Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2949(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0089/2020

Ingediende teksten :

B9-0089/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2020 - 11.6

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0030

Aangenomen teksten
PDF 152kWORD 52k
Woensdag 12 februari 2020 - Straatsburg
Bezwaar tegen een uitvoeringshandeling : lood en loodverbindingen
P9_TA(2020)0030B9-0089/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 12 februari 2020 over het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach) wat lood en loodverbindingen betreft (D063675/03 – 2019/2949(RPS))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach) wat lood en loodverbindingen betreft (D063675/03),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (“de Reach-verordening”)(1), en met name artikel 68, lid 1,

–  gezien Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 “Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet”(2),

–  gezien zijn resolutie van 3 april 2001 over het Groenboek van de Commissie: PVC en het milieu(3),

–  gezien zijn resolutie van 9 juli 2015 over hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie(4),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2015 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit XXX van de Commissie voor het verlenen van toestemming voor het gebruik van bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2018 over de tenuitvoerlegging van het pakket circulaire economie: opties om te werken op het snijvlak van chemicaliën-, product- en afvalwetgeving(6),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal(7),

–  gezien het arrest van het Gerecht in zaak T‑837/16 van 7 maart 2019(8),

–  gezien artikel 5 bis, lid 3, onder b), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(9),

–  gezien artikel 112, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.  overwegende dat met het ontwerp van verordening van de Commissie wordt beoogd de concentraties van lood te beperken wanneer deze stof wordt gebruikt als stabilisator in polymeren of copolymeren van vinylchloride (pvc);

B.  overwegende dat lood een giftige stof is die ernstige gevolgen voor de gezondheid kan veroorzaken, waaronder onomkeerbare neurologische schade, zelfs bij lage doses(10); overwegende dat er voor lood geen veilig niveau bestaat(11),(12); overwegende dat lood ook schadelijk is voor het milieu: het is uitermate toxisch voor in het water levende organismen(13) en blijft bestaan in het milieu(14);

C.  overwegende dat het probleem van het gebruik van lood als stabilisator in pvc door de Commissie al aan de orde is gesteld in haar Groenboek van 26 juli 2000 over pvc en het milieu(15);

D.  overwegende dat de Commissie in haar groenboek heeft verklaard dat zij voorstander is van de vermindering van het gebruik van loodstabilisatoren in pvc-producten en een aantal maatregelen heeft genoemd, waaronder een wettelijk opgelegd geleidelijk verbod, maar uiteindelijk genoegen heeft genomen met een vrijwillige verbintenis van de pvc-industrie om in 2015 te stoppen met het gebruik van lood als pvc-stabilisator(16);

E.  overwegende dat deze benadering inging tegen het standpunt van het Parlement, dat in reactie op het groenboek de Commissie had verzocht om een algeheel verbod op het gebruik van lood als stabilisator in pvc(17);

F.  overwegende dat de handelswijze van de Commissie destijds, namelijk niets doen, ertoe heeft geleid dat in de periode 2000-2015 miljoenen tonnen pvc zijn geproduceerd die zijn gestabiliseerd met honderdduizenden tonnen lood(18); overwegende dat de voorwerpen van pvc die van dat loodhoudende pvc zijn gemaakt geleidelijk aan afval worden;

G.  overwegende dat, nadat de pvc-industrie haar vrijwillige verbintenis in 2015 was nagekomen, de Commissie zich realiseerde dat nog steeds lood werd gebruikt in ingevoerde voorwerpen van pvc; overwegende dat de Europese Commissie het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het Agentschap”) daarom heeft gevraagd een bijlage XV-beperkingsverslag op te stellen;

H.  overwegende dat het Agentschap heeft bevestigd dat de beperking voor ingevoerde voorwerpen van pvc veel zin heeft, en het Agentschap heeft geconcludeerd dat, aangezien de Europese pvc-industrie al is gestart met de uitfasering van loodverbindingen als pvc-stabilisatoren, circa 90 % van de geschatte looduitstoot in 2016 toe te schrijven is aan voorwerpen van pvc die in de EU zijn ingevoerd(19);

I.  overwegende dat in het ontwerp van verordening van de Commissie wordt voorgesteld het gebruik en de aanwezigheid van lood en loodverbindingen in voorwerpen die van pvc zijn vervaardigd te beperken en een concentratiegrens voor lood in te stellen van 0,1 % gewichtsprocent van het pvc-materiaal(20);

J.  overwegende dat dit gebaseerd is op de conclusie dat het risico van loodstabilisatoren in voorwerpen van pvc in de Unie niet afdoende wordt beheerst(21); overwegende dat de gevaren voor het milieu niet zijn meegenomen in de risicokarakterisering voor lood in het kader van het risicobeperkingsvoorstel(22);

K.  overwegende dat de grenswaarde is toegepast op grond van de volgende redenering: “Aangezien loodverbindingen pvc niet op doeltreffende wijze kunnen stabiliseren in concentraties van minder dan ongeveer 0,5 gewichtsprocent, zou de door het Agentschap voorgestelde concentratiegrens van 0,1 % ervoor moeten zorgen dat de opzettelijke toevoeging van loodverbindingen als stabilisatoren tijdens het mengen van pvc met andere stoffen niet langer kan plaatsvinden in de Unie”(23);

L.  overwegende dat het belangrijk is te beseffen dat de concentratiegrens van 0,1 % geen “veilig niveau” is, maar een administratieve grenswaarde die wordt ingesteld om ervoor te zorgen dat in het geheel geen lood wordt gebruikt als stabilisator in pvc;

M.  overwegende dat in het ontwerp van verordening van de Commissie voor twee afwijkingen met een duur van 15 jaar zijn opgenomen voor teruggewonnen pvc-materiaal: een waarbij tot 2 gewichtsprocent lood is toegestaan in hard pvc(24), en een andere waarbij een concentratie van maximaal 1 gewichtsprocent lood is toegestaan in soepel/zacht pvc(25);

N.  overwegende dat concentraties lood van 1 of 2 gewichtsprocent beslist geen “veilige niveaus” vormen, maar grenswaarden zijn die zijn ingesteld om de industrie in staat te stellen het financieel voordeel dat zij haalt uit de recycling van loodhoudend pvc-afval te blijven optimaliseren(26);

O.  overwegende dat door dergelijke afwijkingen het gebruik van de uitgefaseerde stof wordt voortgezet in van teruggewonnen pvc gemaakte voorwerpen, hoewel de Commissie expliciet heeft onderkend dat er alternatieven beschikbaar zijn(27);

P.  overwegende dat dergelijke afwijkingen ingaan tegen een standpunt dat het Parlement al lange tijd inneemt en dat in vele resoluties is bevestigd, het meest recent op 15 januari 2020; overwegende dat het Parlement in 2001 al duidelijk heeft benadrukt dat de recycling van pvc niet mag leiden tot het in stand houden van het probleem van de zware metalen(28); overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 9 juli 2015 over hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie heeft benadrukt dat recycling niet mag dienen als rechtvaardiging voor het voortgezette gebruik van uitgefaseerde gevaarlijke stoffen(29); overwegende dat het Parlement daar in 2015 naar heeft gehandeld toen het zich uitsprak tegen het verlenen van toestemming voor het gebruik van DEHP, een andere uitgefaseerde stof, voor de recycling van pvc(30); overwegende dat het Parlement in 2018 opnieuw heeft herhaald dat “preventie, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, prioriteit krijgt boven recycling en dat recycling bijgevolg niet mag dienen als rechtvaardiging voor het voortgezette gebruik van uitgefaseerde gevaarlijke stoffen”(31); overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal uitdrukkelijk heeft verklaard dat verboden stoffen “niet via recyclingactiviteiten opnieuw als consumptieproducten op de EU-markt mogen worden gebracht”

Q.  overwegende dat de afwijkingen voor teruggewonnen pvc in het ontwerp van verordening van de Commissie worden gerechtvaardigd met de stelling dat “het alternatief voor het recycleren van dergelijke voorwerpen, namelijk het verwijderen van pvc-afval door storting en verbranding, de emissies in het milieu zou doen toenemen en de risico’s niet zou verminderen”(32);

R.  overwegende dat de logica achter het ontwerp van verordening van de Commissie geen rekening houdt met het feit dat recycling in werkelijkheid geen alternatief is voor storting of verbranding, aangezien de recycling van pvc niet voor eeuwig kan doorgaan en de definitieve verwijdering van loodhoudend pvc en de bijbehorende emissies dus slechts worden uitgesteld, terwijl er bijkomende emissies worden veroorzaakt tijdens de recycling en de daaropvolgende gebruiksfase;

S.  overwegende dat door het ontwerp van verordening van de Commissie in feite aan de ene kant de invoer van circa 1000 tot 4000 ton lood in ingevoerde voorwerpen van pvc wordt beperkt, terwijl er aan de andere kant voor wordt gezorgd dat jaarlijks 2500 tot 10 000 ton lood in (opnieuw) in de handel wordt gebracht in de vorm van teruggewonnen pvc(33);

T.  overwegende dat het ontwerp van verordening van de Commissie dus de invoer van lood in voorwerpen uit pvc zou beperken, maar het effect van die beperking teniet zou doen doordat twee maal zoveel lood in de handel wordt gebracht in voorwerpen die zijn vervaardigd uit teruggewonnen loodhoudend pvc;

U.  overwegende dat de afwijkingen voor teruggewonnen pvc in het ontwerp van verordening van de Commissie dus ingaan tegen de primaire doelstelling van de Reach-verordening, namelijk het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu(34);

V.  overwegende dat dergelijke afwijkingen ook in strijd zijn met de verbintenissen in het kader van het in 2013 vastgestelde 7e milieuactieprogramma, waarin uitdrukkelijk wordt verzocht om de ontwikkeling van niet-toxische materiaalcycli, om ervoor te zorgen dat gerecycled afval kan worden gebruikt als belangrijke, betrouwbare bron van grondstoffen in de Unie(35);

W.  overwegende dat deze afwijkingen zouden leiden tot een markt waarop twee kwaliteitsniveaus bestaan, namelijk enerzijds producten van nieuw geproduceerd pvc die loodvrij zijn en anderzijds producten van teruggewonnen pvc die aanzienlijke hoeveelheden lood bevatten; overwegende dat de nuttige toepassing van producten in diskrediet wordt gebracht wanneer op een dergelijke manier wordt toegestaan dat producten van teruggewonnen pvc lood bevatten;

X.  overwegende dat het ongepast is de problemen van het ecologisch verantwoord beheer van loodhoudend pvc-afval uit te stellen, laat staan lood te verdunnen in de volgende generatie voorwerpen;

Y.  overwegende dat in het ontwerp van verordening van de Commissie de afwijkingen voor teruggewonnen pvc worden beperkt tot bepaalde toepassingen en het ontwerp van verordening voor een deel van de desbetreffende voorwerpen de vereiste bevat dat het lood volledig wordt omgeven met een laag van nieuw geproduceerd pvc, met een uitstel van vijf jaar voor soepel pvc;

Z.  overwegende dat bij de beperking van de afwijking geen rekening is gehouden met de uitstoot van lood tijdens de definitieve afvalverwijdering, die goed is voor 95 % van de uitstoot;

AA.  overwegende dat het ontwerp van verordening van de Commissie bovendien de vereiste bevat dat pvc-voorwerpen die teruggewonnen pvc bevatten, worden voorzien van de vermelding “bevat teruggewonnen pvc”; overwegende dat het Comité risicobeoordeling (RAC) van het Agentschap heeft verklaard dat een dergelijke vermelding op zichzelf niet volstaat om onderscheid te maken tussen loodvrij gerecycleerd materiaal en gerecycleerd materiaal dat lood bevat(36);

AB.  overwegende dat deze vermelding inderdaad misleidend is, aangezien de indicatie van teruggewonnen inhoud een positieve connotatie heeft, terwijl de vermelding in dit geval eigenlijk betekent dat de teruggewonnen producten aanzienlijke hoeveelheden lood bevatten in vergelijking met producten die zijn vervaardigd uit nieuw geproduceerd pvc dat geen lood bevat;

AC.  overwegende dat een dergelijke promotionele vermelding op voorwerpen uit teruggewonnen pvc die lood bevatten ingaat tegen de doelstelling van de Reach-verordening, namelijk het verwezenlijken van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu;

AD.  overwegende dat het ontwerp van verordening van de Commissie bovendien een certificeringsregeling omvat om de claims te verifiëren dat het pvc is teruggewonnen, zodat onderscheid kan worden gemaakt tussen voorwerpen uit teruggewonnen pvc en voorwerpen uit nieuw geproduceerd pvc, waarvoor een andere grenswaarde geldt;

AE.  overwegende dat het feit dat wordt vertrouwd op een aanvullende laag certificaten twijfel zaait over de uitvoerbaarheid van deze bepaling en daarom ingaat tegen de bepalingen in bijlage XV bij de Reach-verordening, waarin wordt bepaald dat de beperking uitvoerbaar, handhaafbaar en beheersbaar moet zijn;

AF.  overwegende dat in het ontwerp van verordening van de Commissie twee loodhoudende pigmenten buiten het toepassingsgebied van de beperking vallen, aangezien zij aan autorisatie zijn onderworpen op grond van de Reach-verordening;

AG.  overwegende dat het RAC uitdrukkelijk heeft onderkend dat de risico’s ook gelden voor loodverbindingen die niet als stabilisatoren worden gebruikt(37);

AH.  overwegende dat het moeilijk is te bepalen welke specifieke loodverbindingen pvc bevat en wat de functie daarvan is, zoals het RAC expliciet heeft onderkend(38);

AI.  overwegende dat deze uitzondering dus problemen veroorzaakt wat betreft de handhaving en daardoor ingaat tegen de in bijlage XV bij de Reach-verordening vervatte bepaling dat een beperking uitvoerbaar, handhaafbaar en beheersbaar moet zijn;

AJ.  overwegende dat deze uitzondering ook geen rekening houdt met het arrest in zaak T‑837/16, waarin de autorisatie voor deze loodhoudende pigmenten nietig is verklaard;

AK.  overwegende dat het ontwerp van verordening van de Commissie voorziet in een respijtperiode van 24 maanden voor marktdeelnemers, zodat zij onder meer “hun voorraden kunnen verkopen”(39);

AL.  overwegende dat het ingaat tegen de doelstelling van de Reach-verordening om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu te verwezenlijken wanneer importeurs wordt toegestaan 24 maanden langer voorwerpen van pvc te verkopen die duizenden tonnen lood bevatten, terwijl er in de Unie niet langer loodhoudende voorwerpen van pvc geproduceerd mogen worden;

AM.  overwegende dat het Parlement het in 2001 “noodzakelijk [achtte] het technologische onderzoek verder te ontwikkelen, in de eerste plaats op het gebied van de chemische recyclage waardoor chloor van zware metalen kan worden gescheiden [...] met het oog op de vergroting van het aandeel gerecycleerd pvc-afval”(40);

AN.  overwegende dat noch het Agentschap, noch de Commissie de haalbaarheid heeft beoordeeld van de chemische of materiaalrecycling van pvc-afval waardoor lood kan worden gescheiden en veilig kan worden verwijderd; overwegende dat dergelijke technologieën volgens de pvc-industrie beschikbaar zijn(41),(42);

AO.  overwegende dat de Europese Raad van de chemische industrie (Cefic) pleit voor chemische recycling als manier om tot bezorgdheid aanleiding gevende stoffen te behandelen(43);

AP.  overwegende dat, samengevat, het ontwerp van verordening van de Commissie 18 jaar te laat is en verscheidene elementen bevat die niet verenigbaar zijn met de doelstelling of de inhoud van de Reach-verordening, meer bepaald afwijkingen voor teruggewonnen pvc, een positieve markering voor teruggewonnen pvc, ook al is dit pvc loodhoudend, een uitzondering voor loodpigmenten en een lange respijtperiode;

AQ.  overwegende dat de Commissie haar ontwerp van verordening meer dan een jaar na de in de Reach-verordening vastgestelde termijn heeft ingediend(44);

1.  maakt bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van verordening van de Commissie;

2.  is van mening dat dit ontwerp van verordening van de Commissie niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van de Reach-verordening;

3.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van verordening in te trekken en onverwijld een nieuw ontwerp aan het comité voor te leggen;

4.  is van mening dat de terugwinning van pvc-afval er niet toe mag leiden dat loodverbindingen worden overgebracht naar een nieuwe generatie producten;

5.  verzoekt de Commissie de bijlage bij het ontwerp van verordening te wijzigen door letters a), en b), van paragraaf 14 en de paragrafen 15, 16, 17 en 19 te schrappen en de in paragraaf 13 bedoelde respijtperiode te beperken tot maximaal 6 maanden, zodat de beperking nog eerder van kracht kan worden dan is voorzien in het ontwerp van verordening;

6.  verzoekt de Commissie de in de Reach-verordening vastgelegde termijnen na te leven;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
(2) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.
(3) PB C 21 E van 24.1.2002, blz. 112.
(4) PB C 265 van 11.8.2017, blz. 65.
(5) PB C 366 van 27.10.2017, blz. 96.
(6) PB C 433 van 23.12.2019, blz. 146.
(7) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.
(8) Arrest van het Gerecht van 7 maart 2019, Zweden/Commissie, T-837/16, ECLI:EU:T:2019:144, http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=3DE9187FAF56F2A2616EA9541DE1D2B2?text=&docid=211428&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=5232553
(9) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(10) Zie het bijlage XV-beperkingsverslag van het Europees Agentschap voor chemische stoffen van 16 december 2016 (hierna: “het bijlage XV-dossier”), blz. 3: “Het is onbetwist dat blootstelling aan lood kan leiden tot ernstige gedragsneurologische effecten en neurologische ontwikkelingseffecten, zelfs bij lage doses. Lood wordt beschouwd als een neurotoxische stof zonder drempelwaarde, die in verband wordt gebracht met negatieve effecten op de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel van kinderen. […] EFSA heeft aangegeven dat huisstof en grond aanzienlijke bronnen kunnen zijn van de blootstelling van kinderen aan lood. EFSA heeft aangeraden de inspanningen voor te zetten om de menselijke blootstelling aan lood via zowel voedsel als andere bronnen te verminderen.”, https://echa.europa.eu/documents/10162/f639cc6f-7403-63de-9407-135544f33d86
(11) Zie het bovenstaande citaat uit het bijlage XV-dossier waarin lood wordt genoemd als “stof zonder drempelwaarde”.
(12) Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is er geen niveau van blootstelling aan lood waarvan bekend is dat het geen schadelijke effecten heeft, https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/lead-poisoning-and-health
(13) Bijlage XV-dossier, blz. 11.
(14) https://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/329953/WHO-CED-PHE-EPE-19.4.7-eng.pdf?ua=1
(15) COM(2000)0469.
(16) https://vinylplus.eu/uploads/Modules/Documents/vc2001_en.pdf
(17) Resolutie van het Europees Parlement van 3 april 2001 over het Groenboek van de Commissie: PVC en het milieu (PB C 21 E van 24.1.2002, blz. 112).
(18) Volgens het groenboek bedroeg de jaarlijkse binnenlandse productie van pvc in 1998 5,5 miljoen ton en werd 112 000 ton lood al stabilisator gebruikt.
(19) Bijlage XV-dossier, blz. 4.
(20) Paragraaf 11 en 12 van de bijlage bij de het ontwerp van verordening van de Commissie.
(21) Bijlage XV-dossier, blz. 4 en overweging 1 van het ontwerp van verordening van de Commissie.
(22) Advies van het Comité risicobeoordeling van 5 december 2017 en Advies van het Comité sociaaleconomische analyse van 15 maart 2018 over een bijlage XV-dossier waarin beperkingen worden voorgesteld voor de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van een stof binnen de EU, blz. 10, https://echa.europa.eu/documents/10162/bf4394ef-7b75-99ec-13c1-134ba7ed713d
(23) Overweging 4 van het ontwerp van verordening van de Commissie.
(24) Paragraaf 14, letter a), van de bijlage bij het ontwerp van verordening van de Commissie.
(25) Paragraaf 14, letter b), van de bijlage bij het ontwerp van verordening van de Commissie.
(26) Zoals wordt uitgelegd in het Bijlage XV-dossier, blz. 35: “De industrie (ESPA, EuPC, ECVM) wees erop dat een hogere grenswaarde van 1 gewichtsprocent moet worden aangehouden voor gerecycleerd pvc (in plaats van de algemene grenswaarde van 0,1 gewichtsprocent), vanwege het oude lood dat op dit moment aanwezig is in het pvc-afval. In het algemeen benadrukten de recyclers/verwerkers dat om te voldoen aan een grenswaarde van 0,1 % een voorwerp voor slechts 10 % van het (goedkopere) gerecycleerde pvc kan worden gemaakt, en dat de recycling van pvc daardoor niet langer economisch haalbaar zou zijn en zou worden beëindigd (vanwege de vaste en variabele kosten in verband met de gelijktijdige verwerking en het exploiteren van de spuitmachines).”
(27) Overweging 6 van het ontwerp van verordening van de Commissie.
(28) PB C 21 E van 24.1.2002, blz. 112.
(29) PB C 265 van 11.8.2017, blz. 65.
(30) PB C 366 van 27.10.2017, blz. 96.
(31) PB C 433 van 23.12.2019, blz. 146.
(32) Overweging 7 van het ontwerp van verordening van de Commissie.
(33) Berekening gebaseerd op 500 000 ton pvc-afval met een loodgehalte van 0,5 – 2 %.
(34) Overweging 1 en artikel 1, van de Reach-verordening.
(35) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.
(36) Advies van het Comité risicobeoordeling van 5 december 2017 en Advies van het Comité sociaaleconomische analyse van 15 maart 2018 over een bijlage XV-dossier waarin beperkingen worden voorgesteld voor de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van een stof binnen de EU, blz. 48.
(37) Advies van het Comité risicobeoordeling van 5 december 2017 en Advies van het Comité sociaaleconomische analyse van 15 maart 2018 over een bijlage XV-dossier waarin beperkingen worden voorgesteld voor de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van een stof binnen de EU, blz. 6.
(38) Advies van het Comité risicobeoordeling van 5 december 2017 en Advies van het Comité sociaaleconomische analyse van 15 maart 2018 over een bijlage XV-dossier waarin beperkingen worden voorgesteld voor de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van een stof binnen de EU, blz. 9: “Het RAC merkt op dat het mogelijk is dat er lood aanwezig is in pvc vanwege andere toepassingen dan als stabilisatoren (twee loodchromaat-pigmenten zijn bijvoorbeeld onderworpen aan autorisatie op grond van Reach). Een beperking van de aanwezigheid van lood in pvc (ongeacht de beoogde functie daarvan) zou bijdragen tot het aanpakken van de in het voorstel vastgestelde risico’s. Daarnaast is het mogelijk niet direct duidelijk waarom een voorwerp lood bevat, en is het daarom met het oog op de handhaving mogelijk niet dienstig een bepaalde toepassing te noemen (het Forum voor handhaving heeft in zijn advies aangegeven dat de beperking eenvoudiger te handhaven zal zijn wanneer de handhavingsautoriteiten niet hoeven aan te tonen wat de functie is van het lood dat in pvc wordt aangetroffen in concentraties boven de toepasselijke concentratiegrens)”.
(39) Zie overweging 17 van het ontwerp van verordening van de Commissie.
(40) PB C 21 E van 24.1.2002, blz. 112.
(41) https://vinylplus.eu/uploads/Modules/Documents/ok_brochure_pvc_14-03-2014.pdf
(42) https://vinylplus.eu/uploads/Modules/Documents/pe_recovery_options.pdf
(43) Cefic, “Molecule Managers”, 2019, blz. 33: “Onder de juiste voorwaarden zal de industrie in Europa investeren in chemische recycling die de vele waardevolle materialen kan verwerken die nu worden verspild, waaronder plastics en polymeren. Wij kunnen deze materialen terug omzetten in koolwaterstofinputs en tegelijkertijd de tot bezorgdheid aanleiding gevende stoffen behandelen.”, https://cefic.org/app/uploads/2019/06/Cefic_Mid-Century-Vision-Molecule-Managers-Brochure.pdf
(44) Overeenkomstig artikel 73 van de Reach-verordening stelt de Commissie, indien aan de voorwaarden van artikel 68 is voldaan, binnen drie maanden na ontvangst van het advies van het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC) een ontwerp tot wijziging van bijlage XVII op; het SEAC heeft zijn advies uitgebracht op 15 maart 2018; de Commissie heeft het ontwerp tot wijziging pas in september 2019 ingediend bij het Reach-comité.

Laatst bijgewerkt op: 14 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid