Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2876(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0180/2019

Ingediende teksten :

B9-0180/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 26/11/2019 - 8.8
CRE 26/11/2019 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0066

Aangenomen teksten
PDF 192kWORD 60k
Dinsdag 26 november 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Kinderrechten naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van het Verdrag inzake de rechten van het kind
P9_TA-PROV(2019)0066B9-0180/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2019 over kinderrechten naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (2019/2876(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (het Kinderrechtenverdrag) van 20 november 1989,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM),

–  gezien artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest),

–  gezien Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad(1),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure(2),

–  gezien de Europese pijler voor sociale rechten, met name beginsel 11 inzake kinderopvang en hulp aan kinderen,

–  gezien zijn resolutie van 3 mei 2018 over de bescherming van migrerende kinderen(3) en de mededeling van de Commissie van 12 april 2017 over de bescherming van migrerende kinderen (COM(2017)0211),

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2019 over de rechten van interseksuele personen(4),

–  gezien algemene opmerking nr. 10 van het Comité voor de rechten van het kind van 25 april 2007 over de rechten van het kind in het jeugdstrafrecht,

–  gezien algemene opmerking nr. 13 van het Comité voor de rechten van het kind van 18 april 2011 over het recht van het kind op vrijwaring tegen alle vormen van geweld,

–  gezien algemene opmerking nr. 14 van het Comité voor de rechten van het kind van 29 mei 2013, inhoudende dat het belang van het kind voorop dient te staan,

–  gezien artikel 37 van het Kinderrechtenverdrag van het VN-Comité voor de rechten van het kind, algemene opmerking nr. 6 van 1 september 2005 en het “Report of the 2012 Day of General Discussion on the Rights of All Children in the Context of International Migration” (verslag over de dag van algemene discussie over de rechten van alle kinderen in de context van internationale migratie) van het VN-Comité voor de rechten van het kind van 28 september 2012,

–  gezien het Unicef-rapport “The State of the World’s Children 2019” (de toestand van kinderen wereldwijd in 2019),

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat artikel 1 van het Kinderrechtenverdrag luidt: “Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder een kind verstaan ieder mens jonger dan achttien jaar, tenzij volgens het op het kind van toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt”;

B.  overwegende dat er in Europa 100 miljoen kinderen zijn, d.w.z. meer dan 20 % van de EU-bevolking, en dat kinderen onder de 18 jaar meer dan 40 % van de bevolking in ontwikkelingslanden vormen;

C.  overwegende dat het bevorderen van de rechten van het kind een expliciete doelstelling van het EU-beleid is dat ook in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd is, waarin is vastgelegd dat het belang van het kind voorop moet staan bij alle handelingen van de EU;

D.  overwegende dat het Kinderrechtenverdrag het door het grootste aantal landen geratificeerde internationale mensenrechtenverdrag is – zo ook door alle EU-lidstaten – en dat daarin duidelijke wettelijke verplichtingen zijn opgenomen om de rechten van alle kinderen in hun eigen rechtsgebied te bevorderen, te beschermen en te handhaven; overwegende dat het Europees Parlement op 20 november als gastheer zal optreden voor een conferentie op hoog niveau naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van het Kinderrechtenverdrag; overwegende dat de Voorzitter van het Europees Parlement heeft toegezegd dat Wereldkinderdag elk jaar op 20 november gevierd zal worden met een evenement in het Europees Parlement waarbij ook kinderen worden betrokken;

E.  overwegende dat de rechten van kinderen in vele delen van de wereld, zo ook in de EU-lidstaten, nog steeds worden geschonden als gevolg van geweld, misbruik, uitbuiting, armoede, sociale uitsluiting en discriminatie op grond van godsdienst, handicap, geslacht, seksuele identiteit, leeftijd, etniciteit, migratie of verblijfsstatus;

F.  overwegende dat in artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag en artikel 24 van het Handvest het recht van kinderen om te worden gehoord en hun mening te geven over aangelegenheden die hen aangaan wordt geëerbiedigd, rekening houdend met hun leeftijd en rijpheid;

G.  overwegende dat in artikel 5 van het Kinderrechtenverdrag het volgende wordt bepaald: “De Staten die partij zijn, eerbiedigen de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of, indien van toepassing, de leden van de familie in ruimere zin of de gemeenschap al naar gelang het plaatselijk gebruik, van wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het kind, voor het voorzien in passende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in dit Verdrag erkende rechten, op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind”;

H.  overwegende dat mondiale trends, zoals klimaatverandering, nieuwe technologieën en digitalisering nieuwe bedreigingen voor kinderen vormen, maar ook nieuwe mogelijkheden bieden om te leren en contact te leggen;

I.  overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) uit te voeren, zowel in haar interne als in haar externe beleid, met inbegrip van SDG 16.2 inzake “het beëindigen van misbruik, uitbuiting, mensenhandel en alle vormen van geweld tegen en foltering van kinderen”;

J.  overwegende dat bijna 25 miljoen kinderen jonger dan 18 jaar in de EU het risico lopen in armoede te vervallen of sociaal buitengesloten te worden; overwegende dat armoede betekent dat kinderen niet dezelfde mogelijkheden hebben op het vlak van onderwijs, kinderopvang, toegang tot gezondheidszorg, voldoende voedsel en huisvesting, gezinsondersteuning en zelfs bescherming tegen geweld, en dat de gevolgen daarvan zeer lang kunnen aanhouden; overwegende dat het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten heeft benadrukt dat de bestrijding van kinderarmoede ook een kwestie van grondrechten en wettelijke verplichtingen is(5);

K.  overwegende dat in de herziene Europese consensus inzake ontwikkeling kinderen en jongeren worden omschreven als aanjagers van ontwikkeling en verandering en als personen die een essentiële bijdrage leveren aan de Agenda 2030, onder meer door hun vermogen om te innoveren; overwegende dat in de consensus ook wordt vastgelegd dat de EU en de lidstaten de rechten van jongeren zullen versterken en ze inspraak zullen geven in openbare aangelegenheden door hun deelname aan de lokale economie, de samenleving en de besluitvorming te stimuleren;

L.  overwegende dat investeren in de toekomst van kinderen, het belang van de bescherming van kinderen door middel van een alomvattende strategie inzake de rechten van het kind en de invoering van een “kindergarantie” als instrument om armoede te bestrijden en de toegang van kinderen tot basisvoorzieningen te garanderen, door vicevoorzitter van de Commissie voor Democratie en Demografie, Dubravka Šuica en kandidaat-commissaris voor Werkgelegenheid, Nicolas Schmit topprioriteiten worden genoemd in hun opdrachtbrieven;

M.  overwegende dat kinderen een kwetsbare groep vormen die zwaar te lijden heeft onder de funeste gevolgen van de klimaatverandering, zoals droogte, overstromingen en stormen, voedselcrises en vervuiling, en vaak de eerste slachtoffers zijn van dergelijke verschijnselen; overwegende dat ruim een kwart van de sterfgevallen onder kinderen jonger dan 5 jaar wereldwijd direct of indirect verband houdt met milieurisico’s(6);

N.  overwegende dat bijna een kwart van de in de EU geregistreerde slachtoffers van mensenhandel kinderen zijn, soms zelfs binnen hun eigen lidstaat; overwegende dat vooral meisjes het doelwit zijn, en dat zij met het oog op seksuele uitbuiting worden verhandeld(7);

O.  overwegende dat seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen online een ernstige schending van de grondrechten van kinderen vormt, resulterend in een enorm trauma en schadelijke gevolgen voor de slachtoffers op de lange termijn, soms zelfs tot ver in hun volwassen leven, en dat dit verschijnsel aan evolutie onderhevig is; overwegende dat er nieuwe misdaadvormen ontstaan op het internet, zoals “wraakpornografie” en seksuele afpersing, die door de lidstaten met concrete maatregelen moeten worden aangepakt; overwegende dat, volgens de meest recente cijfers, het aantal afbeeldingen met seksueel misbruik van kinderen (CSAM) online in zeer korte tijd dramatisch is gestegen en op zeer grote schaal is verspreid als gevolg van internet: er zou sprake zijn van meer dan 45 miljoen afbeeldingen en video’s die worden aangemerkt als seksueel misbruik van kinderen(8);

P.  overwegende dat het recht van kinderen op onderwijs altijd moet worden gewaarborgd;

Algemeen

1.  is van mening dat de rechten van het kind centraal moeten staan in het EU-beleid en dat het dertigjarig bestaan van het Kinderrechtenverdrag een uitgelezen kans is om deze rechten volledig te integreren in het beleid en in de praktijk te brengen, en aanvullende maatregelen te nemen om de eerbiediging van de rechten van alle kinderen overal, met name de meest kwetsbare, te garanderen, zodat niemand buiten de boot valt;

2.  verzoekt de gekozen voorzitter van de Commissie concrete maatregelen te nemen om EU-optreden op het gebied van kinderrechten zichtbaarder te maken, bijvoorbeeld door een prominente persoonlijkheid te benoemen als EU-vertegenwoordiger voor kinderrechten; stelt voor dat deze vertegenwoordiger de uitdrukkelijke en uitsluitende bevoegdheid krijgt voor kinderzaken, zal dienen als aanspreekpunt voor alle EU-onderwerpen en -beleidsterreinen die met kinderen te maken hebben, en zal zorgen voor een consistente en gecoördineerde aanpak van de bescherming van kinderrechten in alle interne en externe beleidsmaatregelen en acties van de EU; pleit voor de oprichting van een EU-centrum voor kinderbescherming om deze doeltreffende en gecoördineerde aanpak te waarborgen en op doeltreffende en gecoördineerde wijze te reageren op seksueel misbruik van kinderen en alle vormen van geweld tegen kinderen;

3.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat het beginsel van het belang van het kind altijd volledig geëerbiedigd wordt in alle wetgeving, in alle besluiten van regeringsvertegenwoordigers op alle niveaus en in alle rechterlijke beslissingen, en spoort de lidstaten aan om beste praktijken uit te wisselen met het oog op een correctere toepassing van het beginsel van het belang van het kind in de hele EU;

4.  is ingenomen met de toezegging van de nieuwe Commissie om te komen met een nieuwe alomvattende strategie inzake kinderrechten; herinnert eraan dat de EU zich ertoe heeft verbonden de rechten van het kind te beschermen, zoals verankerd is in artikel 3, lid 3, van het VEU, artikel 24 van het Handvest en in de herziene Europese consensus inzake ontwikkeling; verzoekt de Commissie met een strategie te komen om kinderen zonder uitzondering overal te ondersteunen en te beschermen, met een specifieke begroting en een “kindindicator” bij de toewijzing van budgetten van de Commissie zodat de investeringen van de EU in kinderen kunnen worden gemeten en gemonitord en daarover vervolgens verantwoording kan worden afgelegd;

5.  verzoekt de Commissie na te gaan hoe de EU als orgaan kan toetreden tot het Kinderrechtenverdrag;

6.  herinnert eraan dat alle SDG’s relevant zijn voor de handhaving van de kinderrechten; verzoekt de Commissie een ambitieus en alomvattend kader voor kinderrechten voor te stellen aan de EU en de lidstaten zodat zij de 17 SDG’s kunnen halen, met name de SDG die het meest over kinderen gaat, door gebruik te maken van SDG-indicatoren die rechtstreeks verband houden met kinderrechten;

7.  wijst erop dat de klimaatverandering en milieurisico’s als gevolg van menselijke activiteiten, waaronder luchtverontreiniging, hormoonontregelende stoffen en pesticiden schadelijke gevolgen hebben voor kinderen; verzoekt de EU en de lidstaten meer in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat kinderen opgroeien in een gezonde omgeving, in concreto door de negatieve gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, voornamelijk door broeikasgassen terug te dringen, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs;

8.  merkt op dat genderongelijkheid een enorme invloed heeft op de levenskwaliteit van kinderen; stelt vast dat gender ondanks opmerkelijke vooruitgang nog altijd een van de voornaamste oorzaken voor ongelijkheid, uitsluiting en geweld in de wereld is, met aanzienlijke gevolgen voor kinderen;

9.  benadrukt dat kinderen kwetsbare consumenten zijn en verzoekt de lidstaten dan ook kinderen te beschermen tegen agressieve, misleidende en opdringerige reclame en profilering van kinderen voor commerciële doeleinden, zodat in audiovisuele commerciële communicatie-uitingen van aanbieders van mediadiensten en de onder hun bevoegdheid vallende aanbieders van videoplatforms geen gedrag wordt aangemoedigd dat schadelijk is voor de gezondheid of veiligheid van kinderen, met name in verband met levensmiddelen en dranken met een hoog zout-, suiker- of vetgehalte, of die anderszins niet voldoen aan nationale of internationale voedingsnormen;

10.  is verheugd dat de uitbanning van kinderarbeid een van de prioriteiten van de nieuwe Commissie is; verzoekt de nieuwe Commissie een nultolerantiebeleid te hanteren ten aanzien van kinderarbeid; pleit voor maatregelen die industrieën moeten verplichten om kinderarbeid uit te bannen; verzoekt de EU en haar lidstaten erop toe te zien dat goederen die op hun grondgebied worden verspreid niet zijn geproduceerd met dwangarbeid of kinderarbeid;

Intern beleid

Beëindigen van alle vormen van geweld tegen kinderen

11.  veroordeelt alle vormen van geweld tegen kinderen, met inbegrip van fysiek, seksueel en verbaal misbruik, online- en offlinegeweld, gedwongen huwelijken, kinderarbeid, prostitutie, mensenhandel, organensmokkel, foltering, andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, eremoorden, genitale verminking van vrouwen, de rekrutering, opleiding en inzet van kinderen als soldaat of menselijk schild, ontbering, verwaarlozing, ondervoeding, psychologisch geweld en alle vormen van pesten; is van mening dat traditie, cultuur, godsdienst of geloofsovertuiging, politieke opvattingen en/of enige andere opinie nooit mogen worden gebruikt ter rechtvaardiging van geweld tegen kinderen; wijst op de belangrijke rol die gemeenschappen en maatschappelijke organisaties kunnen spelen bij de uitbanning van alle vormen van geweld tegen kinderen;

12.  verzoekt de lidstaten wetgeving op te stellen waarmee lijfstraffen bij kinderen worden verboden en bestraft worden of, als die wetgeving al bestaat, te zorgen voor een doeltreffende uitvoering daarvan;

13.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan een nationale strategie te ontwikkelen en een holistische aanpak met meerdere belanghebbenden te hanteren om seksueel geweld en kindermisbruik, zowel online als offline, uit te bannen; beklemtoont dat samenwerking met het bedrijfsleven van essentieel belang is, en roept ICT-bedrijven en onlineplatforms op hun verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen online; hamert op het belang voor lidstaten om nationale bewustmakingscampagnes op te zetten teneinde kinderen op een kindvriendelijke manier te informeren over de risico’s en gevaren van het internet, naast speciaal op ouders gerichte campagnes;

14.  verwelkomt de conclusies van de Raad van 8 oktober 2019 over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, en verzoekt het huidige en de toekomstige voorzitterschappen van de Raad méér te doen om te waarborgen dat de lidstaten concrete actie ondernemen voor betere bijstand aan slachtoffers, alsook doeltreffende maatregelen treffen op het gebied van preventie, onderzoek en vervolging, opdat de daders voor de rechter worden gebracht;

15.  verzoekt de lidstaten Richtlijn 93/2011/EU ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, alsmede de resolutie van het Parlement over de tenuitvoerlegging van die richtlijn volledig ten uitvoer te leggen(9); verzoekt de lidstaten die verdragsluitende partij zijn bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (het Verdrag van Lanzarote) uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het Comité van Lanzarote (het Comité van verdragsluitende partijen bij het Verdrag van Lanzarote);

16.  is zich er terdege van bewust dat politie en justitie met een ongekende toename van het aantal meldingen van afbeeldingen met seksueel misbruik van kinderen (CSAM) online worden geconfronteerd en zich voor enorme uitdagingen gesteld zien wat hun werklast betreft, aangezien zij zich concentreren op afbeeldingen met de jongste, meest kwetsbare slachtoffers; wijst op de noodzaak van meer investeringen, met name door het bedrijfsleven en de particuliere sector, in onderzoek en ontwikkeling, alsmede in nieuwe technologieën die zijn ontworpen om CSAM online op te sporen en de procedures voor het verwijderen ervan te versnellen;

17.  verzoekt de lidstaten te zorgen voor een betere samenwerking tussen politie en justitie enerzijds en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, inclusief hotlinenetwerken, die zich met de bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen bezighouden, anderzijds; verzoekt de Commissie steun te verlenen aan organisaties die seksueel misbruik van kinderen en seksuele uitbuiting van kinderen bestrijden, zoals de WeProtect Global Alliance;

18.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan concrete maatregelen te nemen om een einde te maken aan seksueel misbruik van kinderen door te investeren in preventieve maatregelen, door specifieke programma’s op te zetten voor mogelijke daders en door te voorzien in een meer doeltreffende ondersteuning van slachtoffers;

19.   verzoekt de Commissie de in 2012 opgezette Strategie voor een beter internet voor kinderen te actualiseren(10);

Investeren in kinderen

20.  verzoekt de EU en de lidstaten te investeren in openbare diensten voor kinderen, zoals kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg, en met name in de uitbreiding van het openbare netwerk van kleuterscholen, crèches en diensten van openbaar nut die vrijetijdsactiviteiten voor kinderen aanbieden;

21.  verzoekt de lidstaten de rechten op het gebied van moederschap en vaderschap veilig te stellen of uit te breiden om kinderen een gezonde en stabiele omgeving te kunnen bieden, vooral tijdens de eerste maanden van hun leven; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan te zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake het evenwicht tussen werk en privéleven, aangezien een beter en eerlijker evenwicht tussen werk en privéleven een positief effect zal hebben op het welzijn van kinderen; wijst erop dat kinderen het recht hebben bij hun ouders te zijn, en dat ze voldoende tijd samen nodig hebben en een toereikend inkomen om een veilig en gelukkig leven te leiden;

22.  verzoekt de EU en de lidstaten alles in het werk te stellen om een einde te maken aan kinderarmoede, en wel door een nieuwe aanbeveling van de Raad over investeren in kinderen aan te nemen teneinde het beleidskader te actualiseren en op te schalen, en zo de lidstaten te helpen bij hun inspanningen om erop toe te zien dat kinderen opgroeien in inclusieve en welvarende samenlevingen waar niemand achterblijft en door doelen te stellen in de Agenda 2030 van de EU om de kinderarmoede tot de helft terug te dringen; herhaalt dat het verzamelen van uitgesplitste gegevens moet worden verbeterd om de vooruitgang die wordt geboekt op weg naar de beëindiging van armoede en sociale uitsluiting van kinderen te kunnen controleren en beoordelen;

23.  verzoekt de lidstaten om de invoering van een Europese kindergarantie met de juiste middelen te steunen, met als doel nationale beleidshervormingen aan te moedigen om bij te dragen aan gelijke toegang voor kinderen tot gratis gezondheidszorg, onderwijs en kinderopvang, fatsoenlijke huisvesting en adequate voeding met het oog op de uitbanning van armoede en sociale uitsluiting van kinderen; wijst erop dat de rechten en het welzijn van kinderen als parameters van de landenspecifieke aanbevelingen moeten worden opgenomen in het kader van het Europees semester en in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten;

24.  verzoekt de EU en de lidstaten in kinderen en adolescenten te investeren en ze de vaardigheden en kennis te verschaffen waar op de arbeidsmarkt vraag naar is, zodat ze hun recht kunnen uitoefenen om het goed te doen en hun volledige potentieel te benutten als aanjagers van verandering in de samenleving;

25.  spoort de lidstaten aan om binnen hun nationale stelsels te investeren in preventieve maatregelen voor het aanpakken van het oprukkende verschijnsel van geestelijkegezondheidsstoornissen bij kinderen(11), en erop toe te zien dat scholen over voldoende financiële middelen beschikken om leraren de juiste begeleiding en bijscholing te kunnen bieden;

26.  verzoekt de lidstaten en de Commissie het kind expliciet als prioriteit te beschouwen bij het programmeren en uitvoeren van regionaal en cohesiebeleid, zoals de Europese strategie inzake handicaps, het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma en het gelijkheids- en non-discriminatiebeleid van de EU;

Onderwijs

27.  verzoekt de lidstaten elk kind het recht op onderwijs te garanderen;

28.  benadrukt het belang van een holistische benadering van het onderwijs, met als doel kinderen in staat te stellen hun academische opleiding als uitgangspunt te gebruiken voor hun emotionele en sociale ontwikkeling en waarvan tevens psychologische, sociale en emotionele groei deel moeten uitmaken; benadrukt het belang van creativiteit, kunst en cultuur in het onderwijs;

29.  spoort de lidstaten aan maatregelen te nemen om voortijdig schoolverlaten te bestrijden en te voorkomen en te zorgen voor een voor beide geslachten gelijke toegang tot hoogwaardig onderwijs, van de peutertijd tot adolescentie, zo ook voor kinderen met een handicap, kinderen uit kansarme milieus en kinderen in gebieden die getroffen zijn door humanitaire rampen of andere noodsituaties;

30.  benadrukt dat inclusiviteit en innovatie de leidende beginselen voor onderwijs en opleiding in het digitale tijdperk moeten zijn; is van mening dat digitale technologieën de bestaande ongelijkheden niet mogen versterken, maar in plaats daarvan moeten worden gebruikt om de digitale kloof tussen leerlingen uit verschillende sociaal-economische milieus en regio’s van de EU te dichten; benadrukt dat bij een op inclusie gerichte aanpak het volledige potentieel van de nieuwe digitale technologieën moet worden benut, met inbegrip van gepersonaliseerd onderwijs en partnerschappen tussen onderwijsinstellingen, om zo de toegang tot kwaliteitsonderwijs en -opleidingen voor mensen uit achtergestelde groepen en kansarmen mogelijk te maken, onder andere door de integratie van migranten, vluchtelingen en minderheden te ondersteunen;

31.  verzoekt de lidstaten het recht op inclusief onderwijs te waarborgen en de toegang tot alomvattende, aan de leeftijd aangepaste informatie over seks en seksualiteit, toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en relationele voorlichting voor jongeren in scholen te waarborgen, met name in het licht van de maatregelen die zijn genomen in bepaalde landen waar het scholen verboden is seksuele gerichtheid en genderidentiteit te behandelen;

Kindvriendelijke rechtspraak/toegang tot de rechter voor kinderen

32.   dringt er bij de lidstaten op aan Richtlijn (EU) 2016/800 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure(12) snel en doeltreffend om te zetten en volledig ten uitvoer te leggen;

33.   verzoekt de lidstaten de richtsnoeren van de Raad van Europa voor kindvriendelijke rechtspraak ten uitvoer te leggen(13); benadrukt dat het belang van het kind altijd voorop moet staan bij beslissingen over kinderen die in contact komen met justitie, en dat het recht van het kind om te worden gehoord altijd moet worden toegekend overeenkomstig artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag; herinnert eraan dat er specifieke waarborgen moeten worden ingebouwd voor kinderen die in contact komen met justitie, onder meer in familiezaken zoals echtscheiding of adoptie, en administratieve kwesties;

Migrerende kinderen

34.  herinnert eraan dat het belang van het kind voorop moet staan bij alle beslissingen over kinderen en migratie;

35.  dringt er bij de lidstaten op aan het pakket voor een gemeenschappelijk Europees asielstelsel volledig ten uitvoer te leggen om de omstandigheden voor alle migrerende kinderen en met name niet-begeleide kinderen in de EU te verbeteren; dringt er in dit verband bij de Commissie en de lidstaten op aan de huidige zorgwekkende situatie van kinderen in de migrantenhotspots van de EU aan te pakken; verzoekt de EU en de lidstaten meer te doen om een einde te maken aan de detentie van kinderen in de hele EU in de context van migratie, in overeenstemming met de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten(14), en daarnaast vanuit de gemeenschap geleide alternatieven voor detentie uit te werken en prioriteit te geven aan integratie, onderwijs en psychologische ondersteuning;

36.  benadrukt dat een niet-begeleid kind bovenal een kind is dat mogelijk gevaar loopt, en dat de Europese Unie en de lidstaten niet het migratiebeleid maar de bescherming van het kind als uitgangspunt moeten nemen wanneer zij met deze kinderen te maken hebben, waarmee zij het kernbeginsel “het belang van het kind” eerbiedigen; verzoekt de lidstaten de resolutie van het Parlement van 12 september 2013 over de situatie van niet-begeleide minderjarigen in de EU(15) uit te voeren en verzoekt de Commissie het actieplan voor niet-begeleide minderjarigen (2010-2014) te verlengen;

37.  roept alle lidstaten op gezinshereniging op een positieve, humane en snelle manier mogelijk te maken, overeenkomstig artikel 10 van het Kinderrechtenverdrag;

38.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat sommige kinderen, zelfs binnen de EU, nog steeds staatloos geboren worden en uitgesloten blijven van de toegang tot basisrechten, zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming; herhaalt zijn verzoek aan de lidstaten om in overeenstemming met het internationaal recht een oplossing te vinden voor de kwestie van staatloze kinderen binnen en buiten de EU; verzoekt de Commissie universele toegang tot geboorteregistratie en het recht van kinderen om een nationaliteit te verwerven te bevorderen en zo een einde te maken aan het risico op staatloosheid;

Kwetsbare kinderen

39.  verzoekt de lidstaten om alle kinderen in de eerste plaats als kind te beschouwen, ongeacht hun sociale of etnische achtergrond, geslacht, seksuele gerichtheid, vermogens of migratiestatus;

40.  benadrukt dat het voor de lidstaten van belang is een intersectorale benadering uit te werken voor de bestrijding van alle vormen van discriminatie van kinderen, rekening houdend met hun kwetsbaarheden, in het bijzonder bij kinderen met een handicap, migrantenkinderen, kinderen met een migratieachtergrond, kinderen van minderheden en religieuze groeperingen, LGBTI-kinderen, kinderen van buitenlandse strijders, kinderen in detentie, kinderen van ouders in de gevangenis, kinderen van LGBTI-ouders, kinderen in tehuizen en staatloze/ongedocumenteerde kinderen, die onevenredig zijn blootgesteld aan discriminatie op verschillende gronden en daarom een gespecialiseerde aanpak vereisen om tegemoet te komen aan hun specifieke behoeften; verzoekt de lidstaten eindelijk de horizontale richtlijn inzake discriminatie aan te nemen;

41.  betreurt alle vormen van gendergerelateerd geweld en dringt er bij de lidstaten op aan concrete maatregelen te treffen om een einde te maken aan kindhuwelijken, vrouwelijke genitale verminking en andere schadelijke praktijken die ernstige schendingen van de mensenrechten van kinderen vormen; verzoekt de lidstaten dan ook om het Verdrag van Istanbul te ratificeren en opvolging te geven aan de resolutie van het Parlement van 4 oktober 2017 over de uitbanning van kindhuwelijken, de resolutie van 4 juli 2018 getiteld “Naar een externe EU-strategie tegen huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken – volgende stadia”, en de resolutie van 7 februari 2018 over nultolerantie tegen vrouwelijke genitale verminking (VGV)(16);

42.  benadrukt dat er speciale aandacht moet worden besteed aan kinderen met een handicap; veroordeelt alle vormen van geweld tegen deze groep kinderen krachtig, met inbegrip van geweld als gevolg van slechte behandeling of inadequate zorg; verzoekt de lidstaten met klem ervoor te zorgen dat kinderen met een handicap toegang hebben tot onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit om hen in staat te stellen een hoge mate van onafhankelijkheid en sociale integratie te bereiken en toegang tot zorgfaciliteiten te hebben; verzoekt alle lidstaten dan ook de normen die zijn vervat in het Kinderrechtenverdrag, het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de VN-richtsnoeren voor de alternatieve zorg voor kinderen ten uitvoer te leggen;

43.  verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat gezinnen niet onnodig uit elkaar worden gehaald en dat gezins- en gemeenschapsdiensten worden verbeterd zodat alle kinderen kunnen opgroeien in gezinnen en gemeenschappen, in plaats van in instellingen; verzoekt de Commissie EU-middelen te gebruiken om de overgang van institutionele naar gemeenschapsdiensten, zowel binnen als buiten de EU, te ondersteunen;

44.  verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat kinderen in de gevangenis worden behandeld op een manier waarbij rekening wordt gehouden met hun belangen; wijst erop dat gedetineerde kinderen zorg, bescherming en individuele bijstand – op sociaal, onderwijs-, beroeps-, psychologisch, medisch en fysiek gebied – moeten krijgen waar zij gezien hun leeftijd, geslacht en persoonlijkheid behoefte aan zouden kunnen hebben; dringt er bij de lidstaten op aan erop toe te zien dat kinderen in detentie via bezoeken en briefwisselingen regelmatig en zinvol contact onderhouden met hun ouders, familie en vrienden;

45.  is bezorgd over het hoge aantal vermiste kinderen in Europa; spoort de lidstaten aan om de grensoverschrijdende samenwerking, informatie-uitwisseling en coördinatie tussen rechtshandhavings- en kinderbeschermingsautoriteiten op te voeren om vermiste kinderen te identificeren, op te sporen en te beschermen en ervoor te zorgen dat het belang van het kind altijd voorop staat; verzoekt de lidstaten onverwijld uitvoering te geven aan de verplichting om toereikende financiering te verstrekken teneinde de continuïteit en de kwaliteit van de werking van de telefonische meldpunten voor vermiste kinderen in de hele EU te waarborgen, zoals vereist is op grond van het Europees wetboek voor elektronische communicatie dat in 2018 is aangenomen;

46.  wijst erop dat het van cruciaal belang is ervoor te zorgen dat de rechten van alle meisjes en jongens die het slachtoffer zijn van mensenhandel worden geëerbiedigd, ongeacht hun nationaliteitsstatus; herhaalt zijn verzoek aan de lidstaten om de EU-richtlijn tegen mensenhandel volledig ten uitvoer te leggen, met bijzondere aandacht voor preventieve maatregelen; benadrukt dat het van belang is dat de lidstaten meer actie ondernemen zodat er rekenschap wordt afgelegd aan de slachtoffers van mensenhandel en deze misdaad zelf uit te roeien, en dat er iets wordt gedaan aan de straffeloosheid die nog steeds bestaat onder mensenhandelaars, uitbuiters, woekeraars en daders, onder meer door het gebruik van diensten die worden afgedwongen bij slachtoffers van mensenhandel voor alle vormen van uitbuiting strafbaar te stellen;

Participatie van kinderen

47.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de Verklaring van Boekarest over de participatie van kinderen nadere invulling te geven en uit te voeren(17); benadrukt dat de cultuur van kinderparticipatie kan worden opgebouwd op alle niveaus – gezin, gemeenschap, lokaal, regionaal, nationaal en Europees – en zowel korte- als langetermijnvoordelen kan opleveren voor de samenleving;

48.  roept de lidstaten op de deelname van kinderen aan wetgeving in de hand te werken en spoort de lidstaten en de Commissie aan zinvolle mechanismen te creëren voor de participatie van kinderen, zoals kinderraden, aan de werkzaamheden van Europese, nationale, regionale en lokale parlementaire vergaderingen, met name op cruciale beleidsterreinen;

49.  verzoekt de Commissie kinderen in het raadplegingsproces op te nemen met het oog op de Conferentie voor de toekomst van Europa;

50.  herinnert de EU-instellingen en de lidstaten aan het belang van de door kinderen en jongeren geleide protestacties tegen klimaatverandering, die van cruciaal belang zijn voor het beïnvloeden van de Europese politieke agenda en een geweldig voorbeeld zijn van de manier waarop kinderen steeds meer betrokken raken bij het overheidsbeleid en steeds beter in staat zijn hun zegje te doen als bezorgde burgers die veranderingen aanjagen;

Extern beleid

51.  verzoekt de landen die het Kinderrechtenverdrag en de bijbehorende aanvullende protocollen nog niet hebben geratificeerd, dit zo snel mogelijk te doen;

52.  verzoekt de lidstaten hun samenwerking en dialoog met derde landen te intensiveren, met als doel het bewustzijn te vergroten en te pleiten voor de eerbiediging van kinderrechten overal ter wereld en ervoor te zorgen dat geen enkel kind aan zijn lot wordt overgelaten; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan met partnerlanden samen te werken en zich te scharen achter de aanneming en uitvoering van wetgeving, beleid, begrotingen en actieprogramma’s die inclusief zijn voor alle kinderen en waarin alle vormen van discriminatie en geweld – ook die op basis van leeftijd, gender en handicap, waardoor afzonderlijke kinderen en groepen kinderen hun rechten niet kunnen uitoefenen – in kaart worden gebracht en de nodige maatregelen worden genomen of bevorderd om deze belemmeringen weg te nemen en ervoor te zorgen dat de belangen van alle kinderen voorop staan;

53.  verzoekt de VV/HV in al het externe optreden van de EU prioriteit te geven aan kinderrechten en de bescherming van kinderen en zo te zorgen voor een doeltreffende mainstreaming van kinderrechten en de bescherming van kinderen, onder meer in de context van mensenrechtendialogen, internationale en handelsovereenkomsten, het toetredingsproces en het Europees nabuurschapsbeleid, en in alle externe betrekkingen van de EU met derde landen, met name landen die in conflict zijn; verzoekt de VV/HV jaarlijks verslag uit te brengen aan het Parlement over de resultaten die zijn behaald met extern EU-beleid waarin het kind centraal staat;

54.  verzoekt de Commissie meer werk te maken van de integratie van kinderrechten en de bescherming van kinderen in ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp, om te zorgen voor toereikende financiering en om de mate van bescherming van kinderen die gebukt gaan onder conflicten, noodsituaties, natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen, intern ontheemde kinderen en migrantenkinderen en -vluchtelingen te verhogen, en ervoor te zorgen dat hun grondrechten worden geëerbiedigd;

55.  verzoekt de Commissie en de lidstaten met stelselmatige oplossingen te komen om intergenerationele armoede aan te pakken; benadrukt dat het van cruciaal belang is dat het nieuwe meerjarig financieel kader 2021-2027 de dringende noodzaak weerspiegelt om kinderarmoede, zowel binnen de EU als daarbuiten, aan te pakken door middel van extern optreden; onderstreept het belang van officiële ontwikkelingshulp (ODA) als essentieel instrument voor het uitbannen van armoede, en herinnert aan de ODA-toezeggingen van de EU en haar lidstaten, met inbegrip van de toezegging om 0,7 % van het bruto nationaal inkomen (bni) aan officiële ontwikkelingshulp te besteden;

56.  roept de Commissie en de lidstaten op gelijke toegang tot basisdiensten en onderwijs te financieren en te waarborgen op plaatsen die getroffen zijn door noodsituaties zoals conflicten en natuurrampen; benadrukt dat de toegang tot onderwijs kinderen kan beschermen tegen de fysieke gevaren om hen heen, met inbegrip van misbruik, uitbuiting, conflictgerelateerd seksueel geweld, en rekrutering en inzet door strijdkrachten en gewapende groeperingen, en dat onderwijs hele gemeenschappen ten goede komt, de economische groei een impuls geeft, armoede en ongelijkheid vermindert en het vermogen van individuen om een gezond leven te leiden, aan het maatschappelijk leven deel te nemen en vrede en stabiliteit te herstellen bevordert;

57.  dringt er bij de Commissie op aan om gevolg te geven aan de resolutie van het Parlement van 4 oktober 2017 over de uitbanning van kindhuwelijken; verzoekt de EU en haar lidstaten uniforme juridische normen te hanteren in de procedure voor de aanpak van kindhuwelijken, met derde landen samen te werken, en opleiding en technische bijstand te bieden om bij te dragen aan de goedkeuring en handhaving van wetgeving inzake het verbod op huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, met inbegrip van een minimumleeftijd voor het aangaan van een huwelijk; verzoekt de lidstaten maatregelen te nemen om de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van de minimumleeftijd voor het aangaan van een huwelijk en de niet-erkenning van huwelijken van migrantenkinderen die in Europa aankomen, aan te moedigen en nationale maatregelen te nemen om te voorkomen dat kinderen naar het buitenland reizen met het oog op een huwelijk buiten de EU; verzoekt de Commissie een Europees Jaar te wijden aan de strijd tegen kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken;

58.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat in hun handelsbesprekingen en -overeenkomsten bindende zorgvuldigheidsnormen op het gebied van de mensenrechten en het milieu worden gehanteerd om kinderarbeid een halt toe te roepen;

Kinderen en gewapende conflicten

59.  verzoekt de VV/HV stelselmatig ernstige schendingen van kinderrechten aan de kaak te stellen bij conflictpartijen, met name de schendingen die worden genoemd in het jaarverslag van de secretaris-generaal van de VN over kinderen en gewapende conflicten; verzoekt de VV/HV en de Commissie de gevolgen op korte, middellange en lange termijn van gewapende conflicten voor kinderen op doeltreffende en alomvattende wijze aan te pakken door gebruik te maken van de verscheidenheid aan instrumenten waarover zij beschikken, met inbegrip van nieuwe en aangescherpte richtsnoeren van de EU over kinderen en gewapende conflicten;

60.  verzoekt de Commissie steun te verlenen aan en te zorgen voor toereikende en langlopende financiering voor rehabilitatie- en herintegratieprogramma’s voor door conflicten getroffen kinderen, en hun een beschermde omgeving te bieden waarin psychologische zorg, ondersteuning en onderwijs van fundamenteel belang zijn, waarbij de nadruk vooral ligt op de specifieke uitdagingen van meisjes bij hun demobilisatie en herintegratie in de samenleving;

61.  toont zich uiterst bezorgd over de humanitaire situatie van kinderen van buitenlandse strijders in het noordoosten van Syrië en dringt er bij de lidstaten op aan alle Europese kinderen te repatriëren, rekening houdend met hun specifieke gezinssituatie en het belang van het kind als belangrijkste overweging, en de nodige steun te verlenen voor hun rehabilitatie en herintegratie; betreurt het dat de EU-lidstaten tot nu toe geen actie in die richting hebben ondernomen en dat er geen sprake is van coördinatie op EU-niveau;

62.  is zeer verontrust over het grote aantal geverifieerde moorden en verminkingen van kinderen in het kader van gewapende conflicten; herhaalt dat kinderen nog steeds worden gebruikt als wapens, zelfmoordenaars, seksslaven en menselijke schilden, en dat zij gedwongen worden een actieve rol op zich te nemen bij vijandelijkheden; veroordeelt de inzet van kinderen in gewapende conflicten met klem; merkt op dat conflicten hebben geleid tot honderden kindslachtoffers, vaak als gevolg van aanvallen die opzettelijk zijn uitgevoerd tegen de burgerbevolking en de humanitaire infrastructuur; dringt er in dit verband bij de lidstaten op aan geen wapens en militaire uitrusting te verkopen aan partijen bij dergelijke conflicten;

o
o   o

63.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1.
(2) PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0201.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0128.
(5) Verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) “Combating child poverty: an issue of fundamental rights”, https://fra.europa.eu/en/publication/2018/child-poverty
(6) Verslag van de WHO “Air pollution and child health, prescribing clear air”, 2018, https://www.who.int/ceh/publications/Advance-copy-Oct24_18150_Air-Pollution-and-Child-Health-merged-compressed.pdf?ua=1
(7) https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-we-do/policies/european-agenda-security/20181204_data-collection-study.pdf
(8) https://web.archive.org/web/20190928174029/https://storage.googleapis.com/pub-tools-public-publication-data/pdf/b6555a1018a750f39028005bfdb9f35eaee4b947.pdf
(9) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 96.
(10) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=COM%3A2012%3A0196%3AFIN
(11) Volgens schattingen van de WHO stierven er in 2016 maar liefst 62 000 adolescenten aan automutilatie, inmiddels de op twee na belangrijkste doodsoorzaak voor adolescenten in de leeftijd van 18 en 19 jaar.
(12) PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1.
(13) https://rm.coe.int/16804b2cf3
(14) https://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/71/1
(15) PB C 93 van 9.3.2016, blz. 165.
(16) PB C 463 van 21.12.2018, blz. 26.
(17) https://chilrendeclaration.typeform.com/to/h8dSPt

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling