Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2088(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0075/2020

Ingediende teksten :

A9-0075/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0118

Aangenomen teksten
PDF 164kWORD 53k
Donderdag 14 mei 2020 - Brussel Voorlopige uitgave
Kwijting 2018: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
P9_TA-PROV(2020)0118A9-0075/2020
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2088(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de EU-agentschappen voor het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de Agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0055/2020),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0075/2020),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2018;

2..  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.
(7) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


2. Besluit van het Europees Parlement van 13 mei 2020 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2088(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de EU-agentschappen voor het begrotingsjaar 2018, vergezeld van de antwoorden van de Agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2018 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 18 februari 2020 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2018 (05761/2020 – C9-0055/2020),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad(5), en met name artikel 60,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(7), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0075/2020),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(2) PB C 417 van 11.12.2019, blz. 1.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.
(7) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2020 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018 (2019/2088(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het begrotingsjaar 2018,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0075/2020),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2018 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 135 737 021 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 13,84 % is ten opzichte van 2017; overwegende dat deze verhoging verband hield met de uitvoering van extra taken vanwege de uitbreiding van zijn mandaat; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) betreffende het begrotingsjaar 2018 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2018 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,10 %, wat neerkomt op een lichte daling met 3,62 % ten opzichte van 2017; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 86,92 % bedroeg, een daling van 2,09 % ten opzichte van 2017;

2.  is ingenomen met de door het Agentschap verstrekte informatie over de taken en budgettaire gevolgen van zijn EU-eenheid voor de melding van internetuitingen (EU IRU); merkt op dat de planning van het activiteitsgestuurd management voor de EU IRU in 2019 4 860 000 EUR bedraagt, en bestaat uit: a) 3 710 000 EUR voor direct met het personeel verband houdende uitgaven (voor 38 personeelsleden: 26 tijdelijke functionarissen, 4 arbeidscontractanten en 8 gedetacheerde nationale deskundigen), b) 1 150 000 EUR voor operationele uitgaven, huishoudelijke kosten en een subsidie van 510 000 EUR in 2019 (waarvan 7 extra arbeidscontractanten worden gefinancierd, waardoor het totaal aantal personeelsleden van EU IRU op 45 komt); merkt op dat deze bedragen niet de afzonderlijke kosten omvatten voor de ontwikkeling van de operationele ICT-systemen op organisatorisch niveau;

Functioneren

3.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap zijn prestaties heeft gemonitord aan de hand van 38 kernprestatie-indicatoren, 51 andere prestatie-indicatoren en de tenuitvoerlegging van ongeveer 170 specifieke acties die in zijn werkprogramma waren opgenomen, en dat het kader voor de verslaglegging over prestaties in zijn algemeenheid gericht is op de beoordeling van de meerwaarde van de activiteiten van het Agentschap en de verbetering van het begrotingsbeheer;

4.  stelt vast dat het Agentschap 78 % van de in het kader van de prestatie-indicatoren vastgestelde doelstellingen heeft bereikt en dat het bij 79 % van de acties in het werkprogramma 2018 vooruitgang heeft geboekt (in 2017 was dat 80 %);

5.  merkt op dat het Agentschap de nadruk blijft leggen op de operationele analyse en de snelheid van de eerstelijnsrespons, met inbegrip van de verwerking van bijdragen, en tegelijkertijd proactieve ondersteuning blijft bieden aan onderzoeken in belangrijke zaken met betrekking tot de drie gebieden die een voortdurende bedreiging vormen voor de interne veiligheid van de Unie, namelijk cybercriminaliteit, zware en georganiseerde criminaliteit en terrorisme;

6.  spoort het Agentschap ertoe aan zijn diensten verder te digitaliseren;

7.  merkt met waardering op dat het Agentschap in 2018 doorgegaan is met het uitvoeren van gezamenlijke activiteiten of gedeelde diensten met andere agentschappen van de Unie, waaronder Eurojust, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, en dat het Agentschap heeft deelgenomen aan tien interinstitutionele en één aanbestedingsprocedures tussen agentschappen; acht het noodzakelijk dat het Agentschap sterke banden blijft ontwikkelen met andere relevante instellingen van de Unie; moedigt het Agentschap aan te onderzoeken op welke wijze middelen of personeel, of beide, die zijn toegewezen voor overlappende taken met andere agentschappen die gelijksoortige activiteiten verrichten in de nabijheid van het Agentschap, kunnen worden gedeeld;

8.  merkt op dat na zijn voortdurende operationele samenwerking met ander agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ), het Agentschap in 2019 het voorzitterschap heeft overgenomen van het JBZ-netwerk, dat de gemeenschappelijke werkzaamheden verricht aan de verdere ontwikkeling van de samenwerking tussen de JBZ-agentschappen, waaronder de aspecten van interoperabiliteit van informatiesystemen van de Unie, innovatie, regelingen van goede governance (met inbegrip van een enquête naar beste praktijken op het gebied van klokkenluiden in JBZ-agentschappen), diversiteit en inclusie, alsook interactie en mogelijkheden voor meer samenwerking met “niet-JBZ”-agentschappen;

9.  verzoekt de Commissie een haalbaarheidsstudie uit te voeren van de mogelijkheid om het Agentschap samen te voegen met het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol), of om op zijn minst gezamenlijke synergieën tot stand te brengen; vraagt de Commissie twee scenario’s te beoordelen: de overplaatsing van het Agentschap naar het hoofdkantoor van Cepol in Boedapest en de overplaatsing van het hoofdkantoor van Cepol naar het hoofdkantoor van het Agentschap in Den Haag; merkt op dat een samenvoeging zou inhouden dat beide agentschappen zakelijke en ondersteunende diensten, het beheer van gemeenschappelijke gebouwen, ICT- en telecommunicatiesystemen en internet-infrastructuur delen, waardoor enorm veel geld zou worden bespaard, wat vervolgens gebruikt zal worden voor de verdere financiering van beide agentschappen;

10.  merkt op dat het aantal operaties dat door het Agentschap werd ondersteund, van 1 496 in 2017 tot 1 748 in 2018 is toegenomen (een stijging van 16,8 %), en dat het aantal door het Agentschap gefinancierde operationele vergaderingen is toegenomen van 403 in 2017 tot 427 in 2018 (een stijging van 5,9 %); wijst op het belang en de meerwaarde van het Agentschap in de bestrijding van de georganiseerde misdaad in heel Europa, met name de gemeenschappelijke onderzoeksteams (de JIT’s); neemt in dit verband kennis van het feit dat het aantal door het Agentschap ondersteunde JIT’s van 64 in 2017 tot 93 in 2018 (een stijging van 45 %) is toegenomen, waarbij 27 van deze JIT’s coördinatie tussen meer dan 20 landen vereisten(2); merkt op dat de stijging van de begroting van het Agentschap samenvalt met een intensivering van al zijn activiteiten, waaronder de ondersteuning van de samenwerking op het gebied van cybermisdaad en de bestrijding van terrorisme online; onderstreept het belang van adequate financiering en middelen voor de JIT’s, gezien de bovengenoemde sterke toename van het aantal activiteiten;

11.  verzoekt het Agentschap zo veel mogelijk financiële middelen beschikbaar te stellen voor vertaling en dringt er bij de begrotingsautoriteit op aan voldoende financiële middelen te verstrekken om de vertaling van de officiële verslagen van het Agentschap in alle officiële talen van de Unie mogelijk te maken, gezien het belang van zijn werk voor de burgers van de Unie, de verplichting om te zorgen voor volledige transparantie met betrekking tot zijn activiteiten en het feit dat de gezamenlijke parlementaire controlegroep, bestaande uit nationale en Europese parlementsleden uit alle lidstaten, zijn werk naar behoren moet kunnen doen; verzoekt de Commissie en het Agentschap een kader voor samenwerking met het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie vast te stellen, teneinde de financiële lasten voor vertaling te verminderen;

Personeelsbeleid

12.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2018 voor 96,35 % ingevuld was, aangezien 555 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 576 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 550 toegestane posten in 2017); stelt vast dat in 2018 verder nog 201 contractanten en 153 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten;

13.  stelt vast dat voor 2018 een ongelijke genderverhouding is gerapporteerd met betrekking tot de hogere managers (145 mannen en 27 vrouwen) en de leden van de raad van bestuur (43 mannen en 10 vrouwen);

Aanbestedingen

14.  merkt met bezorgdheid op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, het Agentschap op onregelmatige wijze de duur van een kaderovereenkomst voor dienstverlening in verband met dienstreizen verlengd heeft door aanhangsel nummer 2 te ondertekenen na afloop van de overeenkomst, en dat met hetzelfde aanhangsel het Agentschap ook nieuwe prijsaspecten heeft geïntroduceerd die niet zijn gedekt door de concurrerende aanbestedingsprocedure, en dientengevolge aanhangsel nummer 2 en de bijbehorende betalingen in 2018 onregelmatig zijn; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat ruim voor de afloop van de kaderovereenkomst een aanvang is gemaakt met de verlenging daarvan en dat de vertraging bij de verlenging van de overeenkomst veroorzaakt is door het feit dat het Agentschap het beginsel van goed financieel beheer heeft toegepast; verzoekt het Agentschap het contractbeheer en de controles vooraf dienovereenkomstig te versterken;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

15.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de niet-aflatende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie, preventie en beheer van belangenconflicten en bescherming van klokkenluiders; wijst op het potentiële geval van een belangenconflict in het kader van een aanwervingsprocedure in 2018; merkt op dat er geen follow-upmaatregelen nodig waren als de adviseur zich had teruggetrokken; is ingenomen met de op het nieuwe model van het Agentschap gebaseerde belangenverklaringen, die op de website van het agentschap zijn gepubliceerd, zowel ten aanzien van de uitvoerende directeur en plaatsvervangende uitvoerende directeuren als van de leden van de raad van bestuur van het Agentschap;

16.  betreurt het dat in een recente vergelijkende studie van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement(3), wordt vastgesteld dat het beleid op het gebied van belangenconflicten van het Agentschap “vergeleken met die van andere agentschappen, het minst gedetailleerd is”; erkent dat dit vooral het gevolg is van het feit dat het Agentschap geen wetenschappelijke comités of panels heeft; betreurt het evenwel dat het Agentschap geen beschikking heeft over een systeem voor het rangschikken van belangenniveaus noch over een zwarte lijst;

Interne controles

17.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie, ondersteund door de interne auditcapaciteit, in mei 2017 een risicobeoordeling heeft uitgevoerd en in dat kader de processen op geen van de 36 gebieden heeft ingedeeld in de categorie “risicobeperkende maatregelen verbeteren”;

18.  merkt op dat de Dienst Interne Audit van de Commissie een auditverslag heeft opgesteld over personeelsbeheer en ethiek bij Europol en een actieplan heeft voorbereid om op alle mogelijke terreinen verbeteringen door te voeren; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen op dit gebied;

19.  vraagt het Agentschap zich te richten op de verspreiding van de resultaten van zijn onderzoek onder het publiek, en contact te leggen met het publiek via sociale en andere media;

20.  is ingenomen met het feit dat er geen openstaande aanbevelingen zijn die het Agentschap op grond van controleverslagen van de Rekenkamer van voorgaande boekjaren nog moet uitvoeren; het Agentschap heeft de enige opmerking van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2017 met betrekking tot de publicatie van kennisgevingen van vacatures op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO), afgehandeld;

o
o   o

21.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 14 mei 2020(4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 416 van 15.11.2018, blz. 46.
(2) https://www.europol.europa.eu/sites/default/files/documents/europolinbrief2019.pdf
(3) https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2020/621934/IPOL_STU(2020)621934_EN.pdf
(4) Aangenomen teksten, P9_TA-PROV(2020)0121.

Laatst bijgewerkt op: 18 mei 2020Juridische mededeling - Privacybeleid