Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0413(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0047/2019

Ingediende teksten :

A9-0047/2019

Debatten :

PV 16/12/2019 - 15
CRE 16/12/2019 - 15

Stemmingen :

PV 17/12/2019 - 4.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0091

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 52k
Dinsdag 17 december 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden *
P9_TA(2019)0091A9-0047/2019

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 december 2019 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden (COM(2018)0813 – C8-0016/2019 – 2018/0413(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0813),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0016/2019),

–  gezien artikel 82 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0047/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, zoals geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)   Volgens het aan de Commissie gepresenteerde eindverslag 2019 van het proces “Studie en verslagen over de btw-kloof in de EU-28”3 bis bedroeg de btw-kloof, dat wil zeggen het verschil tussen de verwachte btw-ontvangsten en het daadwerkelijk geïnde bedrag aan btw, in de Unie 137,5 miljard EUR in 2017, oftewel 11,2 % van de totale verwachte btw-ontvangsten en 267 EUR aan gederfde ontvangsten per persoon in de Unie. Overigens zijn er grote verschillen tussen de lidstaten, met een btw-kloof die uiteenloopt van 0,6 % tot 35,5 %. Dit geeft het belang aan van meer grensoverschrijdende samenwerking voor een krachtdadiger aanpak van in het bijzonder btw-fraude in e-commerce, maar ook van btw-fraude in het algemeen (met inbegrip van carrouselfraude).
_________________
3 bis Beschikbaar op https://ec.europa.eu/taxation_customs/sites/taxation/files/vat-gap-full-report-2019_en.pdf.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 ter (nieuw)
(2 ter)   Btw-fraude is vaak gekoppeld aan georganiseerde misdaad en een zeer klein aantal van die georganiseerde netwerken kan verantwoordelijk zijn voor miljarden euro’s aan grensoverschrijdende btw-fraude, hetgeen niet alleen gevolgen heeft voor de inning van opbrengsten in de lidstaten maar ook een negatieve impact heeft op de eigen middelen van de Unie. Er dient derhalve een ambitieus mandaat voor het Europees Openbaar Ministerie (EOM) te worden vastgesteld, in samenwerking met de nationale justitiële autoriteiten, teneinde te bewerkstelligen dat fraudeurs daadwerkelijk voor de rechter worden gebracht in de lidstaten. Georganiseerde grensoverschrijdende btw-fraude moet worden aangepakt en de fraudeurs moeten worden bestraft.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 quater (nieuw)
(2 quater)  De strategie voor de aanpak van btw-fraude moet zich ontwikkelen parallel met de toenemende modernisering en digitalisering van de economie, én het btw-systeem zo eenvoudig mogelijk maken voor bedrijven en burgers. Het is in dit verband bijzonder belangrijk dat de lidstaten doorgaan met het investeren in door technologie gestuurde belastinginning, namelijk door het aanbrengen van een automatische koppeling tussen kasregisters en verkoopsystemen enerzijds en btw-aangiftes anderzijds. Daarnaast moeten de belastingautoriteiten zich blijven inzetten voor nauwere samenwerking en een betere uitwisseling van goede praktijken, waaronder middels Tax Administration EU Summit (TADEUS), een netwerk van hoofden van nationale belastingadministraties dat werkt aan een betere coördinatie op strategisch niveau tussen belastingadministraties. In dit kader moeten de belastingautoriteiten streven naar een doeltreffende communicatie tussen en interoperabiliteit van alle databanken inzake fiscale zaken op het niveau van de Unie. Ook zou blockchain-technologie kunnen worden gebruikt om persoonsgegevens beter te beschermen en de online-uitwisseling van gegevens tussen de belastingautoriteiten te verbeteren.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  Met een centraal elektronisch inlichtingensysteem CESOP waarin lidstaten betalingsinlichtingen doorgeven die zij op nationaal niveau opslaan, zou de doelstelling van de bestrijding van btw-fraude in e-commerce doeltreffender worden verwezenlijkt. In dit systeem zouden de lidstaten, met betrekking tot individuele begunstigden, alle voor de btw relevante inlichtingen over betalingstransacties doorgeven en zou een volledig overzicht kunnen worden gegeven van betalingen die begunstigden hebben ontvangen van in de lidstaten gevestigde betalers. Voorts zouden door dit inlichtingensysteem meerdere registraties van dezelfde betalingstransacties kunnen worden herkend, zouden de van de lidstaten ontvangen inlichtingen worden opgeschoond (bijv. zouden dubbele items worden verwijderd, fouten in gegevens worden gecorrigeerd enz.) en zouden Eurofisc-verbindingsambtenaren van de lidstaten een kruiscontrole kunnen uitvoeren van betalingsgegevens en btw-inlichtingen waarover zij beschikken en zouden zij opzoekingen kunnen doen voor onderzoeken naar vermoedelijke btw-fraude of voor het opsporen van btw-fraude.
(8)  Met een centraal elektronisch inlichtingensysteem CESOP waarin lidstaten betalingsinlichtingen doorgeven die zij op nationaal niveau opslaan, zou de doelstelling van de bestrijding van btw-fraude in e-commerce doeltreffender worden verwezenlijkt. In dit systeem zouden de lidstaten, met betrekking tot individuele begunstigden, alle voor de btw relevante inlichtingen over betalingstransacties doorgeven en zou een volledig overzicht kunnen worden gegeven van betalingen die begunstigden hebben ontvangen van in de lidstaten gevestigde betalers. Voorts zouden door dit inlichtingensysteem meerdere registraties van dezelfde betalingstransacties kunnen worden herkend, zouden de van de lidstaten ontvangen inlichtingen worden opgeschoond (bijv. zouden dubbele items worden verwijderd, fouten in gegevens worden gecorrigeerd enz.) en zouden Eurofisc-verbindingsambtenaren van de lidstaten een kruiscontrole kunnen uitvoeren van betalingsgegevens en btw-inlichtingen waarover zij beschikken en zouden zij opzoekingen kunnen doen voor onderzoeken naar vermoedelijke btw-fraude of voor het opsporen van btw-fraude. Alle lidstaten dienen in alle werkgroepen van Eurofisc vertegenwoordigd te zijn en dienovereenkomstig verbindingsambtenaren aan te wijzen.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  De uitwisseling van betalingsinlichtingen tussen belastingautoriteiten is van cruciaal belang om fraude doeltreffend te kunnen bestrijden. Alleen de Eurofisc-verbindingsambtenaren mogen de betalingsinlichtingen verwerken en uitsluitend ten behoeve van het bestrijden van btw-fraude. Die inlichtingen mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die welke in deze verordening zijn vastgesteld, zoals commerciële doeleinden.
(11)  De uitwisseling van betalingsinlichtingen tussen belastingautoriteiten is van cruciaal belang om fraude doeltreffend te kunnen bestrijden. Alleen de Eurofisc-verbindingsambtenaren mogen de betalingsinlichtingen verwerken en uitsluitend ten behoeve van het bestrijden van btw-fraude. Die inlichtingen mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die welke in deze verordening zijn vastgesteld, zoals commerciële doeleinden, maar wel onder andere in het kader van de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad6 bis.
_________________
6 bis Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis)   Zeer weinig lidstaten publiceren schattingen van btw-verliezen die het gevolg zijn van intracommunautaire fraude. Met vergelijkbare gegevens over intracommunautaire btw-fraude zou een beter gerichte samenwerking tussen lidstaten kunnen worden bewerkstelligd. Daarom moet de Commissie samen met de lidstaten een gezamenlijke statistische benadering ontwikkelen voor het kwantificeren en analyseren van btw-fraude.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Het is noodzakelijk en evenredig dat betalingsdienstaanbieders bescheiden met de inlichtingen over betalingstransacties gedurende twee jaar bewaren om de lidstaten te helpen bij de bestrijding van btw-fraude in e-commerce en het opsporen van fraudeurs. Deze periode is ook het noodzakelijke minimum voor lidstaten om doeltreffend controles uit te voeren en onderzoek te voeren naar vermoedelijke btw-fraude of btw-fraude op te sporen, en is evenredig met het oog op het omvangrijke volume betalingsinlichtingen en het gevoelige karakter ervan in termen van bescherming van persoonsgegevens.
(13)  Het is noodzakelijk en evenredig dat betalingsdienstaanbieders bescheiden met de inlichtingen over betalingstransacties gedurende drie jaar bewaren om de lidstaten te helpen bij de bestrijding van btw-fraude in e-commerce en het opsporen van fraudeurs. Die periode is ook het noodzakelijke minimum voor lidstaten om doeltreffend controles uit te voeren en onderzoek te voeren naar vermoedelijke btw-fraude of btw-fraude op te sporen, en is evenredig met het oog op het omvangrijke volume betalingsinlichtingen en het gevoelige karakter ervan in termen van bescherming van persoonsgegevens.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  De Eurofisc-verbindingsambtenaren van elke lidstaat moeten toegang kunnen krijgen en analyses maken van de inlichtingen over de betalingstransacties ten behoeve van de strijd tegen btw-fraude. Naar behoren gemachtigde personen van de Commissie mogen slechts toegang hebben tot deze inlichtingen voor zover zulks noodzakelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van het centrale elektronische inlichtingensysteem. Beide groepen gebruikers moeten gebonden zijn door de in deze verordening vastgestelde vertrouwelijkheidsregels.
(14)  De Eurofisc-verbindingsambtenaren van elke lidstaat moeten toegang kunnen krijgen en analyses maken van de inlichtingen over de betalingstransacties ten behoeve van de strijd tegen btw-fraude. Naar behoren gemachtigde personen van de Commissie mogen toegang hebben tot deze inlichtingen voor zover zulks noodzakelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van het centrale elektronische inlichtingensysteem, en om de goede implementatie van deze verordening te waarborgen. Beide groepen gebruikers moeten gebonden zijn door de in deze verordening vastgestelde vertrouwelijkheidsregels. Daarnaast moet de Commissie bezoeken aan de lidstaten kunnen brengen om te evalueren hoe de regelingen voor administratieve samenwerking functioneren.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  Het beheer van CESOP en de analyse van cruciale informatie zijn bijkomende taken voor Eurofisc. Eurofisc moet in zijn jaarverslag aangeven of de hem ter beschikking staande hulpbronnen geschikt zijn en volstaan om de samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren en btw-fraude doeltreffend aan te pakken.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op … een advies uitgebracht17.
(18)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op […] een advies uitgebracht17. Omdat de bescherming van persoonsgegevens een fundamentele waarde van de Unie is, moet de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming worden geraadpleegd over elke maatregel als bedoeld in artikel 24 sexies van Verordening (EU) nr. 904/2010, als gewijzigd bij deze verordening.
__________________
__________________
17 PB C […] van […], blz. […].
17 PB C […] van […], blz. […].
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Hoofdstuk II – afdeling 2 – artikel 12 bis (nieuw)
(1 bis)   In afdeling 2 van HOOFDSTUK II wordt het volgende artikel toegevoegd:
“Artikel 12 bis
Alle lidstaten worden verzocht maatregelen te nemen om het percentage late antwoorden te reduceren en de kwaliteit van de verzoeken om informatie te verbeteren. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van deze maatregelen.”
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 24 quater – lid 2
2.  In CESOP worden de in lid 1, punten a) en b), bedoelde inlichtingen gedurende maximaal twee jaar na afloop van het jaar waarin de inlichtingen naar het systeem zijn doorgegeven, bijgehouden.
2.  In CESOP worden de in lid 1, punten a) t/m c), bedoelde inlichtingen gedurende maximaal vijf jaar na afloop van het jaar waarin de inlichtingen naar het systeem zijn doorgegeven, bijgehouden.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter d
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 24 quinquies – alinea 2 (nieuw)
Daarnaast moet de Commissie bezoeken aan de lidstaten kunnen brengen om te evalueren hoe de regelingen voor samenwerking tussen de lidstaten met betrekking tot grensoverschrijdende btw-fraude functioneren.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 36 – lid 2 – inleidende formule
(2 bis)   in artikel 36, lid 2, wordt het inleidend gedeelte vervangen door:
“2. De verbindingsambtenaren van de lidstaten die aan een bepaald Eurofisc-werkterrein deelnemen (hierna “deelnemende Eurofisc-verbindingsambtenaren”), wijzen onder de deelnemende Eurofisc-verbindingsambtenaren voor een beperkte termijn een coördinator aan (hierna “Eurofisc-werkterrreincoördinatoren”). De Eurofisc-werkterreincoördinatoren hebben tot taak:
“2. De verbindingsambtenaren van de lidstaten die aan het desbetreffende Eurofisc-werkterrein deelnemen (hierna “deelnemende Eurofisc-verbindingsambtenaren”), wijzen onder de deelnemende Eurofisc-verbindingsambtenaren voor een beperkte termijn een coördinator aan (hierna “Eurofisc-werkterreincoördinatoren”). De Eurofisc-werkterreincoördinatoren hebben tot taak:
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 37 – alinea 1 bis (new)
Het jaarlijkse verslag vermeldt ten minste in detail voor iedere lidstaat het aantal controles dat is uitgevoerd en de naheffingsaanslagen en inningen voor de btw als gevolg van de in overeenstemming met artikel 24 quinquies verwerkte inlichtingen.
Het jaarlijkse verslag vermeldt in ieder geval in detail voor iedere lidstaat:
—   het aantal controles dat is uitgevoerd;
—  het aantal ambtenaren dat toestemming heeft om in de kantoren van de administratieve autoriteiten van een andere lidstaat aanwezig te zijn en het aantal ambtenaren dat aanwezig is tijdens de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd op het grondgebied van de aangezochte lidstaat;
—  het aantal gelijktijdige controles dat wordt uitgevoerd met één of meerdere lidstaten en het aantal ambtenaren dat deelneemt aan de pre-selectiebijeenkomsten voor gelijktijdige controles;
—  het aantal gemeenschappelijke controleteams waar elke lidstaat in heeft geparticipeerd;
—  de actie die ondernomen is om de controleurs te informeren over de in deze verordening bedoelde instrumenten;
—  het aantal gekwalificeerde personeelsleden voor het waarborgen van aanwezigheid in administratieve kantoren, deelname aan administratieve onderzoeken en gemeenschappelijke controles (als bedoeld in de artikelen 28 t/m 30);
—  het aantal personeelsleden dat in het unieke verbindingsbureau en in andere aangewezen verbindingsafdelingen aanwezig is, en alle andere bevoegde ambtenaren die rechtstreeks informatie kunnen uitwisselen op basis van deze verordening (als bedoeld in artikel 4) en hoe informatie wordt verzameld en tussen deze organen wordt uitgewisseld; alsmede
—   de naheffingsaanslagen en inningen voor de btw als gevolg van de in overeenstemming met artikel 24 quinquies verwerkte inlichtingen.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Hoofdstuk XIII – artikel 49 bis (nieuw)
(3 bis)   aan HOOFDSTUK XIII wordt het volgende artikel toegevoegd:
“Artikel 49 bis
De lidstaten en de Commissie richten een gemeenschappelijk systeem op voor het verzamelen van statistieken over intracommunautaire btw-fraude en publiceren nationale schattingen van btw-verliezen die het gevolg zijn van deze fraude, evenals schattingen voor de Unie als geheel. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische regelingen met betrekking tot een dergelijk statistisch systeem vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 50 – lid 1 bis (nieuw)
(3 ter)   In artikel 50 wordt het volgende lid ingevoegd:
“1 bis. Indien een lidstaat bredere inlichtingen aan een derde land verstrekt dan de inlichtingen die worden genoemd in hoofdstukken II en III van deze verordening, mag die lidstaat niet weigeren die inlichtingen te verstrekken aan een andere lidstaat die om samenwerking verzoekt of belang heeft bij het ontvangen ervan.”
Laatst bijgewerkt op: 4 mei 2020Juridische mededeling - Privacybeleid