Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2918(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0181/2019

Ingediende teksten :

B9-0181/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0083

Aangenomen teksten
PDF 119kWORD 43k
Donderdag 28 november 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
De crisis bij de WTO-Beroepsinstantie
P9_TA(2019)0083B9-0181/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 28 november 2019 over de crisis van de WTO-Beroepsinstantie (2019/2918(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de overeenkomst van Marrakesh van 15 april 1994 tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

–  gezien artikel 17 van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (DSU), waarbij de vaste Beroepsinstantie van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO is opgericht,

–  gezien de Mededeling van de Europese Unie, China, Canada, India, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Zwitserland, Australië, de Republiek Korea, IJsland, Singapore, Mexico, Costa Rica en Montenegro aan de Algemene Raad van de WTO van 11 december 2018 (WT/GC/W/752/Rev. 2) en de Mededeling van de Europese Unie, China, India en Montenegro aan de Algemene Raad van de WTO van 11 december 2018 (WT/GC/W/753/Rev.1),

–  gezien de tijdelijke regeling tussen de EU en Canada van 25 juli 2019 inzake beroep en arbitrage, overeenkomstig artikel 25 van het DSU, en de soortgelijke regeling met Noorwegen waarover op 21 oktober 2019 overeenstemming is bereikt,

–  gezien de informele procedure onder toezicht van de Algemene Raad over aangelegenheden die verband houden met de werking van de Beroepsinstantie en de verslagen die de ambassadeur van Nieuw-Zeeland, David Walker, op 28 februari 2019 (JOB/GC/215), 7 mei 2019 (JOB/GC/217), 23 juli 2019 (JOB/GC/220) en 15 oktober 2019 (JOB/GC/222) heeft voorgelegd aan de Algemene Raad van de WTO, en gezien het ontwerpbesluit van de Algemene Raad over de werking van de Beroepsinstantie, dat door ambassadeur Walker op 15 oktober 2019 is voorgelegd aan de Algemene Raad en dat bij zijn verslag is gevoegd,

–  gezien de verklaring van de Commissie van 26 november 2019,

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie internationale handel,

A.  overwegende dat de WTO is opgericht om het multilateralisme te versterken, een inclusieve economische wereldorde te bevorderen en bij te dragen tot een open, op regels gebaseerd en niet-discriminerend multilateraal handelsstelsel;

B.  overwegende dat het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO dankzij de bindende aard ervan, twee arbitrageniveaus en onafhankelijke en onpartijdige geschillenbeslechters op succesvolle wijze heeft bijgedragen aan de eerbiediging van de WTO-regels en aan de zekerheid en voorspelbaarheid van het multilaterale handelsstelsel, teneinde te vermijden dat een beroep wordt gedaan op unilaterale maatregelen;

C.  overwegende dat de WTO-Beroepsinstantie een cruciale rol speelt in het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO;

D.  overwegende dat de Verenigde Staten al sinds 2017 de vervanging van de leden van de zevenkoppige Beroepsinstantie blokkeren en verscheidene voorstellen hebben verworpen in verband met het starten de selectieprocedures om de resterende vacatures te vervullen;

E.  overwegende dat het mandaat van twee van de drie overblijvende leden van de Beroepsinstantie afloopt op 10 december 2019 en dat de Beroepsinstantie geen nieuwe beroepsprocedures meer zal kunnen behandelen, aangezien daar drie leden voor nodig zijn;

1.  vindt het zeer zorgwekkend dat als er geen oplossing wordt gevonden, de Beroepsinstantie na 10 december 2019 niet meer operationeel zal zijn, wat heel ernstige gevolgen kan hebben voor het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel;

2.  betreurt dat de lopende besprekingen tussen de WTO-leden nog geen positieve resultaten hebben opgeleverd;

3.  staat volledig achter de door ambassadeur Walker gefaciliteerde informele procedure en vindt dat zijn voorstellen een uitstekende basis vormen om tot een bevredigende oplossing te komen, waarbij een antwoord wordt geboden op de gedeelde bezorgdheid in verband met de werking van de Beroepsinstantie en de noodzaak om ze te hervormen; nodigt alle WTO-leden uit om op een constructieve manier deel te nemen aan deze besprekingen, zodat de vacatures zo snel mogelijk kunnen worden vervuld, en ervoor te zorgen dat de WTO over de financiële en personele middelen beschikt die ze nodig heeft;

4.  roept de Commissie op om te blijven samenwerken met alle leden van de WTO, met inbegrip van de Verenigde Staten, om in de eerste plaats de benoemingsprocedure te deblokkeren, indien nodig ook na 10 december 2019;

5.  steunt de recente EU-initiatieven om tijdelijke regelingen te treffen voor voorlopige oplossingen met onze belangrijkste handelspartners, die ervoor zorgen dat de Europese Unie haar recht behoudt om handelsgeschillen bij de WTO te beslechten door middel van bindende, onafhankelijke en onpartijdige arbitrage op twee niveaus, en herinnert eraan dat een vaste beroepsinstantie het hoofddoel van de EU-strategie blijft;

6.  herinnert aan het belang van de interparlementaire dialoog als een manier om aan de lopende besprekingen bij te dragen en tot een positieve conclusie te komen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de WTO-leden en de directeur-generaal van de WTO.

Laatst bijgewerkt op: 5 maart 2020Juridische mededeling - Privacybeleid