Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2106(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0045/2020

Ingediende teksten :

A9-0045/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0074

Aangenomen teksten
PDF 152kWORD 50k
Donderdag 14 mei 2020 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2018: Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel
P9_TA(2020)0074A9-0045/2020
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2106(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05763/2019 – C9-0072/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(7),

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0045/2020),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel kwijting voor de uitvoering van de begroting de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 426 van 18.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 426 van 18.12.2019, blz. 24.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.
(7) PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.


2. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2106(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05763/2019 – C9-0072/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(7),

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0045/2020),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 426 van 18.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 426 van 18.12.2019, blz. 24.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.
(6) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.
(7) PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2020 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2106(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Ecsel voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0045/2020),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (de “Gemeenschappelijke Onderneming”) is opgericht op 7 juni 2014, in de zin van artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met het oog op de tenuitvoerlegging van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake “Elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap” (Ecsel), met een looptijd tot 31 december 2024;

B.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming in juni 2014 bij Verordening (EU) nr. 561/2014 van de Raad(1) is opgericht als vervanger en opvolger van de Gemeenschappelijke Ondernemingen Artemis en Eniac;

C.  overwegende dat de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming bestaan uit de Unie, de lidstaten, en, op vrijwillige basis, de deelnemende landen (deelnemende staten) en verenigingen van particuliere ondernemingen (particuliere leden), en andere organisaties die in de Unie actief zijn op het gebied van elektronische componenten en systemen;

D.  overwegende dat de geplande bijdragen aan de Gemeenschappelijke Onderneming over de totale looptijd van Horizon 2020 respectievelijk 1 184 874 000 EUR van de Unie, 1 170 000 000 EUR van de deelnemende staten, en 1 657 500 000 EUR van de particuliere leden bedragen;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in zijn verslag over de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2018 (het “verslag van de Rekenkamer”) heeft verklaard dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2018 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regels en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  constateert dat in de definitieve begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018 vastleggingskredieten ter hoogte van 194 100 000 EUR en betalingskredieten ter hoogte van 310 554 000 EUR waren opgenomen; stelt vast dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en de betalingskredieten 98 %, respectievelijk 65 % bedroegen;

3.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag verklaart dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2018 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

4.  stelt vast dat de Unie eind 2018 een bedrag van 637 600 000 EUR van het zevende kaderprogramma heeft bijgedragen voor de medefinanciering van de gemeenschappelijke activiteiten, en nog eens 17 900 000 EUR voor de medefinanciering van de daaraan gerelateerde administratieve kosten; stelt vast dat de gecumuleerde toezegging voor de operationele activiteiten van het zevende kaderprogramma 606 000 000 EUR bedroeg, en de daaraan gerelateerde gecumuleerde betalingen 529 000 000 EUR; stelt vast dat de uitvoeringsgraad van de beschikbare betalingskredieten van 98 000 000 EUR voor zevende kaderprogrammaprojecten in 2018 een kleine 42 % bedroeg, hetgeen voornamelijk toe te schrijven is aan de vertragingen bij de afgifte van projectcertificaten voor lopende activiteiten van het zevende kaderprogramma door de nationale financieringsinstanties;

5.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor projecten in het kader van het zevende kaderprogramma betalingen heeft verricht ten belope van 41 000 000 EUR, hetgeen neerkomt op 22 % van alle in 2018 verrichte operationele betalingen; neemt verder nota van het feit dat het percentage restfouten aan het eind van het jaar 3,36 % bedroeg;

6.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming wat de operationele betalingen in het kader van het zevende kaderprogramma betreft nog steeds afhankelijk is van de nationale financieringsautoriteiten EPS, hetgeen een risico inhoudt voor de tijdige betaling van het saldo;

7.  stelt bezorgd vast dat de deelnemende staten, die ten minste 1 170 000 000 EUR aan de operationele Horizon 2020-activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming moeten bijdragen, in 2018 vastleggingskredieten ten belope van 564 000 000 EUR en betalingskredieten ten belope van 178 000 000 EUR hebben gerealiseerd, hetgeen neerkomt op 15 % van de totale verplichte bijdragen; stelt vast dat dit lage niveau van de bijdragen van de deelnemende staten ermee te maken heeft dat een aantal deelnemende staten hun kosten pas aan het eind van de looptijd van de Horizon 2020‑projecten waar ze steun aan verlenen in kaart brengen en melden aan de Gemeenschappelijke Onderneming; stelt vast dat de uitvoeringsgraad van het voor Horizon 2020 beschikbare budget 100 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 72 % voor betalingskredieten, en dat het percentage voor betalingskredieten in een lager bedrag heeft geresulteerd als gevolg van de aanvullende bijdrage van 20 000 000 EUR die in december 2018 is ontvangen;

8.  stelt vast dat, volgens de ramingen van de Gemeenschappelijke Onderneming, de leden uit de bedrijfstak eind 2018 van hun verplichte bijdrage van 1 657 500 000 EUR aan de activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming 705 400 000 EUR in natura hadden geleverd, terwijl de EU een contante bijdrage van 512 000 000 EUR euro had betaald; stelt daarnaast vast dat de contante bijdragen van de leden uit de bedrijfstak 11 300 000 EUR bedroegen en dat hun bijdragen in natura die wel gemeld waren, maar niet gevalideerd, 694 100 000 EUR bedroegen;

Functioneren

9.  wijst erop dat key performance indicators (KPI’s) worden gebruikt om de operationele en de programmaprestaties te meten, en dat de Gemeenschappelijke Onderneming samen met de andere gemeenschappelijke ondernemingen en hun partners werkt aan de definitie van gemeenschappelijke impact-KPI’s, alsook aan methodologieën voor de beoordeling daarvan;

10.  merkt op dat de beheerkostenratio (administratieve/operationele begroting) onder de 5 % blijft, wat wijst op een vrij slanke en efficiënte organisatiestructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming;

11.  juicht het toe dat, in 2018, de totale gerealiseerde hefboomwerking voor het programma van de Gemeenschappelijke Onderneming, berekend als de kosten van Horizon 2020 minus de financiering van de Unie gedeeld door de financiering van de Unie, gelijk was aan 3, en daarmee hoger lag dan het beoogde niveau van de hefboomwerking voor de hele periode 2014-2020; stelt daarnaast vast dat de totale gerealiseerde hefboomwerking, indien de nationale kosten als uitgangspunt worden genomen, 3,3 was;

12.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming zich inspanningen heeft getroost voor het consolideren en ontwikkelen van haar activiteiten, teneinde voor een soepele en doeltreffende werking van de Gemeenschappelijke Onderneming te zorgen; neemt er nota van dat in 2018 vier oproepen tot het doen van voorstellen zijn gedaan, uitmondend in de selectie van 13 collaboratieve projecten en twee coördinatie- en steunacties;

13.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming twee oproepen tot het doen van voorstellen heeft gedaan; neemt er nota van dat het aantal voorstellen voor het vierde achtereenvolgende jaar is gedaald, maar dat het aantal geselecteerde voorstellen identiek is aan 2017;

14.  merkt op dat efficiënte communicatie essentieel is voor het welslagen van door de Unie gefinancierde projecten; acht het belangrijk om de verwezenlijkingen van de Gemeenschappelijke Onderneming zichtbaarder te maken en meer informatie te verspreiden over de toegevoegde waarde ervan; vraagt de Gemeenschappelijke Onderneming een proactief communicatiebeleid te voeren en de resultaten van haar onderzoek mee te delen aan het grote publiek, onder meer via de sociale media en andere mediakanalen, met als doel de bevolking bewuster te maken van de impact van EU-steun en de aanvaarding door de markt te vergroten;

Personeel

15.  merkt op dat in 2018 30 van de 31 goedgekeurde posten in het organigram bezet waren: 14 door tijdelijke ambtenaren en 16 door arbeidscontractanten; merkt verder op dat in 2018 de posten van twee administratiehoofden, van één financieel directeur en één programmacoördinator bezet waren;

16.  neemt kennis van de informatie in het jaarlijks activiteitenverslag 2018 van de Gemeenschappelijke Onderneming over genderevenwicht in Ecsel-projecten, waaruit blijkt dat het totale aantal vrouwen in Ecsel-projecten die in 2018 werden geïmplementeerd en projecten waarover in dat jaar verslag werd uitgebracht (implementatie vanaf 2014, 2015 en 2016) 3 336 (of te wel 18 %) bedroeg, en het aantal mannen 14 820 (of te wel 82 %); stelt vast dat niet alle personeelsleden van begunstigde ondernemingen die bij Ecsel-projecten betrokken waren zich met onderzoeksactiviteiten bezighielden, en dat slechts 16 % van de onderzoekers vrouw is;

Aanbestedingsprocedures

17.  vindt het uitermate zorgwekkend dat de Rekenkamer tekortkomingen heeft vastgesteld in het beheer van de aanbestedingsprocedures voor administratieve diensten; verneemt uit de antwoorden van de Gemeenschappelijke Onderneming dat om dit probleem op te lossen een assistent is aangesteld op het gebied van budget, aanbestedingen en contracten;

Interne controles

18.  juicht het toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming stappen heeft ondernomen om de uitvoering te beoordelen van door de nationale financieringsinstanties (NFI’s) uitgevoerde controles achteraf, en de schriftelijke verklaringen van de NFI’s heeft ontvangen waarin zij verklaren dat de uitvoering van hun nationale procedures redelijke zekerheid verschaft over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen; stelt vast dat in het verslag van de Rekenkamer staat dat wat de Horizon 2020-betalingen betreft de gemeenschappelijke auditdienst van de Commissie belast is met het uitvoeren van de controles achteraf, en dat het door de Gemeenschappelijke Onderneming berekende restfoutpercentage aan het eind van 2018 1,15 % bedroeg;

19.  stelt vast dat de kwestie met betrekking tot de variatie in de door de NFI’s gebruikte methodologieën en procedures niet meer van belang is voor de uitvoering van Horizon 2020-projecten, aangezien de controles achteraf worden uitgevoerd door ofwel de Gemeenschappelijke Onderneming, ofwel de Commissie; stelt vast dat, in overeenstemming met het bepaalde in het gemeenschappelijke plan voor controles achteraf voor Horizon 2020, bij de Gemeenschappelijke Onderneming 22 van de 27 verklaringen van de NFI’s zijn binnengekomen, en onderkent dat deze een redelijke bescherming van de financiële belangen van haar leden bieden;

20.  merkt op dat de Commissie de eindevaluatie van de Gemeenschappelijke Ondernemingen Artemis en Eniac voor de periode 2008-2013 heeft verricht, alsook de tussentijdse evaluatie van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van Horizon 2020 voor de periode 2014-2016; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming een actieplan heeft ontwikkeld en vastgesteld om de op deze evaluaties gebaseerde aanbevelingen uit te voeren, en dat sommige activiteiten reeds zijn gestart; de meeste activiteiten moeten evenwel nog worden uitgevoerd in 2019, terwijl van sommige andere activiteiten is geconcludeerd dat ze buiten het mandaat van de Gemeenschappelijke Onderneming vallen;

21.  merkt op dat de laatste betaling voor de uitvoering van de dienstenniveauovereenkomst met één lid uit de bedrijfstak voor de levering van communicatiediensten en voor de organisaties van evenementen verricht is zonder de noodzakelijke onderliggende documenten;

22.  vraagt de Rekenkamer de soliditeit en betrouwbaarheid van de methodologie voor de berekening en waardebepaling van bijdragen in natura te beoordelen, waarbij moet worden gekeken naar de structuur en de degelijkheid van de richtsnoeren voor de toepassing van de procedure inzake bijdragen in natura, met als doel te assisteren op het gebied van planning, rapportage en certificatie voor wat deze bijdragen in natura betreft;

23.  vindt het zorgwekkend dat de Gemeenschappelijke Onderneming heeft vastgesteld dat contante betalingen ten belope van meer dan 1 000 000 EUR voor administratieve kosten door het Eniac vóór de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming niet aan het lid uit de bedrijfstak AENEAS in rekening zijn gebracht; stelt vast dat, om dit probleem op te lossen, de Gemeenschappelijke Onderneming 1 000 000 EUR van haar leden heeft ontvangen in de vorm van een “voorafbetaalde contante bijdrage”; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming onverwijld de debetnota af te geven;

Interne audit

24.  stelt vast dat de dienst Interne Audit van de Commissie in 2018 een risicobeoordeling heeft uitgevoerd; stelt vast dat deze dienst een follow-up heeft verricht van de aanbevelingen die hij naar aanleiding van een controle had geformuleerd betreffende het proces voor de toekenning van steun van Horizon 2020 en betreffende de prestaties van de Gemeenschappelijke Onderneming; stelt vast dat de dienst Interne Audit heeft geconcludeerd dat aan alle aanbevelingen op passende wijze gevolg is gegeven;

Personeelsbeheer

25.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming op 31 december 2018 30 mensen in dienst had; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2018 twee vacatures heeft opgevuld, te weten één voor hoofd van de administratie en financiën, en één voor “programme officer”, en één vacature heeft gepubliceerd, te weten voor een gedetacheerde nationale deskundige;

26.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming haar organigram op 6 augustus 2018 heeft gewijzigd, teneinde de structuur van de organisatie beter te laten aansluiten op de prioriteiten en de behoefte aan expertise; stelt vast dat de raad van bestuur in januari 2018 goedkeuring heeft gehecht aan vijf nieuwe uitvoeringsbepalingen van het personeelsstatuut.

(1) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 152.

Laatst bijgewerkt op: 31 juli 2020Juridische mededeling - Privacybeleid