Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2094(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0050/2020

Ingediende teksten :

A9-0050/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0099

Aangenomen teksten
PDF 153kWORD 53k
Donderdag 14 mei 2020 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2018: Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-bureau)
P9_TA(2020)0099A9-0050/2020
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec (vóór 20 december 2018: Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2094(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau voor ondersteuning van Berec voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0061/2020),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau(5), en met name artikel 13,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009(6), en met name artikel 28,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(8), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0050/2020),

1.  verleent de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2018;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 34.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(6) PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.
(8) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


2. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau voor ondersteuning van Berec (vóór 20 december 2018: Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2094(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau voor ondersteuning van Berec voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0061/2020),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau(5), en met name artikel 13,

–  gezien Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009(6), en met name artikel 28,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 108,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(8), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0050/2020),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau voor ondersteuning van Berec voor het begrotingsjaar 2018;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau voor ondersteuning van Berec, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 34.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(6) PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1.
(7) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.
(8) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2020 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec (vóór 20 december 2018: Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2094(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor ondersteuning van Berec voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0050/2020),

A.  overwegende dat, zoals blijkt uit de staat van ontvangsten en uitgaven(1), de definitieve begroting van Bureau voor ondersteuning van Berec (het “Bureau”) voor het begrotingsjaar 2018 4 331 000 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 2,0 % ten opzichte van 2017 betekent, en dat de begroting van het Bureau volledig wordt gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie(2);

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2018 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Begroting en financieel beheer

1.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2018 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,85 %, een daling van 0,09 % ten opzichte van 2017; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 82,68 % bedroeg, een daling van 4,24 % ten opzichte van 2017;

2.  vindt het zorgwekkend dat het Bureau een groot personeelsverloop heeft, hetgeen een gevaar inhoudt voor de uitvoering van zijn werkprogramma; merkt op dat het beheercomité in het kader van een pakket mitigerende maatregelen verzocht heeft om de opstelling van een reservelijst voor 75 % van alle vacatureprofielen, teneinde het aantal niet-bezette posten onder de 15 % te houden; merkt daarnaast op dat het Bureau, naar aanleiding van het feit dat nieuwe posten zijn gecreëerd voor het uitvoeren van het nieuwe mandaat van het Bureau zoals bedoeld in Verordening (EU) 2018/1971, een “fast track” aanwervingsprocedure heeft weten te organiseren voor drie extra nieuwe personeelsleden die op de reeds bestaande reservelijsten stonden;

Prestatie

3.  merkt op dat het Bureau verschillende soorten maatregelen als kernprestatie-indicatoren gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren;

4.  stelt vast dat het Bureau nu over verbeterde IT-ondersteuning beschikt, inclusief het gebruik van gespecialiseerde informatie- en communicatietechnologieën en diensten voor IT-beveiliging;

5.  stelt bezorgd vast dat het Bureau geen middelen deelt met andere agentschappen en dat vanwege de beperkte eigen middelen; stelt overigens vast dat het Bureau in 2014 een dienstenniveau-overeenkomst heeft gesloten met Enisa voor het delen van hulpbronnen op het gebied van interne controles; stelt vast dat Enisa deze overeenkomst op 1 januari 2020 heeft opgezegd als gevolg van wijzigingen in de structuur van Enisa naar aanleiding van zijn nieuwe, uitgebreide mandaat; stelt tevreden vast dat het Bureau met een gezamenlijk project is begonnen voor het met meerdere gezamenlijke ondernemingen en andere agentschappen van de Unie delen van IT-infrastructuur en andere IT-projecten; juicht dit initiatief toe en spoort het Bureau aan nader te onderzoeken hoe het zijn taken kan outsourcen en met andere instellingen en organen van de Unie kan samenwerken om overlappingen te voorkomen;

6.  merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer staat dat het Bureau in 2018 een openbare aanbesteding heeft georganiseerd voor het sluiten van een kadercontract, en dat dit contract is toegekend zonder dat de winnende inschrijver gevraagd is naar de redenen van zijn in potentie abnormaal lage inschrijving; neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat het tot 2018 geen richtsnoeren inzake abnormaal lage inschrijvingen had, maar merkt met tevredenheid op dat het Bureau de definitie van abnormaal lage inschrijving op heeft genomen in zijn interne handboek aanbestedingen; verzoekt het Bureau altijd te vragen naar de redenen van abnormaal lage inschrijvingen en deze te analyseren, teneinde de houdbaarheid van in potentie abnormaal lage inschrijvingen te garanderen;

7.  spoort het Bureau ertoe aan zijn diensten verder te digitaliseren;

Personeelsbeleid

8.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2018 voor 100 % ingevuld was, aangezien 14 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 14 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 14 toegestane posten in 2017); stelt vast dat in 2018 bovendien 9 contractanten en 4 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Bureau werkten;

9.  vindt het zorgwekkend dat het Bureau afhankelijk is van externe middelen en van één onderneming, hetgeen een risico vormt voor de bedrijfscontinuïteit; stelt bezorgd vast dat het Bureau niet over een kritische massa aan personeel en bevoegdheid beschikt; verzoekt de Commissie de begrotingsautoriteit een voorstel voor de toewijzing van passende middelen voor te leggen;

10.  stelt tevreden vast dat eind 2018 een bijna perfect genderevenwicht op personeelsniveau was bereikt (52 % mannen, 48 % vrouwen), en een volledig genderevenwicht bij leidinggevende posities (50 % vrouwen en 50 % mannen), en stelt vast dat er ook sprake is van een goed geografisch evenwicht, in die zin dat het personeel van het Bureau afkomstig is uit 13 lidstaten; vindt het echter zorgwekkend dat er in de raad van bestuur geen sprake is van genderevenwicht, gezien het feit dat slechts 5 van de 28 leden van de raad vrouw zijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;

11.  stelt met bezorgdheid vast dat het personeel in 2017 gemiddeld slechts 2,7 jaar bij het Bureau in dienst was, wat wijst op een hoog personeelsverloop; begrijpt dat het Bureau problemen ondervindt om gekwalificeerd personeel aan te trekken, onder andere vanwege de lage salariscorrectiecoëfficiënt van het gastland (74,9 %); beklemtoont dat het hoge personeelsverloop duidt op mogelijke problemen met het draaideurbeleid van het Bureau; verzoekt het Bureau zijn draaideurbeleid nog eens tegen het licht te houden; uit zijn bezorgdheid over het feit dat de werklast van het personeel van het Bureau is toegenomen als gevolg van de in de afgelopen jaren doorgevoerde vermindering van het aantal posten waarop het in het kader van de begroting van de Unie recht heeft, samen met de taken die het erbij heeft gekregen; wijst erop dat deze situatie risico's kan opleveren voor de uitvoering van zijn werkprogramma’s; merkt op dat het Bureau werkt aan een verbetering van de arbeidsvoorwaarden van zijn personeel, en dat het Bureau in 2018 begonnen is met de uitvoering van een actieplan voor sociaal welzijn; verzoekt het Bureau samen met de autoriteiten van Letland te onderzoeken op welke manier de arbeids- en leefomstandigheden van zijn personeel verder kunnen worden verbeterd, met het oog op het sluiten van een nieuwe zetelovereenkomst;

12.  vindt het zorgwekkend in het verslag van de Rekenkamer te lezen dat het Bureau op 4 mei 2018 een kaderovereenkomst met één onderneming heeft ondertekend voor de verlening van ondersteunende kantoor- en secretariaatsdiensten met een looptijd van 4 jaar en voor een maximumbedrag van 433 000 EUR (betalingen in 2018: 27 655 EUR), en dat sinds juni 2018 gemiddeld vier personeelsleden van die onderneming in het Bureau werkzaam waren, naast de 27 eigen medewerkers; benadrukt dat het gebruik van deze dienstenovereenkomst voor het verrichten van werkzaamheden strijdig is met de sociale en arbeidsregels van de Unie, en het Bureau blootstelt aan juridische en reputatieschaderisico's; verzoekt het Bureau deze situatie te corrigeren en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit;

13.  merkt op dat het Bureau een kaderovereenkomst heeft gesloten met één bedrijf voor de verlening van ondersteunende administratieve en secretariaatsdiensten, maar herinnert eraan dat het lenen van personeel alleen mogelijk is middels contracten met officiële uitzendbureaus en in overeenstemming met Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad(3), en met inachtneming van specifieke, door de lidstaten vastgestelde regels; stelt bezorgd vast dat het gebruik van deze dienstenovereenkomst niet strookt met de sociale en arbeidsregels van de Unie; neemt nota van het antwoord van het Bureau dat het na een openbare aanbestedingsprocedure een kaderovereenkomst heeft gesloten voor de verlening van ondersteunende administratieve- en secretariaatsdiensten, die voor de hele duur van de overeenkomst werden gewaarborgd, wat niet hetzelfde is als het gebruik van uitzendkrachten; merkt op dat de contractant, overeenkomstig de bij het kadercontract gevoegde aanbestedingsspecificaties, verplicht is zich aan het toepasselijke Uniale- en nationale rechtskader te houden;

Aanbestedingsprocedures

14.  leest in het verslag van de Rekenkamer dat het Bureau eind 2017 voor bepaalde procedures e-aanbesteding had ingevoerd, maar nog geen e-facturering en e-inschrijving; neemt nota van het antwoord van het Bureau dat na de ondertekening - in 2018 - van een Memorandum of Understanding over e-PRIOR tussen het Bureau en het Directoraat-Generaal Informatica van de Commissie door het Bureau een e-indieningsmodule van e-PRIOR is gebruikt;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

15.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Bureau om te zorgen voor transparantie en de preventie van en omgang met belangenconflicten; wijst er evenwel met bezorgdheid op dat het Bureau de cv's van de leden van de raad van bestuur niet op zijn website heeft geplaatst; merkt op dat de raad van bestuur begonnen is met het toetsen van zijn bestaande beleid met regels inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten, dat onder andere de verplichting voor zijn leden inhoudt om samen met hun belangenverklaring ook een cv over te leggen, dat op de website van het Bureau zal worden gepubliceerd;

Interne controles

16.  neemt er kennis van dat het Bureau op 7 december 2018 eindelijk de richtsnoeren voor klokkenluiders heeft vastgesteld;

17.  stelt vast dat het Bureau in 2018 intern actie heeft ondernomen om zijn internecontrolesystemen tegen het licht te houden, waaruit bleek dat ze doeltreffend ten uitvoer zijn gelegd;

18.  stelt vast dat de dienst Interne Audit van de Commissie in 2018 een controleverslag heeft uitgegeven over de planning, budgettering, monitoring van activiteiten en verslaglegging bij het Bureau, en dat naar aanleiding daarvan een actieplan met corrigerende maatregelen is vastgesteld;

Overige opmerkingen

19.  stelt vast dat het Bureau in kaart heeft gebracht wat de mogelijke gevolgen zijn van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken, en de noodzakelijke mitigerende maatregelen heeft geïdentificeerd; stelt vast dat bij het Bureau geen mensen werken met uitsluitend de Britse nationaliteit en dat er derhalve geen risico bestaat in verband met personeelsproblemen;

20.  vraagt het Bureau zich te richten op de verspreiding van de resultaten van zijn onderzoek onder het grote publiek en contact te leggen met het publiek via sociale en andere media;

o
o   o

21.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 14 mei 2020(4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 157.
(2) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 158.
(3) Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid (PB L 327 van 5.12.2008, blz. 9).
(4) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0121.

Laatst bijgewerkt op: 31 juli 2020Juridische mededeling - Privacybeleid