dat het effect daarvan op de kwaliteit van de statistieken beperkt is. Wanneer een vrijstelling wordt verleend, moet steeds de totale hoeveelheid afvalstoffen worden gegeven voor ieder volgnummer, genoemd in sectie 2, punt 1, en sectie 8, punt 1, van bijlage I;

b)  het bepalen van het passende formaat waarin de resultaten door de lidstaten moeten worden toegezonden, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening;

c)  het bepalen van de inhoud structuur van de kwaliteitsverslagen en de precieze voorwaarden waaraan deze moeten voldoen, bedoeld in sectie 7 van bijlage I en sectie 7 van bijlage II. [Am. 126]

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde procedure.".

(6)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

(7)  In artikel 8 worden de leden 2 en 3 geschrapt.

(8)  In bijlage I wordt punt 1 van sectie 7 geschrapt.

(9)  In bijlage II wordt punt 1 van sectie 7 geschrapt.

60.  Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht(94)

Teneinde Verordening (EG) nr. 437/2003 bij te werken om rekening te houden met economische en maatschappelijke ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om verordening te wijzigen op het gebied van de kenmerken van de te verzamelen gegevens en de specificaties in de bijlagen, en om de verordening aan te vullen met andere nauwkeurigheidsnormen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 te waarborgen inzake te verzenden gegevensbestanden, de beschrijving van de gegevenscodes en de drager voor het verzenden van gegevens, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 437/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Iedere lidstaat verzamelt statistische gegevens over de volgende variabelen:

a)  passagiers;

b)  vracht en post;

c)  etappes;

d)  beschikbare passagiersstoelen;

e)  vliegtuigbewegingen.

De statistische variabelen op elk gebied, de nomenclaturen voor de indeling daarvan, de frequentie van waarneming en de definities staan vermeld in de bijlagen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de kenmerken van de te verzamelen gegevens en de specificaties in de bijlagen.".

(2)  Artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5

Nauwkeurigheid van de statistieken

De gegevens worden verzameld door middel van volledige registratie.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door andere nauwkeurigheidsnormen vast te stellen.". [Am. 127]

(3)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De resultaten worden verstrekt overeenkomstig de in bijlage I opgenomen gegevensbestanden waarvoor de beschrijving door de Commissie wordt vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen.

Voorts specificeert de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de beschrijving van de gegevenscodes en van de drager voor het verzenden van de gegevens.

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde procedure.".

(4)  Artikel 10 wordt geschrapt.

(5)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 1, en artikel 5 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 128]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 1, en artikel 5 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 1, en artikel 5 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 11 wordt lid 3 geschrapt.

61.  Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex(95)

Teneinde Verordening (EG) nr. 450/2003 bij te werken om rekening te houden met economische en maatschappelijke ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de verordening te wijzigen door de technische specificaties van de index te herdefiniëren en de wegingstructuur te herzien, aan de hand van de opname van bepaalde economische activiteiten;

–  de verordening aan te vullen door te bepalen naar welke economische activiteiten de gegevens, respectievelijk de index moeten/moet worden uitgesplitst;

–  de verordening aan te vullen door afzonderlijke kwaliteitscriteria en de methoden voor het koppelen van de indexcijfers aan te nemen.

–  deze verordening aan te vullen door het vaststellen van maatregelen met betrekking tot het verstrekken van de gegevens naar aanleiding van de resultaten van de haalbaarheidsstudies. [Am. 129]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 te waarborgen inzake de inhoud structuur en de gedetailleerde regelingen van het kwaliteitsverslag, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 130]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 450/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 2 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen tot wijziging van de bijlage om de technische specificatie van de index te herdefiniëren en de wegingsstructuur te herzien.". [Am. 131]

(2)  In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen met het oog op tot wijziging van deze verordening vast te stellen betreffende de opname van in secties O tot en met S van de NACE Rev. 2 gedefinieerde economische activiteiten in het toepassingsgebied van deze verordening, rekening houdend met de in artikel 10 bedoelde haalbaarheidsstudies.”. [Am. 132]

(3)  Artikel 4 wordt vervangen door:

"Artikel 4

Uitsplitsing van de variabelen

1.  Rekening houdend met de bijdrage aan de totale werkgelegenheid en aan de loonkosten op Unieniveau en op nationaal niveau, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot het bepalen de uitsplitsing van in de secties en verdere onderverdelingen gegevens naar economische activiteit in secties van de NACE Rev. 2 gedefinieerde economische activiteiten en verdere onderverdelingen daarvan, tot ten hoogste het niveau van de NACE Rev. 2-afdelingen (niveau met twee cijfers) of groepen afdelingen, waarnaar waarbij de gegevens worden uitgesplitst met inachtneming van economische en maatschappelijke ontwikkelingen. [Am. 133]

De indexcijfers van de loonkosten worden afzonderlijk verstrekt voor de volgende categorieën loonkosten:

a)  loonkosten, totaal;

b)  lonen, vastgesteld aan de hand van element D.11 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1726/1999;

c)  sociale premies ten laste van werkgevers plus door de werkgever betaalde belastingen, minus door de werkgever ontvangen subsidies, vastgesteld als de som van de elementen D.12 en D.4 minus element D.5 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1726/1999.

2.  Er wordt een index gemaakt voor de raming van de totale loonkosten, exclusief premies, voor zover deze premies zijn vastgesteld aan de hand van element D.11112 in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1726/1999; deze index wordt uitgesplitst naar economische activiteit, zoals vastgesteld door de Commissie, en is gebaseerd op de nomenclatuur van de NACE Rev. 2.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door deze economische activiteiten te bepalen, rekening houdend met de in artikel 10 bedoelde haalbaarheidsstudies. [Am. 134]

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de methoden voor het koppelen van de indexcijfers vast te stellen.". [Am. 135]

(4)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Kwaliteit

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door afzonderlijke kwaliteitscriteria vast te stellen. De ingediende actuele en oude gegevens moeten beantwoorden aan deze kwaliteitscriteria. [Am. 136]

2.  De lidstaten moeten vanaf 2003 jaarlijks een verslag over de kwaliteit aan de Commissie voorleggen. De inhoud structuur van en de gedetailleerde regelingen voor deze verslagen wordt worden vastgesteld door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 137]

(4 bis)  Artikel 9 wordt geschrapt. [Am. 138]

(5)  Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen maatregelen is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast naar aanleiding van de resultaten van de haalbaarheidsstudies. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 12, lid 2, te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot de in lid 2 van dit artikel bedoelde verstrekking van gegevens, naar aanleiding van de resultaten van de in dit artikel bedoelde procedure vastgesteld haalbaarheidsstudies. Deze maatregelen gedelegeerde handelingen stroken met het beginsel van de kosteneffectiviteit als omschreven in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 223/2009, met inbegrip van een zo groot mogelijke beperking van de last voor de respondenten." [Am. 139]

b)  lid 6 wordt geschrapt.

(6)  Artikel 11 wordt geschrapt.

(7)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, lid 4, artikel 3, lid 2, en artikel 4, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 1, en artikel 10, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 140]

3.  De in artikel 2, lid 4, artikel 3, lid 2, en artikel 4, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 1, en artikel 10, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 141]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 4, artikel 3, lid 2, en artikel 4, leden 1, 2 en 3, artikel 8, lid 1, en artikel 10, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 142]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(8)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

(9)  In de bijlage wordt punt 3 geschrapt.

62.  Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij(96)

Teneinde Verordening (EG) nr. 808/2004 aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen, met name met betrekking tot de inhoud van de modules, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanvulling van de modules inzake selectie en specificatie, de aanpassing en wijziging van de onderwerpen en de kenmerken daarvan, de dekking, de referentieperioden en de onderverdelingen van de kenmerken, de periodiciteit en het tijdschema voor de verstrekking van de gegevens en de termijnen voor de toezending van de resultaten.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 808/2004 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Gedelegeerde bevoegdheden

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanvulling van de modules van deze verordening die betrekking hebben op de selectie en specificatie, de aanpassing en wijziging van de onderwerpen en de kenmerken daarvan, de dekking, de referentieperioden en de onderverdelingen van de kenmerken, de periodiciteit en het tijdschema voor de verstrekking van de gegevens en de termijnen voor de toezending van de resultaten.

In die gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met economische en technische veranderingen en met de middelen van de lidstaten, de last die op de respondenten rust, de technische en methodologische haalbaarheid en de betrouwbaarheid van de resultaten.

2.  De gedelegeerde handelingen worden ten minste negen maanden vóór het begin van een verzamelperiode vastgesteld.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 143]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 9 wordt geschrapt.

(4)  In bijlage I wordt punt 3 vervangen door:

"3. Duur en periodiciteit van de gegevensverstrekking

De statistieken worden gedurende ten hoogste 15 referentiejaren vanaf 20 mei 2004 jaarlijks verstrekt. Niet elk kenmerk hoeft noodzakelijkerwijs elk jaar aan bod te komen; de periodiciteit van de verstrekking van gegevens over elk afzonderlijk kenmerk zal in het kader van de in artikel 8, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen worden gespecificeerd en overeengekomen.".

(5)  In bijlage II wordt punt 3 vervangen door:

"3. Duur en periodiciteit van de gegevensverstrekking

De statistieken worden gedurende ten hoogste 15 referentiejaren vanaf 20 mei 2004 jaarlijks verstrekt. Niet elk kenmerk hoeft noodzakelijkerwijs elk jaar aan bod te komen; de periodiciteit van de verstrekking van gegevens over elk afzonderlijk kenmerk zal in het kader van de in artikel 8, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen worden gespecificeerd en overeengekomen.".

63.  Verordening (EG) nr. 1161/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de opstelling van niet-financiële kwartaalrekeningen per institutionele sector(97)

Teneinde de kwaliteit van de in het kader van Verordening (EG) nr. 1161/2005 opgestelde niet-financiële kwartaalrekeningen voor de Europese Unie en de eurozone te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de verordening te wijzigen om het tijdschema voor de indiening van bepaalde posten aan te passen;

–  de verordening te wijzigen om het aandeel van het Unietotaal aan te passen; [Am. niet van toepassing op de Nederlandse versie.]

–  de verordening aan te vullen met een tijdschema voor de indiening van bepaalde in de bijlage gespecificeerde posten, met besluiten om een indeling van de in de bijlage opgenomen transacties naar partnersector te verlangen en met gemeenschappelijke kwaliteitsnormen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1161/2005 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het tijdschema voor de indiening van de posten P.1, P.2, D.42, D.43, D.44, D.45 en B.4G en met betrekking tot een eventueel besluit om een indeling van de in de bijlage opgenomen transacties naar partnersector te verlangen. Een dergelijk besluit dergelijke gedelegeerde handeling wordt pas genomen vastgesteld nadat de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag heeft uitgebracht over de uitvoering van deze verordening, overeenkomstig artikel 9."; [Am. 145]

b)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van lid 3 teneinde de daar genoemde indieningstermijn met maximaal vijf dagen aan te passen.".

b bis)  lid 5 wordt geschrapt; [Am. 146]

(2)  In artikel 3 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van lid 1 van dit artikel wat om het aandeel van het Unietotaal betreft (1%) aan te passen." [Am. 147]

(3)  In artikel 6 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door gemeenschappelijke kwaliteitsnormen vast te stellen." [Am. 148]

De lidstaten nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de verstrekte gegevens in de loop van de tijd verbetert om in overeenstemming te zijn met deze gemeenschappelijke kwaliteitsnormen.".

(4)  Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, leden 2 en 4, artikel 3, lid 3, en artikel 6, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 149]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, leden 2 en 4, artikel 3, lid 3, en artikel 6, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 4, artikel 3, lid 3, en artikel 6, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 150]

______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 8 wordt lid 3 geschrapt.

64.  Verordening (EG) nr. 1552/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de statistiek van bij- en nascholing in ondernemingen(98)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1552/2005 bij te werken om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om tot aanvulling van de verordening:

–  de definitie van statistische eenheid te verruimen;

–  de eisen vast te stellen in verband met de steekproeftrekking en de nauwkeurigheid, de omvang van de steekproef die nodig is om aan deze eisen te beantwoorden, en de specificaties van de op grond van de NACE Rev. 2 en van de omvang vastgestelde categorieën waarin de resultaten kunnen worden ingedeeld;

–  de specifieke gegevens te bepalen die moeten worden verzameld voor ondernemingen die scholing geven en ondernemingen die dit niet doen en voor de verschillende vormen van bij- en nascholing;

–  kwaliteitsvereisten te specificeren voor de gegevens die moeten worden verzameld en ingediend met het oog op het opstellen van Europese statistieken over bij- en nascholing in ondernemingen, alsmede maatregelen te specificeren om de kwaliteit van de gegevens te beoordelen of te verbeteren;

–  het eerste referentiejaar en de maatregelen te bepalen voor het verzamelen, verzenden en verwerken van de gegevens.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1552/2005 te waarborgen inzake de structuur van de kwaliteitsverslagen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1552/2005 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Rekening houdend met de specifieke grootteverdeling van ondernemingen in de lidstaten en de evolutie van de beleidsbehoeften, kunnen de lidstaten de definitie van de statistische eenheid in hun land verruimen.

Bovendien is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de verruiming van die teneinde deze verordening aan te vullen door een ruimere definitie vast te stellen, als een dergelijke verruiming de representativiteit en de kwaliteit van de enquête in de betrokken lidstaten in belangrijke mate verbetert.". [Am. 151]

(2)  In artikel 7 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door de eisen te bepalen in verband met de steekproeftrekking en de nauwkeurigheid, de omvang van de steekproef die nodig is om aan deze eisen te beantwoorden, en de specificaties van de op grond van de NACE Rev. 2 en van de omvang vastgestelde categorieën waarin de resultaten kunnen worden ingedeeld.". [Am. 152]

(3)  In artikel 8 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de specifieke gegevens te bepalen die moeten worden verzameld voor ondernemingen die scholing geven en ondernemingen die dit niet doen, en voor de verschillende vormen van bij- en nascholing.". [Am. 153]

(4)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de kwaliteitsvereisten vast te stellen voor de gegevens die moeten worden verzameld en ingediend met het oog op het opstellen van Europese statistieken over bij- en nascholing in ondernemingen, en met betrekking tot maatregelen door maatregelen vast te stellen om de kwaliteit van de gegevens te beoordelen of te verbeteren."; [Am. 154]

b)  het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

"5. De Commissie bepaalt de structuur Bij het opstellen van de in lid 2 bedoelde kwaliteitsverslagen nemen de lidstaten de overeenkomstig lid 4 vastgestelde kwaliteitsvereisten en overige maatregelen in acht. Om de kwaliteit van de verstrekte gegevens te beoordelen, maken zij gebruik van het door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vastgestelde formaat. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 155]

(5)  In artikel 10 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door het eerste referentiejaar te bepalen waarvoor gegevens moeten worden verzameld.". [Am. 156]

(6)  In artikel 13 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen teneinde rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen op het gebied van verzameling, verzending en verwerking van gegevens.".

(7)  Het volgende artikel 13 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 13 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 4, artikel 10, lid 2, en artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 157]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 4, artikel 10, lid 2, en artikel 13 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 4, artikel 10, lid 2, en artikel 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(8)  In artikel 14 wordt lid 3 geschrapt.

65.  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden(99)(100)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1893/2006 aan te passen aan technologische en economische ontwikkelingen en teneinde NACE Rev. 2 in lijn te brengen met andere economische en sociale classificaties, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlage bij die verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1893/2006 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde rekening te houden met technologische of economische ontwikkelingen of teneinde deze in lijn te brengen met andere economische en sociale classificaties.".

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

66.  Verordening (EG) nr. 458/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 25 april 2007 betreffende het Europees systeem van geïntegreerde statistieken voor de sociale bescherming (Essobs)(101)

Teneinde Verordening (EG) nr. 458/2007 aan te passen aan technische en economische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door de voorschriften inzake verspreiding bij te werken, door te bepalen in welk jaar voor het eerst volledige gegevens moeten worden verzameld en door maatregelen aan te nemen inzake de gedetailleerde indeling van de gegevens in kwestie en de te gebruiken definities. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 458/2007 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 2 geschrapt.

(2)  In artikel 7 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor eht bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door het jaar te bepalen waarvoor voor het eerst volledige gegevens moeten worden verzameld, en van door maatregelen vast te stellen inzake de gedetailleerde indeling van de gegevens in kwestie en de te gebruiken definities. [Am. 158]

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening te wijzigen teneinde de voorschriften inzake verspreiding bij te werken.".

(3)  Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7, lid 3, en punt 1.1.2.4 van bijlage I bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 159]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 3, en punt 1.1.2.4 van bijlage I bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7, lid 3, en punt 1.1.2.4 van bijlage I vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 8 wordt lid 3 geschrapt.

(5)  In bijlage I wordt punt 1.1.2.4. "Overige ontvangsten" vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de verstrekking van de betrokken gegevens (met betrekking tot de gedetailleerde indeling).".

67.  Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de communautaire statistiek van de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen(102)

Teneinde Verordening (EG) nr. 716/2007 aan te passen aan de economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de definities in de bijlagen I en II en de mate van gedetailleerdheid in bijlage III te wijzigen en om de verordening aan te vullen met maatregelen inzake statistieken van buitenlandse filialen in het binnenland en in het buitenland en gemeenschappelijke kwaliteitsnormen. [Am. 160]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 716/2007 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de inhoud en de frequentie van de kwaliteitsverslagen vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 716/2007 als volgt gewijzigd:

(1)  Aan artikel 2 worden de volgende alinea's toegevoegd:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de definities in de bijlagen I en II en de mate van gedetailleerdheid in bijlage III te wijzigen.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan het beginsel dat de baten van dergelijke maatregelen groter moeten zijn dan de kosten, alsook aan het beginsel dat eventuele extra financiële lasten voor lidstaten of ondernemingen binnen redelijke grenzen moeten blijven.".

(2)  In artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de vereiste maatregelen vast te stellen inzake statistieken van buitenlandse filialen in het binnenland en in het buitenland, op basis van de conclusies van de proefstudies. [Am. 161]

Bijzondere aandacht wordt besteed aan het beginsel dat de baten van dergelijke maatregelen groter moeten zijn dan de kosten, alsook aan het beginsel dat eventuele extra financiële lasten voor lidstaten of ondernemingen binnen redelijke grenzen moeten blijven.".

(3)  In artikel 6 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door gemeenschappelijke kwaliteitsnormen vast te stellen.". [Am. 162]

(4)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  tussen de punten a) en b) wordt het woord "en" geschrapt;

ii)  het volgende punt c) wordt ingevoegd:

"c) vaststelling van de inhoud structuur, de gedetailleerde regelingen en de frequentie van de kwaliteitsrapporten in artikel 6, lid 2, bedoelde kwaliteitsverslagen."; [Am. 163]

b)  lid 2 wordt geschrapt.

(5)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, artikel 5, lid 4, en artikel 6, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 164]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, tweede alinea, artikel 5, lid 4, en artikel 6, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 165]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, tweede alinea, artikel 5, lid 4, en artikel 6, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 166]

___________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 10 wordt lid 3 geschrapt.

68.  Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers(103)

Teneinde Verordening (EG) nr. 862/2007 aan te passen aan technische en economische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door bepaalde definities bij te werken, door de verordening aan te vullen aan de hand van het groeperen van gegevens en verdere uitsplitsingen, en door regels inzake nauwkeurigheids- en kwaliteitsnormen aan te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 862/2007 als volgt gewijzigd:

(1)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Gedelegeerde handelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de definities in artikel 2, lid 1, te wijzigen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot: [Am. 167]

a)  de definitie van de categorieën groepen voor geboortelanden, groepen voor landen van vorige of volgende gewone verblijfplaats en groepen voor staatsburgerschap, zoals bepaald in artikel 3, lid 1;

b)  de definitie van de categorieën redenen voor verlening van een verblijfsvergunning, zoals bepaald in artikel 6, lid 1, onder a);

c)  de definitie van de verdere uitsplitsingen en het op de variabelen toe te passen uitsplitsingsniveau, zoals bepaald in artikel 8;

d)  de vaststelling van de regels inzake nauwkeurigheids- en kwaliteitsnormen.".

(2)  In artikel 10 wordt lid 2 geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 168]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 11 wordt lid 3 geschrapt.

69.  Verordening (EG) nr. 1445/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de levering van basisgegevens over koopkrachtpariteiten en voor de berekening en verspreiding van deze pariteiten(104)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1445/2007 bij te werken om rekening te houden met economische en technische veranderingen inzake de berekening en de verspreiding van koopkrachtpariteiten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door de definities aan te passen, de elementaire posten in bijlage II te wijzigen en de verordening aan te vullen met kwaliteitscriteria. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1445/2007 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de structuur van de kwaliteitsverslagen vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1445/2007 als volgt gewijzigd:

(1)  Aan artikel 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in de eerste alinea genoemde definities te wijzigen en de lijst van de elementaire posten in bijlage II te wijzigen teneinde rekening te houden met economische en technische veranderingen, voor zover dit voor de lidstaten geen onevenredige kostenstijging met zich meebrengt."[Am. 169]

(2)  Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door gemeenschappelijke criteria vast te stellen waarop de in lid 1 bedoelde kwaliteitscontrole berust."; [Am. 170]

b)  het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

"5. De Commissie stelt de structuur en de gedetailleerde regelingen van de kwaliteitsverslagen, als bedoeld in lid 3 en als vermeld in punt 5.3 van bijlage I, bedoelde kwaliteitsverslagen vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.". [Am. 171]

(3)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, tweede alinea, en artikel 7, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 172]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, tweede alinea, en artikel 7, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 173]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, en artikel 7, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 174]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 11 wordt lid 3 geschrapt.

(5)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

70.  Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad(105)

Teneinde Verordening (EG) nr. 177/2008 aan te passen aan de economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de in de bijlage bij de verordening opgenomen lijst van registerkenmerken en de desbetreffende definities en continuïteitsregels te wijzigen, om de verordening aan te vullen met gemeenschappelijke kwaliteitsnormen normen inzake de kwaliteit van ondernemingsregisters en voorschriften voor de bijwerking van de registers, en om te bepalen in hoeverre bepaalde ondernemingen en ondernemingsgroepen moeten worden opgenomen in de registers, en hoe in dat verband de met de eenheden voor landbouwstatistieken overeenkomende eenheden moeten worden gedefinieerd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 175]

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 177/2008 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de inhoud en de frequentie van de kwaliteitsverslagen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 177/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen teneinde deze verordening aan te vullen door vast te stellen om bepalen in hoeverre ondernemingen die minder dan een halve werknemer in dienst hebben en ondernemingengroepen die geheel in één land zijn gevestigd en geen statistisch belang voor de lidstaten hebben, in de registers moeten worden opgenomen en hoe de met de eenheden voor landbouwstatistieken overeenkomende eenheden moeten worden gedefinieerd.". [Am. 176]

(2)  In artikel 5 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage met het oog op de bijwerking van de lijst van registerkenmerken en van de desbetreffende definities en continuïteitsregels, waarbij rekening wordt gehouden met het beginsel dat de baten van de bijwerking groter moeten zijn dan de kosten, en met het beginsel dat de extra middelen die worden ingezet zowel voor de lidstaten als voor de ondernemingen redelijk moeten blijven.".

(3)  In artikel 6 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot gemeenschappelijke kwaliteitsnormen gemeenschappelijke normen inzake de kwaliteit van ondernemingsregisters als bedoeld in lid 1. [Am. 177]

De Commissie stelt besluiten met betrekking tot de inhoud structuur en de frequentie van de in lid 2 bedoelde kwaliteitsrapporten vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. [Am. 178]

De Commissie houdt rekening met de kosten van het opstellen van de gegevens.".

(4)  In artikel 8 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de voorschriften voor de bijwerking van de registers vast te stellen.". [Am. 179]

(5)  In artikel 15 wordt lid 1 geschrapt.

(6)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 6, artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 180]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 6, artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 6, artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd. [Am. 181]

___________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 16 wordt lid 3 geschrapt.

71.  Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 betreffende structurele bedrijfsstatistieken(106)

Teneinde Verordening (EG) nr. 295/2008 aan te passen aan economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen:

–  met betrekking tot het toepassingsgebied, de lijst van kenmerken, de referentieperiode, de bestreken activiteiten en de kwaliteitsvereisten van de flexibele module;

–  met de op basis van de evaluatie van de modelstudies noodzakelijk geachte maatregelen;

–  met de nationale resultaten die door de lidstaten worden geproduceerd;

–  met betrekking tot de referentieperiode voor bepaalde modules;

–  door herziening van de voorschriften voor de CETO-markering en de groepsindeling van lidstaten;

–  door bijwerking van de lijsten van kenmerken en de voorlopige resultaten;

–  met betrekking tot de frequentie voor de opstelling van de statistieken;

–  met betrekking tot het eerste referentiejaar voor de opstelling van de statistieken;

–  met de toezendingstermijn voor voorlopige resultaten of schattingen, wat afdeling 66 van de NACE Rev. 2 betreft;

–  met betrekking tot de uitsplitsing van de resultaten, in het bijzonder de te gebruiken classificaties en de combinaties van de grootteklassen;

–  door wijziging van de termijnen voor de indiening van de gegevens;

–  door aanpassing van de indeling van activiteiten aan wijzigingen of herzieningen van de NACE, door aanpassing van de uitsplitsing van producten aan wijzigingen of herzieningen van de CPA, door wijziging van de ondergrens voor referentiepopulaties;

–  met criteria voor de kwaliteitsbeoordeling.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 295/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:

"Het gebruik van de flexibele module als bedoeld in lid 2, onder j), wordt gepland in nauwe samenwerking met de lidstaten. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het vaststellen van het toepassingsgebied van de flexibele module, de lijst van kenmerken, de referentieperiode, de bestreken activiteiten en de kwaliteitsvereisten. Deze gedelegeerde handelingen worden ten minste twaalf maanden voor het begin van de referentieperiode vastgesteld. [Am. 182]

De Commissie specificeert tevens de behoeften aan informatie alsook de gevolgen van de gegevensverzameling voor de belasting voor de ondernemingen en de kosten voor de lidstaten.".

(2)  In artikel 4 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de op basis van de evaluatie van de modelstudies noodzakelijk geachte maatregelen vast te stellen.". [Am. 183]

(3)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Om Met het oog op de berekening van Unie-aggregaten mogelijk te maken, produceren de lidstaten nationale resultaten overeenkomstig de niveaus van de NACE Rev. 2, als aangegeven in de bijlagen, dan wel als bepaald in gedelegeerde handelingen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de desbetreffende niveaus van de NACE Rev. 2. te bepalen.". [Am. 184]

(4)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De resultaten worden in een daartoe dienstig geacht technisch formaat bij Eurostat ingediend binnen een vanaf het einde van de referentieperiode berekende termijn. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de referentieperiode voor de modules bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a) tot en met h), en onder j) bedoelde modules te bepalen, met dien verstande dat deze periode niet langer is dan 18 maanden. Voor de in artikel 3, lid 2, onder i), bedoelde module bedraagt de termijn ten hoogste 30 maanden of 18 maanden zoals bepaald in bijlage IX, sectie 9. Voorts wordt een klein aantal op schatting berustende voorlopige resultaten ingediend binnen een vanaf het einde van de referentieperiode berekende termijn. die voor de modules bedoeld De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door deze termijn voor de in artikel 3, lid 2, a) tot en met g), volgens die procedure wordt vastgesteld en die vanaf het einde van de referentieperiode bedoelde modules te bepalen, met dien verstande dat deze termijn ten hoogste tien maanden bedraagt. [Am. 185]

Voor de in artikel 3, lid 2, onder i), bedoelde module bedraagt de termijn voor de voorlopige resultaten ten hoogste 18 maanden.";

b)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de herziening teneinde deze verordening aan te vullen door – uiterlijk op 29 april 2013 en vervolgens om de vijf jaar – de voorschriften voor de CETO-markering en de groepsindeling van lidstaten te herzien.". [Am. 186]

(5)  In artikel 11 wordt lid 2 geschrapt.

(6)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Gedelegeerde handelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot: [Am. 187]

a)  het bijwerken van de lijsten van kenmerken en de voorlopige resultaten, voor zover dit bijwerken na een kwantitatieve beoordeling niet leidt tot een toename van het aantal bevraagde eenheden of een belasting voor de eenheden die niet in verhouding staat tot de verwachte resultaten (artikelen 4 en 8 en bijlage I, sectie 6, bijlage II, sectie 6, bijlage III, sectie 6, en bijlage IV, sectie 6);

b)  de frequentie waarmee deze statistieken worden opgesteld (artikel 3);

c)  het eerste referentiejaar voor de opstelling van de resultaten (artikel 8 en bijlage I, sectie 5);

d)  de uitsplitsing van de resultaten, in het bijzonder de te gebruiken classificaties en de combinaties van de grootteklassen (artikel 7 en bijlage VIII, sectie 4, punten 2 en 3, bijlage IX, sectie 8, punten 2 en 3, en bijlage IX, sectie 10);

e)  het bijstellen van de termijnen voor de indiening van de gegevens (artikel 8, bijlage I, sectie 8, punt 1, en bijlage VI, sectie 7 );

f)  de aanpassing van de indeling van de activiteiten aan wijzigingen of herzieningen van de NACE en de aanpassing van de uitsplitsing van producten aan wijzigingen of herzieningen van de CPA;

g)  het wijzigen van de ondergrens voor de referentiepopulatie (bijlage VIII, sectie 3);

h)  de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling (artikel 6 en bijlage I, sectie 6, bijlage II, sectie 6, bijlage III, sectie 6 en bijlage IV, sectie 6).".

Artikel 11 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 2 en 3, artikel 11 bis, bijlage I, secties 5 en 6 en sectie 8, punten 1 en 2, sectie 6 van de bijlagen II, III en IV, bijlage VI, sectie 7, bijlage VIII, sectie 3 en sectie 4, punten 2 en 3, en bijlage IX, sectie 8, punten 2 en 3, en sectie 10, punt 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 188]

3.  De in artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 2 en 3, artikel 11 bis, bijlage I, secties 5 en 6 en sectie 8, punten 1 en 2, sectie 6 van de bijlagen II, III en IV, bijlage VI, sectie 7, bijlage VIII, sectie 3 en sectie 4, punten 2 en 3, en bijlage IX, sectie 8, punten 2 en 3, en sectie 10, punt 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 8, leden 2 en 3, artikel 11 bis, bijlage I, secties 5 en 6 en sectie 8, punten 1 en 2, sectie 6 van de bijlagen II, III en IV, bijlage VI, sectie 7, bijlage VIII, sectie 3 en sectie 4, punten 2 en 3, en bijlage IX, sectie 8, punten 2 en 3, en sectie 10, punt 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 189]

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

(8)  Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)  de secties 5 en 6 worden vervangen door:

"SECTIE 5

Eerste referentiejaar

Het eerste referentiejaar waarvoor de statistieken worden opgesteld, is het kalenderjaar 2008. De gegevens worden opgesteld volgens de indeling in sectie 9. De Commissie is echter bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het eerste referentiejaar te bepalen waarvoor statistieken moeten worden opgesteld over de activiteitsklassen die vallen onder de NACE Rev. 2-groepen 64.2, 64.3 en 64.9 en afdeling 66. [Am. 190]

SECTIE 6

Verslag over de kwaliteit van de statistieken

Voor elk van de hoofdkenmerken geven de lidstaten de mate van nauwkeurigheid die overeenkomt met een betrouwbaarheidsniveau van 95 %. De Commissie licht dit toe in het in artikel 13 bedoelde verslag, daarbij rekening houdend met de toepassing van genoemd artikel in iedere lidstaat. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de hoofdkenmerken vast te stellen."; [Am. 191]

b)  sectie 8 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt 1 wordt vervangen door:

"1. De resultaten worden toegezonden binnen een termijn van 18 maanden gerekend vanaf het einde van het kalenderjaar van de referentieperiode, behalve voor de NACE Rev. 2-activiteitsklassen 64.11 en 64.19. Voor de NACE Rev. 2-activiteitsklassen 64.11 en 64.19 is de toezendingstermijn tien maanden. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de toezendingstermijn voor de resultaten voor de activiteitsklassen die vallen onder de NACE Rev. 2-groepen 64.2, 64.3 en 64.9 en afdeling 66 vast te stellen."; [Am. 192]

ii)  in lid 2 wordt de laatste alinea vervangen door:

"Deze voorlopige resultaten of schattingen worden uitgesplitst op het NACE Rev. 2-niveau met drie cijfers (groepen). De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de toezendingstermijn voor voorlopige resultaten of schattingen voor afdeling 66 van de NACE Rev. 2 vast te stellen.". [Am. 193]

(9)  In bijlage II wordt sectie 6 vervangen door:

"SECTIE 6

Verslag over de kwaliteit van de statistieken

Voor elk hoofdkenmerk geven de lidstaten de mate van nauwkeurigheid die overeenkomt met een betrouwbaarheidsniveau van 95 %. De Commissie licht dit toe in het in artikel 13 bedoelde verslag, daarbij rekening houdend met de toepassing van genoemd artikel in iedere lidstaat. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de teneinde deze verordening aan te vullen door deze hoofdkenmerken vast te stellen.". [Am. 194]

(10)  In bijlage III wordt sectie 6 vervangen door:

"SECTIE 6

Verslag over de kwaliteit van de statistieken

Voor elk hoofdkenmerk geven de lidstaten de mate van nauwkeurigheid die overeenkomt met een betrouwbaarheidsniveau van 95 %. De Commissie licht dit toe in het in artikel 13 bedoelde verslag, daarbij rekening houdend met de toepassing van genoemd artikel in iedere lidstaat. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de teneinde deze verordening aan te vullen door deze hoofdkenmerken vast te stellen.". [Am. 195]

(11)  In bijlage IV wordt sectie 6 vervangen door:

"SECTIE 6

Verslag over de kwaliteit van de statistieken

Voor elk hoofdkenmerk geven de lidstaten de mate van nauwkeurigheid die overeenkomt met een betrouwbaarheidsniveau van 95 %. De Commissie licht dit toe in het in artikel 13 bedoelde verslag, daarbij rekening houdend met de toepassing van genoemd artikel in iedere lidstaat. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de teneinde deze verordening aan te vullen door deze hoofdkenmerken vast te stellen.". [Am. 196]

(12)  In bijlage VI wordt sectie 7 vervangen door:

"SECTIE 7

Toezending van de resultaten

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de termijn voor toezending van de resultaten vast te stellen, die niet meer bedraagt dan tien maanden, gerekend vanaf het einde van het referentiejaar.". [Am. 197]

(13)  Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:

a)  in sectie 3 wordt de vijfde zin vervangen door:

"De Commissie is bevoegd om, op basis van dat onderzoek, overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening te wijzigen door de wijziging ondergrens van de ondergrens referentiepopulatie te wijzigen." [Am. 198]

b)  in de punten 2 en 3 van sectie 4, wordt in de tabel, bij "Specificatie van de omzet naar type product", de zin in de kolom "Opmerking" vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door de uitsplitsing van de producten vast te stellen.". [Am. 199]

(14)  Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:

a)  in sectie 8 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen dat sommige resultaten die tevens moeten worden uitgesplitst naar grootteklasse overeenkomstig de in sectie 10 gespecificeerde mate van gedetailleerdheid, behalve voor de secties L, M en N van de NACE Rev. 2, waarvoor de resultaten alleen naar groep moeten worden uitgesplitst. [Am. 200]

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen dat sommige resultaten die tevens moeten worden uitgesplitst naar rechtsvorm overeenkomstig de in sectie 10 gespecificeerde mate van gedetailleerdheid, behalve voor de secties L, M en N van de NACE Rev. 2, waarvoor de resultaten alleen naar groep moeten worden uitgesplitst."; [Am. 201]

b)  in sectie 10, aan het eind van punt 2, wordt de subsectie "Speciale aggregaten" vervangen door:

"Speciale aggregaten

Met het oog op de opstelling van Uniestatistieken over de bedrijvendemografie voor de sector informatie- en communicatietechnologie is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 11 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door een aantal toe te zenden speciale aggregaten van de NACE Rev. 2." vast te stellen. [Am. 202]

72.  Verordening (EG) nr. 451/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een nieuwe statistische classificatie van producten gekoppeld aan activiteiten (CPA) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3696/93 van de Raad(107)(108)

Teneinde Verordening (EG) nr. 451/2008 aan te passen aan technologische en economische ontwikkelingen en in lijn te brengen met andere economische en sociale classificaties, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlage bij die verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 451/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage:

a)  om rekening te houden met technologische of economische ontwikkelingen;

b)  om deze in lijn brengen met andere economische en sociale classificaties.".

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus]. [Am. 204]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

73.  Verordening (EG) nr. 452/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 betreffende de productie en ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren(109)

Teneinde Verordening (EG) nr. 452/2008 aan te passen aan beleids- of technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door middel van het selecteren en specificeren van de onderwerpen van de statistieken en de kenmerken ervan, de uitsplitsing van de kenmerken, de observatieperiode, de termijnen voor de toezending van resultaten en de kwaliteitsvereisten, waaronder de vereiste precisie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 452/2008 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het kader voor de kwaliteitsrapportage. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 452/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met betrekking tot: [Am. 203]

a)  de selectie en specificatie van door de deelgebieden bestreken onderwerpen en de kenmerken ervan, in reactie op beleids- of technische behoeften;

b)  de uitsplitsing van de kenmerken;

c)  de observatieperiode en de termijnen voor de toezending van de resultaten;

d)  de kwaliteitsvereisten, waaronder de vereiste precisie.

Indien de gedelegeerde handelingen hetzij een aanzienlijke uitbreiding van bestaande gegevensverzamelingen, hetzij nieuwe gegevensverzamelingen of enquêtes vergen, worden de gedelegeerde handelingen gebaseerd op een kosten-batenanalyse als onderdeel van een alomvattende analyse van de gevolgen en de implicaties, waarbij rekening wordt gehouden met de baten van de maatregelen, de kosten voor de lidstaten en de last voor de respondenten.

De Commissie stelt maatregelen betreffende het kader voor de kwaliteitsrapportage vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde procedure.".

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 204]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

74.  Verordening (EG) nr. 453/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap(110)

Teneinde Verordening (EG) nr. 453/2008 bij te werken met het oog op de regelmatige verstrekking van kwartaalstatistieken van vacatures, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door de begrippen "daadwerkelijk stappen ondernemen om een geschikte kandidaat te vinden" en "bepaalde termijn" te definiëren, door bepaalde referentiedata te bepalen, door het kader voor haalbaarheidsstudies te scheppen en door op basis van de resultaten van deze studies passende handelingen aan te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 453/2008 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het formaat voor de indiening van gegevens en metagegevens. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 453/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt 1 wordt vervangen door:

"1. "vacature": een betaalde arbeidsplaats die hetzij nieuw gecreëerd is, hetzij onbezet is, dan wel binnenkort vrijkomt, waarbij de werkgever:

a)  daadwerkelijk stappen onderneemt en bereid is meer stappen te ondernemen om een geschikte kandidaat buiten de betrokken onderneming te vinden, en

b)  van plan is deze onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn in te vullen.

In de verstrekte statistieken wordt op vrijwillige basis onderscheid gemaakt tussen vacatures voor banen van bepaalde duur en vacatures voor vaste banen.";

b)  de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

"Voor de toepassing van punt 1 van de eerste alinea is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het definiëren van teneinde deze verordening aan te vullen door de begrippen "daadwerkelijk stappen ondernemen om een geschikte kandidaat te vinden" en "bepaalde termijn te definiëren.". [Am. 205]

(2)  In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De lidstaten stellen de kwartaalgegevens op onder verwijzing naar specifieke referentiedata. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze verordening aan te vullen door deze specifieke referentiedata te bepalen.". [Am. 206]

(3)  In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze verordening aan te vullen door de datum van het eerste referentiekwartaal alsmede de voor de lidstaten geldende indieningstermijnen te bepalen. Eventuele herzieningen van kwartaalgegevens voor voorafgaande kwartalen worden tegelijkertijd ingediend. [Am. 207]

De lidstaten dienen de gegevens en metagegevens bij de Commissie (Eurostat) in onder vermelding van de herkomst van die gegevens, in een technisch formaat dat door de Commissie is vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde procedure.".

(4)  In artikel 7 worden de leden 1, 2 en 3 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het passende kader voor een reeks haalbaarheidsstudies te scheppen.

Deze studies worden uitgevoerd door de lidstaten die problemen hebben met het verstrekken van gegevens over: [Am. 208]

a)  eenheden met minder dan tien werknemers, en/of

b)  de volgende activiteiten:

i)  openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale verzekeringen;

ii)  onderwijs;

iii)  menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening;

iv)  kunst, amusement en recreatie;

v)  verenigingen, reparatie van computers en consumentenartikelen en overige persoonlijke diensten.

2.  De lidstaten die haalbaarheidsstudies uitvoeren, dienen elk binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen een verslag in over de resultaten van deze studies.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door zo spoedig mogelijk nadat de resultaten van de haalbaarheidsstudies beschikbaar zijn gekomen en in overleg met de lidstaten en binnen een redelijke termijn de noodzakelijk geachte maatregelen aan te nemen.".

(5)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 7, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 209]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 7, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 7, leden 1 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 9 wordt lid 2 geschrapt.

75.  Verordening (EG) nr. 763/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende volks- en woningtellingen(111)

Teneinde Verordening (EG) nr. 763/2008 bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door de volgende referentiejaren te bepalen alsmede het programma van de statistische gegevens en metagegevens aan te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 763/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Iedere lidstaat bepaalt een referentiedatum. De referentiedatum valt in een jaar dat gespecificeerd is op basis van deze verordening (referentiejaar). Het eerste referentiejaar is 2011.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het bepalen van teneinde deze verordening aan te vullen door de volgende referentiejaren te bepalen. De referentiejaren vallen aan het begin van elk decennium."; [Am. 210]

b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de aanneming vaststelling van een programma van statistische gegevens en metagegevens die moeten worden toegezonden om aan de voorschriften van deze verordening te voldoen.". [Am. 211]

(2)  In artikel 7 wordt lid 2 geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 212]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, leden 1 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 8 wordt lid 3 geschrapt.

76.  Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken(112)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1099/2008 aan te passen aan de technische vooruitgang en nieuwe behoeften, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de verordening te wijzigen wat de lijst van gegevensbronnen en de toepasselijke toelichtingen en definities betreft;

–  de verordening te wijzigen wat de regelingen voor de indiening van de nationale gegevens betreft;

–  de verordening aan te vullen met de jaarstatistieken over kernenergie;

–  de verordening aan te vullen met de statistieken over hernieuwbare energie en de statistieken over het eindgebruik van energie.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1099/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst van gegevensbronnen te wijzigen.".

(2)  In artikel 4 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. In de afzonderlijke bijlagen en in bijlage A (Toelichting op de terminologie) worden de gebruikte technische termen, waar toepasselijk, toegelicht of gedefinieerd.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening wijzigen om de terminologie verder te verduidelijken door NACE-codes toe te voegen wanneer een herziening van de NACE-classificatie in werking is getreden. [Am. 213]

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de te verstrekken gegevens en de toepasselijke toelichtingen en definities te wijzigen.".

(3)  In artikel 5 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de regelingen voor de indiening van de nationale statistieken te wijzigen.".

(4)  In artikel 8 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de reeks jaarstatistieken over kernenergie vast te stellen.". [Am. 214]

(5)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de reeks statistieken over hernieuwbare energie en de reeks statistieken over het eindgebruik vast te stellen."; [Am. 215]

b)  lid 3 wordt geschrapt.

(6)  In artikel 10 wordt lid 1 geschrapt.

(7)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 3, artikel 4, leden 2 en 3, artikel 5, lid 3, artikel 8 en artikel 9, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 216]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, artikel 4, leden 2 en 3, artikel 5, lid 3, artikel 8 en artikel 9, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, artikel 4, leden 2 en 3, artikel 5, lid 3, artikel 8 en artikel 9, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(8)  In artikel 11 wordt lid 2 geschrapt.

(9)  In bijlage A wordt de opmerking ("NB") in punt 2 geschrapt.

77.  Verordening (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende communautaire statistieken over de volksgezondheid en de gezondheid en veiligheid op het werk(113)

Teneinde de toepassing van Verordening (EG) nr. 1338/2008 te versterken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door de variabelen, definities en classificaties van de onderwerpen in de bijlagen I tot en met V te bepalen, alsmede de desbetreffende uitsplitsing en referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de verstrekking van gegevens en metagegevens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1338/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Wanneer wordt overwogen een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 9 bis vast te stellen, wordt er een kosten-batenanalyse opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de voordelen van de beschikbaarheid van de gegevens in verhouding tot de kosten van het verzamelen van gegevens en de belasting voor de lidstaten.".

(2)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De lidstaten dragen de op grond van deze verordening vereiste gegevens en metagegevens over in elektronische vorm, volgens een tussen de Commissie (Eurostat) en de lidstaten overeengekomen uitwisselingsstandaard.

De gegevens worden versterkt binnen de termijnen, met de frequentie en met betrekking tot de referentieperiodes als vastgesteld in de bijlagen of in gedelegeerde handelingen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen.". [Am. 217]

(3)  In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het volgende te bepalen : [Am. 218]

a)  de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van de onderwerpen in de bijlagen I tot en met V;

b)  de uitsplitsing van die kenmerken;

c)  de referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking;

d)  de verstrekking van metagegevens.

In deze handelingen wordt in het bijzonder rekening gehouden met het bepaalde in artikel 5, artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 7, lid 1, evenals met de beschikbaarheid, de geschiktheid en de juridische context van bestaande gegevensbronnen van de Unie, na bestudering van alle bronnen die verband houden met de respectieve gebieden en onderwerpen.".

(4)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 2, artikel 9, lid 1, en in de punten c), d) en e), van de bijlagen I tot en met V bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 219]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 2, artikel 9, lid 1, en in de punten c), d) en e), van de bijlagen I tot en met V bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 2, artikel 9, lid 1, en overeenkomstig de punten c), d) en e), van de bijlagen I tot en met V vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 10 wordt lid 2 geschrapt.

(6)  Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c) Referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking

De statistieken worden elke vijf jaar verstrekt uit het EHIS; voor andere gegevensverzamelingen, zoals over morbiditeit of ongelukken en verwondingen, en voor een aantal specifieke enquêtemodules, is wellicht een andere frequentie nodig. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen voor het eerste referentiejaar, de frequentie en de termijnen voor de gegevensverstrekking."; [Am. 220]

b)  in punt d) wordt de tweede alinea vervangen door:

"Het is niet noodzakelijk dat elke keer dat gegevens worden verstrekt, alle onderwerpen aan de orde komen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van bovenstaande onderwerpen en de uitsplitsing van de kenmerken."; [Am. 221]

c)  punt e) wordt vervangen door:

"e) Metagegevens

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de verstrekking van metagegevens, ook over kenmerken van enquêtes en andere gebruikte bronnen, onderzochte bevolking, alsmede informatie over alle nationale bijzonderheden die nodig zijn voor de uitlegging en de opstelling van vergelijkbare statistieken en indicatoren.". [Am. 222]

(7)  Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c) Referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking

De statistieken worden jaarlijks verstrekt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen voor het eerste referentiejaar, de frequentie en de termijnen voor de gegevensverstrekking."; [Am. 223]

b)  in punt d) wordt de vierde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van bovenstaande onderwerpen en de uitsplitsing van de kenmerken."; [Am. 224]

c)  punt e) wordt vervangen door:

"e) Metagegevens

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de verstrekking van metagegevens, ook over kenmerken van bronnen en gebruikte compilaties, onderzochte bevolking, alsmede informatie over alle nationale bijzonderheden die nodig zijn voor de uitlegging en de opstelling van vergelijkbare statistieken en indicatoren.". [Am. 225]

(8)  Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c) Referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking

De statistieken worden jaarlijks verstrekt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen betreffende het eerste referentiejaar. De gegevens worden uiterlijk 24 maanden na het referentiejaar ingediend. In afwachting hiervan mogen voorlopige gegevens of schattingen worden ingediend. Bij bijzondere voorvallen op het gebied van de volksgezondheid kunnen als aanvulling speciale gegevensverzamelingen worden vastgesteld, hetzij voor alle sterfgevallen, hetzij voor specifieke doodsoorzaken."; [Am. 226]

b)  de vierde alinea van punt d) wordt vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van bovenstaande onderwerpen en de uitsplitsing van de kenmerken."; [Am. 227]

c)  punt e) wordt vervangen door:

"e) Metagegevens

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de verstrekking van metagegevens, ook over onderzochte bevolking, alsmede informatie over alle nationale bijzonderheden die nodig zijn voor de uitlegging en de opstelling van vergelijkbare statistieken en indicatoren.". [Am. 228]

(9)  Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c) Referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking

De statistieken worden jaarlijks verstrekt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen betreffende het eerste referentiejaar. De gegevens worden uiterlijk 18 maanden na het referentiejaar ingediend."; [Am. 229]

b)  in punt d) wordt de vierde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van bovenstaande onderwerpen en de uitsplitsing van de kenmerken."; [Am. 230]

c)  punt e) wordt vervangen door:

"e) Metagegevens

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de verstrekking van metagegevens, ook over onderzochte bevolking, de aangiftepercentages voor arbeidsongevallen en, voor zover relevant, kenmerken van de steekproeven, alsmede informatie over alle nationale bijzonderheden die nodig zijn voor de uitlegging en de opstelling van vergelijkbare statistieken en indicatoren.". [Am. 231]

(10)  Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c) Referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de gegevensverstrekking

Voor beroepsziekten worden de statistieken jaarlijks en uiterlijk 15 maanden na het referentiejaar ingediend. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen voor de referentieperiodes, frequentie en termijnen voor de verstrekking van de overige gegevensverzamelingen."; [Am. 232]

b)  in punt d) wordt de vierde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de maatregelen vast te stellen inzake de kenmerken, namelijk variabelen, definities en classificaties van bovenstaande onderwerpen en de uitsplitsing van de kenmerken."; [Am. 233]

c)  punt e) wordt vervangen door:

"e) Metagegevens

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de maatregelen inzake de verstrekking van metagegevens, ook over onderzochte bevolking, alsmede informatie over alle nationale bijzonderheden die nodig zijn voor de uitlegging en de opstelling van vergelijkbare statistieken en indicatoren. [Am. 234]

78.  Verordening (EG) nr. 1185/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende statistieken over pesticiden(114)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1185/2009 bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de eisen betreffende de verstrekking van de kwaliteitsverslagen zoals beschreven in sectie 6 van de bijlagen I en II, tot wijziging van de lijst op te nemen stoffen en de indeling ervan in categorieën van producten en chemische klassen zoals aangegeven in bijlage III, en tot aanvulling van de verordening met een definitie van "behandeld areaal" zoals bedoeld in sectie 2 van bijlage II. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1185/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea geschrapt;

b)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de eisen betreffende de verstrekking van de kwaliteitsverslagen zoals beschreven in sectie 6 van de bijlagen I en II.";

c)  de leden 2 en 3 worden vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van sectie 2 van bijlage II met betrekking tot de definitie van "behandeld areaal".

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om regelmatig en minstens om de vijf jaar de lijst op te nemen stoffen en de indeling ervan in categorieën van producten en chemische klassen zoals aangegeven in bijlage III, te wijzigen.".

(2)  Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, leden 1 bis, 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 235]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, leden 1 bis, 2 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, leden 1 bis, 2 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 6 wordt lid 3 geschrapt.

VIII.  Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

79.  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen(115)

Teneinde te besluiten over de toepasbaarheid in de Unie van door de International Accounting Standards Board opgestelde internationale standaarden voor jaarrekeningen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1606/2002. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1606/2002 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de toepasbaarheid in de Unie te bepalen van internationale standaarden voor jaarrekeningen (goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen). [Am. 236]

Indien dit in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de stabiliteit van de financiële markten om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 5 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.; [Am. 237]

b)  lid 3 wordt geschrapt.

(1 bis)  In artikel 4 wordt alinea 1 vervangen door:

"Voor elk boekjaar, beginnend op of na 1 januari 2005, stellen ondernemingen die onder het recht van een lidstaat vallen hun geconsolideerde jaarrekening op overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig artikel 3, lid 1, zijn goedgekeurd, indien hun effecten op de balansdatum zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 21 van Richtlijn 2014/65/EU." [Am. 238]

(1 ter)  Artikel 5 wordt vervangen door: staat niet in COM proposal

"Artikel 5

Keuzemogelijkheden aangaande jaarrekeningen en niet-beursgenoteerde ondernemingen

De lidstaten kunnen:

a)  de in artikel 4 bedoelde ondernemingen toestaan of verplichten hun jaarrekening op te stellen,

b)  andere dan de in artikel 4 bedoelde ondernemingen toestaan of verplichten hun geconsolideerde jaarrekening en/of hun jaarrekening op te stellen, overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig artikel 3, lid 1, zijn goedgekeurd." [Am. 239]

(2)  De volgende artikelen 5 bis en 5 ter worden ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 240]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 241]

Artikel 5 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 5 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt. [Am. 242]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  De artikelen Artikel 6 en 7 worden wordt geschrapt. [Am. 243]

(3 bis)  Artikel 7 wordt vervangen door:

"Artikel 7

Rapportage en coördinatie

1.  De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad regelmatig in kennis van de status van feitelijke IASB-projecten en alle daarmee verband houdende stukken die door de IASB zijn opgesteld, teneinde standpunten te coördineren en besprekingen over de goedkeuring van standaarden die uit deze projecten en documenten zouden kunnen voortvloeien, te vergemakkelijken.

2.  De Commissie brengt naar behoren en tijdig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, indien zij voornemens is de goedkeuring van een standaard niet voor te stellen." [Am. 244]

80.  Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG(116)

Teneinde In artikel 14 van Richtlijn 2009/110/EG aan te passen om rekening te houden met inflatie of technologische en marktontwikkelingen, en teneinde te zorgen voor een geharmoniseerde toepassing van bepaalde vrijstellingen in het kader van de richtlijn, moet wordt aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen toegekend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen volgens de regelgevingsprocedure met toetsing maatregelen vast te stellen tot wijziging van de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen die noodzakelijk zijn om de bepalingen van de richtlijn bij te werken "teneinde met inflatie of technologische en marktontwikkelingen rekening te houden". Deze bevoegdheidsdelegatie zou, indien zij zonder verdere wijzigingen wordt aangepast aan een bevoegdheidsdelegatie voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen, niet voldoen aan de vereisten van artikel 290 VWEU wat betreft de uitdrukkelijke afbakening van de doelstellingen, de inhoud en de strekking van de bevoegdheidsdelegatie. Rekening houdend met het feit dat de Commissie tot op heden geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheidsdelegatie, moet deze worden geschrapt. [Am. 245]

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/110/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 14 wordt vervangen door: geschrapt.

"Artikel 14

Gedelegeerde handelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om:

a)  de richtlijn te wijzigen teneinde rekening te houden met inflatie of technologische en marktontwikkelingen;

b)  artikel 1, leden 4 en 5, te wijzigen om te zorgen voor de geharmoniseerde toepassing van de in die bepalingen bedoelde vrijstellingen.". [Am. 246]

(2)  Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.". [Am. 247]

(3)  Artikel 15 wordt geschrapt.

IX.  Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf 

81.  Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols(117)

Teneinde rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen in de aerosoltechnologie en teneinde een hoog veiligheidsniveau te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om Richtlijn 75/324/EEG te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 75/324/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  De artikelen 6 en 7 worden geschrapt;

(3)  In artikel 10, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn om te zorgen voor de nodige technische aanpassingen betreffende de risicoanalyse, de technische kenmerken van aerosols, de fysische en chemische eigenschappen van de inhoud, de voorschriften inzake etikettering en ontvlambaarheid en de testmethoden en -procedures voor aerosols.".

(4)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5 en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 248]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, en artikel 10, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5 en artikel 10, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 249]

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

82.  Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde producten in voorverpakkingen(118)(119)

Teneinde Richtlijn 76/211/EEG aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II bij de richtlijn te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 76/211/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 wordt vervangen door:

"Artikel 6

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

83.  Richtlijn 80/181/EEG van de Raad van 20 december 1979 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten op het gebied van de meeteenheden, en tot intrekking van Richtlijn 71/354/EEG(120)

Teneinde Richtlijn 80/181/EEG aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlage bij de richtlijn te wijzigen en om aanvullende aanduidingen aan de richtlijn toe te voegen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 80/181/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 bis wordt vervangen door:

"Artikel 6 bis

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door aanvullende aanduidingen vast te stellen. [Am. 250]

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 quater gedelegeerde handelingen vast te stellen om hoofdstuk I van de bijlage te wijzigen teneinde dit aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  Het volgende artikel 6 quater wordt ingevoegd:

"Artikel 6 quater

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 251]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 252]

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

84.  Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst(121)

Teneinde een snelle technische aanpassing van de normen voor de dienstkwaliteit te waarborgen, met name wat de verzendingsduur, de regelmaat en de betrouwbaarheid van grensoverschrijdende diensten betreft, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij Richtlijn 97/67/EG te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang en om de richtlijn aan te vullen met gestandaardiseerde voorwaarden voor de controle van de prestaties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 97/67/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 16 worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

"Deze normen worden vastgesteld door:

a)  de lidstaten voor de binnenlandse diensten;

b)  het Europees Parlement en de Raad voor de grensoverschrijdende diensten binnen de Unie (zoals omschreven in bijlage II).

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de normen voor grensoverschrijdende diensten binnen de Unie aan te passen aan de technische vooruitgang of de ontwikkeling van de markt.

Er wordt ten minste eenmaal per jaar onder gestandaardiseerde voorwaarden een onafhankelijke controle van de prestaties uitgevoerd door externe instanties die geen band hebben met de leveranciers van de universele dienst, en over deze controle wordt ten minste eenmaal per jaar verslag uitgebracht.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door deze gestandaardiseerde voorwaarden te specificeren.". [Am. 253]

(2)  De titel van hoofdstuk 8 wordt vervangen door:

"Gedelegeerde en uitvoeringshandelingen".

(3)  Onder de titel van hoofdstuk 8 wordt het volgende artikel 20 bis ingevoegd:

"Artikel 20 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 254]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 21 wordt de tweede alinea geschrapt.

85.  Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis(122)(123)

Teneinde Richtlijn 2000/14/EG aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om bijlage III bij de richtlijn te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2000/14/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 17 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 18 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 18 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 18 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(2)  In artikel 18 wordt lid 2 geschrapt.

(3)  Artikel 18 bis wordt vervangen door:

"Artikel 18 bis

Wijziging van bijlage III

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 17 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen. De gedelegeerde handelingen mogen niet van invloed zijn op het gemeten geluidsvermogensniveau van het in artikel 12 genoemde materieel, in het bijzonder door de opneming van verwijzingen naar bestaande toepasselijke Europese normen.".

(4)  In artikel 19 wordt punt b) geschrapt.

86.  Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen(124)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan Verordening (EG) nr. 2003/2003, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij de verordening om de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan te passen en te moderniseren, de controlemaatregelen nader uit te werken en in bijlage I nieuwe typen meststoffen op te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 2003/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 29 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV teneinde de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan te passen en te moderniseren, waar mogelijk aan de hand van Europese normen.

De Commissie is tevens bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV teneinde de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel en in de artikelen 8, 26 en 27 bedoelde controlemethoden nader uit te werken. Deze handelingen betreffen met name de frequentie waarmee tests moeten worden herhaald alsmede maatregelen om te garanderen dat de in de handel gebrachte meststof dezelfde is als de geteste meststof.".

(2)  Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om nieuwe typen meststoffen op te nemen.";

b)  lid 4 wordt geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 31 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 31 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 29, lid 4, en artikel 31, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 255]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 29, lid 4, en artikel 31, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 29, lid 4, en artikel 31, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

87.  Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP)(125)(126)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan Richtlijn 2004/9/EG, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

—  de richtlijn te wijzigen met het oog op het oplossen van geschillen in verband met de naleving van de GLP;

—  de bevestigingsformule in de richtlijn te wijzigen;

—  bijlage I bij de richtlijn te wijzigen om rekening te houden met de technische vooruitgang.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/9/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de richtlijn te wijzigen teneinde de in lid 1 bedoelde kwesties op te lossen.".

(2)  Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 6 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 8, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

(4)  In artikel 8 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van:

a)  de formule in artikel 2, lid 2;

b)  bijlage I, om rekening te houden met de technische vooruitgang.".

88.  Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen(127)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan Richtlijn 2004/10/EG, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I bij de richtlijn teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang op het gebied van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken, en tot wijziging van de richtlijn teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/10/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 3 bis wordt vervangen door:

"Artikel 3 bis

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 3 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen, met inachtneming van de GLP-beginselen".

(2)  Het volgende artikel 3 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 3 ter

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3 bis en artikel 5, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 256]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3 bis, en artikel 5, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3 bis, en artikel 5, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 4 wordt geschrapt.

(4)  In artikel 5, lid 2, worden de derde en vierde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 3 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om de richtlijn te wijzigen teneinde de nodig technische aanpassingen aan te brengen.".

89.  Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG(128)(129)

Teneinde rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de indicatieve lijst van veiligheidscomponenten in bijlage V bij Richtlijn 2006/42/EG te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2006/42/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot noodzakelijk geachte maatregelen voor potentieel gevaarlijke machines. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/42/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 8 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage V te wijzigen teneinde de lijst van veiligheidscomponenten te actualiseren.".

(2)  In artikel 9, lid 3, worden de tweede en derde alinea vervangen door:

"Naar behoren rekening houdend met het resultaat van deze raadpleging, neemt de Commissie de noodzakelijke maatregelen door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure.".

(3)  Het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 22 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad* van toepassing.

____________________

* Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).".

90.  Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt(130)

Teneinde een snelle technische aanpassing van Richtlijn 2006/123/EG te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen met gemeenschappelijke criteria en bepaalde termijnen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/123/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 23 wordt lid 4 vervangen door:

"4. Ter uitvoering van lid 1 kan de Commissie volgens de procedure van artikel 40, lid 2, een lijst van diensten met de in lid 1 van onderhavig artikel bedoelde kenmerken opstellen.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 39 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria vast te stellen aan de hand waarvan kan worden bepaald of de in lid 1 van dit artikel bedoelde verzekering of waarborgen met het oog op de aard en omvang van het risico geschikt zijn.". [Am. 257]

(2)  Artikel 36 wordt vervangen door:

"Artikel 36

Gedelegeerde en uitvoeringshandelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 39 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het specificeren van teneinde deze richtlijn aan te vullen door de in de artikelen 28 en 35 bedoelde termijnen te specificeren. [Am. 258]

De Commissie stelt voorts door middel van uitvoeringshandelingen de praktische regels voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen de lidstaten vast, en met name de bepalingen inzake de interoperabiliteit van de informatiesystemen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure.".

(3)  Het volgende artikel 39 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 39 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 23, lid 4, en artikel 36 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 259]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 23, lid 4, en artikel 36 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 23, lid 4, en artikel 36 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 260]

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 40 wordt lid 3 geschrapt.

91.  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie(131)

Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden toegekend overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen met betrekking tot:

–  de wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006, teneinde het percentage voor nalevingscontrole geselecteerde dossiers te wijzigen en teneinde de selectiecriteria te wijzigen of aan te vullen;

–  de wijziging van de bijlagen bij de verordening in bepaalde gevallen; [Am. 261]

–  de aanvulling van de verordening met voorschriften inzake testmethoden.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1907/2006 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 13 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. De in lid 1 bedoelde methoden moeten regelmatig worden herzien en verbeterd om het aantal proeven op gewervelde dieren en het aantal betrokken dieren te verminderen. Indien nodig zal de Commissie na raadpleging van de belanghebbenden Verordening (EG) nr. 440/2008 van de Commissie* en de bijlagen bij deze verordening zo spoedig mogelijk wijzigen om dierproeven te vervangen, in aantal te verminderen of te verfijnen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de genoemde verordening van de Commissie en de bijlagen bij deze verordening te wijzigen.

3.  Indien proeven op stoffen nodig zijn om informatie over de intrinsieke eigenschappen van stoffen te verkrijgen, worden die uitgevoerd overeenkomstig de testmethoden die zijn vastgesteld in een verordening van de Commissie of overeenkomstig andere internationale testmethoden die door de Commissie of het Agentschap als passend zijn erkend.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van testmethoden teneinde deze verordening aan te vullen door testmethodes vast te stellen. [Am. 262]

Informatie over de intrinsieke eigenschappen van stoffen kan overeenkomstig andere testmethoden worden verkregen, mits aan de voorwaarden van bijlage XI wordt voldaan.

____________________

* Verordening (EG) nr. 440/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 houdende vaststelling van testmethoden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (PB L 142 van 31.5.2008, blz. 1).".

(2)  In artikel 41 wordt lid 7 vervangen door:

"7. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis, en na raadpleging van het Agentschap, gedelegeerde handelingen vast te stellen om, na raadpleging van het Agentschap, teneinde deze verordening te wijzigen door het percentage geselecteerde dossiers te wijzigen en door de criteria in lid 5 bij te wijzigen werken of aan te vullen.". [Am. 263]

(3)  Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de inleiding vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage XIV te wijzigen teneinde er in artikel 57 bedoelde stoffen in op te nemen. In deze handelingen worden van elke stof de volgende gegevens vermeld:";

b)  lid 8 wordt vervangen door:

"8. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast tot wijziging van bijlage XIV teneinde daarin stoffen te schrappen die blijkens nieuwe informatie niet meer voldoen aan de criteria van artikel 57.".

(4)  In artikel 68 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast om bijlage XVII te wijzigen teneinde overeenkomstig de procedure van de artikelen 69 tot en met 73 nieuwe beperkingen in te voeren of bestaande beperkingen aan te passen voor de vervaardiging, het gebruik of het in de handel brengen van stoffen als zodanig of in mengsels of voorwerpen, wanneer aan de vervaardiging, het gebruik of het in de handel brengen van deze stoffen een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu is verbonden dat een aanpak op Unieniveau vereist. Voor een dergelijk besluit wordt rekening gehouden met het sociaaleconomische effect van de beperking, met inbegrip van de beschikbaarheid van alternatieven.

De eerste alinea is niet van toepassing op het gebruik van een stof als locatiegebonden geïsoleerd tussenproduct.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage XVII met betrekking tot beperkingen op het gebruik van een stof als zodanig, in een mengsel of in een voorwerp, die voldoet aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen kankerverwekkend, mutageen in geslachtscellen of giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B, en die door consumenten zou kunnen worden gebruikt. De artikelen 69 tot en met 73 zijn niet van toepassing.".

(4 bis)  In artikel 73 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen, teneinde deze verordening aan te vullen met het uiteindelijke besluit tot wijziging van bijlage XVII." [Am. 264]

(5)  Artikel 131 wordt vervangen door:

"Artikel 131

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen.".

(6)  Het volgende artikel 131 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 131 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 13, leden 2 en 3, artikel 41, lid 7, artikel 58, leden 1 en 8, artikel 68, leden 1 en 2, artikel 73, lid 2, artikel 131 en artikel 138, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13, leden 2 en 3, artikel 41, lid 7, artikel 58, leden 1 en 8, artikel 68, leden 1 en 2, artikel 73, lid 2, artikel 131 en artikel 138, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven*.van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 13, leden 2 en 3, artikel 41, lid 7, artikel 58, leden 1 en 8, artikel 68, leden 1 en 2, artikel 73, lid 2, artikel 131 en artikel 138, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 265]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 133 wordt lid 4 geschrapt.

(8)  Artikel 138 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 5 wordt geschrapt;

b)  in lid 9 wordt de tweede zin vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 131 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de vereisten voor testmethoden op grond van die evaluatie te wijzigen, mits daarbij een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu wordt gegarandeerd.".

92.  Richtlijn 2009/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen(132)(133)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen aan Richtlijn 2009/34/EG, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Met betrekking tot de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in artikel 5, lid 3 – op grond waarvan een lidstaat die een EG-modelgoedkeuring van beperkte strekking heeft verleend, een verzoek moet indienen om de bijlagen I en II aan te passen aan de technische vooruitgang – zij erop gewezen dat deze beperkte EG-modelgoedkeuring niet meer bestaat. De bevoegdheidsdelegatie in artikel 5, lid 3, dient derhalve te worden geschrapt.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/34/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 3 geschrapt.

(2)  Artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(3)  Het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 16 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  Artikel 17 wordt geschrapt.

93.  Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap(134)(135)

Teneinde ervoor te zorgen dat de lijst van defensiegerelateerde producten in de bijlage bij Richtlijn 2009/43/EG strikt overeenkomt met de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om deze bijlage te wijzigen en die richtlijn te wijzigen wat betreft de omstandigheden waarin de lidstaten de overdracht van defensiegerelateerde producten kunnen vrijstellen van de verplichte voorafgaande toestemming. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/43/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, lid 2 te wijzigen om de volgende gevallen op te nemen:

a)  de overdracht vindt plaats onder voorwaarden die de openbare orde of de openbare veiligheid niet in het gedrang brengen;

b)  de verplichte voorafgaande toestemming is niet langer verenigbaar met internationale verplichtingen die de lidstaten na de aanneming van deze richtlijn zijn aangegaan;

c)  wanneer zulks noodzakelijk is voor intergouvernementele samenwerking als bedoeld in artikel 1, lid 4.".

(2)  Artikel 13 wordt vervangen door:

"Artikel 13

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de lijst van defensiegerelateerde producten in de bijlage zodanig te wijzigen dat ze strikt overeenkomt met de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

Indien dit om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 13 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(3)  De volgende artikelen 13 bis en 13 ter worden ingevoegd:

"Artikel 13 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 3, en artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 3, en artikel 13 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 13 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 13 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  Artikel 14 wordt geschrapt.

94.  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed(136)

Teneinde de veiligheidsniveaus van speelgoed in de gehele Unie te harmoniseren en belemmeringen voor de handel in speelgoed tussen de lidstaten weg te nemen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van:

–  bijlage I, bijlage II, deel III, punten 11 en 13, en bijlage V bij Richtlijn 2009/48/EG, met het oog op de aanpassing aan technische ontwikkelingen;

–  aanhangsel C in bijlage II bij de richtlijn om specifieke grenswaarden te bepalen voor chemische stoffen die worden gebruikt in speelgoed bestemd voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden of in ander speelgoed dat bedoeld is om in de mond genomen te worden;

–  aanhangsel A in bijlage II bij de richtlijn om te bepalen welke stoffen en mengsels die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting in categorie 1A, 1B of 2 zijn ingedeeld, in speelgoed mogen worden gebruikt.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/48/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46

Wijziging van de bijlagen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 46 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I, bijlage II, deel III, punten 11 en 13, en bijlage V te wijzigen teneinde deze aan te passen aan technische en wetenschappelijke ontwikkelingen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 46 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van aanhangsel C in bijlage II teneinde specifieke grenswaarden te bepalen voor chemische stoffen die worden gebruikt in speelgoed bestemd voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden of in ander speelgoed dat bedoeld is om in de mond genomen te worden, daarbij rekening houdende met de voorschriften inzake voedselverpakkingen in Verordening (EG) nr. 1935/2004 en de daarmee samenhangende specifieke maatregelen voor speciale materialen, en met de verschillen tussen speelgoed en materialen die in contact komen met voedsel.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 46 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van aanhangsel A in bijlage II om besluiten te nemen over het toegestane gebruik in speelgoed van stoffen of mengsels die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting in categorie 1A, 1B of 2 zijn ingedeeld en die zijn geëvalueerd door het betrokken wetenschappelijk comité.".

(2)  Het volgende artikel 46 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 46 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 46 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 266]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 46 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 46 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 267]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 47 wordt geschrapt.

95.  Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG(137)(138)

Teneinde Verordening (EG) nr. 79/2009 met betrekking tot de veiligheid van motorvoertuigen op waterstof aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen met technische voorschriften voor dergelijke voertuigen alsook met bestuursrechtelijke bepalingen, modellen voor administratieve documenten en modellen voor merktekens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 79/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen in het licht van de technische vooruitgang, met betrekking tot:

a)  gedetailleerde regels voor de testprocedures vermeld in de bijlagen II tot en met V;

b)  gedetailleerde regels voor de in bijlage VI genoemde voorschriften voor de installatie van waterstofsystemen en onderdelen daarvan;

c)  gedetailleerde regels voor de voorschriften voor de veilige en betrouwbare werking van waterstofsystemen en onderdelen daarvan bedoeld in artikel 5;

d)  specificaties voor voorschriften inzake:

i)  het gebruik van zuivere waterstof of een mengsel van waterstof en aardgas/biomethaan;

ii)  nieuwe vormen van waterstofopslag en -gebruik;

iii)  de botsbeveiliging van voertuigen wat betreft de integriteit van de waterstofsystemen en de onderdelen daarvan;

iv)  voorschriften voor geïntegreerde systeemveiligheid, die ten minste de lekdetectie en voorschriften inzake reinigingsgas omvatten;

v)  elektrische isolatie en elektrische veiligheid;

e)  bestuursrechtelijke bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van voertuigen wat de waterstofaandrijving ervan betreft, en van waterstofsystemen en onderdelen daarvan;

f)  regels inzake de informatie die fabrikanten moeten verstrekken voor de typegoedkeuring en de inspectie bedoeld in artikel 4, leden 4 en 5;

g)  gedetailleerde regels voor de in punt 16 van bijlage VI bedoelde etikettering of andere wijzen om waterstofvoertuigen duidelijk en snel te identificeren;

en

h)  andere maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van de verordening.".

(2)  Het volgende artikel 12 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 13 wordt geschrapt.

96.  Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG(139)(140)

Teneinde Richtlijn 2009/81/EG aan te passen aan de snelle ontwikkelingen op technisch, economisch en regelgevingsgebied, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de drempelbedragen voor opdrachten teneinde deze in overeenstemming te brengen met die in Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad(141), tot wijziging van de verwijzingen naar de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV-nomenclatuur) en tot wijziging van bepaalde codes van de CPV-nomenclatuur en de regels voor de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke CPV-rubrieken. Tevens moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om de technische aspecten en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst te wijzigen teneinde deze, zoals vereist, aan te passen aan de technologische ontwikkelingen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/81/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 68 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)  de tweede alinea wordt vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 66 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de drempels overeenkomstig de eerste alinea te wijzigen.";

b)  de volgende derde alinea wordt toegevoegd:

"Indien de drempels overeenkomstig de eerste alinea moeten worden herzien en de procedure van artikel 66 bis wegens tijdsgebrek niet kan worden toegepast, en dit derhalve om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 66 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 69 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 66 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van:

a)  de in de bijlagen I en II vermelde codenummers van de CPV-nomenclatuur, voor zover hierdoor het materiële toepassingsgebied van deze richtlijn niet wordt gewijzigd, en de regels voor de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke CPV-posten binnen de in die bijlagen vermelde categorieën diensten;

b)  de technische aspecten en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst als bedoeld in bijlage VIII, punten a), f) en g).".

(3)  De volgende artikelen 66 bis en 66 ter worden ingevoegd:

"Artikel 66 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 68, lid 1, en artikel 69, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 68, lid 1, en artikel 69, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 68, lid 1, en artikel 69, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 66 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 66 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 67 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

97.  Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten(142)

Teneinde de milieueffecten van energiegerelateerde producten te verminderen en energiebesparingen te realiseren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om Richtlijn 2009/125/EG aan te vullen met specifieke voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor geselecteerde milieuaspecten die een significant milieueffect hebben. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/125/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Wanneer een product voldoet aan de criteria zoals opgesomd in lid 2, dient daarop een gedelegeerde handeling of een zelfreguleringsmaatregel overeenkomstig lid 3, onder b), van toepassing te zijn.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen. [Am. 268]

b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Wanneer de Commissie een gedelegeerde handeling opstelt, houdt zij rekening met:

a)  milieuprioriteiten van de Unie, zoals die welke vermeld staan in Besluit 1600/2002/EG of in het Europees programma inzake klimaatverandering van de Commissie (ECCP);

b)  relevante wetgeving van de Unie en zelfreguleringsmaatregelen, zoals vrijwillige overeenkomsten waarmee, na een beoordeling overeenkomstig artikel 17, verwacht wordt de beleidsdoelstellingen sneller of tegen lagere kosten te bereiken dan met dwingende voorschriften.";

c)  lid 10 wordt vervangen door:

"10. In voorkomend geval gaat een gedelegeerde handeling tot vaststelling van voorschriften inzake ecologisch ontwerp vergezeld van bepalingen betreffende het afwegen van verschillende milieuaspecten. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen." [Am. 269]

(2)  In artikel 16, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen." [Am. 270]

(3)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Gedelegeerde handelingen

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15, lid 1, en artikel 16, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 271]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15, lid 1, en artikel 16, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15, lid 1, en artikel 16, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 19 wordt de derde alinea geschrapt.

98.  Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden(143)

Teneinde Verordening (EG) nr. 661/2009 aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van bepaalde grenswaarden en van bijlage IV, en tot aanvulling van de verordening met technische voorschriften voor motorvoertuigen en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, alsook met bestuursrechtelijke bepalingen, modellen voor administratieve documenten en modellen voor merktekens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 661/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  De titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:

"Bevoegdheidsdelegatie".

(2)  Artikel 14 wordt vervangen door:

"Artikel 14

Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening te wijzigen in het licht van de technische vooruitgang door de vaststelling van:

a)  maatregelen tot wijziging van de in deel B en deel C van bijlage II vastgestelde grenswaarden voor de rolweerstand en het rolgeluid, voor zover zulks noodzakelijk is als gevolg van veranderingen in de testprocedures en zonder dat daarmee het niveau van milieubescherming wordt verlaagd;

b)  maatregelen tot wijziging van bijlage IV teneinde daarin de VN/ECE-reglementen op te nemen die bindend zijn ingevolge artikel 4, lid 4, van Besluit 97/836/EG.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen in het licht van de technische vooruitgang door de vaststelling van:

a)  gedetailleerde regels voor de specifieke procedures, tests en technische voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde onderdelen en technische eenheden, met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 12;

b)  gedetailleerde regels voor de specifieke veiligheidsvoorschriften voor voertuigen die bestemd zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg in of tussen de lidstaten, met inaanmerkingneming van VN/ECE-reglement 105;

c)  een meer nauwkeurige omschrijving van de fysieke eigenschappen die een band moet bezitten en de prestatie-eisen waaraan een band moet voldoen om als „band voor speciaal gebruik”, „professionele terreinband”, „versterkte band”, „band met een hoger draagvermogen”, „winterband”, „reserveband voor tijdelijk gebruik van het T-type” of „tractieband” te worden gedefinieerd overeenkomstig de punten 8 tot en met 13 van artikel 3, tweede alinea;

d)  maatregelen tot wijziging van de in deel B en deel C van bijlage II vastgestelde grenswaarden voor de rolweerstand en het rolgeluid, voor zover zulks noodzakelijk is als gevolg van veranderingen in de testprocedures en zonder dat daarmee het niveau van milieubescherming wordt verlaagd;

e)  gedetailleerde regels voor de procedure ter vaststelling van de in punt 1 van deel C van bijlage II bedoelde geluidsniveaus;

f)  maatregelen tot wijziging van bijlage IV teneinde daarin de VN/ECE-reglementen op te nemen die bindend zijn ingevolge artikel 4, lid 4, van Besluit 97/836/EG;

g)  bestuursrechtelijke bepalingen voor de specifieke procedures, tests en technische voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde onderdelen en technische eenheden, met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 12;

h)  maatregelen tot vrijstelling van bepaalde voertuigen of klassen van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 van de verplichting om de in artikel 10 genoemde geavanceerde voertuigsystemen te installeren, indien op basis van een kosten-batenanalyse en gelet op alle relevante veiligheidsaspecten blijkt dat de toepassing van deze systemen niet geschikt is voor de betrokken voertuigen of klassen van voertuigen;

i)  andere maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van de verordening.". [Am. 272]

(2)  Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. ]. [Am. 273]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee drie maanden verlengd. [Am. 274]

____________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 15 wordt geschrapt.

99.  Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten(144)

Teneinde ervoor te zorgen dat Verordening (EG) nr. 1223/2009 aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang wordt aangepast, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen:

–  tot wijziging van de definitie van nanomaterialen in de verordening;

–  tot wijziging van de verordening ten aanzien van de kennisgevingseisen;

–  tot wijziging van de verordening om het toepassingsgebied van bijlage IV uit te breiden tot haarkleuringsproducten;

–  tot wijziging van de bijlagen bij de verordening met betrekking tot stoffen die kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn;

–  tot wijziging van de kennisgevingsinformatie in de verordening en tot wijziging van de bijlagen II en III met betrekking tot nanomaterialen;

–  tot wijziging van de bijlagen II tot en met VI van de verordening indien zich als gevolg van het gebruik van bepaalde stoffen in cosmetische producten een mogelijk risico voor de volksgezondheid voordoet dat voor de gehele Unie moet worden aangepakt;

–  tot wijziging van de bijlagen III tot en met VI en bijlage VIII bij de verordening om deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang;

–  tot aanvulling van de verordening met een lijst van gemeenschappelijke criteria voor beweringen.

–  tot aanvulling van deze verordening door vrijstellingen toe te staan op het verbod op dierproeven ingeval ernstige bezorgdheid rijst over de veiligheid van een bestaand cosmetisch ingrediënt. [Am. 275]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de tenuitvoerlegging van de betrokken bepalingen van Verordening (EG) nr. 1223/2009 inzake vrijstellingen met betrekking tot dierproeven, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend teneinde besluiten vast te stellen om vrijstelling van het verbod op dierproeven te verlenen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 276]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1223/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 2 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Gezien de uiteenlopende definities van nanomaterialen die door diverse organen worden gepubliceerd, en de constante technische en wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 1, onder k), te wijzigen teneinde dat punt bij te stellen en aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang en aan de definities die op grond daarvan op internationaal niveau worden overeengekomen.".

(2)  In artikel 13 wordt lid 8 vervangen door:

"8. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de leden 1 tot en met 7 van dit artikel door voorschriften toe te voegen, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en met specifieke behoeften in verband met het markttoezicht.".

(3)  In artikel 14 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Behoudens een besluit van de Commissie om het toepassingsgebied van bijlage IV tot haarkleuringsproducten uit te breiden, mogen deze producten geen andere kleurstoffen bevatten die voor het kleuren van de haren zijn bestemd, dan de in bijlage IV genoemde, noch kleurstoffen die voor het kleuren van de haren zijn bestemd die niet overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, met het oog op de aanneming van het in de eerste alinea bedoelde besluit, bijlage IV te wijzigen.".

(4)  Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Het gebruik in cosmetische producten van stoffen die als CMR van categorie 2 zijn ingedeeld in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008, wordt verboden.

Een stof die in categorie 2 is ingedeeld, mag echter in cosmetische producten worden gebruikt, indien zij door het WCCV werd beoordeeld en veilig werd bevonden voor gebruik in cosmetische producten.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, met het oog op de toepassing van dit lid, de bijlagen te wijzigen.";

b)  in lid 2 worden de vierde en de vijfde alinea vervangen door:

"Met het oog op de toepassing van dit lid is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij deze verordening te wijzigen, mits zij dit doet binnen 15 maanden na de laatste opname van de desbetreffende stoffen in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.

Indien dit in geval van een mogelijk risico voor de volksgezondheid als gevolg van het gebruik van bepaalde stoffen in cosmetische producten, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(5)  Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 6 en 7 worden vervangen door:

"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II en III, rekening houdend met het advies van het WCCV, te wijzigen in geval van een potentieel risico voor de volksgezondheid, ook wanneer er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn.

7.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 3 te wijzigen door, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang, voorschriften toe te voegen.";

b)  lid 8 wordt geschrapt;

c)  lid 9 wordt vervangen door:

"9. Indien dit in geval van een mogelijk risico voor de volksgezondheid als gevolg van het gebruik van bepaalde stoffen in cosmetische producten, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig de leden 6 en 7 vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(6)  In artikel 18, lid 2, wordt de negende alinea vervangen door:

"De in de zesde alinea bedoelde maatregelen worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 2, bedoelde procedure. Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door vrijstellingen toe te staan als bedoeld in de zesde alinea." [Am. 277]

(7)  In artikel 20, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, teneinde deze verordening aan te vullen door na raadpleging van het WCCV of andere relevante instanties en rekening houdend met het bepaalde in Richtlijn 2005/29/EG, een lijst van gemeenschappelijke criteria aan vast te nemen stellen voor beweringen die ten aanzien van cosmetische producten mogen worden gebruikt.". [Am. 278]

(8)  Artikel 31 wordt vervangen door:

"Artikel 31

Wijziging van de bijlagen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, na raadpleging van het WCCV, de bijlagen II tot en met VI te wijzigen indien zich als gevolg van het gebruik van bepaalde stoffen in cosmetische producten een mogelijk risico voor de volksgezondheid voordoet dat voor de gehele Unie moet worden aangepakt.

Indien dit in geval van een mogelijk risico voor de volksgezondheid als gevolg van het gebruik van bepaalde stoffen in cosmetische producten, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, na raadpleging van het WCCV, de bijlagen III tot en met VI en bijlage VIII te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, na raadpleging van het WCCV, bijlage I te wijzigen wanneer dit nodig blijkt om de veiligheid van op de markt gebrachte cosmetische producten te waarborgen.".

(9)  De volgende artikelen 31 bis en 31 ter worden ingevoegd:

"Artikel 31 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 2, lid 3, artikel 13, lid 8, artikel 14, lid 2, artikel 15, leden 1 en 2, artikel 16, leden 8 en 9, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 2, en artikel 31, leden 1, 2 en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 3, artikel 13, lid 8, artikel 14, lid 2, artikel 15, leden 1 en 2, artikel 16, leden 8 en 9, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 2, en artikel 31, leden 1, 2 en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven*.van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 3, artikel 13, lid 8, artikel 14, lid 2, artikel 15, leden 1 en 2, artikel 16, leden 8 en 9, artikel 18, lid 2, artikel 20, lid 2, en artikel 31, leden 1, 2 en 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 279]

Artikel 31 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 31 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(10)  In artikel 32 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

X.  Justitie en Consumentenzaken

100.  Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(145)(146)

Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, veranderingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe kennis, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische wijziging van bijlage I bij Richtlijn 92/85/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 92/85/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 13 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot technische wijzigingen aan bijlage I teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang, veranderingen in internationale voorschriften of specificaties en nieuwe kennis.

Indien dit, in geval van mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid of veiligheid van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 13 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 13 bis en 13 ter worden ingevoegd:

"Artikel 13 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 13, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 13, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 13 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 13 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

101.  Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad(147) (148)

Teneinde Richtlijn 2008/48/EG bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de richtlijn teneinde er aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage aan toe te voegen of de bestaande hypothesen te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2008/48/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 19 wordt lid 5 vervangen door:

"5. Zo nodig kan voor de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage worden uitgegaan van de in bijlage I genoemde aanvullende hypothesen.

Indien de in dit artikel en in deel II van bijlage I genoemde hypothesen niet voldoende zijn om het jaarlijkse kostenpercentage op uniforme wijze te berekenen of niet meer aangepast zijn aan de commerciële marktsituatie, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van dit artikel en van bijlage I teneinde de noodzakelijk geachte aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage toe te voegen of de bestaande te wijzigen.".

(2)  Het volgende artikel 24 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 24 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 19, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 19, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 19, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 25 wordt geschrapt.

XI.   Mobiliteit en Vervoer

102.  Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart(149)

Teneinde Verordening (EEG) nr. 3922/91 aan te passen aan de economische en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om bijlage III bij de verordening te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EEG) nr. 3922/91 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 11 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III te wijzigen teneinde deze aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.

Indien dit om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening] De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 280]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 ter, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 12 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

103.  Richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg(150)(151)

Teneinde Richtlijn 95/50/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de richtlijn, met name om rekening te houden met wijzigingen in Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad(152). Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 95/50/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 bis wordt vervangen door:

"Artikel 9 bis

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang op de onder deze richtlijn vallende gebieden, met name om rekening te houden met wijzigingen in Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad*.

_______________

* Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PB L 260 van 30.9.2008, blz. 13).".

(2)  Het volgende artikel 9 bis bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 9 ter wordt geschrapt.

104.  Richtlijn 97/70/EG van de Raad van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt(153)

Teneinde Richtlijn 97/70/EG aan te passen aan de ontwikkeling van het internationaal recht, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de richtlijn te wijzigen met het oog op de toepassing van latere wijzigingen van het Protocol van Torremolinos en om de richtlijn te wijzigen door voorschriften vast te stellen voor een geharmoniseerde interpretatie van de voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos, voor zover die aan het oordeel van de overheden van de afzonderlijke verdragsluitende partijen is overgelaten.

Teneinde te waarborgen dat de Unie-normen worden beschermd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn teneinde wijzigingen van het Protocol van Torremolinos uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat een dergelijke internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 281]

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 97/70/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorschriften vast te stellen ten behoeve van een geharmoniseerde interpretatie van de voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos, voor zover die aan het oordeel van de overheden van de afzonderlijke verdragsluitende partijen is overgelaten en voor zover die nodig is voor de consistente toepassing in de Unie. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 282]

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 97/70/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Gedelegeerde en uitvoeringshandelingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 en de bijlagen met het oog op de toepassing, in het kader van deze richtlijn, van latere wijzigingen van het Protocol van Torremolinos.

2.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen met als doel het vaststellen van een geharmoniseerde interpretatie vaststellen van de voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos, voor zover die aan het oordeel van de overheden van de afzonderlijke verdragsluitende partijen is overgelaten. en voor zover die nodig is voor de consistente toepassing in de Unie. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. [Am. 283]

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn te wijzigen met als doel wijzigingen van het in artikel 2, lid 4, bedoelde internationale instrument kunnen uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn, worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad* indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat de internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 284]

__________________

* Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1).".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.. [Am. 285]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. [Am. 286]

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 287]

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 9 wordt lid 3 geschrapt.

105.  Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen(154)

Teneinde de bij Richtlijn 2000/59/EG getroffen regeling te verbeteren en de richtlijn aan te passen aan de ontwikkeling van andere instrumenten van de Unie en internationale instrumenten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de richtlijn te wijzigen met het oog op de aanpassing van de verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO teneinde deze in overeenstemming te brengen met maatregelen van de Unie of de IMO die van kracht zijn geworden;

–  de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen.

Teneinde te waarborgen dat de Unienormen worden beschermd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn om wijzigingen van Marpol 73/78 uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 288]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2000/59/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Het volgende artikel 13 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 13 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 289]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(2)  Artikel 14 wordt geschrapt.

(3)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

Wijzigingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in de richtlijn opgenomen verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO teneinde deze in overeenstemming te brengen met maatregelen van de Unie of de IMO die van kracht zijn geworden, voor zover deze wijzigingen het toepassingsgebied van de richtlijn niet verruimen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen wanneer dat nodig is om de bij deze richtlijn getroffen regeling te verbeteren, voor zover deze wijzigingen het toepassingsgebied van de richtlijn niet verruimen.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn te wijzigen met als doel wijzigingen van de het in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten kunnen instrument uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad*. deze richtlijn, indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat de internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 290]

_______________________

* Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1).".

106.  Richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen(155)

Teneinde Richtlijn 2001/96/EG aan te passen aan de ontwikkeling van regelgeving van de Unie en van internationale regelgeving en teneinde de geldende procedures te verbeteren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de richtlijn met betrekking tot:

–  bepaalde definities;

–  de verwijzingen naar internationale verdragen en codes en naar resoluties en circulaires van de IMO, de verwijzingen naar ISO-normen, de verwijzingen naar instrumenten van de Unie, en de bijlagen daarbij;

–  de procedures voor de samenwerking tussen bulkschepen en terminals;

–  bepaalde verslagleggingsverplichtingen.

Teneinde te waarborgen dat de Unienormen worden beschermd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn om wijzigingen van de in artikel 3 van deze richtlijn bedoelde internationale instrumenten uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 291]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2001/96/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 14 wordt geschrapt.

(2)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

Wijzigingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de definities in de punten 1 tot en met 6 en 15 tot en met 18 van artikel 3, de verwijzingen naar internationale verdragen en codes en naar resoluties en circulaires van de IMO, de verwijzingen naar ISO-normen en de verwijzingen naar instrumenten van de Unie teneinde deze in overeenstemming te brengen met de internationale instrumenten en de instrumenten van de Unie die na de vaststelling van deze richtlijn worden aangenomen, worden gewijzigd of in werking treden, mits het toepassingsgebied van deze richtlijn daardoor niet wordt verruimd.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van artikel 8 met betrekking tot de procedures voor de samenwerking tussen bulkschepen en terminals en de verslagleggingsverplichtingen als bedoeld in artikel 11, lid 2, en de bijlagen, mits het toepassingsgebied van deze richtlijn daardoor niet wordt verruimd.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn te wijzigen met als doel wijzigingen van de het in artikel 3 bedoelde internationale instrumenten kunnen instrument uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002." deze richtlijn, indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat de internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 292]

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.". [Am. 293]

(3)  Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 15 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 294]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 15 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

107.  Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad(156)(157)

Teneinde Richtlijn 2002/59/EG aan te passen aan de ontwikkeling van regelgeving van de Unie en van internationale regelgeving en aan de met de uitvoering van de richtlijn opgedane ervaring, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van:

–  de in de richtlijn opgenomen verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO, om deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het recht van de Unie of het internationaal recht;

–  bepaalde in de richtlijn opgenomen definities, om deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het Unierecht of het internationaal recht;

–  de bijlagen I, III en IV bij de richtlijn, in het licht van de technische vooruitgang en de met de uitvoering van de richtlijn opgedane ervaring.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/59/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27

Wijzigingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om in de richtlijn opgenomen verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO, alsmede definities in bijlage 3 en de bijlagen te wijzigen teneinde deze in overeenstemming te brengen met bepalingen van het Unierecht of het internationaal recht die zijn vastgesteld, gewijzigd of in werking getreden, voor zover deze wijzigingen het toepassingsgebied van de richtlijn niet verruimen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I, III en IV in het licht van de technische vooruitgang en de met deze richtlijn opgedane ervaring, voor zover deze wijzigingen het toepassingsgebied van de richtlijn niet verruimen.".

(2)  Het volgende artikel 27 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 27 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 27 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 27 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 28 wordt geschrapt.

108.  Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen(158)(159)

Teneinde de in Verordening (EG) nr. 2099/2002 opgenomen lijst van handelingen van de Unie die verwijzen naar het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS), bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door een verwijzing op te nemen naar de in werking getreden handelingen van de Unie op grond waarvan bepaalde bevoegdheden aan het COSS worden verleend. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 2099/2002 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 3 geschrapt.

(2)  Artikel 7 wordt vervangen door:

"Artikel 7

Bevoegdheden van het COSS en wijzigingen

Het COSS oefent de bevoegdheden uit die krachtens de geldende wetgeving van de Unie aan dit comité worden verleend.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van artikel 2, lid 2, teneinde een verwijzing op te nemen naar handelingen van de Unie die na de vaststelling van deze verordening in werking zijn getreden en op grond waarvan bepaalde bevoegdheden worden verleend aan het COSS.".

(3)  Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

109.  Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen(160)(161)

Teneinde Richtlijn 2003/25/EG aan te passen aan de technische vooruitgang, aan ontwikkelingen op internationaal niveau en aan de met de uitvoering van de richtlijn opgedane ervaring, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2003/25/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen teneinde rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), en teneinde de doeltreffendheid van deze richtlijn in het licht van de ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren.".

(2)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 11 wordt geschrapt.

110.  Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad(162)(163)

Teneinde Richtlijn 2003/59/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen I en II bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2003/59/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 12 wordt geschrapt.

111.  Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen(164)

Teneinde de controle op schadelijke aangroeiwerende systemen op schepen verder te ontwikkelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de verwijzingen naar de AFS-Conventie, het AFS-certificaat, de AFS-verklaring en de AFS-verklaring van overeenstemming in Verordening (EG) nr. 782/2003 te wijzigen;

–  de bijlagen bij de verordening, met inbegrip van de relevante IMO-richtsnoeren ten aanzien van artikel 11 van de AFS-Conventie, te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), of teneinde de doeltreffendheid van de verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren;

–  de verordening aan te vullen met een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling voor bepaalde schepen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 782/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt b) wordt vervangen door:

"b) Schepen met een lengte van 24 m of meer, maar met een brutotonnage van minder dan 400 ton, met uitzondering van vaste of drijvende platforms, FSU's en FPSO's, moeten in het bezit zijn van een AFS-verklaring als bewijs van overeenstemming met de artikelen 4 en 5.";

ii)  de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van teneinde deze verordening aan te vullen door een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling vast te stellen voor onder b) van de eerste alinea van dit lid bedoelde schepen, indien nodig."; [Am. 295]

b)  lid 3 wordt geschrapt.

(2)  In artikel 7 wordt de tweede alinea geschrapt.

(3)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Wijzigingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de verwijzingen naar de AFS-Conventie, het AFS-certificaat, de AFS-verklaring en de AFS-verklaring van overeenstemming, en tot wijziging van de bijlagen bij de verordening, met inbegrip van de relevante IMO-richtsnoeren ten aanzien van artikel 11 van de AFS-Conventie, teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de IMO, of teneinde de doeltreffendheid van de verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren.".

(4)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 1, en artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 296]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 1, en artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 1, en artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 9 wordt geschrapt.

112.  Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap(165)

Teneinde bepaalde technische specificaties voor elektronische tolheffingssystemen aan te passen en verder te ontwikkelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlage bij Richtlijn 2004/52/EG te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang;

–  de richtlijn aan te vullen met besluiten inzake de definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en technische besluiten inzake de totstandbrenging van deze dienst.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/52/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 4 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.";

b)  de leden 4 en 5 worden vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 4 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de definiëring van teneinde deze verordening aan te vullen door de Europese elektronische tolheffingsdienst te definiëren. Deze besluiten worden alleen genomen indien alle op basis van passende studies geëvalueerde voorwaarden aanwezig zijn om vanuit alle oogpunten, ook technisch, juridisch en commercieel, interoperabiliteit mogelijk te maken. [Am. 297]

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 4 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door technische besluiten inzake de totstandbrenging van de Europese elektronische tolheffingsdienst vast te stellen.". [Am. 298]

(2)  Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 4 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, leden 2, 4 en 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 299]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 2, 4 en 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, leden 2, 4 en 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 5 wordt lid 2 geschrapt.

113.  Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet(166)

Teneinde Richtlijn 2004/54/EG aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2004/54/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  Het volgende artikel 16 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 16 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 300]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 17 wordt lid 3 geschrapt.

114.  Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten(167)

Teneinde Verordening (EG) nr. 725/2004 aan te passen aan de ontwikkeling van het internationaal recht, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen met het oog op de opname van wijzigingen van internationale instrumenten en om de verordening aan te vullen door geharmoniseerde procedures vast te stellen voor de toepassing van de verplichte bepalingen van de ISPS-code, mits het toepassingsgebied van de verordening daardoor niet wordt verruimd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 301]

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 725/2004 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om geharmoniseerde procedures vast te stellen voor de toepassing van de verplichte bepalingen van de ISPS-code, mits het toepassingsgebied van de verordening daardoor niet wordt verruimd. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 302]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 725/2004 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 10 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening met het oog op de opname van wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten met betrekking tot onder deze verordening vallende voor binnenlandse reizen gebruikte schepen en havenfaciliteiten waar zij worden afgehandeld, voor zover deze handelingen een technische actualisering van de bepalingen van het SOLAS-Verdrag en de ISPS-code inhouden.

Indien dit in geval van de in de vorige alinea bedoelde maatregelen om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 10 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen. De in lid 5 van dit artikel vastgelegde conformiteitscontroleprocedure is in deze gevallen niet van toepassing.

3.  De Commissie stelt is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met als het doel geharmoniseerde procedures vast te stellen voor de toepassing van de verplichte bepalingen van de ISPS-code, mits het toepassingsgebied van deze verordening daardoor niet wordt verruimd. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 303]

(2)  De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 304]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 11 worden de leden 4 en 5 geschrapt.

115.  Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen(168)(169)

Teneinde Verordening (EG) nr. 785/2004 aan te passen aan de ontwikkeling van het internationaal recht, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om bepaalde waarden in de verordening te wijzigen in het licht van wijzigingen van internationale verdragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 785/2004 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde waarden wanneer wijzigingen van toepasselijke internationale verdragen dit noodzakelijk maken.".

(2)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in lid 1 van dit artikel bedoelde waarden wanneer wijzigingen van toepasselijke internationale verdragen dit noodzakelijk maken.".

(3)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 9 wordt lid 3 geschrapt.

116.  Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad(170)(171)

Teneinde Verordening (EG) nr. 789/2004 aan te passen aan ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de Internationale Maritieme Organisatie, en teneinde de doeltreffendheid van de verordening in het licht van de opgedane ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van bepaalde definities in de verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 789/2004 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

(2)  In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de definities in artikel 2 teneinde rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), en teneinde de doeltreffendheid van de verordening in het licht van de ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren, mits het toepassingsgebied van de verordening door deze wijzigingen niet wordt verruimd.".

(3)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

117.  Verordening (EG) nr. 868/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende bescherming tegen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen schade toebrengende subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(172)

Teneinde de vaststelling van oneerlijke tariefpraktijken te verbeteren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om Verordening (EG) nr. 868/2004 aan te vullen met een uitvoerige methodologie voor het constateren van oneerlijke tariefpraktijken. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 868/2004 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door een uitvoerige methodologie vast te stellen voor het constateren van oneerlijke tariefpraktijken. Deze methodologie heeft onder meer betrekking op de manier waarop normale concurrerende tarifering, werkelijke kosten en redelijke winstmarges moeten worden beoordeeld in de specifieke context van de luchtvaartsector.". [Am. 305]

(2)  Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 306]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 15 wordt lid 4 geschrapt.

118.  Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap(173)(174)

Teneinde Richtlijn 2005/44/EG aan te passen aan de technische vooruitgang en rekening te houden met de ervaring die bij de toepassing ervan is opgedaan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II bij de richtlijn te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2005/44/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

Wijziging van de bijlagen I en II

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde rekening te houden met de ervaring die bij de toepassing van deze richtlijn is opgedaan, en teneinde die bijlagen aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(2)  Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 11 wordt lid 4 geschrapt.

119.  Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens(175)(176)

Teneinde de technische maatregelen die vereist zijn om voor de nodige havenveiligheid te zorgen, geregeld bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij Richtlijn 2005/65/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2005/65/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 14 wordt vervangen door:

"Artikel 14

Wijziging van de bijlagen I tot en met IV

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen teneinde deze aan de bij de toepassing ervan opgedane ervaring aan te passen, zonder daarbij evenwel het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden.

Indien dit in geval van de voor de aanpassing van de bijlagen I tot en met IV noodzakelijke wijzigingen, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 14 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  De volgende artikelen 14 bis en 14 ter worden ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 14 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 14 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 15 wordt geschrapt.

120.  Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG(177)(178)

Teneinde Verordening (EG) nr. 2111/2005 aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang en teneinde de geldende procedures nader uit te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlage bij de verordening te wijzigen en de verordening aan te vullen met uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde procedures. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 2111/2005 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De op de geldende veiligheidsnormen gebaseerde gemeenschappelijke criteria voor het opleggen van een exploitatieverbod aan een luchtvaartmaatschappij staan vermeld in de bijlage en worden hierna "gemeenschappelijke criteria" genoemd.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage teneinde de gemeenschappelijke criteria op grond van wetenschappelijke en technische ontwikkelingen te wijzigen.".

(2)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Uitvoeringsmaatregelen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van uitvoeringsmaatregelen voor de in dit hoofdstuk bedoelde procedures, rekening houdend met de noodzaak van snelle besluitvorming bij de aanpassing van de communautaire lijst.

Indien dit in geval van de in lid 1 bedoelde maatregelen om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 14 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(3)  De volgende artikelen 14 bis en 14 ter worden ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, en artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, en artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, en artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met een maand verlengd.

Artikel 14 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 14 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 15 wordt lid 4 geschrapt.

121.  Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs(179)

Teneinde de maatregelen die nodig zijn om de beveiliging van het rijbewijs te waarborgen, te versterken, de interoperabiliteit in de toekomst te garanderen en Richtlijn 2006/126/EG aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met VI bij de richtlijn te wijzigen en de richtlijn aan te vullen met specificaties voor beveiliging tegen vervalsing.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2006/126/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de specificaties voor de microchip als bedoeld in bijlage I vast te stellen. Deze specificaties vereisen een EG-typegoedkeuring die slechts kan worden toegekend wanneer is aangetoond dat deze microchip bestand is tegen pogingen tot manipulatie of verandering van de gegevens. [Am. 307]

Onverminderd de voorschriften inzake gegevensbescherming mogen de lidstaten, zodra deze gedelegeerde handelingen van kracht zijn, bepalen dat in het rijbewijs een opslagmedium (microchip) wordt ingebouwd.";

b)  in lid 3 wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde de interoperabiliteit in de toekomst te waarborgen.".

(2)  In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Het materiaal dat gebruikt wordt voor het rijbewijs als bedoeld in bijlage I, wordt beveiligd tegen vervalsing.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door passende maatregelen vast te stellen om vervalsing tegen te gaan. [Am. 308]

De lidstaten mogen extra veiligheidskenmerken invoeren.".

(3)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Wijziging van de bijlagen I tot en met VI

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met VI te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(4)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 1, leden 2 en 3, artikel 3, lid 2, en artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 309]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, leden 2 en 3, artikel 3, lid 2, en artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 1, leden 2 en 3, artikel 3, lid 2, en artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 9 wordt geschrapt.

122.  Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad(180)(181)

Teneinde de bepalingen inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode bij te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 336/2006. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 336/2006 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 11 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II teneinde rekening te houden met ontwikkelingen op internationaal niveau, met name bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), of teneinde de doeltreffendheid van deze verordening te verbeteren in het licht van de ervaring die met de toepassing ervan is opgedaan.".

(2)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 11, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt.

123.  Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen(182)

Teneinde de voor de goede werking van Richtlijn 2007/59/EG vereiste technische maatregelen aan te nemen en de richtlijn aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de richtlijn in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang te wijzigen en om de richtlijn aan te vullen:

–  door het model voor de vergunning, het bevoegdheidsbewijs en het gewaarmerkte afschrift van het bevoegdheidsbewijs vast te stellen en de fysieke kenmerken daarvan te bepalen, rekening houdend met maatregelen die vervalsing moeten tegengaan;

–  door de communautaire codes voor de verschillende types in categorie A en B vast te stellen;

–  door de basisparameters van de registers aan te passen aan de vooruitgang;

–  door de gemeenschappelijke criteria voor het definiëren van de vakbekwaamheid en het beoordelen van het personeel vast te stellen;

–  door Uniecriteria voor de keuze van examinatoren en examens vast te stellen;

–  door technische en functionele specificaties voor chipkaarten vast te stellen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2007/59/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om, teneinde deze richtlijn aan te vullen door, op basis van een door het Bureau opgestelde ontwerptekst, een communautair model voor de vergunning, het bevoegdheidsbewijs en het gewaarmerkte afschrift van het bevoegdheidsbewijs aan vast te nemen stellen en de fysieke kenmerken daarvan te bepalen, rekening houdend met maatregelen die vervalsing moet tegengaan. [Am. 310]

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door, op basis van een aanbeveling door het Bureau, de communautaire codes vast te bepalen stellen voor de verschillende types in categorie A en B als bedoeld in lid 3 van dit artikel.". [Am. 311]

(2)  In artikel 22, lid 4, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door, op basis van een door het Bureau uitgewerkte ontwerptekst, de basisparameters vast te bepalen stellen van de aan te leggen registers, zoals de te registreren gegevens, hun opmaak, alsmede het protocol voor gegevensuitwisseling, toegangsrechten, bewaartermijn van gegevens en in geval van faillissement te volgen procedures. ". [Am. 312]

(3)  In artikel 23 wordt lid 3 als volgt gewijzigd:

a)  punt b) wordt vervangen door:

"b) ofwel met de criteria die zijn voorgesteld door het Bureau in het kader van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/796.";

b)  de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door die criteria vast te stellen.". [Am. 313]

(4)  In artikel 25 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De keuze van de examinatoren en de examens kan geschieden op grond van Uniecriteria. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door die Uniecriteria vast te stellen op grond van een door het Bureau voorbereide ontwerptekst. [Am. 314]

Indien dit in geval van de vaststelling van de Uniecriteria voor de keuze van examinatoren en examens om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Ontbreken dergelijke Uniecriteria, dan stellen de bevoegde autoriteiten nationale criteria vast.".

(5)  In artikel 31 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Indien dit in geval van de bijlagen die aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang moeten worden aangepast, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(6)  De volgende artikelen 31 bis en 31 ter worden ingevoegd:

"Artikel 31 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 4, artikel 22, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 31, lid 1, en artikel 34 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 315]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 4, artikel 22, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 31, lid 1, en artikel 34 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 4, artikel 22, lid 4, artikel 23, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 31, lid 1, en artikel 34 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 31 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 31 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 32 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

(8)  In artikel 34 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door de technische en functionele specificaties voor deze chipkaarten vast te stellen.". [Am. 316]

124.  Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer(183)

Teneinde de nodige maatregelen vast te stellen om Verordening (EG) nr. 1371/2007 aan te passen aan de technische vooruitgang en aan de ervaring die met de toepassing ervan is opgedaan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de bijlagen II en III bij de verordening te wijzigen;

–  de verordening te wijzingen door de financiële bedragen aan te passen aan de inflatie;

–  de verordening aan te vullen met passende maatregelen indien door de lidstaten toegekende vrijstellingen worden geacht niet met de bepalingen van artikel 2 te stroken;

–  de verordening aan te vullen met technische specificaties voor de interoperabiliteit van telematicatoepassingen voor reizigers;

–  de verordening aan te vullen met maatregelen om ervoor te zorgen dat spoorwegondernemingen zich behoorlijk verzekeren of gelijkwaardige voorzieningen treffen om hun aansprakelijkheid uit hoofde van de verordening te dekken.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1371/2007 als volgt gewijzigd:

(1)  De artikelen 33 en 34 worden vervangen door:

"Artikel 33

Wijziging van de bijlagen II en III

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II en II te wijzigen in het licht van de ervaring die met de toepassing van de verordening is opgedaan.

Artikel 34

Gedelegeerde handelingen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de in de artikelen 2, 10 en 12 bedoelde maatregelen vast te stellen. [Am. 317]

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door de daarin opgenomen financiële bedragen, afgezien van die in bijlage I, aan te passen aan de inflatie.".

(2)  Het volgende artikel 34 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 34 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in de artikelen 33 en 34 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 318]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 33 en 34 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 33 en 34 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 35 wordt geschrapt.

125.  Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land(184)(185)

Teneinde Richtlijn 2008/68/EG aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen bij de richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2008/68/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 8 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, waaronder het gebruik van technologieën voor tracking en tracing, op de door deze richtlijn bestreken gebieden, met name om rekening te houden met wijzigingen van de ADR, het RID en de ADN.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 9 wordt lid 3 geschrapt.

126.  Richtlijn 2008/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur(186)

Teneinde Richtlijn 2008/96/EG aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen en om de richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria te bepalen voor de verslagen over de ernst van ongevallen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2008/96/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 7 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

"1 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het bepalen van teneinde deze richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria vast te stellen aan de hand waarvan verslag moet worden uitgebracht over de ernst van het ongeval, het aantal dodelijke slachtoffers en gewonden.". [Am. 319]

(2)  In artikel 11 wordt lid 2 geschrapt.

(3)  Artikel 12 wordt vervangen door:

"Artikel 12

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(4)  Het volgende artikel 12 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7, lid 1 bis, en artikel 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 320]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 1 bis, en artikel 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7, lid 1 bis, en artikel 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  Artikel 13 wordt geschrapt.

(6)  In bijlage IV wordt punt 5 vervangen door:

"5. ernst van het ongeval;".

127.  Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002(187)

Teneinde de inhoud en de werking te verbeteren van de gemeenschappelijke basisnormen voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  Verordening (EG) nr. 300/2008 te wijzigen door een aanvullende bijlage inzake de specificaties van het nationale kwaliteitscontroleprogramma aan te nemen;

–  de verordening aan te vullen met algemene maatregelen inzake bepaalde elementen van de gemeenschappelijke basisnormen;

–  de verordening aan te vullen met criteria om de lidstaten toe te staan af te wijken van de gemeenschappelijke basisnormen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 300/2008 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de eerste alinea wordt vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door bepaalde onderdelen van de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen vast te stellen."; [Am. 321]

ii)  de derde alinea wordt vervangen door:

"Indien dit, in geval van de vaststelling van algemene maatregelen inzake bepaalde gemeenschappelijke basisnormen, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 18 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.";

b)  in lid 4 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen om de lidstaten toe te staan af te wijken van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen en op basis van een plaatselijke risicobeoordeling alternatieve beveiligingsmaatregelen te bepalen die een passend beschermingsniveau bieden. Deze alternatieve maatregelen worden gemotiveerd met redenen die te maken hebben met de grootte van het luchtvaartuig, of met redenen die te maken hebben met de aard, de schaal of de frequentie van de luchtvaart- of andere relevante activiteiten. [Am. 322]

Indien dit, in geval van de vaststelling van criteria om de lidstaten toe te staan af te wijken van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 18 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 11, lid 2, worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de verordening te wijzigen door een bijlage betreffende de specificaties voor het nationale kwaliteitscontroleprogramma toe te voegen.

Indien dit in geval van de specificaties voor het nationale kwaliteitscontroleprogramma om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 18 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(3)  De volgende artikelen 18 bis en 18 ter worden ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 323]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 11, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 11, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 18 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 18 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 19 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

128.  Richtlijn 2009/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties(188)(189)

Teneinde Richtlijn 2009/15/EG aan te passen aan de ontwikkeling van ter zake relevante internationale instrumenten en teneinde de maximumbedragen voor het schadeloos stellen van de gelaedeerden te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de richtlijn met het oog op:

–  de opname van in werking getreden latere wijzigingen van internationale verdragen, protocollen, codes en daarmee samenhangende resoluties;

–  de wijziging van de daarin genoemde bedragen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/15/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(2)  In artikel 6 wordt lid 3 geschrapt.

(3)  In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 5 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de richtlijn, zonder dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid, te wijzigen met het oog op:

a)  de opname, in het kader van deze richtlijn, van in werking getreden latere wijzigingen van de internationale verdragen, protocollen, codes en resoluties als bedoeld in artikel 2, onder d), artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 2;

b)  de wijziging van de bedragen vermeld in artikel 5, lid 2, onder b), ii) en iii).".

129.  Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad(190)

Teneinde Richtlijn 2009/18/EG aan te passen aan de ontwikkeling van regelgeving van de Unie en van internationale regelgeving, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de richtlijn te wijzigen met het oog op de aanpassing van definities en verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO teneinde deze in overeenstemming te brengen met maatregelen van de Unie of de IMO die van kracht zijn geworden;

–  de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang en aan de ervaring die bij de toepassing ervan is opgedaan;

–  de richtlijn aan te vullen met de gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee.

Teneinde te waarborgen dat de Unienormen worden beschermd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze richtlijn om wijzigingen van de IMO-code voor onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 324]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/18/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:

"4. Bij het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken volgt de onderzoeksinstantie de gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee. Onderzoekers mogen in specifieke gevallen van die methodologie afwijken wanneer dit, naar hun professioneel oordeel, noodzakelijk is, en voor zover zulks nodig is om de onderzoeksdoelstellingen te bereiken.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de gemeenschappelijke methodologie vast te stellen voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee, rekening houdend met eventuele relevante lessen getrokken uit veiligheidsonderzoeken.". [Am. 325]

(2)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, lid 4, en artikel 20 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 326]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 4, en artikel 20 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, lid 4, en artikel 20 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 19 wordt lid 3 geschrapt.

(4)  Artikel 20 wordt vervangen door:

"Artikel 20

Wijzigingsbevoegdheden

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in de richtlijn opgenomen definities en verwijzingen naar instrumenten van de Unie en de IMO teneinde deze in overeenstemming te brengen met maatregelen van de Unie of de IMO die van kracht zijn geworden, zulks met inachtneming van de door deze richtlijn gestelde grenzen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang en aan de ervaring die bij de toepassing ervan is opgedaan.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn te wijzigen met als doel wijzigingen van de IMO-code voor onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002 buiten het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn worden gehouden." uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn indien uit een beoordeling door de Commissie blijkt dat er een duidelijk risico bestaat dat de internationale wijziging het in de maritieme wetgeving van de Unie vastgelegde niveau van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de leef- en werkomstandigheden aan boord verlaagt of daarmee onverenigbaar is. [Am. 327]

130.  Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen(191)

Teneinde Richtlijn 2009/33/EG aan te passen aan de inflatie en de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage bij de richtlijn om de gegevens voor de berekening van de operationele levensduurkosten van wegvoertuigen aan te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2009/33/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 7 wordt vervangen door:

"Artikel 7

Wijziging van de bijlage

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage om de gegevens voor de berekening van de operationele levensduurkosten van wegvoertuigen aan te passen aan de inflatie en de technische vooruitgang.".

(2)  Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 328]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 9 wordt geschrapt.

131.  Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties(192)(193)

Teneinde Verordening (EG) nr. 391/2009 te vervolledigen en aan te passen aan de ontwikkeling van de internationale regelgeving, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen:

–  tot wijziging van de minimumcriteria in bijlage I bij de verordening, met inachtneming van met name de relevante IMO-besluiten;

–  tot aanvulling van de verordening met criteria voor het meten van de doeltreffendheid van de voorschriften en procedures, alsmede van de prestaties van erkende organisaties op het gebied van veiligheid van hun geklasseerde schepen en voorkoming van verontreiniging door die schepen, met name rekening houdend met de gegevens die zijn overgelegd in het kader van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs betreffende havenstaatcontrole en/of andere soortgelijke regelingen;

—  tot aanvulling van de verordening met criteria om te bepalen wanneer dergelijke prestaties geacht moeten worden een onaanvaardbare bedreiging te vormen voor de veiligheid of het milieu, waarbij rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden die van invloed zijn op kleinere of hooggespecialiseerde organisaties;

—  tot aanvulling van de verordening met nadere voorschriften betreffende geldboeten en dwangsommen en de intrekking van de erkenning van de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 391/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 12 wordt lid 4 geschrapt.

(2)  In artikel 13 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage I, zonder dat het toepassingsgebied ervan wordt uitgebreid, te wijzigen met het oog op het actualiseren van de daarin opgenomen minimumcriteria, met inachtneming van met name de relevante IMO-besluiten.".

(3)  In artikel 14 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a)  criteria voor het meten van de doeltreffendheid van de voorschriften en procedures, alsmede van de prestaties van erkende organisaties op het gebied van veiligheid van hun geklasseerde schepen en voorkoming van verontreiniging door die schepen, met name rekening houdend met de gegevens die zijn overgelegd in het kader van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs betreffende havenstaatcontrole en/of andere soortgelijke regelingen;

b)  criteria om te bepalen wanneer dergelijke prestaties geacht moeten worden een onaanvaardbare bedreiging te vormen voor de veiligheid of het milieu, waarbij rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden die van invloed zijn op kleinere of hooggespecialiseerde organisaties.

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot nadere voorschriften inzake het opleggen van boetes en dwangsommen overeenkomstig artikel 6, en zo nodig inzake de intrekking van de erkenning van de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties overeenkomstig artikel 7.".

(4)  Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 14 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 13, lid 1, en artikel 14, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13, lid 1, en artikel 14, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 13, lid 1, en artikel 14, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

132.  Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen(194)(195)

Teneinde Verordening (EG) nr. 392/2009 aan te passen aan andere regelgeving van de Unie en internationale regelgeving, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  bijlage I bij de verordening te wijzigen om er wijzigingen van de bepalingen van het Verdrag van Athene in op te nemen;

–  de grenswaarden in bijlage I bij de verordening te wijzigen voor schepen van Klasse B overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad(196);

–  bijlage II bij de verordening te wijzigen om er wijzigingen van de IMO-richtsnoeren in op te nemen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 392/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

Wijziging van de bijlagen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I bij de verordening te wijzigen met het oog op de opname van wijzigingen van de grenswaarden die zijn vastgesteld in artikel 3, lid 1, artikel 4 bis, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 8 van het Verdrag van Athene teneinde rekening te houden met de ingevolge artikel 23 van dat Verdrag genomen besluiten.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen op basis van een passende effectbeoordeling teneinde de in bijlage I bij deze verordening neergelegde aansprakelijkheidsgrenzen voor schepen die overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad* overeenstemmen met Klasse B, te wijzigen, waarbij, voor de periode tot en met 31 december 2016, rekening wordt gehouden met de invloed op de prijzen van biljetten en met het vermogen van de markt om een betaalbare verzekering op het vereiste niveau te verkrijgen, in het licht van een op versterking van de passagiersrechten gericht beleid en het seizoengebonden karakter van sommige verbindingen.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II om er wijzigingen van de bepalingen van de IMO-richtsnoeren in op te nemen.

_____________________

* Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1).".

(2)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 9, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 9, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  Artikel 10 wordt geschrapt.

133.  Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad(197)

Teneinde de ernst van bepaalde inbreuken op de toepasselijke voorschriften te beoordelen en Verordening (EG) nr. 1071/2009 aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I, II en III bij de verordening te wijzigen en de verordening aan te vullen door een lijst op te stellen van de categorieën, de aard en de zwaarte van ernstige inbreuken op de Unieregelgeving die, naast die welke zijn vastgesteld in bijlage IV, tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus kunnen leiden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Diverse bevoegdheden die in het kader van Verordening (EG) nr. 1071/2009 aan de Commissie zijn verleend om uitstelmaatregelen vast te stellen, zijn niet langer nodig.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1071/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 6, lid 2, onder b), worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

"is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming vanteneinde deze verordening aan te vullen door een lijst vast te stellen van categorieën en soorten ernstige inbreuken op de Unieregelgeving, met inbegrip van de zwaarte daarvan die, naast die welke zijn vastgesteld in bijlage IV, kunnen leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus. De lidstaten houden bij het stellen van prioriteiten voor controles uit hoofde van artikel 12, lid 1, rekening met de informatie over deze inbreuken, met inbegrip van de informatie hierover van andere lidstaten.". [Am. 329]

(2)  In artikel 8 wordt lid 9 vervangen door:

"9. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I, II en III te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(3)  In artikel 11, lid 4, wordt de derde alinea geschrapt.

(4)  In artikel 12, lid 2, wordt de tweede alinea geschrapt.

(5)  In artikel 16 wordt lid 7 geschrapt.

(6)  Het volgende artikel 24 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 24 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 6, lid 2, en artikel 8, lid 9, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 330]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 2, en artikel 8, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 2, en artikel 8, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 25 wordt lid 3 geschrapt.

134.  Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg(198)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1072/2009 aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I, II en III bij de verordening te wijzigen en om de verordening te wijzigen met betrekking tot de geldigheidsduur van de communautaire vergunning.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1072/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening teneinde de geldigheidsduur van de communautaire vergunning aan te passen aan de technische vooruitgang, met name de nationale elektronische registers van wegvervoerondernemingen bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1071/2009.";

b)  in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I en II teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(2)  In artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(3)  Onder de titel van hoofdstuk V wordt het volgende artikel 14 bis ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 5, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 331]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 5, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 4, en artikel 5, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  Artikel 15 wordt geschrapt.

135.  Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006(199)

Teneinde Verordening (EG) nr. 1073/2009 aan te passen aan de technische vooruitgang en teneinde de technische maatregelen aan te nemen die voor de goede werking van de verordening vereist zijn, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II bij de verordening te wijzigen en om de verordening aan te vullen door middel van de vaststelling van:

–  de procedures voor het meedelen van de namen van ondernemingen voor de exploitatie van ongeregeld vervoer en van de overstapplaatsen onderweg;

–  het model van de attesten voor vervoer voor eigen rekening;

–  het model van de vergunningen voor geregelde diensten;

–  het model van de aanvragen voor dergelijke vergunningen;

–  het model van het reisblad en van het reisbladenboekje en de wijze waarop deze worden gebruikt;

–  het model van de tabel die moet worden gebruikt voor de mededeling van statistische gegevens over het aantal vergunningen dat is afgegeven voor cabotagevervoer in het kader van geregeld vervoer dat wordt uitgevoerd door een niet in de lidstaat van ontvangst gevestigde vervoerder, in het kader van een internationale geregelde dienst.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1073/2009 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I en II teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(2)  Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 3 wordt de vijfde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door de procedure vast te stellen voor het meedelen van de namen van dergelijke vervoerders en van de overstapplaatsen onderweg aan de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten."; [Am. 332]

b)  in lid 5 wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het model van de attesten vast te stellen.". [Am. 333]

(3)  In artikel 6 wordt lid 4 vervangen door:

"4. "De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het model van de vergunningen vast te stellen.". [Am. 334]

(4)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het model van de aanvragen vast te stellen.". [Am. 335]

(5)  In artikel 12 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het model van het reisblad en van het reisbladenboekje en de wijze waarop deze worden gebruikt vast te stellen.". [Am. 336]

(6)  Het volgende artikel 25 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 25 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 2, artikel 5, leden 3 en 5, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 12, lid 5, en artikel 28, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 337]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 2, artikel 5, leden 3 en 5, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 12, lid 5, en artikel 28, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 2, artikel 5, leden 3 en 5, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 2, artikel 12, lid 5, en artikel 28, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  Artikel 26 wordt geschrapt.

(8)  In artikel 28 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze verordening aan te vullen door het model van de tabel voor de mededeling van de in lid 2 bedoelde statistieken vast te stellen.". [Am. 338]

XII.  Gezondheid en Voedselveiligheid

136.  Richtlijn 89/108/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake voor menselijke voeding bestemde diepvriesproducten(200)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 89/108/EEG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de richtlijn met de zuiverheidscriteria voor koelmiddelen, de monsternemingsprocedures voor diepvriesproducten en de procedures om de temperatuur van diepvriesproducten en de temperaturen in de middelen van vervoer en opslag te controleren. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 89/108/EEG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de zuiverheidscriteria te bepalen waaraan deze koelmiddelen moeten voldoen.". [Am. 339]

(2)  Artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door de monsternemingsprocedures voor diepvriesproducten en de procedures om de temperatuur van diepvriesproducten en de temperaturen in de middelen van vervoer en opslag te controleren te bepalen.". [Am. 340]

(3)  Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in de artikelen 4 en 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 341]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 4 en 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 4 en 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.".

________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  Artikel 12 wordt geschrapt.

137.  Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling(201)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 1999/2/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de richtlijn te wijzigen voor zover dat nodig is om de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, en om de richtlijn aan te vullen met betrekking tot uitzonderingen inzake de maximale stralingsdosis voor levensmiddelen en de aanvullende eisen voor installaties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 342]

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 1999/2/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze richtlijn aan te vullen door uitzonderingen op lid 1 toe te staan, rekening houdend met de beschikbare wetenschappelijke kennis en de toepasselijke internationale normen.". [Am. 343]

(2)  In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Erkenning wordt slechts verleend, indien de installatie:

–  voldoet aan de door de Gemengde FAO/WHO-Commissie voor de Codex Alimentarius aanbevolen internationale richtlijnen voor de praktijk voor de exploitatie van doorstralingsinstallaties in gebruik voor de behandeling van levensmiddelen (ref. FAO/WHO CAC/Vol. XV, ed. 1) en aan alle eventuele aanvullende eisen die door de Commissie worden vastgesteld;

–  een persoon aanwijst die instaat voor de naleving van alle eisen die voor de toepassing van het procedé noodzakelijk zijn.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door voorschriften vast te stellen met betrekking tot de aanvullende eis als bedoeld in het eerste streepje van de eerste alinea van dit artikel, rekening houdend met eisen inzake de doeltreffendheid en veiligheid van de gebruikte behandeling en inzake goede hygiënepraktijken voor de verwerking van levensmiddelen.". [Am. 344]

(3)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 345]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 12 worden de leden 3, 4 en 5 geschrapt.

(5)  In artikel 14 wordt lid 3 vervangen door:

"3. "De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de richtlijn te wijzigen voor zover dat nodig is om de bescherming van de volksgezondheid te waarborgen en mits de wijziging beperkt blijft tot bepalingen die een verbod of beperking ten opzichte van de vorige wettelijke regeling inhouden.

Indien dit om dwingende redenen van urgentie die verband houden met de menselijke gezondheid, vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

138.  Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen(202)(203)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 141/2000 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen met een definitie van "vergelijkbaar geneesmiddel" en "klinische superioriteit". Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 141/2000 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 8 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door een definitie van "vergelijkbaar geneesmiddel" en "klinische superioriteit" aan te nemen.".

(2)  In artikel 10 bis wordt lid 3 geschrapt.

(3)  Het volgende artikel 10 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 10 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

139.  Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad(204)(205)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2001/18/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de richtlijn te wijzigen en om de richtlijn aan te vullen met:

–  criteria en informatievoorschriften inzake afwijkingen van de kennisgeving voor het in de handel brengen van bepaalde soorten GGO's;

–  minimumdrempels waar beneden producten waarin onvoorziene of technisch niet te voorkomen sporen van toegelaten GGO's niet vallen uit te sluiten, niet hoeven te worden geëtiketteerd als GGO's;

–  lagere drempelwaarden dan 0,9 %, waar beneden de etiketteringsvoorschriften van de richtlijn niet van toepassing zijn op sporen van GGO's in producten die bestemd zijn voor rechtstreekse be- of verwerking;

–  specifieke etiketteringsvoorschriften voor GGO's die niet in de handel worden gebracht in de zin van deze richtlijn.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2001/18/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de in lid 1 bedoelde criteria en informatievoorschriften alsook van passende voorschriften voor een samenvatting van het dossier, na raadpleging van het bevoegde wetenschappelijke comité. De criteria en informatievoorschriften moeten een hoog veiligheidsniveau voor de gezondheid van de mens en het milieu waarborgen en moeten gebaseerd worden op beschikbaar wetenschappelijk bewijs over die veiligheid en de ervaring die met de introductie van vergelijkbare GGO's is opgedaan.";

b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Alvorens gedelegeerde handelingen krachtens lid 2 vast te stellen, stelt de Commissie het betrokken voorstel ter beschikking van het publiek. Het publiek kan gedurende 60 dagen opmerkingen aan de Commissie doen toekomen. De Commissie zendt deze opmerkingen, samen met een analyse, door aan de in artikel 29 bis, lid 4, bedoelde deskundigen.".

(2)  Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. Met betrekking tot producten waarin onvoorziene of technisch niet te voorkomen sporen van toegelaten GGO’s niet vallen uit te sluiten, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de minimumdrempels waar beneden die producten niet hoeven te worden geëtiketteerd overeenkomstig lid 1 van dit artikel. De drempelwaarden worden vastgesteld naargelang van het betrokken product.";

b)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde drempelwaarden.".

(3)  In artikel 26 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV door specifieke etiketteringsvoorschriften als bedoeld in lid 1 aan te nemen zonder dat deze overlappen met of in strijd zijn met de etiketteringsvoorschriften in de bestaande Uniewetgeving. Daarbij wordt naar behoren rekening gehouden met de etiketteringsvoorschriften die de lidstaten overeenkomstig de Uniewetgeving hebben vastgesteld.".

(4)  Artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27

Aanpassing van de bijlagen aan de technische vooruitgang

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 29 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II, delen C en D, de bijlagen III tot en met VI, alsmede bijlage VII, deel C, teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.".

(5)  Het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 16, lid 2, artikel 21, leden 2 en 3, artikel 26, lid 2, en artikel 27 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 16, lid 2, artikel 21, leden 2 en 3, artikel 26, lid 2, en artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 16, lid 2, artikel 21, leden 2 en 3, artikel 26, lid 2, en artikel 27 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 30 wordt lid 3 geschrapt.

140.  Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik(206)(207)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2001/83/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om:

–  de richtlijn te wijzigen met betrekking tot een van de voorwaarden waaraan homeopathische geneesmiddelen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een speciale vereenvoudigde registratieprocedure, indien nieuwe wetenschappelijke kennis dit rechtvaardigt;

–  de richtlijn te wijzigen met betrekking tot de soorten verrichtingen die worden beschouwd als vervaardiging van als grondstoffen gebruikte werkzame stoffen, teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang;

–  bijlage I bij de richtlijn te wijzigen om rekening te houden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang;

–  de richtlijn aan te vullen met passende regelingen voor het onderzoek van wijzigingen van de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen die in overeenstemming met de richtlijn zijn verleend;

–  de richtlijn aan te vullen door de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen vast te stellen.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2001/83/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 14, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 121 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om het bepaalde in de eerste alinea, derde streepje, te wijzigen indien nieuwe wetenschappelijke kennis dit rechtvaardigt.".

(2)  In artikel 23 ter wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 121 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de in lid 1 bedoelde regelingen.".

(3)  In artikel 46 bis wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 121 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 1 te wijzigen in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(4)  In artikel 47 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 121 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen bedoeld in artikel 46, onder f).".

(5)  Artikel 120 wordt vervangen door:

"Artikel 120

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 121 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang.".

(6)  In artikel 121 wordt lid 2 bis geschrapt.

(7)  Artikel 121 bis wordt vervangen door:

"Artikel 121 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 14, lid 1, artikel 22 ter, artikel 23 ter, artikel 46 bis, artikel 47, artikel 52 ter, artikel 54 bis en artikel 120 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14, lid 1, artikel 22 ter, artikel 23 ter, artikel 46 bis, artikel 47, artikel 52 ter, artikel 54 bis en artikel 120 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 14, lid 1, artikel 22 ter, artikel 23 ter, artikel 46 bis, artikel 47, artikel 52 ter, artikel 54 bis en artikel 120 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(8)  De artikelen 121 ter en 121 quater worden geschrapt.

141.  Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën(208)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 999/2001 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij de verordening en tot aanvulling van de verordening door middel van:

–  het goedkeuren actualiseren van de lijst van toegestane snelle tests,

–  het wijzigen van de leeftijd van runderen die vallen onder de jaarlijkse programma's voor toezicht,

–  het aannemen actualiseren van de lijst van criteria om verbetering van de epidemiologische situatie van het land aan te tonen, en het opnemen van deze criteria in de bijlage,

–  het nemen van besluiten om het voederen van jonge dieren van herkauwende soorten met van vis afkomstige eiwitten toe te staan,

Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening door middel van:

–  het aannemen van nadere criteria voor de verlening van een dergelijke vrijstelling van verbodsbepalingen in verband met diervoeding,

–  het nemen van besluiten om voor onbeduidende hoeveelheden dierlijke eiwitten in diervoeders een tolerantieniveau te introduceren indien deze hoeveelheden het gevolg zijn van incidentele en technisch niet vermijdbare besmetting,

–  het nemen van besluiten over de leeftijd,

–  het aannemen van regels voor het verlenen van vrijstellingen van de verplichting om gespecificeerd risicomateriaal te verwijderen en te vernietigen,

–  het goedkeuren van productieprocessen,

–  het nemen van besluiten om bepaalde voorschriften uit te breiden tot andere diersoorten,

–  het nemen van besluiten om bepaalde voorschriften uit te breiden tot andere producten van dierlijke oorsprong,

–  het bepalen van de methode om de aanwezigheid van BSE bij schapen en geiten te bevestigen. [Am. 346]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 999/2001 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 5, lid 3, wordt de derde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot goedkeuring van de in de tweede alinea bedoelde snelle tests. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, te wijzigen teneinde de daar daarin opgenomen lijst van toegestane snelle tests te actualiseren.". [Am. 347]

(2)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot goedkeuring van om bijlage X te wijzigen teneinde de daartoe bestemde toegestane snelle tests in de lijst. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage X teneinde deze tests daar op te nemen."; [Am. 348]

b)  in lid 1 ter worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van lid 1 bis, onder a) en c), teneinde de daar vastgestelde leeftijd aan te passen aan de wetenschappelijke vooruitgang, na raadpleging van de EFSA.

Op verzoek van een lidstaat die kan aantonen dat de epidemiologische situatie in het land is verbeterd, kunnen de jaarlijkse programma's voor toezicht voor die lidstaat worden herzien. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III, hoofdstuk A, deel I, punt 7, te wijzigen, teneinde

a)  tot aanneming van bepaalde de criteria vast te stellen op grond waarvan de verbetering van de epidemiologische situatie van het land moet worden beoordeeld met het oog op de herziening van de programma's voor toezicht.

b)  tot wijziging van bijlage III, hoofdstuk A, deel I, punt 7, met het oog op de opname van de onder a), bedoelde criteria.". [Am. 349]

(3)  Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV om het voederen van jonge dieren van herkauwende soorten met van vis afkomstige eiwitten toe te staan, rekening houdend met:

a)  een wetenschappelijke beoordeling van de voedingsbehoeften van jonge herkauwers;

b)  de bepalingen die voor de tenuitvoerlegging van dit artikel als vermeld in lid 5 van dit artikel zijn goedgekeurd;

c)  een beoordeling van de controleaspecten van deze afwijking.";

b)  in lid 4 wordt de derde alinea vervangen door:

"Op verzoek van een lidstaat of een derde land kan volgens de procedure van artikel 24, lid 2, worden besloten om individuele vrijstellingen van de beperkingen van dit lid te verlenen. Bij elke vrijstelling wordt rekening gehouden met de bepalingen in lid 3 van dit artikel. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door gedetailleerde criteria vast te stellen voor de verlening van een dergelijke vrijstelling."; [Am. 350]

c)  lid 4 bis wordt vervangen door:

"4 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door een tolerantieniveau vast te stellen voor onbeduidende hoeveelheden dierlijke eiwitten die als gevolg van incidentele en technisch niet vermijdbare besmetting in diervoeders aanwezig zijn, waarbij wordt uitgegaan van een gunstige risicoanalyse waarin ten minste de hoeveelheid en de mogelijke bron van besmetting en de uiteindelijke bestemming van de zending in aanmerking worden genomen.". [Am. 351]

(4)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. Gespecificeerd risicomateriaal wordt verwijderd overeenkomstig bijlage V bij deze verordening en Verordening (EG) nr. 1069/2009. Het wordt niet in de Unie ingevoerd. De lijst gespecificeerd risicomateriaal als bedoeld in bijlage V omvat ten minste de hersenen, het ruggenmerg, de ogen en de amandelen van runderen ouder dan 12 maanden en de wervelkolom van runderen boven een leeftijd die door de Commissie wordt bepaald. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om teneinde deze verordening aan te vullen door die leeftijd te bepalen. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst gespecificeerd risicomateriaal in bijlage V, met inachtneming van de verschillende risicocategorieën als vastgesteld in artikel 5, lid 1, eerste alinea, en de vereisten van artikel 6, lid 1 bis en lid 1 ter, onder b)."; [Am. 352]

b)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot goedkeuring om bijlage X te wijzigen teneinde de daarin opgenomen lijst van een dergelijke toegestane alternatieve test tests om BSE vóór het slachten op te sporen, en tot wijziging van de lijst in bijlage X te actualiseren. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op weefsels van dieren die negatief gereageerd hebben op de alternatieve test, mits deze volgens de voorwaarden van bijlage V is uitgevoerd."; [Am. 353]

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door regels vast te stellen inzake vrijstelling van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel, met betrekking tot de datum van de daadwerkelijke handhaving van het in artikel 7, lid 1, bedoelde voederverbod of, voor zover van toepassing in derde landen of gebieden daarvan waar een gecontroleerd BSE-risico bestaat, met betrekking tot de datum van de daadwerkelijke handhaving van het verbod op het gebruik van van herkauwers afkomstige eiwitten in de voeding van herkauwers, teneinde de verplichtingen tot verwijdering en vernietiging van gespecificeerd risicomateriaal te beperken tot dieren die in de betrokken landen of gebieden vóór die datum geboren zijn.". [Am. 354]

(5)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot goedkeuring van teneinde deze verordening aan te vullen door productieprocessen voor de vervaardiging van in bijlage VI vermelde producten van dierlijke oorsprong goed te keuren."; [Am. 355]

b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De leden 1 en 2 zijn, wat de criteria van bijlage V, punt 5, betreft, niet van toepassing op herkauwers die negatief gereageerd hebben op de in artikel 8, lid 2, bedoelde en in bijlage X opgenomen alternatieve test.".

(6)  In artikel 15 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening teneinde deze verordening aan te vullen door de bepalingen van de leden 1 en 2 uit te breiden tot andere diersoorten.". [Am. 356]

(7)  In artikel 16, lid 7, wordt de eerste zin vervangen door:

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van de verordening teneinde deze verordening aan te vullen door de bepalingen van de leden 1 tot en met 6 uit te breiden tot andere producten van dierlijke oorsprong.". [Am. 357]

(8)  In artikel 20, lid 2, wordt de tweede zin vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze verordening aan te vullen door de methode om de aanwezigheid van BSE bij schapen en geiten te bevestigen.". [Am. 358]

(9)  Artikel 23 wordt vervangen door:

"Artikel 23

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen. De wijzigingen zijn bedoeld om de in die bijlagen opgenomen bepalingen aan te passen aan de ontwikkeling van de epidemiologische situatie, van de beschikbare wetenschappelijke kennis, van de ter zake relevante internationale normen, van de beschikbare analysemethoden voor officiële controles of van de resultaten van controles of studies inzake de toepassing van die bepalingen, en houden rekening met de volgende criteria:

(i)  in voorkomend geval, de conclusies van het beschikbare EFSA-advies;

(ii)  de noodzaak om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier in de Unie te handhaven.".

(10)  Artikel 23 bis wordt geschrapt.

(11)  Het volgende artikel 23 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 23 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 5, lid 3, artikel 6, leden 1 en 1 ter, artikel 7, leden 3, 4 en 4 bis, artikel 8, leden 1, 2 en 5, artikel 9, leden 1 en 3, artikel 15, lid 3, artikel 16, lid 7, artikel 20, lid 2, en artikel 23 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 359]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 3, artikel 6, leden 1 en 1 ter, artikel 7, leden 3, 4 en 4 bis, artikel 8, leden 1, 2 en 5, artikel 9, leden 1 en 3, artikel 15, lid 3, artikel 16, lid 7, artikel 20, lid 2, en artikel 23 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, artikel 6, leden 1 en 1 ter, artikel 7, leden 3, 4 en 4 bis, artikel 8, leden 1, 2 en 5, artikel 9, leden 1 en 3, artikel 15, lid 3, artikel 16, lid 7, artikel 20, lid 2, en artikel 23 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

__________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(12)  In artikel 24 wordt lid 3 geschrapt.

142.  Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding(209)(210)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2002/32/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I en II bij de richtlijn teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang en de richtlijn aan te vullen met criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/32/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 7, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

"2. Er wordt onverwijld besloten of de bijlagen I en II dienen te worden gewijzigd. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om die bijlagen te wijzigen.

Indien dit in geval van deze wijzigingen om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 bis neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I en II te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen.

Indien dit in geval van deze wijzigingen om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 10 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.";

b)  in lid 2 wordt het tweede streepje vervangen door:

"- is bevoegd overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés als aanvulling op de criteria voor producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren en dergelijke procedés hebben ondergaan.".

(3)  De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 7, lid 2, en artikel 8, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze ].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 2, en artikel 8, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 7, lid 2, en artikel 8, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10 ter

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(4)  In artikel 11 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

143.  Richtlijn 2002/46/EG van de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen(211)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2002/46/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I en II bij de richtlijn teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang, en tot aanvulling van de richtlijn met betrekking tot de zuiverheidscriteria voor in bijlage II opgenomen stoffen en met betrekking tot de minimumhoeveelheden minimum- en maximumhoeveelheden voor vitaminen en mineralen in voedingssupplementen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. [Am. 360]

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2002/46/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling van maximumhoeveelheden voor vitaminen en mineralen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 361]

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/46/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot teneinde deze richtlijn aan te vullen door de zuiverheidscriteria vast te stellen voor de in bijlage II opgenomen stoffen, tenzij dergelijke criteria van toepassing zijn krachtens lid 3."; [Am. 362]

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijsten in de bijlagen I en II teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang.

Indien dit, in geval van schrapping van een vitamine of een mineraal van de in lid 1 van dit artikel bedoelde lijsten, om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor het bepalen teneinde deze richtlijn aan te vullen door het vaststellen van:

a)  de minimumhoeveelheden voor vitaminen en mineralen als bedoeld in lid 3 van dit artikel; en

b)  De Commissie stelt de maximumhoeveelheden voor vitaminen en mineralen als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 363]

(3)  In artikel 12 wordt lid 3 geschrapt vervangen door.

"3. Om aan de in lid 1 genoemde problemen het hoofd te bieden en de bescherming van de gezondheid van de mens te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn.

Lidstaten die vrijwaringsmaatregelen hebben vastgesteld, kunnen deze in dat geval handhaven totdat dergelijke gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld." [Am. 364]

(4)  De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

"Artikel 12 bis

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, leden 2 en 5, en artikel 5, lid 4, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, leden 2 en 5, en artikel 5, lid 4, en artikel 12, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven* .van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, leden 2 en 5, en artikel 5, lid 4, en artikel 12, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 365]

Artikel 12 ter

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 13 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 13 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

144.  Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad(212)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2002/98/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij de richtlijn teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, en tot aanvulling van de richtlijn met bepaalde technische voorschriften. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van artikel 29, tweede alinea, onder i), van Richtlijn 2002/98/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met het oog op de vaststelling van de procedure voor het melden van ernstige ongewenste bijwerkingen en voorvallen en de wijze van melding. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 366]

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2002/98/EG als volgt gewijzigd:

(1)  Onder de titel van hoofdstuk IX worden de volgende artikelen 27 bis en 27 ter ingevoegd:

"Artikel 27 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 29, eerste en derde alinea, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 367]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 29, eerste en derde alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 29, eerste en derde alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 27 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 28 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(2)  In artikel 28 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

(3)  Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de eerste alinea wordt vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen wijziging van de technische voorschriften in de bijlagen I tot en met IV teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.

Indien dit in geval van de technische voorschriften in de bijlagen III en IV om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 27 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen."; [Am. 368]

b)  in de tweede alinea wordt punt i) geschrapt; [Am. 369]

c)  de derde en vierde alinea worden vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van de richtlijn met betrekking tot de in de tweede alinea bedoelde technische voorschriften.

Indien dit in geval van de in de tweede alinea, onder b) tot en met g), bedoelde technische voorschriften om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 27 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.";

d)  de volgende vijfde alinea wordt toegevoegd:

"De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de procedure voor het melden van ernstige ongewenste bijwerkingen en voorvallen vast, alsmede de wijze van melding . Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.". [Am. 370]

145.  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(213)(214)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 178/2002 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de verordening wat betreft het aantal en de namen van de wetenschappelijke panels, en tot aanvulling van de verordening met de procedure die de Autoriteit moet toepassen op de verzoeken om een wetenschappelijk advies, met de criteria voor de opname van een instelling op de lijst van door de lidstaten aangewezen bevoegde organisaties, en met de regelingen voor geharmoniseerde kwaliteitseisen en de financiële regels voor de eventuele financiële steun.

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 178/2002 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 28, lid 4, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de eerste alinea, met betrekking tot het aantal en de namen van de wetenschappelijke panels, te wijzigen in het licht van de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen en op verzoek van de Autoriteit.".

(2)  Artikel 29, lid 6, wordt vervangen door:

"6. Voor de toepassing van dit artikel gaat de Commissie na raadpleging van de Autoriteit over tot de vaststelling van:

a)  gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 57 bis met betrekking tot de procedure die de Autoriteit toepast op de verzoeken om een wetenschappelijk advies;

b)  uitvoeringshandelingen tot vaststelling van de richtsnoeren voor de wetenschappelijke beoordeling van stoffen, producten of procedés waarvoor de communautaire wetgeving voorafgaande toestemming of plaatsing op een positieve lijst verplicht stelt, in het bijzonder in gevallen waarin de communautaire wetgeving voorschrijft of toestaat dat de aanvrager hiertoe een dossier indient. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde procedure.".

(3)  In artikel 36, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 57 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van de criteria voor de opname van een instelling op de lijst van door de lidstaten aangewezen bevoegde organisaties, de regelingen voor geharmoniseerde kwaliteitseisen en de financiële regels voor de eventuele financiële steun.".

(4)  In hoofdstuk V wordt de titel van afdeling 1 vervangen door:

"AFDELING 1

BEVOEGDHEIDSDELEGATIE, UITVOERINGSPROCEDURE EN BEMIDDELINGSPROCEDURE".

(5)  Het volgende artikel 57 bis wordt ingevoegd na de titel van afdeling 1:

"Artikel 57 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 28, lid 4, artikel 29, lid 6, en artikel 36, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 28, lid 4, artikel 29, lid 6, en artikel 36, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 28, lid 4, artikel 29, lid 6, en artikel 36, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(6)  In artikel 58 wordt lid 3 geschrapt.

146.  Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad(215)

Teneinde de doelstellingen van Richtlijn 2003/99/EG te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I bij de richtlijn met het oog op de actualisering van de daar opgenomen lijst van zoönoses of zoönoseverwekkers, tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij de richtlijn en tot aanvulling van de richtlijn met gecoördineerde bewakingsprogramma’s voor één of meer zoönoses of zoönoseverwekkers. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Richtlijn 2003/99/EG als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 4 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I met het oog op de actualisering van de lijst van zoönoses of zoönoseverwekkers, met name op grond van de volgende criteria:

a)  het vóórkomen ervan bij dierpopulaties en menselijke populaties, in diervoeders en levensmiddelen;

b)  de ernst ervan voor de mens;

c)  de economische gevolgen op het gebied van de dierlijke en menselijke gezondheidszorg, en voor levensmiddelen- en diervoederbedrijven;

d)  de epidemiologische tendensen bij dierpopulaties en menselijke populaties, alsmede in diervoeders en levensmiddelen.

Indien dit in geval van de bescherming van de menselijke gezondheid om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 11 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.".

(2)  In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Indien de via routinebewaking overeenkomstig artikel 4 verzamelde gegevens ontoereikend zijn, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming van teneinde deze richtlijn aan te vullen door gecoördineerde bewakingsprogramma' s voor een of meer zoönoses en/of zoönoseverwekkers. Deze gedelegeerde handelingen worden met name vastgesteld wanneer specifieke behoeften worden geconstateerd en wanneer er behoefte is aan het beoordelen van risico's of het vaststellen van referentiewaarden met betrekking tot zoönoses of zoönoseverwekkers op het niveau van de lidstaten of van de Unie.". [Am. 371]

(2 bis)  in artikel 11 wordt de titel vervangen door:

"Wijziging van de bijlagen en uitvoeringsmaatregelen" [Am. 372]

(3)  In artikel 11 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 11 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II, III en IV te wijzigen met inachtneming van met name de volgende criteria:

a)  het vóórkomen van zoönoses, zoönoseverwekkers en antimicrobiële resistentie in dierlijke en menselijke populaties, diervoeders, levensmiddelen en het milieu,

b)  de beschikbaarheid van nieuwe instrumenten voor bewaking en rapportage,

c)  de behoeften die aanwezig moeten zijn met het oog op het beoordelen van tendensen op nationaal, Europees of mondiaal niveau.".

(3 bis)  in artikel 11 wordt de derde alinea vervangen door:

"Voorts kunnen uitvoeringmaatregelen worden vastgesteld volgens de in 12, lid 2, bedoelde comitéprocedure."; [Am. 373]

(4)  De volgende artikelen 11 bis en 11 ter worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 1, en artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 374]

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 1, en artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 1, en artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 ter

Spoedprocedure

1.  Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 11 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

____________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(5)  In artikel 12 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

147.  Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(216)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1829/2003 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage bij de verordening in het licht van de technische vooruitgang, en tot aanvulling van de verordening door te bepalen welke levensmiddelen en diervoeders binnen het toepassingsgebied van de verschillende afdelingen van de verordening vallen, door passende lagere drempelwaarden voor de aanwezigheid van ggo's in levensmiddelen en diervoeders vast te stellen waar beneden de etiketteringsvoorschriften niet van toepassing zijn mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, door maatregelen vast te stellen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteiten en aan de etiketteringsvoorschriften, alsmede door specifieke regels te bepalen inzake de informatie die moet worden verstrekt door cateringbedrijven die de eindgebruiker op grote schaal levensmiddelen aanbieden. [Am. 375]

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1829/2003 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteiten en aan de etiketteringsvoorschriften, en met betrekking tot regels ter vergemakkelijking van een uniforme toepassing van bepaalde bepalingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. [Am. 376]

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1829/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten of een bepaalde soort levensmiddel onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 35, lid 2, bedoelde procedure. is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen of een bepaalde soort levensmiddel onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt.". [Am. 377]

(2)  In artikel 12 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door passende lagere drempelwaarden te bepalen, met name voor levensmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit ggo's bestaan, of teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang.". [Am. 378]

(3)  Artikel 14 wordt vervangen door:

"Artikel 14

Gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen voor teneinde deze verordening aan te vullen door het vaststellen van:

a)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteiten, zoals bedoeld in artikel 12, lid 3;

b)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de in artikel 13 genoemde etiketteringsvoorschriften; en

c)  het bepalen van specifieke regels inzake de informatie die moet worden verstrekt door instellingen die de eindgebruiker levensmiddelen aanbieden. Om rekening te houden met de specifieke situatie van deze instellingen, kunnen deze regels voorzien in aanpassing van de voorschriften van artikel 13, lid 1, onder e).

2.  De Commissie stelt kan door middel van uitvoeringshandelingen het volgende vast:

a)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteiten, zoals bedoeld in artikel 12, lid 3;

b)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de in artikel 13 genoemde etiketteringsvoorschriften;

c)  nadere bepalingen ter bevordering van een uniforme toepassing van artikel 13.

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 35, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 379]

(4)  In artikel 15 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door te bepalen of een bepaalde soort diervoeder onder het toepassingsgebied van deze afdeling valt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 35, lid 2, bedoelde procedure.". [Am. 380]

(5)  In artikel 24 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door passende lagere drempelwaarden te bepalen, met name voor diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit ggo's bestaan, of teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang.". [Am. 381]

(6)  Artikel 26 wordt vervangen door:

"Artikel 26

Gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden

1.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door het vaststellen van: volgende vast:

a)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteiten, zoals bedoeld in artikel 24, lid 3;

b)  maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de exploitanten voldoen aan de in artikel 25 genoemde etiketteringsvoorschriften;

c)  nadere bepalingen ter bevordering van een uniforme toepassing van artikel 25.

2.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen nadere voorschriften vaststellen ter bevordering van de uniforme toepassing van artikel 25. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 35, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.". [Am. 382]

(7)  In artikel 32 wordt de zesde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.".

(8)  Het volgende artikel 34 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 34 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, artikel 12, lid 4, artikel 14, lid 1, artikel 15, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 26, lid 1, en artikel 32, zesde alinea, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd een termijn van vijf jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze omnibus wijzigingsverordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, artikel 12, lid 4, artikel 14, lid 1, artikel 15, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 26, lid 1, en artikel 32, zesde alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven*. van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, artikel 12, lid 4, artikel 14, lid 1, artikel 15, lid 2, artikel 24, lid 4, artikel 26, lid 1, en artikel 32, zesde alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. [Am. 383]

____________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(9)  In artikel 35 wordt lid 3 geschrapt.

(10)  In artikel 47 wordt lid 3 geschrapt.

148.  Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG(217)(218)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1830/2003 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de verordening aan te vullen door een systeem aan te nemen voor de ontwikkeling van eenduidige identificatienummers en de toekenning ervan aan genetisch gemodificeerde organismen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1830/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

Eenduidige identificatienummers

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanneming en aanpassing van een systeem voor de ontwikkeling en toekenning van eenduidige identificatienummers voor GGO's, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen in de internationale fora.".

(2)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_________________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(3)  In artikel 10 wordt lid 2 geschrapt.

(4)  In artikel 13, lid 2, wordt de eerste alinea geschrapt.

149.  Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding(219)(220)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1831/2003 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met IV bij de verordening teneinde deze aan te passen aan de technische vooruitgang, en tot aanvulling van de verordening met voorschriften die vereenvoudigde regelingen voor het verlenen van vergunningen mogelijk maken voor toevoegingsmiddelen die zijn toegestaan voor gebruik in levensmiddelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 1831/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 3 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV teneinde de daarin opgenomen algemene gebruiksvoorwaarden aan te passen aan de technologische vooruitgang of aan wetenschappelijke ontwikkelingen.".

(2)  In artikel 6 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde categorieën toevoegingsmiddelen voor diervoeding en functionele groepen aan te passen aan de technologische vooruitgang of aan wetenschappelijke ontwikkelingen.".

(3)  In artikel 7, lid 5, wordt de derde alinea vervangen door:

"5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanneming van voorschriften die vereenvoudigde regelingen voor het verlenen van vergunningen mogelijk maken voor toevoegingsmiddelen die zijn toegestaan voor gebruik in levensmiddelen.".

(4)  In artikel 16 wordt lid 6 vervangen door:

"6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III om rekening te houden met de technologische vooruitgang en wetenschappelijke ontwikkelingen.".

(5)  In artikel 21 wordt de vierde alinea vervangen door:

"De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II.".

(6)  Het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 5, artikel 16, lid 6, en artikel 21 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze omnibus].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 5, artikel 16, lid 6, en artikel 21 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 5, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 5, artikel 16, lid 6, en artikel 21 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

_______________________

* PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.".

(7)  In artikel 22 wordt lid 3 geschrapt.

150.  Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's(221)(222)

Teneinde de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 2065/2003 te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de bijlagen bij de verordening te wijzigen nadat de Autoriteit om wetenschappelijke en/of technische bijstand is verzocht, en om de verordening aan te vullen met kwaliteitseisen voor gevalideerde analysemethoden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Dienovereenkomstig wordt Verordening (EG) nr. 2065/2003 als volgt gewijzigd:

(1)  In artikel 17 wordt lid 3 vervangen door:

"3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot kwaliteitscriteria voor gevalideerde analysemethoden als bedoeld in punt 4 van bijlage II, inclusief te meten stoffen. In die gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met beschikbaar wetenschappelijk bewijs.".

(2)  In artikel 18 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen te wijzigen nadat de Autoriteit om wetenschappelijke en/of technische bijstand is verzocht.".

(3)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 17, lid 3, en artikel 18, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie t