Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2925(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0230/2019

Ingediende teksten :

B9-0230/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/12/2019 - 13.4

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0099

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 49k
Woensdag 18 december 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Werkzame stoffen, waaronder dimoxystrobin en mancozeb
P9_TA(2019)0099B9-0230/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 18 december 2019 over de ontwerpuitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen benfluralin, dimoxystrobin, fluazinam, flutolanil, mancozeb, mecoprop-P, mepiquat, metiram, oxamyl en pyraclostrobin (D064213/02 – 2019/2925(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de ontwerpuitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen benfluralin, dimoxystrobin, fluazinam, flutolanil, mancozeb, mecoprop-P, mepiquat, metiram, oxamyl en pyraclostrobin (D064213/02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad(1), en met name artikel 17, eerste alinea, en artikel 21,

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen(2),

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(3),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2018 over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende gewasbeschermingsmiddelen(4),

–  gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.  overwegende dat dimoxystrobin op 1 oktober 2006 middels Richtlijn 2006/75/EG van de Commissie(5) in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG(6) van de Raad is opgenomen, en geacht wordt te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009,

B.  overwegende dat sinds 2013 een procedure loopt voor het verlengen van de goedkeuring voor dimoxystrobin onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie(7),

C.  overwegende dat de geldigheidsduur voor de werkzame stof dimoxystrobin, die aanvankelijk op 30 september 2016 zou aflopen, reeds met 16 maanden is verlengd middels Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1136/2013 van de Commissie(8), vervolgens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2018/84 van de Commissie(9), nog eens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1796 van de Commissie(10), en nu nog eens met een jaar middels dit ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie, waarmee de geldigheidsduur zou worden verlengd tot 31 januari 2021;

D.  overwegende dat mancozeb op 1 juli 2006 middels Richtlijn 2005/72/EG van de Commissie(11) in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad is opgenomen, en geacht wordt te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009;

E.  overwegende dat sinds 2013 een procedure loopt voor het verlengen van de goedkeuring voor mancozeb onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie;

F.  overwegende dat de geldigheidsduur voor de werkzame stof mancozeb, die aanvankelijk op 30 juni 2016 zou aflopen, reeds met 19 maanden is verlengd middels Uitvoeringsverordening (EU) nr. 762/2013 van de Commissie(12), vervolgens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2018/84 van de Commissie, nog eens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1796 van de Commissie, en nu nog eens met een jaar middels dit ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie, waarmee de geldigheidsduur zou worden verlengd tot 31 januari 2021;

G.  overwegende dat de Commissie nalaat de redenen voor de verlenging uit te leggen en alleen het volgende stelt: “Aangezien de beoordeling van die stoffen om redenen buiten de wil van de aanvragers is uitgesteld, zal de goedkeuring van die werkzame stoffen waarschijnlijk vervallen voordat een besluit over de verlenging ervan is genomen”;

H.  overwegende dat Verordening (EG) nr. 1107/2009 tot doel heeft een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen, en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de landbouw in de Unie te vrijwaren; overwegende dat de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen zoals zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen bijzondere aandacht verdient;

I.  overwegende dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast, en dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend stoffen mogen bevatten waarvan is aangetoond dat zij een duidelijk voordeel inhouden voor de teelt van planten en waarvan niet wordt verwacht dat zij een schadelijke uitwerking op de gezondheid van mens en dier of onaanvaardbare effecten voor het milieu hebben;

J.  overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat met het oog op de veiligheid de goedkeuringsperiode voor werkzame stoffen in de tijd beperkt moet zijn; overwegende dat de goedkeuringsperiode in verhouding moet staan tot de mogelijke risico's die aan het gebruik van dergelijke stoffen verbonden zijn, maar dat deze evenredigheid hier duidelijk ontbreekt;

K.  overwegende dat de Commissie en de lidstaten de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid hebben om te handelen overeenkomstig het voorzorgsbeginsel wanneer de mogelijkheid van schadelijke effecten voor de gezondheid geïdentificeerd zijn maar er nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat, in concreto door voorlopige risicobeheermaatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen;

L.  overwegende, meer in het bijzonder, dat artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bepaalt dat de Commissie de goedkeuring van een werkzame stof te allen tijde opnieuw kan bekijken, met name wanneer zij in het licht van nieuwe wetenschappelijke en technische kennis meent dat er aanwijzingen zijn dat de stof niet langer voldoet aan de in artikel 4 bepaalde goedkeuringscriteria, en overwegende dat deze herziening kan leiden tot intrekking of wijziging van de goedkeuring;

Hormoonontregelende eigenschappen en toxisch voor de voortplanting categorie 1B

M.  overwegende dat dimoxystrobin in 2015 middels Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 op de “lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen” is geplaatst omdat de acute referentiedosis (ARfD) voor deze werkzame stof significant lager is dan die voor de meeste goedgekeurde werkzame stoffen binnen hun groepen, en omdat het moet worden beschouwd als een stof met hormoonontregelende eigenschappen die schadelijk kunnen zijn voor de mens;

N.  overwegende dat in punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat een werkzame stof slechts kan worden goedgekeurd wanneer hij niet wordt geacht hormoonontregelende eigenschappen te hebben die schadelijk kunnen zijn voor de mens, tenzij de blootstelling van mensen aan die werkzame stof, die beschermstof of die synergist in een gewasbeschermingsmiddel in realistische voorgestelde gebruiksomstandigheden te verwaarlozen is, dat wil zeggen dat het middel wordt gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten en waarbij residuen van de werkzame stof, de beschermstof of de synergist in kwestie in levensmiddelen en diervoeders de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde standaardwaarde niet overschrijden(13);

O.  overwegende dat tijdens de 47e bijeenkomst van het risicobeoordelinsgcomité (RAC) op 27 februari 2019 besloten is mancozeb in te delen als toxisch voor de voortplanting categorie 1B;

P.  overwegende dat in punt 3.6.4 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat een werkzame stof slechts kan worden goedgekeurd wanneer hij niet als giftig voor de voortplanting categorie 1B is ingedeeld, tenzij met bij de aanvraag gevoegde documenten wordt aangetoond dat een werkzame stof nodig is ter bestrijding van een op geen enkele andere manier, ook niet met niet-chemische methoden, te beheersen ernstig fytosanitair gevaar, in welk geval risicobeperkende maatregelen moeten worden genomen teneinde te waarborgen dat de blootstelling daaraan van de mens en het milieu wordt geminimaliseerd;

Q.  overwegende dat blootstelling aan mancozeb in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op de ziekte van Parkinson onder landbouwers en andere personen in plattelandsgebieden in Nederland en Frankrijk(14);

R.  overwegende dat mancozeb een combinatie is van twee andere dithiocarbamaten, te weten maneb en zineb, waarvan het gebruik in de Unie niet meer toegestaan is vanwege de risico’s die zij met zich meebrengen voor mens en milieu;

S.  overwegende dat mancozeb uitermate toxisch is voor in het water levende organismen, dat het vermoeden bestaat dat het schadelijk is voor de menselijke foetus en dat het allergische huidreacties kan veroorzaken;

T.  overwegende dat het onaanvaardbaar is dat stoffen waarvan bekend is dat zij vallen onder de uitsluitingscriteria voor werkzame stoffen die mutageen, kankerverwekkend of giftig voor de voortplanting zijn of een hormoonontregelende werking hebben, die tot doel hebben de gezondheid van mensen en het milieu te beschermen, goedgekeurd blijven voor gebruik in de Unie, met alle risico’s van dien voor de volksgezondheid en het milieu;

U.  overwegende dat aanvragers het in de werkmethoden van de Commissie ingebouwde automatisme van onmiddellijke verlenging van de geldigheidsperioden van werkzame stoffen in gevallen waarin de herziening van de risico’s nog niet afgerond is “gebruiken” door het herzieningsproces opzettelijk te vertragen middels het indienen van onvolledige gegevens en van verzoeken om meer afwijkingen en speciale voorwaarden, hetgeen onaanvaardbare risico’s voor het milieu en de menselijke gezondheid oplevert, aangezien de blootstelling aan de gevaarlijke stof gedurende die periode doorgaat;

V.  overwegende dat het Parlement de Commissie en de lidstaten in zijn resolutie van 13 september 2018 over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen heeft verzocht “ervoor te zorgen dat de procedurele verlenging van de geldigheidsperiode voor de duur van de procedure, overeenkomstig artikel 17 van de verordening, niet zal worden gebruikt voor werkzame stoffen die mutageen, kankerverwekkend en giftig voor de voortplanting zijn en dus opgenomen zijn in categorie 1A of 1B, of voor werkzame stoffen die hormoonontregelende eigenschappen hebben en schadelijk zijn voor mens of dier, zoals momenteel het geval is voor stoffen als flumioxazine, thiacloprid, chlorotoluron en dimoxystrobin”;

W.  overwegende dat het Nederlandse parlement aangegeven heeft bezorgd te zijn over de verlengingen van de geldigheidsduur en ertoe heeft opgeroepen geen verlengingen meer toe te staan voor stoffen waarvan bekend is dat ze een significante bedreiging vormen voor de biodiversiteit, in het bijzonder bijen en hommels, of dat ze kankerverwekkend, mutageen, hormoonontregelend of giftig voor de voortplanting zijn(15);

X.  overwegende dat de openbare raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid op 28 april 2018 is afgesloten; overwegende dat het Nederlandse College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) op basis van de op dit moment beschikbare informatie van de risicobeoordeling van de Unie van oordeel is dat er voldoende gegevens voorhanden zijn om snel een besluit te nemen over het al dan niet verlenging van de geldigheidsduur voor mancozeb(16);

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie het voorzorgsbeginsel niet eerbiedigt;

3.  is van mening dat het besluit om de geldigheidsduur voor dimoxystrobin en mancozeb te verlengen niet in overeenstemming is met de veiligheidscriteria als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009, en niet stoelt op bewijs dat deze stoffen veilig kunnen worden gebruikt, noch op een bewezen hoogdringende noodzaak voor het gebruik van deze werkzame stoffen voor de voedselproductie in de Unie;

4.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsverordening in te trekken en een nieuw ontwerp aan de commissie voor te leggen dat rekening houdt met het wetenschappelijk bewijs betreffende de schadelijke kenmerken van alle stoffen in kwestie, in het bijzonder dimoxystrobin en mancozeb;

5.  verzoekt de Commissie tijdens de volgende vergadering van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorstellen voor te leggen houdende niet-verlenging van de goedkeuringsperiode voor de werkzame stoffen dimoxystrobin en mancozeb;

6.  verzoekt de Commissie uitsluitend ontwerpen van uitvoeringsverordeningen ter verlenging van de goedkeuringsperiode van stoffen in te dienen als het gezien de huidige wetenschappelijke stand van zaken onwaarschijnlijk is dat de Commissie een voorstel houdende niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof in kwestie zal indienen;

7.  verzoekt de Commissie de goedkeuringen voor stoffen waarvan bewezen is of ten aanzien waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat ze niet aan de veiligheidscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voldoen, in te trekken;

8.  verzoekt de lidstaten de goedkeuringen voor werkzame stoffen waarvoor zij de rapporterende lidstaat zijn naar behoren en tijdig te herzien, en ervoor te zorgen dat de huidige vertragingen zo snel mogelijk worden weggewerkt;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18.
(3) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0356.
(5) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(6) Richtlijn 2006/75/EG van de Commissie van 11 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde dimoxystrobin op te nemen als werkzame stof (PB L 248 van 12.9.2006, blz. 3).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1136/2013 van de Commissie van 12 november 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen clothianidin, dimoxystrobin, oxamyl en pethoxamid (PB L 302 van 13.11.2013, blz. 34).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/84 van de Commissie van 19 januari 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, clothianidin, koperverbindingen, dimoxystrobin, mancozeb, mecoprop-P, metiram, oxamyl, pethoxamide, propiconazool, propineb, propyzamide, pyraclostrobine en zoxamide (PB L 16 van 20.1.2018, blz. 8).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1796 van de Commissie van 20 november 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuringen voor de werkzame stoffen amidosulfuron, bifenox, chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, clofentezine, dicamba, difenoconazool, diflubenzuron, diflufenican, dimoxystrobin, fenoxaprop-P, fenpropidin, lenacil, mancozeb, mecoprop-P, metiram, nicosulfuron, oxamyl, picloram, pyraclostrobine, pyriproxyfen en tritosulfuron (PB L 294 van 21.11.2018, blz. 15).
(11) Richtlijn 2005/72/EG van de Commissie van 21 oktober 2005 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, mancozeb, maneb en metiram op te nemen als werkzame stof (PB L 279 van 22.10.2005, blz. 63).
(12) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 762/2013 van de Commissie van 7 augustus 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen chloorpyrifos, chloorpyrifos-methyl, mancozeb, maneb, MCPA, MCPB en metiram (PB L 213 van 8.8.2013, blz. 14).
(13) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
(14) https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/risico-op-ziekte-van-parkinson-bij-blootstelling-aan-landbouwgif, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23713084, https://academic.oup.com/ije/article/47/1/299/4609336.
(15) TK 21501-32, nr. 1176.
(16) TK 27858, nr. 485.

Laatst bijgewerkt op: 4 mei 2020Juridische mededeling - Privacybeleid