Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2616(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0143/2020

Debatten :

PV 16/04/2020 - 17
CRE 16/04/2020 - 17

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0054

Aangenomen teksten
PDF 215kWORD 58k
Vrijdag 17 april 2020 - Brussel Definitieve uitgave
Gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden
P9_TA(2020)0054RC-B9-0143/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden (2020/2616(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat solidariteit in de artikelen 2 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) is verankerd als een kernwaarde van de Unie; overwegende dat artikel 3 VEU bepaalt dat de Unie als doel heeft haar waarden, met name economische, sociale en territoriale samenhang, en solidariteit tussen de lidstaten, alsook het welzijn van haar volkeren te bevorderen;

B.  overwegende dat het Parlement op 15 januari 2020 een resolutie heeft aangenomen over de Europese Green Deal (2019/2956(RSP)(1);

C.  overwegende dat de verspreiding van COVID-19 wereldwijd en in Europa reeds tot het tragische verlies van vele duizenden mensenlevens heeft geleid, onherstelbare schade heeft aangericht en meer dan een miljard mensen belet hun huis te verlaten;

D.  overwegende dat verlening van gezondheidszorg in de eerste plaats een nationale bevoegdheid is en dat volksgezondheid een gedeelde bevoegdheid is van de lidstaten en de EU;

E.  overwegende dat de respons van de EU op de COVID-19-pandemie tot nu toe blijk heeft gegeven van een gebrek aan coördinatie tussen de lidstaten op het gebied van volksgezondheidsmaatregelen, onder meer de beperking van de bewegingsvrijheid van personen binnen de grenzen en tussen de verschillende landen en de opschorting van andere rechten en wetten; overwegende dat onze economieën stil zijn komen te staan en dat de hierdoor veroorzaakte verstoring voor de Europese burgers, ondernemingen, werknemers en zelfstandigen dramatische gevolgen zal hebben;

F.  overwegende dat de openbare gezondheidszorgstelsels tijdens de pandemie onder grote druk staan om adequate zorg voor alle patiënten te garanderen;

G.  overwegende dat de maatregelen die de regeringen nemen altijd de grondrechten van eenieder moeten eerbiedigen; overwegende dat deze maatregelen noodzakelijk, evenredig en tijdelijk moeten zijn;

H.  overwegende dat solidariteit tussen de lidstaten niet facultatief is, maar een uit het Verdrag voortvloeiende verplichting, en deel uitmaakt van onze Europese kernwaarden;

I.  overwegende dat de Commissie reeds een eerste aanzet tot actie heeft ondernomen, onder meer een pakket maatregelen waarmee het Parlement tijdens zijn plenaire vergadering van 26 maart 2020 heeft ingestemd;

J.  overwegende dat de Europese Raad tot nu toe geen overeenstemming heeft weten te bereiken over de economische maatregelen die nodig zijn om deze crisis aan te pakken;

K.  overwegende dat het Parlement als medewetgever, medebegrotingsautoriteit en enige middels algemene verkiezingen verkozen instelling, integraal en essentieel onderdeel moet uitmaken van alle gesprekken over de respons van de EU op deze crisis en het daaropvolgende herstel;

L.  overwegende dat dit voor de Unie het moment van de waarheid is, dat bepalend is voor haar toekomst, en dat de Unie deze crisis alleen kan doorstaan als de lidstaten en de Europese instellingen zich solidair en verantwoordelijk opstellen; overwegende dat een sterk en eensgezind standpunt van het Europees Parlement nu meer dan ooit nodig is;

Een eensgezind en krachtig antwoord op een gezamenlijke crisis

1.  geeft uiting aan zijn diepste bedroefdheid over het verlies van levens en de menselijke tragedie die deze pandemie heeft veroorzaakt voor Europeanen en hun families en voor burgers overal ter wereld, en betuigt zijn deelneming aan allen die dierbaren hebben verloren; spreekt zijn diepe medeleven uit met allen die getroffen zijn door het virus en voor hun leven vechten, en met hun families en vrienden;

2.  geeft uiting aan zijn ontzag en bewondering voor alle eerstelijnswerkers die onvermoeibaar werken om de pandemie te bestrijden, zoals artsen en verplegers, maar betuigt ook zijn oprechte dank aan alle anonieme helden die essentiële taken vervullen, zoals zij die werkzaam zijn op het gebied van de levensmiddelendetailhandel en ‑bezorging, onderwijs, landbouw, vervoer, hulpdiensten, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, schoonmaak en afvalinzameling, en die zich inzetten om het openbare leven en de openbare diensten door te laten gaan en de toegang tot essentiële goederen te garanderen; wijst erop dat wereldwijd 70 % van de werknemers in de gezondheidszorg en de sociale sector vrouwen zijn, die vaak enkel het minimumloon ontvangen en in onzekere arbeidsvoorwaarden werken, en pleit voor de gelijkschakeling van lonen en arbeidsomstandigheden in door vrouwen gedomineerde sectoren zoals zorg, gezondheidszorg en detailhandel, alsook voor de uitroeiing van de loon- en pensioenkloof tussen mannen en vrouwen en van de segregatie op de arbeidsmarkt; meent dat de EU en de lidstaten de plicht hebben om deze essentiële groepen werkenden maximale ondersteuning te bieden en erkenning uit te spreken voor de dagelijkse opofferingen die zij zich getroosten; verzoekt de lidstaten veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen voor alle werknemers aan de frontlinie van deze epidemie, in het bijzonder medisch personeel in de eerstelijnszorg, door gepaste en gecoördineerde nationale maatregelen te treffen, waaronder de verstrekking van afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen; verzoekt de Commissie toezicht te houden op de uitvoering van deze maatregelen;

3.  verklaart zich solidair met de lidstaten die het zwaarst door het virus worden getroffen, en met alle andere landen die met de gevolgen van de pandemie te maken hebben; betuigt zijn oprechte solidariteit met diegenen die hun baan hebben verloren en wier beroepsleven door de pandemie is verstoord; benadrukt dat de Unie als gemeenschap moet handelen en ervoor moet zorgen dat geen enkel land de strijd tegen het virus en de nasleep ervan alleen moet voeren;

4.  is bezorgd over de mogelijke gevolgen van de crisis, met inbegrip van de quarantainemaatregelen, op het welzijn van de mensen wereldwijd, met name de meest kwetsbare groepen en mensen in kwetsbare situaties, waaronder ouderen, mensen die al te kampen hebben met een zwakke gezondheid, mensen in conflictgebieden en regio’s die vatbaar zijn voor natuurrampen, migranten en mensen die blootstaan aan huiselijk geweld, met name vrouwen en kinderen;

5.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het aanvankelijke onvermogen van de lidstaten om collectief op te treden en vraagt dat de lidstaten zich bij alle maatregelen die zij in de toekomst nemen, laten leiden door het grondbeginsel van de Unie van solidariteit en loyale samenwerking; is van mening dat de COVID-19-crisis bovenal het belang van gezamenlijk Europees optreden heeft aangetoond; benadrukt dat de Unie en haar lidstaten gezamenlijk over de middelen beschikken om de pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden, maar alleen wanneer zij in een geest van eensgezindheid samenwerken; erkent dat de lidstaten, hoewel zij aan het begin van de crisis unilateraal hebben gehandeld, nu begrijpen dat samenwerking, vertrouwen en solidariteit de enige manier zijn om deze crisis te boven te komen;

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten gezamenlijk op te treden om deze uitdaging aan te gaan en ervoor te zorgen dat de Unie sterker uit deze crisis komt; benadrukt dat het Parlement met de andere EU-instellingen zal samenwerken om levens te redden, banen en ondernemingen te beschermen en het economisch en sociaal herstel aan te zwengelen, en dat het Parlement klaar zal staan om hen ter verantwoording te roepen voor hun handelen;

Europese solidariteit en maatregelen in de gezondheidssector

7.  is verheugd over de Europese solidariteit die de lidstaten in de praktijk hebben getoond bij het behandelen van patiënten uit andere lidstaten, het leveren van apparatuur voor de gezondheidszorg, onder meer door middel van EU-initiatieven voor aanbesteding en bevoorrading, en bij de repatriëring van burgers; benadrukt dat de grenzen binnen de EU open moeten blijven voor de distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen, levensmiddelen, geneesmiddelen, medische apparaten, bloedderivaten en organen, alsook voor de bevoorradingsketens van de interne markt; onderstreept de noodzaak om de mobilisatie van medisch personeel te faciliteren en pleit voor de inzet van het Europees medisch korps voor het leveren van medische ondersteuning; benadrukt voorts de noodzaak om het vervoer van patiënten te faciliteren uit volle ziekenhuizen in de ene lidstaat naar een andere, waar nog capaciteit beschikbaar is;

8.  verzoekt om een aanzienlijke versterking van de bevoegdheden, de begroting en het personeelsbestand van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), teneinde hen in staat te stellen de medische respons in crisistijd te coördineren; stelt voor het deskundigenpanel inzake COVID-19 om te vormen tot een permanent en onafhankelijke team van deskundigen inzake virusuitbraken, dat samenwerkt met het ECDC om standaarden te ontwikkelen, aanbevelingen te doen en protocollen op te stellen die in het geval van een crisis door de Commissie en de lidstaten kunnen worden gebruikt;

9.  dringt aan op de instelling van een Europees gezondheidsresponsmechanisme voor een betere voorbereiding en gemeenschappelijke en gecoördineerde respons op ieder soort sanitaire of gezondheidscrisis die zich op EU-niveau voordoet, teneinde de gezondheid van onze burgers te beschermen; is van mening dat een dergelijk mechanisme moet fungeren als informatieknooppunt en als noodhulpteam dat cruciale voorzieningen, medische apparatuur en medisch personeel kan leveren in gebieden met een plotselinge toename van besmettingen;

10.  verzoekt de Commissie alle aspecten van het crisisbeheer en de respons bij rampen te versterken, en instrumenten als RescEU verder te versterken om een echt gemeenschappelijke, gecoördineerde en doeltreffende respons op EU-niveau te waarborgen; is van oordeel dat de Europese risicobeheersplanning, paraatheid en preventie bij rampen moeten worden verbeterd, met gemeenschappelijke voorraden van uitrusting, materialen en geneesmiddelen, zodat deze snel kunnen worden gemobiliseerd om de levens en bestaansmiddelen van EU-burgers te beschermen; is van mening dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming moet worden versterkt om de gezamenlijke repatriëring van EU-burgers te vergemakkelijken;

11.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om middelen uit het EU‑onderzoeksprogramma in te zetten voor de strijd tegen het virus door ervoor te zorgen dat behandelingen, vaccins en diagnostiek wereldwijd beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar zijn; dringt aan op extra financiering voor een COVID-19-fonds voor onderzoek en innovatie (O&I) om de inspanningen met het oog op de financiering van dringend onderzoek naar een vaccin en/of behandeling op te voeren; is van oordeel dat de onderzoekers, innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en de industrie alle ondersteuning moeten krijgen die zij nodig hebben om een geneesmiddel te ontwikkelen; verzoekt de lidstaten veel meer steun toe te kennen aan programma’s voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie die gericht zijn op een beter begrip van de ziekte, versnelde diagnosestelling en testen, en de ontwikkeling van een vaccin; roept ziekenhuizen en onderzoekers op gegevens met het EMA te delen en mee te doen aan grootschalige Europese klinische tests; benadrukt het belang van maatregelen ter bevordering van “open science”, om binnen de wetenschappelijke gemeenschap in Europa en daarbuiten tot een versnelde uitwisseling van gegevens en onderzoeksresultaten te komen; acht het van essentieel belang dat al het met publieke middelen gefinancierde onderzoek in het publieke domein blijft;

12.  vraagt zich met bezorgdheid af of de lidstaten voldoende aandacht besteden aan de gevolgen van de crisis voor de geestelijke gezondheid, en stelt voor een geestelijke gezondheidscampagne op te zetten voor de hele EU, waarin burgers advies krijgen over hoe ze in de huidige omstandigheden kunnen zorgen voor hun geestelijk welbevinden en waar ze terecht kunnen voor begeleiding;

13.  dringt erop aan dat de maatregelen die de EU en de lidstaten nemen de rechten van personen met een handicap eerbiedigen, in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan gelijke toegang tot gezondheidszorg, en dat ervoor moet worden gezorgd dat op de gemeenschap gebaseerde zorg- en ondersteuningsdiensten die dagelijks nodig zijn voor personen met een handicap, worden gefinancierd, goed uitgerust zijn en over voldoende personeel beschikken; benadrukt tevens dat openbare informatie over de COVID-19-pandemie toegankelijk moet zijn voor een zo groot mogelijk aantal personen met een handicap, en dat personen met een handicap in alle maatregelen ter bescherming van het inkomen moeten worden opgenomen;

14.  verzoekt de Commissie haar capaciteit voor clouddiensten verder te ontwikkelen, in overeenstemming met de e-privacyrichtlijn(2) en de algemene verordening gegevensbescherming(3), om de uitwisseling van onderzoeks- en gezondheidsgegevens op EU-niveau door entiteiten die zich bezighouden met de ontwikkeling van behandelingen en/of vaccins te vergemakkelijken;

15.  wijst op het essentiële belang van maatregelen om een betrouwbare bevoorrading met kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen van de landbouw, visserij en voedingsindustrie tijdens en na de onmiddellijke gezondheidscrisis te verzekeren, en op de noodzaak om deze sectoren te ondersteunen en ervoor te zorgen dat hun productie en het onbelemmerde vervoer in de interne markt niet in het gedrang komen;

16.  herinnert aan het “één gezondheid”-beginsel, waarin rekening wordt gehouden met het feit dat de gezondheid van mensen en dieren en het milieu met elkaar verbonden zijn en dat ziekten kunnen worden overgedragen van mensen op dieren en omgekeerd; benadrukt de noodzaak van een “één gezondheid”-benadering voor pandemieën en gezondheidscrises in zowel de menselijke als de veterinaire sector; benadrukt dan ook dat ziekten moeten worden aangepakt bij zowel mensen als dieren, en dat er tegelijk ook speciale aandacht moet worden besteed aan de voedselketen en het milieu, die ook een bron van resistente micro-organismen kunnen zijn; benadrukt de belangrijke rol van de Commissie bij het coördineren en ondersteunen van de “één gezondheid”-benadering voor de gezondheid van mensen en dieren en voor het milieu in de EU;

17.  dringt aan op een gecoördineerde EU-aanpak voor na de lockdown om te voorkomen dat het virus terugkomt; spoort de lidstaten aan om samen criteria vast te stellen voor de opheffing van de quarantaine en andere noodmaatregelen, en daarbij de bescherming van mensenlevens als grondslag te nemen; verzoekt de Commissie te komen met een doeltreffende exitstrategie die op grote schaal uitgevoerde tests en persoonlijke beschermingsmiddelen voor zoveel mogelijke burgers omvat; spoort de lidstaten aan systematischer te testen op besmettingen en blootstelling aan het virus en beste praktijken uit te wisselen;

Europese oplossingen om de economische en sociale gevolgen te boven te komen

18.  is ingenomen met de maatregelen die tot dusver op EU-niveau zijn getroffen aan begrotingsmaatregelen en liquiditeitssteun;

19.  verzoekt de Europese Commissie een omvangrijk pakket voor herstel en wederopbouw voor te stellen voor investeringen om de Europese economie na de crisis te ondersteunen, naast wat het Europees stabiliteitsmechanisme, de Europese Investeringsbank en de Europese Centrale Bank al doen, als onderdeel van het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK); is van mening dat dit pakket beschikbaar moet zijn zolang de door deze crisis veroorzaakte economische ontwrichting voortduurt, dat de noodzakelijke investeringen moeten worden gefinancierd door een ruimer MFK, de bestaande fondsen en financieringsinstrumenten van de EU, en door de EU-begroting gegarandeerde herstelobligaties, en dat dit pakket geen onderlinge verdeling van de bestaande schulden mag omvatten, maar gericht moet zijn op toekomstige investeringen;

20.  benadrukt dat in dit pakket voor herstel en wederopbouw de Europese Green Deal en de digitale transformatie centraal moeten staan om de economie op gang te brengen, de weerbaarheid ervan te vergroten en nieuwe werkgelegenheid te creëren, en tegelijkertijd bij te dragen tot de ecologische transitie, duurzame economische en sociale ontwikkeling te ondersteunen – waaronder de strategische autonomie van ons continent – en bij te dragen tot de uitvoering van een industriële strategie waarmee de belangrijkste industrietakken in de EU behouden kunnen blijven; benadrukt dat we onze antwoorden in overeenstemming moeten brengen met de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit;

21.  schaart zich achter de doelstelling van de Commissie om een nieuwe industriële EU‑strategie te ontwikkelen met als streven dat onze industrie concurrerender en veerkrachtiger wordt en zo bestand is tegen wereldwijde schokken; is er voorstander van dat de toeleveringsketens opnieuw worden geïntegreerd binnen de EU en dat de Europese productie van cruciale producten zoals geneesmiddelen, farmaceutische ingrediënten en medisch(e) apparatuur, uitrusting en materieel wordt opgevoerd;

22.  dringt daarom aan op de vaststelling van een ambitieus MFK met een ruimere begroting, in overeenstemming met de doelstellingen van de Unie, de verwachte gevolgen van de crisis voor de economieën van de EU en de verwachtingen van de burgers over de Europese toegevoegde waarde, waarbij we de middelen op flexibelere en eenvoudigere wijze kunnen inzetten om op crises te reageren en de vereiste flexibiliteit over de hele linie kenmerkend is; pleit voorts voor een herziening van het voorstel van de Commissie voor de hervorming van het stelsel van eigen middelen, teneinde voldoende budgettaire speelruimte te creëren en te zorgen voor meer voorspelbaarheid, het vermogen om te handelen en minder blootstelling aan nationale risico’s; benadrukt dat er nieuwe eigen middelen nodig zijn voor de EU-begroting om het pakket voor herstel en wederopbouw te garanderen;

23.  verzoekt de lidstaten snel een akkoord te bereiken over dit nieuwe MFK-voorstel als instrument van solidariteit en cohesie; verzoekt de Commissie, indien er geen akkoord wordt bereikt, een noodplan voor te leggen, waarmee de looptijd van bestaande financieringsprogramma’s wordt verlengd tot na 31 december 2020;

24.  pleit voor het gebruik van alle beschikbare en ongebruikte middelen in de huidige EU‑begroting, inclusief het overschot, de niet-benutte marges en het Fonds voor aanpassing aan de globalisering, om snel financiële bijstand te kunnen verlenen aan de zwaarst getroffen regio’s en ondernemingen, en de grootst mogelijke flexibiliteit toe te staan bij het gebruik van de fondsen, waarbij het beginsel van goed financieel beheer geëerbiedigd blijft en wordt gewaarborgd dat de middelen terechtkomen bij degenen die ze het hardst nodig hebben; is in verband hiermee ingenomen met het recente Commissievoorstel voor de totstandbrenging van een instrument voor noodhulp;

25.  erkent dat het noodzakelijk is op een snelle en niet-bureaucratische manier extra middelen in te zetten om de lidstaten te helpen tegemoet te komen aan de behoeften in de strijd tegen COVID-19 en de gevolgen ervan, maar benadrukt dat mogelijk misbruik van die middelen moet worden onderzocht met afdwingbare sancties zodra de onmiddellijke crisis voorbij is; is daarom van mening dat een versterkt MFK voldoende middelen moet omvatten voor het Europees Openbaar Ministerie om dit in staat te stellen het vertrouwen van de burgers te winnen, fraude te bestrijden, activa in beslag te nemen en daardoor op de middellange termijn budgetneutraal te worden; vraagt dat de begroting van het EOM wordt gefinancierd via rubriek 7 (Europese overheidsdienst), op soortgelijke wijze als de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, de Europese Dienst voor extern optreden en de Europese Ombudsman, teneinde de onafhankelijkheid ervan te versterken;

26.  verzoekt de lidstaten van de eurozone om de 410 miljard EUR van het Europees stabiliteitsmechanisme in werking te stellen met een specifieke kredietlijn; herinnert eraan dat deze crisis niet de verantwoordelijkheid van één bepaalde lidstaat is en dat de hoofdoelstelling de bestrijding van de gevolgen van de uitbraak moet zijn; benadrukt dat het Europees stabiliteitsmechanisme, als maatregel op de korte termijn, onverwijld de preventieve kredietlijnen moet uitbreiden tot landen die hierom verzoeken om te voorzien in hun financieringsbehoeften op de korte termijn voor het aanpakken van de onmiddellijke gevolgen van de COVID-19-crisis, met als kenmerken lange looptijden, concurrerende prijzen en terugbetalingsvoorwaarden die gekoppeld zijn aan het herstel van de economieën van de lidstaten;

27.  dringt er bij de lidstaten op aan snel tot overeenstemming te komen over een aanzienlijke kapitaalinjectie in de EIB zodat deze bank snel haar aanzienlijke slagkracht kan inzetten om de economische gevolgen van COVID-19 te verzachten, inclusief het opzetten van een nieuwe EIB‑kredietlijn zodat kmo’sover liquiditeit kunnen beschikken;

28.  pleit voor de oprichting van een EU-COVID-19-solidariteitsfonds ter waarde van ten minste 50 miljard EUR, dat is samengesteld uit maximaal 20 miljard EUR aan subsidies bovenop de MFK-plafonds en maximaal 30 miljard EUR aan leningen en wordt gewaarborgd door de EU-begroting (beide vervroegd beschikbaar gesteld in de eerste twee jaar van het volgende MFK, of, indien er niet op tijd overeenstemming wordt bereikt over het MFK, uitgespreid over de looptijd van het noodplan), om de financiële inspanningen die tijdens de huidige crisis in alle lidstaten door de zorgsector worden geleverd te ondersteunen, alsook investeringen in de gezondheidszorg in de periode na de crisis om gezondheidszorgstelsels veerkrachtiger te maken, waarbij de aandacht uitgaat naar degenen die de meeste hulp nodig hebben;

29.  dringt aan op een proactieve rol van de bankensector in deze crisis om bedrijven en burgers die financiële klappen moeten opvangen vanwege COVID-19 toe te staan hun schuld- of hypotheekbetalingen tijdelijk te verlagen of stop te zetten, de grootst mogelijke flexibiliteit aan de dag te leggen bij de behandeling van niet-renderende leningen, tijdelijk geen dividenden uit te betalen en de vaak buitensporige rentes op rekening-courantkrediet te verlagen; benadrukt dat toezichthouders in dit verband een grote mate van flexibiliteit moeten laten zien;

30.  benadrukt dat het dringend noodzakelijk is meer te doen voor kmo’s, hen te helpen banen te behouden en hun liquiditeit te beheren; verzoekt de Europese prudentiële en toezichtautoriteiten, evenals de lidstaten, alle mogelijkheden te onderzoeken om de lasten voor kmo’s te verlichten; pleit voor een Europese horizontale strategie voor het herstel van kmo’s, om hen te ondersteunen door de administratieve rompslomp en de kosten van de toegang tot financiering terug te dringen, en door investeringen in strategische waardeketens te stimuleren;

31.  is van oordeel dat de EU de kans moet grijpen om een actieplan voor autonomie op het gebied van gezondheidszorg voor te stellen op strategische gebieden zoals de actieve farmaceutische ingrediënten die essentieel zijn voor de vervaardiging van geneesmiddelen, en zo haar afhankelijkheid van derde landen te verminderen zonder afbreuk te doen aan de voordelen die open economieën hebben bij internationale handel; benadrukt dat dit actieplan moet bijdragen aan de productie, opslag en coördinatie van kritieke geneesmiddelen en farmaceutische producten en apparatuur, met name reinigende handgel, ventilatoren en maskers in de Unie; benadrukt daarnaast dat met dit actieplan ook digitale fabricagecapaciteiten zoals 3D-printen moeten worden gebundeld en gecoördineerd, aangezien daarmee noodzakelijke uitrusting kan worden vervangen;

32.  benadrukt dat de crisis naast de gezondheidsdimensie tevens dramatische gevolgen heeft voor werkenden, werknemers, zelfstandigen en kmo’s, die de ruggengraat van onze samenleving vormen; is van mening dat de Commissie samen met de lidstaten alle maatregelen moet nemen om zo veel mogelijk banen te behouden en ervoor te zorgen dat het herstel is gebaseerd op opwaartse sociale economische convergentie, sociale dialoog en betere sociale rechten en arbeidsomstandigheden, met gerichte maatregelen voor mensen met een onzeker dienstverband;

33.  benadrukt dat de culturele en creatieve sector in de lidstaten bijzonder hard wordt getroffen door de gevolgen van COVID-19, vanwege de sluiting van bioscopen, theaters en concertzalen, en de plotselinge stopzetting van de ticketverkoop; wijst erop dat deze sectoren veel freelancers en zelfstandigen tellen, die vaak ook vóór de uitbraak al in precaire arbeidsomstandigheden werkten, en dat de gevolgen dus bijzonder nijpend zijn voor creatieve professionals die hun inkomen onverwacht tot nul herleid zien en die nu weinig of geen steun krijgen van het socialezekerheidsstelsel;

34.  dringt er bij de EU-instellingen en lidstaten op aan erop toe te zien dat er financiële overheidssteun voor ondernemingen voor het opvangen van de economische gevolgen van COVID-19 wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de steun wordt gebruikt ten behoeve van de werknemers en niet voor belastingontwijking, het uitbetalen van bonussen aan bestuurders, het uitbetalen van dividenden of de terugkoop van aandelen;

35.  verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te geven aan hulp en crisisbeheersmaatregelen voor de meest kwetsbare burgers, vrouwen en kinderen die blootgesteld zijn aan huiselijk geweld, ouderen, personen met een beperking, etnische minderheden en personen in afgelegen en geïsoleerde regio’s, waaronder de overzeese landen en gebieden, door middel van een speciaal uitzonderlijk ondersteuningsfonds dat gericht is op het gezondheidszorgstelsel en de sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de COVID-19-uitbraak, en mensen die het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting en ook het grootste risico lopen besmet te raken met COVID-19, maar ook het meest te lijden hebben onder de economische gevolgen ervan; dringt aan op maatregelen om huurders tijdens de crisis te beschermen tegen uitzetting alsook op de instelling van veilige toevluchtsoorden voor mensen die onderdak nodig hebben; roept op tot een alomvattende strategie ter bestrijding van de armoede, met een Europese kindergarantie; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan een genderanalyse op te nemen in alle responsinspanningen om te voorkomen dat de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen nog groter worden, ervoor te zorgen dat de diensten voor slachtoffers van geweld open blijven, en de hulplijndiensten, noodopvangplaatsen voor slachtoffers, online juridische ondersteuning en meldingsdiensten te versterken teneinde huiselijk en gendergebaseerd geweld te bestrijden en alle vrouwen en kinderen daartegen te beschermen; herinnert eraan dat de desbetreffende maatregelen in overeenstemming moeten zijn met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij gelijke en niet-discriminerende toegang tot sociale en gezondheidsdiensten moet worden gewaarborgd en specifieke maatregelen moeten worden genomen ter bescherming van personen met een handicap, op basis van overleg met en betrokkenheid van personen met een handicap, via de familieleden of organisaties die hen vertegenwoordigen, wanneer maatregelen worden genomen die hen aangaan;

36.  dringt erop aan dat de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan gelijke toegang tot de gezondheidszorg, met name non-discriminatie bij de toegang tot medische behandeling en spoedeisende zorg, waarbij de rechten van personen die in woonzorgcentra wonen en die een groter risico op infectie lopen, met name ouderen en personen met een handicap, gewaarborgd worden en ervoor gezorgd wordt dat de gemeenschapsgebaseerde zorg en ondersteuningsdiensten die deze personen dagelijks nodig hebben, gefinancierd zijn en goed uitgerust en bemand zijn; dringt er ook op aan dat bij de isoleringsmaatregelen rekening wordt gehouden met de behoeften van personen met een handicap, dat de openbare informatie over de COVID-19-pandemie toegankelijk is voor een zo groot mogelijk aantal personen met een handicap, en dat personen met een handicap worden opgenomen in alle maatregelen ter bescherming van het inkomen;

37.  is van mening dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat werkenden in Europa, waaronder zelfstandigen, beschermd worden tegen inkomensverlies, en dat de zwaarst getroffen bedrijven, met name kmo’s, beschikken over de nodige ondersteuning en financiële liquiditeit; is in dit verband ingenomen met het nieuwe voorstel van de Commissie voor tijdelijke steun om werkloosheidsrisico’s in een noodsituatie te beperken (SURE), en pleit voor de snelle uitvoering daarvan, alsook voor de oprichting van een permanent Europees werkloosheidsherverzekeringsstelsel; spoort de lidstaten aan sociale en fiscale wetten beter op elkaar af te stemmen om vertakkingen van socialezekerheids- en belastingstelsels voor grensoverschrijdende werknemers en arbeidsmigranten als gevolg van noodmaatregelen te voorkomen;

38.  benadrukt dat daklozen en andere mensen in precaire huisvestingssituaties in het bijzonder gevaar lopen in de COVID-19-crisis en vaak niet in staat zijn hun sociale contacten te beperken of andere beschermende maatregelen te volgen; dringt bij de EU en de lidstaten aan op de uitvoering van gerichte maatregelen voor de bescherming van daklozen en het leveren van financiële ondersteuning aan de ngo’s en lokale overheden die eerstelijnszorg bieden, om huisuitzettingen op te schorten en huurders en hypotheekbetalers te ondersteunen;

39.  roept de lidstaten en de Commissie ertoe op om in de respons op de COVID-19-crisis de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen aan te moedigen en ook te verzekeren dat de sociale partners volledig betrokken worden bij het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de te nemen maatregelen; dringt er bij de lidstaten op aan de nodige acties te ondernemen om banen, arbeidsomstandigheden en lonen te vrijwaren, met inbegrip van maatregelen voor werktijdverkorting, regelingen voor inkomenscompensatie en soortgelijke maatregelen;

40.  acht het van het grootste belang om de binnengrenzen van de EU open te houden voor goederen; herinnert eraan dat de interne markt de bron is van onze collectieve welvaart en ons collectieve welzijn, en een wezenlijk element is van de onmiddellijke en aanhoudende respons op de COVID-19-uitbraak; staat volledig achter de oproep van de Commissie aan de lidstaten om grensarbeiders toe te blijven staan de grens over te steken, vooral in sectoren waarin het voortdurende vrije verkeer in de EU van essentieel belang wordt geacht; pleit in dit verband voor het creëren van “groene rijstroken” bij grensovergangen voor vervoer over land (spoor en weg), zeevervoer, binnenvaart en luchtvervoer;

41.  steunt maatregelen ten gunste van de EU-agrovoedingssector en de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven tijdens de crisis, met name door middel van liquiditeitssteun via de tijdige (vooruit)betaling van rechtstreekse betalingen en betalingen uit hoofde van de tweede pijler, flexibiliteit bij het beheer van steunregelingen en de indiening van aanvragen, markttoezicht en crisisbeheer (privé-opslag, promotiemaatregelen en uitzonderlijke maatregelen waardoor de Commissie aanvullende marktmaatregelen en tijdelijke uitzonderingen van mededingingsregels kan voorstellen);

42.  is van mening dat de sectoren vervoer en toerisme zwaar getroffen zijn en dringt aan op maatregelen om de gezondheid, de veiligheid en de arbeidsomstandigheden van werknemers in de vervoersector te waarborgen en ervoor te zorgen dat vervoersbedrijven de crisis te boven kunnen komen; stelt voor dat er op EU-niveau een preventie- en beheersmechanisme voor de toeristische sector wordt ontwikkeld om onze werknemers te beschermen, onze bedrijven te helpen en de veiligheid van passagiers te waarborgen;

43.  dringt er bij de Unie en de lidstaten op aan steun te verlenen aan de culturele en creatieve sectoren, aangezien deze een belangrijke rol spelen voor onze economie alsook voor ons sociale leven en zwaar worden getroffen door de huidige crisis; benadrukt dat de huidige crisis heeft aangetoond dat onze onderwijssystemen niet zo veerkrachtig zijn als ze zouden moeten zijn en acht het daarom van essentieel belang dat de onderwijsinfrastructuur, zowel online als offline, aanzienlijk wordt verbeterd en dat leraren en leerlingen de nodige vaardigheden en apparatuur krijgen voor thuisonderwijssituaties; is in dit verband ingenomen met het initiatief van de Commissie om het actieplan voor digitaal onderwijs te herzien en te actualiseren; is evenwel van mening dat dit niet volstaat en verzoekt de Commissie en de lidstaten met een gecoördineerd investeringsplan te komen om onze onderwijsstelsels te verbeteren;

44.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat haar op 18 maart 2020 gepubliceerde interpretatieve richtsnoeren over de EU-regelgeving inzake passagiersrechten in de context van de zich ontwikkelende situatie met COVID 19 naar behoren ten uitvoer worden gelegd;

45.  verzoekt de Commissie de maatregelen die lidstaten nemen tegen internetoplichters en cybercriminelen die misbruik maken van de angst van mensen door te duur of nagemaakt medisch materiaal te verkopen, te coördineren;

Bescherming van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten

46.  benadrukt dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de eerbiediging van de beginselen van de rechtsstaat van toepassing moeten blijven, en dat de autoriteiten er bij noodmaatregelen voor moeten zorgen dat iedereen dezelfde rechten en bescherming geniet; benadrukt dat alle maatregelen die op nationaal en/of Europees niveau worden genomen moeten stroken met de beginselen van de rechtsstaat, strikt moeten worden beperkt in de mate die de situatie vereist, duidelijk verband moeten houden met de huidige gezondheidscrisis, van tijdelijke aard moeten zijn en moeten worden onderworpen aan regelmatig en nauwkeurig toezicht; vindt het besluit van de Hongaarse regering om de noodtoestand voor onbepaalde tijd te verlengen, de regering de volmacht te geven bij decreet te regeren zonder tijdlimiet, en om het toezicht van het parlement op de noodtoestand af te zwakken, alsook de door de Poolse regering ondernomen stappen – namelijk de wijziging van de kieswet die indruisen tegen de uitspraak van het Constitutioneel Hof en de wettelijke bepalingen – om presidentsverkiezingen te houden in het midden van een pandemie, waardoor het leven van de Poolse burgers in gevaar kan komen en het in de Poolse grondwet verankerde concept van vrije, gelijke, rechtstreekse en geheime verkiezingen ondermijnd kan worden, volledig onverenigbaar met de Europese waarden;

47.  verzoekt de Commissie daarom met spoed te beoordelen of de noodmaatregelen in overeenstemming zijn met de Verdragen en ten volle gebruik te maken van alle beschikbare EU-instrumenten en -sancties, met inbegrip van budgettaire, om deze ernstige en voortdurende schending aan te pakken, en benadrukt eens te meer dat er dringend behoefte is aan een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; dringt er bij de Raad op aan de besprekingen en procedures in verband met de lopende artikel 7-procedures opnieuw op zijn agenda te plaatsen;

48.  vraagt de lidstaten effectief te zorgen voor veilige en tijdige toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsrechten (SRGR) en de noodzakelijke gezondheidsdiensten voor alle vrouwen en meisjes tijdens de COVID-19-pandemie, met name toegang tot anticonceptie, met inbegrip van noodanticonceptie, en tot abortushulpverlening; verwerpt alle pogingen om SRGR- en LGBTI-rechten terug te schroeven en veroordeelt in dit verband de pogingen om de abortuszorg verder te criminaliseren, hiv-positieve mensen te stigmatiseren en de toegang van jongeren tot seksuele voorlichting in Polen te ondermijnen, evenals de aanval op de rechten van transgenders en interseksuelen in Hongarije;

49.  dringt er bij de lidstaten op aan alleen noodzakelijke, gecoördineerde en evenredige maatregelen te nemen bij het beperken van reizen of het invoeren en verlengen van controles aan de binnengrenzen, na een zorgvuldige evaluatie van de doeltreffendheid ervan om het volksgezondheidsprobleem aan te pakken en op basis van de bestaande wettelijke bepalingen, namelijk de Schengengrenscode en de richtlijn vrij verkeer, en met volledige inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; benadrukt dat grenscontroles en beperkingen op verplaatsingen evenredig en uitzonderlijk moeten blijven en dat al het vrije verkeer moet worden hersteld zodra dit mogelijk wordt geacht; benadrukt dat het grensoverschrijdende verkeer van eerstelijnswerkers in sectoren die van essentieel belang zijn in de strijd tegen COVID-19, met name personeel in de gezondheidszorg en ouderenzorg, maar ook in de agrovoedingssector, zoals seizoenarbeiders in de landbouw, niet mag worden beperkt; benadrukt dat de terugkeer naar een volledig operationele Schengenruimte van vrij verkeer zonder controles aan de binnengrenzen deel moet uitmaken van een exitstrategie voor deze crisis;

50.  pleit voor de volledige eerbiediging van het Verdrag van Genève en het Europees asielrecht; wijst erop dat voorzieningen moeten worden getroffen voor de opvang van nieuwe asielzoekers in passende sanitaire omstandigheden en met medische ondersteuning, maakt zich daarom grote zorgen over de situatie van vluchtelingen en asielzoekers die op de Griekse eilanden aankomen, en in “hotspots” en detentiecentra, die geen toegang hebben tot adequate gezondheidszorg en bijzondere risico’s lopen; is van oordeel dat de noodzakelijke oplossingen moeten worden gevonden, waaronder de preventieve evacuatie en herplaatsing van de bevolking die een hoog risico loopt, om te zorgen voor passende materiële omstandigheden en het beperken van sociale contacten om besmetting te voorkomen; benadrukt de belangrijke bijdrage van de vele migranten en nakomelingen van migranten die zich in de hele EU inzetten om veel wezenlijke sectoren, en met name de zorg en de gezondheidszorg, draaiende te houden;

51.  neemt kennis van het plan van de Europese Commissie om telecomaanbieders te verzoeken geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over te dragen om de verspreiding van COVID-19 te beperken, neemt kennis van de nationale volgprogramma’s die al in werking zijn, en de invoering van apps waarmee autoriteiten verplaatsingen, contacten en gezondheidsgegevens kunnen monitoren;

52.  neemt kennis van de opkomst van applicaties voor het traceren van contacten op mobiele apparaten om personen te waarschuwen als zij in de nabijheid van een besmet persoon zijn geweest, en de aanbeveling van de Commissie om een gemeenschappelijke EU-benadering voor het gebruik van dergelijke applicaties te ontwikkelen; wijst erop dat het gebruik van door nationale en EU-autoriteiten ontwikkelde applicaties niet verplicht mag worden gesteld en dat de gegenereerde gegevens niet mogen worden opgeslagen in gecentraliseerde databanken, die het potentiële risico van misbruik en vertrouwensverlies met zich meebrengen en de ingebruikneming in de Unie in gevaar zouden kunnen brengen; eist dat alle opslag van gegevens gedecentraliseerd plaatsvindt, volledige transparantie wordt gegeven over de (niet-Europese) commerciële belangen van de ontwikkelaars van deze applicaties, en dat duidelijke prognoses worden getoond over hoe het gebruik van apps voor het traceren van contacten door een deel van de bevolking in combinatie met andere specifieke maatregelen zal leiden tot een aanzienlijk lager aantal geïnfecteerde personen; eist dat de Commissie en de lidstaten volledige transparantie betrachten over de werking van apps voor het traceren van contacten, zodat personen zowel het onderliggende protocol voor de beveiliging en privacy kunnen verifiëren, als de code zelf kunnen controleren om te zien of de applicatie werkt zoals de autoriteiten beweren; beveelt aan dat vervalclausules worden vastgesteld en de beginselen van gegevensbescherming door ontwerp en gegevensminimalisatie volledig in acht worden genomen;

53.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de details van deze programma’s openbaar te maken en publiek toezicht en volledig toezicht door de gegevensbeschermingsautoriteiten mogelijk te maken; merkt op mobiele-locatiegegevens enkel verder kunnen worden verwerkt in overeenstemming met de e‑privacyrichtlijn en de AVG; benadrukt dat de nationale en Europese autoriteiten de wetgeving inzake gegevensbescherming en privacy volledig moeten naleven en moeten voldoen aan het toezicht en de richtsnoeren van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten;

54.  benadrukt dat desinformatie over COVID-19 op dit moment een belangrijk punt van zorg voor de volksgezondheid is; dringt er bij de EU op aan een Europees informatiebron in alle officiële talen te creëren om ervoor te zorgen dat alle burgers toegang hebben tot accurate en geverifieerde informatie; is van oordeel dat het ECDC de leiding moet hebben bij de coördinatie en het afstemmen van de gegevens van de lidstaten om de kwaliteit en vergelijkbaarheid te verbeteren; roept socialemediabedrijven op proactief de noodzakelijke maatregelen te treffen om desinformatie en haatzaaiende taal in verband met COVID-19 te stoppen;

55.  wijst op de bijzonder acute en verslechterende financiële situatie in de media, met name nieuwsmedia, in de hele EU, als gevolg van de abrupte vermindering of het volledig verlies van reclame-inkomsten, wat kan leiden tot het faillissement van nieuwsorganisaties in alle lidstaten; wijst op de bijzonder armlastige positie van lokale en regionale nieuwsmedia, alsook van degenen die op kleine markten actief zijn; wijst erop dat vrije, onafhankelijke en voldoende gefinancierde media van essentieel belang zijn voor een goed functionerende democratie en om ervoor te zorgen dat de burgers tijdens deze crisis goed worden geïnformeerd;

Extern optreden, internationale solidariteit en samenwerking

56.  dringt aan op een snelle actualisering van de integrale EU-strategie in het licht van de wereldwijde gevolgen van de crisis; vestigt in het bijzonder de aandacht op de zogeheten “coronadiplomatie”; herhaalt dat de EU klaar moet zijn om op strategische wijze te communiceren en externe desinformatie te bestrijden en zich voortdurend aan te passen aan het veranderende geopolitieke landschap, zonder afbreuk te doen aan haar kernwaarden; verzoekt de Commissie en de Raad strategisch op te treden in de wereld en binnen Europa om de ambitie van een geopolitieke Unie in beweging te zetten;

57.  pleit ervoor dat de noodmaatregelen die derde landen als reactie op de COVID-19-crisis hebben genomen, niet in strijd zijn met de mensenrechten en het internationale recht, dat ze beperkt blijven tot strikt noodzakelijke en evenredige maatregelen en dat ze regelmatig worden gecontroleerd en aan een tijdslimiet worden gebonden; veroordeelt met name censuur, arrestaties en intimidatie van journalisten, personen uit de politieke oppositie, zorgmedewerkers en andere personen die kritiek uiten op regeringen, onder meer op hun crisisbeheer; roept de EU op steun te verlenen aan een wereldwijde campagne voor de vrijlating van politieke gevangenen, gedetineerde mensenrechtenactivisten en verdachten die een laag risico vormen;

58.  benadrukt dat de EU in het algemeen weerbaarder moet worden tegen crises, om vrij te blijven van ongepaste politieke en economische invloed, bijvoorbeeld van China en Rusland, en paraat moet zijn om strategisch te communiceren, externe desinformatie, nepnieuws en cyberaanvallen te bestrijden, en zich voortdurend aan te passen aan het veranderende geopolitieke landschap; dringt er daarom bij de Commissie op aan om krachtig te reageren op de agressieve Russische en Chinese propaganda-inspanningen die de COVID-19-pandemie misbruiken om de EU te ondermijnen en onder de lokale bevolking een klimaat van wantrouwen tegenover de EU te scheppen; acht het van cruciaal belang om doeltreffend te communiceren over de financiële, technische en medische bijstand van de EU;

59.  benadrukt dat het gebruik van uitvoervergunningen in geen geval mag leiden tot feitelijke exportverboden; benadrukt het belang van blijvende toegang tot schaars medisch materiaal voor ontwikkelingslanden; benadrukt dat de uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen naar degenen moet gaan die deze het meest nodig hebben, en niet naar degenen die het zich kunnen veroorloven de hoogste prijs te betalen; is van mening dat hiertoe binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overeenstemming moet worden bereikt over een algemene catalogus van essentiële nooduitrusting voor de gezondheidszorg, om prijsspeculatie tegen te gaan en de handel ervan te vergemakkelijken; spoort alle landen ten zeerste aan zich aan te sluiten bij de WTO-Overeenkomst inzake opheffing van tarieven voor farmaceutische producten (nul voor nul), en pleit de uitbreiding van het toepassingsgebied van de overeenkomst tot alle farmaceutische producten en geneesmiddelen om de wereldwijde internationale handel te waarborgen; verzoekt de leden van de WTO dit onderwerp bovenaan de agenda van de volgende ministeriële bijeenkomst van de WTO te plaatsen; uit zijn ernstige bezorgdheid over de gezamenlijke waarschuwing van de WTO, de WHO en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) dat mondiale beperkende handelsmaatregelen kunnen leiden tot voedseltekorten in de hele wereld; dringt aan op maatregelen om de verstoring van de voedselvoorzieningsketens tot een minimum te beperken en zo de verergering van de voedselonzekerheid en grote prijsschommelingen te voorkomen; dringt er bij alle lidstaten op aan gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om ervoor te zorgen dat er doeltreffende mechanismen voorhanden zijn om potentiële investeringen in en aankopen van kritieke infrastructuur en strategische industriële capaciteiten in de EU te beoordelen en indien nodig maatregelen te nemen die de risico’s beperken of tegenhouden; verzoekt de Commissie vaart te zetten achter de onderhandelingen over e-handel in het kader van de WTO om regels te waarborgen voor de snelle toename van de onlinehandel, met name voor goederen;

60.  onderstreept dat de pandemie geen grenzen of ideologieën kent en dat de samenwerking en solidariteit van de gehele internationale gemeenschap en de versterking van het VN-stelsel en in het bijzonder de WHO zijn vereist; is van oordeel dat het essentieel is dat de EU China vraagt volledige opening van zaken te geven over deze pandemie, het tijdsverloop van de opkomst ervan en de werkelijke menselijke tol; benadrukt het belang van samenwerking en ondersteuning voorde landen van de Westelijke Balkan, voor onze naaste buren in het Oostelijk en Zuidelijk Nabuurschap en onze partners, en voor de ontwikkelingslanden, in het bijzonder in Afrika en Latijns-Amerika; betuigt zijn sterke solidariteit met het VK, ons buurland, dat op dit moment zwaar wordt getroffen door de pandemie, en biedt alle vormen van samenwerking aan voor de bestrijding van de pandemie en de gevolgen ervan;

61.  roept op tot meer EU-steun voor de westelijke Balkan (bijvoorbeeld door deze landen op te nemen in het Solidariteitsfonds van de EU en hen vrij te stellen van de regeling voor tijdelijke exportvergunningen voor beschermingsmiddelen) en vraagt de zichtbaarheid van deze steun te vergroten om blijk te geven van de solidariteit van de EU met deze landen en volkeren; dringt erop aan dat bijzondere aandacht wordt besteed aan minderheden die weinig toegang hebben tot gezondheidszorg, zoals het Roma-volk;

62.  is verheugd over de initiatieven van de secretaris-generaal van de VN voor een multilaterale benadering van de COVID-19-crisis en de mondiale gevolgen daarvan, en pleit voor een internationaal gecoördineerde benadering; verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten politieke en financiële steun te verlenen aan de VN-initiatieven voor het coördineren van de inspanningen op internationaal niveau, in de eerste plaats via het plan voor een mondiale humanitaire COVID-19-respons en het COVID-19-fonds voor respons en herstel;

63.  onderkent het belang van een mondiaal gecoördineerde reactie op de drastische economische gevolgen van de COVID-19-crisis, zoals benadrukt door de Conferentie van de VN inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD) en dringt er bij de Commissie, de Raad en de lidstaten op aan een alomvattende aanpak te ontwikkelen en initiatieven te nemen om de ontwikkelingslanden te helpen de sanitaire en economische gevolgen van de pandemie het hoofd te bieden;

64.  is ingenomen met het EU-pakket voor de wereldwijde respons op COVID-19 en de 20 miljard EUR die is uitgetrokken voor de bestrijding van de pandemie in derde partnerlanden;

65.  benadrukt dat het besluit van de raad van bestuur van het IMF om een onmiddellijke schuldenlast verlichting te verlenen aan 25 van de armste en meest kwetsbare lidstaten een eerste duidelijk positief voorbeeld is van concrete en snelle solidariteit, en dringt aan op verdere soortgelijke maatregelen van internationale donoren;

Een Unie die na crisis sterker is en meer doeltreffende maatregelen neemt voor haar burgers

66.  herinnert eraan dat de crisis niemands toedoen is en niet tot ieders ondergang mag leiden; spreekt zijn vastberaden intentie uit om te doen wat nodig is om de Unie en haar burgers uit de crisis te leiden, en verzoekt alle EU-instellingen en de lidstaten om onmiddellijk gebruik te maken van alle relevante bepalingen van de Verdragen en dienovereenkomstig in de geest van solidariteit te handelen;

67.  stelt dat in deze strategie kan worden voorgesteld om de bevoegdheden van de Unie te verruimen zodat zij in het geval van toekomstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen onverwijld kan optreden aan de hand van nieuwe en versterkte instrumenten en de situatie op Europees niveau kan coördineren om er zo voor te zorgen dat de nodige middelen, zij het materiële (bijvoorbeeld mondkapjes, beademingsapparatuur en geneesmiddelen) of financiële middelen, terechtkomen op de plekken waar ze het hardst nodig zijn en dat hoogwaardige, gestandaardiseerde gegevens kunnen worden verzameld;

68.  is ervan overtuigd dat eerbiediging van de mensenrechten door ondernemingen en milieuzorgvuldigheid noodzakelijke voorwaarden zijn om toekomstige crises te voorkomen en te verzachten en om duurzame waardeketens te garanderen;

69.  is van mening dat de pandemie de grenzen heeft aangetoond van het vermogen van de Unie om doortastend op te treden, en het gebrek aan uitvoerende en begrotingsbevoegdheden van de Commissie heeft blootgelegd; is van mening dat de Unie in reactie hierop grondige hervormingen moet ondergaan; acht het gezien de urgentie van het voltooien van de economische en monetaire unie noodzakelijk de algemene overbruggingsclausule te activeren om het besluitvormingsproces te vergemakkelijken wat betreft alle zaken die kunnen bijdragen tot het oplossen van de uitdagingen van de huidige gezondheidscrisis;

70.  verzoekt de lidstaten hun meningsverschillen opzij te zetten en in het algemeen belang en in de geest van solidariteit te handelen; verzoekt hen onmiddellijk gebruik te maken van de speciale bepalingen van de Verdragen om dienovereenkomstig op te treden;

71.  verzoekt de Commissie haar verantwoordelijkheid uit hoofde van de Verdragen serieus te nemen en doortastende initiatieven te nemen;

72.  benadrukt dat de Unie bereid moet zijn om diep na te denken over de vraag hoe zij doeltreffender en democratischer kan worden en dat deze crisis de urgentie daarvan alleen maar versterkt; is van mening dat de geplande conferentie over de toekomst van Europa hiervoor het juiste forum is; is daarom van mening dat de conferentie zo spoedig mogelijk moet worden belegd en dat de conferentie met duidelijke voorstellen moet komen, onder meer door rechtstreeks in gesprek te gaan met burgers, om een diepgaande hervorming van de Unie te bewerkstelligen waardoor zij doeltreffender, meer verenigd, democratischer, meer soeverein en veerkrachtiger wordt;

o
o   o

73.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de Europese Raad en het fungerend voorzitterschap van de Raad.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.
(2) PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.
(3) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 12 mei 2020Juridische mededeling - Privacybeleid