Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0356M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0017/2020

Ingediende teksten :

A9-0017/2020

Debatten :

PV 11/02/2020 - 4
CRE 11/02/2020 - 4

Stemmingen :

PV 12/02/2020 - 11.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0027

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 60k
Woensdag 12 februari 2020 - Straatsburg
Vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam (resolutie)
P9_TA(2020)0027A9-0017/2020

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2020 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam (06050/2019 – C9-0023/2019 – 2018/0356M(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (06050/2019),

–  gezien het ontwerp van vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Socialistische Republiek Vietnam (06051/2019),

–  gezien het ontwerp voor een besluit van de Raad, namens de Europese Unie, betreffende de sluiting van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds (05931/2019),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, eerste alinea, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C9-0023/2019),

–  gezien de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds, die op 27 juni 2012 in Brussel is ondertekend en in oktober 2016 in werking is getreden(1),

–  gezien de op 17 oktober 2019 ondertekende kaderovereenkomst inzake deelname, die de deelname van Vietnam aan door de Europese Unie geleide operaties voor de beheersing van burgerlijke en militaire crises zal vereenvoudigen en die duidt op de sterke inzet van beide zijden voor een op regels gebaseerde multilaterale benadering van vrede en veiligheid,

–  gezien het advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 mei 2017 in procedure 2/15(2), waarom de Europese Commissie op 10 juli 2015 had verzocht, overeenkomstig artikel 218, lid 11, VWEU,

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen(3),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld “Handel voor iedereen: naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid”,

–  gezien het besluit van de Raad van 22 december 2009 om bilaterale onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten te voeren met afzonderlijke lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN),

–  gezien de onderhandelingsrichtsnoeren van 23 april 2007 voor een interregionale vrijhandelsovereenkomst met de landen van de ASEAN,

–  gezien zijn resolutie van 9 juni 2016 over Vietnam(4),

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2017 over de vrijheid van meningsuiting in Vietnam, met name de zaak van Nguyen Van Hoa(5),

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2018 over Vietnam, met name de situatie van politieke gevangenen(6),

–  gezien het besluit van de Europese Ombudsman van 26 februari 2016 in zaak 1409/2014/MHZ betreffende de niet-nakoming door de Europese Commissie van de verplichting om vóór de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam een effectbeoordeling uit te voeren(7),

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name Titel V daarvan over het extern optreden van de Unie,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 91, artikel 100, artikel 168, en artikel 207 in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), punt v),

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over kinderarbeid,

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de economische effecten van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam(8),

–  gezien de universele periodieke toetsing van Vietnam van 2019 door de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien de conclusies van zijn informatiebezoek aan Vietnam (28 oktober t/m 1 november 2018) en de door de Commissie in mei 2018 uitgevoerde evaluatie van de vooruitgang van het land bij de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) na de “gele kaart” van de Commissie op 23 oktober 2017,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 12 februari 2020(9) over het ontwerp van besluit,

–  gezien artikel 105, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie visserij,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0017/2020),

A.  overwegende dat Vietnam een strategische partner van de Europese Unie is en dat de EU en Vietnam een gemeenschappelijke agenda hebben, namelijk om groei en werkgelegenheid te stimuleren, het concurrentievermogen te verbeteren, de armoede te bestrijden en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te verwezenlijken, en dat beide partijen sterk gehecht zijn aan open, op regels gebaseerde handel en het multilaterale handelsstelsel;

B.  overwegende dat deze overeenkomst de tweede bilaterale handelsovereenkomst is die wordt gesloten tussen de EU en een lidstaat van de ASEAN, en een belangrijke opstap vormt naar een interregionale vrijhandelsovereenkomst; overwegende dat deze overeenkomst, samen met de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Republiek Singapore waaraan het Parlement op 13 februari 2019 zijn goedkeuring heeft gehecht, tevens als ijkpunt zal dienen voor overeenkomsten waarover de EU momenteel onderhandelt met andere belangrijke economieën van de ASEAN;

C.  overwegende dat volgens voorspellingen 90 % van de toekomstige economische groei buiten Europa en voor een aanzienlijk deel in Azië zal worden gegenereerd;

D.  overwegende dat Vietnam in 2007 is toegetreden tot de WTO en nu een open en op vrijhandel gerichte economie is, zoals blijkt uit de 16 handelsovereenkomsten die Vietnam met 56 landen heeft gesloten;

E.  overwegende dat Vietnam een van de stichters is van het alomvattende en vooruitstrevende trans-Pacifische partnerschap (Comprehensive and Progressive Trans-Pacific Partnership, CPTPP), en partij is bij de onlangs afgeronde onderhandelingen over het regionaal alomvattend economisch partnerschap (Regional Comprehensive Economic Partnership, RCEP);

F.  overwegende dat Vietnam een bloeiende, concurrerende en aangesloten economie is met bijna 100 miljoen burgers, een groeiende middenklasse en een jonge en dynamische beroepsbevolking, ofschoon het land een economie met lagere middeninkomens blijft met specifieke ontwikkelingsproblemen, zoals wordt geïllustreerd door de 116e plaats die Vietnam inneemt in de uit 189 landen bestaande menselijke-ontwikkelingsindex van het UNDP;

G.  overwegende dat Vietnam tevens een van de snelst groeiende landen van de ASEAN is met een gemiddeld groeipercentage van het bbp van ongeveer 6,51 % in de periode 2000-2018; overwegende dat Vietnam in de komende jaren naar verwachting in een vergelijkbaar hoog tempo zal blijven groeien;

H.  overwegende dat de EU momenteel de derde handelspartner van Vietnam is, na China en Zuid-Korea, en haar op een na grootste exportmarkt na de VS; overwegende dat de uitvoer van de EU naar het land in de afgelopen tien jaar jaarlijks met naar schatting gemiddeld 5 tot 7 % is gegroeid; overwegende dat in de economische-effectbeoordeling van de Commissie wordt voorspeld dat de export van EU-bedrijven tegen 2035 met 8 miljard EUR zal groeien en dat wordt verwacht dat de Vietnamese export naar de EU met 15 miljard EUR zal toenemen; overwegende dat het belangrijk is de mogelijkheden die deze overeenkomst biedt, optimaal en op een zo inclusief mogelijke manier te benutten voor het bedrijfsleven en met name kmo’s;

I.  overwegende dat de Raad heeft benadrukt dat het in het belang van de EU is om, bij de uitvoering van de Agenda 2030 op coherente, alomvattende en doeltreffende wijze, een voortrekkersrol te blijven spelen, aangezien dit een overkoepelende prioriteit voor de EU is, ten behoeve van haar burgers en om haar geloofwaardigheid binnen en buiten Europa te behouden; overwegende dat verkozen voorzitter Von der Leyen in haar opdrachtbrief aan alle kandidaat-commissarissen erop heeft aangedrongen dat alle commissarissen op hun beleidsterreinen zorgen voor de verwezenlijking van de VN‑doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;

J.  overwegende dat Vietnam nog steeds kampt met uitdagingen op het gebied van duurzame ontwikkeling, mensen-, politieke en burgerrechten, met name wat betreft de situatie van minderheden, fundamentele vrijheden, de vrijheid van godsdienst en de persvrijheid, de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen (bijv. zand, visbestanden en hout), afvalbeheer en verontreiniging; overwegende dat de EU en Vietnam nog altijd uiteenlopende standpunten hebben over de aanbevelingen van internationale mensenrechtenorganen over Vietnam en over de uitvoering van deze aanbevelingen, bijvoorbeeld die in verband met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR); overwegende dat dwangarbeid onder gevangenen een punt van zorg blijft in Vietnam;

K.  overwegende dat Vietnam ondanks de in 1986 geïnitieerde economische en politieke hervormingen nog steeds een eenpartijstaat is die fundamentele vrijheden zoals de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en de persvrijheid niet erkent; overwegende dat het repressieve karakter van het regime en de ernstige en stelselmatige mensenrechtenschendingen in Vietnam door de Europese Dienst voor extern optreden zijn gedocumenteerd in het EU-jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld voor 2018, waarin met name wordt gewezen op het stijgende aantal politieke gevangenen in het land;

L.  overwegende dat de Vietnamese regering in de resolutie van het Parlement van 15 november 2018 ertoe werd opgeroepen “alle repressieve wetten in te trekken, te herzien of te wijzigen, met name het wetboek van strafrecht”; overwegende dat Vietnam geen gehoor heeft gegeven aan deze oproep; overwegende dat Vietnam geen van de bij de laatste universele periodieke toetsing (in maart 2019) gedane aanbevelingen om onrechtmatige bepalingen van het strafrecht te wijzigen of in te trekken, heeft geaccepteerd;

M.  overwegende dat in de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam wordt erkend dat het belangrijk is het behoud en het duurzame beheer van de levende mariene rijkdommen en ecosystemen te waarborgen en tegelijk duurzame aquacultuur te bevorderen, en dat op grond van artikel 13.9 van deze overeenkomst wordt voorzien in samenwerking in de strijd tegen IOO-visserij;

N.  overwegende dat bepaalde producten op basis van vis, zoals producten onder de tariefposten 1604 14 21 en 1604 14 26, niet in een vrijstellingsregeling in de vrijhandelsovereenkomst zijn opgenomen, omdat dit voor de Europese Unie gevoelige producten zijn;

O.  overwegende dat wordt erkend dat IOO‑visserij een georganiseerde misdaad op zee is, met rampzalige sociaal-economische en milieugevolgen wereldwijd en oneerlijke concurrentie voor de Europese visserijsector tot gevolg;

P.  overwegende dat Vietnam de op drie na grootste producent van vis ter wereld is, gevolgd door de Europese Unie, en de op drie na grootste producent van aquacultuurproducten;

Q.  overwegende dat de EU wereldwijd de grootste handelaar is in visserij- en aquacultuurproducten (in waarde) en in 2017 een handelsvolume van meer dan 2,3 miljard EUR heeft gegenereerd; overwegende dat de EU meer dan 65 % van de visproducten die zij verbruikt, invoert, en zij tot de grootste buitenlandse investeerders in Vietnam behoort;

R.  overwegende dat Vietnam tot nu toe één product met een geografische aanduiding (GA) – Phú Quốc, een soort vissaus – met een oorsprongsbenaming (BOB) heeft beschermd in het kader van de kwaliteitsregelingen van de EU; overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst voorziet in de bescherming van 169 Europese GA’s voor wijnen, gedistilleerde dranken en levensmiddelen in Vietnam en de wederzijdse bescherming van 39 Vietnamese GA’s in de EU;

S.  overwegende dat Vietnam een markt van 95 miljoen mensen is, met een reeds lang bestaande traditie op het vlak van de consumptie van vis- en aquacultuurproducten, en de op één na grootste handelspartner van de EU is in de ASEAN-regio; overwegende dat de visserijsector voor Europese kleine en middelgrote ondernemingen een sterk groeipotentieel en aanzienlijke voordelen kan opleveren; overwegende dat deze sector van vitaal belang is voor de Europese welvaart en innovatie;

1.  onderstreept het feit dat de vrijhandelsovereenkomst EU-Vietnam de meest moderne, uitgebreide en ambitieuze vrijhandelsovereenkomst is die de EU ooit met een ontwikkelingsland heeft gesloten en als referentie zou moeten dienen voor de samenwerking van de EU met ontwikkelingslanden en in het bijzonder met de ASEAN-regio; herinnert eraan dat Vietnam na de inwerkingtreding van de vrijhandelsovereenkomst gedurende een overgangsperiode van twee jaar begunstigde van het SAP zal blijven;

2.  merkt op dat de onderhandelingen in juni 2012 zijn begonnen en in december 2015 na 14 onderhandelingsronden werden afgerond, en betreurt de daaropvolgende vertragingen bij de ondertekening en ratificatie van de overeenkomst, met name de vertraging van de Raad om het Parlement tijdig voor de Europese verkiezingen te vragen om goedkeuring;

3.  onderstreept het economisch en strategisch belang van deze overeenkomst, aangezien de EU en Vietnam gemeenschappelijke doelen delen: de groei en werkgelegenheid stimuleren, het concurrentievermogen verbeteren, de armoede bestrijden, het op regels gebaseerde handelsstelsel schragen, de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling verwezenlijken en de rechten van werknemers en de fundamentele vrijheden ondersteunen; benadrukt de geopolitieke aspecten waardoor de EU-partners in het Verre Oosten belangrijke samenwerkingspartners zijn in een complexe lokale geo-economische context;

4.  merkt op dat in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de Unie zich bij haar internationaal optreden moet laten leiden door de beginselen van democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de VN en het internationaal recht; benadrukt dat het beginsel van samenhang van het beleid met de ontwikkelingsdoelstellingen in acht moet worden genomen, overeenkomstig artikel 208 VWEU;

5.  onderstreept hoe belangrijk de overeenkomst is voor het concurrentievermogen van EU‑bedrijven in de regio; merkt op dat Europese ondernemingen steeds meer concurrentie krijgen van landen waarmee Vietnam reeds vrijhandelsovereenkomsten heeft gesloten, met name het alomvattende en vooruitstrevende trans-Pacifische partnerschap (CPTPP);

6.  hoopt dat de overeenkomst, samen met de vrijhandelsovereenkomst EU-Singapore, een verdere stap is in de richting van strenge normen en regels in de ASEAN-regio, en het pad zal effenen voor een toekomstige interregionale handels- en investeringsovereenkomst; onderstreept dat de overeenkomst ook een sterk signaal ten gunste van vrije, eerlijke en wederzijdse handel doet uitgaan, nu het protectionisme in opmars is en het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel zwaar onder druk staat; onderstreept dat de overeenkomst de EU helpt om haar positie in de ASEAN-regio te versterken, gezien de recente sluiting van het regionaal alomvattend economisch partnerschap (RCEP) en de inwerkingtreding van het alomvattende en vooruitstrevende trans-Pacifische partnerschap (CPTPP); onderstreept tevens dat de overeenkomst de EU in staat stelt haar normen en waarden in de regio te bevorderen; herhaalt zijn volledige steun voor het multilateralisme en het belang van een duurzame en ambitieuze hervorming van de WTO die kan zorgen voor een op regels gebaseerde internationale handel;

7.  benadrukt dat met de overeenkomst meer dan 99 % van alle heffingen zullen verdwijnen(10); merkt op dat Vietnam bij de inwerkingtreding 65 % van de invoerrechten op de uitvoer van de EU zal schrappen, terwijl de rest van de heffingen over een periode van tien jaar geleidelijk zal worden afgebouwd; merkt tevens op dat de EU bij de inwerkingtreding 71 % van haar invoer rechtenvrij zal maken en dat na zeven jaar 99 % van de invoer rechtenvrij zal zijn; wijst erop dat de overeenkomst ook specifieke bepalingen zal bevatten over niet-tarifaire belemmeringen voor uitvoer uit de EU, die vaak een aanzienlijke horde voor kmo’s vormen; meent dat de vrijhandelsovereenkomst kan helpen om het handelstekort van de EU met Vietnam aan te pakken en het groeipotentieel van het ASEAN-land in de komende jaren te benutten;

8.  benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor doeltreffende en strikte controles, onder andere door een versterkte douanesamenwerking in Europa, om te voorkomen dat de overeenkomst een doorvoerroute voor goederen uit andere landen naar het Europees grondgebied wordt;

9.  wijst erop dat deze overeenkomst een verbeterde toegang biedt tot Vietnamese overheidsopdrachten, in overeenstemming met de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, aangezien Vietnam nog geen partij is bij die overeenkomst; wijst erop dat het hoofdstuk inzake overheidsopdrachten van de vrijhandelsovereenkomst wordt gekenmerkt door een mate van transparantie en eerlijke procedures die vergelijkbaar is met andere vrijhandelsovereenkomsten die de EU met ontwikkelde landen en geavanceerde ontwikkelingslanden heeft ondertekend; onderstreept dat de overeenkomst de binnenlandse aanbestedingsregels noch de manoeuvreerruimte bij aanbestedingen mag beperken als het gaat om het vaststellen van eisen aan de te leveren goederen en diensten en eisen aan bijvoorbeeld het milieu en de arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden;

10.  is verheugd over het feit dat de bepalingen in de vrijhandelsovereenkomst met betrekking tot de oorsprongsregels aansluiten op de EU-aanpak en dat hun belangrijkste kenmerken gelijk zijn aan die van het SAP van de EU en van de vrijhandelsovereenkomst EU-Singapore; verzoekt de Commissie om toe te zien op de juiste en getrouwe uitvoering van deze regels, met speciale aandacht voor de nationale invulling, en om doortastender op te treden tegen elke vorm van manipulatie en misbruik, zoals het herverpakken van producten uit derde landen;

11.  merkt op dat Vietnam dan niet langer kan voldoen aan de oorsprongsregels door cumulatie toe te passen uit andere SAP-begunstigde handelspartners in de regio; benadrukt dat oorsprongsregels in vrijhandelsovereenkomsten bestaande waardeketens niet onnodig mogen doorbreken, met name ten aanzien van landen die momenteel profiteren van de SAP-, de SAP+- of de EBA-regeling;

12.  onderstreept het feit dat circa 169 geografische aanduidingen van de EU op de Vietnamese markt zullen worden erkend en beschermd op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de EU-wetgeving, in het licht van het feit dat Vietnam een belangrijke markt in Azië is voor de EU-uitvoer van voedsel en drank; is van oordeel dat deze lijst in de nabije toekomst moet worden verlengd; benadrukt bovendien dat bepaalde EU‑landbouwsectoren, zoals de rijstteelt, negatieve gevolgen kunnen ondervinden van de bepalingen van de vrijhandelsovereenkomst; verzoekt de Commissie in dit verband om voortdurend toe te zien op de invoer van deze gevoelige producten en om de bepalingen van de vrijwaringsverordening volledig te benutten steeds wanneer aan de juridische en economische vereisten wordt voldaan, om eventuele negatieve gevolgen voor de EU‑landbouwsectoren als direct gevolg van de inwerkingtreding van de vrijhandelsovereenkomst te voorkomen;

13.  is ingenomen met het sterke SPS-hoofdstuk, waarmee één transparante procedure wordt opgezet voor de goedkeuring van de uitvoer van EU-levensmiddelen naar Vietnam om de goedkeuring van EU-uitvoeraanvragen te versnellen en discriminatie te voorkomen; complimenteert Vietnam met de toezegging om dezelfde invoervereisten toe te passen op soortgelijke producten die uit de EU-lidstaten afkomstig zijn;

14.  herinnert eraan dat Vietnam wat diensten betreft met deze overeenkomst verder gaat dan zijn WTO-verplichtingen, een aanzienlijk betere toegang verleent tot een aantal subsectoren van het bedrijfsleven en toegang biedt tot nieuwe markten zoals verpakkingsdiensten, diensten in verband met handelsbeurzen en exposities en diensten voor verhuur en leasing; onderstreept dat Vietnam voor het eerst grensoverschrijdende diensten voor hoger onderwijs heeft opengesteld; is ingenomen met het gebruik van een positieve lijst in het dienstenoverzicht;

15.  herinnert eraan dat een snelle ratificatie van de vrijhandelsovereenkomst Vietnam kan helpen voortgang te boeken bij het verbeteren van de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, en de hoogste productienormen en de beste kwaliteit voor de consument kan garanderen; onderstreept dat Vietnam zal toetreden tot de internetverdragen van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO), waarin normen worden vastgesteld om ongeoorloofde onlinetoegang tot of ongeoorloofd gebruik van creatief werk te voorkomen, de rechten van eigenaars te beschermen, en de uitdagingen die nieuwe technologieën en communicatiemethoden vormen voor intellectuele-eigendomsrechten het hoofd te bieden; onderstreept het strategisch belang van het vermogen om normen vast te stellen in een regio waarin steeds meer sprake is van ontkoppeling op het gebied van normen en standaarden; herhaalt dat het ontbreken van krachtige regelgevingskaders een race naar de bodem en negatieve concurrentie ten aanzien van belangrijke wettelijke bepalingen in de hand kan werken; wijst erop dat het bevorderen van toegang tot medicijnen een essentiële pijler van het EU‑beleid vormt en dat de bepalingen van de overeenkomst die betrekking hebben op de intellectuele-eigendomsrechten ten aanzien van farmaceutische producten speciaal worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau, het huidige regelgevingskader en de volksgezondheidskwesties in Vietnam;

16.  betreurt het feit dat de overeenkomst geen specifiek kmo-hoofdstuk bevat, maar merkt op dat in verschillende delen van de overeenkomst wel verschillende bepalingen inzake kmo’s zijn opgenomen; benadrukt dat de uitvoeringsfase cruciaal zal zijn voor de invoering van een actieplan om kmo’s te helpen de door de overeenkomst geboden kansen te benutten, te beginnen met het vergroten van de transparantie en het verspreiden van alle desbetreffende informatie, aangezien deze sector van de economie van cruciaal belang is voor de welvaart en innovatie in Europa; meent dat de Commissie de mogelijkheid om een kmo‑hoofdstuk op te nemen dient te verkennen bij een eventuele herziening van de overeenkomst;

17.  is ingenomen met de bepalingen inzake samenwerking op het gebied van dierenwelzijn, met inbegrip van technische bijstand en capaciteitsopbouw voor de ontwikkeling van hoge dierenwelzijnsnormen, en verzoekt de partijen deze ten volle te benutten; dringt er bij de partijen op aan zo snel mogelijk een actieplan voor samenwerking op het gebied van dierenwelzijn te ontwikkelen, met inbegrip van een programma voor opleiding, capaciteitsopbouw en bijstand in het kader van de overeenkomst om het dierenwelzijn te waarborgen op het moment van het doden en dieren beter te beschermen op landbouwbedrijven en tijdens transport in Vietnam;

18.  onderstreept dat de overeenkomst duidelijk het recht van de EU vermeldt om haar eigen normen toe te passen op alle goederen en diensten die in de Unie worden verkocht, en het voorzorgsbeginsel van de EU in herinnering brengt; onderstreept dat de hoge normen van de EU, inclusief in nationale wetten, voorschriften en collectieve overeenkomsten, nooit als handelsbelemmeringen mogen worden beschouwd;

19.  betreurt het feit dat de overeenkomst geen bepaling over grensoverschrijdende gegevensdoorgifte bevat; overwegende dat een dergelijke bepaling, die het EU-recht inzake gegevensbescherming en de bescherming van de privacy eerbiedigt, moet worden geïntroduceerd bij een toekomstige herziening van de overeenkomst en dat het resultaat daarvan ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het Parlement; merkt in dit verband op dat de algemene verordening gegevensbescherming volledig verenigbaar is met de algemene uitzonderingen krachtens de GATS-overeenkomst;

20.  wijst erop dat de vrijhandelsovereenkomst een uitgebreid en afdwingbaar hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling omvat waarin arbeids- en milieuvraagstukken aan bod komen en dat gebaseerd is op algemeen aanvaarde multilaterale verdragen en normen; wijst erop dat de afdwingbaarheid van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling aanzienlijk kan worden verbeterd, in de eerste plaats middels het overwegen, onder diverse nalevingsmethoden, van een op sancties gebaseerd mechanisme als laatste redmiddel, en in de tweede plaats middels de hervorming van het systeem van interne adviesgroepen waarop het Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen en dat tevens wordt vermeld in de opdrachtbrief voor de nieuwe commissaris voor handel van de EU; onderstreept dat het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling bedoeld is om een bijdrage te leveren aan de bredere beleidsdoelstellingen van de EU, met name inclusieve groei, de strijd tegen de klimaatverandering, de bevordering van de mensenrechten waaronder de rechten van werknemers, en meer in het algemeen het handhaven van de waarden van de EU; onderstreept dat de overeenkomst tevens een instrument is voor de ontwikkeling en sociale vooruitgang in Vietnam ter ondersteuning van de inspanningen van het land om de arbeidsrechten te verbeteren en de bescherming op het werk en de milieubescherming te versterken; dringt aan op de snelle oprichting en inzetbaarheid van brede en onafhankelijke interne adviesgroepen, en doet een beroep op de Commissie om intensief met de Vietnamese autoriteiten samen te werken en hun de nodige ondersteuning te bieden; verzoekt het gemengd comité om onmiddellijk werk te maken van een sterkere handhaving van de bepalingen inzake handel en duurzame ontwikkeling;

21.  roept op tot de oprichting van een gemengd comité van de Vietnamese nationale vergadering en het Europees Parlement om de maatregelen uit het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling en de uitvoering van de overeenkomst als geheel beter te coördineren en te evalueren; is ingenomen met het positieve standpunt van de voorzitter van de nationale vergadering van Vietnam over deze oproep tot actie en dringt aan op de spoedige sluiting van een memorandum van overeenstemming tussen de twee parlementen;

22.  is ingenomen met de concrete stappen die de Vietnamese regering tot dusver heeft ondernomen, onder meer een wijziging van de arbeidswetgeving en de wettelijke voorschriften inzake de minimumleeftijd voor arbeid met als doel kinderarbeid af te schaffen, en toezeggingen op het gebied van niet-discriminatie en gendergelijkheid op het werk; verwacht dat deze nieuwe wetgeving wordt vervolledigd door uitvoeringsbesluiten en dat zij door de Vietnamese autoriteiten zo snel mogelijk volledig wordt nageleefd;

23.  erkent de teruggang van kinderarbeid in Vietnam in de afgelopen jaren en herinnert eraan dat Vietnam het eerste Aziatische land en het tweede land in de wereld is dat het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind heeft geratificeerd; doet voorts een beroep op de Vietnamese regering om een ambitieuze routekaart te presenteren voor de uitroeiing van kinderarbeid tegen 2025, en om dwangarbeid, slavernij en mensenhandel tegen 2030 af te schaffen; kijkt uit naar de tijdige evaluatie door de IAO voorafgaand aan de ratificatie van de overeenkomst; verzoekt de EU en Vietnam om samen een actieplan ter bestrijding van kinderarbeid te ontwikkelen, geflankeerd door de beschikbare EU-programma’s, en daarin de noodzakelijke zorgvuldigheidsverplichtingen voor bedrijven op te nemen;

24.  onderstreept echter dat er, ondanks de geboekte vooruitgang, nog belangrijke problemen bestaan, dringt er bij de Vietnamese autoriteiten op aan zich meer in te zetten voor een progressieve agenda inzake werknemersrechten aan de hand van concrete maatregelen, en is in dit verband ingenomen met de aanneming van het hervormde arbeidswetboek op 20 november 2019; is tevens ingenomen met de ratificatie van het fundamentele IAO-verdrag 98 (collectieve arbeidsonderhandelingen) op 14 juni 2019 en de toezegging van de Vietnamese regering om de twee resterende fundamentele verdragen te ratificeren, te weten verdrag 105 (afschaffing van dwangarbeid) in 2020 en verdrag 87 (vrijheid van vereniging) in 2023, en doet een beroep op de Vietnamese autoriteiten om een geloofwaardige routekaart voor de ratificatie ervan over te leggen; benadrukt de centrale rol die uitvoeringsbesluiten spelen bij de uitvoering van het herziene arbeidswetboek en de geratificeerde IAO-verdragen, en onderstreept derhalve dat de beginselen van de IAO-verdragen 105 en 87 moeten worden opgenomen in de uitvoeringsbesluiten bij het herziene arbeidswetboek; onderstreept zijn bereidheid om een actieve dialoog over dit onderwerp aan te gaan; verzoekt de Vietnamese regering de EU voortdurend op de hoogte te houden van de vooruitgang ten aanzien van de ratificatie en de uitvoering van deze resterende verdragen; wijst op de betekenis van deze toezeggingen, die echte positieve ontwikkelingen markeren in dit ontwikkelingsland, en benadrukt dat het van essentieel belang is dat de bepalingen inzake mensenrechten, IAO‑verdragen en milieubescherming daadwerkelijk worden uitgevoerd; benadrukt dat specifieke criteria in de uitvoeringswetgeving, zoals drempels en registratievereisten, onafhankelijke organisaties in feite niet eraan mogen hinderen de concurrentie aan te gaan met door de staat geleide organisaties; onderstreept tevens dat het strafrecht moet worden afgestemd op de desbetreffende IAO‑verdragen; onderstreept dat de verplichtingen van Vietnam uit hoofde van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het onlangs herziene arbeidswetboek moeten worden toegepast op een wijze die de uitoefening van vrijheden in de praktijk niet verhindert, met name ten aanzien van de vrijheid van vereniging van onafhankelijke vakbonden; is ingenomen met de voorwaarden die de EU aan de ratificatie stelt;

25.   is ingenomen met de beoogde samenwerking met betrekking tot de handelsaspecten van de IAO-agenda voor waardig werk, met name de koppeling tussen handel en volwaardige, productieve arbeid voor iedereen, onder wie jongeren, vrouwen en personen met een handicap; roept op tot een spoedige en betekenisvolle start van deze samenwerking;

26.  merkt op dat Vietnam behoort tot de landen die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen van de klimaatverandering, met name extreme weersomstandigheden zoals stormen en overstromingen; dringt er bij de Vietnamese regering op aan doeltreffende aanpassingsmaatregelen in te voeren en te zorgen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de wetgeving ter bescherming van het milieu en de biodiversiteit;

27.  is verheugd over de toezegging om de multilaterale milieuovereenkomsten, zoals de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en om te streven naar de instandhouding en het duurzaam beheer van de wilde fauna en flora, biodiversiteit en bossen; overwegende dat Vietnam een van de actiefste landen in de ASEAN-regio is dat zijn inzet voor de Overeenkomst van Parijs toont; onderstreept dat een spoedige ratificatie van de vrijhandelsovereenkomst en de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst van Parijs zullen bijdragen aan de totstandbrenging van de hoogst mogelijke milieubeschermingsnormen in de regio;

28.  vestigt de aandacht op het strategisch belang van Vietnam als cruciale partner van de EU in Zuidoost-Azië en te midden van de ASEAN-landen, specifiek, maar niet uitsluitend, in verband met de onderhandelingen op het gebied van klimaatverandering, goed bestuur, duurzame ontwikkeling, economische en maatschappelijke vooruitgang en terrorismebestrijding; beklemtoont dat Vietnam een partner moet worden bij de bevordering van de mensenrechten en democratische hervormingen; merkt op dat Vietnam in 2020 het voorzitterschap van de ASEAN bekleedt; benadrukt dat het van belang is dat de EU en Vietnam de Overeenkomst van Parijs volledig naleven en uitvoeren;

29.  is ingenomen met de op 17 oktober 2019 ondertekende overeenkomst tussen de EU en de regering van Vietnam tot vaststelling van een kader voor de deelname van Vietnam aan de crisisbeheersingsoperaties van de EU; onderstreept dat Vietnam het tweede partnerland in Azië is dat een deelnamekaderovereenkomst met de EU heeft ondertekend; benadrukt dat de overeenkomst een belangrijke stap voorwaarts is in de betrekkingen tussen de EU en Vietnam;

30.  herinnert eraan dat de overeenkomst voorziet in specifieke maatregelen voor de bestrijding van IOO‑visserij en de bevordering van een duurzame en verantwoordelijke visserijsector, inclusief aquacultuur; erkent in dit verband de verplichting van Vietnam om de IOO‑visserij aan te pakken, omdat het een volwaardig lidmaatschap van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) heeft aangevraagd, omdat het officieel is toegetreden tot de Overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen, omdat het in 2017 de herziene visserijwetgeving heeft goedgekeurd waarin rekening wordt gehouden met internationale en regionale verplichtingen, overeenkomsten, en aanbevelingen van de Commissie, en omdat het een nationaal actieplan voor de bestrijding van IOO‑visserij uitvoert;

31.  erkent evenwel het feit dat de Vietnamese autoriteiten nog steeds voor enorme uitdagingen staan met betrekking tot de overcapaciteit van ‘s lands sterk versnipperde vissersvloot en de overexploitatie van de mariene rijkdommen, en merkt op dat Vietnam de gele kaart heeft gekregen, maar ook reeds maatregelen heeft genomen om de situatie te verbeteren; roept op tot verdere actie in lijn met de bevindingen van de onderzoeksmissie van november 2019 en tot ononderbroken toezicht op en nauwgezette controles van de inspanningen van Vietnam om ervoor te zorgen dat het land vooruitgang blijft boeken bij de bestrijding van IOO‑visserij en om de volledige traceerbaarheid te waarborgen van visserijproducten die op de EU‑markt worden gebracht teneinde illegale invoer uit te sluiten; herinnert eraan dat de intrekking van de gele kaart afhankelijk moet zijn van de volledige en doeltreffende uitvoering van alle aanbevelingen die in 2017 door de EU zijn geformuleerd; verzoekt de Commissie om in toekomstige overeenkomsten te voorzien in vrijwaringsmaatregelen voor visserijproducten, zoals de mogelijkheid om preferentiële tarieven op te schorten totdat de gele kaart voor IOO-visserij is opgeheven;

32.  erkent de verbintenis van Vietnam om de illegale houtkap en ontbossing aan te pakken middels het sluiten van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Flegt-VPA) met de EU; wijst erop dat deze overeenkomst sedert 1 juni 2019 van kracht is en bindende zorgvuldigheidsverplichtingen voor de importeurs omvat; is verheugd over de open en constructieve deelneming van alle belanghebbenden in Vietnam aan dit proces;

33.  onderstreept het essentiële belang van het daadwerkelijk uitvoeren van alle bepalingen en hoofdstukken van de overeenkomst, van markttoegang tot duurzame ontwikkeling en de naleving van alle verbintenissen; vindt dat alle bepalingen inzake handel en duurzame ontwikkeling zodanig moeten worden geïnterpreteerd dat zij wettelijke verplichtingen uit hoofde van internationaal recht en de vrijhandelsovereenkomst met zich meebrengen; onderstreept in dit verband de nieuwe functie van gevolmachtigde voor de naleving van het handelsbeleid die rechtstreeks onder de commissaris voor handel ressorteert, en de verbintenis van de Commissie internationale handel van het Parlement om actief toe te zien op de uitvoering van de toezeggingen in het kader van de vrijhandelsovereenkomst; onderstreept bovendien dat Europese bedrijven en met name kmo’s moeten worden aangemoedigd om de voordelen van de overeenkomst maximaal te benutten en dat eventuele hindernissen bij de uitvoering onmiddellijk moeten worden weggenomen;

34.  benadrukt dat de inwerkingtreding van de overeenkomst de voorwaarden zal scheppen voor een omvangrijke en vruchtbare samenwerking tussen beide partijen met het oog op de daadwerkelijke uitvoering van de bepalingen inzake duurzame ontwikkeling die verbetering teweeg kan brengen in de politieke en mensenrechtensituatie in het land; onderstreept dat de goede uitvoering van de vrijhandelsovereenkomst Vietnam kan helpen om te voldoen aan de Europese normen op het gebied van milieu, mensenrechten, goed bestuur en maatschappelijk verantwoord ondernemen; is in dit verband verheugd over de toezegging van Vietnam om met een nationaal uitvoeringsplan te komen voor de naleving van de bepalingen van de vrijhandelsovereenkomst;

35.  herinnert aan de ervaringen uit het verleden, die laten zien dat de correcte uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten en de aanwezigheid van EU-bedrijven ter plaatse kunnen leiden tot verbeteringen op het gebied van de mensenrechten, maatschappelijk verantwoord ondernemen en de milieunormen; verzoekt Europese bedrijven om een belangrijke rol te blijven spelen bij het overbruggen van normen en goede praktijken om via de vrijhandelsovereenkomst het meest geschikte, duurzame ondernemingsklimaat In Vietnam tot stand te brengen;

36.  dringt aan op een zeer gedetailleerd en streng toezicht op de overeenkomst en de verplichtingen om ervoor te zorgen dat lacunes snel met onze handelspartner worden aangepakt; dringt erop aan dat de EU de nodige maatregelen inzake capaciteitsopbouw steunt en dat specifieke technische bijstand wordt verleend om Vietnam te helpen zijn verplichtingen na te komen middels projecten en expertise, met name in verband met bepalingen inzake milieu en arbeid; herinnert de Commissie aan haar verplichtingen inzake verslaglegging aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de vrijhandelsovereenkomst;

37.  benadrukt dat de betrokkenheid van het onafhankelijk maatschappelijk middenveld en de sociale partners bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst van cruciaal belang is, en pleit ervoor na de inwerkingtreding van de overeenkomst interne adviesgroepen voor te bereiden en snel op te richten, alsmede te zorgen voor een brede en evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke, vrije en diverse maatschappelijke organisaties in deze groepen, met inbegrip van onafhankelijke Vietnamese organisaties op het gebied van arbeidsrechten en milieubescherming en mensenrechtenactivisten; ondersteunt de inspanningen van maatschappelijke organisaties in Vietnam om in dit verband voorstellen te ontwikkelen en zal steun verlenen aan inspanningen met het oog op capaciteitsopbouw;

38.  herinnert eraan dat de betrekkingen tussen de EU en Vietnam gestoeld zijn op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, die niet-economische gebieden omvat, zoals politieke dialoog, de mensenrechten, onderwijs, wetenschap en technologie, justitie, en asiel en migratie;

39.  erkent het institutionele en juridische verband tussen de vrijhandelsovereenkomst en de PSO waarmee ervoor wordt gezorgd dat de mensenrechten de kern van de betrekkingen tussen de EU en Vietnam worden; onderstreept dat waarlijk positieve tendensen ten aanzien van de mensenrechten van belang zijn voor de spoedige ratificatie van deze overeenkomst, en doet een beroep op de Vietnamese autoriteiten om, als positief signaal van hun engagement, concrete maatregelen te nemen ter verbetering van de situatie; herinnert aan zijn verzoek van 15 november 2018, met name met betrekking tot de hervorming van het strafrecht, de doodstraf, politieke gevangenen en fundamentele vrijheden; dringt er bij de partijen op aan de overeenkomsten volledig te benutten om de dringende mensenrechtensituatie in Vietnam te verbeteren en onderstreept het belang van een ambitieuze mensenrechtendialoog tussen de EU en Vietnam; wijst erop dat artikel 1 van de PSO een standaardclausule met betrekking tot de mensenrechten omvat waarmee passende maatregelen op gang kunnen worden gebracht, met inbegrip van de onmiddellijke (gedeeltelijke) opschorting van de PSO, en indirect van de vrijhandelsovereenkomst, als laatste redmiddel;

40.  betreurt het feit dat de Commissie heeft verzuimd om de vrijhandelsovereenkomst te onderwerpen aan een alomvattende effectbeoordeling inzake de mensenrechten; verzoekt de Commissie een dergelijke beoordeling uit te voeren; verzoekt de Commissie de mensenrechten systematisch op te nemen in haar effectbeoordelingen, telkens wanneer deze worden uitgevoerd, ook voor handelsovereenkomsten die een aanzienlijke economische, sociale en ecologische impact hebben; wijst erop dat de Commissie zich bovendien ertoe heeft verbonden achteraf een economische, sociale en milieueffectbeoordeling uit te voeren;

41.  verzoekt de EU en Vietnam een onafhankelijk mechanisme voor toezicht op de mensenrechten en een onafhankelijk klachtenmechanisme in het leven te roepen die getroffen burgers en lokale belanghebbenden van een doeltreffend rechtsinstrument voorzien, alsook van een hulpmiddel om de mogelijke schadelijke gevolgen van de vrijhandelsovereenkomst voor de mensenrechten aan te pakken, met name aan de hand van het mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen staten in het kader van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling;

42.  is bezorgd over de uitvoering van de nieuwe wet op de cyberbeveiliging, met name ten aanzien van de vereisten inzake lokalisatie en openbaarmaking, onlinetoezicht en ‑controle en de maatregelen ter bescherming van persoonsgegevens die niet verenigbaar zijn met de op waarden gebaseerde vrijhandelsagenda; is ingenomen met de bereidheid om een intensieve dialoog aan te gaan, waaronder de toezegging van de voorzitter van de nationale vergadering van Vietnam om beide parlementen te betrekken bij de bespreking van en de beraadslagingen over de uitvoeringsbesluiten; doet bovendien een beroep op de Vietnamese autoriteiten om concrete maatregelen te treffen en is ingenomen met de bijstand van de EU in dit verband;

43.  herinnert eraan dat in artikel 8 VWEU is bepaald dat de Unie “bij elk optreden [ernaar streeft] de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen”; is ingenomen met het feit dat zowel Vietnam als de EU de WTO-verklaring van Buenos Aires inzake vrouwen en handel hebben ondertekend en verzoekt de partijen de verplichtingen inzake gender en handel in de overeenkomst te versterken; dringt erop aan de voorwaarden voor vrouwen te verbeteren, opdat zij van deze verklaring kunnen profiteren, mede via capaciteitsopbouw voor vrouwen op het werk en in het bedrijfsleven, het bevorderen van de vertegenwoordiging van vrouwen in besluitvorming en leidinggevende posities, en het verbeteren van hun toegang tot en participatie en leiderschap in wetenschap, technologie en innovatie; herinnert aan de toezegging van de Commissie om hoofdstukken over gender op te nemen in toekomstige handelsovereenkomsten van de EU, ook die welke na de sluiting van deze overeenkomst worden bereikt; doet een beroep op de EU en Vietnam om toe te zeggen de uitvoering van de overeenkomst te evalueren en een specifiek hoofdstuk over gender en handel op te nemen bij een toekomstige herziening ervan;

44.  eist de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en leden van het maatschappelijk middenveld zoals bloggers en onafhankelijke vakbondslieden die momenteel gevangen zitten of zijn veroordeeld, met name degenen die worden genoemd in de resoluties van het Parlement van 14 december 2017 en 15 november 2018;

45.  verzoekt de Commissie en de EDEO formeel verslag uit te brengen aan het Parlement over de toezegging van Vietnam om vooruitgang te boeken met betrekking tot een reeks mensenrechtenkwesties, zoals aangehaald in de resolutie van het Parlement van 17 december 2015(11);

46.  benadrukt dat de overeenkomst op vele terreinen al heeft geleid tot veranderingen aan de hand van dialoog en ziet de overeenkomst als de basis voor verdere verbeteringen voor de bevolking door middel van dialoog;

47.  is ingenomen met de overeenkomst, die nieuwe mogelijkheden zal creëren voor vrije en eerlijke handel tussen de EU en Vietnam; is van mening dat de goedkeuring van het Europees Parlement gerechtvaardigd is, aangezien Vietnam stappen neemt om de situatie van de burger- en arbeidsrechten te verbeteren om zijn toezeggingen gestand te doen;

48.   dringt er bij de Raad op aan de overeenkomst onverwijld aan te nemen; 

49.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EDEO, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Socialistische Republiek Vietnam.

(1) PB L 329 van 3.12.2016, blz. 8.
(2) Advies van het Hof van Justitie van 16 mei 2017, 2/15, ECLI:EU:C: 2017:376.
(3) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 30.
(4) PB C 86 van 6.3.2018, blz. 122.
(5) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 73.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0459.
(7) https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/en/64308
(8) Zie: https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2019/february/tradoc_157686.pdf
(9) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0026.
(10) Uitvoer van de EU naar Vietnam: 65 % van de invoerrechten verdwijnt zodra de vrijhandelsovereenkomst in werking treedt. De rest wordt over een periode van tien jaar afgebouwd (zo zullen bijvoorbeeld de invoerrechten op auto’s voor de volledige periode van tien jaar worden gehandhaafd om de Vietnamese motorvoertuigensector tegen Europese concurrentie te beschermen). Uitvoer van Vietnam naar de EU: 71 % van de invoerrechten verdwijnt zodra de overeenkomst in werking treedt. De rest wordt over een periode van maximaal zeven jaar afgebouwd.
(11) Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 december 2015 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Socialistische Republiek Vietnam, anderzijds (PB C 399 van 24.11.2017, blz. 141).

Laatst bijgewerkt op: 14 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid